Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadsvergadering Boxtel van 3 februari 2026 0 1 2
Vragenhalfuurtje. Opening en mededelingen door de voorzitter. Vaststelling agenda. Vastgestelde agenda 3 februari 2026 3 Trekking stemmingnummer. 4 Vaststelling besluitenlijst Mogelijkheid voor portefeuillehouders en/of vertegenwoordigers van Gemeenschappelijke Regelingen 5 tot het doen van mededelingen of het verstrekken van informatie over actuele zaken. 6 Lijst ingekomen stukken. Gelegenheid tot inspreken over niet geagendeerde onderwerpen . Als u hier gebruik van wilt maken, 7 dient u zich uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan te melden bij de raadsgriffier, Mw. Inge Smits, griffie@boxtel.nl of 655911.
8 Modernisering pand Scouting Boxtel Modernisering pand scouting Boxtel- Raadsvoorstel Modernisering pand scouting Boxtel- Bijlage 1 Aflosschema scouting Boxtel Modernisering pand scouting Boxtel- Bijlage 2 vierde begrotingswijziging 2026 Modernisering pand scouting Boxtel- Bijlage 3 Overeenkomst tot geldlening Stichting Scouting Boxtel 9 Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024 Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 - Raadsvoorstel (1397397) Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 - Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 - Bijlage 2 - was-wordt tabel Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024- Bijlage 3 - Reactie Adviesraad Sociaal Domein Boxtel Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 Amendement- Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024 10 Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 - Raadsvoorstel (1399234) Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 - Bijlage 1 - Erfgoednota Boxtel 2026-2030 Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 - Bijlage 2 Procesverantwoording Amendement 1 Wensen en bedenkingen erfgoed bolle akkers (Combinatie95) GEWIJZIGD Amendement 2 Wensen en bedenkingen erfgoed landschapselementen (Combinatie95) Amendement 3 Beeldbepalende objecten
beschermen (D66) Amendement 4 Bredere invulling commissie ruimtelijke kwaliteit (D66) GEWIJZIGD Amendement 5 Wensen en bedenkingen Erfgoednota (BALANS) GEWIJZIGD Amendement 6 Wensen en bedenkingen Erfgoednota (BALANS) Amendement 7 wensen en bedenkingen (PvdAGroenLinks) Amendement 8 wensen en bedenkingen Erfgoednota 2026-2030 (CDA) 11.B Modernisering pand Scouting Boxtel 12.B Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024 13.B Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 14 SCHORSING; VERGADERING WORDT VOORTGEZET OP WOENSDAG 4 FEBRUARI 2026
Programma raadsavond Vastgesteld: 3 februari 2026 Aan de leden van de gemeenteraad van Boxtel, Hierbij nodig ik u uit voor de openbare vergadering van de raad van onze gemeente. Deze wordt gehouden op 3 februari 2026 om 19.30 uur in de raadzaal aan de Dr. Van Helvoortstraat. De stukken voor deze vergadering zijn te raadplegen via de gemeentelijke website www.boxtel.nl. DE VOORZITTER VAN DE GEMEENTERAAD, R.S. van Meygaarden, burgemeester
Agenda raadsvergadering •
Vragenhalfuur 1. 2. 3. 4. 5.
6.
7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.
Opening en mededelingen van de voorzitter Vaststelling van de agenda van de gemeenteraad Trekking van het stemmingsnummer Vaststelling van de besluitenlijsten van de openbare vergaderingen van de raad van 9 en 16 december 2025 Mogelijkheid voor portefeuillehouders en/of vertegenwoordigers van Gemeenschappelijke Regelingen tot het doen van mededelingen of het verstrekken van informatie over actuele zaken. Lijst ingekomen stukken Rubriek 1: Oordeelvormend Gelegenheid tot inspreken over niet geagendeerde onderwerpeni; tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan te melden bij de griffier Modernisering pand Scouting Boxtel Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024 Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 Rekenkameronderzoek Klachten en bezwaren Verordening inwoners- en overheidsparticipatie Uitgangspunten accommodatiebeleid Boxtel Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Jaarlijkse inkomensverklaring vanuit gemeente voor alle voorzieningen minima’ ingediend door de fractie BALANS Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Vanaf 2027 weer een nieuwjaarsreceptie voor alle inwoners’ ingediend door de fractie BALANS Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Opheffen eenrichtingverkeer Baroniestraat en omliggende straten’ ingediend door de fracties BALANS, VVD, D66 Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Toekomstplan Hoogheem’ ingediend door de fracties D66, PvdAGroenLinks,
Combinatie95 Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Iedere buurt een notenboom’ ingediend door de fractie PvdA-GroenLinks 1
Programma raadsavond Vastgesteld: 3 februari 2026 19. Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Beschermingsregels sierteelt (voorbereidingsbesluit)’ ingediend door de fracties PvdA-GroenLinks, Combinatie95, SP, D66, INbox
20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36.
37.
Rubriek 2: Besluitvormend Modernisering pand Scouting Boxtel Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024 Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 Gewijzigd bestemmingsplan Uilenbroek 4 te Boxtel; herstel van gebreken Rekenkameronderzoek Klachten en bezwaren Verordening inwoners- en overheidsparticipatie Tarieven onroerende-zaakbelastingen 2026. Wijziging financiële verordening en wijziging controleprotocol rechtmatigheid en accountantsprotocol Nieuwe Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Uitgangspunten accommodatiebeleid Boxtel Zienswijze Kaderbrief 2027 van de Veiligheidsregio Brabant-Noord Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Jaarlijkse inkomensverklaring vanuit gemeente voor alle voorzieningen minima’ ingediend door de fractie BALANS Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Vanaf 2027 weer een nieuwjaarsreceptie voor alle inwoners’ ingediend door de fractie BALANS Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Opheffen eenrichtingverkeer Baroniestraat en omliggende straten’ ingediend door de fracties BALANS, VVD, D66 Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Toekomstplan Hoogheem’ ingediend door de fracties D66, PvdAGroenLinks, Combinatie95 Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Iedere buurt een notenboom’ ingediend door de fractie PvdA-GroenLinks Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Beschermingsregels sierteelt (voorbereidingsbesluit)’ ingediend door de fracties
PvdA-GroenLinks, Combinatie95, SP, D66, INbox Sluiting
i Inspreken bij de raadsvergadering? Insprekers dienen zich uiterlijk 24 uur voor aanvang van de
vergadering te melden bij de griffie, griffie@boxtel.nl of 0411-655911. De maximale inspraaktijd is 5 minuten per persoon.
2
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1387421
Portefeuillehouder:
Hans Heesen
Onderwerp Modernisering pand Scouting Boxtel
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1. Een geldlening van € 320.000 te verstrekken aan Stichting scouting Boxtel met een looptijd van 30 jaar met een rentepercentage van 3,6% voor de modernisering van het pand. 2. Jaarlijks een subsidie beschikbaar te stellen uit de algemene middelen voor de betaling van de aflossing en rente conform het aflosschema in bijlage 1. 3. De vierde wijziging van de begroting 2026 vast te stellen (bijlage 2). 4. Geen bijdrage in het jaarlijks onderhoud van het pand te verstrekken.
Inleiding Scouting Boxtel (verder: de vereniging) is in 2000 ontstaan uit een fusie van verschillende scoutinggroepen die sinds 1995 in clubgebouw de Wickieup aan de Molenwijkseweg zijn gehuisvest. De vereniging is door goed beleid en een duidelijke visie sinds de fusie gegroeid, van 250 leden naar 400 leden. Dat heeft ook een impact op het gebouw. Het aanbod van de scouting is vrij uniek binnen het Boxtelse verenigingsleven en kenmerkt zich door de diversiteit aan binnen- en buitenactiviteiten, de leeftijdsspecifieke programma’s en de jaarlijkse kampen en evenementen. Inclusiviteit is een speerpunt, met twee specifieke groepen voor mensen met een beperking. Het aanbod onderscheidt zich duidelijk van de sportverenigingen en hobbyclubs. Daarnaast is de scouting deelnemer bij diverse belangrijke maatschappelijke activiteiten zoals de Dodenherdenking. De vereniging ontvangt in 2025 jaarlijks een subsidie van de gemeente à € 8.300 voor de activiteiten die men ontplooit. Dat is opgebouwd uit een bedrag per jeugdlid en de aangeboden activiteiten. Daarnaast heeft men inkomsten uit contributie, sponsoring en andere (incidentele) subsidies. Het clubgebouw van de vereniging is eigendom van de Stichting Scouting Boxtel (verder: stichting).
Het pand is gebouwd in 1995, met een lening van de gemeente, gecombineerd met een jaarlijkse subsidie ter hoogte van de aflossing en rente van de lening. Na 30 jaar gebruik is het gebouw enerzijds toe aan groot onderhoud en renovatie en anderzijds zijn aanpassingen vanwege groei en gebruik nodig. De stichting haalt haar inkomsten uit verhuur van het gebouw als groepsaccommodatie aan de vereniging en aan derde partijen zoals andere scoutingverenigingen. De stichting heeft een degelijk projectplan voor de verbouwing aangeleverd en zelfstandig een creatieve zoektocht ingezet naar externe financiering. Zelf levert men uren in de vorm van zelfwerkzaamheid en gebruikt (een deel van) de reserve voor groot onderhoud. Hierdoor wordt40% van het budget door de vereniging en stichting opgebracht en vraagt men de gemeente om in de andere 60% te voorzien. Men vraagt de gemeente dus om een bijdrage in vernieuwing van het pand in de vorm van een lening waarvan de aflossing en rente volledig gesubsidieerd zijn. In het voortraject is aangegeven dat er wellicht nog alternatieve inkomstenbronnen zijn in de blokhut, onder andere voor Buitenschoolse opvang en/of ander medegebruik c.q. aanbod. De stichting geeft aan dat ander medegebruik door de bezettingsgraad en met name verhuur in de schoolvakanties aan andere groepen complex is.
De stichting is zelf verantwoordelijk voor de exploitatie van het gebouw. Het verstrekken van een lening is een economische activiteit. De gemeente moet zich daarbij houden aan de Wet financiering decentrale overheden, de Wet markt en overheid en de gemeentelijke financiële verordening. De belangrijkste twee elementen daaruit zijn het in rekening brengen van de integrale kostprijs van de lening en dat het gaat om een publieke taak. De Wet markt en overheid noemt nog drie uitgangspunten: Niet bevoordelen van overheidsbedrijven, gemeentelijke gegevens gebruiken onder dezelfde voorwaarden als commerciële partijen en scheiding van functies. Deze drie punten zijn niet aan de orde bij dit voorstel de stichting noch de scouting zijn overheidsbedrijf. De gemeente beschikt slechts over gegevens van de stichting die voor commerciële partijen ook beschikbaar zijn. Naast het verstrekken van de lening en de subsidies voert de gemeente geen taken of functies uit bij de scouting. Voor zover er al gemeentelijke medewerkers betrokken zijn bij stichting of scouting, zijn zij niet betrokken bij dit proces. Uw raad besluit tijdens dezelfde vergadering over het accommodatiebeleid. Dit voorstel betreft ook een vraag om huisvesting. De vraag dateert van voor het accommodatiebeleid, maar past binnen de uitgangspunten van dat beleid.
De scouting is de enige scoutingsvereniging en heeft een unieke plek binnen het (spel)aanbod voor jongeren in Boxtel. Men kan geen aanspraak maken op subsidies die voor sport wel beschikbaar zijn (o.a. Bosa en Spuk). Daarmee is precendentwerking in relatie tot andere verzoeken uitgesloten.
Beoogd resultaat De stichting in staat stellen het clubgebouw te moderniseren, verduurzamen en te herindelen tot een een accommodatie waarmee Scouting Boxtel weer 30 jaar vooruit kan.
Argumenten 1.1 De scouting heeft een aanbod in het maatschappelijke veld dat geen andere partij verzorgt Boxtel kent een breed aanbod van sportverenigingen voor binnen en buiten, naast sport is er echter weinig ander aanbod dat bewegen en ontwikkeling binnen en buiten combineert, zonder competitieelement. 1.2 Deels financiering uit eigen middelen en zelfwerkzaamheid De stichting en vereniging leggen 40% eigen middelen in en zoeken op creatieve wijze naar aanvullende financiering, waarvan de badeendenrace een mooi voorbeeld is, ook voor andere verenigingen. 1.3 Een rentepercentage van 3,6% dekt voor de gemeente de integrale kosten van het verstrekken van de lening. Het (huidige) tarief van de BNG bij het verstrekken van een lening aan de gemeente bedraagt 3,6%. Hiermee wordt de lening aan de stichting tegen integrale kostprijs doorberekend. 1.4 Het verstrekken van de lening dient een maatschappelijk doel De scouting verzorgt activiteiten die mede bijdragen aan het behalen van gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van jeugd. Daarnaast heeft de stichting een recht van opstal dat het aangaan van financieringen met andere partijen dan de gemeente uitsluit. 1.5 Er is geen sprake van staatssteun Door de integrale kostprijs in rekening te brengen is er ook geen sprake van een economisch voordeel dat niet via de commerciële weg verkrijgbaar zou zijn.
De lening wordt ingezet voor de huisvesting voor de scouting een activiteit met een zeer sterk lokaal karakter voor de lokale behoefte, waardoor er geen verstoring is van het interstatelijke rechtsverkeer. 2.1 Inzet van dit middel heeft de 30 jaar goed gewerkt Na de bouw van het clubhuis heeft de vereniging aangetoond dat men zich letterlijk kan verenigen en van daaruit zich kon doorontwikkelen. De vereniging en stichting zijn in hoge mate zelfstandig en zelfredzaam, beide kwaliteiten die in Boxtel worden gestimuleerd en gewaardeerd. Gedurende de looptijd van de vorige lening, tot en met 2024, is er weinig inzet van gemeentelijke capaciteit nodig geweest. 2.2 Tot en met 2024 was er budget opgenomen in de begroting voor de subsidie De stichting heeft van 1995 tot en met 2024 ook een lening gehad, waarvan de rente en aflossing volledig werden gesubsidieerd door de gemeente Boxtel. Die subsidie was in die periode de begroting opgenomen onder het budget jeugd. Ofschoon de noodzaak van een investering is het scouting gebouw in 2025 reeds aanwezig was, is de subsidie komen te vervallen. Deze wordt middels dit raadsvoorstel hersteld waarmee een nieuwe investering in het clubgebouw mogelijk wordt. 3.1 De vierde begrotingswijziging is een logisch gevolg van het besluit De wijziging van de begroting 2026 en verder volgt uit de besluitpunten. Er zijn geen middelen
binnen of buiten het programma beschikbaar. Scouting valt niet onder sport, gemeenschapshuizen en er zijn geen gemeentelijke onderhoudsgelden beschikbaar, omdat de stichting zelf verantwoordelijk was voor onderhoud van het gebouw 4.1 Het pand is eigendom van de stichting, net zoals bij andere maatschappelijke partijen is onderhoud dan de verantwoordelijkheid van de eigenaar. De gemeente ondersteunt de modernisering en verduurzaming, het onderhoud gedurende die 30 jaar leggen we bij de eigenaar en diens exploitatie, omdat dit een verantwoordelijkheid is die we in deze constructies in zijn algemeenheid bij de eigenaar leggen.
Kanttekeningen 1.1 Gemeente financiert grotendeels 60% van de kosten komen bij de gemeente terecht. Daar staat tegenover dat er een toegankelijk en divers maatschappelijk aanbod wordt verzorgd, dat bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. De stichting en vereniging betalen zelf, zoals eerder al aangehaald, 40% van de kosten. 2.1 De leenconstructie is administratief bewerkelijker dan een eenmalige subsidie Daar staat tegenover dat hiermee de financiële lasten, net als bij een investering in eigen vastgoed, kunnen worden gespreid over dertig jaar. 3.1 Er is geen specifiek budget voor scoutingactiviteiten Er is binnen het programma gezocht naar middelen, daar zijn geen alternatieven uit voortgekomen. Daarom wordt voorgesteld de kosten te dekken uit de algemene middelen. Het vorige budget was ondergebracht bij jeugd, maar is na 2024 vervallen. 4.1De verantwoordelijkheid voor groot onderhoud legt druk op de exploitatie van de stichting. De kosten van onderhoud horen thuis bij de gebouweigenaar, de kosten zullen dan ook opgenomen moeten worden in hun exploitatie en doorberekend moeten worden in dekkende huurtarieven aan de gebruikers.
Financiën Wij stellen voor om een lening te verstrekken van € 320.000 met een looptijd van 30 jaar met een rentepercentage van 3,6% (BNG tarief) voor de modernisering van het gebouw. Daarnaast stellen wij voor om een subsidie te verstrekken die jaarlijks wordt verlaagd van € 22.200 naar € 11.000 gedurende de looptijd van de lening. Doordat de oude lening en subsidie in 2024 zijn afgelopen, zijn er in de huidige begroting geen middelen meer gereserveerd voor de subsidie en is er ook geen ruimte in overige budgetten. Daarom stellen wij voor om deze subsidie te dekken uit de algemene middelen.
Uitvoering Bij het verstrekken van de lening wordt een overeenkomst geldlening met de stichting aangegaan. De subsidie wordt via een beschikking verleend. De betaling van de subsidie wordt verrekend met de jaarlijkse aflossing.
Communicatie Het besluit kan worden toegelicht in het reguliere persgesprek.
Bijlagen Bijlage 1: aflosschema Bijlage 2: vierde wijziging begroting 2026
Bijlage 3: Overeenkomst geldlening
Boxtel, 26 november 2025 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de secretaris,
de burgemeester,
V.C. Fijneman
R.S. van Meygaarden
Registratienr.:
1387421 Renovatie pand Scouting Boxtel
Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
Besluit 1. Een geldlening van € 320.000 te verstrekken aan Stichting scouting Boxtel met een looptijd van 30 jaar met een rentepercentage van 3,6% voor de modernisering van het pand. 2. Jaarlijks een subsidie beschikbaar te stellen uit de algemene middelen voor de betaling van de aflossing en rente conform het aflosschema in bijlage 1. 3. De vierde wijziging van de begroting 2026 vast te stellen (bijlage 2). 4. Geen bijdrage in het jaarlijks onderhoud van het pand te verstrekken.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 3 februari 2026; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier,
de voorzitter,
I.H.M. Smits
R.S. van Meygaarden
Aflossingsschema
Hoofdsom Rente per jaar
320.000 3,6
Aflosschema: Aflossing Rente Totaal 31-12-2026 10.666,67 11.520,00 22.186,67 31-12-2027 10.666,67 11.136,00 21.802,67 31-12-2028 10.666,67 10.752,00 21.418,67 31-12-2029 10.666,67 10.368,00 21.034,67 31-12-2030 10.666,67 9.984,00 20.650,67 31-12-2031 10.666,67 9.600,00 20.266,67 31-12-2032 10.666,67 9.216,00 19.882,67 31-12-2033 10.666,67 8.832,00 19.498,67 31-12-2034 10.666,67 8.448,00 19.114,67 31-12-2035 10.666,67 8.064,00 18.730,67 31-12-2036 10.666,67 7.680,00 18.346,67 31-12-2037 10.666,67 7.296,00 17.962,67 31-12-2038 10.666,67 6.912,00 17.578,67 31-12-2039 10.666,67 6.528,00 17.194,67 31-12-2040 10.666,67 6.144,00 16.810,67 31-12-2041 10.666,67 5.760,00 16.426,67 31-12-2042 10.666,67 5.376,00 16.042,67 31-12-2043 10.666,67 4.992,00 15.658,67 31-12-2044 10.666,67 4.608,00 15.274,67 31-12-2045 10.666,67 4.224,00 14.890,67 31-12-2046 10.666,67 3.840,00 14.506,67 31-12-2047 10.666,67 3.456,00 14.122,67 31-12-2048 10.666,67 3.072,00 13.738,67 31-12-2049 10.666,67 2.688,00 13.354,67 31-12-2050 10.666,67 2.304,00 12.970,67 31-12-2051 10.666,67 1.920,00 12.586,67 31-12-2052 10.666,67 1.536,00 12.202,67 31-12-2053 10.666,67 1.152,00 11.818,67 31-12-2054 10.666,67 768,00 11.434,67 31-12-2055 10.666,67 384,00 11.050,67
De gemeenteraad van Boxtel besluit de begroting van inkomsten en uitgaven via: -
begrotingswijziging begrotingsjaar
04 – Lening Scouting 2026
als volgt te wijzigen:
Programma Baten: 1 Duurzame Transformatie 2 Sociale Kracht 3 Leefbare Ruimte 4 Vitaal Ondernemen 5 Meewerkend Bestuur Totaal baten Lasten: 1 Duurzame Transformatie 2 Sociale Kracht 3 Leefbare Ruimte 4 Vitaal Ondernemen 5 Meewerkend Bestuur Begrotingssaldo Totaal lasten SALDO BEGROTING
Overige mutaties 2026
Overige mutaties 2027
Overige mutaties 2028
Overige mutaties 2029
11.500
11.100
10.800
10.400
11.500
11.100
10.800
10.400
33.700
32.900
32.200
31.400
-22.200 11.500 0
-21.800 11.100 0
-21.400 10.800 0
-21.000 10.400 0
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Boxtel, in zijn openbare vergadering van 3 februari 2026. De griffier,
De voorzitter,
I.H.M. Smits
R.S. van Meygaarden
1
OVEREENKOMST TOT GELDLENING De ondergetekenden: 1. Gemeente Boxtel, rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester de heer R.S. van Meygaarden, voor de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van Boxtel d.d. 3 februari 2026, hierna te noemen: de gemeente; en 2. Stichting Scouting Boxtel, gevestigd te Boxtel, statutair in en buiten rechte vertegenwoordigd door de de heer J.A.W. Greunsven en de heer L.L.A.M. van Beek, hierna te noemen: de Stichting; Verklaren als volgt te zijn overeengekomen: De gemeente leent aan de Stichting een bedrag van € 320.000 (zegge: driehondertwintigduizend euro) dat in 30 termijnen terugbetaald wordt aan de gemeente. Onder de volgende voorwaarden en bepalingen: 1. Hoofdsom 1.1 De gemeente verstrekt een lening van driehondertwintigduizend euro tegen een koers van 100%; 1.2 De lening wordt verstrekt uiterlijk op 30 december 2026. 2. Looptijd en terugbetaling van de hoofdsom 2.1 De lening ad € 320.000 wordt in 30 jaarlijkse termijnen afgelost, telkens op 31 december van dat jaar, voor de eerste maal op 31 december 2026 en voor de laatste maal per 31 december 2055. De gemeente stuurt hiervoor een nota. 2.2 Alle betalingen moeten geschieden zonder kortingen, compensatie, inhouding of schuldvergelijking en zonder aftrek van kosten uit welke hoofde dan ook. 3.
Kosten van de geldlening 3.1 De lening aan de Stichting wordt verstrekt tegen 3,6% rente per jaar. De rente over de restant hoofdsom is verschuldigd op 31 december van elk jaar, voor de eerste maal op 31 december 2026. De gemeente stuurt hiervoor een nota. 3.2 Alle kosten en rechten van de uit dit besluit voortvloeiende akten en van de ten uitvoerlegging daarvan, evenals de door de gemeente voor het behoud of ter uitvoering van haar rechten te maken kosten, komen voor rekening van de Stichting. 4. Vervroegd of versneld aflossen De Stichting is gerechtigd de lening geheel of gedeeltelijk af te lossen per 31 december van elk jaar; de extra afgeloste bedragen worden in mindering gebracht op de nog verschuldigde aflossingstermijnen, te beginnen bij de laatste termijn. 5. Opeisbaarheid Alle uit hoofde van de lening verschuldigde bedragen kunnen met onmiddellijke ingang worden opgeëist.
De lening geldt bij opeising als opgezegd wanneer: - de Stichting achter is met betalen en veertien dagen na sommatie per aangetekend schrijven nog niet heeft betaald wat hij diende te betalen; of - de Stichting in strijd handelt met deze overeenkomst, anders dan de plicht tot betaling van rente en aflossing, en het verzuim niet is te herstellen; of - de Stichting in strijd handelt met deze overeenkomst; of - met betrekking tot de Stichting een aanvraag is gedaan, al dan niet door de Stichting zelf, voor faillissement, surséance van betaling of toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling; of - ten laste van de Stichting executoriaal beslag is gelegd. Voorafgaand aan het eventueel toepassen van bovengenoemde maatregelen vindt er overleg
plaats tussen de Gemeente en de Stichting. Aldus overeengekomen en in tweevoud getekend, te Boxtel, d.d. .. februari 2026. Namens de gemeente,
Namens de stichting,
R.S. van Meygaarden, Burgemeester gemeente Boxtel
J.A.W. Greunsven Stichting Scouting Boxtel
L.L.A.M. van Beek Stichting Scouting Boxtel
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1397397
Portefeuillehouder:
F. van Nistelrooij
Onderwerp Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024.
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1. Het Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 vast te stellen.
Inleiding In de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 zijn de verordeningen uit de Jeugdwet, Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gecombineerd tot een verordening. Met dit Wijzigingsbesluit passen we een aantal artikelen aan van deze verordening. Hiermee stellen we geen volledige nieuwe verordening vast, maar brengen we alleen een aantal specifieke wijzigingen aan. Deze wijzigingen zijn te vinden in het Wijzigingsbesluit (bijlage 1) en in de was-wordt tabel in bijlage 2. De aanleiding van del wijzigingen is het maatregelenpakket dat is vastgesteld in de Begroting en de invoering van de Participatiewet in balans.
Beoogd resultaat Een geactualiseerde verordening waarin de wijzigingen zijn verwerkt.
Argumenten 1.1 Uitspraken van de Centrale Raad van Beroep vragen om een uitwerking van ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ in het kader van de Jeugdwet. De Centrale Raad van Beroep heeft drie relevante uitspraken gedaan waarbij gemeenten - op grond van de artikelen 2.3 en 2.9 van de Jeugdwet - worden opgedragen in hun verordening uit te werken wat onder 'eigen mogelijkheden' en 'probleemoplossend vermogen' van gezinnen wordt verstaan. Hierbij moeten voorwaarden en afwegingscriteria worden benoemd. In onze huidige verordening zijn deze termen onvoldoende uitgewerkt. De uitwerking van ‘eigen kracht’ in de artikelen 2.7 en 2.8 in de Nadere regels jeugdhulp gemeente Boxtel 2022 zijn op basis van de uitspraken onvoldoende juridisch geborgd. Daarom wordt voorgesteld om deze regels op te nemen in de verordening onder artikel 4.6.. Hierdoor ontstaat een beter toetsingskader voor de consulenten om tot een afweging te komen over het probleemoplossend vermogen en de eigen mogelijkheden van een gezin. Voordelen: • Betere afweging door jeugdconsulenten: zij kunnen beter beoordelen in hoeverre hulp noodzakelijk is of dat het netwerk problemen kan oplossen. • Kostenbeheersing: inzet van professionele hulp wordt gerichter. • Versterking van sociale cohesie: het netwerk kan actiever worden betrokken, wat duurzame oplossingen bevordert.
• Preventie van overconsumptie: draagt bij aan voorkomen dat lichte problematiek direct leidt tot dure trajecten. 1.2 Met de voorgestelde aanpassingen over Wmo zetten we in op een evenwichtige vorm van kostenbeheersing, waarin we zorgcontinuïteit en ondersteuning borgen. De kosten voor Wmo stijgen structureel, waardoor de financiële houdbaarheid onder druk staat. Om deze kosten beheersbaar te houden en tegelijkertijd maatwerk te bieden is een maatregelenpakket vastgesteld in de Begroting. Om dit pakket uit te voeren zijn een aantal wijzigingen in de verordening nodig. Daarnaast zijn er ook wijzigingen nodig in de nadere regels Wmo, deze worden in het eerste kwartaal van 2026 gewijzigd. In het maatregelenpakket is een samenhangend pakket aan aanpassingen van de regelingen vastgesteld. In het geval van woningaanpassingen zetten we vanaf een bedrag van € 15.000,- in principe in op het stimuleren van verhuizing naar een geschikte woning, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om toch aan te passen. Het uitgangspunt van de gemeente blijft altijd maatwerk en de menselijke maat. Ten tweede vorderen we de overwaarde bij woningaanpassingen terug, als de woning binnen 10 jaar wordt verkocht (deze termijn leggen we vast in de nadere regels). Daarnaast verklaren we voorzieningen sneller als algemeen gebruikelijk, waardoor ze niet langer onder de Wmo-verstrekkingen vallen.
Steeds meer zorgproducten zijn namelijk eenvoudig verkrijgbaar. Tenslotte wijzen we inwoners actief op bestaande leningen, zoals de blijverslening die hen kunnen helpen om langer thuis te blijven wonen. In
combinatie met de hogere wettelijke eigen bijdrage die het Rijk vanaf 2027 naar verwachting weer invoert, kan dit ertoe leiden dat mensen voorzieningen zelf bekostigen. Bij vervoer gaan we meer inzetten op deelmobiliteit, in plaats van het verstrekken van individuele voorzieningen van bijvoorbeeld scootmobielen. Inwoners die behoefte hebben aan een scootmobiel, krijgen op een toegankelijke en flexibele manier de beschikking over een deel-scootmobiel; indien de omstandigheden dit toelaten. Tot slot voeren we een aanpassing in de verordening door op advies van de VNG. Dit betreft de verplichte brandveilige stalling bij scootmobielen. Deze brandveilige stalling ligt vast in de wetgeving. Indien een (nieuwe) scootmobiel wordt verstrekt, moet er een brandveilige stallingsmogelijkheid zijn om risico’s voor bewoners en omgeving te beperken. Dit is een vereiste vanuit de brandweer. Voordelen van deze aanpak: • Voorkomen verhogen privévermogen op publiek verstrekte middelen. • Duurzame en veilige oplossingen. • Stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en passende keuzes. • Kostenbeheersing en doelmatigheid. 1.3 De Participatiewet in balans treedt per 1 januari 2026 gefaseerd in werking en vraagt om een aanpassing in onze verordening. Deze wet brengt wijzigingen met zich mee die aanpassing van onze verordening in 2026 noodzakelijk maken.
Er komen meer wijzigingen voor 2027, deze worden op een later moment ter vaststelling aan uw raad voorgelegd. De Participatiewet in balans wil de kernbegrippen vereenvoudiging, vertrouwen en menselijke maat verankeren in de (uitvoering van) de wet. Deze nieuwe wetgeving moet leiden tot een betere en voorspelbaardere dienstverlening. Vanaf 1 januari 2026 zorgt de wetswijziging ervoor dat giften tot maximaal € 1.200,- per kalenderjaar worden vrijgelaten. De omgang met giften is hierdoor in de wet geregeld, daardoor vervalt dit onderdeel in de verordening. Doordat dit met ingang vanaf 1 januari in de wet is geregeld, geldt vanaf dat moment de regelgeving in de Participatiewet. 1.4 De bedragen worden administratief geactualiseerd naar het huidige prijspeil De bedragen voor de individuele inkomenstoeslag en het welzijnsfonds waren gedateerd. Doordat een indexpercentage is opgenomen in de verordening gelden de nu vermelde bedragen al. Deze indexering nemen we jaarlijks mee in de begroting. Hierdoor zijn er geen financiële consequenties. Voor de leesbaarheid van de verordening worden de bedragen op het nieuwe prijspeil van 2026 vastgesteld. 1.5 We wijzigen de titel van de verordening De huidige titel ‘Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel wijzigen we in ‘Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel. Deze titel is minder verwarrend en beter passend.
We noemen een verordening namelijk nooit een ‘gewijzigde verordening’. 1.6 Er is geen advies van de Adviesraad Sociaal Domein over de wijziging naar aanleiding van de Participatiewet in balans De Adviesraad Sociaal Domein heeft geen aanvullend advies uitgebracht naar aanleiding van de voorgestelde wijziging.
Kanttekeningen 1.1 Beperkt begrip onder cliënten voor inperkingen van de voorzieningen Met de voorgestelde aanpassingen voor Jeugd en Wmo scherpen we de afwegingsfactoren om in aanmerking te komen voor een voorziening aan. We spreken inwoners meer aan op hun eigen kracht. Dit kan ervoor zorgen dat sommige inwoners zich benadeeld voelen en er meer bezwaren worden
ingediend. We proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen door goed uit te leggen wat de redenen van deze aanscherpingen zijn. 1.2 Adviesraad Sociaal Domein ziet graag een nadere uitwerking van draagkracht en draaglast bij het artikel 4.6 Met betrekking tot de Jeugdwet zien wij mogelijkheden om de verordening nog verder te verbeteren. Alhoewel bijlage 2 van de Nadere regels jeugdhulp wel ingaat op draagkracht en draaglast behoort een nadere uitwerking van draagkracht en draaglast in de verordening tot een van die mogelijkheden. Wij hebben in de voorgestelde gewijzigde verordening gekozen om ons nog te beperken tot artikel 4.6 in lijn met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. In het eerste half jaar van 2026 nemen wij de tijd om een zorgvuldig proces te doorlopen om verdere verbeteringen aan te brengen in de verordening. De Adviesraad Sociaal Domein hebben wij aangeboden om deze te zijner tijd samen met hen door te nemen. Daarnaast vraagt de Adviesraad zich af of onze professionals in het Kwaliteitsregister Jeugd zijn geregistreerd. Wij kunnen bevestigen dat al onze consulenten Jeugd geregistreerd zijn in het Kwaliteitsregister Jeugd. 1.3 Adviesraad Sociaal Domein ziet aandachtspunten over de wijzigingen van Wmo De adviesraad ziet bij Wmo verschillende aandachtspunten. Een van de aandachtspunten is de verhuisstimulatie.
Zij vinden het bedrag van € 15.000,- geïndexeerd moet worden. Deze grens lag echter enkele jaren geleden op € 10.000,- en nu op € 15.000,-. Hiermee is al rekening gehouden met inflatie doordat een verhoging is toegepast. Daarnaast vragen zij zich af hoe de gemeente de berekening maakt van de waardevermeerdering. De berekening werken we verder uit in de naderende regels van Wmo, deze volgt later in 2026. Tot slot is er een opmerking over de brandveilige stallingen voor scootmobielen. Hoe gaat de gemeente om met de stalling van de bewoners van de appartementen, zoals Hoogheem? Om dit te onderzoeken is er een project gestart en hierover volgt op een later moment meer informatie. Brandveilige stallingen zijn een verplichting vanuit de VNG om een scootmobiel te mogen verstrekken. 1.4 Inwoners zonder brandveilige stalling komen niet meer in aanmerking voor een scootmobiel Indien er geen brandveilige stalling is worden inwoners in hun mogelijkheden beperkt voor deelname aan het maatschappelijk verkeer. Door collectieve voorzieningen te realiseren kunnen we dit ondervangen. 1.5 Administratieve last De maatregel voor kostenverhaal bij waardevermeerdering van de woning levert een extra administratieve last op. Dit zal op termijn op gaan treden, bij verkoop van de betreffende woningen.
1.6 Vrijlating van giften wordt ingeperkt In onze verordening werd een bedrag tot € 1.800,- aan giften vrijgelaten. De Participatiewet bepaalt dat dit bedrag wordt gesteld op een wettelijk maximum van € 1.200,-. Van dit bedrag mogen we in zeer uitzonderlijke en individuele situaties afwijken. Hier voorziet de hardheidsclausule in de verordening in. De praktijk laat zien dat giften in deze hoogte zelden voorkomen.
Financiën De verwachte besparing op de kosten van de WMO zijn reeds in de begroting verwerkt middels het maatregelenpakket zoals opgenomen in de Begroting. De wijziging in de verordening voor de Jeugdwet en de Participatiewet hebben geen financiële gevolgen.
Uitvoering Na vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt dit gepubliceerd in het gemeenteblad van Boxtel en tegelijkertijd worden de wijzigingen doorgevoerd in de geconsolideerde versie van de verordening zoals deze toegankelijk is via www.lokaleregelgeving.overheid.nl. De wijzigingen treden per 1 maart 2026 in werking. Omdat we een wijzigingsbesluit vast stellen is het niet nodig om de verordening in te trekken.
De wijzigingen die worden doorgevoerd in de verordening hebben gevolgen voor de werkwijze van de uitvoering. De uitvoering is op de hoogte dat deze wijziging wordt doorgevoerd. Zodra het wijzigingsbesluit is vastgesteld worden de aanpassingen doorgevoerd in de uitvoering. Artikel 4.5 (artikel Jeugdwet) vertalen we naar een handzaam toetsingskader voor consulenten. De evaluatie en onderzoek naar de werking van de verordening zijn geregeld ik artikel 10.1 van de verordening.
Communicatie Naast publicatie zoals omschreven onder ‘uitvoering’ brengen we proactief de maatschappelijke partners op de hoogte van de wijzigingen aan de hand van een informatiemail. In 2026 gaan we breed communiceren over onze armoederegelingen aan onze inwoners, de nieuwe bedragen nemen we daarin mee. Indien gewenst door de pers kan de portefeuillehouder een toelichting geven over de nieuwe verordening en de wijzigingen in het wekelijkse persmoment.
Bijlagen Bijlage 1: Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel Bijlage 2: Was-wordt tabel
Boxtel, 16 december 2025 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de secretaris,
de burgemeester,
V.C. Fijneman
R.S. van Meygaarden
Ter inzage
Raadsbesluit Registratienr.:
1397397
Portefeuillehouder:
F. van Nistelrooij
Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025;
Besluit 1. Het Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 vast te stellen.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 3 februari 2026; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier,
de voorzitter,
I.H.M. Smits
R.S. van Meygaarden
Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel De raad van de gemeente Boxtel Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025; besluit: vast te stellen het: Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel
Artikel 1 Aan de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel wordt onder vernummering toegevoegd: A Artikel 4.6 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen [Jeugdwet] 1. Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in ieder geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 2. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouders zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden.
3. In het onderzoek naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen betrekt het college in elk geval: a. de mogelijkheid tot het bieden van gebruikelijke hulp door ouder(s) en/of andere verzorger(s). Bij uitval van één van de ouders wordt daarbij als uitgangspunt genomen dat de andere ouder de gebruikelijke hulp overneemt. Dat geldt ook voor gescheiden ouders. Er wordt dan onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot het bieden van gebruikelijke hulp door de ouder waar de jeugdige niet woont; b. de mogelijkheid tot het bieden van bovengebruikelijke hulp door ouder(s) en/of andere verzorger(s) en in hoeverre zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden waarbij dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en er door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen ernstige financiële problemen in het gezin ontstaan; c. de mogelijkheid van ondersteuning vanuit het sociale netwerk Hiertoe behoren personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 4. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp niet uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft.
Hierbij houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de leeftijd van de jeugdige; b. de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; c. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; d. de mate van planbaarheid van de hulp; e. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. 5. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college in principe geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Er kan slechts, al dan niet tijdelijk, een individuele voorziening worden verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de eigen
mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders tekortschieten, omdat sprake is van: a. geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 6. Bij de beoordeling van het vijfde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouders hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouders maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouders om in een inkomen te voorzien. 7. Indien sprake is van hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, dan zijn de ouders allereerst verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt of de ouders de mogelijkheid hebben deze hulp te bieden. 8.
Het college verleent slechts een individuele voorziening bij bovengebruikelijke hulp in kortdurende situaties, als de ouders deze hulp gelet op de criteria zoals genoemd in lid 5 deze hulp redelijkerwijs niet kunnen bieden. 9. Bij de beoordeling in langdurige situaties weegt het college de volgende factoren: a. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; b. de mate van planbaarheid van de hulp; c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders;
d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige; e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden; f. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden; g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; h. het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; i.
de woonsituatie;
j.
de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet);
k. is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; l.
overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht; en
m. (dreigende) overbelasting. 10. Het college verleent slechts een individuele voorziening bij bovengebruikelijke hulp in langdurige situaties indien de afweging van factoren bedoeld in lid 9 dit redelijkerwijs noodzakelijk maakt. 11. Bij de afweging of sprake is van (dreigende) overbelasting bij (boven)gebruikelijke hulp neemt het college het volgende in aanmerking: a. er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige; b. als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen; c. het college beoordeelt wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen; en
d. als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten, dan wordt dit eerst van de ouder(s) verwacht. Het verlenen van hulp aan een jeugdige gaat voor op sociale/ maatschappelijke activiteiten. B Bij artikel 5.2.1 worden de volgende leden toegevoegd: 3: Vanaf een bedrag van € 15.000 bij woningaanpassingen zetten we in principe in op het stimuleren van verhuizing naar een geschikte woning, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om toch aan te passen. Het uitgangspunt van de gemeente blijft altijd maatwerk en de menselijke maat. 5: Het college kan een bouwkundige woningaanpassing - of een Pgb om een voorziening met dit doel in te kopen – bij verkoop van de woning door cliënt terugvorderen, voor zover door de bouwkundige aanpassing sprake is van een meerwaarde. Het college gaat daarbij uit van de waarde van de woning voor en na de aanpassing. Voor het bepalen van de waarde voor de aanpassing kan het college zich baseren op de verkoopprijs van de woning en een taxatierapport. Voor het bepalen van de waarde na verkoop kan het college zich baseren op de verkoopprijs van de woning, aangevuld met een taxatierapport door een door het college in overleg met de cliënt gekozen taxateur. De kosten van de taxatie zijn voor rekening van het college.
C Bij artikel 5.5 worden de volgende leden toegevoegd: 4: Indien de in lid 3 genoemde voorzieningen beschikbaar en passend zijn, worden geen aanvullende individuele vervoersvoorzieningen verstrekt. 5: Een scootmobiel wordt niet verstrekt indien er geen brandveilige stallingsmogelijkheid gerealiseerd kan worden bij de woning van de belanghebbende. 6: De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening gericht op woon-werk verkeer en zakelijk verkeer.
Artikel 2 De Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel wordt als volgt gewijzigd: A Het eerste lid van artikel 7.3.4: De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 417,- voor een alleenstaande; b. € 537,- voor een alleenstaande ouder; c. € 596,- voor gehuwden of samenwonenden.
Komt te luiden: De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 517,- voor een alleenstaande; b. € 664,- voor een alleenstaande ouder; c. € 739,- voor gehuwden of samenwonenden.
B Het eerste en het tweede lid van artikel 7.4.3: 1.De bijdrage bedraagt maximaal € 235,- per kalenderjaar per gezinslid dat 18 jaar of ouder is. 2.De bijdrage voor een gezinslid dat op de peildatum 3 jaar of ouder is en jonger dan 18 jaar, bedraagt maximaal € 335,-. Komt te luiden: 1.De bijdrage bedraagt maximaal € 243,- per kalenderjaar per gezinslid dat 18 jaar of ouder is. 2.De bijdrage voor een gezinslid dat op de peildatum 3 jaar of ouder is en jonger dan 18 jaar, bedraagt maximaal € 343,-. C Het eerste lid van artikel 10.6: 1.Deze verordening wordt genoemd: Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Boxtel. Komt te luiden: 1.Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Boxtel.
Artikel 3 In de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel wordt verwijderd: A Artikel 8.6 Vrijlating giften: 1.Een gift is geld, een goed of een dienst welke een inwoner ontvangt en waarbij geen sprake is van een tegenprestatie, wederdienst of verplichting. 2.Giften tot het bedrag van € 1.800 per kalenderjaar worden vrijgelaten. 3.Voor giften geldt een meldingsplicht. Artikel 4 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2026. 2. Dit besluit wordt aangehaald als ‘Besluit tot eerste wijziging van de Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel’.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 februari 2026,
De raadsgriffier,
I. Smits
De voorzitter,
R. van Meygaarden
Was Nieuw artikel
Wordt
4.6 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen [Jeugdwet] 1. Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in ieder geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 2. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouders zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. 3. In het onderzoek naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen betrekt het college in elk geval: a. de mogelijkheid tot het bieden van gebruikelijke hulp door ouder(s) en/of andere verzorger(s).
Bij uitval van één van de ouders wordt daarbij als uitgangspunt genomen dat de andere ouder de gebruikelijke hulp overneemt. Dat geldt ook voor gescheiden ouders. Er wordt dan onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot het bieden van
Toelichting Artikel 4.6 is toegevoegd
gebruikelijke hulp door de ouder waar de jeugdige niet woont; b. de mogelijkheid tot het bieden van bovengebruikelijke hulp door ouder(s) en/of andere verzorger(s) en in hoeverre zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden waarbij dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en er door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen ernstige financiële problemen in het gezin ontstaan; c. de mogelijkheid van ondersteuning vanuit het sociale netwerk Hiertoe behoren personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 4. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp niet uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Hierbij houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de leeftijd van de jeugdige; b. de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft;
c. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; d. de mate van planbaarheid van de hulp; e. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. 5. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college in principe geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Er kan slechts, al dan niet tijdelijk, een individuele voorziening worden verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders tekortschieten, omdat sprake is van: a. geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 6. Bij de beoordeling van het vijfde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouders hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouders maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige;
b. de duur van de inzet; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f.
de noodzaak van de ouders om in een inkomen te voorzien.
7. Indien sprake is van hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, dan zijn de ouders allereerst verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt of de ouders de mogelijkheid hebben deze hulp te bieden. 8. Het college verleent slechts een individuele voorziening bij bovengebruikelijke hulp in kortdurende situaties, als de ouders deze hulp gelet op de criteria zoals genoemd in lid 5 deze hulp redelijkerwijs niet kunnen bieden. 9. Bij de beoordeling in langdurige situaties weegt het college de volgende factoren: a. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; b. de mate van planbaarheid van de hulp; c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders; d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige; e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden;
f.
of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden;
g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; h. het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; i.
de woonsituatie;
j.
de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet);
k. is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; l.
overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht; en
m. (dreigende) overbelasting. 10. Het college verleent slechts een individuele voorziening bij bovengebruikelijke hulp in langdurige situaties indien de afweging van factoren bedoeld in lid 9 dit redelijkerwijs noodzakelijk maakt. 11. Bij de afweging of sprake is van (dreigende) overbelasting bij (boven)gebruikelijke hulp neemt het college het volgende in aanmerking:
a. er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige; b. als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen; c. het college beoordeelt wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen; en d. als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten, dan wordt dit eerst van de ouder(s) verwacht. Het verlenen van hulp aan een jeugdige gaat voor op sociale/ maatschappelijke activiteiten.
5.2.1 Woonvoorzieningen [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een woonvoorziening kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning niet (meer) mogelijk is. De woonvoorziening stelt de inwoner in staat de woning te bereiken en zich in en om de woning te verplaatsen. 2. Een woonvoorziening kan bestaan uit een verhuiskostenvergoeding. Dit is een vast
5.2.1 Woonvoorzieningen [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een woonvoorziening kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning niet (meer) mogelijk is. De woonvoorziening stelt de inwoner in staat de woning te bereiken en zich in en om de woning te verplaatsen. 2. Een woonvoorziening kan bestaan uit een verhuiskostenvergoeding. Dit is een vast geldbedrag
Artikel 5.2.1 is lid 3 en 5 toegevoegd
geldbedrag om de inwoner tegemoet te komen in de kosten van verhuizing en inrichting.
om de inwoner tegemoet te komen in de kosten van verhuizing en inrichting.
3. De gemeente verstrekt niet altijd hulp in de vorm van een woonvoorziening. De gemeente geeft geen hulp in de volgende situaties:
3. Vanaf een bedrag van € 15.000 bij woningaanpassingen zetten we in principe in op het stimuleren van verhuizing naar een geschikte woning, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om toch aan te passen. Het uitgangspunt van de gemeente blijft altijd maatwerk en de menselijke maat.
a. De inwoner woont niet het grootste deel van zijn tijd in de woning waar hij een voorziening voor vraagt. b. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt of de slechte staat van onderhoud van de woning. c. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekker woonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning of een onzelfstandige woning. d. De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte. e. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel
4. De gemeente verstrekt niet altijd hulp in de vorm van een woonvoorziening. De gemeente geeft geen hulp in de volgende situaties: a. De inwoner woont niet het grootste deel van zijn tijd in de woning waar hij een voorziening voor vraagt. b. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt of de slechte staat van onderhoud van de woning. c. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekker woonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning of een onzelfstandige woning. d. De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte.
meerkosten meegenomen kunnen worden. f.
Het gaat om een voorziening die in ieder geval gerenoveerd moet worden.
e. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. f.
g. De inwoner is verhuisd vanuit: i. een woonruimte die niet bestemd is om daar het hele jaar te wonen; of ii. vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. h. De inwoner verhuist naar: i. een Wlz-instelling of andere zorginstelling; ii. een woning die niet geschikt is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daarvoor vooraf schriftelijke toestemming heeft verleend. i.
De inwoner is verhuisd terwijl hiervoor geen aanleiding bestond op grond van zijn beperkingen en er was geen belangrijke reden voor verhuizing.
Het gaat om een voorziening die in ieder geval gerenoveerd moet worden.
g. De inwoner is verhuisd vanuit: i.
een woonruimte die niet bestemd is om daar het hele jaar te wonen; of
ii.
vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning.
h. De inwoner verhuist naar: i.
een Wlz-instelling of andere zorginstelling;
ii.
een woning die niet geschikt is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daarvoor vooraf schriftelijke toestemming heeft verleend.
iii.
De inwoner is verhuisd terwijl hiervoor geen aanleiding bestond op grond van zijn beperkingen en er was geen belangrijke reden voor verhuizing.
5. Het college kan een bouwkundige woningaanpassing - of een Pgb om een voorziening met dit doel in te kopen – bij verkoop van de woning door cliënt terugvorderen, voor zover door de bouwkundige
aanpassing sprake is van een meerwaarde. Het college gaat daarbij uit van de waarde van de woning voor en na de aanpassing. Voor het bepalen van de waarde voor de aanpassing kan het college zich baseren op de verkoopprijs van de woning en een taxatierapport. Voor het bepalen van de waarde na verkoop kan het college zich baseren op de verkoopprijs van de woning, aangevuld met een taxatierapport door een door het college in overleg met de cliënt gekozen taxateur. De kosten van de taxatie zijn voor rekening van het college.
5.5 Vervoer [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp kunnen krijgen als zij geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer of een vervoermiddel. 2. De hulp houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen, mensen kunnen ontmoeten en sociale verbanden aan kunnen gaan. Om vervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem
5.5 Vervoer [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp kunnen krijgen als zij geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer of een vervoermiddel. 2. De hulp houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen, mensen kunnen ontmoeten en sociale verbanden aan kunnen gaan. Om vervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met
Artikel 5.5 lid 4 tot en met 6 zijn toegevoegd
opgelost kan worden met collectief vervoer, voordat andere voorzieningen aan de orde kunnen komen. 3. De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening gericht op woon-werk verkeer en zakelijk verkeer.