CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

11.a - Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Hooghei te Berlicum

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 26 januari 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 11 Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Hooghei38.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);

Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 4.2.3 getoetst. c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel;

De begrenzing van het beoogde bouwvlak is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Toepassing van de lagenbenadering (3.7) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt ingegaan op de effecten op de lagen. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt in de waterparagraaf en de paragraaf archeologie ingegaan op deze effecten. Zie voor een beschouwing van de watereffecten ook de toetsing aan artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening. b.

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer;

Voor onderhavig initiatief wordt nieuwe infrastructuur aangelegd, deels verhard en deels onverhard. Voor het overige heeft het planvoornemen geen substantiële negatieve effecten op het natuurnetwerk (zie toetsing aan Natuur Netwerk Brabant, artikel 3.15 en 3.16). De afwikkeling van het verkeer is beschreven in paragraaf 5.12. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu;

De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 5. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 47/100

3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Bij deze afweging gaat het niet alleen om de effecten op de omliggende functies in het gebied maar ook op effecten van een ontwikkeling elders. Niet alleen de effecten nu maar ook de effecten naar de toekomst. Past een functie binnen de toekomstige (gewenste) ontwikkelingsrichting van een gebied. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Gemeenten hebben derhalve een bepaalde vrijheid hier invulling aan te geven. De gemeente Sint-Michielsgestel biedt ruimte aan recreatie en toerisme, mits de effecten op natuur en landschap goed zijn overwogen. Deze afweging heeft plaatsgevonden. Daarvoor verwijzen wij u naar de toetsing aan de overige artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, met in het bijzonder artikel 3.71 en 3.32. Meerwaarderecreatie (3.8) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap door middel van een landschappelijke inpassing en een financiële investering in een landschapsfonds (zie toetsing aan artikel 3.9). Het gebied krijgt daarmee een nieuwe kwaliteitsimpuls. De totale meerwaarde, ook economischeen sociale meerwaarde, blijkt uit toetsing aan artikel 3.71. 4.3.3.2 Toets IOV: Natuurbegraafplaats Hooghei De aanleg van de natuurbegraafplaats met bijbehorende voorzieningen vindt plaats in NNB. Voor dit deel van de ontwikkeling zijn tevens artikelen 3.15 t/m 3.24 IOV het kader. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit (3.5 t/m 3.8). Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a.

strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; Ter plaatste van de natuurbegraafplaats wordt fors geïnvesteerd in natuurontwikkeling om meer waardevolle natuurtypen te realiseren. Met de ontwikkeling van deze natuur worden de bestaande natuurwaarden versterkt. Tevens wordt geïnvesteerd in een duurzame bouw van de ceremonieruimte/informatieruimte. De natuurontwikkeling binnen het plangebied en de winst voor de ecologische waarden zijn uitgebreid beschreven in het inrichtings- en beheerplan voor Natuurbegraafplaats Hooghei. Dit plan is in overeenstemming met het provinciale natuurbeheerplan 2021 (ambitiekaart en beheertypekaart).

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 48/100

Bureau Waardenburg heeft de effecten van de beoogde ontwikkeling, zoals omschreven in het inrichtings- en beheerplan, op de natuur onderzocht en vervat in een natuurtoets. De rapportage daarvan is toegevoegd als bijlage 12 van de toelichting. In een deel van het plangebied zal worden ingegrepen in de hoogte van het maaiveld. Bosvorming en maaiveldverhoging vallen in belangrijke maten samen. Hierdoor zal de ophoging van het maaiveld geen wezenlijk effect hebben op de kwaliteit van de huidige bosvegetatie. Deze wordt namelijk omgevormd naar meer diverse en inheemse bostypen en naar heideachtige en schraalgrazige vegetaties die een belangrijke bijdrage zullen leveren aan vergroting van de biodiversiteit binnen het plangebied. Evenzo zal ook de lokale maaiveldverlaging bijdragen tot een grotere diversiteit aan vegetatie en bostypen binnen het plangebied. Zij maakt de ontwikkeling van meer vochtige vegetatietypen mogelijk. De aanpassingen aan het maaiveld zorgen voor een toename aan gradiënten binnen het plangebied en schept daarmee meer mogelijkhedenheden voor de vestiging van een grotere diversiteit aan flora en fauna. Bij te behouden bomen zal bij het grondverzet maatwerk worden geleverd om schade aan te behouden bomen te voorkomen (Natuurtoets Bureau Waardenburg, zie bijlage 12 van de toelichting).

Het plan voor de natuurbegraafplaats zal de ontwikkeling van een begeleid natuurlijke eenheid versterken. Wanneer alle plekken vergeven zijn zal het beheer voor een begeleid natuurlijke natuur worden voortgezet. De eeuwigdurende grafrust is daarbij een waarborg voor een verder ongestoorde natuurlijke ontwikkeling van het gebied. In de natuurtoets is ook aandacht geschonken aan het leefgebied voor dassen. Op slechts korte afstand van de natuurbegraafplaats zijn dassenburchten aanwezig. In het plangebied zelf is dit niet het geval. Bij het veldbezoek in 2020 is het gehele terrein doorzocht. Hierbij is geen dassenburcht aangetroffen. De aanwezigheid van een burcht kan op basis hiervan worden uitgesloten. In 2016 (en in 2013) zijn nergens wissels, mestputjes of andere sporen van das aangetroffen. In 2020 is binnen het plangebied wel een latrine van das aangetroffen. Andere sporen van das zijn binnen het plangebied in 2020 niet aangetroffen. Door het volgen van de werkprotocollen (zie sub b hierna) zijn negatieve effecten op das uit te sluiten. Als gevolg van de aanleg van het ceremoniegebouw en de parkeerplaats met ontsluiting is het areaal NNB op de onderzoekslocatie beperkt afgenomen. Er is netto 2.350 m2 oppervlak verloren gegaan ten behoeve van de aanleg van het ceremoniegebouw en het parkeerterrein. Dit verloren areaal wordt financieel gecompenseerd.

Er wordt gebruik gemaakt van artikel 3.21 ‘kleinschalige herbegrenzing’. Voor het te compenseren deel van het Natuurnetwerk geldt 1 op 1 compensatie met een toeslag van 2/3e in oppervlak. Het natuurcompensatieplan van Aveco de Bondt bv is toegevoegd als bijlage 6 van de regels. b.

bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken;

De ecologische waarden en kenmerken zijn beschreven in het inrichtings- en beheerplan. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden deze ecologische waarden en kenmerken beschermd doordat enkel gewerkt mag worden conform het werkprotocol inrichting en gebruik. Het Inrichtings- en beheerplan is toegevoegd als bijlage 4 van de regels). Voor de inrichting en het gebruik en beheren van Natuurbegraafplaats Hooghei zijn twee werkprotocollen aan de orde. Deze moeten er naast toepassing van bestaande gedragscodes voor natuurbeheer op toezien dat de inrichting en het reguliere beheer en het gebruik van de natuurbegraafplaats plaatsvindt conform de vereisten uit de Wet Natuurbescherming (kortweg Wnb). Werkprotocollen voor de inrichting, het beheer en gebruik van de natuurbegraafplaats zijn opgesteld door Bureau Waardenburg bv. De werkprotocollen zijn toegevoegd als bijlage 19 van de toelichting (inrichting) en bijlage 5 bij de regels (beheer en gebruik).

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 49/100

c.

staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.

Het Natuur Netwerk Brabant is reeds gerealiseerd. Met dit plan worden de planologische mogelijkheden voor het oprichten van een recreatiewoning geschrapt. Overige bestaande planologische gebruiksactiviteiten blijven toegestaan. Lid 2 Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. De natuurambitie van Natuurbegraven Nederland voor het gebied is door de provincie Noord-Brabant overgenomen in het natuurbeheerplan. Het inrichtings- en beheerplan als bedoeld in lid 1 sluit daardoor precies aan op de natuurbeheertypen ‘dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02), droog bos met productie (N16.01), droog schraalland (N11.01), droge heide (N07.01) en zoete plas (N04.02). Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. Dit bestemmingsplan verzekert de inrichting en het beheer van het Natuur Netwerk Brabant ter plaatse van Natuurbegraafplaats Hooghei.

Artikel 3.16 Extern effect Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in ‘Stedelijk Gebied’ of in ‘Landelijk Gebied’, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant (NNB), dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie. Bureau Waardenburg doet in de natuurtoets uitspraken over de mogelijke verstoring van natuur, zie bijlage 12. Gezien de functie van natuurbegraafplaats zal het bezoek een rustig en ingetogen karakter hebben. Het gebied is uitsluitend toegankelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang. De tijdsduur van de eigenlijke teraardebestelling (aanwezigheid bezoekers buiten) is relatief kort (gemiddeld korter dan een half uur). Er worden geen permanente gedenktekens aangebracht. Er is geen verder grafonderhoud. Er kan worden gesproken van extensief gebruik. De te verwachten bezoekersaantallen zullen niet tot wezenlijke verstoring leiden van de nu voorkomende fauna. Bovendien wordt tijdens het gebruik en beheer van het natuurgebied als natuurbegraafplaats gewerkt volgens een werkprotocol, waarin uitgangspunten zijn vastgelegd die ervoor zorgen dat geen negatieve effecten op de flora en fauna plaatsvinden.

In de natuurtoets wordt geconcludeerd dat een negatief effect op de ecologische waarden en kenmerken van het NNB, mede door de werkwijze conform het werkprotocol, is uit te sluiten. Artikel 3.21, 3.22 en 3.24 Kleinschalige herbegrenzing en financieel compensatieplan Met toepassing van artikel 3.21 ‘kleinschalige herbegrenzing’ is een financieel compensatieplan opgesteld (artikel 3.24 financiële compensatie). De compensatie is berekend volgens artikel 3.22, lid 2 (compensatie). Voor toetsing aan deze artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt verwezen naar het natuurcompensatieplan van Aveco de Bondt bv. Dit plan is toegevoegd als bijlage 6 van de regels. De financiële compensatie dient uiterlijk zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan gestort te worden in de provinciale compensatie-voorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatie-taakstelling.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 50/100

Artikel 3.26: Attentiezone waterhuishouding Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. De inrichtingsmaatregelen zoals beschreven in het inrichtings- en beheerplan hebben geen negatief effect op de hydrologische instandhoudingsdoelen. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Het bestemmingsplan stelt regels over het verzetten van grond, aanleg van een eventuele drainage, verlagen van grondwaterstand en het beperken van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakken.

Deze regels zijn reeds opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel” (2013, met herzieningen). Het gaat om de regelingen ‘besloten gebied’, ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘leefgebied van dassen’. Deze regels ter bescherming van de waterhuishoudkundige waarden worden overgenomen in onderhavig plan. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake, daar een bestaand bouwperceel wordt gebruikt. Dit bouwperceel wordt verplaatst van midden in het bos naar vlak bij een weg. Een ‘kleinschalige herbegrenzing’ is mogelijk op grond van artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Uit toetsing aan artikel 3.21 t/m 3.23 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is gebleken dat een natuurbegraafplaats in dit gebied kan worden toegestaan. b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);

Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 4.2.3 getoetst.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 51/100

c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel;

De begrenzing van het beoogde bouwvlak is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. De begrenzing van de bosparkeerplaats is eveneens vastgelegd op de verbeelding. Toepassing van de lagenbenadering (3.7) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt ingegaan op de effecten op de lagen. 2.

De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;

In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt in de waterparagraaf en de paragraaf archeologie ingegaan op deze effecten. b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; Voor onderhavig initiatief wordt nieuwe, half verharde infrastructuur aangelegd. Het planvoornemen heeft een positief effect op de ontwikkeling en instandhouding van het natuurnetwerk. Zie daarvoor de natuurtoets van Bureau Waardenburg (bijlage 12). De afwikkeling van het verkeer is beschreven in paragraaf 5.12. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu;

De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 5. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. 3.

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

De gemeente Sint-Michielsgestel biedt ruimte aan activiteiten in de natuur, mits de effecten op natuur en landschap goed zijn overwogen. Deze afweging heeft plaatsgevonden. Daarvoor verwijzen wij u naar de toetsing aan de overige artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, met in het bijzonder artikel 3.15, 3.21/3.22 en 3.23 en het inrichtings- en beheerplan van Natuurbegraven Nederland. Meerwaarderecreatie (3.8) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 52/100

Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan kwaliteitsverbetering van de natuur (zie bijlage 12). Het gebied krijgt daarmee een kwaliteitsimpuls. 4.3.3.3 Toets IOV: Opvanghuis Berlicum De uitbreiding van het opvanghuis vindt plaats in NNB. Het bestaande bouwperceel is gelegen in de Groen Blauwe Mantel. De ontwikkeling van de twee bijgebouwen heeft plaatsgevonden in het Natuur Netwerk Brabant. Voor dit deel van de ontwikkeling zijn artikelen 3.15 t/m 3.24 IOV het kader. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit (3.5 t/m 3.8). Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; Het opvanghuis heeft de gronden die binnen het NNB zijn gelegen ingericht met erfverharding en twee bijgebouwen: fietsenstalling en bergruimte. De destijds aanwezige bomen zijn hiervoor verwijderd. Met de aanleg van een gazon is een buffer gecreëerd tussen het achterliggende recreatiepark. Kijkend naar bijvoorbeeld de woonkavels in de naaste omgeving is op meerdere plaatsen zichtbaar dat achter de woonbebouwing gronden in gebruik zijn als tuin en bijvoorbeeld deels verhard zijn.

Het gecreëerde open gebied achter het hoofdgebouw van het opvanghuis is hierdoor geen uitzondering in de omgeving. Gesteld kan worden dat door het gesloten karakter van de omgeving en de afstand tot aan de weg, de gecreëerde open ruimte achter het hoofdgebouw niet gezien en beleefd wordt vanaf de openbare ruimte. Hierdoor is geen sprake van een afbreuk van de beleving van het bosgebied vanaf de weg. Uit NNB-effectenonderzoek van Econsultancy is gebleken dat de reeds gerealiseerde uitbreiding van het opvanghuis negatieve effecten heeft gehad op het netto areaal NNB. De rapportage van Econsultancy is toegevoegd als bijlage 20 bij de toelichting. Het verlies aan areaal NNB wordt financieel gecompenseerd. Zie voor het compensatieplan bijlage 7 van de regels). b.

bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken;

Het bestemmingsplan stelt regels over het verzetten van grond, aanleg van drainage, verlagen van grondwaterstand en het beperken van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakken. Deze regels zijn reeds opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel” (2013, met herzieningen). Het gaat om de regelingen ‘besloten gebied’, ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘leefgebied van dassen’. Deze regels ter bescherming van de natuurwaarden worden overgenomen in onderhavig plan. c.

staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.

Met dit plan worden nieuwe planologische mogelijkheden vastgelegd voor de erfverharding, fietsenstalling en schuur. Overige bestaande planologische gebruiksactiviteiten blijven toegestaan.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 53/100

Lid 2 Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Voor dit gebied geldt natuurbeheertype droog bos met productie (N16.01). Op basis van dat beheertype is de compensatiefactor voor financiële natuurcompensatie bepaald. Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. Dit lid is niet van toepassing op onderhavig initiatief. Artikel 3.21, 3.22 en 3.24 Kleinschalige herbegrenzing en financieel compensatieplan Met toepassing van artikel 3.21 ‘kleinschalige herbegrenzing’ is een financieel compensatieplan opgesteld (artikel 3.24 financiële compensatie). De compensatie is berekend volgens artikel 3.22, lid 2 (compensatie). Voor toetsing aan deze artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt verwezen naar het natuurcompensatieplan van Bureau Waardenburg. Dit plan is toegevoegd als bijlage 7 van de regels. Om de financiële compensatie vast te stellen, heeft Bureau Waardenburg bepaald hoe de fysieke compensatie er uit zou zien. De kosten voor het realiseren en gedurende 10 jaar beheren van 1.417 m 2 nieuw bos bedragen € 14.644,37 ex. BTW.

Het verlies van 850 m2 droog naaldbos op arme grond kan financieel worden gecompenseerd door het storten van dit bedrag in de provinciale compensatievoorziening (binnen 6 weken na vaststelling van dit bestemmingsplan). De provincie krijgt hiermee de financiële middelen om elders binnen het Natuur Netwerk Brabant natuurontwikkeling te realiseren. Artikel 3.26: Attentiezone waterhuishouding Het bestemmingsplan stelt regels over het verzetten van grond, aanleg van drainage, verlagen van grondwaterstand en het beperken van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakken. Deze regels zijn reeds opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel” (2013, met herzieningen). Het gaat om de regelingen ‘besloten gebied’, ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘leefgebied van dassen’. Deze regels ter bescherming van de waterhuishoudkundige waarden worden overgenomen in onderhavig plan. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2.

er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; De gronden welke toegevoegd worden aan de maatschappelijke bestemming van het opvanghuis en het vigerende bouwvlak sluiten aan op het bestaande bouwperceel. Met de uitbreiding van het bouwvlak wordt gewaarborgd dat de gerealiseerde fietsenstalling en berging eveneens binnen het bouwvlak komen te liggen. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is met een maximum bebouwingsoppervlak vastgelegd wat de totale hoeveelheid aan bebouwing mag zijn. Een ‘kleinschalige herbegrenzing’ is mogelijk op grond van artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Uit toetsing aan artikel 3.21 t/m 3.23 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is gebleken dat de verharding en twee bijgebouwen in dit gebied kunnen worden toegestaan.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 54/100

b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 4.2.3 getoetst. c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel;

De begrenzing van het beoogde bouwvlak ‘Maatschappelijk’ is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Toepassing van de lagenbenadering (3.7) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt ingegaan op de effecten op de lagen. 2.

De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;

In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt in de waterparagraaf en de paragraaf archeologie ingegaan op deze effecten. b.

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer;

Voor onderhavig initiatief is nieuwe verharding aangelegd. Het gaat om een klein oppervlak. Voor een beschrijving van de verkeersafwikkeling wordt verwezen naar paragraaf 5.11. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu;

De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 5. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. 3.

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

De gemeente Sint-Michielsgestel biedt ruimte aan activiteiten in de natuur, mits de effecten op natuur en landschap goed zijn overwogen. Deze afweging heeft plaatsgevonden. Het verlies van 850 m2 droog naaldbos op arme grond kan financieel worden gecompenseerd door het storten van een bedrag in de provinciale compensatievoorziening. De provincie krijgt hiermee de financiële middelen om elders binnen het Natuur Netwerk Brabant natuurontwikkeling te realiseren.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 55/100

Meerwaarderecreatie (3.8) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Het verlies van 850 m2 droog naaldbos op arme grond kan financieel worden gecompenseerd door het storten van een bedrag in de provinciale compensatievoorziening. De provincie krijgt hiermee de financiële middelen om elders binnen het Natuur Netwerk Brabant natuurontwikkeling te realiseren. Een natuurgebied elders krijgt hiermee een kwaliteitsimpuls.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie ‘Sint-Michielsgestel 2025’

Toetsingskader In 2009 is door de gemeente Sint-Michielsgestel de ‘Structuurvisie ‘Sint-Michielsgestel 2025’ vastgesteld. In deze strategische visie is het gewenste (ruimtelijke) toekomstbeeld van Sint-Michielsgestel vastgelegd. Landschappelijk gezien is Sint-Michielsgestel onderdeel van de Meierij. De gemeente ligt aan de rand van het Groene Woud. In combinatie met de ligging betekent dit dat Sint-Michielsgestel een belangrijke recreatieve functie voor de hiervoor genoemde stad/steden vervult. Daarnaast wordt de gemeente doorsneden door de Dommel, de Aa en de Zuid-Willemsvaart. Alle drie landschappelijk zeer aantrekkelijke elementen. De Dommel en Aa zouden echter nog beter ervaarbaar en beleefbaar gemaakt kunnen worden en de natuur- en ecologische waarde moet worden versterkt om ze (recreatief) nog aantrekkelijker te maken.

Beoordeling Recreatiepark Ten aanzien van recreatie wordt het volgende gesteld in de structuurvisie: De in de gemeente aanwezige recreatieterreinen beslaan ongeveer 100 hectare. Naast een aantal fiets- en wandelroutes, zijn een tweetal musea een aantal landgoederen, zwemlocaties, twee hotels en een enkele camping aanwezig. Engelenstede is een relatief groot (80 hectare) recreatiegebied waar verschillende recreatiemogelijkheden zoals ruiter-, wandel-, ATBen fietsroutes, zonne-, speel- en picknickweiden en een manege aanwezig zijn. De gemeente wordt doorsneden door de Dommel, de Aa en de Zuid-Willemsvaart. Landschappelijk gezien is Sint-Michielsgestel onderdeel van de Meierij en ten dele van het Groene Woud. Het gehele grondgebied van de gemeente bestaat uit cultuurhistorisch landschap. Belangrijke elementen zijn het historische groen dat voornamelijk in Het Groene Woud aanwezig is en vaak is gecombineerd met landgoederen. Sint-Michielsgestel vormt de verbinding tussen landschappen van allure: Het Groene Woud en Maashorst. Als een speerpunt wordt aangegeven dat de recreatieve opties binnen de gemeente benut dienen te worden. Gesteld kan worden dat de doorontwikkeling van het bestaande recreatiepark passend is binnen de beleidsvisie van de gemeente over het aspect recreatie. Tenslotte wordt hiermee huidige aanbod aan recreatieve voorzieningen versterkt.

Natuurbegraafplaats De natuurbegraafplaats is een dermate specifieke ontwikkeling dat hier geen specifiek beleid uit de Structuurvisie op van toepassing is. Wel kan gesteld worden dat met de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats dermate veel

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 56/100

geïnvesteerd wordt in de aanleg van natuur dat dit de ter plaatse aanwezige ecologische waarden aanzienlijk versterkt. Een dergelijke versterking is passend binnen de beleidsvisie van de gemeente zoals omschreven in de structuurvisie. Daarnaast vertegenwoordigt de natuurbegraafplaats ook een belangrijke maatschappelijke waarde en wordt de belevingswaarde van het gebied vergroot doordat het natuurgebied wordt opengesteld voor publiek. Opvanghuis De uitbreiding van het opvanghuis is te kleinschalig dat hier geen specifiek beleid uit de Structuurvisie op van toepassing is. Conclusie Onderhavige totaalontwikkeling past binnen de beleidsvisie van de gemeente Sint Michielsgestel zoals omschreven in de structuurvisie. 4.4.2

Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel (2011)

Toetsingskader In de ‘Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel’ (21 december 2011) wordt gesteld dat ‘landbouw, recreatie en natuur de drie hoofdfuncties zijn die aan het buitengebied worden toebedeeld. Het gemeentelijk beleid voor het buitengebied richt zich dan ook in eerste instantie op de ontwikkeling van deze functies. Omdat toerisme en recreatie één van de drie hoofdfuncties van het buitengebied is de gemeente Sint-Michielsgestel voornemens om meer ruimte te bieden aan de ontwikkeling hiervan. In de Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel wordt het gebied omschreven als halfopen tot besloten oude droge zandontginning. Als toe te passen landschapspakketten worden hierin genoemd: houtsingel, landschapsboom en knotboom. Over de inhoud van kwaliteitsverbetering van het landschap stelt de gemeente in de structuurvisie dat maatwerk de leidraad is, iedere locatie is anders en dient op maat gemaakt te worden. De landschappelijke kenmerken van een gebied zijn bepalend of en in welke vorm een maatregel bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit. Recreatie Toerisme en recreatie zijn in de gemeente Sint-Michielsgestel nog relatief beperkt ontwikkeld. Toch is de gemeente van mening dat deze sector meer kansen biedt dan tot nu toe benut worden. De gemeente wil zich positioneren als een groene toeristisch-recreatieve bestemming dichtbij vestingstad ‘s-Hertogenbosch.

Grootschaligere recreatie-initiatieven zijn denkbaar, wanneer de ontwikkeling in samenhang wordt beschouwd met andere ter plaatse te realiseren doelstellingen (natuur, landschap, cultuurhistorie, economie, etc.). De gemeente stelt zichzelf dan ook ten doel om een goed klimaat te scheppen voor de ontwikkeling van toerisme en recreatie en het stimuleren van het ondernemerschap daarbinnen. De visie op toerisme en recreatie is uitgewerkt in een toeristisch recreatief ontwikkelingsplan (TROP). Kansen voor de realisering van een goed toeristisch-recreatief product moeten dan ook optimaal worden benut. De gemeente kiest voor een toeristisch-recreatief ontwikkelingsperspectief waarin zowel intensieve als extensieve ontwikkelingen een plaats krijgen, afhankelijk van de ligging in een van de gebied. Enkele belangrijke algemene uitgangspunten op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen binnen de toeristisch recreatieve sector in de gemeente Sint-Michielsgestel vorm dienen te krijgen zijn: • Kwaliteit boven kwantiteit; • Diversiteit en verrijking van het toeristisch-recreatief product; • Instandhouding van recreatieve routes en routenetwerken (paardrijden, fietsen, wandelen);

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 57/100

• •

Beter benutten van de aantrekkelijkheid en variatie in het landschap; De ontwikkeling in samenhang beschouwen met andere ter plaatse te realiseren doelstellingen (natuur, landschap, cultuurhistorie, economie, etc.).

Bij uitbreiding van recreatieve functies zullen extra investeringen moeten worden gedaan in de ruimtelijke kwaliteit: 1. 2.

3.

Mits ruimtelijk inpasbaar en er voldoende wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit (fonds) mag deze functie vergroot worden tot een maximum van 800 m². De behoefte moet blijken uit een bedrijfsplan. Boven de 400 m² dient kwaliteitswinst plaats te vinden in de vorm van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Omdat ontstening op de betreffende locatie niet meer mogelijk is (alle bebouwing boven de 400m² zou moeten zijn gesloopt), dient er op een andere manier te worden geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Voor activiteiten die in vergelijking hiermee grootschalig van aard zijn of die vallen onder dagrecreatie geldt dat, hoe dan ook, een bijdrage moet worden geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit.

Maatschappelijke functies en natuur Over maatschappelijke functies in het buitengebied wordt weinig geschreven, behoudens de wens om deze vanuit het gedachtegoed van verbreding van de landbouw bij voorkeur in concentratiegebieden te realiseren. Evenmin wordt beleid gevonden over de realisatie van natuurbegraafplaatsen in natuurgebieden. Ook voor deze initiatieven geldt, dat deze in samenhang wordt beschouwd met andere ter plaatse te realiseren waardedoelstellingen. Beoordeling Recreatiepark Recreatiepark Camping De Hooghe Heide is niet te vergelijken met kleinschalige verblijfsrecreatie, en derhalve wordt getoetst aan de 3e voorwaarde bij de uitbreiding van het recreatiepark, namelijk het creëren van voldoende ruimtelijke kwaliteit. Het recreatiepark kiest voor een duurzame uitbreiding en verbreding van het bestaande aanbod. Het nieuwe aanbod omvat ruimere toeristische standplaatsen, ruimte camperplaatsen en een breed aanbod huisjes voor de verhuur: van sober tot luxe. Het aanbod wordt aangevuld met ondersteunende voorzieningen. Het bestaande recreatieve netwerk wordt in stand gehouden. De uitbreiding van het recreatiepark wordt landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing houdt rekening met bestaande gebiedskenmerken en gebiedseigen soorten. Op het recreatiepark zelf wordt ook geïnvesteerd in landschapsbeleving met de aanleg van heidevelden en een ven.

Het ven doet tevens dienst als retentievoorziening bij extreme neerslagomstandigheden. De ontwikkeling voldoet aldus aan de belangrijke algemene uitgangspunten voor de toeristisch recreatieve sector van Sint-Michielsgestel en de specifieke eis dat ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd.. Natuurbegraafplaats De natuurbegraafplaats is een dermate specifieke ontwikkeling dat hier geen specifiek beleid uit de Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel op van toepassing is. De ontwikkeling van de natuurbegraafplaats gaat wél gepaard met herstel van de natuur. De aanwezige ecologische waarden worden met die investering aanzienlijk versterkt. Een dergelijke versterking is passend binnen de beleidsvisie van de gemeente zoals omschreven in de structuurvisie. Daarnaast vertegenwoordigt de natuurbegraafplaats ook een belangrijke maatschappelijke waarde, namelijk een waardig afscheid geven aan overledenen in de natuur. Daarnaast wordt het gebied met de ontwikkeling van een natuurbegraafplaats opengesteld als toegankelijk natuurgebied en beleefbaar gemaakt voor bezoekers.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 58/100

Opvanghuis De uitbreiding van het opvanghuis is te kleinschalig dat hier geen specifiek beleid uit de Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel op van toepassing is. Conclusie Onderhavige totaalontwikkeling past binnen de Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel. 4.4.3

Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel (2013) – (alleen recreatiepark)

Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 12 juni 2008 een toeristisch-recreatief ontwikkelingsplan (TROP) vastgesteld. Het ruimtelijke beleid voor recreatie en toerisme is in deze visie verder uitgewerkt voor het buitengebied. In de toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ worden uitgangspunten uit het TROP van toepassing verklaard. Recreatie en toerisme kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid van het platteland. Recreatieve voorzieningen, zowel verblijfsrecreatie en dagrecreatie, kunnen gevestigd worden in vrijkomende agrarische bebouwing bij particulieren of als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf (agrotoerisme). Bij agrotoerisme kan gedacht worden aan bedrijfsbezoeken, kinderspeelboerderijen, kaas- en zuivelboerderijen, huifkarverhuur, beeldentuin, theetuin, ect. Ten aanzien van toerisme en recreatie wil de gemeente vooral inzetten op kleinschalige ingrepen. Deze dienen zoveel mogelijk in harmonie met de waarden van natuur en landschap plaats te vinden. Grootschalige ontwikkelingen zijn niet gewenst. Dat betekent, dat ten aanzien van verblijfsrecreatie toegespitst wordt op kwaliteitsverbetering voor reeds bestaande voorzieningen. De toetsingscriteria voor ‘agrotoerisme’ en kleinschalige verblijfsrecreatie zijn: 1. De activiteiten passen binnen het TROP, het reconstructieplan Maas en Meierij; 2.

De activiteiten moeten passen binnen het beschreven beleid in de gebiedszonering; 3. Het initiatief moet passen binnen de draagkracht van het gebied; 4. Het initiatief dient een (bezoekers)extensief karakter te hebben en initiatieven dienen voldoende gespreid te zijn om het extensieve karakter van het gebied te behouden; 5. Er vindt geen aantasting plaats van (potentiële) landschappelijke, cultuurhistorische of natuurlijke waarden. Ook de effecten op de waarden in de wijdere omgeving wordt hierbij meegewogen; 6. De activiteiten hebben geen onevenredige verkeersaantrekkende werking. Getoetst wordt op de verkeersintensiteit en het vrachtverkeer in relatie tot het wegennet, de veiligheid, de overlast voor mens en natuur en de parkeerdruk, gebaseerd op de verkeersindices. 7. De activiteiten zijn niet strijdig met de overige rechtsregels, zoals de milieu- horeca- en stankwetgeving; 8. De bebouwing wordt aan de hand van een erfbeplantingsplan landschappelijk ingepast met behulp van gebiedseigen beplanting; 9. Buitenopslag is niet toegestaan; 10. Parkeergelegenheid bevindt zich op het eigen erf. De parkeergelegenheid wordt landschappelijk ingepast met behulp van gebiedseigen beplanting; 11. Detailhandel of groothandel is niet toegestaan, uitgezonderd huisverkoop van eigen geproduceerde waren (als vorm van verbrede landbouw of als kleinschalig artistiek en/of ambachtelijk product).

Huisverkoop dient plaats te vinden in de bestaande agrarische bebouwing en betreft maximaal 100 m²;

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 59/100

Beoordeling en conclusie De toetsingscriteria zijn bedoeld voor ‘agrotoerisme’ en kleinschalige verblijfsrecreatie. Onderhavig initiatief voldoet aan veel van bovenvermelde toetsingscriteria. Uit de toetsing aan het beleid van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat de activiteiten passen binnen het beschreven beleid in de gebiedszonering. Met milieuonderzoeken is aangetoond dat het gebied voldoende draagkracht heeft voor het initiatief. Het initiatief wordt landschappelijk ingepast en is geen inbreuk op de bestaande landschappelijke eigenschappen. De activiteiten hebben geen onevenredige verkeersaantrekkende werking en de parkeergelegenheid kan op eigen erf worden afgewikkeld. Het initiatief voegt geen detailhandelsvoorziening toe. Aan één toetsingscriteria wordt niet aan voldaan. De uitbreiding van het bestaande recreatiepark Camping De Hooghe Heide heeft namelijk geen (bezoekers)extensief karakter maar een intensief karakter. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (2013) staat in sommige gevallen verblijfsrecreatie toe, zoals bijvoorbeeld bed & breakfast in de bedrijfswoning. In andere gevallen van kleinschalige verblijfsrecreatie kan worden volstaan met een afwijking van het bestemmingsplan of een wijzigingsplan.

Voor intensieve recreatie zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (2013) geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. De uitbreiding van de camping is daarom strijdig met het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel” (2013), “Actualisatie Buitengebied SintMichielsgestel” (2015) en “Buitengebied Sint-Michielsgestel 2e actualisatie” (2018), omdat binnen de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden” geen recreatieve functies zijn toegestaan. Tevens is een groter aantal recreatiewoningen gewenst dan toegestaan in de planregels. Voor de gewenste ontwikkeling is daarom een planherziening nodig.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 60/100

5

Planologisch relevante (milieu)aspecten

5.1

Inleiding

Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • ecologie; • akoestiek; • bedrijven en milieuzonering; • externe veiligheid; • geurhinder; • kabels en leidingen; • luchtkwaliteit; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling. 5.2

Bodem

Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling en conclusie recreatiepark Door Econsultancy is in januari 2018 een verkennend bodemonderzoek (bijlage 9 van de toelichting) uitgevoerd ter plaatse van de bij te voegen gronden aan het recreatiepark.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 61/100

Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Zintuiglijk zijn in de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. De onderzoeksresultaten komen overeen met de resultaten van het in 2005 uitgevoerde bodemonderzoek. De resultaten van de bovengrond vormen geen aanleiding om te verwachten dat de situatie in de ondergrond en het grondwater gewijzigd is ten opzichte van het voorgaande onderzoek. Destijds zijn in de ondergrond geen verontreinigingen aangetroffen en bleek het grondwater licht verontreinigd met zware metalen en aromaten en in één peilbuis matig verontreinigd met cadmium. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, gezien de lichte verontreinigingen in het grondwater, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er echter géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen wijzigingen op de onderzoekslocatie.

Beoordeling en conclusie natuurbegraafplaats Door MILON bv is in 2009 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie van de natuurbegraafplaats (bijlage 13). Op basis van vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom is conform NEN 5740 de hypothese ‘grootschalig onverdachte locatie’ opgesteld. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond, behoudens zeer plaatselijk aangetroffen puinresten, geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen parameters in verhoogde concentraties aangetroffen, met uitzondering van een verhoogde waarde voor Barium. Ook zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Omdat in de grond barium, cadmium, koper, kobalt en zink in alle mengmonsters beneden de detectielimiet zijn aangetroffen en er op de locatie in het verleden voor zover bekend nooit bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, wordt het waarschijnlijk geacht dat het hier verhoogde achtergrondconcentraties betreft. Het bureau- en veldonderzoek uit 2009 heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Uit het bureau- en veldonderzoek uit 2009 blijkt dat geen bijzonderheden zijn waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem of van het grondwater. Ook is er geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het bodemonderzoek is nog actueel om verscheidene redenen. Het bodembeleid is niet gewijzigd ten opzichte van 2009. De situatie in het plangebied is niet gewijzigd. De geldigheidsduur van de onderzoeken is verstreken (rapportage uit 2018 en veldonderzoek uit 2014), maar het gebruik als bodemfunctieklasse natuur/landbouw (bodemkwaliteitskaarten) hiervan is in de tussentijd niet gewijzigd. Daarom kan worden aangenomen dat de bodemkwaliteit niet nadelig is beïnvloedt. Wat betreft de milieu hygiënische bodemkwaliteit bestaat er geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie. Vervolgonderzoek wordt niet nodig geacht.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 62/100

Beoordeling en conclusie opvanghuis Voor de ontwikkelingen rondom het opvanghuis is geen bodemonderzoek noodzakelijk aangezien er geen grondwerkzaamheden uitgevoerd worden of gevoelige functies gerealiseerd worden op de betreffende gronden. 5.3

Waterhuishouding

Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant en Waterschap Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PMWP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor onder andere het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese kaderrichtlijn Water.

Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Het plangebied is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Aa en Maas. De visie van waterschap Aa en Maas is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015 tot en met 21 december 2021. Het waterschap laat zich bij het waterbeheer leiden door zijn missie: ‘Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten’. De doelen op hoofdlijnen voor de periode 2016 – 2021 betreffen: • Via optimaal beheer en onderhoud de huidige dienstverlening in stand houden; • Zorgen voor een veilig en bewoonbaar beheergebied; • Zorgen voor voldoende water en een robuust watersysteem; • Zorgen voor een goede waterkwaliteit (schoon water); • Zorgen voor gezond en natuurlijk water.

De genoemde doelen zijn doorvertaald in diverse beleidsdocumenten, waaronder de keur. De waterschappen Aa en maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500m 2 is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak.

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 63/100

d.

de toename aan verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06

Beoordeling en conclusie recreatiepark Door Econsultancy is in februari 2021 een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 10 van de toelichting). Waterbergingsopgave In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard. In de nieuwe situatie wordt nieuwe verharding en bebouwing aangebracht. In de bijgevoegde tabel staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zijn gebaseerd op het inrichtingsplan voor Camping De Hooghe Heide (zie bijlage 3). Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 385 m3 (6.425 m2 x 1 x 0,06 m).

Tabel: Verhard oppervlak recreatiepark. (bron: Econsultancy, 2021)

Hemelwaterafvoersysteem en dimensionering Hemelwater afkomstig van (weg)verhardingen en bebouwingen zal zoveel als mogelijk bovengronds worden afgevoerd richting naast gelegen groen en een ven dat is gelegen ten noordoosten van de planlocatie. Ter plaatste van de groene terreindelen zal hemelwater in lokale laagten in het veld bovengronds worden geborgen. In de toekomstige bergings- c.q. infiltratievoorziening dient in ieder geval 385 m3 geborgen te kunnen worden. Een deel van het hemelwater zal reeds ter plaatste van in de groene delen van het terrein infiltreren in de bodem waardoor niet al het hemelwater tot afstroming zal komen richting de bergingsvoorzieningen. Binnen het plan zal derhalve meer water geborgen kunnen worden dan 385 m3. Met de ruime opzet van het plan en het totale oppervlak aan heide en het ven worden hierin geen problemen verwacht en is er binnen het plan voldoende ruimte beschikbaar om de waterbergingsopgave te verwerken. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Ontwatering GHG is ingeschat op 0,8 tot 1,0 m -mv. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn.

Bij het bepalen van het bouwpeil dient hier evenwel rekening mee gehouden te worden. De vakantiewoningen en standplaatsen dienen derhalve hoger te zijn gelegen dan het wegniveau. Geadviseerd

datum referentie

20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0

P 64/100

wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. De gronden worden met circa 30 cm opgehoogd en daarmee wordt aangesloten bij het naastgelegen wegpeil. Riolering Ten aanzien van de ontwikkeling en de toename in het aanbod van het vuilwater, is bekeken of de capaciteit van de pompput en het persriool groot genoeg is. De gemeente Sint-Michielsgestel is van oordeel dat een nieuwe separate persleiding de enige mogelijkheid is om het extra afvalwater van de uitbreiding van het recreatiepark te kunnen verwerken. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft met Camping De Hooghe Heide afspraken gemaakt over de aanlegkosten van de riolering. Kwaliteit De gemeente streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood) om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) en is ook van toepassing op onderhavige planlocatie. De emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater dienen in verband met de waterkwaliteit zoveel mogelijk te worden beperkt door bij voorkeur gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk.

Voor het gebruik van onkruidwerende middelen in groen en op verharding dient het landelijke beleid gevolgd te worden. Onkruidwerende middelen worden niet meer gebruikt in het openbaar groen. Voor bestrijding op verhardingen vindt gebruik, voor zover toegestaan, plaats via de DOB-systematiek en dient gezocht te worden naar alternatieven zoals branden, heet water en/of borstelen. Conclusie Op basis van bovenstaande randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht voor de bestemmingswijziging. Beoordeling en conclusie natuurbegraafplaats Door Alterra is in december 2014 een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 14). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies daaruit overgenomen. Bodem Uit de bijlage bij de Inspectierichtlijn Lijkbezorging ‘Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven’ blijkt dat een bodem van zand- of zavelgrond het meest geschikt is voor een begraafplaats. Dit is de meest geschikte grond omdat het poriënvolume daarvan in de regel voldoende is om de vereiste gaswisseling op peil te houden. In het gebied komen zandgronden voor die zijn onderverdeeld in duinvaaggronden (Zd21) en beekeerdgronden.

Uit de analyse grondwaterpeilen (bijlage 15) is gebleken dat er sprake is van een zeer zandige bodemopbouw zonder slecht waterdoorlatende lagen die het infiltreren van regenwater zouden kunnen belemmeren. Oppervlaktewater Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan een watervoerende sloot. Met de aanleg van natte zones en uitbreiding van het ven op dit lagere deel van het terrein wordt het natte karakter van de zuidelijke zone (parallel aan de Werststeeg) verder versterkt. Ook zal een ven worden aangelegd in het noordwesten van het plangebied, bij de informatie/ceremonieruimte. In totaal zal ongeveer 0,5 hectare aan open water ontstaan. De vennen worden voorzien van natuurvriendelijke overs met een gemiddeld talud van minimaal 1:3. Bij de aanleg van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3da90dbe-4ab2-413e-98ad-3bd3065d4262