CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Toelichting en Regels

Besluitvormende raadsvergadering 13 januari 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” en het beeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand (portefeuille wethouder Weststrate)23.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een invulling van deze polder door de voorgestane woningbouw zorgt dan ook niet voor een verdere verstoring van de historisch-ruimtelijke structuur van deze polder. Conclusie In het plangebied en in de nabijheid van het plangebied zijn geen cultuurhistorische objecten aanwezig waarmee in het plan rekening moet worden gehouden. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het plan.

4.5

Archeologie

De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden, blijven gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt straks samen met de nieuwe nog vast te stellen Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden te zijner tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook de gemeentelijke plicht om bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige archeologische waarden. Ten behoeve hiervan heeft de gemeente Borsele reeds op 11 oktober 2011 het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. In 2016 heeft een evaluatie van het archeologiebeleid plaatsgevonden. Op basis hiervan heeft de Borselse gemeenteraad op 6 april 2017 besloten dat gebieden met een lage verwachtingswaarde worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek en dat voor deze gebieden geen beschermende maatregelen meer hoeven te worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Met het archeologisch beleid wil de gemeente niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie, maar ook een formeel afwegingskader bieden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de invulling van het gemeentelijk archeologiebeleid wordt onderscheid gemaakt tussen gewaardeerde terreinen en archeologische verwachtingszones. Op terreinen met een archeologische waarde is de aanwezigheid van archeologische sporen en resten bekend. De archeologische verwachtingszones doen een voorspelling over de kans dat er archeologische waarden voorkomen. De waarden- en verwachtingenkaart bestaan uit vier op elkaar te projecteren kaartbeelden die corresponderen met elkaar in tijd opvolgende landschappen waaraan archeologische betekenis kan worden gehecht:  Kaartlaag 1 Walcheren: Nieuwe Tijd, Late Middeleeuwen en Vroege Middeleeuwen  Kaartlaag 2 Hollandveen: Romeinse Tijd, IJzertijd en Bronstijd  Kaartlaag 3 Wormer: Neolithicum  Kaartlaag 4 Pleistoceen: Neolithicum, Mesolithicum, Paleolithicum Op kaartlaag 1 Walcheren heeft het plangebied een gematigde verwachtingswaarde. Op de overige kaartlagen heeft de locatie geen verwachtingswaarde. Op de verbeelding en in de regels behorende bij het 'Chw bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018' is voor het plangebied de categorie 'Waarde-Archeologie – 3' opgenomen. Voor terreinen met een gematigde

26

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

verwachtingswaarde, zoals gronden die zijn aangemerkt met een 'Waarde -Archeologie -3', geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 40 centimeter. Voor het noordelijk deel van het plangebied, gelegen aan de Stenevate, is geen archeologisch waarde bestemmingsplanmatig verankerd. Er worden op dit deel van het plangebied ook geen nieuwe ontwikkelingen voorzien. Een nader onderzoek voor dit deel van het plangebied is dan ook niet noodzakelijk. Wel dient er op basis van het gemeentelijke archeologisch beleid voor de rest van het plangebied een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Figuur 11: Uitsnede kaartlaag 1 Archeologiebeleid gemeente Borsele Onderzoek In 2003 is door Sagro Milieu Advies zeeland B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen direct aanwijzingen zijn gevonden die een nader onderzoek noodzakelijk maken. De vondstdichtheid van het aangetroffen materiaal is gering. Deze vondsten kunnen afkomstig zijn uit uitgereden mest of uit grond, die is gebruikt voor het dempen van sloten. Er is hier geen botmateriaal gevonden wat in verband kan worden gebracht met het voormalige kerkhof. In 2017/2018 is door het Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband het archeologisch bureauonderzoek uit 2003 getoetst. Uit deze toetsing blijkt dat op basis van het bureauonderzoek en een beschouwing van de eerder uitgevoerde onderzoeken het voldoende aannemelijk is gemaakt dat geen archeologische verwachting bestaat voor alle perioden vóór de 14 e eeuw. Vanaf 1400 is bewoning mogelijk, maar niet aangetoond. Hierdoor is de archeologische verwachting vanaf 1400 laag. Archeologisch vervolgonderzoek is binnen het plangebied niet noodzakelijk. Ondanks het feit dat geen aanvullend archeologisch onderzoek wordt geadviseerd, bestaat de mogelijkheid dat tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen. Deze dienen conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet worden gemeld.

Het archeologisch onderzoek en het bijbehorende advies zijn opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting.

27

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Conclusie Het plangebied is voldoende archeologisch onderzocht. Een nader archeologisch onderzoek is niet nodig. Een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' zal derhalve niet meer worden opgenomen op de verbeelding. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Water

Wetgeving Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteiten van het oppervlakte- en grondwater. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. De Implementatiewet EG-kaderrichtlijn vertaalt de KRW in Nederlandse wetgeving. Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 heeft de volgende uitgangspunten:  Adaptieve aanpak: De waterpartners anticiperen met een adaptieve aanpak op toekomstige ontwikkelingen: gefaseerde besluitvorming, flexibele strategieën en een integrale benadering. Daarmee minimaliseren zij de kans op over- of onderinvesteren. Met deze aanpak kunnen op korte termijn passende maatregelen genomen worden die op langere termijn zijn aan te passen aan nieuwe inzichten of ontwikkelingen.  Samenwerking: Het kabinet hecht veel belang aan een goede samenwerking met overheden en stakeholders, op basis van vertrouwen, transparantie en gelijkwaardigheid.

 Informeren-stimuleren-acteren: Watergebruikers mogen de volgende rollen verwachten van de overheid: overheden informeren de gebruiker, stimuleren de gebruikers om zelf de eigen verantwoordelijkheid te nemen en zelf maatregelen te nemen. Stroomgebiedsplan Schelde 2016-2021 Dit plan beschrijft de doelen en maatregelen in het stroomgebied van de Schelde voor schoon en ecologisch gezond water voor duurzaam gebruik. Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat beleid voor grondwater, oppervlaktewater en waterveiligheid. Vooral de waterfunctiekaart is een belangrijk hulpmiddel bij het beoordelen van nieuwe initiatieven. Door klimaatsverandering is sprake van toenemende kans op overstroming, wateroverlast, langdurige droogte en extreme hitte. Doelstellingen zijn:  Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en waterbodems, een peilbeheer en een aanvaardbaar risico op wateroverlast dat is afgestemd op bestaande en toekomstige functies.  Een goede kwantitatieve en chemische toestand van het grondwater, afgestemd op de functies van het gebied. Een belangrijk aspect daarvan is de instandhouding van de zoetwatervoorkomens. Gevolgen van klimaatverandering op het grondwater worden opgevangen.  De fysieke leefomgeving dient uiterlijk in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn ingericht.

De provincie heeft een duurzame ontwikkeling voor ogen door aan te sluiten op hedendaagse behoeften en hierbij de behoeften van toekomstige generaties niet in gevaar te brengen. Om de economische veerkracht te versterken wil de provincie het gebruik van energie en grondstoffen uit hernieuwbare bronnen bevorderen en het sluiten van kringlopen van water en grondstoffen op lokaal en regionaal niveau. In het kader van de kwaliteit van de woonomgeving wordt in het omgevingsplan onder meer gestreefd naar het terugdringen van regionale wateroverlast in het landelijke en stedelijk gebied. Bij de uitvoering geldt de trits vasthouden-bergen-afvoeren als uitgangspunt. Bij nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van het watersysteem. Op de waterkansenkaart is dat globaal inzichtelijk gemaakt. Deze kaarten zijn een hulpmiddel bij de watertoets.

28

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Waterbeheersplan 2016-2021 Het waterschap richt zich op het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het oppervlaktewater wordt niet los gezien van het grondwater. Ruimtelijke plannen moeten daartoe getoetst worden op de gevolgen voor de waterhuishouding. Gemeentelijk rioleringsplan Borsele 2018-2022 Het vijfde Gemeentelijk rioleringsplan (GRP5) heeft als hoofddoel: het continueren van de hoofddoelen van de eerdere gemeentelijke rioleringsplannen zoals het bereiken van een goede waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Het rioleringssysteem moet tegen zo laag mogelijke kosten klimaatbestendig worden gemaakt waarbij er gestreefd wordt naar het te allen tijde voorkomen van waterschade. Het hoofddoel is uitgewerkt in vier subdoelen:  een doelmatige inzameling en transport van afvalwater;  tegengaan van waterhinder, overlast of schade en vasthouden water;  het voorkomen van grondwateroverlast;  schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem. Het voorliggende voldoet aan de richtlijnen van het GRP5. In het gemeentelijke rioleringsplan wordt meer dan voorheen aandacht besteed aan de eigen verantwoording van de lozers.

Stedelijk waterplan Borsele 2016-2022 In het waterplan staan normen genoemd ten aanzien van de waterkwaliteit, waterkwantiteit, voorkomen van grondwateroverlast, afkoppelen van regenwater, beheer en onderhoud van stedelijk oppervlaktewater, ruimtelijke ordening en de inrichting van openbaar water. Het waterplan besteed extra aandacht aan de klimaatverandering, vooral aan extreme en langdurige buien, en rioolvreemd water. Rioolvreemd water is regenwater en grondwater wat ten onrechte op de riolering en niet op het oppervlaktewater geloosd wordt. Het voorliggende plan voldoet aan de uitgangspunten van het Stedelijk waterplan Borsele. Watertoets Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen of het beoogde planvoornemen strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. De onderstaande tabel is enkel ingevuld voor het nog te ontwikkelen deel van het voorliggende bestemmingsplan. Het conserverende deel van het bestemmingplan, de woningen gelegen aan de Stenevate, maakt hier geen onderdeel van uit.

29

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

30

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

31

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

4.7

Milieuhinder

Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Onderzoek In het plangebied zijn geen milieuhinderlijke bedrijven en/of voorzieningen beoogd. De functie wonen betreft een gevoelige functie waardoor er ook gekeken dient te worden of er in de omgeving milieuhinderlijke bedrijven en/of voorzieningen aanwezig zijn. In de directe omgeving van de te ontwikkelen locatie ligt het gemeentehuis. Voor het overige wordt het plangebied omgeven door woningen en agrarische gronden.

Een gemeentehuis kent op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' een zonering van 10 meter. Deze afstand wordt niet overschreden. Spuitzone boomgaard Op basis van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 dient voor nieuwe (gevoelige) bebouwing een afstand van 50 m aangehouden te worden tot een boomgaard. Dit heeft te maken met de drift die op kan treden bij het bespuiten van de boomgaard. In de nabijheid van het plangebied zijn enerzijds agrarische gronden aanwezig waarop het bestemmingsplanmatig mogelijk is een boomgaard op te richten, anderzijds is er ten westen van het plangebied ook een bestaande kleinschalige boomgaard aanwezig. De beoogde woningbouwontwikkeling is binnen de eerder genoemde 50 meter zone van boomgaarden gelegen. Op grond van vaste rechtspraak is het mogelijk op basis van een locatie specifiek onderzoek een kleinere afstand dan 50 meter aan te houden.

32

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

In de navolgende tekst wordt aangegeven waarom in de voorliggende situatie afgeweken kan worden van deze afstand: 1. Voor gronden waarop nog geen boomgaard is gevestigd geeft het Chw bestemmingsplan voor het buitengebied van Borsele de volgende voorwaarde opgenomen voordat over kan worden gegaan tot aanleg van een nieuwe fruitboomgaard: 'bij de aanleg van nieuwe fruitboomgaarden dient een uit oogpunt van volksgezondheid minimale afstand van 50 m tot woningen en daarbij behorende erven en tuinen in acht moet worden genomen'. Dit betekent dat er moet worden gekeken of er reeds gevoelige, belemmerende bestemmingen in, én in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan dient hiervoor te worden gekeken naar de woning gelegen aan de Zuidzaksedijk 2, de woning gelegen aan 't Dijkje 5, de woningen gelegen aan de Stenevate en de tuinen behorende bij de woningen aan de Dorpsstraat en tot slot de recreatieve bestemming achter de Dorpsstraat, welke deze aanwending reeds (grotendeels) beletten. 2. Daarnaast moet het ook realistisch zijn dat de gronden daadwerkelijk in gebruik genomen kunnen worden ten behoeve van een boomgaard.

Zo zijn een groot deel van de omringende gronden in eigendom van de gemeente Borsele, het waterschap Scheldestromen en/of zijn er privaatrechtelijke overeenkomsten gesloten (pachtovereenkomsten) waardoor uitgesloten kan worden dat er een boomgaard op deze gronden zal worden opgericht. Ook worden de gronden ten behoeve van de nieuwe woonwijk aan de oostzijde fysiek gescheiden en begrensd door een dijk met daarachter een sloot. Naast dat er op de dijk en in de sloot geen boomgaard gerealiseerd kan worden mag aangenomen mag worden dat vanwege de begrenzing door de dijk een dempend effect zal optreden. 3. Tot slot zijn er nog mogelijkheden tot het treffen van driftbeperkende maatregelen die de richtafstand van 50 meter kunnen beïnvloeden. Driftbeperkende maatregelen kunnen bijvoorbeeld zijn: het type spuitkop dat gebruikt wordt en of er sprake is van een windhaag. Gelet op de ligging en aanwezigheid van de gevoelige objecten en functies waarvan reeds een beperkende invloed uitgaat alsmede de feitelijke ligging ten opzichte van de agrarische bestemde gronden en privaatrechtelijke afspraken die over de mogelijke aanwending tot fruitboomgaard zijn en worden gemaakt, wordt deze situatie aanvaardbaar geacht en zijn er vanuit de milieuzonering geen belemmeringen te verwachten.

Verder zal met betrekking tot de feitelijk aanwezige kleinschalige boomgaard gelegen ten westen van het plangebied nader onderzoek moeten uitwijzen of woningbouw binnen deze afstand mogelijk is en welk aspect hierbij maatgevend is. Uitgangspunt daarbij is dat de belangen van de betrokken eigenaar en/of gebruiker van deze gronden niet onevenredig zullen worden geschaad. Vooruitlopend op het nog uit te voeren onderzoek is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor dat deel van het woongebied dat is gelegen binnen de milieucontour van de nog aanwezige boomgaard. Deze voorwaardelijke verplichting regelt dat het gebruiken van de gronden en de daarop aanwezige bebouwing uitsluitend is toegestaan indien en voor zover benodigd locatiespecifiek onderzoek naar de spuitzone aantoont dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Na uitvoering van het onderzoek zal deze voorwaardelijke verplichting verder worden geconcretiseerd. Conclusie Milieuhinder vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Externe veiligheid

Wetgeving De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Twee begrippen staan in dit beleidsveld van de externe veiligheid centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

33

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het groepsrisico heeft als doel de maatschappelijke ontwrichting te beperken als zich een calamiteit met gevaarlijke stoffen voordoet. In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden. Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen Het doel van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond een dergelijk bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico). In de bijbehorende 'Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen' zijn de bepaling en toepassing van de veiligheidsnormen uitgewerkt. Onderzoek De provinciale Risicokaart geeft een beeld van de risico's in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. De risicokaart van de omgeving van het plangebied toont de verschillende bedrijven die een verhoogd risico hebben. Onderstaande afbeelding maakt inzichtelijk welke risico's zich nabij het plangebied bevinden.

Figuur 12: Uitsnede risicokaart Zeeland Inrichtingen Het doel van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een inrichting. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. In het plangebied zelf zijn, zoals eerder vermeld, geen inrichtingen aanwezig die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. Volgens de risicokaart bevinden zich wel diverse inrichtingen in de verdere omgeving van het plangebied. Het betreft het bedrijf Gebr. Van Oosten en de Kerncentrale Borssele. Gebr. Van Oosten Op 400 meter van het plangebied bevindt zich een opslaglocatie van butaan met een inhoud van 5 m³ (bedrijf: gebr. Van Oosten). Het plangebied ligt op circa 400 meter afstand, oftewel ver buiten het invloedsgebied. Kerncentrale Borssele De kerncentrale Borssele heeft een schuilzone van 20.000 meter en een evacuatie- /ontruimingszone van 5000 meter. Het plangebied ligt op een afstand van circa 7.000 meter en daarmee binnen de schuilzone en buiten de evacuatie-/ontruimingszone.

34

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Transportroutes Voor het transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Tevens is de Regeling basisnet in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Nabij het plangebied is de snelweg A58 en een bovengrondse hoogspanningsverbinding gelegen. In de nabijheid zijn geen buisleidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig. A58 De afstand tot de A58 bedraagt circa 1.500 meter. Het PR-Plafond is 5 meter, er is geen GR-Plafond bekend op dit wegvak. Het volgende wegvak welke hierop aansluit (Knp. De Poel - afrit 35) kent een GR-plafond van 82 meter. De weg is daarbij aangemerkt als plasbrandaandachtsgebied. Hiervoor geldt dat het desbetreffende wegvak, onderscheidenlijk baanvak, vermeerderd met een zone van 30 meter aan weerszijden van het wegvak, onderscheidenlijk baanvak, als plasbrandaandachtsgebied is aangemerkt. De beoogde ontwikkeling ligt ruimschoots buiten alle genoemde zones. Een nadere afweging is derhalve niet noodzakelijk. Hoogspanning Een bovengrondse hoogspanningsverbinding (150 Kv) van het N.V.

Delta Nutsbedrijf ligt op ca 450 meter afstand van het plangebied. Op dit moment is men daarnaast bezig met het aanleggen van een gecombineerde bovengrondse 150 kV/380 kV-hoogspanningsverbinding dan wel een bovengrondse 380/380 kV-hoogspanningsverbinding. Deze nieuwe hoogspanningsverbinding komt 50 meter verder vanaf het plangebied te liggen. Een hoogspanningsverbinding is als zodanig geen risico veroorzakend object. In het kader van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is wel relevant dat in sommige situaties hoogspanningsmasten nabij buisleidingen en bedrijven wél risico verhogende objecten kunnen zijn. In dit geval is hier geen sprake van. Een nadere afweging is niet noodzakelijk. Er zijn geen andere risicobronnen in de nabijheid van de nieuwe woonwijk aanwezig. De woonwijk vormt gelet op de aard van de activiteit en vice versa ook geen risico voor zijn omgeving. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9

Kabels en Leidingen

In het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig waarmee in het plan rekening moet worden gehouden.

4.10

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt betreft de bouw van 94 woningen. Daarmee wordt ruim onder de 1.500 woningen gebleven en is er sprake van een project dat Niet In Betekende Mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet nodig.

35

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

4.11

M.e.r.-beoordeling (vormvrij)

Wettelijk kader In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien onder de drempelwaarde wordt gebleven dan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Sinds 7 juli 2017 geldt ook voor die beoordelingen dat een aanmeldnotitie moet worden gemaakt. Het moet dan gaan om plannen met enige te verwachten milieueffecten. Toetsing In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is mede afhankelijk van de aard en omvang van het project en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. In onderhavig plan is er sprake van de realisatie van een woonwijk met 94 woningen. Er kan derhalve gesproken worden over een stedelijk ontwikkelingstraject.

De voorgenomen activiteit blijft met 94 woningen ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare en/of bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.- beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. In dit kader is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld en opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht verkregen in de milieugevolgen van het project. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie en de kenmerken van de effecten, kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Conclusie Gelet op het inzicht in de milieugevolgen van het project op basis van de aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft het college op 4 mei 2021 besloten geen milieueffectrapportage op te stellen voor de voorgenomen ontwikkeling.

36

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Planvorm

Het voorliggende bestemmingsplan kan gekarakteriseerd worden als een zogenaamd ontwikkelingsplan en vormt de juridische regeling voor de realisatie van 94 aaneengesloten woningen en het conservatief bestemmen van een aantal percelen aan de Stenevate. Het bestemmingsplan kent een beperkt aantal bestemmingen, een eenvoudig kaartbeeld en een uniforme opzet van de bouwregels. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit een geometrische plaatsbepaling van het plangebied en van de daarin aangewezen bestemmingen (verbeelding) met regels. Bij ieder plan hoort een toelichting, maar dit onderdeel heeft als zodanig geen rechtskracht. De regels zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. In paragraaf 5.2 wordt de inhoud nader toegelicht. Bij het opstellen van de regels en de verbeelding is uitgegaan van de richtlijnen 'Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen'.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Inleidende regels Begrippen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Bestemmingsregels Artikel Groen Het openbaar groen wordt in dit artikel gereguleerd. Het realiseren van parkeerplaatsen en een ontsluiting is alleen toegestaan daar waar hiervoor een aanduiding op de verbeelding is opgenomen. Binnen de bestemming 'Groen' mogen gebouwen en overige bouwwerken worden opgericht. De bouwregels zijn met name gericht op de maximaal toegestane hoogtematen. De oppervlakte van gebouwen mag maximaal 15 m 2 bedragen. Artikel Verkeer De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn bestemd voor verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. Er mogen alleen kleine gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de verkeersbestemming.

Artikel Wonen, Wonen-1 en Wonen -2 De gronden met de bestemming 'Wonen', 'Wonen -1' en 'Wonen-2' zijn bedoeld voor de huisvesting van personen en voor tuinen, erven, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Er is onderscheid gemaakt in drie woonbestemmingen vanwege de specifieke bestemmingsregeling die van toepassing is op de verschillende deelgebieden. De bestemming 'Wonen' is van toepassing op de woningen gelegen aan de Stenevate en de Zuidzaksedijk. De bestaande situatie wordt in deze bestemming conserverend overgenomen. De nieuw te realiseren woningen in de Platepolder kunnen verdeeld worden in twee zones. Enerzijds de noordelijke zone waarin de patio- en rijwoningen zijn opgenomen. Deze hebben de bestemming Wonen-1 gekregen. Anderzijds de zuidelijke zone waarin de diverse woningtypologieën aan de woonstraten samen met gestapelde zijn bestemd middels Wonen-2. Voor alle regelingen geldt in hoofdlijnen het volgende:  Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan.  Per bouwaanduiding is bepaald welke typologie waar gebouwd mag worden.  De goot- en bouwhoogte zijn met een aanduiding op de verbeelding vastgelegd.

37

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Afwijken van de gebruiksregels is onder voorwaarden mogelijk voor onder andere de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten en logies met ontbijt in of bij een woning.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In dit artikel is het maximum aantal toegestane woningen binnen de bestemmingen Wonen – 1 en Wonen – 2 bepaald. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Algemene gebruiksregels In deze regels zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Middels deze voorwaardelijke verplichtingen wordt enerzijds de parkeernorm gereguleerd en anderzijds de spuitzone behorende bij de bestaande boomgaard. Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een aantal algemene afwijkingsregels. Deze afwijkingen bij omgevingsvergunning betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen én het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte. Algemene wijzigingsregels In deze regels zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het college van burgemeester en wethouders om het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut en beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen mogelijk te maken.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Dit artikel beschrijft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig afgeweken worden bij omgevingsvergunning tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Slotregel Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de regels.

38

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Deze bepaling brengt met zich, dat, indien alle gronden binnen een gebied, waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld en op basis waarvan bouwplannen mogelijk zijn, in eigendom zijn van de gemeente, er geen exploitatieplan nodig is. De gemeente regelt het kostenverhaal via de uitgifte van de bouwgrond. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet vereist.

Bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zal dit worden besloten.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Realisatie van het plan valt binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente Borsele.

39

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke toetsing en overleg

Participatie

De gemeente Borsele hecht grote waarde aan het belang van burgerparticipatie in ontwikkelingsgerichte plannen. De gemeente Borsele heeft hier tijdens het ontwerpproces van de nieuwe woonwijk Platepolder invulling aan gegeven door gedurende het gehele ontwerpproces in overleg te treden met omwonenden, geïnteresseerden en andere belangstellenden. Daartoe zijn de volgende overlegmomenten en bijeenkomsten georganiseerd:  Op 19 september 2019 is de stedenbouwkundige hoofdstructuur gepresenteerd aan gemeenteraad;  Op 7 oktober 2019 is de stedenbouwkundige hoofdstructuur achtereenvolgens gepresenteerd aan de marktpartij die een gedeelte van de woonwijk mag ontwikkelen, aan woningbouwvereniging Beveland Wonen, aan omwonenden en aan belangstellenden voor het kopen van grond of een woning in Platepolder. Tijdens deze bijeenkomsten werden aanwezigen eveneens in de gelegenheid gesteld om zich op te geven voor de thema-avonden en/of de klankbordgroep;  Tijdens de eerste thema-avond op 13 november 2019 werd door 24 belangstellenden (omwonenden, geïnteresseerden en vertegenwoordigers van de ontwikkelaar) en onder begeleiding van medewerkers van de gemeente Borsele en Rothuizen gediscussieerd over het thema 'klimaatadaptatie'.

Na een inleiding van het thema gingen de aanwezigen in groepen uiteen om te werken aan vergroening van de openbare ruimte, ruimte voor water en vergroening van de privéruimte;  De tweede thema-avond op 11 december 2019 ging over het thema 'Levenslustig Platepolder'. De circa 45 aanwezigen dachten in vier groepen na over de onderwerpen woonwensen, openbare ruimte, woonwensen en ontmoeten;  Op 29 januari 2020 vond de derde thema-avond plaats met als thema 'Energiek Platepolder'. De circa 45 aanwezigen werden door twee gastsprekers bijgepraat over het thema energietransitie en de (mogelijke) gevolgen daarvan voor Platepolder. Aansluitend was er gelegenheid voor vragen en discussie;  Op 8 juli 2020 kwam de klankbordgroep voor de eerste keer bijeen in de raadsboerderij. In verband met de dan geldende corona-maatregelen worden de 14 aanwezigen verdeeld in twee groepen. Beide groepen maken een wandeling door het plangebied en worden bijgepraat over de planvorming;  De klankbordgroep kwam op 7 januari 2021 voor de tweede keer bijeen. De van kracht zijnde lockdown maakte een fysieke bijeenkomst onmogelijk. Daarom zijn 18 leden van de klankbordgroep tijdens drie digitale sessies bijgepraat over het stedenbouwkundig plan en de vervolgplanning. Van alle bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt.

Deze zijn – samen met de diverse presentaties – beschikbaar via de gemeentelijke website (www.borsele.nl/platepolder). De klankbordgroep zal ook bij de verdere planvorming van Platepolder worden betrokken.

7.2

Maatschappelijke toetsing

Op basis van de Inspraakverordening gemeente Borsele 2008 was het voorontwerpbestemmingsplan gedurende vier weken (van 13 mei tot en met 9 juni 2021) te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast was er een analoog exemplaar in te zien in het gemeentehuis. Gedurende de periode van raadpleging heeft een ieder schriftelijk een inspraakreactie kunnen indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders. Van deze gelegenheid is door vijf insprekers gebruik gemaakt. De inspraakreacties en de beantwoording daarvan zijn verwerkt in het Vooroverleg- en inspraakrapport Voorontwerp bestemmingsplan 'Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022'. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 9. Eén van de ingediende inspraakreacties heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Deze aanpassing ziet op het aanpassen van paragraaf 7.2 van de toelichting, waarin een verschrijving van de inspraakperiode is gecorrigeerd.

40

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Vervolgens wordt gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro juncto afdeling 3.4 Awb een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken (van 23 september tot en met 3 november) ter inzage gelegd. Een ieder krijgt dan de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

7.3

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten etc. Voor dit plan is overleg gepleegd met:  Provincie Zeeland;  Waterschap Scheldestromen;  Veiligheidsregio Zeeland. Van deze organisaties zijn vooroverlegreacties ontvangen welke zijn verwerkt in het Vooroverleg- en inspraakrapport Voorontwerp bestemmingsplan 'Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022'. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 9. Enkel de vooroverlegreactie van de provincie Zeeland leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Deze aanpassing ziet op het aanpassen van paragraaf 2.1.3 van de toelichting. In deze paragraaf is de toelichting op het doorstroommodel aangepast en is een onderbouwing opgenomen van de woningaantallen en -typologieën.

41

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

42

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Regels

43

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

45 45 49

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen Wonen-1 Wonen-2

50 50 52 53 56 59

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

63 63 64 65 66 67

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

68 68 69

44

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” met identificatienummer NL.IMRO.0654.BPHZPP2022-0002 van de gemeente Borsele; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 verbeelding de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0654.BPHZPP20220002; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwd blok van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.7 achtererf gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn; 1.8 achtergevel de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw; 1.9 achtergevelrooilijn denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; 1.10 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen of overige bouwwerken omringt; 1.11 archeologisch deskundige de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige

of commissie van deskundigen op het gebied van archeologie; 1.12 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.13 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten; 1.14 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten; 1.15 architectonische waarde de in het kader van dit plan aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de gevels, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omgeving;

45

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

1.16 Awb de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.17 bebouwing één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.18 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangeduid percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.19 bedrijfs- en/of beroepsmatig gebruik van een woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor bedrijfs- en/of beroepsmatige activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt ; 1.20 bestaand aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.25 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.27 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.30 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.31 cultuurhistorisch deskundige een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van cultuurhistorie; 1.32 cultuurhistorische waarde de in het kader van dit plan aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid;

46

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.34 erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.35 erfafscheiding bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen; 1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 gemeentelijke kwaliteitscoördinator een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.38 geschakeld blok waarbij de hoofdgebouwen door middel van bijgebouwen en/of aan- en uitbouwen met elkaar zijn verbonden; 1.39 gestapeld een hoofdgebouw waarin meerdere y [keuze: woningen, bedrijven, kantoren] zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven, beneden dan wel naast elkaar zijn gesitueerd, waarbij per y [keuze] een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is; 1.40 gevellijn zie voorgevellijn; 1.41 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of

toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.42 logies met ontbijt een kleinschalige overnachtingsaccomodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming; 1.43 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.44 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.45 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.46 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.47 patiowoning hoofdgebouw waarbij de binnenplaats (patio) aan minimaal 3 zijden is omsloten door wanden;

47

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

1.48 peil a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.49 samenhangend straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.50 twee-aaneen blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.51 voorerf gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn; 1.52 voorgevel de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.53 voorgevellijn denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.54 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.55 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.56 weg weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.57 Wet milieubeheer de Wet milieubeheer, zoals die

luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.58 windturbine een windturbine is een machine met rotorbladen, waarmee door middel van windkracht elektriciteit wordt opgewekt; 1.59 woning een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.60 Wro de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.61 zijerf gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.62 zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.63 zijgevellijn (denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens.

48

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Artikel 2

Wijze van meten

Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 het bebouwde oppervlak van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10 het bewoonbaar vloeroppervlak binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten 2.11 de hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

49

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Bestemming De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoen, bermstroken, bermsloten, waterpartijen, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, geluidwerende voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de bestemming behorende groen- en recreatieve voorzieningen. b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': tevens parkeerplaatsen; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens een ontsluitingsweg. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bouwwerken. 3.2.2 Gebouwen Gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3,5 meter; c. de afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 meter. 3.2.3 Overige bouwwerken Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 6 meter; 3. ballenvangers: 6 meter; 4. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 5. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 6.

overige bouwwerken: 2 meter. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub b mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; b. lid 3.2.3, sub a tot een hoogte van maximaal 10 meter. 3.3.2 Vergunningvereiste De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4 Algemene gebruiksregels 3.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.

50

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

3.4.2 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.4.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

51

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Artikel 4

Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bouwwerken. 4.2.2 Gebouwen Gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3,5 meter; c. indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°; d. de afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 meter. 4.2.3 Overige bouwwerken Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 6 meter; 3. ballenvangers: 6 meter; 4. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 5. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 6. overige bouwwerken: 2 meter.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.2, sub b mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; b. lid 4.2.3, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 4.3.2 Vergunningvereiste De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.3.3 Procedureregel Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1, sub a en b winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator. 4.4 Algemene gebruiksregels 4.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 4.4.2 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.4.1: a.

indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

52

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van personen; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. overige bouwwerken. 5.2.2 Hoofdgebouwen Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'vrijstaand': mogen uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen worden gebouwd; c. hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, daar waar een dergelijke lijn op de verbeelding is aangegeven. Indien voor een bouwperceel twee voorgevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel hierin te worden gebouwd; d. de breedte van een hoofdgebouw – een aangebouwd bijbehorend bouwwerk als genoemd in lid 5.2.1 sub b niet meegerekend – zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de aanduiding 'vrijstaand': 10 meter. e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10928897/1