CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Ontwerpbestemmingsplan Toelichting en Regels

Besluitvormende raadsvergadering 2 maart 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met het bestemmingsplan “Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022” (portefeuille wethouder Witkam)25.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie

De voorkeursgrenswaarde wordt op meerdere punten ten gevolge van het industrielawaai overschreden. De gemeente heeft echter in overleg met de RUD Zeeland vernomen, dat er geen procedure voor hogere grenswaarde doorlopen hoeft te worden, nu deze hogere waarde van rechtswege bij vaststelling van de geluidszone indertijd reeds is verleend. Daarnaast dient de bescherming van een gevel voor nieuwbouw, conform het Bouwbesluit artikel 3.2, minimaal 20 dB te bedragen, zodat uitgaande van de in onderhavig onderzoek berekende geluidniveaus te allen tijde het binnenniveau gerespecteerd wordt en daarmee een goed verblijfsklimaat in de nieuw te realiseren school en kinderdagverblijf wordt gewaarborgd. Derhalve staat het aspect geluid de ontwikkeling niet in de weg.

28

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

4.2

Bodemverontreiniging

4.2.1

Wettelijk kader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. 4.2.2

Onderzoek

Ofschoon de functie van de gronden waar de nieuwbouw wordt gepleegd niet wijzigt, is er door SMA een verkennend en afperkend bodem-, alsmede asbestonderzoek voor dit bestemmingsplan uitgevoerd (28 oktober 2020, zie Bijlage 4). De doelstelling van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de aanwezige erfverharding. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op de locatie. In het onderzoek wordt kort samengevat het navolgende geconcludeerd:  De bovengrond ten noorden van de kerk ter hoogte van Havenweg 6 bevat interventiewaardeoverschrijdingen voor PAK10. De omvang van deze verontreiniging is nog niet volledig bekend, maar sprake is van minimaal 25 m3 grond met gehalten PAK10 boven de interventiewaarde;  In de bovengrond op het overig terreindeel zijn verhoogde gehalten met combinaties van metalen, minerale olie, PAK10, PCB7 en OCB aanwezig. De interventiewaarden worden hierbij niet overschreden. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetroffen;  In eerder bodemonderzoek zijn op de percelen aan de Havenweg verhoogde gehalten aan oliegerelateerde stoffen aangetoond.

De hierboven genoemde verontreiniging met PAK10 wordt niet gerelateerd aan eventuele olieverontreinigingen op deze aangrenzende percelen. In de ondergrond rond de grondwaterstand zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetroffen. Omdat ook in het grondwater grenzend aan het voor minerale olie meest verdachte perceel aan de Havenweg geen streefwaarde-overschrijdingen voor olieproducten zijn aangetroffen, wordt geconcludeerd dat eventuele olieverontreinigingen aan de Havenweg geen invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie;  In de grond is een beperkte hoeveelheid asbest aanwezig. Het gewogen gehalte ligt beneden de halve grenswaarde van 50 mg/kg.ds, waardoor aanvullend asbestonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Uit het onderzoek wordt daarmee geconcludeerd, dat in het noordelijke deel van het plangebied meer dan 25 m³ grond aanwezig is met gehalten PAK10 boven de

29

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

interventiewaarde. De verontreiniging is ontstaan vóór 1987. Daarmee is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal nog niet volledig afgeperkt. Indien (graaf)werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zullen deze werkzaamheden moeten worden gecombineerd met afperkend onderzoek en saneringsmaatregelen. Hiertoe moet een saneringsplan worden opgesteld dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeeland namens de provincie Zeeland) dient te worden goedgekeurd. De op het overig terrein van de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de bovengrond geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Graafwerkzaamheden mogen dus pas uitgevoerd worden ná een melding aan het bevoegd gezag Wbb. Een sanering kan bestaan uit verwijdering, isolatie (door bebouwing of verharding), dan wel een combinatie van beide. Afhankelijk van de grondwerkzaamheden en eisen dient (lokaal) nog een nadere inkadering plaats te vinden. Indien wordt besloten dat er voor het realiseren van de nieuwbouw grond moet worden ontgraven is in overleg met het bevoegd gezag besloten, de sanering van de verontreiniging hierin mee te nemen. De verontreiniging wordt dan onder milieukundige begeleiding gesaneerd.

Daarnaast dient bij eventuele (graaf)werkzaamheden op het terrein rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de ondergrondse hbo-tank aan de straatkant bij de basisschool. Daarnaast kunnen er mogelijk nog een drietal septic tanks liggen rondom het schoolgebouw. Ook is bekend data er asbestcement is gebruikt in de buisriolering. Deze objecten zullen gelijktijdig met het overig grondwerk worden verwijderd. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere – maar niet uitsluitend – de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota's bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit worden bepaald. 4.2.3

Conclusie

Met inachtneming van de conclusies uit de onderzoeken vormt het aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor het project. 4.3

Flora en Fauna

4.3.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen wettelijk beschermde dieren en plantensoorten in hun algemeenheid (soortbescherming) of wettelijk beschermde gebieden (gebiedsbescherming) in het geding zijn. Om de natuurwaarden van de projectlocatie te kunnen beoordelen moet er getoetst worden aan wat beschreven staat in de Wet natuurbescherming. Daarnaast is het beleid aangaande het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Gebieden die deel uitmaken van het NNN worden aangewezen in de provinciale verordening.

30

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken en Klimaat wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudings-doelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudings-doelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNZ) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod.

31

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming provincie Zeeland In de provincie Zeeland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en het voor op of in de bodem brengen van meststoffen.

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. 4.3.2

Onderzoek

Soortenmanagementplan De gemeente Borsele heeft in overleg en samenwerking met de provincie Zeeland voor de kern Nieuwdorp een pilot Soortenmanagementplan opgesteld (Bijlage 5). Het Soortenmanagementplan is een plan van de gemeente waarin zij aangeeft hoe in de kern Nieuwdorp en voorgenomen ontwikkelingen wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten. Dit betreft niet alleen de beschermde, maar ook aandachtsoorten, d.w.z. bescherming en behoud van niet 'strikt' beschermde soorten. Daarnaast dient het Soortenmanagementplan als leidraad voor de omgang van beschermde soorten en aandachtsoorten in het bijzonder. Het doel is om het kader aan te geven waarbinnen een duurzaam voortbestaan van planten- en diersoorten in de dorpskern Nieuwdorp zo veel als mogelijk is gegarandeerd en waarbij tegelijkertijd economische ontwikkelingen niet geremd worden. Door het soortenmanagementplan worden risico's weggenomen en tegelijk kansen benut voor beschermde soorten en aandachtsoorten. Teneinde dit te bereiken wordt in het Soortenmanagementplan aangegeven, op welke wijze aan de wettelijke zorgplicht kan worden voldaan en hoe de duurzame staat van instandhouding van soorten in de dorpskern van Nieuwdorp gegarandeerd kan worden.

Dit betekent onder meer dat de voortdurende aanwezigheid van voldoende leefgebieden voor soorten in dit gebied wordt bewaakt en dat afspraken zijn gemaakt over mitigerende maatregelen, terreinbeheer, en gebruik wordt gemaakt van werkprotocollen en monitoring. Ook wordt beschreven hoe het borgen van de kwaliteit en uitvoering van maatregelen is geregeld, naast onderhavig plangebied, óók voor andere initiatieven in de dorpskern.

32

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Op basis van het Soortenmanagementplan wordt vervolgens een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wnb verkregen. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. De gebiedsontheffing, waar onderhavig plangebied deel uitmaakt, is bij de provincie aangevraagd en verleend (Bijlage 6). Door uitvoering van het Soortenmanagementplan wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. Zowel voor de ontwikkel- als de eindfase is in het Soortenmanagementplan de ambitie en de integrale aanpak aangegeven om te komen tot een duurzame instandhouding van op dit moment in de kern van Nieuwdorp voorkomende beschermde dieren plantensoorten. Voor alle nieuw te ontwikkelen gebieden geldt een in Soortenmanagementplan vastgelegd ambitieniveau. Dit betreft onder meer het zogenaamde 'natuur inclusief bouwen'; geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen en richt zich in eerste instantie op de gebouw gebonden soorten: gewone vleermuis, huismus en gierzwaluw. Op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd.

Met de uiteindelijke ontwikkelaars in het plangebied worden afspraken gemaakt over het toepassen van geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen en de gebiedseigen groene omgevingsmaatregelen voor een duurzame vestiging van de genoemde dier- en plantsoorten. De toepassing hiervan wordt privaatrechtelijk vastgelegd en meegenomen bij de omgevingsvergunningen. Onderzoek naar urbane en overige soorten Op diverse momenten heeft Buijs Eco Consult veldbezoeken afgelegd en de tussentijdse resultaten in opeenvolgende rapportages, waaronder een nader onderzoek, vastgelegd. Het nadere onderzoek is als (Bijlage 7) aan deze toelichting gehecht. Vervolgens zijn de ambities alsmede mitigerende en compenserende maatregelen voor de kern Nieuwdorp, waaronder onderhavig plangebied, in het Soortenmanagementplan vastgelegd. Concreet betekent dit, dat de gemeente Borsele daarmee alle gebiedsgerichte, mitigerende en compenserende maatregelen heeft getroffen c.q. zal (laten) treffen, teneinde tijdens en na de uitvoering van ruimtelijke ingrepen de duurzame instandhouding te kunnen waarborgen. Deze maatregelen zijn immers een randvoorwaarde voor het verkrijgen van de benodigde gebiedsontheffing.

33

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

De concrete maatregelen voor onderhavig plangebied luiden als volgt:

Figuur 6 Uitsnede Soortenmanagementplan, maatregelen deelgebied MFA Conclusie In en de directe omgeving van het plangebied zijn diverse beschermde soorten aangetroffen. Dit betreffen diverse soorten vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Voor deze beschermde soorten is een gebiedsgerichte ontheffing aangevraagd op basis van het Soortenmanagementplan, welke reeds is verleend. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient volgens dit plan, het werkprotocol en voorschriften uit de ontheffing gehandeld te worden. De beschermde alsmede aandachtsoorten worden voorts door de gemeente Borsele gemonitord en voor de start van de uitvoering wordt er een inspectie uitgevoerd. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling van overtreding van verbodsbepalingen of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Wel dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene zoogdieren en amfibieën.

34

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Tot slot dient bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. Dit kan door (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Bescherming gebieden In de directe omgeving is geen Natura2000 gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied betreft De Westerschelde&Saeftinghe op circa 3,5 kilometer afstand. Gezien de afstand is er geen sprake van verstorende effecten als lichthinder of geluidhinder. Het enige mogelijke effect betreft stikstofdepositie. De Westerschelde is stikstofgevoelig. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de vernieuwde Aeriuscalculator (d.d. 13 januari 2022) is derhalve voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan het Natura 2000- gebied berekend. In Bijlage 8 is deze berekening opgenomen. Op basis van de Aerius-berekening kan worden geconcludeerd, dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.

Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied. Er is geen vergunning op grond van de Wnb nodig en er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. 4.3.3

Conclusie

Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied zijn op voorhand uit te sluiten. Ook negatieve effecten op de doelstellingen van de Wnb zijn uitgesloten, mits met de maatregelen uit het Soortenmanagementplan in de planning en uitvoering van werkzaamheden rekening wordt gehouden. 4.4

Cultuurhistorische Hoofd Structuur

4.4.1

Wettelijk kader

Per 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is de Bro per 1 januari 2012 (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. Voor een herziening van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.4.2

Onderzoek

Op de kaart van de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) voor Zeeland is noch de kerk, noch de pastorie als cultuurhistorisch waardevol aangewezen. Dit laat onverlet dat de kerk en pastorie cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen vanwege hun markante verschijningsvorm; ze zijn daarmee herkenbaar en beeldbepalend voor de kern van Nieuwdorp. Uitgangspunt is bij de planontwikkeling dat beide objecten dan ook zoveel mogelijk behouden blijven.

35

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

4.4.3

Conclusie

Cultuurhistorisch gezien sluit de voorgenomen ontwikkeling aan bij het waardevolle, historische karakter van kern. Er wordt dan ook, zij het middels (grotendeels) interne verbouwingen, een versterking van het cultuurhistorische beeld en gebruikswaarde, voor zowel nu als in de toekomst, beoogd. 4.5

Archeologie

4.5.1

Wettelijk kader

Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Wamz behelzen o.a. het integreren van archeologie in de RO-procedures (zoals vergunningen en projectbesluiten) en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen (art. 38 en 41 Wamz). Met een goede archeologisch-wetenschappelijke motivatie en onderbouwing kunnen gemeenten ervoor kiezen niet al het aanwezige archeologisch erfgoed onder alle omstandigheden te beschermen: gemeenten kunnen een eigen vrijstellingsbeleid vaststellen en gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid. De gemeente Borsele beschikt over een eigen beleidskader voor archeologie. Het archeologiebeleid bestaat uit twee delen; deel A 'beleidsnota archeologie' en deel B 'archeologische beleidskaart'. Er wordt een onderscheid gemaakt in 8 categorieën waaraan archeologische waarden zijn gekoppeld:  Categorie 1: Wettelijk beschermd monument waarbij altijd een monumentenvergunning.  Categorie 2: Terrein met archeologische waarde waarbij met een oppervlak minder dan 50 m2 geen onderzoeksplicht geldt.

 Categorie 3: Stads- en dorpskernen van specifieke archeologische verwachting waarbij met een oppervlak minder dan 50 m2 geen onderzoeksplicht geldt.  Categorie 4: Hoge verwachting voor archeologische vondsten waarbij met een oppervlak minder dan 250 m2 geen onderzoeksplicht geldt.  Categorie 5: Gematigde verwachtingwaarde voor archeologische vondsten waarbij met een oppervlak minder dan 500 m2 geen onderzoeksplicht geldt.  Categorie 6: Lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten waarbij met een oppervlak minder dan 2.500 m2 geen onderzoeksplicht geldt.  Categorie 7: Verwachte maritieme waarde waarbij overleg met Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verplicht is.  Categorie 8: Geen verwachtingswaarde voor archeologische vondsten. Voor alle categorieën, met uitzondering van categorie 1, geldt een vrijstellingsdiepte van 40 cm. Bij de vaststelling van het archeologiebeleid is afgesproken dat het beleid na een periode van vijf jaar zou worden geëvalueerd. Eind 2016 is een evaluatierapport gereedgekomen. De gemeenteraad heeft op 6 april 2017 ingestemd met het doorvoeren van de adviezen en aanbevelingen uit deze rapportage in bestemmingsplannen of omgevingsplan. Het betreft de volgende adviezen en aanbevelingen:  De tijdens de evaluatie vervaardigde kaart(laag) met uitgevoerde onderzoeken en geclassificeerde adviezen dient vervolledigd te worden.

Op deze manier kan voorkomen worden dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd waar dat al eerder heeft plaatsgevonden en daarmee onnodig vertraging in de vergunningverlening veroorzaakt.

36

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

 

Deze kaart dient met regelmaat (jaarlijks) bijgewerkt te worden. Uit de evaluatie is gebleken dat er zeer weinig onderzoek wordt uitgevoerd in categorie 6 (lage verwachting/vrijstelling tot 2.500 m2), vanwege het grote oppervlakte en dat het uitgevoerde onderzoek nooit heeft geleid tot vervolgonderzoek. Gebieden die vallen binnen categorie 6 worden daarom van archeologisch onderzoek vrijgesteld, door hier geen beschermende maatregelen meer voor op te nemen in bestemmingsplannen of omgevingsplan. De onderzoeksthema's en aanvullende criteria dienen samen met de nationale en provinciale onderzoeksagenda's te worden gehanteerd als leidraad bij het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Op deze wijze wordt informatie rondom enkele aspecten van de bewoning en het gebruik van het onderzoeksgebied meer structureel verzameld, wat zal leiden tot vergroting en verdieping van de huidige kennis over bewoning en gebruik van het grondgebied van de gemeente. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor al hun archeologisch erfgoed. Sinds 1 juli 2016 heeft de RCE haar taken hierin afgestoten. Daarom worden in bestemmingsplannen of omgevingsplan regels opgenomen ter bescherming van de gebieden beneden de laagwaterlijn, die tot nu nog geen maatregelencategorie kennen, door het van toepassing verklaren van categorie 7. Voorheen moest voor deze categorie altijd overlegd worden met de RCE.

Bij toekomstig onderzoek dient gebruik te worden gemaakt van (de kennis van) het Bevrijdingsmuseum Zeeland over het aantreffen van militaria en ander vondstmateriaal dat te relateren is aan de periode van de Tweede Wereldoorlog.

4.5.2

Onderzoek

Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is het plangebied aangemerkt met een lage verwachting dan wel categorie 6. Gelet op de evaluatie van het archeologische beleid wordt voor categorie 6 in overweging gegeven deze gronden vrij te stellen van archeologisch onderzoek. Gelet hierop is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 4.5.3

Conclusie

Het aspect archeologie staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 4.6

Water

4.6.1

Wettelijk kader

Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Bro is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht geworden. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening

37

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Waterbeleid 21e eeuw (Rijksbeleid) Het afgelopen decennium heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft een omslag in het denken over water en het waterbeleid veroorzaakt. In het aangepaste beleid zijn het rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten overeengekomen dat:  het water zoveel mogelijk moet worden vastgehouden, daarna moet worden geborgen en daarna pas afgevoerd mag worden;  voor ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets uitgevoerd moet worden. In de watertoets moeten de keuzes ten aanzien van waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschreven worden. Beleid Waterschap Scheldestromen Het provinciaal beleid van de provincie Zeeland is vastgelegd in de Zeeuwse omgevingsvisie, de Waterverordening en de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Het operationele waterbeheer van de Zeeuwse (binnendijkse) regionale wateren is in handen van het Waterschap Scheldestromen. In het waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen kort beschreven. De uitwerking vindt plaats in de desbetreffende Beleidsnota's. Doel van het waterbeheer is het bereiken en in stand houden van een goede toestand van dit oppervlaktewater. Zowel wat de waterkwaliteit betreft als de waterkwantiteit.

In het waterbeheerplan wordt aangegeven met welke maatregelen en tegen welke prijs het waterschap dit doel wil bereiken. In 2012 heeft het Waterschap Scheldestromen de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen vastgesteld. Het waterschap richt zich op het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het oppervlaktewater wordt niet los gezien van het grondwater. Gemeentelijk rioleringsplan, GRP4, Borsele 2012-2017 Het vierde GRP is op 5 april 2012 vastgesteld en heeft als hoofddoel: het continueren van de hoofddoelen van de eerdere gemeentelijke rioleringsplannen zoals het bereiken van een goede waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Het rioleringssysteem moet tegen zo laag mogelijke kosten klimaatbestendig gemaakt worden waarbij ernaar gestreefd wordt om waterschade te allen tijde te voorkomen. Het hoofddoel is uitgewerkt in vier subdoelen:  doelmatige inzameling en transport van afvalwater;  voorkomen van waterhinder, overlast of schade en vasthouden van water;  voorkomen van grondwateroverlast;  schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem.

Stedelijk waterplan Borsele 2016-2022 In het waterplan staan normen genoemd ten aanzien van de waterkwaliteit, waterkwantiteit, voorkomen van grondwateroverlast, afkoppelen van regenwater, beheer en onderhoud van stedelijk oppervlaktewater, ruimtelijke ordening en de inrichting van openbaar water. Het nieuwe waterplan besteed extra aandacht aan de klimaatverandering met name aan extreme en langdurige buien en rioolvreemd water. Rioolvreemd water is regenwater en grondwater wat ten onrechte op de riolering en niet op het oppervlaktewater geloosd wordt. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het waterplan Borsele.

38

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

4.6.2

Onderzoek

Voor de watertoets is door het waterschap Scheldestromen een watertoetstabel beschikbaar gesteld. De tabel is hieronder opgenomen. De ontwikkeling is getoetst aan de daarin opgenomen waterthema's en water(beheer)doelstellingen. Onderstaande tabel geeft de onderbouwing voor de verschillende wateraspecten in een ruimtelijk plan. Overleg met het waterschap Scheldestromen heeft tijdens het planproces plaatsgevonden en de onderstaande tabel is ter beoordeling voorgelegd. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen De ontwikkeling is niet op of in de nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met waterkering gelegen. de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater In de nieuwe situatie zal de totale verharding met circa Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen 350 m² afnemen, zodat geen water compenserende en afvoeren van water. maatregelen getroffen dienen te worden. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het afgekoppelde regenwater van daken en Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en verhardingen is relatief schoon. Het te gebruiken van de (gemeentelijke) rioleringen. materiaal van de afvoerleidingen moet voldoen aan Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband het bouwbesluit. Het hemelwater wordt met afgekoppeld/aangesloten op het bestaande riool. Er de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de transportsysteem en het beperken van overstorten. waterkwaliteit.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het afgekoppelde regenwater van daken en Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en verhardingen is relatief schoon. Het te gebruiken van de (gemeentelijke) rioleringen. materiaal van de afvoerleidingen moet voldoen aan Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband het bouwbesluit. Het hemelwater wordt met afgekoppeld/aangesloten op het bestaande riool. Er de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de transportsysteem en het beperken van overstorten. waterkwaliteit. Grondwaterkwantiteit en verdroging Grondwateroverlast of onttrekking van grondwater is Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. niet aan de orde. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit De kwaliteit van het grondwater wijzigt niet. Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Het peilregiem van het plangebied is afgestemd op Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. bebouwd gebied. Er is geen sprake van een Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. peilverlaging en/of bodemdaling. Derhalve is deze Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

problematiek niet aan de orde. Er wordt geen grondwater onttrokken en hemelwater wordt zoveel als mogelijk naar het omliggende oppervlaktewater teruggevoerd. Bodemdaling wordt dan ook niet verwacht. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Het oppervlaktewater zal niet in kwaliteit achteruitgaan. Volksgezondheid De ontwikkeling heeft geen invloed op de water Minimaliseren risicowater gerelateerde ziekten en plagen. gerelateerde volksgezondheid. Dit aspect is dan ook Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de niet van toepassing. daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling

Bodemdaling is niet aan de orde.

39

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zetting gevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur De ontwikkeling bevindt zich niet in of nabij natte Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuur, zodat daarvoor geen negatieve effecten zijn te natuurlijk verwachten. karakteristieke aquatische natuur. Op het terrein is een diversiteit aan bomen en struiken aanwezig. De bestaande beplanting zal zo veel als mogelijk gehandhaafd blijven. De bestaande beplanting past uitstekend bij het beoogde eindgebruik. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en (hout)beplanting.

Er bevinden zich in het plangebied geen waterlopen. opgaande

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Er zijn geen objecten van de waterbeheerder aanwezig.

Wegen in beheer bij het waterschap Dit aspect is hier niet aan de orde. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over Ja door het verruimen van de gebruiksmogelijkheden waterschapswegen? zal het aantal de verkeersbewegingen toenemen. Hierbij overwegen wij dat bepaalde functies niet * na realisatie: verkeersaantrekkende werking gelijktijdig zullen plaatsvinden en het verkeer, zowel Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? het gemotoriseerde als langzaam verkeer, over de bestaande infrastructuur kan worden ontsloten. De * na realisatie: bereikbaarheid toename van het verkeer zal voor de nabije omgeving Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw daarmee niet tot onevenredige overlast leiden. Er plankunnen bereiken. zullen dus geen wegen worden aangelegd of Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? civielkundig worden aangepast. * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen

Parkeren vindt gedeeltelijk op eigen terrein en verder aan de overzijde van de Prinses Irenestraat, aan de Prinses Beatrixstraat en op het bestaande parkeerterrein gelegen ten oosten van het plangebied op het Oranjeplein, plaats.

Wegen in beheer bij het waterschap Dit aspect is hier niet aan de orde. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over Ja door het verruimen van de gebruiksmogelijkheden waterschapswegen? zal het aantal de verkeersbewegingen toenemen. Hierbij overwegen wij dat bepaalde functies niet * na realisatie: verkeersaantrekkende werking gelijktijdig zullen plaatsvinden en het verkeer, zowel Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? het gemotoriseerde als langzaam verkeer, over de bestaande infrastructuur kan worden ontsloten. De * na realisatie: bereikbaarheid toename van het verkeer zal voor de nabije omgeving Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw daarmee niet tot onevenredige overlast leiden. Er plankunnen bereiken. zullen dus geen wegen worden aangelegd of Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? civielkundig worden aangepast. * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen

Parkeren vindt gedeeltelijk op eigen terrein en verder aan de overzijde van de Prinses Irenestraat, aan de Prinses Beatrixstraat en op het bestaande parkeerterrein gelegen ten oosten van het plangebied op het Oranjeplein, plaats.

40

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

4.6.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van water. Het aspect water staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg. De vaststelling van het bestemmingsplan heeft nauwelijks tot geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied. 4.7

Milieuhinder

4.7.1

Wettelijk kader

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure 'Bedrijven en milieuzonering 2009' (uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG)) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. In de brochure zijn (indicatieve) richtafstanden opgenomen. De richtafstanden worden gemeten vanaf de grens van de inrichting tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige functie. Daarbij kan worden uitgegaan van uitwaartse zonering of inwaartse zonering. Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd.

Dit kan tot gevolg hebben dat bij de realisatie van bijvoorbeeld een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. De richtafstanden gelden in beginsel tot het omgevingstype van een rustige woonwijk (of rustig buitengebied). De richtafstanden gelden daarbij voor nieuwe situaties en dus in beginsel niet voor bestaande - reeds juridisch-planologisch vastgestelde - situaties. Tevens gelden de richtafstanden niet voor gevallen waarin een bedrijfswoning onderdeel uitmaakt van de inrichting. Voor een inrichting van derden gelden de richtafstanden wel. Bij gemengd gebied, dat wil zeggen gebieden met gemengde functies of grootschalige infrastructuur, gelden

41

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

gereduceerde richtafstanden omdat al sprake is van een zekere verstoring ten opzichte van een rustige woonwijk. Horeca Onderhavige plan bestaat onder meer uit de sloop en nieuwbouw de school met schoolplein en gymzaal, waarbij in de kerk, naast religieuze bijeenkomsten tevens een buurthuis met ondergeschikte zelfstandige horeca (brasserie, café, terrassen) én het houden van feesten en partijen wordt toegestaan. Verder worden er twee terrassen gerealiseerd; een noordelijk en een oostelijk gelegen terras. Voor deze horeca-activiteiten is in de VNG-brochure de categorie maaltijd – drankenverstrekking (SBI-code 55) van belang. Een cafetaria, café en (snack-)bar zijn daarin onder meer specifiek in opgenomen. Dansgelegenheden en zalenverhuur (waaronder het houden van feesten en partijen) vallen onder muziekcafés. Hierbij is livemuziek aanwezig. Uit onderstaande tabel blijkt dat een richtafstand van maximale 30 meter voor het aspect geluid bepalend is om te kunnen spreken van een voldoende woon- en leefklimaat.

Omgevingstype De accommodatie ligt in het centrum van het dorp Nieuwdorp behorende bij de gemeente Borsele. Het omgevingstype waarbinnen de inrichting zich bevindt wordt geclassificeerd als een rustige woonwijk. Er is in onderhavige situatie weliswaar sprake van enige functiemenging (direct naast het wonen komen zeer beperkt andere functies voor), maar deze andere functies zijn niet zodanig ruim en divers vertegenwoordigd dat gesteld kan worden dat hier sprake is van een gemengd gebied. Dit betekent dat een richtafstand van de 30 meter geldt en dat de richtafstand niet met één stap kan worden verkleind. Aan deze richtafstand kan voorts niet kan worden voldaan, daar binnen deze afstand woningen en daarmee gevoelige objecten zijn gelegen. Nader akoestisch onderzoek is derhalve vereist. 4.7.2

Onderzoek

Door adviesbureau Greten is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de externe geluidsbelasting op de directe omgeving van de relevante bedrijfsmatige activiteiten. Dit onderzoek is als Bijlage 9 (Greten Raadgevende ingenieurs, 19 april 2022) aan onderhavige toelichting gehecht). In deze paragraaf zijn de bevindingen verwerkt.

42

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) Aan het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) wordt voor twee immissiepunten voor de dagperiode niet voldaan aan het toetsingskader conform stap 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering voor een rustig woongebied, indien de maatregelen zoals aangegeven in de rapportage worden getroffen (hoofdstuk 7). Dit betreft de gesaneerde situatie. De overschrijding in de gesaneerde situatie van 1 dB(A) wordt veroorzaakt door de laad- en losactiviteiten in de Prinses Irenestraat. Echter, de overschrijdingen in de dagperiode ten gevolge van de laad- en losactiviteiten worden gezien de beperkte duur/ frequentie acceptabel geacht. Daarnaast worden akoestische maatregelen, zoals het plaatsen van geluidschermen stedenbouwkundig niet inpasbaar geacht en staan deze in financieel opzicht niet in verhouding tot de overschrijding. Indien voorts van alleen de geluidsuitstraling van de kerk en de centrale hal in de gesaneerde situatie wordt uitgegaan, blijkt deze 5 dB(A) lager te zijn dan het toetsingskader conform stap 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering voor een rustige woonwijk. Het muziekgeluid zal in de gesaneerde situatie niet hoorbaar zijn ter plaatse van de gevels van de woningen in de directe omgeving daarvan.

Maximale geluiddrukniveaus (LA,max) Terrassen Aan de berekende maximale geluiddrukniveaus (LA,max) ten gevolge van het roepen met luide stem op de terrassen wordt voor alle immissiepunten en voor alle/ de onderzochte etmaalperiode(n) aan het toetsingskader conform stap 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering voor een rustig woongebied voldaan. Speelplein Daarentegen wordt voor meerdere immissiepunten in de dagperiode ten gevolge van schreeuwende kinderen op het speelplein niet aan de normstelling conform stap 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering voor een rustige woonwijk voldaan De overschrijding bedraagt maximaal 23 dB(A) ter plaatse van de zijgevel van de Prinses Beatrixstraat 10. Deze overschrijdingen worden echter acceptabel geacht, gezien het feit dat in het huidige gebied reeds sprake is van een basisschool met schoolplein. Daarnaast zijn akoestische maatregelen zoals het plaatsen van geluidschermen stedenbouwkundig alsmede moeilijk inpasbaar. Laden en lossen Tot slot voldoet ook het laden en lossen op meerdere immissiepunten in de dagperiode niet aan de normstelling conform stap 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering voor rustig woongebied. De overschrijding bedraagt maximaal 17 dB(A).

Voor deze overschrijdingen heeft dezelfde redenatie als voor het sluiten van de portieren te gelden; gezien de beperkte duur/ frequentie worden deze activiteiten acceptabel geacht. Daarnaast zijn akoestische maatregelen zoals het plaatsen van geluidschermen stedenbouwkundig eveneens niet inpasbaar, noch haalbaar en gewenst. Indirecte hinder/ verkeersaantrekkende werking De normstelling voor de indirecte geluidhinder/ verkeersaantrekkende behorende bij stap 2 van de handreiking voor gemengd gebied voor een aantal immissiepunten wordt overschreden. Voor de maatgevende avondperiode bedraagt de overschrijding maximaal 3 dB(A) en voor de nachtperiode maximaal 2 dB(A). De berekende overschrijdingen worden veroorzaakt door de het rijden met lichte motorvoertuigen (bezoekende en vertrekkende gasten).

43

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

In aansluiting op het Activiteitenbesluit wordt voor de verblijfsruimten van de woningen in de omgeving een maximaal binnenniveau van 30 dB(A) in de maatgevende avondperiode aangehouden. Voor onderhavige situatie dient de geluidwering derhalve minimaal 48 – 30 = 18 dB(A) te bedragen voor de diverse woningen aan de Prinses Beatrixstraat en de Prinses Irenestraat. Een dergelijke geluidwering wordt bij bestaande (ook oudere) woningen doorgaans gehaald. Aanvullende akoestische maatregelen met betrekking tot de geluidbelasting vanwege de indirecte geluidhinder worden derhalve niet noodzakelijk geacht. Van belang is in deze bij bovenstaande bevindingen te overwegen, dat in de huidige situatie zowel feitelijk als planologisch reeds de oprichting van een school met bijbehorende voorzieningen als een speelplein mogelijk is. In dit geval is in het plangebied de onderwijsfunctie feitelijk al aanwezig en wordt deze reeds geruime tijd gepraktiseerd. Ofschoon deze functie nu worden geborgd en wordt uitgebreid is geen sprake van een volstrekt nieuwe situatie. Immers niet is uitgesloten, dat de in de huidige situatie geconstateerde geluidsbelasting inherent aan de onderwijsfunctie reeds zodanig is, dat indien daarvan overlast zou worden ondervonden, de maximale geluidsniveaus een eventueel te hanteren grenswaarde eveneens zou overschrijden.

Aannemelijk is derhalve dat de toekomstige planologische met betrekking tot de onderwijsfunctie daarin niet in significante mate verschilt van de huidige situatie. Verder is in de regels behorende bij dit bestemmingsplan de voorwaarde gesteld, dat het maximaal toelaatbare binnenniveau voor zowel de kerk (feesten en partijen) als het buurthuis (centrale hal) beperkt dient te blijven. Bovendien geldt voor deze inrichting en haar reguliere bedrijfsvoering een meldingsplicht in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en zal het moeten voldoen aan de in dit besluit vastgelegde norm voor toelaatbaar geluidsniveau. Daarnaast is in geval van evenementen altijd sprake van een vergunningplicht en worden normaliter omwonenden geïnformeerd. Omwonenden kunnen zich dan instellen op de periode dat het geluid wordt waargenomen en weten dan ook wanneer en hoe laat het evenement is afgelopen. In een evenementenvergunning kunnen nadere voorschriften ten aanzien van (geluid)hinder worden opgenomen. 4.7.3

Conclusie

Rekening houdende met bovenstaande overwegingen en de te treffen geluidreducerende maatregelen is ter plaatse van de omliggende woningen sprake van een acceptabele geluidsbelasting en aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Wettelijk kader

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.

44

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Bij de verantwoording moet de gemeente of provincie onder andere de zelfredzaamheid van de bevolking en de mogelijkheden voor hulpverlening meewegen. Zij moet hierover advies vragen bij de regionale brandweer. In Zeeland wordt aan deze adviestaak invulling gegeven door de Veiligheidsregio Zeeland. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting.

De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. 4.8.2

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. 4.8.3

Onderzoek

In het plangebied zelf zijn geen inrichtingen aanwezig die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. In de omgeving van het plangebied zijn wel enkele risicobronnen aanwezig en is de risicokaart geraadpleegd.

45

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Figuur 7 Uitsnede risicokaart, blauwe pijl geeft indicatief ligging plangebied aan Inrichtingen Op het zeehaven- en industrieterrein Vlissingen-Oost (Sloegebied) zijn ongeveer twintig Beviinrichtingen gevestigd met een bijbehorende PR-contour 10-6. Vanuit het oogpunt van verdere ontwikkeling van het Sloegebied als zeehavenindustriegebied met ruimte voor risicovolle activiteiten is voor dit gebied een veiligheidscontour vastgesteld. Een veiligheidscontour geeft de grens aan tot waar de PR-contour PR 10-6 contour jaar van de risicovolle bedrijven mag reiken. De essentie van een veiligheidscontour rondom het Sloegebied is dat binnen de veiligheidscontour ruimte wordt gereserveerd voor de uitbreiding van risicovolle activiteiten, terwijl buiten de veiligheidscontour ruimte beschikbaar is voor bestaande, geplande en nieuwe (kwetsbare) objecten, zoals bijvoorbeeld woningen, de realisatie van kantoren en winkels. Op deze manier kan voorkomen worden dat ruimtelijke initiatieven onbedoeld doorkruist worden door bedrijfsuitbreidingen en/of vestigingen van risicovolle bedrijven (en vice versa). Binnen de veiligheidscontour wordt niet meer getoetst aan de individuele grenswaarden voor het PR. De Veiligheidscontour is gebaseerd op de risico's van (toekomstige) risicobronnen en de aanwezigheid van de (toekomstige) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Binnen de veiligheidscontour zijn kwetsbare objecten niet toegestaan als die geen functionele binding met het terrein hebben. Het plangebied is dan ook niet binnen deze risicocontour gelegen. Wel is het plangebied mogelijk binnen het invloedsgebied (effectgebied) van een aantal inrichtingen gesitueerd. Over deze inrichtingen kan het navolgende worden gesteld:

46

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Kerncentrale Borssele De kerncentrale Borssele heeft een schuilzone van 20.000 meter en een evacuatie/ontruimingszone van 5000 meter. Het plangebied ligt zowel binnen de schuilzone als binnen de evacuatie-/ontruimingszone. Daarnaast is de dekking van het sirenestelsel in Borsele goed geregeld. De sirenes zijn overal goed hoorbaar. Tevens worden mensen tegenwoordig gealarmeerd via twitter, sms, media, NL-Alert enz. Alles bij elkaar biedt dit voldoende waarborg dat aanwezigen in de kern Nieuwdorp bij rampen, zoals een nucelaire ramp gewaarschuwd worden. Monie Nieuwdorp BV en MSP Uienhandel BV Beide bedrijven met een risicovolle inrichting zijn aan de Hertenweg gesitueerd. Deze inrichtingen betreffen een bovengrondse propaantank van respectievelijk 33 en 40 m³. De begrenzing van beide inrichtingen betreft de terreingrens van het desbetreffende bedrijf en raken daarmee het plangebied niet. Verbrugge Zeeland Terminals Op het perceel Engelandweg 1 op het zeehaven- en industrieterrein Sloe is de inrichting Verbrugge Zeeland Terminals gevestigd (logistieke dienstverlening). De inrichting is gericht op laad-, los- en overslagactiviteiten ten behoeve van zeeschepen. Het plangebied is op ruim 2 kilometer afstand van deze inrichting gelegen en daarmee binnen het invloedsgebied van Verbrugge Zeeland Terminals wat reikt tot 7.200 meter.

Echter, voor deze inrichting heeft te gelden dat deze afstand berekend is voor de worst case (meest giftige stof, maximale hoeveelheid aanwezig en het weertype F1,5). Aangenomen kan worden dat mogelijke wijzigingen in de rand van het invloedsgebied (op een grotere afstand dan 1.500 meter) geen noemenswaardige veranderingen in het groepsrisico veroorzaken. Van Citters Beheer Het invloedsgebied van Cittersbeheer ligt op 6.940 meter en reikt daarmee over het plangebied. Ook hiervoor heeft te gelden dat in het voorliggende geval sprake is van een inrichting met een groot invloedsgebied, waarbij binnen de invloedsgebieden reeds diverse (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn. Op grote afstand tot een risicobron heeft een toename van de populatie nauwelijks meer invloed op de hoogte van het groepsrisico. Kloosterboer Vlissingen VOF Op het zeehaven- en industrieterrein Sloe is op een afstand van circa 1.500 meter van het plangebied de inrichting Kloosterboer Vlissingen VOF gelegen. Dit is een bedrijf dat voorziet in opslag en transport van temperatuur gecontroleerde voedselproducten. Het invloedsgebied van deze inrichting strekt zich uit tot 6.500 meter. Daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied.

Echter, voor deze inrichting geldt een zelfde redenatie als voor Verbrugge Terminal en Van Citters Beheer; er treden door de beoogde ontwikkeling geen noemenswaardige veranderingen in het groepsrisico op. Vopak Terminal te Vlissingen Vopak betreft een inrichting met propaan en andere vloeibare gassen. Het invloedsgebied van Vopak ligt op circa 2.200 meter en reikt daarmee over het plangebied. Hiervoor geldt dezelfde redenatie als voor bovengenoemde inrichtingen; er treden door de beoogde ontwikkeling geen noemenswaardige veranderingen in het groepsrisico op.

47

Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"

Zeeland refinery Zeeland refinery is een inrichting welke tevens met brandbare gassen werkt. Voor deze inrichting is de grens op 650 meter gelegen. Hiervoor heeft te gelden, dat nu het plangebied zich op circa 1.640 meter van deze inrichting en daarmee zich buiten het invloedsgebied bevindt. De beoogde ontwikkeling is beperkt te noemen. Meer concreet: de bestaande school wordt vervangen en het buurthuis – waar het houden van feesten en partijen reeds is toegestaan – en de kinderopvang worden naar onderhavige locatie verplaatst. Daarnaast zal de gymzaal worden benut door de leerlingen en lokale sportverenigingen. Hiermee is de omvang van de ontwikkeling relatief gering en zal het groepsrisico niet significant toenemen. De inrichtingen waar de invloedsfeer over de planlocatie reikt, leidt daarmee niet tot ruimtelijke beperkingen ter plaatse van de beoogde ontwikkeling. Verder kan redelijkerwijs worden uitgesloten, dat de voorliggende ontwikkeling een significante wijziging in het groepsrisico zal veroorzaken. Wel is een beknopte verantwoording vereist, waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Deze verantwoording is verderop in deze paragraaf opgenomen. Vervoer van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12425327/1