CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Toelichting en Regels

Besluitvormende raadsvergadering 13 januari 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” en het beeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand (portefeuille wethouder Weststrate)23.193 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022”

Vastgesteld door de raad van de gemeente Borsele bij besluit van , voorzitter , griffier

gemeente titel

Projectnummer imro-idn voorontwerp ontwerp vastgesteld

Borsele Ontwerp bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” BS4467 NL.IMRO.0654.BPHZPP2022-0002 22-04-2021 14-09-2021

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Toelichting

3

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw

5 5 5 7 7

Hoofdstuk 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid

8 8 12 13 14

Hoofdstuk 3 Stedenbouwkundig plan 3.1 Geschiedenis 3.2 Huidige situatie 3.3 Toekomstige situatie

16 16 17 18

Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving 4.1 Geluidhinder 4.2 Bodemverontreiniging 4.3 Flora en Fauna 4.4 Cultuurhistorisch Hoofd Structuur 4.5 Archeologie 4.6 Water 4.7 Milieuhinder 4.8 Externe veiligheid 4.9 Kabels en Leidingen 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 M.e.r.-beoordeling (vormvrij)

22 22 22 23 25 26 28 32 33 35 35 36

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Planvorm 5.2 Toelichting op de bestemmingen

37 37 37

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Kostenverhaal 6.2 Economische uitvoerbaarheid

39 39 39

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke toetsing en overleg 7.1 Participatie 7.2 Maatschappelijke toetsing 7.3 Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

40 40 40 41

Bijlagenboek Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Verkeersonderzoek Parkeerbalans Akoestisch onderzoek Bodemonderzoek Flora en fauna onderzoek Stikstofonderzoek Archeologie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Vooroverleg- en inspraakrapport

4

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De afgelopen jaren is woonwijk Over de Dijk in Heinkenszand gerealiseerd. Deze wijk is inmiddels nagenoeg gereed, maar de vraag naar woningen en bouwgrond blijft. Daarom is de gemeenteraad in september 2018 akkoord gegaan met de aankoop van circa 14,7 hectare grond in de Platepolder, met als doel hier een nieuwe (woon)wijk te realiseren. Begin 2019 is een projectgroep bestaande uit een brede vertegenwoordiging van ambtelijke professionals aan de slag gegaan met de planvorming van de nieuwe woonwijk Platepolder. Deze planvorming heeft op interactieve wijze plaatsgevonden, waarbij op verschillende momenten overleg is gepleegd met omwonenden, geïnteresseerden en andere betrokkenen. Dit traject heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan voor geheel Platepolder, waarvan de eerste fase in dit bestemmingsplan wordt vastgelegd.

1.2

Plangebied

De Platepolder bevindt zich aan de zuidoostkant van Heinkenszand. De Platepolder ligt ingeklemd tussen de Oudekamersedijk (west) en de Zuidzaksedijk (oost). Aan de noordzijde grenst de polder aan de Stenevate en aan de zuidzijde vormt de Heinkenszandseweg de grens van de toekomstige woonwijk Platepolder. In het voorliggende bestemmingsplan wordt fase 1 van de woonwijk Platepolder vastgelegd. Dit betekent dat de zuidelijke begrenzing van het bestemmingsplangebied niet wordt gevormd door de Heinkenszandseweg maar halverwege de agrarische gronden. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Om een, ruimtelijk gezien, logische begrenzing aan te houden zijn ook de gronden die behoren bij de bestaande woningen aan de Stenevate meegenomen in het plangebied.

5

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied Het grootste deel van het plangebied, onderdeel van Platepolder fase 1, wordt gevormd door de volgende kadastrale percelen: gemeente Borsele, sectie Z, nummers 1517 en 1456. Deze gronden zijn in eigendom van de gemeente Borsele en worden op dit moment agrarisch gebruikt. De overige kleinere percelen zijn in eigendom van de gemeente Borsele, het Waterschap Scheldestromen of van de bewoners aan de Stenevate.

6

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Op het plangebied zijn meerdere bestemmingsplannen van toepassing. Zo gelden er op deze planlocatie de volgende bestemmingsplannen:  Kern Heinkenszand, gedeelte Stenevate, 2012, vastgesteld 7 juni 2012;  Chw bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018, vastgesteld 1 maart 2018. De gronden welke zijn bestemd voor de realisatie van Platepolder fase 1 mogen gebruikt worden voor agrarische doeleinden en zijn gelegen in het deelgebied Kleinschalige polders. Verder zijn er ook archeologische waarden van toepassing op deze gronden. Het betreft de Waarde-Archeologie – 3. In hoofdstuk 4 zal nader op deze archeologische waarden worden ingegaan. De gronden ten behoeve van de bestaande woonpercelen gelegen aan de Stenevate kennen een woonbestemming, met daaromheen een groenbestemming. Er is geen archeologische waarde of andere dubbelbestemming van toepassing op de woonpercelen. De gemeente Borsele wil middels het voorliggende bestemmingsplan de vigerende bestemmingsplannen herzien om ruimte te bieden aan de beoogde ontwikkeling.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) (In het rood globaal de begrenzing van het plangebied aangegeven)

1.4

Opbouw

De toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit zes hoofdstukken. In Hoofdstuk 2 komt het ruimtelijk relevante beleid uit de geldende beleidskaders aan bod. In Hoofdstuk 3 wordt het project toegelicht. Vervolgens worden in Hoofdstuk 4 de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijving van de juridische aspecten. In Hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Tot slot komt in Hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.

7

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 2

Beleidskaders

De beoogde ontwikkeling, de realisatie van de nieuwe woonwijk Platepolder fase 1, mag niet in strijd zijn met het beleid van het Rijk, de provincie Zeeland en de gemeente Borsele. In dit hoofdstuk wordt verantwoord dat de ontwikkeling past binnen de geldende beleidskaders. Voor het conserverende deel van het plan, de woningen aan de Stenevate, is geen nadere afweging nodig.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie op 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 3: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder

8

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd:  Combineren boven enkelvoudig  Kenmerken & identiteit  Afwentelen voorkomen In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften;  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);  Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;  Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.

weet even niet of deze voor Platepolder relevant is Voor wat betreft de volgende nationale belangen 'Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving', 'Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit' en 'Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving' wordt verwezen naar de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving aan de orde komen. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zie verder onder paragraaf 2.1.3. Voor de nationale belangen 'Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid “en “Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater' wordt verwezen naar paragraaf 4.6.

In paragraaf 4.4 en 4.5 wordt aandacht besteed aan onder andere cultureel erfgoed in het plangebied; dit raakt aan nationaal belang 'Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang'. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het Rijksbeleid, door middel van normstelling gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening. Het bevat regels die de beleidsruimte van overheden ten aanzien van ruimtelijke plannen inperken, daar waar de nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Rijksbeleid bevat geen specifiek beleid voor de beoogde ontwikkeling.

9

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, mits er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit de jurisprudentie, die is verschenen sinds de inwerkingtreding van de Ladder, blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak een zekere ondergrens stelt aan ontwikkelingen en of er daarbij sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van 94 woningen mogelijk. Er is dan ook sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij woningbouwplannen die aangemerkt worden als nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt dat een toets aan de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking plaatsvindt. Volgens deze toets dienen de volgende vragen beantwoord te worden: 1. Is er sprake een stedelijke ontwikkeling? 2. Is er sprake van een actuele behoefte aan de ontwikkeling? 3. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Ad1.

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van 94 woningen. Het planvoornemen valt daarmee onder het begrip 'stedelijke ontwikkeling.' Ad2. Het bestemmingsplan heeft als scope de termijn van 10 jaar. Vaststelling van het bestemmingsplan wordt voorzien begin 2022. De behoefte wordt derhalve bepaald voor de periode 2022-2032. In dit kader is het relevante woningbouwbeleid en de afbakening van de regionale woningmarkt getoetst. Kwantitatieve opgave De ontwikkeling is onderdeel van de Bevelandse woningmarktafspraken. Het beleid van de gemeenten binnen deze regio is om zoveel mogelijk in te spelen op woonwensen die leven. In dat kader is de keuze gemaakt om op verschillende aantrekkelijke locaties een aanbod te creëren, zodat er keuzemogelijkheden zijn. Dit is ook verwerkt in de Bevelandse woningmarktafspraken. De locatie Platepolder is een van de locaties waar bouwmogelijkheden worden geboden in de regio De Bevelanden. In het woningbouwprogramma van de gemeente Borsele zijn voor deze locatie voor de komende 10 jaar in totaal 150 nieuw te realiseren woningen opgenomen. Deze planningslijst is in regionaal verband afgestemd met de gemeenten Noord-Beveland, Goes, Kapelle en Reimerswaal en met de provincie Zeeland. Hiermee zijn in regionaal verband de woningbouwaantallen afgestemd en is de regionale intergemeentelijke vraag in beeld gebracht.

Het voorliggende bestemmingsplan betreft fase 1 van de nieuwe woonwijk Platepolder. In deze fase worden maximaal 94 woningen mogelijk gemaakt. Het woningaantal past derhalve in de regionale woningbouwplanning. Resumerend wordt gesteld dat voorliggend plan voorziet in de kwantitatieve behoefte en past binnen de woningbouwprogrammering van de gemeente Borsele. Kwalitatieve opgave Op basis van de woonwensen/marktvraag zijn de Bevelandse woningmarktafspraken opgesteld. Onder andere het 'Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland 2019' (KWOZ) ligt ten grondslag aan de Bevelandse woonvisie en de Bevelandse woningmarktafspraken. Voor de gemeente Borsele is een Factsheet opgesteld als lokale verdieping op de KWOZ-rapportage. Uit deze rapportage blijkt dat er:  tot 2040 er een toename is van circa +1.000 huishoudens, de groei zit overwegend in 65plusdoelgroep en beperkt in de groep gezinnen.  een sterke verschuiving gesignaleerd wordt in behoefte van reguliere grondgebonden woningen naar nultredenwoningen als gevolg van aanhoudende vergrijzing.  circa 490 woningen in kwetsbare woningsegmenten zitten waar ook theoretische overschotten in ontstaan: vooral kleine sociale huurwoningen en kleine goedkope reguliere grondgebonden koop. De Stec-groep heeft daarbij voor de opgaven 2019-2029 een doorstroommodel opgesteld.

Dit doorstroommodel geeft de Borselse woonopgave weer (de behoefte en de theoretische

10

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

overschotten). Het model houdt rekening met de huidige woonsituatie, verhuisgeneigdheid en woonwensen van bestaande huishoudens, maar ook met de ontwikkeling van doelgroepen.Daarnaast is de ontwikkeling in de verschillende doelgroepen inzichtelijk gemaakt. In de onderstaande figuren zijn het doorstroommodel en de doelgroepontwikkeling weergegeven.

Figuur 4: Doorstroommodel opgave 2019-2029 (bron: Stec-groep)

Figuur 5: Doelgroepontwikkeling 2019-2040 (bron: Stec-groep) De gemeente wil zo veel mogelijk rekening houden met het doorstroommodel, de doelgroepontwikkeling en de woningbouwopgave zoals opgenomen in de Factsheet 2019-2029 en de Bevelandse Woonvisie 2019-2023 bij het toevoegen van nieuwe woningen. De gemeente toetst zowel het huidige woningbouwprogramma als nieuwe initiatieven op de passendheid bij de behoefte. Uit de doelgroepenontwikkeling blijkt, dat de grootste groei zit in de doelgroepen ouder dan 65 jaar. Er is echter ook een groei te verwachten in de doelgroep gezinnen. Zoals te zien in het doorstroommodel is er een specifieke vraag naar appartementen en nultredenwoningen in de sociale huur-, vrije sector huur- en koopsector. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van een flexibele planopzet, die ruimte biedt aan een variatie van woningtypen, omvang en prijsklassen, aansluitend op de voorliggende kwalitatieve en kwantitatieve vraag. Hoewel het bestemmingsplan dit niet regelt, wordt er in de planvorming wel van uitgegaan dat er zowel koop- als sociale huurwoningen gerealiseerd zullen worden. Ook voor vrije sector (midden)huurwoningen wordt ruimte geboden.

Het stedenbouwkundig plan wat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan gaat uit van de volgende woningtypologieën en aantallen:  21 sociale huurwoningen (nultreden mogelijk) in een hof;  16 patiowoningen (nultreden) in een hof;  12 appartementen (nultreden);  19 hofwoningen (nultreden mogelijk);  4 grondgebonden rijwoningen (nultreden mogelijk);  22 grondgebonden vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen (nultreden mogelijk). Resumerend wordt gesteld dat voorliggend plan voorziet in een kwalitatieve behoefte en zorgt voor bevordering van de woningdifferentiatie.

11

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Ad3. Uit de definitie 'bestaand stedelijk gebied' volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Voor het bepalen van de grens van het bestaand stedelijk gebied moet worden gelet op de feitelijke situatie, de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het nieuwbouwplan 'Platepolder' valt gezien deze begripsomschrijving grotendeels buiten bestaand stedelijk gebied. De geprognotiseerde woningbehoefte voor de kern Heinkenszand kan niet in zijn geheel binnen het bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. De uitbreidingslocatie 'Platepolder' biedt als aanvulling op de locaties binnen bestaand stedelijk gebied voldoende ruimte om grondgebonden aaneengesloten-, patio-, vrijstaande-, geschakelde- en twee-onder-een-kapwoningen, gestapelde woningbouw en betaalbare (huur)woningen in een rustige groene woonomgeving te realiseren. De mogelijkheden om dit programma (in aantal en woningtype) binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren, ontbreken. Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals voorgeschreven in artikel 3.1.6, lid 2, Bro, is aangetoond dat de ontwikkeling voldoet aan de criteria van zorgvuldig ruimtegebruik.

Het realiseren van de woningbouwontwikkeling 'Platepolder' buiten het bestaand stedelijk gebied, wordt op grond van deze onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking, aanvaardbaar geacht. 2.1.4 Conclusie Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 In het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening Zeeland 2018, vastgesteld door Provinciale Staten van Zeeland op 21 september 2018, geeft de provincie haar beleidsvisie op de toekomst van Zeeland. Naast het centrale thema duurzame ontwikkeling zijn een sterke economie, een goed woonen werkklimaat en kwaliteit van water en landelijk gebied sleutelbegrippen. Verder zet de provincie zich in voor het toekomstbestendig maken van het Zeeuwse voorzieningenstelsel. Bovengemeentelijke voorzieningen worden afgestemd met de desbetreffende regio. De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid wordt daarmee primair bij de samenwerkende gemeenten gelegd. De provincie beperkt zich tot het bevorderen van de regionale samenwerking en het bewaken van een aantal eigen belangen. Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat- en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. Woningbouwprojecten, zeker de omvangrijke, hebben een gemeentegrensoverschrijdend impact.

Er moet daarom op regionaal niveau gekozen worden voor de woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. 2.2.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 De provincie Zeeland heeft op 21 september 2018 een nieuwe Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld. Ten aanzien van het onderwerp 'wonen' is uitsluitend een regeling opgenomen voor kleinschalige locaties in het buitengebied. Daarvan is hier geen sprake. Het plan is niet in strijd met de omgevingsverordening. 2.2.3 Conclusie Provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

12

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 Regio De Bevelanden heeft een historie opgebouwd met beleidsmatige samenwerking op het gebied van wonen. In 2013 zijn de eerste woningmarktafspraken opgesteld voor De Bevelanden en in 2016 zijn deze geactualiseerd met een nieuw regionaal woningbouwprogramma. In deze Agenda Wonen De Bevelanden 2025 zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de corporaties. De afspraken worden jaarlijks binnen de regio gemonitord. De woondoelen die zijn opgenomen in de Agenda Wonen zijn:  Voldoende, passend woningaanbod, voor eigen inwoners en nieuwkomers van buiten;  Begeleiden van de verwachte krimp op lange termijn;  Benutten van bestaand bebouwd gebied voor woningbouw;  Behoud van huidig profiel van dorpen, kernen en plaatsen;  Totale portefeuillestrategie voor regio De Bevelanden, inclusief nieuwbouw, verversing en verbetering;  Regionale prestatieafspraken met woningcorporaties;  Stimuleren van investeringen door particulieren, marktpartijen en financiële instellingen. De regio gaat nu een stap verder in de vorm van een volwaardige Regionale Woonvisie. De Regionale Woonvisie betreft een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid.

Wat deze visie concreet beoogt is inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen. Aan de hand daarvan én de regionale afspraken uit de Agenda Wonen biedt de visie een helder kader voor politiek, dorpsraden, corporaties, zorgpartijen, marktpartijen en inwoners. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. Tot 2035 wordt groei van het aantal huishoudens verwacht. Het realiseren van het bouwprogramma, met behoud van bestaande kwaliteiten en de regionale identiteit, is een belangrijke regionale opgave voor de komende periode. Actuele woningmarktafspraken tot 2030 Het nieuwbouwprogramma voor de Bevelanden bevat voor de periode tot 2025 circa 2.500 woningen. Van 2025 tot 2035 blijft een uitbreiding van de voorraad nodig om de groei van het aantal huishoudens op te vangen. Die uitbreiding kan plaatsvinden binnen de huidige plancapaciteit. De woningmarktafspraken tot 2030 zullen worden geactualiseerd en geven daarmee een doorkijk naar de langere termijn. Er wordt uitgegaan van de eigen identiteit en dynamiek van de kernen binnen De Bevelanden. Grofweg kent de regio drie woonmilieus: Landelijk, dorps en stedelijk wonen.

Belangrijk wordt gevonden dat mensen kunnen (blijven) wonen waar ze willen wonen, maar dat dit tegelijkertijd niet het draagvlak voor voorzieningen ondermijnt. De stad Goes en de kernen met een (centrum-) dorps woonmilieu (zoals Heinkenszand) hebben een sterke voorzieningenstructuur en zijn bovendien goed bereikbaar. Hier zijn het draagvlak voor en de bereikbaarheid van voorzieningen het grootst. Het is belangrijk dat deze bestaande voorzieningenstructuur behouden blijft, en in de stad zelfs versterkt wordt, er wordt daarom ingezet op concentratie van woningbouw in deze kernen. 2.3.2 Regionale woningbouwplanning (gemeente Borsele) In het woningbouwprogramma 2020-2030 zijn diverse woningbouwprojecten in Heinkenszand opgenomen, waaronder de realisatie van 150 woningen in het plan 'Platepolder' in de eerstkomende 10 jaar. In het voorliggende bestemmingsplan zijn maximaal 94 nieuwe woningen voorzien en is derhalve passend in de regionale woningbouwplanning. 2.3.3 Conclusie De kern Heinkenszand kan aangemerkt worden als een kern met een centrumdorps woonmilieu waardoor er in deze kern ruimte benodigd is de woningbouw voor de komende 10 jaar op te vangen. Ook in de regionale woningbouwplanning is het woningbouwplan 'Platepolder' opgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan sluit daarom aan bij het regionale beleid en de regionale uitgangspunten voor woningbouw.

13

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Structuurvisie gemeente Borsele 2015-2020 Op 11 december 2014 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2015-2020 vastgesteld. De structuurvisie geeft een beeld van de gewenste toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, met als achterliggend doel behoud en ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente, zowel om te wonen, te werken als te recreëren. De structuurvisie dient niet alleen als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Borsele, maar ook als inspiratiebron voor mogelijke nieuwe ontwikkelingen en kansen. Het gaat er om de bestaande en toekomstige kwaliteiten van de gemeente in duurzaam evenwicht met elkaar te behouden en te versterken. In het dorpsprofiel Heinkenszand is de volgende strategie opgenomen:  De ambitie voor Heinkenszand is inzetten op behoud en verbreding van de bestaande voorzieningen (tweede supermarkt) en medewerking verlenen aan initiatieven die de centrumfunctie versterken.  Het versterken van het dorpshart is een mogelijkheid waarbij het behouden en/of verbreden van het voorzieningenniveau een aandachtspunt is, met behoud van de dorpse schaal.  In Heinkenszand wordt vooral uitgegaan van inbreiding. Hierbij gaat het onder andere om het afronden van de nieuwbouwwijk Over de Dijk, de herontwikkeling van de voormalige Emté locatie en het voltooien van de lintbebouwing aan de Stenevate.

De herstructurering in Heinkenszand zal met name gericht zijn op de woningen van R&B Wonen (thans Beveland Wonen) aan de Mr. Dr. Meslaan. Planmatige uitbreiding is nog mogelijk aan de zuidoostzijde van de kern. Het bedrijventerrein Noordzak wordt met de 3e fase nog beperkt uitgebreid. Hierbij is slechts de vestiging van 'lichte bedrijvigheid' aan de orde, gezien de ligging nabij de aangrenzende woonbebouwing. Na de afronding van Noordzak 3e fase zijn er in Heinkenszand geen bedrijfsterreinontwikkelingen meer voorzien.

Figuur 6: Strategiekaart Heinkenszand, bron: Structuurvisie gemeente Borsele 2015-2020

14

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Het planvoornemen sluit aan op de structuurvisie. In de structuurvisie geeft men planmatige uitbreidingsmogelijkheden weer aan de zuidoostzijde van de kern. Het planvoornemen past dan ook in de 'Structuurvisie gemeente Borsele 2015-2020'. 2.4.2 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan', vastgesteld op 6 april 2014, heeft als doel dat alle in beheer zijnde wegen voldoen aan de landelijke 'Basiskenmerken Wegontwerp'. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet naar het verkeersveiligheidsdoel 'Op weg naar nul vermijdbare ernstige verkeersslachtoffers'. In 2012 zijn de nieuwe basiskenmerken voor de inrichting van wegen vastgesteld. Voor drie verschillende typen wegen, stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen, zijn basiskenmerken vastgesteld waaraan deze wegen moeten voldoen. Conclusie Voor het planvoornemen is een verkeersonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek komen in paragraaf 3.3 aan de orde. 2.4.3 Beeldkwaliteitsnota De Beeldkwaliteitsnota, vastgesteld in januari 2013, hanteert diverse beeldkwaliteitscriteria: algemene beeldkwaliteitscriteria, gebiedsgerichte criteria, themagerichte criteria en sneltoetscriteria. Deze criteria maken inzichtelijk aan welke criteria een bouwplan dient te voldoen. Ze zijn erop gericht het karakter van het gebied te behouden en mogelijk te versterken.

Het gedeelte van de straat Stenevate ten hoogte van het plangebied valt onder de historische dorpslinten. Het kent over het algemeen een meer open bebouwingsbeeld dan de historische kern van Heinkenszand. De uitstraling van de straat is ook groener, omdat een kleiner percentage van de straat bebouwd is. Aan de zuidzijde van de Stenevate staan een aantal panden die qua functie, vormgeving en bebouwingsmassa afwijken van het reguliere bebouwingsbeeld van de historische linten. Het gaat onder meer om het gemeentehuis, de brandweer en een detailhandelszaak. Voor toekomstige herstructurering is het advies dat er teruggegrepen dient te worden op het historische (meer kleinschalige) bebouwingsbeeld. Conclusie Een gedeelte van het bestemmingsplan wordt conserverend bestemd. Deze conserverende bestemming geldt voor de woningen welke direct grenzen aan de Stenevate. Voor deze woningen geldt dat rekening moet worden gehouden met de karakteristiek van de nabij gesitueerde waardevolle bebouwing. Tegelijkertijd zijn, als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota, destijds beeldkwaliteitrichtlijnen voor deze locatie vastgesteld. De richtlijnen, die een kader vormen voor de bouwplantoetsing, zijn gebaseerd op de karakteristieken van de Zeeuwse schuurboerderij en nog steeds van toepassing op deze locatie.

Voor het nieuwbouwplan Platepolder is een interdisciplinaire projectgroep ingesteld die de planvorming heeft begeleid, wat heeft geleid tot het stedenbouwkundig plan voor Platepolder. Aanvullend op de beeldkwaliteitsnota is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor Platepolder, welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan zal worden vastgesteld

15

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 3 3.1

Stedenbouwkundig plan

Geschiedenis

Tussen Walcheren en het oude Zuid-Beveland (De Breede Watering Bewesten Yerseke) lag een ca. 10 km breed gebied van geulen, schorren, slikken en zandplaten. Tussen twee scheidingsgeulen lag een opwas, die als Ouwelandpolder rond 1289 werd bedijkt. Vervolgens werden rondom de Ouwelandpolder verschillende aanwassen bedijkt en ontstond het 'Eiland van Heinkenszand'. Rond 1400 werd de eerste vaste verbinding met Zuid-Beveland aangelegd, in de vorm van een afsluitdam in de Zuidelijke Schengetak tussen de Platepolder en de Noord- en Zuid-Danielpolder. Al snel werd aan beide zijden van de dam land ingepolderd (Zuidzakpolder met Schouwersweel en de Noordzakpolder) en werd het voormalige eiland Heinkenszand definitief aan Zuid-Beveland verbonden.

Figuur 7: Ontstaansgeschiedenis polders Vanaf het begin werd het eiland Heinkenszand bewoond. In 1405 is er sprake van een kapel, waarschijnlijk op de plaats waar nu de Dorpskerk staat. Er is dan ook bebouwing ontstaan langs de noordoostelijke scheidingsdijk van de Oosterpolder: de 's-Heerendijck (de huidige Dorpsstraat). Heinkenszand groeit als er meer polders worden ingepolderd. Voor 1600 bestaat Heinkenszand uit 18 polders, waarvan er drie gedeeld worden met een ander ambacht. Alleen aan de oostkant is nog water, totdat in 1612 de Nieuwe Kraaijert wordt ingepolderd. In 1694 heeft Heinkenszand ongeveer 800 inwoners en staan er circa 162 huizen. De bebouwing concentreert zich vooral rond de Dorpsstraat en enkele zijstraten zoals het Stenen Slop (nu Stenevate) en het Aarden Slop (Het Dijkje). Pas in de 20e eeuw ontstaat er nieuwe bebouwing in zijstraten van de Dorpsstraat. Eind jaren zestig ontstaat de wijk Oosterguite en vanaf de jaren zeventig begint men met de bouw van de wijk Watervliet. Eind jaren '90 wordt er gestart met de bouw van een woonwijk in de Noordzakpolder. Deze wijk krijgt de naam 'Over de Dijk'.

16

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

3.2

Huidige situatie

Omgeving Heinkenszand is met ongeveer 5.400 inwoners de grootste kern van de gemeente Borsele. Het is tevens het bestuurlijke centrum van de gemeente Borsele en beschikt over een groot aantal voorzieningen, zoals diverse winkels en restaurants, sport- en ontmoetingscentrum De Stenge, diverse voorzieningen voor ouderen en drie basisscholen. Vlakbij het dorp ligt recreatiegebied Stelleplas, met zwembad, camping en bungalowpark. Het dorp ligt in de Zak van Zuid-Beveland, een karakteristiek, kleinschalig poldergebied met slingerende dijken, kreekrestanten en heggen. Hier is het aangenaam wandelen en fietsen. Nieuwbouwwijk Platepolder grenst direct aan dit karakteristieke landschap, ook wel bekend als Landschapspark Borsele. Heinkenszand ligt ingeklemd tussen een aantal belangrijke wegen: aan de noordzijde rijksweg A58, aan de oostzijde de N665 Drieweg en aan de zuidzijde de N667 Heinkenszandseweg. Middels een directe aansluiting op de A58 is Heinkenszand aangesloten op het (boven)regionale en nationale verkeersnet. De binnensteden van zowel Goes als Middelburg liggen op minder dan 20 minuten rijden. Ook steden als Rotterdam, Breda, Antwerpen en Gent zijn in een uur te bereiken.

Figuur 8: Heinkenszand en omgeving, met in rood het plangebied van de woonwijk en in blauw de Platepolder Locatie De planlocatie bevindt zich aan de zuidoostkant van Heinkenszand. De Platepolder ligt ingeklemd tussen de Oudekamersedijk (west) en de Zuidzaksedijk (oost). Aan de noordzijde grenst de polder aan de Stenevate en aan de zuidzijde vormt de Heinkenszandseweg de grens. Alleen het noordelijke deel (fase 1) van de nieuwbouwwijk vormt onderdeel van dit bestemmingsplan. Zie hiervoor ook figuur 8.

17

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Het plangebied wordt, uitgezonderd het bestaande bebouwingslint aan de Stenevate, momenteel agrarisch gebruikt. Door het gebied loopt het historische Platewegje, wat zowel gebruikt wordt om de agrarische percelen te bereiken als door wandelaars en fietsers. Verder bevinden zich in het gebied enkele sloten en greppels. Vrijwel direct grenzend aan de locatie bevinden zich aan de westzijde van het plangebied het gemeentehuis en een supermarkt. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar binnenkort een tweede supermarkt bijkomen. Winkels, scholen en overige voorzieningen zijn aan/nabij de Dorpsstraat gelegen, het Van der Biltplein en Stengeplein bevinden zich op loop- of fietsafstand van de planlocatie.

3.3

Toekomstige situatie

Bebouwingslint Stenevate De gronden gelegen aan de Stenevate zijn allemaal uitgegeven. Deze gronden worden conform de huidige bestemming en inrichting van de percelen bestemd.

Figuur 9: Stedenbouwkundige hoofdstructuur

18

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Woonwijk Platepolder fase 1 Hoofdopzet Platepolder wordt de nieuwe, groene woningbouwlocatie van Heinkenszand. De twee dijken aan weerszijden van de polder en het van oudsher aanwezige Platewegje geven richting aan het stedenbouwkundig plan van de wijk. De hoofdstructuur van de wijk gaat uit van een centrale ontsluiting in de vorm van een laan met bomen, aangesloten op de Heinkenszandseweg. Deze laan volgt eerst de polderstructuur, om vervolgens af te buigen richting de kerk van Nisse. Aan de noordzijde gaat de laan op in een parkzone met woonhoven. De laan wordt aan weerszijden geflankeerd door woonvelden met ruimte voor grondgebonden woningen van verschillende typologieën. De woningen zijn gesitueerd aan korte woonstraatjes met een groen profiel. Vanuit iedere straat is er direct zicht op één van beide dijken en/of op het omringende polderlandschap. Tussen de Oudekamersedijk en het Platewegje ontstaat een bijzonder woonmilieu van zogenaamde urban villa's: appartementengebouwen in een groene omgeving. Vanuit de appartementen is er zicht op het aangrenzende landschap. Tegelijk zorgen de bomen op de dijk ervoor, dat de gebouwen vanuit de omgeving beperkt zichtbaar zijn. Tegen de Heinkenszandseweg aan wordt een flinke waterpartij aangelegd. Enerzijds schept dit afstand tussen de woonwijk en de weg.

Anderzijds geeft het de mogelijkheid om hemelwater op te vangen en ontstaat er een mooie plek om aan te wonen en recreëren. Deelgebieden In het stedenbouwkundig plan van de woonwijk valt een aantal deelgebieden te onderscheiden, namelijk: 1. Wonen in het park: het park rond de hofjes bestaat uit een rustig, extensief en ecologisch beheerd landschap, met daarin een aantal woonhofjes. In de hofjes is ruimte voor ontmoeten en activiteiten; 2. Wonen aan de dijk: het landschap tussen de Oudekamersedijk en het Platewegje is geïnspireerd op de boomgaarden rondom Heinkenszand. In dit landschap bevindt zich een aantal appartementengebouwen; 3. Wonen aan de laan: de laan heeft een formeel en groen karakter, als hoofdontsluiting van de wijk; 4. Wonen in de straat: de woonstraten hebben een groen en afwisselend karakter. Deze deelgebieden hebben elk hun eigen sfeer, ruimtelijke kenmerken en architectuurstijl, maar vormen samen één wijk. Fasering De hoofdstructuur is flexibel van opzet en biedt volop ruimte voor vrije kavels, projectmatige bouw, collectief particulier opdrachtgeverschap en andere initiatieven. De wijk zal gefaseerd tot ontwikkeling gebracht worden, startend aan de zijde van de Stenevate. De flexibele hoofdstructuur biedt de mogelijkheid om in te spelen op toekomstige woonwensen en marktvragen.

In iedere fase zullen meerdere woningtypes in verschillende deelgebieden worden aangeboden. De eerste fase van Platepolder wordt aangesloten op de Stenevate, maar vanaf de tweede fase wordt het autoverkeer omgeleid via de Heinkenszandseweg. Voor fietsers en voetgangers blijven er diverse korte aansluitingen/verbindingen met het dorpshart. Platepolder wordt een woonwijk die inspeelt op de toekomst, met duurzaamheid als belangrijk uitgangspunt. In de planvorming is er dan ook veel aandacht voor woningisolatie, circulair bouwen en klimaatbestendigheid. Het plan biedt ruimte voor en nodigt uit om in te spelen op nieuwe technieken en inzichten.

19

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Figuur 10: Stedenbouwkundig plan Platepolder fase 1 Verkeer en parkeren Ontsluiting De woonwijk Platepolder zal voor gemotoriseerd verkeer ontsloten worden via de Heinkenszandseweg (provinciale weg), omdat het Platewegje en de Stenevate niet voldoende geschikt zijn om 300 tot 350 woningen te kunnen ontsluiten. Door de ontsluiting “buitenom” te realiseren wordt bovendien voorkomen dat autobewegingen van de ene wijk/buurt naar de andere wijk/buurt in Heinkenszand door het dorp plaatsvinden met extra verkeersdruk in het dorp tot gevolg. Daarnaast worden bewoners op deze manier gestimuleerd om voor korte afstanden in het dorp te wandelen en/of de fiets te pakken. De eerste fase daarentegen kan – gezien het relatief lage aantal autobewegingen – nog wel via het Platewegje op de Stenevate aangesloten worden. Hiertoe wordt ter plaatse van het parkeerterrein van het gemeentehuis een tijdelijke aansluiting op de Stenevate gerealiseerd. Deze aansluiting alleen gebruikt voor het ontsluiten van 94 woningen in de eerste fase. Zodra er met de tweede fase wordt begonnen, wordt de aansluiting op de Heinkenszandseweg gemaakt en zal de ontsluitingsstructuur worden 'omgeklapt'. De aansluiting op de Stenevate kan dan worden afgewaardeerd tot een route voor langzaam verkeer en calamiteiten.

Middels een verkeerskundig onderzoek, uitgevoerd door Westzuidwest op 22 februari 2021 is bekeken wat de verkeersproductie is als gevolg van de nieuwe ontwikkeling en of de afwikkeling hiervan via het Platewegje op de Stenevate mogelijk is. De conclusie uit het verkeerskundig onderzoek luidt als volgt:  Rekening houdend met de vestiging van een tweede supermarkt aan de Stenevate en de ontwikkeling van fase 1 van de woningbouw in de Platepolder, uitgaande van circa 94 woningen, en uitgaande van vormgeving van de aansluiting van het Platewegje op de Stenevate als gelijkwaardig kruispunt, is er sprake van een goede verkeersafwikkeling op het kruispunt Stenevate – Platewegje. De aanbeveling daarbij is om het Platewegje haaks aan te sluiten op de Stenevate (de huidige aansluiting is niet haaks) en om het kruispunt te voorzien van een plateau. Dit is meegenomen als uitgangspunt in het plan voor de herinrichting van de Stenevate.

20

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze toelichting. Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte is op basis van publicatie 381 van het CROW 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' als volgt in beeld te brengen. Het plangebied is gelegen in de categorie 'schil centrum', in een niet stedelijk gebied. In totaal worden er in het plangebied maximaal 94 woningen gerealiseerd van verschillende typologieën. Iedere typologie heeft een eigen minimale en maximale parkeernorm. In Platepolder wordt een gemiddelde norm per woningtype gehanteerd: Woningtype Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, midden

gem. parkeernorm 2,1 2,0 1,8 1,7

In totaal worden er in het plangebied maximaal 94 woningen gerealiseerd. Dit leidt tot een parkeerbehoefte van gemiddeld 173 parkeerplaatsen. In het plangebied is ruimte voor 196 parkeerplaatsen, waarvan 136 in de openbare ruimte en 60 op eigen terrein (er is gerekend met maximaal 1 parkeerplaats op eigen terrein). Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de gemiddelde parkeernorm. De volledige parkeerberekening is te vinden in bijlage 2 behorende bij deze toelichting.

21

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Hoofdstuk 4 4.1

Kwaliteit van de leefomgeving

Geluidhinder

Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals scholen, woningen etc). De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woon- en leefomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Toetsing Door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing is een akoestisch onderzoek d.d. 4 december 2020 uitgevoerd naar de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeer op de beoogde woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van geen van de gezoneerde wegen (Drieweg, Heinkenszandseweg en Stenevate) de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Er hoeft derhalve geen hogere waarde, als bedoeld in de Wgh, vastgesteld te worden.

Daarnaast blijkt dat, om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen, de afstand van de as van de nieuw aan de leggen ontsluitingsweg tot de gevels van de woningen ten minste 7 meter dient te bedragen indien de ontsluiting van een elementenverharding in keperverband wordt voorzien en 5 meter indien de weg voorzien wordt van regulier asfalt. De genoemde afstand wordt in de regels behorende bij deze toelichting vastgelegd zodat er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zal plaatsvinden. Het aspect geluidhinder staat het bestemmingsplan derhalve niet in de weg. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 3.

4.2

Bodemverontreiniging

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Om aan te tonen dat de bodemkwaliteit in het plangebied voldoet aan de gestelde eisen zijn er diverse bodemonderzoeken ter plaatse van het plangebied uitgevoerd, namelijk:  Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 22 november 2017;  Verkennend (water- en asbest)bodemonderzoek, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 3 Augustus 2020;  Aanvullend bodemonderzoek aan de Platepolder te Heinkenszand, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 15 januari 2021. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 22 november 2017. In de Platepolder is 2017 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt het volgende:  Bovengrond 1.

In de bovengrond is in mengmonster MM9 (noordelijk terreindeel) een licht verhoogd gehalte aan koper aangetoond. Dit gehalte voldoet aan de achtergrondwaarde. 2. Op het zuidelijke terreindeel is in mengmonster MM4 een lichte verhoging aan drins gemeten. 3. In de overige monsters van de boven- en ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten aangetroffen.

22

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Grondwater 1. In de grondwatermonsters B34 en B35 (op het noordelijke terreindeel) is een lichte verhoging aan naftaleen aangetoond. Deze worden toegeschreven aan stoorinvloeden vanuit de (humeuze) bodem en betreffen niet meer dan marginale verhogingen. 2. Het grondwater is verder op het gehele perceel niet verontreinigd met de onderzochte parameters. 3. Grondverzet 4. Bij eventuele afvoer van grond moet een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit plaatsvinden. Dit bodemonderzoek voldoet daar niet aan.

De resultaten van het onderzoek geven geen reden voor nader onderzoek en geven geen belemmering voor de geplande nieuwbouw. Verkennend (water- en asbest)bodemonderzoek, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 3 Augustus 2020. Het plangebied Platepolder te Heinkenszand, gemeente Borsele, is, in navolging van op het verkennend onderzoek in 2017, aanvullend onderzocht. Hierbij zijn de volgende aspecten beschouwd:  Verkennend bodemonderzoek nog niet onderzocht noordelijk terreindeel;  Verkennend asbestbodemonderzoek nog niet onderzocht noordelijk terreindeel;  Aanvullend PFAS-onderzoek geheel plangebied;  Waterbodemonderzoek aangrenzende sloot Platewegje Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat, behoudens de stookplaats op het noordelijke terreindeel, geen of 'slechts' lichte verhogingen aan onderzochte stoffen (NEN), PFAS of asbest zijn aangetroffen. Ter plaatse van de stookplaats is PAK in de bovengrond sterk verhoogd. Vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) is een nader onderzoek naar PAK ter plaatse van de stookplaats aan de orde. Aanvullend bodemonderzoek aan de Platepolder te Heinkenszand, Inpijn-Blokpoel Milieu B.V., 15 januari 2021. In het aanvullende onderzoek zijn de volgende aspecten beschouwd:  verkennend onderzoek ter plaatse van het Platewegje;  verkennend asbest onderzoek ter plaatse van het Platewegje;  nader onderzoek sterke PAK-verontreiniging stookplaats.

Op basis van onderhavig aanvullend onderzoek is vastgesteld dat:  in het onderzochte Platewegje geen asbest is aangetroffen;  in de bovengrond van het Platewegje lokaal barium boven de voormalige interventiewaarde is aangetroffen, een nader onderzoek wordt echter niet aanbevolen. Wel wordt aanbevolen onderhavige rapportage hiertoe voor te leggen aan het bevoegd gezag.  de eerder aangetroffen PAK-verontreiniging op deelgebied 'stookplaats' niet ernstig en historisch is, er is geen sprake van een saneringsnoodzaak in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De gemeente (Omgevingsdienst) is derhalve bevoegd gezag voor eventuele maatregelen met betrekking tot deze verontreiniging. Conclusie De kwaliteit van de bodem is voldoende onderzocht en vormt geen belemmering voor de verdere planvorming. Alle genoemde bodemonderzoeken zijn opgenomen in bijlage 4.

4.3

Flora en Fauna

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen wettelijk beschermde dieren en plantensoorten in hun algemeenheid (soortbescherming) of wettelijk beschermde gebieden (gebiedsbescherming) in het geding zijn. Om de natuurwaarden van de projectlocatie te kunnen beoordelen moet er getoetst worden aan wat beschreven staat in de Wet natuurbescherming. Daarnaast is het beleid aangaande het Natuurnetwerk Nederland van belang. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening.

23

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Gebiedsbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden activiteiten te verrichten die leiden tot aantasting van wettelijk beschermde soorten en van hun voortplantingsplaats, vaste rustplaats of vaste verblijfplaats. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden die om hun ecologische waarde beschermd moeten worden. Daaronder vallen onder andere de zogenaamde Natura 2000-gebieden. De planlocatie ligt niet in een speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Het ligt ook niet binnen het Natuurnetwerk. Wel is op korte afstand NNN gebied in de vorm van de Zuidzaksedijk (een waardevolle binnendijk) aanwezig. Op basis van de Provinciale Omgevingsverordening 2018 gelden de regels voor de afwegingszone van 100 meter rond natuurgebieden niet voor zones langs binnendijken. Het beleid dat van toepassing is op de bovengenoemde natuurgebieden heeft dan ook geen betrekking op het plangebied. Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder meer onderzoek plaats moet vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de vernieuwde Aeriuscalculator (d.d. 15 oktober 2020) is voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000- gebieden door Econsultancy berekend. In bijlage 5 is de totale rapportage en de berekening opgenomen. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het nieuwe woningbouwplan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 15 oktober 2020). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

Beschermde soorten Het is in theorie mogelijk dat op de locatie dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijnen voorkomen of dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Onderzoek In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is er een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in 2018. Dit onderzoek is uitgevoerd door Buijs Eco Consult B.V. Het doel van deze quickscan is het analyseren of de in het plangebied beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Het doel van voorliggende toetsing is enerzijds het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen ingreep/ontwikkeling met de huidige (per 01/01/2017 van kracht geworden) Wet natuurbescherming en anderzijds het bepalen of de aanvraag van een ontheffing danwel het werken volgens een goedgekeurd gedragscode noodzakelijk is. Kort samengevat is het resultaat van de quickscan als volgt:  Het plangebied is niet gelegen in of direct nabij Natura 2000-gebied. Effecten als oppervlakteverlies, versnippering en verstoring zijn uitgesloten. Wel is op korte afstand NNN gebied (dijken Zuid-Beveland) aanwezig. Van oppervlakteverlies en versnippering is geen sprake. Verstoring kan tot een minimum worden beperkt door inpassing van de beleving van deze dijken in het plan (t.a.v. afstanden en licht bijv.).

 Op de planlocatie komen beschermde soorten voor die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van de locatie. Voor het uitsluiten van de rugstreeppad is volgens kennisdocument aanvullend onderzoek noodzakelijk.

24

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Mogelijk worden de randen (dijken met bomen) van het plangebied door vleermuizen gebruikt (als vlieg-/foerageerroute). Dit kan in beperkte mate eveneens gelden voor het plangebied zelf. Indien deze bestaande bomen en overige lijnvormige structuren blijven gehandhaafd, zal uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden geen invloed hebben op het mogelijk gebruik door vleermuizen van deze locaties. En worden verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 3.5 niet overtreden. Bijkomende voorwaarde is wel dat werkzaamheden ter plaatse van deze dijken overdag en zonder (aanpassing van) de huidige (straat)verlichting worden uitgevoerd. Op de planlocatie komen wel algemene soorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. Daarbij geldt voor de grondgebonden zoogdieren (o.a. konijn, haas, egel en algemeen voorkomende muizen) en algemene amfibieën op basis van de provinciale verordening een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. Art. 3.31) van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen (Art 3.10). Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten geldt ook de bepaling van zorgplicht (Art 1.11). Door het naleven van de mitigerende maatregelen kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk.

In 2020 en 2021 is heeft er een nader onderzoek ecologie plaatsgevonden op basis van de resultaten uit de Quickscan uit 2018. Uit het nader onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:  Binnen de planlocatie zijn geen vogels ter plaatse waargenomen (met jaarrond beschermd nest). Gezien de uitgevoerde veldbezoeken mag worden aangenomen/geconcludeerd dat de soort niet binnen het plangebied aanwezig is;  Voor huismus worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten verwacht omdat aangenomen is dat de huidige groenstructuren aan de rand van het plangebied/net buiten het plangebied niet worden aangetast. Wanneer deze groenstructuren wel onderdeel vormen van de ontwikkeling is een nieuwe beoordeling noodzakelijk.  Op locatie zijn geen rugstreeppadden waargenomen. Een groot gedeelte van de tijd lijken de aanwezige sloten droog te staan waardoor voortplantingswater binnen het plangebied niet aanwezig is. Vanwege de afwezigheid van voortplantingswater in 2020 is de aanwezigheid van rugstreeppad ook te niet te verwachten. Wel kan de soort door aanvoer van zand en tijdelijk water (bijv. als gevolg van verdiepte sporen in voorbereidingsfase van de bouw) tijdens de werkzaamheden worden aangetrokken. Aanbevolen wordt om binnen het plangebied geen tijdelijke depots zand langdurig te hebben liggen en tijdelijke wateren te voorkomen.

 Binnen en nabij het plangebied zijn drie soorten vleermuizen waargenomen, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Van de eerste twee soorten is aan de rand van het plangebied een essentiële vlieg-/foerageerroute waargenomen. De ruige dwergvleermuis is in het najaar waargenomen. Deze soort kan mogelijk tijdelijke verblijfplaatsen hebben (in de bomen langs de Oudekamersdijk). Als gevolg van deze aangetroffen functie is verlichting van deze dijk direct/of indirect uitgesloten. Indien toch (tijdelijk of lokaal) verlichting noodzakelijk is dient het voorgenomen plan opnieuw te worden beoordeeld op effecten.  Binnen het plangebied zijn geen groenstructuren aanwezig (hagen bomenrijen met onderbegroeiing) die als gevolg van het planvoornemen verdwijnen. Hierdoor verdwijnen ook geen landschapselementen die voor kleine marterachtingen een essentiële rol kunnen vervullen.  Voor broedvogels en overige soorten geldt dat door middel van het zorgvuldigheidsprincipe overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming kunnen worden voorkomen. Door o.a. 1. voorafgaand aan de uiteindelijke werkzaamheden een ecologische veldinspectie te laten uitvoeren (naar o.a. aanwezige (broedvogel)soorten); 2. met werkzaamheden te starten buiten het kwetsbaar broed- en voortplantingsseizoen.

Conclusie Vanuit de beide onderzoeken kan worden geconcludeerd dat met in achtneming van de adviezen het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. De onderzoeksrapportages zijn opgenomen in bijlage 6.

4.4

Cultuurhistorisch Hoofd Structuur

In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt.

25

Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022

Op basis van de provinciale kaart 'cultuurhistorie' uit het online geoloket zijn de volgende cultuurhistorische waarden aan het plangebied te koppelen:  Het plangebied zal deel uit gaan maken van de kern Heinkenszand. Deze kern is aangemerkt als dijk- en wegdorp. Vanwege de ligging van het plangebied buiten de bebouwde kom is de realisatie van de nieuwbouwwijk hierop niet van invloed.  Het plangebied wordt aan weerszijden omringt door historische dijken. Zowel de Zuidzaksedijk als de Oudekamersedijk zijn aangemerkt als historische dijken. Beiden vallen ook onder de categorie polderdijk en stammen uit respectievelijk de jaren 1400 en 1350-1400. Kenmerkend voor de Zuidzaksedijk is dat op een gedeelte van deze dijk een onverharde weg aanwezig is. De dijken vallen echter buiten het plangebied waardoor er geen veranderingen optreden ten aanzien van deze dijken.  Het plangebied is, zoals de naam van het bestemmingsplan al aangeeft, gelegen in de Platepolder. Deze polder is ca. 47 ha groot met een hoogteligging van gemiddeld 0,7 m + NAP. In de noordwesthoek bevindt zich een klein deel van de bebouwing van Heinkenszand, verder is het een open agrarische polder. De Platepolder betreft een 15e eeuwse polder, maar door herinrichting is de historisch-ruimtelijke structuur grotendeels verdwenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10928897/1