CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

VRZ Jaarstukken 2025

Besluitvormende raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de zienswijzen over de financiële stukken van VRZ, GR De Bevelanden, OLAZ, De Betho, SWVO, GGD, Publiek Vervoer Zeeland, De Zeeuwse Muziekschool en Sabewa (portefeuillehouders)31.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 46

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

5.2 Programma Voorbereide crisisorganisatie

Rijlabels 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2025 6.138.558 6.359.158 3.864.000 32.600 1.993.171 247.600 183.500 6.900 0 31.387 -220.600 -19.600 0 0 -201.000 0 0 0 6.138.558

Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 5.797.058 5.515.147 6.446.931 5.617.313 4.060.873 4.000.158 32.600 26.674 1.816.997 1.081.210 282.900 251.544 220.100 220.482 6.900 1.173 4.300 13.813 22.261 22.261 -524.873 -11.022 -101.600 -62.059 0 -600 0 418.588 -280.573 -330.564 -142.700 -36.387 -125.000 -91.144 -125.000 -91.144 5.797.058 5.515.147

Verschil -281.911 -829.618 -60.715 -5.926 -735.787 -31.356 382 -5.727 9.513 0 513.851 39.541 -600 418.588 -49.991 106.313 33.856 33.856 -281.911

Het resultaat in 2025 op het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ is € 281.911 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)

€ 60.715 V

Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 30.860 V De kosten voor de inzet van personeel ten behoeve van de versterking van de crisisorganisatie zijn lager dan begroot. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) € 29.855 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen, met name door latere invulling van diverse vacatures. 3.8 Overige goederen en diensten (lasten)

€ 735.787 V

Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 387.728 V In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor versterking van de crisisorganisatie. Deze middelen zijn bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan, is het ‘Realisatieplan voorbereide crisisorganisatie’ opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 47

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)”, “3.8 Overige goederen en diensten” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Project FIER (deels incidenteel, deels neutraal) € 140.000 V Veiligheidsregio Zeeland is partner binnen het FIER-project. FIER (Flooding, Infrastructure, Evacuation and Resilience) is een grensoverschrijdend Interreg North Sea-project met tien partners uit België, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Nederland. Het project richt zich op het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid en het beperken van de impact van overstromingen, een risico dat door klimaatverandering steeds groter wordt. Initieel stond het ontwikkelen van twee applicaties op de planning. Gedurende het project is gebleken dat de middelen op een andere manier ingezet dienen te worden. Dit heeft tot gevolg dat uitvoering in 2026 zal plaatsvinden. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Doordat hier ook een Europese subsidie aan is gekoppeld, dient het voordeel op deze economische categorie samen met het nadeel op de economische categorie “4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten)” te worden bezien.

Opleidings- en cursuskosten (incidenteel) € 103.324 V In verband met uitval van capaciteit is een deel van het opleidingsplan van de crisisorganisatie (multidisciplinair) niet uitgevoerd. Onder andere de systeemtest is uitgesteld naar begin 2026. Beleidsontwikkelingen Maritieme Veiligheid (incidenteel, neutraal) Zie 710 “Mutaties reserves (baten)”

€ 33.856 V

Overig (incidenteel) € 70.879 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van het programma Voorbereide Crisisorganisatie meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 70.879. 4.3.3 Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten)

€ 31.356 V

De OCB heeft een financiële bijdrage ontvangen voor de CaCo’s van de LMS. Hiervan zorgt het aandeel van 26% voor een verlaging van de bijdrage van VRZ aan VRMWB. Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)

€ 39.541 N

Uitgeleend personeel (incidenteel/neutraal) € 39.541 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel. 4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)

€ 418.588 N

Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt (neutraal) € 418.588 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten)

€ 49.991 V

Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 49.991 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 48

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten)

€ 106.313 N

Project FIER (deels incidenteel/deels neutraal) € 106.313 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 7.1 Mutaties reserves (baten)

€ 33.856 N

Reserve Maritieme Veiligheid (neutraal) € 33.856 N De reserve maritieme veiligheid is bedoeld voor: a. Het herijken van de positie van VRZ binnen het domein Maritieme Veiligheid Zeeland, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkelingen in de maritieme sector, met name op de Westerschelde en welke rol een Veiligheidsregio hierin heeft. b. Het inhalen van achterstand in opleidingen. c. Het verbeteren van kwaliteit om te voldoen aan (inter)nationale standaarden zowel op het gebied van planvorming als op het gebied van vakbekwaamheid. Voor de onderdelen a en deels c was in 2025 op dit programma € 125.000 extra begroot. Er is in 2025 € 91.144 extra besteed ten opzichte van het reguliere budget. Het plan Risico Inventarisatie wateren boven de Westerschelde is opgeleverd. De beleidsnotitie Westerscheldedelta is voor een groot deel gereed. Verdere besteding wordt vanaf 2026 verwacht. Onderdeel b en deels c vallen onder het programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 49

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

5.3 Programma Overhead / bedrijfsvoering

Rijlabels 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente Gerealiseerd resultaat

Begroting 2025 10.580.309 10.580.309 7.035.700 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621 0 0 0 0 0 0 0 0 10.580.309

Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 11.114.370 10.916.250 11.332.866 10.308.116 7.084.465 7.113.044 6.200 2.164 180.800 243.277 3.482.269 2.321.535 35.000 34.239 164.240 169.456 8.500 30.534 48.200 70.673 323.192 323.193 -218.496 608.134 -64.300 -4.189 -23.334 -23.334 -13.362 -13.864 0 122.983 0 744.863 0 -71.567 -117.500 -146.758 11.114.370 10.916.250

Verschil -198.120 -1.024.750 28.579 -4.036 62.477 -1.160.734 -761 5.216 22.034 22.473 1 826.630 60.111 0 -502 122.983 744.863 -71.567 -29.258 -198.120

Het resultaat in 2025 op het programma ‘Overhead/bedrijfsvoering’ is € 198.120 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)

€ 28.579 N

Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 23.009 V De kosten voor de inzet van personeel ten behoeve van de versterking van de crisisorganisatie zijn lager dan begroot. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen.

€ 51.588 N

3.5.1 ingeleend personeel (lasten)

€ 62.477 N

Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 56.502N De kosten voor de inzet van personeel van derden ten behoeve van de samenwerking VRZ-GGD zijn hoger dan begroot. Het nadeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor de samenwerking op economische categorie op de “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Per saldo is het effect neutraal op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) Het betreft een optelsom van meerdere, kleine voor- en nadelen.

€ 5.975 N

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 50

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

3.8 Overige goederen en diensten (lasten)

€ 1.160.734 V

Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal)

€ 801.365 V

Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZ-GGD is eind 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage

ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Hierdoor ontstaat incidenteel voordeel op deze economische categorie. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het nadeel op economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 99.541 V In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor versterking van de crisisorganisatie. Deze middelen zijn bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners.

Om dit uit te kunnen voeren is ook intensivering op de bedrijfsvoering processen benodigd en is een deel van de extra middelen hiervoor gealloceerd. Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Opleidingen t.b.v. kantoorpersoneel, niet-repressief (incidenteel) € 60.036 V Er is in 2025 minder behoefte geweest aan het volgen van opleidingen. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Verzekeringspremies (incidenteel) € 58.057 V Door gewijzigde systematiek in het factureren van de premie voor aansprakelijkheid ontstaat er een incidenteel voordeel. Daarnaast is de storting voor de Arbeidsongevallenverzekering in het waarborgfonds bij het ERVRS lager uitgevallen. Dit omdat er voorgaand jaar in totaliteit minder aanspraak is gedaan op het waarborgfonds. Zeeland veilig campagne (incidenteel) € 38.924 V De campagne “Zeeland Veilig” is stopgezet in 2025. Momenteel wordt er gewerkt aan nieuwe plannen om zichtbaarheid te geven aan de Veiligheidsregio. In 2026 zal dit tot uitvoering komen.

Overig (incidenteel) € 102.811 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van de bedrijfsvoering meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 102.811. Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)

€ 60.111 N

Uitgeleend personeel (incidenteel) € 60.111 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 51

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)

€ 122.983 N

Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 122.983 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)

€ 744.863 N

Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 744.863 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten)

€ 71.567 V

Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 71.567 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel. € 29.258 V

5.1 Rente (baten)

Rente schatkistbankieren (incidenteel) € 29.258 V Het saldo van de rekening-courantverhouding met het Rijk is hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door de lagere uitputting op het investeringsplan en de toename van de overlopende passiva. Hierdoor ontvangt VRZ meer rente dan is begroot. Dit levert een incidenteel voordeel op. 5.4 Algemene dekkingsmiddelen

Rijlabels 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.8 Overige goederen en diensten Baten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2025 -45.208.121 -140.000 -140.000 0 -45.068.121 -9.647.854 -35.420.267 0 0 -45.208.121

Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 -47.105.045 -47.108.397 0 0 0 0 0 0 -47.105.045 -47.108.397 -10.375.294 -10.378.644 -36.729.751 -36.729.753 0 0 0 0 -47.105.045 -47.108.397

Verschil -3.352 0 0 0 -3.352 -3.350 -2 0 0 -3.352

Het resultaat in 2025 op ‘Algemene dekkingsmiddelen’ is € 3.352 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. De verschillen behoeven geen toelichting.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 52

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

4.3.2 Inkomensoverdrachten gemeenten (baten) Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage in 2025 Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2025 BW2025-1 Gemeente

BW2025-2 Maatwerk

BW2025-3 Incidenteel

Verschil

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen

2.063.464 3.383.119 2.229.058 1.027.267 4.033.542 1.084.903 1.821.351 3.552.986 2.943.010 4.721.164 2.323.958 2.558.341 3.678.106

23.931 39.466 26.033 12.167 49.560 12.910 21.577 41.689 34.230 54.387 26.749 30.064 45.659

0 0 0 0 0 0 0 0 -23.219 0 0 -23.219 0

53.002 87.680 55.752 26.377 109.217 31.641 46.949 95.808 81.375 118.400 59.103 71.865 100.333

2.140.397 3.510.265 2.310.843 1.065.811 4.192.319 1.129.454 1.889.877 3.690.483 3.035.396 4.893.951 2.409.810 2.637.051 3.824.098

Totaal

35.420.267

418.422

-46.438

937.500

36.729.751

Begroting 2025 50.000 50.000 50.000 50.000

Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 146.071 0 146.071 0 146.071 0 146.071 0

5.5 Onvoorzien

Rijlabels 5 Onvoorzien Lasten 3.8 Overige goederen en diensten Gerealiseerd resultaat

Verschil -146.071 -146.071 -146.071 -146.071

Het resultaat in 2025 op ‘Onvoorzien’ is € 146.071 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. 3.8 Overige goederen en diensten (lasten)

€ 146.071 V

Onvoorzien (incidenteel) € 146.071 V In de laatste, 4e begrotingswijziging 2025 bedroeg het verwachte voordelige saldo € 146.071. Vanwege onzekerheden is dit bedrag toen gereserveerd op de post onvoorzien. De onzekerheden betroffen de uitkomst van de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s vanaf 1 augustus 2025 en mogelijke ontwikkelingen rondom de PFAS-voorziening. Werkgevers en vakbonden hebben inmiddels een principeakkoord bereikt. In de jaarrekening 2025 is op de programma’s Toekomstbestendige brandweerzorg, Voorbereide crisisorganisatie en Bedrijfsvoering een loonstijging van 4,1% verwerkt vanaf 1 augustus 2025. Hiermee was voldoende rekening gehouden in de uitgangspunten voor de programmabegroting 2025; de post onvoorzien is voor dekking niet nodig. De PFAS-voorziening is ultimo 2025 niet gewijzigd ten opzichte van ultimo 2024.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 53

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

6. Incidentele en structurele lasten en baten Uit onderstaand overzicht blijkt dat er in 2025 sprake is van materieel evenwicht. Tegenover een bedrag van € 46.024.109 aan structurele lasten staat een bedrag van € 46.224.284 aan structurele baten. Som van Bedrag Rijlabels Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 5.1 Rente Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

Kolomlabels STR 46.024.109 28.412.248 171.409 320.478 12.384.936 971.435 517.769 235.923

INC 1.273.329 115.997 86.103 612.087 23.151

370.050 65.941 -948.903 -25.669 -23.334 -165.098 0 -192.639 -359.018 -36.387 -146.758 -233.692 -233.692 90.734

3.009.910 -46.224.284 -54.803 -500 -257.274 -9.837.073 -35.792.251 -282.383

-9.200 -9.200 -209.375

Gerealiseerd resultaat 47.297.437 28.528.245 171.409 406.581 12.997.022 994.586 517.769 235.923 370.050 3.075.851 -47.173.187 -80.472 -23.834 -422.372 -9.837.073 -35.984.890 -641.401 -36.387 -146.758 -242.892 -242.892 -118.642

INC = Incidenteel; STR = Structureel

Toelichting incidentele exploitatieruimte Verschillen uit de kolom incidenteel van meer dan € 25.000 per economische categorie worden toegelicht. Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten) Het betreft kosten van tijdelijke medewerkers. Daarnaast is er een positief saldo voor aan- en verkoop verlofuren tegenover. Per saldo is er € 115.997 als incidenteel aangemerkt. 3.5.1 Ingeleend personeel (lasten) Het betreft inhuurkosten voor de uitvoering van het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’. 3.8 Overige goederen en diensten (lasten) Dit betreffen kosten voor de uitvoering van projecten die gedekt worden uit de reserves, het project ‘’Samenwerking VRZ-GGD’ en het Europees project FIER. Daarnaast zijn er in de begroting kosten als incidenteel aangemerkt bijvoorbeeld de inhaalslag chauffeurstrainingen (€30.000), inhaalslag oefenmaterialen (€ 50.000) en de uitrol nieuwe dienstkleding brandweer (€ 100.000). 7.2 Mutatie voorzieningen (lasten) Het betreft toevoegingen aan de voorzieningen RVU en verlofsparen, gerelateerd aan de aankoop van verlofuren. 7.3 Afschrijvingen (lasten) Het betreft de restwaarden van verkochte activa (zie ook 3.8 Overige goederen en diensten (baten). VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 54

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Baten 3.8 Overige goederen en diensten (baten) Het betreft de verkoopopbrengsten van activa. 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten) In 2025 is een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen voor het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’ van € 937.500. In 2025 is voor € 192.639 aan kosten gerealiseerd. Uitvoering van het project wordt voortgezet in 2026. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) Het betreft ontvangsten van het UWV onder andere i.v.m. zwangerschapsverlof voor een bedrag van € 246.325. Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft hier de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Daarnaast is hier de afboeking in 2025 van de post vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel nucleair (€ 35.573) als incidentele dekking opgenomen. 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten) Het betreft het Europees project FIER. 5.1 Rente (baten) Het betreft de rente op het schatkistbankieren. In 2026 ontstaat er een financieringsbehoefte. De rentebaten zullen afnemen.

7.1 Mutatie reserves (baten) Zie bijlage 2 voor een verdere toelichting op de onttrekkingen aan de reserves.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 55

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Structurele en incidentele lasten en baten per programma en economische categorie Som van Bedrag Rijlabels 1 Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves 2 Voorbereide crisisorganisatie Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten - Europese Unie Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3

Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 4 Algemene dekkingsmiddelen Baten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten Gerealiseerd resultaat

Kolomlabels STR 30.294.044 30.597.800 17.310.486 169.245 136.630 9.299.283 685.652 127.831 204.216 2.664.457 -294.557 -500 -256.674 -37.383 -9.200 -9.200 5.616.585 5.498.400 4.009.347 26.674 966.921 251.544 220.482 1.173 22.261 118.185 -54.803 -600 418.588 -245.000

10.050.891 9.927.908 7.092.414 2.164 157.175 2.118.732 34.239 169.456 30.534 323.193 122.983

122.983

-46.170.895 -46.170.895 -10.378.644 -35.792.251 -209.375

INC Gerealiseerd resultaat 264.314 30.558.358 774.207 31.372.007 104.558 17.415.043 169.245 136.630 294.994 9.594.277 23.151 708.803 127.831 204.216 285.564 285.564 65.941 2.730.398 -367.345 -661.901 -14.224 -14.224 -500 -151.234 -407.908 -201.887 -239.269 -142.548 -151.748 -142.548 -151.748 -101.438 5.515.147 118.913 5.617.313 -9.190 4.000.158 26.674 114.290 1.081.210 251.544 220.482 1.173 13.813 13.813 22.261 -129.207 -11.022 -7.256 -62.059 -600 0 418.588 -85.564 -330.564 -36.387 -36.387 -91.144 -91.144 -91.144 -91.144 865.359 10.916.250 380.208 10.308.116 20.629 7.113.044 2.164 86.103 243.277 202.803 2.321.535 34.239 169.456 30.534 70.673 70.673 323.193 485.151 608.134 -4.189 -4.189 -23.334 -23.334 -13.864 -13.864 122.983 744.863 744.863 -71.567 -71.567 -146.758 -146.758 -937.502 -47.108.397 -937.502 -47.108.397 0 -10.378.644 -937.502 -36.729.753 VOOR 90.734 WAARMERKINGS- -118.642

DOELEINDEN 56

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

7. Balans per 31 december in Euro's Volg. no. 9.1 Activa 9.1.1

Omschrijving

31-12-2024

Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut

9.1.2

31-12-2025

Volg. no. 9.2 Passiva 9.2.1

22.499.825

Omschrijving

31-12-2025

Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten

22.341.719

31-12-2024

900.343 574.373

306.724 724.453

118.642

686.511

Totaal eigen vermogen

1.593.358

1.717.688

Voorzieningen

1.540.002

1.463.556

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

18.272.706

20.106.510

Totaal vaste passiva

21.406.066

23.287.754

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva

4.944.661

4.286.876

3.739.151 16.424

2.308.290 65.157

Totaal vlottende passiva

8.700.236

6.660.323

Totaal passiva

30.106.302

29.948.077

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Overlopende activa

Liquide middelen Totaal vlottende activa

6.937.975

7.010.502

663.086

593.283

5.416

2.573

7.606.477

7.606.358 9.2.2

Totaal activa

30.106.302

29.948.077

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 57

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

8. Grondslagen van resultaatbepaling en waardering Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur op 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de VRZ. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt; daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van eenmalige schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV. Dat betekent dat: − −

−

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 april 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. Een verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid van 2% (zijnde € 945.949) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 58

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Balans Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en worden conform de financiële verordening geactiveerd als de waarde meer dan €10.000 (incl. btw) bedraagt. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. Afschrijvingen van nieuwe investeringen vinden voor het eerst plaats in het jaar volgend op de aanschafdatum. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: a. maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; b. maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); c. maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers en redvoertuigen na revisie, waterwagens en natuurbrandbestrijdingsvoertuigen; d. maximaal 17 jaar: tankautospuiten, hulpverleningsvoertuigen; e.

maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); f. maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; g. maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers, paxtassen/AED’s; h. maximaal 7 jaar: warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; i. maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; j. maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; k. maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; l. niet: gronden en terreinen.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Uiteenzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Deze activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 59

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom), verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en vlottende passiva Waardering vindt plaats tegen de nominale waarde. Resultaat Het saldo van de programmarekening 2025 is op de balans verantwoord onder de post ‘Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten’.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 60

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

9. Toelichting balans 9.1 Activa 9.1.1 Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut

Materiële vaste activa (in Euro's) Boekwaarde 01-01-2025 Investeringen Waardeverminderingen Desinvesteringen Bijdragen van derden direct gelieerd aan een actief Desinvesteringen cumm. afschrijvingen Afschrijvingen Saldo per 31 december 2025

Vervoermiddelen 12.694.295 2.219.289 0 -1.348.779 0 1.282.838 -1.387.495 13.460.147

Machines, apparaten, Overige installaties materiële activa 4.368.472 3.131.981 417.350 532.405 0 0 -181.581 0 0 0 181.581 0 -908.426 -619.722 3.877.395 3.044.664

Bedrijfsgebouwen 1.459.385 65.000 0 0 0 0 -94.267 1.430.118

Gronden en terreinen 687.500 0 0 0 0 0 0 687.500

Totaal 22.341.633 3.234.043 0 -1.530.360 0 1.464.419 -3.009.910 22.499.825

De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. 9.1.2 Vlottende activa Vorderingen (in Euro's) Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen niet-openbare lichamen Totaal vorderingen

31-12-2025 6.862.943 75.032 6.937.975

31-12-2024 6.851.921 158.581 7.010.502

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (in Euro's) Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) Rekening-courantverhouding Rijk Rekening-courantverhouding met niet-financiele instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier (< 1 jaar) Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal uitzettingen (< 1 jaar)

31-12-2025 386.853 0 0 6.476.090 0 0 0 75.032 0 6.937.975

31-12-2024 693.735 0 0 6.158.186 0 0 0 158.581 0 7.010.502

Specificatie vorderingen (in Euro's) Debiteuren Nog te ontvangen bedragen SGB Nog te ontvangen energiekosten gemeenten Nog te ontvangen bijdrage Rijk inzake declaratie Covid-19 Rekening-courant Rijk (Schatkistbankieren) Nog te ontvangen bedragen Totaal vorderingen

31-12-2025 68.816 119.086 141.380 0 6.476.090 132.603 6.937.975

31-12-2024 437.008 59.347 27.100 42.409 6.158.186 286.452 7.010.502

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 61

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Specificatie debiteuren (in Euro's) Debiteuren exclusief voorziening Voorziening dubieuze debiteuren Debiteuren inclusief voorziening

31-12-2025 68.816 0 68.816

31-12-2024 437.008 0 437.008

De afwikkeling van de debiteuren en het restant van de overige vorderingen heeft een normaal verloop. Het saldo ultimo 2025 van de vorderingen op openbare lichamen wordt grotendeels verklaard door een rekeningcourantverhouding met het Ministerie als gevolg van het schatkistbankieren (€ 6.476.090), overige nog te ontvangen bijdrage gemeenten en overheidsinstellingen (€ 60.000), nog te ontvangen rente schatkistbankieren (€ 42.279), nog te ontvangen vergoeding Truckkartel (€ 64.000) en nog te ontvangen ERDF subsidie vanuit Europa (€ 20.172). Overlopende activa (in Euro's): Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetalingen van/aan overheidslichamen Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal

31-12-2025 0 663.086 663.086

31-12-2024 872 592.411 593.283

31-12-2025 603.808 59.278 663.086

31-12-2024 570.872 22.411 593.283

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd: Overlopende activa (in Euro's): Overige vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa Totaal

De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit kosten voor software licenties en opleidingen/trainingen binnen de brandweer. Liquide middelen Liquide middelen (in Euro's) Bank Totaal

31-12-2025 5.416 5.416

31-12-2024 2.573 2.573

Deze liquide middelen zijn vrij opneembaar. VRZ heeft een kredietfaciliteit van 2,4 mln. bij de BNG.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 62

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 mln. De drempel is nooit lager dan € 1 mln. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Voor VRZ wordt de berekening en de benutting van het drempelbedrag hieronder weergegeven. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

1

2

36

3

(3a) = (1) > (2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

999

998

964

997

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

45.898

(2)

(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter Drempelbedrag dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

45.898 -

1.000

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 3

Kwartaal 4

120

173

3.297

258

90

91

92

92

1

2

36

3

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 63

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

9.2 Passiva 9.2.1 Vaste passiva Algemene reserve Het positieve resultaat van € 686.516 over 2024 is conform het bestuursbesluit volledig toegevoegd aan de algemene reserve. De onttrekkingen aan de algemene reserve in 2025 hebben betrekking op de uitgestelde activiteiten 2024, die zijn benoemd in het voorstel voor resultaatbestemming 2024, en die in 2025 geheel of gedeeltelijk tot uitvoering zijn gekomen. Algemene reserve (in Euro's) Saldo

31-12-2025 900.343

31-12-2024 306.724

Algemene reserves (in Euro's) Beginsaldo Bij: toevoeging Af: onttrekking Saldo per 31-12

31-12-2025 306.724 686.516 -92.897 900.343

31-12-2024 899.719 0 -592.995 306.724

31-12-2025 724.453 0 -150.080 0 574.373

31-12-2024 1.285.016 0 -560.563 0 724.453

Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves (in Euro's) Beginsaldo Bij: toevoeging Af: onttrekking Af: vrijval Saldo per 31-12

De bestemmingsreserves zijn als volgt onderverdeeld: Bestemmingsreserves

Saldo per 01-01-2025

Resultaat 2025

Reserve Meldkamer Reserve Uitgestelde activiteiten Reserve Maritieme Veiligheid Reserve Dekking afschrijving

172.154 27.641 365.338 159.320

-

Saldo mutaties 2025

724.453

-

Toevoegingen

Onttrekkingen

Vrijval

Saldo per 31-12-2025

-

23.151 3.665 114.064 9.200

-

149.003 23.976 251.274 150.120

-

150.080

-

574.373

Reserve Meldkamer De Reserve meldkamer wordt gebruikt voor het, in samenwerking met VRMWB, op een verantwoord niveau brengen en in stand houden van de huidige Meldkamer Zeeland-Brabant (= Operationeel Centrum Brandweer (OCB)). Veiligheidsregio Zeeland heeft in 2018 een eenmalige rijksbijdrage van € 1.003.000 ontvangen ter dekking van frictie- en desintegratiekosten. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve Uitgestelde activiteiten De reserve uitgestelde activiteiten is gevormd uit het resultaat 2020 met als doel om t/m 2025 achterstallige activiteiten door Covid-19 alsnog plaats te laten vinden en deze te financieren vanuit de bestemmingsreserve. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve Maritieme Veiligheid Deze reserve is gevormd vanuit het restant van de programmagelden Maritieme Veiligheid. Dit programma is gestopt per 1 april 2022. Met goedkeuring van het Bestuur en de Raden zijn de resterende gelden is een bestemmingsreserve gestopt met als doel Maritieme Veiligheid verder te ontwikkelen en achterstallige trainingen in te halen. Reserve Dekking afschrijving In 2016 is een toevoeging gedaan van € 230.000 ter dekking van de afschrijvingslasten vanWAARMERKINGSde verbouwingen van de VOOR kazernes Middelburg Stromenweg en Borssele Quistenburg.

Dit omdat geen sprake is vanDOELEINDEN ‘reguliere vervanging’ na 64

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

de afschrijvingstermijn. De onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van de afschrijvingslasten van bovenstaande investeringen. Voorzieningen Voorziening RVU Aansprakelijkheid schadeclaims Verlofsparen Totaal

Saldo per 01-01-2025 237.706 575.000 650.850

1.463.556

Toevoegingen

Onttrekkingen

24.156 0 357.411 381.567

132.881 0 172.240

172.240

Saldo per 31-12-2025 128.981 575.000 836.021 1.540.002

Voorziening Regeling vervroegd uittreden (RVU) Op 30 mei 2023 is in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) een afspraak gemaakt over een tijdelijke RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). De regeling geldt vanaf 1 januari 2025. De regeling geldt voor medewerkers die: • •

Voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereiken; Op het moment van RVU-ontslag minimaal 40 jaar bij de overheid gewerkt hebben, waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een Veiligheidsregio;

De afspraak over deelname moet uiterlijk 31 december 2025 zijn vastgelegd en de duur van de uitkering is maximaal 24 maanden. Op basis van deze voorwaarden is een selectie gemaakt van medewerkers die aanspraak mogen maken op deze regeling. In de dotatie zijn alleen de uitkeringen opgenomen van medewerkers die hebben aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling en van medewerkers die nog geen keuze gemaakt hebben. Voorziening Aansprakelijkheid schadeclaims Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim op een locatie in Borsele is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Hiervoor is een voorziening gevormd die gedurende het jaar niet aangesproken hoefde te worden. In het verslagjaar is VRZ door een ontwikkelaar, samen met andere betrokken partijen, aansprakelijk gesteld in verband met PFAS-verontreiniging op een andere locatie die geen eigendom is van VRZ. VRZ erkent deze aansprakelijkheid niet en is hierover in overleg. Per saldo zijn per ultimo 2025 teveel onduidelijkheden en onzekerheden waardoor aanpassing van deze voorziening niet noodzakelijk wordt geacht. Voorziening Verlofsparen Met ingang van 1 januari 2022 heeft een wijziging in de cao van de veiligheidsregio’s plaatsgevonden waarbij het mogelijk is geworden bovenwettelijke verlofuren op te sparen, zonder dat deze uren naar vijf jaar vervallen (artikel 6.3A CAR UWO).

Het gevolg van deze wijziging is dat wettelijk is bepaald dat voor de bovenwettelijke verlofuren met een onregelmatig verloop een voorziening gevormd en jaarlijks bijgewerkt moet worden. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer zijn de langlopende leningen opgenomen met een looptijd van één jaar of langer.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 65

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Saldo 1 januari Vermeerderingen (in Euro's) 2025 Onderhandse leningen van:

Aflossingen

Saldo per 31 december 2025

Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Binnenlandse bedrijven

20.106.510 0

0 0

1.833.804 0

18.272.706 0

Totaal vaste schulden

20.106.510

0

1.833.804

18.272.706

In 2025 bedroeg de rentelast voor de leningen € 233.925.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 66

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

9.2.2 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (in Euro's) Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden Totaal

31-12-2025 0 0 10.589 4.934.071 4.944.660

31-12-2024 0 0 478 4.286.398 4.286.876

31-12-2025 1.242.914 1.621.121 2.033.230 36.805 10.589 4.944.660

31-12-2024 1.005.734 1.259.421 1.971.558 49.685 478 4.286.876

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd: Kortlopende schulden (in Euro's) Crediteuren Nog te betalen bedragen Belastingdienst, loonheffingen en sociale lasten Belastingdienst, omzetbelasting Credit saldo BNG Totaal

In de post crediteuren zijn geen bedragen opgenomen die langdurig open staan. De nog te betalen bedragen bestaan onder andere uit na te betalen salarissen als gevolg van de primo 2026 afgeronde CAO-onderhandeling die met terugwerken kracht per 1 augustus 2025 ingaan (€ 491.027), nog te betalen vergoedingen brandweervrijwilligers 2025 (€ 513.684), rente langlopende leningen (€ 197.908), afrekening gebruikerskosten Koegors 2025 (€ 171.383) en nog te betalen onderhoudskosten voertuigen (€ 55.101). Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangt VRZ voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Onder de overlopende passiva Projecten worden bijdragen van derden opgenomen waarvan de besteding gebonden is. Het verloop van deze post in het boekjaar is als volgt: Projectomschrijving (in Euro's) 1 Project Nucleaire Veiligheid 2 Project Samenwerking VRZ-GGD 3 Project Weerbaarheid 4 Versterking Crisisbeheersing en informatievoorziening

Totaal

01-01-2025 35.573 0 0 2.272.717 2.308.290

Toevoegingen Realisatie 2025 0 0 744.863 0 180.000 0 541.571 0 1.466.434 0

Vrijgevallen / terugbet. bedragen 35.573 0 0 0 35.573

31-12-25 0 744.863 180.000 2.814.288 3.739.151

Project Nucleaire Veiligheid Voor de verbetering van de voorbereiding door de veiligheidsregio’s op kernongevallen is in het verleden door het Rijk geld beschikbaar gesteld. De ontvangen gelden zijn gedurende 2025 volledig vrijgevallen. Met de middelen is de evaluatie van de nationaal nucleaire oefening (NNO) bekostigd. Project Samenwerking VRZ-GGD Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZ-GGD is in 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Met de gemeenten is een terugbetaalverplichting afgesproken als de geoormerkte middelen niet worden besteed. Het voordeel wordt daarom gereserveerd op de balans. Versterking Crisisbeheersing en informatievoorziening In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor crisisbeheersing. Dit geld is bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld VOOR WAARMERKINGSom flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot is er DOELEINDEN 67

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

ook geld beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. VRZ heeft in 2025 € 1.744.060 ontvangen voor crisisbeheersing en voor informatievoorziening. De bestedingen in 2025 worden verantwoord via de SiSa-regeling. Volgens de voorwaarden van de BDUR mag het niet bestede bedrag worden verantwoord via de balans, onder de post ‘overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel’. Weerbaarheid De ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening heeft hoge prioriteit bij Rijk, veiligheidsregio’s en gemeenten. In de eerste helft van 2025 is in samenwerking tussen Veiligheidsberaad, VNG en het ministerie van JenV ambtelijk en bestuurlijk verkend welke uitgangspunten voor noodsteunpunten wenselijk zijn. Parallel hieraan heeft het kabinet bij de Voorjaarsnota middelen vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid, waarbij het ontwikkelen van noodsteunpunten belangrijk is. Op de bestuurlijke tafel weerbaarheid van 9 juli 2025 hebben de minister van JenV, en vertegenwoordigers van VNG en Veiligheidsberaad afgesproken om in gezamenlijkheid te komen tot een voorstel voor een pilotfase.

In een notitie (“Bestuurlijke afspraken versterking regionale en lokale weerbaarheid in het kader van crisisbeheersing) is één integraal voorstel verwerkt voor de kaders voor noodsteunpunten, een aanpak met regionale pilots met landelijke projectorganisatie, en omschrijving van de financiële kaders. Beoogd wordt om hiermee een gefaseerde aanpak te realiseren die moet leiden tot een landelijk netwerk. VRZ heeft in 2025 € 180.000 ontvangen voor de pilotfase ontwikkeling noodsteunpunten. Overige overlopende passiva Overlopende passiva (in Euro's) Overige vooruitontvangen bedragen Totaal

31-12-2025 16.425 16.425

31-12-2024 65.157 65.157

9.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Voor de komende jaren zijn we verbonden aan een aantal, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste verplichtingen: Rijlabels Advies en onderzoek Bijdragen derde Contributies en abonnementen Datacommunicatie Huren Licenties Onderhoud apparatuur Onderhoud gebouwen Opleiden/trainen/oefenen Overige Personeel van derden Verzekeringen ICT middelen Inventaris kazernes Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen Nieuwbouw Goes-West Overige voertuigen Persoonlijke beschermingsmiddelen TS6 en SB-voertuigen Totaal NIBOV

Som van bedrag 307.813 1.065.537 265.040 309.481 189.158 1.065.866 237.956 121.128 1.285.371 293.485 100.310 56.937 44.936 18.971 2.632.948 108.537 480.457 16.030 22.160.775 30.760.735

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 68

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

10. Wet Normering Topinkomens 2025 De WNT is van toepassing op Veiligheidsregio Zeeland. Het voor Veiligheidsregio Zeeland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Gegevens 2025 bedragen x € 1

J. Gaemers

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

01-01 t/m 31-12 0,815 ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 169.788

Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn

€ 19.177

Subtotaal

€ 188.965

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 200.399

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 188.965

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2024 bedragen x € 1

J. Gaemers

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2024

01-01 t/m 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

0,77

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 132.383

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 17.904

Subtotaal

€ 150.287

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 178.711

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 150.287

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 69

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. Gegevens 2025 Naam topfunctionaris

Functie

H.J.A. van Merrienboer (burgemeester van Terneuzen)

Voorzitter AB (01-01 t/m 31-12)

G.M. Dijksterhuis (burgemeester van Borsele)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

C.H. van den Bos (burgemeester van Goes)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

Y.P. van Mastrigt (burgemeester van Middelburg)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

I.M.M. Jense – van Haarst (burgemeester van Hulst)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

C. Jansen op de Haar (burgemeester van Kapelle)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

G.L. Meeuwisse (burgemeester van Noord-Beveland)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

J. van Egmond (burgemeester van Reimerswaal)

Lid AB (01-01 t/m 01-04)

J.J. Luteijn (burgemeester van Reimerswaal)

Lid AB (02-04 t/m 31-12)

J.C. van der Hoek (burgemeester van Schouwen-Duiveland)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

M.M.D. Vermue (burgemeester van Sluis)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

M.L.P. Sijbers (burgemeester van Tholen)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

F.J. van Doesburg – Schouwenaar (burgemeester van Veere)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

A.R.B. van den Tillaar (burgemeester van Vlissingen)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Gegevens 2025 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris

Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking

Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)

Gegevens per WNT-instelling

01-08-2023

Veiligheidsregio Zeeland

€ 188.965

06-06-2019

GGD Zeeland

€ 32.891

Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling

€ 221.856

Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.

€ 246.000

Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling

N.v.t.

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 70

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

Gegevens 2024 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris

Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking

Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)

Gegevens per WNT-instelling

01-01-2020

Veiligheidsregio Zeeland

€ 150.287

06-06-2019

GGD Zeeland

€ 54.764

Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling

€ 205.051

Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.

€ 233.000

Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling

N.v.t.

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. In 2025 zijn geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 71

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 09-04-2026 ...................

11. Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 11 april 2025 vastgestelde normenkader van relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 945.949.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17028946/1