CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

09.d - Bijlage 3 OBP Bijlagenboek BPIrenestraat 2 Sint-Michielsgestel (1265717)

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 15 juli 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: 8 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Irenestraat19.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

76 Europees beschermde planten- en diersoorten opgenomen in de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern, beschreven in paragraaf 3.2 van de Wnb (artikel 3.10 en 3.11);

•

157 nationale planten en diersoorten, beschreven in paragraaf 3.3 van de Wnb (artikel 3.5 en 3.8).

Vrijstelling en ontheffing Voor elk van de drie beschermingsregimes gelden specifieke verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzijprincipe’). Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling, moet aan drie criteria zijn voldaan: •

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

•

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid.

•

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Zo zijn er voor diverse nationaal beschermde soorten diverse vrijstellingen geregeld die echter per provincie kunnen verschillen. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer u een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, u zich daaraan

voorafgaand

op

de

hoogte

stelt

van

de

aanwezige

natuurwaarden,

de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van uw handelen. Zo nodig raadpleegt u een ecoloog. Bij de uitvoering van die handeling moet u negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan maken.

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime Europese

Beschermingsregime nationale

Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

soorten § 3.2 Wnb

soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten

vogels opzettelijk te doden of te

natuurlijke verspreidingsgebied

opzettelijk te doden of te

vangen.

opzettelijk te doden of te vangen

vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels

voortplantingsplaatsen of

voortplantingsplaatsen of

te vernielen of te beschadigen, of

rustplaatsen van dieren te

rustplaatsen van dieren

nesten van vogels weg te nemen

beschadigen of te vernielen

opzettelijk te beschadigen of te

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Het is verboden eieren te rapen en

Het is verboden eieren van dieren in

deze onder zich te hebben

de natuur opzettelijk te vernielen of te

vernielen Niet van toepassing

rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk

Het is verboden dieren opzettelijk te

te storen, tenzij de storing niet van

verstoren

Niet van toepassing

wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in

Het is verboden plantensoorten

hun natuurlijke verspreidingsgebied

in hun natuurlijke

opzettelijk te plukken en te

verspreidingsgebied opzettelijk

verzamelen, af te snijden, te

te plukken en te verzamelen, af

ontwortelen of te vernielen

te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Stroomschema De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert een stappenplan om te bepalen of een ontheffing in het kader van soortenbescherming nodig is. Het stroomschema hebben wij hieronder opgenomen.

Gebiedsbescherming De voormalige Natuurbeschermingswet 1998 maakt sinds 1 januari 2017 onderdeel uit van de Wnb. In hoofdstuk 2 van de Wnb is nu dit onderdeel opgenomen. Maar de manier waarop getoetst wordt of een project invloed heeft op gebieden, is niet veranderd. Op grond van artikel 10a Op grond van artikel 10a heeft de toenmalige minister van EZ gebieden aangewezen waarin uitvoering wordt gegeven aan de ‘Vogelrichtlijn’ (EEG nr. 79/409) en de Habitatrichtlijn (EEG nr. 29/43). Gebieden Onder de Wnb zijn uitsluitend Natura 2000-gebieden

beschermd. Beschermde

natuurmonumenten zoals we deze voorheen kenden, zijn in de meeste gevallen opgenomen in Natura 2000-gebieden. Vergunning Als er geen sprake is van een negatief effect, is er geen vergunning nodig. Als er wel sprake is van een mogelijk negatief effect, is een vergunning noodzakelijk en dient de vergunningsprocedure te worden gestart en gaat de habitattoets verder. Als het om een mogelijk negatief effect gaat dat zeker niet significant is, dan moet er een verslechteringstoets worden uitgevoerd en komt u in de fase ‘verslechteringstoets’. Gaat het om een mogelijk significant negatief effect dan is een passende beoordeling nodig en wordt verder gegaan met de fase ‘passende beoordeling’. De passende beoordeling moet gebaseerd zijn op onderzoek en de best beschikbare wetenschappelijke gegevens. De mogelijke effecten van de te beoordelen activiteiten of plannen worden dan onderzocht. De procedure is in onderstaand schema toegelicht.

Houtopstanden Voor houtopstanden buiten de bebouwde kom Boswet was voor inwerkingtreding van de Wnb de Boswet van toepassing. De regels zijn overgenomen in hoofdstuk 4 van de Wnb. Voor houtopstanden die staan buiten de bebouwde komgrens zoals vastgesteld op grond van artikel 4.1 onder a. Wnb, kan velling van de houtopstand verplichtingen in het kader van deze wet geven. Tot 2017 werd een dergelijke komgrens vastgesteld in het kader van de Boswet. De standplaats van houtopstand buiten deze kom houdt in dat op velling van deze houtopstand of onderdelen daarvan, de meld- en herplantplichten van artikel 4.2 Wnb en artikel 4.3 Wnb van toepassing kunnen zijn. Op deze plichten kunnen vrijstellingen van toepassing zijn. Provinciale verordeningen kunnen nadere regels bevatten omtrent deze plichten.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het omvat de voormalige Ecologische Hoofdstructuur ofwel de EHS. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •

bestaande natuurgebieden, waaronder de twintig Nationale Parken;

•

gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd;

•

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

•

ruim zes miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

•

alle Natura 2000-gebieden.

Structuurschema Groene Ruimte Van rijkswege is het Structuurschema Groene Ruimte (SGR) opgesteld. Hierin staan afspraken over de natuur in landelijke gebieden. De nota is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van wezenlijke natuurkenmerken en -waarden. Bepaald is dat het NNN moet worden beschermd en ontwikkeld door een combinatie van: • planologische bescherming; • aankoop van gronden; • het afsluiten van beheerovereenkomsten met particuliere eigenaren; • inspanningen voor een goede kwaliteit van milieu en water. In het NNN worden planten en dieren in waardevolle natuurgebieden beschermd. In een bestemmingsplan wordt het natuurnetwerk concreet begrensd. Ingrepen in de NNN In de NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van een ingreep moeten worden gecompenseerd. In principe zijn ingrepen in of nabij de NNN die invloed hebben op natuurwaarden vergunningsplichtig. Welk spoor gevolgd moet worden en of er daadwerkelijk sprake is van een aantasting van natuurwaarden in de NNN is afhankelijk van de concrete planvorming.



%HVWHPPLQJVSODQ,UHQHVWUDDW6LQW0LFKLHOVJHVWHO RQWZHUS 



Bijlage 3 Vleermuisonderzoek



%HVWHPPLQJVSODQ,UHQHVWUDDW6LQW0LFKLHOVJHVWHO RQWZHUS

Vleermuisonderzoek

Schoolgebouw aan Irenestraat Sint-Michielsgestel Dossier: 302435

Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .

Colofon

1

Opdrachtgever Woonmeij De heer F. van Gulick Kerkendijk 55 5482 KG SCHIJNDEL

Dossiergegevens Dossiernummer:

302435

Uw referentie: Status rapport: Datum rapport:

2019.002174.004 v1.0 22 januari 2020

Citeertitel:

Verhaar, J. 2020, Vleermuisonderzoek schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel, 302435, Cobra Groeninzicht Vianen (NB)

Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist: Kwaliteitscontrole: Redactie:

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

Jasper Verhaar Jasper Verhaar (adviseur/veldecoloog/vleermuisdeskundige) Dries van Tuijn (veldecoloog/vleermuisdeskundige) Dennis Slotboom (adviseur/veldecoloog/vleermuisdeskundige) Liesbeth Werts

Postadres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

1

Samenvatting

2

1

Inleiding

3

2

Situatie en planvorming

4

2.1 2.2 2.3 3

4

5

Projectgebied De situatie Planvorming

Werkwijze

4 4 4 6

3.1

Onderzoek met batdetector

6

3.1.1 3.1.2 3.2

Aanpak Onderzoeksinspanning Visuele inspectie zolders

6 6 6

Resultaten

8

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3

Resultaten onderzoek met batdetector Waargenomen soorten Geen verblijfplaatsen Geen overige functies voor vleermuizen

8 8 8 8

4.2 4.2.1

Resultaten visuele inspectie zolders Geen verblijfplaatsen

9 9

Conclusie en advies 5.1 5.2

10

Onderzoeksvragen Advies

10 10

6

Verklarende woordenlijst

11

7

Literatuurlijst

13

Bijlage 1. Bijlage 2.

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

Inhoud

Quickscan Natuur Waarnemingen

1

Samenvatting In opdracht van Woonmeij heeft Cobra Groeninzicht een vleermuisonderzoek uitgevoerd bij het schoolgebouw aan de Irenestraat in Sint-Michielsgestel. Het gaat om een gericht onderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en/of gewone grootoorvleermuis. Deze soorten zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Het schoolgebouw moet worden gesloopt. Daarbij konden negatieve effecten op genoemde soorten op voorhand niet uitgesloten worden. U wilt weten hoe u moet handelen binnen het kader van de Wnb. Werkwijze Wij hebben het rapport van de in maart 2019 door Cobra adviseurs bv uitgevoerde ecologische quickscan geraadpleegd om de aanpak van het vleermuisonderzoek te bepalen. Vervolgens hebben wij op vijf momenten onderzoek met de batdetector uitgevoerd. Aanvullend hebben wij een visuele inspectie uitgevoerd op de zolders van het gebouw. Wij hebben hierbij gewerkt conform de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2017. Resultaten Tijdens het onderzoek met de batdetector en tijdens de visuele inspectie van de zolders hebben wij geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Omdat wij hebben gewerkt volgens de in het Vleermuisprotocol 2017 voorgeschreven werkwijze, kunnen wij aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het schoolgebouw redelijkerwijs uitsluiten.

Wet natuurbescherming Het slopen van het schoolgebouw leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er is dus geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Advies vleermuizen Wij raden u aan om voorafgaand aan de sloop twee openingen aan de buitenzijde van het schoolgebouw te voorzien van zogenoemde exclusion flaps. Dit zijn hulpmiddelen om te voorkomen dat vleermuizen alsnog hun intrek nemen in het gebouw en zo kunnen zorgen voor vertraging van het project. Advies overige soorten Verder raden wij u aan om de adviezen ten aanzien van soorten anders dan vleermuizen uit onze eerdere quickscan op te volgen.

2

Dossier: 302435

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

1

Inleiding In opdracht van Woonmeij hebben wij een vleermuisonderzoek uitgevoerd bij het schoolgebouw aan de Irenestraat in Sint-Michielsgestel. Dries van Tuijn en Jasper Verhaar hebben het veldwerk uitgevoerd in de periode juni t/m september 2019. Aanleiding en doel Dit onderzoek moet uitgevoerd worden in verband met het voornemen het schoolgebouw te slopen. Uit een recent uitgevoerde beoordeling (zie rapport ‘F&F Woonmeij schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel’ met ons kenmerk 302363 in bijlage 1) is gebleken dat gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en/of gewone grootoorvleermuis mogelijk verblijfplaatsen hebben in het schoolgebouw. Wij hebben onderzocht of vleermuizen gebruikmaken van het schoolgebouw. En zo ja, welke soorten vleermuizen en op welke manier. U wilt namelijk weten hoe u moet handelen binnen het kader van de Wet natuurbescherming. Onderzoeksvragen Wij beantwoorden met dit onderzoek de volgende vragen: • Maken vleermuizen gebruik van het schoolgebouw? • Wat is de waarde van het schoolgebouw voor vleermuizen? • Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming? Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur

Vianen (NB), 22 januari 2020

3

2 2.1

Situatie en planvorming Projectgebied Het projectgebied betreft een oud schoolgebouw aan de Irenestraat in Sint-Michielsgestel. Op afbeelding 1 is het schoolgebouw rood gemarkeerd. Schoolgebouw

2.2

De situatie Het betreft een schoolgebouw uit de jaren tachtig. Het gebouw heeft twaalf in punten opgebouwde dakdelen. Tussen deze dakdelen is het dak plat. Het gehele dak is met bitumen bekleed. Eén van de opgebouwde dakdelen heeft gefunctioneerd als zolder met opslagruimte. De overige dakdelen hebben deze functie niet en zijn ook niet toegankelijk. De klaslokalen bevinden zich allemaal op de begane grond. Sinds circa vijf jaar is het gebouw in gebruik als dorpscentrum. Rondom het gebouw liggen een moestuin en grasvelden met enkele bomen en er staan plantenbakken. Ten westen en ten noorden van het gebouw staan bomen naast de rijweg. Op foto 1 , 2 en 3 is de situatie afgebeeld.

2.3

Planvorming Woonmeij gaat het schoolgebouw laten slopen. Vervolgens wordt het perceel opgeschoond en bouwrijp gemaakt. In de toekomst komen er appartementen en woningen. Wanneer en gedurende welke periode de sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden, is nog niet precies duidelijk.

4

Dossier: 302435

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

Schoolgebouw zuidzijde

Schoolgebouw noordoostzijde

Schoolgebouw westzijde

5

3 3.1

Werkwijze Onderzoek met batdetector 3.1.1

Aanpak

Wij hebben door visuele waarnemingen en met behulp van batdetectors bepaald of vleermuizen bij het gebouw aanwezig zijn en wat voor gedrag zij vertonen. Het gedrag geeft inzicht in de functionaliteit van het projectgebied voor vleermuizen. Wij hebben gelet op het in- en uitvliegen van potentiële verblijfplaatsen, foerageergedrag, langsvliegen en het uiten van sociale roepen. Wij hebben bij dit onderdeel van het onderzoek gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2017. Dit protocol is ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus en goedgekeurd door zoogdiervereniging VZZ, Gegevens Autoriteit Natuur (GAN) en het Ministerie van LNV.

3.1.2 Onderzoeksinspanning Om het aantal onderzoeksronden te bepalen, volgen wij de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol en zijn wij ervan uitgegaan dat in het projectgebied verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis aanwezig kunnen zijn. Een overzicht van het uitgevoerde veldwerk met de batdetector en de omstandigheden vindt u in tabel 1. Tabel 1.

3.2

Overzicht van uitgevoerde veldbezoeken met batdetector en de omstandigheden Bezoek 1

Bezoek 2

Bezoek 3

Bezoek 4

Bezoek 5

Datum

11 juni 2019

25 juni 2019

10 juli 2019

20 augustus 2019

12 september 2019

Start-/eindtijd

22.00 – 0.30 uur

2.30 – 5.30 uur

2.30 – 5.30 uur

21.50 – 0.00 uur

21.00 – 23.00 uur

Onderzoeker(s)

Jasper Verhaar Dries van Tuijn

Jasper Verhaar Dries van Tuijn

Jasper Verhaar Dries van Tuijn

Jasper Verhaar Dries van Tuijn

Jasper Verhaar

Temperatuur (gemiddeld)

15⁰C

22⁰C

12⁰C

16⁰C

18⁰C

Windkracht

1 Bft

1 Bft

0 Bft

1 Bft

2 Bft

Windrichting

ZW

ZW

-

W

ZW

Visuele inspectie zolders Dries van Tuijn en Jasper Verhaar hebben op 14 oktober 2019 een visuele inspectie uitgevoerd van de zolders van het schoolgebouw. Eén van de zolders is via een luik toegankelijk. Deze zolder hebben wij tijdens de quickscan al geïnspecteerd. Wij zijn steekproefsgewijs te werk gegaan door twee zolders te inspecteren (zie afbeelding 2). Wij hebben voor deze zolders gekozen op basis van aanwezigheid van kleine openingen onder de dakrand aan de buitenzijde van het schoolgebouw (zie foto 4 en 5). Bij deze openingen hebben wij tijdens de quickscan oude uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen. Daar waar openingen zichtbaar zijn aan de buitenzijde, hebben wij van binnenuit de dichtstbijzijnde zolder geïnspecteerd. De theorie is namelijk dat zolders alleen via openingen aan de buitenzijde van het gebouw toegankelijk kunnen zijn voor vleermuizen. Wij hebben de zolders bereikt door delen van het houten plafond te verwijderen. Vervolgens hebben wij met behulp van een zaklamp gezocht naar vleermuizen of sporen van vleermuizen zoals uitwerpselen, urinestrepen en prooiresten. Wij hebben deze werkwijze eerst toegepast bij een zolder zonder openingen aan de buitenzijde.

6

Dossier: 302435

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

Locatieaanduiding van geïnspecteerde zolders (geel), openingen aan buitenzijde (witte pijlen) en reeds geïnspecteerde zolder tijdens quickscan (blauw)

Locatieaanduiding opening onder dakrand A

Locatieaanduiding opening onder dakrand B

7

4 4.1

Resultaten Resultaten onderzoek met batdetector 4.1.1

Waargenomen soorten

Tijdens ons onderzoek met de batdetector hebben wij waarnemingen geregistreerd van voornamelijk gewone dwergvleermuis en in mindere mate van laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Wij hebben gewone dwergvleermuis tijdens alle vijf de veldbezoeken aangetroffen in de nabijheid van het projectgebied. Het ging steeds om één of twee exemplaren. Van laatvlieger en gewone grootoorvleermuis hebben wij alleen kortstondig op één moment een exemplaar waargenomen. De waarnemingen zijn schematisch weergegeven op de kaart in bijlage 2.

4.1.2 Geen verblijfplaatsen Wij hebben tijdens ons batdetectoronderzoek geen vleermuizen het schoolgebouw zien in- of uitvliegen. Ook hebben wij geen zwermende vleermuizen, territoriaal gedrag of baltsgedrag van vleermuizen waargenomen in de nabijheid van het schoolgebouw. Hieruit maken wij op dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het schoolgebouw.

4.1.3 Geen overige functies voor vleermuizen Geen essentieel foerageergebied Tijdens alle veldbezoeken zijn zo nu en dan een of twee gewone dwergvleermuizen foeragerend aanwezig in de directe omgeving van het schoolgebouw. Deze exemplaren maken afwisselend gebruik van de open plekken tussen bomen aan de rand van het perceel en de omliggende woonhuizen en particuliere voor- en achtertuinen. Op één moment, namelijk tijdens het veldbezoek van 25 juni 2019, hebben wij een laatvlieger kortstondig foeragerend waargenomen in de Irenestraat ten westen van het schoolgebouw. Ten oosten van het schoolgebouw hebben wij op 10 juli 2019 een kortstondige waarneming van een gewone grootoorvleermuis gedaan. Op basis van onze waarnemingen kunnen wij stellen dat het schoolgebouw en de directe omgeving onderdeel zijn van een groter geheel aan foerageerlocaties voor enkele gewone dwergvleermuizen en in mindere mate voor laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Het projectgebied is echter geen op zichzelf staand en essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Geen vaste vliegroute Wij hebben nabij het schoolgebouw geen vaste vliegroute kunnen vaststellen van de vleermuizen die wij tijdens het onderzoek hebben waargenomen. Ook hebben wij geen aanwijzingen gevonden dat het schoolgebouw of omliggende elementen onderdeel zijn van een vaste vliegroute voor vleermuizen.

Bijvoorbeeld voor vleermuizen die buiten het projectgebied verblijfplaatsen en foerageergebieden hebben en de omgeving van het schoolgebouw eventueel als stapsteen zouden kunnen gebruiken.

8

Dossier: 302435

Resultaten visuele inspectie zolders

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

4.2

4.2.1 Geen verblijfplaatsen Wij hebben een visuele controle uitgevoerd op de zolders die in theorie via openingen aan de buitenzijde van het gebouw toegankelijk zijn voor vleermuizen. Tijdens de inspectie bleek echter dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn op deze zolders. Wij hebben namelijk geen vleermuizen of sporen van vleermuizen zoals uitwerpselen, urinestrepen en prooiresten aangetroffen. Wij hebben ook geen dode vlinders of vogels, muizenkeutels of andere aanwijzingen gevonden. Hieruit maken wij op dat de zolders voor vleermuizen niet toegankelijk zijn vanaf de buitenzijde. De openingen aan de buitenzijde van het gebouw blijken dan ook niet in verbinding te staan met de zolders. Dit hebben wij getest door tijdens de zolderinspectie vanaf buiten met een zaklamp de openingen in te schijnen. Uit de inspectie blijkt ook dat de dakconstructie zodanig is opgebouwd, dat toegang vanaf buiten ook zeer onwaarschijnlijk is. Op foto 6 en 7 is de situatie op de zolders weergegeven. Beeld van één van de zolders

Vrijwel naadloze aansluiting tussen dakbeschot en dakconstructie

9

5 5.1

Conclusie en advies Onderzoeksvragen Maken vleermuizen gebruik van het schoolgebouw? Wij hebben drie soorten vleermuizen in de nabijheid van het schoolgebouw waargenomen. Het gaat om gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Alle waargenomen vleermuizen hebben wij met voldoende zekerheid op soortniveau kunnen determineren op basis van visuele waarnemingen en/of geluidsanalyse. Wat is de waarde van het schoolgebouw voor vleermuizen? Er zijn geen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis aanwezig in het schoolgebouw. Alleen gewone dwergvleermuis maakt zo nu en dan gebruik van de directe omgeving van het schoolgebouw om er te foerageren, maar niet in de zin van een essentieel foerageergebied of vaste vliegroute. Van laatvlieger en gewone grootoorvleermuis hebben wij geen duidelijke relatie met het schoolgebouw of de directe omgeving vast kunnen stellen. Het schoolgebouw en directe omgeving zijn dus ook geen essentieel onderdeel van een foerageergebied of vliegroute voor deze soorten. De eerder aangetroffen uitwerpselen van vleermuizen wijzen erop dat het gebouw in het verleden wel in gebruik is geweest of is bezocht door enkele vleermuizen. Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming? Er zijn geen vervolgstappen nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.

Er is namelijk geen sprake van verblijfplaatsen en er wordt geen essentieel foerageergebied of vliegroute aangetast. Het slopen van het schoolgebouw leidt namelijk niet tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er is dus geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

5.2

Advies Aanbrengen exclusion flaps Wij raden u aan om voorafgaand aan de sloop de twee openingen aan de buitenzijde van het schoolgebouw te voorzien van zogenoemde exclusion flaps. Dit zijn hulpmiddelen om te voorkomen dat vleermuizen alsnog hun intrek nemen in het gebouw. Als u wilt, kunnen wij deze maatregel voor u verzorgen. Permanente verblijfplaatsen in nieuwbouw U bent het in dit geval niet verplicht, maar wij adviseren u toch om permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen te integreren in de nieuw te bouwen appartementen en woningen. Daarnaast kunt u ook denken aan nestkasten voor gierzwaluw en huismus. Er zijn talloze mogelijkheden om zo de mogelijkheden voor deze soorten te vergroten en een bijdrage te leveren aan het versterken van de natuur in de stedelijke omgeving. Wij denken graag met u mee over de mogelijkheden. Advies voor overige soorten uit quickscan opvolgen Verder raden wij u aan om de adviezen ten aanzien van soorten anders dan vleermuizen uit onze eerdere quickscan op te volgen

10

Dossier: 302435

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

6

Verklarende woordenlijst Exclusion flap Om een locatie vleermuizenvrij te maken en/of te houden, kan een exclusion flap over een (mogelijke) invliegopening bij een gebouw of boomholte geplaatst worden. Eventuele vleermuizen in het gebouw of de boomholte kunnen nog wel naar buiten, maar door het gladde oppervlak van de rubber flap niet meer naar binnen. Er ontstaat dus een soort éénrichtingsverkeer. Foerageergebied Het gebied of netwerk van gebieden waarin een soort zich van voedsel voorziet. Nader onderzoek Een nader onderzoek is een diepgaande beoordeling naar de functionaliteit van bijvoorbeeld rust- en verblijfplaatsen, de functionaliteit van biotopen voor beschermde soorten en het bepalen van welke soorten op welke manier gebruik maken van het projectgebied. Een quickscan geeft een eerste inschatting. Het nader onderzoek maakt de inschatting concreet. Ontheffing Onder bepaalde voorwaarden mogen soms de verbodsbepalingen uit de Wnb geschonden worden als daarvoor een ontheffing wordt afgegeven. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Projectgebied Het gebied waarin werkzaamheden worden verricht en wat geldt als grens voor het uitvoeren van de beoordelingen in het kader van nader onderzoek.

De beoordeling van natuurwaarden en het voorkomen van beschermde soorten houdt echter niet op bij de projectgrens. In het nader onderzoek vormt het projectgebied en de omgeving het onderzoeksgebied. Quickscan Natuur In onze quickscan toetsen wij een voorgenomen ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming. De twee hoofdvragen zijn: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de Wet natuurbescherming (Wnb) of met provinciaal beleid? En welke vervolgstappen zijn nodig voordat met de uitvoering gestart kan worden? Met dit rapport heeft de initiatiefnemer een bewijsstuk in handen dat een ecologische quickscan is verricht. Verblijfplaats Een verblijfplaats is een onderdeel van het leefgebied van een soort en is essentieel voor het functioneren van de soort. Per soort is de beschrijving van een verblijfplaats verschillend. Voor een vis is dit bijvoorbeeld een ondiep gedeelte van een sloot, voor een vogel een nest en voor een vleermuis een boomholte of een spouwmuur. Vleermuisprotocol 2017 Het Vleermuisprotocol 2017 beschrijft het onderzoek dat nodig is om de kans op aanwezigheid van vleermuizen vast te stellen voor ruimtelijke ordeningsprocedures.

11

Vliegroute Een vliegroute is een doorgaans lijnvormige en beschutte groenstructuur die door vleermuizen wordt gebruikt om zich tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het kan per vleermuissoort verschillen welke eisen worden gesteld aan een vliegroute. Denk hierbij aan hoogte, dichtheid, structuur en blootstelling aan licht en wind. Wet natuurbescherming (verbodsbepalingen) De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt.

12

Dossier: 302435

Schoolgebouw aan Irenestraat, Sint-Michielsgestel

7

Literatuurlijst Kennisdocumenten BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017.

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht.

BIJ12, 2017.

Kennisdocument Laatvlieger Eptesicus serotinus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht.

BIJ12, 2017.

Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht.

Algemene literatuur Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Geraadpleegde websites www.vleermuis.net (soorteninformatie) www.bij12.nl (kennisdocumenten beschermde soorten)

13

Quickscan Natuur

Quickscan Natuur

Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel Onze referentie: 302363

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

Colofon

1

Opdrachtgever Woonmeij De heer F. van Gulick Kerkendijk 55 5482 KG SCHIJNDEL

Dossiergegevens Onze referentie:

302363

Uw referentie:

2019.002174.002

Status rapport:

v1.0

Projectteam

1

Projectverantwoordelijke:

Dennis Slotboom

Specialist Natuur en Ecologie:

Jasper Verhaar

Kwaliteitscontrole:

Dennis Slotboom

Contactgegevens

Centraal postadres

Bedrijfsgegevens

info@Cobra-adviseurs.nl

Cobra adviseurs bv

KvK Eindhoven 17232157

www.Cobra-adviseurs.nl

Franssenstraat 66

Btw-nr. NL 8199.70.220.B01

T. 088 – 262 72 00

5434 SJ Vianen (NB)

IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

Project 302363 v1.0 1 april 2019

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

Samenvatting

1

Cobra adviseurs bv heeft op 25 maart 2019 een quickscan Natuur uitgevoerd bij het oude schoolgebouw aan de Irenestraat in Sint-Michielsgestel. Woonmeij wil in de toekomst het gebouw slopen en heeft ons gevraagd eventuele knelpunten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) in beeld te brengen. Beschermde soorten

Vogels In de directe omgeving van het schoolgebouw zijn vogels aanwezig, waaronder ekster, kauw, houtduif, grote bonte specht en verschillende soorten kleine zangvogels zoals merel, roodborst, vink, koolmees en pimpelmees. Alle vogels zijn beschermd onder de Wnb.

Europees beschermde soorten Er worden vleermuizen in en in de directe omgeving van het schoolgebouw verwacht zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Vleermuizen zijn opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en staan daarom ook op de lijst van Europees beschermde diersoorten en zijn daarmee strikt beschermd.

Nationaal beschermde soorten De door ons aangetroffen of te verwachten soorten egel, veldmuis, huisspitsmuis, bruine kikker en gewone pad zijn opgenomen in de lijst van nationaal beschermde diersoorten. Vaste rust- en verblijfplaatsen De nesten van de in het onderzoeksgebied verwachte vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd, maar zijn wel beschermd zolang deze in gebruik zijn. Er zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in spouwmuren en mogelijk op zolders van het schoolgebouw. Verblijfplaatsen van vleermuizen, maar ook functionele objecten in de omgeving van verblijfplaatsen zoals vaak bomen, zijn het hele jaar door streng beschermd. Daarnaast zijn in het onderzoeksgebied mogelijk rust- of verblijfplaatsen van egel, veldmuis, huisspitsmuis, bruine kikker en gewone pad aanwezig. Worden met het werk verbodsbepalingen overtreden? Voor nesten van vogels zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen te verwachten, mits met de voorgenomen werkzaamheden geen bewoonde nesten verloren gaan. Voor Europees beschermde soorten is ten aanzien van vleermuisverblijfplaatsen sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 4 Wnb als gevolg van sloop van het schoolgebouw. Maar eerst moet door middel van nader onderzoek worden vastgesteld of verblijfplaatsen van vleermuizen daadwerkelijk aanwezig zijn.

Voor nationaal beschermde soorten kan sprake zijn van een overtreding van artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Maar voor alle in het onderzoeksgebied verwachte nationaal beschermde soorten geldt in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling omdat de werkzaamheden vallen onder de noemer ruimtelijke ontwikkelingen. Zorgvuldig handelen blijft echter vereist. 2

Project 302363 v1.0 1 april 2019

Vervolgstappen De volgende vervolgstappen zijn nodig: •

uitvoeren van nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het schoolgebouw;

•

behouden van bewoonde vogelnesten door te werken buiten het broedseizoen of door aanvullende nestcontroles;

•

inspecteren van de werkomgeving op dieren direct voorafgaand aan de werkzaamheden

•

de gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting hanteren.

Gebiedsbescherming De voorgenomen werkzaamheden hebben naar verwachting geen invloed op nabijgelegen Natura

2000-gebieden

of

het

nabijgelegen

Natuurnetwerk

Nederland

(NNN).

Vervolgstappen zijn in dit kader niet nodig. Houtopstanden Voor het kappen van bomen heeft u geen omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden nodig omdat de betreffende bomen niet op de Bomenlijst van gemeente Sint-Michielsgestel staan. Verder is er geen sprake is van een meldings- en herplantplicht in het kader van hoofdstuk 4 Wnb. Toch raden wij u aan om uw voornemen bomen te kappen te bespreken met de gemeente Sint-Michielsgestel. Mogelijk gelden er voor het vellen van bomen namelijk regels in het kader van een bestemmingsplan of zijn er richtlijnen ten aanzien van een ruimtelijke visie. Maatregelen niet-beschermde soorten In het onderzoeksgebied is door omwonenden melding gemaakt van niet-beschermde soorten brede wespenorchis en neushoornkever. Wij raden u aan om voorafgaand aan de werkzaamheden de groeiplaatsen van brede wespenorchis te inventariseren en deze te verplanten naar een locatie buiten het onderzoeksgebied. Ook neushoornkevers kunnen worden verplaatst samen met de hopen houtsnippers en compost waarin deze soort leeft.

3

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

Inhoud

1

1

Inleiding

5

2

Situatie en planvorming

6

3

Verantwoording

9

3.1

Literatuuronderzoek

9

3.2

Nationale Databank Flora en Fauna

9

3.3

Veldwerk

10

4

Quickscan 4.1

Gebiedsbescherming

11

4.2

Planten en dieren

12

4.2.1

Vogels

12

4.2.2

Europees beschermde soorten

12

4.2.3

Nationaal beschermde soorten

13

4.3

Vaste rust- en verblijfplaatsen

13

4.4

Overige functies

16

4.5

Houtopstanden

16

5

Conclusie 5.1

Soortenbescherming

17 17

5.1.1

Vogels

17

5.1.2

Europees beschermde soorten

17

5.1.3

Nationaal beschermde soorten

18

5.2

Gebiedsbescherming

18

5.3

Houtopstanden

18

5.4

Samenvatting

19

6

Advies

20

6.1

Vogels

20

6.2

Europees beschermde soorten

20

6.3

Nationaal beschermde soorten

21

6.4

Niet-beschermde soorten

21

6.5

Werken volgens gedragscode

21

6.6

Houtopstanden

22

Bijlage 1. Juridisch kader Wet natuurbescherming 4

11

Project 302363 v1.0 1 april 2019

1

Inleiding In opdracht van Woonmeij hebben wij een quickscan Natuur uitgevoerd. Het gaat om een schoolgebouw en directe omgeving aan de Irenestraat in Sint-Michielsgestel, gelegen in de provincie Noord-Brabant. Jasper Verhaar heeft het veldwerk uitgevoerd op 25 maart 2019. Aanleiding Woonmeij wordt in de loop van 2019 eigenaar van het schoolgebouw en is voornemens het schoolgebouw te slopen en er nieuwe appartementen en woningen te bouwen. U wilt weten of met deze handelingen een conflict ontstaat in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Wij moeten onder andere beoordelen of binnen het plangebied beschermde soorten of de vaste rust- en verblijfplaatsen hiervan aanwezig zijn. Op basis van de resultaten kunnen wij u aangeven of er een ontheffing moet worden aangevraagd of dat nader onderzoek noodzakelijk is. Onze quickscan Natuur is een toets van de ecologische potenties van het onderzoeksgebied en kan niet worden gezien als volwaardig ecologisch onderzoek. Er is in dit stadium geen uitgebreide inventarisatie uitgevoerd van soorten of soortgroepen. Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan gerust contact op met Jasper Verhaar op 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur

Cuijk, 1 april 2019

5

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

2

Situatie en planvorming Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bevindt zich in de dorpskern van Sint-Michelsgestel. Het betreft een oud schoolgebouw en de omliggende tuinen en terreinen. Het gebied ligt tussen de Beekkant en de Irenestraat. Op afbeelding 1 is het onderzoeksgebied globaal gemarkeerd. Afbeelding 1.

Onderzoeksgebied (rood kader)

De situatie In het onderzoeksgebied staat een schoolgebouw uit de jaren tachtig. Het gebouw heeft twaalf in punten opgebouwde dakdelen. Tussen deze dakdelen is het dak plat. Het gehele dak is met bitumen bekleed. Eén van de opgebouwde dakdelen heeft gefunctioneerd als zolder met opslagruimte. De overige dakdelen hebben deze functie niet en zijn ook niet toegankelijk. De klaslokalen bevinden zich allemaal op de begane grond. Op het terrein staat een klein bijgebouw dat dient als opslagruimte. Sinds circa vijf jaar is het gebouw in gebruik als dorpscentrum. Ten zuiden van het gebouw ligt een moestuin die wordt onderhouden door omwonenden. Ten noorden en oosten ligt een grasveld met enkele bomen en plantenbakken. Ten westen en noorden van het gebouw staan bomen in beplantingsvakken naast de rijweg. Op foto 1 , 2 en 3 is de situatie afgebeeld.

6

Project 302363 v1.0 1 april 2019

Foto 1.

Schoolgebouw en grasveld

Foto 2.

Dak

Foto 3.

Bijgebouw

7

Planvorming Woonmeij wordt in de loop van 2019 eigenaar van het schoolgebouw en is voornemens het Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

schoolgebouw en het bijgebouw te slopen en er nieuwe appartementen en woningen te bouwen. Aan de Beekkant wordt een appartementengebouw opgericht in twee bouwlagen met in totaal achttien appartementen. Aan de Irenestraat worden drie blokken met seniorenwoningen gebouwd. Bomen en andere begroeiingen op het binnenterrein worden verwijderd. De straatbomen blijven grotendeels behouden. In de nieuwe situatie worden enkele bomen aangeplant op het binnenterrein. De nieuwe situatie is weergegeven op afbeelding 2. Afbeelding 2.

8

Nieuwe situatie

Project 302363 v1.0 1 april 2019

3 3.1

Verantwoording Literatuuronderzoek Natuurwetgeving Wij hebben onderzocht of het onderzoeksgebied een wettelijk beschermde status of een beleidsmatig vastgestelde natuurstatus heeft. Daarvoor raadplegen wij onder andere provinciale websites en de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In bijlage 1 hebben wij het juridisch kader samengevat. Soortinformatie Om inzicht te krijgen in de actuele gegevens die beschikbaar zijn over het onderzoeksgebied en de omgeving, hebben wij websites van onder andere RAVON (www.ravon.nl), SOVON (www.sovon.nl), De Vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl) en de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) geraadpleegd.

3.2

Nationale Databank Flora en Fauna Wij hebben gegevens over de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten binnen het onderzoeksgebied opgevraagd bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, www.ndff.nl). Op afbeelding 3 ziet u de administratieve gegevens. Afbeelding 3.

Administratieve gegevens NDFF

9

Resultaten In tabel 1 zijn de resultaten uit de Nationale Databank Flora en Fauna weergegeven. Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

Van vleermuizen, landzoogdieren, vogels en amfibieën zijn uit de kilometerhokken meldingen bekend van Europees en nationaal beschermde soorten, maar naar deze groepen is niet altijd volledig onderzoek uitgevoerd. Van dagvlinders en libellen zijn geen meldingen bekend van beschermde soorten, ondanks wel volledig uitgevoerd onderzoek. Van vaatplanten, reptielen, vissen en overige soortgroepen zijn geen meldingen bekend maar naar deze soortgroepen is ook geen volledig onderzoek uitgevoerd. Tijdens ons veldbezoek ligt de focus daarom op alle groepen behalve dagvlinders en libellen. Tabel 1.

3.3

Resultaten Nationale Databank Flora en Fauna

Veldwerk Tijdstip en omstandigheden Jasper Verhaar heeft één veldbezoek uitgevoerd. In tabel 2 hebben wij de omstandigheden tijdens het veldwerk opgenomen. Tabel 2. Inventarisatieronde Datum

Moment

Weersomstandigheden

25 maart 2019

Ochtend

Bewolkt, overwegend droog, matige wind, 10oC

Werkwijze Wij werken uitsluitend volgens de richtlijnen en inventarisatiemethoden die zijn voorgeschreven door bijvoorbeeld diverse gegevensbeherende instanties als SOVON (vogels), RAVON (reptielen en amfibieën), FLORON (vaatplanten), de Zoogdiervereniging en EIS (ongewervelden) of zoals beschreven in de kennisdocumenten voor beschermde soorten (www.bij12.nl). Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten op basis van waarnemingen, aanwezige biotopen en habitats.

10

Project 302363 v1.0 1 april 2019

4 4.1

Quickscan Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied heet ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ligt op circa 4,2 km ten noordwesten van het onderzoeksgebied. Op afbeelding 4 is de ligging van het onderzoeksgebied (binnen de rode cirkel) te zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gele markeringen). Afbeelding 4.

Ligging onderzoeksgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het onderzoeksgebied ligt buiten het NNN (in dit geval het Natuurnetwerk Brabant of NNB). Het dichtstbijzijnde NNB-gebied ligt op circa 250 m ten westen van het onderzoeksgebied. Het betreft een parkachtige omgeving dat als beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’ toegewezen heeft gekregen. Niet ver ten westen daarvan ligt het stroomdal van de Dommel dat ook tot het NNB behoort. Op afbeelding 5 is de ligging van onderzoeksgebied (binnen het rode kader) te zien ten opzichte van het NNB (beige markeringen).

11

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

Afbeelding 5.

Ligging onderzoeksgebied ten opzichte van het NNN/NNB

Gemeentelijke status Voor zover bekend heeft het gebied geen gemeentelijke beschermde natuurstatus.

4.2

Planten en dieren 4.2.1 Vogels In de directe omgeving van het schoolgebouw hebben wij verschillende soorten vogels waargenomen of verwachten deze, waaronder ekster, kauw, houtduif, grote bonte specht en verschillende soorten kleine zangvogels zoals merel, roodborst, vink, koolmees en pimpelmees.

4.2.2 Europees beschermde soorten Vleermuizen Wij verwachten dat in en in de directe omgeving van het schoolgebouw verschillende soorten vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis kunnen worden waargenomen. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit andere Europees beschermde soortgroepen waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten.

12

Project 302363 v1.0 1 april 2019

4.2.3 Nationaal beschermde soorten Vaatplanten Wij hebben geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze zijn ook niet te verwachten gezien het ontbreken van geschikte biotopen. Wel hebben vrijwilligers van het dorpscentrum in

de

tuin

brede

wespenorchis

waargenomen.

Deze

algemeen

voorkomende

orchideeënsoort staat niet op de lijst van beschermde soorten maar is desondanks een fraaie verschijning. Om hoeveel groeiplaatsen van brede wespenorchis het gaat, is niet precies bekend. In de periode waarin wij ons veldbezoek hebben uitgevoerd is deze plant namelijk niet of nauwelijks zichtbaar. Terrestrische zoogdieren Wij hebben geen zoogdieren waargenomen. Maar het is goed mogelijk dat soorten als egel, veldmuis en huisspitsmuis voorkomen in het onderzoeksgebied. Deze soorten gebruiken het grasveld, de moestuin en de beplantingsvakken om te foerageren en mogelijk als schuilplaats. Wij verwachten op basis van het ontbreken van geschikte biotopen verder geen andere zoogdieren. Amfibieën Wij hebben geen amfibieën aangetroffen. Maar waarschijnlijk houden algemene soorten zoals bruine kikker en gewone pad zich op bij de composthoop en in beplantingsvakken. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit andere nationaal beschermde soortgroepen waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten. Vrijwilligers van het dorpscentrum hebben wel kenbaar gemaakt dat neushoornkever is aangetroffen tussen houtsnippers ten westen van het schoolgebouw. De composthoop ten zuiden van het gebouw is mogelijk ook geschikt voor deze soort.

Neushoornkever is zeldzaam in Nederland, maar staat niet op een lijst van beschermde soorten en ook niet op de Rode Lijst.

4.3

Vaste rust- en verblijfplaatsen Nesten Wij hebben geen jaarrond beschermde nesten of nestplaatsen van vogels of bepaalde zoogdieren aangetroffen in het schoolgebouw of in bomen. De bomen in de omgeving vormen echter een prima nestgelegenheid voor houtduif. De struiken en lage begroeiingen in de tuin zijn geschikt als nestgelegenheid voor merel. In het broedseizoen kunnen daarom bewoonde nesten in de bomen en struiken verwacht worden. Holten Wij hebben geen holten in bomen aangetroffen die kunnen dienen als broedgelegenheid voor holtenbroedende vogels zoals grote bonte specht, koolmees en pimpelmees. In enkele bomen zijn wel ingerotte snoeiwonden aanwezig. Maar na inspectie hiervan blijkt dat deze openingen te klein zijn om te dienen als nestplaats. Holen Wij hebben geen holen aangetroffen. Wel is het mogelijk dat in het onderzoeksgebied enkele holen van veldmuis en huisspitsmuis aanwezig zijn. 13

Composthoop De composthoop wordt mogelijk ook gebruikt als overwinteringsplek voor bruine kikker en Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

gewone pad. Vleermuizen

Spouwmuur van het schoolgebouw Wij verwachten verblijfplaatsen van vleermuizen in spouwmuren. Het gaat om plekken die via een opening onder de dakrand bereikbaar zijn (zie foto 4). Deze plekken bevinden zich in binnenhoeken waar twee segmenten van het gebouw samen komen. Bij twee van deze openingen hebben wij ook daadwerkelijk uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen (zie foto 5 en afbeelding 6). De spouwmuur achter deze openingen en vergelijkbare openingen zijn echter niet volledig visueel te controleren. Daarom kunnen wij verblijfplaatsen op plekken waar wij geen uitwerpselen hebben aangetroffen op dit moment nog niet uitsluiten. De spouwmuren kunnen dienen als winter-, kraam-, zomer- en/of paarverblijfplaats voor gewone

dwergvleermuis, ruige

dwergvleermuis,

laatvlieger

en

mogelijk

gewone

grootoorvleermuis.

14

Foto 4.

Opening onder dakrand naar spouwmuur

Foto 5.

Uitwerpselen van vleermuizen onder opening (foto links) en in opening (foto rechts)

Project 302363 v1.0 1 april 2019

Afbeelding 6.

Vindplaats van vleermuisuitwerpselen (bij gele ster)

Zolders van het schoolgebouw De zolders van de puntdaken waren op het moment van onze quickscan niet te controleren, behalve de zolder van het langste puntdak. Op deze laatste zolder hebben wij geen vleermuizen of sporen van vleermuizen aangetroffen. Verblijfplaatsen op de grote zolder zijn daarmee uitgesloten. De kleinere zolders zijn mogelijk via de spouwmuren bereikbaar voor vleermuizen. Hierdoor kunnen wij verblijfplaatsen niet uitsluiten. Een typische soort voor zolders is de gewone grootoorvleermuis. Gewone grootoorvleermuis kan kleine zolders gebruiken als winter-, kraam-, zomer- en/of paarverblijfplaats.

Overige delen van het schoolgebouw Wij verwachten geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in andere delen van het schoolgebouw. De bitumen dakbekleding en gevelbekleding zijn namelijk intact en zijn strak tegen het dakbeschot of gevel bevestigd. Hierdoor is er geen ruimte voor vleermuizen om zich achter te verschuilen.

Bomen Wij hebben geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen in de vorm van holten, losse schors of scheuren in takken en stammen. In enkele bomen zijn ingerotte snoeiwonden aanwezig. Maar uit onze beoordeling blijkt dat deze openingen te klein zijn om te dienen als verblijfplaats.

15

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

4.4

Overige functies Foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen Wij verwachten dat het onderzoeksgebied geen onderdeel is van een essentieel foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. Soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis kunnen wellicht incidenteel foeragerend of langsvliegend worden aangetroffen, maar het gebied mist de kenmerken van een essentieel foerageergebied of vliegroute. Bovendien is op enkele honderden meters ten westen het water- en bomenrijke stroomdal van de Dommel aanwezig. Deze locatie is typisch foerageergebied voor allerlei soorten vleermuizen en daarmee veel aantrekkelijker dan het onderzoeksgebied. Het is aannemelijk dat eventuele vleermuizen vooral daar foerageren. Functie van bomen in relatie tot vleermuisverblijfplaatsen Als er daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het schoolgebouw, dan kunnen de bomen binnen het onderzoeksgebied een rol hebben bij de instandhouding ofwel de functionaliteit van de verblijfplaatsen. Bomen kunnen namelijk bijdragen aan het microklimaat van verblijfplaatsen. Ook kunnen bomen de vaak noodzakelijke beschutting bieden voor vleermuizen bij het in- en uitvliegen van verblijfplaatsen.

4.5

Houtopstanden De Bomenverordening Sint-Michielsgestel 2010 beschrijft het volgende over wat verstaan wordt onder een boom:

“Boom, boomgroep, bomenrij opgenomen in de laatst vastgestelde lijst Waardevolle Bomen Sint-Michielsgestel (Bomenlijst).” Wij hebben de Bomenlijst geraadpleegd via de website van gemeente Sint-Michielsgestel. Bomen in het onderzoeksgebied worden niet op deze lijst vermeld. In het kader van de Bomenverordening

Sint-Michielsgestel

2010

is het kappen

van

bomen

in

het

de

dorpskern

van

onderzoeksgebied dus niet vergunningplichtig. Gezien

de

centrale

ligging

van

het

onderzoeksgebied

in

Sint-Michielsgestel, gaan wij ervan uit dat de bomen zich bevinden binnen de bebouwde komgrens zoals vastgesteld op grond van artikel 4.1 onder a. Wnb staat. De exacte begrenzing hiervan hebben wij echter niet beschikbaar.

16

Project 302363 v1.0 1 april 2019

5 5.1

Conclusie Soortenbescherming 5.1.1 Vogels Vogels gebruiken het onderzoeksgebied als foerageergebied, voortplantingsgebied of als tijdelijke rustplaats. Alle vogels zijn streng beschermd volgens de Wnb. Van opzettelijke verstoring hoeft echter geen sprake zijn. Vogels zullen het terrein mijden zodra de werkzaamheden starten. Nesten In 2009 is de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, aangepast. De lijst biedt geen wettelijk kader, maar is een belangrijke richtlijn bij het maken van effectanalyses. Deze lijst maakt onderscheid in: •

nesten met een jaarrond beschermde status (categorie 1 t/m 4);

•

nesten van vogels die niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het nodig is een goed beeld te hebben of na de ingreep goede alternatieven voorhanden zijn om nieuwe nesten te bouwen (als het nest verloren gaat) (categorie 5);

•

nesten van overige, vaak erg algemeen voorkomende vogels.

In bomen en struiken kunnen nesten verwacht worden van vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Nesten van deze categorie vogels zijn alleen als deze daadwerkelijk in gebruik zijn streng beschermd. Voor wat betreft deze niet jaarrond beschermde vogelnesten zal geen sprake zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In hoofdstuk 6 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen.

5.1.2 Europees beschermde soorten In het onderzoeksgebied zijn soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op Europees niveau beschermd zijn. Het gaat om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Vleermuisverblijfplaatsen Op twee plekken hebben wij uitwerpselen aangetroffen waardoor het vrijwel zeker is dat het hier gaat om verblijfplaatsen. Maar er is een kans dat in het schoolgebouw nog meer verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden vaak niet permanent gebruikt, dit is afhankelijk van de aard en omvang van de verblijfplaats en de soort. Als van potentiële verblijfplaatsen wordt aangetoond dat deze wel in gebruik zijn, dan zijn dergelijke verblijfplaatsen streng beschermd. Ook bomen in de nabijheid van een verblijfplaats kunnen streng beschermd zijn als deze een rol spelen bij de instandhouding van de verblijfplaats. 17

Uit nader onderzoek zal moeten blijken of de twee verblijfplaatsen daadwerkelijk worden gebruikt en door welke aantallen en soorten vleermuizen. En er zal moeten blijken of er Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

daadwerkelijk nog meer verblijfplaatsen in het schoolgebouw aanwezig zijn. Er is geen sprake van overtreding verbodsbepalingen als uit het nader onderzoek blijkt dat vleermuizen het te slopen schoolgebouw niet als verblijfplaats gebruiken. Als er wel verblijfplaatsen aanwezig en in gebruik zijn, dan leidt de sloop tot verlies van verblijfplaatsen en is er sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 4 Wnb.

5.1.3 Nationaal beschermde soorten Binnen het onderzoeksgebied zijn soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op nationaal niveau beschermd zijn. Het gaat om egel, veldmuis, huisspitsmuis, bruine kikker en gewone pad. Voor deze soorten hebben de voorgenomen werkzaamheden mogelijk tot gevolg dat er exemplaren worden gedood en verblijfplaatsen verloren gaan. Daarmee vindt overtreding plaats van artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Maar omdat er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor deze soorten en voor deze verbodsbepaling in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling. Er moet echter wel zorgvuldig worden gehandeld. Hoe dit zorgvuldig handelen vormgegeven kan worden, is beschreven in hoofdstuk 6.

5.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Wij verwachten dat de voorgenomen ontwikkelingen geen invloed zullen hebben op natuurwaarden in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Het dichtstbijzijnde natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ bevindt zich namelijk op circa 4,2 km afstand van het onderzoeksgebied. Wij verwachten daarom dat verdere toetsing in dit kader dan ook niet nodig is. NNN Het dichtstbijzijnde NNB-gebied betreft een bosvak met beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’. Dit beheertype is relatief soortenarm, maar waardevol voor broedvogels. In principe zijn ingrepen in of nabij het NNB die invloed hebben op natuurwaarden vergunningsplichtig. Wij verwachten echter niet dat de voorgenomen werkzaamheden van invloed zijn op natuurwaarden in het dichtstbij gelegen NNB-gebied. Wij verwachten dat verdere toetsing niet nodig is.

5.3

Houtopstanden Omdat het onderzoeksgebied zich waarschijnlijk binnen de bebouwde komgrens Wnb bevindt, is er in het kader van hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming geen sprake is van een meldings- en herplantplicht bij het vellen van bomen. Ook is er volgens de Bomenverordening Sint-Michielsgestel 2010 geen omgevingsvergunning voor vellen nodig omdat de bomen niet worden vermeld op de Bomenlijst.

18

Project 302363 v1.0 1 april 2019

5.4

Samenvatting In tabel 3 vertalen wij de uitkomsten van dit onderzoek naar een samenvatting van de voorkomende soorten, eventuele overtredingen van de verbodsbepalingen en de noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, ontheffingsaanvragen en vergunningsaanvragen. Tabel 3.

Overzicht conclusies en vervolgstappen

Soortenbescherming (mogelijk)

Overtreding

Voorkomend

verbodsbepalingen

Ja

Nee

Nader onderzoek

Ontheffing

Advies

Nee

Nee

Controle,

Vogels Nesten niet jaarrond beschermd

buiten broedseizoen werken

Nesten jaarrond

Nee

-

-

-

-

Ja

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Eerst nader

beschermd Europees beschermde soorten Vleermuizen

Art 3.5 lid 4 Wnb Overige

onderzoek

Nee

-

-

-

-

Ja

Ja

Nee

Vrijstelling

Zorgplicht

Nee

Vrijstelling

Zorgplicht

soortgroepen Nationaal beschermde soorten Terrestrische zoogdieren

Art 3.10 lid 1a Wnb Art 3.10 lid 1b Wnb

Amfibieën

Ja

Ja Art 3.10 lid 1a Wnb Art 3.10 lid 1b Wnb

Overige

Nee

-

-

-

-

Afstand

Negatieve

Vervolgstappen

Vergunning

Opmerkingen

soortgroepen Gebiedsbescherming effecten Natura 2000

+/- 4,2 km

Nee

Geen

Nee

-

NNN

+/- 250 m

Nee

Geen

Nee

-

Houtopstanden

In

Ja, kappen

Bespreken met

Nee

-

onderzoeks-

gemeente t.a.v.

gebied

eventuele regels uit bestemmingsplan, zie paragraaf 6.6

19

Quickscan Natuur Schoolgebouw Irenestraat Sint-Michielsgestel

6 6.1

Advies Vogels Behouden bewoonde nesten Wij adviseren de te verwijderen bomen – mits toelaatbaar ten aanzien van vleermuizen (zie paragraaf 6.2) – en struiken te verwijderen in de periode tussen 1 december en 1 maart. De kans dat dan bewoonde nesten aanwezig zijn, is erg klein. Ook buiten deze periode mag gerooid worden, mits uit een aanvullende controle is gebleken dat er geen bewoonde nesten aanwezig zijn (zie ook ‘Nestcontrole’). Nestcontrole Als u besluit de bomen en beplantingen te verwijderen tussen 1 maart en 1 december, moet voorafgaand aan de werkzaamheden een aanvullende controle worden uitgevoerd. Hiermee onderzoekt u of zich bewoonde nesten in de te rooien elementen bevinden. Dit onderzoek moet maximaal drie dagen voor de daadwerkelijke werkzaamheden uitgevoerd worden. Worden bewoonde nesten aangetroffen, dan moet de betreffende nestlocatie worden gemarkeerd en ontzien zolang het nest bewoond is. Dat betekent dat duidelijk moet zijn dat de boom of struik pas gekapt mag worden als het nest niet meer bewoond is, doorgaans een aantal weken later. In de tussentijd moet bijvoorbeeld met een lint om de stam duidelijk worden gemaakt dat de bewuste boom nog niet gekapt mag worden.

6.2

Europees beschermde soorten Vleermuisonderzoek Wij adviseren ruim voor het begin van de werkzaamheden een vleermuisonderzoek uit te laten voeren. Een dergelijk onderzoek heeft een doorlooptijd van circa vijf maanden en kan uitsluitend volledig worden uitgevoerd in een periode die valt tussen half april en eind september. Het onderzoek moet zich richten op gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis en op de functie van het schoolgebouw als verblijfplaats voor deze soorten. Ook de rol van de bomen ten aanzien eventuele verblijfplaatsen moet worden beoordeeld.

Protocol Het nader onderzoek moet uitgevoerd worden conform het Vleermuisprotocol versie 2017. Dit protocol is goedgekeurd door het ministerie van LNV en beschrijft de wijze van zorgvuldig onderzoek als het gaat om vleermuizen. Wanneer u dat wenst, kunnen wij dit onderzoek voor u verzorgen.

20

Project 302363 v1.0 1 april 2019

6.3

Nationaal beschermde soorten Inspectie werkomgeving Wij adviseren de werkomgeving voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren op de aanwezigheid van dieren. Eventueel aangetroffen bruine kikkers, gewone padden en egels moeten dan voorzichtig verplaatst worden naar een beschutte plek buiten het werkgebied.

6.4

Niet-beschermde soorten De door vrijwilligers aangetroffen brede wespenorchis en neushoornkever worden niet vermeld op een lijst van beschermde soorten. Toch raden wij u aan om maatregelen te nemen voor de exemplaren die binnen het onderzoeksgebied kunnen voorkomen. Wellicht kunt u deze maatregelen in samenwerking met de vrijwilligers laten uitvoeren.

Brede wespenorchis De bloeitijd van deze soort is in de periode juli – oktober. In die periode kunnen de groeiplaatsen het beste in kaart worden gebracht en gemarkeerd. Na afloop van de bloeitijd moeten de planten met een voldoende grote kluit worden uitgestoken en verplaatst naar een geschikte plek buiten het onderzoeksgebied.

Neushoornkever Als het terrein rond het schoolgebouw wordt opgeschoond, is het belangrijk de hopen houtsnippers en composthopen daaraan voorafgaand voorzichtig te verplaatsen naar een vergelijkbare plek buiten het onderzoeksgebied. Het gaat dan om de hopen waarin neushoornkevers en de larven hiervan zich op kunnen houden.

6.5

Werken volgens gedragscode Wij adviseren te handelen volgens de 'Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting'. Deze gedragscode is op te vragen bij de Vereniging Stadswerk Nederland. Werken volgens de Gedragscode houdt onder andere het volgende in: •

Stel voorafgaand aan het werk een ecologisch werkprotocol/plan van aanpak op waarin beschreven is hoe om wordt gegaan met lokaal aanwezige beschermde soorten en de vaste rust- en verblijfplaatsen hiervan. De adviezen in deze quickscan Natuur en het uit te voeren nader vleermuisonderzoek moeten daar in ieder geval deel van uitmaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3dc92162-b493-4eee-865d-1057cbb7da25