CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-M-879a Staat van Migratie 2021

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot besluitvorming omtrent verlenging bestuursovereenkomst met het COA ten behoeve van het azc in Overloon31.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2e en volgende asielaanvragen

1e aanvragen

Nareis

Herplaatsing

Hervestiging

Figuur 20 Totale asielinstroom, 2011-2020 (Bron: IND)

Tussen 2011 en 2020 zijn, inclusief de aanvragen die in het kader van de herplaatsing zijn overgenomen van Italië of Griekenland, ongeveer 188.000 eerste asielverzoeken ingediend in Nederland. De jaarlijkse schommeling in aantallen asielmigranten ligt de afgelopen jaren tussen ongeveer 10.000 en ruim 43.000. Het jaarlijks gemiddelde is 18.800. In verhouding tot het totale aantal geregistreerde immigranten tussen 2011 en 2020, ruim twee miljoen, bedraagt de asielmigratie ongeveer 10%. Dit is exclusief hervestigde vluchtelingen en nareis (gezinshereniging met statushouders). Inclusief hervestigde vluchtelingen en nareis is het aandeel asielmigranten in de totale instroom 14% in de afgelopen 10 jaar. In de cijfers van het CBS, gebaseerd op een andere definitie, vormt de asielinstroom tussen 2009-2018 12% van de totale instroom migranten naar Nederland. 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bezetting in de opvang

Figuur 21 Bezetting in de opvang, 2011-2020 (Bron: COA)

In de afgelopen 10 jaar vertoont de bezetting in de COA-opvang flinke fluctuaties als gevolg van de veranderende asielinstroom. De stijging in de opvang eind 2014 valt samen met de stijging in het aantal asielaanvragen in de piek in de afgelopen 10 jaar in 2015 en 2016.

De Staat van Migratie 2021

37

De dip in 2018 wordt verklaard door de duur tussen de behandeling van de eerste asielaanvraag van de overwegend Syrische asielzoekers en de aanvraag voor nareis. De stijging vanaf 2018 wordt verklaard door nareis van de leden van het kerngezin van overwegend Syrische asielzoekers.

1.8

Wat zijn de trends van vertrek? In deze Staat van Migratie zijn in het deel over vertrek ook grenstoezicht en binnenlands toezicht opgenomen. Hier is voor gekozen omdat een deel van de migranten die naar Nederland wil komen aan de grens wordt geweigerd, of staande wordt gehouden tijdens controles in het kader van binnenlands toezicht, omdat ze geen rechtmatig verblijf in Nederland blijken te hebben. Deze groep migranten zonder rechtmatige toegang of verblijf moet Nederland verlaten. Onder vertrek wordt daarnaast in deze Staat van Migratie verstaan, zowel het vertrek van [1] reguliere migranten van wie de verblijfsvergunning verloopt en die voortijdig vertrekken, als ook [2] het vertrek van asielmigranten wiens asielverzoek is afgewezen.

Toezicht Grenstoezicht Personen die het Schengengebied via Nederland willen in- of uitreizen, passeren een grensdoorlaatpost en ondergaan een persoonscontrole om vast te stellen of zij aan de toegangsvoorwaarden voldoen zoals vastgesteld in de Schengengrenscode. Deze grens­ controle wordt op de luchthavens en bij maritieme doorlaatposten uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee (KMar) of, in het havengebied Rotterdam door de Nationale Politie (politie) (district Zeehaven).20

100%

4.500 4.000

80%

3.500 3.000

60%

2.500 2.000

40%

1.500 1.000

20%

500 0

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal toegangsgeweigerden

2016

2017

2018

2019

2020

0%

% dat direct terugkeert

% dat asiel aanvraagt

Figuur 22 Aantal toegangsgeweigerden t.o.v. aantal directe terugkeer en asielaanvraag, 2011-2020 (Bron: KMar)

20

38

De Staat van Migratie 2021

Hoek van Holland, Europoort en IJmuiden zijn de grootste doorlaatposten voor ferry passagiers, Amsterdam en Rotterdam voor cruise passagiers.

In de afgelopen 10 jaar weigerde de KMar jaarlijks gemiddeld aan 3.250 vreemdelingen de toegang. Het merendeel, ongeveer 80%, van de grensgeweigerden keert direct terug. Een relatief klein deel van de personen die de toegang wordt geweigerd aan de buitengrenzen van Nederland vraagt asiel aan. Deze asielaanvragen worden behandeld in de grensprocedure. Gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) worden in beginsel doorverwezen naar Ter Apel voor het indienen van hun asielaanvraag. Binnenlands toezicht Aan de binnengrenzen worden steekproefsgewijs en informatiegestuurd controles uitgevoerd bij personen die vanuit andere landen van het Schengengebied Nederland inreizen. Deze controles in het kader van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) worden door de KMar uitgevoerd op de wegen, in de treinen, op het water, bij maritieme doorlaatposten en luchthavens.

2000 1800

Gecontroleerde personen

250.000

1600 1400

200.000

1200 150.000

1000 800

100.000

600 400

50.000

200 0

2011

2012

2013

2014

Aantal gecontroleerde personen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

0

Aangetroffen personen zonder rechtmatig verblijf

300.000

Aangetroffen personen zonder rechtmatig verblijf

Figuur 23 Aantal personen gecontroleerd bij MTV aan de landgrenzen en aangetroffen personen zonder rechtmatig verblijf, 2011-2020 (Bron: KMar)

In de afgelopen 10 jaar is de KMar van volledige grenscontroles overgegaan naar steekproefsgewijze controles, van Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) naar van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Dit verklaart het meer dan gemiddeld aantal gecontroleerde personen in de periode tussen 2012 en 2016 en de daling van personen zonder rechtmatig verblijf vanaf 2012. De instroom van met name Syrische asielzoekers verklaart de stijging in 2016. Tussen 2017 en 2020 lijken de aantallen meer stabiel. De politie voert zowel object- als persoonsgerichte controles uit als sprake is van een redelijk vermoeden van onrechtmatig verblijf. Persoonsgerichte controles worden bijvoorbeeld uitgevoerd op de laatst bekende plaats van verblijf nadat een vreemdeling niet aan zijn meldplicht heeft voldaan.

De Staat van Migratie 2021

39

40%

9.000

35%

8.000

30%

Aantal controles

7.000 6.000

25%

5.000

20%

4.000

15%

3.000

10%

2.000

5%

1.000 0

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal objectgerichte controles

2017

2018

2019

2020

0%

% aangetroffen bij persoonscontroles

10.000

Aantal persoonsgerichte controles

% aangetroffen bij persoonscontroles Figuur 24 Aantal controles in het kader van Binnenlands Vreemdelingentoezicht, 2011-2020 (Bron: Politie)

Het aantal persoonsgerichte controles daalde sinds 2012 om weer te stijgen in 2018 en 2019. Het aantal objectgerichte controles is behalve in 2013 en 2014 jaarlijks lager dan het aantal persoonsgerichte controles. Het percentage personen dat zonder rechtmatig verblijf wordt aangetroffen bij deze controles is na een jarenlange daling gestegen sinds 2018. Vreemdelingenbewaring Vreemdelingenbewaring vindt plaats bij toegangsweigering van een vreemdeling aan de buitengrenzen op de luchthavens of in de havens wanneer die persoon niet direct terugkeert (grensdetentie, artikel 6) of als een vreemdeling in Nederland wordt aangetroffen zonder rechtmatig verblijf ten behoeve van uitzetting (artikel 59).

8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

2011

2012

2013

2014

2015

artikel 59

2016

2017

2018

2019

2020

artikel 6

Figuur 25 Aantal opgelegde vreemdelingenbewaringen na toegangsweigering of vaststelling onrechtmatig verblijf (Bron: DJI)

Het aantal zaken van vreemdelingenbewaring is gedaald tussen 2011 en 2015 en gestegen vanaf 2015. Een van de verklarende factoren voor de daling zijn de toegenomen verantwoording en administratieve maatregelen in die periode, vanwege de

40

De Staat van Migratie 2021

inwerkingtreding van de EU Terugkeer richtlijn in 201021 en de Dublin III verordening22 in 2014. De daling in 2020 kan worden verklaard door de grens- en reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie. Van de opgelegde bewaringsmaatregelen wordt bewaring in ongeveer 92% van de zaken opgelegd in situaties waarin een vreemdeling in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf, met het oog op vertrek (artikel 59). Detentie aan de buitengrens (artikel 6) betreft slechts een klein deel van de opgelegde bewaringsmaatregelen, omdat ongeveer 80% van de geweigerde personen aan de buitengrenzen direct terugkeert. Vertrek Onder vertrek valt zowel het vertrek van migranten van buiten de EU wiens verblijfsvergunning verloopt of zij die voortijdig vertrekken en het vertrek van migranten binnen de EU (emigratie) als ook het vertrek van migranten wiens asielverzoek is afgewezen (ketenbreed vertrek). Emigratie Tussen 2010 en 2019 vormden Nederlanders, personen met de Nederlandse nationaliteit, ongeveer 40% van het totale aantal emigranten, EU-burgers ook 40% en niet-EU-burgers 20%. In die periode zijn meer Nederlanders vertrokken dan zich weer hebben gevestigd in Nederland, terwijl bij de twee andere groepen toen juist sprake was van netto migratie naar Nederland. De meerderheid van de migranten blijft tijdelijk.

De duur van het verblijf in Nederland is in het algemeen afhankelijk van de reden waarom iemand migreert. Arbeids- en studiemigranten komen doorgaans voor kortere tijd, terwijl gezins- en asielmigranten meestal langere tijd blijven. Gezinsvorming Asiel Gezinshereniging Arbeid: overig Arbeid: kennismigrant Studie Totaal 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

% binnen 10 jaar vertrokken Immigratie in 1999

Immigratie in 2009

Figuur 26 Migranten van buiten de EU die weer uit Nederland vertrekken, 1999-2009 (Bron: CBS)23

Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven. 22 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend. 23 De kennismigrantenregeling is in 2014 ingevoerd. 21

De Staat van Migratie 2021

41

Van de migranten van buiten de EU die in 2009 naar Nederland zijn gekomen, is meer dan 50% binnen 10 jaar weer vertrokken. Van de groep studiemigranten vertrok het hoogste percentage, ongeveer 80%, gevolgd door de groep arbeidsmigranten met meer dan 70%. Deze groepen komen in het algemeen voor een tijdelijk doel naar Nederland. Van de migranten die voor gezinshereniging, asiel en gezinsvorming naar Nederland kwamen, vertrok minder dan 50% binnen 10 jaar.

Gezin Arbeid Studie Totaal 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

% binnen 10 jaar vertrokken Immigratie in 2009

Immigratie in 1999

Figuur 27 Migranten vanuit de EU die weer uit Nederland vertrekken 1999-2009 (Bron: CBS)

Van de migranten die vanuit de EU en EFTA in 2009 naar Nederland kwamen om te werken, was ongeveer 70% tien jaar later weer vertrokken. Van de studiemigranten vertrokken er nog meer binnen 10 jaar, de arbeidsmigranten vormen het gemiddelde en van de gezinsmigranten vertrekken er minder, namelijk net onder de 60%. Ketenbreed vertrek Binnen de migratieketen wordt vaak gekeken naar het zogeheten ketenbreed vertrek. Dit vertrekcijfer is gebaseerd op vertrekregistraties van de KMar, de politie en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Het betreft het vertrek van afgewezen asielzoekers, vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, migranten van wie de vergunning is ingetrokken of niet meer geldig is en vreemdelingen aan wie door de KMar de toegang is geweigerd en die direct zijn teruggekeerd naar waar ze vandaan kwamen. Migranten die naar Nederland zijn gekomen met een vergunning voor werk, gezin, studie of een ander regulier migratiedoel en die tijdig en zonder inspanning van de overheid vertrekken, zijn niet in het ketenbreed vertrek opgenomen. 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

2011

2012

2013

2014

2015

Zelfstandig vertrek Gedwongen vertrek Figuur 28 Ketenbreed vertrek, 2011-2020 (Bron: J&V) 42

De Staat van Migratie 2021

2016

2017

2018

2019

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

2020

Het gemiddelde aantal dat tussen 2011 en 2020 jaarlijks vertrekt geregistreerd als ketenbreed vertrek is 20.250. Het percentage daarvan dat kan worden aangemerkt als aantoonbaar vertrek, iemand van wie de overheid heeft vastgesteld dat hij of zij Nederland heeft verlaten, varieerde in de afgelopen 10 jaar tussen de 42% en 54%. Het percentage aantoonbaar vertrek is tussen 2017 en 2019 ieder jaar toegenomen en was in 2020 49%. Het percentage nietaantoonbaar vertrek, iemand die niet op zijn laatst bekende verblijfsplaats aanwezig is en van wie niet bekend is of hij Nederland heeft verlaten, varieerde in de afgelopen 10 jaar tussen de 46% en 58%. De twee typen vertrek vormen ieder ongeveer de helft.

Wat zijn de trends van huisvesting, inburgering en naturalisatie? Huisvesting 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

20 1 20 1 11 I 20 - I 1 I 20 2 12 I 20 - I 1 I 20 3 13 I 20 - I 1 I 20 4 14 I 20 - I 1 I 20 5 15 I 20 - I 1 I 20 6 16 I 20 - I 1 I 20 7 17 I 20 - I 1 I 20 8 18 I 20 - I 1 I 20 9 19 I 20 - I 2 I 20 0 20 I -I I

1.9

Taakstelling

Gehuisgeveste personen

Figuur 29 Taakstelling en realisatie huisvesting vergunninghouders, 2011-2020 (Bron: COA)

Door de hoge instroom van Syrische asielzoekers in 2015 en 2016 met een hoog inwilligingspercentage en daarmee een relatief groot aantal vergunninghouders, ontstond ook een piek in de taakstelling. Dit is daarna weer afgenomen. Voor 2015 liep de realisatie van huisvesting iets achter op de taakstelling. De stijging van de taakstelling in 2018 kan worden verklaard door de opvang die nodig was voor het relatief grotere aantal nareizigers van het relatief hoge aantal Syrische vergunninghouders. Inburgering Vanwege de inwerkingtreding van de Wet Inburgering in 2013 en de systematiek van cohorten wordt voor inburgering pas in hoofdstuk 6 gekeken naar de trend tussen 2013 en 2020, in plaats van in dit hoofdstuk migratie in perspectief zoals gebruikelijk is voor de andere onderwerpen.

De Staat van Migratie 2021

43

Naturalisatie 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

2011

2012

2013

2014

Nederlanderschap door verlening Zelfstandige naturalisatie

2015

2016

2017

2018

2019

Nederlanderschap door verlening Medenaturalisatie

Figuur 30 Naturalisatie, 2011-2019 (Bron: CBS)

De categorie ‘Nederlanderschap door verlening zelfstandige naturalisatie’ bestaat uit meerderjarige vreemdelingen die zijn genaturaliseerd. De categorie ‘Nederlanderschap door verlening medenaturalisatie’ zijn hun minderjarige kinderen die tegelijk met hun vader en/ of moeder het Nederlanderschap krijgen. De verhouding tussen deze twee categorieën is ongeveer een derde minderjarig en twee derde meerderjarig. Tussen 2011 en 2019 is het aantal personen dat jaarlijks door naturalisatie het Nederlanderschap heeft gekregen stabiel gebleven, namelijk rond de 20.000 personen.

44

De Staat van Migratie 2021

Hoofdstuk 2 Migratie van buiten de Europese Unie

Ongeveer een derde van de instroom van migranten in 2020 naar Nederland wordt gevormd door migranten van buiten de EU. Als een vreemdeling van buiten de EU naar Nederland komt om te werken, bij zijn familie te verblijven, te studeren, verblijf krijgt op humanitaire gronden of voor culturele uitwisseling, dan noemen we dat regulier verblijf. Wie langer dan drie maanden in Nederland wil blijven, heeft een verblijfsvergunning regulier (VVR) nodig. Voor arbeid geldt als hoofdregel dat de werkgever ook een tewerkstellingsvergunning moet aanvragen. Bepaalde categorieën en werkgevers zijn hiervan uitgezonderd. Eerst wordt een beeld gegeven van de reguliere migratiestromen op Europees niveau en vervolgens op nationaal niveau. Op nationaal niveau wordt ook een toelichting gegeven op de huidige procedures voor deze groepen reguliere migranten.

2.1

Wat is de omvang van reguliere migratie van buiten de EU naar de EU? In de Rapportage Vreemdelingenketen (RVK) werd de situatie in Nederland weergegeven aan de hand van de indeling uit het Modern Migratiebeleid (MoMI) dat 9 categorieën kent. In de Staat van Migratie is gekozen om naast de nationale situatie ook inzicht te bieden in de migratiestromen op het niveau van de EU. Hiervoor is gebruik gemaakt van Eurostat gegevens. Deze Eurostat gegevens maken op basis van Europese afspraken onderscheid tussen gezinsmigranten, arbeidsmigranten en studiemigranten. Daarnaast is er een categorie overig. Om de weergave van het nationale beeld zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de Europese categorieën, is ervoor gekozen om de in de RVK gebruikelijke indeling van Momi zoveel mogelijk terug te brengen naar de categorieën zoals die ook op Europees niveau worden gebruikt. In het nationale beeld wordt daarom onderscheid gemaakt tussen arbeidsmigranten (onderverdeeld naar, kennismigranten en overige arbeidsmigranten) gezinsmigranten, studiemigranten en een categorie overig. Er zijn echter enkele verschillen tussen de indeling in Eurostat en de cijfers gebruikt in het nationale deel op basis van de Momi-indeling: • Op nationaal niveau wordt gerapporteerd over de ingediende aanvragen en over de beslissingen op de aanvragen.

Er wordt niet gerapporteerd over het aantal ingewilligde aanvragen, wel over het inwilligingspercentage. De rapportage voor Eurostat heeft betrekking op het aantal verleende vergunningen; • In het nationale beeld wordt arbeidsmigratie uitgesplitst naar kennismigratie enerzijds en overige arbeidsmigratie anderzijds. In de Eurostat gegevens wordt dit gebundeld in de categorie betaalde activiteiten, in de figuur weergegeven als ‘Arbeid’. • In de Eurostat rapportages worden ook de vergunningen verleend na bezwaar meegenomen; • Onder de categorie ‘Overig’ worden door Eurostat ook de verleende verblijfsvergunningen asiel bepaalde tijd, inclusief de verblijfsvergunningen asiel in het kader van nareis, en EU duurzaam meegenomen.

46

De Staat van Migratie 2021

0,8% 0,7% 0,6% 0,5% 0,4% 0,3% 0,2% 0,1% 0,0%

Nederland Arbeid

EU

Belgie Onderwijs

Duitsland Gezin

Frankrijk Overig

Figuur 31 Eerste verblijfsvergunningen naar reden migratie, weergegeven als percentage van de bevolking, 2019 (Bron: Eurostat)

De cijfers van de eerste verblijfsvergunningen aan migranten van buiten de EU in Nederland, de EU, België, Duitsland en Frankrijk zijn uitgesplitst naar reden van migratie en worden uitgedrukt als percentage van de bevolking. Het aantal eerste verblijfsvergunningen in 2019 is weergegeven, omdat de 2020 cijfers nog niet beschikbaar zijn. Nederland heeft in 2019 minder eerste verblijfsvergunningen op arbeid en op studie verstrekt dan het EU-gemiddelde, met name vanwege een lager aandeel arbeidsmigranten van buiten de EU. Vergeleken met naburige landen verstrekte Nederland iets meer eerste verblijfsvergunningen, vooral gericht op arbeid en studie.

2.2

Wat is de omvang van reguliere migratie van buiten de EU naar Nederland?

2.2.1

Hoe verloopt een reguliere aanvraag? De procedure voor een aanvraag van een reguliere verblijfsvergunning laat zien welke overheidsactoren zijn betrokken bij een aanvraag en met welke overheidsactoren een migrant te maken heeft als hij of zij naar Nederland wil komen voor regulier verblijf. Voor de meeste arbeid gerelateerde verblijfsdoelen speelt ook het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een belangrijke rol. Een uitgebreidere toelichting op de procedure voor een arbeid gerelateerde verblijfsvergunning is verderop in dit hoofdstuk opgenomen.

De Staat van Migratie 2021

47

Aanvraag door migrant, referent of erkend referent Voor de meeste verblijfsdoelen geldt dat een referent de aanvraag kan indienen voor de migrant. Dit kan een particulier persoon zijn (zgn. sociaal referent), bijvoorbeeld voor gezinsmigratie of een zakelijke referent, zoals de werkgever. Voor zakelijke referenten bestaat de mogelijkheid om ‘erkend referent’ te worden, als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Het gaat bijvoorbeeld om een inschrijving in het handelsregister en dat de continuïteit en solvabiliteit van de organisatie voldoende is gewaarborgd. Erkenning brengt verscheidene voordelen met zich mee, zoals toegang tot online dienstverlening en een beslistermijn van twee weken (streeftermijn) na ontvangst van alle stukken en, waar nodig, het advies van het UWV. Ook hoeven bij de aanvraag minder bewijsstukken te worden meegestuurd. Als er geen referent is, vraagt de migrant de verblijfsvergunning (en eventueel Machtiging voorlopig verblijf (MVV)) zelf aan. Voor een viertal verblijfsdoelen kan een aanvraag alleen worden ingediend door een erkend referent.

Het gaat om uitwisselingsjongeren (behalve Working Holiday Programme), studenten, kennismigranten en onderzoekers in de zin van richtlijn 2016/801/EU.24 Voor de volgende verblijfsdoelen geldt dat het erkend referentschap mogelijk is, maar niet verplicht; arbeid in loondienst, seizoenarbeid, lerend werken, werknemers die zijn overgeplaatst binnen een onderneming25 en houders van een Europese blauwe kaart. Ook een nieterkende zakelijke referent kan dus een aanvraag indienen. Aanvraag in buitenland of in Nederland De start van de procedure is de aanvraag voor een verblijfsvergunning. Zoals aangegeven kan de aanvraag worden gedaan door de migrant zelf of door een (erkend) referent. Voor de meeste nationaliteiten geldt dat een vreemdeling tijdens de aanvraag in het buitenland verblijft, omdat zij om naar Nederland te kunnen afreizen een MVV nodig hebben. In de meeste gevallen dient een (erkend) referent de aanvraag voor een migrant direct in bij de IND. Na inwilliging door de IND kan de vreemdeling bij de diplomatieke post zijn MVV afhalen. De aanvraag wordt in sommige gevallen gedaan (via een externe dienstverlener) bij de diplomatieke post in het land van herkomst of het bestendig verblijf van de vreemdeling. Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) is in die gevallen verantwoordelijk voor het doorgeleiden van de aanvraag naar de IND, die de aanvraag beoordeelt.

Richtlijn 2016/801/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten. 25 Richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming. 24

48

De Staat van Migratie 2021

De aanvraag voor de MVV en de verblijfsvergunning zijn met de Wet MoMi samengevoegd in een gecombineerde procedure voor Toegang en Verblijf (TEV-procedure). Voor een aantal nationaliteiten geldt geen MVV-plicht. Het gaat om burgers uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk (VK), de VS en Zuid-Korea. Zij kunnen een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen, zowel vanuit een derde land of in Nederland direct bij de IND. Migranten met een nationaliteit van een land waarvoor de MVV-plicht geldt, zijn hiervan vrijgesteld indien zij rechtmatig verblijf hebben in een andere EU-lidstaat en naar Nederland komen voor een van de verblijfsdoelen waarvoor een aanvraag verplicht moet worden ingediend door een erkend referent. Soort verblijfsvergunning Na een positieve beslissing van de IND op de aanvraag voor een verblijfsvergunning, geeft de IND de vergunning voor het specifieke doel van verblijf af. Een internationale student krijgt een verblijfsvergunning studie, een gezinsmigrant een verblijfsvergunning voor gezinsmigratie, een arbeidsmigrant een verblijfsvergunning arbeid. Binnen de verblijfsvergunning arbeid bestaan verschillende vergunningen die samenhangen met het soort werkzaamheden dat de migrant gaat verrichten en de verblijfsregeling waarvoor een aanvraag is ingediend. Dit wordt hieronder toegelicht.

2.2.2

Hoeveel reguliere migranten van buiten de EU komen naar Nederland? In 2020 zijn in totaal 64.500 aanvragen ingediend. Deze aanvragen worden onderverdeeld naar de categorieën familie en gezin, arbeid, kennis en talent, studie en overig. Familie en gezin

2019 2020

Arbeid

2019 2020

Kennis en talent

2019 2020

Studie

2019 2020

Overig

2019 2020

0

10.000 MVV-plichtig

20.000

30.000

40.000

Niet MVV-plichting

Figuur 32 Aanvragen regulier, 2019-2020 (Bron: IND)

De Staat van Migratie 2021

49

Familie en gezin

2019 2020

Arbeid

2019 78% 2020 70%

Kennis en talent

2019 2020

91%

Studie

2019 2020

96%

Overig

2019 67% 2020 73%

85% 80%

93%

99%

0

10.000 Inwilliging

20.000

30.000

40.000

Afwijzing/overig

Figuur 33 Beslissingen regulier, 2019-2020 (Bron: IND)

Het totale aantal aanvragen en beslissingen is in 2020 vergeleken met 2019 met 31% gedaald, 39% voor de niet-MVV plichtigen en 29% voor de MVV plichtigen. Deze daling kan worden verklaard door de maatregelen als gevolg van de coronapandemie. In 2020 zijn 1.170 aanvragen voor erkend referentschap ingediend en 1.250 aanvragen afgerond. Van deze afgehandelde aanvragen werden 1.030 ingewilligd en 100 afgewezen. Daarnaast zijn 120 aanvragen ingetrokken door de klant, buiten behandeling gesteld, of anderszins niet inhoudelijk afgedaan. Het inwilligingspercentage van de aanvragen voor erkend referentschap ligt tussen de 80% en 90%. In 2020 is 92% van de aanvragen voor erkend referentschap binnen de wettelijke termijn beslist. Op 1 januari 2021 was het totale aantal geregistreerde erkende referenten 8.070, een stijging van 5% ten opzichte van een jaar eerder. In 2020 was de toename van het aantal erkend referenten lager dan de gebruikelijke circa 15%, vermoedelijk vanwege de coronapandemie. Bezwaar en (hoger) beroep Bezwaar

Indien een migrant het niet eens is met een beslissing van de IND kan hij een bezwaarschrift indienen. Bezwaar op een beslissing van een reguliere aanvraag wordt bij de IND ingediend en afgehandeld. In de bezwaarprocedure kijkt de IND opnieuw op basis van alle relevante feiten en belangen of de aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden ingewilligd. In dat geval wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard. In 2020 zijn in totaal 5380 bezwaarschriften ingediend voor de verblijfsdoelen familie en gezin, kennis en talent, studie, arbeid en overig. Ingediend

Afgehandeld

% gegrond

Familie en gezin

3.870

4.390

39%

Kennis en talent

590

650

10%

Studenten

10

10

22%

Arbeid

200

210

17%

Overig

1.310

560

17%

Totaal

5.980

5.820

33%

Figuur 34 Bezwaarschiften regulier, 2019 (Bron: IND)

50

De Staat van Migratie 2021

Ingediend

Afgehandeld

% gegrond

Familie en gezin

4.180

4.280

29%

Kennis en talent

420

510

11%

Studenten

40

50

7%

Arbeid

180

170

24%

Overig

560

1.290

9%

Totaal

5.380

6.290

23%

Figuur 35 Bezwaarschiften regulier, 2020 (Bron: IND)

De totale aantallen ingediende en afgehandelde bezwaarschriften zijn vergelijkbaar in 2019 en 2020. Het aantal ingediende bezwaarschriften in de categorie familie en gezin is met 65% in 2019 en 78% in 2020 de grootste groep. In 2020 was het percentage gegrondverklaringen 29% in deze categorie, vergeleken met 39% in 2019. (Hoger) beroepen

(Hoger) beroepen worden bij de Rechtbanken en de Raad van State (RvS) ingediend en behandeld. De Vreemdelingenkamer beslist op de beroepen die worden ingediend naar aanleiding van een beslissing in een reguliere procedure. De Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS doet dit voor de ingediende hoger beroepen. Beroep

Hoger beroep

Instroom

Afgehandeld

2019

10.900

2020

10.200 ↓6%

% verschil

Instroom

Afgehandeld

10.150

1.740

1.840

8.600

1.270

1.490

↓15%

↓27%

↓19%

Figuur 36 In- en uitstroom (hoger) beroepszaken (inclusief voorlopige voorzieningen), 2019-2020 (Bron: RvdR/RvS)

Het aantal ingediende en afgehandelde (hoger) beroepen in de reguliere toelatingsprocedure is in 2020 lager dan in 2019. De gemiddelde doorlooptijd in beroepszaken over 2020 was 28 weken. Een jaar eerder was dit 23 weken. Zowel het aantal ingediende hoger beroepszaken als het aantal afgehandelde hoger beroepszaken is ten opzichte van 2019 gedaald, respectievelijk 27% en 19%. De gemiddelde doorlooptijd van hoger beroepszaken was 25 weken, hetzelfde als in 2019.

2.2.2.1

Familie en gezin Leden van het kerngezin kunnen naar Nederland komen om te verblijven bij een Nederlander of een rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. Het gaat hier om (huwelijks)partners en minderjarige kinderen. Dit geldt voor reeds in het buitenland bestaande gezinnen als ook voor nieuw te vormen gezinnen. Referenten van gezinsherenigers-en gezinsvormers zijn zogenoemde sociale referenten. Zij komen niet in aanmerking voor een erkenning als referent. Zij zijn ook niet verplicht om namens de vreemdeling een aanvraag in te dienen. Zij hebben daartoe wel de mogelijkheid. De subcategorieën binnen de categorie familie en gezin zijn: gezinshereniging, gezinsvorming, in Nederland geboren kinderen, 8 EVRM, inkomende mobiliteit en overig.

De Staat van Migratie 2021

51

Familie en gezin

Overig 60 Inkomende mobiliteit 920

8 EVRM 1.420

In NL geboren kinderen 6.490

Gezinsvorming 6.320

Gezinshereniging 10.810 Figuur 37 Verleende verblijfsvergunningen familie en gezin, 2020 (Bron: IND)

Gezinshereniging De Europese Richtlijn gezinshereniging26 schrijft, onder voorwaarden, verblijf voor van leden van het kerngezin. Onder gezinshereniging wordt verstaan de komst naar Nederland van de partner en/of de kinderen van de referent in een voor de overkomst reeds in het buitenland bestaand gezin. Hier vallen ook de gezinsleden onder van kennismigranten die gezamenlijk inreizen. In 2020 betrof de categorie gezinshereniging 10.810 personen en is daarmee de grootste groep binnen het verblijfsdoel familie en gezin. Gezinsvorming In het geval van een nieuw te vormen gezin wordt gesproken over gezinsvorming. In 2020 kwamen 6.320 personen in het kader van gezinsvorming naar Nederland. In Nederland geboren kinderen Kinderen van wie een van de ouders Nederlander is, verkrijgen van rechtswege de Nederlandse nationaliteit. Kinderen die in Nederland worden geboren en van wie beide ouders een niet-Nederlandse nationaliteit hebben, hebben een eigen reguliere verblijfsvergunning nodig die afhankelijk is van die van de ouders. In 2020 ging het om 6.490 kinderen. Hieronder vallen ook kinderen van asielmigranten. 8 EVRM Daarnaast kan gezinshereniging worden toegestaan als artikel 8 EVRM hiertoe noopt. In 2020 ging het om 1.420 personen. Dit verblijfsrecht is afgeleid van het in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vastgelegde recht op gezinsleven.

Hierbij gaat het om de toets of er een zogenoemde positieve verplichting rust op de Nederlandse overheid om het uitoefenen van dit gezinsleven mogelijk te maken. Het toepassingsbereik van artikel 8 EVRM is ruim. Onder toelating op grond van artikel 8 EVRM valt bijvoorbeeld het verblijf van een ouder bij een minderjarig kind. Ook verblijfsaanvragen van meerderjarige kinderen bij in Nederland verblijvende ouders en van ouders bij een in Nederland verblijvende meerderjarige worden aan dit artikel getoetst. In tegenstelling tot andere EU-lidstaten kent Nederland hier geen specifiek beleidskader voor.

26

52

De Staat van Migratie 2021

Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging.

Inkomende mobiliteit Gezinsleden van vreemdelingen die hier tijdelijk onderzoek komen verrichten in het kader van intra EU-mobiliteit kunnen mee naar Nederland komen. Het gaat hier om onderzoekers die een verblijfsvergunning hebben in een andere lidstaat van de EU op basis van de richtlijn studenten en onderzoekers.27 In 2020 waren dat 920 gezinsleden. Overig Tenslotte hebben ook houders van andere verblijfsvergunningen, zoals bijvoorbeeld een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk en niet tijdelijk, de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden hun gezinsleden te laten overkomen. In 2020 is daar 60 keer gebruik van gemaakt.

2.2.2.2

Arbeid (exclusief kennis en talent) Het beleid voor arbeidsmigratie van buiten de EU is erop gericht om het aanbod van arbeidskrachten uit de landen van herkomst af te stemmen op de behoeften van de Nederlandse arbeidsmarkt. Bij het vervullen van vacatures wordt prioriteit gegeven aan werkzoekenden binnen Nederland, de EU/EER of Zwitserland, het zogenoemde prioriteitgenietend aanbod. Als een werkgever iemand van buiten de EU/EER of Zwitserland in dienst wil nemen, is in principe een tewerkstellingsvergunning (twv) nodig, moet de werkgever de vacature tijdig melden bij het UWV en kunnen aantonen dat voldoende inspanningen zijn verricht om geschikte kandidaten te vinden binnen Nederland en de EER. Dit beleid is neergelegd in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Het UWV voert de Wav uit en toetst op de voorwaarden van de Wav. Eind 2020 is een voorstel tot wijziging van de Wav ingediend bij de Tweede Kamer. De maximale duur van de twv en gvva wordt gewijzigd van één jaar naar ten hoogste drie jaar. Verder zijn wijzigingen voorzien die oneerlijke concurrentie tegengaan en de positie van buitenlandse werknemers in relatie tot hun werkgevers versterken. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2022. De categorie kennis en talent is een vorm van arbeidsmigratie waarop soepelere voorwaarden van toepassing zijn. Dit wordt in paragraaf 2.3.2.3 beschreven. Verblijf langer dan drie maanden

Als de arbeidsmigrant langer dan drie maanden in Nederland wil verblijven, heeft hij of zij een verblijfsvergunning nodig. In dat geval moet de arbeidsmigrant of zijn referent (de werkgever) een aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) indienen bij de IND. De IND vraagt advies over toelating tot de arbeidsmarkt aan het UWV. Bij een negatief advies van het UWV beslist de IND negatief op de aanvraag om de gvva. Bij een positief advies verleent de IND de gvva, tenzij er in de Vreemdelingenwet zelf nog weigeringsgronden van toepassing zijn, zoals een gevaar voor de openbare orde. Voor MVV-plichtige arbeidsmigranten die een gvva nodig hebben, is de aanvraag voor een gvva onderdeel van de TEV-procedure. In de lagere regelgeving is vastgelegd dat voor bepaalde categorieën werknemers of werkzaamheden geen twv nodig is, zoals voor kennismigranten of voor arbeidsmigranten die vallen onder de Regeling internationaal handelsverkeer. Voor deze laatste groep is geen twv nodig, maar de werkgever moet de komst van de arbeidsmigranten wel melden bij het UWV.

27

Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten De Staat van Migratie 2021

53

Daarnaast gelden vrijstellingen voor specifieke beroepen zoals in het internationaal vervoer en zeevarenden. Zij vragen geen gvva aan, maar een verblijfsvergunning arbeid in loondienst. De IND toetst aan de hand van de arbeidsovereenkomst of het desbetreffende beroep wordt uitgeoefend en of aan het middelenvereiste wordt voldaan.

Werkervaring 390

Arbeid werkgever in buitenland 320

Arbeid werkgever in NL 1.110

Figuur 38 Verleende verblijfsvergunningen arbeid, 2020 (Bron: IND)

Het aantal verleende verblijfsvergunningen na een eerste aanvraag in de categorie arbeid, niet zijnde kennismigratie, is ingedeeld in drie subcategorieën. Verlengingsaanvragen zijn buiten beschouwing gelaten om een overzicht te kunnen bieden van het aantal arbeidsmigranten van buiten de EU, exclusief kennismigranten, dat in 2020 naar Nederland is gekomen. Hierbij is onderscheid gemaakt naar drie subcategorieën. Arbeidsmigrant met werkgever in Nederland De grootste subcategorie (1.110) is de arbeidsmigrant met een werkgever in Nederland. De grootste groep in deze subcategorie zijn werkgevers en arbeidsmigranten die gebruik maken van de Regeling Aziatische Horeca. Daarnaast gaat het om vreemdelingen die hier arbeid in loondienst verrichten voor langer dan drie maanden in andere sectoren of die hier komen voor lerend werken. Werkervaring De tweede subcategorie zijn vreemdelingen die naar Nederland willen komen om stage te lopen of werkervaring op te doen. Ook zij hebben een gvva nodig, met uitzondering van stagiaires en migranten van buiten de EU die naar Nederland komen voor lerend werken via een EU actieprogramma, zoals het Erasmus+ programma.28 Werkgever in buitenland De derde subcategorie zijn werknemers met een werkgever in het buitenland.

In het kader van het vrij verkeer van diensten kunnen ondernemingen uit andere lidstaten van de EU, EER of Zwitserland tijdelijk werknemers detacheren naar Nederland. Derdelanders die rechtmatig werken en verblijven in een andere EU-lidstaat kunnen ook naar Nederland worden gedetacheerd. Als zij langer dan drie maanden in Nederland willen werken en verblijven, moet voor hen een VVR voor bepaalde tijd worden aangevraagd. Op de aantallen detacheringen van migranten van buiten de EU in het kader van het vrij verkeer van diensten wordt nader in gegaan in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2.2.

28

54

De Staat van Migratie 2021

Werken of stage lopen via EU-programma (ind.nl)

Verblijf voor arbeid korter dan drie maanden Als het verblijf minder dan drie maanden is, heeft de arbeidsmigrant geen verblijfsvergunning nodig, maar moet de werkgever een twv aanvragen bij het UWV. Een twv wordt door het UWV aan dezelfde voorwaarden van de Wav getoetst als een adviesverzoek voor een gvva. Een twv kan ook worden afgegeven voor langer dan drie maanden aan een werkgever die een vreemdeling wil laten werken die al in het bezit is van een verblijfsvergunning voor een ander doel dan arbeid, bijvoorbeeld studenten. Arbeid is dan niet het hoofddoel van het verblijf. Het UWV is verantwoordelijk voor de toetsing of werkgevers hierbij voldoen aan de criteria van de Wav. In 2020 heeft het UWV 6.000 twv’s verleend en 3.200 positieve adviezen afgegeven aan de IND voor een gvva.29 Het UWV maakt geen onderscheid tussen eerste aanvragen en verlengingsaanvragen. Het betreft dus het totale aantal verleende twv’s en afgegeven positieve adviezen in 2020. De cijfers van UWV wijken daarom af van de cijfers in figuur 38, waarin alleen verleende gvva’s na een eerste aanvraag zijn opgenomen (en geen verlengingsaanvragen). Vanwege de coronapandemie zijn in 2020 minder aanvragen om twv’s en verzoeken om advies van de IND ingediend dan in 2019.

2.2.2.3

Kennis en talent Het beleid is uitnodigend te zijn voor arbeidsmigranten die een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse (kennis) economie. Kennismigranten werken vooral bij grote bedrijven zoals Shell, Philips en ASML, maar ook bij universiteiten en academische ziekenhuizen. Het overgrote deel is hoogopgeleid, hoewel dit geen voorwaarde is voor de vergunning. Voor deze groepen bestaan speciale regelingen die een meer eenvoudige en snellere toegang faciliteren. Er zijn verschillende verblijfsregelingen voor kennismigranten. Zelfstandigen 450

Wetenschappelijk onderzoeker 2550

Kennismigratie, nationale regeling 6380

Potentieel Kennismigratie 880

Kennismigratie, ICT richtlijn 2150 Kennismigratie, blue card 150

Figuur 39 Verleende verblijfsvergunningen kennis en talent, 2020 (Bron: IND)

Nationale kennismigrantenregeling Kennismigranten kunnen onder andere naar Nederland komen via de nationale kennismigrantenregeling. Voorwaarden om van deze regeling gebruik te kunnen maken houden in dat de werkgever erkend referent is en de kennismigrant een salaris gaat

29

UWV - UWV Jaarverslag 2020 De Staat van Migratie 2021

55

verdienen dat voldoet aan een bepaald normbedrag. Meer dan de helft van de kennismigranten maakt gebruik van deze regeling. Europese richtlijnen Een aanzienlijk deel van de kennismigranten maakt daarnaast gebruik van toelatingsregelingen op basis van EU-richtlijnen. Bijvoorbeeld van de richtlijn30 voor (wetenschappelijk) onderzoekers die verbonden zijn aan onderwijs- of kennisinstellingen. Verder biedt de richtlijn ruimte voor ‘intra corporate transferees’ (ICT), waarmee leidinggevenden, specialisten en trainees kunnen worden overgeplaatst naar een Nederlandse vestiging van het internationale bedrijf waar zij in dienst zijn. Als zij onder de reikwijdte van deze richtlijn vallen, mogen zij geen gebruik maken van de nationale kennismigrantenregeling of de Europese Blauwe Kaart, enkele uitzonderingen daargelaten. Deze Blauwe Kaart, eveneens een EU-richtlijn31, richt zich op hooggekwalificeerde kennismigranten in algemene zin. Op dit moment zijn de voorwaarden in deze richtlijn relatief ongunstig vanwege het salariscriterium dat hoger ligt dan het salariscriterium van de nationale kennismigrantenregeling. Het aantal houders van een Blauwe Kaart vormt slechts een fractie van het totaal. Onderhandelingen over de herziening van deze richtlijn zijn afgerond op 17 mei 2021.

Zoekjaar De regeling ‘zoekjaar hoger opgeleiden’ stelt afgestudeerden en gepromoveerden in staat om na hun studie, wetenschappelijk onderzoek of promotie een jaar lang in Nederland te verblijven en hier werk te vinden. Wie vanuit het zoekjaar overstapt naar een baan als kennismigrant komt bovendien in aanmerking voor een verlaagd salariscriterium. Houders van een zoekjaarvergunning worden beschouwd als potentiële kennismigranten. Zelfstandigen Bij de toelating voor arbeid als zelfstandige geldt een puntensysteem. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) adviseert de IND hierover. Amerikaanse en Japanse ondernemers kunnen zich beroepen op het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag dan wel het Japans handelsverdrag die gunstigere bepalingen kennen. Voor startende ondernemers bestaat een speciale start-up-regeling. Om het ook voor startende innovatieve ondernemingen (startups) mogelijk te maken dit talent aan te trekken, is op 1 juni 2021 een pilot van start gegaan in de vorm van een verblijfsregeling voor essentieel personeel van startups. Deze regeling maakt het voor innovatieve bedrijven mogelijk om essentieel personeel uit landen buiten de EU aan te nemen tegen een verlaagd salariscriterium in ruil voor een aandeel in het bedrijf.

2.2.2.4

Studenten Het toelatingsbeleid voor studenten van buiten de EU is in het hoger onderwijs uitnodigend met de HBO-instelling of universiteit als erkend referent. Als een erkend referent een verblijfsvergunning voor een student aanvraagt, wordt de verblijfsvergunning na nog een toets door de IND op openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid en een toets op de identiteit verleend via de erkend referent-procedure. Daarnaast kunnen studenten van buiten de EU onder bepaalde voorwaarden in Nederland onderwijs volgen aan een middelbare school of MBO-instelling. Daarvoor is onder meer vereist dat Nederland het meest aangewezen land is om de opleiding te volgen en dat de student met de opleiding een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van zijn land. In 2020 zijn in totaal

Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten 31 Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan 30

56

De Staat van Migratie 2021

12.310 aanvragen voor een verblijfsvergunning voor studie ingediend, in bijna alle gevallen ging het om studenten voor het hoger onderwijs. Hiervan gaat ongeveer 25% naar het HBO en 75% naar het WO. In het kader van de internationalisering van het middelbaar beroepsonderwijs bestaat sinds 2017 een beperkte pilot in het MBO-4 voor de toelating van niet-EU studenten voor maximaal één jaar die onder soepelere voorwaarden toegelaten kunnen worden. De aantallen zijn zeer beperkt.

2.2.2.5

Overige verblijfsdoelen In deze categorie vallen de verblijfsdoelen uitwisseling, humanitair tijdelijk, humanitair niet tijdelijk en bijzonder verblijf. Humanitair niet-tijdelijk 90

Bijzonder verblijf 70

Humanitair tijdelijk 310

Uitwisseling 2020

Figuur 40 Verleende vergunningen overige verblijfsdoelen uitgesplitst, 2020 (Bron: IND)

Uitwisseling Het hoofddoel van uitwisseling is om jonge mensen (vanaf 15 jaar voor uitwisseling algemeen of 18 t/m 30 jaar voor au pairs) gedurende één jaar kennis te laten maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. In 2020 zijn 2.020 verblijfsvergunning voor uitwisseling afgegeven. Daartoe bestaan twee soorten regelingen. De eerste loopt via een door de IND erkende uitwisselingsorganisatie, die in een uitwisselingsprogramma uiteenzet hoe het culturele karakter zal worden gewaarborgd. Eventueel vrijwilligerswerk in het kader van dit programma is aan strikte eisen gebonden en dient nauwkeurig in het programma te worden vastgelegd. Dit ter bescherming van deze groep tegen oneigenlijk gebruik van uitwisseling als verkapte arbeidsmigratie en verdringing van het prioriteitgenietend aanbod. De IND dient het programma van tevoren goed te keuren. Au pairs en vrijwilligers uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps vallen eveneens onder de categorie uitwisselingsjongeren. Wel gelden voor hen aanvullende eisen. De tweede regeling betreft het Working Holiday Programme (WHP), soms aangeduid als het Working Holiday Scheme (WHS). In feite gaat het hier om negen verschillende, maar gelijkwaardige programma’s neergelegd in Memoranda of Understanding (MoU’s) of Notes Verbales (NV’s) tussen Nederland en betreffende partners.

Op dit moment zijn dat Argentinië, Australië, Canada, Hongkong, Japan, Nieuw-Zeeland, Taiwan, Uruguay en Zuid-Korea. Voor Argentinië, Hongkong, Taiwan, Uruguay en Zuid-Korea geldt een quotum van 100 jongeren per jaar, voor Japan 200. Voor de overige landen geldt geen quotum. De afspraken in de De Staat van Migratie 2021

57

MoU’s of de NV’s zijn wederkerig. Per jaar kunnen dus ook 100 Nederlandse jongeren op culturele uitwisseling naar bijvoorbeeld Hongkong. Gedurende het verblijf in Nederland is het toegestaan een korte studie/cursus te volgen en incidenteel werk te verrichten om het verblijf in Nederland financieel te ondersteunen. De werkgever hoeft daarvoor niet in het bezit te zijn van een twv. Humanitair tijdelijk en niet-tijdelijk Daarnaast kan een verblijfsvergunning worden afgegeven om humanitaire redenen. In de meeste gevallen wordt eerst een tijdelijke verblijfsvergunning humanitair afgegeven. Het gaat hier bijvoorbeeld om vreemdelingen die (voor een langere periode) een medische behandeling ondergaan, terminaal zieke vreemdelingen, slachtoffers van huiselijk geweld of personen die aangifte hebben gedaan van mensenhandel dan wel van huiselijk of eergerelateerd geweld. In 2020 ging het om 90 migranten voor humanitair niet-tijdelijk en om 310 migranten voor humanitair tijdelijk. Bij voortduren van de situatie kan na verloop van een bepaalde periode een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk worden verleend. Bijzonder verblijf Tot slot is er nog bijzonder verblijf.

Daarbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld vermogende vreemdelingen, vreemdelingen die in een andere lidstaat de status van langdurig ingezetene hebben en vervolgens naar Nederland komen om hier te verblijven als economisch niet-actieve vreemdeling of vreemdelingen die ambtshalve verblijf hebben gekregen op grond van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen. In 2020 ging het om 70 migranten die in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning voor bijzonder verblijf.

2.2.3

Waar komen de migranten die van buiten de EU naar Nederland komen vandaan? Migranten van buiten de EU komen van over de hele wereld naar Nederland voor gezin, liefde, werk, studie en andere doelen. 2019 verleend

Gezin en Familie

Kennis en Talent

Studie

Arbeid

Overige

1.

India

India

China

China

Australië

2.

Turkije

VS

VS

VS

Canada

3.

VS

China

India

India

Filipijnen

4.

Syrië

Turkije

Turkije

Turkije

Zuid-Afrika

5.

Eritrea

Brazilië

Zuid-Korea

Canada

Armenië

Gezin en Familie

Kennis en Talent

Studie

Arbeid

Overige

2020 verleend 1.

India

India

China

China

Filipijnen

2.

Turkije

China

India

VS

Zuid-Afrika

3.

Syrië

VS

VS

India

Australië

4.

VS

Turkije

Turkije

Oekraïne

Canada

5.

Eritrea

Zuid-Afrika

Indonesië

Turkije

Brazilië

Figuur 41 Landen van herkomst per categorie migratie van buiten de EU, 2019-2020 (Bron: IND)

In de categorie gezin en familie is, net als in de categorie kennis en talent, India in 2020 en in 2019 het eerste land van herkomst. Kennismigranten nemen vaak hun partner of gezin mee als ze zich in Nederland vestigen om te werken. Turkije en de VS komen ook in beide categorieën voor. Zowel in de categorie studie als in de categorie arbeid is China in 2020 en in 2019 het eerste land van herkomst. De VS, India en Turkije komen ook in beide categorieën voor. 58

De Staat van Migratie 2021

2.2.4

Wat valt nog meer onder regulier toelatingsbeleid? Britse burgers en hun familieleden

Het VK heeft op 31 januari 2020 de EU op basis van het terugtrekkingsakkoord verlaten, de zogenaamde Brexit. Op grond van het terugtrekkingsakkoord kunnen Britten en hun familieleden die op 31 december 2020 (de overeengekomen einddatum van de overgangsperiode) in Nederland wonen hun verblijf voortzetten onder dezelfde voorwaarden. Zij moeten daarvoor wel vóór 1 oktober 2021 een verblijfsdocument aanvragen. De IND heeft vanaf 1 februari 2020 tot augustus 2020 uitnodigingsbrieven verstuurd aan Britten en hun familieleden voor het indienen van een aanvraag voor een nieuw verblijfsdocument. Soort aanvraag

Afwijzing

Inwilliging

Overige afdoening

Totaal

Terugtrekkingsakkoord bepaalde tijd

50

18.630

100

18.780

Terugtrekkingsakkoord onbepaalde tijd

30

14.020

100

14.140

Totaal

80

32.640

200

32.920

Figuur 42 Aantal beslissingen terugtrekkingsakkoord, 2020 (Bron: IND)

Tot en met december 2020 zijn 34.790 aanvragen ingediend en heeft de IND op 32.920 aanvragen beslist. Tevens zijn 5.580 EU documenten duurzaam verblijf omgewisseld voor een vergunning op grond van het terugtrekkingsakkoord. Vreemdelingen met een visum kort verblijf

In 2020 heeft het ministerie van BZ ongeveer 170.000 visa kort verblijf aanvragen behandeld. In 2019 werden ongeveer 730.000 visa kort verblijf aanvragen behandeld. Deze daling van 77% is gerelateerd aan de coronapandemie en de reisbeperkingen als gevolg van het EU-inreisverbod dat op 19 maart 2020 werd ingevoerd. Qua aantallen aanvragen visum kort verblijf in 2020 is de groep aanvragers met de Filipijnse nationaliteit het grootst. Op nummer 2 staat de groep aanvragers met de Indiase nationaliteit, gevolgd door de groepen aanvragers met de Turkse, de Russische en de Indonesische nationaliteit. Overig 5%

Professionele redenen 22% Toerisme 38%

Familiebezoek 18% Commercieel 17%

Figuur 43 Verstrekte visa kort verblijf, 2020 (Bron: BZ)

De Staat van Migratie 2021

59

De grootste daling in het aantal visumaanvragen vergeleken met 2019 betreft mensen met de Indiase nationaliteit. Het aantal visumaanvragen door vreemdelingen met de Filipijnse nationaliteit is daarentegen veel minder gedaald. Dit laatste kan worden verklaard door het relatief grote aantal Filipijnse zeevarenden dat een visum aanvraagt en, binnen de regels van de corona-pandemie, is uitgezonderd van het EU inreisverbod. In 2020 heeft de IND 8.650 bezwaarschriften op de besluiten ten aanzien van visa-aanvragen afgehandeld, een daling van 22% ten opzichte van 2019 waarin 11.020 bezwaarschriften werden afgehandeld.

60

De Staat van Migratie 2021

Hoofdstuk 3 Migratie vanuit de Europese Unie

Het grootste deel van de migranten dat in 2019 naar Nederland is gekomen heeft een nationaliteit van een lidstaat van de EU: in 2019 immigreerden 122.528 personen met een EU-nationaliteit, exclusief de Nederlanders die terug naar Nederland migreerden. Het aantal migranten met een EU-nationaliteit dat naar Nederland komt om zich (tijdelijk) te vestigen neemt ieder jaar toe. In 2010 betrof het nog 60.027 personen en in 2015 81.040 personen.32

3.1

Wat is de omvang van migratie binnen de EU? In dit hoofdstuk gaat het om twee soorten mobiliteit binnen de EU. Allereerst om het vrij verkeer van personen. Dit is verblijf op grond van de richtlijn vrij verkeer (2004/38).33 Voor werknemers is ook de Verordening betreffende het vrije verkeer van werknemers (492/2011)34 van belang. Daarnaast gaat het om detacheringen op grond van het vrij verkeer van diensten.

3.1.1

Het verblijf op grond van het vrij verkeer van personen EU-burgers hebben onder meer het recht om: • Een baan te zoeken in een andere lidstaat van de EU; • Te werken in een andere EU-lidstaat zonder dat een tewerkstellingsvergunning nodig is; • Te verblijven in een andere EU-lidstaat om er te werken in loondienst of om er te ondernemen; • Te blijven als het werk klaar is; • Te studeren in een andere EU-lidstaat; • Te verblijven in een andere EU-lidstaat voor andere doeleinden dan studeren, ondernemen of het verrichten van arbeid in loondienst, zolang men voldoende financiële middelen heeft om gedurende het verblijf niet ten laste te komen van het sociale bijstandsstelsel van het gastland; • Gelijke behandeling te ontvangen vergeleken met de burgers van die EU-lidstaat met betrekking tot toegang tot werk, huisvesting, arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden, sociale en belastingregelingen. Deze rechten zijn onderworpen aan de eisen en/of beperkingen die in de richtlijn vrij verkeer staan opgenomen, of die volgen uit de jurisprudentie. Vrij verkeer van personen (waaronder werknemers) en diensten geldt in het algemeen ook voor de burgers van Zwitserland en van de landen van de Europese Economische Ruimte (EER), namelijk Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

Onderzoek van de Europese Commissie naar migratie binnen de EU in 2019 laat zien dat het aantal EU-burgers dat gebruik maakt van het vrij verkeer om zich elders in de EU te vestigen is toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. In totaal ging het om 17,9 miljoen EU-burgers. Hiermee zet de trend van de jaren daarvoor zich voort, zij het in een lager tempo.35 Bijna de helft van de EU-burgers die in 2019 gebruik maakte van het recht op vrij verkeer (46%) vestigde zich in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Frankrijk, Spanje en Italië ontvingen samen 28% van het aantal EU-burgers. In Nederland vestigden zich in 2019 66.000 EU-burgers, ongeveer 6% van de EU-burgers die gebruik maakte van het recht op vrij verkeer.36 Bron: CBS Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden 34 Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie Voor de EER relevante tekst 35 2020 Annual Report on Intra-EU Labour Mobility 36 2020 Annual Report on Intra-EU Labour Mobility 32 33

62

De Staat van Migratie 2021

Roemenië, Polen, Italië, Portugal en Bulgarije waren de grootste lidstaten van herkomst en samen goed voor 58% van het aantal mobiele EU-burgers.37

3.1.2

Het vrij verkeer van diensten Ondernemingen uit lidstaten van de EU, EER of uit Zwitserland kunnen in het kader van het vrij verkeer van diensten werknemers tijdelijk ter beschikking stellen in Nederland voor de uitvoering van een transnationale dienstverrichting. Dit wordt detachering genoemd. Er worden drie vormen van transnationale dienstverrichting onderscheiden in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU (WagwEU). Ten eerste ‘zuivere dienstverrichting’ waarbij een buitenlandse onderneming een opdracht uitvoert voor een Nederlandse opdrachtgever en daarvoor werknemers onder zijn eigen toezicht en leiding naar Nederland stuurt. Ten tweede ‘onzuivere dienstverrichting’ of ‘uitzending’ waarbij een buitenlandse onderneming werknemers ter beschikking stelt aan een Nederlandse dienstontvanger (bijvoorbeeld uitzendkrachten) om onder diens toezicht en leiding tijdelijk arbeid te verrichten in Nederland. Ten derde ‘intra-concern detachering’ waarbij de werknemer van een concern van een vestiging in lidstaat A naar een vestiging in lidstaat B wordt gestuurd ter uitvoering van een dienst voor de tweede vestiging. Alle vormen van detachering hebben met elkaar gemeen dat de werkgever van de gedetacheerde arbeidsmigrant is gevestigd in een andere lidstaat.

Ook zelfstandig ondernemers kunnen in het kader van het vrij verkeer van diensten een opdracht in Nederland uitvoeren. Derdelanders die rechtmatig werken en verblijven in een andere lidstaat kunnen ook naar Nederland worden gedetacheerd. Als zij langer dan drie maanden in Nederland willen werken en verblijven, moet voor hen een VVR voor bepaalde tijd worden aangevraagd.

3.2

Wat is de omvang van migratie vanuit de EU naar Nederland?

3.2.1

Hoeveel migranten van andere EU-lidstaten komen naar Nederland? In 2020 immigreerden 219.250 personen naar Nederland. Daarvan hebben 118.389 personen een Europese achtergrond. Dit is exclusief mensen met een Nederlandse achtergrond.38 Derdelander gezinsleden van EU-burgers die in Nederland willen verblijven, moeten bij de IND een EU-document aanvragen. Het is geen toelatingsaanvraag, maar een aanvraag om een bewijs van het verblijfsrecht op grond van het vrij verkeer van personen. Uit het EU-document blijkt onder welke voorwaarden in Nederland mag worden gewerkt (toegang tot de arbeidsmarkt). 2019

Instroom

Afgehandeld

Inwilligingspercentage

7.750

8.530

79%

2020

5.590

5.710

75%

% verschil

↓28%

↓33%

↓5%

Figuur 44 Instroom en afhandeling van aanvragen EU-documenten door familieleden van EU-burgers uit derde landen (Bron: IND)

37 38

2020 Annual Report on Intra-EU Labour Mobility Voor 2020 zijn de migratiecijfers op basis van nationaliteit nog niet beschikbaar. Het CBS publiceert deze cijfers in de tweede helft van 2021 in StatLine. De Staat van Migratie 2021

63

Zowel het aantal aanvragen als het aantal afgehandelde aanvragen zijn gedaald in 2020 vergeleken met 2019 als gevolg van de reisbeperkingen en de beperkingen in de dienstverlening als gevolg van de coronapandemie. Het inwilligingspercentage is vergelijkbaar met dat van 2019. Jaarrapportage Arbeidsmigranten Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten o.l.v. Emile Roemer en de motie Tielen39 werkt het kabinet aan een jaarrapportage over de positie van arbeidsmigranten (vallend onder het vrij verkeer van werknemers c.q. diensten) en de voortgang van de door het kabinet overgenomen aanbevelingen van het Aanjaagteam. Deze rapportage gaat o.a. in op de situatie van huisvesting, registratie en de regulering van de uitzendsector. Het streven is deze rapportage voor het eerst eind 2021 aan te bieden, één jaar na het uitkomen van het tweede advies van het Aanjaagteam. De rapportage zal alle aspecten omvatten uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam en de ontwikkelingen op betrokken beleidsterreinen in samenhang presenteren.

3.2.2

Uit welke lidstaten van de EU zijn migranten in Nederland afkomstig? Veel migranten die naar Nederland komen om te werken als werknemer of zelfstandig ondernemer, komen uit Centraal- en Oost-Europese lidstaten van de EU.

Polen

267.110

Roemenië

53.150

Bulgarije

39.760

Hongarije

22.060

Litouwen

14.170

Overig

39.510 0

50.000

100.000

150.000

200.000

250.000

300.000

Figuur 45 Grootste groepen migranten uit Centraal- en Oost-Europese lidstaten in Nederland (Bron: CBS, Migrantenmonitor 2018)40

39 40

64

De Staat van Migratie 2021

Tweede Kamer vergaderjaar 2020/2021, 29861, nr. 65 Weergegeven is het aantal personen afkomstig uit het betreffende land met een baan in Nederland in december 2018 en/of inschrijving in de BRP op 31 december 2018. Zie verder Migrantenmonitor 2018.

Voor alle 27 lidstaten van de EU, exclusief de 11 Centraal- en Oost-Europese lidstaten van de EU, gaat het eind 2018 om de volgende landen: Duitsland

122.560

België

64.540

Verenigd Koninkrijk

53.908

Italië

36.220

Spanje

31.810

Overig

97.672 0

30.000

60.000

90.000

120.000

150.000

Figuur 46 Grootste groepen migranten uit andere EU-lidstaten in Nederland (Bron: CBS, Migrantenmonitor 2018)41

3.2.2

Hoeveel migranten van andere EU-lidstaten zijn naar Nederland gekomen op grond van het vrij verkeer van diensten? Sinds 1 maart 2020 moeten buitenlandse dienstverrichters hun komst, de aard en duur van de werkzaamheden die zij in Nederland verrichten, de dienstontvanger en de gedetacheerde werknemers melden in het online meldloket dat te bereiken is via www.postedworkers.nl. Tevens moeten zelfstandigen zich melden als zij in Nederland een dienst gaan verrichten in een bepaalde sector.42 Omdat de meldingsplicht en het meldsysteem nog nieuw zijn, moeten de cijfers die beschikbaar zijn met de nodige voorzichtigheid worden bezien. Vermoedelijk is nog sprake van ondermelding. Ook is van belang om op te merken dat het om gegevens gaat die de dienstverrichters en dienstontvangers zelf hebben verstrekt. Door middel van intensieve voorlichting voor dienstverleners en dienstontvangers, een laagdrempelig meldsysteem en de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij overtreders, wordt bevorderd dat ondernemingen de meldplicht nakomen.43 Ook is de coronapandemie waarschijnlijk van invloed geweest op het aantal meldingen. De cijfers bieden een globaal beeld van de aard en omvang van detachering naar Nederland in 2020. De komende tijd wordt verder gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van de gegevens. De verwachting is dat de cijfers over 2021 een beter beeld zullen geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=8285070e-2d6a-4a97-b218-c53051be9beb