16.2 Jaarverantwoording Sociaal Domein 2020
Tekst van het document
Nieuwkomers Het huisvesten van statushouders is belegd bij GR de Bevelanden WIZ. We hebben 15 statushouders gehuisvest ten opzichte van de taakstelling van 17 in 2020. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft de afgelopen tijd te maken gehad met grote achterstanden. De vergunningverlening bleef hierdoor achter. Door deze achterstanden was het voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vaak ook niet mogelijk om voldoende vergunninghouders te koppelen, waardoor ook gemeenten op achterstand kwamen. De IND is inmiddels weer op volle sterkte en het COA heeft ook aan alle gemeenten voldoende vergunninghouders gekoppeld. In het licht daarvan heeft u een aangepaste subsidieaanvraag ingediend. Eind 2020 hebben we dan ook bericht gekregen dat de taakstelling huisvesting vergunninghouders voor het 1e halfjaar 2021 is vastgesteld op 18 terwijl het over 2020 17 voor het hele jaar betrof. Vanuit de afdeling werk, Inkomen & Zorg (WIZ) van de GR de Bevelanden worden namens de vijf Bevelandse gemeenten de voorbereidingen getroffen voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022.
Maatschappelijk werk en cliëntondersteuning SMWO beweegt mee met wat er in de wereld om ons heen gebeurt. De decentralisatie van taken naar de gemeenten op het gebied van bijvoorbeeld jeugd, maatschappelijke opvang, statushouders en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) heeft invloed op het dagelijks werk. De COVID-19crisis bracht zijn eigen uitdagingen met zich mee. SMWO ziet een toename van kwetsbare groepen in de samenleving alsook meer complexe (multi-problem) casuïstiek. Maar ook gemeenten die geconfronteerd worden met tekorten en meer inzicht willen in de besteding van middelen en de effectiviteit van beleid. Daarom werkt SMWO voortdurend aan een transparante verantwoording van de resultaten op kwaliteit en kwantiteit. Daarnaast heeft SMWO heeft in 2020 een reorganisatie in gang gezet. Er is gekozen voor een nieuw organisatiemodel, dat aansluit bij de voortdurende veranderingen in het sociaal domein en bij de ontwikkelingen in het beroep van sociaal werker. Het doel van deze ontwikkeling is om een resultaatgerichte, lerende organisatie te blijven die flexibel kan meegaan in alle veranderingen. De leidende principes zijn dat wordt gefocust op resultaat (opdrachtgerichte organisatie) en innovatie en kwaliteit (leren en ontwikkelen).
Trends en signalen SMWO - In 2020 is een start gemaakt met het opstellen van een visie rondom digitalisering, eHealth en blended hulpverlenen. Dat laatste is een combinatie van digitaal hulpverlenen en persoonlijke eenop-eencontacten. - Er is - waarschijnlijk ten gevolge van de COVID-19-crisis - een daling van 13% van het aantal aanmeldingen. - Er is een toename van het aantal korte contacten, met name door vragen over financiële zaken (47%), gezondheid (13%) en wonen (10%). - De groepswerkactiviteiten hebben door de COVID-19-crisis minder doorgang kunnen vinden. - Van alle trajecten individuele hulpverlening is 41% aan een beperking gerelateerd. In cijfers
In de bijlage hebben we de jaarrapportage SMWO en de factsheet Borsele van SMWO opgenomen: deze geven in één oogopslag een beeld van de cijfers.
Bladzijde 19
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Onafhankelijke cliëntondersteuning Het SWVO coördineert het zogeheten koplopersproject cliëntondersteuning. Met een landelijke subsidie is een impuls gegeven aan de doorontwikkeling van de cliëntondersteuning (CLIO). Vanuit Borsele nemen we hieraan deel. De opgaven die worden uitgewerkt zijn ‘Samenwerking informele en formele cliëntondersteuning’, ‘Vindbaarheid cliëntondersteuning’ en ‘Onafhankelijke positionering van cliëntondersteuning’. Deze sluiten aan bij de opgave van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor de doorontwikkeling van CLIO. Het realiseren van bovengenoemde opgaven zorgt ervoor dat de kwaliteit van CLIO als geheel in de Oosterschelderegio verbetert. Informele CLIO is hierin een belangrijk onderwerp waar wij input op leveren. Hulpvragers hebben vanuit de Wmo recht op CLIO maar er wordt relatief weinig gebruik van gemaakt. De genoemde vrijwilligers van de Vrijwillige Thuisadministratie kunnen hierin vanuit Borsele voorzien. De koplopersgroep werkt aan een communicatieplan om de mogelijkheid van CLIO onder de aandacht te brengen. Zij inventariseert de behoefte aan opgeleide cliëntondersteuners. Ook wordt gezocht naar goede CLIO voor onder andere de GGZ-doelgroep: bijvoorbeeld via de stichting Hersteltalent, die ervaringsdeskundigen inzet.
Uit het cliëntervaringsonderzoek Wmo 2020 blijkt dat 65% van de respondenten niet op de hoogte was van het feit dat ze gebruik kunnen maken van een onafhankelijk cliëntondersteuner. Eind 2020 is de term ‘Meedenker’ geïntroduceerd om meer bekendheid te geven aan het begrip CLIO. In 2021 wordt hier door het SWVO en de gemeenten een vervolg aan gegeven. Hiervoor is een communicatietoolkit in ontwikkeling.
Uitvoering jeugdnota & jongerenraad Het ondersteunen, begeleiden en organiseren van activiteiten van de Jongerenraad Borsele met en voor jongeren verloopt binnen Borsele goed. De Jeugd- en Jongerenwerker begeleidde de Jongerenraad bij diverse activiteiten en neemt deel aan diverse lokale projecten met betrekking tot de doelgroep jeugd. De Jongerenraad is er -ondanks de beperkingen door COVID-19-maatregelen - in geslaagd een groot deel van de geplande activiteiten, zoals het trainingsweekend, Borsele Draait Door en Spectra in aangepaste vorm uit te voeren. Verder hebben de jongeren tijdens de coronaperiode enkele activiteiten opgezet om kwetsbare ouderen te bereiken.
Wmo-raad Werving van nieuwe leden voor de Wmo-raad blijft lastig. De werkwijze met tussentijdse bijeenkomsten zonder ambtelijke ondersteuning voorzien in een behoefte. Naast de vier vergaderingen met ambtelijke ondersteuning, komt de Wmo-raad vier keer per jaar met alleen de leden bij elkaar. Er worden beleidsonderwerpen besproken zonder agenda waardoor er meer tijd is voor verdieping. Zo is er een advies over de huishoudelijke hulp en het hergebruiken en opslaan van Wmo-hulpmiddelen in voorbereiding. Ook heeft de Wmo-raad in samenwerking met de andere adviesraden een advies gegeven naar aanleiding van de bezuinigingen en de voorgestelde sluiting van de bibliotheek in ’s-Gravenpolder en de verhuizing van het VrijwilligersHuis naar Heinkenszand. Ook bereidden zij in gezamenlijkheid een advies voor over het proces van het kerntakenonderzoek.
Uitvoeringsbudget actieplan Wonen, Zorg & Welzijn We hebben de Vrijwillige Thuisadministratie alsook Dementievriendelijk Borsele geëvalueerd en als gevolg daarvan de communicatie en acties daartoe opgenomen in de reguliere werkzaamheden van het VrijwilligersHuis. Voor het gezondheidstoerisme hebben we een zogeheten QuickScan uitgevoerd onder zorgaanbieders en recreatieondernemers. Deze QuickScan verkende de marktbehoefte en het draagvlak voor gezondheidstoerisme in Borsele. Een en ander kwam voort uit het actieplan Wonen, Zorg & Welzijn - Beter (T)Huis In Borsele en werd mede mogelijk gemaakt door projectbegeleiding vanuit het regionale stimuleringsprogramma voor gezondheidstoerisme. Grofweg kwamen twee scenario’s naar voren:
Bladzijde 20
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele A. Een verblijf waarbij zorg de primaire bezoekaanleiding is voor mensen. Het concreet tegemoetkomen aan een hulpvraag staat centraal. B. Een verblijf voor gasten die een hulpvraag hebben en op vakantie willen. Deze is onderverdeeld in: a. Toeristische ontwikkeling gericht op doelgroepen met een lichte hulpvraag. Deze laatste is enigszins complementair aan de bestaande doelgroep, de recreatieondernemers hebben de behoefte om hierin samen met de zorgaanbieders op te trekken. b. Recreanten, waarbij een specifiek concept aansluit bij wensen en behoeften op het vlak van preventie en vitaliteit. Uit de QuickScan komen kansen naar voren voor te onderscheiden scenario's, te weten: - Vergrijzing zorgt voor vraag naar kleinschalige opvang tussen thuis en ziekenhuis. - Wat de behoefte van de stakeholders kenmerkt, is de kleine schaal die voor ogen is. Dit past bij de identiteit en het DNA van de gemeente Borsele. - Kansen voor Borsele doordat de gemeente verder van de Noordzeekust ligt. Een van de kernconclusies uit de Zeeuwse Kustvisie was dat zorgvuldig naar nieuwe ontwikkelingen gekeken wordt en alleen al bestaande recreatieterreinen in aanmerking komen voor bijvoorbeeld herontwikkeling.
Dit biedt gemeenten die verder van de Noordzeekust liggen, zoals de gemeente Borsele, kansen om (een deel van) de verwachte toeristische groei te verzilveren. - Rust en ruimte in karakter Borsele en dat zoekt de toerist. - Verschillende betrokken partijen geven aan te denken aan doelgroepen met een zorgvraag en positieve kansen te zien in het willen samenwerken met recreatieondernemers: er is draagvlak. - De rol van de gemeente als aanjager is geëindigd na een laatste bijeenkomst in oktober 2020.
Subsidieregeling sociaal domein De subsidieregeling Maak Werk Van Je Idee is in 2019 uitgebreid. Sociale burgerinitiatieven kunnen hier nu ook ondergebracht worden. Dit geeft de mogelijkheid om ontmoetings- en vrijwilligersinitiatieven in de startfase te ondersteunen. Door COVID-19 konden we weinig activiteiten opstarten, waardoor we hier nog geen verdere uitwerking en bekendheid aan hebben kunnen geven.
| 6.2 | Wijkteams Preventie & projecten Het is belangrijk dat we blijven uitgaan van het principe dat investeren in de preventieve en voorliggende voorzieningen (vroegsignalering) problematiek mogelijk minder groot kan laten worden. In 2019 hebben we alle preventieactiviteiten langs de meetlat van ‘positieve gezondheid’ gelegd. In 2020 hebben we geïnventariseerd welke preventieactiviteiten we in de komende beleidsperiode moeten verankeren in ons reguliere beleid en welke punten nog extra aandacht behoeven. Deze acties zijn beschreven in het actieplan sociaal domein 2020-2023. Wat betekent dit in de praktijk? Waar eerst vooral geïnvesteerd werd in het verhelderen van de vraag van de klant en het toeleiden naar de juiste zorg, verleggen we nu de focus naar preventief en outreachend werken. Deze visie dragen we uit naar al onze ketenpartners. We verwachten dat zij ook vanuit deze visie werken en dat bij zorgbehoefte eerst goed gekeken wordt naar de mogelijkheden binnen onze voorliggende voorzieningen, het netwerk en de eigen kracht van de klant. Als het in algemene zin gaat over het verbeteren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. We zijn gestart met meerdere integrale projecten. Voorbeelden hiervan zijn het plan van aanpak arbeidsparticipatie statushouders, armoedebeleid en vroegsignalering van huurschulden met meervoudige, vaak zorggerelateerde problematiek.
Bladzijde 21
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Preventie jeugd/CJG (preventie)activiteiten Waar mogelijk kijkt het CJG steeds meer naar passende, voorliggende voorzieningen ter vervanging van geïndiceerde hulp. Zo proberen we de toenemende druk op de financiën te verminderen en proberen we te normaliseren waar mogelijk. Wij willen toewerken naar een meer inclusieve samenleving, waarin iedereen kan en mag deelnemen. Het benutten van voorliggende voorzieningen draagt hieraan bij. Hieronder een greep uit de activiteiten in 2020: - De Borselse visie op zorg en ondersteuning voor jeugdigen is breed verspreid. We hebben diverse partijen (huisartsen, zorgaanbieders, zorgprofessionals en scholen) regelmatig geïnformeerd over deze visie. Het boekje met voorliggende voorzieningen, waarin een breed aanbod van activiteiten, cursussen en (informele) ondersteuning is opgenomen is geüpdatete en breed verspreid. - In de eerste maanden van de COVID-19-maatregelen hebben wij zorgprofessionals en inwoners via onze website en sociale media geïnformeerd over landelijke en lokale opvoedgerichte initiatieven. - In samenwerking met Borsele Beweegt hebben we diverse activiteiten aangeboden aan jeugdigen. Waar nodig is extra, passende begeleiding ingezet om doelgroepkinderen deel te laten nemen. - De samenwerking met scholen en kinderopvangorganisaties is tijdens de COVID-19-crisis verder versterkt.
Kinderen die, ten tijde van de lockdown, om diverse redenen gebaat bleken bij opvang op school hebben gepaste ondersteuning ontvangen. - De lokale preventieactiviteiten op het gebied van jeugd worden vanuit ons CJG jaarlijks geëvalueerd en geoptimaliseerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn de communicatie en website CJG, activiteiten in de Week van de Opvoeding, extra inkoop diensten jeugdgezondheidszorg en/ of maatschappelijk werk, zoals prenatale huisbezoeken, spreekuren en gezinsmaatjes. Waar nodig worden de activiteiten bijgesteld. Ook op provinciaal niveau proberen we hier een impuls aan te geven.
Toegang 1e en 2e lijnsvoorzieningen en opvoedondersteuning De toegang tot het sociaal domein binnen Borsele is nu deels lokaal (Jeugd) en deels regionaal (Wmo en participatie) georganiseerd. Beide toegangen functioneren op zichzelf goed, maar in het kader van ‘één gezin, één plan, één regisseur’ is winst te behalen. Zeker bij casuïstiek, waar meerdere vragen spelen. De samenwerking zelf loopt goed, omdat we wederzijds de meerwaarde ervaren van samenwerken. De lijnen met de toegang tot zorg en hulp zijn kort door het gebiedsgericht werken. Binnen ons actieplan Sociaal Domein is de ontschotting en het werken vanuit een integraal Borsels team als een belangrijke thema benoemd, waarmee we meer geïntegreerd willen werken op lokaal niveau. We verwijzen hierbij ook naar actiepunt 2. Verder hebben we vanuit de wet de plicht om toegankelijke, alledaagse hulp bij opgroeien en opvoeden professioneel vorm te geven (preventieve opvoedondersteuning). Op basis daarvan moeten we investeren in vroeghulp aan kwetsbare gezinnen en jeugd, en een sociale basis in buurten organiseren om ouders en gezinnen te begeleiden bij opvoeden, schulden of het vinden van werk. Dat vraagt om een omslag van zorg naar preventie.
Binnen Borsele hebben we naast onze reguliere voorzieningen zoals diverse (sport)activiteiten voor kinderen en jeugdigen, jeugdgezondheidszorg en maatschappelijk werk extra capaciteit ingezet in de vorm van opvoedcoaches en de jeugd- en jongerenwerker.
Toegang 0-100 jaar De toegang voor de Wmo (voorzieningen en maatwerk begeleiding) is een taak van onze uitvoeringsorganisatie de GR de Bevelanden WIZ. Regionaal is een actieplan begeleiding opgesteld waarvoor onlangs een tussentijdse evaluatie is gehouden. Daarin wordt gezocht naar alternatieven voor de maatwerkvoorzieningen in algemene, voorliggende voorzieningen. Daarnaast is meer inzicht in data en een betere monitoring een belangrijk onderwerp om te verbeteren. Het derde onderwerp is een strakkere aansturing van medewerkers in de toegang en betrokken zorgprofessionals. Er zijn nauwe contacten tussen de klantmanagers Wmo van GR de Bevelanden en onze zorgprofessionals. Dat zorgt voor korte lijnen en goed zicht op de lokale sociale kaart. Drie keer per jaar organiseren we het Dorpteam Borsele met de uitvoerende zorgprofessionals binnen Borsele. Bladzijde 22
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele Zo zorgen we ervoor dat de zorgprofessionals de sociale kaart van Borsele kennen. Op thema wisselen we informatie met elkaar uit. Daardoor kennen de professionals elkaar goed en weten ze elkaar goed te vinden op casusniveau. Nu plukken we daar in de huidige situatie de vruchten van. Ondanks dat door de COVID-19-maatregelen in 2020 geen Dorpteam bijeenkomsten hebben plaatsgevonden, weten de Borselse zorgprofessionals elkaar ook in deze tijd goed te vinden. Daarnaast vormen onze welzijnswerkers vanuit het VrijwilligersHuis een belangrijke schakel tussen de sociale netwerken (sleutelfiguren) in de dorpen en de kwetsbare inwoners. De toenemende vraag en de veranderde zorg (mensen wonen langer thuis met hulp en ondersteuning) vragen steeds meer van onze professionals en welzijnswerkers en de beschikbare capaciteit en deskundigheid. Hulpvragen worden complexer. Binnen onze opgezette zorgstructuur, waarbij vertegenwoordiging is vanuit het VrijwilligersHuis, kunnen casussen direct worden doorgeleid naar de juiste zorg (1e en/of 2e lijnszorg). Het verbeteren van het integrale toegangsproces (Jeugd, Wmo, Participatie) tot zorg is onderdeel van het actieplan sociaal domein 2020-2023. We hebben hiervoor de eerste contacten gelegd in samenwerking met de gemeenten Noord-Beveland en Goes.
We werken nu een eerste opzet uit, waarbij ook gemeente Kapelle en Reimerswaal aansluiten. De omgekeerde toets en Mobility Mentoring is hierbij het uitgangspunt om naar een casus te kijken.
Toegang Jeugdhulp (CJG) Eén van de vastgestelde beleidskaders in het actieplan Sociaal Domein richt zich op de professionalisering van de lokale toegang (actiepunt 5 en 6). De wijze waarop de toegang wordt georganiseerd, is van cruciaal belang voor de transformatie van het sociaal domein. Bij de toegang Jeugd & Gezin wordt bepaald op welke wijze ondersteuning binnen het gezin wordt georganiseerd. De toegang is daarom meer dan een gemeentelijk loket. Het is dé plek waar de vraag van de klant gesteld en beantwoord kan worden. De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in het (door)ontwikkelen van onze toegang Jeugd. We werken niet langer op basis van ‘recht op zorg’ maar gaan uit van de eigen mogelijkheden van onze jeugdigen en gezinnen. Deze ontwikkeling zullen we de komende jaren voortzetten. Deze omslag vraagt zowel een herinrichting van systemen (een transitie) als een inhoudelijke verandering van focus en werkwijze (een transformatie). Dat vraagt een nieuwe manier van denken en doen met daarbij veel ruimte voor de professional, met aandacht voor het kostenaspect van bepaalde interventies en de toewijzing van zorg. Een goed inzicht in de kosten van het zorgaanbod stimuleert het kostenbewustzijn van de toegangswerker. Bij een verzoek voor Jeugdhulp wordt dan eerst naar de achterliggende behoefte van de vraag gekeken en niet direct Jeugdhulp aangereikt.
Daarbij staat de eigen verantwoordelijkheid voorop vanuit de kracht van de jeugdige en zijn of haar ouders en wordt gewerkt vanuit vertrouwen. De Jeugd- en Gezinsprofessionals dragen deze visie breed uit en ondersteunen zorgaanbieders waar nodig om dit toe te passen. Daarnaast heeft het team toegang geïnvesteerd in de (verdere) opbouw van samenwerking met diverse partijen zoals (speciaal) onderwijs, de kinderopvang en huisartsen. Het verder professionaliseren van onze toegang Jeugd waarbij we ons focussen op de verdere versterking van preventie, integraal werken en normaliseren, wordt komende jaren een speerpunt. Ook de ontwikkelingen binnen het inkoopbeleid van de Jeugdhulp (nieuw stelsel van inkoop per 2020) en de oplopende tekorten binnen het gehele sociaal domein, vragen om een goed toegeruste en efficiënte toegang Jeugd. In juni 2020 zijn we gestart met eigen zorgprofessionals die bovenstaande visie en taken op kunnen pakken. We richten een zo breed mogelijk toegangsteam in waar naast de Jeugd- & Gezinsprofessionals, onze kernpartners vanuit het maatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg hun rol behouden in de verbinding met het voorliggende veld. Ook de opvoedcoaches en de Jeugd- en Jongerenwerker zijn, ieder met hun eigen expertise, toegevoegd aan het brede toegangsteam.
Bladzijde 23
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Jeugd- & Gezinsprofessionals De ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein en de hiermee gepaard gaande uitdagingen vragen om professionals die zich in dit brede veld kunnen bewegen en hier kennis, deskundigheid, beroepshouding en vaardigheden voor hebben. Inzet van zorg hoeft niet altijd door een zorgaanbieder te gebeuren. Daar waar de toegangswerker zelf kortdurend iets voor de klant kan betekenen om de hulpvraag op te lossen, pakt de toegangswerker de vraag zelf op. We verwachten van de Jeugd- & Gezinsprofessionals die werkzaam zijn binnen onze toegang, dat zij in staat zijn om zelf aan de slag te gaan met de vraag van de klant. Indien nodig voert de toegangsmedewerker naast coördinatie van zorg ook kortdurende casusregie uit. In de periode juni 2020 tot en met december 2020 hebben de Jeugd- en Gezinsprofessionals 76 casussen opgepakt. In deze casussen is ofwel zelf kortdurend ondersteuning geboden, ofwel toegeleid naar voorliggende of geïndiceerde zorg.
Opvoedcoaches De opvoedcoaches zijn sinds de zomer van 2020 onderdeel van het brede toegangsteam jeugd. Door een goede analyse en het tijdig inzetten van de opvoedcoach wordt voorkomen dat niet-passende hulpverleningstrajecten worden ingezet. Tijdens de COVID-19-crisis was de vraag naar ondersteuning van gezinnen groot. De opvoedcoaches zijn doorlopend benaderd en hebben vanuit diverse ketenpartners, de scholen, de huisartsen en niet in de laatste plaats van de ouders zelf (via het CJG) aanvragen ontvangen voor het ondersteunen van gezinnen. Bij de terugblik (kort na de zomervakantie) gaven de opvoedcoaches aan dat de digitale hulpverlening voor veel ouders prettig verlopen is. Helaas signaleerden zij ook een groep waarbij huisbezoeken beter op hun plaats waren geweest. Mede doordat er onvoldoende zicht was op het welzijn van de kinderen en de interactie met ouders, bleef een bepaalde groep buiten beeld. Deze popten op een later moment toch weer op en kwamen in beeld via bijvoorbeeld Veilig Thuis en/of door een crisis. Met deze ervaring is het goed zeer kritisch te kijken welke gezinnen/kinderen geschikt zijn voor digitale hulpverlening en welke niet. Tijdens het tweede COVID-19-tijdvak zijn om deze reden alle functies binnen het CJG aangemerkt als vitale functie.
Dat wil zeggen dat de professionals zelf afwegen of hulpverlening op afstand of toch achter de voordeur plaats vindt. Hierbij worden de richtlijnen van het RIVM in acht genomen.
Jeugd- en Jongerenwerk & preventieve jeugdzorg Afgelopen jaar zijn we gestart met de doorontwikkeling van het beleid jongvolwassenen. Onze Jeugden Jongerenwerker speelt binnen de verdere uitrol van dit beleidsplan een belangrijke rol. Er is een start gemaakt met de uitvoering van verschillende acties zoals beschreven in de nota. Hiermee beogen we dat er een sluitende aanpak komt voor jongeren in de leeftijd van 17 tot en met 23 jaar, zodat jongeren kunnen blijven participeren en zelfredzaam zijn. Een goede voorbereiding op de toekomst voor jongeren in een kwetsbare positie, vraagt om een integrale aanpak op gemeentelijk niveau en bij (zorg)aanbieders. In de beleidsnota jongvolwassenen zijn acht actiepunten opgenomen om een soepele overgang van 18- naar volwassenheid te vergroten. In 2020 hebben we 309 kaarten verstuurd aan 17-jarigen, om hen te attenderen op (en op verzoek te ondersteunen bij) de aankomende wijzigingen, die gepaard gaan met de overgang naar volwassenheid. In 2020 hebben we 37 jeugdigen aangeschreven die ook een vorm van jeugdhulp ontvangen. De Jeugd- en Jongerenwerker heeft de betrokken hulpverlener(s) actief benaderd om hen te wijzen op het belang van een toekomstplan en heeft waar nodig ondersteund bij het opstellen hiervan. Verder hebben we een multidisciplinair overleg jongeren 12+, waarbij ook aandacht is voor deze doelgroep.
Ook de Jeugd- en Jongerenwerker is deze zomer toegevoegd aan het brede toegangsteam jeugd. Waar passend wordt de Jeugd- en Jongerenwerker ingezet voor kortdurende belgeleiding van jongeren, waarbij we inschatten dat deze casussen kunnen worden opgepakt in het voorliggende veld.
Bladzijde 24
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Pilot/project opvoed-spreekuren bij de huisarts & praktijkondersteuner Jeugd & Gezin Spreekuren opvoedcoaches huisartsen Niet alle huisartsen kiezen ervoor naast een eigen Praktijk Ondersteuner (POH) GGZ 0-100 jaar ook nog een afzonderlijke POH Jeugd & Gezin in te zetten. Zij kiezen ervoor om op een andere manier de samenwerking met de gemeente op gebied van jeugdhulp vorm te geven. Momenteel zijn we volop aan het experimenteren om onze opvoedcoaches/jeugdondersteuners rechtstreeks te verbinden aan huisartsenpraktijken. Bij sommige huisartsen houden de opvoedcoaches wekelijks spreekuur wanneer de huisarts casussen doorzet voor vraagverheldering of kortdurende hulpverlening; dit ter voorkoming van (soms onterechte) GGZ-doorverwijzingen. Ook deze ondersteuning/werkwijze, die vaak is gericht op een meer systematische benadering en hulp aan ouders, biedt voor beide partijen veel voordelen en doet zeker niet onder aan de keuze voor de inzet van een POH Jeugd & Gezin. POH Jeugd & Gezin Afgelopen twee jaar hebben we aan de hand van een plan van aanpak gewerkt aan de uitwerking van de ‘pilot praktijkondersteuner Jeugd & Gezin’. Hierbij is door huisartsenpraktijk ‘s-Gravenpolder en de gemeente Borsele ingezet op het versterken van de onderlinge samenwerking voor de jeugd.
Door gebruik te maken van elkaars expertise willen we voor de jeugd passende zorg op maat leveren en onnodige verwijzingen naar geïndiceerde zorg voorkomen. Eén van de doelen van de pilot is om in samenspraak met de opvoedcoaches/jeugdondersteuners een betere samenwerking op te zetten tussen huisarts en CJG op gebied van jeugdproblematiek. De POH Jeugd & Gezin fungeert bij deze als poortwachter voor de verwijzingen GGZ waarbij nog niet duidelijk is welke problematiek hieraan ten grondslag ligt. Gedurende de afgelopen periode hebben we in ieder geval als gemeente gemerkt dat er door deze pilot meer vertrouwen is ontstaan ten aanzien van elkaars expertise en begrip voor beide invalshoeken (gemeente/CJG en huisartsen). Beide partijen zien het belang in van intensieve samenwerking om de alsmaar stijgende vraag naar Jeugdhulp en de daarbij horende (complexe) problematiek aan te kunnen pakken. In juni 2020 is deze pilot geëvalueerd en in september is door het college besloten deze pilot met een jaar te verlengen.
Pilot/project ‘Kennisoverdracht van geïndiceerde jeugdhulp naar het voorliggende veld’ - Het doel van de pilot is dat onze toegangswerkers (maatschappelijk werkers, opvoedcoaches en jeugdverpleegkundigen), binnen gestelde kaders, bepaalde casussen kunnen blijven opvolgen met ondersteuning van Intervence. De gezinsmanagers van Intervence bieden hun kennis en ervaring aan op het gebied van (weging van) de bedreigde ontwikkeling van jeugdigen en onveiligheid. Ook is het doel dat Intervence casussen eerder afschaalt en overdraagt aan het maatschappelijk werk. Intervence blijft meekijken om de situatie veilig te houden en, indien nodig, samen op te trekken als duo. Op deze manier kan er, als de situatie erom vraagt, snel weer opgeschaald worden. - Uit de evaluatie is gebleken dat de pilot ruimschoots voldoet aan de gestelde doelen. Alle partijen geven aan tevreden te zijn met de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Dit komt bijvoorbeeld naar voren in het aantal casussen, dat gezamenlijk met het SMWO wordt opgepakt, die niet opgeschaald hoeven te worden naar Intervence. Vanuit de casussen die zijn opgepakt binnen deze pilot is geen casus meer opgeschaald naar de kinderrechter. - In de loop van 2020 is gekeken of deze pilot-werkwijze geïntegreerd kan worden in de pilot Vaart in Veiligheid. In oktober hebben we hiermee een start gemaakt.
Domotica We zouden voor de vierde maal zorg en levensloopbestendig wonen koppelen aan de Borselse Woningmarkt. Daarbij brengen we normaliter ook het thema ‘domotica en zorg’ laagdrempelig voor het voetlicht in het kader van Langer Zelfstandig Wonen. Vanwege de COVID-19-maatregelen hebben we de Borselse woningmarkt moeten annuleren.
Bladzijde 25
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
| 6.3 | Inkomensregelingen Minimabeleid Het verwachte nadeel voor Borsele bedraagt € 34.994. In cijfers
-
Begroting Borsele € 341.000 Realisatie: € 375.994 Verwacht tekort van € 34.994
BUIG (Wet bundeling uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten) Uit het budget BUIG betalen we de algemene bijstand, IOAW, IOAZ en de bijstand voor starters in het kader van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (BBZ). Op basis van prognose verwachten we een onderschrijding op het onderdeel BUIG tot een bedrag van € 877.000 voor de vijf deelnemende gemeenten. Voor Borsele hebben we de gegevens uit de Q4-rapportage van WIZ hieronder weergeven. In cijfers
- Bijgestelde begroting Borsele € 2.937.000 - Realisatie: € 2.926.250 (€ 3.037.565 -/- verhaalde bijstand van € 111.315.) - Begrote baten definitief € 3.351.108 - Gerealiseerde baten € 3.363.108. Noot: Als er sprake is van een overschot ten opzichte van het budget gebundelde uitkering dan mag de gemeente het bedrag van het overschot volledig houden.
Werkgeversservicepunt Binnen GR de Bevelanden bemiddelt het zogeheten werkgeversservicepunt (WSP) de kandidaten die behoren tot de gemeentelijke doelgroepen van de vijf Bevelandse gemeenten. Daarnaast onderhoudt het WSP contacten met vele bedrijven in de regio om de uitkeringsgerechtigden van de gemeenten te plaatsen. Hieronder de cijfers voor de doelgroepn 27+ in beeld gebracht. In cijfers
Gerealiseerde werkervaringsplaatsen: 1 Gerealiseerde betaalde arbeid: 28
Armoedebeleid GR de Bevelanden WIZ gaf verder uitvoering aan de kadernota armoedebeleid. Een voorbeeld daarvan is de aansluiting bij het Startpunt Geldzaken van het Nibud. Dat is een middel voor inwoners, waar zij gebruik van kunnen maken om online geldplannen te maken en hun financiën te beheren. In december 2020 heeft de raad ingestemd met de nieuwe kadernota Armoede & Schulden met de titel ‘Leven zonder (geld)zorgen’, die aan de raden van de vijf Bevelandse gemeente is aangeboden. Voor de uitvoering van ons armoedebeleid subsidiëren we verschillende partijen, zoals de stichting Leergeld Kinderen, de Voedselbank, de Kledingbank en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid tot het aansluiten bij het Volwassenfonds Sport & Cultuur. Voor minima kan het verlagen van de drempel tot deelname aan sport, zingeving, gezonde leefstijl en cultuur een preventieve werking hebben. Het beroep op het declaratiefonds wordt meestal voor andere doeleinden gebruikt, zoals een abonnement voor de bibliotheek, internet of krant.
Bladzijde 26
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Schuldhulpverlening Ten opzichte van het gemiddelde in 2019 zien we een daling van het aantal aanmeldingen en aanvragen. Landelijk wordt deze daling ook gezien. Tegelijkertijd is er ook het signaal dat de problematische schulden niet minder worden, maar dat mensen zich niet melden. Gemiddeld duurt het vijf jaar voordat iemand met schulden hulp vraagt. Doordat mensen lang wachten met het vragen van hulp is de kans ook groot dat de problemen zich opstapelen en uiteindelijk complex worden. De complexiteit van de schuldenproblematiek zorgt ervoor dat er aan de voorkant van een traject meer tijd nodig is om een stabiele situatie te bereiken. Om schuldenproblematiek vroeg te signaleren is het belangrijk dat de partijen zich bewust zijn van hun signaalfunctie. Daarvoor hebben we in het Dorpteam een thema armoede en de signalen van armoede behandeld. Het blijkt niet makkelijk het gesprek hierover aan te gaan voor zorgprofessionals. Het project Vroegsignalering is gericht op het signaleren van problematische schulden. In samenwerking met de betreffende partijen worden achterstanden in huur, gas, elektra, water en zorgverzekering vroegtijdig doorgegeven. Na een succesvolle pilot in Borsele is dit op Bevelands niveau voortgezet. We treffen de voorbereidingen om dit vanaf 2021 structureel te maken in Bevelands verband. In cijfers
-
Het aantal meldingen schulddienstverlening: 21 Het aantal aanvragen schuldhulpverlening: 6 Aantal huurachterstanden: 1 Aantal ontruimingen: -
| 6.4 | Begeleide participatie Beschut werk De Betho voert het beschut werk voor ons uit. Voor de Bevelanden bedraagt de taakstelling 2020 38 personen, in fte’s afgerond 32,7 (1 fte = 31 uur). De gemeente heeft geen invloed op de omvang van de doelgroep die een indicatie beschut werk krijgt. In cijfers
31-12-2018: 4 personen 31-12-2019: 6 personen 31-12-2020: 6 personen
De Betho is voor het belangrijkste deel afhankelijk van de rijksbijdrage sociale werkvoorziening. Verder wordt er omzet gedraaid die voor een substantieel deel afkomt van de deelnemende gemeenten: daarvoor hebben we gemeentelijke omzettaakstellingen afgesproken. Het jaar 2020 liet een positief resultaat zien van € 2.309.000, dat volledig wordt teruggestort naar de gemeenten. Daarnaast wordt een omzetbonus uitgekeerd van € 240. Dit betekende een terugbetaling aan Borsele van € 348.700.
| 6.5 | Arbeidsparticipatie Uitvoering Participatiewet De participatiewet wordt uitgevoerd door GR de Bevelanden WIZ. Op basis van deze wet kunnen mensen een beroep doen op een uitkering voor levensonderhoud. De afdeling WIZ begeleidt deze uitkeringsgerechtigden waar mogelijk richting de arbeidsmarkt, zodat zij zelf weer in de kosten van hun levensonderhoud kunnen voorzien. Op 1 januari 2020 was de beginstand 1.343 uitkeringen. Eind 2020 bedroeg het aantal uitkeringen 1.368. Na een stijging tot 1.384 in mei 2020 heeft er een daling Bladzijde 27
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele ingezet naar 1.368 in september 2020. Voor de Bevelanden blijkt dat de instroom voor 77% wordt veroorzaakt door het verlies van werk (zelfstandig beroep of bedrijf, inkomen en het bereiken van de maximale periode van WW), 13% betreft statushouders en 6% is schoolverlater. Hieronder hebben we de in- en uitstroom voor Borsele in beeld gebracht. In cijfers
-
Stand per 1 januari 2020: 200 Instroom: 66 Uitstroom: 63 Stand tot en met 4e kwartaal 2020: 203
| 6.6 | Maatwerkvoorzieningen (Wmo) We investeren intensief in het verbinden van de lokale netwerken met de toegang voor de Wmo en de jeugdhulp. Zoals ook beschreven bij de paragraaf Toegang 0-100 jaar. Hierdoor lossen we meer op door middel van preventieve en algemene voorzieningen. Dat heeft invloed op de druk op de Wmogelden. In ons actieplan sociaal domein 2020-2023 komt dit nadrukkelijk als actie terug. De inkoop en de betalingen van de Wmo-voorzieningen zijn een taak van het SWVO. Zij doen de betalingen voor de trapliften, de Regiotaxi, de hulp bij het huishouden, de hulpmiddelen voor vervoer en de begeleiding. Vanwege COVID-19 daalde de vraag naar hulpmiddelen in het eerste halfjaar van 2020 ten opzichte van het tweede halfjaar 2019. Mogelijk krijgen we te maken met een uitgestelde vraag later in het jaar. Ook zijn er meer innames van hulpmiddelen geweest. Dit was hoger dan het aantal nieuwe leveringen. Dat dempte de groei van het uitstaande bestand. Toch was er nog een lichte stijging van het aantal uitstaande hulpmiddelen in het eerste half jaar. Het lijkt erop dat het abonnementstarief ook bij woonvoorzieningen en woningaanpassingen een rol speelt in het aanvragen van deze Wmovoorzieningen.
Resultaten Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2020 Op grond van artikel 2.5.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn we verplicht jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te voeren onder een representatief aantal burgers dat een beroep doet op zorg/ondersteuning. Van ZB | Planbureau hebben wij de resultaten van het CEO Wmo over 2020 ontvangen. We hebben 459 personen uit ons Wmo-bestand uitgenodigd deel te nemen aan het onderzoek. Bijna 43% heeft hier gebruik van gemaakt (195 deelnemers). Globaal kunnen we constateren dat 75 tot 90 procent van de ondervraagden een positief ('mee eens' of 'helemaal mee eens') antwoord geeft op vragen als "Ik vind de kwaliteit van de ondersteuning die ik krijg goed" of "Door de ondersteuning die ik krijg heb ik een betere kwaliteit van leven". De resultaten van 2020 zijn vergelijkbaar met de resultaten van 2019. De vraag 'Wist u dat u gebruik kon maken van een onafhankelijk cliëntondersteuner' werd door ruim 65% ontkennend beantwoord. In 2019 en 2018 bedroeg dit percentage respectievelijk 55 en 60. Er valt op dit terrein dus nog veel te winnen. Inmiddels is een toolkit ontwikkeld om hiervoor meer bekendheid te genereren (zie paragraaf Onafhankelijke cliëntondersteuning). Door de afdeling WIZ van GR de Bevelanden is de volgende aanvullende vraag gesteld: "werd u in het gesprek dat u met de gemeente had ondersteund door anderen?".
Van de respondenten geeft ruim 70% aan dat ze niet werden gesteund door anderen in het gesprek met de gemeente. Ongeveer 30% van de respondenten geeft aan te zijn ondersteund door familie, buren/bekenden/kennissen, een onafhankelijke cliëntondersteuner of door een zorgverlener. In sommige gevallen sloten er meerdere personen aan bij het gesprek. Het ‘aantal’ gegeven antwoorden (bij vraag 10) staat daardoor niet gelijk aan het aantal respondenten. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek Wmo 2020 hebben we als afzonderlijke bijlage toegevoegd bij de jaarverantwoording sociaal domein. Bladzijde 28
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Wmo-vervoer (Regiotaxi) De vervoerkosten in het Wmo vervoer zijn in 2020 sterk aan verandering onderhevig. Er is sprake van een uitzonderlijke, complexe en moeilijk voorspelbare situatie. Dat maakt een juiste raming voor de begroting moeilijk. Enerzijds zijn er vanaf februari 2020 forse meerkosten ontstaan door het faillissement van TCR en het sluiten van een overbruggingsovereenkomst met een nieuwe vervoerder. Daaropvolgend is in maart door de COVID-19-uitbraak het doelgroepenvervoer nagenoeg volledig stil komen te liggen. Om te voorkomen dat de vervoerders hierdoor zouden omvallen, is landelijk door de VNG besloten om vervoerders te compenseren voor de niet uitgevoerde ritten: de zogeheten 80%regeling. Deze regeling, die later is aangemerkt als staatssteun, is tot 1 juli 2020 toegepast. Hierna is het aan de lokale overheden om nadere afspraken te maken over een vorm van compensatie met de vervoerders, in ieder geval tot 1 september 2020. Het SWVO heeft hierover inmidels aanvullende afspraken met vervoerders gemaakt. Anders dan bij het leerlingenvervoer zien we dat het Wmovervoer na de lockdown nog niet terug is op het oude niveau. Hierdoor zijn de nettokosten tot en met het vierde kwartaal dan ook lager dan zoals opgenomen in de 2e begrotingswijziging.
Maatwerkvoorzieningen WIZ Buitenom de contracten die in regionaal verband via SWVO lopen (hulp bij het huishouden, begeleiding, regiotaxi en hulpmiddelen) en buitenom de reguliere persoonsgebonden budgetten (PGB) hebben we via WIZ ook uitgaven. De prognose van de lasten is € 200.000 en is verwerkt in de programmarapportage 2020.
| 6.71 | Maatwerkdienstverlening 18+ Begeleiding De uitgaven voor Wmo-begeleiding vertonen een tekort in vergelijking met de definitieve begroting 2020. In cijfers
Lasten 2018: € 1.430.788 Lasten 2019: € 1.592.741 Lasten 2020: € 1.674.162 Begroot 2020: € 1.641.358 Verschil 2020: € 32.804 negatief
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen De inzet en verantwoording van de rijksgelden voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn nu nog de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente Vlissingen. De decentralisatie van deze middelen is uitgesteld van 2020 naar 2022. Door middel van proeftuinen zijn we gestart om in de subregio’s toe te werken naar een gewenste situatie vanaf 2022. Er wordt geëxperimenteerd met bekostiging, toegang, preventie en innovatie. In de afgelopen maanden zijn diverse voorstellen voorbereid. Zo is er een voorstel om onder andere de lokale toegang Wmo te betrekken en hiervoor de capaciteit te regelen. Er wordt een Team Thuis opgestart, wat gericht is op een succesvolle uitstroom uit een beschermd wonen-situatie naar regulier wonen met ambulante begeleiding. Ook is er een preventienotitie opgesteld, die ter vaststelling aangeboden is aan alle dertien gemeenten. Om stappen te kunnen maken in de uitvoering van de versnellingsagenda is een werkgroep opgericht met vertegenwoordiging namens de verschillend regio’s. Deze zijn vrijgemaakt om voorstellen uit te werken. Het Wmo-loket van GR de Bevelanden voert taken uit rondom de toekenning en administratieve verwerking van het PGB voor de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen. Dit hangt nauw samen met de ontwikkelingen in de nieuwe toegangsstructuur. De essentie van de nieuwe Bladzijde 29
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele toegangsstructuur is dat gemeenten, los van de verzilveringsvorm (zorg in natura of PGB), meer regie krijgen op de toegang.
Huishoudelijke hulp In 2019 is het abonnementstarief ingevoerd. Het lijkt erop dat dit er nog steeds voor zorgt dat er meer beroep gedaan wordt op de huishoudelijke hulp. De kosten zijn ten opzichte van de definitieve begroting nog ruim € 81.000 hoger. De indicaties huishoudelijke hulp blijven stijgen (7% voor de Oosterschelderegio). Vermoedelijk heeft dit vooral te maken met het abonnementstarief en deels met de groeiende groep ouderen. In het rapport Berenschot ‘Grip op de Wmo’ wordt ook huishoudelijke hulp in één van de voorgestelde maatregelen genoemd. In cijfers
Lasten 2018: € 1.174.597 Lasten 2019: € 1.414.680 Lasten 2020: € 1.706.323. Begroot 2020: € 1.624.594 Verschil 2020: € 81.730 negatief
| 6.72 | Maatwerkdienstverlening 18Algemene toelichting cijfers jeugdhulp De bijgesloten Monitor Jeugdhulp van de IJZ geeft alleen inzicht in de kosten die door IJZ werden betaald, namens de Zeeuwse gemeenten. De gepresenteerde cijfers voor de IJZ bestaan voor 98% uit de Zorg In Natura (ZIN) en voor 2% uit de kosten voor de uitvoering en de Taskforce Jeugd. Voor een volledig beeld van de uitgaven in het Sociaal Domein dienen deze kosten te worden aangevuld met de kosten die de gemeenten zelf ten laste van het hun ‘budgetten Sociaal Domein’ brengen. Het gaat hierbij onder andere om de kosten voor: Toegangsorganisaties (Toegang 1e en 2e lijn), Pgb’s, (een deel van) vervoer Jeugdhulp en Veilig Thuis (alleen het deel voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) dat ten laste van het macrobudget Jeugd wordt/ werd gebracht).
Coronacrisis De Rijksoverheid heeft vanwege de coronacrisis twee regelingen gelanceerd: de omzetgarantie- en de meerkostenregeling. - De Omzetgarantieregeling. Een aantal jeugdhulpaanbieders heeft hierop een beroep gedaan. Hierbij is de gegarandeerde omzet bepaald op basis van de productie 2019. Hierop is een indexatie toegepast en vervolgens is de tijdens de coronacrisis gedeclareerde/ gefactureerde omzet in mindering gebracht. De kosten voor Borsele bedroegen € 135.947. Aangezien de gemeenten vanuit het Rijk alleen gecompenseerd worden voor de meerkosten en niet voor de omzetgarantieregeling betekent dit dat we - ondanks de verminderde toestroom en de kostenbesparende maatregelen - in 2020 opnieuw geconfronteerd worden met kosten waar we geen invloed op hebben. - De meerkostenregeling. Deze is bedoeld om zorgaanbieders te compenseren voor extra kosten die zij hebben gemaakt (bijvoorbeeld in het kader van hygiëne). Hiervoor ontvangen wij vanuit het Rijk wel financiële compensatie. De kosten voor Borsele: € 32.790.
Bladzijde 30
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Globale schets grip op de kostenontwikkeling Met de aanbesteding 2020 zijn de gecontracteerde aanbieders en producten onderverdeeld in percelen. In de Monitor Jeugdhulp wordt de voorlopige productie en realisatie over 2020 op basis van de perceelindeling gepresenteerd. Naar aanleiding van de nieuwe inkoopstrategie en perceelindeling zijn de tarieven voor de jeugdhulp opnieuw geïndexeerd. Deze zijn bepaald in overeenstemming met de landelijke tarieven. Ten tijde van het opstellen van de jaarverantwoording sociaal domein waren de jaarcijfers van IJZ nog niet beschikbaar. We hebben voor de cijfermatige onderbouwing dan de gegevens van de Q4monitor IJZ gebruikt. Nog niet alle cijfers zijn volledig verwerkt in de Q4 monitor waardoor de definitieve jaarrekening 2020 waarschijnlijk een hoger bedrag laat zien. De mogelijke meerkosten betreffen de kosten instandhoudingsbijdrage Intervence, de afrekening compensatieregeling Corona en eventuele nacalculaties zorgaanbieders. Zorgaanbieders hebben tot april 2021 de tijd hun declaraties in te dienen van zorg welke reeds in 2020 is gestart. In de Q4 monitor van 2020 is een realisatie van € 6.392.261 terug te zien. In 2019 bedroeg de realisatie € 6.438.870. Dit betekent dit een verschil van ongeveer € 46.000 positief.
Als we daar de coronacompensatieregeling bij optellen bedraagt het verschil in totaal ongeveer € 180.000 euro (minder uitgaven ten opzichte van in 2019). Als we kijken naar bovenstaande ontwikkeling zouden we kunnen concluderen dat de eerste contouren van onze lokale inspanning in beeld komen. Gezien de kosten binnen de jeugdhulp, zoals bekend, behoorlijk kunnen fluctueren blijft dit een voorzichtige aanname. Jeugdhulp ambulant, Jeugd GGZ en Jeugdhulp verblijf maken het grootste deel van de totale kosten Jeugdhulp binnen Borsele. De kosten en aantallen jeugdigen in verblijf zijn ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2019. Tabel F | Overzicht kosten op productniveau Zorg In Natura Productcategorie Persoonlijke verzorging Dagbehandeling Vervoersdiensten Jeugdhulp verblijf (inclusief behandeling) Jeugdhulp verblijf (exclusief behandeling) Jeugdhulp ambulant Jeugdhulp crisis Jeugdreclassering Jeugdbescherming Activiteiten in het preventief justitieel kader Maatwerkarrangement jeugd Kindergeneeskunde Jeugd GGZ Landelijke Transitie Arrangement Individuele opdrachten Totaal
Kosten 2019 € € € € € € € € € € € € € € € €
2.364 654.396 48.677 964.841 744.583 1.446.643 52.227 662 325.201 204.759 38.543 17.870 1.622.779 106.827 6.230.372
Kosten 2020 (voorlopig) € 2.156 € 559.631 € 36.968 € 876.707 € 812.328 € 1.473.344 € 61.659 € 7.217 € 350.980 € 138.021 € 166.541 € 2.172 € 1.271.215 € 215.302 € 81.340 € 6.055.581
*in dit overzicht zijn de overige kosten (2019: € 208.498 | 2020: € 336.678) niet meegenomen.
Bladzijde 31
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Ontwikkelingen zorgverbruik - In 2020 zijn 1157 zorgopdrachten afgegeven. Eerder afgegeven zorgopdrachten (bijvoorbeeld in 2019, maar zorg die doorliep in 2020) zijn daarbij niet meegerekend. We zien dat iets meer dan de helft van de zorgopdrachten is afgegeven door de gemeente waarvan ongeveer een derde rechtstreeks verliep via onze gemeentelijke toegang. Dit betekent dat ongeveer 550 opdrachten worden verstrekt door andere wettelijke verwijzers, waarbij de gemeenten verminderd of geen zicht heeft op de toewijzing. - In totaal zien we in 2020 een daling van ongeveer 50 unieke klanten ten opzichte van 2019 (2019: 710; 2020: 661). Ongeveer 14% van de Borsele jongeren ontvangt Jeugdhulp (Zeeland: 14,4 %). Tabel G | Aantal toewijzingen per verwijzer (absoluut en relatief) Verwijzer Aantal toewijzingen 2019 Procentueel 2019 Aantal toewijzingen 2020 Procentueel 2020 Gemeente 589 50,64% 608 52,55% Huisarts 242 20,81% 251 21,69% Gecertificeerde instelling 190 16,34% 157 13,57% Medisch specialist 72 6,19% 59 5,10% Kinderrechter 43 3,70% 45 3,89% Jeugdarts 21 1,81% 29 2,51% Kinderarts 2 0,17% 3 0,26% Overig 4 0,34% 5 0,43% Totaal
1163
1157
Landelijke ontwikkelingen De volgende landelijke oorzaken voor de tekorten op de jeugdzorg spelen ook in Borsele: - Stagnerende uitstroom. - De toename van de intensiteit van hulptrajecten en de complexiteit van de zorgvragen. - De korting op het rijksbudget. - Het objectieve verdeelmodel. - De effecten van de Wet langdurige zorg. Kortom, een open einde-regeling met begrensde (rijks)budgetten. Meer complexere hulpvragen en veranderingen leiden tot hogere uitgaven per cliënt. Verandering van het landelijk verdeelmodel heeft het verschil bij een aantal gemeenten versterkt. Gemeenten zijn nog volop bezig met de transformatieopgaven maar zijn intussen wel gekort op het rijksbudget. Voor kleine gemeenten worden de financiële overschrijdingen vaak ook bepaald door een klein aantal cliënten met de meest dure vormen van jeugdhulp, zoals Jeugdzorg Plus of andere intensieve vormen van (GGZ) verblijfszorg.
PGB jeugd Uitgangspunt in de Jeugdwet is dat we voorzieningen voor jeugdhulp in natura verlenen. Dat is zorg via een jeugdhulpaanbieder die wij gecontracteerd hebben. Een persoonsgebonden budget (PGB) is geld waarmee ouders zelf jeugdhulp voor hun kind inkopen. Door gebruik te maken van algemene of collectieve voorzieningen streven we naar een afname van geïndiceerde maatwerkvoorzieningen. In 2020 ontvingen 20 unieke klanten een PGB voor een toegekend bedrag van ongeveer € 103.000. In cijfers
Aantal unieke klanten 2019: 23 2020: 20
Bladzijde 32
Bedrag 2019: € 122.000 2020: € 103.000
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
| 6.81 | Geëscaleerde zorg 18+ Invoering Wet verplichte GGZ Het ontwikkelen van een specifieke aanpak van de psychosociale problematiek komt voort uit het actieplan Sociaal Domein 2020-2023. Vanuit het VrijwilligersHuis zijn we gestart met een verkenning op dit onderwerp. De verbinding tussen veiligheid en het sociaal domein is versterkt. Het opgestarte openbaar geestelijke gezondheidszorg netwerk (OGGZ-netwerk) is daar een goed voorbeeld van. Een multidisciplinair team neemt deel aan dit regulier overleg op casusniveau. Hierin zijn vertegenwoordigd: de politie, ambtenaar openbare veiligheid, MAB, Emergis, maatschappelijk werk, woningcorporatie en de procescoördinator sociaal domein. De voorbereiding voor de inrichting van de uitvoering van de Wvggz en de financiering van dit proces van melding, onderzoek en eventuele verplichte zorg of opname stond onder hoge tijddruk. Wij volgen de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering nauwlettend en zijn kritisch op de inrichting van de uitvoeringscapaciteit binnen het Zorg- en Veiligheidshuis.
| 6.82 | Geëscaleerde zorg 18Tot dit taakveld behoren maatregelen gericht op de opvang en het verbeteren van de veiligheid van kinderen en jeugdigen 18- met inbegrip van jeugdigen die in de desbetreffende opvangvoorzieningen verblijven.
Veiligheid/ jeugdreclassering & opvang Jeugd Er zijn jongeren die via een gerechtelijke uitspraak jeugdhulp krijgen. Dat kan een kinderbeschermingsmaatregel (jeugdbescherming) zijn of voortvloeien uit een veroordeling (jeugdreclassering). Deze maatregelen worden (met advies van de Raad voor de Kinderbescherming) uitgesproken door de rechtbank en verwezen naar een gecertificeerde instelling (GI). In Zeeland is dat in eerste instantie Intervence. Voor sommige doelgroepen is dat de William Schrikkergroep, het Leger des Heils of Briedis. Deze GI’s begeleiden de betrokkenen en waken over hun veiligheid. Zij leveren echter geen (gesloten) opvang of jeugdhulp. De voortgang van de ontwikkelingen binnen Intervence hebben we bij de algemene duiding toegelicht, daarom rapporteren we enkel op cliëntniveau. Binnen Borsele hebben we aan de hand van het projectplan ‘Kennisoverdracht van geïndiceerde jeugdzorg naar hulp in het voorliggende veld’ gedurende 2019 onze eerste ervaring opgedaan met het direct tot onze beschikking hebben van gespecialiseerde professionals van een gecertificeerde instelling JR&JB (jeugdreclassering en jeugdbescherming). Dit ter versterking van onze eigen gemeentelijke toegang, alsook ter versterking van de werkzaamheden die het maatschappelijk werk voor ons uitvoert.
De intensieve samenwerking binnen deze pilot met GI-expertise (Maatschappelijk werk en Intervence) heeft ertoe geleid dat wij in Borsele geen noemenswaardige wachtlijsten hebben. We voeren bij casussen, die mogelijk in het gedrang komen of dreigen op een wachtlijst terecht te komen, intensieve gesprekken om gezamenlijk te kijken naar mogelijke (alternatieve) oplossingen. Zie ook onder paragraaf over de verantwoording projecten/pilots. In cijfers
Kosten activiteiten Jeugdreclassering en Jeugd beschermingsmaatregelen 2019: € 325.862 2020: € 358.197 Kosten activiteiten in het preventief justitieel kader 2019: € 204.759 2020 (voorlopig): € 138.021
Bladzijde 33
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
| 7.1 | Volksgezondheid Publieke gezondheid Lokaal GGD Zeeland adviseert gemeenten over het verbeteren en beschermen van gezondheid en veiligheid in een schone, aantrekkelijke en leefbare omgeving. Een gezonde leefomgeving draagt niet alleen bij aan een betere publieke gezondheid, maar ook aan een gezonde arbeidsbevolking en een gunstig economisch vestigingsklimaat. Onze inzet blijft dat de professionals zo veel als mogelijk lokaal de aansluiting zoeken en preventief werken. We bouwen nog steeds aan de inrichting van de lokale toegangsfuncties. Dit vraagt voortdurende afstemming met gemeenten en partnerorganisaties. De jeugdgezondheidszorg (jeugdverpleegkundige) is één van de kernpartners binnen ons CJG. Jaarlijks evalueren wij samen met de JGZ de inzet en blikken we terug op de uitvoering van het landelijk basispakket en de extra ingekochte taken. Waar nodig bespreken we de verbeterpunten en zien we toe op de meest efficiënte en effectieve manier voor het uitvoeren hiervan.
Gezondheidspreventie-activiteiten Binnen Borsele voeren wij verschillende preventieve interventies uit op gebied van gezondheid. Deze interventies zijn veelal onderdeel van beleidsplannen binnen het domein Samenleving, zoals de sportnota, het vrijwilligersbeleid, het mantelzorgbeleid, het armoedebeleid en het preventieplan alcoholbeleid. De Gezonde School-aanpak biedt scholen een handvat om de gezondheid van leerlingen structureel te bevorderen. Binnen Borsele hebben vijf scholen een Gezonde School-vignet. Gezonde School is een project van GGD Zeeland en Sport Zeeland. In de periode maart/april 2020 konden scholen zich inschrijven voor de Gezonde School deelname voor het schooljaar 2020/2021. Als gevolg van de sluiting van de scholen zijn er minder aanmeldingen ingediend voor het traject Gezonde School. De scholen die het ondersteuningsaanbod schooljaar 2020-2021 ontvangen, worden begeleid door de GGD, in samenwerking met Sport Zeeland (thema’s Bewegen & Sport en Voeding) en IVN (Milieu & Natuur).
Rijksvaccinatieprogramma Op 1 januari 2019 zijn de financiële middelen voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) via een uitkering in het gemeentefonds overgegaan naar gemeenten. Gemeenten zijn hiermee bestuurlijk en daarmee financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van het RVP. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijft verantwoordelijk voor de inhoud, regie, coördinatie en landelijke registratie. De uitvoering van het RVP en het basistakenpakket JGZ zijn beiden bij de GGD belegd om de vereiste activiteiten programmatisch en in samenhang uit te kunnen voeren en een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad te behouden. Door het inzetten van het RVP worden ziekten, complicaties en sterfte door infectieziekten voorkomen. Het programma zorgt in de eerste plaats voor de individuele bescherming van het kind en de jongere en in de tweede plaats voor groepsbescherming. Hiermee worden epidemieën voorkomen en worden kinderen die te jong zijn voor vaccinatie of andere kwetsbaren die niet gevaccineerd kunnen worden, beschermd. Om te voorkomen dat in grote populaties grootschalige epidemieën en grote verspreiding kunnen optreden is een bepaalde vaccinatiegraad, de kritische vaccinatiegraad, nodig. Deze kritische vaccinatiegraad verschilt per infectieziekte. In het najaar staan/stonden twee groepsvaccinaties gepland.
Het betreffen baarmoederhalskanker (HPV) in september 2020 en DTP-BMR (Difterie, Tetanus, Polio en Bof, Mazelen, Rode Hond) in november.
Bladzijde 34
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
Impact COVID-19 GGD Sinds maart 2020 heeft COVID-19 een groot effect op het dagelijks werk bij de GGD en daarmee op de realisatie van de begroting 2020 van de GGD. Verschillende reguliere taken zijn in de COVID-periode minder of niet uitgevoerd, soms als gevolg van richtlijnen van het kabinet (bijvoorbeeld scholen en kinderopvang sluiten) en soms omdat medewerkers werkzaam waren in de crisisorganisatie. Het Algemeen Bestuur (AB) van de GGD heeft besloten om bij het omgaan met de niet-uitgevoerde taken de volgende vuistregel te hanteren: niet uitgevoerde taken worden niet ingehaald, tenzij: - Er een direct gevaar is voor de volksgezondheid; - Deze taken binnen het reguliere werk kunnen worden opgepakt; - Deze taken wettelijk verplicht zijn. Het team Infectieziektebestrijding (IZB) van de GGD heeft zich volop ingezet op de bestrijding van het COVID-19 virus. Het team IZB heeft in de tweede helft van 2020 de focus gelegd op verzorgings- en verpleeghuizen, het signaleren en beheersen van clusters (brandhaarden) en ondersteuning van de COVID-19 teams (testen en bron en contactonderzoek). Daarnaast is zo veel mogelijk het reguliere werk weer opgepakt. Het team IZB heeft zich ingezet op het verhogen van de influenza vaccinatiegraad in de zorg en reguliere doelgroepen, met extra aandacht voor de mantelzorgers.
Dit omdat deze laatste groep een groep is, die bij uitval door COVID-19 de kwetsbaren benadeeld en tevens een risico voor besmetting vormt vanwege de contacten met de kwetsbaren. Deze extra actie is in 2020 ingezet als gevolg van COVID-19 en als preventiemaatregel om de druk op de zorgcontinuïteit voor COVID-19 te verminderen. In cijfers
-
600 extra medewerkers COVID-19 7 testlocaties 4 vaccinatielocaties Meer dan 250.000 uitgevoerde testen
Bladzijde 35
Jaarverantwoording 2020 sociaal domein Borsele
5. ACTIEPLAN SOCIAAL DOMEIN 2020-2023 Zoals uitgebreid beschreven in deze jaarverantwoording sociaal domein, hebben wij over diverse actiepunten gerapporteerd die onderdeel zijn van de reguliere IV3-codes. Niet alle actiepunten zijn echter onder deze IV3-verantwoording te scharen. Ook zijn er veel inhoudelijke actiepunten op uitvoeringsniveau. Daarom in dit hoofdstuk een kort overzicht van alle actiepunten die in 2020 zijn gestart. Waar mogelijk verwijzen we ook naar andere hoofdstukken in deze verantwoording. Door de COVID-19-crisis liep de planning voor uitvoering van het actieplan sociaal domein vertraging op. De actiepunten vragen om inspanningen van zowel de beleids- als uitvoeringsmedewerkers.
Ontschotting sociaal domein Actiepunt 1: Integrale toegang tot zorg (digitaal) Stand van zaken | December 2020 heeft team Communicatie de nieuwe gewenste structuur op de huidige website geplaatst. Hierdoor is de vindbaarheid van informatie rondom Zorg en Hulp verbeterd en is het duidelijker voor inwoners waar ze terecht kunnen met hun hulpvraag. Het aanvullen van actuele informatie is een continu proces. Wat betreft de toevoeging van informatie over bestaande regelingen (o.a. armoede en schulphulpverlening) op onze eigen website: zie actiepunt 27. Met team Communicatie werken we samen om de digitale toegang tot zorg op de nieuwe website te verbeteren. De nieuwe website wordt in 2021 opgeleverd.
Actiepunt 2: Integraal beleid en verbinding tussen de domeinen Stand van zaken | Dit actiepunt loopt als een rode draad door de jaarverantwoording sociaal domein. Er wordt steeds meer samengewerkt tussen de verschillende beleidsdomeinen, GR de Bevelanden afdeling WIZ en andere samenwerkingspartners. We nemen op zowel uitvoerend als beleidsniveau actief deel aan bijeenkomsten van de werkgroep Friskijkers (Goes, Noord-Beveland, Borsele, GR de Bevelanden). Deze werkgroep werkt aan de bevordering van integraal werken en maatwerk. Vanuit de Toegang Goes en GR-medewerkers wordt een pilot gestart waarin geoefend wordt met integrale intake/vaste klantmanager in complexe casuïstiek. Het dossieronderzoek hiervan is inmiddels afgerond. Als Borsele hebben we inbreng geleverd op het uitvoeringsplan. We verwachten dat de pilot in 2021 van start gaat. De pilot biedt diverse kansen, zoals meer maatwerk, samenwerking, kostenbesparing en efficiëntere, effectievere en meer klantgerichte dienstverlening. Onze doorontwikkeling van de toegang biedt kansen om het integraal werken en ‘kijken’ meteen in te bedden. We gaan kijken hoe we de uitkomsten van deze pilot kunnen vertalen naar Borsele. Diverse ontwikkelingen ondersteunen de voortgang van de pilot, bijvoorbeeld de herinrichtingsplannen van WIZ.
Vanuit de GR is het de bedoeling dat er weer gebiedsgericht gewerkt gaat worden en dat er klantmanagers aan gemeenten gekoppeld gaan worden als eerste contactpersoon. Zodra het weer kan, zouden zij regelmatig fysiek in het gemeentehuis kunnen werken.