CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-M-879a Staat van Migratie 2021

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot besluitvorming omtrent verlenging bestuursovereenkomst met het COA ten behoeve van het azc in Overloon31.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het grootste deel van de meldingen in het meldsysteem wordt gedaan in de sector ‘goederenvervoer over de weg’. In deze sector worden voornamelijk jaarmeldingen vooraf gedaan, waarbij nog niet vaststaat of de gemelde personen daadwerkelijk naar Nederland komen.44 Het vermoeden is dat er bedrijven zijn die voor alle chauffeurs vooraf een Zie voorgaande voetnoot. Zie voor de sectoren Zelfstandigen | Ik heb een tijdelijke opdracht in Nederland | Posted Workers 43 Overtredingen van deze (nieuwe) meldingsplicht ten aanzien van detacheringen die zijn aangevangen voor 1 september 2020 worden niet beboet, met uitzondering van detacheringen van derdelanders. 44 Kleine bedrijven (1-9 medewerkers in dienst) en meldingsplichtige zelfstandigen die gevestigd zijn binnen een straal van 100 kilometer van de Nederlandse grens en dienstverrichters in de sector goederenvervoer over de weg kunnen in beginsel gebruik maken van de mogelijkheid om een jaarmelding doen. Zij kunnen daarmee vooraf een melding doen voor een jaar, waarbij nog niet vaststaat of de gemelde personen daadwerkelijk naar Nederland komen. 41

42

De Staat van Migratie 2021

65

jaarmelding doen, terwijl nog niet bekend is of deze chauffeurs daadwerkelijk in Nederland zullen werken. De sector wegtransport wordt daarom onderscheiden van de overige sectoren, om te voorkomen dat een vertekend beeld wordt gegeven van het aantal gedetacheerde werknemers dat naar Nederland komt. Omdat het meldsysteem pas sinds februari 2020 beschikbaar is, betreffen de cijfers in deze rapportage alleen de maanden februari tot en met december 2020. Aantal meldingen

Van februari 2020 tot en met december 2020 zijn in totaal 238.108 meldingen gedaan, waarvan 198.849 in de sector wegtransport, en 39.259 in overige sectoren.45 Een melding betreft een dienst, uitgevoerd door een zelfstandige die elders in de EU gevestigd zijn en tijdelijk in Nederland een dienst verlenen of door een onderneming met een of meerdere werknemers. Een melding wordt vooraf gedaan. Het staat dan nog niet vast dat de betreffende persoon/personen daadwerkelijk in Nederland zal/zullen werken. Aantal gemelde werknemers

Het totale aantal gemelde werknemers van februari 2020 tot en met december 2020 betreft 315.230. Daarvan hadden 94.417 werknemers een nationaliteit van buiten de EU, EER of Zwitserland en 220.813 een EU-nationaliteit. Een melding wordt vooraf gedaan. Het staat dan nog niet vast dat de betreffende persoon daadwerkelijk in Nederland gaat werken. Zelfstandigen zijn niet meegenomen in deze cijfers. In de cijfers valt op dat een aanzienlijk deel van de gemelde werknemers personen met een niet-EU nationaliteit betreft, vooral door in Polen en Litouwen gevestigde bedrijven. Het betreft voor beide EU-lidstaten voornamelijk personen met de Oekraïense of Wit-Russische nationaliteit. Dit is vooral zichtbaar bij meldingen in het wegtransport. Hiervoor geldt, zoals eerder opgemerkt, dat er vermoedelijk bedrijven zijn die een groot aantal chauffeurs vooraf met een jaarmelding aanmelden. Hoeveel werknemers daarvan daadwerkelijk in Nederland hebben gewerkt, en hoe lang, is op basis van deze cijfers niet te zeggen. Ook in de overige sectoren melden bedrijven die gevestigd zijn in Polen en Litouwen relatief veel personen met een niet-EU nationaliteit in vergelijking met de andere lidstaten. Vestigingsland

EU-burgers

Derdelanders

Totaal

Polen

9.381

5.753

15.134

Duitsland

9.489

1.240

10.729

Litouwen

4.055

4.350

8.405

België

4.607

227

4.834

Portugal

1.645

73

1.718

Roemenië

1.497

3

1.500

Slovenië

418

729

1.147

Tsjechië

1.002

38

1.040

Hongarije

904

30

934

Bulgarije

874

33

907

Figuur 47 Top 10 gemelde werknemers per land, exclusief wegtransport, februari-december 2020 (Bron: SZW)

45

66

De Staat van Migratie 2021

Bron: SZW

Vestigingsland Polen

EU-burgers

Derdelanders

Totaal

61.948

37.548

99.496

Litouwen

7.051

29.622

36.673

Spanje

19.970

3.502

23.472

Roemenië

19.953

296

20.249

Duitsland

18.892

766

19.658

België

13.502

440

13.942

Bulgarije

10.050

74

10.124

Slowakije

5.250

1.268

6.518

Hongarije

5.466

387

5.853

Portugal

4.626

555

5.181

Figuur 48 Top 10 gemelde werknemers per land in de sector wegtransport, februari-december 2020 (Bron: SZW) Meldingen door zelfstandigen die elders in de EU gevestigd zijn en tijdelijk in Nederland een dienst verlenen

Tussen 1 februari 2020 en 31 december 2020 hebben 6.896 zelfstandigen een of meerdere meldingen gedaan. Een zelfstandige kan meerdere meldingen per jaar doen. Een melding wordt vooraf gedaan. Daarmee staat nog niet vast dat de betreffende personen daadwerkelijk in Nederland hebben gewerkt. Land

Dienstverrichters

Polen

1.757

Slowakije

533

België

452

Duitsland

378

Tsjechië

236

Figuur 49 Top 5 gemelde zelfstandigen (unieke personen) per land, exclusief wegtransport, februari-december 2020 (Bron: SZW) Land

Dienstverrichters

Polen

1.564

België

493

Spanje

406

Duitsland

267

Bulgarije

95

Figuur 50 Top 5 gemelde zelfstandigen (unieke personen) per land, wegtransport, februari-december 2020 (Bron: SZW) Notificatieplicht derdelanders

Tot 1 maart 2020 gold op grond van artikel 2a van de Wav, artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BuWav (vrij verkeer van diensten) en de toenmalige Regeling melding Wet arbeid vreemdelingen, een notificatieplicht bij het UWV voor de detachering van werknemers uit derde landen die rechtmatig in een andere lidstaat verblijven en werken. Met het in werking treden van de meldplicht op grond van de WagwEU op 1 maart 2020 is deze notificatieplicht gewijzigd en moet worden gemeld op postedworkers.nl. De aantallen gemelde personen met een niet-EU nationaliteit op grond van de notificatieplicht in 2019 zijn opgenomen omdat deze een beeld geven van de

De Staat van Migratie 2021

67

gemelde detacheringen van derdelanders vóór de inwerkingtreding van de meldingsplicht op grond van de WagwEU op 1 maart 2020. Notificaties EU Dienstenverkeer (groter dan 100) Oekraïne

3.852

Turkije

1.866

Bosnië-Herzegovina

1.339

Servië

947

Filipijnen

924

Rusland

229

Azerbeidzjan

193

Marokko

140

Belarus

124

India

123

Overige nationaliteiten

1.135

Totaal

10.872

Figuur 51 Aantal genotificeerde derdelanders, 2019 (Bron: UWV)

68

De Staat van Migratie 2021

Werknemers

Hoofdstuk 4 Asielmigratie

De asielinstroom vormt ongeveer 10% van de totale migratie naar Nederland. De asielinstroom in Nederland bestaat uit het aantal ingediende asielaanvragen. Dit betreft zowel eerste aanvragen (inclusief geboorten) als tweede en volgende aanvragen. Ook nareizende gezinsleden van houders van een zelfstandige asielvergunning worden als asielinstroom meegeteld omdat ook zij worden opgevangen door het COA. Daarnaast zijn kwetsbare personen die via herplaatsing vanuit een EU-lidstaat naar Nederland zijn overgebracht weergegeven. Tenslotte zijn de vluchtelingen die in het kader van hervestiging naar Nederland zijn overgebracht in het overzicht opgenomen. Om de asielinstroom naar Nederland in de mondiale context te plaatsen wordt eerst een beeld gegeven van de situatie van intern ontheemden en vluchtelingen op internationaal niveau. Vervolgens worden de asielstromen naar de EU cijfermatig weergegeven en tot slot de asielprocedure en het aantal asielzoekers en vluchtelingen dat naar Nederland komt.

4.1

Wat is de omvang van asielmigratie wereldwijd?

4.1.1

Hoeveel ontheemden zijn er wereldwijd en waar bevinden zij zich? Wereldwijd waren eind 2019 ongeveer 80 miljoen mensen ontheemd, waarvan 26 miljoen vluchtelingen en 46 miljoen intern ontheemden. Verder waren er wereldwijd ongeveer 4,2 miljoen asielzoekers en 3,6 miljoen ontheemde Venezolanen. De 80 miljoen is ongeveer 1% van de wereldbevolking. Bovendien is 40% van het aantal ontheemden wereldwijd een kind.46 Van de vluchtelingen komt 68% uit vijf landen: Syrië, Venezuela, Afghanistan, Zuid-Soedan en Myanmar. Eind 2019 vingen midden- en lage inkomenslanden, van wie velen te kampen hebben met acute voedselonzekerheid of ondervoeding, meer dan 80% van het wereldwijde aantal asielzoekers en vluchtelingen47 op. In 2020 vormden asielzoekers en vluchtelingen ongeveer 3% van alle migranten in hoge inkomenslanden vergeleken met 25% in middeninkomenslanden en 50% in lage inkomenslanden.48 De volgende 5 landen vingen in 2019 de hoogste aantallen vluchtelingen op49: 1. Turkije 3,6 miljoen 2. Colombia 1,8 miljoen 3. Pakistan 1,4 miljoen 4. Oeganda 1,4 miljoen 5. Duitsland 1,1 miljoen

4.1.2

Welke oplossingen zijn er voor vluchtelingen? Gemiddeld zijn vluchtelingen tussen 10 en 26 jaar van huis.50 Er bestaan voor vluchtelingen drie duurzame oplossingen, namelijk terugkeer naar het land van herkomst, lokale integratie of hervestiging naar een andere locatie/land.

UNHCR - Figures at a Glance Deze cijfers worden door de UNDESA uitgedrukt in asielzoekers en vluchtelingen in plaats van alleen vluchtelingen omdat iemand die asiel aanvraagt niet altijd een status voor internationale bescherming ontvangt en daarmee formeel een vluchteling is. Als een verband wordt gelegd met de landen van herkomst van asielzoekers met een hoog erkenningspercentage, oftewel van wie veel personen een status van internationale bescherming ontvangen, wordt gesproken over vluchtelingen. 48 UNDESA, Population Division (2020). International Migration 2020 Highlights (ST/ESA/SER.A/452), pagina 7 49 UNHCR - UNHCR Global Trends 2019 50 2019 update: How long do refugees stay in exile? To find out, beware of averages (worldbank.org) & Refworld | Global Trends: Forced Displacement in 2015 46 47

70

De Staat van Migratie 2021

Terugkeer: in de jaren negentig keerden jaarlijks gemiddeld 1,5 miljoen vluchtelingen naar huis terug. In de afgelopen tien jaar is dat aantal gedaald tot ongeveer 385.000 mensen.51 Dit wordt deels veroorzaakt door meer langdurig aanhoudende conflicten, zoals in Syrië. Lokale integratie: de mogelijkheden hiervoor zijn verschillend in de 5 grootste opvanglanden. In Turkije krijgen bijvoorbeeld vluchtelingen in toenemende mate toegang tot lokale diensten. In de praktijk blijkt lokale integratie voor het merendeel van de vluchtelingen een uitdaging en onzeker proces vanwege sociaaleconomische en culturele spanningen, politieke barrières in verschillende opvanglanden die ook worstelen met de impact van COVID-19 en klimaatverandering. Hervestiging: bij hervestiging gaat het om door UNHCR voorgedragen personen die naar derde, veilige landen worden overgebracht. UNHCR identificeert de meest kwetsbare vluchtelingen en draagt hun dossiers over. Nederland brengt de vluchtelingen, van wie door de IND voorafgaand is vastgesteld dat zij volgens het Nederlandse asielbeleid in aanmerking komen voor internationale bescherming, over naar Nederland.

Zij krijgen direct na inreis een asielvergunning.52 Van de ongeveer 26 miljoen vluchtelingen wereldwijd komt, vanwege het kwetsbaarheidscriterium, ongeveer 1,44 miljoen voor hervestiging in aanmerking.53 Van het aantal vluchtelingen dat in aanmerking komt, werd in 2019 minder dan 5% hervestigd vanwege het beperkt aantal plekken. 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

jan 20

feb 20

mrt 20

apr 20

mei 20

jun 20

Voordrachten

jul 20

aug 20

sep 20

okt 20

nov 20

dec 20

Vertrekken

Figuur 52 Aantal voordrachten en vertrekken van hervestiging wereldwijd, 2020 (Bron: UNHCR)54

In 2020 heeft UNHCR 39.534 vluchtelingen voorgedragen voor hervestiging aan 27 landen. Dit is 52% lager dan het aantal voordrachten in 2019. In 2020 zijn 22.800 vluchtelingen vertrokken naar 22 landen waar ze zijn hervestigd. Dit is een daling van 64% vergeleken met het aantal gerealiseerde hervestigingen in 2019.55 De lagere aantallen kunnen worden verklaard door de vertragingen in de uitvoering van hervestiging als gevolg van de coronapandemie.

Global Trends 2019 Brief Meerjarig beleidskader hervestiging 2020-2023, TK 2019-2020, 19637 nr. 2608 53 UNHCR - Projected Global Resettlement Needs 2019 54 Vanwege verschillen in registratie en registratiemomenten kunnen de cijfermatige gegevens van de UNHCR afwijken van die van de IND. 55 UNHCR - RSQ 51

52

De Staat van Migratie 2021

71

4.1.3

Hoe draagt Nederland bij op internationaal niveau? Opvang in de regio In 2018 heeft Nederland het Global Compact on Refugees (GCR)56 ondertekend. Hierin staan vier hoofddoelen: verlichten van druk op opvanglanden, vergroten van zelfredzaamheid onder vluchtelingen, verruimen van hervestigingsmogelijkheden en ondersteunen van veilige en waardige terugkeer.57 Nederland draagt bij aan deze hoofddoelen via de volgende inzet: Terugkeer: Nederland houdt de situatie in landen waar veel vluchtelingen vandaan komen, zoals Syrië, nauwlettend in de gaten en publiceert regelmatig ambtsberichten. Terugkeer van vluchtelingen is deels afhankelijk van conflictresolutie in oorlogsgebieden. Nederland zet actief in op conflictpreventie en –resolutie via diplomatieke en andere kanalen. Lokale integratie: Nederland zet in op ondersteuning van de opvanglanden en het vergroten van de zelfredzaamheid van vluchtelingen. Het budget voor opvang in de regio bedraagt 128 miljoen euro per jaar. Van de totale opvang in de regio programmering in 2020 ging 17% direct naar niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), 70% naar VN-agentschappen en 13% naar internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbank. Hiermee financiert Nederland vooral programma’s in acht landen; Egypte, Ethiopië, Irak, Jordanië, Kenia, Libanon, Oeganda en Soedan.

Gezamenlijk vangen deze landen een significant deel van ’s werelds vluchtelingen op. Nederland richt zich op onderwijs, werkgelegenheid en bescherming, met gendergelijkheid en psychosociale steun als dwarsdoorsnijdende thema’s. Onderwijs Met Nederlandse steun hebben in de periode mid-2019 tot mid-2020 meer dan 430.000 kinderen en jongeren in de genoemde landen toegang tot onderwijs gekregen. Een deel van de programmering is omgebogen naar virtuele methoden vanwege de coronapandemie. Werkgelegenheid Nederland financiert programma’s voor het ontwikkelen van inkomsten-genererende activiteiten, waaronder ondersteuning bij het opzetten van een eigen bedrijf, facilitering van toegang tot financiering en begeleiding bij het vinden van werk. Tussen mid-2019 en mid-2020 zijn 30.000 mensen geholpen bij het ontwikkelen van inkomsten-genererende activiteiten. Bescherming De programmering is vooral gericht op het versterken van de rechtspositie van vluchtelingen. Door partners wordt gewerkt aan het verbeteren van registratiesystemen bij de overheid. Registratie is een voorwaarde tot dienstverlening in het land waar de vluchtelingen verblijven. Tevens hebben in de periode mid-2019 tot mid-2020 met de Nederlandse inzet meer dan 24.713 personen (vluchtelingen en kwetsbare gastgemeenschappen) toegang tot geestelijke gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning (MHPSS) gekregen.

Voor bovengenoemde steun wordt voornamelijk met twee instrumenten gewerkt: het Prospects partnerschap en het subsidiekader Migratie en Ontwikkeling.

56 57

72

De Staat van Migratie 2021

Global Compact on Refugees Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 30573, nr. 166

Hervestiging: het aantal te hervestigen vluchtelingen is vastgelegd in het nationaal meerjarig beleidskader hervestiging 2020-2023.58 Het zogenaamde ‘nationaal quotum’ bedraagt in totaal 2.000 vluchtelingen in de periode van vier jaar, gemiddeld 500 per jaar. De inzet voor 2020 was daarnaast gesteld op hervestiging van 1.000 Syrische vluchtelingen uit Turkije. Dit is de inzet in het kader van migratiesamenwerking met derde landen. Het aantal van het nationale quotum en het aantal dat uit Turkije wordt hervestigd vormen samen de totale toezegging voor het 2020 hervestigingsprogramma van de EU waaraan Nederland deelneemt: dat wil zeggen 500 vluchtelingen onder het nationaal quotum en 1.000 Syrische vluchtelingen uit Turkije, in totaal 1.500 vluchtelingen in 2020. Nederland heeft begin 2020 selectiemissies uitgevoerd naar Turkije (Syrische vluchtelingen) en Egypte (vooral vluchtelingen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika). Nederland heeft ook op dossierbasis vluchtelingen geselecteerd uit het Emergency Transit Mechanism Niger (vooral Eritrese vluchtelingen) evenals een aantal individuele vluchtelingen in urgente situaties over de hele wereld. Verder zijn in 2020 de aankomsten gerealiseerd van vluchtelingen die eind 2019 zijn geselecteerd in Libanon (Syrische vluchtelingen). In 2020 zijn daarmee in totaal 430 vluchtelingen hervestigd.

Vanwege de coronapandemie heeft de uitvoering van hervestiging in 2020 aanzienlijke vertraging opgelopen. Beïnvloeden irreguliere migratie en bescherming van kwetsbare migranten langs de route Nederland zet zich ook in om kwetsbare migranten te beschermen en om irreguliere migratie tegen te gaan door het ondersteunen van zelfstandige terugkeer en herintegratie, het tegengaan van mensenhandel en –smokkel langs de migratieroute, en het informeren van potentiële migranten over de risico’s van irreguliere migratie en veilige en legale alternatieven. Hierbij focust Nederland zich op de landen en regio’s nabij de EU. Bescherming van kwetsbare migranten: irreguliere migratie loopt vaak via gevaarlijke routes door bijvoorbeeld Niger en Libië. Om kwetsbare migranten die op deze routes in de problemen raken te helpen, steunt Nederland organisaties zoals IOM, UNHCR en het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN (OHCHR). Mensen die stranden in de woestijn, of die slachtoffer zijn geworden van uitbuiting, mishandeling of misbruik krijgen voedsel, menswaardige opvang en toegang tot diensten zoals rechtshulp, medische of psychosociale hulp en documentatie. In 2020 kon UNCHR met Nederlandse financiering voor meer dan 1.500 mensen beoordelen of zij in aanmerking kwamen voor een vluchtelingenstatus.

IOM werd in staat gesteld om noodhulp te geven aan meer dan 22.500 migranten die in de woestijn van Niger waren gestrand. Zelfstandige terugkeer: hoewel zelfstandige terugkeer in 2020 werd bemoeilijkt door de reisbeperkingen vanwege de coronapandemie, zijn door inzet van IOM, en met Nederlandse financiering, ruim 4.800 migranten teruggekeerd naar het land van herkomst vanuit landen van transit in Noord- en West-Afrika. Verder zijn ruim 1.000 migranten ondersteund bij de herintegratie na hun terugkeer. Mensenhandel en –smokkel: Nederland wil de mensenhandel en -smokkel binnen irreguliere migratie aanpakken, kwetsbare migranten beschermen en vrijwillige terugkeer en herintegratie ondersteunen. In 2020 heeft Nederland deze inzet versterkt langs drie sporen: 1. De projectmatige intensivering richtte zich voornamelijk op West-Afrika en de Sahel, vanwege de omvang van de problematiek en de toegevoegde waarde van de inzet. 2. De samenwerking met herkomst- en transitlanden is geïntensiveerd, rechtstreeks met landen zoals Nigeria en Mali maar ook regionaal via migratiedialogen. 3. De samenwerking is verder aangehaald tussen het ministerie van BZ en de organisaties die zich met de opsporing van mensenhandel bezighouden. 58

Tweede Kamer, meerjarig beleidskader hervestiging 2020-2023, vergaderjaar 2019-2020, 19637 nr. 2608 De Staat van Migratie 2021

73

Met Nederlandse steun werd in Senegal, Mali en Gambia in 2020 de wetgevende ondersteuning afgerond. In een aantal landen in de West-Afrikaanse regio zijn nieuwe, gespecialiseerde wetten ingediend voor officiële aanname. Daarnaast zijn afgelopen jaar bijna 1.800 overheidsfunctionarissen en andere betrokkenen getraind in het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van mensenhandel en -smokkel. Het directe effect van deze trainingen is lastig te meten. Getrainde functionarissen in Niger, Mali en Burkina Faso slaagden erin om mensenhandelnetwerken op te sporen, daders te arresteren en slachtoffers te bevrijden. Een door Nederlandse partners getrainde regionale Child Protection Brigade in Burkina Faso was bijvoorbeeld in staat een mensenhandelnetwerk gericht op gedwongen prostitutie te onderzoeken en op te rollen. Ruim veertig slachtoffers werden hiermee geholpen, en acht personen zijn vervolgd. Voor meer informatie over de resultaten zie: Home | NL Ontwikkelingssamenwerking. Bewustwordingscampagnes: Nederland probeert potentiële migranten bewust te maken van de risico’s van irreguliere migratie en de mogelijkheden in het thuisland. De campagnes bereiken op verschillende wijzen de doelgroep, waaronder via het faciliteren van directe consultaties met vertrouwenspersonen, evenementen, sociale media en radio.

Nederland financiert bewustwordingscampagnes in Afghanistan, Irak en Noord- en West-Afrika. In 2020 zijn meer dan 15 miljoen mensen bereikt, o.a. via het programma ‘Migrants as Messengers’ van IOM, waarbij teruggekeerde migranten door middel van video, theater en andere kunstvormen delen met jongeren in West-Afrika en hen zo helpen om beter geïnformeerde keuzes te maken over migratie. Het is belangrijk om de effecten van deze campagnes te meten, maar omdat veel omstandigheden invloed kunnen hebben op iemands migratiebeslissing is het aantonen van causaliteit in de praktijk moeilijk. Hier wordt onderzoek naar gedaan, bijvoorbeeld door migranten die gebruik maken van directe consultaties voor en na het gesprek vragen te stellen. De organisatie Seefar heeft bijvoorbeeld de effecten gemeten van een bewustwordingscampagne in Nigeria, Gambia en Irak. Hieruit kwam dat in de periode 2018-2019 meer dan 22.750 potentiële migranten (ca. 93%) aantoonbaar betere kennis hadden gekregen van de risico’s van irreguliere migratie. Ruim 7.000 (ca. 29%) potentiële migranten gaven aan dat ze hun plannen wilden heroverwegen (opgeven, uitstellen of verder overdenken).

4.2

Wat is de omvang van asielmigratie naar de EU?

4.2.1

Hoeveel asielzoekers zijn naar de EU gekomen in 2020? In alle EU-lidstaten zijn in 2020 416.930 eerste asielaanvragen ingediend.59 Dit is een daling van 34% vergeleken met 2019. Het aantal asielzoekers met een herhaalde aanvraag in de EU was in 2020 54.600, 11,6% van het totale aantal asielzoekers die een aanvraag indiende. De daling van 2019 op 2020 kan worden verklaard door de grens- en reisbeperkingen vanwege de coronapandemie.60

Dit is exclusief herhaalde aanvragen in één lidstaat. Het komt wel voor dat een vreemdeling in meerdere lidstaten asiel heeft aangevraagd. Het totale aantal geregistreerde asielaanvragen kan dus verschillen van het totale aantal asielzoekers dat een eerste asielaanvraag heeft gedaan. 60 Asylum statistics - Statistics Explained (europa.eu) 59

74

De Staat van Migratie 2021

120.000 100.000 80.000 60.000 40.000

0

Duitsland Spanje Frankrijk Griekenland Italië Nederland Zweden Oostenrijk België Cyprus Roemenië Slovenië Bulgarije Malta Kroatië Ierland Polen Finland Denemarken Luxemburg Portugal Tsjechië Slowakije Litouwen Letland Hongarije Estland

20.000

Figuur 53 Aantallen eerste asielaanvragen per EU-lidstaat in absolute aantallen, 2020 (Bron: Eurostat)

In absolute aantallen was Duitsland in 2020 de lidstaat van de EU met het hoogste aantal eerste asielaanvragen (102.530), een totaalaandeel van 25%. Gevolgd door Spanje (86.385, 21%), Frankrijk (81.785, 20%), Griekenland (37.860, 9%) en Italië (21.200, 5%). Van de 9 EU-lidstaten met meer dan 10.000 asielzoekers met een eerste aanvraag, steeg het totale aantal alleen in Oostenrijk (+18%, 1.900 meer in 2020 dan in 2019). Opvallende stijger in 2020 is Roemenië (+145%), namelijk van 2.455 aanvragen in 2019 naar 6.025 aanvragen in 2020. Nederland neemt op basis van absolute aantallen de 6de plaats in. 0,9% 0,8% 0,7% 0,6% 0,5% 0,4% 0,3% 0,2%

0,0%

Cyprus Malta Griekenland Luxemburg Spanje Slovenie Oostenrijk Zweden Duitsland Frankrijk Belgie Nederland Bulgarije Kroatie Italie Roemenie Ierland Finland Denemarken Litouwen Portugal Letland Tsjechie Slowakije Polen Estland Hongarije

0,1%

Figuur 54 Eerste asielaanvragen per EU-lidstaat per hoofd van de bevolking, 2020 (Bron: Eurostat)

In 2020 ontving Cyprus de meeste asielaanvragen per 1.000 inwoners (8,44), gevolgd door Malta (4,67), Griekenland (3,53) en Luxemburg (2,08). Nederland ontving 0,78 asielaanvragen per 1.000 inwoners. Het EU-gemiddelde was 0,93. Nederland staat hiermee op de twaalfde plaats.

De Staat van Migratie 2021

75

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

Begeleid

Zwitserland Noorwegen

Spanje Frankrijk Duitsland Malta Ierland Zweden Luxemburg Polen Iatlië Kroatië Finland Belgie Oostenrijk Griekenland Nederland Cyprus Denemarken Portugal Slowakije Roemenië Bulgarije Slovenië

0%

EU

10%

Alleenstaand

Figuur 55 Verhouding van begeleide en alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv’s), 2020 (Bron: Eurostat)61

In 2020 zijn in de EU 13.600 eerste asielaanvragen ingediend door amv’s.62 Daarmee was 9,6% van het totale aantal minderjarige asielzoekers onbegeleid. Twee derde van de amv’s kwam uit Afghanistan, Syrië of Pakistan. In Griekenland werden 2.800 aanvragen geregistreerd door amv’s, ofwel meer dan 20% van alle geregistreerde aanvragen in de EU in 2020. Andere EU-lidstaten met veel geregistreerde aanvragen van amv’s waren Duitsland, Oostenrijk, België, Oostenrijk en Roemenië. Het EU-gemiddelde van de verhouding begeleide en alleenstaande minderjarige asielzoekers is in 2020 90% en 10%. In Nederland is deze verhouding ongeveer 70% en 30%.

4.2.2

Waar komen de asielzoekers vandaan die naar de EU zijn gekomen? De belangrijkste landen van herkomst van de asielzoekers waren in 2020 hetzelfde als in 2019, maar het aantal asielaanvragen voor bijna iedere nationaliteit daalde. Syrië is het belangrijkste herkomstland voor asielzoekers sinds 2013, van wie de meerderheid asiel vroeg in Duitsland.

De berekeningen zijn gebaseerd op exacte cijfers, geen afrondingen. Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Liechtenstein en IJsland zijn niet meegenomen omdat het aantal onbegeleide minderjarige asielzoekers kleiner is dan 5. 62 Een alleenstaande minderjarige asielzoeker is een persoon die jonger is dan 18 jaar en die aankomt op het grondgebied van de EU zonder begeleiding van een volwassene, of een minderjarige die na aankomst in een lidstaat van de EU onbegeleid is. 61

76

De Staat van Migratie 2021

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10%

EU-27

België

Duitsland

Nigeria

Somalië

Bangladesh

Turkije

Pakistan

Irak

Columbia

Venezuela

Afghanistan

0%

Syrië

5%

Nederland

Figuur 56 Top 10 nationaliteiten van asielzoekers in de EU-27, aandeel asielverzoeken in Nederland, België en Duitsland, 2020 (Bron: Eurostat)

De top 5 nationaliteiten van asielzoekers in de EU waren in 2020: Syrië, Afghanistan, Venezuela, Colombia, Irak. De top 5 nationaliteiten van asielzoekers in Nederland waren in 2020: Syrië, Algerije, Marokko, Turkije, Nigeria. Het aantal eerste asielaanvragen van Syrische asielzoekers daalde van 74.900 in 2019 naar 63.500 in 2020. Het aandeel eerste asielaanvragen van Syriërs in het totale aantal steeg van 11,9% naar 15,2%. De grootste daling in aantallen in vergelijking tot 2019 vond plaats onder Venezolanen (-32,3%), Georgiërs (-65,6%), Albanezen (-70,8%) en Syriërs (-15,3%). Ongeveer 36% van de instroom eerste aanvragen in Duitsland had in 2020 de Syrische nationaliteit. In Nederland is dat 30% en in België is dat met 10% een relatief kleine groep. Afghanen vormden 10,6% van het totale aantal, waarvan een kwart asiel vroeg in Griekenland. In Duitsland komt 10% van de instroom uit Afghanistan, in België 18%. De Afghaanse instroom in NL is relatief laag t.o.v. andere EU-lidstaten. Venezolanen (7,3%) en Colombianen (7,0%) vroegen vooral asiel in Spanje. De instroom in Duitsland, België en Nederland van deze groep is met 1% gering.

4.2.3

Hoeveel asielzoekers in de EU krijgen een asielvergunning? De asielstelsels van de verschillende EU-landen zijn gebaseerd op dezelfde EU-wetgeving maar kennen ook verschillen. Om de cijfers van de landen te kunnen vergelijken wordt zowel gekeken naar de beschikkingen in eerste aanleg, ofwel het besluit op de eerste asielaanvraag, als naar de definitieve besluiten, oftewel het besluit aan het einde van de asielprocedure. Vervolgens wordt gekeken naar de verschillende typen vergunningen voor bescherming die worden gegeven na een positief besluit na de eerste asielaanvraag en na een definitief besluit. Als laatste wordt het aantal openstaande asielprocedures, ofwel op hoeveel aanvragen nog een besluit moet worden genomen, genoemd.

De Staat van Migratie 2021

77

Beschikkingen in eerste aanleg

Slowakije

Zwitserland Noorwegen Ijsland Liechtenstein

Duitsland Spanje Frankrijk Griekenland Italië Zweden België Nederland Oostenrijk Cyprus Finland Roemenië Bulgarije Polen Ierland Denemarken Luxemburg Tsjechië Malta Hongarije Litouwen Portugal Kroatië Slovenië Estland Letland

140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Definitieve besluiten

Figuur 57 Aantallen beschikkingen in eerste aanleg en definitieve besluiten, 2020 (in duizenden) (Bron: Eurostat)

In 2020 zijn 521.000 beschikkingen in eerste aanleg op asielaanvragen63 genomen in alle lidstaten van de EU en 232.800 definitieve besluiten na beroep of een herziening. Het grootste aantal besluiten, zowel in eerste aanleg als definitief, zijn genomen in Duitsland, een aandeel van 25% van het totale aantal besluiten in eerste aanleg en 43% van het totale aantal definitieve besluiten. Nederland was goed voor 2,6% van het totale aantal besluiten in eerste aanleg en 1% van het totale aantal definitieve besluiten.

Vluchtelingenstatus Humanitaire gronden

Zwitserland Noorwegen Ijsland Liechtenstein

Ierland Oostenrijk Luxemburg Nederland Griekenland Cyprus Duitsland Slowakije Spanje Finland Bulgarije Estland Denemarken België Malta Slovenië Italië Hongarije Zweden Roemenië Litouwen Portugal Frankrijk Letland Polen Kroatië Tsjechië

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

EU

De EU-wetgeving voor asiel voorziet in twee vormen van internationale bescherming: de vluchtelingenstatus en de status van subsidiaire bescherming. In Nederland wordt één uniforme vergunning verstrekt aan vluchtelingen en subsidiair beschermden, namelijk de verblijfsvergunning asiel (VVA) voor bepaalde tijd. Veel lidstaten in de EU kennen een twee-status stelsel, in de zin dat de vergunning die wordt verstrekt aan een erkende vluchteling niet gelijk is aan de vergunning die wordt verstrekt aan de subsidiair beschermde, bijvoorbeeld op het vlak van de geldigheidsduur. Verhouding verschillende typen bescherming na positieve besluiten in eerste aanleg, 2020

Subsidiaire bescherming Afgewezen

Figuur 58 Verhouding verschillende typen bescherming na besluiten in eerste aanleg, 2020 (Bron: Eurostat)64

Dit gaat om alle eerste beslissingen op de aanvraag, inclusief alle eerste aanvragen, opvolgende (herhaalde) aanvragen en de aanvragen overgenomen van Italië of Griekenland via herplaatsing. 64 Berekeningen zijn gebaseerd op exacte cijfers, geen afrondingen. 63

78

De Staat van Migratie 2021

Van de beschikkingen in eerste aanleg ontvingen in 2020 in de EU 211.800 asielzoekers in 2020 een vluchtelingenstatus of een status van subsidiaire bescherming, ofwel 41%. Het afwijzingspercentage in de hele EU was 59%. In absolute aantallen kregen 106.200 asielzoekers een vluchtelingenstatus in de EU na een beschikking in eerste aanleg. In totaal 50.300 ontvingen een subsidiaire beschermingsstatus en 55.400 een verblijfsvergunning voor humanitaire redenen. De verblijfsvergunningen om humanitaire redenen zijn vergunningen die zijn gebaseerd op nationaal recht, zoals in Nederland de vergunningen die worden afgegeven aan meereizende gezinsleden zonder eigen asielgronden. Het aandeel positieve uitkomsten van het totale aantal beschikkingen in eerste aanleg, het inwilligingspercentage voor internationale bescherming, was in Ierland (74%), gevolgd door Oostenrijk (65,1%), Luxemburg (64,3%), Nederland (63,5%) en Griekenland (55,3%). In Verschillende typen bescherming positief19,5% definitief Tsjechië was dit 10,8% en in Letland, Polen enna Kroatië of besluit, lager. 2020 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

Vluchtelingenstatus Humanitaire gronden

Liechtenstein Noorwegen Zwitserland Ijsland

Bulgarije Oostenrijk Ierland Nederland Italië Duitsland Spanje Roemenië Slowakije Finland Kroatië Frankrijk Estland Litouwen Zweden Denemarken Griekenland België Letland Slovenië Tsjechië Luxemburg Malta Polen Cyprus Portugal

0%

EU

10%

Subsidiaire bescherming Afgewezen

Figuur 59 Verschillende typen bescherming na definitief besluit, 2020 (Bron: Eurostat)65

In totaal 69.200 asielzoekers kregen een positief definitief besluit na beroep of herziening in 2020, van wie 21.600 een vluchtelingenstatus kregen, 22.400 subsidiaire bescherming en 25.300 een humanitaire verblijfsvergunning. Het gemiddelde aandeel positieve definitieve besluiten na beroep of herziening, het inwilligingspercentage, in de EU was 29,7%. Dit inwilligingspercentage was in Bulgarije (89,5%), gevolgd door Oostenrijk (61,7%), Ierland (59,3%), Nederland (46,5%) en Italië (40,7%). In Portugal waren alle definitieve besluiten negatief. Het verschil in inwilligingspercentages tussen de verschillende lidstaten van de EU kan onder andere worden verklaard door de verschillen in nationaliteiten van de asielzoekers die asiel aanvragen en de subgroepen daarbinnen.

65

Berekeningen zijn gebaseerd op exacte cijfers, geen afrondingen. Voor Hongarije zijn er geen cijfers over definitieve besluiten. De Staat van Migratie 2021

79

350 300 250 200 150 100

December 2019

Zwitserland Noorwegen Ijsland Liechtenstein

0

Duitsland Frankrijk Spanje Griekenland Italië België Oostenrijk Cyprus Zweden Nederland Ierland Finland Malta Polen Roemenië Bulgarije Luxemburg Denemarken Slovenië Kroatië Tsjechië Litouwen Slowakije Letland Portugal Estland Hongarije

50

December 2020

Figuur 60 Aantal open asielprocedures, eind 2019 en 2020 (in duizenden) (Bron: Eurostat)

Aan het einde van 2020 was op 765.700 asielaanvragen nog geen besluit genomen in de EU.66 Eind 2019 stonden 928.000 asielprocedures open. Duitsland heeft het hoogste aantal open asielprocedures (257.200, 33,6%), gevolgd door Frankrijk (151.200, 19,7%), Spanje (103.400, 13,5%), Griekenland (62.300, 8,1%) en Italië (53.900, 7,0%). Voor 10 EU-lidstaten met meer dan 10.000 open asielprocedures aan het einde van 2020, steeg het aantal vergeleken met 2019. Bijvoorbeeld voor Italië, Cyprus en België. In Griekenland, Zweden, Spanje, Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Frankrijk daalde het aantal. Het Nederlandse aandeel was in 2020 2% (17.100).

4.2.4

Wat is de omvang van secundaire migratie?

De definitie van secundaire migratie zoals gebruikt door de EU-agentschappen Europol, EASO en Frontex is: de reizen die door derdelanders van de ene EU-lidstaat naar de andere worden ondernomen, zowel zelfstandig als begeleid, zonder dat hier toestemming voor is gegeven door de nationale autoriteiten. Dit is inclusief het reizen zonder of met een ontoereikend of nagemaakt visum voor toegang of andere reisdocumenten. De opgenomen gegevens zijn een weergave van wat bekend is. Er zijn nog veel gegevens over secundaire migratie onbekend omdat niet iedereen die van de ene naar de andere lidstaat reist wordt geregistreerd of omdat de registratie conform EU-wetgeving op een bepaald moment is verlopen.

66

80

De Staat van Migratie 2021

Een open asielaanvraag is een aanvraag die op ieder moment is ingediend en waarop de nationale autoriteiten van de lidstaten van de EU op het moment van de peildatum nog geen besluit hebben genomen. Dit geeft aan hoeveel asielzoekers op een besluit wachten en het geeft aan hoe groot de werkvoorraad is van de lidstaten.

Eurodac registraties Geen eerdere registratie Italië

6140 2060

Griekenland

2060

Duitsland

1360

Nederland

1120

Spanje

460

Zwitserland

390

Frankrijk

300

Oostenrijk

180

Zweden

160

Overig

1000 0

1.000

2.000

3.000

4.000

5.000

6.000

7.000

Figuur 61 Eerste Eurodac registratie van vreemdelingen voorafgaand aan asielgerelateerde registratie door Nederland, 2020 (Bron: Eurodac)

De gegevens van het EU-systeem Eurodac geven gedeeltelijk inzicht in secundaire migratie binnen de EU. Als een vreemdeling wordt aangetroffen tijdens een illegale buitengrensoverschrijding of een asielaanvraag indient in een lidstaat, wordt dit samen met de biometrische gegevens van de vreemdeling (i.e. een vingerafdruk) opgeslagen in het systeem. In de Eurodac-verordening zijn de maximale bewaartermijnen van de gegevens in de Eurodac database vastgelegd. Bij een asielaanvraag in Nederland wordt de vingerafdruk van de vreemdeling afgenomen en checkt de politie de Eurodac database om te controleren of de vreemdeling eerder in de EU is aangetroffen. Eurodac registraties zijn vaak onderdeel van een asielaanvraag waardoor de Eurodac database ook kan worden gebruikt om inzicht te krijgen in hoeveel vreemdelingen meerdere asielaanvragen in de EU hebben gedaan. In 2020 had 48% van alle Eurodac bevragingen bij een asielaanvraag geen eerdere Eurodac registratie (meer) voor aankomst in Nederland. Bij de 52% van de asielaanvragers met een eerdere registratie was de asielaanvraag het vaakst eerder geregistreerd in EU-lidstaten zoals Italië, Griekenland en Duitsland. Duitsland

1.660

Griekenland

1.640 820

Italië

430

Frankrijk Spanje

310

Zwitserland

310 230

België Oostenrijk

160

Zweden

120 520

Overig 0

500

1.000

1.500

2.000

2.500

Figuur 62 Aantal eerdere registraties direct voorafgaand aan asielgerelateerde registratie door Nederland, 2020 (Bron: Eurodac)

De Staat van Migratie 2021

81

In 2020 is, kijkend naar de absolute aantallen, voor bijna 6.200 van de ongeveer 14.500 vreemdelingen die door Nederland in Eurodac werden geregistreerd vanwege een asielaanvraag, al eerder een asielaanvraag geregistreerd in dat systeem. De meeste eerdere asielregistraties zijn voornamelijk gedaan door de Duitse, Griekse en Italiaanse autoriteiten. Van de vreemdelingen die eerdere asiel gerelateerde registraties op hun naam hebben, staan gemiddeld 2,2 registraties per persoon in de database. De meeste asiel gerelateerde registraties betreft vreemdelingen met de Syrische nationaliteit, gevolgd door vreemdelingen met de Algerijnse, Marokkaanse en Nigeriaanse nationaliteit. Vreemdelingen met meerdere Eurodac registraties zijn gemiddeld 922 dagen onderweg tussen de eerste en de laatste registratie. ‘Onderweg’ betekent dat vreemdelingen van de lidstaat waar ze de EU binnenkomen doorreizen naar andere lidstaten van de EU. De eerste registratie kan plaatsvinden in de lidstaat van binnenkomst of in een daaropvolgende EU-lidstaat waar de asielzoeker wordt geregistreerd. De vreemdelingen met de NoordMacedonische, Malinese, Somalische en Nigeriaanse nationaliteit hebben gemiddeld het meest aantal dagen tussen de eerste en de laatste registratie per persoon.

Vreemdelingen met de Turkse, Jemenitische en Syrische nationaliteit hebben gemiddeld het minste aantal dagen tussen de eerste en de laatste registratie per persoon. Dublin claims De Dublin-verordening67 bepaalt welke lidstaat in de EU verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. Het uitgangspunt is dat een asielverzoek in de EU maar door één lidstaat in behandeling wordt genomen. Indien volgens de Dublin-verordening een andere lidstaat verantwoordelijk is voor een asielverzoek, dan kan een verzoek (of: claim) worden ingediend bij die andere lidstaat. Na akkoord van de desbetreffende lidstaat kan de vreemdeling worden overgedragen. Een akkoord leidt niet in alle gevallen tot feitelijke overdracht van de vreemdeling aan de andere lidstaat. Daarvan is vertrek met onbekende bestemming uit de opvanglocatie de voornaamste reden. Ook kan om beleidsmatige en juridische redenen ervoor worden gekozen om een vreemdeling niet over te dragen, zoals jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie. In 2020 was de overdracht van asielzoekers met een registratie in een andere EU-lidstaat, de zogenoemde Dublin-claimanten, moeilijker te realiseren vanwege de grens- en reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie van sommige EU-lidstaten.

Dit heeft ertoe geleid dat in een deel van de zaken de wettelijke termijn voor de overdracht is verstreken waardoor de asielzoeker alsnog in de nationale procedure is opgenomen.

67

82

De Staat van Migratie 2021

Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend

250.000

200.000

150.000

100.000

50.000

0

Ontvangen claims 2016

Claims geaccepteerd 2017

2018

2019

Vreemdeling overgedragen 2020

Figuur 63 Dublin-claims in de EU, 2016-2020 (Bron: Eurostat)68

Volgens de beschikbare gegevens over 2020 werden de meeste Dublin-claims ontvangen door Italië (22%), Duitsland (17%) en Griekenland (9%). Nederland stond op de zesde plaats. De top 3 van ontvangende staten bestond uit Duitsland (31%), Frankrijk (31%) en België (7%). Nederland stond in 2020 op de vijfde plaats. De gegevens over 2019 geven een vergelijkbaar beeld.

4.3

Wat is de omvang van asielmigratie naar Nederland?

4.3.1

Hoe verloopt een asiel aanvraag?

68

Dublin-staten leveren aan Eurostat zowel gegevens over uitgaande als over inkomende Dublin-claims. De grafiek bevat de gegevens die door Dublin-staten als ontvangende staat zijn geleverd, ofwel het aantal ontvangen claims. De gegevens die door Dublin-staten als verzendende staat zijn geleverd geven een vergelijkbaar beeld. De gegevens over 2020 zijn nog niet compleet. De Staat van Migratie 2021

83

Het doel van de asielketen is om de mensen die om bescherming vragen zo snel en zorgvuldig mogelijk te identificeren, opvangen, begeleiden en duidelijkheid te geven over hun recht op verblijf in Nederland. Daarna worden ze begeleid naar de gemeente waar ze gaan wonen of voorbereid op de terugkeer naar het land waar ze vandaan komen. Een vreemdeling die in Nederland bescherming wil vragen omdat hij stelt dat hij in zijn eigen land gevaar loopt, dient een asielaanvraag in bij de IND. In Nederland is de asielprocedure gedifferentieerd naar een zogeheten sporenbeleid, waarbij voor specifieke groepen asielzoekers aparte procedures (sporen) worden toegepast. Het sporenbeleid bestaat uit vijf sporen, waarvan de sporen 3 (evidente inwilliging) en 5 (evidente inwilliging na onderzoek) momenteel niet in gebruik zijn. Deze twee sporen voor evident kansrijke zaken kunnen alleen onder specifieke omstandigheden bij een grote toename van de instroom worden gebruikt. Asielaanvragen kunnen op dit moment worden behandeld in een spoor voor Dublinclaimanten (spoor 1), voor asielzoekers afkomstig uit een veilig land van herkomst of die al in een andere EU-lidstaat bescherming hebben (spoor 2). Dit zijn veelal asielzoekers die via secundaire migratie binnen de EU naar Nederland zijn gekomen.

Bovendien is er de algemene asielprocedure (spoor 4AA) of de verlengde asielprocedure als meer tijd nodig is (spoor 4VA). De verdeling per spoor was in 2019 en 2020 als volgt: % zaken ingestroomd per spoor Jaar

spoor 1

spoor 2

spoor 4

2019

35%

10%

54%

2020

26%

11%

63%

Figuur 64 Percentage ingediende 1ste asielaanvragen per spoor (Bron: IND)

Gedurende de asielprocedure verzorgt het COA de opvang van de vreemdeling. Er zijn verschillende vormen van centrale opvang (CO) tijdens de asielprocedure. Wie asiel aanvraagt in Nederland, moet zich melden bij een aanmeldcentrum van de IND. Vervolgens worden asielzoekers opgevangen in een centrale ontvangstlocatie (COL) van het COA. Daar krijgen ze de eerste opvang. Zodra asielzoekers verder de asielprocedure ingaan, verhuizen ze van de centrale ontvangstlocatie naar een van de proces opvanglocaties (POL) van het COA. Als ze in de AA worden doorverwezen naar de VA, dan verhuizen asielzoekers van de proces opvanglocatie naar een asielzoekerscentrum (azc). Gedurende de behandeling van de asielaanvraag heeft de asielzoeker in de regel recht op opvang. De duur van de opvang, en daarmee ook de bezetting, is in beginsel gekoppeld aan de periode dat iemand rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van de Vreemdelingenwet. Voor amv’s wordt de opvang in voorkomende gevallen georganiseerd door de voogdijinstelling Nidos. Als de IND de aanvraag inwilligt, ontvangt een vreemdeling een VVA voor bepaalde tijd. Hij of zij verruilt zo snel mogelijk de opvang voor een huis dat één van de gemeenten aan hem toewijst. Op het moment dat een vreemdeling een afwijzing ontvangt op zijn aanvraag, wordt het dossier overgedragen aan de DT&V die start met een terugkeertraject.

De vreemdeling kan tegen deze afwijzing beroep indienen bij de rechtbank en vervolgens eventueel hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS. Een vreemdeling kan na afwijzing van zijn asielaanvraag redenen hebben om een nieuwe aanvraag in te dienen: een opvolgende asielaanvraag. MVV nareis Iemand die in het bezit is gesteld van een asielvergunning kan voor één of meerdere kerngezinsleden een MVV-nareisaanvraag doen. Deze vergunninghouder is de referent. Onder kerngezinsleden wordt verstaan een echtgeno(o)t(e), partner of (pleeg)kind. Daarnaast kan een alleenstaande minderjarige houder van een asielvergunning een MVV-nareisaanvraag indienen voor diens ouder(s). De indiening moet binnen een termijn 84

De Staat van Migratie 2021

van 3 maanden geschieden na een (positief ) besluit op de asielaanvraag. Na die termijn is er een mogelijkheid tot reguliere gezinshereniging. Nadat de MVV is ingewilligd heeft het gezinslid 90 dagen de tijd om de MVV op de diplomatieke post op te halen en daarna 90 dagen de tijd om Nederland in te reizen. In 2020 zijn de regels tijdelijk versoepeld vanwege de coronapandemie. De ophaaltermijn voor MVV’s is bijvoorbeeld verlengd naar 9 maanden indien aanneembaar is dat niet kon worden gereisd vanwege de coronapandemie.69 Nareizigers krijgen de afgeleide asielvergunning, na een inwilliging op de MVV-nareisaanvraag, ambtshalve verleend wanneer ze in Nederland aankomen. Het totale aantal inwilligingen geeft een indicatie van het aantal gezinsleden van asielvergunninghouders dat naar Nederland komt. Nareis 8 EVRM Broers en zussen van een amv vallen niet onder de reikwijdte van nareis zoals hierboven omschreven. De broers en zussen van een amv kunnen wel gelijktijdig gezinshereniging aanvragen met de biologische ouders van de amv. Dit kan via artikel 8 EVRM. De IND registreert de aanvragen van broers en zussen van amv met asielstatus apart als nareis 8 EVRM. De behandeling van deze aanvragen vindt gezamenlijk plaats met de MVV nareis aanvragen van de andere gezinsleden. Wanneer de aanvraag om een MVV voor deze categorie wordt ingewilligd kunnen deze vreemdelingen ook inreizen.

In Nederland worden ze niet in het bezit gesteld van een VVA maar van een VVR.

4.3.2

Wat is de omvang en herkomst van de asielaanvragers in Nederland?

De asielinstroom bestaat uit het aantal ingediende asielaanvragen, zowel eerste aanvragen (inclusief geboorten) als tweede en volgende aanvragen, nareizende gezinsleden van vergunninghouders, herplaatste kwetsbare personen en hervestigde vluchtelingen. Nareizende gezinsleden van houders van een zelfstandige asielvergunning worden als asielinstroom meegeteld omdat zij een VVA krijgen en het COA hen ook opvang biedt. Daarnaast zijn asielzoekers die vanuit een lidstaat van de EU naar Nederland zijn overgebracht, de zogenaamde herplaatsing, weergegeven. Tenslotte zijn de vluchtelingen die in het kader van hervestiging vanuit een land van buiten de EU naar Nederland zijn overgebracht ook apart opgenomen. Nareizigers, herplaatste asielzoekers en hervestigde vluchtelingen tellen mee in de totale asielinstroom van asielzoekers in Nederland op het moment van aankomst in Nederland.

Totaal

Eerste aanvragen

Tweede en volgende aanvragen

Nareizigers

Herplaatsing

Hervestiging

2019

31.340

22.530

2.720

4.180

10

1.890

2020

19.610

13.670

1.600

3.860

50

430

% verschil

↓37%

↓39%

↓41%

↓8%

↑400%

↓77%

Figuur 65 Asielinstroom totaal en uitgesplitst naar type aanvraag, 2019-2020 (Bron: IND)

In 2020 daalde de totale asielinstroom met 37%. Inclusief herplaatsing en hervestiging, daalde de instroom naar 19.610 vergeleken met 31.340 in 2019. Het aantal nareizigers daalde van 4.180 in 2019 naar 3.860 in 2020. Het aantal tweede en volgende aanvragen nam ook af. Dat aantal daalde met 41% vergeleken met 2019. In 2020 zijn 50 personen herplaatst en zijn 69

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 19 637, nr. 2666 De Staat van Migratie 2021

85

430 personen hervestigd. De daling van alle categorieën behalve van herplaatsing kan worden verklaard door de (reis)beperkingen vanwege de coronapandemie.

Syrische 29% Overig 46%

Algerijnse 7%

Turkse 7% Nigeriaanse 5%

Marokkaans 6%

Figuur 66 Top 5 nationaliteiten eerste asielaanvragen, 2020 (Bron: IND)

In 2020 werd bijna een derde van de eerste asielaanvragen door Syriërs ingediend. Op de tweede plaats volgden Algerijnen en op de derde plaats Turken. Dit betreft alleen de ingediende asielaanvragen en zegt niets over of deze aanvragen worden ingewilligd of afgewezen. Bij de eerste aanvragen asiel zijn in 2020 in totaal 140 verschillende nationaliteiten betrokken. Variërend van 4.020 aanvragen door Syriërs tot 1 aanvraag per nationaliteit, die zijn verzameld in de categorie overig. Door 70 nationaliteiten zijn minder dan 10 aanvragen gedaan.

Syrische 30% Overig 46%

Eritrese 8% Turkse 6% Jemenitische 4%

Algerijnse 5%

Figuur 67 Top 5 nationaliteiten asielaanvragen, 2020 (Bron: IND)

In 2020 werd 30% van het totale aantal asielaanvragen, bestaande uit eerste aanvragen, herhaalde aanvragen, nareis, hervestiging en herplaatsing, door Syriërs ingediend. Gevolgd door Eritreeërs en Turken. Dit betreft alleen de ingediende asielaanvragen en zegt niets over of deze aanvragen worden ingewilligd of afgewezen. Ook hier geldt dat de categorie overig uit veel verschillende nationaliteiten bestaat die een klein aantal of 1 aanvraag hebben ingediend.

86

De Staat van Migratie 2021

Overig 21%

Syrische 45% Afghaanse 5%

Algerijnse 6%

Eritrese 8% Marokkaanse 15%

Figuur 68 Top 5 nationaliteiten asielaanvragen amv’s, 2020 (Bron: IND)

In 2020 werd 45% van het totale aantal asielaanvragen van amv’s ingediend door Syrische amv’s, gevolgd door de Marokkaanse en Eritrese amv’s. Dit betreft alleen de ingediende asielaanvragen en zegt niets over of deze aanvragen worden ingewilligd of afgewezen. De categorie overig bestaat opnieuw uit veel verschillende nationaliteiten. MVV nareis Iemand die in het bezit is gesteld van een asielvergunning kan voor één of meerdere kerngezinsleden een MVV-nareisaanvraag doen. Aantal ingediende aan- vragen MVV nareis

Aantal ingewilligde aanvragen MVV-nareis, eerste aanleg + bezwaar

Inwilligingspercentage eerste aanleg

2019

6.130

4.720

66%

2020

9.300

4.670

70%

% verschil

↑52%

↓1%

↑6%

Figuur 69 Aantal ingediende en ingewilligde aanvragen MVV-nareis, 2019-2020 (Bron: IND)

In 2020 voldeed 70% van de afgehandelde MVV-nareisaanvragen in eerste aanleg aan de voorwaarden en werd ingewilligd. Het totale aantal inwilligingen was in 2020 vrijwel gelijk aan dat van 2019. De IND heeft in 46% van de MVV-nareisaanvragen in eerste aanleg binnen de wettelijke termijn beslist, in 2019 was dit 59%. De reden voor deze daling heeft meerdere oorzaken: een hogere instroom van MVV-nareis zaken vanwege de inhaalslag bij de IND op eerste asielaanvragen, de inzet van medewerkers op spoor 4 zaken en de effecten van de coronapandemie waardoor o.a. geen nader onderzoek mogelijk was op de diplomatieke posten. Nareis 8 EVRM De broers en zussen van een amv kunnen gelijktijdig gezinshereniging aanvragen met de biologische ouders van de amv. Dit kan via artikel 8EVRM.

De Staat van Migratie 2021

87

MVV-aanvraag

Bezwaar

Ingediend

Afgehandeld

% Ingewilligd

Ingediend

Afgehandeld

% Ingewilligd

2019

3.780

1.200

30%

2020

3.200

3.190

30%

1.430

410

26%

1.640

1.350

16%

Figuur 70 8 EVRM nareis bij amv, 2019-2020 (Bron: IND)

In 2020 is 970 keer een verzoek om nareis op basis van 8 EVRM ingewilligd en 220 keer in bezwaar, in vergelijking met 370 en 110 keer in 2019. Deze gezinsleden ontvangen een reguliere vergunning voor hun verblijf in Nederland. Herplaatsing Van herplaatsing is sprake als asielzoekers of statushouders vanuit de ene naar de andere lidstaat van de EU worden overgebracht om daar de asielprocedure te doorlopen of zich als statushouder te vestigen. In de tweede helft van 2020 zijn ongeveer 50 kwetsbare personen naar Nederland herplaatst vanuit Griekenland ter invulling van het herplaatsingsaanbod van het kabinet in reactie op de branden op Lesbos.70

4.3.3

Hoeveel asielzoekers zaten in de opvang?

Het instroomcijfer van het COA is doorgaans hoger dan het instroomcijfer van de IND. Stel dat een asielzoeker uit de COA-opvang is vertrokken en die persoon meldt zich daarna opnieuw bij een aanmeldcentrum van de IND. Dan heropent de IND het asieldossier van die persoon met hetzelfde nummer. Het COA gaat echter een nieuwe ‘opvangovereenkomst’ met die persoon aan, met een nieuw nummer dat meetelt voor het COA-instroom cijfer.71

Bij de start van 2020 was de verwachting dat de bezetting in de opvang van het COA zou toenemen. De uitbreiding van de reguliere capaciteit slaagde beperkt waardoor voorbereidende maatregelen zijn getroffen om asielzoekers in evenementenhallen op te vangen.72 Door de coronapandemie daalde vanaf maart de instroom en daarmee de bezetting bij het COA om vervolgens te stabiliseren. Sinds augustus 2020 stijgt de bezetting weer. Tijdens meerdere bijeenkomsten van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie is gesproken over deze situatie. Bestuurlijke hulp is gevraagd om extra opvangplekken te realiseren. Daarnaast zijn zogeheten escalatiemogelijkheden ingezet om de druk op de opvang te verlagen.73 Ontvangen in opvang

Uitgestroomd uit opvang

Bezetting opvang

Waarvan amv’s

2019

36.320

31.380

27.320

560

2020

24.030

23.250

27.810

580

% verschil

↓34%

↓26%

↑2%

↓4%

Figuur 71 Instroom, uitstroom en bezetting van de centrale opvang, inclusief gezinslocaties en vrijheidsbeperkende locaties, 31 december 2019 - 31 december 2020 (Bron: COA)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 19637, nr. 2652 COA instroom en uitstroom 72 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 19637, nr. 2582 73 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 19637, nr. 2684 70 71

88

De Staat van Migratie 2021

De instroom in de COA-opvang is in 2020 fors lager dan de instroom in 2019. De bezetting is op 31 december 2020 27.810, 2% hoger dan op 31 december 2019. Op 31 december 2020 bevonden zich 580 amv’s in de opvang. Minderjarige vergunninghouders die worden opgevangen onder verantwoordelijkheid van Nidos zijn niet meegenomen. Op 31 december 2020 zaten er 1.060 amv’s met een vergunning in de opvang van Nidos. Het aandeel vergunninghouders op de totale bezetting van het COA nam toe en bedroeg op 31 december 2020 meer dan 30%. Dat is een relatief hoog percentage dat mede wordt verklaard door de inzet van de Taskforce Dwangsommen, die heeft geleid tot een versnelde inwilliging van langwachtende kansrijke asielzoekers in de tweede helft van 2020. Daarnaast stromen vergunninghouders vanwege de aanhoudende krapte op de woningmarkt niet tijdig uit naar gemeenten en verblijven zij dus langer in de COA-opvang (zie ook hoofdstuk 6.1.2). Verblijfsduur

< 1 jaar

1-2 jaar

2-3 jaar

3-4 jaar

4-5 jaar

> 5 jaar

2019

18.690

6.030

890

460

640

600

2019

68%

22%

3%

2%

2%

2%

2020

14.290

9.020

3.030

510

290

670

2020

51%

32%

11%

2%

1%

2%

Figuur 72 Verblijfsduur in de opvang, 2019-2020 (Bron: COA)

De verblijfsduur in de COA-opvang is in 2020 toegenomen ten opzichte van 2019. Gemiddeld bedraagt de verblijfsduur in 2020 13,97 maanden (peildatum 1-1-2021) ten opzichte van 11,43 maanden in 2019 (peildatum 1-1-2020). Dit kan worden verklaard doordat niet alle asielaanvragen binnen de gestelde wettelijke termijn werden afgehandeld en doordat de uitstroom stokt vanwege de krapte op de woningmarkt. Asielzoekers en vergunninghouders verbleven hierdoor langer in de COA-opvang. Verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin en van amv’s Het asielproces brengt verplaatsingen met zich mee voor de betrokken vreemdelingen. Verhuizingen vinden plaats, bijvoorbeeld vanwege een volgende stap in het asielproces, het sluiten van een locatie, op eigen verzoek van de vreemdeling, of voor het borgen van de veiligheid op locatie. Medio 2020 is de rapportagesystematiek van verhuizingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin en amv’s herijkt. In een brief aan de Tweede Kamer van 2 juli 202074 staan de wijzigingen beschreven.

74

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 30573, nr. 181: bij de verhuizingen wordt geteld op basis van adreswijziging, maar daarnaast is relevant dat verhuisbewegingen binnen 30 dagen na aankomst op een locatie niet worden meegeteld. Als een kind korter dan deze termijn op de locatie heeft gewoond, dan is in de meeste gevallen van plaatsing op een school geen sprake geweest. Niet alleen zijn de verhuisbewegingen per kalenderjaar weergegeven van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin, maar sinds de herijking ook van amv. De Staat van Migratie 2021

89

Kinderen 2019

Amv 2020

2019

2020

Aantal verhuis-bewegingen

Gemiddeld

Aantal verhuis-bewegingen

Gemiddeld

Aantal verhuis-bewegingen

Gemiddeld

Aantal verhuis-bewegingen

Gemiddeld

Doorstroom75

980

1,08

1.810

1,10

270

1,06

200

1,07

Eigen verzoek bewoner

30

1,00

10

1,00

<5

1,00

<5

1,00

Onderlinge Overplaatsing

1.490

1,22

960

1,09

130

1,09

110

1,02

Sluiten centrum/ modaliteit

50

1,00

200

1,00

<5

1,00

30

1,00

Veiligheid

10

1,00

30

1,00

<5

1,00

<5

1,00

Totaal

2.550

1,19

3.000

1,25

400

1,12

340

1,12

Figuur 73 Verhuisbewegingen van minderjarige kinderen in de opvang, 2019-2020 (Bron: COA)

In 2020 zijn meer verhuisbewegingen geregistreerd dan in 2019. De meeste verhuizingen zijn het gevolg van processtappen (categorie doorstroom) in het asielproces zoals van de POL naar een azc. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat door de coronamaatregelen gezinnen met een Dublinclaim niet uit Nederland konden vertrekken. Deze gezinnen kwamen na het verlopen van de termijn in een andere procedure terecht, hetgeen verhuizingen als gevolg van processtappen tot gevolg had. Daarnaast is in 2020 bijvoorbeeld de locatie Weert gesloten, hetgeen de toename in verhuisbewegingen gerelateerd aan het sluiten van een centrum/ modaliteit verklaart. Bij amv is in absolute zin sprake van een daling van het aantal verhuisbewegingen in 2020 vergeleken met 2019. De daling vond vooral plaats bij de categorieën ‘Onderlinge Overplaatsing’ en ‘Doorstroom’. Dit kan worden verklaard door de beperkende maatregelen als gevolg van de coronapandemie die enerzijds een lagere instroom als gevolg had, maar ook het opschorten van procedures waardoor amv’s langer op hun locatie bleven. Dit had vergeleken met 2019 geen zichtbaar effect op het gemiddeld aantal verhuisbewegingen van amv’s. Tot slot geldt ook hier dat het aantal verhuisbewegingen gerelateerd aan het sluiten van een opvangcentrum in 2020 is toegenomen.

75

90

De Staat van Migratie 2021

De categorie ‘onderlinge overplaatsing’ is in 2019 hoger vanwege een “vervuiling”: een fors aantal behoort eigenlijk tot de categorie ‘Doorstroom’. Het is niet mogelijk om dit uit het systeem te herleiden en om te zetten. Vanaf mei 2020 is een verbetertraject gestart waardoor de registratie beter conform het proces verloopt.

Kinderen 2019 Verhuis-bewegingen 1

Amv 2020

2019

2020

Aantal kinderen

Doorlooptijd

Aantal kinderen

Doorloop-tijd

Aantal kinderen

Doorlooptijd

Aantal kinderen

Doorlooptijd

930

17

910

17

250

11

110

9

2

300

22

470

25

50

16

20

15

3

110

42

100

34

10

14

<5

19

4

40

62

30

53

<5

21

0

-

5

20

59

30

60

0

-

0

-

6

10

67

10

54

0

-

0

-

7

<5

86

0

-

0

-

8

10

66

0

-

0

-

1.420

22

300

12

130

10

Totaal

1.560

22

Figuur 74 Totaal aantal verhuisbewegingen en gemiddelde verblijfsduur gesplitst naar jaar van uitstroom per rapportageperiode, 2019-202076 (Bron: COA)

Dit totale aantal verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin en amv’s die in betreffend kalenderjaar zijn uitgestroomd, geeft een beeld van het totale aantal verhuisbewegingen van een kind gedurende het verblijf in de opvang van het COA. Vergeleken met 2019 nam het aantal kinderen met een verhuisbeweging toe in 2020. De doorlooptijd bij uitstroom bleef in 2020 stabiel ten opzichte van 2019. In 2020 waren er geen kinderen meer die meer dan zes keer zijn verhuisd. Dit betrof in 2019 dan ook met name kinderen die (uitzonderlijk) lang bij het COA verbleven. Van dergelijke doorlooptijden is bij de uitstroom in 2020 minder sprake en daarmee ook van dit forse aantal verhuizingen. In 2020 is het aantal amv’s dat is uitgestroomd aanzienlijk gedaald vergeleken met 2019, naar verwachting een gevolg van de maatregelen vanwege de coronapandemie. Er werd in 2020 minder verhuisd, hetgeen ook van invloed was op het totale aantal verhuisbewegingen van amv’s die zijn uitgestroomd in dat jaar (niet meer dan 3 keer).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=8285070e-2d6a-4a97-b218-c53051be9beb