05 Bijlage 4 ontwerpbegroting 2026-2029 2025001547.pdf
Tekst van het document
Voor het begrotingsjaar 2026 wordt conform de vastgestelde kadernota voorgesteld de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen, de roerende zaakbelasting, de precariobelasting, de parkeer- en toeristenbelasting en de leges ten opzichte van de tarieven 2025 te verhogen met 3,15%. OZB Er wordt gestuurd op realisatie van de te behalen inkomsten rekening houdende met de 3,15% prijsinflatie volgens de Kadernota en de areaaluitbreiding als gevolg van nieuwbouw. De laatste component dient om de korting op de 'inkomstenmaatstaf algemene uitkering' te compenseren. De landelijke marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 bij woningen wordt, op basis van de Meicirculaire gemeentefonds geschat op 10,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2%. In de begroting 2026 is zowel bij de berekening van de algemene uitkering uit het gemeentefonds als de opbrengstramingen van de OZB met deze waardeontwikkeling rekening gehouden. Op 1 januari 2026 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2025. Als in het WOZ-tijdvak (1-1-2024 tot 1-1-2025) sprake is van waardestijgingen/-dalingen, dan vindt, rekening houdend met de beschikbare belastingcapaciteit, een verrekening plaats via een evenredige respectievelijke verlaging/verhoging van de ozb-tarieven 2026.
In de in december 2025 aan uw raad aan te bieden raadsvoorstel belastingverordeningen zal nader worden ingegaan op de waardeontwikkeling en de gevolgen voor de belastingtarieven 2026. Rioolheffing Voor de rioolheffing worden tarieven gehanteerd die hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Hiertoe is een overzicht van baten en lasten opgenomen inclusief een toelichting van de beleidsuitgangspunten. De kosten worden voor 40% bij de eigenaar en voor 60% bij de gebruiker verhaald. Het eigenarentarief voor de rioolheffing is gebaseerd op de WOZ waarde. Het gebruikerstarief is gebaseerd op het waterverbruik. Op 16 december 2021 is het nieuwe Waterplan voor de planperiode 2022-2026 vastgesteld. Uit het Waterplan is gebleken dat er geen sprake is van 100% kostendekkendheid. Dit is reden geweest om voor de komende begrotingsjaren naast de correctie voor inflatie (=3,15%) een extra verhoging van 1,8% door te voeren. De uit het Waterplan voortvloeiende financiële consequenties zijn in de meerjarenbegroting 2026-2029 verwerkt.
45
Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt het beleid van volledige kostendekking. Evenals bij de rioolheffing geldt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Voor het inzicht wordt verwezen naar het overzicht van baten en lasten en de bijbehorende toelichting op de beleidsuitgangspunten. De gemeente Bloemendaal heeft met Meerlanden een dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor de huishoudelijke afvalinzameling. Grafrechten Ook voor de grafrechten geldt het beleid van volledige kostendekking. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor voorwerpen die vergunningplichtig zijn, terrassen en ligplaatsen. Parkeerbelasting De tarieven van de parkeerbelastingen liften normaliter jaarlijks mee met de inflatie-aanpassingen. De tarieven voor het strand werden van oudsher afgestemd op de Zandvoortse tarieven. Vanaf het belastingjaar 2021 is deze koppeling los gelaten. De tarieven worden met het vastgestelde inflatiepercentage verhoogd en de betaaltijden wijzigen niet. De raming van deze belangrijke inkomstenbron van de gemeente is sterk afhankelijk van weersomstandigheden en wisselende aantallen evenementen. Indien geen, of te weinig, parkeerbelasting is voldaan, kan de gemeente een naheffingsaanslag opleggen, vermeerderd met kosten. Deze kostenopslag moet door de gemeente worden onderbouwd.
De gemeente moet kunnen laten zien dat de kosten per naheffingsaanslag (op ramingsbasis) gelijk of hoger liggen dan dit bedrag. Het maximumbedrag dat voor de kostenopslag in rekening kan worden gebracht bedraagt per 1 januari 2026 € 82,00. Dit bedrag groeit jaarlijks mee met de consumentenprijsindex. Toeristenbelasting Het tarief van de toeristenbelasting in Bloemendaal lift normaliter jaarlijks mee met de inflatieaanpassingen en werd van oudsher afgestemd op de Zandvoortse tarieven. De koppeling met de Zandvoortse tarieven is met ingang van het belastingjaar 2021 los gelaten. Naar aanleiding van de aangenomen motie in de raad van 20 april 2023 is het tarief toeristenbelasting vanaf het belastingjaar 2024 gedifferentieerd in een tarief per overnachting en in een tarief per overnachting op een kampeerterrein. Voor 2026 bedragen de tarieven respectievelijk € 5,47 en € 4,23. Kwijtscheldingsbeleid De gemeente voert een kwijtscheldingsbeleid conform de Invorderingswet 1990. Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, wordt voor 100% kwijtschelding verleend indien uit een vermogenstoets en een inkomenstoets blijkt dat het inkomen gelijk is aan of minder dan het wettelijk minimuminkomen (bijstandsnorm).
Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende-zaakbelasting, roerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing (alleen voor de eerste afvalcontainer, niet voor extra containers) en rioolheffing voor het gebruikersgedeelte. De overige heffingen zijn in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen uitgesloten van kwijtschelding. Het bedrag aan kwijtscheldingen bedroeg / bedraagt (bedragen in €):
46
Kwijtschelding Afvalstoffenheffing Rioolheffing RZB Totaal
2024(W) € 82.645 € 33.424 € 38 € 116.107
2025 (B) € 90.000 € 45.000 € 135.000
2026 (B) € 90.000 € 45.000 € 135.000
Zowel de raming kwijtschelding afvalstoffenheffing als kwijtschelding rioolheffing is gebaseerd op realisatiecijfers en behoeft ten opzichte van het begrotingsjaar 2025 niet aangepast te worden.
47
OVERZICHT PER HEFFING Onroerende zaakbelastingen Onder de naam “onroerende zaakbelastingen” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: een gebruikersbelasting voor niet-woningen en een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen. Op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken (wet WOZ) wordt van elke individuele onroerende zaak de waarde per 1 januari van ieder kalenderjaar vastgesteld. Voor de heffingsmaatstaf wordt uitgegaan van een te betalen percentage van waarde van de (niet) woning. De waarde die op het aanslagbiljet 2026 staat vermeld, is de waarde per waardepeildatum 1-1-2025. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Onder de naam “belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen roerende zaken twee directe belastingen geheven: een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting van roerende woon- of bedrijfsruimten. De basis van wetgeving, heffingsmaatstaf en waardepeildatum is gelijk aan de onroerende zaakbelastingen. Tabel overzicht onroerende zaakbelasting (in €) Opbrengst Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen
2024 (W) 10.368.511 513.379
2025 (B) 10.903.092
2026 (B) 11.338.091
Gebruikers niet-woningen Totaal Roerende zaakbelasting
555.934 11.437.824 1.631
1.325.157 654.806 12.883.055 1.501
1.366.899 675.432 13.380.422 1.548
Tarieven Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
2024 0,1078% 0,3926% 0,2435%
2025 0,1114% 0,4605% 0,2710%
2026 0,1045% 0,4533% 0,2636%
Normpercentages ministerie BZK OZB eigenaren woning OZB eigenaren niet-woningen
2025 0,0914%
2026 0,0862%
0,3079%
0,3145%
OZB gebruikers niet-woningen Totaal ozb niet-woningen
0,2342% 0,5421%
0,2393% 0,5538%
Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de eigenaren en gebruikers van woningen en van nietwoningen. De geraamde opbrengst rioolheffing wordt in de verhouding 40-60 toegerekend aan respectievelijk eigenaren en gebruikers. De rioolheffing voor gebruikers wordt geheven op basis van m3 afgevoerd water vanuit het perceel. Naast een basistarief voor de schijf wordt een variabel tarief boven het basistarief per m3 gehanteerd. De gebruikersstaffel kent een fijne opbouw waarbij het zwaartepunt van de heffing is gelegd bij de groep die jaarlijks tussen de 250 m3 en 5.000 m3 gebruikt. De binnen die groep gehanteerde staffels (= 250-500m3, 500-1.000m3 en 1.0005.000m3) zijn progressief ingericht. Door het zwaarder belasten van deze groep wordt zuinig watergebruik fiscaal beloond en het principe van de vervuiler betaalt (profijtbeginsel) extra benadrukt. De groep gebruikers vanaf 5.000m3 zijn verder degressief ingericht, zodat de zeer kleine groep grootverbruikers met een maatschappelijke functie (denk aan zorginstellingen) niet onevenredig zwaarder worden belast. De rioolheffing voor de eigenaren wordt geheven op basis van de WOZ waarde. De rioolheffing is gebaseerd op het Programma Water dat in de raad van 16 december 2021 is vastgesteld.
48
Tevens is een overzicht van baten en lasten opgenomen welke inzicht geeft in de toegerekende taakvelden van zowel de directe lasten als de indirecte lasten overhead en renteomslag. Voor de wijze waarop de overhead is toegerekend wordt verwezen naar de paragraaf overhead. Tabel overzicht rioolheffing (bedragen in €) Opbrengst
2024 (W)
2025 (B)
2026 (B)
Woningen
-2.845.476
-3.284.309
-3.446.882
-375.667
-337.300
-353.996
-3.221.143
-3.621.609
-3.800.878
Dekkingspercentage:
92,1
93
93
Tarieven
2024
2025
2026
0,01345% 0,02940% 140,69 140,69+2,97 var. 883,79+3,22 var. 2.493,84+3,47 var.
0,01414% 0,02247% 156,17 156,17+3,30 var. 980,34+3,57 var. 2.767,44+3,85 var.
0,01372% 0,01359% 163,90 163,90+3,46 var. 1.028,87+3,75 var. 2.904,43+4,04 var.
16.365,04+0,30 var.
18.174,24+0,33 var.
19.073,86+0,35 var.
17.851,24+0,20 var.
19.839,24+0,22 var.
20.821,28+0,23 var.
19.832,84+0,10 var.
22.059,24+0,11 var.
23.151,17+0,12 var.
2024 9.959 475
2025 10.062 469
2026 9.951 455
Niet-woningen Totaal
Eigenaren woningen Eigenaren niet-won. Gebruik 1-250 m3 Gebruik 251-500 m3 Gebruik 501-1.000 m3 Gebruik 1.001-5.000 m3 Gebruik 5.001-10.000 m3 Gebruik10.001-20.000 m3 Gebruik meer dan 20.000 m3 Aansluitingen Riool gebruik woning Riool gebruik niet woning
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing 2026 Kosten taakveld 7.2 Riolering, incl. omslagrente Kosten taakveld 2.1 Verkeer en vervoer Kosten taakveld 6.3 Inkomensregelingen Inkomsten taakveld 7.2 Riolering, excl. heffingen Inkomsten taakveld 0.10 Mutaties reserves Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage Inkomsten taakveld 7.2 Riolering, bijdrage uit voorziening
€
%
3.568.420 201.079 45.000 -676.045 -144.202 2.994.252 301.331 505.295 3.800.878 100% -3.800.878 100% 0
49
0%
Het taakveld 7.2 Riolering vormt de kern van de directe lasten van de kosten onderbouwing voor de rioolheffing. Onder dit taakveld vallen de kosten ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: • •
De inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en De inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
De kosten van het straatvegen onder taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer biedt ondersteuning aan de uitvoering van de kernactiviteit riolering. Straatvegen doet de gemeente om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen weggooien en voor de verkeersveiligheid. Om die reden wordt 1/3 van de kosten van het straatvegen toegerekend aan riolering, 1/3 aan verkeer en vervoer en 1/3 aan afval. De rioolheffing wordt zowel aan eigenaren als aan gebruikers in rekening gebracht. De kwijtscheldingscomponent van het taakveld Inkomensregelingen maakt onderdeel uit van de verordening Rioolheffing en om die reden van de kosten onderbouwing van de rioolheffing. Het taakveld 7.2 Riolering heeft ook directe inkomsten zoals de verhuur van pompinstallaties en een bijdrage van de gemeente Hillegom. Daarnaast zijn enkele rioolinvesteringen in het verleden met dekkingsreserves opgevangen. De onttrekkingen uit de reserves dienen ter dekking van de afschrijvingslasten. Naast de directe lasten vanuit de verschillende taakvelden worden tevens indirecte lasten (overhead) aan de rioolheffing toegerekend. De overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de methodiek van de toerekening wordt verwezen naar de paragraaf overhead.
Tenslotte wordt op basis van artikel 228a, derde lid, van de Gemeentewet de verrekenbare BTW, die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds, aan de kosten van de rioolexploitatie toegerekend. Afvalstoffenheffing De gemeente is onder meer verantwoordelijk voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Het restafval en gft-afval in de gehele gemeente wordt alternerend ingezameld. Deze inzamelmethodiek evenals de harmonisatie heeft als basis gediend voor de tariefbepaling. Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
50
Tabel overzicht afvalstoffenheffing (bedragen in €) Opbrengst Afvalstoffenheffing Dekkingspercentage:
2024 (W) -4.103.415 96,1
2025 (B) -4.460.800 89,5
2026 (B) -4.909.211 100
Tarieven Verzamelcontainer Restafvalcontainer 140 liter
2024 322,00 303,74
2025 332,63 313,76
2026 359,19 359,19
Restafvalcontainer 240 liter
522,00
570,22
615,75
Berekening van kostendekkendheid van afvalstoffenheffing 2026
€
%
Kosten taakveld 7.3 Afval, incl. omslagrente Kosten taakveld 2.1 Verveer en vervoer
4.354.081 201.079
Kosten taakveld 6.3 Inkomensregelingen Inkomsten taakveld 7.3 Afval, excl. heffingen
90.000 -681.419
Netto kosten Toe te rekenen kosten
3.963.741
Overhead incl. omslagrente
128.890
BTW
816.580
Totale kosten Opbrengst heffingen
4.909.211 100% -4.909.211
Dekkingspercentage
100%
Het taakveld 7.3 Afval vormt de kern van de directe lasten van de kosten onderbouwing die te maken heeft met het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit betreft het gft-afval en het restafval. Dit geldt voor zowel de directe uitgaven als de directe inkomsten.
De kosten van het straatvegen onder taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer biedt ondersteuning aan de uitvoering van de kernactiviteit afval. Straatvegen doet de gemeente om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen weggooien en voor de verkeersveiligheid. Om die reden wordt 1/3 van de kosten van het straatvegen toegerekend aan riolering, 1/3 aan verkeer en vervoer en 1/3 aan afval. De afvalstoffenheffing wordt aan gebruikers in rekening gebracht. De kwijtscheldingscomponent van het taakveld Inkomensregelingen maakt onderdeel uit van de verordening Afvalstoffenheffing en om die reden van de kosten onderbouwing van de afvalstoffenheffing. Het taakveld 7.3 Afval heeft ook directe inkomsten zoals de vergoeding van Verpact en opbrengsten oud papier en textiel. Naast de directe lasten vanuit de verschillende taakvelden worden tevens indirecte lasten (overhead) aan de afvalstoffenheffing toegerekend. De overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de methodiek van de toerekening wordt verwezen naar de paragraaf overhead.
51
Tenslotte wordt op basis van artikel 15.33, derde lid, van de Wet Milieubeheer de verrekenbare BTW, die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds, aan de kosten van de afvalexploitatie toegerekend. Begrafenisrechten Op basis van de verordening lijkbezorgingsrechten Bloemendaal worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen (het recht om begraven te worden) en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten (het onderhouden van het graf). De begrafenisrechten worden alleen verhoogd indien dit nodig is om kostendekkend te zijn. Tabel overzicht begrafenisrechten (bedragen in €) Opbrengst 2024 (W) Begrafenisrechten Dekkingspercentage
-425.542 129,2
2025 (B)
2026 (B)
-338.442 66
-558.864 100
Berekening van kostendekkendheid van de begrafenisrechten 2026
€
%
Kosten taakveld 7.5 Begraafplaatsen, incl. omslagrente Inkomsten taakveld 7.5 Begraafplaatsen, excl. heffingen
442.537 -78.424
Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. omslagrente BTW
364.113
Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
558.864 100% -558.864 100%
194.751 0
Het taakveld 7.5 Begraafplaatsen vormt de kern van de directe lasten van de kosten onderbouwing die te maken heeft met het gebruik van de begraafplaats(en) en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Naast de directe lasten vanuit de verschillende taakvelden worden tevens indirecte lasten (overhead) aan de begrafenisrechten toegerekend. De overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de methodiek van de toerekening wordt verwezen naar de paragraaf overhead. Legesverordening Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Hierbij valt te denken aan leges voor de afgifte van vergunningen, zoals kapvergunningen, omgevingsvergunningen etc. en het afgeven van documenten zoals reisdocumenten en rijbewijzen. De belangrijkste zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel overzicht leges (bedragen in €) Opbrengsten GBA (60020310-837000) Huwelijksvoltrekkingen (60020270-837001)
2024 (W) 20.900
2025(B) 20.500
2026 (B) 22.500
130.176
115.000
120.000
52
Reisdocumenten (60020230-837001) Rijbewijzen (60020220-837001) Eigen verklaringen (60020240-837001) Naturalisatie (60020260-837001) Verklaring omtrent gedrag (60020250-837001) Parkeervergunningen (60630310-837007) Ontheffing/verg.bijz.wetten (61020210-837009) Uitwegvergunningen/Kabel (62010210-837009) Leges ontheff./verg. APV (63020110-837009) Kapvergunningen (65070310-837009) Registratie kinderopvang (66010113-837009) Omgevingsvergunningen (68030110-837008) Woonruimtebel. (secr.leges) (68030140-837000) Woonruimtebel. (over.leges) (68030140-837009) TOTAAL
369.729
240.000
350.000
93.784
105.000
100.000
7.480
10.500
10.831
53.131
30.000
36.000
4.300
5.000
5.158
115.558
119.895
123.672
21.613
20.000
22.000
6.795
3.000
3.095
20.686
15.000
22.000
32.682
28.000
32.000
4.219
5.500
5.000
1.230.430
650.000
700.000
289
12.000
12.378
0
700
500
2.111.772
1.380.095
1.565.134
Tarieven
2024
2025
2026
Paspoort ouder dan 18 jaar Paspoort jonger dan 18 jaar
83,87 63,42
86,85 65,70
86,85 65,70
Id.kaart ouder dan 18 jaar Id.kaart jonger dan 18 jaar
75,80 40,92
78,50 42,35
78,50 42,35
Rijbewijs
51,11
52,10
52,10
Precariobelasting Ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt een precariobelasting geheven. Tabel overzicht precariobelasting (bedragen in €) Opbrengst Precariobelasting
2024 (W)
2025 (B)
2026 (B)
66.811
60.000
67.000
Parkeerbelasting In het kader van de parkeerregulering wordt een parkeerbelasting geheven. Tabel overzicht parkeerbelasting (bedragen in €) Opbrengst
2024 (W)
2025 (B)
2026 (B)
Parkeerbelasting
2.266.997
2.490.000
2.583.985
2024
2025
2026
Tarieven
53
Max. naheffingsaanslag
76,70
78,80
82,00
Kop Zeeweg Bloemendaal aan Zee per uur (zomer/wintertarief)
4,65/1,70
4,80/1,75
4,95/1,80
Bloemendaal-dorp per uur
1,70
1,75
1,80
Toeristenbelasting Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door natuurlijke personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven, wordt een toeristenbelasting geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Tabel overzicht toeristenbelasting (bedragen in €) Opbrengst 2024 (W)
2025 (B)
2026 (B)
Toeristenbelasting Tarieven
2.634.404 2024
2.195.125 2025
2.264.271 2026
5,15 3,95
5,30 4,10
5,47 4,23
452.937
428.773
440.000
Per overnachting hotel Per overnachting camping Aantal overnachtingen
Het beleid is erop gericht de bedoelde heffingen op een efficiënte wijze op te leggen en te innen. In de in december 2025 aan uw raad aan te bieden raadsvoorstel belastingverordeningen zal nader worden ingegaan op de belastingaanpassingen en -tarieven 2026.
54
LOKALE LASTENDRUK In onderstaande tabellen wordt inzicht verstrekt in de ontwikkeling van de woonlasten over de voorbije jaren. De lastendruk zal in 2026 wijzigen. Na de besluitvorming over de begroting 2026 zullen wij u uiteraard over de ontwikkeling van de lokale lastendruk bij de vaststelling van de tarieven in de raad van december verder informeren. Woonlasten eigen woning De woonlasten van een gezin in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde van afgerond € 1.107.535 in 2025, een afvalemmer van 240 liter en een waterverbruik lager of gelijk aan 250 m3. Voor de woonlasten 2026 is rekening gehouden met een gemiddelde stijging WOZ-waarde van 10,5% t.o.v. de gemiddelde waarde in 2025.
2024
2025
2026
Afwijking in % tussen 2025 en 2026
1.178,45
1.233,79
1.278,90
3,7%
Afvalstoffenheffing
522,00
570,22
615,75
8,0%
Rioolheffing eigenaar
147,03
156,61
167,91
7,2%
Woonlasten eigen woning Bloemendaal Onroerende-zaakbelastingen
Rioolheffing gebruik
140,69
156,17
163,90
4,9%
Totaal woonlasten
€ 1.988,17
€ 2.116,79
5,2%
128,62
€ 2.226,46 109,67
10,72
9,14
Stijging t.o.v. voorgaand jaar Stijging t.o.v. voorgaand jaar per maand
Woonlasten huurwoning De woonlasten van een gezin in een huurwoning met een afvalemmer van 240 liter en een waterverbruik lager of gelijk aan 250 m3.
Woonlasten huurwoning
2024
2025
2026
Afwijking in % tussen 2025 en 2026
522,00
570,22
615,75
8,0%
Bloemendaal Afvalstoffenheffing Rioolheffing gebruik
140,69
156,17
163,90
4,9%
Totale woonlasten
€ 662,69
€ 726,39
€ 779,65
7,3%
63,70
53,26
5,31
4,44
Stijging t.o.v. voorgaand jaar Stijging t.o.v. voorgaand jaar per maand
Tenslotte wordt u een overzicht geboden van de woonlasten voor een éénpersoons- en meerpersoonshuishouden en de tarieven voor de onroerende zaakbelasting van Bloemendaal ten opzichte van het landelijk gemiddelde zoals deze door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (=Coelo) in de atlas van de lokale lasten wordt gepresenteerd. Het Coelo hanteert hiervoor zijn eigen normen. In de hierna gepresenteerde getallen wordt weergegeven wat een huishouden in een woning met een gemiddelde waarde betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bedragen in €
Bloemendaal
Nederland gemiddeld
Woonlasten
2023
2024
2025
2023
2024
2025
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
1.734 1.874
1.770 1.988
1.860 2.117
867 944
911 994
964 1.053
55
Onroerende zaakbelasting Tarief woningen (%) Tarief niet-woningen (%)
0,1031 0,7264
0,1078 0,6361
0,1114 0,7315
0,0890 0,5381
0,0909 0,5605
0,0924 0,5753
Uit de COELO Atlas van de lokale lasten 2025 blijkt dat de OZB 2025 (0,1114%) in Bloemendaal ca. 20,5% boven het landelijk gemiddelde van 2025 (0,0924%) ligt. De cijfers voor 2026 zijn in het voorjaar van 2026 bekend na publicatie van de COELO Atlas van de lokale lasten 2026.
56
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In deze paragraaf komen de volgende kapitaalgoederen van de gemeente aan de orde: • Wegen • Openbare verlichting • Bruggen • Riolering • Water • Beschoeiingen • Openbaar groen • Sportaccommodaties en sportvelden • Gebouwen en woningen
57
1A. WEGEN Beleidskader Het groot wegonderhoud wordt planmatig uitgevoerd op basis van de systematiek van rationeel wegbeheer. De kosten van het groot onderhoud worden gedekt via de voorziening rationeel wegbeheer. Wegreconstructies (geheel vervangen van de weg en fundering) worden gefinancierd door middel van investeringskredieten. Kwaliteitsniveau Voor de fiets- en voetpaden wordt de beeldkwaliteit “basis” gehanteerd. Voor overige wegen geldt de beeldkwaliteit “laag”. Beheers- en onderhoudsplannen Het Wegbeheerplan 2023-2026 is op 22 december 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Jaarlijks stelt het college het onderhoudsplan vast. Financiële consequenties In ons beleidskader is vastgelegd dat we de voorziening rationeel wegbeheer structureel met voldoende middelen voeden om het groot wegonderhoud volgens het wegbeheerplan uit te kunnen voeren. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud.
58
1B. OPENBARE VERLICHTING Beleidskader Openbare verlichtingsbeleid is vastgelegd in het beleidsplan openbare verlichting 2016-2026, vastgesteld door de raad in april 2016. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: • Lichtmasten en armaturen worden vervangen aan het eind van de economische levensduur • Bij vervanging van armaturen wordt duurzame (led)verlichting toegepast • De doelstellingen van het Energie-akkoord ten aanzien van energiebesparing worden nagestreefd, o.a. door toepassing van dimbare verlichting • In het buitengebied wordt geen nieuwe verlichting aangebracht en waar mogelijk verlichting verwijderd • Lichthinder en lichtvervuiling worden zo veel mogelijk voorkomen • verlichting wordt vervangen aan het einde van de economische levensduur. In 2026 wordt een beleidsplan 2026-2036 opgesteld. Kwaliteitsniveau De openbare verlichting wordt beheerd op beeldkwaliteit “basis”. Beheers- en onderhoudsplannen Op basis van het beleidsplan Openbare verlichting 2016-2026 worden jaarlijks onderhoudsplannen vastgesteld door het college. Het onderhoud bestaat in hoofdzaak uit (straat- of wijkgerichte) vervanging van lichtmasten en armaturen en daarnaast uit schadereparatie en storingsafhandeling. Financiële consequenties Er zijn tot en met 2025 investeringskredieten voor wijkgerichte vervanging van lichtmasten en armaturen opgenomen in de begroting.
Daarna vindt gedurende een aantal jaren alleen incidentele vervanging plaats ten laste van het onderhoudsbudget Achterstallig onderhoud? Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
59
1C. BRUGGEN Beleidskader De uitgangspunten voor het beheer van de gemeentelijke bruggen zijn vastgelegd in het beheerplan bruggen en beschoeiingen 2025-2028, dat op 3 juli 2025 is vastgesteld door de gemeenteraad. Klein en groot onderhoud van bruggen wordt ten laste van het structurele budget Onderhoud bruggen uitgevoerd. Voor vervanging worden investeringskredieten beschikbaar gesteld. Bij groot onderhoud en vervanging worden duurzame en onderhoudsarme materialen en constructies toegepast. Kwaliteitsniveau De bruggen worden beheerd op het beeldkwaliteitsniveau “basis”. Beheers- en onderhoudsplannen Het beheerplan bruggen en beschoeiingen 2025-2028 beschrijft op welke wijze de bruggen worden beheerd en bevat een meerjarenonderhouds- en vervangingsplan. Financiële consequenties Voor nieuwbouw en vervanging van bruggen worden investeringskredieten beschikbaar gesteld. Klein en groot onderhoud van bruggen wordt ten laste van het structurele budget Onderhoud bruggen uitgevoerd die toereikend zijn voor de uitvoering van het meerjaren onderhoudsplan. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
60
2. RIOLERING Beleidskader Vervanging en onderhoud van riolering vindt planmatig plaats op basis van het Programma Water 2022-2026, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. De kosten worden ten laste gebracht van de rioolexploitatie. De kosten van het rioolbeheer worden structureel gedekt door de rioolheffing. Kwaliteitsniveau In het Programma Water zijn ingrijpmaatstaven opgenomen voor reparatie of vervanging van riolering. Beheers- en onderhoudsplannen De beheer- en onderhoudsprogramma's voor de periode 2023-2026 zijn opgenomen in het Programma Water. Financiële consequenties In het Programma Water 2022-2026 zijn meerjarenplanningen en –ramingen voor onderhoud en vervanging van riolering opgenomen. De benodigde budgetten en investeringskredieten zijn opgenomen in de begroting. De baten (uit de rioolheffing) zijn structureel in evenwicht met de lasten. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud.
61
3A. WATER Beleidskader Vervanging en onderhoud van drainagesystemen vindt planmatig plaats op basis van het Programma Water 2022-2026, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. De kosten worden ten laste gebracht van de rioolexploitatie. De kosten van het grondwaterbeheer worden structureel gedekt door de rioolheffing. Kwaliteitsniveau In het Programma Water zijn maatstaven opgenomen voor aanleg of vervanging van drainage. Beheers- en onderhoudsplannen De beheers- en onderhoudsprogramma's voor de periode 2023-2026 zijn opgenomen in het Programma Water. Financiële consequenties In het Programma Water zijn meerjarenplanningen en –ramingen voor aanleg, onderhoud en vervanging van drainage opgenomen. De benodigde budgetten en investeringskredieten zijn opgenomen in de begroting. De baten (uit de rioolheffing) zijn structureel in evenwicht met de lasten. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud.
62
3B. BESCHOEIINGEN Beleidskader Onderhoud en vervanging van beschoeiingen wordt planmatig uitgevoerd op basis van een door de raad vastgesteld beheerplan en door het college vastgestelde onderhoudsplannen. De vervangingskosten worden gedekt door investeringskredieten. Kwaliteitsniveau Aan beschoeiingen en keermuren wordt de functionele eis gesteld dat de oeverbescherming op veilige wijze gewaarborgd is. Beheers- en onderhoudsplannen Het beheerplan bruggen en beschoeiingen 2025-2028 is vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juli 2025. Financiële consequenties in de begroting De geraamde kosten voor klein onderhoud en kleinschalige vervangingen (kleiner dan € 25.000) worden als budget in de begroting opgenomen. Hogere lasten voor vervanging van beschoeiingen worden via investeringskredieten in de begroting opgenomen. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud.
63
4A. OPENBAAR GROEN Beleidskader Groot onderhoud aan laanbomen vindt plaats op basis van de Meerjarenplanning renovatie laanbomen (zie beleidskaders programma Sport, Cultuur en Recreatie). Groot onderhoud aan plantsoenen vindt plaats op basis van het rapport Technische Staat Groen gemeente Bloemendaal. In maart 2021 is het Biodiversiteitsplan vastgesteld. Hier komen een aantal plannen uit voort die de biodiversiteit in de gemeente bevorderen. Deze plannen zijn in een vastgestelde meerjarenplanning gegoten. Jaarlijks evalueren we de voortgang. Kwaliteitsniveau Het gewenste kwaliteitsniveau voor groen is de door de raad vastgestelde beeldkwaliteit ‘basis’. (Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte Bloemendaal en Bennebroek). Beheers- en onderhoudsplannen Het beheer wordt uitgevoerd op basis van het Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte Bloemendaal en Bennebroek) Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van het Groenbestek. Financiële consequenties Jaarlijks wordt in de begroting het benodigde budget voor (groot) onderhoud opgenomen. Er zijn structureel voldoende dekkingsmiddelen in de begroting geraamd om de inrichting en het beheer van het openbaar groen volgens de basiskwaliteit uit te voeren. Achterstallig onderhoud? Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Wel is door de zomerstorm ‘Polly’ vertraging opgelopen in het reguliere onderhoud aan bomen. De laatste herstelwerkzaamheden worden verwacht in 2025.
64
4B. SPORTACCOMMODATIES EN SPORTVELDEN Beleidskader Sportnota 2018 (vastgesteld in de raadsvergadering van 8 maart 2018). Kwaliteitsniveau De meeste sportaccommodaties en velden zijn in beheer en onderhoud bij de sportverenigingen zelf. De sportvelden in gemeentelijk beheer worden onderhouden volgens de normen van de betreffende sportbonden. De sportaccommodaties in gemeentelijk beheer worden onderhouden volgens het MJOP (zie 5. Gebouwen en woningen). Beheers- en onderhoudsplannen Groot onderhoud en renovatie wordt uitgevoerd wanneer uit onderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is, hiervoor wordt per geval incidenteel budget gevraagd bij uw raad. Elke 2-3 jaar wordt door een extern bureau de kwaliteit van de velden onderzocht. Financiële consequenties Jaarlijks is in de begroting het benodigde budget voor onderhoud opgenomen. Er zijn structureel voldoende dekkingsmiddelen in de begroting geraamd om het beheer van de sportaccommodaties en sportvelden volgens de normen van de sportbonden uit te voeren. Achterstallig onderhoud? Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
65
5. GEBOUWEN EN WONINGEN Beleidskader De gemeente is als eigenaar, verhuurder en gebruiker verantwoordelijk voor het in stand houden en onderhouden van haar gebouwen en woningen zodat een normaal en veilig gebruik mogelijk is. Kwaliteitsniveau Het uitgangspunt is dat de gemeentelijke gebouwen en woningen sober maar doelmatig worden onderhouden. Beheers- en onderhoudsplannen Alle werkzaamheden (kosten) voor het beheer en onderhoud zijn in een onderhoudsplan (MJOP) opgenomen: MJOP 2026 2030 Het MJOP 2025-2028 is 24 oktober 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Het MJOP is in eigen beheer opgezet met behulp van een geautomatiseerd programma dat wordt beheerd in samenwerking met de gemeente Heemstede. Voordat overgegaan wordt tot uitvoering, wordt jaarlijks het MJOP geactualiseerd op basis van inspecties, uitgevoerd onderhoud en mutaties van het bezit. Er worden binnen het MJOP drie soorten onderhoud uitgevoerd: 1.
Dagelijks onderhoud Doel is om het gebouw en de installaties in de staat te houden die nodig is voor dagelijkse functievervulling.
2.
Cyclisch / periodiek onderhoud Onderhoud waarbij in de regel geen vernieuwing plaatsvindt, zoals schilderwerk. Dit betreft terugkerend onderhoud met een zekere cyclus.
3.
Groot onderhoud Onderhoud, waarbij veelal onderdelen van het gebouw of de installaties moeten worden vervangen, zoals een dak of cv-ketel.
Voor verandering aan gebouwen, niet zijnde onderhoud, dat wil zeggen modificaties, innovaties en renovaties (MIR), wordt op projectmatige basis een beroep gedaan op de flexibele algemene reserve. De komende jaren zullen de volgende onderwerpen die van invloed zijn op het vastgoed gekapitaliseerd moeten worden. •
Vanuit het klimaatakkoord hebben 12 sectoren (Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, Politie, PO en VO, MBO, HBO en WO, zorg- en sportvastgoed en monumenten) in het maatschappelijk vastgoed afgesproken ieder een Sectorale Routekaart op te stellen. Voor Bloemendaal is deze vastgesteld op 6 juli 2021. Hierin wordt beschreven op welke wijze het vastgoed in die sector CO2 -arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 49% CO2 -reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2 -reductie in 2050. De benodigde middelen om de verduurzamingsslag te maken, zijn wat investeringen betreft niet opgenomen in het meerjaren investeringsplan 2026-2029. Voor uitvoering dienen deze separaat te worden aangevraagd. College heeft vooralsnog niet tot verduurzaming gemeentewerf besloten. De ontvangen verduurzamingssubsidie á 501K dient aan het RIJK te worden teruggestort. Het beheren van de gebouwen van voorheen scholengemeenschap Aerdenhout/Bloemendaal (S.A.B.). • Advisering voornemen stichting Theater Caprera nieuwbouwplan voor een paviljoen bij theater Caprera.
66
Financiële consequenties De te verwachten onderhoudskosten per jaar aan de gemeentelijke gebouwen alsmede de jaarlijkse storting in de voorziening conform het geactualiseerde MJOP, zijn de in de begroting opgenomen en toereikend. De voorziening is toereikend om het nog uit te voeren onderhoud te bekostigen. Achterstallig onderhoud? Door jaarlijks de technische situatie(s) te beoordelen, wordt achterstallig onderhoud voorkomen.
67
GRONDBELEID Grondbeleid in Bloemendaal Eén van de middelen van de gemeente om ruimtelijke doelstellingen te verwezenlijken bij het uitvoeren van het omgevingsbeleid is het grondbeleid. In het kader van het omgevingsbeleid wordt de maatschappelijk gewenste bestemming van de grond vastgelegd. Dit gebeurt via een plan of besluit op basis van de Omgevingswet. De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende functie ten aanzien van het grondbeleid en kan daarvoor verschillende instrumenten (actief of faciliterend) hanteren. De gemeente hanteert een faciliterend grondbeleid. Dit is een direct gevolg van het ruimtelijk beleid in de gemeente om geen (grootschalige) uitleglocaties te ontwikkelen en tevens om financiële risico's beperken. Op dit moment geldt nog sterker dan vroeger dat het beleid erop gericht is het bijzondere woon- en leefmilieu te beschermen. Daar waar volgens het bestemmingsplan gebouwd mag worden, stelt de gemeente zich reactief op: ze laat het initiatief over aan ‘de markt’. Uitzondering wordt slechts gemaakt wanneer sprake is van een maatschappelijk belang. Op het gebied van de volkshuisvesting richt het beleid zich op het behoud, de vervanging van, aanpassing en indien mogelijk uitbreiding van de woningvoorraad. Om invloed te kunnen uitoefenen op het aantal sociale woningen is de Verordening sociale woningbouw Bloemendaal 2019 van kracht.
In enkele gevallen is er sprake van grondbezit waar de gemeente graag (sociale) woningbouw wil ontwikkelen om bijvoorbeeld de leefbaarheid te verhogen (Vitaal Vogelenzang) of om het aantal sociale woningen (Blekersveld) te vergroten. Hieronder volgt een toelichting op de projecten die nu en in de toekomst tot ontwikkeling komen. Nota Grondbeleid De in november 2012 vastgestelde Nota Grondbeleid is een strategische nota die op hoofdlijnen de kaders schetst voor het grondbeleid van de gemeente Bloemendaal. De nota zal worden geactualiseerd en de raad ter vaststelling worden aangeboden waarbij wordt voldaan aan het gestelde in het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) en de door de commissie BBV uitgebrachte notitie 'Grondbeleid in begroting en jaarstukken' van 2023. Kostenverhaal De Grondexploitatiewet als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening geeft de gemeente mogelijkheden om kosten te verhalen op zelfrealisatoren. Dit is geregeld in de Handreiking Kostenverhaal. Projecten In Bloemendaal is er in het kader van het grondbeleid sprake van twee projecten te weten: Blekersveld en Vitaal Vogelenzang. Dit betreft projecten met een eigen gemeentelijke grondpositie. De gemeente streeft bij projecten waarbij de grond wel eigendom is van de gemeente naar eenduidige afspraken en heldere verantwoording van de kosten.
De overige projecten ruimtelijke ordening vallen buiten deze paragraaf omdat de gemeente hier geen grondpositie heeft. De rol van de gemeente bij deze overige projecten is de herziening van een omgevingsplannen overige activiteiten in het kader van de ruimtelijke ordening. Blekersveld Blekersveld betreft een perceel braakliggende grond dat de gemeente verkoopt aan een corporatie die er voor eigen rekening en risico sociale woningen realiseert. Het betreft in totaal maximaal 120 sociale huurwoningen met een beperkt vloeroppervlak. Vitaal Vogelenzang Het project Vitaal Vogelenzang omhelst de realisatie van 72 koopwoningen, een sportcomplex met 5 tennisbanen en 1,5 kunstgrasveld voor de voetbalclub, een gedeeld clubgebouw voor de tennisen voetbalvereniging, een nieuwe dorpspark en de herinrichting van de openbare ruimte.
69
Ontwikkelaar koopt de gronden voor de realisatie van de woningen in het zuidwestelijk deel van Vogelenzang van de gemeente Bloemendaal en ontwikkelt deze vervolgens voor eigen rekening en risico tot woningbouw en de overige gronden (die in eigendom van de gemeente Bloemendaal blijven) tot sportcomplex, inclusief sportvelden en nieuw clubgebouw voor de voetbalvereniging en tennisvereniging en bijbehorende openbare ruimte. De financiële beheersing Een bouwgrondcomplex wordt als 'in exploitatie genomen' beschouwd zodra de raad een exploitatiebegroting met onderbouwde exploitatieberekeningen heeft vastgesteld. De financiële gevolgen van het grondbeleid hebben impact op de gemeentelijke begroting, met name op weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico’s moeten in een vroegtijdig stadium van planontwikkeling en besluitvorming transparant zijn en vooral zo volledig mogelijk onderdeel van de besluitvorming uitmaken. Het succes van het grondbeleid hangt mede af van de wijze van samenwerking met marktpartijen en/of overheden. In de berekeningen van de exploitatieopzetten wordt zo veel als mogelijk rekening gehouden met actuele prijs- en opbrengststijgingen en de fasering van kosten en opbrengsten in de tijd in relatie tot de risico’s in de markt en de economische omstandigheden.
De berekeningen worden jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling aan de raad aangeboden om hiermee zicht op de financiële consequenties te houden. Eventuele geprognosticeerde verliezen worden via een voorziening afgevangen. De gemeente heeft geen projecten die als grondexploitatie worden aangemerkt. Van een voorziening is geen sprake.
70
BEDRIJFSVOERING EN OVERHEAD In programma 0 Bestuur en ondersteuning komen de doelen, activiteiten en mijlpalen aan de orde wat betreft bestuur, organisatie en dienstverlening. De paragraaf bedrijfsvoering geeft aanvullende informatie of gaat in op zaken die niet in programma 0 aan de orde komen. In de programma’s worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om de raad op een eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en meer zeggenschap over die kosten te geven is een aparte paragraaf overhead in het programmaplan opgenomen.
71
BEDRIJFSVOERING
Regionale samenwerking Zoals onder andere in het collegeprogramma 2022-2026 is verwoord, staan we voor grote opgaven in het fysiek en sociaal domein. Opgaven waarvoor het soms noodzakelijk of wenselijk is om buiten de gemeentegrens samen te werken. In november 2023 is de nota Grip op samenwerking Bloemendaal 2023 vastgesteld en zijn de uitgangspunten geformuleerd om als zelfstandige gemeente waar mogelijk grip te houden op verschillende samenwerkingsverbanden. In 2025 willen we conform die nota werken. Samenwerking is een essentieel onderdeel van het openbaar bestuur geworden. Burgemeesters, wethouders, gemeentesecretarissen, griffiers en raadsleden maken deel uit van één of meerdere regio’s en netwerken. De vragen op het gebied van onder andere milieu, klimaat, energie, veiligheid, zorg en arbeid vragen om een aanpak van álle betrokken partijen, niet alleen van bestuurders van gemeenten. Voordelen van samenwerking kunnen zijn schaalvoordelen, kwaliteitsverbetering, risicospreiding, effectiviteit en doelmatigheid. Met onze schaalgrootte en de grote diversiteit aan verschillende soorten dienstverlening blijven wij voor sommige functies kwetsbaar, zo wordt ook in de benchmark-rapportage aangegeven. We hebben relatief veel ‘1-pitters’. Samenwerken met andere gemeenten kan daarbij uitkomst bieden.
Gezien de gespannen arbeidsmarkt is er echter concurrentie tussen gemeenten en bij grotere gemeenten wordt ook meer salaris geboden voor dezelfde type functies. Omdat we op onderdelen al een goede ambtelijke samenwerking met de gemeente Heemstede hebben, is het de moeite waard om te onderzoeken of meer samenwerken bij kwetsbare (en moeilijk vervulbare) functies toegevoegde waarde heeft.
Organisatie In de basis is de gemeente Bloemendaal een beheergemeente waarbinnen incidenteel complexe/grotere opgaven verlangen dat er meer ontwikkelingsgericht gedacht en gewerkt wordt. De organisatie is in staat om ieder jaar veel werk te verzetten. De basistaken die een inwoner van ons mag verwachten worden goed uitgevoerd. Een beperkt deel van de organisatie is meer ontwikkelingsgericht en daarmee aan zet om complexe initiatieven en ontwikkelingen te herkennen en in de besluitvorming verder te brengen. Gelet op de omvang van de organisatie zijn er op beleidsniveau medewerkers “eenpitters”, die op één of enkele terreinen als enig personeelslid over de gewenste deskundigheid beschikken. De achtervang is in die gevallen slechts beperkt/of niet te organiseren, dat maakt de organisatie kwetsbaar en legt soms een wissel op de continuïteit. Formatie De huidige formatie voorziet vooralsnog in de benodigde basiscapaciteit. Uiteraard blijven we de formatie frequent monitoren en indien noodzakelijk volgt bij nieuwe taken een voorstel voor de raad. Bezetting De huidige krappe arbeidsmarkt maakt dat we een behoorlijke inspanning moeten blijven leveren om de bezetting op peil te houden. Ook onze minder sterke concurrentiepositie t.o.v. grotere gemeenten in de regio is daar een factor in.
Door de langere doorlooptijd voor het invullen van een aantal, vaak meer specialistische, vacatures is het vaker en langduriger nodig om inhuurkrachten in te zetten. Zo borgen we continuïteit in het uitvoeren van onze opgaven en houden we de dienstverlening op peil. Inhuur daarentegen legt meer beslag op ons personeelsbudget (is gewoon duurder) met als gevolg een mogelijke overschrijding hiervan. We zetten daarnaast in op het binden van bestaand personeel en het aannemen van personeel met potentie. Dat doen we door het bieden van brede opleidingsmogelijkheden en het creëren van ruimte voor ontwikkeling. Het hiervoor benodigde opleidingsbudget (nu 2% van de loonsom) blijft
72
belangrijk. We maken indien nodig gebruik van het toekennen van toelages (zoals in de cao opgenomen) om mensen aan te trekken en te behouden. Wervingskracht op peil houden We moeten zorgen dat wij structureel zichtbaar zijn en blijven op de arbeidsmarkt. We zetten diverse wervingskanalen in om potentiële nieuwe medewerkers zo direct mogelijk te bereiken. De ondersteuning van een online advertentiebureau wordt volop ingezet. Vooral bij moeilijk vervulbare vacatures is dit van belang. Ons werkgeversmerk zie je terug in onze werving waarbij ontwikkeling een belangrijk onderdeel is. De verwachting is dat we ook in 2026 starters blijven aantrekken op de arbeidsmarkt. Deze starters krijgen een opleidingsprogramma om thuis te raken in het ‘vak’. Daarnaast starten we met een meer functiegericht traineeship, waarbij vakinhoudelijke opleidingen en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Aldus worden wij ook meer een opleidings-gemeente waarbij we mogelijk rekening moeten houden met het feit dat deze starters na 3-5 jaar een nieuwe stap nemen bij een andere (grotere) gemeente. Het op niveau houden van de gemeentelijke organisatie vraagt veel aandacht, zeker wanneer seniore medewerkers de organisatie verlaten en een starter hun plaats inneemt; het op vlieghoogte brengen van de starter neemt veel tijd en aandacht in beslag.
Diversiteit en inclusie We streven naar een werkomgeving waarin mensen zichzelf kunnen zijn, verschillen er mogen zijn en mensen zich verbonden voelen met de organisatie. Daarbij werken we actief aan het erkennen en waarderen van de verschillende bijdragen van medewerkers met al hun zichtbare en ook onzichtbare verschillen. Door bewustwording en acties te stimuleren, willen we bijdragen aan een veilig werkklimaat waarin iedereen de ruimte krijgt om zichzelf te zijn en zich onderdeel van de organisatie te voelen. De werkgroep Diversiteit en Inclusie besteedt aandacht aan personeelsbeleid en protocollen ter voorkoming van discriminatie op de werkvloer en het creëren van een inclusievere werksfeer voor de medewerkers. Bevorderen vitale organisatie Met vitale medewerkers krijg je een vitale organisatie. Via verschillende communicatiekanalen, zoals het intranet en het vitaliteitsscherm, voorzien we de organisatie van informatie over een gezonde levensstijl. We werken met maandthema's om naast beweging en voeding ook aandacht te vragen voor bijvoorbeeld werkdruk, fysieke belasting, ongewenst gedrag. Ons huidige arbobeleid en lokale maatregelen verwerken we in een beleidsplan vitaliteit conform artikel 8.8 van de CAOgemeenten. Organisatieontwikkeling In elke organisatie zijn zaken die verder ontwikkeld of verbeterd kunnen worden. Dat geldt ook voor onze gemeentelijke organisatie.
Het is belangrijk dat we hier in een continu gestructureerd proces vorm aan blijven geven. Op basis van een eerste analyse is het Management Team, in samenspraak met het college, ook al aan de slag gegaan. De eerste acties in dit kader zitten in de verdere ontwikkeling van het bestuurlijk/ambtelijk samenspel. Inmiddels hebben we hier een start mee gemaakt. Ontwikkelingen en verbeteringen in onze organisatie bekijken wij vanuit het korte-, middellange- en langetermijnperspectief en concretiseren we verder in een ontwikkelplan. Participatie In 2026 blijft de gemeente Bloemendaal inzetten op participatie: het actief betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij het beleid en de uitvoering daarvan. We zien participatie niet als doel op zich, maar als een essentieel onderdeel van onze manier van werken. Bloemendalers weten wat er speelt in hun omgeving, en wij benutten die kennis om betere besluiten te nemen. Volgens de 'Wet versterking participatie op decentraal niveau' vertalen we het participatiebeleid in een participatieverordening. In 2026
73
werken we volgens ons participatiebeleid en de nieuw opgestelde participatieverordening. We nemen ambtenaren (opnieuw) mee in wat participatie betekent en waarom het zo belangrijk is. We zorgen ervoor dat zij voldoende ondersteuning krijgen bij de uitvoering van beleid en verordening. We benutten digitale en fysieke middelen om zoveel mogelijk inwoners te betrekken. Daarbij blijft speciale aandacht bestaan voor jongeren en moeilijk bereikbare doelgroepen. Tot slot besteden we meer aandacht aan de evaluatie van participatieprocessen. De lessen die we leren helpen ons om de uitvoering van participatieprocessen verder aan te scherpen.
Informatievoorziening en ICT ICT is steeds meer een strategisch middel voor het functioneren van de gemeente en het leveren van een kwalitatieve dienstverlening. In de komende jaren streven wij ernaar een flexibele digitale werkomgeving te realiseren die effectiever aansluit op de behoeften van gebruikers. Deze omgeving zal breed toegankelijk zijn, gegevens veilig verwerken en voldoen aan de vereisten van moderne informatietechnologieën. In 2026 wordt hiervoor een meerjarig uitvoeringsagenda gerealiseerd binnen de kaders van onze visie op Informatievoorziening en Informatiearchitectuur. Meerjarig Vervangingsplan ICT De ICT van de gemeente wordt volgens een meerjarig vervangingsplan vernieuwd en vervangen. In 2026 vervangen wij onder andere het gegevensdistributiesysteem voor landelijke basisregistraties, het ondersteuningssysteem voor de gemeentelijke P&C cyclus en de vaste telefonie-infrastructuur. De benodigde investeringen hiervoor zijn opgenomen in het meerjarenbeleid. Naar verwachting zal het huidige krediet voor de vervanging van defecte of sterk verouderde apparatuur, zoals laptops, tablets, smartphones en beeldschermen, eind 2026 volledig benut zijn. Om dit proces voort te zetten, wordt een nieuw krediet ‘Devices’ aangevraagd met ingang van 2027, met een looptijd van gemiddeld vijf jaar.
Informatiebeveiliging en Cyberveiligheid In 2026 zal de gemeente moeten voldoen aan de vereisten van de nieuwe Cyberbeveiligingswet en worden beleidskaders ontwikkeld voor de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) binnen gemeentelijke processen. Dit omvat ook verbeteringen in de beveiliging van ICT-systemen in de openbare ruimte, zoals stoplichten, gemalen en meetapparatuur. Daarnaast worden de gemeentelijke protocollen en procedures op het gebied van informatiebeveiliging onderworpen aan strengere controles en verantwoordingseisen. Wat betreft AI zullen we voldoen aan de Europese AI Act, die het gebruik van AI reguleert om fundamentele rechten van burgers te beschermen. De benodigde activiteiten en financiële consequenties voor informatiebeveiliging en AI brengen we voor de komende jaren in kaart. Digitale Informatiehuishouding De digitale informatiehuishouding (IHH) ondersteunt de betrouwbaarheid en transparante werking van onze gemeente. Vanwege de digitalisering is de informatiehuishouding explosief gegroeid wat vraagt om meer structuur, betere richtlijnen en vernieuwende oplossingen.
In dat kader gaan we werken met duidelijke informatiearchitectuur en architectuurprincipes, definiëren we duidelijk welke informatie onderdeel is van een transparante besluitvorming en waar deze gepubliceerd is, en scherpen we onze richtlijnen aan op het gebied van opslag en bewaring van informatie. Alle activiteiten om meer grip te krijgen en houden op onze digitale informatiehuishouding leggen we vanaf 2026 vast in een 'roadmap IHH'.
Onderzoeken Rekenkamer In het eerste kwartaal van een jaar brengt de Rekenkamer een verslag uit van afgelopen jaar en legt een jaarplan voor aan de gemeenteraad. In het jaarverslag van de gemeente wordt, bij de paragraaf bedrijfsvoering, gerapporteerd over uitvoering van aanbevelingen van de onderzoeken van de Rekenkamer van de afgelopen vier jaar.
74
Invoering Rechtmatigheidsverantwoording college vanaf boekjaar 2023 Vanaf boekjaar 2023 dient het college de ‘rechtmatigheidsverklaring’ af te geven. Het is van belang dat de beheersorganisatie van de gemeente in opzet, bestaan en werking voldoende waarborgen biedt voor een rechtmatig financieel beheer, dat wil zeggen in overeenstemming met relevante externe en interne wet- en regelgeving. Daarvoor is ook van belang om de 1e lijn (vakafdelingen) en 2e lijn (ondersteunende afdelingen) te versterken.
Ombuigingen en Fido In het verleden zijn diverse ombuigingsplannen geweest. Voor boekjaar 2024 en 2025 is dat naar verwachting niet aan de orde. De gemeente houdt zich aan de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden).
75
OVERHEAD Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Door gebruikmaking van deze definitie kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan de taakvelden. Grofweg kunnen de kosten van overhead worden verdeeld in ondersteunende afdelingen c.q. teams en ondersteunende personen op de taakvelden. Alle kosten voor overhead zijn apart centraal begroot op het taakveld 0.4 en worden niet doorbelast aan de taakvelden waar de directe kosten op staan. De overhead van de gemeente Bloemendaal bestaat uit: • leidinggevenden primair proces; • financiën, toezicht en controle; • personeel en organisatie; • inkoop; • communicatie; • juridische zaken; • bestuurszaken en bestuursondersteuning; • informatiebeheer, -voorziening en automatisering; • facilitaire zaken en huisvesting. De huisvesting heeft betrekking op ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen gemeentelijke organisatie. De bijdragen van de verbonden partijen (o.a. IASZ en GBKZ) worden verantwoord op het taakveld/de taakvelden waarvoor werkzaamheden worden verricht. Dat sluit aan bij het gewijzigde BBV waarbij de beleidsdoelstellingen van verbonden partijen bij de programma’s moeten worden opgenomen.
Het centraal opnemen van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden alle tarieven te bepalen. De wijziging van de begrotingsvoorschriften heeft echter geen wijziging tot gevolg van de fiscale voorschriften. In de paragraaf lokale heffingen zijn uit oogpunt van transparantie verplichte berekeningsmodellen opgenomen waaruit blijkt hoe de tarieven zijn berekend en welke beleidskeuzes bij die berekening zijn gemaakt. De berekening van de tarieven geschiedt extracomptabel waarbij de overhead op consistente wijze is toegerekend. Gekozen is voor een toerekening op basis van de personeelslasten welke aansluit met het door het CBS gehanteerde model. De kosten van overhead zijn in de vorm van een opslag meegenomen in de tarieven van bij derden in rekening te brengen kosten zoals de retributies rioolheffing, afvalstoffenheffing en begrafenisrechten. Voor een nadere toelichting en uiteenzetting wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. Voor de beleidsmatige ontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering (human resource management, GR DIT, informatisering en inkoop) wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering. OMSCHRIJVING OVERHEAD Leidinggevenden primair proces Lasten Baten Saldo Financiën, toezicht en control Lasten Baten Saldo P&O , HRM Lasten
2026 640.477 0 640.477 2026 1.404.624 0 1.404.624 2026 2.681.139
2027 670.510 0 670.510 2027 1.470.349 0 1.470.349 2027 2.770.318
2028 701.970 0 701.970 2028 1.539.157 0 1.539.157 2028 2.862.923
77
2029 734.924 0 734.924 2029 1.610.323 0 1.610.323 2029 2.954.860
Baten Saldo Inkoopfunctie Lasten Baten Saldo Communicatie Lasten Baten Saldo Juridische zaken Lasten Baten Saldo Bestuurszaken en -ondersteuning Lasten Baten Saldo Informatiebeheer (DIV) Lasten Baten Saldo Facilitaire zaken Lasten Baten Saldo Informatievoorz. & Automatisering Lasten Baten Saldo Huisvestingskosten Lasten Baten Saldo Uitbestedingskosten bedrijfsvoering Lasten Baten Saldo OVERHEAD LASTEN OVERHEAD BATEN OVERHEAD TOTAAL
-853.647 1.827.492 2026 183.782 0 183.782 2026 1.082.230 -584.404 497.826 2026 1.283.129 0 1.283.129 2026 987.908 0 987.908 2026 151.115 -764.693 -613.578 2026 1.326.219 -719.361 606.858 2026 4.978.762 -1.108.300 3.870.462 2026 1.024.573 -46.878 977.695 2026 236.392 0 236.392 15.980.350 -4.077.283 11.903.067
Urenverdeling Binnendienst Buitendienst
Totaal
2026
198.819
Gemiddelde uurtarieven Bruto uurtarief salarissen Uurtarief opslag Overhead Gemiddeld uurtarief
-888.251 1.882.067 2027 188.009 0 188.009 2027 1.130.810 -610.638 520.172 2027 1.331.677 0 1.331.677 2027 1.034.224 0 1.034.224 2027 95.890 -781.586 -685.696 2027 1.344.385 -747.190 597.195 2027 4.965.664 -1.160.945 3.804.719 2027 1.080.503 -47.885 1.032.618 2027 241.829 0 241.829 16.324.168 -4.236.495 12.087.673
FTE 2026
-961.945 1.992.915 2029 192.333 0 192.333 2029 1.234.680 -666.728 567.952 2029 1.432.576 0 1.432.576 2029 1.133.557 0 1.133.557 2029 100.250 -816.427 -716.177 2029 1.451.225 -805.920 645.305 2029 5.070.869 -1.273.854 3.797.015 2029 1.123.758 -50.553 1.073.205 2029 252.834 0 252.834 17.292.189 -4.575.427 12.716.762
FTE 2025
Bin 120,55 Bin 43.639 242.458 Bui 28,12 Bui 2026 Binnendienst 71,72 52,43 124,15
-924.366 1.938.557 2028 192.333 0 192.333 2028 1.181.632 -638.082 543.550 2028 1.382.261 0 1.382.261 2028 1.082.739 0 1.082.739 2028 98.093 -798.852 -700.759 2028 1.395.251 -776.006 619.245 2028 4.949.030 -1.216.089 3.732.941 2028 1.098.314 -49.465 1.048.849 2028 247.391 0 247.391 16.731.094 -4.402.860 12.328.234
120,55 28,12
2026 2025 Buitendienst Binnendienst 45,64 69,28 33,91 58,85 79,55 128,13
2025 Buitendienst 44,92 37,04 81,96
78
FINANCIERING De wet en regelgeving inzake financiering bij decentrale overheden is grotendeels geregeld in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en de daarop gebaseerde ministeriële Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De belangrijkste doelstelling van de Wet Fido is het bevorderen van een solide financiering en de uitstekende kredietwaardigheid van decentrale overheden op de kapitaalmarkt. In de Wet Fido is aangegeven dat overheden uitsluitend ten behoeve van de publieke taak leningen mogen aangaan, garanties verstrekken of geldmiddelen (in de vorm van leningen of deelnemingen) uitzetten. Het verkapte bankieren ook wel ‘near banking’ genoemd is niet toegestaan. In dat geval wordt geld geleend en vervolgens tegen een hogere rente weer uitgezet. Voorts is in de wet Fido aangegeven dat uitzettingen een prudent karakter moeten hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Gestreefd wordt naar een balans tussen rendement en risico hetgeen in de ministeriële regeling Ruddo verder wordt uitgewerkt. In Ruddo worden eisen gesteld aan de kredietwaardigheid van de tegenpartij bij wie de decentrale overheden gelden uitzetten of waarmee zij derivaten afsluiten (beperken debiteurenrisico). Voorts stelt de regeling eisen aan de vorm waarin gelden worden uitgezet (beperking marktrisico’s).
Op basis van de Wet houdbare overheidsfinanciën (hof) is de wet Fido eind 2013 gewijzigd. Gemeenten zijn daardoor verplicht om overtollige middelen (boven een drempelbedrag) aan te houden in de schatkist, waardoor een bijdrage wordt geleverd om het EMU-saldo te beperken. De gemeente is verplicht volgens een door uw raad vastgesteld treasurystatuut te werken. In het treasurystatuut wordt onder treasury verstaan: “alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. Alle financieringsactiviteiten worden uitgevoerd binnen het vastgestelde statuut, dat is vastgesteld in de raad van 3 juli 2025. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat de paragraaf financiering inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend.