CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

4 - Bijlage bij motivering_TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Domein aan de Dommel Fase 1_2026-05-06

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 17 juni 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Domein aan de Dommel fase 134.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

32

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 38. 34 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 269. 35 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 33

35 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

De landmijnen in gemeente Sint-Michielsgestel waren geruimd.36 [Historische context] 13 december 1946 In gemeente Sint-Michielsgestel werd een projectiel aangetroffen.37 [Locatie onbekend] 8 oktober 1947 In de Theerheide en op Haanwijk in Sint-Michielsgestel [Buiten onderzoeksgebied] werden twee granaten gevonden.38 [Precieze locatie onbekend] 7 november 1947 Bij een boerderij op E.201 (Theereheide 59) in Sint-Michielsgestel [Circa 700 m buiten onderzoekstracé] werd een granaat gevonden.39 27 oktober 1948 Op de Thereheide in Sint-Michielsgestel werden één panzerfaust en één handgranaat gevonden. In een sloot lag nog een fosforgranaat.40 [Locaties onbekend] 10 mei 1949 Op de Theerheide in Sint-Michielsgestel werd in een weiland een aantal fosformortieren gevonden.41 [Locatie onbekend] Augustus 1950 Op honderden adressen bevonden zich nog hulzen. E.68 (Theersestraat 56) [RAP_5008A] had nog een geweer en E.41 (Halderse Akkers 4) [Circa 900 m buiten onderzoeksgebied] nog drie granaathulzen.

Op E.165 ( Theereheide 8) [Circa 700 m buiten onderzoeksgebied] lagen nog granaten.42 21 maart 1951 Op E.69 (Theerestraat 101) in Sint-Michielsgestel lag een handgranaat in de tuin [RAP_510321A].43 30 mei 1952 Op de Theerheide E.216 (Theereheide 14) in Sint-Michielsgestel lag nog een granaat [Circa 700 m buiten onderzoeksgebied].44 5 december 1953 Op Theerheide 55 in Sint-Michielsgestel lag nog een granaat. [Circa 700 m buiten onderzoeksgebied].45 8 december 1965 Bij het Doveninstituut Theerestraat 52 was een handgranaat gevonden.46 [RAP_651208A] 22 juli 1969 Bij het verleggen van de Dommel in Sint-Michielsgestel werden twee granaten gevonden.47 [Locatie onbekend]

36

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 38 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 39 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 40 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 41 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 42 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 43 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 44 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 45 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 46 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 47 BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4. 37

36 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

3.7.1

Mijnenvelden In het mijnenveldarchief van de EOD zijn wel/geen indicaties aangetroffen dat er in het onderzoeksgebied mijnenvelden hebben gelegen. In onderstaande tabel zijn de voor het onderzoeksgebied relevante mijnenvelden uit het mijnenveldarchief van de EOD weergegeven.

Mijnenveldnummer

Soort

11SW/62

Schü-minen (Brits)

11SW/58G

10 granaten, 28 handgranaten, 6 nebelgranaten, 18 granaten 7.5 cm, 18 werpgranaten, 7 kardoesen 15 cm, 2 granaten 15 cm

Aantal gelegd Onbekend

Aantal geruimd 12

Datum geruimd 17-101945

Missend

Verklaring

Bijzonderheden

Onbekend

Niet duidelijk hoeveel er gelegd zijn

Geen

71

71

17-101945

0

Dit is geen mijnenveld, maar betreft een gearceerd gebied, dat door de MOD verdacht is verklaard vanwege de vele munitievondsten.

37 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

3.7.2

UO nummer

3.8

MORA's/UO's In het archief van de EODD zijn wel relevante MORA’s/UO’s aangetroffen. Het betreft veel granaten, KKM en één oefenbom. De schokbuis is in het onderzoeskgebied aangetroffen, de overige vondsten op minstens 80 meter buiten het onderzoeksgebied. In onderstaande tabel zijn de relevante MORA's/UO's weergegeven. Ligplaats

Datum

OO

Bijzonderheden

19711023

Schijndelseweg

1971-05-12

3x Granaat

Geen

19711661

Ceintuurweg 18

1971-08-10

1x Handgranaat

Geen

19711670

Schijndelseweg

1971-08-11

1x Brisantgranaat

Geen

19720521

Schijndelseweg 12

1972-03-18

1x Granaat

Geen

19764138

Kruissing Esscheweg/Hortensiastraat

1976-12-20

Geen

19831579

Schijndelseweg in tuin

1983-05-31

1x Brisantgranaat (3 inch, mortier) 1x Restant Oefenbom

19883029

Ruwenbergstraat

1988-10-14

4x KKM

Geen

19961375

Hazelaarstraat 26

1996-06-30

20x KKM (Diversen)

Geen

20021384

Theerestraat 42

2002-09-05

1x Schokbuis (117)

Geen

20060977

Azaleastraat 15

2006-06-17

1x Scherfhandgranaat (M75, zonder beugel, met slagpijp)

Naoorlogs

Geen

Luchtfoto-onderzoek 3.8.1

Keuze van de luchtfoto's Zoals beschreven staat in paragraaf 2.7 is de analyse van luchtfoto’s een essentieel onderdeel van het Vooronderzoek Conflictperiode OO. Voor elk onderzoek worden luchtfoto’s uit de collecties Wageningen UR (WAG), Kadaster (KAD) te Zwolle, Spoorwegmuseum te Utrecht, National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh, The National Archives (TNA UK) te Londen, de National Archives and Records Administration (NARA) en uit het Laurier Military History (LMH) Archive te Canada geraadpleegd en worden relevante luchtfoto’s (op basis van kwaliteit, schaal en beschikbaarheid van datum) besteld. De luchtfoto’s worden besteld op basis van de data van relevante oorlogshandelingen die zijn aangetroffen in de geraadpleegde literatuur en archieven (zie paragrafen 3.2 t/m 3.7). Hierbij is het uitgangspunt om een luchtfoto te bestellen die zo kort als mogelijk is genomen nadat de oorlogshandeling heeft plaatsgevonden, tot maximaal een half jaar nadien. Verstoringen in het landschap en/of aan bebouwing die zijn veroorzaakt door OO, zijn in veel gevallen na een half jaar niet meer zichtbaar. Dit geldt voornamelijk voor gebieden die intensief gebruikt worden, zoals stedelijk gebied, wegen, spoorlijnen en landbouwgronden.

De geraadpleegde luchtfoto’s uit de verschillende collecties worden vervolgens gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen, zoals schade aan het landschap/gebouwen, kraters, (sporen van) neergekomen vliegtuigen, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, geschut- of wapenopstellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het optimaliseren van de luchtfoto interpretatie wordt gedaan aan de hand van fotobestanden in TIFF in plaats van in JPG en het bestuderen van luchtfoto's in 3D, met de daarbij behorende 3D fotogrammetriesoftware en 3D apparatuur. De luchtfotodekking is te vinden in bijlage 4. In veel gevallen is er met name in de eerste jaren van de oorlog sprake van een leemte in de beschikbare informatie: van delen van het Nederlandse grondgebied is

38 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

onvoldoende dekking of de kwaliteit48 van de luchtfoto’s is matig tot slecht, waardoor eventuele indicaties van oorlogshandelingen niet of nauwelijks (meer) zichtbaar zijn. Deze leemte kan van invloed zijn op de uiteindelijke afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. 3.8.2

Classificatie Voor het classificeren van objecten op luchtfoto's zijn door de historisch onderzoekers en de twee luchtfoto-analisten de zogenoemde betrouwbaarheidsniveaus toegepast. Nadat de eerste luchtfoto analyse heeft plaatsgevonden wordt een tweede analist ingeschakeld die de luchtfoto(‘s) opnieuw interpreteert. Dit gebeurt onafhankelijk van de eerste luchtfoto analist, wat inhoudt dat de ingetekende indicaties in eerste instantie niet worden weergegeven in GIS. Pas bij het intekenen van de indicaties wordt gecontroleerd of dit afwijkt van de eerdere interpretatie. Bij discrepanties tussen ingetekende indicaties wordt er overlegd door de eerste en tweede luchtfoto analist (dit kan middels aantekeningen in GIS of in persoon). Wanneer de twee luchtfoto analisten het niet eens kunnen worden over een in te tekenen indicatie, en het raadplegen van een derde luchtfoto analist geen uitkomst biedt, dan krijgt deze indicatie de classificatie ‘mogelijk’ i.p.v. ‘waarschijnlijk’ of ‘bevestigd’. De classificatie ‘bevestigd’ wordt alleen gebruikt wanneer de indicatie is bevestigd door een tweede bron (de eerste luchtfoto interpretatie geldt niet als tweede bron). •

• •

Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50% of hoger). Het object is op de kaart ingetekend en indien van toepassing, afgebakend. Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object. Niet in alle gevallen kon op basis van de luchtfoto de oorzaak worden vastgesteld van een object in het landschap of in de bebouwing. Om een verklaring te kunnen geven voor het ontstaan van de verstoring is naar een oorzaak gezocht in de geraadpleegde literatuur en archieven. Indien er geen oorzaak kon worden vastgesteld, is het waargenomen object aangemerkt als 'mogelijk' (betrouwbaarheid lager dan 50%).

Voor het georefereren van luchtfoto's wordt gewerkt met ArcGIS. Er worden minimaal 10 punten (GCP’s, ground-controlepoints) gebruikt om de luchtfoto juist op de referentiekaart (Topo RD) te leggen. Om vervormingen op de luchtfoto’s te corrigeren wordt gebruik gemaakt de Second Order Polynomial transformatie-methode. Deze transformatie methode maakt het mogelijk om de luchtfoto waar nodig uit te rekken en te verbuigen. 3.8.3

Resultaten van de luchtfoto-analyse Voor het huidige onderzoek zijn de volgende luchtfoto’s geanalyseerd (zie tabel). In onderstaande paragrafen worden deze luchtfoto’s verder toegelicht.

Collectie

Sortie

Fotonr.

Datum

Kwaliteit

Schaal

Luchtfotodekking

KAD

193845Dnoord 106G2789 106G3002

590

1938

A

Onbekend

geheel

3156

11-091944 19-091944

A

10.000

A

9.500

Alleen westelijke deel niet Geheel

NCAP KAD

4207, 4208

Keuzeverantwoording Vooroorlogse situatie Situatie voor bevrijding 3D, Situatie voor bevrijding

Waargenomen bijzonderheden49 Geen Mangaten Niet definieerbare verstoringen

48

Verschillende definities van de luchtfotokwaliteit: A (goed), B (matig), C (slecht). Bij waargenomen bijzonderheden worden alleen bijzonderheden genoteerd wanneer deze voor het eerst op de betreffende luchtfoto te zien zijn. Indien bijzonderheden op een eerdere luchtfoto zijn waargenomen en op de daaropvolgende luchtfoto’s nog steeds waarneembaar zijn, worden deze bij deze latere luchtfoto’s niet wederom genoteerd als bijzonderheid. 49

39 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Collectie

Sortie

Fotonr.

Datum

Kwaliteit

Schaal

Luchtfotodekking

NCAP

106G2789

3234, 3235

15-101944

C

11.000

Alleen zuidelijke deel niet

NCAP

369-BS7052-21

106, 107

19-061945

B

40.000

Geheel

Keuzeverantwoording 3D, Situatie tijdens bevrijding, RAP_440919A Naoorlogs, RAP_441024A, RAP_441024C

Waargenomen bijzonderheden49 Geschutopstellingen, Geschutinslagen, Wapenopstelling, Loopgraaf Geen

Luchtfoto 1938 Er is een luchtfoto uit 1938 geraadpleegd om de vooroorlogse situatie van het onderzoeksgebied in kaart te brengen. De luchtfoto is van goede kwaliteit (A), heeft een onbekende schaal en dekt het volledige onderzoeksgebied. Er zijn geen bijzonderheden op de luchtfoto waargenomen. Luchtfoto 11 september 1944 De luchtfoto van 11 september 1944, zes jaar na de vooroorlogse luchtfoto, is geraadpleegd om de situatie voor de bevrijding in kaart te brengen. Dit was de eerste relevante beschikbare luchtfoto van goede schaal en kwaliteit die beschikbaar was. De luchtfoto is van goede kwaliteit (A), heeft een schaal van 1:10.000 en dekt het grootste deel van het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn mangaten op 200 meter afstand van het onderzoeksgebied waargenomen.

Afbeelding 9: Uitsnede van de luchtfoto van 11 september 1944 met daarop mangaten op circa 200 meter buiten het onderzoeksgebied. Bron: NCAP, sortienr. 106G-2789, fotonr. 3156, d.d.11-09-1944.

Luchtfoto’s 19 september 1944 De luchtfoto’s van 19 september 1944 zijn geraadpleegd om de situatie voor de bevrijding van het onderzoeksgebied te analyseren. De luchtfoto’s zijn van goede kwaliteit (A), hebben een schaal van 1:9.500 en dekken het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn vier niet definieerbare verstoringen op circa 15 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen. Het is niet bekend wat de verstoringen zijn, maar het zijn gezien de vorm en kleur geen bomkraters.

40 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Afbeelding 10: Uitsnede van de luchtfoto van 19 september 1944 met daarop vier niet definieerbare verstoringen op minstens 15 meter buiten het onderzoeksgebied. Bron: KAD, sortienr. 106G-3002, fotonr. 4208, d.d.19-09-1944.

Luchtfoto’s 15 oktober 1944 De luchtfoto’s van 15 oktober 1944 zijn geraadpleegd om de situatie tijdens de bevrijding te analyseren; alsmede om de gevolgen van een vliegtuigcrash op 19 september 1944 [RAP_440919A] in kaart te brengen. De luchtfoto’s zijn van slechte kwaliteit (C), hebben een schaal van 1:11.000 en dekken alleen de zuidelijke punt van het onderzoeksgebied niet. Op de luchtfoto’s zijn geschutopstellingen 10 meter buiten de grenzen van het onderzoeksgebied, een wapenopstelling en een loopgraaf op 44 meter buiten het onderzoeksgebied en geschutinslagen op 50 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen.

41 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Afbeelding 11: Uitsnede van de luchtfoto van 15 oktober 1944 met daarop geschutinslagen op 50 meter, geschutopstellingen op 10 meter en een loopgraaf en wapenopstelling op 44 meter buiten het onderzoeksgebied. Bron: NCAP, sortienr. 106G-2789, fotonr. 3235, d.d. 15-10-1944.

Afbeelding 12: 3D Uitsnede van de luchtfoto van 15 oktober 1944. Bron: NCAP, sortienr. 106G-2789, fotonr. 3234, 3235, d.d. 15-10-1944

42 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Luchtfoto’s 19 juni 1945 De luchtfoto’s van 19 juni 1945 zijn geraadpleegd om de situatie na de capitulatie in kaart te brengen; alsmede om de gevolgen van granaatinslagen in oktober 1944 [RAP_441024A, RAP_441024C] bij het onderzoeksgebied te analyseren. Er zit een hiaat ten aanzien van datums tussen de vorige luchtfoto’s en deze luchtfoto’s, die precies de bevrijdingsperiode beslaat. De luchtfoto’s van 19 juni 1945 warden de eerste luchtfoto’s sinds 15 oktober 1944 die beschikbaar waren. De luchtfoto’s zijn van matige kwaliteit (B), hebben een schaal van 1:40.000 en dekken het gehele onderzoeksgebied. Er zijn geen bijzonderheden op de luchtfoto’s waargenomen. 3.9

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • •

• •

•

•

•

•

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto’s van slechte kwaliteit zijn en het onderzoek vaak niet geheel dekken.

Bovendien waren er geen luchtfoto’s beschikbaar tussen 15 oktober 1944 en na de capitulatie in 1945, terwijl de meeste artillerie-gerelateerde gebeurtenissen in die periode plaatsvonden. Tot slot stonden er in de omgeving van het onderzoeksgebied veel bomen, die het zicht op de luchtfoto’s die wel geraadpleegd konden worden belemmerden; In en bij het onderzoeksgebied zijn op luchtfoto’s enkele niet definieerbare verstoringen waargenomen. Niet definieerbare verstoringen zijn verstoringen in het landschap waarvan de oorzaak niet kan worden vastgesteld. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied volledig kunnen verklaren; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied. Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve, net als luchtfoto’s, een momentopname weer.

De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor, tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven;

43 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

3.10 Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Op de A1 kaart (losbladig, bijlage 5) zijn ook de corresponderende unieke nummers weergegeven.

Afbeelding 13: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied Kentalis te Sint-Michielsgestel in de gemeente SintMichielsgestel.

44 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

4 ANALYSE GEGEVENS 4.1

Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied Kentalis te Sint-Michielsgestel (deels) verdacht of onverdacht op OO is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting: •

Verhoogde kans op OO: VERDACHT (bij specifieke meldingen van OO en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van OO) Geen verhoogde kans op OO: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).

•

Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. Als er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld voor elk van het op OO verdachte gebied: • • • • • • • • • 4.2

Indicaties en contra-indicaties van oorlogshandelingen; (Hoofd- en sub-) soort mogelijk aan te treffen OO; Kalibers/ gewichtsklasse van de mogelijk aan te treffen OO; Nationaliteit van de mogelijk aan te treffen OO; Verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO; Type ontstekingsinrichtingen voor de hoofdsoort afwerpmunitie; De hoeveelheid mogelijk aan te treffen OO; De horizontale afbakening van het verdachte gebied; De verticale afbakening van het verdachte gebied.

Indicaties en verdachte gebieden In de geraadpleegde bronnen zijn geen indicaties gevonden die erop wijzen dat in het onderzoeksgebied Kentalis in de gemeente Sint-Michielsgestel tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor mogelijk OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven. Daardoor is in (delen van) het onderzoeksgebied sprake van een verhoogde kans op de mogelijke aanwezigheid van OO. In de onderstaande tabel is weergegeven welke oorlogshandelingen hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied.

45 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

RAP-nummer RAP_441024A RAP_001 RAP_651208A

Indicatie Tussen 19 september en 24 oktober 1944 Een granaat kwam op de jongensspeelplaats van het instituut voor doven terecht en veroorzaakte veel schade aan onder meer de ziekenboeg. Ook werd de bestuurszaal een keer in deze periode geraakt door een granaat. [RAP_441024A] Duitse troepen gebruikten al enige tijd de boerderij van het Instituut als verblijfplaats. De toren van het hoofdgebouw werd als uitkijkpost gebruikt. [Historische context] Oktober 1944 Er was schade ontstaan aan Theerestraat E.90, het Doofstommeninstituut. 25 december 1945 In het instituut voor doven en stommen zat een Canadees hospitaal gevestigd. [Historische context] 8 december 1965 Bij het Doveninstituut aan Theerestraat 52 was een handgranaat gevonden.

Bron Kapteijns, Seegers, Oorlog en bevrijding, 51; BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 251; BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4.

Argumentatie Het Doofstommeninstituut is volgens de literatuur zeker twee keer geraakt door granaten in de periode 19 september-24 oktober 1944. Daarnaast is er een schademelding uit oktober 1944 die dit bevestigt. Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 zijn geen schade aan het gebouw of geschutkraters waargenomen, maar de luchtfoto is erg donker en het terrein staat vol bomen waardoor een goede interpretatie van de luchtfoto lastig is. De eerstvolgende luchtfoto is naoorlogs. Omdat er in andere bronnen wel indicaties gevonden zijn dat het gebouw zelf en het terrein die het onderzoeksgebied zijn gelegen, geraakt zijn door granaten, is er een verdacht gebied afgebakend. Daarnaast werd in 1965 in het onderzoeksgebied een handgranaat gevonden die mogelijk afkomstig is van de Duitse of Canadese troepen die lang in het onderzoekstracé gelegerd zijn geweest. Er is derhalve ook een verdacht gebied op mogelijk door deze troepen achtergelaten/gedumpte munitie afgebakend.

In de volgende paragrafen komen per verdacht gebied de horizontale afbakening, hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse/type, nationaliteit, ontstekingsinrichting, hoeveelheid en verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO aan bod, evenals de verticale afbakening van het verdachte gebied in het onderzoeksgebied. 4.3

Horizontale afbakening Aan de hand van de richtlijnen van het ‘Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse OO’ zijn de op OO verdachte gebieden vastgesteld en afgebakend. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 (CS-VROO) als richtlijn gehanteerd. Indien hiervan wordt afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de gemaakte keuzes onderbouwd. Aan de horizontale afbakening is door Bombs Away telkens een extra buffer van 5 meter aan de afbakening toegevoegd. Dit is het gevolg van het gebruik van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Luchtfoto’s wijken af van de daadwerkelijke situatie op de grond omdat een luchtfoto een vlakke weergave is van de bolling van de aarde en de cameralens niet altijd loodrecht op de aardoppervlakte was gericht. Om dit op te vangen is rondom de verdachte gebieden de bovengenoemde buffer van 5 meter toegevoegd. Bij de horizontale afbakening van de verdachte gebieden is de afbakening in meters weergegeven inclusief de genoemde buffer.

46 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Geschutinslagen [RAP_441024A, RAP_001, RAP_651208A] In de periode tussen 19 september en 24 oktober 1944 is het onderzoeksgebied getroffen door artilleriebeschietingen. Omdat er aan de hand van de luchtfotoanalyse niet bepaald kon worden waar de inslagen precies plaatsvonden is besloten om situationeel af te bakenen. De contouren van het terrein van het Doofstommeninstituut zoals dat in 1945 bestond zijn met een buffer van 5 meter voor georeferentieafwijking afgebakend als verdacht gebied. Militaire aanwezigheid Naast geschutmunitie is het gebied ook verdacht op Duitse en geallieerde hand- en geweergranaten, munitietoebehoren en KKM omdat zowel Duitse als Canadese troepen maanden op het terrein gelegerd zijn geweest en mogelijk munitie hebben gedumpt of achtergelaten. De vondst van de handgranaat in 1965 bevestigt dit. Daar deze troepen zich op het toenmalige terrein bevonden is dezelfde afbakening als bij de granaatinslagen gebruikt: De contouren van het terrein van het Doofstommeninstituut zoals dat in 1945 bestond zijn met een buffer van 5 meter voor georeferentieafwijking afgebakend als verdacht gebied.

Afbeelding 14: Verdacht gebied op geschutmunitie, hand- en geweergranaten, munitietoebehoren en KKM in het onderzoeksgebied Kentalis Sint-Michielsgestel in de gemeente Sint-Michielsgestel.

4.4

Gegevens aan te treffen OO Naast de aan te treffen hoofdsoorten en subsoorten OO zijn de hoeveelheden OO, de verschijningsvorm OO alsmede de kalibers/gewichtsklassen OO, nationaliteit OO en ontstekingsinrichtingen (bij afwerpmunitie) per indicatie vastgesteld, ook als aanwijzingen in de geraadpleegde bronnen ontbreken. Dit gebeurt dan op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Tabel ontstekers SB BB TB TSB MTB

= Schokbuis = Bodembuis = Tijdbuis = Tijdschokbuis = Mechanische tijdbuis

47 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

MTSB

= Mechanische tijdschokbuis

Geschutinslagen [RAP_441024A, RAP_001, RAP_651208A] De mogelijk aan te treffen geschutmunitie is waarschijnlijk alleen afkomstig van Canadese troepen, aangezien er geen indicaties zijn dat de Duitse troepen met geschut op het onderzoeksgebied geschoten hebben. De Canadese troepen schoten met geschutmunitie tussen de 6 pdr en 25 pdr. Deze kunnen dan ook mogelijk worden aangetroffen binnen het verdachte gebied. Hoofdsoort

Subsoort

Geschutmunitie

Brisant

Kaliber (nationaliteit) 6 pdr. t/m 25 pdr. (Brits/Canadees)

Ontsteker

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

SB; TSB

Enkele

Verschoten

MTB;

Militaire aanwezigheid Naast geallieerde geschutmunitie is het gebied ook verdacht op Duitse en geallieerde handen geweergranaten, munitietoebehoren en KKM omdat zowel Duitse als Canadese troepen maanden op het terrein gelegerd zijn geweest en mogelijk munitie hebben gedumpt of achtergelaten.

4.5

Hoofdsoort

Subsoort

Handen geweergranaten Munitietoebehoren KKM

n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Duits; Brits/Canadees

Ontsteker

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

n.v.t.

Enkele

Achtergelaten/gedumpt

Verticale afbakening In onderstaande tabellen is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen OO (per hoofdsoort) in het verdacht gebied weergegeven ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945). Indien mogelijk wordt de verticale afbakening uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP. De hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (in NAP) kon niet worden vastgesteld op basis van topografische kaarten. Op de kaart van 1956 ligt het maaiveld tussen de 4,4 en 6,3 meter +NAP. De hoogte van het huidige maaiveld (in NAP) kan worden vastgesteld in een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC). Bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort is specifiek rekening gehouden met minimaal gewicht en het kaliber/de diameter van OO alsmede de bodemopbouw. Geschutinslagen [RAP_441024A, RAP_001, RAP_651208A] De hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (in NAP) kon niet worden vastgesteld op basis van topografische kaarten. Op de kaart van 1956 ligt het maaiveld tussen de 4,4 en 6,3 meter +NAP. Er wordt uitgegaan van een Worst Case scenario waar het maaiveld 4,4 meter +NAP is. Het zwaarste kaliber dat mogelijk aangetroffen kan worden in het verdachte gebied is de 25 pdr. Deze valt in de categorie Houwitsermunitie tot 11 centimeter.

De bodem in het verdachte gebied bestaat volgens boringen op dinoloket.nl voornamelijk voornamelijk uit zand. Soort geschutmunitie kaliber

en

Veengrond

Kleigrond

Zandgrond

Kanonmunitie tot 6 cm

40 cm

30 cm

20 cm

Kanonmunitie 6 tot 9 cm

40-80 cm

30-65 cm

20-50 cm

Kanonmunitie 9 tot 13 cm

80-100 cm

65-80 cm

50-70 cm

Vlakbaan

Krombaan

48 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Mortiermunitie tot 6 cm

50 cm

40 cm

30 cm

Mortiermunitie 6 tot 9 cm

50-100 cm

40-90 cm

30-80 cm

Mortiermunitie 9 tot 13 cm

100-150 cm

90-130 cm

80-100 cm

Houwitsermunitie tot 11 cm

150 cm

100 cm

75 cm

Houwitsermunitie 11 tot 16 cm

150-225 cm

100-175 cm

75-150 cm

Houwitsermunitie 16 tot 25 cm

225-275 cm

175-225 cm

150-175 cm

Houwitsermunitie 25 tot 30 cm

275-325 cm

225-275 cm

175-225 cm

Raketten tot 8 cm

80 cm

60 cm

40 cm

Raketten 8 cm tot 15 cm

80-100 cm

60-80 cm

40-60 cm

Raketten 15 tot 21 cm

100-125 cm

80-100 cm

60-80 cm

Raketten 21 tot 33 cm

125-150 cm

100-125 cm

80-100 cm

(Grond-grond)raketten

Blijkens bovenstaande tabel is de maximale indringingsdiepte van houwitsermunitie tot 11 cm in zandbodem 0,75 meter minus maaiveld. Hoofdsoort Geschutmunitie

Verschijningsvorm Verschoten

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (circa 4.4 meter +NAP) De maximale diepteligging is 0.75 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog (circa 3.65 meter +NAP)

Militaire aanwezigheid De mogelijk achtergelaten of gedumpte munitie van de Duitse en Canadese troepen is niet verschoten, en zal de grond niet of nauwelijks zijn ingedrongen. Deze munitie en munitietoebehoren kunnen op en/of tot net onder het maaiveld Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Hoofdsoort Hand- en geweergranaten; Munitietoebehoren ; KKM

4.6

Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (circa 4.4 meter +NAP) De maximale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (circa 4.4 meter +NAP)

Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van OO in de bodem. In onderstaande afbeelding(en) zijn de veranderingen in het onderzoeksgebied aan de hand van een vergelijking van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog met een recent satellietbeeld en de tijdlijn van Kadasterkaarten op www.topotijdreis.nl getoond. Er is één en ander veranderd in de bebouwing van het verdachte gebied binnen het onderzoeksgebied. Op topografische kaarten is te zien dat er door de jaren heen veel veranderd in het verdachte gebied.

49 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Afbeelding 15: Vergelijking tussen het onderzoeksgebied in 1945 en op een huidig satellietbeeld. Bron: NCAP, sortienr. 369-BS-7052-21, fotonr. 106, d.d. 19-06-1945.

4.7

Aandachtsgebied De omgeving van het onderzoeksgebied Kentalis is vanaf circa 19 september 1944 meerdere keren beschoten door geallieerde artillerie. Er slechts één luchtfoto die in deze periode valt beschikbaar, en daar is door de kwaliteit en de aanwezigheid van bomen weinig op te zien. Wel zijn er veel munitievondsten gedaan in de wijde omgeving van het onderzoeksgebied, en ook de MOD heeft een groot gebied dat het huidige onderzoeksgebied overlapt gearceerd wegens de vele munitievondsten direct na de bevrijding van het gebied. Ondanks dat de locaties van granaatinslagen door gebrek aan luchtfoto’s niet gelokaliseerd kunnen worden, zijn er genoeg indicaties dat het terrein van het Doofstommeninstituut getroffen is door artilleriebeschietingen. In de geraadpleegde bronnen zijn geen directe aanwijzingen dat het gebied rondom het terrein van het Doofstommeninstituut ook getroffen is door artilleriebeschietingen. Echter, het ligt in de lijn der verwachting dat ook het omliggende gebied getroffen is door de artilleriebeschietingen. Door het ontbreken van concrete aanwijzingen voor granaatinslagen voor het gebied rondom het terrein van het Doofstommeninstituut kan er geen goede afbakening van het verdachte gebied worden vastgesteld.

Echter, de kans is aannemelijk dat ook in het gebied rondom het terrein van het Doofstommeninstituut blindgangers van geschutgranaat in de bodem aanwezig kunnen zijn. Naar aanleiding van deze kans is besloten om een aandachtsgebied af te bakenen dat het gehele onderzoeksgebied met uitzondering van het al verdachte gebied (het terrein van het Doofstommeninstituut) beslaat. In het aandachtsgebied dient gewerkt te worden volgens het OOO-protocol (zie bijlage 9).

4.8

Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn tevens indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar die niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. In de onderstaande tabel is per indicatie met RAP-nummer beargumenteerd waarom de indicatie niet heeft geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied.

50 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

RAP-nummer RAP_440919A

Gebeurtenis 19 september 1944 Om 17.20 uur crashte een Britse Short Stirling bommenwerper van 190 Squadron die aan een bevoorradingsmissie meedeed bij de Ruwenberg in SintMichielsgestel [RAP_440919A] nadat het geraakt was door FLAK. Alle acht de inzittenden kwamen om. Volgens een ooggetuige op de grond ontplofte een granaat of projectiel in het vliegtuig, wat voor brand zorgde. Het toestel zou nog tot de volgende avond branden en er waren voortdurend ontploffingen. De ORB’s noemen geen bewapening, aangezien het een bevoorradingsmissie betrof ging het waarschijnlijk om munitie en zuurstofflessen 24 oktober 1944 Theerestraat E.138 (Theerestraat 1), een café met woonhuis, liep schade op door oorlogshandelingen en door het laten springen van een brug

Bron SGLO, T4161 (25-062024); Beatus, Rond de bevrijding van het Instituut voor Doven, 8; TNA UK AIR 27/1154.

Argumentatie De luchtfoto van 19 september 1944 is gezien de schaduwen in de ochtend gemaakt, terwijl de crash eind van de middag plaatsvond, op de volgende luchtfoto van 15 oktober 1944 zijn geen sporen van de crash waargenomen. De genoemde locatie bevindt zich deels binnen en deels buiten het onderzoeksgebied, en is vrij groot. Omdat er te weinig concrete informatie over de crashlocatie is en de luchtfotoanalyse geen uitkomst bood is er geen verdacht gebied afgebakend.

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 251.

RAP_441024C

24 oktober 1944 Het boek van Kapteijn en Seegers zegt dat enkele weken na 17 september 1944 het afweergeschut tegenover het Instituut een Brits vliegtuig neerschoot, dat in een weiland achter het Instituut neerstortte en in brand vloog. Er ontplofte munitie en men kon er niet bij komen. Later zou het door Britten zijn geruimd

Kapteijns, Seegers, Oorlog en bevrijding, 50; SGLO, T4571 (08-072024); TNA UK AIR 27/1714.

RAP_002

Na 1 november 1944 Theerstraat 1 en 2 waren beschadigd geraakt

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 44.

De genoemde brug is op circa 175 meter buiten het onderzoeksgebied, het adres op circa 200 meter. Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 is de brug nog heel en is er geen schade in de omgeving waargenomen. De eerstvolgende luchtfoto is pas naoorlogs, en ook daar zijn geen bijzonderheden op waargenomen. Er zijn derhalve te weinig indicaties om een verdacht gebied afgebakend. De crash vond plaats na de laatste luchtfoto tijdens de oorlog van 15 oktober 1944. Op de naoorlogse luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. De precieze locatie en de nabijheid tot het onderzoeksgebied zijn niet bekend aangezien er veel weilanden rond het Instituut zijn, maar het toestel zou zijn geruimd; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. De genoemde adressen liggen op circa 200 meter buiten het onderzoeksgebied. Er is geen luchtfotodekking tot na de capitulatie en daarop is niks waargenomen. De aard

RAP_441024B

51 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

RAP-nummer

Gebeurtenis

Bron

RAP_003

Onbekende datum Theerestraat 60, 65 en 101 raakten beschadigd

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 251.

RAP_004

Onbekende datum Theerestraat 1, 2, 3, 4 en 18 raakten beschadigd.

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 251.

RAP_005

Onbekende datum Bij Theerestraat 54 lag munitie in de tuin

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4.

RAP_006

Bij Theerestraat 3 lag munitie in de grond

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4.

RAP_5008A

Augustus 1950 Op honderden adressen bevonden zich nog hulzen. E.68 (Theersestraat 56) [RAP_5008A] had nog een geweer

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4.

RAP_510321A

21 maart 1951

BHIC, toeg. nr. 5136, inv. nr. 4.

Argumentatie en oorzaak van de schade zijn ook niet duidelijk; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. De locatie van de genoemde adressen is niet geheel duidelijk, maar de Theerestraat loopt langs het onderzoeksgebied. Er is geen luchtfotodekking tot na de capitulatie en daarop is niks waargenomen. De aard en oorzaak van de schade zijn ook niet duidelijk; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. De genoemde adressen liggen op circa 200 meter buiten het onderzoeksgebied. Er is geen luchtfotodekking tussen 15 oktober 1944 en na de capitulatie en op die laatste is niks waargenomen. De aard en oorzaak van de schade zijn ook niet duidelijk; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. De genoemde munitie lag aan de straat die langs het onderzoeksgebied loopt en is hoogstwaarschijnlijk geruimd; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Wel heeft deze indicatie bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied. De genoemde munitie lag aan de straat die langs het onderzoeksgebied loopt en is hoogstwaarschijnlijk geruimd; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Wel heeft deze indicatie bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied De genoemde munitie lag aan de straat die langs het onderzoeksgebied loopt en is hoogstwaarschijnlijk geruimd; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend.

Wel heeft deze indicatie bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied De genoemde munitie lag aan de straat die langs het onderzoeksgebied

52 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

RAP-nummer

Gebeurtenis Op E.69 (Theerestraat 101) lag een handgranaat in de tuin

Bron

Geen

MORA

EODD archief

Geen

Mogelijk mijnenveld

EODD

Geen

Niet definieerbare verstoringen

Luchtfoto 19 september 1944

Geen

Militaire aanwezigheid

Luchtfoto’s 19 september en 15 oktober 1944

Argumentatie loopt en is hoogstwaarschijnlijk geruimd; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Wel heeft deze indicatie bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied Er is één MORA in het onderzoeksgebied aangetroffen, dit betrof een schokbuis. Op 80 meter buiten het onderzoeksgebied is een handgranaat gevonden. Ook op grotere afstand zijn KKM en brisantgranaten aangetroffen. De scherfhandgranaat die op circa 90 meter buiten het onderzoeksgebied is aangetroffen is naoorlogs. Daar de vondsten zijn geruimd is geen verdacht gebied afgebakend; wel hebben de vondsten bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied. Op de mijnenveldkaarten is een gearceerd mijnenveld ingetekend dat de helft van het onderzoeksgebied overlapt. Dit betekend dat de EOD het verdacht heeft verklaard in verband met de vele munitievondsten (geen mijnen) in de omgeving. Er is geen verdacht gebied afgebakend aan de hand van de kaart, wel heeft de kaart bijgedragen aan de afbakening van het aandachtsgebied. Op de luchtfoto van 19 september 1944 zijn drie niet definieerbare verstoringen op 14 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen. Het is onbekend wat deze zijn, maar het zijn geen bomkraters, mogelijk betreft het landbouwactiviteit. Er is geen verdacht gebied afgebakend. Op de luchtfoto van 19 september 1944 zijn mangaten op 200 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen.

Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 zijn wapenopstellingen en loopgraven op 44 meter

53 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

RAP-nummer

Gebeurtenis

Bron

Geen

Geschutopstellingen

Luchtfoto 15 oktober 1944

Geen

Geschutinslagen

Luchtfoto 15 oktober 1944

Argumentatie buiten het onderzoeksgebied waargenomen. Daar er geen indicaties van grondgevechten bij het onderzoeksgebied zijn en de stellingen op ruime afstand van het onderzoeksgebied liggen is er geen verdacht gebied afgebakend. Er zijn geschutopstellingen op 10 meter afstand van het onderzoekstracé waargenomen. De buffer van 5 meter waar deze mee afgebakend zou worden raakt het onderzoeksgebied niet, en er zijn ook geen watergangen of mangaten binnen 25 meter waargenomen waar geschutmunitie eventueel in gedumpt kon worden; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Op de luchtfoto van 15 oktober zijn drie geschutinslagen op ruim 50 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen. Als deze als verdacht zouden worden afgebakend zou de buffer het onderzoeksgebied niet raken; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO. 4.9

Leemten in kennis Op basis van de analyse van de gegevens zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: •

• • •

Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening

54 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

• •

te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de verticale afbakening. Bij de op afwerpmunitie verdachte gebieden ontbreken de benodigde gegevens om een betrouwbare en accurate verticale afbakening te geven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.

4.10 Bodembelastingkaart OO Op de Bodembelastingkaart OO is het verdachte gebied (horizontaal en verticaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven, gespecificeerd naar hoofdsoort OO. In overleg met de opdrachtgever is de verticale afbakening niet weergegeven op de kaart; voor gegevens over de verticale afbakening wordt verwezen naar paragraaf 4.5. In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO weergegeven. Deze kaart is ook losbladig, op A1-formaat (bijlage 6) aan dit Vooronderzoek Conflictperiode OO toegevoegd.

Afbeelding 16: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied Kentalis te Sint-Michielsgestel in gemeente SintMichielsgestel.

4.11 Verschillen met reeds uitgevoerd vooronderzoek In paragraaf 2.2 staat een overzicht van het reeds uitgevoerde vooronderzoek dat voor het huidige onderzoek geraadpleegd is. Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit dit onderzoek en de conclusies van het huidige rapport. Daar dit onderzoek het huidige gebied niet overlapt is er geen sprake van eventuele verschillen.

55 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Kentalis te Sint-Michielsgestel in de gemeente Sint-Michielsgestel is getroffen door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is derhalve VERDACHT op OO. Het gaat om de volgende indicaties: • •

Geschutinslagen [RAP_441024A, RAP_001, RAP_651208A] ; Militaire aanwezigheid

Aan de hand van deze indicaties zijn binnen de grenzen van het onderzoeksgebied de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke OO alsmede de horizontale en de verticale afbakening van het verdachte gebied vastgesteld. Ook is voor de hoofdsoort afwerpmunitie het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal vastgesteld. De conclusies staan in de onderstaande paragrafen beschreven.

5.2

5.1.1

Afbakening verdachte gebieden Het onderzoeksgebied is geraakt door artielleriebeschietingen. De contouren van het terrein van het voormalig Doofstommeninstituut, situatie Tweede Wereldoorlog, is verdacht op geschutmunitie. Geallieerde granaten van 6 pdr. tot en met 25 pdr. (verschoten) kunnen tot 0,75 meter minus maaiveld situatie Tweede Wereldoorlog (circa 3.65 meter +NAP) worden aangetroffen. Omdat er ook Duitse en later Canadese militairen in het instituut gelegerd zijn geweest kunnen er ook achtergelaten/gedumpte hand- en geweergranaten, munitietoebehoren en KKM (geallieerd/Duits) worden aangetroffen op het terrein tot net onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (circa 4.4 meter +NAP).

5.1.2

Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit dit rapport en de conclusies van een eerder uitgevoerde vooronderzoek. Dit onderzoek overlapt niet met het huidige onderzoeksgebied.

Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: • • •

• •

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om

56 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

•

•

•

•

•

• • •

• •

5.3

oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto’s van slechte kwaliteit zijn en het onderzoek vaak niet geheel dekken. Bovendien waren er geen luchtfoto’s beschikbaar tussen 15 oktober 1944 en na de capitulatie in 1945, terwijl de meeste artillerie-gerelateerde gebeurtenissen in die periode plaatsvonden. Tot slot stonden er in de omgeving van het onderzoeksgebied veel bomen, die het zicht op de luchtfoto’s die wel geraadpleegd konden worden belemmerden; In en bij het onderzoeksgebied zijn op luchtfoto’s enkele niet definieerbare verstoringen waargenomen. Niet definieerbare verstoringen zijn verstoringen in het landschap waarvan de oorzaak niet kan worden vastgesteld. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied volledig kunnen verklaren; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied.

Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve, net als luchtfoto’s, een momentopname weer. De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor, tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen.

Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de verticale afbakening. Bij de op afwerpmunitie verdachte gebieden ontbreken de benodigde gegevens om een betrouwbare en accurate verticale afbakening te geven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.

Advies Op basis van de resultaten van dit Vooronderzoek Conflictperiode OO en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk VERDACHT op OO.

57 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

5.3.1

Aandachtsgebied Het onderzoekstracé is aangemerkt als aandachtsgebied. Voor deze gebieden geldt dat tijdens het vooronderzoek OO wel aanwijzingen gevonden zijn dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, maar dat deze oorlogshandelingen niet hebben geleid tot een verdacht gebied. Dit vanwege het ontbrekende van locatie specifieke informatie en het ontbreken van bronnen die deze oorlogshandelingen bevestigen. Binnen het aandachtsgebied dient te worden gewerkt volgens het OOO-Protocol. Het OOO-Protocol houdt in het algemeen in dat, op het moment dat er tijdens de uitvoering van bodemingrepen onverwachts een verdacht object wordt aangetroffen, de werkzaamheden gestaakt dienen te worden en de opdrachtgever de politie moet inlichten. Het is van belang om voorafgaand aan de uitvoering van bodemingrepen binnen het aandachtsgebied het personeel in te lichten over deze situatie en ze te instrueren over hoe te handelen bij het spontaan aantreffen van een verdacht object in de bodem. In het geval dat er één OO wordt aangetroffen tijdens het uitvoeren van bodemingrepen in het aandachtsgebied kan dit (afhankelijk van de aangetroffen OO) worden beschouwd als een incidentele vondst. Nadat de EOD heeft vastgesteld welk soort en type OO er is aangetroffen, zal deze door de EOD geruimd worden.

Er dient bepaald te worden of de uitvoeringswijze van de bodemingrepen aangepast moet worden of dat er mogelijk aanvullende opsporingsmaatregelen dienen te worden genomen. Indien er twee of meer OO gevonden worden, dienen de (grond)werkzaamheden per direct gestaakt te worden. In samenspraak met de EOD, het Bevoegd Gezag en de aannemer dient gekeken te worden hoe de bodemingrepen verder uitgevoerd kunnen worden. De stappen die genomen dienen te worden om de uitvoering van de bodemingrepen veilig te laten verlopen zullen dan worden afgestemd. Welke OOOmaatregelen er getroffen dienen te worden, is afhankelijk van de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de OO alsmede de geplande bodemingrepen. Het aantreffen van één vliegtuigbom benodigd direct de zwaarste maatregelen, twee kleinkalibermunitie patronen aan de andere kant juist weer niet. Met andere woorden, of een spontane OOvondst gezien moet worden als een incident is niet zozeer afhankelijk van het aantal vondsten maar vooral van het object zelf en de historische context. Op basis daarvan wordt de afweging gemaakt of en welke maatregelen getroffen moeten worden.

5.3.2

Verdachte gebieden In de gebieden die VERDACHT zijn op OO wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen (grond-)werkzaamheden vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van OO. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. •

•

Het verplaatsen van de werkzaamheden buiten het verdachte gebied binnen de grenzen van het huidige onderzoeksgebied (in horizontale en/of verticale zin) indien dit mogelijk is. Worden de werkzaamheden buiten de grenzen van het onderzoeksgebied verplaatst dan wordt geadviseerd om een (nieuw) Vooronderzoek Conflictperiode OO uit te laten voeren voor de locaties waar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd; Het laten uitvoeren van een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) met een risicoanalyse (RA) OO, waarbij dit Vooronderzoek Conflictperiode OO als basis zal dienen. Het VNC heeft als doelstelling om de naoorlogse werkzaamheden binnen de verdachte gebieden nauwkeurig in beeld te brengen. Hierbij wordt gekeken naar reeds uitgevoerde naoorlogse afgravingen en/of verhogingen, indien alle naoorlogse werkzaamheden in beeld zijn kan een definitieve verticale afbakening worden opgesteld, pas hierna kan er gekeken worden of het mogelijk is de verdachte gebieden in verticale zin te passeren. De RA-OO heeft tot doelstelling het vaststellen en beoordelen van de risico’s van de in de verdachte gebiedenmogelijk aanwezige OO, gegeven de toekomstige werkzaamheden in het onderzoeksgebied. Daartoe worden de risico’s op schade en letsel ten gevolge van een accidentele werking van OO geïnventariseerd en beoordeeld. Tevens wordt op basis van een analyse van

58 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

•

5.3.3

de risico’s van OO voor de daadwerkelijke uitvoering van het project bepaald wat de meest geschikte opsporingstechniek of andere beheersmaatregelen zijn; Het direct laten uitvoeren van opsporingswerkzaamheden door een CS-OOO 50 gecertificeerd bedrijf. De opsporingstechniek is afhankelijk van de hoofdsoort OO en de diepteligging hiervan.

Advies voor het huidige onderzoeksgebied Gezien de vele grondroeringen die op topotijdreis.nl in het onderzoeksgebied zijn waargenomen wordt aangeraden op een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) te laten uitvoeren in het verdachte gebied.

Tot slot wordt aan de opdrachtgever aanbevolen om het rapport te overleggen aan de gemeente Sint-Michielsgestel. Aangezien er sprake is van de afbakening van een verdacht gebied, wordt hier conform de richtlijnen van het CS-VROO door Bombs Away melding van gemaakt bij de gemeente Sint-Michielsgestel.

50

Indien een gecertificeerd opsporingsbedrijf beschikt over een managementsysteemcertificaat OCE dat is afgegeven voor 1 januari 2021, behoudt dit certificaat zijn geldigheid voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat, mits de certificaathouder vanaf die datum voldoet aan de eisen van het huidige certificaatschema en de daarbij behorende bijlagen.

59 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

6 BIJLAGEN

60 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024

Bijlage 1

Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)

In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1. of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en zo ja; 2. hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; 3. horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; b. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; c.

Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. 2. Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a. indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 3. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a. Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); b. Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). c.

Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %). De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4. De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=b132e0b7-9f42-4bb0-997c-dd55d803a9f0