CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-550a Toelichting ontwerpbestemmingsplan Burg. Verkuijlstraat-Bakelgeert e.o.

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Burgemeester Verkuijlstraat/Bakelgeert e.o. Boxmeer24.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35/127

Figuur 3.6: knelpunten realistisch scenario, plangebied blauw omkaderd (Bron: Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) Boxmeer) Beoordeling Bij de reconstructie van de Burgemeester Verkuijlstraat krijgt de weg een nieuwe wegindeling. Aan weerszijden van de weg ligt een trottoir. Naast deze trottoirs komen vrijliggende fietspaden. De vrije ligging van de fietspaden wordt verkregen door een groene berm met laanbomen. De weg zelf blijft uit 2 rijstroken bestaan. Naast de aanleg van de rotonde op het kruispunt met de Koorstraat en het weghalen van de aansluiting van de Bakelgeertstraat voor gemotoriseerd verkeer en fietsers wordt ook de aansluiting van de Prinses Margrietstraat op de Burgemeester Verkuijlstraat opgeheven. Beide aanpassingen vergroten de veiligheid en de doorstroming. Naast de Burgemeester Verkuijlstraat is het beoogd om de sociale huurappartementen aan de Marijkestraat te slopen. Hierdoor ontstaat de ruimte om de geplande rotonde op het kruispunt van de Burgemeester Verkuijlstraat en de Koorstraat een 4e poot te geven die het plangebied Bakelgeert ontsluit. Deze 4e poot ligt in de fietsroute van een groot aantal scholieren richting het onderwijsplein. Daarom wordt deze 4e poot uitgevoerd als een fietsstraat: de straat wordt op de eerste plaats ingericht voor fietsers en de auto is te gast in deze straat.

De fietsstraat zal daarnaast ook de route voor de bus worden. De fietsstraat gaat door over de Bernhardstraat in zuidelijke richting, richting de scholen aan het onderwijsplein. Hiermee wordt de fietsveiligheid vergroot. In de Bilderbeekstraat wordt de straat voor gemotoriseerd verkeer onderbroken. Hierdoor neemt de intensiteit op de bestaande aansluiting met de Burgemeester Verkuijlstraat aanzienlijk af. Daarnaast wordt de aansluiting van de Hendrikstraat op de Bilderbeekstraat voor gemotoriseerd verkeer opgeheven. Uitsluitend verkeer vanuit de Begijnenstraat, maakt dan nog gebruik van de aansluiting op de Burgemeester Verkuijlstraat. Dit vergroot de algehele verkeersveiligheid. Voor wandelaars en fietsers blijft in beide straten een verbinding bestaan.

36/127

3.4.5 Beeldkwaliteitsplan centrum Boxmeer In het beeldkwaliteitsplan vastgesteld op 27 juni 2013 door de gemeente Boxmeer valt een deel van het plangebied binnen de bestemming centrum en is in dit plan ingedeeld in deelgebied E, zie figuur 3.7. In gebiedsgerichte welstandsbeleid staan de karakteristieken per deelgebied beschreven zodat nieuwe gebouwen en bouwwerken in het geheel passen. Bebouwing in het plangebied aan de Burgemeester Verkuijlstraat dient een representatie van de woonsfeer te zijn die buiten de verkeersstructuur is gelegen. De bebouwing zal moeten bestaan uit 2 of 3 lagen met kap die kleinschaliger is dan aan de centrumzijde. Op bijzondere plekken, zoals aansluitingen van andere wegen, kan daar een variatie op gemaakt worden met bijvoorbeeld een appartementenblok.

Figuur 3.7: het plangebied ligt voor een gedeelte in deelgebied E in het beeldkwaliteitsplan van het centrum van Boxmeer (Bron: Beeldkwaliteitsplan centrum Boxmeer) Beoordeling De nieuwe woningen zijn beoogd ter plaatse van de oude Bakelgeertschool, voor een deel gelegen aan de Burgemeester Verkuijlstraat. Aangezien er een nieuwe weg met nieuwe aansluitingen wordt aangelegd, mag er een variatie op de huidige bebouwing worden aangebracht in de vorm van bijvoorbeeld een appartementencomplex. In Hoofdstuk 5 zijn deze appartementencomplexen te zien op de voorlopige schetsen. Conclusie Doordat de beoogde ontwikkeling voorziet in een levensloopbestendige woonwijk waar ruimte wordt gemaakt voor de opvang van regenwater en waar een veilige verkeerssituatie gericht op fietsers wordt gerealiseerd, past deze ontwikkeling bij het gemeentelijk beleid.

37/127

38/127

Hoofdstuk 4

Bestaande situatie

Voor nader onderzoek naar de bestaande situatie is nagegaan welke ruimtelijke en functionele kwaliteit in het plangebied aanwezig is. Daarnaast is gekeken naar de aspecten die met de fysieke milieuwaarden samenhangen. Verder wordt in dit hoofdstuk de historische kwaliteit beschreven, waarbij archeologie, cultuurhistorie en eventueel aanwezige monumenten aan bod komen.

4.1

Bestaande ruimtelijke kwaliteit

Op 1 januari 2020 had de kern Boxmeer 12.583 inwoners, de grootste kern van de gelijknamige gemeente. Het plangebied is gelegen tussen de Burgemeester Verkuijlstraat, een van de grotere doorgaande wegen van het dorp, de Bakelgeertstraat, de Bilderbeekstraat en de Irenestraat. Op figuur 4.1 t/m 4.6 is te zien dat een groot gedeelte van het plangebied is ingezaaid met gras, een groot deel van de verharding is gesloopt en het overige verharde gedeelte wordt gebruikt als parkeerplaats. Dit alles in afwachting van de planvorming voor de herontwikkeling. Figuur 4.1 t/m 4.6 geven een sfeerimpressie van de locatie.

39/127

Figuur 4.1: plangebied met locaties van waaruit de foto's zijn genomen (Bron: Google Maps)

Figuur 4.2: impressie plangebied vanaf T-splitsing Burgemeester Verkuijlstraat en Bakelgeertstraat [#1] (Bron: Google Maps, 2018)

40/127

Figuur 4.3: impressie plangebied vanaf de Bakelgeertstraat in oostelijke richting [#2] (Bron: Google Maps, 2017)

Figuur 4.4: impressie plangebied vanaf de Bernhardstraat [#3] (Bron: Google Maps, 2018)

Figuur 4.5: impressie plangebied vanaf de Bilderbeekstraat [#4] (Bron: Google Maps, 2018)

41/127

De bebouwing langs de Bakelgeertstraat is gemêleerd, er staan zowel vrijstaande huizen als appartementengebouwen met drie lagen. De woonblokken aan de zuidkant van het plangebied rondom de Margrietstraat zijn appartementengebouwen met twee of drie bouwlagen. De 24 sociale huurappartementen aan de Margrietstraat zullen gesloopt worden ten behoeve van de realisatie van 36 nieuwe duurzame sociale huurappartementen. Deze appartementen zijn weergegeven in figuur 4.6.

Figuur 4.6: impressie huurappartementen aan de Margrietstraat [#5] (Bron: Google Maps, 2018) Aan de rand van het plangebied staan drie platanen die op de lijst van waardevolle bomen staan. Deze bomen worden gerespecteerd in de beoogde ontwikkeling, ze zijn meegenomen in de conceptplan uitwerking.

42/127

Figuur 4.7: drie waardevolle platanen op het open terrein [#6] (Bron: Google Maps, 2015) De verkeerssituatie rondom het plangebied zal aangepast worden ten behoeve van veiligheid, doorstroming, parkeerplaatsen, waterberging en de vervanging van de riolering. Foto's van het plangebied zijn weergegeven in figuur 4.9 t/m 4.14.

Figuur 4.8: Plangebied voor verkeersopgaven met de locaties van de foto's (Bron: Google Maps)

43/127

Figuur 4.9: Huidige aansluiting Bakelgeertstraat op Burgemeester Verkuijlstraat [Nr. 7] (Bron: Google Maps, 2019)

Figuur 4.10: Huidige aansluiting Koorstraat op Burgemeester Verkuijlstraat [Nr. 8] (Bron: Google Maps, 2019)

44/127

Figuur 4.11: Huidige aansluiting Prinses Margrietstraat op Burgemeester Vekuijlstraat [Nr. 9] (Bron: Google Maps, 2019)

Figuur 4.12: Huidige aansluiting Bilderbeekstraat op Burgemeester Verkuijlstraat [Nr.10] (Bron: Google Maps, 2019)

45/127

Figuur 4.13: Huidige doorgang Hendrikstraat [Nr. 11] (Bron: Google Maps, 2015)

Figuur 4.14: Irenestraat vanaf het kruispunt met de Bakelgeertstraat [Nr. 12] (Bron: Google Maps, 2018)

46/127

4.2

Bestaande functionele kwaliteit

In functioneel opzicht is het plangebied gesitueerd tussen woningen, een hoofdkantoor van een kinderdagopvangorganisatie en een groot sportcentrum aan de andere kant van de Burgemeester Verkuijlstraat.

Figuur 4.15: hoofdkantoor van kinderdagopvangorganisatie Spring aan de Bernhardstraat (Bron: Google Maps, 2018)

Figuur 4.16: sportcomplex 't Hoogkoor aan de Burgemeester Verkuijlstraat (Bron: Google Maps, 2019) In het noorden van het plangebied aan de Bakelgeertstraat zitten een psychologenpraktijk, een Hormoonpoli en een apotheek. Ten noorden van de Bakelgeertstraat aan de Spoorstraat liggen verschillende winkels, kantoren en een supermarkt. Deze supermarkt is via een smalle weg te bereiken tussen de huizen aan de Bakelgeertstraat. Deze weg wordt door auto's ook als sluiproute gebruikt.

47/127

In het zuiden van het plangebied loopt de Bernhardstraat over in de Dokter Peelenstraat, aan het eind van deze straat ligt het onderwijsplein met scholen en cultuurinstellingen.

4.3

Historische kwaliteit

Boxmeer heet van oudsher Meer, naar de dode Maasarm waaraan het kasteel lag. Op een eilandje in de Meer werd omstreeks 1200 een houten vesting gebouwd. Dat was het begin van het kasteel van Boxmeer. Daaromheen ontstond een dorp. Het kasteel was ook het (bestuurlijke) middelpunt van de heerlijkheid Meer, die in handen was van leden van de familie Boc. De eerste heren en vrouwen van Meer noemden zich dan ook Boc van Meer. In de loop van tijd zijn de familienaam en de plaatsnaam samengesmolten tot het huidige Boxmeer. De heerlijkheid maakte deel uit van het Land van Cuijk, maar bleef daarin geheel zelfstandig, als soevereine heerlijkheid. Het omliggende Land van Cuijk ging na 1648 officieel deel uitmaken van Staats-Brabant, daarmee werd dit gebied onderdeel van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Boxmeer bleef daar echter buiten. Het gebied had eigen heren, een eigen rechtspraak en een eigen, onafhankelijk bestuur. Door deze relatieve onafhankelijkheid kon bijvoorbeeld de rooms-katholieke religie hier uitgeoefend worden zonder enige beperking door de overheid. De heerlijkheid Boxmeer verdween en Boxmeer ging vanaf 1796 deel uitmaken van Noord-Brabant waardoor het uiteindelijk dan toch officieel tot het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden behoorde. Het gebied langs de Maas is aangeduid als cultuurhistorisch waardevol gebied.

In Boxmeer zelf is deze aanduiding niet van toepassing, zoals te zien is in de uitsnede van de cultuurhistorische waarden kaart in figuur 4.10.

48/127

Figuur 4.17: cultuurhistorische waarden rondom Boxmeer (Bron: Historische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant) Vanaf het moment dat de kaarten gedetailleerder werden rond 1850 is te zien dat er al bebouwing was langs de huidige Burgemeester Verkuijlstraat. Op de historische kaarten (topotijdreis.nl) is te zien dat rond 1895 de grote weg tussen Nijmegen en Venlo gerealiseerd, dit is de huidige A73. In figuur 4.11 t/m 4.13 is te zien hoe Boxmeer in de jaren is gegroeid richting die grote weg, waardoor het plangebied aan de Bakelgeertstraat steeds meer in het midden van Boxmeer kwam te liggen.

49/127

Figuur 4.18: historische kaart van Boxmeer uit 1850 met plangebied in het geel (Bron: topotijdreis.nl)

50/127

Figuur 4.19: historische kaart van Boxmeer uit 1900 met plangebied in het geel (Bron: topotijdreis.nl)

Figuur 4.20: historische kaart van Boxmeer uit 1975 met plangebied in het geel (Bron: topotijdreis.nl)

51/127

In de omgeving van het plangebied liggen een aantal Rijksmonumenten waarvan de onderstaanden de dichtstbijzijnde zijn. Ten noorden van het plangebied aan de Rochusrotonde: St. Rochuskapel. Achtkantige kapel met koepel, 18e eeuw, in de 19e eeuw ingrijpend hersteld. Inwendig een houten reliekschrijn ter ere van St. Rochus.

Ten zuiden van het plangebied aan de Dokter Peelenstraat: Carmelitessenklooster, oorspronkelijk huis Elzendael, door pastoor Antonius Peelen tot geestelijk tehuis bestemd en in 1667 aan een alsdan gestichte Carmelitessengemeenschap overgedragen.

52/127

Hoofdstuk 5 5.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke structuur

Gebiedsontwikkeling van de locatie Bakelgeert (voormalige school) Het plangebied bestaat uit een groot, onbebouwd terrein en een lint met verouderde sociale huurwoningen dichtbij het centrum van Boxmeer. Het gebied wordt aan vier zijden ontsloten waarvan de grootste doorgaande weg de Burgemeester Verkuijlstraat is. Met de herinrichting van dit gebied wordt een levensloopbestendige wijk met bergingsvoorzieningen voor de opvang van regenwater, van het plangebied en daarbuiten, gecreëerd met het accent op de doelgroep senioren. Een gebied dat al jaren open ligt en voor een deel gebruikt wordt als parkeerplaats krijgt hiermee weer een nuttige en duurzame functie.

Figuur 5.1: vastgesteld stedenbouwkundig plan Burgemeester. Verkuijlstraat: 2 sociale huurappartementen blokken Vanuit de hoofdstructuur van de kern Boxmeer bekeken heeft het plan Bakelgeert een hoofdmoment aan de Burgemeester Verkuijlstraat en de rotonde bij de Koorstraat. Vanaf deze rotonde wordt het woongebied ontsloten. Bij dit hoofdmoment past een hoofdbebouwing bestaande uit 2 bouwblokken van ieder 5 bouwlagen hoog met sociale huurappartementen. Beide woonblokken staan in een omgeving met veel groen. De 3 bestaande platanen achter de woonblokken worden gerespecteerd met een voldoende grote groeiplaats en een zo veel mogelijk onverharde bodem onder

53/127

de boomkronen. Dit wordt tevens een ontmoetingsplek voor jong en oud met de mogelijkheid voor enkele speelvoorzieningen. Daarnaast worden de parkeervoorzieningen in groene kamers aangelegd. In deze eerste lijn ligt ook de eerste en grootste wadi op de hoek van de Bakelgeertstraat die hemelwater vanaf de Rochusrotonde en de Burgemeester Verkuijlstraat opvangt. Tiny houses Ten zuiden van de fietsstraat zijn 4 tiny houses beoogd naast bestaande appartementen van Mooiland. Deze tiny houses zijn een stedelijke variant van dit type woningen. Bernhardstraat-noord, omgelegde Bernhardstraat Het noordelijke deel van de Bernhardstraat wordt voorbij het huidige hoofdkantoor van Spring omgelegd in westelijke richting naar de Irenestraat. De Bernhardstraat verliest hierdoor de directe verbinding met de Bakelgeertstraat. Met deze omlegging krijgt het stedenbouwkundig plan als geheel een rustiger beeld doordat woningen in dezelfde oostwest richting staan en ook de openbare ruimte en de achtertuinen achter de woningen een goede samenhang hebben. Het stedenbouwkundig plan bestaat uit 6 patiowoningen in 1 bouwlaag met eventueel een kleine opbouw waarvan 2 woningen georiënteerd zijn op de Irenestraat. De patio's hebben elk 1 parkeerplaats op eigen terrein. Tussen en achter de patioblokken liggen wadi’s waarbij ook hier een surplus aan hemelwateropvang mogelijk is.

Het stedenbouwkundig plan voor de nieuw beoogde fietsstraat, de 4e poot vanaf de rotonde Burgemeester Verkuijlstraat/Koorstraat bestaat uit 2 blokken koop- appartementen in 3 bouwlagen met een terugliggende 4e bouwlaag met een parkeerkelder en elk 11 appartementen en een ontsluitingsstraat aan de achterkant met de aanvullend benodigde parkeerplaatsen. In het stedenbouwkundig plan zijn de blokken van de Hoge Veste hiervoor als referentie gebruikt maar wanneer deze variant verder uitgewerkt wordt, kunnen beide blokken eventueel ook tot één bouwblok samensmelten. Zowel voor als achter de appartementenblokken liggen wadi’s die voor een nog grotere waterberging kunnen zorgen. Irenestraat Naast de 2 woningen die op de Irenestraat georiënteerd worden, vindt er direct aan de Irenestraat geen bebouwing plaats. Wel is in het plan een herinrichting van deze straat meegenomen. Er was tot de verplaatsing van het Spring hoofdkantoor van de Irenestraat naar de Bernhardstraat een te grote parkeerdruk in de Irenestraat. Met de aanleg van een nieuw en groter parkeerterrein bij het hoofdkantoor van Spring is deze druk flink afgenomen. Het is nu van belang dat bij de ontwikkeling van het voorliggende plan voldoende parkeerplaatsen voor de bestaande woningen aangelegd worden. Deels wordt daarin voorzien in langsparkeerplaatsen aan de kant van de woningen.

Deels wordt de strook met haakse parkeerplaatsen aan de overkant van de straat heringericht met haakse parkeerplaatsen en enkele bomen die zowel ten behoeve van het kantoorgebouw aan de overkant als de bestaande bewoners gebruikt kunnen worden. Bakelgeertstraat: rijwoningen Aan de Bakelgeertstraat staan korte blokken van verschillende lengte met rijwoningen in maximaal 2 bouwlagen met kap. De koppen van de rijwoningen staan naar voren versprongen om de rijen te beëindigen zoals dat bij een deel van de bestaande rijwoningen in de achterliggende woonwijk ook het geval is.

54/127

Het aantal parkeerplaatsen in de Bakelgeertstraat is zodanig dat zowel voor de nieuwe als de bestaande woningen aan de momenteel geldende parkeernorm wordt voldaan. Voor de aanwezige voorzieningen wordt in de benodigde parkeerplaatsen voorzien in de vorm van dubbelgebruik: overdag wordt 50% van de parkeerplaatsen voor de woningen niet gebruikt en deze kunnen dan door de bezoekers van de voorzieningen gebruikt worden. Aanvullend op het parkeren in de straat is in de omgeving van het appartementencomplex een parkeerkoffer tussen de nieuwe woningrijen gelegd om de grote parkeerdruk hier op te kunnen vangen. Door groenstroken in het straatprofiel op te nemen met bomen erin, krijgt de straat een veel groener beeld dan in de huidige situatie het geval is. Tussen en naast de woningrijen liggen 2 wadi’s die onder andere het hemelwater opvangen dat van hoger gelegen gebieden vanaf het station richting de Burgemeester Verkuijlstraat stroomt. Deze wadi’s moeten dat hemelwater opvangen. Met de opsplitsing van de daarvoor benodigde opvang in 2 wadi’s wordt de bebouwingswand onderbroken en het straatbeeld van de Bakelgeertstraat verder vergroend. In dit bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om af te wijken van het hierboven beschreven vastgestelde stedenbouwkundig plan.

Wanneer in de nabije toekomst de woningmarkt meer gebaat is bij extra patiowoningen dan appartementen, is er binnen dit plan de mogelijkheid om planuitwerking B te realiseren. In plaats van de 22 appartementen aan de fietsstraat, zullen er 6 extra patiowoningen en 9 extra rijwoningen worden gerealiseerd. Deze planuitwerking is weergegeven in figuur 5.2.

Figuur 5.2: planuitwerking B mogelijk via opgenomen wijzigingsbevoegdheid Verkeersherziening omliggende wegen De aansluitingen op de Burgemeester Verkuijlstraat zullen op 4 plekken worden aangepast ten behoeve van

55/127

veiligheid en doorstroming. In de beoogde situatie zal er niet langer een aansluiting zijn vanuit de Bakelgeertstraat (figuur 4.9) en de Prinses Margrietstraat (figuur 4.11). De huidige T-splitsing met de Koorstraat (figuur 4.10) zal worden omgebouwd tot een rotonde. De vierde arm van de rotonde in westelijke richting zal de nieuwe fietsstraat zijn richting de Bernhardstraat. De aansluiting vanuit de Bilderbeekstraat (figuur 4.12) op de Burgemeester Verkuijlstraat zal worden aangepast, waardoor er geen gemotoriseerd verkeer meer overheen kan. Ook de aansluiting van de Hendrikstraat (figuur 4.13) op de Bilderbeekstraat wordt voor gemotoriseerd verkeer opgeheven. Daarnaast wordt in de Bakelgeertstraat en de Irenestraat (figuur 4.14) het straatprofiel gelijktijdig aangepast. Reconstructie Burgemeester Verkuijlstraat Bij de reconstructie van de Burgemeester Verkuijlstraat krijgt de weg een nieuwe wegindeling. Aan weerszijden van de weg ligt een trottoir. Naast deze trottoirs komen vrijliggende fietspaden. De vrije ligging van de fietspaden wordt verkregen door een groene berm met laanbomen. De weg zelf blijft uit 2 rijstroken bestaan.

Naast de aanleg van de rotonde op het kruispunt met de Koorstraat en het weghalen van de aansluiting van de Bakelgeertstraat voor gemotoriseerd verkeer en fietsers wordt ook de aansluiting van de Prinses Margrietstraat op de Burgemeester Verkuijlstraat opgeheven. Voor een deel van de nieuwe wegindeling en de rotonde is grond nodig dat in eigendom is van derden. Met de sloop van de sociale huurappartementen aan de Marijkestraat in het plan Bakelgeert ontstaat de ruimte om de nieuwe rotonde op de Burgemeester Verkuijlstraat – Koorstraat een 4e poot te geven die het plangebied Bakelgeert ontsluit. Deze 4e poot wordt uitgevoerd als een fietsstraat. Knip Bilderbeekstraat In de Bilderbeekstraat wordt de straat voor gemotoriseerd verkeer onderbroken. Hierdoor neemt de intensiteit op de bestaande aansluiting met de Burgemeester Verkuijlstraat aanzienlijk af. Daarnaast wordt de aansluiting van de Hendrikstraat op de Bilderbeekstraat voor gemotoriseerd verkeer opgeheven. Uitsluitend verkeer vanuit de Begijnenstraat, maakt dan nog gebruik van de aansluiting op de Burgemeester Verkuijlstraat. Dit vergroot de algehele verkeersveiligheid. Voor wandelaars en fietsers blijft in beide straten een verbinding bestaan.

Herinrichting Irenestraat en Bakelgeertstraat Doordat het vuilwater riool vervangen wordt, wordt de straat tegelijk klimaatadaptief ingericht door de opvang van hemelwater af te koppelen, zodat het kan infiltreren in de ondergrond. Doordat deze straten toch openliggen wordt tegelijk nieuwe verharding en groenvoorziening aangebracht en wordt de parkeersituatie verbeterd, zodat parkeerproblemen in de toekomst voorkomen worden.

5.2

Functionele structuur

Levensloopbestendige woningen In het plangebied zijn levensloopbestendige woningen voorzien gericht op de doelgroep senioren. Met het oog op deze doelgroep wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de woningen, waarbij gelijkvloerse woningen met liften nodig zijn. Er wordt een mix van koop- en huurwoningen aangeboden, waarbij geen eengezinsrijtjeswoningen zijn beoogd. Fietsstraat

56/127

Met de sloop van de sociale huurappartementen aan de Marijkestraat ontstaat de ruimte om de rotonde een 4e poot te geven die het plangebied Bakelgeert ontsluit. Deze 4e poot ligt in de fietsroute van een groot aantal scholieren. Daarom wordt deze 4e poot uitgevoerd als een fietsstraat: de straat wordt op de eerste plaats ingericht voor fietsers en de auto is te gast in deze straat. De fietsstraat zal daarnaast ook de route voor de bus worden. De fietsstraat gaat door over de Bernhardstraat in zuidelijke richting, richting de scholen. In een fietsstraat passen geen haakse parkeerplaatsen. Deze zijn te onveilig omdat de fietsers onvoldoende gezien kunnen worden. Daarom worden de haakse parkeerplaatsen aan dit deel van de Bernhardstraat vervangen door langsparkeerplaatsen aan beide zijden van de straat. Hiermee gaat echter een vrij groot aantal parkeerplaatsen verloren. Deze vervangende parkeerplaatsen worden op het “pleintje” tussen de Bernhardstraat, Prinses Margrietstraat en Bilderbeekstraat gelegd. Met hagen en bomen wordt de huidige groene sfeer toch behouden. Waterberging De planlocatie is een belangrijk waterbergingslocatie. Hierdoor worden er 9 wadi's gerealiseerd die het regenwater kunnen opvangen, zowel van het plangebied zelf als water dan van buiten het plangebied naar dit plangebied stroomt.

Deze wadi's hebben tegelijkertijd het effect dat ze het straatbeeld vergroenen. Onder het achterpad van de woningen is het infiltratieriool opgenomen. Het voetpad heeft daar een tweeledige functie. Het zorgt enerzijds voor de achterontsluiting van de percelen en anderzijds versterkt het het recreatief gebruik van de verschillende wadi’s. Ook leveren de wadi’s een bijdrage aan het tegengaan van hittestress. Er is in het Bakelgeert plangebied een externe waterbergingsopgave beoogd van circa 1.100 m3. De interne waterbergingsopgave zal circa 850 m3 bedragen, waarmee het totaal uitkomt op circa 1.950 m3 waterberging. De waterberging wordt grotendeels zichtbaar gemaakt en er wordt gebruik gemaakt van een IT-riool onder de infra. Deze waterberging draagt bij aan de opgave van klimaatadaptatie van de gemeente Boxmeer. Groen Het plangebied wordt aanzienlijk groener ten opzichte van de voormalige schoolterreinen, verouderde woningen en het kantoorgebouw. De verschillende wadi’s zullen deels een aantrekkelijke diversiteit aan beplanting krijgen die de woningen een groene leefomgeving geeft. Langs de vernieuwde Burgemeester Verkuijlstraat zal een nieuwe rij bomen worden gepland en in het groene park op het Bakelgeert zullen verspreid circa 150 nieuwe bomen worden gepland.

Dit extra groen zorgt niet alleen voor een prettig woon- en leefklimaat voor de nieuwe bewoners, maar draagt ook positief bij aan het behoud van biodiversiteit. Omdat de gemeente Boxmeer in 2030 klimaatbestendig wil zijn voor wateroverlast en in 2050 voor hittestress, is klimaat label B vastgesteld. Concreet betekent dit voor groen dat er jaarlijks 290 extra bomen geplant moeten worden in de gemeente. Voor Boxmeer moeten er voor het jaar 2050, nog extra bomen geplant worden. Vanuit iedere plek in de openbare ruimte moet je binnen 300 meter op een koele plek zijn. Zie ook de raadsvergadering d.d. 2 juli 2020, agendapunt 8.g: https://boxmeer.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/19b76b53-ed07-4170-b6e7-337ee7a93c48 5.2.1 Beeldkwaliteit Het stedenbouwkundig plan zal verder architectonisch uitgewerkt worden. Deze uitwerking vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Een welstandstoetsing vindt in dat kader plaats. Vanwege de ligging van het plan Bakelgeert aan één van de hoofdverkeersroutes van de kern Boxmeer is

57/127

besloten om voor dit plan een beeldkwaliteitparagraaf op te stellen. In deze beeldkwaliteitparagraaf worden kwalitatieve eisen gesteld aan de verdere uitwerking van het plan. Het betreft eisen aan de architectonische uitwerking. Er is een gradatie aan de gedetailleerdheid van de eisen opgenomen. Voor de eerstelijnsbebouwing aan de hoofdwegen zijn de eisen strenger; deze bebouwing is door deze ligging voor een groot aantal Boxmeerbewoners en Boxmeerbezoekers zichtbaar en maakt daarmee onderdeel uit van het visitekaartje van het dorp Boxmeer. Voor het gebied achter de eerstelijnsbebouwing zijn de eisen beperkter en globaler; kwalitatief goede bebouwing, passend in de omgeving is het uitgangspunt. Doel van de beeldkwaliteitparagraaf is de beoogde sfeer te omschrijven en criteria vast te leggen voor de architectonische uitwerking en daarmee enerzijds een inspiratiebron voor architecten te zijn en anderzijds een toetsingsinstrument te bieden voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wat een objectieve beoordeling van de diverse bouwaanvragen bevordert. In zijn algemeenheid geldt dat deze paragraaf opgenomen tabellen leidend zijn in de randvoorwaarden. De ondersteunende referentiebeelden zijn bedoeld ter inspiratie. Deze sluiten niet 100% aan op de gestelde criteria.

Figuur 5.3: Uitsnede welstandskaart Boxmeer midden (Bron: Welstandsnota 2014) De beoogde beeldkwaliteit is vastgelegd in de welstandsnota. In de Welstandsnota 2014 ligt het plangebied in de zone H1 en T2. H1 is het historisch dorpsgebied, het gebied dat de oorsprong van het dorp behelst. Voor deze zone H1 is een separaat beeldkwaliteitplan opgesteld. T2 is de zone met grootschalige bebouwing en instituten in een groene omgeving die min of meer solitair binnen een stedenbouwkundige structuur is gelegen. De nieuwe woningbouwontwikkeling past niet binnen de T2-typering. Om redenen die hierna duidelijk worden gemaakt, zou W4, traditionele woonwijk de beste typering zijn. Het toetsingsniveau is 1 voor de bebouwing in H1 en 2 voor de bebouwing in W4. Eerstelijnsbebouwing: bebouwing aan de Burg. Verkuijlstraat en de fietsstraat in het stedenbouwkundig plan

58/127

De eerstelijnsbebouwing bestaat vrijwel volledig uit appartementenblokken. Het gaat om twee sociale huurappartementen van woningcorporatie Mooiland aan de Burg. Verkuijlstraat en één of twee blokken duurdere/dure koopappartementen aan de fietsstraat. Daarnaast is een kort rijtje tiny houses beoogd naast de bestaande sociale huurwoningen van woningcorporatie Mooiland.

Figuur 5.4: Eerstelijnsbebouwing aangegeven op stedenbouwkundigplan Onderlegger: Beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer Voor de appartementen aan de Burg. Verkuijlstraat is de beeldkwaliteitparagraaf een nadere uitwerking van hetgeen al in het “Beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer” in 2015 is opgenomen. De gronden aan de Burg. Verkuijlstraat waren in dit beeldkwaliteitplan al als welstandsgebied opgenomen in deelgebied E: Burgemeester Verkuijlstraat/Julie Postelsingel. Dit is de zuidelijke centrumontsluiting die de twee rotondes op de koppen van de Steenstraat met elkaar verbindt. Aan de zijde van het centrum voorzien van centrumbebouwing, aan de andere zijden voorzien van reguliere woonbebouwing. Voor dit deelgebied zijn zowel voor de centrumontsluiting zelf als voor de bebouwing aan de beide zijden randvoorwaarden opgesteld. Burg. Verkuijlstraat De opgave is om de Burg. Verkuijlstraat / Julie Postelsingel als ruimtelijke en verkeerskundige eenheid herkenbaar te maken. De middelen die hiervoor ingezet worden, liggen op het vlak van de inrichting van de openbare ruimte en beplanting. Het doel is een constant profiel over de gehele lengte van de route. In het profiel worden bomen opgenomen; hierdoor ontstaat een laankarakteristiek. Bij de voorliggende reconstructie van de Burg.

Verkuijlstraat is dit ook precies wat er gerealiseerd gaat worden, rekening houdend met inritten tot percelen, worden bomen aan weerszijden van de rijbaan in een groene berm geplaatst, beginnend bij de Rochusrotonde en doorlopend tot voorbij de huidige aansluiting van de

59/127

Bilderbeekstraat op de Burg. Verkuijlstraat.

Figuur 5.5: Doorsnede Burgemeester Verkuijlstraat Bebouwing centrumzijde Bebouwing aan de centrumzijde valt buiten het voorliggende plangebied maar is hier aangehaald vanwege het beoogde contrast tussen de beide bebouwingszijden en dus ter verduidelijking van de beeldkwaliteit van de gronden in het voorliggende plangebied. De bebouwing aan de centrumzijde dient te bestaan uit overwegend aaneengesloten bebouwing bestaande uit drie lagen met dakopbouw, waarvan de indeling vrij is. Daarnaast wordt het gebruik van baksteen voorgeschreven voor de herkenbaarheid van de singel als eenheid. Aan de singel is, in aansluiting op het Hoogkoorgebied, een eigentijdse vormgeving en materialisering mogelijk. Bebouwing zijde woonwijken Ter verduidelijking van het verschil tussen de centrumzijde en de zijde met de woonwijken wordt een contrast tussen de bebouwing aan de beide zijden voorgestaan. Aan de zijde met de woonwijken dient de bebouwing daarom een representatie van de woonsfeer te zijn die buiten deze verkeersstructuur gelegen is. De bebouwing zal daar uit twee of drie lagen met kap moeten bestaan die kleinschaliger is dan aan de centrumzijde zoals vrijstaand (geschakeld) en halfvrijstaand en incidenteel een groter blok als aaneengebouwde woningen. Op bijzondere plekken, zoals aansluitingen van andere wegen, kan daarop een variatie worden gemaakt met bijvoorbeeld een appartementenblok.

Vanwege de vierde tak van de rotonde op het kruispunt Burg. Verkuijlstraat – Koorstraat is in het plan Bakelgeert bij deze nieuwe aansluiting van wegen een variatie in de bebouwing wenselijk geacht in de vorm van twee appartementenblokken. Deze appartementenblokken bestaan uit de vervanging en aanvulling van de sociale huurappartementen van Mooiland die geamoveerd worden ten behoeve van de aanleg van deze vierde tak van de rotonde. Omdat aan de overzijde van de Burg. Verkuijlstraat het grootschalige sport- en leisurecentrum 't Hoogkoor gelegen is, is het vanuit ruimtelijk oogpunt mogelijk gebleken om deze twee appartementenblokken in vijf bouwlagen te realiseren en daarmee met twee appartementenblokken te kunnen volstaan bij het grotere aantal nieuwe sociale huurappartementen. De bij deze appartementenblokken noodzakelijke parkeerkoffers in een groene omranding èn de drie bestaande platanen zorgen voor een enigszins diffuse koppeling met de rest van het plangebied Bakelgeert. Daardoor zijn de hogere appartementenblokken ook wat meer afgescheiden van de lagere bebouwing in plan Bakelgeert die aansluit op de lagere, bestaande, om het ontwikkelingsgebied gelegen bebouwing.

60/127

Criteria De criteria die in het Beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer gesteld worden aan de bebouwing aan de zijde van de woonwijken zijn gericht op grondgebonden woningen, niet op appartementengebouwen.

Figuur 5.6: Criteria Beeldkwaliteitsplan Centrum Boxmeer

61/127

Figuur 5.7: Schets gevelopbouw woonzijde

Figuur 5.8: Schets gevelopbouw centrumzijde Daarom zijn aanvullend op het Beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer voor de twee appartementenblokken aan de Burg. Verkuijlstraat de volgende criteria opgesteld: Situering

62/127

Rooilijn

Divers maar wel de Burg. Verkuijlstraat begeleidend

Zijdelingse afstand Oriëntatie

Hoofdvorm

Gevelaanzicht

Bouwmassa Kapvorm Kaprichting Gevelopbouw Gevelgeleding Plasticiteit

Detaillering

Materiaalkeuze

Materiaalkleur

Detaillering

Halfopen: voldoende brede, groen ingerichte openingen tussen de appartementenblokken Alle appartementen in de appartementenblokken zijn met de balkons op de Burg. Verkuijlstraat of fietsstraat georiënteerd. Dat de balkons tegelijkertijd ook op het achtergelegen gebied georiënteerd zijn, is ook mogelijk. Blokvormig Vrij Niet van toepassing Vrij, maar aansluiting zoekend bij de kleinschaligheid van grondgebonden woningbouw Verticaal, het halfopen straatbeeld versterkend Groot, aansluiting zoekend bij de kleinschaligheid van grondgebonden woningbouw Gevel: baksteen Kozijnen: hout of goedgelijkend materiaal Detaillering: glas, hout, staal Refererend naar de achterliggende woonwijk: baksteen roodbruin bij voorkeur gecombineerd met een andere kleur, kozijnen (gebroken) wit Materiaaleigen of sober Refererend naar de achterliggende woonwijk: begane grond balkons afgezet met muurtjes, voordeuromlijsting

Tabel 5.9 Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan en het bepalen van het bouwvlak van de twee appartementenblokken is gebruik gemaakt van een door woningcorporatie Mooiland ontwikkelde standaardplattegrond. Met deze standaardplattegrond zijn de appartementenblokken met ten opzichte van elkaar gedraaide appartemententraveeën samengesteld waardoor de gevels van de gebouwen al zijn gefragmenteerd om zo aan te sluiten op de kleinschalige gevelbreedte van grondgebonden woningen. Deze fragmentatie zou met verschillende baksteenkleuren nog versterkt kunnen worden.

63/127

Figuur 5.10: Referentiebeelden Anderzijds, wellicht kan ook een verticale geleding in kleur de bouwmassa's kleinschaliger maken.

Figuur 5.11: Referentiebeelden Fietsstraat: koopappartementen Voor de twee koopappartementenblokken aan de fietsstraat hebben de twee appartementenblokken De Hoge Veste aan de Prinses Margrietstraat, uitkijkend over de Bilderbeekstraat - Burg. Verkuijlstraat, model gestaan. In het Bakelgeertplan zijn deze tweeling appartementenblokken één laag minder hoog geworden om beter op de

64/127

omgeving aan te kunnen sluiten. Kenmerkend zijn de verspringingen in de gevels en de opdeling in de gevel door middel van kleur. Het zijn fris witte gebouwen waarbij de toplaag een andere kleur heeft en teruggelegd is ten opzichte van de gevels eronder. Dit maakt de gebouwen visueel minder hoog.

Figuur 5.12: De Hoge Veste aan de Prinses Margrietstraat De tegenover de koopappartementen gelegen appartementen zijn de eenvoudige blokvormige bebouwing van bestaande appartementen van woningcorporatie Mooiland in twee, drie en vier bouwlagen. Ook de blok- en stripvormige bebouwing van de GGZ en met name Spring bepalen de sfeer van de straat. De Mooiland-bebouwing heeft een verticaal karakter door de grijze balkonzones tussen de bruine bakstenen hoeken. De Spring bebouwing heeft een zijgevel met een verticaal accent maar de lange éénlaagse bebouwing trekt het blok op de hoek mee in een breedterichting.

Figuur 5.13: Blokvormige bebouwing bestaande appartementen Mooiland (links) en blok- en stripvormige bebouwing GGZ en Spring (rechts) In aansluiting op deze bestaande bebouwing en met het oog op het streven naar een kleinschaliger bebouwing en aansluiting op de woonwijk achter het plangebied Bakelgeert (zie daarvoor ook de beschrijving in de subparagraaf “Gebied achter de eerstelijnsbebouwing: Bakelgeertstraat, Irenestraat en verlegde Bernhardstraat”) wordt ook voor deze bebouwing gestreefd naar een kleinschaliger uitstraling. In het stedenbouwkundig model zijn de twee appartementengebouwen wel al dicht bij elkaar gezet en zouden ze ook als één gebouw gezien kunnen worden. Toch zijn de beide blokken wel opzettelijk ook los van elkaar gehouden

65/127

om de opdeling te benadrukken. De twee gebouwen zouden derhalve vorm gegeven moeten worden als een soort tweeling. Een koppeling in glas tussen beide gebouwen lijkt daarbij wel voorstelbaar onder de voorwaarde dat er echt door de tussenruimte heen gekeken kan worden. Criteria Voor de twee koopappartementen zijn de volgende criteria opgesteld, die logischerwijs een grote overeenkomst hebben met de criteria voor de twee appartementenblokken van woningcorporatie Mooiland: Situering

Rooilijn Zijdelingse afstand

Oriëntatie

Hoofdvorm

Gevelaanzicht

Bouwmassa Kapvorm Kaprichting Gevelopbouw Gevelgeleding Plasticiteit

Detaillering

Materiaalkeuze

Materiaalkleur

Detaillering

Divers maar wel de fietsstraat begeleidend Halfopen: voldoende brede, groen ingerichte ruimte tot naastgelegen bebouwing maar een meer beperkte opening tussen beide gebouwdelen mogelijk. De open ruimte tussen beide gebouwdelen mag wel ook ruim en groen zijn. Alle appartementen in de appartementenblokken zijn met de balkons alleen op de fietsstraat georiënteerd. Een oriëntatie op de Bernhardstraat mag aanvullend, oriëntatie richting de Bakelgeertstraat dient voorkomen te worden. Blokvormig Plat Niet van toepassing Vrij, maar aansluiting zoekend bij de kleinschaligheid van grondgebonden woningbouw Verticaal, verkleining van de blokken nastrevend Groot, aansluiting zoekend bij de kleinschaligheid van grondgebonden woningbouw Gevel: overwegend baksteen Kozijnen: hout of goedgelijkend materiaal Detaillering: glas, hout, staal Refererend naar de achterliggende woonwijk: baksteen roodbruin bij voorkeur gecombineerd met een andere kleur, kozijnen (gebroken) wit Materiaaleigen of sober Refererend naar de achterliggende woonwijk: begane grond balkons afgezet met muurtjes, voordeuromlijsting

Tabel 5.14 Aanvullend op de referentiebeelden van de bebouwing aan de Burg. Verkuijlstraat gelden voor deze appartementencomplexen de onderstaande beelden.

66/127

Figuur 5.15: Referentiebeelden Fietsstraat: tiny houses Het korte rijtje tiny houses aan de fietsstraat staat aan de zijde van de bestaande Mooilandappartementen. Het betreft hier een resthoekje in het stedenbouwkundig plan dat juist voldoende ruimte kan bieden aan tiny houses, die de gemeente als nieuwe woonvorm een plek wil geven in de kern Boxmeer. In de ontwikkeling van het stedenbouwkundig plan hebben deze tiny houses meerdere locaties gehad aan de Bakelgeertstraat. In aansluiting op die omgeving zijn deze tiny houses met een kap vormgegeven. Op de uiteindelijk gekozen locatie naast de bestaande Mooilandappartementen en tegenover de koopappartementen en de bestaande kantoorgebouwen van GGZ en Spring is een bouwvorm met een kap niet meer goed passend omdat al deze bebouwing een plat dak heeft. In het stedenbouwkundig plan is deze aanpassing in het model niet meer gedaan. In deze beeldkwaliteitparagraaf is daarom wel een plat dak als eis voor deze tiny houses opgenomen en zijn de volgende referentiebeelden geselecteerd.

67/127

Figuur 5.16: Referentiebeelden Criteria tiny houses Situering Rooilijn Zijdelingse afstand Oriëntatie Hoofdvorm Bouwmassa

Gevelaanzicht

Detaillering

Kapvorm Kaprichting Gevelopbouw Gevelgeleding Plasticiteit Materiaalkeuze

Materiaalkleur

68/127

De fietsstraat begeleidend Niet van toepassing Alle woningen zijn op de fietsstraat georiënteerd. Staafvormig haaks op de weg; aanzicht vanaf de weg zal ook blokvormig kunnen zijn Plat Niet van toepassing Vrij Vrij Vrij Gevel: baksteen, eventueel, een combinatie met een beplatingsmateriaal Kozijnen: hout of goedgelijkend materiaal Detaillering: glas, hout, staal Refererend naar de achterliggende appartementenblokken: baksteen roodbruin, kozijnen gebroken wit

Detaillering

Materiaaleigen of sober Refererend naar de tegenoverliggende nieuwe en bestaande woonwijk: indien de begane grond buitenruimte aan de voorzijde heeft, wordt deze afgezet met muurtjes

Tabel 5.17 Gebied achter de eerstelijnsbebouwing: Bakelgeertstraat, Irenestraat en verlegde Bernhardstraat De bebouwing aan de Burgemeester Verkuijlstraat dient conform het beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer een representant te zijn van de wijk die erachter ligt. In deze beeldkwaliteitparagraaf zijn de eisen voor deze bebouwing onder de eerstelijnsbebouwing beschreven. Het nu voorliggende deel van de ontwikkeling ligt tussen de eerstelijnsbebouwing en de bestaande woonwijk. Ook dit deel van de ontwikkeling dient logischerwijs een verwantschap te hebben met de bestaande bebouwing van deze wijk. Het gebied achter de eerstelijnsbebouwing sluit aan op de bebouwing aan de Nassaustraat, Oranjestraat, Beatrixstraat, Irenestraat, Bilderbeekstraat en Bakelgeertstraat. Deze straten vormen een typische traditionele woonwijk. De woonwijk is eind jaren 40 en eind jaren 50 – begin jaren 60 gebouwd. Op een paar uitzonderingen na zijn de woningen seriematig gebouwd in lange rijen en als twee-onder-één-kap woningen. Het stratenpatroon is eenvoudig en overwegend recht. De woningen hebben een kleinschalige uitstraling.

Deels doordat de woningen kleinschalig in één bouwlaag met kap zijn gebouwd, deels doordat de woningen een kleinschalig ingedeelde gevel hebben: er zitten drie of vier ramen in de bovenverdieping en een deel van de woningen heeft op de begane grond naast de voordeur ook twee ramen in plaats van één groot raam. De woningen hebben een langskap en bij een aantal rijen hebben de eindwoningen een haakse kap.

69/127

Figuur 5.18: Typische traditionele woonwijk Op een groot deel van de nu te bebouwen locatie stond een basisschool in twee bouwlagen met plat dak, gebouwd in de begin jaren 60.

Figuur 5.19: Voormalige basisschool Kenmerkende elementen in deze woonwijk zijn de tuinmuurtjes in de voortuinzone van de woningen en van de basisschool. De tuinmuurtjes staan als afscheiding op de voorste perceelsgrens en bij de ondiepe voortuinen haaks op de voorgevel en op de zijdelingse perceelsgrens.

70/127

Figuur 5.20: Tuinmuurtjes in voortuinzone Criteria rijenwoningen Ten aanzien van de criteria wordt een onderscheid gemaakt tussen de rijenwoningen en de patiowoningen. Om de nieuwe rijenwoningen met de huidige maatvoering op de kleinschalige bestaande woonwijk te laten aansluiten zijn in het stedenbouwkundig plan korte rijen gemaakt. De verdere uitwerking van de woningen dient deze kleinschaligheid te versterken. De criteria zijn daarop gericht.

Situering

Hoofdvorm

Gevelaanzicht

71/127

Rooilijn Aansluiten bij de toegepaste rooilijn in het gebied Zijdelingse afstand Aaneengesloten woningbouw met groene onderbrekingen tussen de korte rijen Oriëntatie Oriëntatie op de straat en groene openbare ruimte aan de zijkant/tweede voorgevel Bouwmassa Aansluiten bij bouwmassa cluster seriematige aaneengesloten gebouwen Staafvormig, blokvormig of afgeleide bouwvorm Kapvorm Aansluiten bij kapvorm cluster seriematige aaneengesloten gebouwen en omgeving: zadeldaken Dakopbouw en dakkapellen toegestaan mits aansluitend bij de architectuur van de hoofdbouwvorm Dakkapel in de vorm van een Vlaamse gevel: geval van de dakkapel ligt in hetzelfde vlak als de voorgevel van het hoofdgebouw Kaprichting Evenwijdig aan de straat, bij beide eindwoningen van rijen staat de kap haaks op de straat Gevelopbouw Twee lagen met kap dan wel één laag met kap Eén vlak, geen verticale opdeling Verspringing in de voorgevel bij de beide kopwoningen Gevelgeleding Verticale ramen, verdieping heeft 3 of meer ramen per woning, Vlaamse gevel als een verbijzondering in de rij Plasticiteit Geen tot weinig

Detaillering

Materiaalkeuze

Materiaalkleur Detaillering

Gevel: baksteen Kozijnen: hout of goedgelijkend materiaal Dakpannen: oranjerood Detaillering: glas, hout, staal Baksteen roodbruin, kozijnen gebroken wit Materiaaleigen of sober maar wel denken aan rollagen, hanenkammen, getoogde strekken Bij diepere voortuinen begrenzen tuinmuurtjes de voorste perceelsgrens, bij ondiepe voortuinen kunnen haakse tuinmuurtjes worden toegepast.

Tabel 5.21 Criteria patiowoningen De patiowoningen worden zowel als volledig éénlaagse bebouwing als als éénlaagse bebouwing met een gedeeltelijke opbouw in de optiesfeer gedacht. In het stedenbouwkundig plan zijn deze woningen opgenomen om meer variatie in de woonwijk te krijgen en te kunnen voldoen aan de vraag naar dergelijke woningen. Omdat dit type woning vaak als éénlaagse bebouwing wordt gewenst, gaat deze beeldkwaliteitparagraaf voor deze woningen uit van platte daken. Ook wanneer er gekozen zou worden voor een opbouw dient deze plat afgedekt te zijn om te voorkomen dat er een te grote diversiteit binnen een klein stukje straat ontstaat. Dat sluit namelijk niet aan op de seriematige bouw in deze woonwijk. Daarbij sluiten de plat afgedekte woningen uitstekend aan op de vier plat afgedekte appartementenblokken ten oosten en kantoorgebouwen ten zuiden van deze woningen. Situering

Rooilijn Zijdelingse afstand Oriëntatie

Hoofdvorm

Gevelaanzicht

Detaillering

Bouwmassa

Kapvorm Kaprichting Gevelopbouw Gevelgeleding Plasticiteit Materiaalkeuze

Materiaalkleur

72/127

Aansluiten bij de toegepaste rooilijn in het gebied Aaneengesloten woningbouw met groene onderbrekingen tussen de korte rijen Oriëntatie op de straat en groene openbare ruimte aan de zijkant/tweede voorgevel Aansluiten bij bouwmassa cluster seriematige aaneengesloten gebouwen: blokvormig Eén bouwlaag eventueel met gedeeltelijke opbouw bestaande uit één bouwlaag Platte daken Niet van toepassing Eén vlak, geen verticale opdeling Verticale ramen, geen aaneengesloten brede ramen Geen tot weinig Gevel: baksteen Kozijnen: hout of goedgelijkend materiaal Detaillering: glas, hout, staal Baksteen roodbruin, kozijnen gebroken wit

Detaillering

Tabel 5.22

73/127

Materiaaleigen of sober maar wel denken aan rollagen, hanenkammen, getoogde strekken Bij diepere voortuinen begrenzen tuinmuurtjes de voorste perceelsgrens, bij ondiepe voortuinen kunnen haakse tuinmuurtjes worden toegepast.

Hoofdstuk 6 6.1

Fysieke omgevingswaarden en omgevingsaspecten

Historische kwaliteit

6.1.1 Archeologie Regelgeving Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) is geïmplementeerd in de Monumentenwet. De wet op de archeologische monumentenzorg is in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd. Op 1 september 2007 is de wet als onderdeel van de monumentenwet in werking getreden. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode al een gebruikelijke praktijk. Onderzoek Plangebied 1: Bakelgeert Al in mei 2003 was er een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, bijgevoegd in Bijlage 2. Uit het historisch onderzoek blijkt dat uit de historische bronnen en kaarten geen aanwijzingen zijn gevonden voor vroegere bebouwing in het plangebied. Uit de omgeving zijn vondsten bekend uit de Bronstijd. Uit het veldonderzoek, boorpunten zijn weergegeven in figuur 6.1, blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied verstoord is.

Vermoedelijk is bij de aanleg van het schoolgebouw het oorspronkelijke bodemprofiel vernietigd. Er zijn geen eenduidige archeologische indicatoren aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachting voor het plangebied laag is. Gezien de verstoorde bodemopbouw en het ontbreken van eenduidige archeologische indicatoren wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.

74/127

Figuur 6.1: boorpuntenkaart (Bron: BAAC) Uit het bureauonderzoek van 25 november 2019, bijgevoegd in Bijlage 3, blijkt dat er in het gebied mogelijk sprake is van hoge zwarte enkeerdgronden. Omdat in deze gronden archeologische resten worden beschermd door een dikke plaggenbodem, kan een hoge archeologische verwachting worden verondersteld voor periodes tot aan de (vroege) Middeleeuwen. Het gebied ligt aan/op de rand van een helling die de overgang vormt van

75/127

het overstromingsbekken van de Maas en de hogere broeklanden ten Westen ervan. Deze ligging, op een overgang van nat naar droog, kan het gebied in het verleden aantrekkelijk hebben gemaakt voor bewoning. Om die reden geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-Paleolithicum t/m Mesolithicum. De resten worden in de bovengrond van de podzolbodem verwacht, vermoedelijk afgedekt door een plaggendek. Aardewerk, maar ook grondsporen zoals paalgaten en afvalkuilen kunnen worden aangetroffen onder het eventuele plaggendek in de B-horizont van de podzolbodem. In latere periodes lijkt het gebied vooral in gebruik te zijn geweest als landbouwgrond en geldt een lagere verwachting voor het aantreffen van archeologische resten in context. Ter plaatse van de verstoringen veroorzaakt door de bestaande bebouwing, wegen en riolering is de kans op het treffen van een intact bodemprofiel en archeologische resten in context klein. Buiten deze gebieden is er nog kans op het aantreffen van een intact bodemprofiel. Zijn bodemingrepen hier onvermijdelijk, dan worden mogelijk aanwezige archeologische resten bedreigd. Gezien het bovenstaande wordt in het rapport geadviseerd om in het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).

Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Op deze manier kan de in dit bureauonderzoek gespecificeerde verwachting worden getoetst om te bepalen of er in het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. In juni 2021 is het veldonderzoek in de Bakelgeertstraat uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in Bijlage 4. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 24 verkennende gutsboringen gezet, zie figuur 6.2, in een zo gelijkmatig mogelijk boornetwerk en zijn vervolgens nog elf karterende boringen gezet. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem met name binnen het noordelijke-, westelijke- en het centrale deel van het plangebied tot grote diepte is verstoord. Van de oorspronkelijke, door verbruining gekenmerkte bodemopbouw is hier op nog slecht drie van de zeventien boorpunten, een restant aangetroffen. Op het zuidoostelijke deel van het plangebied is tijdens het verkennend booronderzoek op drie boorpunten de onderkant van een akkerdek aangetroffen. Om deze reden zijn op en rond deze boorpunten, karterende boringen gezet. Hierbij is op nog slechts één van de extra gezette karterende boringen, de onderkant van een akkerdek aangetroffen.

Ondanks het op de karterende boorpunten naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, zijn in geen van deze boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien de nog slechts zeer fragmentarisch bewaarde bodem en het ontbreken van archeologische indicatoren op deze locaties, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. Wel blijft in alle gevallen van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

76/127

Figuur 6.2: boorpunten met verstoringsdiepten (Bron: ArcheoPro) Plangebied 2: Burgemeester Verkuijlstraat De beoogde ontwikkeling vindt zowel plaats in een gebied dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan 'Boxmeer Zuidwest', als het bestemmingsplan 'Boxmeer-centrum', gelegen in een zone met 'Waarde Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. In gronden met 'Waarde - Archeologie 2' zijn bodemingrepen zonder omgevingsvergunning verboden indien het oppervlak 100 m2 of meer bedraagt. Het verstoren van de bodem is niet dieper dan 30 cm –Mv toegestaan. Bij 'Waarde - Archeologie 3' bedraagt die oppervlakte 2.500 m2 of meer en is het verstoren van de bodem niet dieper dan 50 cm –Mv toegestaan.

77/127

In het bureau onderzoeksrapport van 1 april 2021, bijgevoegd in Bijlage 5, wordt aangegeven dat een hoge archeologische verwachting geldt voor archeologische resten t/m de Middeleeuwen. Met name rondom de aan te leggen rotonde en waterbergingen is een intact bodemprofiel nog mogelijk. Ter plaatse van bestaande wegen/riolering en te sloten of reeds gesloopte bebouwing is de kans daarop echter klein. In dit bureau onderzoeksrapport wordt geadviseerd een veldonderzoek uit te voeren. Dit veldonderzoek is in juni 2021 uitgevoerd, bijgevoegd in Bijlage 6. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 19 verkennende gutsboringen gezet in een zo gelijkmatig mogelijk boornetwerk, weergegeven in figuur 6.3. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem nagenoeg overal binnen het plangebied tot grote diepte is verstoord. Dit is waarschijnlijk het gevolg van negentiende- en twintigste eeuwse inrichtingswerkzaamheden en van de aanleg van kabels en leidingen. De oorspronkelijke, door een akkerdek, podzolvorming en verbruining gekenmerkte bodemopbouw zoals deze bij eerder onderzoek ten westen van het plangebied is aangetroffen, is overal binnen het plangebied verloren gegaan. Gezien de vrijwel volledig verstoorde bodem, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek.

78/127

Figuur 6.3: boorpunten met verstoringsdiepten (Bron: ArcheoPro) Conclusie Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer op z'n plaats worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek geheel bijgesteld naar laag voor alle perioden.

79/127

6.1.2 Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn langs de Spoorstraat en Steenstraat verschillende bouwkunsten en Rijksmonumenten te vinden. De Steenstraat is aangemerkt als historische geografie met zeer hoge waarde en het centrum bevat historische stedenbouw. Het plangebied aan de Bakelgeertstraat bevat geen van deze cultuurhistorische elementen, zoals te zien is in figuur 6.4.

Figuur 6.4: uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met plangebied blauw omcirkeld Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt géén belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

6.2

Water

Waterbeheer en watertoets Onderdeel van het rijksbeleid is de invoering van de watertoets. De watertoets dient te worden toegepast op nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en buitentoepassingsverklaringen. Als een gemeente een ruimtelijk plan wil opstellen, stelt zij de waterbeheerder vroegtijdig op de hoogte van dit voornemen. De waterbeheerders stellen dan een zogenaamd wateradvies op. Het ruimtelijk plan geeft in de waterparagraaf aan hoe is omgegaan met dit wateradvies. De initiatiefnemer van een planontwikkeling dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het

80/127

waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Interim omgevingsverordening Beleid provincie Noord-Brabant Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021. Het plan staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het document vormt de strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Brabant. Beleid waterschap Aa en Maas Het waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeleid in en om onderhavig plangebied.

Het waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water is en dat dit water een goede kwaliteit heeft. Om deze taak goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels staan in de Keur van het waterschap en gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Aa en Maas. Het waterschap stelt ter concretisering van het waterhuishoudkundig beleid kaartmateriaal vast. Voor wat betreft de aanwijzing van de gebieden waarvoor een vergunning voor het lozen in en afvoeren naar oppervlaktewateren vereist is, is dit ook een taak van het waterschap. In het Waterbeheerplan 2016-2021 staan de doelen die het waterschap wil bereiken, hoe ze dat willen doen en met welke partners. Dit zijn gemeenten, industriële en agrarische ondernemers, natuurverenigingen, de provincie en het Rijk. De hoogste prioriteit van het waterschap is om vanuit hun verantwoordelijkheid bij te dragen aan de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de inwoners in de regio. Daarnaast staan zij voor innovatief en duurzaam waterbeheer. Bij dit waterbeheer laat het waterschap zich continu leiden door zijn missie: "Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is

81/127

gewaarborgd en met oog voor economische aspecten". Naast de bijdrage aan een duurzame leefomgeving met de aanwezigheid van een goed functionerend watersysteem, draagt het waterschap ook bij aan bredere maatschappelijke thema's: water in bebouwd gebied; kennisontwikkeling en innovatie; energiegebruik en grondstofvoorziening; internationale samenwerking; water en ruimte. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's c.q. speerpunten uit het waterbeheerplan en heeft het waterschap een verordening; de Keur en de Legger. De Brabantse waterschappen hebben een gezamenlijke Keur opgesteld, genaamd de Brabantkeur. Deze bevat zoals al vermeld gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

In de Brabantkeur staat weergegeven dat het verboden is om zonder vergunning van het waterschap hemelwater, afkomstig van verhard oppervlak met een totale oppervlakte van 500 m² of meer, op het oppervlaktewater te lozen. Het waterschap toetst een waterparagraaf op onder andere op onderstaande punten: 1. voorkomen van vervuiling; 2. wateroverlastvrij bestemmen; 3. hydrologisch neutraal Ontwikkelen (HNO); 4. vuil water en hemelwater scheiden; 5. afvoer schoon hemelwater volgens de stappen: hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer. Keur De 'Keur Waterschap Aa en Maas 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater, die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Aa en Maas. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=2a85f5ac-d89d-43cd-b89b-2a39876ee4c4