4 - Bijlage bij motivering_TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Domein aan de Dommel Fase 1_2026-05-06
Tekst van het document
61 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
a. De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie; b. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; c. Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken, zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. 5. De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a. Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; b. Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; c. Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? d. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd, dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. 6.
Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; b. De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. 7. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per hoofdsoort van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. b. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode.
Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares, 1210497-000, 2015), aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus, wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast, worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv. de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP, en als dat niet mogelijk is, wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII.
62 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
c.
Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt, op basis van het beschikbare bronnenmateriaal, de geografische tolerantie gerapporteerd en bij een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek, wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn, wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. d. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd.
63 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)
Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied, en zo ja, bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast, is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis, uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving
Militair object Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of OO, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag, al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest.
• of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.
64 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.
Dumplocatie van OO Indicatie
Dumplocatie van OO
Algemene omschrijving
Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van OO in water.
Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.
Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;
65 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Indicatie
Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de OO zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie
weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven of is/zijn ingedrongen in de bodem; • de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.
Artilleriebeschieting Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Artilleriebeschieting Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het soort en kaliber granaat; • de locatie van waar is geschoten; • de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; • de afstand waarover is geschoten; • de locaties en spreiding van granaatinslagen; • type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); • intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); • periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); • of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; • of er vooraf is ingeschoten; • of er OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de beschieting.
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Raketbeschieting door jachtbommenwerpers, in de Nederlandse praktijk doorgaans door Hawker Typhoons. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van raketinslagen, zoals gebleken uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal; • het aantal verschoten raketten per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde raketten; • informatie over de na de raketbeschieting door de autoriteiten geregistreerde blindgangers (indien beschikbaar); • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers;
66 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Indicatie
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers • het verwachte aantal blindgangers; • type jachtbommenwerper; • vliegrichting ten tijde van het afvuren van de raketten; • wijze van verschieten (het verschieten van alle raketten in één of meerdere salvo’s); • eventuele andere bekende gegevens over de toegepaste tactiek; • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de raket direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de beschieting, en zo ja, of deze OO een relatie heeft / hebben met de beschieting.
Bombardement met brisantbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brisantbommen Luchtaanval met inzet van brisante afwerpmunitie, inclusief clusterbommen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde bommen; • informatie over de na het bombardement door de autoriteiten geregistreerde blindgangers; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers. • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee); • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met het bombardement.
Bombardement met brandbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brandbommen Luchtaanval met inzet van afwerpmunitie met een brandlading. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal vermoedelijk afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar aangetroffen brandbommen na het bombardement, al dan niet uitgebrand; • informatie over schade veroorzaakt door brand in het kennelijk getroffen gebied; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers; • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp als clustermunitie); • informatie over de windrichting en -snelheid; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn geruimd/aangetroffen in het door het bombardement getroffen gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het bombardement.
Beschieting door vliegtuigen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Beschieting door vliegtuigen Beschieting door vliegtuigen met boordwapens/boordgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • type vliegtuig; • bewapening waarmee is beschoten; • of het een stilstaand of bewegend doel betrof; • de nauwkeurigheid van de locatie van het getroffen doel; • wijze van beschieten/toegepaste tactiek (waaronder afstand en hoek van het vliegtuig ten opzichte van het doel); • informatie over schade veroorzaakt door de beschieting; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de beschieting.
67 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Indicatie Algemene omschrijving
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Informatie dat op een specifieke locatie een vliegtuigbom is neergekomen die niet (geheel) in werking is getreden, zoals een situatieschets die in de nasleep van een bombardement door de bevoegde instanties is gemaakt. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het type vliegtuigbom en het gewicht; • de wijze van afwerpen/toegepaste tactiek; • de nauwkeurigheid van de informatie over het inslagpunt; • de vliegrichting; • de vliegsnelheid; • de afwerphoogte; • de ondergrondse offset; • schadebeeld; • de naoorlogse zoekacties.
Inslagpunt van een V1 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een al dan niet gedetoneerde V1 Gebied dat is getroffen door de inslag van een V1. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locatie van inslag; • de lanceerlocatie; • de afstand die de V1 heeft afgelegd voordat deze is ingeslagen; • het type V1; • of de V1 na inslag is gedetoneerd; • de verwachte en maximale offset van de V1 direct na inslag; • of de V1 al is geruimd; • de mogelijke bodemverontreiniging door bijvoorbeeld de aanwezigheid van benzeen en brandstof.
Inslagpunt van een V2 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Nog niet ingevuld in het CS-VROO
68 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 3
Zoektermen gemeente en provinciale archieven
Conform de richtlijnen van het CS-VROO wordt in gemeente en provinciale archieven gezocht naar relevante stukken van en direct na de periode 1940-1945. Bombs Away hanteert daarbij de volgende zoektermen: Zoek bij archiefinstellingen naar - Gemeentebestuur/secretarie van de gemeente - Luchtbescherming(sdienst) - Gemeentepolitie - Brandweer - Gemeentewerken - Documentatiecollectie Tweede Wereldoorlog - Schade-Enquête-Commissie - Gemeentelijk gas-/water-/elektriciteitsbedrijf - Militair Gezag - Provinciaal bestuur/Provinciale staten - Commissaris van de Koningin Zoektermen in inventarissen - Bom* (o.a. bom, bommelding, bomruiming, bomschade) - Mijn* (o.a. mijnenruiming, mijnenopruiming, mijnenveld) - Vlieg* (o.a. vliegtuig, vliegtuigcrash, vliegeraanval) - Berg* (o.a. berging van een toestel) - Wrak* (o.a. resten van een vliegtuigwrak) - Bunk* (o.a. bunker(s)) - Project* (o.a. projectiel) - Explos* (o.a. explosie, explosieven stoffen) - Munit* (o.a. munitie, munitieruiming, munitieopslag, munitieontploffing) - Ontplof* (o.a. ontploffing, ontplofbare stoffen) - Ruim* (o.a. ruiming, ruimen, ruimrapport) - Oorlog* (o.a. oorlog, oorlogsschade, oorlogsgeweld, oorlogshandelingen) - Schade* (schade, schademelding, schadebedrag, schadevergoeding) - Beschadi* (o.a. beschadiging) - Bevrijd* (o.a. bevrijding, bevrijdingsgevechten) - Bezet* (o.a. bezet, bezetting, bezetters) - Duits* (o.a.
Duits, Duitsland) - Geallieerd* (o.a. geallieerden, geallieerde eenheden) - Brit* (o.a. Britten, Britse eenheden) - Amerika* (o.a. Amerikanen, Amerikaanse eenheden) - Canad* (o.a. Canadezen, Canadese eenheden) - Grana* (o.a. granaat, granaatvuur, granaatinslag, granaatschade) - Verded* (o.a. verdediging, verdedigingswerk) - Lucht* (o.a. luchtbescherming, luchtbeschermingsdienst, luchtaanval, luchtverkeer) - Brand* (o.a. brandweer, brandmelding, brandrapport) - Gevecht* (o.a. gevechten, gevechtshandelingen) - Huis* (o.a. huisnummering) - Vernum* (o.a. vernummering) - Omnum* (o.a. omnummering) - Hernum* (o.a. hernummering) - Nummer* (o.a. nummers, nummering) - Dag* (o.a. dagrapporten luchtbeschermingsdienst) - Nacht* (o.a. nachtrapporten luchtbeschermingsdienst) - Rapport* (o.a. rapporten (omtrent OO-gerelateerde zaken)) - Schie* (o.a. schietoefening, beschieting) - Crash (o.a. crash van vliegtuigen) - V.1* of V1* (o.a. V.1 of V1-ruiming) - V.2* of V2* (o.a. V.2 of V2-ruiming)
69 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
-
Aanval* (o.a. aanval, aanvallen) Polit* (o.a. politionele rapporten, politie) Milit* (o.a. militaire aangelegenheden)
Overigen - Zoeken naar stukken uit de periode 1940-1945 - Zoeken naar archiefblokken uit de decennia na 1945
70 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 4
Dekking geraadpleegde luchtfoto’s
71 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
72 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
73 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 5
A1 Inventarisatiekaart (losbladig en digitaal)
74 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 6
A1 Bodembelastingkaart OO (losbladig en digitaal)
75 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 7
Certificaat ISO 9001:2015
76 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 8
Certificaat CS-VROO
77 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Bijlage 9
OOO-protocol en aandachtsgebieden
Tijdens het uitvoeren van het Vooronderzoek Conflictperiode Ontplofbare Oorlogsresten (hierna OO) zijn er geen feitelijkheden aangetroffen om het projectgebied verdacht op OO te kunnen verklaren. Binnen het projectgebied zijn er wel aanwijzingen gevonden dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, echter deze zijn niet te duiden. Om deze reden heeft (een deel van) het onderzoeksgebied (XXPXXX plaats, gemeente) de status ‘aandachtsgebied’ gekregen. Binnen het aandachtsgebied dient te worden gewerkt volgens het OOO-Protocol. Het OOO-Protocol houdt in het algemeen in dat, op het moment er tijdens de uitvoering van bodemingrepen onverwachts een verdacht object wordt aangetroffen, de werkzaamheden gestaakt dienen te worden en de opdrachtgever de politie moet inlichten. Het is van belang om voorafgaand aan de uitvoering van bodemingrepen binnen het aandachtsgebied het personeel in te lichten over deze situatie en ze te instrueren over hoe te handelen bij het spontaan aantreffen van een verdacht object in de bodem. In het geval dat er één OO wordt aangetroffen tijdens het uitvoeren van bodemingrepen in het aandachtsgebied kan dit worden beschouwd als een incidentele vondst. Nadat de EOD heeft vastgesteld welk soort en type CE er is aangetroffen, zal deze door de EOD geruimd worden.
Er dient nog wel gekeken te worden of de uitvoeringswijze van de bodemingrepen aangepast moet worden. Indien er twee of meer OO gevonden worden, dienen de bodemingrepen gestaakt te worden. In samenspraak met de EOD, het Bevoegd Gezag en de aannemer dient gekeken te worden hoe de bodemingrepen verder uitgevoerd kunnen worden. De stappen die genomen dienen te worden om de uitvoering van de bodemingrepen veilig te laten verlopen zullen dan worden afgestemd. Welke OOOmaatregelen er getroffen dienen te worden, is afhankelijk van de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de OO alsmede de geplande bodemingrepen. In de onderstaande flowchart zijn de te nemen stappen schematisch weergegeven. Daaronder staat een uitgebreide beschrijving van de handelswijze na het aantreffen van een verdacht object. Tevens zijn enkele voorbeelden van OO weergegeven om het herkennen van dergelijke objecten enigszins te vergemakkelijken. Het beoogde resultaten van dit OOO-Protocol zijn het op veilige wijze handelen bij het aantreffen van een verdacht object en het nemen van de juiste stappen, zodat daarna de bodemingrepen weer veilig en spoedig hervat kunnen worden.
78 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Toelichting OOO-Protocol Het OOO-Protocol beschrijft de stappen, die genomen dienen te worden bij het onverwachts aantreffen van een verdacht object. Hieronder zijn tevens de instanties beschreven die bij het onverwachts aantreffen van het verdachte object zijn betrokken, welke instanties het ruimen van een eventueel OO uitvoeren en hoe er in de uitvoeringsfase gehandeld dient te worden. De beschrijving van de handelswijze is opgedeeld in drie fasen: 1. Voor aanvang van de werkzaamheden; 2. Bij het aantreffen van een verdacht object; 3. Na het arriveren van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (verder EODD). Betrokken instanties Allereerst zijn de betrokken instanties beschreven. Aannemer Het personeel van de aannemer voert de werkzaamheden uit en zal daardoor in veel gevallen de vinder van het verdachte object zijn. Derhalve is de aannemer de instantie die ter plaatse de eerste veiligheidsmaatregelen neemt. Bevoegd Gezag De burgemeester van de gemeente waarbinnen het verdacht object wordt aangetroffen is het Bevoegd Gezag. Het Bevoegd Gezag is binnen de gemeente verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en dient als zodanig betrokken te worden in de besluitvorming omtrent een eventuele ruiming van een OO.
Namens Bevoegd Gezag kan een vertegenwoordiger optreden (bijvoorbeeld de ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid) maar veelvuldig wordt dit door de politie uitgevoerd. De politie is de instantie die ook als eerste ter plaatse komt na de binnengekomen melding. De politie zal dan telefonisch in contact treden met de EOD om een zo’n compleet mogelijke beschrijving van het verdachte object door te geven zodat de EOD kan bepalen hoe hoog de prioriteit is om direct in actie te komen. Explosieven opruimingsdienst Defensie (EOD) De EOD is de enige instantie in Nederland die gerechtigd is OO te ruimen. Indien een verdacht object een OO blijkt te zijn, draagt deze instantie zorg voor de ruiming en adviseert deze de politie en het Bevoegd Gezag over de te nemen stappen. Opdrachtgever De opdrachtgever voor de werkzaamheden is eindverantwoordelijke voor de veiligheid van de werknemers. Bij een spontane vondst van een verdacht object is de opdrachtgever in eerste instantie verantwoordelijk voor het in kennis stellen van de politie. Mocht dit door omstandigheden niet lukken neemt de aannemer deze taken over.
Protocol 1. Voor aanvang van de werkzaamheden Om de kans op ongelukken bij een onverwachte OO vondst te verkleinen, dient het uitvoerend personeel voorafgaand aan de werkzaamheden binnen aandachtsgebied middels een startwerkoverleg geïnstrueerd te worden. 2. Bij aantreffen van verdacht object Bij het aantreffen van een verdacht object worden de werkzaamheden gestaakt en de opdrachtgever in kennis gesteld van de vondst. Het object mag onder geen beding worden beroerd of verplaatst. De opdrachtgever dient na kennisneming het Bevoegd Gezag of diens vertegenwoordiger over de vondst te informeren. Tevens dient de opdrachtgever de lokale politie op de hoogte te stellen. Indien de opdrachtgever niet bereikbaar is, dient de aannemer de bovenstaande acties te ondernemen. Bij het melden van de vondst van een verdacht object dient tenminste de volgende informatie doorgegeven te worden:
79 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
• • • • • •
Naam, functie en telefoonnummer van de melder; De ligplaats van het object; Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.); Hoeveel objecten er zijn aangetroffen; Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object; (indien mogelijk) Een foto van het object.
Let er bij het vaststellen van de lengte, breedte en diameter van het object op dat daarbij het object niet beroerd wordt. Indien het niet mogelijk is om deze eigenschappen daardoor exact vast te stellen, dient er een schatting te worden gemaakt. De aannemer dient vervolgens er voor zorg te dragen dat de werkzaamheden in de directe omgeving van het object stilgelegd worden. Middels het plaatsen van afscherming dient tevens er voor gezorgd te worden dat het personeel of derden het object niet kunnen beroeren. Aanwezige personen dienen uit de omgeving van het object te worden verwijderd. Tenslotte zorgt de aannemer er in overleg met de politie voor dat het terrein wordt afgezet zodat onbevoegde personen geen toegang tot het terrein hebben. De politie geeft tevens de vondst van het verdachte object door aan de EOD. Voor de aanwezigen is het ten strengste verboden om informatie omtrent het verdachte object te delen met derden (bijvoorbeeld via de sociale media). 3. Na het arriveren van de EOD Na aankomst van de EOD op de locatie dienen de instructies van de medewerkers van de EOD strikt opgevolgd te worden. De EOD bepaalt, na een inspectie van het object op de vindplaats, welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Het vervolg van de handelswijze wordt door de EOD afgestemd met het Bevoegd Gezag en de politie. • •
Vondst blijkt geen OO: wanneer na identificatie van het aangetroffen object door de EOD blijkt dat het niet om een OO gaat, kunnen de werkzaamheden in overleg met de EOD weer worden hervat. Vondst blijkt wel een OO: indien het aangetroffen object inderdaad een OO betreft, worden door de EOD – in overleg met de politie en het Bevoegd Gezag – stappen genomen om het OO te ruimen. Nadat het OO geruimd is, dient in overleg tussen de opdrachtgever en EOD bepaald te worden of er sprake is van een incidentele vondst of van een verdacht gebied. o Incidentele vondst: de werkzaamheden kunnen weer worden hervat.
Verdacht gebied: de werkzaamheden blijven gestaakt. In samenspraak met de EOD, het Bevoegd Gezag en de aannemer dient gekeken te worden hoe de bodemingrepen verder uitgevoerd kunnen worden. De stappen die genomen dienen te worden om de uitvoering van de bodemingrepen veilig te laten verlopen zullen dan worden afgestemd.
80 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
Voorbeelden van OO (de afbeeldingen zijn niet in verhouding tot elkaar)
81 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
82 24P103 definitief rapport VO OO Kentalis Sint-Michielsgestel versie 1.0 d.d. 8 november 2024
574/938
Bijlage 22 Vooronderzoek Na-conflictperiode OO
575/938
Vooronderzoek Na-Conflictperiode en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten Projectgebonden Risico Analyse Kentalis Conventionele Explosieven Sint-Michielsgestel
Datum: Kenmerk:
19 december 2024 24P173 conceptrapport versie 1.0