11.a - Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Hooghei te Berlicum
Tekst van het document
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 27/100
een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Recreatiepark Camping De Hooghe Heide a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Ten eerste dient te worden beoordeeld of een recreatiebedrijf valt onder één van de genoemde ‘stedelijke ontwikkelingen’. Het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’, onderdeel van de definitie van ‘stedelijke ontwikkeling’, is niet gedefinieerd in het Bro. Op basis van de overzichtsuitspraak van de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden gesteld dat een recreatiebedrijf wél onder deze definitie valt (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8). In de handreiking worden ‘leisurevoorzieningen’ als ‘andere stedelijke voorziening’ beschouwd. Een recreatiebedrijf is aan te merken als een leisurevoorziening. b.
Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Onder het bestaande planologische regime is op de uitbreidingsgronden van het recreatiepark een agrarische bestemming vigerend. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ zijn geen planologische mogelijkheden opgenomen voor een recreatiebedrijf. Derhalve is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook kan uit de zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8) ABRvS kan worden afgeleid dat de uitbreiding van een recreatiebedrijf met ca. 2.7 hectare sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er wordt voorzien in een functiewijziging en een uitbreiding van planologisch ruimtebeslag. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? De behoefte aan de voorziene ontwikkeling blijkt uit het bedrijfsplan van Nuland & Partners. Dit bedrijfsplan is opgenomen als bijlage 2 van de toelichting. Onderstaand worden de belangrijkste overwegingen besproken. Uit een korte studie van Van Nuland & Partners naar de regionale concurrentie tussen recreatieparken is gebleken dat de regionale concurrentie beperkt is. Uitbreiding van het aanbod is om die reden mogelijk in de regio. In het bedrijfsplan zijn de voor Camping De Hooghe Heide relevante ontwikkelingen op de recreatiemarkt weergegeven.
Uit het rapport blijkt dat de recreant, ten opzichte van 5-10 jaar geleden, luxere varianten van verblijfsrecreatie verkiest met betere voorzieningen. Het aanbod aan kampeeraccommodaties is afgenomen de afgelopen jaren en het aantal camperplaatsen en het aantal verhuurchalets/vakantiewoningen is gestegen. Een toenemend fenomeen is de behoefte van jonge stellen en actieve senioren aan een kampeerplaats nabij een stad. De Hooghe Heide speelt in op bovenstaande behoeften. Het recreatiepark wordt geprofileerd als stadscamping. De voorzieningen en verblijfsrecreatieve producten worden uitgebreid en verbeterd. De verhouding huisjes, kampeerplaatsen en camperplaatsen wordt aangepast naar de marktbehoefte. De voorgestelde uitbreidingen, kwaliteitsslag en productverbreding passen bij de wensen en eisen van de beoogde doelgroepen. Het recreatiepark is in de huidige omvang en met het huidige aanbod niet in staat om op lange termijn te renderen. Het bedrijfseconomisch resultaat van de ontwikkeling is positief en draagt bij aan het renderen en duurzame instandhouding van het bedrijf op de lange termijn.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 28/100
d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? De voorziene ontwikkeling is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. De voorgestelde uitbreiding van het huidige vakantiepark De Hooghe Heide wordt gerealiseerd op weilanden ten noorden en westen van het bestaande park. Op deze gronden is binnen het huidige planologische regime een agrarische bestemming van toepassing. Met de uitbreiding op agrarische gronden gaan geen natuurwaarden verloren. De omliggende bosgebieden blijven volledig intact. e. is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Verplaatsing van het recreatiepark naar binnen het bestaand stedelijk gebied is niet gewenst. De reden daarvoor is tweeledig. Ten eerste conflicteert dit met de gemeentelijke beleidslijn, welke juist stuurt op de ontwikkeling van leisurevoorzieningen in het landelijke gebied. De structuurvisie “Sint-Michielsgestel 2025 beschouwt “landbouw, recreatie, natuur en water(berging)” als de hoofdfuncties die aan het buitengebied worden toebedeeld (p. 15). Ten tweede wordt een recreatiebedrijf op basis van de VNG-uitgave beschouwd als bedrijf met milieucategorie 3.1. Op basis hiervan geldt een richtafstand van 50 meter ten opzichte van geluidgevoelige functies. Verplaatsing naar een locatie binnen de bebouwde kom zou conflicteren met de bestaande gevoelige (woon)functies.
Natuurbegraafplaats De ontwikkeling van een natuurbegraafplaats betreft geen stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking. In een uitspraak van 28 juni 2017 overwoog de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat een begraafplaats niet behoort tot de categorie “overige stedelijke voorzieningen” zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Gelet daarop is de Afdeling van oordeel dat een natuurbegraafplaats niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Deze lijn in de jurisprudentie is voortgezet in een uitspraak van 1 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2544). Derhalve is een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde. Opvanghuis Berlicum Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 6.1). Een uitbreiding met bijgebouwen van ongeveer 75 m2 betreft geen stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Derhalve is een verdere toetsing niet benodigd.
Conclusie Het onderhavige plan voldoet aan de ladder van duurzame verstedelijking. 4.2.4
Wet op de lijkbezorging (1991, geldt alleen voor de natuurbegraafplaats)
Toetsingskader De wet op de lijkbezorging regelt de lijkbezorging in ruime zin. Hieronder vallen onderdelen zoals de locatie en beheer van een bijzondere begraafplaats. De wet geeft aan dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand kan worden gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon. De wet regelt voorts dat de gemeenteraad bevoegd gezag is in het aanwijzen van de locatie van de begraafplaats. De wet schrijft daarnaast voor dat er een register dient te worden bijgehouden met de begraven lijken en een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 29/100
Beoordeling en conclusie In de administratie van de natuurbegraafplaats zal een register worden bijgehouden van de exacte locatie van de reserveringen en de begravingen op de natuurbegraafplaats. Aan de hand van GPS coördinaten worden de exacte locaties van natuurgraven nauwkeurig ingemeten en bijgehouden. 4.2.5
Besluit op lijkbezorging (2013, geldt alleen voor de natuurbegraafplaats)
Toetsingskader Het besluit op de lijkbezorging regelt onder meer de wijze van begraven en de inrichting van het graf. Zo regelt dit besluit dat bij het begraven alleen gebruik mag worden gemaakt van biologisch afbreekbare materialen. Bij natuurbegraven mag alleen gebruik worden van materialen die gemakkelijk afbreken en vergaan in de bodem. Er zijn diverse uitgangspunten waar rekening mee gehouden dient te worden bij de inrichting van een graf. Zo wordt aangegeven dat er minimaal 65 centimeter grond boven op de kist of het omhulsel moet worden aangebracht. De afstand tussen kisten bedraagt minimaal 30 centimeter. Daarnaast is opgenomen dat de kist of het omhulsel zich 30 centimeter boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand moeten begeven. Uitgaande van een kisthoogte van 50 centimeter, betekent dit dat de gemiddelde hoogte grondwaterstand 145 centimeter beneden maaiveld moet zijn. In het besluit wordt tevens aangegeven dat de afstand van een graf tot aan de erfafscheiding ten minste één meter dient te bedragen. Beoordeling en conclusie De voorschriften die volgen uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging vormen belangrijke randvoorwaarden voor natuurbegraven. Bij de inrichting van de begraafplaats zal rekening gehouden worden met de gestelde voorwaarden uit het besluit op de lijkbezorging.
Delen van het gebied zullen worden opgehoogd, waardoor kan worden voldaan aan het besluit op de lijkbezorging. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de aanwezige ecologische waarden. 4.2.6
Inspectierichtlijn Lijkbezorging, 3e herziene druk (alleen relevant voor de natuurbegraafplaats)
Toetsingskader De inspectierichtlijn lijkbezorging kan worden gezien als een advies van de inspectie van de volksgezondheid voor de milieuhygiënische aspecten van de lijkbezorging. In deze richtlijn worden adviezen gegeven over het tegengaan van bodem- en grondwaterverontreiniging, onvolledige lijkvertering en hinderaspecten. In de richtlijn komt naar voren dat een bodem van zand- of zavelgrond het meest geschikt is voor een begraafplaats. Ook wordt aangegeven dat de afstand tussen de begraafplaats en een woning, 20 tot 30 meter dient te bedragen en er een erfafscheiding dient te zijn die de privacy waarborgt. Verder wordt in deze inspectierichtlijn aangegeven dat geluidshinder vanuit de nabije omgeving voorkomen dient te worden. Het is bijvoorbeeld ongewenst dat een begrafenis(toespraak) door geluidhinder wordt verstoord. Er moet daarom worden gestreefd naar een geluidbelasting van niet meer dan 40 dB(A). Beoordeling en conclusie Bij de inrichting van de natuurbegraafplaats wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de adviezen uit de Inspectierichtlijn Lijkbezorging. Uitganspunt is een goede inpassing van de natuurbegraafplaats in de omgeving. Om de privacy van het terrein te waarborgen wordt er een piëteitszone in acht genomen, waarbinnen geen begravingen plaatsvinden. Van geluidsoverlast op de natuurbegraafplaats zal geen sprake zijn, omdat de
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 30/100
dichtstbijzijnde bebouwing is gelegen op minimaal 30 meter afstand van de grens van de natuurbegraafplaats. Ook tot de infrastructuur in de omgeving kan voldoende afstand in acht worden genomen. Aan het afstandscriterium voor een burgerwoning wordt ruimschoots voldaan. Uit de analyse grondwaterpeilen (bijlage 15 bij de Toelichting) is gebleken dat er sprake is van een zeer zandige bodemopbouw zonder slecht waterdoorlatende lagen die het infiltreren van regenwater zouden kunnen belemmeren. 4.2.7
Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven (september 2014, alleen relevant voor de natuurbegraafplaats)
Toetsingskader De bijlage ‘Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven’ behorend bij de Inspectierichtlijn Lijkbezorging is onlangs geactualiseerd. In deze bijlage zijn adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen opgenomen waaronder adviezen over een adequaat ontwaterings- en afwateringssysteem. In de bijlage is opgenomen dat “de grond- en grondwatercriteria bij natuurbegraven geen belemmerend thema zijn omdat bij natuurbegraven sprake is van eeuwigdurende grafrust en ruiming op natuurbegraafplaatsen daardoor niet aan de orde is”. Vanwege onder andere het feit dat natuurgraven niet worden geruimd is de intensiteit van begraven op een natuurbegraafplaats immers veel lager dan op een reguliere begraafplaats. De locatie van de natuurbegraafplaats ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Beoordeling en conclusie De inrichtingsadviezen over ontwaterings- en afwateringssystemen zijn derhalve conform de bijlage ‘Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven’ voor natuurbegraafplaatsen niet van toepassing. 4.2.8
Wet natuurbescherming - herplantplicht (geldt alleen voor natuurbegraafplaats)
Toetsingskader In algemene zin is het mogelijk dat bij een voorgenomen ontwikkeling sprake is van het verloren gaan van houtopstanden die beschermd zijn conform artikel 4 van de Wet natuurbescherming. In een dergelijk geval kan er sprake zijn van een meldingsplicht en herplantplicht. De Wet natuurbescherming heeft als doel de bestaande oppervlakte bos en houtopstanden in Nederland in stand te houden. Voordat een perceel bos, dat onder de Wet natuurbescherming valt, wordt gekapt, moet een kapmelding gedaan worden. Binnen één jaar na melding moet de kap worden uitgevoerd. De kapmelding dient voornamelijk ter registratie van de herplantplicht. Herplant dient te geschieden binnen 3 jaar na de geaccordeerde melding. Elke kap waaruit een herplantplicht voortvloeit moet worden gemeld. Dunningen en het afzetten van hakhout en grienden leiden doorgaans niet tot een herplantplicht. Die hoeven dan ook niet gemeld te worden. Beoordeling en conclusie Binnen het plangebied zijn houtopstanden aanwezig die vallen onder artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. De te vellen houtopstanden zijn gelegen buiten de door de gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwde kom van beschermde houtopstanden en vallen daarnaast niet onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming. Op de te vellen houtopstanden is een meldingsplicht en herplantplicht van toepassing.
Dit betekent dat de kap van de bomen dient te worden gemeld bij Gedeputeerde Staten. Daarnaast dient binnen drie jaar een gelijk areaal aan bomen te worden herbeplant. In beginsel dient dit op dezelfde locatie te geschieden. De Wet natuurbescherming voorziet in een eigen compensatieregeling. Een verplichting tot compensatie na bomenkap behoeft aldus niet in een bestemmingsplan te worden vastgelegd. Voordat er bossen worden gekapt, wordt er een melding gedaan bij de provincie. Op dat moment gaat de termijn van 3 jaar in.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 31/100
Ten behoeve van de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats worden de volgende natuurontwikkelingsmaatregelen uitgevoerd: • Bosomvorming van circa 25.000 m2 bestaand structuur-arm naaldbos naar structuurrijk gemengd bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten, door beheermaatregelen; • Omvorming van circa 42.000 m2 structuurarm naaldbos voor ontwikkeling van heischraal grasland; • Bosomvorming van circa 22.000 m2 open gebied (ontstaan na ophoging) naar structuurrijk bos met vooral inheemse boom- en struiksoorten, door kap en aanplant; • Omvorming van zuidelijke, laaggelegen bosperceel naar halfopen, vochtige zone (circa 8.000 m 2); • Omvorming van de bestaande poel naar een zwak-gebufferd ven met een oppervlakte van circa 1.000 m 2; • Het graven van een zwak gebufferd ven van circa 2.100 m 2. Dit betekent voor het initiatief dat binnen 3 jaar het areaal bos wat wordt gekapt, gecompenseerd dient te worden. Een verplichting tot compensatie na bomenkap hoeft niet in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. Voordat er bossen worden gekapt, wordt er een melding gedaan bij de provincie. Op dat moment gaat de termijn van 3 jaar in. Natuurbegraven Nederland verwacht dat ontheffing wordt verkregen voor de bomenkap bij de provincie. Er zal bij de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats te zijner tijd worden voldaan aan de Boswet. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’
Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Voorliggende plannen zijn passend binnen de omgeving en zorgt voor de revitalisering van een recreatiepark en daarmee voor een versterking van het toeristisch-recreatieve aanbod in de gemeente. Tevens wordt 10 hectare bosgebied (productiebos) omgevormd tot een toegankelijk natuurgebied met hogere natuurwaarden, ter verwezenlijking van een natuurbegraafplaats.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 32/100
Conclusie De beoogde ontwikkeling biedt een duidelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied van Berlicum en past binnen de omgevingsvisie. Zie daarvoor de toetsing aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (4.3.3). 4.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014
Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is verder vertaald in de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies.
Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, de agrarische structuur, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Onderhavig plangebied is gelegen in de groenblauwe mantel. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Ook de groene gebieden door én nabij de stedelijke omgeving zijn onderdeel van de groenblauwe mantel. Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.
Bij ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een investering in het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Beoordeling De provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn met name van belang voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. Algemeen Het plangebied is gelegen in de groenblauwe mantel en voor het overgrote deel in kerngebied groenblauwe mantel.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 33/100
De mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Op de structurenkaart zijn de belangrijkste gebieden van het Natuur Netwerk Brabant (voorheen: Ecologische Hoofd Structuur (EHS)) inclusief de ecologische verbindingen en de gebieden voor watersysteemherstel weergegeven als kerngebied groenblauw. Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) bestaat uit het samenhangende netwerk van bestaande en te ontwikkelen bossen en natuurgebieden in Brabant. Deze gebieden hebben de hoofdfunctie natuur. De gebieden binnen het NNB waar de natuurwaarden afhankelijk zijn van de hydrologische situatie krijgen bijzondere aandacht. Rondom deze natte natuur liggen hydrologische beschermingszones, de zogenaamde attentiegebieden NNB. Het ruimtelijke beleid is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Er is geen ruimte voor (grootschalige of intensieve) ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstellingen voor het NNB en beheer/herstel van de waterstructuren. Bestaande functies en bestaand gebruik binnen de groenblauwe kern worden gerespecteerd.
Uitsnede ‘Structurenkaart’ (bron: Structuurvisie 2010 – Partiële herziening 2014)
Recreatiepark Een deel van het westelijk uitbreidingsgebied is gelegen in groenblauwe mantel, de rest van de uitbreidingen van het recreatiepark zijn, net als het bestaande recreatiepark, gelegen in kerngebied groenblauw. Uit de toetsing aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (paragraaf 4.3.3) en de uitgevoerde onderzoeken (hoofdstuk 5) blijkt dat de uitbreiding van het recreatiepark geen nadelige invloed heeft op de groenblauwe mantel en het NNB.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 34/100
Natuurbegraafplaats De natuurbegraafplaats is gelegen in het NNB. De voorgenomen versterking van de ecologische waarden en de landschapskwaliteiten binnen het plangebied van de natuurbegraafplaats dragen bij aan een verbetering van de bestaande waarden van het NNB. Uit de toetsing aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (paragraaf 4.3.3) en de uitgevoerde onderzoeken (hoofdstuk 5) blijkt dat de realisatie van de natuurbegraafplaats geen nadelige invloed heeft op het NNB. De natuurtoets onderstreept dit (zie bijlage 12). De afname van het areaal van NNB-bospercelen zal worden gecompenseerd (zie bijlage 6 van de regels). Opvanghuis Het plandeel ter plaatse van het opvanghuis is gelegen in NNB. Hier is het aanwezige groen verwijderd en verharding aangebracht onder andere ten behoeve van parkeervoorzieningen en enkele bouwwerken. Uit NNB-effectenonderzoek van Econsultancy (16 september 2014) is gebleken dat de reeds gerealiseerde uitbreiding van het opvanghuis negatieve effecten heeft gehad op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB (EHS). De negatieve effecten bestaan uit een afname van areaal van NNB-bospercelen. De rapportage van Econsultancy is toegevoegd als bijlage 20 bij de toelichting. Het verlies aan areaal NNB wordt financieel gecompenseerd (bijlage 7 van de regels). Conclusie Onderhavig plan past binnen de beleidsregels van de SVRO. 4.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Op de planlocatie zijn de werkingsgebieden NNB, Groen Blauwe Mantel en Attentiezone waterhuishouding van toepassing.
Daarnaast zijn, voor zover relevant voor deze ontwikkeling, de werkingsgebieden Beperking veehouderij en Stalderingsgebied van toepassing.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 35/100
Onderstaand zijn de relevante kaartbeelden van de IOV opgenomen.
Uitsnede kaartbeeld basiskaart Landelijk gebied. Het plangebied is aangeduid met de rode contour. (bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021)
Uitsnede kaartbeeld Natuur en stiltegebieden. Het plangebied is aangeduid met de rode contour. (bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021)
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 36/100
Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Iov. Er moet ten eerste getoetst worden aan de geldende regels voor de van toepassing zijnde kaartlagen. In de paragrafen hierna wordt voor iedere ontwikkeling het relevante toetsingskader behandeld.
4.3.3.1 Toets IOV: Recreatiepark Camping De Hooghe Heide De uitbreiding van het recreatiebedrijf vindt plaats in de Groen Blauwe Mantel. Voor dit deel van de ontwikkeling is artikel 3.71 IOV (Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied) en 3.32 IOV (Bescherming Groen Blauwe Mantel) relevant. Ook de externe werking op het NNB (artikel 3.16 IOV) is relevant vanwege de ligging nabij het NNB. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit (3.5 t/m 3.9). Artikel 3.71: bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; De bestaande planologische gebruiksactiviteiten worden met onderhavig bestemmingsplan vastgelegd. Hiervoor wordt verwezen naar de planregels van dit plan. b.
een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten;
Onderhavig plan maakt activiteiten voor mestbewerking onmogelijk. c.
kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied.
De beoordeling of bovenstaande uitbreiding als ‘redelijk’ kan worden beschouwd, is afhankelijk van de toegevoegde functie(s) en de effecten daarvan op de groenblauwe mantel, het omliggende Natuur Netwerk Brabant, mobiliteit, leefbaarheid en leegstand. Ad c. Beschrijving uitbreiding Het recreatiepark is in de bestaande situatie gericht op verblijfsrecreatie. Ter ondersteuning zijn diverse faciliteiten op het recreatiebedrijf gerealiseerd, waaronder een pannenkoekenhuis met terras, zwembad, sanitaire voorzieningen, speelweides en parkeergelegenheid. Op het recreatiepark staan 71 recreatiewoningen in diverse vormen en er zijn 70 toeristische standplaatsen. Het park heeft een omvang van ca 5 hectare. Het recreatiepark is in de huidige omvang en met het huidige aanbod niet in staat om op lange termijn te renderen. Dit komt onder andere doordat de vorige eigenaar van het recreatiepark een groot deel van de recreatiewoningen heeft verkocht. Met de uitbreiding wordt de verhouding huisjes, kampeerplaatsen en camperplaatsen aangepast naar de marktbehoefte. Het recreatiepark wordt geprofileerd als stadscamping. De voorzieningen en verblijfsrecreatieve producten worden uitgebreid en verbeterd (+40 recreatiewoningen, +6 standplaatsen en +5 b&b kamers). Het park krijgt een omvang van 7,7 ha (toename van 2,7 ha). Te midden van de nieuwe recreatiewoningen worden
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 37/100
twee heideveldjes en een ven aangelegd. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de ontwikkeling hoofdstuk 3 van de toelichting. Ter ondersteuning wordt een centraal voorzieningengebouw met terras gerealiseerd. De parkeergelegenheid wordt uitgebreid en er komt een tweede toegangsweg. De voorgestelde uitbreiding, kwaliteitsslag en productverbreding passen bij de wensen en eisen van de beoogde doelgroepen. Het bedrijfseconomisch resultaat van de ontwikkeling is positief en draagt bij aan het renderen en in stand houden van het bedrijf op de lange termijn (zie ook het bedrijfsplan, opgenomen als bijlage 2). Ad c1. Gebiedsgerichte benadering De ontwikkeling vindt plaats in een halfopen landschapsstructuur, waar bosgebieden worden afgewisseld met akkerbouw- en weidegronden. De uitbreiding van het recreatiepark zal plaatsvinden op de agrarische gronden ten noordwesten van het recreatiepark. Deze gronden maken geen onderdeel uit van de voormalige heide en huidige bossen, maar dit betreft al lange tijd een landbouwenclave. Deze landbouwenclave wordt aan alle zijden omgeven door bos. Ten noorden van de landbouwenclave bevinden zich meerdere woningen aan de weg Hooghei. Het recreatiepark (met uitbreidingslocatie) is gelegen in de groenblauwe mantel en wordt omsloten door het Natuur Netwerk Brabant (zie voor een uitgebreide beschrijving van het landschap hoofdstuk 2).
De gemeente Sint-Michielsgestel heeft in 2011 een structuurvisie genaamd ‘Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025’ vastgesteld. In de structuurkaart wordt het gebied aangeduid als een groen recreatiegebied, met een zeer besloten landschap. In de ‘Structuurvisie buitengebied – Sint-Michielsgestel’ (21 december 2011) wordt gesteld dat recreatie, landbouw en natuur de drie hoofdfuncties van het buitengebied zijn. Omdat toerisme en recreatie één van de drie hoofdfuncties is van het buitengebied is de gemeente Sint-Michielsgestel voornemens om meer ruimte te bieden aan de ontwikkeling hiervan, mits voldoende aandacht wordt geschonken aan de bestaande landschaps- en natuurkwaliteiten. Recreatiedoeleinden passen naar de mening van het gemeentebestuur aldus goed in de beleidslijn voor het gebied ‘Hooghei’, omdat wordt voldaan aan een goede landschappelijke inpasbaarheid. Ad c2. Mobiliteit/leefbaarheid, agrarische ontwikkeling en leegstand elders De uitbreiding van het recreatiepark gaat gepaard met een toename van de verkeersgeneratie van 280 naar 400 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Om de druk op het gebied te spreiden is aan de westzijde van de uitbreiding van het recreatiepark een tweede toegangsweg aangelegd (zie daarvoor de inrichtingsschets in bijlage 3).
Daar eerst 280 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvonden over de bestaande entree/uitgang, wordt de verkeerdruk in de toekomstige situatie verdeeld over twee toegangswegen (200 verkeersbewegingen per etmaal over elke toegangsweg). De nieuwe entree wordt op gepaste afstand gerealiseerd van het Natuur Netwerk Brabant en bestaande woningen aan de Hooghei. Nieuwe parkeerplaatsen worden centraal op het recreatiepark aangelegd. Gasten van de 40 nieuwe recreatiewoningen dienen daar te parkeren (niet bij het huisje). Door Econsultancy is met een akoestisch onderzoek industrielawaai voor de totale inrichting onderzocht (inclusief de bestaande situatie, zie bijlage 4). Uit dat onderzoek blijkt dat voor elk van de woningen aan de Hooghei en Opvanghuis Berlicum een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Tussen het recreatiepark en Hooghei nr. 36 wordt een geluidsscherm geplaatst om óók op dat perceel aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit te voldoen. Econsultancy heeft met een effectenonderzoek NNB aangetoond dat de geluidsbelasting op het NNB afneemt met de uitbreiding van het recreatiepark. Deze afname is te verklaren door de spreiding van de verkeersstromen en de locatiekeuze voor nieuwe parkeerplaatsen. De bestaande en nieuwe infrastructuur is voldoende toereikend voor de afwikkeling van 200 mvt/etmaal.
De parkeerbehoefte wordt na uitbreiding volledig op eigen terrein opgevangen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (onherroepelijk 25 januari 2013 en bijbehorende herzieningen) wordt het gebied Hooghei aangeduid als een ‘besloten gebied’. Ter plaatse van de aanduiding ‘besloten gebied’ zijn gebiedswaarden gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van het besloten
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 38/100
gebied. Ook op de structuurkaart van de ‘structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025’ wordt het gebied gezien als een groen recreatiegebied, met een ‘zeer besloten landschap’. De uitbreiding wordt gerealiseerd ter plaatse van een weiland. Het weiland is cultuurhistorisch onderdeel van een kleine landbouwenclave. Deze open plek in het bos is anno 2021 eigenlijk alleen goed zichtbaar vanaf het zandpad dat de Werstkant met de Hooghei verbindt. Vanaf de Hooghei zelf verhinderen bospercelen, gebouwen en hagen het zicht op het achterliggende open veld. Het open zicht vanaf het zandpad tussen de Hooghei en Werstkant zal door de uitbreiding van het recreatiepark veranderen. Van een half besloten landschap met vrij uitzicht naar het oosten verandert de weg hier naar een bospad in een geheel besloten landschap met aan weerszijde beplanting/bebouwing. De uitbreiding van de camping wordt landschappelijk ingepast. Ook op het recreatiepark worden ruigten en bomen aangebracht. Daarmee verandert de landschapsstructuur van half open naar open. De verandering in het landschap is passend binnen de doelstellingen voor een besloten landschap. In het bedrijfsplan (zie bijlage 2) is geconcludeerd dat er voldoende vraag is naar verblijfsrecreatie en dat het park weinig concurrentie heeft met overige recreatieparken in de regio.
De uitbreiding van recreatiepark Camping De Hooghe Heide zal zodoende niet leiden tot leegstand op andere parken. Ad c3. Omgevingskwaliteit Het recreatiepark wordt landschappelijk ingepast en het initiatief heeft geen negatieve effecten op het Natuur Netwerk Brabant. Hiervoor verwijzen wij naar de toetsing aan de betreffende artikelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (3.9 en 3.16). Daarnaast wordt voldaan aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5 t/m 3.8). Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, het plan heeft een positief effect op de diverse lagen en creëert meerwaarde. Aldus wordt met de uitbreiding van het recreatiepark wordt de omgevingskwaliteit versterkt. Het bovenstaande overwegende, kan worden geconcludeerd dat Camping De Hooghe Heide kan voorzien in een redelijke uitbreiding, omdat deze passend is binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Artikel 3.75: aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening Lid 1 In geval er sprake is van een watergebonden voorziening kan het bestemmingsplan onder overeenkomstige toepassing van artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied nieuwvestiging mogelijk maken, als elders een bouwperceel is gesaneerd en de daarop aanwezige bebouwing van ten minste gelijke omvang, met uitzondering van de bedrijfswoning, is gesloopt.
Met dit plan is geen sprake van een watergebonden voorziening. Lid 2 In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning, toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; b. permanente bewoning is uitgesloten. De regels van onderhavig bestemmingsplan borgen dat het terrein en de verblijfsrecreatievoorzieningen bedrijfsmatig worden beheerd. b. de regels van onderhavig bestemmingsplan borgen dat permanente bewoning van de recreatieverblijven is uitgesloten. Het overgrote deel van de percelen waarop de vakantiewoningen staan is door de vorige eigenaar
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 39/100
verkocht aan derden. Een deel van deze eigenaren is in het bezit van een persoonlijke gedoogvergunning (om permanent op De Hooghe Heide te verblijven). Na verkoop van de recreatiewoning mogen deze niet meer voor permanente bewoning worden gebruikt. Om dit juridisch te borgen is een persoonsgebonden overgangsrechtclausule toegevoegd in de planregels. Artikel 3.32: landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; De uitbreidingslocatie van het recreatiepark is momenteel een bestaand weiland. Voor goede oogsten is het maaiveld van het weiland verlaagd, omdat in dit gebied droge heide- en bosgronden aanwezig zijn. Om grondwateroverlast te voorkomen wordt bij het ontwerp rekening gehouden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt is dat de inrichting van de uitbreiding van het recreatiepark aansluit bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen en dat er ten gevolge van de inrichting van het gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). De gemiddeld hoogste grondwaterstand is geschat op 0,8 tot 1,0 m beneden maaiveld.
De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 30 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. Met de verhoging van de gronden wordt aangesloten bij het oorspronkelijke peil in het gebied. Dit heeft een positief effect op het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken van het gebied. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 6.425 m2. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 385 m3 (6.425 m2 x 0,06 m). Het water wordt begeleid naar - en tijdelijk vastgehouden in een ven (zie inrichtingsplan, bijlage 3 van de toelichting). Econsultancy heeft onderzocht of de weides een functie als foerageergebied voor dassen hebben (zie bijlage 5). Het betreft geen essentieel foerageergebied aangezien er voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving aanwezig is. In 2014, 2017 en tijdens het veldbezoek in 2020 is de eerste 50 meter van de bossen rondom het uitbreidingsgebied onderzocht op de aanwezigheid van dassenburchten. Tijdens alle veldbezoeken zijn oude, vervallen dassenpijpen aangetroffen in het naaldbosje direct ten zuiden van de weide waarop de camping wil uitbreiden.
Deze locatie is niet meer in gebruik door dassen; er zijn geen sporen aangetroffen. Verstoring ten aanzien van de das kan worden uitgesloten. b.
stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;
In dit bestemmingsplan worden bestaande planregels uit ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (2013) overgenomen ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Deze regels zijn gekoppeld aan een aanlegvergunningenstelsel. c.
borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Voor de toetsing aan dit sublid wordt verwezen naar de toetsing aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waar de kwaliteitsverbetering van het landschap centraal staat. In die
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 40/100
paragraaf wordt uitgebreid ingegaan op de bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Tevens wordt verwezen naar de toetsing aan de soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming in hoofdstuk 5. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Een uitgebreide beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken is beschreven in hoofdstuk 2. Tevens wordt verwezen naar de toetsing aan de soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming in hoofdstuk 5. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In hoofdstuk 2 is vanuit een historische analyse van het landschap en een analyse van de huidige waarden van het landschap gemaakt. Onderstaand is vanuit de historische analyse een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en toegelicht.
Het landschappelijk inpassingsplan maakt onderdeel uit van de kwaliteitsverbetering van het landschap en is toegevoegd als bijlage 3 van de regels. Aan de westzijde sluit het bestaande recreatiepark aan op een bosperceel en een stuk agrarische grond/weiland. Ook aan de noordzijde sluit het bestaande recreatiepark aan op dit weiland en de grotere bossen van de Hooge Heide, waar het ook aan de oostzijde op aansluit. Aan de zuidzijde grenst het huidige recreatiepark aan een bosperceel in het westen en een kampenlandschap in het oosten. De bosrand maakt hier deel uit van de overgang van het bos naar het kampenlandschap. Het weiland/agrarische perceel aan de noordwestzijde van het bestaande recreatiepark zal grotendeels gebruikt worden voor de uitbreiding van het recreatiepark. Hierbij zal een klein deel als weiland behouden blijven t.b.v. het houden van paarden. Het open zicht vanaf het zandpad tussen de Hooghei en Werstkant zal door de uitbreiding van het recreatiepark veranderen. Van een half besloten landschap met vrij uitzicht naar het oosten verandert de weg hier naar een bospad in een geheel besloten landschap met aan weerszijde beplanting/bebouwing. Bij het ontwerp van het landschappelijke inpassingsplan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten die opgesteld zijn in de Structuurvisie buitengebied Sint-Michielsgestel en het STIKA.
Basis voor het ontwerp van het inpassingsplan is het waarborgen van de groene bosrijke omgeving waar het recreatiepark in gelegen is en een groene overgang van het bos naar de aangrenzende landbouwgronden. Hiermee moet het recreatiepark niet opvallen in de omgeving, maar juist in de omgeving opgaan. De uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing zijn: • Uitsluitend gebruik maken van inheemse soorten; • Soorten die aansluiten bij de omliggende bosgebieden; • Maatwerk, toegespitst op de locatie; • Onttrekken van zicht vanuit opvanghuis Berlicum op het recreatiepark.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 41/100
Zicht op open landschap vanaf zandpad tussen Hooghei en Werstkant op planlocatie
De voorgestelde landschappelijke inpassing voor recreatiepark ‘Camping De Hooghe Heide’ bestaat uit de aanleg van een bossingel rondom de uitbreiding van het recreatiepark. De bossingel varieert in breedte en heeft een afschermende functie voor de omliggende woningen en het opvanghuis. De aanplant vindt plaats met gebiedseigen heesters en boomvormers. Aan de oost- en noordzijde is de bossingel robuuster. Daarmee fungeert de bossingel tevens als een verbindende ‘stapsteen’ voor fauna tussen de bossen aan de noord- en zuidzijde van de weg Hooghei. Het robuuste karakter is bovendien passend binnen de gebiedsdoelstelling: namelijk het creëren en behouden van een gesloten landschap. De landschappelijke inpassing bevat aan de oostzijde aanvullend een aarden wal tussen het recreatiepark en het opvanghuis. Deze aarden wal is een resultaat van de bemiddelingsovereenkomst tussen het recreatiepark en het opvanghuis en is door de gemeente Sint-Michielsgestel vastgelegd (2014). De overeenkomst is opgenomen als bijlage 1 van de toelichting. Om het zicht op het recreatiepark vanuit het opvanghuis voldoende af te schermen is een bredere groenstrook beoogd met als extra zichtbeperkend element een begroeide aarden wal. De groenstrook wordt beheerd als klein bosje, met als basis een afwisselende dichte struweelbeplanting met enkele overstaanders.
Op de aarden wal wordt een bomenrij geplant en op omliggende delen van de groenstrook worden de bomen speels verspreid. Voor een beschrijving van de soorten en plantverbanden wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 3). Voor afscherming naar naburige percelen, wordt in profiel 2 en 3 een bossingel met veel bladhoudende, inheemse, soorten gerealiseerd. Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat een geluidswerende voorziening dient te worden geplaatst op de gronden tussen het recreatiepark en het erf van Hooghei nr. 36. Het geluidsscherm is geen onderdeel van het Landschappelijk inpassingsplan. Een geluidsscherm is namelijk geen object wat in deze omgeving als passend landschapselement is aan te duiden. Om het geluidsscherm toch een natuurlijke uitstraling te geven wordt geadviseerd om het scherm met klimplanten (op het scherm) en heesters (rondom het scherm) in te passen.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 42/100
Impressies natuurlijke uitstraling geluidsscherm
Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. In onderhavig geval wordt toepassing gegeven aan lid 2a. Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Binnen de regio is een aantal aspecten van de beleidsregel kwaliteitsverbetering van het landschap verder uitgewerkt en in een afsprakenkader met de provincie vastgelegd (10 januari 2013). De gemeente SintMichielsgestel is hierbij aangesloten.
Het afsprakenkader richt zich op twee aspecten: • De verdere afbakening van het toepassingsbereik; • De (minimale) hoogte van de gevraagde inspanning (basisinspanning) De regio heeft ter operationalisering van deze beleidskeuze mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen ondergebracht in drie categorieën: • Categorie 1: geen impact, geen tegenprestatie verplicht; • Categorie 2: beperkte impact: landschappelijke inpassing, passend bij een goede ruimtelijke ordening; • Categorie 3: grote impact: landschappelijke inpassing ‘plus’, passend bij een goede ruimtelijke ordening en in verhouding staand tot de waarde ontwikkeling. In de bijlagen van de ‘Aanvulling Structuurvisie Buitengebied Sint-Michielsgestel’ zijn de categorieën en de daarbinnen vallende ontwikkelingen opgenomen. Uitbreiding van een recreatief bedrijf met mogelijkheden voor verblijfsrecreatie is te classificeren als een categorie 3 ontwikkeling. Hieruit volgt dat voor deze ontwikkeling het perceel landschappelijk moet worden ingepast inclusief een bijdrage aan kwaliteitsverbetering van het landschap. Verschel-Van Dun heeft een taxatie uitgevoerd ter bepaling van de waardevermeerdering van de gronden als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging. Hierbij is gekeken naar de meerwaarde van de ontwikkeling. De taxatie is opgenomen als bijlage 7 van de toelichting.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 43/100
Verschel-Van Dun heeft een bestemmingswinst van €681.150,- berekend. 20% van dit bedrag (€136.230,-) dient te worden geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van het landschap. Nadat is bepaald welk bedrag in de kwaliteitsverbetering van landschap moet worden geïnvesteerd, is de vraag waarin moet worden geïnvesteerd. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft hiervoor een aantal manieren opgenomen waarop de kwaliteitsverbetering kan worden uitgevoerd. In ieder geval moet kwaliteitsverbetering altijd resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Ook wanneer een storting wordt gedaan, moet dit uiteindelijk resulteren in fysieke maatregelen in het buitengebied en is ook onderstaande van toepassing voor uitvoering door gemeenten. Initiatiefnemer heeft in overleg met de gemeente Sint-Michielsgestel gekozen dat het bedrag deels wordt geïnvesteerd in landschappelijke inpassing en dat het restant gestort wordt in een landschapsfonds. De aanleg van de bossingel is een investering van €15.858,14. De plankosten zijn maximaal (20%) van de kwaliteitsverbetering: €27.246. De kosten voor 10 jaar beheer en onderhoud van het groen bedragen €7.216,46. De totale investering in het landschap bedraagt daarmee €50.320,60. Er wordt daarmee ten dele gecompenseerd.
Het resterende bedrag aan kwaliteitsverbetering van het landschap (€85.909,40) wordt geïnvesteerd in een landschapsfonds. De berekening van de investeringen in aanleg en onderhoud van de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit wordt in deze behaald door de investering in de op grond van de Iov N-B verplichte aanleg- en onderhoud van de landschappelijke inpassing. De gesloten landschapsstructuur wordt versterkt met inpassing van een bossingel, welke op plaatsen robuustere vorm aanneemt (klein bosje).
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b, geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. In dit geval wordt geen toepassing gegeven aan het tweede lid onder b.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 44/100
Artikel 3.16 Extern effect Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in ‘Stedelijk Gebied’ of in ‘Landelijk Gebied’, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant (NNB), dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie. Econsultancy heeft een effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant opgesteld. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 6. Ten gevolge van de voorgenomen werkzaamheden zijn geen negatieve effecten ten aanzien van natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, bodemkwaliteit, rust en stilte, landschapsstructuur en belevingswaarde te verwachten. Ook treden geen negatieve effecten op ten aanzien van waterhuishouding en waterkwaliteit mits wordt voldaan aan de randvoorwaarden en uitgangspunten van de watertoets (bijlage 10).
Geluidsbelastingcontouren, 24-uursgemiddeld van de toekomstige situatie. De witte lijnen geven de grenzen van het natuurnetwerk aan. De pijlen geven de plaatsen aan waar overschrijding plaatsvindt. (bron: Econsultancy, Effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant Camping De Hooghe Heide, 2021)
Auto’s, bezoekers en voorzieningen produceren geluid richting het natuurgebied. In het akoestisch onderzoek industrielawaai (zie bijlage 4) is de geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de activiteiten onderzocht. Hieruit blijkt dat er op enkele plekken een geluidsoverschrijding (>45 dB(A)) plaatsvindt binnen de grenzen van het Natuurnetwerk (zie voorgaande figuur). In de huidige situatie vindt er op diverse plekken echter ook een geluidsoverschrijding plaats binnen het NNB. In de huidige situatie vindt er op diverse plekken echter ook een geluidsoverschrijding plaats binnen het NNB. Het geluidsbelast oppervlak in de huidige situatie bedraagt 253,65
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 45/100
m2, in de nieuwe situatie zal dit 241,00 m2 bedragen. In de toekomstige situatie zal het geluidsbelast oppervlak dus afnemen. Negatieve effecten op het aspect ‘rust en stilte’ binnen het NNB kunnen worden uitgesloten. De uitbreiding van het recreatiepark zal zorgen voor een afname van geluidsbelast oppervlak binnen het NNB. Negatieve effecten ten aanzien van het aspect donkerte en openheid kunnen worden voorkomen door er voor te zorgen dat er geen lichttoename in de richting van het NNB plaatsvindt. Er wordt dan ook geadviseerd om, wanneer dit van toepassing is, lichtuitstraling richting het NNB te blokkeren/af te schermen en binnen de onderzoekslocatie alleen met oriëntatieverlichting te werken om op deze manier de donkerte van de bospercelen te behouden. Als er geen toename aan licht plaatsvindt binnen het NNB worden er geen significante negatieve effecten verwacht die betrekking hebben op donkerte en openheid. In de planregels wordt vastgelegd dat lichtuitstraling richting het NNB wordt geblokkeerd/afgeschermd en dat met oriëntatieverlichting wordt gewerkt. Artikel 3.26: Attentiezone waterhuishouding Lid 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Met behulp van beperkende planregels en benodigde omgevingsvergunningen die via aanlegvergunningenstelsel verbonden zijn aan gebiedsaanduidingen wordt het watersysteem beschermd.
een
Lid 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Het bestemmingsplan stelt regels over het verzetten van grond, aanleg van drainage, verlagen van grondwaterstand en het beperken van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakken. Deze regels zijn reeds opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel” (2013, met herzieningen). Het gaat om de regelingen ‘besloten gebied’, ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘leefgebied van dassen’. Deze regels ter bescherming van de waterhuishoudkundige waarden worden overgenomen in onderhavig plan.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.
datum referentie
20 oktober 2022 132307_AdB_RAP_0001_v4.0
P 46/100
Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; • er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan geen sprake, maar een ‘redelijke uitbreiding’ is mogelijk op grond van artikel 3.71 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Uit toetsing aan artikel 3.71 is gebleken dat ‘redelijke uitbreiding’ van het recreatiepark in dit gebied is toegestaan. b.