CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rekenkamerrapport 'Grote bouwprojecten SMG' - 260923 DEF

Beeldvormende informatieavond 13 november 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 2 Toelichting/ presentatie Rekenkamerrapport Grote Bouwprojecten SMG29.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Leidraad projectmatig werken De leidraad projectmatig werken is vastgesteld in 2017. Dat betekent dat er nog geen leidraad projectmatig werken was bij de start van drie van de vier projecten (Beekveld, Centrumplan en Jacobskamp). In de verschillende Nota’s grondbeleid uit 2009 en 2011 wordt

ontbrak, heeft als gevolg dat er onvoldoende ‘checks en balances’ waren georganiseerd in de projecten. Ook was hierdoor geen ambtelijk

escalatieniveau

om

strategische

vraagstukken

te

bespreken. Daarnaast betekent het ontbreken van een ambtelijk

| 50

opdrachtgever dat het kwantitatief en kwalitatief goed bemensen van

nauwelijks afstemming plaatsvond en geen aandacht was voor

de verschillende projecten onvoldoende aandacht kreeg.

kruisbestuiving tussen projecten en gezamenlijk leren.

Projectorganisatie

Inzet vanuit de lijnorganisatie

Ook ten aanzien van de projectorganisatie constateren we dat er bij

De relatie tussen lijnorganisatie (leveren capaciteit en producten ten

drie van de vier onderzochte projecten nauwelijks sprake was van

behoeve van het project) en het project was niet duidelijk vastgelegd.

een

van

Uit diverse gesprekken die we hebben gevoerd blijkt dat het mede

projectresultaten. Trekkers van de onderzochte projecten waren

daardoor lastig was om projecten structureel en kwalitatief goed

formeel vaak geen projectleider, maar waren vanuit de functie van

bemenst te krijgen.

herkenbare

beleidsmedewerker

projectstructuur

aangewezen

voor

als

het

realiseren

projectverantwoordelijke.

Daarnaast hebben we geconstateerd dat bij deze onderzochte

Ontwikkeling projectsturing

projecten sprake was van frequente wisseling van projectleiders. De

De leidraad projectmatig werken uit 2017 heeft de afgelopen zes jaar

overdracht naar een nieuwe projectleiders was vaak zeer summier,

weinig veranderd aan de wijze waarop de projecten zijn aangestuurd.

waardoor telkens opnieuw veel historische kennis verdween, inzicht

De meeste geïnterviewden binnen de ambtelijke organisatie waren

in het besluitvormingsproces ontbreekt en het overzicht over de

ook niet op de hoogte van het bestaan van de leidraad projectmatig

projecten onvoldoende werd geborgd.

werken. Het is daarmee niet verrassend dat geen opvolging is gegeven aan het borgen van de uitgangspunten en het verbeteren

Uitzondering op deze constatering vormt het project Centrumplan. In

van projectmatige sturing.

het oorspronkelijke projectplan is sprake van een duidelijke projectstructuur en projectverantwoording. Ook is er jaarlijks een

Inmiddels is onder nieuwe leiding van het team RO een begin

werkplan gemaakt. Wat wel ontbrak is een duidelijke fasering,

gemaakt met het versterken van projectsturing. Dit betekent dat een

inclusief beslisdocumenten voor faseovergangen.

begin is gemaakt met het herstellen van de driehoeksturing , formaliseren van de rol van projectleider,

inrichten van

de

In diverse gesprekken is gevraagd of de inzichten die zijn opgedaan

projectorganisaties en het verbeteren van de afspraken tussen lijn-

met

en projectorganisatie. Ook wordt sinds kort gewerkt met zogenoemde

het

werken

met

een

projectorganisatie

in

het

project

Centrumplan zijn gebruikt om te leren voor andere projecten. Daaruit

projectkaarten.

In

die

projectkaarten

komt een beeld naar voren dat tussen projectverantwoordelijken

projectbeschrijving,

de

projectopdracht,

projectresultaat,

planning

en

wordt

voortgang,

het

ingegaan te

op

de

verwachten

projectkaders

(zoals

| 51

financiën, projectorganisatie, relatie met andere projecten) en

Dat beeld wordt bevestigd in de beschrijving van de risico’s in de

beslismomenten. Het is een eerste aanzet om ambtelijk en bestuurlijk

verschillende Meerjarenprogramma’s grondbedrijfsfuncties (M PG’s).

beter te kunnen sturen op de voortgang van een project. Een dergelijk

Bij facilitaire projecten (projecten op initiatief van derden) ontbreekt

overzicht is er (nog) niet voor de raad.

een

risicoanalyse

in

de

MPG’s.

Bij

de

actieve

projecten

(ontwikkelingen op eigen initiatief van de gemeente) wordt in de Risicomanagement

bijlage wel aandacht besteed aan risico’s. Het is echter opvallend dat

We constateren dat binnen alle onderzochte projecten weinig

de beschreven risico’s vaak jarenlang vrijwel onveranderd blijven en

expliciete aandacht is besteed aan risicomanagement. We hebben

weinig projectspecifiek zijn. Ook ontbreekt het aan kwantificering van

geen voorbeelden gezien van risicosessies bij de onderzochte

risico’s en een beschrijving van beheersmaatregelen. Uit interviews

projecten. Het is waarschijnlijk dat bij projectoverleggen wel risico’s

hebben we begrepen dat projectleiders van projecte n ook niet actief

aan de orde zijn geweest, maar uit de beoordeelde documenten komt

betrokken zijn bij de risicoanalyses die in het MPG staan.

een beeld naar voren dat het ontbreekt aan systematische aandacht voor het benoemen van risico’s, het ‘waarderen’ van risico’s op ‘kans

Specifiek voor het Centrumproject is het opvallend dat uit de notulen

maal effect’, het daarop vervolgens nemen van beheersmaatregelen

van de stuurgroep blijkt dat risicobeoordeling niet periodiek op de

en het beoordelen van de overblijvende risico’s (zogenaamde

agenda stond. Terwijl het een zeer complex (multi)project is, waar

restrisico’s).

risicobeheersing cruciaal is. Verder is het opmerkelijk dat een van de grootste risico’s van het project (het grote aantal bezwaren en Raad

We constateren dat van de beschreven ambities in het document risicomanagement geïntegreerd transparante

en

weerstandsvermogen

risicomanagement 20, afspraken

over

duidelijk

vastlegging,

–

van State procedures) niet heeft geleid tot een specifieke en

waaronder

gestructureerde risicobenadering en concrete beheersmaatregelen.

eigenaarschap,

Voorkomen dat er bezwaar wordt gemaakt, kun je als gemeente niet,

verantwoording

en

maar je kan wel een samenhangend pakket aan beheersmaatregelen

opvolging en borging en continu verbeteren van het proces van

treffen om de kwetsbaarheid als gemeente op het toekennen van

risicomanagement – tot dusverre weinig terecht is gekomen.

20

Onder risicomanagement verstaan we het identificeren en kwantificeren van risico's, het opstellen van diverse maatregelen om deze risico's te beheersen en het beoordelen van restrisico’s.

| 52

bezwaar

en

beroep

te

verminderen.

Die

gestructureerde

meerdere scenario’s aan de raad dient voor te leggen , hebben we in

risicobenadering hebben wij niet aangetroffen.

de praktijk van deze casussen niet aangetroffen.

4.5. Samenspel college en raad

Geïnterviewden hebben ook aangegeven dat er inmiddels wel goede voorbeelden zijn van projecten waar de raad in een vroegtijdig

Typering rol college Uit de interviews met betrokkenen (waaronder raadsleden zelf) komt een duidelijk en eenduidig beeld naar voren over het samenspel tussen college en raad bij de sturing van grote projecten. In de interviews

is

aangegeven

dat

zeker

in

de

voorgaande

bestuursperioden het college duidelijk ‘in the lead’ was. De projectportefeuillehouder

zat

er

bovenop,

was

zeer

goed

geïnformeerd, opereerde zeer zelfbewust en had een directe aansturingslijn met de betreffende projectleiders.

het college de raad vaak pas bij de onderzochte projecten heeft nadat

het

college

al

veel

voorwerk

rol heeft in het vaststellen van een voorkeursscenario. voorbeelden

worden

in

dit

verband

de

Als

gebiedsontwikkeling

Theereheide en de gebiedsontwikkeling Laar-Nieuw Laar in Berlicum genoemd. Verder komt uit de interviews een beeld naar voren dat in de huidige bestuursperiode sprake lijkt te zijn van een meer evenwichtig ambtelijk-bestuurlijke samenspel. Naast een andere bestuurscultuur,

Uit de interviews en de reconstructies komt een beeld naar voren dat betrokken

stadium wordt betrokken bij gedachtenvorming en waarin de raad een

had

gedaan

(bijvoorbeeld in de vorm van principebesluiten of het sluiten van een intentieovereenkomst). Het was geen staand beleid om de raad actief te betrekken en mee te nemen in de eerste fasen (initiatieffase en definitiefase) van een (mogelijk) project. Dat blijkt vooral uit de reconstructies van Beekveld en Christinastraat. Voor het project Centrumplan kunnen we dat niet goed beoordelen, aangezien de aanloop van het project voor de onderzochte periode (vanaf 2010) plaatsvond. Geïnterviewden geven aan dat het college de richting en scope van de projecten bepaalde. Het uitgangspunt dat het college

speelt de doorontwikkeling binnen de ambtelijke organisatie daarin ook

een

rol.

Met

opdrachtgeverschap

name in

de

te vullen

beweging

om

zorgt voor

het

herstel

ambtelijk van

de

eerdergenoemde sturingsdriehoek. Dat leidt tot een meer eenduidige rolverhouding

tussen

ambtelijk

opdrachtnemer,

ambtelijk

opdrachtgever en bestuurlijk opdrachtgever en herstel van de nodige ‘checks en balances’ in de aansturing van projecten . Ook is er in de huidige bestuursperiode meer aandacht voor prioritering tussen (bouw)opgaven, waarbij ook goed wordt gekeken naar welke capaciteit de gemeente heeft om opgaven te realiseren. Borging van deze ontwikkeling is wel een aandachtspunt gelet op het feit dat dit in hoge mate geïnitieerd is door extern ingehuurde capaciteit en het al jaren lastig is om binnen de afdeling RO de bezetting kwalitatief en kwantitatief op sterkte te krijgen.

| 53

krijgen. Daarnaast heeft de raad geen specifieke proceskaders De verbinding tussen bestuurlijke portefeuilles was en is een

vastgesteld, terwijl het wel ging om beeldbepalende ontwikkelingen.

aandachtspunt. Grote projecten vereisen de aandacht en verbinding

Het ontbreken van specifieke proceskaders heeft negatieve gevolgen

van meerdere portefeuilles. Gezien de portefeuilleverdeling in de

gehad voor de informatiepositie van de raad. Ook de eerder

gemeente is van deze verbinding niet automatisch sprake. Zo zijn de

gememoreerde toezegging van de wethouder dat het wijzigingsplan

portefeuilles ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, grondexploitaties

Beekveld nog aan de raad zou worden voorgelegd, heeft de raad

en participatie bij verschillende portefeuillehouder s belegd. Ook een

laten passeren. Daarnaast lijkt het besef bij de raad beperkt

goede verbinding met de portefeuillehouder financiën is noodzakelijk.

aanwezig dat bij facilitaire projecten de invloed van de raad minimaal

In het bestuursakkoord en in het college uitvoeringsprogramma zijn

is na vaststellen van het bestemmingsplan.

geen concrete afspraken gemaakt over de wijze waarop portefeuilles worden verbonden. Uit de gevoerde gesprekken is naar voren

Gevolg van het feit dat de raad geen specifieke proceskaders heeft

gekomen dat borgen van de verbinding tussen portefeuilles aandacht

vastgesteld voor de grote en beeldbepalende projecten is dat de raad

behoeft.

daarmee sterk afhankelijk is van de wijze waarop het college de actieve informatieplicht invult. De beperkte kaderstelling door de raad

Typering rol raad

heeft zijn weerslag op de positie van de raad gedurende de uitvoering

Uit de gevoerde gesprekken met diverse betrokkenen en raadsleden

van grote projecten. Hoewel raadsleden hebben aangegeven dat

zelf komt een beeld naar voren van een raad die in de afgelopen

informatie die door het college wordt aangereikt aan de raad over het

bestuursperioden

de

algemeen kwalitatief voldoende is, constateren we dat de raad

onderzochte bouwprojecten. Hoewel de raad op sommige momenten

weinig

zelfbewust

heeft

geopereerd

in

onregelmatig wordt geïnformeerd over projectontwikkelingen en dat

wel degelijk stuurt en actief heeft geïntervenieerd, is de rol die de

het college de ritmiek en inhoud van de raadsinformatie bepaalt . Ter

raad heeft ingenomen toch vooral te omschrijven als reactief en

illustratie is de raad bij het Centrumplan in de jaren 2015 -2017 niet

volgend.

geïnformeerd over de algehele stand van zaken door middel van een raadsinformatiebrief. Bij Jacobskamp is de raad vanaf de start van

Het is in dat kader illustratief dat de raad bij de onderzochte projecten

het project in 2005 slechts tweemaal formeel schriftelijk geïnformeerd

niet proactiever is geweest om in de eerste fasen van een project te

over de algehele stand van zaken (2008, 2017). De raad werd bij

worden betrokken. Daardoor wordt de ruimte voor de raad om aan de

Jacobskamp ook geïnformeerd via presentaties (o.a. 2011, 2012 en

voorkant te kunnen sturen beperkt. Ook heeft de raad het college niet

2015). Bij Beekveld is de raad slechts tweemaal geïnformeerd door

aangesproken op de afspraak om meerdere scenario’s voorgelegd te

| 54

middel van een raadsinformatiebrief (2013, 2018), beide keren naar

een project, de reeds genomen besluiten, de beleidskaders die van

aanleiding van signalen van bewoners of een juridische procedure.

toepassing zijn voor het project (zoals de Woonvisie) en de rol die de raad heeft in het verdere verloop van een project. Niet alleen voor

De raad vraagt zelf maar in beperkte mate actief om informatie. Het

nieuwe raadsleden is het lastig om een duidelijk beeld te krijgen waar

gevolg van deze onregelmatige en bij tijd en wijle gebrekkige

de raad nu precies mee instemt als de raad ee n besluit neemt; ook

informatievoorziening in combinatie met het ontbreken van duidelijke

voor langer zittende raadsleden is dat vaak niet duidelijk. Juist bij

kaders is een reflex bij de raad om ad-hoc te sturen en te reageren

langlopende projecten is een dergelijk overzicht van groot belang om

als ergens ophef over ontstaat in een projecten. Door het ontbreken

als raad te weten wat een besluit inhoudt.

van duidelijke kaders is het voor de raad ook lastig om het college op het juiste abstractieniveau te kunnen controleren. In hoeverre

De raad heeft in de onderzochte projecten geen gebruik gemaakt van

collegebesluiten ter kennisgeving aan de raad zijn gestuurd, is niet

de mogelijkheid om eigen externe ondersteuning voor de sturing van

na te gaan. Dat komt doordat bij veel oudere collegebesluiten niet is

grote projecten in te schakelen.

aangegeven of en hoe de raad dient te worden geïnformeerd over het collegebesluit.

Relatie met ambtelijke organisatie Als raadsleden zich (aanvullend) willen informeren over een bepaald

Afsluitend constateren we dat effectief samenspel geen onderwerp

project kunnen ze informatie vragen bij de ambtelijke organisatie.

van gesprek was en is tussen college en raad. Ook hebben we geen

Raadsleden zijn positief over de toegankelijkheid van de organisatie

informatie aangetroffen die erop wijst dat college en/of raad

bij informatieverzoeken. Daarbij doet zich wel het probleem voor dat

reflecteren op ervaringen in projecten en leerpunten formuleren voor

informatie slecht toegankelijk en vindbaar is door veelal slechte

toekomstige projecten.

overdracht van dossiers bij ambtelijke wisselingen .

Informatiepositie van de raad

Tijdens het onderzoek is gebleken dat de informatiehuishouding van

In het voorgaande is geconstateerd dat door het ontbreken van

de gemeente een groot aandachtspunt is en tevens een risicofactor

specifieke proceskaders de raad sterk afhankelijk is van de wijze

vormt voor de informatievoorziening aan de raad. Documenten

waarop het college de actieve informatieplicht invult. Ook inhoudelijk

worden gearchiveerd in een archiefsysteem dat slecht gestructureerd

valt wat op te merken over de informatie die door het coll ege met de

en lastig toegankelijk is. Het heeft bijvoorbeeld veel tijd en inspanning

raad wordt gedeeld. Uit de analyse van raadsvoorstellen blijkt dat het

gekost om reconstructies te maken van de besluitvorming rond de

vrijwel altijd ontbreekt aan een duidelijk overzicht van de historie van

vier onderzochte projecten, terwijl dat allemaal openbare stukken

| 55

betreft. Het is onmogelijk vast te stellen dat alle voor dit onderzoek relevante college- en raadsbesluiten zijn aangeleverd door de

Kaders betrokkenheid inwoners

gemeente. Het gebrekkige informatiesysteem maakt de gemeente

Zowel de Nota Grondbeleid als andere gemeentelijke kaders voor

kwetsbaar en het leidt tot inzet van ambtelijke capaciteit bij

ruimtelijke ontwikkeling die van toepassing waren gedurende de

informatievragen.

onderzoeksperiode geven geen expliciete kaders voor de rol van de gemeente bij communicatie met en participatie van inwoners . Ook in

Informatie rond (juridische) procedures

de raadsvoorstellen en -besluiten bij de vier projecten worden geen

De informatievoorziening aan de raad over de juridische procedures

kaders gesteld voor de wijze waarop de gemeente het samenspel met

bij het Centrumplan is beperkt geweest. We hebben slechts in een

de inwoners organiseert.

enkel geval gezien dat het college actief informatie verstrekt aan de raad over procedures en de mogelijke impact voor het betreffende

De Wro stelt wel een aantal procesmatige kaders zoals de procedure

project. De gemeentewet (art. 169.4) schrijft voor dat het college de

voor zienswijze en bezwaar en beroep. Daarnaast staat het inwoners

raad moet informeren als uitoefening van bevoegdheden van het

natuurlijk vrij om zich te organiseren en te corresp onderen met

college ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Het

ambtelijke organisatie, college en/of raad of een informatieverzoek in

college neemt dan geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid

te dienen bij de gemeente (eventueel middels een WOO -procedure).

is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. In het geval van de Raadskamer (Centrumplan) heeft het

In 2022 heeft de gemeenteraad in het vastgestelde participatiebeleid

college op 26 februari 2021 de gang naar de Raad van State

een aantal kaders opgenomen voor het samenspel tussen gemeente

gemaakt, zonder daarbij eerst vragen van de raad te beantwoorden.

en inwoners (zie paragraaf 2.4). Deze kaders zijn vooral relevant voor

De raad was hier ontstemd over. Het college refereerde in haar

toekomstige projecten.

reactie van 3 maart 2021 aan dezelfde passage uit de gemeentewet, maar stelde dat achteraf informeren mogelijk is als dit tijd-technisch niet anders kan.

Het

gevolg

van

het

ontbreken

van

duidelijke

kaders

over

communicatie en betrokkenheid van bewoners is dat er geen duidelijke lijn was welke rol de gemeente voor zichzelf ziet in het

4.6. Samenspel gemeente en externen

samenspel met inwoners.

In deze paragraaf gaan we in op het samenspel tussen de gemeente

Onderscheid tussen actieve en faciliterende projecten

en inwoners en de gemeente en ontwikkelaars

De gemeente maakt in de praktijk onderscheid in actieve projecten (op eigen initiatief) en facilitaire projecten. Bij actieve projecten | 56

(Centrumplan

en

verantwoordelijk

Jacobskamp)

voor

het

is

de

communiceren

gemeente en

(wettelijk)

afstemmen

2010) juist bestuurlijk een streep door de ontwikkeling van Beekveld

met

als ontwikkellocatie was gezet. Dan kan je als gemeente verwachten

bewoners. Bij facilitaire projecten (Beekveld en Christinastraat) ligt

dat er veel weerstand is tegen een plan en heb je dus ook een

de primaire verantwoordelijkheid daarvoor bij de ontwikkelaar.

verantwoordelijkheid als gemeente om met deze inwoners te blijven communiceren in aanloop naar besluitvorming (zowel voor de eerste

Actieve projecten

als tweede fase) en tijdens de uitvoering van het project. In diverse

In het project Centrumplan heeft de gemeente de communicatie naar

gesprekken hebben gesprekspartners zich (soms zeer) kritisch

inwoners vormgegeven door middel van een digitale nieuwsbrief, het

uitgelaten over het gebrek aan communicatie en gebrekkige

organiseren van informatiebijeenkomsten voor ondernemers en

informatie vanuit de ontwikkelaar en ook over de passieve houding

bewoners en een projectpagina op de gemeentelijke website. Bij

van de gemeente in de communicatie met bewoners. In de kern heeft

Jacobskamp is gebruik gemaakt van één informatiebijeenkomst in de

een ontwikkelaar een volstrekt ander belang (ontwikkelbelang) dan

planvorming, verdere communicatie verliep via de informatiepagina

de zittende bewoners (eigen leefruimte). Die belangen zijn nauwelijks

op de gemeentelijke website. Voor beide projecten is ook geregeld

bij elkaar te brengen en bewoners zijn van mening dat de gemeente

via de pers informatie gedeeld.

een verbindende rol had moeten spelen. In plaats daarvan heerst het

Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat betrokkenen niet altijd tevreden zijn met de wijze waarop de gemeente communiceert. Veelgehoorde kritiek is dat er vaak lange tijd geen informatie wordt verstrekt en dat de informatie niet altijd duidelijk is. En de verstrekte informatie was vooral aanbod gestuurd (wat wil de gemeente communiceren) en niet vraag gestuurd (wat willen betrokkenen weten). Facilitaire projecten Bij het project Beekveld was – conform afspraken tussen de gemeente en de ontwikkelaar – de ontwikkelaar verantwoordelijk voor de communicatie en informatievoorziening naar de inwoners. De gemeente zag voor zichzelf geen actieve rol in de communicatie . Dat is des te opvallender, aangezien in eerdere collegeperiodes (voor

beeld dat de gemeente vooral het belang van gebiedsontwikkeling en het realiseren van de woningbouwopgave voorop heeft gesteld. De gemeente is volgens bewoners ernstig tekortgeschoten in het meewegen van de belangen van zittende inwoners in het plan. Dat heeft tot een afbrokkelend vertrouwen in het gemeentebestuur geleid. Dat wordt nog versterkt door onze observatie dat de gemeente diverse malen ingezonden brieven of informatieverzoeken vanuit burgers te laat of zelfs niet heeft beantwoord. Het project Christinastraat kende ten aanzien van de relatie met de zittende bewoners een vergelijkbare start als het project Beekveld. In het collegebesluit om in principe medewerking te verlenen aan het project

is

aangegeven

dat

de

initiatiefnemer

(RvR)

een

omgevingsdialoog dient te organiseren met alle belanghebbenden en

| 57

omwonenden. De uitkomst van de eerste (digitale) bijeenkomsten

projecten onvoldoende rekenschap heeft gegeven van het feit dat

met zittende bewoners werd door de bewoners als teleurstellend

juist de gemeente een belangrijke rol heeft in het transparant

ervaren. De bewoners hebben aangegeven dat deze bijeenkomsten

afwegen van meerdere belangen, dus ook van de zittende bewoners .

vooral het karakter van een ‘verkooppraatje’ hadden in plaats van een omgevingsdialoog. De gemeente erkende dat sprake was van

Omgang met inwoners die bezwaar maken

een valse start en heeft daarna in overleg met de ontwikkelaar

In de projecten Centrumplan, Beekveld en Christinastraat is door

besloten tot een ‘herstart’ van de omgevingsdialoog door het

inwoners op diverse momenten en op verschillende punten bezwaar

organiseren van twee ontwerpsessies, waarin samen met inwoners

kenbaar gemaakt tegen de plannen van respectievelijk de gemeente

schetsen werden gemaakt voor het plangebied. Ook over de uitkomst

en de ontwikkelaar.

van deze ontwerpsessies ontstond controverse, naar verluidt door onduidelijkheid over de kaders waarbinnen wijzigingen in het ontwerp

Bij het Centrumplan hebben verschillende omwonenden bezwaren

mogelijk waren. De gemeente heeft daarna een actievere rol

ingediend bij de planvorming en in de realisatiefase bij de

genomen in het bijeenbrengen van de belangen van inwoners en het

verstrekking van vergunningen, tot aan de Raad van State aan toe.

RvR-project. Op 19 april 2023 heeft een afsluitend gesprek

Tussen 2010-2012 lag het project Centrumplan zo goed als stil door

plaatsgevonden tussen de gemeente, RvR en de bewoners. Een

een Raad van State procedure over het bestemmingsplan. Vanaf

oplossing lijkt nabij, maar bij het schrijven van dit rapport was nog

2019 ligt de realisatie van de Raadskamer zo goed als stil door

niet duidelijk of de bewoners en RvR het eens zijn geworden met

diverse juridische procedures over toepassing van het exploitatieplan

elkaar.

en verschil van inzicht over parkeren. Er zijn vanaf 2010 tientallen procedures tegen plannen of aangevraagde omgevingsvergunningen

Bij beide projecten valt op dat betrokkenen binnen de gemeente een

van het Centrumplan gevoerd. Gedurende de looptijd van het

beeld schetsen van zittende bewoners die ten principale tegen welke

Centrumplan heeft de gemeente, waaronder de portefeuillehouder,

ontwikkeling dan ook zijn, alles aangrijpen om de plannen tegen te

veelvuldig gesprekken gevoerd met een bezwaarmaker. In 2020 heeft

houden, zich vaak halsstarrig opstellen en vaak niet voor rede

ook een mediationtraject plaatsgevonden, op verzoek van de raad.

vatbaar zijn. Daar staat tegenover dat bewoners een beeld schetsen

Zowel de gesprekken als het mediation traject hebben niet geleid tot

van een gemeente die juist alles in het werk stelt om een bouwproject

het wegnemen van bezwaren tegen onderdelen van het Centrumplan.

mogelijk te maken en daarbij de belangen van zittende bewoner s

Mede als gevolg van de geheimhoudingsverklaringen in het

ondergeschikt maakt. Zittende bewoners die wij gesproken hebben

mediationtraject is niet te beoordelen of de gemeente beter had

zijn zonder uitzondering van mening dat de gemeente zich in beide

kunnen handelen. We constateren dat de gemeente gedurende het

| 58

project veel ambtelijke capaciteit, bestuurlijke inzet en middelen he eft

Ook bij project Jacobskamp heeft de gemeente een actieve rol

besteed aan de juridische procedures

die uit de bezwaren

gepakt in het samenspel met ontwikkelaars. Het samenspel is hier

voortkwamen zonder dat dit geleid heeft tot normalisatie van de

overwegend goed verlopen. Leerpunt is het maken van scherpe

verhoudingen. Zoals eerder is aangegeven, is geen specifieke

afspraken

aandacht besteed aan de risico’s die voortvloeien uit de veelheid aan

toepassing zijn (zie eerdere passage over interpretatieverschillen

bezwaren en mogelijke beheersmaatregelen.

over de toepassing van de BCO’s van 2008 en 2010). Daarnaast

indien

meerdere

bouwclaimovereenkomsten

van

bood het bestemmingsplan weinig flexibiliteit o m aanpassingen in We constateren dat de raad slechts mondjesmaat en vaak laat is

typen woningen en gebruik van de kavels aan te brengen. In tijden

geïnformeerd over de vele bezwaren die werden ingediend in de

van crisis moest daardoor drie keer het bestemmingsplan worden

realisatiefase van het centrumproject, terwijl de grote hoeveelheid

herzien.

aan juridische procedures wel grote risico’s opleverden voor het

bestemmingsplannen nog veelal gedetailleerd opgesteld werden en

project. Pas toen in de jaren 2020 en 2021 de vertraging in het project

dus statisch waren. Op dit moment is het gebruikelijk om meer

verder opliep en rechterlijke uitspraken volgden werd de raad

flexibiliteit

intensiever geïnformeerd.

programmatische verdeling de in toelichting. Dat stelt wel extra eisen aan

Samenspel met ontwikkelaars De gemeente heeft vanuit haar actieve rol bij het Centrumplan in

Belangrijk

in

is

de

context

bestemmingsplannen

communicatie

met

dat

in

omwonenden

te en

in

deze

bouwen,

periode

met

een

geïnteresseerden,

aangezien kaders minder eenduidig zijn aan de voorkant.

een actieve opstelling getoond naar en in het samenspel met

Over het samenspel met de ontwikkelaar van het project Beekveld

ontwikkelaars. Toen de gesprekken met Heijmans in de periode

kunnen we alleen melden dat de gemeente op diverse momenten

2011-2012 vastliepen, heeft de gemeente met succes het initiatief

ontevreden

genomen om nieuwe partijen te benaderen voor realisatie van het

communiceerde met de zittende bewoners en in de realisatiefase met

AH-blok.

de

de kopers van woningen. Dat beeld hebben we niet kunnen verifiëren

ontwikkelaars. De snelle opvolging van projectleiders vanaf ca. 2018

bij de ontwikkelaar, aangezien het niet is gelukt om in gesprek te

was onvoordelig voor het samenspel met de ontwikkelaars, in

gaan met de ontwikkelaar van het project.

verband

Projectleiders

met

de

hadden

benodigde

geregeld

inwerktijd

en

overleg

kennis

met

over

was

over

de

wijze

waarop

de

ontwikkelaar

de

voorgeschiedenis.

| 59

5. Conclusies

grondbeleid wordt door de gemeente ingegaan op de rol van de gemeente om de ruimtelijke beleidsdoelstellingen te realiseren. Bij

De

rekenkamercommissie

Sint-Michielsgestel

heeft

onderzoek

deze conclusie is het wel van belang om te beseffen dat nieuwe

gedaan naar de opzet van de sturing van grote bouwprojecten en de

ruimtelijke kaders

die worden vastgelegd vaak geen directe

werking in de praktijk aan de hand van vier voorbeeldprojecten .

doorwerking hebben in lopende bouwprojecten. Daar zijn immers eerder vastgestelde kaders van toepassing die ook contractueel zijn

De rekenkamercommissie komt op basis van de bevindingen in de

vastgelegd.

vorige hoofdstukken tot conclusies die in dit hoofdstuk staan. De conclusies vormen de opmaat voor de aanbevelingen in hoofdstuk 6.

Als we preciezer kijken naar de kaders, dan concludeert de rekenkamercommissie wel dat kaders voor sociale woningbouw een

Het onderzoek heeft geleid tot 10 conclusies. Wij gev en hieronder

uitzondering vormen. Deze zijn niet eenduidig zijn en wel om de

eerst vijf conclusies weer die betrekking hebben op beleidsmatige

volgende reden. In de huidige woonvisie staat 70% sociale huur als

kaders, de rol en positie van de raad en het samenspel met het

doelstelling terwijl in het huidige bestuursakkoord 40% sociale

college. We sluiten vervolgens af met vijf conclusies die betrekking

woningbouw als ambitie is geformuleerd. In het bouwproject

hebben op de ambtelijke projectsturing en informatiehuishouding

Christinastraat vinden we een nog wat lagere doelstelling. Hier is in

waar het college voor verantwoordelijk is.

de

anterieure

overeenkomst

opgenomen

dat

20%

van

de

projectmatige woningen sociale woningbouw betreft. Daarnaast heeft Conclusie 1: De beleidsmatige kaders voor sturing van grote

de gemeente zich in regionaal verband gecommitteerd om de

bouwprojecten zijn over het het algemeen toereikend

woningbouwopgave kwalitatief en kwantitatief af te stemmen met

Naast de wettelijke kaders uit de Wro en de Wabo vormen de Structuurvisie, Woonvisie en de Nota grondbeleid de belangrijkste inhoudelijke kaders voor sturing van grote bouwprojecten. De rekenkamercommissie concludeert dat de door de raad vastgestelde kaders

in

deze

documenten

toereikende

beleidsinhoudelijke

omliggende gemeenten. Een en ander betekent dat de gemeente dus niet zelfstandig de kwalitatieve woningbouwopgave kan bepalen, en dus is de gemeente deels afhankelijk van buurgemeenten. Het college maakt niet duidelijk hoe deze doelstellingen zich tot elkaar verhouden en welk kader op welk moment van toepassing is.

handvatten bieden voor de sturing van grote bouwprojecten. In de

Conclusie

opeenvolgende woonvisies wordt expliciet aangesloten op het

raadsinformatiebrieven onvoldoende zichtbaar welke beleidsmatige

2:

het

college

maakt

in

raadsvoorstellen

en

ruimtelijk beleid en de structuurvisie. In de opeenvolgende nota’s

| 60

kaders van toepassing zijn in de onderzochte bouwprojecten en in

overzicht wordt gegeven van gerealiseerde kwalitatieve woningbouw

hoeverre bouwprojecten bijdragen aan realisatie van beleidsdoelen .

(bijvoorbeeld sociale woningbouw), is echter niet per bouwproject te achterhalen wat de bijdrage is aan de gestelde kwalitatieve

De rekenkamercommissie concludeert dat in de raadsvoorstellen van

woningbouwdoelen.

de verschillende bouwprojecten niet wordt aangegeven welke relevante

inhoudelijke

de

Conclusie 3: de gemeente hanteert geen definitie van grote of

bouwprojecten en in hoeverre het voorstel binnen die inhoudelijke

complexe bouwprojecten en er zijn door de raad geen specifieke

kaders

valt.

Hoewel

bestemmingsplannen) opgenomen

kaders

naar

wel

in

van

toepassing

onderliggende

een

bijvoorbeeld

inhoudelijke de

zijn

voor

stukken

(zoals

procesmatige

verwijzing

wordt

bouwprojecten

structuurvisie

en

kaders

gesteld

voor

de

sturing

van

grote

de

woningbouwopgave in de woonvisie, wordt in de raadsvoorstellen

Verantwoording over de onderzochte bouwprojecten vindt plaats in

zelf en in de onderzochte raadsinformatiebrieven niet zichtbaar

de reguliere planning & control cyclus. Naast beknopte informatie in

gemaakt welke kaders van toepassing zijn. Daarmee geeft de

de begroting en de jaarrekening informeert het college de raad over

gemeente geen invulling aan de eigen kaders uit de nota’s

deze

grondbeleid 2009 en 2011, waarin gesteld wordt dat ‘…elk project

Grondbedrijfsfunctie (MPG) en de eerder genoemde Uitvoeringsnota

heldere beleidsuitgangspunten moet hebben waarop de raad kan

Woningbouw. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van reguliere

sturen…’. Het is daarmee voor de raad lastig om in beeld te krijgen

instrumenten,

welke kaders van toepassing zijn, of een besluit binnen gestelde

raadsinformatiebrieven.

kaders valt en of door het college binnen vastgestelde kaders wordt gewerkt. Daardoor wordt de positie van de raad beperkt om te kunnen sturen op deze projecten en de realisatie van beleidsdoelen.

bouwprojecten

zoals

in

het

raadsvragen,

Meerjarenprogramma

informatieavonden

en

De gemeente Sint-Michielsgestel hanteert geen expliciete definitie van een ‘groot’ of ‘complex’ of ‘beeldbepalend’ bouwproject. De raad heeft dan ook geen specifieke procesmatige kaders gesteld voor de

Het is voor de raad ook niet zichtbaar in hoeverre de onderzochte

sturing van grote bouwprojecten en heeft ook in de ond erzochte

bouwprojecten op zichzelf (dus los van andere bouwprojecten)

bouwprojecten geen afspraken gemaakt met het college over

bijdragen aan realisatie van gestelde beleidsdoelen. Die informatie

(aanvullende) informatievoorziening en verantwoording. Dat betekent

ontbreekt in raadsvoorstellen, raadsinformatiebrieven, maar o ok in

dat in principe het college naar eigen inzicht invulling kan geven aan

verantwoordingsdocumenten zoals de Uitvoeringsnota woningbouw.

de actieve informatieplicht in de verantwoording v an het college aan

Hoewel in de Uitvoeringsnota woningbouw per (dorps)kern een

de raad.

| 61

Met name bij facilitaire bouwprojecten betekent het ontbreken van

Conclusie 4: De informatievoorziening vanuit het college naar de

specifieke procesmatige kaders dat de raad na vaststelling van een

raad is op onderdelen ontoereikend om als raad goed te kunnen

bestemmingsplan nauwelijks zicht kan houden op de voortgang van

sturen.

het bouwproject, of zich knelpunten voordoen en of het bouwproject binnen gestelde kaders wordt uitgevoerd. De raad is zich er bij het

Uit de analyse van de raadsvoorstellen van de onderzochte

nemen van een besluit over een bestemmingsplan bij facilitaire

bouwprojecten blijkt dat het vrijwel altijd ontbreekt aan een duidelijk

bouwprojecten

overzicht van de historie van een bouwproject, de projectfasering en

ook

nauwelijks

van

bewust

dat

daarmee

de

een overzicht van genomen besluiten en kaders die van toepassing

kaderstellende rol van de raad klaar is.

zijn. Ook wordt in de raadsvoorstellen niet ingegaan op de rol die de Net als bij veel andere gemeenten heeft het college in Sint -

raad heeft in het verdere verloop van een bouwproject en welke

Michielsgestel de opvatting dat ‘uitvoering’ een taak is van het

besluiten nog moeten worden genomen.

college. Formeel is dat juist, zolang duidelijk is wat de kaders zijn. Maar ook in het geval van uitvoering binnen kaders is bij

Juist bij langlopende bouwprojecten is een dergelijk overzicht van

beeldbepalende bouwprojecten de betrokkenheid van de raad bij de

groot belang om als raad te weten wat de gevolgen zijn van de te

ontwikkeling

nemen besluiten en wat de rol van de raad is in het verdere verloop

van

deze

bouwprojecten

gedurende

uitvoering Bij

van het proces. We concluderen dat de raad de informatie niet

beeldbepalende bouwprojecten, waar sprake is van een complexe

aangereikt heeft gekregen van het college maar dat ze er ook niet

relatie met de

omgeving (vaak zittende bewoners) kan het

zelf om heeft gevraagd. Dit betekent overigens niet dat de raad in

behulpzaam zijn in het samenspel tussen raad en college om de raad

brede zin onvoldoende toegang zou hebben tot informatie. Wat

op gezette tijden mee te nemen in de ontwikkeling van een

tegelijkertijd tekenen we aan dat raadsleden positief zijn over de

bouwproject. Dat voorkomt incidentsturing door de raad. Dat geldt

toegankelijkheid

bijvoorbeeld ook voor juridische procedures die potentieel grote

informatieverzoeken (ambtelijke bijstand).

belangrijk voor het samenspel tussen college en raad.

impact hebben op (de voortgang van) een bouwproject. We zien dat deze beperkte informatievoorziening en vervolgens incidentsturing door de raad zich ook voordoet bij de raad in Sint -Michielsgestel.

van

de

ambtelijke

organisatie

bij

Naast het bovengenoemde punt is de informatie aan de raad vanuit een ander perspectief niet conform de kaders die de gemeente zelf heeft gesteld. In de nota’s grondbeleid 2009 en 2011 is opgenomen dat

voorafgaand

aan

een

bouwproject

(gebiedsontwikkeling)

meerdere scenario’s aan de raad gepresenteerd dienen te worden.

| 62

In de raadsvoorstellen van de vier bouwprojecten van het college

the-lead’ en de raad opereerde steeds reactief in plaats van pro -

hebben wij echter geen scenario’s aangetroffen en heeft de raad daar

actief.

zelf ook niet om gevraagd. Bij de analyse van andere beleidskaders zijn we slechts eenmaal tegengekomen dat de raad meerde re

We concluderen op grond van de vier bouwprojecten dat de raad de

scenario’s krijgt voorgelegd. Dat was bij het vaststellen van de

instrumenten die beschikbaar zijn niet effectief benut. Zo stelt de

Woonvisie 2016. Overigens is het opmerkelijk dat in de laatste Nota

raad aan de voorkant van bouwprojecten geen proceskaders vast

grondbeleid (2020) niet gesproken wordt over het presenteren van

voor haar eigen betrokkenheid in het verloop van de bouwproje cten.

meerdere scenario’s aan de raad, terwijl dit in de nota ’s grondbeleid

En hoewel er zeker vragen via de informele weg worden gesteld aan

van 2009 en 2011 wel was opgenomen. Het is onduidelijk waarom dit

het college over de bouwprojecten komen we in dit onderzoek erg

aspect in de nota grondbeleid in 2020 niet meer aanwezig is en of

weinig schriftelijke raadsvragen aan het college tegen over de vier

bewust is gekozen om deze bepaling niet meer op te nemen.

bouwprojecten. Daar waar de raad dit al doet, is dit vooral reactief op incidenten die zich voor hebben gedaan. Deze reactieve houding

Doordat de raad pas vaak laat wordt betrokken in de onderzochte

wordt

versterkt

door

het

ontbreken

van

periodieke

bouwprojecten en het college een ‘panklaar’ voorstel zonder

informatievoorziening over de voortgang van bouwprojecten. Ook

keuzemogelijkheden neerlegt bij de raad, ontstaat bij de raad het

maakt de raad geen gebruik van externe ondersteuning om zich te

gevoel dat er eigenlijk weinig meer te kiezen valt. Bijsturen wordt voor

laten adviseren over grote bouwprojecten.

de raad ingewikkeld als er al een lang (bestuurlijk) traject aan vooraf is gegaan, waar de raad onvoldoende kennis van heeft. Daarvan was

De

in

Een

langlopende bouwprojecten. Ten dele heeft dit te maken met het feit

kanttekening hierbij is dat we zien dat dit in meer rece nte andere

dat raadsleden een beperkte termijn in de raad zitten. Een belangrijke

bouwprojecten verbeterd lijkt te zijn.

oorzaak is echter ook het ontbreken van historische overzich ten in

de

onderzocht

bouwprojecten

meestal

wel

sprake.

raad

heeft

daarnaast

beperkte

historische

kennis

over

de informatievoorziening van het college aan de raad over de Conclusie 5: De gemeenteraad is weinig zelfbewust en benut haar

bouwprojecten. De raad vraagt hier overigens zelf ook niet om.

instrumenten in het algemeen niet effectief Het gevolg is dat de raad vooral reactief heeft opgetreden in de De rekenkamercommissie concludeert dat de gemeenteraad van

onderzochte bouwprojecten en vooral in actie is gekomen bij

Sint-Michielsgestel in de vier onderzochte bouwprojecten weinig

incidenten en signalen vanuit de samenleving. De raad geeft

zelfbewust was van haar sturingsrol en positie. Het college was ‘in -

daardoor maar beperkt invulling aan haar kaderstellende en

| 63

controlerende rol bij grote bouwprojecten. Deze beperkte rolinvulling

Uit analyse van de twee facilitaire bouwprojecten (Beekveld en

en rolopvatting draagt niet bij aan een effectief samenspel tussen

Christinastraat) komt een beeld naar voren van een gemeente die de

raad en college.

regie

op

het

bouwproject

vrijwel

volledig

overlaat

aan

de

ontwikkelende partij. Dat blijkt onder andere uit het ontbreken van Conclusie 6: Na een lange periode waarin het heeft ontbroken aan

afspraken over bouwtempo en communicatie met omwonenden in de

kaders over communicatie met en betrokkenheid van bewoners, is

anterieure overeenkomsten. Het blijkt ook uit de wijze waarop in deze

hieraan recent met het vaststellen van het Participatiebeleid (2022)

bouwprojecten

verandering gekomen.

bouwprojecten.

Eind 2022 heeft de gemeente het participatiebeleid vastgesteld. Tot die tijd waren er geen expliciete kaders voor het betrekken van bewoners en communicatie over een bouwproject, met uitzondering van de notie dat bij facilitaire bouwprojecten de externe ontwikkelaar de regie heeft op het bouwproject en de communicatie daarover en de gemeente in beginsel daarin geen actieve rol heeft . Ook in de raadsvoorstellen en -besluiten bij de vier onderzochte bouwprojecten heeft de gemeente geen kaders gesteld voor de wijze waarop de gemeente het samenspel met de inwoners organiseert. Inmiddels heeft de gemeenteraad eind 2022 het participatiebeleid met kaders rond participatie en communicatie vastgesteld. Die kaders volgen de landelijk richtlijnen rond participatie. Bij nieuwe bouwprojecten zal moeten blijken of de kaders toereikend zijn en in hoeverre de gemeente deze kaders ook toepast in de praktijk in de interactie met bewoners en belanghebbenden.

is

gecommuniceerd

met

inwoners

in

deze

De gemeente vindt dat de ontwikkelaar bij facilitaire bouwprojecten primair verantwoordelijk is voor de communicatie met inwoners. In de praktijk betekende dit in het bouwproject Beekveld dat de gemeente weliswaar op een aantal momenten met inwoners in ges prek is gegaan, maar daarna veelal wees op de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar om in gesprek te gaan met inwoners. Bij het bouwproject Christinastraat heeft de gemeente na een mislukte start van het communicatietraject weliswaar geïntervenieerd, ma ar ook daar is de primaire houding van de gemeente dat communicatie met bewoners aan de ontwikkelaar is. Gevolg is dat de gemeente sterk afhankelijk

is

van

de

wijze

waarop

de

ontwikkelaar

deze

verantwoordelijkheid invult en pas bijstuurt op het moment dat er problemen ontstaan. Het is niet ongebruikelijk om bij facilitaire bouwprojecten de regie op

Conclusie 7: de gemeente heeft de regie bij facilitaire bouwprojecten

communicatie met omwonenden primair bij de ontwikkelaar neer te

volledig bij de ontwikkelaar neergelegd. Dat heeft het vertrouwen van

leggen. Dat neemt echter niet weg dat de gemeente ook een

inwoners in de gemeente geschaad.

verantwoordelijkheid heeft en houdt om de belangen van zittend e bewoners mee te wegen in de realisatie van een ontwikkelopgave.

| 64

Juist bouwprojecten die controversieel zijn of weerstand oproepen

werken van 2017 – vrijwel geen opvolging hebben gekregen in de

vragen om alertheid van de gemeente en een transparante afweging

praktijk. Veel van de geïnterviewden waren ook niet op de hoogte van

van belangen. In het bouwproject Beekveld is de gemeente daarin

het bestaan van de notitie projectmatig werken.

tekort geschoten. In het project Christinastraat heeft de gem eente – na een valse start van het participatieproces – in overleg met de

We zien dat projectmatig werken in de vier onderzochte projecten

ontwikkelaar en bewoners besloten tot een ‘herstart’ van de

weinig tot nauwelijks is toegepast. Van de vier projecten is dit bij het

omgevingsdialoog.

Centrumplan nog het meest toegepast.

Het beeld dat zittende bewoners in deze bouwprojecten hebben staat

•

beslismomenten bij faseovergangen.

vaak haaks op de beelden die leven binnen de gemeente. B ewoners schetsen een beeld van een gemeente die alles in het werk stelt om

•

Er is geen periodieke projectverantwoording of evaluatie, waarin is gereflecteerd op de gemeentelijke werkwijze in de projecten.

een bouwproject mogelijk te maken en daarbij de belangen van zittende bewoners ondergeschikt maakt. De gemeente heeft zich

Er wordt niet gewerkt met projectfasering, projectopdrachten en

•

Er is weinig expliciete aandacht besteed aan risicomanagement.

volgens bewoners in beide bouwprojecten onvoldoende rekenschap

Systematische aandacht voor het benoemen en waarderen van

gegeven van het feit dat juist de gemeente een belangrijke rol heeft

risico’s en het nemen van beheersmaatregelen ontbreekt.

in het transparant afwegen van meerdere belangen, dus ook van de

•

Contractbeheer is een aandachtspunt; gemaakte afspraken met

zittende bewoners. Wat betreft beide projecten is bij de gemeente het

externe partijen over bijvoorbeeld bijdragen in projectkosten

beeld dominant dat zittende bewoners vaak star vasthouden aan hun

staan niet altijd goed op het netvlies van de gemeente.

eigen wensen en belangen en zich vaak niet constructief opstellen .

•

Ambtelijk opdrachtgeverschap is in de praktijk niet ingevuld. De

Deze haaks op elkaar staande beelden dragen niet bij aan onderling

driehoeksturing die van belang is bij projectsturing (bestuurlijk

vertrouwen.

opdrachtgever/ambtelijk opdrachtnemer)

functioneerde

opdrachtgever/ambtelijk in

de

praktijk

niet.

De

Conclusie 8: projectmatige sturing staat nog in de kinderschoenen en

projectsturing in de projecten kwam tot stand in bilaterale

de uitvoering van bouwprojecten door ambtelijke organisatie is zeer

afstemming tussen de verantwoordelijk portefeuillehouder en de

kwetsbaar.

ambtelijk opdrachtnemer (projectleider). •

Bij drie van de vier onderzochte bouwprojecten is nauwelijks

De rekenkamercommissie constateert dat de uitgangspunten voor

sprake van een herkenbare projectstructuur voor het realiseren

projectmatige sturing – vastgelegd in de Leidraad projectmatig

van projectresultaten. Bij het Centrumplan werd wel gewerkt met

| 65

een duidelijke projectstructuur, ondergebracht in een projectplan.

kwantitatief op sterkte te krijgen. De laatste twee jaar is wel

Trekkers van de onderzochte projecten waren formeel vaak geen

substantieel versterking aangebracht in de bezetting in vergelijking

projectleider,

met de jaren daarvoor.

maar

waren

vanuit

de

functie

van

beleidsmedewerker aangewezen als projectverantwoordelijke. Conclusie

9:

er

wordt

beperkt

onderling

geleerd

tussen

Daarnaast hebben we geconstateerd dat bij deze onderzochte

bouwprojecten

bouwprojecten

van

Uit diverse gevoerde gesprekken met betrokkenen bij de onderzochte

projectleiders. De overdracht naar een nieuwe projectleiders was

bouwprojecten komt een beeld naar voren dat er vrijwel geen sprake

vaak zeer summier, waardoor veel historische kennis is verdwenen,

is van uitwisseling van leerervaringen en afstemming tussen

inzicht in het besluitvormingsproces ontbreekt en overzicht over de

bouwprojecten. Ook constateert de rekenkamercommissie dat er n iet

projecten onvoldoende werd geborgd.

structureel

sprake

was

van

frequente

wisseling

Inmiddels is recent onder nieuwe leiding van het team RO een begin gemaakt met het versterken van projectsturing. Er is gestart met het herstellen van de driehoeksturing, duidelijk prioriteren van opgaven, formaliseren van de rol van projectleider, inrichten van een projectorganisaties en het verbeteren van de afspraken tussen lijnen projectorganisatie. Ook wordt sinds kort gewerkt met zogenoemde projectkaarten.

In

die

projectkaarten

projectbeschrijving,

de

projectopdracht,

projectresultaat,

planning

en

wordt

voortgang,

het

ingegaan te

op

de

ver wachten

projectkaders

(zoals

financiën, projectorganisatie, relatie met andere projecten) en beslismomenten. Het is een eerste aanzet om ambtelijk en bestuurlijk beter te kunnen sturen op de voortgang van een projec t. Een dergelijk overzicht is er echter (nog) niet voor de raad.

aandacht

is

voor

(tussentijdse)

evaluatie

van

bouwprojecten. Hoewel in de onderzochte bouwprojecten regelmatig sprake is van dezelfde opgaven en dilemma’s – zoals: hoe richt je een

bouwproject

in,

hoe

betrek

je

bewoners,

hoe

leg

je

verantwoording af, hoe verhoud je je tot een ontwikkelaar en hoe neem je de raad mee – stond de uitvoering van de onderzochte bouwprojecten vooral op zichzelf. Deze min of meer solitaire uitvoering van bouwprojecten heeft het leren van de organisatie in de weg gestaan. Conclusie 10: de vastlegging en archivering van bouwprojecten laat duidelijk te wensen over. Dat verhoogt de kwetsbaarheid van de gemeente

Borging van deze

Tijdens het onderzoek is gebleken dat de informatiehuishouding van

ontwikkeling is wel een aandachtspunt gelet op het feit dat dit in hoge

de gemeente een belangrijk aandachtspunt is en tevens een

mate geïnitieerd is door extern ingehuurde capaciteit en het al jaren

risicofactor vormt voor de informatievoorziening aan de raad. Daarbij

lastig is om binnen de afdeling RO de bezetting kwalitatief en

maken we onderscheid in de vastlegging van openbare documenten

| 66

(zoals bijvoorbeeld raadsstukken) en vastlegging van documenten in een projectdossier. Openbare documenten worden gearchiveerd in een archiefsysteem dat slecht gestructureerd en lastig toegankelijk is. Het heeft bijvoorbeeld veel tijd en inspanning gekost om documentatie voor de reconstructies van de bouwprojecten te verkrijgen, terwijl dat grotendeels openbare stukken betreft. Het is onmogelijk vast te stellen

dat

alle

voor

dit

onderzoek

relevante

college -

en

raadsbesluiten zijn aangeleverd door de gemeente. Onderliggende

stukken

worden

ambtelijk

vastgelegd

in

een

projectdossier. De rekenkamercommissie constateert dat er geen eenduidige wijze van vastlegging is en dat de overdracht van dossiers bij personele wisselingen vaak te wensen overliet. Het gebrekkige informatiesysteem en de gebrekkige overdracht maakt de gemeente kwetsbaar in juridische procedures en bij informatieverzoeken. Daarnaast leidt dit tot onnodig hoge inzet van ambtelijke capaciteit bij informatievragen.

| 67

6. Aanbevelingen

2. Maak duidelijke afspraken tussen raad en college om ervoor te zorgen dat de raad beter in positie komt bij de start van nieuwe

Het doel van dit rekenkameronderzoek naar de sturing van grote bouwprojecten is om als gemeente te leren voor toekomstige bouwprojecten. De rekenkamercommissie komt op basis van de conclusies tot zeven aanbevelingen om de sturing van grote bouwprojecten structureel te verbeteren. De rekenkamercommissie heeft als instrument van de raad de primaire taak om haar aanbevelingen aan de raad te richten. In de aanbevelingen word t echter ook het college aangesproken. De rekenkamercommissie heeft bewust de keuze gemaakt om de aanbevelingen niet op

beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten Spreek het college aan op het vroegtijdig betrekken van de raad bij beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten. Belangrijk daarbij is om de raad al in de initiatieffase van bouwprojecten te informeren en de raad mee te nemen in de gedachtenvorming in die eerste fase. Daarnaast kan de raad beter in positie komen door het college de opdracht te geven om verschillende scenario’s voor te leggen bij te nemen fundamentele keuzes.

detailniveau uit te werken. Daarmee wordt aan de raad en het college

Zorg dat je als raad duidelijke afspraken maakt met het college over

ruimte gegeven aan de concrete invulling van de aanbevelingen. De

procesmatige kaders en de wijze waarop de raad – aanvullend op de

rekenkamercommissie komt tot de volgende aanbevelingen.

reguliere

1. Spreek af wanneer sprake is van beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten

P&C-cyclus

–

geïnformeerd

wenst

te

worden

in

verschillende fases van een beeldbepalend bouwproject . Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen generieke proceskaders voor beeldbepalende

en

impactvolle

bouwprojecten

en

eventuele

Maak als college en raad onderscheid in ‘reguliere’ bouwprojecten en

maatwerkafspraken die afhankelijk zijn van de specifieke kenmerken

bouwprojecten die beeldbepalend en impactvol zijn. Doel daarvan is

van een bouwproject. Indien specifieke deskundigheid over complexe

dat college en raad extra aandacht hebben voor bouwprojecten die

bouwprojecten ontbreekt bij de raad, kan de raad overwegen externe

van relatief grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de

ondersteuning in te schakelen.

gemeente. Stel daarvoor met college en raad criteria of kaders op, die als leidraad kunnen worden gebruikt om een bouwproject als ‘beeldbepalend’ en ‘impactvol’ aan te merken. Verbind daaraan

3. Versterk de informatiepositie van de raad bij beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten

consequenties voor de betrokkenheid van- en informatievoorziening

Het is nodig om de informatiepositie van de raad over een breed front

aan de raad (zie aanbevelingen 2 en 3).

te versterken. Het gaat om adequate informatie om als raad besluiten te kunnen nemen. Daarbij gaat het om het periodiek beschikbaar | 68

stellen van informatie in raadsvoorstellen over de historie/context van

toereikend is en ook door de gemeente wordt toegepast met als doel

een project, fasering, genomen besluiten, (consistentie van) kaders

om de interactie met bewoners en belanghebbenden te verbeteren.

die van toepassing zijn en informatie over nog te nemen besluiten. En in de raadsvoorstellen moet expliciet worden opgenomen wanneer

Vraag als raad het college om de gemeente een stevigere rol te laten

en op welke manier de raad een rol speelt in het bouwproject.

pakken bij facilitaire bouwprojecten. Dit gaat onder andere om toezicht of initiatiefnemers zich aan gemaakte afspraken houden, het

Daarnaast dient de raad ook tussentijds in staat te worden gesteld

bieden van een luisterend oor aan inwoners en het pakke n van regie

om inzicht en overzicht te krijgen in een bouwproject op het moment

als gesprekken tussen bewoners en initiatiefnemers moeizaam

dat daar in de raad behoefte aan is. De huidige projectpagina’s

verlopen.

voldoen daarvoor nog niet. Het is van belang dat er voor de

participatietraject

beeldbepalende en impactvolle bouwprojecten een volwaardige

omwonenden/belanghebbenden en initiatiefnemers er alsnog niet

internetpagina beschikbaar is met een korte toelichting op het

goed samen uitkomen is het aan te bevelen dat de gemeente een rol

bouwproject, relevante ontwikkelingen, genomen besluiten, fasering

pakt als bemiddelende partij waarbij aan belangen en rechten van

en planning en relevante documenten. Voordeel van een dergelijk e

beide partijen recht wordt gedaan. Te allen tijde moet de gemeente

internetpagina is dat deze informatie ook gelijk beschikbaar is voor

zich ervan bewust zijn dat de gemeente een verantwoordelijkheid

inwoners

de

heeft om aanspreekbaar te zijn door burgers op veranderingen in de

informatiepositie van de raad worden versterkt door bijvoorbeeld

fysieke leefomgeving en te acteren als hierover onrust onder

jaarlijks een projectenraad te organiseren, waarin de raad wordt

inwoners ontstaat.

en

andere

geïnteresseerden.

Daarnaast

kan

Voorkom

dat

de

alsnog

gemeente moet

in

de

loop

ingrijpen.

van

een

Wanneer

geïnformeerd over de stand van zaken rond beeldbepalende bouwprojecten.

5. Draag

als

raad

het

college

op

om

uitgangspunten

van

projectmatige sturing formeel vast te leggen, te implementeren 4. Volg scherp de uitvoering van de participatienota bij facilitaire

en structureel te borgen in de gemeentelijke organisatie

bouwprojecten en adresseer het college op een stevigere rol van de gemeente bij facilitaire bouwprojecten

Geef het college opdracht om uitgangspunten van projectmatige sturing vast te leggen in een ‘Gestelse werkwijze voor projecten’. En

Volg als raad bij nieuwe facilitaire bouwprojecten goed de uitvoering

geef het college opdracht om die uitgangspunten ook zicht baar te

van de participatienota, en houdt daarbij in de gaten of de nota

implementeren en te borgen in de ambtelijke organisatie. Juist (grote) bouwprojecten zijn met hun omvang, lange doorlooptijd en vele

| 69

betrokkenen gebaat bij een projectmatige aanpak. In de praktijk

waarin de eigen organisatie functioneert. Risicomanagement is geen

worden de kaders en uitgangspunten uit de leidraad projectmatig

‘kunstje’ dat periodiek wordt uitgevoerd, maar is een geïntegreerd

werken op een aantal belangrijke aspecten nog onvoldoende

onderdeel van de reguliere beleidsvorming en bedrijfsvoering van de

toegepast bij de sturing van grote bouwprojecten. De gemeente heeft

gemeente, dat wordt gedragen door de top van de gemeente

dit deels onderkend en zet gericht in op verbeteren van het

(bestuurlijk en ambtelijk) en vraagt om effectief samenspel binnen de

projectinstrumentarium. Dat neemt niet weg dat het nog ontbreekt

ambtelijke organisatie en tussen ambtelijke organisatie en bestuur.

aan een duidelijke projectopdracht, projectplan, fasedocumenten,

Bij risicomanagement moet daarom zowel aandacht worden besteed

borging van het risicomanagement en stuurinformatie over de relatie

aan de inzet van instrumenten als aan de organisatie van het proces

tussen inhoudelijke voortgang en financiële voortgang. Deze

van risicomanagement. Daarbij gaat het vooral over een set van

aspecten moeten op orde zijn om de raad te voorzien van adequate

afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden in de

informatie over de voortgang en risico’s rond bouwprojecten. Het is

zogenaamde

van belang om een duidelijk tijdpad te maken om de verbeteringen

risicoanalyse, beheersing, monitoring en evaluatie).

risico-cyclus

(kaderstellend,

risico-identificatie,

door te voeren en ook beter te monitoren wat de resultaten van deze 7. Investeer in leren van en tussen bouwprojecten

kwaliteitsimpuls zijn. op om risicomanagement te

Zowel bij de raad, het college als bij de ambtelijke organisatie zien

implementeren en structureel te borgen in de gemeentelijke

wij de behoefte om meer kennis uit te wisselen en te leren van

organisatie

ervaringen

6. Draag als

raad

het college

in

bouwprojecten.

Niet

alleen

na

afloop

van

bouwprojecten, maar ook tussentijds en ook op het samenspel tussen Geef het college opdracht om te komen tot een duidelijk en integraal

raad, college en ambtelijke organisatie. Het is van belang om deze

kader voor risicomanagement in beeldbepalende en impactvolle

leerbehoefte met elkaar te verbinden en onderdeel te maken van het

bouwprojecten. De gemeente heeft in de Notitie Risicomanagement

reguliere samenspel tussen raad, college en ambtelijke orga nisatie.

en weerstandsvermogen al een aantal kaders vastgesteld, maar die

Dat kan bijvoorbeeld door meer structurele aandacht te besteden aan

kaders zijn niet compleet, onvoldoende samenhangend en worden in

bouwprojecten

de praktijk van de vier onderzochte bouwprojecten niet voldoende

projectendag te organiseren, waarin de projectleiders, ambtelijk

toegepast. In onze opvatting vraagt goed risicomanagement in

opdrachtgevers en bestuurlijk opdrachtgevers alle beeldbepalende

bouwprojecten

bouwprojecten bespreken en leerervaringen uitwisselen

om

permanente,

expliciete

en

gestructureerde

door

periodiek

(jaarlijks

of

tweejaarlijks)

een

alertheid op ontwikkelingen in de eigen organisatie en de omgeving

| 70

7. Reactie College van B&W

sturen (c4). De kaders voor (sociale) woningbouw liggen onder andere vast in het Programma Volkshuisvesting en eerdere woonvisie. Deze kaders zijn een verdere uitwerking van de afspraken

Datum: 19 september 2023

uit de regionale woondeal. Wij delen uw mening dat het voor de raad Beste heer Hoogeveen [voorzitter rekenkamercommissie],

niet altijd helder is in hoeverre een project bijdraagt aan de beleidsdoelen. Dit gaan we in het vervolg explicieter opnemen in de

Graag spreken we onze waardering uit voor de grote hoeveelheid

besluitvormingsstukken aan de raad. Voor het zomerreces is de raad

werk die u verzet heeft om de enorme hoeveelheid informatie te

met een nieuwsbrief door ons geïnformeerd over de voortgang van

bestuderen, te analyseren en daar conclusies aan te verbinden.

grotere bouwprojecten binnen de gemeente. In oktober 2023 volgt

Hieronder gaan wij in op de hoofdpunten van uw conclusies en aanbevelingen uit uw rapportage ‘Grote Bouwprojecten in Sint Michielsgestel van 6 juli 2023’. Ook plaatsen wij hierbij enkele opmerkingen waarin wij ingaan op de context waarin de ambtelijke organisatie de afgelopen jaren heeft moeten werken. Tussen haakjes zetten wij het nummer van de conclusies en aanbevelingen uit uw rapport waarop de betreffende passage betrekking heeft.

de raad en het samenspel met het college benoemt u dat de beleidsmatige kaders om sturing te kunnen geven over het algemeen toereikend zijn (c1). Echter is het voor de raad niet voldoende zichtbaar welke kaders specifiek van toepassing zijn op het project hoeverre

over de voortgang van grotere projecten in de gemeente. Dit is no g onderwerp van gesprek met de griffie. Uitgangspunt blijft om de raad periodiek op de hoogte te houden van de voortgang in grote projecten.

Dit

naast

uiteraard

aanleiding

van

actualiteiten

de

binnen

informatieverstrekking

naar

projecten

een

zoals

via

informatieavonden.

In uw conclusies over de beleidsmatige kaders, de rol en positie van

in

via de bestuursrapportage, jaarrekening en begroting te rapporteren

persbericht, raadsinformatiebrief, website, digitale nieuwsbrieven en

Conclusies

en

een update. Aanvankelijk was het de bedoeling om vanaf dit najaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3037c4ef-22b5-44b6-bdff-bbf8ba29297f