10.1 Ontwerpbestemmingsplan Toelichting en Regels
Tekst van het document
Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Tevens is de Regeling basisnet in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Nabij het plangebied zijn de snelweg A58, de N254, de N62, een spoorlijn alsmede buisleidingen gelegen. A58 Op circa 3.900 meter van het plangebied ligt de snelweg A58. Het betreft het traject A58: afrit 38 (Arnestein) - afrit 36 (Heinkenszand). Voor dit tracé geldt een PR-contour van 5 meter buiten de weg en een plasbrand-aandachtsgebied (PAG) dat reikt tot maximaal 30 meter vanaf de buitenste rijlijn. Deze gebieden reiken daarmee niet tot het plangebied. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied (meer dan 4.000 meter) van de A58 waardoor op basis van artikel 8 Bevt een beperkt verantwoording van het GR van toepassing is. Provinciale weg N254 De plaatsgebonden risicocontouren PR 10-6 contour van deze weg ligt niet over de projectlocatie. Wel ligt het plangebied binnen 200 meter en daarmee binnen het invloedsgebied van deze weg. Over de N254 vindt beperkt transport van brandbaar gas categorie GF3 plaats, zodat er een beperkte verantwoording voor het groepsrisico dient te worden gegeven.
N62 Deze route loopt vanaf de A58 nabij Heinkenszand richting Terneuzen en is op circa 1,4 kilometer afstand van het plangebied gelegen. Een ruimtelijke ontwikkeling op een afstand groter dan 200 meter levert slechts een geringe bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico. Dit laat onverlet, dat het plangebied wel binnen de risicocontour van 3 kilometer is gelegen. Vanwege de grote afstand tot het plangebied vormt deze verkeersroute geen belemmering voor de boogde ontwikkeling.
48
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Spoor Over de spoorlijn Sloehaven - Roosendaal West vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR-contour is niet buiten het spoor gelegen. Daarnaast is er geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Wel is sprake van een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter. Het plangebied ligt op circa 930 meter afstand van het spoor en daarmee binnen het invloedsgebied waardoor een beperkte verantwoording van het GR van toepassing is. Westerschelde Op ruim 5 kilometer afstand van het plangebied is de vaarverbinding Westerschelde gelegen. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6 contour valt binnen de begrenzing van de vaarweg. Conform de 'Actualisatiestudie 2011 risico's transport gevaarlijke stoffen Westerschelde en prognoses 2015-2030', uitgevoerd door Det Norske Veritas (DNV), is bepaald dat het toxisch invloedsgebied van de Westerschelde 2.887 meter is. De locatie valt daarmee buiten het invloedsgebied van de Westerschelde. De groepsrisicocontour ligt op 200 meter vanaf het hart van de vaarweg. Het plangebied ligt buiten deze zone. Het groepsrisico hoeft niet nader beschouwd te worden. Buisleidingen Ten zuiden van Nieuwdorp ligt de A535 van de Gasunie. Het invloedsgebied van deze leiding ligt op 270 meter afstand en reikt daarmee niet over het plangebied. Verder zijn meerdere leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig.
De invloedsgebieden van deze leidingen liggen niet over het plangebied. Gelet op de risico inventarisatie van de buisleidingen is geen sprake van enig groepsrisico. Beknopte verantwoording groepsrisico Ter motivering van de groepsrisicoverantwoording wordt in het onderstaande ingegaan op de voorbereiding op de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en de middelen om de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen te beperken. Bereikbaarheid en bestrijdbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om zijn taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Havenweg, Lewedijk en de Coudorp. Deze wegen sluit aan op het verdere wegennetwerk. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.
49
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen een school, kinderopvang en diverse maatschappelijke functies in zowel nieuw- als bestaande bouw worden gerealiseerd. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg en bij risicovolle inrichtingen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt gerealiseerd middels een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. In het kader van het vooroverleg is het plan voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zeeland. 4.8.4
Conclusie
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling en wordt het groepsrisico aanvaardbaar geacht. Het aantal verblijvende personen in het invloedsgebied neemt niet significant toe ten gevolge van de vaststelling van dit plan. 4.9
Luchtkwaliteit
4.9.1
Wettelijk kader
Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 vastgesteld op 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2.
50
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toeneemt dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als tenminste aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen, dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; 100.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 200.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. 4.9.2
Onderzoek
Onderhavige ontwikkeling voorziet in vervangende nieuwbouw en het toestaan van meerdere functies in de bestaande bebouwing (kerk en pastorie). Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen bijvoorbeeld op de bouw van 1500 woningen of 100.000 m² bruto vloeroppervlakte, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. 4.9.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. 4.10
Kabels en Leidingen
4.10.1 wettelijk kader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer1 . a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar;
51
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. 4.10.2 Onderzoek In het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen waar inzake het planvoornemen rekening mee moet worden gehouden. 4.10.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.11
Vormvrije-m.e.r-beoordeling
4.11.1 Wettelijk kader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland).
Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(- beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Daarnaast heeft op 7 juli 2017 eveneens een wijziging van het Besluit m.e.r.
52
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
plaatsgevonden. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet het bevoegd gezag een m.e.r.- beoordelingsbesluit nemen. 4.11.2 Onderzoek In onderhavige situatie is er sprake van vervangende nieuwbouw, waarbij bouw- en gebruiksmogelijkheden worden verruimd. Verder wordt grotendeels gebruik gemaakt van (planologisch) bestaande parkeervoorzieningen. Deze activiteiten komen niet voor op de Clijst. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is de activiteit 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' genoemd. De Afdeling overweegt, dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In dit geval noopt de beoordeling – mede vanuit procesoverwegingen – tot de conclusie, dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.
De redenen daarvoor zijn, dat het plangebied weliswaar is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, doch dat het voornemen gepaard gaat met een uitbreiding van het bebouwde oppervlakte en verruiming van de gebruiksmogelijkheden. 4.11.3 Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-notitie opgesteld, waarin is aangetoond dat vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling, geen m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen. De mer-notitie is toegevoegd als Bijlage 10 bij dit bestemmingsplan. De conclusie van de notitie is dat een verdere MER-beoordeling niet aan de orde is.
53
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
54
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels Artikel 3 Maatschappelijk Educatieve voorzieningen, -waaronder begrepen buitenschoolse-, kinder- en jeugdopvang-, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen alsmede voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening zijn bestemd tot "Maatschappelijk". Een aantal functies zoals de kerk, feestzaal en terrassen zijn mogelijk ter plaatse van de op
55
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
verbeelding aangegeven van (specifieke) aanduidingen, waarbij voor het houden van feesten en partijen en horeca-activiteiten in de regels een maximaal toelaatbaar binnenniveau is vastgelegd. De overige toegestane functies zijn voorts een wezenlijk onderdeel van de het totale concept. Voor een aantal functies is de beschikbare ruimte c.q. oppervlakte in de bebouwing in de regels gemaximeerd. De bebouwing moet opgericht worden in het op de kaart aangegeven bebouwingsvlak. Op deze wijze wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen ten behoeve van de toegestane goot- en bouwhoogte, de afstand tussen vrijstaande gebouwen en de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde. Ook zijn enige ontheffingsbevoegdheden opgenomen om af te wijken van de voorgeschreven (hoogte) maten. Daarnaast is de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid onder de specifiek gebruiksregels geborgd. Om bepaalde ontwikkelingen te kunnen sturen, respectievelijk in de hand te houden, is voor het toestaan van zelfstandige horeca in de vorm van een restaurant, gekozen voor het opnemen van wijzigingsbepaling. Na het doorlopen van een wijzigingsprocedure, kan aan het uitbreiden van de toegestane functies medewerking worden verleend.
Artikel 4 Verkeer De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn bestemd voor verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. Er mogen alleen kleine gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de verkeersbestemming. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen. Daarbij gaat het om nadere eisen aan de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, de dakhelling en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Verder wordt met dit artikel voorkomen, dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan – onbedoeld – geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht komen te vallen.
Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken voor het bouwen van nutsvoorzieningen met een geringe afmeting en voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens. Daarnaast kan afgeweken worden voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken en die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Ten slotte kunnen burgemeester en wethouders afwijken voor het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter.
56
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
57
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
58
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6, sub f van het Bro heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Op 5 september 2019 heeft de gemeenteraad de grondexploitatie voor het Dorpshart Nieuwdorp vastgesteld en besloten het financiële resultaat te verwerken in de begroting. De economische uitvoerbaarheid is hiermede gewaarborgd.
59
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
60
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke toetsing en overleg
Maatschappelijke toetsing
Ten aanzien van de maatschappelijke uitvoerbaarheid is in de eerste plaats een breed draagvlak nodig voor de regels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit wordt bevorderd door het bestemmingsplan goed af te stemmen op het gewenste ruimtelijk beleid van het rijk en de provincie, als ook op de wensen en ambities van het lokale bestuur en door middel van participatie van de direct belanghebbenden. 7.2
Inspraak en overleg
7.2.1
Participatieproces
Naast de wettelijke procedures, heeft de gemeente Borsele voor onderhavige ontwikkeling gekozen voor het doorlopen van een intensief participatieproces. Het eerste participatiemoment heeft plaatsgevonden in 2017 met het inventariseren van wensen, knelpunten, ontwikkelingen en overige relevante aandachtspunten. Om inwoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven de kans te geven een actieve bijdrage te leveren aan de totstandkoming van de dorpsvisie Nieuwdorp, zijn diverse workshops en bijeenkomsten georganiseerd en is een groot aantal individuele gesprekken met stakeholders gevoerd. Dit traject en de uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de 'Projectinventarisatie Dorpsvisie Nieuwdorp' (26 januari 2018). De Projecteninventarisatie vormt de basis voor de dorpsvisie. Tevens is in dat proces een klankborgroep gevormd. Deze klankbordgroep bestaat uit 23 inwoners van Nieuwdorp. Het betreft vertegenwoordigers van de Dorpsraad, verenigingen, maatschappelijke organisaties, kerken, bedrijven en inwoners op persoonlijke titel. Alle plannen die ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd, worden eerst besproken in deze klankbordgroep.
Vanaf de daadwerkelijke start van het Masterplan (september 2019), wat onderhavige planontwikkeling betreft, zijn de volgende bijeenkomsten voor de inwoners van Nieuwdorp georganiseerd: 23-10-2019: informatieavond in het dorp; 21-04-2021: informatieavond directe omwonenden MFA; 05-10-2021: informatieavond direct omwonenden MFA; 20-10-2021: informatieavond in het dorp; 10-01-2022: informatieavond direct omwonenden MFA; 12-01-2022: klankbordgroep; 31-05-2022: informatieavond in het dorp. Tijdens deze bijeenkomsten konden de inwoners hun mening geven over de plannen. De opmerkingen die tijdens deze bijeenkomsten zijn gemaakt zijn (voor zover mogelijk en relevant) meegenomen bij de planontwikkeling. Kort samengevat zagen de reacties op onder meer de navolgende punten: verkeersveiligheid in de Prinses Irenestraat: een aantal inwoners gaf aan zich zorgen te maken over de verkeersveiligheid in de Prinses Irenestraat, met name tijdens het halen en brengen van de kinderen. In het ontwerp van de buitenruimte is hiermee rekening gehouden, onder andere door in de Prinses Irenestraat éénrichtingverkeer via een verkeersbesluit in te stellen, voldoende ruimte te reserveren voor halen en brengen en door de straat als veilige schoolomgeving in te richten;
61
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
parkeergelegenheid: er is gevraagd om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Door het uitvoeren van een parkeerberekening voor de verschillende functies in het MFA is aangetoond hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Daarnaast is een parkeertelling uitgevoerd om te zien hoe groot de parkeerdruk in de omgeving is. Door extra parkeerplaatsen aan te leggen in de Prinses Irenestraat en gebruik te maken van bestaande plaatsen, met name op het Oranjeplein, kan voorzien worden in meer dan voldoende parkeergelegenheid.
Hieruit blijkt dat de aangedragen punten in het proces zijn meegenomen en daar waar mogelijk in het ontwerp verwerkt. Het plan kan na het zorgvuldig doorlopen participatieproces rekenen op voldoende draagvlak. Tot slot wordt eenieder over de ontwikkelingen zoals opgenomen in het Masterplan, waaronder het MFA, via nieuwsbrieven en social media op de hoogte gehouden en gebracht. 7.2.2
Inspraak
Ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Borsele dient de gemeente de bevolking te betrekken bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Gedurende de periode van 19 mei t/m 15 juni 2022 is eenieder in de gelegenheid gesteld om een schriftelijke inspraakreactie op het voorontwerp bestemmingsplan naar voren te brengen. Op 31 mei 2022 is er een informatieavond gehouden in het dorpshuis Ammekore, Hertenweg 2, 4455 TL Nieuwdorp waarbij onder meer het voorontwerpbestemmingsplan is gepresenteerd. Tegen het voorontwerpbestemmingsplan zijn geen inspraakreacties ingediend. 7.2.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg gepleegd met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten etc. Dit plan is in het kader van het vooroverleg worden toegestuurd aan: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen; Veiligheidsregio Zeeland. Van deze organisaties zijn vooroverlegreacties ontvangen, welke zijn verwerkt in het Vooroverleg- en inspraakrapport Voorontwerp bestemmingsplan 'Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022'. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 11. Eén reactie leidt tot een redactionele aanpassing van het bestemmingsplan.
62
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Regels
63
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
64
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
67 67 71
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Maatschappelijk Artikel 4 Verkeer
73 73 77
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene aanduidingsregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels
79 79 80 81 82 83
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel
85 85 86
65
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
66
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan “Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022” met identificatienummer NL.IMRO.0654.BPNDMFA2022-0002 van de gemeente Borsele; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
verbeelding
de geometrisch bepaalde planobjecten NL.IMRO.0654.BPNDMFA2022-0002; 1.4
als
vervat
in
het
GML-bestand
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
afgewerkt bouwterrein
de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen of overige bouwwerken omringt; 1.7
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.9
bedrijfsvloeroppervlak
de gezamenlijke vloeroppervlakte van verkoopruimten, magazijnen, bergingen, kantoren en verblijfsruimten en de overige voor de bedrijfsvoering benodigde vloeroppervlakte; 1.10
bestaand
aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
67
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
1.13
bijbehordend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.20
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21
dienstverlening
het beroepsmatig / bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek op het bezoekadres rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen zoals een reis- of uitzendbureau, kapsalon, pedicure, schoonheidssalon, medische of therapeutische praktijk, juridisch adviesbureau of bankfiliaal; 1.22
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.23
feestzaal
een ruimte gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereiden en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het exploiteren van zaalaccommodaties;
68
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
1.24
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25
gemeentelijke kwaliteitscoördinator
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.26
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27
horecabedrijf
een bedrijf, dat in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, met uitzondering van bed and breakfast, en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; 1.28
kantoor zonder baliefunctie
het beroepsmatig / bedrijfsmatig verlenen van zakelijke diensten aan particulieren, waarbij de nadruk ligt op de (administratieve) afwikkeling van die handelingen en het publiek niet of slechts in beperkte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen zoals een administratiekantoor, ontwerp-technisch bureau of assurantiekantoor; 1.29
maaiveld
a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b. de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.30
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.31
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.32
ondergeschikte detailhandel
een niet-zelfstandig onderdeel, welke rechtstreeks voortvloeit uit de hoofdactiviteit en welke als activiteit in functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdactiviteit. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte (bedrijfsmatige) omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, bedrijfsmatige omvang en verschijningsvorm nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft. 1.33
ondergeschikte horeca-activiteiten
Horeca-activiteiten die ten dienste staan van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondergeschikte karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft.
69
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
1.34
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.35
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.36
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.37
restaurant
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van etenswaren voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken; 1.38
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld
a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.39
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.40
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.41
wet geluidhinder
de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.42
wet milieuhinder
de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.43
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan.
70
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10
het bewoonbaar vloeroppervlak
binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten
71
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
2.11
de hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
72
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Maatschappelijk
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, alsmede voor buitenschoolse-, kinder- en jeugdopvang en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening; b. ondergeschikte detailhandels- en/of ondergeschikte horeca-activiteiten, uitsluitend ten dienste van de maatschappelijke voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'feestzaal': tevens een feestzaal ten behoeve van feesten en partijen; d. ter plaatse van de aanduiding 'speelplein': tevens speelpleinen; e. ter plaatse van de aanduiding 'religie': tevens voor religie; f. ter plaatse van de aanduiding 'terras': tevens voor terras ten behoeve van horecaactiviteiten; g. (indoor) sportvoorzieningen; h. kantoren zonder baliefunctie; i. dienstverlening j. daktuinen te dienste van maatschappelijke voorzieningen; k. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduiding, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bouwwerken. c. bijgebouwen; d. overige bouwwerken. 3.2.2
Gebouwen
Gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat, met dien verstande dat voor kerktorens geen maximale hoogtebepaling geldt.
73
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
3.2.3
Overige bouwwerken
Bij gebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal voor: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 6 meter; 3. ballenvangers: 6 meter; 4. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 5. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 6. overige bouwwerken: 2 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub b mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; b. lid 3.2.2, sub c voor een kortere afstand tussen vrijstaande gebouwen; c. lid 3.2.3, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 3.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, sub b winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator. 3.4
Wijzigingsbevoegdheid
3.4.1
Bestemmingswijziging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met in achtneming van het bepaalde in de Wro, de bestemming 'Maatschappelijk' te verruimen en het uitoefenen van een restaurant toe te staan, met dien verstande dat de volgende regels in acht worden genomen: a. de bedrijfseconomische haalbaarheid is aangetoond; b. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is aangetoond, in die zin dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder, dan wel aan een verkregen hogere waarde geluid; c. het benodigd aantal parkeerplaatsen en eventueel ruimte voor laden en lossen conform wordt gerealiseerd; d. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische en/of archeologische waarden.
74
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige horecadoeleinden – met uitzondering van het bepaalde in artikel 3.1.1 – en zelfstandige detailhandel; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van kantoren zonder baliefunctie over een oppervlakte van meer dan 110 m²; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een sociaal-culturele voorzieningen over een oppervlakte meer dan 880 m²; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van ondergeschikte horecaactiviteiten over een oppervlakte van meer dan 200 m². e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van dienstverlening over een oppervlakte van meer dan 300 m2; f. het houden van feesten en partijen waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau de binnenwaarde in de dagperiode de 95 dB(A), de avondperiode de 90 dB(A) en in de nachtperiode de 85 dB(A) overschrijdt; g. horeca-activiteiten, anders dan feesten en partijen, waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau de binnenwaarde in de dagperiode de 90 dB(A), de avondperiode de 85 dB(A) en in de nachtperiode de 80 dB(A) overschrijdt. 3.5.2
Parkeren
Het gebruiken of doen of laten gebruiken van gronden of bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 3.1.1, is uitsluitend toegestaan indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor het parkeren of stallen van auto's en fietsen en eventueel laden en lossen op eigen terrein wordt aangelegd en in stand gehouden overeenkomstig de kencijfers parkeren van de CROW (toekomstbestendig parkeren, 2018) of diens rechtsopvolgers. 3.5.3
Afwijken van de specifieke gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.5.2: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; b. indien de parkeerbehoefte en eventueel het laden en lossen kan worden opgevangen door buiten het eigen terrein aanwezige of aan te leggen parkeergelegenheden c.q. beschikbare laad- en losruimte, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie en ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en wordt voldaan aan de kencijfers parkeren van de CROW (Toekomstbestendig parkeren, 2018) of diens rechtsopvolgers. 3.6
Algemene gebruiksregels
3.6.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 3.6.2
Afwijken van de gebruiksregels
75
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.6.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
76
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 4
Verkeer
Aandachtspunt: De 'vroegere' bestemming Autoboxen is opgenomen in de bestemming Verkeer. 4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bestemming
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bouwwerken. 4.2.2
Gebouwen
Gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3,5 meter; 4.2.3
Overige bouwwerken
Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 6 meter; 3. ballenvangers: 6 meter; 4. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 5. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 6. overige bouwwerken: 2 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.3, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter.
77
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
4.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1, sub a winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator. 4.4
Algemene gebruiksregels
4.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 4.4.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.4.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
78
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
79
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
6.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. 6.1.2
Procedureregel
De in lid 6.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten. 6.2
Bestaande afstanden en andere maten
6.2.1
Bestaande afstanden
Indien afstanden op de datum van de inwerkingtreding van dit plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangenomen. 6.2.2
Bestaande maten en hoeveelheden
In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantal en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken op de dag van de inwerkingtreding van dit plan meer of minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden.
80
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 7 7.1
Algemene aanduidingsregels
Geluidzone - Industrie
Binnen de op de verbeelding met gebiedsaanduiding 'geluidzone-industrie' aangewezen gronden is het bouwen van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming, in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk 2 in dit plan, uitsluitend toegestaan, indien voor de vaststelling van dit bestemmingsplan een hogere grenswaarde conform de Wet geluidhinder is verleend, danwel uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van de geluidgevoelige objecten de eerder verleende en vastgestelde hogere waarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet overschrijdt en wordt voldaan aan de eventueel in dat besluit opgenomen voorwaarden,
81
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
8.1
Afwijkingsbevoegdheid
8.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; d. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. 8.1.2
Vergunningsvereiste
De in lid 8.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
82
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wro, de regels te wijzigen voor: a. het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar. Deze regels zijn van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen.
83
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
84
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken:
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 10.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 10.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik:
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 10.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 10.3
Afwijking overgangsrecht gebruik
Indien toepassing van het overeenkomstig lid 10.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.
85
Bestemmingsplan "Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022"
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kern Nieuwdorp, gedeelte Multifunctionele accommodatie, 2022'.
86