11.d - Bijlage 4 - Bijlagen toelichting Hooghei anoniem gecomprimeerd
Tekst van het document
Op basis van bovenstaande uitgangspunten, een intensief overleg met de huidige en toekomstige ondernemer en rekening houdend met de planologische mogelijkheden en beperkingen is de toekomstvisie voor Groen Stadsvakantiepark De Hooghe Heide “vertaald” in onderstaande inrichtingsschets.
Ter verduidelijking volgen onderstaand een drietal afbeeldingen met uitleg van de specifieke wijzigingen, op basis van de uitgangspunten. Ad. 1:
Allereerst de uitbreiding van De Hooghe Heide met 40 nieuwe en duurzame verhuurunits, die met ruim voldoende privacy geplaatst worden in een zeer natuurlijke omgeving, die aangepast is aan de natuur van de regio (met een heideven en twee heidevelden). De locatie van de units blijft autovrij, d.m.v. de voldoende, specifiek voor de gasten van de nieuwe verhuurunits, gereserveerde parkeerplaatsen en de units zelf zijn goed bereikbaar via paden die geschikt zijn voor voetgangers en fietsers.
30 april 2021 2020
Pagina | 30
5. TOEKOMSTVISIE DE HOOGHE HEIDE
Vrije tijd is ons werk!
31
Ontwerpplan 30 april 2021
Ad. 2: Teneinde de verkeersbewegingen op het park te beperken en daarmee tegemoet te komen aan de wensen en eisen van de doelgroep, wordt een nieuwe entree voor De Hooghe Heide gecreëerd, die tevens voorzien wordt van een nieuwe dienstwoning voor de beheerder, een nieuwe receptie en een “Huyskamer”, waar gasten elkaar kunnen ontmoeten, gezamenlijk (animatie-) activiteiten kunnen ondernemen en gebruik kunnen maken van een wellnessvoorziening. De oude dienstwoning wordt ingezet als een nieuwe (extra) recreatiewoning. Deze nieuwe centrumvoorziening wordt bovendien voorzien van een vijftal B&B-kamers en een uitgebreid en aantrekkelijk terras. Iets verder van de entree en de centrumvoorziening wordt een nieuwe parkeerplaats aangelegd voor de (overige) gasten. Op nevenstaande afbeelding is de nieuwe entree met voorzieningen zichtbaar. Ad. 3: Het nieuwe camperpark met een eigen (geautomatiseerde) entree wordt achter het zwembad gesitueerd, op de plaats waar nu kampeerplaatsen en een deel van het speelveld gesitueerd zijn. De entree loopt tussen het zwembad en de locatie van de verhuurchalets/boslodges. Het toekomstige park beschikt over 42, luxe en speciaal voor campers ingerichte standplaatsen. De overige ruimte van het speelveld en de kampeerplaatsen wordt heringericht met luxe comfortplaatsen voor kampeerders.
De toekomstige capaciteiten, die mede vanuit financiële overwegingen, gefaseerd bereikt gaan worden zijn in onderstaande tabel (per type) weergegeven. Ook is in de tabel te zien wat de verschillen in capaciteit met de huidige situatie zullen zijn.
30 april 2021 2020
Pagina | 31
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028
Vrije tijd is ons werk!
32
Ontwerpplan 30 april 2021
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028 6.1.
UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE ONDERBOUWING STRATEGISCHE TOEKOMSTVISIE
In deze paragraaf volgen de uitgangspunten voor de financiële onderbouwing van de hiervoor beschreven (gefaseerde) realisatie van de strategische toekomstvisie van Groen Stadsvakantiepark De Hooghe Heide. Er wordt in de berekeningen van uitgegaan dat de werkzaamheden telkens starten na afloop van het seizoen van het voorgaande jaar (eind september) en uiterlijk 1 april van het daaropvolgende jaar gerealiseerd zijn. Dit leidt tot de navolgende capaciteiten:
In de hiernavolgende tabel hebben wij, op basis van de gegevens zoals verstrekt door de ondernemer en rekening houdend met de huidige en ook voor de nabije toekomst te verwachten prijsconcurrentie, de gemiddelde omzet per type standplaats c.q. kampeerproduct weergegeven. Voor alle bedragen in de tabel en in de daaropvolgende berekeningen, wordt het prijspeil 2021 excl. BTW aangehouden.
De overige uitgangspunten voor de berekeningen zijn: » De beschikbare cashflow wordt geheel ingezet voor de financiering van de investeringen; » Eventueel af te sluiten leningen worden in 20 jaar afgelost; » Een vaste rekenrente van 2,5 %; » De afschrijvingen zijn als volgt verwerkt: o De infrastructuur en gebouwen in 25 jaar met een restwaarde van 25%; o De parkeerplaatsen, de wellnessvoorziening, de automatische toegang tot het camperpark en de post onvoorzien in 15 jaar; o De overige investeringen in 10 jaar.
30 april 2021 2020
Pagina | 32
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028
Vrije tijd is ons werk!
33
Ontwerpplan 30 april 2021
6.2.
INVESTERINGSOVERZICHT 2021- 2028
De in de voorgaande paragrafen omschreven (gefaseerd te realiseren) toekomstvisie wordt in onderstaande tabel vertaald in een investeringsbegroting van in totaal € 5.974.934, die er als volgt uitziet:
Omdat alle investeringen, die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de toekomstvisie in 2027 verwerkt zijn, zijn voor 2028 geen investeringen meer opgenomen. De ondernemers hebben aangegeven dat zij bereid zijn om 3 miljoen euro aan eigen vermogen in te zetten voor de investeringen in de jaren 2022 en 2023. De overige investeringen worden gefinancierd vanuit de jaarlijks beschikbare cashflow en indien die onvoldoende is d.m.v. een externe financiering.
30 april 2021 2020
Pagina | 33
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028
Vrije tijd is ons werk!
34
Ontwerpplan 30 april 2021
6.3.
EXPLOITATIEPROGNOSE 2021-2028
Op basis van bovenstaande uitgangspunten hebben wij d.m.v. een door ons ontwikkeld computermodel de exploitatieprognose voor de periode 2021 t/m 2028 berekend. Onderstaand volgen eerst de tabellen met de opbrengsten van 2021 t/m 2028.
30 april 2021 2020
Pagina | 34
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028
Vrije tijd is ons werk!
35
Ontwerpplan 30 april 2021
Voor de jaren 2021 en 2028 zijn tevens de percentages van de bruto omzet weergegeven, zoals die bijvoorbeeld ook door de Rabobank gebruikt worden. De totale bruto omzet wordt van 2021 tot en met 2028 verhoogd van € 668.050 naar € 1.607.398. Dat wordt met name veroorzaakt door de uitbreiding en kwaliteitsverhoging van de verblijfseenheden, de profilering als groen stadsrecreatiepark, de beoogde gezamenlijke arrangementen met ondernemers en culturele instellingen in ‘s-Hertogenbosch en de extra omzet vanuit de nieuwe “Huyskamer”. Onderstaand volgen vervolgens de twee tabellen met een overzicht van de kosten en het resultaat en de cashflow voor belastingen. Het resultaat wordt verhoogd van € 100.942 in 2021 naar bijna € 346.000 in 2028. De cashflow loopt op van bijna € 263.000 naar ruim € 693.000. Overigens merken we nog wel op dat evenals in de huidige jaarrekeningen, geen bedrag voor een management fee is opgenomen. Maar ook is geen rentevergoeding verrekend voor de 3 miljoen eigen vermogen die door de ondernemers in 2022 en 2023 wordt ingebracht. 30 april 2021 2020
Pagina | 35
6. FINANCIËLE ONDERBOUWING TOEKOMSTVISIE 2021-2028
Vrije tijd is ons werk!
36
Ontwerpplan 30 april 2021
30 april 2021 2020
Pagina | 36
7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Vrije tijd is ons werk!
37
Ontwerpplan 30 april 2021
7.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN: DE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN WORDEN GEFORMULEERD NADAT DEZE DEFINITIEVE ONTWERPVERSIE BESPROKEN IS MET DE GEMEENENTE EN DE PROVINCIE.
30 april 2021 2020
Pagina | 37
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
38
Ontwerpplan 30 april 2021
8. 8.1.
BIJLAGEN
ALGEMENE TRENDS EN MARKTONTWIKKELINGEN
Begin december 2020 verscheen het Trendrapport toerisme, recreatie en vrijetijd 2020. Dit rapport dat een gezamenlijke uitgave is van CBS, NBTC, CELTH en NRIT, waarin samengewerkt wordt met de brancheorganisaties teneinde de vrijetijdssector te faciliteren met data, kennis en inspiratie. In de editie 2020 wordt zoals gewoonlijk uitgebreid teruggekeken op het voorafgaande jaar (in dit geval 2019), maar wordt ook extra aandacht besteed aan de gevolgen van de COVID-19 pandemie. In dit hoofdstuk zijn de meest relevante algemene trends uit dit rapport opgenomen en aangevuld met trendinzichten van o.a. Rabobank, ABN AMRO Insights en ING-Bank. Internationaal toerisme a) In 2019 groeide het toerisme, uitgedrukt in het aantal internationale aankomsten (‘international arrivals’), wereldwijd met 3,5%. Hoewel deze groei substantieel is, is deze minder sterk dan in voorgaande jaren (7,0% in 2017 en 5,7% in 2018). b) De groei van het aantal internationale aankomsten was het sterkst in Afrika (5,4 procent). In Europa en Azië en Oceanië was de groei respectievelijk 3,9 procent en 3,6 procent. Het continent Amerika en het Midden-Oosten bleven met 1,6% en 2,1% enigszins achter t.o.v. de rest van de wereld. c) De inkomsten uit internationaal reisverkeer groeiden wereldwijd van 1.234 miljard euro in 2018 naar 1.320 miljard euro in 2019, wat neerkomt op een groei van 2,5%.
De grootste ontvangers van die toeristische bestedingen waren de Verenigde Staten, Spanje, Frankrijk en Thailand. d) China, de Verenigde Staten en Duitsland waren ook in 2019 weer de landen die het meest hebben uitgegeven aan het uitgaande toerisme. Samen waren deze landen goed voor een derde deel van de wereldwijde toeristische bestedingen. e) In 2018 gaven de inwoners van de EU (exclusief het Verenigd Koninkrijk) iets meer dan 516 miljard euro uit aan iets minder dan 1,1 miljard vakanties met minimaal één overnachting. Bijna drie kwart van die vakanties vond plaats in het eigen land. Dat waren vooral korte vakanties van 1 tot en met 3 nachten. Evenals vorig jaar, gold voor 89 procent van de vakanties een persoonlijk en voor de resterende 11% een zakelijk motief. f) Het aantal overnachtingen door binnenlandse en buitenlandse toeristen in geregistreerde logiesaccommodaties groeide in de EU-27 in 2019 met 2,1 procent naar iets meer dan 2,8 miljard overnachtingen. De groei van het aantal overnachtingen vond vooral plaats bij huisjesterreinen (3,8%), gevolgd door hotels (1,8%) en kampeerterreinen (1,0%). g) In de maanden april, mei en juni van 2020 kwam het internationale toerisme bijna geheel tot stilstand met respectievelijk 97,1, 96,4 en 92,6 procent minder internationale aankomsten dan in dezelfde maanden een jaar eerder.
Vrijetijdsgedrag van Nederlanders a) Bijna alle Nederlanders (98,7 procent) hebben in 2018 ten minste één vrijetijdsactiviteit buitenshuis ondernomen. Buitenrecreatie, uitgaan en winkelen voor plezier kennen de hoogste participatie. b) In 2018 hebben Nederlanders samen ruim 3,6 miljard vrijetijdsactiviteiten ondernomen. Vooral buitenrecreatie komt veel voor: 926 miljoen keer in 2018. Daarvan betrof het 424 miljoen keer een wandeling voor het plezier. In het voorjaar ondernemen Nederlanders gemiddeld de meeste uithuizige vrijetijdsactiviteiten. c) In termen van participatie is bij jongeren tot 18 jaar vooral het bezoeken van een attractie populair. Bij ouderen boven de 65 jaar scoren hobby-activiteiten bovengemiddeld. Bij vrouwen zijn wellness en winkelen voor plezier meer in trek dan bij mannen. Mannen bezoeken juist vaker een sportwedstrijd. d) De eigen gemeente is populair voor het ondernemen van vrijetijdsactiviteiten buitenshuis, ruim vier op de tien vrijetijdsactiviteiten vindt plaats in de woongemeente. Mede als gevolg hiervan zijn de meest inwonerrijke provincies ook de provincies waarin de meeste uithuizige 30 april 2021 2020
Pagina | 38
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
39
Ontwerpplan 30 april 2021
e) vrijetijdsactiviteiten worden ondernomen. De meeste activiteiten vonden in 2018 plaats in Zuid-Holland, gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant. f) In totaal is door Nederlanders in 2018 een bedrag van bijna 68 miljard euro uitgegeven aan uithuizige vrijetijdsactiviteiten. Dat kwam neer op gemiddeld € 18,75 per persoon per activiteit. Het grootste deel gaat op aan directe kosten, waarbij bestedingen in winkels en aan consumpties het belangrijkst zijn. g) De COVID-19-crisis had grote impact op de uithuizige vrijetijdsbesteding van Nederlanders. Uit metingen van Google blijkt dat het mobiliteitspatroon van Nederlanders voor Retail & recreatie begin april met 46% daalde. In de maanden daarna volgde een langzaam herstel tot 9% minder mobiliteit bij de meting op 25 september. Vakanties van Nederlanders a) In 2019 gingen 14,3 miljoen Nederlanders op vakantie. Dit is 83,7 procent van de 17,0 miljoen inwoners van Nederland in dat jaar. Zij gingen samen 40,6 miljoen keer op vakantie, 18,0 miljoen keer in Nederland en 22,6 miljoen keer daarbuiten. b) Nederlanders gingen in 2019 gemiddeld 2,4 keer op vakantie: 1,1 keer in Nederland en 1,3 keer in het buitenland. Als we alleen kijken naar de Nederlanders die in 2019 op vakantie gingen, dan lag dit gemiddelde met 2,8 vakanties per vakantieganger iets hoger dan voor de gehele bevolking.
c) De duur van een vakantie was gemiddeld 8,7 dagen, ofwel 7,7 overnachtingen. Hierbij sliepen alle Nederlandse vakantiegangers samen 314 miljoen nachten niet in hun eigen bed: 91 miljoen nachten elders in Nederland en 223 miljoen nachten in het buitenland. d) Een Nederlander ging in 2019 gemiddeld 20,8 dagen op vakantie, 6,4 dagen in eigen land en 14,4 dagen daarbuiten. e) Gezamenlijk besteedden Nederlanders 22,0 miljard euro aan vakanties in 2019, ofwel € 1.291 per Nederlander. Voor Nederlanders die in 2019 één of meer keren op vakantie gingen, lag dit bedrag uiteraard hoger, namelijk op € 1.542 per vakantieganger. Een gemiddelde vakantie kostte ruim € 542 per persoon. Een vakantie in het buitenland was goed voor gemiddeld € 809 euro, een vakantie in Nederland voor € 205. f) De COVID-19-crisis heeft in de eerste 6 maanden van 2020 een substantieel effect gehad op de Nederlandse vakantieganger. Maar waar het aantal binnenlandse vakantiegangers in juni 2020 weer aantrok tot 80% van het aantal in juni 2019, bleef het aantal Nederlanders dat in die maand naar het buitenland op vakantie ging steken op 14%. Inkomend toerisme in Nederland a) In 2019 hebben ruim 20,1 miljoen buitenlandse meerdaagse toeristen Nederland bezocht; ruim 1,3 miljoen meer dan in 2018 (+7%). Zij boekten samen 52 miljoen overnachtingen; zo’n 4,8 miljoen meer dan een jaar eerder (+10%).
Daarmee groeide het inkomende toerisme in 2019 verder door. b) De meeste toeristen kwamen in 2019 uit Duitsland (6,2 miljoen), België (2,5 miljoen) en het Verenigd Koninkrijk (2,4 miljoen). Met name uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kwamen dit jaar meer toeristen (beide +9%). Het aantal Belgische toeristen groeide in 2019 met 5%. c) Amsterdam is met 7,6 miljoen buitenlandse hotelgasten in 2019 de grote trekpleister in Nederland. Mede door de populariteit van Amsterdam is Noord-Holland de provincie met de meeste buitenlandse meerdaagse toeristen: 10,7 miljoen in 2019. d) Het overgrote deel van de buitenlandse toeristen in Nederland verblijft in een hotel. In 2019 ging het om meer dan 15,5 miljoen hotelgasten, 77% van het totale aantal buitenlandse toeristen in dat jaar. e) De meeste buitenlandse toeristen komen naar Nederland voor een (korte) vakantie: 69% in 2019. Een kwart bezocht ons land in het kader van een zakenreis. Bij de rest van het inkomende toerisme gaat het onder meer om het bezoek aan familie en kennissen. f) Circa acht op de tien meerdaagse gasten uit Duitsland en België komen met de auto naar Nederland. Vanuit alle overige landen is het vliegtuig het meest gebruikte vervoermiddel om naar Nederland te komen. g) Stadswandelingen zijn de populairste en belangrijkste activiteit voor buitenlandse toeristen in Nederland.
In 2014 ondernam 54% van de buitenlandse toeristen een stadswandeling; 15% vond dit de belangrijkste ondernomen activiteit in ons land. 30 april 2021 2020
Pagina | 39
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
40
Ontwerpplan 30 april 2021
h) In 2019 hebben buitenlandse toeristen gezamenlijk 14,6 miljard euro besteed aan hun bezoek aan Nederland. i) De ‘lockdown’ die ten gevolge van de COVID-19-crisis wereldwijd werd afgekondigd heeft grote gevolgen gehad voor het aantal buitenlandse gasten in Nederlandse logiesaccommodaties met als voorlopig dieptepunt april 2020 toen het aantal buitenlandse gasten 98% lager lag dan een jaar eerder. Zakelijk toerisme a) In 2019 vonden ruim 21 miljoen zakelijke hotelovernachtingen plaats in Nederland: een groei van 5% t.o.v. 2018. Zakelijke overnachtingen omvatten daarmee 39% van het totale aantal hotelovernachtingen in 2019. b) Van alle provincies vonden in Noord-Holland de meeste zakelijke overnachtingen plaats: 9 miljoen in 2019. In de provincie Utrecht was het marktaandeel zakelijke overnachtingen met bijna 59% van het totale aantal hotelovernachtingen het grootst. c) In 2019 hebben Nederlanders ongeveer 9 miljoen zakenreizen ondernomen: circa 4 miljoen meerdaagse zakenreizen in eigen land en 5 miljoen één- of meerdaagse zakenreizen naar het buitenland. Ten opzichte van 2016 is het totale aantal zakenreizen in 2019 met 4% gegroeid. d) Een kwart van alle buitenlandse bezoekers komt met een zakelijke reden naar Nederland. In 2019 hebben bijna 5,1 miljoen buitenlandse zakenreizigers ons land bezocht voor ten minste één nacht.
De meeste zakenreizigers zijn afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Duitsland. Een zakelijke bezoeker geeft gemiddeld meer geld uit dan een vrijetijdstoerist. In totaal besteedden buitenlandse zakenreizigers ruim 5,3 miljard euro in 2019. e) In de top 10 van congresbestemmingen, volgens de ICCA-ranglijst, stond Nederland in 2019 net als in het voorgaande jaar op de 9e positie. f) De COVID-19-crisis in 2020 heeft niet alleen een groot effect op de markt voor recreatief verblijfstoerisme, de zakelijke markt is zelfs nog harder geraakt. In de eerste zeven maanden van 2020 daalde het aantal zakelijke hotelovernachtingen met 56%. Aanbod en gebruik van logiesaccommodaties a) Met 8.661 accommodaties in 2020 is het totaal aantal logiesaccommodaties in Nederland 3% kleiner dan in 2012. In de samenstelling van het logiesaanbod zijn grotere wijzigingen, het aantal kampeerterreinen is sinds 2012 met 20 procent afgenomen. b) Noord-Holland heeft begin 2020 van alle provincies de meeste logiesaccommodaties en slaapplaatsen. In 2019 had deze provincie ook met ruime afstand de meeste gasten (15,5 miljoen) en de meeste overnachtingen (35 miljoen). c) Drie op de tien slaapplaatsen in Nederlandse hotels bevinden zich in de gemeente Amsterdam. In 2019 trokken de Amsterdamse hotels 9,2 miljoen gasten die samen 18,4 miljoen nachten bleven.
d) In 2019 verbleven bijna 46 miljoen gasten in Nederlandse logiesaccommodaties; een groei van 4,6% t.o.v. 2018. Samen maakten zij ruim 123 miljoen overnachtingen; een toename van 6,3%. e) In 2019 verbleven 20,1 miljoen buitenlandse toeristen in totaal 51,8 miljoen nachten in Nederlandse logiesaccommodaties; een groei van respectievelijk 7,2% en 10,1% t.o.v. 2018. Het aantal Nederlandse gasten (25,8 miljoen) en hun overnachtingen (71,7 miljoen) groeide met respectievelijk 2,6% en 3,8%. f) Toeristen brachten in 2019 meer nachten door in hotels dan in andere accommodatietypen: 54,4 miljoen. Op huisjesterreinen bedroeg het aantal overnachtingen 42,8 miljoen. g) In het eerste en tweede kwartaal van 2020 verbleven respectievelijk 17% en 72% minder gasten in Nederlandse logiesaccommodaties dan een jaar eerder. h) Ook in juli 2020 verbleven er minder gasten in Nederlandse logiesaccommodaties. Bungalowparken en kampeerterreinen zagen het aantal gasten echter toenemen t.o.v. juli 2019 met respectievelijk 11% en 18%. Dit komt hoofdzakelijk door de Nederlandse toeristen die deze zomervakantie in Nederland overnachten. Toerisme in macro-economisch perspectief
30 april 2021 2020
Pagina | 40
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
41
Ontwerpplan 30 april 2021
a) Het toerisme gezien vanuit macro-economisch perspectief groeide in 2019, net als in de voorgaande jaren. Die groei werd zowel door Nederlandse vakantiegangers als het buitenlands toerisme gedreven. b) De totale toeristische bestedingen in de Nederlandse economie stegen in 2019 met 4,7 miljard euro naar een totaal van 91,2 miljard euro. Dit is een stijging van 5,4% t.o.v. 2018. c) De binnenlandse toeristische bestedingen namen in 2019 toe met 4%. d) De bijdrage van toerisme aan de toegevoegde waarde in Nederland bedroeg 4,4% in 2019. In 2010 was dat nog 3,2%. Toerisme is daarmee in de periode 2010-2019 relatief gezien belangrijker geworden voor de Nederlandse economie. e) De werkgelegenheid omgerekend naar het aantal voltijdequivalenten (vte’s) groeide in 2019 met 24.000 vte naar een totaal van 498.000 vte, een stijging van 5%. f) Nederlanders gaven volgens de reisverkeersbalans in 2019 als toerist meer uit in het buitenland dan buitenlandse toeristen in Nederland. Het verschil was 2,4 miljard euro. g) De toegevoegde waarde van de toerismesector daalde fors in het eerste half jaar van 2020 als gevolg van de maatregelen rondom COVID-19. Toerisme en duurzaamheid a) De ‘carbon footprint’ van Nederlandse toeristen is t.o.v. 2018 in 2019 met 1,7% gedaald (18,1 Mton CO2).
b) De ‘carbon footprint’ van alle binnenlandse vakanties is afgenomen met 7,6%, en die voor buitenlandse vakanties met 0,7%. c) Met 63,8% wordt de belangrijkste bijdrage aan de ‘carbon footprint’ geleverd door vliegvakanties, hoewel die slechts 26,0% van alle reizen uitmaken. d) Intercontinentale vakanties maken 7,4% van alle reizen uit, maar zijn verantwoordelijk voor ruim een derde van de ‘carbon footprint’ (37,3%). e) Toeristische druk is uit te drukken in dichtheid en intensiteit. Ook in 2018 was de dichtheid, gemeten in aantal hotelovernachtingen van toeristen per dag per km 2, verreweg het hoogst in Amsterdam: ruim 5 keer zo hoog als in Den Haag en Maastricht en bijna 30 keer zo hoog als het gemiddelde van Nederland voor alle overnachtingen in logiesaccommodaties. f) De toeristische intensiteit, uitgedrukt per 100 inwoners, is in Zeeland met 8 overnachtingen per 100 inwoners hoger dan die in Amsterdam (5,8 hotelovernachtingen) of Haarlemmermeer (5,6). g) De ‘carbon footprint’ van Nederlandse toeristen lijkt meer dan te halveren in 2020, als gevolg van de COVID-19-pandemie en het daardoor sterk gewijzigde vakantiegedrag. h) Ook wijzigde de toeristische druk in de eerste zeven maanden van 2020 door minder buitenlandse en meer binnenlandse gasten (in juli) die andere accommodatietypen en vakantieregio’s kiezen.
30 april 2021 2020
Pagina | 41
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
42
Ontwerpplan 30 april 2021
8.2.
DOMEINEN
Horecasector a) Het aantal horecabedrijven groeide in 2020 voor het tiende jaar op rij naar 61.780 bedrijven. Tussen 2015 en 2020 groeide het aantal horecabedrijven met 25% wat resulteerde in 11.965 extra bedrijven. Vooral het aantal cateraars en hotels groeide sterk. b) Nederlanders realiseerden in 2019 tezamen 18 miljoen binnenlandse vakanties. Horeca gerelateerde accommodaties hebben met 7,1 miljoen vakanties een aandeel van 40% op alle binnenlandse vakanties. Minder Nederlanders kozen voor een binnenlandse hotelvakantie. Woningen van particulieren waren bij meer Nederlanders in trek. Binnenlandse vakantiegangers gaven in 2019 tezamen 1,6 miljard euro uit aan vakanties in horeca gerelateerde accommodaties, 7% meer dan in 2017. c) De Nederlandse hotelsector profiteert in belangrijke mate van de groei van het inkomend toerisme omdat buitenlandse gasten vaak in hotels overnachten. In 2019 steeg het aantal buitenlandse hotelgasten met 6% stevig door. In totaal werden 15,5 miljoen buitenlandse hotelgasten geteld, 839 duizend meer dan in 2018. d) In 2019 heeft de Nederlandse horeca 4% meer omgezet dan een jaar eerder. T.o.v. 2015 groeide de omzet in de Nederlandse horeca met 26%. Het leeuwendeel van de omzet in de horeca komt van eet- en drinkgelegenheden (71%), logiesverstrekking heeft een aandeel van 29%.
e) In 2019 steeg de gemiddelde bezettingsgraad van de Nederlandse hotels van 77,7% in 2018 naar 78% in 2019. Het was de hoogste bezettingsgraad ooit gemeten in Nederland, f) sinds de start van het jaarlijkse hotelonderzoek in 1977. g) Trekken we de horeca wat breder naar out-of-home foodomzet dan zien we ook een stevige groei. De omzet van buitenshuis eten, de zogenaamde foodserviceomzet groeide de afgelopen tien jaar met 17%, van 18 miljard in 2010 tot 21 miljard euro in 2019. Daarvan neemt de klassieke horeca 10,7 miljard voor haar rekening. h) Beleidsmatig was de Nederlandse overheid in 2019 vooral druk met wet- en regelgeving rond particuliere verhuur. Eind 2019 is de Wet Toeristische verhuur positief beoordeeld door de Raad van State. i) Voor de coronacrisis was het topic in de branche overtoerisme. Waar de algemene teneur vooral richting beperken van toerisme zat, lieten horecaondernemers een tegengesteld geluid horen. Bijna 70% van de horecaondernemers geeft aan dat toerisme belangrijk is voor hun zaak en ruim de helft geeft aan dat er nog ruimte is voor verdere groei van het toerisme. Draagvlak en samenwerking is daarbij van groot belang. Verblijfsrecreatie a) Begin 2020 telde Nederland 1.353 huisjesterreinen, 2.603 kampeerterreinen en 867 groepsaccommodaties. Deze bieden gezamenlijk zo’n 1,1 miljoen slaapplaatsen aan.
Dat zijn er 30.967 minder dan in 2015 oftewel een afname met 2,8%. b) De verblijfsrecreatieve sector ontving in 2019 15,4 miljoen gasten die samen 69,0 miljoen overnachtingen realiseerden. Tussen 2015 en 2019 groeide het aantal gasten met 16,8%, het aantal overnachtingen met 11,5%. c) In de verblijfsrecreatie werd in 2019 in totaal 2,9 miljard euro omgezet. Daarvan valt de meeste omzet in de bungalowsector (2,1 miljard euro), gevolgd door de kampeersector (599 miljoen) en hekkensluiter de groepsaccommodaties (189 miljoen). d) KIKK Recreatie schat het aantal werknemers in de verblijfsrecreatie op 12.690, omgerekend 7.638 fte’s. De meeste fte’s zien we in bungalowparken (5.159), in mindere mate op kampeerterreinen (2.479). Het gemiddeld bruto jaarinkomen in de branche ligt op zo’n 25 duizend euro. e) Belangrijkste trends en ontwikkelingen zien we rond overnames van bedrijven door buitenlandse ketens, meer buitenlands investeringsgeld in de verblijfsrecreatie, duurzaam ondernemen op meerdere vlakken, luxe kamperen en opmars van de camper, flinke investeringen in innovatieve speelfaciliteiten, bewustwording in de F&B en meer overheidsaandacht voor de vitaliteit van de sector.
30 april 2021 2020
Pagina | 42
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
43
Ontwerpplan 30 april 2021
f) Brancheorganisatie HISWA-RECRON heeft het omzetverlies voor de periode maart-september 2020 als gevolg van de pandemie geschat op 25%. Daarbij wordt de kampeersector met -19% het minst geraakt, gevolgd door de bungalowsector met -22%. Slecht gaat het met de groepsaccommodaties die 68% omzetverlies moeten incasseren. Waterrecreatie a) In 2019 bedroeg de omzet van de Nederlandse watersportsector 2,2 miljard euro. Het meeste daarvan (1,6 miljard euro) voor jachtbouw, toelevering, import en service. Meer recreatief gebonden watersportactiviteiten behaalden in 2019 een omzet van 614 miljoen euro. b) In de hele watersportsector werken 9.826 werknemers. Indirect zorgt de sector nog eens voor 9.913 banen waarmee de totale werkgelegenheid uitkomt op een kleine 20 duizend banen. c) Belangrijke trends waarop jachthavens kunnen inspelen zijn de vergrijzing, de hoogconjunctuur, de populariteit van korte vakanties in eigen land, de groei van Duits inkomend toerisme en verminderd animo bij jongeren om een boot te bezitten. d) Kansen zijn er in de opkomst van sloepen, in de verhuur van boten en de behoefte aan verblijven in de jachthaven. Daarop kunnen jachthavens inspelen door het toevoegen van extra overnachtingsfaciliteiten. Daarbij is dan een goede horeca en een supermarkt of (watersport)winkel wel gewenst.
e) In 2018 gaf 18 procent van alle Nederlanders aan op enig moment watersport te hebben beoefend (participatie). In totaal ondernamen Nederlanders 33 miljoen vrijetijdsactiviteiten met als doel watersport. f) Een ruime meerderheid (90%) van de recreatievaarders zijn (zeer) tevreden over de rijks of provinciale vaarweg waarover het laatst is gevaren. De kwaliteit en veiligheid van de vaarweg worden overwegend (zeer) positief beoordeeld door de ondervraagde recreatievaarders. Gevraagd naar de toeristische beleving van de vaarweg zijn negen op de tien (zeer) tevreden over de omliggende natuur/landschap. Acht op de tien zijn (zeer) tevreden over het aanbod van havens. Reissector a) Het aantal bedrijven in de reisbranche groeide tussen 2018 en 2020 met 6 procent naar 6.058. In totaal werd in 2019 in de reisbranche 16,9 miljard euro omgezet. Tussen 2018 en 2019 groeide de omzet in de reisbranche met 6%. b) Bij buitenlandse vakanties boekt 24% een pakketreis en stelt nog eens 22% zijn eigen reis samen. Toch boeken nog steeds de meeste Nederlanders (34%) voor een buitenlandse vakantie alleen de accommodatie vooraf. c) Meest populaire typen buitenlandse vakanties zijn strandvakanties met een aandeel van 18%, gevolgd door stedentrips (aandeel 16%). In 2019 werden strandvakanties populairder en verloren stedentrips.
Ook actieve vakanties zijn met een aandeel van 13% nog relevant evenals het bezoek van familie of vrienden (14%). d) De vakantiemarkt bevindt zich momenteel als gevolg van de coronacrisis in een ongekend onzekere fase. Uit recent onderzoek blijkt dat een grote meerderheid van de bevolking (75%) de komende jaren nog altijd op vakantie wil gaan. Maar het onbezorgde van vakanties is er wel even van af. De consument mist vertrouwen en gaat bij de vakantiekeuze voor zekerheid en flexibiliteit. e) In 2019 groeide de mondiale luchtvaart met 4%. De sterke groei van de luchtvaart in eerdere jaren is duidelijk aan het afkoelen. De Nederlandse luchthavens zagen in dat jaar 81,2 miljoen passagiers aankomen en vertrekken, een groei van 2%. Ook in Nederland zakt de groei in. Schiphol groeide heel bescheiden in aantallen passagiers en ook de andere Nederlandse luchthavens van nationaal belang zagen de grote groeicijfers van voorgaande jaren inzakken. f) De Nederlandse regering heeft de ontwerp-luchtvaartnota 2020-2050 vastgesteld. De nieuwe koers is gericht op een veilige luchtvaart met een sterk netwerk van internationale verbindingen, minder overlast voor mensen en minder impact op het milieu. ANVR is kritisch omdat het belang van de leisurereiziger lijkt te zijn vergeten.
30 april 2021 2020
Pagina | 43
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
44
Ontwerpplan 30 april 2021
g) Ondanks alle plannen en goede voornemens stoot de Nederlandse luchtvaart steeds meer broeikasgassen uit. Waar de totale Nederlandse emissies met 8% daalden, groeiden die van de luchtvaart met 13. Positief is wel dat de emissie-intensiteit van de luchtvaart sterk verbeterde wat betekent dat de economische activiteiten van de luchtvaart gepaard gaan met steeds minder uitstoot, door onder andere een kleinere gemiddelde vliegafstand, verbetering van de brandstofefficiëntie en een hogere bezettingsgraad van vliegtuigen. h) Positief is dat de trein terrein wint, al staan de absolute aantallen nog niet in verhouding tot de cijfers van vliegen. Het aandeel treinvakanties groeide tussen 2018 en 2019 van 4% naar 5%. Het aantal treinvakanties groeide in die periode met 18%. Attractiepuntensector a) Het CBS telt zo’n 180 attractieparken in Nederland die tezamen 11.100 personen in dienst hebben en 4.675 arbeidsjaren realiseren. Deze 180 parken wisten 22,4 miljoen bezoeken te realiseren waarvan 16% uit het buitenland. De omzet bedroeg 554 miljoen euro. b) Nederland telt ruim 50 parken waar dieren worden gehouden waarvan 13 grote dierentuinen die zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen. In het afgelopen decennium werd ook de mogelijkheid tot het overnachten in de dierentuinen flink uitgebreid.
c) De atttractiepuntenmarkt wordt steeds diverser want naast de ‘echte’ attractieparken zien we ook Family Entertainment Centers, Family Activity Centers, Science Centers, Escape Rooms, horecatainment, artentertainment en retailtainment. De spreekwoordelijke taart moet daarmee met steeds meer partijen worden gedeeld. d) De tien grootste attractieparkconcerns ter wereld hebben vorig jaar 4,0% meer bezoek getrokken. Samen trokken ze 521 miljoen bezoekers. Het bezoek aan de 20 grootste attractieparken van Europa daalde met 1,3% naar 64,5 miljoen bezoeken. In 2018 konden ze nog een groei van 4,4% noteren. e) Nederlanders ondernemen jaarlijks circa 3,7 miljard vrijetijdsactiviteiten in eigen land. Het bezoek aan attracties staat met een aandeel van 7% op de vijfde plaats. In totaal gaat het om 249 miljoen uithuizige vrijetijdsactiviteiten naar attracties. f) 2019 was opnieuw een recordjaar voor de grootste 50 Nederlandse dagattracties. De meest voorkomende genres in de Top 50 zijn musea (18), dierentuinen/natuurparken (13) en attractieparken (9). Van de in totaal 50 dagattracties lieten 34 een stijging zien in de bezoekaantallen in 2019, 16 attracties zagen het bezoek t.o.v. 2018 afnemen. In 2019 bezochten 10,1 miljoen mensen de Nederlandse dierentuinen. In 2018 waren dit ruim 9,7 miljoen. Het totale bezoek steeg dus met ruim 200 duizend bezoekers.
g) De prognose voor de komende jaren wordt sterk bepaald door de huidige corona-crisis. Positief is dat het totaal aantal bezoekers aan de verschillende vormen van dagrecreatie tot 2020 elk jaar steeg. Het jaar 2020 gaat hiervan natuurlijk afwijken door sluitingen en een operatie op beperkte capaciteit. Maar de trend is dat de Nederlander er graag een dagje op uitgaat en continu zoekt naar nieuwe ervaringen en vormen van beleving. Actieve recreatie a) In 2019 voldeed 49% van alle Nederlanders aan de beweegrichtlijn, t.o.v. 2017 een groei van 2,5%. Opvallend is dat jongeren van 12 tot 16 jaar minder voldoen aan de beweegrichtlijn (43%) dan andere leeftijdsgroepen, m.u.v. Nederlanders van 75 jaar of ouder. b) In 2019 hebben 10,2 miljoen Nederlanders gedurende een maand of langer minimaal één keer per week gesport. Het aantal sporters en de sportfrequentie is na een flinke stijging tussen 2013 en 2017 gestabiliseerd. c) Nederland heeft ruim 89.000 kilometer aan fietsmogelijkheden waarvan ca. 34.000 kilometer fietspaden. Het bewegwijzerde fietsknooppuntennetwerk omvat 34.150 kilometer en telt 9.200 knooppunten die in 45 regionale netwerken worden beheerd. De met het knooppunten-netwerk samenhangende landelijke fietsroutes (LF-routes) zijn 3.800 kilometer lang. d) In 2019 zijn 1,1 miljoen fietsvakanties in eigen land ondernomen.
Dit zijn 904 duizend fietsstandplaatsvakanties en 166 duizend fietstrektochten. Een fietsstandplaatsvakantie duurt gemiddeld 7,3 dagen, een fietstrektocht wat langer, 8,8 dagen. Fietsen tijdens de vakantie wordt met een rapportcijfer 8,2 hoog gewaardeerd.
30 april 2021 2020
Pagina | 44
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
45
Ontwerpplan 30 april 2021
e) Nederland telt 43.300 kilometer gemarkeerd wandelroutenetwerk, 7.670 kilometer LangeAfstand- Wandelpaden en 3.980 kilometer streekpaden. De NS-wandelingen omvatten 815 kilometer, OV-stappers hebben een netwerk van 1.450 kilometer en er zijn ook nog 430 kilometer Stad-te-Voet-routes. f) Twee op de drie Nederlanders (65%) gaat wel eens wandelen voor plezier, dat zijn in totaal 11 miljoen Nederlanders. Zij maken jaarlijks gemiddeld 52 wandelingen. In totaal gaat men 423 miljoen keer recreatief wandelen. Daarnaast worden nog eens 116 miljoen wandelsportactiviteiten ondernomen. Ca. één op de acht wandelaars doet ook aan wandelsport. g) Bijna de helft (48%) van de Nederlanders gaat wel eens fietsen voor plezier, dat zijn in totaal 8,1 miljoen Nederlanders. Zij maken jaarlijks gemiddeld 35 fietstochten. In totaal gaat men 191 miljoen keer recreatief fietsen. Daarnaast gaan Nederlanders ook nog 25 miljoen keer wielrennen of mountainbiken. h) Recreatief wandelen en fietsen zijn samen goed voor 66% van alle buitenrecreatieve activiteiten. Evenementensector a) Jaarlijks worden er honderdduizenden evenementen en bijeenkomsten in Nederland georganiseerd die gezamenlijk meer dan 130 miljoen bezoekers en deelnemers genereren. Ze zijn samen goed voor ruim 7,4 miljard euro aan omzet en 101 duizend banen.
b) Bijna de helft van de Nederlandse bevolking (47%) heeft in 2019 online een kaartje voor een evenement gekocht. Dat aandeel groeit nog steeds, tussen 2015 en 2019 met 2%. c) In het CVTO worden 3,6 miljard vrijetijdsactiviteiten geregistreerd, daarvan staat het bezoek aan evenementen op plaats acht met 139 miljoen activiteiten. d) De 25 grootste entree heffende evenementen trokken in 2019 samen 4,5 miljoen bezoekers, een afname met 2%. Ook in de vrij toegankelijke evenementen zat een beetje de klad, zij trokken 14,5 miljoen bezoekers, 1% minder dan in 2018. e) Het aantal muziekfestivaledities loopt al enige jaren terug. Waren er in 2016 nog 1.338 edities van muziekfestivals, in 2019 is dat met 7% teruggelopen naar 1.243. Belangrijkste festivalmaanden blijven mei tot september alhoewel de seizoenspiek wat lijk af te vlakken. Het aantal muziekfestivals in Noord-Holland loopt terug. f) Vak- en publieksbeurzen waren in 2019 goed voor een bijdrage van 4 miljard euro aan de Nederlandse economie. De directe uitgaven van exposanten en bezoekers is berekend op 1,7 miljard euro. De sector leverde maar liefst 24 duizend banen op. g) In 2019 is het aantal bezoekers van grote concerten fors gegroeid. De 207 concerten ontvingen 2,9 miljoen bezoekers, een groei van 16% t.o.v. het jaar ervoor.
De opbrengsten stegen met 25% naar 165 miljoen euro deels veroorzaakt door de groei van het aantal grote concerten en deels door reguliere prijsverhogingen. h) De evenementenbranche is zonder twijfel binnen de vrijetijdseconomie de hardst getroffen sector. In een peiling van het Eventplatform rapporteren ondernemers over het derde kwartaal een omzetdaling van 77%. Dat is een hele lichte verbetering t.o.v. het tweede kwartaal toen de omzetdaling nog op 84% stond.
30 april 2021 2020
Pagina | 45
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
46
Ontwerpplan 30 april 2021
8.3.
MAATSCHAPPELIJKE TRENDS
Demografie a) De wereldbevolking groeit langzamer, maar in 2050 leven er nog altijd een kwart meer mensen op aarde dan in 2019. De groei is niet evenredig over de wereld verdeeld. In sommige regio’s verdubbelt de bevolking waar in andere regio’s sprake is van een minieme groei. b) In Europa groeit de bevolking alleen nog maar door migratie. De natuurlijke groei van de EUbevolking is al sinds 2012 negatief met meer doden dan geboortes. De grijze druk zal in 2050 op 49,9% uitkomen. Dan moeten twee werkenden voor één oudere zorgen. c) In 2019 is de Nederlandse bevolking met 126 duizend personen gegroeid tot ruim 17,4 miljoen inwoners. De bevolking groeide daarmee sterker dan de afgelopen drie jaar. De natuurlijke aanwas van de bevolking was met 17.000 gering. De motor achter de bevolkingsgroei is migratie. d) Sinds de eeuwwisseling vindt de bevolkingsgroei steeds meer plaats in en rond de grote steden in de Randstad. Ook grotere steden in de provincie krijgen meer inwoners. Van alle gemeenten heeft 18% te maken met krimp. Deze 63 gemeenten liggen voornamelijk aan de randen van Nederland. e) Tot 2060 groeit de Nederlandse bevolking door tot 19,6 miljoen inwoners. Internationale migratie speelt een belangrijke rol bij de toekomstige bevolkingsgroei. Tot 2035 komt de bevolkingsgroei vooral in de grotere gemeenten terecht.
De vier grote steden groeien naar verwachting het hardst, gevolgd door de middelgrote steden met meer dan 100.000 inwoners en de kleinere gemeenten. f) Het aantal huishoudens stijgen van 7,9 miljoen nu naar bijna 8,6 miljoen in 2035 en 8,8 miljoen in 2050. Door een daling van de gemiddelde huishoudensgrootte neemt het aantal huishoudens sneller toe dan het aantal inwoners. Economie a) In 2019 groeide de Nederlandse economie met 1,8%. Dat is minder sterk dan de voorgaande jaren. In 2018 groeide de economie nog met 2,6% en in 2017 met 2,9%. b) Het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens lag in 2019 voor het zesde jaar op rij hoger dan een jaar eerder. In 2019 groeide het inkomen met 1,6%. De inkomens zijn niet heel erg gelijkmatig verdeeld als we kijken naar bijvoorbeeld leeftijd, huishoudpositie, type arbeidsrelatie of inkomensbron. c) Nederland had in 2019 de op één na hoogste inflatie van de Eurozone. In 2019 stegen de consumentenprijzen met 2,6% sterker dan in 2018, de sterkste stijging sinds 2002. In de vrijetijdssector stegen de prijzen nog harder. d) In 2019 telde Nederland met 10,7 miljoen banen een record. Daarvan zijn de meeste banen (8,5 miljoen) van werknemers. Er waren in 2019 meer mensen aan het werk dan ooit, ruim 9,5 miljoen. In 2019 had 21,5% van alle werkenden een flexibel dienstverband.
Flexibel werk brengt voor velen onzekerheid met zich mee en dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Want als het werk wankel is, wankelt niet alleen het inkomen, maar vaak ook de gezondheid, sociale relaties, en het zelfrespect. e) Ondanks de hoogconjunctuur liep het vertrouwen van de Nederlanders in 2019 al fors terug. Stond het vertrouwen over de economie en de eigen financiële situatie in 2018 nog op +20, in 2019 daalde dat naar -1. Het ondernemersvertrouwen kwam aan het begin van het eerste kwartaal van 2020 uit op 6,4, nagenoeg gelijk aan een kwartaal eerder (6,6). f) De toeristische bestedingen in Nederland groeiden in 2019 met 5,4% naar 91,2 miljard euro. De groei vertraagde wel want in 2018 bedroeg de toename nog 6,4%.
30 april 2021 2020
Pagina | 46
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
47
Ontwerpplan 30 april 2021
Sociaal cultureel a) De verwachtingen voor het eigen leven van de Nederlanders zijn aan het begin van 2020 onveranderd positief en de verwachtingen voor het land onveranderd negatief. Grootste problemen voor Nederlanders zijn samenleven & normen en waarden en immigratie & integratie. b) Tussen 2008 en 2018 is de kwaliteit van leven van de Nederlanders niet toegenomen. Na een roerige periode zijn de inkomens hersteld van de crisis maar heeft de economische opleving van de afgelopen jaren zich (nog) niet vertaald in een verbetering van de algemene objectieve leefsituatie van burgers. c) De meeste Nederlanders van 18 jaar en ouder zijn tevreden met het leven dat ze leiden. Het meest tevreden zijn Nederlanders met hun woning en het werk. Minst tevreden zijn ze met hun gewicht en lichamelijke gezondheid. Van alle Nederlanders is 74 procent tevreden met de hoeveelheid vrije tijd. d) Nederlanders hebben gemiddeld 43,8 uur vrije tijd in een week. Het grootste deel beschikt hiermee naar eigen zeggen over voldoende vrije tijd. In 2016 ging meer dan 80% van de Nederlanders van 15 jaar of ouder op vakantie. Het Europese gemiddelde ligt op slechts 62%. e) Voor 96% van de Nederlanders is het in 2016 van belang om in de vrije tijd te kunnen doen waar ze zelf zin in hebben.
Ook ontspannen of uitrusten in de vrije tijd is voor veel mensen belangrijk, gevolgd door het ontmoeten van leuke mensen en jezelf kunnen ontwikkelen. f) De groei van de Nederlandse economie in de periode 2012-2019 is de brede welvaart ten goede gekomen. Ondanks het feit dat het bbp in die periode met 60% groeide en het reëel beschikbaar inkomen daarbij achterbleef, is er duidelijk sprake van een toename in materiele welvaart, inkomen en consumptie. Technologie a) Nederland behoort tot de absolute top van EU-landen als we kijken naar huishoudens die thuis toegang hebben tot internet. Koploper in device voor internetgebruik is de smartphone. Maar liefst 92% van de Nederlanders gebruikt deze om te internetten. b) Populairste activiteiten op internet zijn e-mail, sociale media, informatie over goederen en diensten opzoeken en tekstberichten uitwisselen. Ook spelletjes spelen en/of muziek downloaden zijn favoriete activiteiten. Inmiddels kijkt meer dan de helft van de Nederlanders wel eens televisie via internet. c) Nederlanders kopen steeds vaker en meer producten en diensten via internet. Gaf in 2015 nog 70% van de Nederlanders van 12 jaar of ouder aan iets online gekocht te hebben, in 2019 was dat opgelopen naar 79%. Dat zijn 11,8 miljoen online shoppers. d) Nederlanders zijn de afgelopen vijf jaar veel meer gebruik gaan maken van sociale media.
Het aandeel Nederlanders van 12 jaar of ouder dat sociale media gebruikt groeide tussen 2014 en 2019 van 74% naar 87%. WhatsApp is veruit favoriet. Instagram groeit snel en TikTok is duidelijk de new kid on the block met veel jonge gebruikers. e) De zorgen onder Nederlanders over internetveiligheid nemen toe. In 2019 maakte 58% van de bevolking van 12 jaar of ouder zich zodanig zorgen om de veiligheid op internet dat ze afzagen van sommige online activiteiten. f) De 13 megatrends die we rond technologische ontwikkelingen signaleren bewegen zich rond veiligheid, privacy, 5G, hyperautomatisering, multi-experience, virtual customer experience, voice, nfc, chatbots, IoT, herkenningstechnologie, robots, big data en drones. Duurzaamheid a) Het afgelopen decennium is de mondiale uitstoot van broeikasgassen gemiddeld met 1,5% per jaar gestegen. Alleen in de jaren 2014 tot 2016 zagen we een wat lagere groei. In 2017 groeide de uitstoot weer met 1,3% die in 2019 versnelde naar 2,0%. b) De VN is niet positief in haar Global Environment Outlook. Ondanks alle beleidsinspanningen is het milieu er slechter aan toe dan ooit. Dit heeft uiteindelijk ook nadelige gevolgen voor menselijke gezondheid, welzijn en economische vooruitgang. c) Ook Europa zal bij het huidige beleid haar milieudoelstellingen niet halen.
Er is actie nodig om het hoge tempo van biodiversiteitsverlies, de toenemende effecten van klimaatverandering en het overmatig gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan te pakken. Toch is er, zeker op het gebied van hulpbronnenefficiëntie en circulaire economie, vooruitgang geboekt. 30 april 2021 2020
Pagina | 47
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
48
Ontwerpplan 30 april 2021
d) De uitstoot van broeikasgassen lag in Nederland in 2019 op basis van voorlopige cijfers 3% lager dan in 2018 en 18% lager dan in 1990. Nederland gaat het doel van 49% emissiereductie in 2030 helaas niet halen. Een doorrekening van het Nationale Klimaatakkoord geeft aan dat we echter wel een reductie van 43% tot 48% t.o.v. 1990 kunnen halen. e) Nederland kwam in 2019 tot stilstand vanwege de manier waarop de stikstofuitstoot werd gecompenseerd. Die kon volgens het Europese Hof en de Raad van State niet door de beugel. Het Adviescollege Stikstofproblematiek benadrukt dat versneld natuurherstel en reductie van emissies en deposities randvoorwaardelijk zijn voor de oplossing van de stikstofproblematiek in het perspectief van natuurdoelstellingen, en daarmee voor toekomstige toestemmingverlening. Politiek en beleid a) Perspectief 2030 is de breed gedragen visie op de toekomstige ontwikkeling van de bestemming Nederland. Zowel bij nationale als regionale overheden, brancheorganisaties, onderzoeks- en onderwijsinstellingen als bij ondernemers. b) Het doel van Perspectief 2030 is het toekomstbestendig ontwikkelen van de bestemming Nederland waarin bezoek bijdraagt aan welvaart en welzijn van alle Nederlanders. Daartoe moet toerisme een middel zijn om bij te dragen aan het oplossen van grotere maatschappelijke vraagstukken die invloed hebben op onze welvaart en welzijn.
c) Met Perspectief 2030 zijn ook de doelen van NBTC verlegd van een focus op groei naar een focus op het verleiden van toeristen om zich meer te spreiden in tijd en in ruimte. Doel hierbij is dat zoveel mogelijk regio’s van het groeiend toerisme kunnen profiteren, zonder dat het de draagkracht van deze regio’s overstijgt. d) Het Nederlandse Kabinet onderschrijft het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur dat een perspectiefwisseling voor toerisme nodig is. Overheden richten zich nu nog te eenzijdig op economisch profijt van toerisme, terwijl er ook oog moet zijn voor de toenemende kansen en de negatieve gevolgen voor leefomgeving en samenleving. e) De uitbraak van het coronavirus heeft de vrijetijdssector hard geraakt. Veel bedrijven moesten op last van de overheid (tijdelijk) sluiten, grenzen sloten en zowel het bezoek viel sterk terug. In hoeverre het virus de samenleving en de sector blijft ontregelen, is ongewis. Om in deze onzekere tijden handvatten te bieden, heeft het Centre of Expertise Leisure Tourism & Hospitality (CELTH) vier toekomstperspectieven ontwikkeld voor de bezoekers-economie na de COVID-19-crisis. Dit betreft business as usual, survival of the fittest, business as unusual en verantwoord toerisme.
30 april 2021 2020
Pagina | 48
Vrije tijd is ons werk!
8. BIJLAGEN
49
Ontwerpplan 30 april 2021
8.4.
SAMENVATTING “PERSPECTIEF 2030, BESTEMMING NEDERLAND”5
NBTC Holland Marketing is verantwoordelijk voor de positionering, ontwikkeling en marketing van Nederland in binnen- en buitenland. Via het merk 'Holland' zet NBTC Nederland op de kaart als aantrekkelijke bestemming voor vakanties, zakelijke bijeenkomsten en congressen. In totaal werken bij NBTC zo’n 70 mensen, waarvan 30 op de vestigingen en allianties in het buitenland. Samen met de Holland-partners worden die landen en regio's bewerkt die de meeste bezoekers en bestedingen voor Nederland genereren. Vanuit die gedachte is NBTC actief in Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië, Scandinavië, NoordAmerika, Japan en China. In Japan is er sprake van een Holland Alliantie in samenwerking met Toerisme Vlaanderen. Grondig marktonderzoek geeft richting aan de marketingstrategie en de gezamenlijke activiteiten in de verschillende landen gericht op specifieke doelgroepen. NBTC richt zich met de HollandCitystrategie op activiteiten die – naast behoud van marktaandeel – zorgen voor spreiding in ruimte en tijd en het verhogen van de economische waarde per bezoeker. Onder de noemer HollandCity is NBTC gestart met het positioneren van Nederland als metropool met verschillende aantrekkelijke districten.
Door ontwikkelde verhaallijnen wordt aan de hand van hun interesses de aandacht van bezoekers op meerdere plekken in ons land gericht én een slimme programmering van grootschalige evenementen in de regio’s draagt bij aan een bezoek dat meer gespreid over ons land plaats vindt. Perspectief 2030 van NBTC Holland Marketing geeft een nieuwe visie op bestemming Nederland t.b.v. het welzijn van alle Nederlanders. De kansen en uitdagingen van toerisme Toerisme levert ons veel op. Het vergroot onze wereld en maakt ons, door de ogen van anderen, trots op Nederland. Ook in economische termen levert toerisme veel waarde. Tot nu toe hebben de Nederlandse overheid en de gastvrijheidssector vooral ingezet op het promoten van de bestemming Nederland om meer bezoekers aan te trekken. Inmiddels kunnen we stellen dat meer niet altijd, en zeker niet overal, beter is. Van promotie naar bestemmingsmanagement Het aantal binnenlandse en inkomende bezoekers in Nederland zal nieuwe records gaan bereiken. Voorzichtige schattingen voorspellen dat het aantal inkomende bezoekers met minimaal 50% groeit van 18 miljoen in 2017 naar 29 miljoen in 2030. Zet de groei van de afgelopen jaren zich exponentieel door, dan kan dat in 2030 oplopen tot maar liefst 42 miljoen internationale gasten (NBTC, 2018). De groei is vooral afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, België, Oost-Europa, Amerika en Azië.
Toeristen worden vooral aangetrokken door de grote diversiteit van Europa en doen daarbij ons land veelal als eerste aan. Met name de groeiende groep actieve senioren die tijd en geld hebben om te reizen, zal ons land bezoeken.
5
NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen), oktober 2018
30 april 2021 2020
Pagina | 49
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
50
Ontwerpplan 30 april 2021
Reizen en persoonlijke ontmoetingen zullen de komende jaren een essentieel onderdeel blijven van het internationaal zaken doen. Met name in steden en op iconische locaties zal door overbelasting een druk op de leefbaarheid kunnen ontstaan, waar andere plaatsen in Nederland nog onvoldoende profijt hebben van de kansen en economische impuls die toerisme kan bieden. Om bezoekersstromen te kunnen beheersen en de kansen die toerisme met zich meebrengt te verzilveren moeten we nu in actie komen. In plaats van bestemmingspromotie is het tijd voor bestemmingsmanagement. Toerisme als middel Het doel van de visie van NBTC Holland Marketing is het toekomstbestendig ontwikkelen van de bestemming Nederland, als geliefde, waardevolle en leefbare bestemming. Daartoe wil NBTC toerisme zien als een middel om bij te dragen aan het oplossen van grotere maatschappelijke vraagstukken die invloed hebben op onze welvaart en ons welzijn, zodat in 2030 elke Nederlander profijt heeft van toerisme. De belangrijkste thema’s zijn: » Versterken van de Nederlandse identiteit. » Vergroten van de leefbaarheid. » Realiseren van onze duurzaamheidsdoelstellingen. » Creëren van werkgelegenheid. Focus op het gedeelde belang; inhaalslag voor bewoners In alle thema’s komen belangen van verschillende stakeholders samen: bezoekers, bewoners en bedrijven.
Om Nederland als bestemming toekomstbestendig te ontwikkelen, moet ingezet worden op activiteiten die een bijdrage leveren aan het gedeelde belang van deze groepen. De belangen van bewoners zijn tot nu toe vaak achtergesteld geweest in de ontwikkeling van toerisme en verdienen daarom een inhaalslag.
30 april 2021 2020
Pagina | 50
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
51
Ontwerpplan 30 april 2021
8.5.
DOELGROEPEN VOLGENS LEEFSTIJLVINDER
Het BSR-model gebruikt psychografische waarden om mensen in te delen in verschillende leefstijlen. Deze leefstijlen worden gecreëerd vanuit twee assen: de sociologische as en de psychologische as. De sociologische as loopt van ‘ego’ naar ‘groep’. Deze begrippen staan voor de mate waarin iemand gericht is op het individu, versus de groep. Mensen aan de ‘ego’ kant van het model overwegen vooral de impact op de eigen persoon bij het maken van beslissingen in hun leven. Mensen aan de andere kant van het model, aan de ‘groep’ kant, overwegen juist meer het belang van de groep in hun beslissingen en gedrag. De psychologische as loopt van ‘introvert’ naar ‘extravert’. Deze as geeft aan hoe men met emoties omgaat. Mensen aan de introverte kant van het model zijn wat meer ingetogen en houden hun emoties dicht bij henzelf. Mensen aan de extraverte kant van het model zijn juist naar buiten gericht en gaan op een open manier met hun emoties om. Vier segmenten Door deze assen te laten kruisen, ontstaan vier segmenten. Deze segmenten zijn aan vier woorden en kleuren gekoppeld. Van linksboven naar linksonder, met de klok mee zijn het: » De rode leefstijl (vrijheid) » De gele leefstijl (harmonie) » De groene leefstijl (zekerheid) » De blauwe leefstijl (controle) Omdat ieder mens een bepaalde positie heeft op iedere as, zijn mensen in te delen in deze leefstijlen.
Dat betekent echter niet dat iedereen binnen een bepaalde leefstijl hetzelfde is. Ook binnen de leefstijlgroepen is grote diversiteit te vinden. We zien dat iedereen alle vier de leefstijlen in bepaalde mate in zich heeft. Eén kleur is echter dominant, deze kleur benoemen we dan als ‘de kleur’ van de persoon. In het model is het mogelijk om verschillende kernwaarden te plotten. Dit overzicht met waarden ziet er als volgt uit:
30 april 2021 2020
Pagina | 51
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
52
Ontwerpplan 30 april 2021
In het onderzoek voor de Leefstijlvinder is dit BSR-model als basis genomen. De vragen die de BSR-positie van een persoon bepalen zijn ook specifieke vragen over vakantie en vrije tijd meegenomen om de nieuwe Leefstijlen Vakantie en Vrije Tijd te bepalen. Meer informatie over deze methode is te vinden op de pagina ‘achtergrond’. Omdat BSR™ als basis is gebruikt, zijn de verschillende leefstijlen die in dit onderzoek gevonden zijn te plaatsen in het BSR-model. Dat is hieronder te zien. Door op deze wijze te kijken naar de leefstijlen is duidelijk te zien welke groepen meer verwantschap hebben met elkaar. Zo zijn zowel de Avontuurzoekers als de Plezierzoekers extravert georiënteerd, en hebben zowel de Harmonieals de Verbindingszoekers een groep-oriëntatie. Door te kijken naar de positie van de leefstijl in het model en dit te combineren met het waardenmodel, is het ook mogelijk om een beeld te krijgen van de gedeelde waarden van mensen met deze leefstijl.
30 april 2021 2020
Pagina | 52
8. BIJLAGEN
Vrije tijd is ons werk!
53
Ontwerpplan 30 april 2021
AVONTUURZOEKERS Deze recreanten zijn creatief, avontuurlijk, eigenwijs en geïnteresseerd in anderen. Ook omschrijven ze zichzelf als intelligent en ondernemend. Ze vinden het lekker om hun eigen gang te gaan, en vinden het dan ook niet erg om alleen te zijn. Als ze met anderen optrekken, dan zijn dat het liefst creatieve en vernieuwende denkers, of mensen die weten wat ze willen. Ze hechten veel waarde aan vrijheid, uniek zijn en genieten van het leven. Wat betekent vrije tijd? Fijn, vrije tijd! Tijd voor zelfontwikkeling, tijd om nieuwe dingen te beleven, tijd om creatief bezig te zijn. En ook: tijd om je leven te overdenken, tijd om je in te zetten voor een ander. Tijd om je leven te verbreden en geïnspireerd te raken. Hoe ze dat doen? Bijvoorbeeld door culturele activiteiten te ondernemen, door een cursus te volgen of vrijwilligerswerk te doen. En, niet te vergeten: lekker naar buiten. Van avontuurlijke outdoor activiteiten tot wandelen in een natuurgebied of op het strand, ze doen het allemaal. En ze doen het vaak: vergeleken met de doelgroepen gaan zij er relatief vaak een dagje op uit in Nederland. Daar willen ze ook best voor reizen: heel Nederland door of naar het buitenland is voor hen geen probleem. Avontuurzoekers trekken graag hun eigen plan en gaan liever niet met grote groepen weg.
Ook hoeft voor hen niet van tevoren vast te liggen wat er precies gaat gebeuren; juist de ongeplande en last minute dingen zijn zo leuk! Wat betekent vakantie? Vakantie is voor deze groep echt een extensie van hun vrije tijd. Dus tijd waar je alles uit moet halen in termen van beleving en ontwikkeling. Tijd waarin je nieuwe dingen moet doen, nieuwe mensen kan leren kennen en inspiratie op kan doen. Dat mag soms best uitdagend en verrassend zijn! We zien dan ook dat deze groep vaker vakanties onderneemt met veel activiteiten. Cultureel, sportief, avontuurlijk, in de natuur of een themavakantie; vooral fijn als het anders is dan anders, en ze het gevoel hebben dat ze het ‘echte’ lokale leven ervaren. Het is dan ook niet vreemd dat ze veel rondtrekken. En waar ze gaan, zoeken ze het liefst naar bijzondere, gekke of verrassende locaties om te overnachten. Een basic camping, een hostel, (Air)BnB of andere kleinschalige accommodaties passen daar goed bij. Een camping met veel activiteiten en vermaak is juist minder populair. Voor een midweek of weekend kunnen de Avontuurzoekers zich prima vermaken in Nederland. En als het zo uitkomt, dan kan dat ook voor een langere vakantie. Maar meer dan andere groepen zien we dat de Avontuurzoekers voor de lange vakantie het liefst naar het buitenland gaan. Daar is dan toch net wat meer te ontdekken.
Manier van regelen Van alle doelgroepen, plannen de Avontuurzoekers hun dagjes uit en vakanties in Nederland het meest last-minute. Als het gaat om vakanties naar het buitenland echter, dan steken ze wel wat meer tijd in het plannen. Om de kans op avontuur en nieuwe ervaringen zo groot mogelijk te maken, houden avontuurzoekers hun plannen zo lang mogelijk open. Een last-minutevakantie of een verrassingsreis past daar goed bij. Teruggaan naar een bekende plek, of boeken bij een vertrouwde aanbieder wat minder. Dingen regelen vinden ze niet per se vervelend, zo lang het ook onderdeel uitmaakt van de voorpret: zoals het lezen van reviews of reisverhalen. Hiervoor oriënteren Avontuurzoekers zich vooral online via (reis)blogs, maar ook via kranten. Daarnaast doen zij inspiratie voor nieuwe activiteiten op via artikelen in kranten en blogs. Hoe zien de Avontuurzoekers eruit? Avontuurzoekers zijn iets vaker vrouwen (57%), en relatief vaak 55+ers (47%) en alleenstaanden (34%). Ze verdienen vaak boven modaal (34%), en zijn hoog opgeleid (65%). Mediagebruik Avontuurzoekers kijken graag naar reisprogramma’s zoals Reizen Waes, Floortje Naar Het Einde Van De Wereld, Rail Away en culinaire reisprogramma’s. Online gebruiken ze relatief vaak LinkedIn, Pinterest, Tumblr en Twitter. Maar net als in alle groepen wordt Facebook het meest gebruikt.