1270953 Bijlage 2 Toekomst plan De Kleine Aarde.pdf
Tekst van het document
Andere partijen Ten tijden van het uitschrijven van dit plan, vinden nog gesprekken plaats met andere partijen waarvoor De Plaetse – Zuid interessant kan zijn. Hieronder de Boerenraad en ZLTO inbegrepen.
Bijlage 6.2 : Verklaring van deelname van de betrokken partijen
Een groot aantal wetenschappelijke partijen en kennisinstellingen heeft al in een eerder stadium hun medewerking schriftelijk toegezegd. Deze zijn terug te vinden in de volgende bijlagen:
Bijlage 6.2.a_Universiteit van Utrecht; Future Food Bijlage 6.2.b_Avans Hogeschool Bijlage 6.2.c_TU/e Bijlage 6.2.d_Universiteit van Utrecht; Instituties voor Collectieve Actie (ICA) Bijlage 6.2.e_Copernicus Instituut Bijlage 6.2.f_Imke de Boer; WUR Bijlage 6.2.g_CSSF Bijlage 6.2.h_Louis Bolk Instituut Bijlage 6.2.i_Platform Natuurlijke Veehouderij Bijlage 6.2.j_VKON
P.O. Box 80115, 3508 TC Utrecht
Herenboeren Nederland t.a.v. Geert van der Veer Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
Ons kenmerk Telefoon E-mail Website Datum Onderwerp
Faculty of Geosciences Copernicus Institute of Sustainable Development Visiting address
Princetonlaan 8a 3584 CB Utrecht The Netherlands
20-0907 +31 (0)30 253 6766 futurefood@uu.nl www.uu.nl 7 september 2020 Intentieverklaring oprichting kenniscentrum natuurgedreven landbouw
Geachte heer Van der Veer, Binnen de Universiteit Utrecht zorgt Future Food Utrecht voor de verbinding tussen onderzoekers van alle faculteiten die zich bezighouden met kennisontwikkeling voor duurzame, gezonde en eerlijke voedselproductie, en de culturele en sociale veranderingen die daarvoor nodig zijn. Future Food Utrecht fungeert als een virtueel platform waar wetenschappers en externe stakeholders door middel van transdisciplinair onderzoek en onderwijs bijdragen aan een transitie in de voedselketen die bijdraagt een duurzamere wereld. Deze doelstellingen sluiten naadloos aan bij de ambities van het op te richten kenniscentrum natuurgedreven landbouw. Wij ondersteunen de oprichting daarvan dan ook met veel enthousiasme. Wij geven hierbij een intentieverklaring voor de inhoudelijke opzet en ontwikkeling van het kenniscentrum en het leveren van een bijdrage aan de kennisbasis voor natuurgedreven landbouw in de volle breedte van de voor Future Food Utrecht relevante onderzoeksthema’s en het vinden van financiering daarvoor. Wij willen daarbij benadrukken dat wij belang hechten aan een inter- en transdisciplinaire benadering, waarbij kennisontwikkeling en -disseminatie het individuele (proef)bedrijf overstijgt, om zo een bijdrage te kunnen leveren aan een grootschalige transitie in de Nederlandse landbouw naar een voor de toekomst volhoudbaar model. Hoogachtend,
Prof. Dr. Marko Hekkert, Universiteit Utrecht | Faculteit Geowetenschappen Voorzitter Future Food Utrecht en directeur Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling
Expertisecentrum Sustainable Business Breda
Aan:Geert van der Veer Herenboeren Boxtel
Betreft
Intentieverklaring deelname
contactpersoon dr. Godelieve Spaas
kenniscentrum datum
telefoon 0653166685
01 juli 2020
e-mail ghj.spaas@avans.nl
Geachte heer van der Veer, Beste Geert Vanuit het ESB, Expertise Centrum Sustainable Business, van Hogeschool Avans zijn wij enthousiast over de plannen tot het oprichten van een kenniscentrum in Boxtel dat onderzoek doet naar voedselproductie op basis van de volgende drie principes: 1. Natuur gedreven 2. Sociaal verbonden 3. Economisch gedragen We onderschrijven de behoefte aan een dergelijk centrum gericht op de volle breedte van de landbouw, de sociale cohesie, de economie en de gezondheidsfactoren. Hierbij willen wij daarom de intentie afgeven voor: • Het meehelpen opzetten van het kenniscentrum, de organisatie en potentiële financiering; • Het initiëren van onderzoeken op het gebied van community farming en dan met name vanuit de economische en sociale kant, en die samen met andere instituten en mensen uitvoeren binnen het kenniscentrum. Daar hoort voor ons ook de disseminatie en praktijkvertaling bij, die breder kan zijn dan de landbouwsector. Met vriendelijke groet, Namens ESB
mw.drs. F.M. van Zon Manager Expertisecentrum
Bezoekadres:
Correspondentieadres: Postbus 90116 4800 RA Breda
Telefoon (088) 525 7500 avans.nl
Dhr. G. van der Veer Stichting Herenboeren Nederland Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
Datum 15 september 2020
TU/e innovation Space T +31 (0)40 247 6194 Secretariaat.innovationspace@tue.nl www.tue.nl
Betreft: Intentieverklaring deelname kenniscentrum Geachte heer van der Veer, Binnen TU/e innovation Space, het Center of Expertise voor Challenge Based Learning van de Technische Universiteit Eindhoven, zijn wij enthousiast over de plannen tot het oprichten van een kenniscentrum in Boxtel dat onderzoek doet naar voedselproductie op basis van de volgende drie principes: 1. Natuurgedreven 2. Sociaal verbonden 3. Economisch gedragen We onderschrijven de behoefte aan een dergelijk centrum gericht op de volle breedte van de landbouw, de technologie, de economie en de gezondheidsfactoren. Hierbij willen wij daarom de intentie afgeven voor: • •
Het meehelpen opzetten van het kenniscentrum, de organisatie en het nadenken over mogelijkheden tot potentiële financiering; Het initiëren en faciliteren van challenges, onderzoeken en aan robotcompetities deelnemende studententeams gericht op het ontwikkelen van prototypes van robots, drones en sensoren die kunnen helpen de nieuwe vormen van natuurgedreven, sociaal verbonden en economisch gedragen landbouw mogelijk te maken.
Met vriendelijke groet, namens TU/e innovation Space,
prof.dr.ir.arch. Isabelle M.M.J. Reymen Eindhoven University of Technology (TU/e) Scientific Director TU/e innovation Space
ir. Alfons W.J. Bruekers Eindhoven University of Technology (TU/e) Managing Director TU/e innovation Space
Page 1 from 1
Geadresseerde
Geert van der Veer Herenboeren Nederland Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
Faculteit Geesteswetenschappen Onderzoeksteam Instituties voor Collectieve Actie Prof. dr. T. de Moor Contactpersoon: dr. T. Duffhues Bezoekadres
Drift 6 3512 BS Utrecht Onze referentie Telefoon E-mail Website Datum Onderwerp
20200703/ATMD/01 06 21212442 a.t.m.duffhues@uu.nl www.collective-action.info www.collectievekracht.eu 03-07-2020 Intentieverklaring samenwerking Kenniscentrum Herenboeren
Geachte heer Van der Veer, beste Geert, Het onderzoeksteam Instituties voor Collectieve Actie (ICA) houdt zich bezig met vraagstukken rond de ontwikkeling en de werking van burgercollectieven in diverse maatschappelijke sectoren, onder meer voedsel, zorg, energie, wonen, werken. Onze expertise is multidisciplinair en verbindt kennis over het verleden met de vraagstukken van vandaag en morgen. Vanuit ICA hebben we herenboeren leren kennen als een buitengewoon creatief en innovatief burgercollectief op het gebied van voedsel. De keuze voor het coöperatieve karakter maakt Herenboeren extra interessant en relevant. ICA ziet de oprichting van een Kenniscentrum in Boxtel als een logische vervolgstap in de ontwikkeling van Herenboeren, vooral ook om de eigen principes en uitgangspunten in onderlinge samenhang praktisch uit te werken en te verdiepen. Vanuit die gedachte heeft ICA samen met Herenboeren een aantal onderzoeksthema’s geïdentificeerd die te maken hebben met opschaling, governance, community-vorming. Daarom spreekt ICA hierbij de intentie uit tot: samenwerken met Herenboeren om het Kenniscentrum op te zetten. leveren van een substantiële bijdrage aan de ‘body of knowledge’ van het Kenniscentrum door samen onderzoek te doen naar de hierboven genoemde onderzoeksthema’s die voor de doorgroei van Herenboeren als cooperatie / collectief relevant zijn. Hartelijke groet,
Prof. dr. T. de Moor Hoogleraar Instituties voor Collectieve Actie in historisch perspectief
geert@herenboeren.nl Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
Dijk, J. van (Jerry) <J.vanDijk2@uu.nl> woensdag 24 juni 2020 14:56 Herenboeren NL | Geert van der Veer (geert@herenboeren.nl) FW: deelname UU aan opzetten proefboerderij en kenniscentrum agro-ecologie
Beste Geert, Ik heb de ideeën voor proefboerderij/expertisecentrum met de voorzitters van Future Food Utrecht besproken. Beiden zijn enthousiast over het idee, maar willen uiteraard meer info over verwachte kosten en risico’s, in willen eigenlijk ook al een iets verder uitgewerkt idee zien (dus invulling van de slide die je stuurde). Voor details, zie mailwisseling hieronder. Daar vind je ook een risicoanalyse van mijn kant, misschien heb je daar ook wat aan voor gesprekken met andere partijen (dat je weet wat mensen bezig houdt). Ze willen het 13 juli verder bespreken in het MT. Kunnen wij ze een verder uitgewerkte slide sturen voor die tijd denk je? Groet, Jerry From: Soons, M.B. (Merel) <M.B.Soons@uu.nl> Sent: 24 June 2020 14:45 To: Dijk, J. van (Jerry) <J.vanDijk2@uu.nl>; Hekkert, M.P. (Marko) <M.P.Hekkert@uu.nl> Subject: Re: deelname UU aan opzetten proefboerderij en kenniscentrum agro-ecologie
Ha Jerry, Dank voor je mail. Ik vind het een interessant initiatief. Dit zou zeker iets voor FFU kunnen zijn. Ik twijfel even over hogerop in de organisatie, omdat er momenteel aan alle kanten op onze eigen proefboerderij, De Tolakker, bezuinigd wordt. Natuurlijk zou dit heel mooi zijn om aan te haken. Maar idd, de kosten, waar halen we die vandaan, plus er is het risico wat jij noemt (en ik deel dat) dat de onderzoeksvragen niet baanbrekend genoeg zijn voor UU wetenschappers. FFU MT is op 13 juli. Kan jij vóór die tijd 1) een inschatting geven van tijdspad/beslismomenten in dit proces, 2) een inschatting geven van het type onderzoek dat daar gedaan zou kunnen worden (welke faciliteiten/velden/diergroepen/disciplines/etc) en hoe dat aansluit bij onderzoek dat we op De Tolakker kunnen doen? Dat zou mij vast helpen. MhgM Prof. Dr. M.B. Soons, professor in Plant Dispersal Ecology and Conservation Ecology and Biodiversity group Institute of Environmental Biology, Biology Department, Utrecht University Padualaan 8, 3584 CH Utrecht, The Netherlands m.b.soons@uu.nl / +31-(0)30-253 6837 / https://www.uu.nl/staff/MBSoons # new papers on seed dispersal by water and a new method to predict plant species diversity dynamics
1
From: Dijk, J. van (Jerry) <J.vanDijk2@uu.nl> Sent: Tuesday, June 23, 2020 15:34 To: Hekkert, M.P. (Marko) <M.P.Hekkert@uu.nl> Cc: Soons, M.B. (Merel) <M.B.Soons@uu.nl> Subject: RE: deelname UU aan opzetten proefboerderij en kenniscentrum agro-ecologie Hoi Marko, Leuk om te horen dat je in principe enthousiast bent. Inschatting nu (maar op basis van natte vinger) rond de 15.000 (maar hou rekening met een grote marge daaromheen) per jaar. Afhankelijk van aantal partners en hun commitment. Eigenlijk zouden we LNV zo gek moeten zien te krijgen dat ze hier structureel in investeren. Disclaimer is wel dat dit een eerste idee is voor een specifieke financiële constructie, iets anders is ook mogelijk (kunnen we zelf ook voorstellen als we iets anders beter voor ons zien). Enkele risico’s zoals ik die nu kan inschatten: als het helemaal niet goed lukt betaalde projecten van de grond te krijgen ben je dit ieder jaar kwijt. Hangt ook sterk af van energie van overige partijen of we dit als co-financiering in kunnen brengen in voorstellen, hangt sterk af van de organisatievorm en de rol van de kennisinstellingen daarin. Daar moeten we scherp op blijven en dat goed laten uitzoeken.
Die projecten binnenhalen zal een hoop tijd kosten, maar het voordeel is dat er veel anderen meewerken die daar ook energie in steken en projecten binnenbrengen waar je als partner op kan instappen Men wil heel graag de boeren in de lead houden in het bepalen van de onderzoeksvragen, sterk vanuit de praktijk aangestuurd dus. Risico voor universiteiten is dat dat mogelijk wetenschappelijk weinig interessants oplevert. Daar staat tegenover dat wij ook onze eigen projecten binnen kunnen halen via NWO en die kunnen koppelen, en we er altijd het gesprek met de boeren over aan kunnen gaan (dat is ook expliciet de bedoeling, zodat het onderzoek zowel relevantie en kwaliteit oplevert). Overige financiële en organisatorische risico’s zijn denk ik goed af te dekken door goede afspraken te maken en vast te leggen met de andere clubs die instappen. Wanneer is jullie volgende MT, na indienen weerwoord waarschijnlijk ;) ? Ik vraag het omdat het proces over de pacht al begint te lopen. Vriendelijke groet, Jerry From: Hekkert, M.P. (Marko) <M.P.Hekkert@uu.nl> Sent: 23 June 2020 15:18 To: Dijk, J. van (Jerry) <J.vanDijk2@uu.nl> Cc: Soons, M.B. (Merel) <M.B.Soons@uu.nl> Subject: Re: deelname UU aan opzetten proefboerderij en kenniscentrum agro-ecologie Hoi Jerry, Dank voor je lange lange mail :) Ik zal met Merel overleggen op onze volgende MT van FFU. Ik sta er wel positief in.
Kan je een wat preciezere inschatting geven van het financiële commitment / risico’s? Max 10.000 per jaar? 2
Groet, Marko Prof. Dr. Marko P. Hekkert | Chairman Copernicus Institute of Sustainable Development | Chairman Future Food Utrecht | Utrecht University | Princetonlaan 8a, 3584 CB Utrecht | Vening Meinesz building A, Room 7.88 | tel: + 31 30 253 1625 | https://www.uu.nl/staff/mphekkert
On 23 Jun 2020, at 15:04, Dijk, J. van (Jerry) <J.vanDijk2@uu.nl> wrote: Beste Marko en Merel, Sorry voor de lange mail, maar mijn vraag heeft wat introductie en achtergrond nodig. Zoals jullie weten, werk ik al een tijdje samen met een groep natuurinclusieve/agro-ecologische boeren (min of meer aangevoerd door Herenboeren) aan het opbouwen van een kennisbasis voor natuurinclusieve landbouw, o.a. gefinancierd door het Ministerie van LNV. In dat proces hebben we wel eens besproken dat er eigenlijk een kenniscentrum met proefboerderij zou moeten komen, waar innovatieve natuurinclusieve methoden en technieken in een praktijksetting kunnen worden getest en waar kennisvragen uit de praktijk kunnen worden onderzocht. De mogelijkheid om zo’n plek te realiseren is ineens heel concreet geworden. Bij de Herenboerderij in Boxtel komt zo’n 80 ha land beschikbaar die ze kunnen pachten en waar zij zo’n kenniscentrum zouden mogen opzetten van de stichting die de grondeigenaar is. Uitwerk- en lesruimten kunnen vlakbij in Boxtel op de Kleine Aarde gerealiseerd worden. Herenboeren wil deze kans met beide handen aangrijpen. Men is nu op zoek naar commitment van boeren en wetenschappers om vanuit een kenniscoalitie zo’n kenniscentrum te gaan opzetten. Vanuit de boeren is via Caring Farmers al grote belangstelling (enkele tientallen).
Aan de kenniskant wil men heel graag de UU hierbij blijven betrekken. Andere (beoogde) partners zijn o.a. het Louis Bolk Instituut, de TU Eindhoven en de HAS. Over de WUR wordt om begrijpelijke reden nog een beetje getwijfeld. Ik denk dat dit een unieke kans is voor de UU om zich vanuit verschillende disciplines verder op natuurinclusieve landbouw en agro-ecologie te gaan profileren. Er is naast ecologische en agronomische (inclusief diergezondheid en -welzijn) kennis ook sterk behoefte aan kennis over sociale en economische aspecten van deze vorm van landbouw, wat ook expliciet onderdeel moet worden van het onderzoeksprogramma. Daarnaast is integratie en analyse van trade-offs tussen die verschillende zaken belangrijk. Het kan dus voor verschillende faculteiten kansen bieden, en sluit ook heel mooi aan op de aandachtsgebieden van Future Food. Afhankelijk van de eigendoms- en beheerconstructie kan gebruik van een dergelijke faciliteit ook als co-financiering in NWO en TKI aanvragen worden ingebracht, wat de kansrijkdom van dergelijke aanvragen zou kunnen verhogen. Ambitie is ook om aan te sluiten bij andere boerderijen waar experimenten worden gedaan. Zo is er o.a. in de Achterhoek al een boerderij die eigendom van 50 boeren is, waar alleen maar geëxperimenteerd wordt.
Zo kun je ook onderzoekslocaties op verschillende plekken en vanuit verschillende sectoren inbrengen in een voorstel. Het biedt ook hele mooie kansen voor onderwijs, zowel voor thesissen en research projects als voor cursorisch onderwijs, omdat je een vaste plek hebt waar je ieder jaar heen kunt. Tot slot, als de WUR 3
meedoet tenminste, kan het een heel mooi vehikel zijn om de strategische samenwerking tussen UU, TU/e en WUR verder vorm te geven. Er wordt uiteraard ook nagedacht over hoe dit gefinancierd moet gaan worden. Er wordt nagedacht over een constructie waarbij dekking van de pacht-, huur- en beheerkosten uit geacquireerde projecten en exploitatie van de kennisdatabank bekostigd gaan worden, en waarbij de kenniscoalitie van boeren en wetenschappelijke instituten borg staat voor die kosten, dus als er te weinig geld wordt binnengehaald via projecten, zullen die de niet-gedekte kosten voor hun rekening nemen. Hoe groter de coalitie, hoe lager de kosten per partner. In een heel prille inschatting zou het in totaal gaan om enkele honderden euro’s per boer, en enkele duizenden euro’s per kennisinstelling per jaar. Ik heb namens de UU/Copernicus in ieder geval al belangstelling uitgesproken, maar de vraag is nu of we ook bereid zijn om een sterker commitment uit te spreken, wat inhoudt dat we dan ook actief mee gaan doen om dit van de grond te krijgen, dus aan de coalitievorming en het vormgeven van de praktische en financiële afspraken gaan bijdragen. Als de UU commitment uitspreekt, kan dat ook helpen om andere partners aan boord te krijgen.
Diverse boeren, het Louis Bolk instituut en TU/e hebben dat commitment al uitgesproken, en ook het Platform Natuurlijke Veehouderij (dierenartsen) heeft grote belangstelling. Dit is natuurlijk allemaal nog wat weinig concreet uitgewerkt op dit moment, maar ik denk dat de algemene lijn van het idee en de vooruitzichten duidelijk zijn. Ik wil dit vanwege de tijd die interne processen hiervoor vaak vragen en de snelheid die het externe proces nodig heeft toch nu al agenderen. Mijn vraag aan jullie is tweeledig: 1) vinden we dit interessant genoeg om hier achteraan te gaan en energie in te steken? 2) Als dat zo is, hoe kunnen we dan zorgen voor voldoende borging binnen de UU en op welk niveau? Financiering FFU is beperkt en eindig, dus borging moet of op hoger niveau, of op het niveau van individuele departementen die hier mee verder zouden willen. Hoe pakken we dat het beste aan en bij wie moeten we hiervoor aankloppen? Vriendelijke groet, Jerry Dr. Jerry van Dijk | Assistant professor Restoration Ecology and Biodiversity Conservation; Future Food Ambassador | Environmental Sciences, Copernicus Institute of Sustainable Development | Faculty of Geosciences | Utrecht University | Princetonlaan 8a, 3584 CB Utrecht | Room 8.64 | P.O. Box 80115, 3508 TC Utrecht | + 31 30 253 4410 | j.vandijk2@uu.nl | http://www.uu.nl/staff/JvanDijk2 |
4
geert@herenboeren.nl Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
geert@herenboeren.nl donderdag 25 juni 2020 22:07 'Boer, Imke de' RE: samenwerking
THNX! Van: Boer, Imke de <imke.deboer@wur.nl> Verzonden: donderdag 25 juni 2020 21:59 Aan: geert@herenboeren.nl Onderwerp: RE: samenwerking Prima! I am in
.
From: geert@herenboeren.nl <geert@herenboeren.nl> Sent: Thursday, June 25, 2020 9:35 PM To: Boer, Imke de <imke.deboer@wur.nl> Subject: RE: samenwerking Hoi Imke, Het spijt me, maar morgen zit mijn agenda helemaal vol. Ik beschouw deze mail als een officiele intentieverklaring om mee te willen doen (mag dat?) en dan spreken we elkaar na onze vakanties (ik ben 17 augustus weer terug). Mag ik je mail zien als een officiele inentie? Fijne vakantie! Geniet ervan. Geert Van: Boer, Imke de <imke.deboer@wur.nl> Verzonden: donderdag 25 juni 2020 21:26 Aan: geert@herenboeren.nl Onderwerp: RE: samenwerking Hoi Geert. Ik ben vanaf morgen 5 weken op vakantie? Lukt het morgen om 12.30 uur? In de middag ben ik al weg? Wil graag meedoen! En willen ook nog steeds een damesboerderijn opzetten in Wageningen.
Verzonden vanaf mijn Samsung Galaxy-smartphone.
-------- Oorspronkelijk bericht -------Van: geert@herenboeren.nl Datum: 25-06-20 20:38 (GMT+01:00) 1
Aan: "Boer, Imke de" <imke.deboer@wur.nl> Cc: secretariaat@herenboeren.nl Onderwerp: samenwerking Beste Imke, Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Stichting Herenboeren NL is bezig met de voorbereiding van een groot internationaal project wat we zowel gaan indienen bij LIFE als aanmelden voor de EU Green Deal. Onderdeel daarvan is de stichting en programma van een proefboerderij van 80 ha in Boxtel. We willen de proefboerderij in handen geven van boeren. Stichting Caring Farmers i.o. heeft daarin al toegezegd mee te willen doen. Ook het platform natuurlijke veehouderij doet mee. Inmiddels zijn er verbindingen gemaakt het de boeren die opteren voor het overnemen van De Marke en liggen er lijntjes via AgriFood Capital naar De Peel. Drie proefboerderijen in handen (hetzij aankoop, hetzij pacht) van boeren: zuivel bij De Marke, natuurinclusief vanuit de bestaande sector in de Peel en nieuwe agroecologische, permacultuur, agroforestry, Herenboeren landbouw in Boxtel. We willen een kennisconsortium koppelen aan de uitvoering van onderzoek (vraagarticulatie bij de boeren !). Hiervoor hebben inmiddels intentioneel hun medewerking toegezegd: Louis Bolk Instituut en Copernicus Instituut. Ook HAS Den Bosch wil meedoen (bij monde van Dick Pouwels, telefonisch overleg van vanmorgen) en ook de TU/e heeft eerder aangegeven betrokken te willen zijn.
In mijn ogen mag jij niet ontbreken! Ik praat daarover graag op korte termijn (uiterlijk begin volgende week) een uurtje met je door via zoom. Vind je het goed dat Dorien daarvoor een gaatje zoekt in onze agenda’s? Met vriendelijke groeten, Geert van der Veer Stichting Herenboeren NL
E geert@herenboeren.nl T 06-109 605 31 W www.herenboeren.nl Post- en Bezoekadres Boxtel Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
2
CSSF Dorpsplein 9 5386 CL Geffen 0617600016 n.schouten@cssf.nl www.cssf.nl Geert van der Veer Herenboeren Nederland Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
Geffen, 26 augustus 2020
Betreft: Intentieverklaring deelname kenniscentrum Geachte heer van der Veer, Beste Geert Als co-founders van CSSF zijn wij enthousiast over de plannen tot het oprichten van een kenniscentrum in Boxtel dat onderzoek doet naar voedselproductie op basis van de volgende drie principes: 1. Natuurgedreven 2. Sociaal verbonden 3. Economisch gedragen We onderschrijven de behoefte aan een dergelijk centrum gericht op het versnellen van de transitie naar een duurzaam voedselsysteem, met als een van de speerpunten de inrichting van een technologieprogramma dat vorm geeft aan de ontwikkeling van nieuwe technologietoepassingen die de introductie van nieuwe natuurgedreven teelttechnieken en de monitoring van de impact op bodemkwaliteit en biodiversiteit technisch mogelijk en qua arbeidsinzet haalbaar maken. Hierbij willen wij daarom de intentie afgeven voor:
• •
•
Het bieden van ondersteuning aan het opzetten van en de organisatie van het kenniscentrum en waar mogelijk helpen bij het vinden van financiering voor het kenniscentrum Het initieren en faciliteren van studentencompeteties op het agrofooddomein waarbij het Herenboeren kenniscentrum als thuisbasis zal dienen. Het zwaartepunt van deze challenges zullen liggen op het vlak van robotisering van nieuwe concepten van natuurgedreven landbouw die sociaal verbonden en economisch gedragen geimplementeerd kunnen worden. Het initieren en organiseren van (inter)nationale landbouwrobotcompetities waaraan studententeams en teams van (young) professionals kunnen deelnemen met hun prototypes.
Met vriendelijke groet, Namens CSSF, Marius Monen, co-founder Nico Schouten, co-founder
Aan: Geert van de Veer Herenboeren Boxtel Betreft: intentieverklaring deelname proefboerderij / kenniscentrum Bunnik, 30 juni 2020 Beste Geert, Vanuit het Louis Bolk Instituut zijn wij enthousiast over de plannen tot het oprichten van een proefboerderij danwel kenniscentrum natuurgedreven landbouw in Boxtel. Wij onderschrijven de behoefte aan een dergelijk centrum gericht op de volle breedte van de landbouw, de sociale cohesie, de economie en de gezondheidsfactoren. In het midden en noorden van het land zijn er al dergelijke ontwikkelingen die gericht zijn op de verbreding van de huidige gespecialiseerde landbouw op klei. Op zandgronden is er een dergelijk centrum nog niet. Hierbij willen wij daarom de intentie afgeven om: -
Het meehelpen opzetten van het kenniscentrum, de organisatie en potentiele financiering;
-
Het initiëren van onderzoeken op bovengenoemde gebieden die samen met andere instituten uitgevoerd gaan worden in het kenniscentrum. Daar hoort ook de disseminatie en praktijkvertaling bij.
Proefboerderijen vergen een goede beheerder en lange termijn commitment voor de infrastructuur zodat het onderzoek ook gegarandeerd kan plaatsvinden. Met vriendelijke groet,
Prof. Dr. Ing. Jan Willem Erisman Directeur - bestuurder
Almstein 5 3328 MP Dordrecht. Tel. 078-618 33 97 Aan de heer G. van de Veer, Herenboeren Boxtel. Betreft: intentieverklaring deelname proefboerderij / kenniscentrum Dordrecht, 19 augustus 2020. Geachte heer van de Veer, Hartelijk dank voor de prettige ontvangst deze week en de bijzonder duidelijke uiteenzetting van de plannen met betrekking tot de proefboerderij en het kenniscentrum. Als besproken willen wij graag participeren in deze plannen. Wij onderkennen de behoefte aan een dergelijk centrum gericht op de volle breedte van de landbouw, de sociale cohesie, de economie en de gezondheidsfactoren. In het midden en noorden van het land zijn er al dergelijke ontwikkelingen die gericht zijn op de verbreding van de huidige gespecialiseerde landbouw op klei. Op zandgronden is er een dergelijk centrum nog niet. Hierbij willen wij daarom de intentie afgeven om: - Het meehelpen opzetten van het kenniscentrum, de organisatie en potentiële financiering; - Het initiëren van onderzoeken op bovengenoemde gebieden die samen met andere instituten uitgevoerd gaan worden in het kenniscentrum. Onze organisatie heeft kennis bundelen, ontwikkelen en ontsluiten als belangrijkste doelstelling voor de toekomst geformuleerd. Graag willen wij een bijdrage leveren in de ontwikkeling van de proefboerderij en kenniscentrum. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur, Dik den Hollander Penningmeester.
VKON BV Daarleseweg 35a 7683 RC Den Ham
T +31 (0) 546 89 00 60 E info@vkon.nl W www.vkon.nl
Herenboeren t.a.v. Geert van de Veer Boxtel
Datum: Den Ham, 20 augustus 2020 Onderwerp: Intentieverklaring coöperatieve proefboerderij /kenniscentrum
Beste Geert, Bij deze de intentieverklaring van VKON voor deelname aan het initiatief coöperatieve proefboerderij /kenniscentrum. VKON focust op een betere diergezondheid en dierenwelzijn, met als doel een toekomstbestendige gezonde agro- & foodsector waar met plezier en passie kan worden gewerkt. Als onderzoek- en innovatiecentrum initiëren en ondersteunen wij innovatieve projecten die hieraan bijdragen. We begeleiden bij de praktische uitvoering en bieden hulp bij de realisatie van financiering hiervan, zodat waardevolle vernieuwingen een kans krijgen succesvol te worden. Wij zijn enthousiast over de plannen tot het oprichten van een proefboerderij en kenniscentrum natuurgedreven landbouw in Boxtel. VKON onderschrijft het belang van een dergelijk centrum gericht op de volle breedte van de landbouw met daarin ook aandacht voor aspecten zoals de sociale samenhang, de economie gedragenheid en de gezondheid/het welzijn van dier en mens. Het bundelen van diverse expertises in een coöperatief kenniscentrum zal een relevante versnelling van de noodzakelijke transitie in de landbouw kunnen bewerkstelligen.
VKON spreekt hierbij de intentie uit om een bijdrage te leveren aan: • Het opzetten van het kenniscentrum, inhoudelijk programmatisch, organisatorisch, en de financierbaarheid van dit initiatief; • Het initiëren en waar mogelijk de uitvoering van onderzoeken op bovengenoemde gebieden binnen dit initiatief; • Het generen, delen, praktijktoegankelijk en praktijkgeschikt maken van kennis en ervaringen voor agrariërs en andere betrokkenen.
Met vriendelijke groet, Ing. M.G. Vreriks Directeur
Manifest ‘Samen leren voor ons voedselsysteem van morgen’ Inleiding: principes van een duurzaam voedselsysteem Het Nederlandse voedselsysteem staat wereldwijd bekend als hoogproductief en kennisintensief en is sterk afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen. Dit ogenschijnlijk grote succes heeft een keerzijde: ons voedselsysteem heeft een grote impact op ons milieu, onze leefomgeving en onze gezondheid. Het leidt onder andere tot klimaatverandering, watervervuiling, bodemuitputting, verlies aan biodiversiteit en aantasting van natuurlijke ecosystemen. Ook zijn de omstandigheden waarin dieren gehouden worden en mensen werken in ons voedselsysteem veelal ontoereikend, en werken boeren in een niet-volhoudbaar economisch systeem. Daarnaast lijdt een toenemend aantal mensen aan overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten (zoals diabetes type 2). Het voedselsysteem1 is niet meer geworteld in de draagkracht van de aarde en de waarden van onze samenleving. In plaats daarvan is het fundament van het voedselsysteem de bijdrage aan de economie geworden. Mensen in Westerse landen zijn steeds minder verbonden met hun voedsel2, de natuur en onze aarde. Er is zowel nationaal als internationaal weliswaar een kentering gaande op dit gebied, maar deze is traag en het systeem als geheel blijft daarbij achter.
Daarnaast vindt het verkrijgen, delen, toepassen en beheren van kennis (voor verduurzaming) vaak niet plaats in afstemming met en cocreatie tussen theorie en praktijk, noch met waardering voor kennis en ervaring uit andere landen. De manier waarop onderzoek wordt gedaan staat veelal los van de dagelijkse pratkijk en de transitiedilemma’s waar we voorstaan en volgt vaak nog het paradigma van efficiëntie en hoogproductiviteit. Het voedselsysteem van morgen vraagt om een transitie op alle niveaus: • andere manieren van het produceren en consumeren van voedsel; • anders beheren van land en natuur; • andere manieren van het waarderen, verwaarden en verdelen van voedsel en inkomen • andere manieren van samenwerking en collectiviteit en • andere manieren van het verkijgen, delen, toepassen en beheren van kennis. Ons vertrekpunt is het ecosysteem. Wij, de mens, zijn deel van het ecosysteem en werken samen met elkaar en de natuur in plaats van haar te beheersen. Hierbij willen we (ook) leren van ontwikkelingen in andere landen. Onze visie op een duurzaam voedselsysteem is daarom gebaseerd op de volgende drie principes: natuurgedreven, sociaal verbonden en economisch gedragen3.
We zijn op zoek naar voedselsystemen die worden gekenmerkt door diversiteit en weerbaarheid, die passen bij de draagkracht van een gebied, en die onderdeel zijn van een rechtvaardig sociaal-cultureel-economisch systeem. Voor het waarborgen van een natuurgedreven en sociaal verbonden voedselsysteem laten we ons inspireren door 1
We definiëren het voedselsysteem als Michiel Korthals, Goed Eten. 3 Zie https://www.farmingcommunities.nl 2
1
het doughnut-model van Kate Raworth (zie afbeelding). We produceren voedsel binnen de milieugebruiksruimte van onze planeet (het ecologische plafond) en met respect voor het sociaal fundament (de rechten en het welzijn van mens, dier en gewas). Duidelijkheid ten aanzien van het ecologisch plafond en het sociaal fundament geeft inzicht in de eerlijke en veilige handelingsruimte voor alle spelers van het voedselsysteem. Hierbinnen wordt het welzijn van mens, dier, gewas en aarde gerealiseerd en kiezen we voor een voedselsysteem dat alle spelers samen vormgeven. Ze handelen binnen een inclusieve economie die zorgt voor herstel en vervolgens bloei van onze ‘commons’, zoals schone lucht, schoon water, een gezonde bodem, diversiteit in plant- en diersoorten en landschappen, maar ook onze gemeenschappen en cultuur. Deze commons zijn voor iedereen beschikbaar en vallen onder onze gedeelde verantwoordelijkheid. De bestaansmodellen van alle spelers in het voedselsysteem dragen bij aan het voortbestaan en een goed leven van spelers en de samenleving als geheel (sociaal fundament) en het behoud van de commons (ecologisch plafond). Zo is ook de economische gedragenheid gewaarborgd. Voor een uitgebreide beschrijving van de onderliggende principes en het toekomstbeeld verwijzen we naar de voedselvisie ‘Re-rooting the Dutch Food System’.
Om een bijdrage te leveren aan dit nieuwe voedselsysteem, is een transitie van wetenschap en kennissystemen, die nu nog grotendeels handelen vanuit het huidige paradigma, van belang. In het vervolg van dit manifest wordt daarom ingegaan op andere manieren van het verkrijgen, delen en beheren van kennis.
Van wetenschappers naar samenweters De transitie naar een ander voedselsysteem vraagt ook om een andere manier van het omgaan met kennis. De ontwikkeling van een voedselsysteem in onderlinge samenhang met de mens, de natuur en de aarde vraagt dan ook om kennisontwikkeling in onderlinge samenhang met burgers, boeren, onderzoekers, artsen en de samenleving als geheel. Daarin zijn ook het natuurlijke, sociale en economische (eco)systeem drivers voor kennisontwikkeling.4 Nieuwe kennis initieert nieuwe praktijken, en omgekeerd: praktijken genereren nieuwe kennis. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden met en gelijkwaardig aan elkaar. Dit vraagt om vormen van kennis die gestoeld zijn op de gedachte van ‘samen leren en samen weten’. Hierin is onderzoek een cocreatief proces waarin praktijk- en kennisontwikkeling, en vraag en antwoord samenvallen. Deze manier van kennisontwikkeling is gebaseerd op de volgende drie principes: 1. Integrale en holistische vragen: we kijken naar het geheel in plaats van naar de afzonderlijke delen. Ecologische, sociale en economische aspecten van het voedselsysteem worden gelijktijdig en in onderlinge afhankelijkheid onderzocht. Ook leren we door observatie en nieuwsgierigheid van wat zich (in de natuur) voordoet om inzicht te krijgen in vragen of kwesties waarvan we wellicht niet wisten dat we ze hadden.
We omarmen de complexiteit en de intrinsieke wijsheid van natuurlijke en sociale systemen. Daarom zijn leren en onderzoek transdisciplinair en iteratief. 2. Gelijkwaardige kennis: alle soorten kennis zijn nodig en versterken elkaar. Verschillende kennisdomeinen (met verschillende manieren van weten) bestaan gelijkwaardig naast elkaar. We herwaarderen ervaringsgerichte, inheemse, contextspecifieke en artistieke (pioniers)kennis, zodat een gelijk speelveld ontstaat voor alle actoren in het voedselsysteem. Dit zorgt voor uitwisseling van kennis tussen domeinen en faciliteert daarnaast waardering van alle vormen van kennis. Denken, doen en verbeelding leiden elk en samen tot nieuwe inzichten en kennis. 3. Cocreatief initieren en uitvoeren van onderzoek: de onderzoeksagenda wordt door alle partijen (inclusief representanten van toekomst, natuur en aarde) uit het voedselsysteem 4
Carayannis, E.G. et al., 2012. The Quintuple Helix innovation model: global warming as a challenge and driver for innovation. Journal of Innovation and Entrepreneurship.
2
opgesteld en uitgevoerd. De legitimatie van onderzoek ontstaat gaandeweg; we voeren ook onderzoek uit als nog niet duidelijk is waartoe dat leidt. Praktijkonderzoek en kennisvragen komen voort uit en dragen bij aan de transitie van het voedselsysteem waar nu aan gewerkt wordt. Deze vorm van kennis wijkt in grote mate af van de manier waarop de Westerse wetenschap zich nu ontwikkelt – die is nog steeds in grote mate monodisciplinair en gericht op concepten, technieken en oplossingen die algemeen toepasbaar moeten zijn. Alhoewel inter- en transdisciplinair onderzoek steeds belangrijker is en wordt, is er nog onvoldoende aandacht voor integraal systeemonderzoek. Daarnaast worden contextspecifieke oplossingen of benaderingen en kennis uit andere domeinen nog onvoldoende meegenomen of op waarde geschat. Daarmee wordt diversiteit niet bevorderd of aangemoedigd. En dat terwijl de natuur ons juist laat zien dat diversiteit essentieel is voor een robuust en weerbaar systeem, en dat de complexiteit van het natuurlijke systeem vraagt om een groot scala aan oplossingen – one-size-fits-all oplossingen bestaan niet. Wat als we gebruik zouden maken van deze natuurwijsheid? Wij staan voor een transitie van onderzoek naar een vorm waarin het samen duiden en deelbaar maken van kennis de basis is.
We streven naar vormen van kennis waarin casuïstiek ook leidend kan zijn voor het verkennen en aandragen van oplossingen voor een duurzaam voedselsysteem, en waarin onderzoek en kennisontwikkeling zijn ingebed in de (brede) praktijk. Daarmee vallen kennisdeling en -implementatie samen met het onderzoek zelf. Allerlei vormen van kennis van verschillende spelers in het voedselsysteem zijn daarbij even waardevol. Door het omarmen van deze diversiteit van kennis komen we tot een vorm van samen leren voor ons voedselsysteem van morgen. Dit betekent niet dat generalisatie of opschaling van kennis verleden tijd is: ook dat heeft een plek. De kwaliteit van kennisinstellingen om oplossingen te onderzoeken op repliceerbaarheid of generaliseerbaarheid wordt nog steeds benut. Er kan worden onderzocht of een oplossing schaalbaar is en wat daarvoor nodig zijn. Ook kunnen bijvoorbeeld onderliggende principes worden vertaald naar een generaliseerbaar concept of prototype.
Samen leren als motor van de transitie De beschreven transitie in ontwikkeling van kennis (van wetenschap naar samen leren en weten) is nodig om de transitie in het gehele voedselsysteem te realiseren. Voedselproducenten voelen al langer dat er een transitie gaande is en zijn daarmee aan de slag; er zijn talloze voorbeelden van vernieuwende en duurzame vormen van voedselproductie. Vaak lopen actoren daarin tegen allerlei uitdagingen aan en is er weinig erkenning voor (de kennis van) deze pioniers. Onderzoeksgelden worden veelal gealloceerd aan het verbeteren van gangbare methoden en onderzoek vindt dus plaats vanuit het huidige paradigma en de gevestigde orde. De noodzakelijke transitie en pioniers worden nog te weinig ondersteund met onderzoek. Er ligt dus een kans om beter in te spelen op de verduurzaming die al plaatsvindt. De toekomst is een gezamenlijk project waarin wetenschap niet de enige kennisontwikkelaar kan blijven. We moeten samen de uitdagingen aangaan en gezamenlijk leren. We zien dat binnen kennisinstellingen, in de ondernemende en agrarische praktijk, en onder burgers (burgerwetenschap) tal van initiatieven zijn waarin ieder op zijn/haar eigen terrein experimenteert met één of meerder van de bovenstaande drie principes.
Wat ontbreekt is een brede kenniscoalitie van burgers, boeren, overheden, onderzoekers en andere voedselactoren die samenwerken als een netwerk van samenweters. En dat is precies wat nodig is om terug te gaan naar de roots van het voedselsysteem. Om deze witte vlek in kennis- en praktijkontwikkeling in te vullen, richten wij de Kenniscoalitie Voedselsystemen op.
3
Kenniscoalitie Voedselsystemen: samen leren voor ons voedselsysteem van morgen Wij zetten met een coalitie van kennis, praktijk en actoren uit verschillende sectoren een kenniscoalitie op die landt in de Plaetse5. Doel is om de transitie die al gaande is te versterken door samen de kennisagende te bepalen en samen het onderzoek uit te voeren en voor iedereen beschikbaar te maken. Door in de praktijk en met elkaar aan de slag te gaan kunnen we hét vliegwiel zijn voor de realisatie van een nieuw natuurinclusief, sociaal verbonden en econiomisch gedragen voedselsysteem. Dit zijn onze uitgangspunten: • een nieuwe, bredere rol van transitiegedreven kennisontwikkeling; • transdisciplinair en bottum-up onderzoek uit waarin het samen duiden en delen van kennis de basis is; • verschillende vormen van kennis bestaan gelijkwaardig naast elkaar en • praktijk- en kennisontwikkelen zijn hetzelfde. Het kenniscentrum bestaat uit de volgende partijen: boeren- en boer-burgerorganisaties, artsen en kennisinstituten. Via het netwerk zijn ook de overheid en natuurorganisaties betrokken. Hiermee worden de drie principes van kennis (integraal en holistisch, gelijkwaardig, en cocreatief) geborgd. Elk lid van de coalitie is samenweter. We realiseren de transitie door samenwerkenderwijs kennis te ontwikkelen en toe te passen. In het samen leren gaan wij: 1.
kennis ontwikkelen, verzamelen, bundelen en overdragen om visies op een duurzaam voedselsysteem samen te realiseren; 2. alle vormen van kennis bij verschillende actoren in het voedselsysteem actief opzoeken en erkennen; 3. internationaal samenwerken en kennis uitwisselen tussen verschillende landen, rekening houdend met onze eigen historie door het oprichten van een fijnmazig kennisnetwerk; 4. alle opgedane kennis open source beschikbaar maken; 5. onderzoeksgelden genereren om onderzoek voor de transitie te doen en om onze manier van onderzoek verder te ontwikkelen en onderbouwen.
5
De Plaetsen zijn fysieke knooppunten in een fijnmazig kennisnetwerk, dat nationaal en internationaal functioneert.
4
Op deze manier wordt het samen vergaren van kennis met een open blik gestimuleerd, in plaats van de focus te leggen op de grote spelers. En dat is essentieel voor het realiseren van de transitie. Bij dit manifest zijn de volgende partijen betrokken: • ArtEZ Hogeschool • Avans Hogeschool • Caring Farmers • HAS Den Bosch • Herenboeren NL • Herenboerderijen in het land • Louis Bolk Instituut (LBI) • Michiel Korthals • Onderzoeksgroep Social Enterprise & Institutions for Collective Action (EUR) • Platform Natuurlijke Veehouderij • Universiteit Utrecht • VKON • Wageningen University & Research
5
Kwartiermaker Kennisknooppunten “De Plaetsen”
Triodos Sustainable Finance Foundation Nieuweroordweg 1 PO Box 55 3700 AB Zeist The Netherlands www.triodos-im.com Tel: +31 (0)30 693 6500 Registered Utrecht 41186686
Stichting Herenboeren Nederland t.a.v. de heer G.J.N. van der Veer Stationsstraat 69 5281 GB Boxtel
Date
Reference
31 May 2021
LS/RdB
liesbeth.soer@triodos.com
Subject Expression of Interest
Dear mister Van der Veer, Thank you for your invitation to investigate the possibilities to (pre)finance the project “De Kleine Aarde – Plaetse Zuid” in the province of Noord-Brabant in The Netherlands. With this letter, we would like to provide you our Expression of Interest to investigate a possible (pre-) financing structure based on your approach to realize an intricate knowledge infrastructure with “De Plaetsen” as open source and independent junctions to support the uptake of regenerative agriculture in The Netherlands. “De Kleine Aarde” is to be developed as a knowledge-workshop within the knowledgenetwork as you have presented in the documents we received. Part of realizing the project is the renovation and restauration of the existing buildings on the property. The project is still in a phase of further investigation and project planning and is discussed with various stakeholders in the region and on national level.
The project faces the challenge to match costs and benefits of redeveloping the Van Coothhoeve from the current state to a building facilitating training programs and gatherings, the visitor center to a residency (with bed and breakfast) and the field barn to a multifunctional building.
You have been asked by the municipality of Boxtel to present a business and project plan for the development and exploitation of De Kleine Aarde. If they are positive about the presented documents, we understand that they, understanding the importance of the site and development of knowledge, expertise and awareness around regenerative agriculture, are willing to financially contribute to achieve such project (in form of handing over the area to Stg Grondbeheer against a symbolic monetary value).
The benefits of the project are, amongst others, the uptake of regenerative agriculture, increase of biodiversity, landscape restoration, knowledge development and dissemination, better understanding between farmers and citizens and inviting different stakeholders (amongst which the cultural sector) to contribute to the transition of the food-system in the Netherlands. As part of our due diligence, we are studying the Project document materials that have been shared with us so fare and discussed the headlines with you; we have visited the site with great interest and we believe the values and mission of Cooperation De Plaetse i.o. are strongly aligned with those of Triodos Bank and Triodos Regenerative Money Centre (TRMC). Next Steps: We are in the process to understand the magnitude and the potential of the project; the multi-stakeholder panorama and the related financing issues. Materials have been shared with us concerning the multi-values ambitions of such project, including calculations on the financial set-up of such initiative in the excelsheet; the PowerPoint -document ”Versneld naar een ander voedselsysteem”; the manifesto “Learning together for our foodsystem of tomorrow”.
Based on these documents and the conversations we have conducted with representatives of the initiative takers, we are open to explore a joint approach with the various stakeholders towards a (pre-)financing structure. We anticipate that this approach may require various rounds of discussions. It may also involve finding co-financiers. In order to come to a decision on a financing structure, the loan amount and its terms and conditions, we still need to obtain approvals.. Conduct of Business: Triodos expects Cooperation “De Plaetse” i.o. to conduct its business in the normal course without any material adverse impact on the business. In case Cooperation De Plaetse i.o. intend to engage in any kind of structural change, Triodos will be informed so that the intended change will be part of the due diligence. Legal: This letter is a non-binding expression of our interest and, giving the stage of the project and our approval process, does not constitute a binding offer nor does it represent a firm intention to make such a binding offer. The project and/or Triodos reserves itself the right to abandon the financing opportunity at any time without any obligation to disclose the underlying reasons.
This letter and its content together with the current, past and future discussions between us with respect to the proposed financing are strictly confidential and should only be used for purposes to engage with parties involved in the Project De Kleinde Aarde willing to be bound by this confidentiality. This non-binding expression of interest shall be governed by Dutch law. We trust that this expression of interest will serve taking next steps. We look forward to progressing to the next stage.
Triodos can be contacted through: Liesbeth Soer Director Catalytic Investments Triodos Regenerative Money Centre liesbeth.soer@triodos.com +31(0)620659788 Liesbeth Soer Director Catalytic Investments Triodos Regenerative Money Centre
www.triodos.com/trmc
Wie Gemeente Boxtel, Nederland Gemeente Boxtel + regio Gemeente Boxtel + regio Nederland / Wereld Gemeente Boxtel + regio Nog niet te kwantificeren Gemeente Boxtel Gemeente Boxtel N.v.t. Gemeente Boxtel Gemeente Boxtel Zie bovenstaande Wereld Gemeente Boxtel Nederland/internationaal Gemeente Boxtel
Direct, Indirect, tweede orde Direct Indirect Direct Direct Indirect Direct Nog niet te kwantificeren Direct Tweede orde indirect Tweede orde indirect Direct Direct Direct Direct Indirect Indirect Direct
Bron 1 Trendrapport toerisme, 2020 (CBS) https://www.cbs.nl/nl-
Bron 2 Bron 3 Extra info https://partners.visitbrab Dagbestedingen van toeristen varieren sterk tussen zakel�k toerisme en niet-zakel�k https://www.cbs.nl/nlhttps://edepot.wur.nl/27 30 hectare landbezit gemiddeld per boer. Wel gestegen sinds 1990 door
https://edepot.wur.nl/297773 https://edepot.wur.nl/34 https://ce.nl/wphttps://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/ https://www.pbl.nl/sites/ https://www.r�ksoverheid.nl/onderwe Quickscan kosten-
De waarde van CO2-eq verschilt van interne bepr�zingen waar R�ksoverheid t/m Voor bulkproductie levert elk hectare land ± 50 ton aan voedsel op. De gemiddelde kosten voor een b�standsuitkering z�n 16.800 per jaar. Met name 10 evenementen per jaar met gemiddeld 1000 bezoekers. Eigen verwachting is Groei van woningwaarde omringende meters tussen de 1,6% en 6%. Gemiddelde
https://www.cultureelerfgoed.nl/onder https://www.natuurwaar http://www.lpbl.nl/wphttps://www.cobouw.nl/ https://lokaleregelgeving.overheid.nl/C https://www.eymontesq https://www.binnenlands Gemeenten hebben in de loop der jaren een gigantische voorraad aan vastgoed https://www.p-direkt.nl/informatiehttps://www.uwv.nl/over Gemiddeld WW-uitkering per jaar per persoon bedragen 23.000,- exclusief https://www.p-direkt.nl/informatiehttps://www.uwv.nl/over Gemiddeld WW-uitkering per jaar per persoon bedragen 23.000,- exclusief https://ember-climate.org/data/carbon-https://news.stanford.ed https://www.infomil.nl/on Huidige actuele CO2-pr�s is 57,-. Wetenschappers van Stanford berekenden een https://www.worldbank.org/en/news/f 30 hectare landbezit gemiddeld per boer. Wel gestegen sinds 1990 door https://www.cbs.nl/nlhttps://www.cbs.nl/nlhttps://edepot.wur.nl/27 30 hectare landbezit gemiddeld per boer. Wel gestegen sinds 1990 door Trendrapport toerisme, 2020 (CBS) https://www.cbs.nl/nl-
https://partners.visitbrab Dagbestedingen van toeristen varieren sterk tussen zakel�k toerisme en niet-zakel�k https://www.cbs.nl/nlhttps://edepot.wur.nl/27 30 hectare landbezit gemiddeld per boer. Wel gestegen sinds 1990 door 30 hectare landbezit gemiddeld per boer. Wel gestegen sinds 1990 door overnames. Gemiddeld wordt er 125 kg chemische beschermingsmiddelen gebruik in conventionele landbouw per hectare. Het pesticide gebruik in biologische landbouw beperkt zich tot enkel biologische middelen, ongeveer 15x minder. Daarmee ongeveer 8,3 kg per hectare.
https://www.cbs.nl/nlhttps://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2018/30/land https://edepot.wur.nl/27 nl/nieuws/2017/41/meer-boeren-met- bouw-gebruikt-5-7260 veel-eigen-grond miljoen-kg-chemischeDe waarde van CO2-eq verschilt van interne bepr�zingen waar R�ksoverheid t/m middelen 100,- per ton CO2-eq rekent en de actuele ETS marktpr�s van 55,- per ton CO2eq. Onderzoek van CE Delft w�st uit dast literatuuronderzoek en experts bevestigen dat CO2-opslag in bodems 2 tot 4 keer zo hoge vastlegging heeft in vergel�king met conventionele landbouw tot ongeveer 3.075 kg CO2 per ha per jaar."
Betreft: Indicatieve Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) De Plaetse Zuid Geachte heer/mevrouw, Beste lezer,
5 juli 2021
In opdracht van De Plaetse (Zuid) heeft New Economy een indicatieve maatschappelijke kosten- & batenanalyse (MKBA) uitgevoerd voor de plannen voor het terrein van De Kleine Aarde in Boxtel. Een indicatieve MKBA biedt meer volledig inzicht in de te creëren maatschappelijke waarde binnen gebiedsontwikkeling, waarde voor het gebied, bewoners en aanpalende economische activiteiten wordt hierin meegenomen. Op basis van de uitgevoerde indicatieve MKBA concludeert New Economy dat De Plaetse (Zuid) een grote maatschappelijke waarde creëert binnen de gemeentegrenzen, maar ook ver daar buiten. Door te investeren in het herstellen van de gebouwen op het terrein, voegt De Plaetse (Zuid) direct waarde toe aan het gebied, o.a. door een stijging van de woningwaarde in de wijk. Omwonenden kunnen met lokale initiatieven gebruik maken van de faciliteiten. Voor hen zal De Plaetse (Zuid) een aantrekkelijke ontmoetingslocatie vormen. Door de activiteiten die worden ondernomen op het terrein wordt de sociale cohesie in de buurt versterkt. Leden van Vrienden van het Platteland zullen De Kleine Aarde bezoeken en met de fiets langs agrarische ondernemers in de omgeving gaan, wat zorgt voor een economische impuls in het lokale bedrijfsleven.
Het programma van De Plaetse (Zuid) zorgt voor een grote verspreiding van kennis over regeneratieve landbouw en zet Boxtel tevens op de kaart als duurzame inspiratie locatie. Dit zorgt voor een sterke economisch impuls in de regio en een aantrekkelijke leefomgeving met positieve effecten voor meerdere generaties.
Pepijn Duijvestein Senior adviseur & directeur
Jonah Link Data analist & adviseur
www.NewEconomy.eco | New Economy B.V. Johan van Hasseltkade 255B | 1032LP Amsterdam
Iris Grobben Strategisch adviseur
DE PLAETSE (ZUID) INDICATIEVE MKBA 5 JULI 2021
1. CONTEXT 2. ANALYSE 3. RESULTATEN 4. CONCLUSIE
1.
CONTEXT
1. INLEIDING
1. Context De Plaetse (Zuid)
De waarde van ons voedsel Ons voedsel legt 1.000en kilometers af, voordat het in onze supermarkten en op onze borden versch�nt. De sterk geglobaliseerde economie maakt voedsel van over de hele wereld toegankel�k, maar zorgt ook voor een afname van verbondenheid met ons eigen voedsel. Nederlandse boeren produceren veel voor de export en tegel�kert�d importeren we veel. Het gebrek aan verbondenheid met de Nederlandse agrarische sector leidt tot onbegrip, weerstand en een groeiende afstand tussen stad en platteland. We consumeren een geglobaliseerd dieet en kennen de Nederlandse boer in onze eigen achtertuin niet meer. Tegel�k ziet de Nederlandse agrarische sector zichzelf voor enkele urgente uitdagingen gesteld. Intensieve landbouw heeft een grote impact op de natuurl�ke omgeving in de vorm van b�voorbeeld de uitstoot van methaan emissies, stikstof neerslag in de natuur en een slechte luchtkwaliteit. Daar tegenover staat dat de opbrengst van het boerenbedr�f onder druk staat en steeds meer boeren zich genoodzaakt zien zich in de schulden te steken of te stoppen als agrarisch ondernemer. De afgelopen 10 jaar z�n veel boeren gestopt (zo’n 28%) wat heeft geresulteerd in sterke schaalvergroting van het boerenbedr�f. In de t�d waarin de spanningen hoog oplopen komt het programma van De Plaetse (Zuid) voor het terrein van De Kleine Aarde (DKA) tot stand.
De Plaetse (Zuid) heeft de wens om de connectie tussen consument en boer te herstellen en tegel�k b� te dragen aan de klimaatoplossing door kennis over regeneratieve landbouw toe te passen en nieuwe kennis op te doen en te verspreiden.
Het terrein van DKA is gestart in 1972 als centrum voor pionieren op het gebied van regeneratieve landbouw. In 2013 is de locatie in de boeken van de gemeente gekomen en is een zoektocht begonnen naar een oplossing voor het terrein en de gebouwen, zonder uitkomst. De Plaetse (Zuid) heeft een inspirerend en omvangr�k plan voor de komende 10 jaar ontwikkeld waarin DKA uitgroeit tot een duurzame pleisterplaats waar educatieve projecten m.b.t. regeneratieve landbouw worden geïnitieerd en bruisende evenementen worden georganiseerd. Hiermee wordt het terrein van DKA weer aantrekkel�k en fijn om te verbl�ven, ook voor de buurt.
Aanleiding indicatieve MKBA Op moment van schr�ven, juli 2021, worden de nieuwe plannen voor De Plaetse (Zuid) voorgelegd aan de gemeente Boxtel. Hierin is een initiële investering van 3,5 miljoen opgenomen om de bestaande bebouwing te restaureren, een programma voor 350 boeren p/j te ontwikkelen en van DKA een aantrekkel�ke plek te maken voor recreatie, ontspanning en ontmoeting. Om inzicht te kr�gen in de impact van de plannen voor De Plaetse (Zuid) heeft het bestuur aan New Economy gevraagd een indicatie maatschappel�ke kosten- & batenanalyse te maken van de plannen. New Economy ontwikkelt producten en diensten die b�dragen aan de klimaatoplossing. Hierin combineren we de kracht van business met de kracht van de natuur en komen zo tot oplossingen die de regio, de samenleving en lokale ecosystemen versterken. New Economy heeft ruime ervaring in analyses m.b.t. gebiedsontwikkeling en maatschappel�ke baten en brengt dit middels een indicatieve MKBA graag in kaart voor De Plaetse (Zuid).
INDICATIEVE MKBA DE PLAETSE (ZUID)
4
2. ANALYSE
1. INLEIDING
Welk inzicht biedt de indicatieve MKBA? Een MKBA is een afwegingsinstrument waarmee sectoroverst�gend alle maatschappel�ke impact van een (ruimtel�k) plan in beeld worden gebracht voor betrokkenen (overheid, bedr�ven en burgers). Zowel de korte als de lange term�n baten worden hierin meegenomen en uitgedrukt in een financiële waarde ( ). Hierdoor wordt het mogel�k keuzes te maken die de meeste waarde creëren voor de (leef)omgeving. Deze indicatieve MKBA is uitgevoerd op basis van de plannen voor een kennis en prakt�kcentrum regeneratieve landbouw. Er wordt gestart met het vaststellen van het nulalternatief. In het nulalternatief wordt er vanuit gegaan dat er geen plannen worden uitgevoerd en het terrein van DKA op de huidige manier wordt gebruikt. In het projectalternatief wordt er vanuit gegaan dat de maatregelen worden uitgevoerd, zoals beschreven in de plannen voor De Plaetse (Zuid). Hiervoor worden de volgende drie zaken in kaart gebracht: 1. Maatregelen: activiteiten zoals beschreven in het plan voor De Plaetse (Zuid) 2. Kwaliteitsverandering: vaststelling van de kwaliteitsverandering 3. Baten: indicatieve financiële waarde door het aantal baathouders te vermenigvuldigen met de pr�s van de baat.
Afbeelding: Potentiële baten De Plaetse (Zuid)
1. Maatregel
2. Kwaliteitsverandering
3. Baat
Trainingen voor boeren
Behoud waardevolle historische functie
Boeren met kennis duurzame landbouw
Cultureel erfgoed: materieel en immaterieel waardebehoud
Verduurzaming landbouwproductie / ha * landoppervlak
Waardest�ging omliggende woningen in woonw�k
Bron: WUR, Witteveen+Bos, 2013 aangepast door New Economy
Op basis van de verschillende geïdentificeerde baten is een indicatie gegeven van de maatschappel�ke waarde van de plannen voor De Plaetse (Zuid).
INDICATIEVE MKBA DE PLAETSE (ZUID)
6
3. RESULTATEN
3. RESULTATEN
3. Resultaten Nulalternatief In het nulalternatief voor het terrein van DKA wordt er vanuit gegaan dat geen van de voor De Plaetse (Zuid) beschreven plannen worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen middelen beschikbaar worden gesteld om de gebouwen te herstellen, geen nieuwe economische activiteiten worden ondernomen (recreatie) en er geen kennisontwikkeling plaatsvindt. In het nulalternatief heeft de gemeente zeer beperkt middelen beschikbaar om het terrein te onderhouden. Deze middelen l�ken ontoereikend om het terrein en de gebouwen te restaureren. Er worden nu enkele initiatieven op het terrein ondernomen waardoor de buitenruimten benut worden. Deze hebben echter geen autonome structuur of juridische basis, wat ze kwetsbaar maakt. Op term�n resulteert dit in het verder vervallen van de gebouwen op de locatie en het verminderen van de waarde van het cultureel erfgoed. Hierdoor wordt De Kleine Aarde geen aantrekkel�ke plek om te bezoeken en elkaar te ontmoeten. Dit heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven in de omgeving en een waardedaling van de omliggende woningen. Verval in het gebied kan leiden tot een verdere toename van vandalisme rondom het terrein. Door het uitbl�ven van initiatieven m.b.t. recreatie worden er geen bezoekers naar de regio getrokken, waardoor er geen impuls wordt gegeven aan het lokale bedr�fsleven.
Tevens wordt er geen aanvullende kennis m.b.t. duurzame en regeneratieve landbouw ontwikkeld of doorgegeven en wordt Boxtel niet op de kaart gezet als inspirerende
Maatschappelijke waarde regeneratieve (stads)landbouw Veel bedr�ven z�n in hun voortbestaan afhankel�k van ecosysteemdiensten. Dit geldt in sterke mate voor de agrarische sector. Landbouw is afhankel�k van bodemvruchtbaarheid, de beschikbaarheid van water en het bestuiven door wilde b�en. Ecosysteemdiensten z�n diensten die door de natuur aan mensen worden geleverd. Denk b�voorbeeld aan de omzetting van koolstof in zuurstof door planten, het groeien van hout voor de bouw en de positieve effecten van parken op de gezondheid van mensen.
De sterke verwevenheid van de economie en natuur wordt benadrukt door DNB & PBL die in kaart brachten dat Nederlandse financiële instellingen 510 miljard aan financiering hebben uitstaan b� bedr�ven met een hoge afhankel�kheid van deze ecosysteemdiensten. Door verlies van biodiversiteit, degradatie van de bodem en het verdw�nen van natuur staan deze financieringen sterk onder druk, net als de toekomstbestendigheid van de bedr�ven. Recent berekende de Wereldbank dat de economische schade door natuurverlies in 2030 oploopt tot 2,7 biljoen dollar per jaar. Directe investeringen in herstel van ecosysteemdiensten als biodiversiteit, bodem en natuur, b�voorbeeld d.m.v. regeneratieve landbouwmethoden z�n daarom nodig vanuit economisch belang. Regeneratieve landbouw draagt in grote mate b� aan het herstellen en versterken van ecosysteemdiensten. Het heeft daarom een sterke economische en maatschappel�ke impact met lange term�n rendement en een toename van maatschappel�ke waarde in de vorm van een vruchtbare bodem die CO2 opslaat, water vasthoudt en insecten en ecosystemen van leven voorziet.