CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-550a Toelichting ontwerpbestemmingsplan Burg. Verkuijlstraat-Bakelgeert e.o.

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Burgemeester Verkuijlstraat/Bakelgeert e.o. Boxmeer24.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Plankarakter

11

1.3

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2

Plangebied

13

2.1

Situering

13

2.2

Bestaande juridische regeling

14

Planologisch kader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

26

3.3

Regionaal beleid

32

3.4

Gemeentelijk beleid

33

Hoofdstuk 4

Bestaande situatie

39

4.1

Bestaande ruimtelijke kwaliteit

39

4.2

Bestaande functionele kwaliteit

47

4.3

Historische kwaliteit

48

Hoofdstuk 5

Planbeschrijving

53

5.1

Ruimtelijke structuur

53

5.2

Functionele structuur

56

Fysieke omgevingswaarden en omgevingsaspecten

74

6.1

Historische kwaliteit

74

6.2

Water

80

6.3

Bodem

87

6.4

Natuur en ecologie (flora en fauna)

93

6.5

Verkeer en parkeren

100

6.6

Geluid

105

6.7

Luchtkwaliteit

106

6.8

Milieuhygiënische aspecten bedrijven

109

6.9

Externe veiligheid

112

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 6

3/127

6.10

Kabels en leidingen

115

6.11

M.e.r.-beoordeling

115

Hoofdstuk 7

Juridische regeling

117

7.1

Algemeen

117

7.2

Artikelsgewijze toelichting regels

119

Uitvoeringsaspecten

124

8.1

Handhaving

124

8.2

Economische uitvoerbaarheid

125

Hoofdstuk 9

Burgerparticipatie en overleg

126

9.1

Burgerparticipatie

126

9.2

Wettelijk vooroverleg

127

9.3

Procedure

127

Hoofdstuk 8

4/127

Toelichting

5/127

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente herziet het bestemmingsplan op de locatie van de voormalige Bakelgeertschool en bijbehorende gymzaal, de voormalige percelen van de PRO-school en het Spring hoofdkantoor, een deel van de appartementencomplexen van woningcorporatie Mooiland en de daarbij gelegen straten. Daarnaast wordt de bestemming herzien van de benodigde gronden ten behoeve van de reconstructie met herprofilering van het grootste deel van de Burgemeester Verkuijlstraat. In figuur 1.1 zijn alle opgaven in dit plangebied weergegeven die in voorliggend bestemmingsplan worden geregeld.

Figuur 1.1: alle opgaven rondom Burgemeester Verkuijlstraat die in voorliggend bestemmingsplan worden geregeld Op de locatie van de Bakelgeertschool en in de directe omgeving daarvan zijn diverse zaken aan de orde of recent aan de orde geweest. Dit betreft onder andere de reconstructie van de Burgemeester Verkuijlstraat, de verhuizing van Spring, een onderzoek van woningcorporatie Mooiland naar de kwaliteit van de naastgelegen

6/127

appartementen en diverse rioolvervangingswerkzaamheden gekoppeld aan de herinrichting van de bovenliggende straten. Met de vaststelling van het gemeentelijke Masterplan Water is deze locatie bovendien een belangrijke waterbergingslocatie geworden. Een en ander maakt dat in de uitwerking een ruimer gebied is beschouwd dan alleen het voormalig schoolterrein. Dit voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkelingen: gebiedsontwikkeling van de locatie Bakelgeert (nr. 4); verkeersherziening: Reconstructie Burgemeester Verkuijlstraat (nr. 3), Aanleg fietsstraat Bernhardstraat en Bilderbeekstraat (nr. 5 en 6), Herinrichting Irenestraat en Bakelgeertstraat (nr. 7 en 9). Gebiedsontwikkeling van de locatie Bakelgeert (voormalige school) [Nr.4] Tot enige jaren geleden was het gebied grotendeels bebouwd met een basisschool en een gymzaal en lagen er grote verharde speelterreinen bij. Het schoolgebouw heeft een tijdelijke functie gehad als gemeentehuis en daarbij is toen een gedeelte van het terrein als tijdelijke parkeerplaats ingericht. De locatie van de voormalige Bakelgeertschool is al jaren in beeld voor herontwikkeling. In het verleden zijn meerdere woningbouwplannen voor deze locatie uitgewerkt, maar die zijn niet tot uitvoering gebracht.

Figuur 1.2: plangebied Gebiedsontwikkeling Bakelgeert [Nr. 4] omlijnd (Bron: Google Maps) Nu wordt ingezet op de realisatie van een duurzame levensloopbestendige woonwijk met bergingsvoorzieningen voor de opvang van regenwater met het accent op de doelgroep senioren. Hiervoor zijn in eerste instantie twee concept planuitwerkingen gemaakt.

7/127

In concept planuitwerking A zijn beoogd: 36 sociale huurwoningen (5 bouwlagen); 22 appartementen voor de vrije sector; 4 tiny houses; 6 levensloopbestendige patiowoningen; 17 levensloopbestendige woningen met tuin; afgewisseld met meerdere wadi's. In concept planuitwerking B zijn beoogd: 36 sociale huurwoningen (5 bouwlagen); 12 levensloopbestendige patiowoningen; 4 tiny houses; 26 levensloopbestendige woningen met tuin, ook afgewisseld met meerdere wadi's. Planuitwerking A is vastgesteld door de college van B&W. Voorliggend bestemmingsplan is dan ook een directe juridische vertaling van planuitwerking A. Planuitwerking B wordt via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. De reeds aanwezige sociale huurappartementen van de woningcorporatie Mooiland worden gesloopt, waardoor er ruimte komt voor nieuwe duurzame huurappartementen. Na overleg hebben de huidige bewoners 100% ingestemd met het sociaal plan van Mooiland. Verkeersherziening omliggende wegen Nr. 3 Reconstructie Burgemeester Verkuijlstraat, incl. aanleg rotonde Koorstraat en afsluiting Bakelgeertstraat en Prinses Margrietstraat De aansluiting Koorstraat/Burgemeester Verkuijlstraat is al jaren een knelpunt. Meermaals zijn hier ongevallen gebeurd en de doorstroming is verre van ideaal.

Ook uit de vorig jaar gehouden verkeersveiligheid enquête is de Burgemeester Verkuijlstraat vanaf de Rochusrotonde tot aan de Koorstraat als één van de meest onveilige locaties in de gemeente Boxmeer naar voren gekomen. In 2014 is al een voorontwerp voor de reconstructie van de weg uitgewerkt. Echter in 2015 is de planontwikkeling stopgezet vanwege hoge investeringskosten. Nu is het de ambitie van de gemeente om daadwerkelijk tot een reconstructie over te gaan. In 2018 heeft de gemeente daarvoor het perceel Burgemeester Verkuijlstraat 60 verworven. De voorheen aanwezige bebouwing is al gesloopt.

8/127

Figuur 1.3: plangebied Reconstructie Burgemeester Verkuijlstraat [Nr. 3] omlijnd (Bron: Google Maps) Nr. 5 & 6 Knip Bilderbeekstraat, knip Hendrikstraat en realisatie waterberging Het kruispunt Burgemeester Verkuijlstraat - Bilderbeekstraat kent een hoge verkeersbelasting. In de verkeersveiligheid enquête is dit punt als knelpunt benoemd. Daarnaast heeft de Bilderbeekstraat veel last van sluipverkeer dat deze straat kiest als verbinding tussen de Spoorstraat – Stationsweg en de Julie Postelsingel. Op het kruispunt Bernhardstraat – Dr. Peelenstraat – Bilderbeekstraat steken veel fietsers over. Dit kruispunt heeft een groen middeneiland.

9/127

Figuur 1.4: plangebied knip Bilderbeekstraat en Hendrikstraat en waterberging [Nr. 5 en 6] omlijnd (Bron: Google Maps) Nr. 7 en 9 Herinrichting Irenestraat en Bakelgeertstraat De Irenestraat en Bakelgeertstraat ligt een verouderd vuilwater riool. Daarnaast hebben deze straten last van een te grote parkeerdruk waar deze straten niet op ingericht zijn.

10/127

Figuur 1.5: plangebied herinrichting Irenestraat en Bakelgeertstraat [Nr 7 en 9] omlijnd (Bron: Google Maps) Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan deze opgaven. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkelingen passen in het gebied. Er zal nader ingegaan worden op de wijze waarop de opgaven aansluiten op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) elementen welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2

Plankarakter

Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan. De bestaande juridisch-planologische rechten komen daarmee te vervallen. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels. De regels en verbeelding vormen samen het nieuwe juridisch-planologische kader. Het bestemmingsplan sluit qua systematiek zoveel mogelijk aan bij de standaard voor bestemmingsplannen in de gemeente Boxmeer.

11/127

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de situering van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in het relevante beleidskader voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven en in hoofdstuk 5 de beoogde planontwikkeling. Hierbij gaat het zowel om de ruimtelijke structuur als de aanwezige functies. In hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in de fysieke omgevingswaarden met onder meer de milieutechnische randvoorwaarden en de historische kwaliteiten. Hoofdstuk 7 bevat de juridische planopzet en daarbij behorende planregeling. De uitvoeringsaspecten handhaving en de economische uitvoerbaarheid worden besproken in hoofdstuk 8. Als laatste komt in hoofdstuk 9 de burgerparticipatie en het plaatsgevonden (voor)overleg aan bod alsmede de procedure tot totstandkoming van het bestemmingsplan.

12/127

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied

Situering

Het plangebied rondom de Burgemeester Verkuijlstraat ligt ten westen van de centrum bebouwing aan de Steenstraat en ten zuiden van de grote ontsluitingsweg de Spoorstraat, centraal gelegen in Boxmeer. De planlocatie wordt als volgt begrensd: aan de noordzijde door de Bakelgeertstraat waar (half)vrijstaande woningen, appartementen en enkele voorzieningen zijn gesitueerd; aan de oostzijde door de Burgemeester Verkuijlstraat; aan de zuidzijde door de Bilderbeekstraat; aan de westzijde door de Irenestraat. Op onderstaande figuur 2.1 zijn de begrenzingen van de planlocatie weergegeven.

13/127

Figuur 2.1: totale plangebied omlijnd (Bron: Basiskaart) Het plangebied betreft een groot deel eigendom van de gemeente Boxmeer, kadastraal bekend als perceel BMR00 - L - 3534, de ruimte van de voormalige school en de Bernhardstraat, en perceel BMR00 - D - 7448, waar de Burgemeester Verkuijlstraat in ligt. In het midden ligt het perceel BMR00 - L - 1850 aan de Bernhardstraat en de Marijkestraat.

Figuur 2.2: totale plangebied met kadastrale omlijningen (Bron: Digitale Kadastrale Kaart)

2.2

Bestaande juridische regeling

Dit bestemmingsplan vervangt op de planlocatie het bestemmingsplan 'Boxmeer Zuidwest' onherroepelijk vastgesteld op 30 oktober 2014 én het bestemmingsplan 'Boxmeer-centrum' onherroepelijk vastgesteld op 4 maart 2013. Op het plangebied is zowel de bestemming 'Wonen' (geel) als de bestemming 'Maatschappelijk' (beige) van toepassing, dit is weergegeven in figuur 2.3 en 2.4.

14/127

Figuur 2.3: uitsnede van vigerende bestemmingsplan 'Boxmeer-centrum' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 2.4: uitsnede van vigerende bestemmingsplan 'Boxmeer Zuidwest' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

15/127

De beoogde ontwikkeling van een duurzame levensloopbestendige woonwijk en de herstructurering van de omliggende wegen met bergingsvoorzieningen voor de opvang van regenwater kan niet ten volle gerealiseerd worden op basis van de planregels van de vigerende bestemmingsplannen. Er dient daardoor ter plaatse van het plangebied een planherziening doorgevoerd te worden om de beoogde planontwikkelingen zowel wat betreft het functioneel gebruik als wat betreft bebouwing mogelijk te maken.

16/127

Hoofdstuk 3

Planologisch kader

Het beleid van de gemeente Boxmeer vormt het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkelingen van de kom van Boxmeer worden vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor dit bestemmingsplan worden in de volgende paragrafen het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid toegelicht.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijk- heid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

17/127

Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Nationale keuzes De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om deze prioriteiten na te leven zijn beleidskeuzes gemaakt. Voor dit project relevante beleidskeuzes zijn: Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. We behouden en reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen.

Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat; Steden ontwikkelen zich duurzaam door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Het Rijk hanteert daartoe een integrale verstedelijkingsstrategie en is actief partij bij het formuleren van een regionale verstedelijkingsstrategie; Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio's sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse; Steden en regio’s worden klimaatbestendig ingericht; We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad in een samenhangende aanpak van de stedelijke groenstructuur. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. De opgave is om ontwikkeling samen te laten gaan met versterking van te beschermen waarden als cultuur, landschap, gezondheid of milieukwaliteit: ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving zijn twee kanten van dezelfde medaille. Beoordeling

18/127

De opgaven rondom de Burgemeester Verkuijlstraat passen qua woningopgave, verkeersveiligheid en klimaatadaptatie bij de nationale belangen en beleidskeuzes. Er zal zorg worden gedragen voor een zorgvuldige afweging en een transparante besluitvorming. Het beleid van het Rijk wordt geëffectueerd door het Barro en het Rarro. 3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vloeit voort uit de NOVI. Om de nationale belangen uit de NOVI door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de NOVI het Barro in werking getreden. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken van provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Deze algemene regels, vastgelegd in het Barro, werken zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Als directe doorwerking niet mogelijk is, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5.

Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Defensie - radarverstoringsgebied Verspreid over Nederland staat een aantal militaire- en burgerradarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Objecten hoger dan 65 meter boven NAP binnen 15 nautische mijl (= 27,8 kilometer) van dit radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is. Hiervoor dient door TNO een radarhinderonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek beoordeelt Defensie de aanvaardbaarheid van de verstoring.

19/127

Figuur 3.1: radarverstoringsgebied Volkel Beoordeling Het projectvoornemen is niet gesitueerd in het beperkingengebied behorende bij het radarstation Volkel. Bovendien heeft het projectvoornemen géén betrekking op het oprichten van een windturbine. Op de projectlocatie levert het nationale belang defensie zoals bedoeld in het Barro géén belemmering op voor de planontwikkeling. Verder zijn er géén regels uit het Barro van toepassing op de planontwikkeling. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening een 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Tot 1 juli 2017 kende de in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegde ladder drie treden, waarmee achtereenvolgens werd beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorzag in een actuele regionale behoefte, in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kon worden voorzien door

20/127

benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, dan wel indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kon plaatsvinden, in hoeverre werd voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt : “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat alleen bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is. De verwachting is dat de Ladder daarmee beter hanteerbaar zal zijn en tot minder onderzoekslasten zal leiden.

De eerste vraag die -ook onder de werking van de nieuwe ladder- aan de orde is, is -op basis van planvergelijking- of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan reeds aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Als een bestemmingsplan voorziet in functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een “stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de plantoelichting een verantwoording aan de Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen “sec” die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeert men niet als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de Ladder niet te worden toegepast.

Het voorafgaande betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing. Voorliggend bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve aan de orde. Beoordeling De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving c.q. of sprake is van een

21/127

nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Het bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van voormalige schoolterreinen, verouderde bebouwing, een verplaatst kantoor en herprofilering van een bestaande straat tot een fietsstraat. Ter plaatse van de voormalige Bakelgeertschool geldt al de bestemming 'Wonen'. Daarnaast wordt voorzien in hemelwaterbergingsvoorzieningen in de vorm van wadi's, ook voor de opvang van hemelwater van buiten het plangebied. Rondom dit plangebied zal op diverse punten de verkeerssituatie worden aangepast, hierdoor zal de bestemming 'Verkeer' op bepaalde punten in de breedte uitwijken van de huidige begrenzing. Het plan is gelegen in een binnenstedelijke locatie (bestaand stedelijk gebied). Gezien de hoeveelheid van 85 woningen is er sprake van een ontwikkeling die de grens van een kleinschalige ontwikkeling overstijgt.

In het rapport 'Marktscan in- en uitbreidingslocaties Gemeente Boxmeer, 6 mei 2021' is de woningbehoefte voor de gemeente zowel kwantitatief als kwalitatief beschreven. Dit rapport is toegevoegd in Bijlage 1 woningbehoefte. Kwantitatieve woningbehoefte De druk op de woningmarkt is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit is terug te zien in de sterke stijging van de prijzen op de koopmarkt en de toegenomen druk op de sociale huurmarkt. In de komende jaren ligt er dan ook een grote opgave om woningen toe te voegen en waar mogelijk zelfs te versnellen. Eind 2020 zijn de nieuwe bevolkings- en woningbehoefteprognoses van de provincie Noord-Brabant beschikbaar gekomen. Hieruit blijkt dat de verwachte groei van de bevolking en het aantal huishoudens (en daarmee samenhangende woningbehoefte) beduidend hoger ligt dan eerder geraamd. In de periode tot 2035 is deze voor de gemeente Boxmeer geraamd op een gewenste toevoeging van circa 1.405 woningen. De huidige plancapaciteit bestaat uit 1.787 woningen, waarvan 436 woningen aan harde plannen en 1.351 woningen aan zachte plannen, weergegeven in tabel 3.1.2. In de basis lijkt de gemeente hiermee voldoende plannen te hebben om in te kunnen spelen op de woningbehoefte van 1.115 woningen in de periode 2021-2031. De opgave ligt wel in het (versneld) omzetten van zachte plancapaciteit naar harde plancapaciteit.

Daar wordt momenteel actie op ondernomen door het aanwijzen van 24 prioritaire projecten, waaronder het voorliggende plan Bakelgeert.

22/127

Tabel 3.1: Status en ligging plancapaciteit totaal (Bron: Marktscan in- en uitbreidingslocaties Gemeente Boxmeer) De huidige plancapaciteit (hard en zacht) bestaat voor circa 17% uit huurwoningen en bijna 73% koopwoningen. Van de overige 10% is vooralsnog onbekend wat de eigendomsvorm gaat worden. Daarnaast bestaat het programma voor circa 16% uit gestapelde bouw en driekwart uit grondgebonden woningen. De gestapelde bouw is grotendeels gepland in de kern Boxmeer. In vergelijking met de uitkomsten van het woningmarkt-onderzoek liggen er mogelijkheden om het aandeel gestapelde bouw te vergroten in het programma. Met name locaties in en rond het centrum zijn hiervoor geschikt. Van het totale programma valt circa 19% in het sociale huursegment. In het huidige programma zijn bijna geen woningen in het vrije huursegment opgenomen. Hier ligt dan ook ruimte voor aanvulling. Van de plannen voor koopwoningen valt 33% in de categorie koop goedkoop, 17% in de categorie middelduur en 13% in de categorie duur. Dit lijkt goed aan te sluiten bij de vraag naar betaalbaar koopaanbod. Van in totaal 180 woningen is vooralsnog onbekend wat de eigendomsvorm of het woningtype zal zijn.

De beoogde ontwikkeling op het Bakelgeert plangebied voorziet in het volgende aantal woningen: 36 sociale huurwoningen, gestapeld 17 levensloopbestendige woningen met tuin 6 levensloopbestendige patiowoningen 4 tiny houses 22 vrije sector appartementen Kwalitatieve woningbehoefte Uit de woningmarktanalyse blijkt dat huishoudens in de gemeente Boxmeer een sterke binding hebben met de gemeente en ook graag in de gemeente willen blijven wonen. Huishoudens in Boxmeer zijn relatief sterk georiënteerd op de koopsector. Alleen bij starters (40%) en kleine huishoudens van 65 jaar en ouder (53%) zien we een relatief sterke voorkeur voor een huurwoning, zie onderstaande figuur.

Figuur 3.2: voorkeur voor huur- of koopwoning, woonwensenonderzoek Boxmeer 2019 (Bron: Marktscan in- en uitbreidingslocaties Gemeente Boxmeer) In het Woningmarktonderzoek Boxmeer is vraag en aanbod tegen elkaar afgezet. Hieruit komen de volgende aandachtspunten voor de kwalitatieve opgave naar voren: Er is een tekort aan huur- en koopappartementen. Het plan voorziet in huurappartementen.

23/127

Er is een tekort aan kleinere, betaalbare woningen. Zowel in de huur- als de koopsector. Het plan voorziet onder andere in 4 tiny houses. Er is een theoretisch overschot aan grote koopwoningen. Dit tekort doet zich overigens alleen voor als er sprake is van grootschalige doorstroming. Namelijk als ouderen verhuizen naar een geschikte woning. In de praktijk is dit echter een knelpunt en komen deze woningen beduidend minder vaak vrij dan uit de marktanalyse blijkt. Er is een tekort aan betaalbare en dure huurwoningen. Er is een tekort aan (levensloopgeschikte) koopwoningen vanaf €275.000. Het plan voorziet in levensloopbestendige woningen met tuin. Locatiekeuze De locatie van de voormalige Bakelgeertschool is al jaren in beeld voor herontwikkeling. In het verleden zijn meerdere woningbouwplannen voor deze locatie uitgewerkt, maar die zijn niet tot uitvoer gebracht. De meeste huishoudens hebben de voorkeur voor een woning in de directe nabijheid van het centrum van de woonplaats of op maximaal 15 minuten lopen van het centrum van hun woonplaats. Voor ouderen geldt dat een relatief grote groep zich echt op het centrum van de woonplaats richt. Starters hebben over het algemeen een minder specifieke voorkeur voor een locatie, weergegeven in figuur 3.1.4.

Over het algemeen vinden alle huishoudens het belangrijk om winkels voor dagelijkse boodschappen, groen en parkeergelegenheid in de directe nabijheid te hebben. Het plangebied ligt direct achter het centrum van Boxmeer en in noordelijke richting op korte afstand tot een supermarkt. Hierdoor zijn boodschappen op loopafstand te bereiken.

Figuur 3.3: Locatie voorkeur per doelgroep, woonwensenonderzoek Boxmeer 2019 (Bron: Marktscan in- en uitbreidingslocaties Gemeente Boxmeer) Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling ziet op het realiseren van verschillende type woningen, welke een bijdrage leveren aan het oplossen van de tekorten, zoals aangegeven in het woningmarktonderzoek Boxmeer. Door de ontwikkeling vindt er tevens een substantiële opwaardering van de locatie plaats. De voorgenomen ontwikkeling voldoet derhalve aan de eisen van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Dit vanwege het

24/127

gegeven dat er voorzien wordt in de behoefte (kwantitatief en kwalitatief) aan woningen voor een specifieke doelgroep binnen bestaand stedelijk gebied. 3.1.4 Waterbeleid Kaderrichtlijn water Een belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. De richtlijn moet er immers voor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is. Dit betekent dat de rijksoverheid streeft naar een watersysteem dat zoveel mogelijk de natuurlijke situatie (zonder ingrepen van de mens) benadert. Het streven is onder andere gericht op het behouden en vergroten van de ruimte voor water, waar mogelijk vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit. De waterbeheerders spelen hierbij een belangrijke rol. In de ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, wordt een waterparagraaf opgenomen. In deze toelichting wordt op het aspect waterhuishouding nader ingegaan in paragraaf 6.2. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid. In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding.

Het Nationaal Waterplan bevat tevens de stroomgebiedbeheerplannen die op grond van de Kaderrichtlijn Water zijn opgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie. De grondgedachte voor duurzaam waterbeheer wordt ‘meebewegen met natuurlijke processen waar het kan, weerstand bieden waar het moet en kansen voor welvaart en welzijn benutten’. Voor een duurzaam en integraal waterbeleid is het belangrijk om waar nodig en mogelijk water de ruimte te geven en mee te bewegen met en gebruik te maken van natuurlijke processen, zoals dit bijvoorbeeld wordt toegepast bij Ruimte voor de Rivier. Het rijk vindt het daarbij van belang dat bij alle wateropgaven en -maatregelen maximaal wordt meegekoppeld met andere opgaven en maatregelen en dat problemen zo min mogelijk worden afgewenteld. 3.1.5 Wet milieubeheer Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm), in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), moet bij de initiatieven voor bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.

Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten. In deze toelichting wordt op het aspect m.e.r.-beoordeling nader ingegaan in paragraaf 6.11.

25/127

3.1.6 Overig wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteitseisen, Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), de Natuurbeschermingswet, Besluit externe veiligheid, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in Hoofdstuk 6 nader worden ingegaan. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de NOVI en er zijn geen belemmeringen vanuit het Barro op het plangebied. De stedelijke ontwikkeling voldoet aan de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) In 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) vastgesteld. De Svro is in 2014 partieel herzien, waarbij onder andere het gewijzigde beleid op het gebied van natuur (realisering van het natuurnetwerk) en veehouderij (transitie naar zorgvuldige veehouderij) zijn verwerkt. De Svro 2014 is in werking getreden op 19 maart 2014. De Svro bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de Verordening ruimte, waarin de kaderstellende elementen uit de Svro zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De Svro gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.

Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de 'rode' draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Binnen de stedelijke structuur worden 2 ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: Stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio's): in het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Overig stedelijk gebied (landelijke regio's): het overig stedelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn in dit gebied gericht op de eigen behoefte. De provincie ziet de stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden als ruimtelijk samenhangende verstedelijkte gebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking.

Bij de begrenzing van de concentratiegebieden is aangesloten op bestaande, veelal historisch

26/127

gegroeide, grote stedelijke concentraties alsmede de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Daarnaast is de ligging aan belangrijke wegen, spoorwegen en vaarwater van belang omdat de stedelijke concentraties ook in de toekomst goed bereikbaar moeten zijn. Het provinciale uitgangspunt van zorgvuldig ruimtegebruik is dat de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied zo goed mogelijk wordt benut. Als er toch nieuw ruimtebeslag nodig is dan kan dit in de 'zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling ('stedelijk afweegbaar'). Deze zoekgebieden zijn gebieden waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten, in beginsel verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen. Er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik door de ruimte zo goed mogelijk te benutten. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten van de omgeving. Gemeenten en de provincie voeren in regionaal verband overleg om te komen tot een goede afstemming van de stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) binnen de regio. Beoordeling Met de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de door de provincie vastgelegde ruimtelijke belangen 'concentratie van verstedelijking' en 'sterk stedelijk netwerk' (Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014). Bij de opgave voor wonen ligt het accent op de herstructurering en transformatie in bestaand stedelijk gebied.

Het projectgebied is geheel gelegen in het door de provincie aangewezen 'bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied' en voorziet in de mogelijkheid tot woningbouwontwikkeling rekening houdende met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving. 3.2.2 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in specifieke aandachtspunten.

27/127

Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. De provincie werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. De provincie werkt aan een comfortabel, veilig en betrouwbaar verkeers- en vervoersysteem, waarbij infrastructuur blijvend verbeterd wordt en knelpunten aangepakt.

Beoordeling Met het realiseren van de opvang van hemelwater voor het plangebied als voor het omliggende gebied wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig en waterrobuuste inrichting. Door het voormalige schoolterrein te herzien wordt de ruimte in het stedelijk gebied van Boxmeer zorgvuldig gebruikt. Doordat de woningen direct achter het centrumgebied worden gerealiseerd is de behoefte aan autobezit kleiner. Door de gevaarlijke Burgemeester Verkuijlstraat aan te pakken en een fietsstraat te realiseren wordt er direct een veiligere verkeersvoorziening gerealiseerd. 3.2.3 Interim omgevingsverordening Brabant Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning vanaf 01-07-2022) echt klaar te zijn, is er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. De provincie heeft deze Interim omgevingsverordening geconsolideerd op 8 december 2020, waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd in één verordening. Het betreft de regels van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is relatief beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen (beleidsarm) zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, zal de definitieve omgevingsverordening vastgesteld worden. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De Omgevingsverordening zal bestaan uit omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waar een gemeente rekening mee moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).

28/127

Volgens de interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in een landelijke kern. Zie hiervoor figuur 3.4. Afdeling 3.5 Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Voor stedelijke ontwikkeling zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in a. stedelijk concentratiegebied b. kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in Verstedelijking afweegbaar. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Dit artikel geeft aan dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen gesitueerd wordt binnen 'Stedelijk gebied' en een onderbouwing bevat dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken (Regionaal samenwerken); het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

29/127

Figuur 3.4: ligging plangebied (rode marker) in 'Landelijke kern' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Toepassingsbereik Uit de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten (hoofdstuk 2) en de instructieregels aan gemeenten (hoofdstuk 3), die gelden vanwege de van toepassing zijnde structuur en aanduidingen, en artikel 3.1 'Toepassingsbereik' van de 'Interim verordening Noord-Brabant' blijkt dat de Interim verordening Ruimte Noord-Brabant toegepast moet worden. Artikel 3.1 Toepassingsbereik Lid 1 : Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bestemmingsplan tevens begrepen: a. een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, Wet ruimtelijke ordening; b. een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 Wet ruimtelijke ordening; c. een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken; d. een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 Crisis- en herstelwet. Beoordeling De planlocatie betreft voormalige schoolterreinen, verouderde bebouwing, een verplaatst kantoor en herprofilering van een bestaande straat en verbuigen van een bestaande straat tot een fietsstraat. De bestaande

30/127

bebouwing is gesloopt, de verharding is deels weggehaald en het terrein is met gras ingezaaid in afwachting van de planvorming voor de herontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling wordt het aanwezige ruimtebeslag optimaal binnenstedelijk benut. Daarnaast bevordert de verkeersherziening de veiligheid van de leefomgeving. Ten behoeve van het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit is in deze toelichting op het bestemmingsplan een verantwoording opgenomen, waaruit blijkt dat rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen en de naastliggende gronden, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, waterhuishouding, archeologische en cultuurhistorische waarden en ecologische waarden, Daarnaast is, gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling ingepast in de omgeving, met name wat betreft de milieuaspecten en volksgezondheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in Hoofdstuk 6. Hieruit is gebleken dat deze aspecten niet zorgen voor belemmeringen inzake de beoogde planontwikkeling. 3.2.4 Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen geeft aan wat er de komende jaren van de provincie verwacht mag worden op de Brabantse woningmarkt.

Hiermee wil de provincie concreet en stevig bijdragen aan het oplossen van een aantal maatschappelijke knelpunten, zoals verduurzaming en transformatie van leegstaand vastgoed. Maar tegelijkertijd doet de provincie – al doende lerend en experimenterend - kennis en ervaring op met een nieuwe manier van werken, die interessante inzichten oplevert voor de Brabantse Omgevingsvisie en de implementatie van de Omgevingswet. In de Brabantse Agenda Wonen zijn de volgende actielijnen opgesteld: 1. Accent op duurzame verstedelijking 2. Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad 3. Inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen 4. Versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken Dit zijn de richtinggevende principes: 1. Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstaand en leeg komend kantoor-, winkel- en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat; 2. We geven ruim baan voor 'goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen 3.

We leggen in Brabant meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatieopgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag; 4. We ontwikkelen in Brabant vraaggerichte woningbouwplannen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad; 5. Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor realisme en flexibiliteit in de regionale en

31/127

gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering; 6. We versterken in Brabant de samenwerking op de regionale woningmarkt, met de gemeenten als eerste aan zet. We vernieuwen de regionale woningbouwafspraken, met een groter accent op de kwalitatieve samenstelling van het planaanbod en de inzet van het woningbouwprogramma voor bredere, vaak ruimtelijk-kwalitatieve doelen en met specifiek aandacht voor de regionale afweging van de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen en uitbreidingslocaties'. Beoordeling De beoogde ontwikkeling ter plaatse van de voormalige Bakelgeertschool voorziet in de realisatie van een duurzame levensloopbestendige woonwijk met bergingsvoorzieningen voor de opvang van regenwater op een voormalig schoolterrein, dat wacht op herbestemming, en deels verouderde bebouwing in de bebouwde kom van Boxmeer. Doordat het gelegen is tussen woonpercelen is de locatie een echte inbreidingslocatie. Hierdoor past het binnen de richtinggevende principes die de provincie in haar Brabantse Agenda Wonen heeft opgesteld. Het accent ligt op de doelgroep senioren, dit past bij het principe om adequaat in te spelen op de vraag vanuit de markt. Conclusie Er zijn géén provinciale belangen die een belemmering opleveren ten aanzien van de voorgestane planontwikkeling.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Woningmarktstrategie van het Land van Cuijk 2018 In het voorjaar van 2018 is de Regionale Woningmarktstrategie van de regio het Land van Cuijk vastgesteld. De vijf gemeentebesturen hebben samen met woonpartners zes ankers geïdentificeerd die de kern vormen van deze strategie: Een vitale regio, met als doel om tot 2030 nog met 3.000 tot 4.000 extra woningen te groeien; Een gezonde woningmarkt, met als doel om met gezond verstand optimaal in te spelen op de woonwensen van mensen. Gemeenten moeten lokaal sturen en met de regio afstemmen; De juiste woning op de juiste plek in dit 'land van kernen', met als doel om het Land van Cuijk recht te laten doen aan de eigenheid en vitaliteit van de kernen, waarin verschil wordt gemaakt in de wijze van gebiedsontwikkeling tussen grotere en kleinere kernen; Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal, met als doel om de kwaliteit van de bestaande voorraad aan woningen van goed naar excellent te ontwikkelen; Een levensloopvriendelijke regio, met als doel om kwetsbare inwoners met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving te laten wonen en wanneer dat niet mogelijk is een goede woonzorginfrastructuur in de grotere kernen te bieden; Een duurzame regio, met als doel om vanaf 2050 alle woningen (bestaande en nieuwe) grotendeels energieneutraal te maken.

De vijf gemeenten in het Land van Cuijk zorgen voor een gelijk speelveld. Beoordeling De beoogde ontwikkeling in het plangebied voorziet in mogelijkheid om 85 nieuwe woningen te bouwen

32/127

waarvan 6 patiowoningen, geschikt voor mindervaliden en 17 levensloopbestendige woningen, wat bijdraagt aan de levensloopvriendelijke regio. Door de sloop van de verouderde appartementen aan de Marijkestraat en de bouw van nieuwe energiezuinigere woningen wordt een stap gezet in het verduurzamen van de woningvoorraad.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Boxmeer 2030 De structuurvisie Boxmeer 2030 geeft het toekomstgerichte functioneel, ruimtelijke ontwikkelingskader aan voor het gehele grondgebied van de gemeente Boxmeer. Gemaakte beleidskeuzes zijn verweven in de visie, met ontwikkelingen op de korte en lange termijn. Het is goed wonen in Boxmeer. Het aanbod van woningen is divers en sluit goed aan op enerzijds de omgeving en anderzijds op de vraag. Aansluitend op het woningaanbod zijn de basisvoorzieningen binnen handbereik en worden deze door samenwerking, clustering en ondernemerschap duurzaam op peil gehouden. De visie 'Wonen' is weergegeven in figuur 3.5. Binnen de suburbane kern Boxmeer zal aandacht moeten zijn voor stedelijke vernieuwing (herstructurering en inbreiding) van wijken die niet meer voldoen aan de eisen van de huidige tijd. Bij deze opgave dienen de aanwezige ruimtelijke relaties gerespecteerd en versterkt te worden.

Figuur 3.5: structuurvisie 'Wonen', projectgebied aangegeven met gele stip (Bron: Structuurvisie Boxmeer 2030) In de structuurvisie wordt het belang van waterberging om wateroverlast te voorkomen en water te conserveren

33/127

aangeduid. Neerslagpieken moeten in de directe omgeving gebufferd kunnen worden om wateroverlast elders te voorkomen. Tegelijkertijd dient voldoende water vastgehouden te worden om aan te kunnen wenden in droge perioden. Beoordeling Met een levensloopbestendige woonwijk met een aantal wadi's voor de opvang van hemelwater in én van buiten het plangebied, waterberging in de aangrenzende straten en een nieuw rioleringssysteem vormt de beoogde ontwikkeling op en rondom het voormalige schoolterrein een duurzame stedelijke inbreiding die voldoet aan de eisen van de huidige tijd. 3.4.2 Beleidsregels kappen waardevolle bomen Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad de APV 2012 gewijzigd vastgesteld. In deze gewijzigd vastgestelde APV is in afdeling 3 van hoofdstuk 4 het kapverbod vastgesteld. In artikel 4.11 is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen. Het verbod geldt uitsluitend voor bomen die expliciet worden vermeld op de door het college van B&W vast te stellen lijst 'waardevolle bomen' en/of vallen onder de meldingsplicht van de Boswet. Beoordeling Er zijn diverse bomen in het plangebied opgenomen in de waardevolle bomen lijst van de gemeente Boxmeer.

De drie waardevolle platanen op het terrein van de voormalige Bakelgeertschool krijgen een prominente plek achter de woonblokken met een voldoende grote groeiplaats en een zo veel mogelijk onverharde bodem onder de boomkronen. In Hoofdstuk 5 zijn deze platanen te zien op het stedenbouwkundig plan. Voor de andere bomen is een kapvergunning aangevraagd bij de gemeente. De kap van deze bomen zal ruim worden gecompenseerd door een nieuwe bomenrij langs de Burgemeester Verkuijlstraat en circa 150 nieuwe bomen tussen de nieuwe huizen op het Bakelgeert terrein. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsregels van de gemeente. 3.4.3 Klimaatbestendig Boxmeer-centrum in wording In juni 2019 is door de gemeente Boxmeer afdeling R-OW het boekje 'Klimaatbestendig Boxmeer-centrum in wording' opgesteld. Dit is een voorloper op het beoogde masterplan. Dat masterplan wordt opgesteld om zo goed mogelijk te kunnen anticiperen op hevige regenbuien en mogelijke overlast zo snel mogelijk te beperken. In dat masterplan worden alle kennis, informatie uit berekeningen, inzichten die zijn ontstaan vanwege recente grote wateroverlast in 2016 en de ervaringen van de inwoners, meegenomen om tot concrete maatregelen te komen. Alle knelpunten in de gemeente worden in kaart gebracht.

Over het plangebied Bakelgeert wordt geschreven: 'Op het moment dat hier de geplande woningbouw wordt gerealiseerd, gaan we ook aan de slag voor wateropvang. Hier kan een capaciteit van 1.100 m3 worden gerealiseerd'. Beoordeling Met het vaststellen van het gemeentelijke Masterplan Water is het plangebied bovendien een belangrijke waterbergingslocatie geworden. In het concept plan zijn meerdere wadi's opgenomen om het regenwater op te vangen en zorgt het afkoppelen van het hemelwater op het riool er voor dat hemelwater geïnfiltreerd kan worden in de ondergrond.

34/127

3.4.4 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) Boxmeer In januari 2014 heeft de gemeente Boxmeer het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) opgesteld. De beleidshorizon voor het GVVP heeft referentiejaar 2030. Dit sluit aan op de Structuurvisie Boxmeer 2030, zoals in paragraaf 3.4.1 beschreven is. Er zijn vijf ambities geformuleerd in dit plan: De wegenstructuur moet in elk geval de ontwikkelingen van het realistische scenario inclusief autonome groei kunnen dragen. Vanaf de landelijke hoofdstructuur (de snelwegen A73 en A77) en de regionale hoofdstructuur moeten de kernen goed bereikbaar zijn voor gemotoriseerd verkeer. Bovenlokaal verkeer door de kernen is ongewenst. De economische zwaartepunten binnen de gemeente moeten goed bereikbaar zijn, ook de relatie naar de regio en Duitsland moet qua bereikbaarheid optimaal zijn. De verkeershoofdstructuur (T-structuur) moet het bestemmingsverkeer soepel kunnen verwerken. Er moeten voldoende parkeerplaatsen op acceptabele loopafstand van het winkelgebied liggen. Een leefbaar centrum wordt gekenmerkt door een verkeersveilige inrichting. Het beperken van de schadelijke effecten van het autogebruik. Deze conclusies hebben betrekking op het plangebied: Het onderwijsplein Boxmeer is redelijk bereikbaar voor fietsverkeer.

De Spoorstraat en Burgemeester Verkuijlstraat (rode lijn in figuur 3.6) zijn belangrijke ontbrekende schakels als het gaat om vrijliggende fietsvoorzieningen op de schoolroute. In het Verkeersveiligheidsplan zijn voor de Burgemeester Verkuijlstraat nog maatregelen voorzien, in samenhang met de realisatie van een rotonde op het kruispunt met de Koorstraat. De Rochusrotonde (oranje stip in figuur 3.6) is de enige blackspot van de gemeente Boxmeer in de ongevallenperiode 2006-2010. Inmiddels is de rotonde gereconstrueerd en is de verkeersveiligheid verbeterd. In de praktijk is de capaciteit van de Rochusrotonde gedurende de spits een aandachtspunt. Regelmatig ontstaan er wachtrijen mede als gevolg van de hoeveelheid fietsverkeer. De Rochusrotonde vormt een essentiële schakel in de bereikbaarheid van het centrumgebied van Boxmeer en verbindt de gebiedsontsluitingswegen onderling. Als de Rochusrotonde onvoldoende capaciteit heeft om het verkeer te kunnen verwerken, loopt de hoofdverbinding naar het centrum vast. Deze aanbeveling heeft betrekking op het plangebied: Vergroten capaciteit Burgemeester Verkuijlstraat (wegvak Rochusrotonde-Koorstraat).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=2a85f5ac-d89d-43cd-b89b-2a39876ee4c4