2021-M-879a Staat van Migratie 2021
Tekst van het document
4.3.4
Hoe lang duurt de asielprocedure? De doorlooptijd van een asielaanvraag is de periode tussen het indienen van de asielaanvraag en het besluit van de IND op de asielaanvraag. De gemiddelde doorlooptijd per afhandelingsspoor is van belang en het percentage dat binnen de wettelijke beslistermijn van 6 maanden is afgehandeld. Spoor
Gemiddelde doorloop- tijd van de uitstroom (in weken)
Percentage beslist binnen wettelijke termijn77
Spoor 1
14
Nvt
Spoor 2
7
96%
Spoor 4 AA
39
49%
Spoor 4 VA
60
28%
Figuur 75 Gemiddelde doorlooptijd van eerste asielaanvragen per spoor, 2020 (Bron: IND)
Voor deze tabel is data vanaf 2015 gebruikt. Door wijzigingen in de manier van registreren valt eerdere data niet te vergelijken. Het is onduidelijk welke impact deze beperking precies heeft op deze cijfers. 77 De wettelijke einddatum wordt bepaald aan de hand van de ‘standaard’ wettelijke termijn plus (eventueel) termijnopschortende factoren, zoals tijdens de coronapandemie. Een aanvraag kan dus een doorlooptijd hebben van meer dan 6 maanden en toch nog binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld. 76
De Staat van Migratie 2021
91
Bij een asielaanvraag in spoor 1 of spoor 2 is duidelijk dat er weinig kans op asiel is. Op deze aanvragen probeert de IND zo snel mogelijk een beslissing te nemen. Zo blijven er voldoende plaatsen in de opvang voor asielzoekers met een grotere kans op een verblijfsvergunning. Vanwege de korte procedure en aangezien de zaken over het algemeen inhoudelijk minder complex zijn is de doorlooptijd van spoor 1 en 2 korter dan die van spoor 4. De doorlooptijden in spoor 4 waren in 2020 te lang. De IND heeft in de loop van 2020 een Taskforce ingezet om ervoor te zorgen dat de doorlooptijden in dit spoor weer teruglopen en de afhandeling van deze aanvragen weer binnen de wettelijke termijn plaatsvindt. Dit moet ertoe leiden dat de IND in de loop van 2021 ook in spoor 4 zaken weer grotendeels binnen de wettelijke termijn op een aanvraag beslist.78
De IND is in maart 2016 met het sporenbeleid gestart. Daarom zijn voor het sporenbeleid de cijfers opgenomen tussen 2016 en 2020. 25.000
20.000
15.000
10.000
5.000
0
56% 56%
47% 50% 50% 14% 14%
10%
10% 10%
54% 54%
10%
63% 63% 11% 11%
39% 39%
40% 40%
33% 33%
35% 35%
2016
2017
2018
2019
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 4
26% 26% 2020
Figuur 76 Instroom per spoor uitgesplitst op basis van instroomjaar, 2016 – 2020 (Bron: IND) Spoor 1
31%
2020
2019
29%
2018
32%
2017
27%
2016
26% 0
45% 56% Spoor 2
60% 69%
Spoor 4
67% 5.000
Inwilliging
10.000
15.000
Afwijzing
Overig
Figuur 77 Beslissingen per spoor, 2016-2020 (Bron: IND) 78
92
De Staat van Migratie 2021
Doorlooptijden asiel: Hoe lang duurt mijn asielprocedure? (ind.nl)
20.000
25.000
Nog niet beslist
De indeling is gebaseerd op het spoor waar de aanvraag is ingestroomd. De meerderheid van de aanvragen die instromen in spoor 1, 2 of 4 worden ook afgedaan in dat spoor, respectievelijk 96%, 99% en 97% in de laatste 5 jaar. Van de aanvragen die in de afgelopen 5 jaar in spoor 4 zijn gestart is 3% uiteindelijk in spoor 1 of spoor 2 afgedaan. Bijvoorbeeld omdat tijdens de afhandeling van de aanvraag alsnog een Dublin indicatie naar boven kwam. Zo kan ook tijdens de afhandeling van een aanvraag in spoor 2 blijken dat er toch sprake is van individuele omstandigheden die rechtvaardigen dat een aanvraag in spoor 4 voortgezet moet worden en uiteindelijk wordt ingewilligd. Spoorwisseling vindt plaats als de aard van de zaak een behandeling in een ander spoor rechtvaardigt. Het komt voor dat een afgehandelde aanvraag opnieuw in behandeling moet worden genomen, bijvoorbeeld na een gegrond beroep of omdat een overdracht naar een andere lidstaat niet kon worden gerealiseerd, als gevolg van de reisbeperkingen tijdens de coronapandemie. In dit laatste geval betekent dit dat aanvragen die in eerste instantie in spoor 1 zijn afgedaan, vervolgens in de nationale procedure moeten worden afgehandeld en in spoor 4 instromen. In de IND cijfers komt dit terug als zij-instroom. In 2020 zijn na 1 april 1.800 asielaanvragen om die reden opnieuw in behandeling genomen door de IND.
4.3.5
Hoeveel asielzoekers krijgen een verblijfsvergunning en hoe vaak wordt beroep ingediend? Het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen waarover in 2020 is beslist, is 49%.79 In 2019 was dit 25%. Het inwilligingspercentage van de zaken waarop door de Taskforce in 2020 is beslist, is 72% en ligt daarmee hoger dan de gemiddelde percentages van de afgelopen jaren in zaken in spoor 4. De verklaring hiervoor is dat de Taskforce is gestart met het afhandelen van de kansrijke aanvragen, namelijk aanvragen van asielzoekers uit Syrië, Jemen, Turkije en Eritrea. De categorie overig betreft niet buiten behandeling stellen, inhoud afdoen niet langer opportuun, intrekken van de asielaanvraag, kennelijk ongegrondverklaring of het overlijden van de asielaanvrager. Inwilliging
Afwijzing
Overig
Totaal beslissingen
Inwilligingspercentage
2019
4.500
12.810
880
18.190
25%
2020
8.450
8.420
470
17.350
49%
Figuur 78 Afhandeling eerste asielaanvragen, 2019-2020 (Bron: IND)
De meeste asielaanvragen van asielzoekers uit Turkije en Syrië werden ingewilligd. In 2020 zijn de inwilligingspercentages respectievelijk 92% en 86%. Het percentage inwilligingen voor asielzoekers uit Jemen en Eritrea is respectievelijk 81% en 58%. De asielaanvragen van Syriërs en Eritreeërs die wel worden afgewezen, worden meestal afgewezen omdat ze eerder in een andere lidstaat van de EU zijn geweest en daar hun asielaanvraag moeten indienen (Dublinclaimanten). Asielzoekers uit veilige landen zoals Algerije, Marokko en Tunesië, krijgen in principe geen verblijfsvergunning. Hun aanvraag wordt versneld in behandeling genomen in spoor 2, en als de aanvraag is afgewezen, moet de vreemdeling Nederland onmiddellijk verlaten. Ook
79
Dit inwilligingspercentage verschilt van het percentage berekend aan de hand van de gegevens opgenomen in Eurostat. Binnen Eurostat worden de aanvragen die niet in behandeling worden genomen op grond van Dublin, niet meegeteld als afwijzing. Bij de nationale cijfers telt dit wel als een afwijzing. Daarnaast wordt het inwilligingspercentage binnen de nationale context berekend over alle beslissingen, inclusief de niet-inhoudelijke beslissingen zoals buiten behandeling stellen. Binnen de Eurostat context wordt het percentage berekend over de afwijzingen en de inwilligingen. De Staat van Migratie 2021
93
krijgen zij een inreisverbod van 2 jaar voor Nederland en de hele EU. Zij worden mogelijk geplaatst in de vrijheid beperkende locatie (VBL), zodat meteen aan het vertrek kan worden gewerkt. Het aandeel van aanvragen die in spoor 2 instromen was in 2020 63% van het totale aantal aanvragen. Gemiddeld is het afwijzingspercentage voor de aanvragen die in spoor 2 zijn ingestroomd 94% over de afgelopen 5 jaar. Totaal verleende asielvergunningen
Vanuit eerste asiel- aanvragen
Vanuit herhaalde asiel- aanvragen
Vanuit herplaatsing
Vanuit hervestiging
Vanuit zijinstroom80
Ingereisde nareizigers
2019
11.920
4.500
350
10
1.880
1.000
4.180
2020
14.100
8.470
190
50
420
1.100
3.870
Figuur 79 Totaal aantal verleende asielvergunningen, 2019-2020 (Bron: IND)
In 2020 kwam de meerderheid van het totale aantal verleende asielvergunningen voort uit eerste aanvragen. Het aandeel was 60% van het totaal. Dit was hoger dan in 2019. In 2019 was het aandeel asielvergunningen op grond van een eerste asielaanvraag 38%. Een ander substantieel deel betrof nareizigers. Het aandeel nareizigers in 2020 was 28% van het totaal. In 2019 was dit 35%. De daling komt door (reis)beperkingen als gevolg van de coronapandemie. Beroep 2019
2020
% verschil
Hoger beroep
Instroom
Afgehandeld
Instroom
Afgehandeld
Totaal
23.070
21.130
5.170
5.470
AA
7.490
6.970
4.400
4.540
VA
6.050
4.980
770
930
Dublin
9.530
9.180
*
*
Totaal
17.110
17.690
3.340
3.550
AA
4.260
4.440
2.850
2.940
VA
7.100
7.010
580
610
Dublin
5.750
6.250
*
*
↓26%
↓16%
↓33%
↓35%
Figuur 80 Aantallen ingediende en afgehandelde (hoger) beroepen, 2019-2020 (Bron: RvdR/RvS)
Het aantal ingediende beroepen is in 2020 met 26% gedaald. Het aantal afgehandelde beroepen daalde met 16%. De daling is het hoogst in de Dublin zaken. In 2020 bedroeg de gerealiseerde gemiddelde doorlooptijd in beroep voor AA zaken 12 weken, voor Dublin 9 weken en voor VA-zaken 20 weken. Het aantal ingediende hoger beroepszaken is in 2020 gedaald met 33% in vergelijking met 2019. Het aantal afgehandelde hoger beroepen daalde met 35%. Deze daling kan worden verklaard doordat er minder aanvragen zijn ingediend in 2020 en omdat van het aantal afgehandelde zaken er meer zijn ingewilligd door het werk van de Taskforce. Voor de hoger beroepszaken gold over 2020 een gemiddelde doorlooptijd van 7 weken voor AA-zaken en 14 weken voor VA-zaken. In het jaar daarvoor was dit voor AA-zaken 6 weken en voor VA-zaken 16 weken.
80
94
De Staat van Migratie 2021
Zaken die zijn terugverwezen door de rechter.
De opgenomen doorlooptijden voor de rechtbanken en de RvS naar sporen zijn gegenereerd met behulp van gegevens van de IND omdat de Rechtspraak geen registratie van doorlooptijden naar sporen kent. Hier zijn ook de doorlooptijden per spoor bij de RvS opgenomen. De werkwijze van berekenen wordt nog aangescherpt, maar deze gemiddelde doorlooptijden geven een eerste beeld. In de berekening van deze doorlooptijden zijn de Voorlopige Voorzieningen (VoVo’s) en ‘Beroep niet tijdig beslissen’ niet meegenomen.
Wettelijke termijn (art. 83b VW)
Gemiddelde doorlooptijd beroep
Spoor 1 beroep Dublin
4 weken
10 weken
Spoor 2 beroep EU bescherming/ veilig land van herkomst
4 weken
10 weken
Spoor 4 AA beroep
4 weken
15 weken
Spoor 4 VA beroep (niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond, 4:6 Awb, buiten behandeling gesteld)
4 weken
29 weken
Spoor 4 VA beroep (overig)
23 weken
Figuur 81 Gemiddelde doorlooptijd beroep per spoor, 2020 (Bron: RvdR/RvS) Wettelijke termijn (art. 89 VW)
Gemiddelde doorlooptijd Hoger Beroep
Spoor 1 Hoger beroep Dublin
23 weken
9 weken
Spoor 2 Hoger beroep EU bescherming/ veilig land van herkomst
23 weken
6 weken
Spoor 4 AA Hoger beroep
23 weken
11 weken
Spoor 4 VA Hoger beroep
23 weken
13 weken
Figuur 82 Gemiddelde doorlooptijd hoger beroep per spoor, 2020 (Bron: RvdR/RvS)
De Staat van Migratie 2021
95
Hoofdstuk 5 Vertrek
In deze Staat van Migratie zijn in het deel over vertrek ook grenstoezicht81 en binnenlands toezicht opgenomen. Hier is voor gekozen omdat een deel van de migranten die naar Nederland wil komen aan de grens wordt geweigerd of wordt staande gehouden tijdens controles van binnenlands toezicht omdat ze geen rechtmatig verblijf in Nederland blijken te hebben. Deze groep migranten zonder rechtmatige toegang of verblijf moet Nederland verlaten. Vertrek behelst in deze Staat van Migratie bovendien zowel het vertrek van reguliere migranten wiens verblijfsvergunning verloopt of zij die voortijdig vertrekken, als het vertrek van migranten wiens asielverzoek is afgewezen.
Om te kunnen reizen naar het Schengengebied, moet een reiziger voldoen aan de criteria om de grens te mogen passeren. Een deel van de reizigers die worden gecontroleerd aan de grenzen van Nederland, voldoet niet aan deze criteria en wordt daarom de toegang geweigerd. Voor de grenscontrole maakt Nederland gebruik van vooraf ontvangen informatie over deze reizigers. Op basis hiervan kan tijdig worden geïntervenieerd om te voorkomen dat personen die een risico vormen voor illegale migratie of de openbare orde en veiligheid naar Nederland reizen. De meeste migranten die naar Nederland komen vanwege werk of studie of om bij hun familie te zijn, vertrekken weer, naar hun land van herkomst of migreren door naar een ander land. Het vertrek van het merendeel van deze groep gebeurt zelfstandig, zonder inspanning van de overheid. Vertrek van deze migranten kan alleen worden gemeten op basis van de uitschrijving uit de gemeente. Een deel van het vertrek van migranten uit Nederland vergt wel inspanning van de overheid, namelijk het faciliteren dan wel organiseren van het zelfstandig of waar aangewezen gedwongen vertrek van vreemdelingen die niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijven.
Dit betreft vreemdelingen wiens asielaanvraag is afgewezen of vreemdelingen die worden aangetroffen bij toezichtscontroles en geen rechtmatig verblijf (meer) blijken te hebben, bijvoorbeeld vanwege een verlopen visum. Beide categorieën worden aangeduid als vertrekplichtige vreemdelingen. Er wordt ingezet op zoveel mogelijk zelfstandig vertrek, indien nodig gefaciliteerd door de overheid. Dit wordt aangeduid als aantoonbaar vertrek. Een deel van deze vertrekplichtige vreemdelingen woont niet op het laatst bekende adres, zonder dat bekend is wanneer en waarheen ze zijn vertrokken. Dit wordt aangeduid als niet-aantoonbaar vertrek. In dit hoofdstuk wordt zowel toezicht als vertrek cijfermatig belicht en in de beschrijving van de procedures wordt uitgelegd wat het verband is. Onder ‘toezicht’ zijn de cijfers opgenomen van de EU en Nederlandse buitengrenzen en onder ‘vertrek’ staan de cijfers van emigratie, zelfstandig vertrek en gedwongen vertrek.
5.1
Wat is de omvang van toezicht en vertrek in de EU? Grenstoezicht De Nederlandse buitengrenzen vormen onderdeel van de gezamenlijke buitengrenzen van het Schengengebied. De lidstaten van de EU zijn samen met Frontex verantwoordelijk voor de bewaking hiervan. Als onderdeel van het Schengengebied is Nederland mede afhankelijk van de controles die andere EU-lidstaten uitvoeren. Nederland neemt ieder jaar deel aan activiteiten van Frontex. Frontex ondersteunt de lidstaten bij de uitvoering van het
81
Volgens de Schengengrenscode valt grenstoezicht uiteen in grenscontrole (aan de doorlaatpost) en grensbewaking (tussen de doorlaatposten). De Staat van Migratie 2021
97
grenstoezicht van hun deel van de buitengrenzen, bijvoorbeeld op identificatie en terugkeer van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. In 2020 waren er 125.226 illegale grensoverschrijdingen aan de EU-buitengrenzen (land en maritiem), vergeleken met 141.846 in 2019. De meeste, geregistreerde illegale grensoverschrijdingen vinden plaats aan de buitengrenzen bij de Middellandse Zee. Er worden aan die maritieme grens drie routes onderscheiden waar vreemdelingen gebruik van maken om de EU illegaal in te reizen: de Oostelijke, de Centrale en de Westelijke Mediterrane route, ofwel via Griekenland, Italië en Spanje. 15.000
10.000
5.000
0
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
2019
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2020
Figuur 83 Aantal illegale grensoverschrijdingen, Oostelijke Mediterrane route (Bron: Frontex)
15.000
10.000
5.000
0
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
2019
Jul
Aug
Sep
Okt
2020
Figuur 84 Aantal illegale grensoverschrijdingen, Centraal Mediterrane route (Bron: Frontex)
98
De Staat van Migratie 2021
Nov
Dec
15.000
10.000
5.000
0
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
2019
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2020
Figuur 85 Aantal illegale grensoverschrijdingen, Westelijke Mediterrane route, excl. Canarische eilanden (Bron: Frontex)
De afname in irreguliere aankomsten in de EU werkte gedeeltelijk door in de vermindering van het aantal asielaanvragen in Nederland. De asielinstroom in Nederland is met name te herleiden tot secundaire migratie vanuit lidstaten van eerste aankomst via andere lidstaten naar Nederland. Op de route via Griekenland is de samenwerking tussen de EU en Turkije van essentieel belang. In 2019 zijn circa 76.000 migranten en vluchtelingen vanuit Turkije aangekomen in de EU, waarvan verreweg het grootste deel in Griekenland. In 2020 is dit aantal met meer dan 70% afgenomen tot minder dan 18.000. De samenwerking tussen de EU en Turkije is opgenomen in de EU-Turkije verklaring die in maart 2016 van kracht werd. Het totale aantal hervestigingen vanuit Turkije naar een EU-lidstaat onder deze verklaring bedroeg in 2019 7.020 personen en in 2020 circa 2.300 mensen. In 2019 zijn 189 personen van Griekenland naar Turkije teruggestuurd. Sinds maart 2020 vinden geen terugkeeroperaties naar Turkije meer plaats. De daling van de aantallen kan worden verklaard door de grens- en reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie. Het aantal toegangsweigeringen in de EU bedroeg in 2020 ruim 131.400 aan de buitengrenzen (land, lucht en maritiem). In 2019 was dit nog 717.600. Dit is een afname van zo’n 82%. Deze afname lijkt het gevolg van grens- en reisbeperkingen vanwege de coronapandemie.
Vertrek Emigratie Vanuit de EU emigreren ieder jaar EU-burgers en mensen met een niet-EU nationaliteit naar andere EU-lidstaten en naar landen buiten de EU. Inzicht in deze emigratiestromen is afhankelijk van het uitschrijven door de emigrant uit de gemeenten van de verschillende EU-lidstaten.
De Staat van Migratie 2021
99
600.000 500.000 400.000 300.000 200.000
0
Duitsland Verenigd Koninkrijk Frankrijk Spanje Roemenië Polen Italië Nederland België Griekenland Tsjechië Oostenrijk Denemarken Ierland Hongarije Zweden Kroatië Litouwen Portugal Finland Luxemburg Slovenië Letland Estland Malta Slowakije
100.000
EU
Niet-EU
Onbekend
Figuur 86 Emigratie uit de EU-lidstaten en land van vestiging, 2019 (Bron: Eurostat)
De volgorde van de EU-lidstaten op basis van de aantallen emigranten in 2019 komt min of meer overeen met de volgorde van de lidstaten op basis van het aantal inwoners. Roemenië en Griekenland zijn een paar plaatsen op geschoven, Italië en Slowakije een paar plaatsen omlaag. 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0%
0,0%
Luxemburg Malta Ierland Roemenië Denemarken Litouwen Kroatië Estland Belgie Griekenland Oostenrijk Letland Tsjechië Slovenië Duitsland Spanje Nederland Verenigd Koninkrijk Hongarije Polen Zweden Frankrijk Finland Italie Portugal Slowakije
0,5%
EU
Niet-EU
Onbekend
Figuur 87 Emigratie uit de EU-lidstaten en land van vestiging, per hoofd van de bevolking, 2019 (Bron: Eurostat)
Als de basis emigratie per hoofd van de bevolking is, zijn het de lidstaten met een relatief kleine bevolkingsomvang met relatief hoge emigratiecijfers. Luxemburg voert de lijst aan, gevolgd door Malta en Ierland.
100
De Staat van Migratie 2021