CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 4 ontwerpbegroting 2026-2029 2025001547.pdf

Raad 6 november 2025, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 5a: 17.00-18.30 Begroting 2026, eerste termijn raad, algemene beschouwingen24.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2

Wij presenteren u onze digitale begroting. Compact, toegankelijk en met alle voordelen van een digitale omgeving. Een transparante begroting en jaarverslag, die goed vergelijkbaar is met andere gemeenten, is ons doel. Met meer aandacht voor beleid en doelstellingen om de toegankelijkheid te vergroten. Natuurlijk binnen de kaders: een sluitende begroting en de noodzaak om het schuldniveau te beperken. Voor extra middelen zijn zo nodig aparte voorstellen gedaan, die u tevens terugvindt als bijlagen bij het raadsvoorstel.

3

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ................................................................................................................... 4 Leeswijzer .......................................................................................................................... 7 Financiële begroting ............................................................................................................. 9 Verloop Begroting .......................................................................................................... 10 Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................ 13 Overzicht baten en lasten ................................................................................................ 17 Taakvelden.................................................................................................................... 18 Algemene Dekkingsmiddelen ........................................................................................... 20 Structurele onttrekkingen en toevoegingen reserves ........................................................... 21 Uitgangspunten .............................................................................................................

23 Grondslagen .................................................................................................................. 25 Geprognosticeerde balans ............................................................................................... 29 Verloop van de reserves en voorzieningen ......................................................................... 33 Paragrafen ........................................................................................................................ 35 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................................ 37 Lokale heffingen ............................................................................................................ 43 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................... 57 Grondbeleid ................................................................................................................... 69 Bedrijfsvoering en Overhead ............................................................................................ 71 Financiering................................................................................................................... 79 Verbonden Partijen .........................................................................................................

87 Programma's .................................................................................................................. 109 Bestuur en Ondersteuning ............................................................................................. 111 Veiligheid .................................................................................................................... 121 Verkeer, Vervoer en Waterstaat ..................................................................................... 127 Economie .................................................................................................................... 135 Onderwijs ................................................................................................................... 139 Sport, Cultuur en Recreatie ........................................................................................... 147 Sociaal Domein ............................................................................................................ 153 Volksgezondheid en Milieu ............................................................................................. 165 Volkshuisvesting, leefomgeving en Stedelijke Vernieuwing ................................................ 175 Bijlagen ..........................................................................................................................

185 Portefeuilleverdeling ........................................................................................................ 187 Kerngegevens ................................................................................................................. 189 Sociale structuur .......................................................................................................... 189 Fysieke structuur ......................................................................................................... 189 Contactgegevens ............................................................................................................. 191 Vaststelling Raad ............................................................................................................. 193 Raadsbesluit ................................................................................................................ 195

4

Nieuwe voorstellen ....................................................................................................... 197 Aangenomen amendementen en moties .......................................................................... 199

5

LEESWIJZER Autonome mutaties (min of meer onvermijdelijke aanpassingen) en nieuwe voorstellen zijn verwerkt in de programma’s. Nieuwe voorstellen kunt u tevens vinden in aparte bijlage bij het raadsvoorstel. De begroting 2026 is, conform de Kadernota 2026, opgesteld volgens onderstaande programma indeling: Programma 0: Programma 1: Programma 2: Programma 3: Programma 4: Programma 5: Programma 6: Programma 7: Programma 8:

Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing

De begroting bestaat uit de beleidsbegroting (onderverdeeld in programma’s en paragrafen) en de financiële begroting. Per programma kunt u onder meer de beleidsdoelen, operationele activiteiten en mijlpalen vinden alsmede ‘wat gaat het kosten’. De mutaties bestaand beleid bestaan naast autonome ontwikkelingen voornamelijk uit loonindexatie en prijsinflatie conform de Kadernota 2026. Ook worden, conform de eisen van het BBV, per programma beleidsindicatoren opgenomen die u met bijvoorbeeld de website ‘waar staat je gemeente’ kunt vergelijken met andere gemeenten. De paragrafen geven een thematische dwarsdoorsnede van de begroting. De financiële begroting is onderverdeeld in een meerjarenraming, financiële positie en bijlagen. Bedragen in de tabellen van deze begroting zijn afgerond. Hierdoor ontstaan er tussen de totaaltellingen en de gedetailleerde uitwerkingen soms kleine afrondingsverschillen. Alle bedragen moeten worden gelezen als maal € 1.000, tenzij anders is aangegeven. Een plus bedrag is een nadeel en een min bedrag een voordeel, tenzij anders wordt aangegeven.

7

FINANCIËLE BEGROTING

9

VERLOOP BEGROTING Na het vaststellen van de Kadernota 2026 in de raad van 2 juli 2025 is een aanvang gemaakt met het opstellen van de begroting 2026 - 2029. In de begroting wordt beleid uitgezet op basis van verwachte financiële mogelijkheden. De financiële positie is vaak onzeker omdat deze niet alleen afhankelijk is van de inzet / realisatie van eigen beleid, maar ook van de invloed van rijksbeleid, economische en nieuwe (maatschappelijke) ontwikkelingen. Uitkomsten meerjarenbegroting 2026 - 2029 - = nadeel

+ = voordeel

Meerjarenbegroting 2026- 2029 x € 1.000 1 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2025

2026

2027

2028

2029

-2.199 -1.811 -1.151 -1.151

Reeds genomen raadsbesluit na begrotingsvaststelling: - Septembercirculaire 2024

259

115

63

63

- Raadsbesluiten december '24 t/m maart '25

88

88

87

87

- Raadsbesluit juli '25 a Zomernota 2025 b Mutaties meerjarenbegroting 2026-2029 (saldo lasten en baten)

-6

-7

-42

-7

-223

-372

-520

-520

957

66 -1.715 -3.021

c Berenschot maatregelen

1.543

2.456

d Nieuwe voorstellen meerjarenbegroting 2026-2029

-792 -2.094 -1.977 -1.986

2 Bijgestelde stand meerjarenbegroting 2026-2029 inclusief mutaties, Berenschot maatregelen en nieuwe voorstellen

-373 -1.559 -2.215 -3.490

a Eliminatie incidentele lasten en baten

-782 -1.684 -1.537 -1.629

3 Stand MJB 2026-2029 na eliminatie van incidentele posten

409

125

3.041

-678 -1.861

De opstelling van de begroting 2026 begint met de jaarschijf 2026 van de eerder vastgestelde begroting 2025 (regel 1), met vervolgens de financiële consequenties van reeds genomen raadsbesluiten. In regel 1a zijn de structurele consequenties van de Zomernota 2025 te vinden. In regel 1b is het saldo opgenomen van de mutaties conform de (financiële) uitgangspunten van de Kadernota, de structurele effecten van de jaarrekening 2024 en overige autonome ontwikkelingen. Regel c geeft het effect van de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen uit het Berenschot rapport. Regel d geeft het saldo van de voorstellen uit de bijlage ‘Nieuwe voorstellen’. Regel 2 laat de bijgestelde stand zien na verwerking van de mutaties, bezuinigingsmaatregelen uit het Berenschot rapport en nieuwe voorstellen. Regel 2a laat de eliminatie van het saldo van de incidentele lasten en baten zien. Regel 3 geeft het saldo weer na eliminatie van de incidentele baten en lasten en is van belang voor het inzicht in het structureel begrotingsevenwicht. Mutaties Op grond van de uitgangspunten van de Kadernota 2026 en geschetste nieuwe, autonome ontwikkelingen, zijn financiële mutaties in de begroting verwerkt.

Bezuinigingsmaatregelen uit het rapport Berenschot Gezien de verwachte begrotingstekorten in de komende jaren heeft bureau Berenschot onderzoek gedaan naar de beïnvloedbaarheid van de begroting van gemeente Bloemendaal. hieruit is een lijst met mogelijke besparingsmaatregelen samengesteld (regel 1c).

10

3.045

Nieuwe voorstellen Wij doen u een aantal nieuwe voorstellen, waaronder investeringsvoorstellen. In het financiële overzicht (regel 1d) ziet u de impact daarvan in de regel ‘nieuwe voorstellen meerjarenbegroting 2026-2029’.

11

OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN INCIDENTELE BATEN Taakveld Programma 0 Bestuur en ondersteuning 0.10 Onttrekking flex.alg.reserve aanpassen spoorwegovergang Bekslaan

2026 -700.000 -700.000

2027 0

2028 0

2029 0

Taakveld Programma 1 Veiligheid Taakveld Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 Engineeringskosten spoorwegovergang Bekslaan

0 -110.000 -110.000

0 0

0 0

0 0

Taakveld Programma 3 Economie Taakveld Programma 4 Onderwijs Taakveld Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Taakveld Programma 6 Sociaal domein Taakveld Programma 7 Volksgezondheid en milieu Taakveld Programma 8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing TOTAAL INCIDENTELE BATEN

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

-810.000

0

0

0

INCIDENTELE LASTEN Taakveld Programma 0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Uitvoering Wet Open Overheid 2022-2026

2026

2027

2028

2029

361.213 55.713

159.160

36.800

128.800

0.4

Bijdrage GR DIT implementatiekosten 195.500 159.160 36.800 128.800 vervangingsplan 0.10 Storting flex.alg.reserve bijdrage Provincie N-H 110.000 Taakveld Programma 1 Veiligheid 0 0 0 0 Taakveld Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 927.000 0 0 0 2.1 Aanpassing spoorwegovergang Bekslaan 700.000 2.1 Verwijderen duomix/graustabiel 227.000 Taakveld Programma 3 Economie 0 0 0 0 Taakveld Programma 4 Onderwijs 105.000 1.525.000 1.500.000 1.500.000 4.2 Tijdelijke huisvesting scholen 25.000 1.525.000 1.500.000 1.500.000 4.2 Vergroening speelplaatsen/schoolpleinen 80.000 Taakveld Programma 5 Sport, cultuur en recreatie 0 0 0 0 Taakveld Programma 6 Sociaal domein 171.525 0 0 0 6.92 Pilot gezinsadvocaat 47.000 6.92 Implementatiefase inkooptraject jeugdhulp 124.525 Taakveld Programma 7 Volksgezondheid en milieu 27.187 0 0 0 7.4 Bijdrage Omgevingsdienst IJmond 27.187 Taakveld Programma 8 Volkshuisvesting, leefomgeving 0 0 0 0 en stedelijke vernieuwing TOTAAL INCIDENTELE LASTEN 1.591.925 1.684.160 1.536.800 1.628.800 TOTAAL INCIDENTELE BATEN -810.000 0 0 0 SALDO INCIDENTELE BATEN EN LASTEN 781.925 1.684.160 1.536.800 1.628.800

13

Toelichting overzicht incidentele baten en lasten 2026-2029 Baten Aanpassing spoorwegovergang Bekslaan De raad heeft op 22 december 2022 als onderdeel van een totaaloplossing voor de verkeersveiligheid van de T-kruising Leidsevaart-Bekslaan een budget van € 500.000 ten laste van de flexibele algemene reserve beschikbaar gesteld als bijdrage voor de aanpassing van de slagboominstallatie spoorwegovergang aan de Bekslaan. Vervolgens is in de raad van 12 december 2024 een aanvullend budget van € 200.000 ten laste van de flexibele algemene reserve beschikbaar gesteld als gevolg van hogere voorziene kosten door indexering en advies- en interne kosten van ProRail. De bijdrage aan de spoorwegovergang wordt niet geactiveerd. De spoorwegovergang inclusief slagboominstallatie is eigendom van spoorbeheerder ProRail. De onttrekking aan de flexibele algemene reserve wordt als incidenteel aangemerkt. Zie taakveld 0.10. De provincie heeft voor de aanpassing van de spoorwegovergang een eenmalige subsidie toegekend van € 110.000 welke ook om voornoemde redenen als incidenteel is aangemerkt. Zie taakveld 2.1. De totale post ‘Aanpassing spoorwegovergang Bekslaan’ is in het overzicht incidentele baten en lasten budgettair neutraal verwerkt. Zie ook de toelichting bij de lasten.

Lasten Uitvoering Wet Open Overheid 2022-2026 Voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid (Woo) heeft het Rijk via de Meicirculaire 2021 zowel incidentele als structurele middelen aan gemeenten toegekend. Met deze wet wordt beoogd de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. Eind 2026 dient de implementatie voltooid te zijn. Bijdrage implementatiekosten vervangingsplan begroting 2026-2029 GR DIT In de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Digitale Informatievoorziening en Technologie (GR DIT) zijn in lijn met het meerjarig vervangingsplan budgetten voor implementatiekosten opgenomen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het invoeren, integreren en verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen of technologieën binnen de organisatie. De kosten worden gemaakt binnen een afgebakende periode met een duidelijke start- en einddatum ter voorbereiding op het gebruiksklaar zijn van systemen en worden als incidenteel aangemerkt. De kosten van inrichting, testen, opleidingen van key-users, koppelingen, de oplevering van functionele specificaties, gebruikersinstructies en handleidingen van het systeem maken daarvan onderdeel uit.

Bij de inkoopstrategie van systemen wordt het onderscheid tussen implementatiekosten en de structurele kosten voor beheer en onderhoud gemaakt en uitgevraagd met vermelding van een afgebakende implementatieperiode. In de meerjarenbegroting zijn de volgende incidenteel geoormerkte bedragen opgenomen: 2026 € 195.500, 2027 € 159.160, 2028 € 36.800 en 2029 € 128.800. Aanpassing spoorwegovergang Bekslaan De raad heeft op 22 december 2022 als onderdeel van een totaaloplossing voor de verkeersveiligheid van de T-kruising Leidsevaart-Bekslaan een budget van € 500.000 beschikbaar gesteld als bijdrage voor de aanpassing van de slagboominstallatie spoorwegovergang aan de Bekslaan. Vervolgens is in de raad van 12 december 2024 een aanvullend budget van € 200.000 ten laste van de flexibele algemene reserve beschikbaar gesteld als gevolg van hogere voorziene kosten door indexering en advies- en interne kosten van ProRail. De bijdrage voor de aanpassing van de spoorwegovergang wordt niet geactiveerd. De spoorwegovergang is eigendom van spoorbeheerder ProRail. Om deze reden wordt dit budget als incidentele post in de exploitatie verantwoord en gedekt door een onttrekking aan de flexibele algemene reserve.

14

De provincie heeft voor de aanpassing van de spoorwegovergang een eenmalige subsidie toegekend van € 110.000 welke ook om voornoemde redenen als incidenteel is aangemerkt. Zie de storting van de € 110.000 bijdrage provincie in de flexibele algemene reserve taakveld 0.10. De totale post ‘Aanpassing spoorwegovergang Bekslaan’ is in het overzicht incidentele baten en lasten budgettair neutraal verwerkt. Verwijderen Duomix en Graustabiel Binnen de gemeente liggen diverse boomspiegels en fiets- en voetpaden waar Duomix of Graustabiel is toegepast. Door de ontstane (landelijke) discussie over de toepassing van Duomix en Graustabiel, worden geen Duomix, Graustabiel en andere producten die staalslakken bevatten meer toegepast binnen de gemeente. Op de Bekslaan in de parkeerstrook/berm langs het asfalt in Vogelenzang en bij diverse boomspiegels en fiets- en voetpaden in overige gedeelten van de gemeente is Duomix toegepast die mogelijke risico’s voor de gezondheid veroorzaken. Voorgesteld wordt alle toegepaste Duomix en of Graustabiel te verwijderen en compenserende maatregelen te treffen. De kosten voor deze transitie worden als incidenteel aangemerkt. Het gaat om een eenmalige maatregel die voortkomt uit landelijke zorgen over mogelijke gezondheidsrisico’s (dus ligt buiten de normale exploitatie) bij het gebruik van staalslakken.

Omdat het geen terugkerende of structurele uitgave betreft, worden de kosten voor het verwijderen ad € 227.000 als incidentele last in de begroting opgenomen. Tijdelijke huisvesting scholen Tijdens de verbouwingswerkzaamheden van schoolgebouwen is tijdelijke huisvesting nodig. De huur van noodlokalen zijn incidentele kosten waarop niet wordt afgeschreven en dienen ten laste te komen van de reservemiddelen. De kosten vallen weg op het moment dat de realisatie van nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen is bereikt. Om voornoemde redenen worden de lasten voor tijdelijke huisvesting van scholen als incidenteel aangemerkt. Vergroening en ontharding buitenruimte speelplaatsen/schoolpleinen Er bestaat een landelijke tendens om speelplaatsen bij basisscholen groener en hiermee uitdagender en avontuurlijker te maken. Scholen krijgen op deze wijze meer ruimte voor buitenlessen. Ook wordt steeds meer aandacht gevraagd voor klimaatmitigatie en -adaptie. ‘De tegels eruit en groen erin’, waardoor de speelplaatsen worden vergroend en het regenwater wordt gebufferd. Voorgesteld wordt om de Bloemendaalse scholen financieel te ondersteunen bij het realiseren van dergelijke plannen, in de vorm van een subsidie van 80% van de kosten van realisatie, tot een maximum van € 20.000. Scholen dienen hiervoor een plan in te dienen, op basis van door de gemeente vastgestelde uitgangspunten.

Het project beslaat een periode van 3 jaar. In zowel 2024 als 2025 is gestart met vergroening van de speelplaatsen van in totaal 12 scholen. Voor het begrotingsjaar 2026 resteert voor 4 scholen een totaalbedrag van € 80.000. De eenmalige transitie naar meer ‘groen’ en minder ‘grijs’ is geen wettelijke taak van de gemeente en de uitvoeringsperiode ligt vast. Om voornoemde redenen worden de lasten als incidenteel aangemerkt. Implementatiefase inkooptraject jeugdhulp Per 1 januari 2023 is gestart met het harmoniseren van de werkwijze op het gebied van o.a. strategisch partnerschap en het opstellen van de ontwikkelagenda samen met consortia en stakeholders (Centrum voor Jeugd en Gezin, Gecertificeerde Instellingen, partners uit de sociale basis, onderwijs). Dit betreft de implementatiefase regionaal inkooptraject jeugdhulp. De implementatiefase behelst lasten voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. Een deel van de gemeentelijke inzet die nodig is om bovenstaande te bewerkstelligen is intern belegd. Echter, een aanzienlijk deel dient vanuit externe inzet opgevangen te worden. Het gaat hierbij onder andere om projectleiders en ondersteuning hiervan, juridisch advies, een regionaal-werkende controller en extra inzet in de werkgroepen of op incidentele projecten.

In 2023, 2024 en 2025 zijn reeds budgetten beschikbaar

15

gesteld. Voor 2026 resteert voor de implementatie van het inkooptraject jeugd een budget van € 124.525. Gezien de aard van de kosten en de afloop ervan worden deze als incidenteel aangemerkt. Pilot Gezinsadvocaat Voor de pilot Gezinsadvocaat is een incidenteel bedrag van € 47.000 opgenomen. Dit bedrag is bedoeld ter versterking van de dienstverlening van kwetsbare inwoners bij complexe scheidingen teneinde bv. het veiligheidsrisico voor de ontwikkeling van kinderen, wiens belang altijd op één staat te verlagen. Het betreft een pilot van 1 jaar. Na de pilot, gemiddeld duurt een casus 10 maanden, zal een evaluatie plaatsvinden en worden beoordeeld of deze gemeentelijke keuze wordt voortgezet. Bijdrage incidenteel begroting 2026 GR Omgevingsdienst IJmond De gemeente Bloemendaal is deelnemer in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJ). Op 9 juli 2025 stemde het Algemeen Bestuur in met de begroting 2026. In de begroting 2026 van ODIJ zijn incidentele middelen opgenomen voor de noodzakelijke stappen die de Omgevingsdienst IJmond moet zetten om de taakuitvoering op het vastgelegde uitvoeringsniveau te brengen om de huidige opdracht, tegen het huidige bestuurlijke ambitieniveau, met borging van kwaliteit en continuïteit, te kunnen blijven uitvoeren.

De incidentele middelen zijn opgebouwd uit de middelen die nodig zijn voor de versterking van de kritische posities in het primaire proces en de versterking op de centrale sturing. Zoals bij wijziging van de begroting 2025 ODIJ al aangegeven, doorloopt de Omgevingsdienst het verbeterproces gedurende twee jaar; 2025 en 2026. Met de voor 2025 toegekende incidentele middelen is de Omgevingsdienst voortvarend gestart met de doorontwikkeling van de organisatie. Om het proces zorgvuldig te kunnen afronden is ook in 2026 een incidentele bijdrage noodzakelijk. Waar in de oorspronkelijke berekening nog uitgegaan is van € 1,5 miljoen, is in de begroting 2026 van ODIJ voor alle deelnemers een bedrag van € 750.000 opgenomen. Het aandeel voor Bloemendaal bedraagt daarin € 27.187. Dit lagere bedrag komt deels tot stand doordat in 2024 scherp is gestuurd op de uitgaven en binnen de eigen begroting van ODIJ is gezocht naar mogelijkheden om de bijdrage te verlagen. Verder waren er ook enkele meevallers, zoals rentebaten en subsidies.

16

OVERZICHT BATEN EN LASTEN Bedragen * € 1.000

RekeningBegrotingBegroting

Meerjarenraming

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten 0

Bestuur en ondersteuning

22.517

21.951

21.589

22.135

22.696

23.398

1

Veiligheid

3.131

3.711

3.826

3.934

3.888

3.950

2

4.849

5.611

6.248

5.510

5.774

5.910

3

Verkeer, vervoer en waterstaat Economie

153

217

260

262

262

267

4

Onderwijs

2.649

2.496

2.532

3.991

4.391

4.840

5

Sport, cultuur en recreatie

7.132

7.829

7.112

7.245

7.441

7.646

6

Sociaal domein

24.339

26.064

24.650

24.968

25.510

26.170

7

Volksgezondheid en milieu

10.178

10.828

10.792

11.090

11.516

11.854

8

Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Totaal

6.354

6.336

4.975

5.027

5.031

5.239

81.303

85.043

81.985

84.162

86.509

89.273

-55.884

-56.715

-57.697

-59.286

-60.395

-61.375

Baten 0

Bestuur en ondersteuning

1

Veiligheid

-26

-24

-26

-26

-27

-28

2

-368

-250

-489

-392

-405

-419

3

Verkeer, vervoer en waterstaat Economie

-2.755

-2.281

-2.411

-2.486

-2.563

-2.644

4

Onderwijs

-251

-201

-206

-210

-211

-215

5

Sport, cultuur en recreatie

-1.301

-1.484

-1.257

-1.210

-1.239

-1.278

6

Sociaal domein

-8.703

-7.692

-5.305

-5.243

-5.260

-5.280

7

Volksgezondheid en milieu

-10.591

-10.887

-11.300

-11.504

-11.886

-12.171

8

Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Totaal

-2.909

-2.469

-2.188

-2.104

-2.164

-2.231

-82.788

-82.002

-1.485

3.042

1.108

1.703

2.359

3.634

Bestuur en ondersteuning

7.725

3.104

110

0

0

0

Totaal

7.725

3.104

110

Bestuur en ondersteuning

-6.239

-6.027

-844

-144

-144

-144

Totaal

-6.239

-6.027

-844

-144

-144

-144

Saldo mutaties reserves

1.485

-2.922

-734

-144

-144

-144

0

119

373

1.559

2.215

3.490

Saldo voor resultaatbestemming Storting in reserve 0

-80.878 -82.460 -84.150 -85.639

Onttrekking aan reserve 0

Saldo na resultaatbestemming

17

TAAKVELDEN Bedragen * € 1.000

0

1

2

3

4

5

Bestuur en ondersteuning

2026 Lasten

Baten

Saldo

21.699

-58.541

-36.842

0.1

Bestuur

2.124

-18

2.106

0.2

Burgerzaken

1.683

-648

1.035

0.3

Beheer overige gebouwen en gronden

385

-414

-30

0.4

Overhead

15.980

-4.077

11.903

0.5

Treasury

-6

-273

-279

0.61

OZB woningen

631

-11.866

-11.235

0.62

OZB niet-woningen

564

-2.441

-1.877

0.63

Parkeerbelasting

-2.708

-2.708

0.64

Belastingen overig

-69

-69

0.7

-35.183

-35.183

0.8

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten

228

0.10

Mutaties reserves

110

-844

-734

Veiligheid

3.826

-26

3.801

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

2.251

1.2

Openbare orde en veiligheid

1.576

-26

1.550

Verkeer, vervoer en waterstaat

6.248

-489

5.759

2.1

Verkeer en vervoer

5.970

-440

5.530

2.2

Parkeren

259

-2

256

2.3

Recreatieve havens

19

-47

-28

260

-2.411

-2.150

Economie

228

2.251

3.1

Economische ontwikkeling

78

3.2

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

131

-95

36

3.3

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

52

-51

1

3.4

Economische promotie

-2.264

-2.264

-206

2.326

Onderwijs

2.532

4.2

Onderwijshuisvesting

1.907

4.3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

Sport, cultuur en recreatie

78

1.907

625

-206

419

7.112

-1.257

5.855

5.1

Sportbeleid en activering

524

-78

446

5.2

Sportaccommodaties

647

-271

376

18

5.3

6

5.5

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Cultureel erfgoed

5.6

Media

5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Sociaal domein

901

190

190

631

631

3.906

-594

3.312

24.650

-5.305

19.345

5.111

-985

4.126

Samenkracht en burgerparticipatie

6.21

6.3

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen

6.4

WSW en beschut werk

931

931

6.5

Arbeidsparticipatie

433

433

6.60

Hulpmiddelen en diensten (WMO)

6.23

6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal

14

14

968

968

40

40

4.901

2.120

-4.081

820

-11

2.109

34

34

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal

5.053

5.053

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

709

709

6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk

118

118

6.791 PGB WMO

8

-313

6.1

6.22

7

1.215

3.212

-99

3.114

6.811 Beschermd wonen (WMO)

167

-130

37

6.812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) 6.821 Jeugdbescherming

292

292

228

228

6.822 Jeugdreclassering

10

10

6.92

308

308

Co�rdinatie en beleid Jeugd

Volksgezondheid en milieu

10.792

-11.300

-508

7.1

Volksgezondheid

1.360

-139

1.221

7.2

Riolering

3.568

-4.477

-909

7.3

Afval

4.354

-5.591

-1.237

7.4

Milieubeheer

1.066

-455

611

7.5

Begraafplaatsen en crematoria

443

-637

-195

Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing 8.1 Ruimte en leefomgeving

4.975

-2.188

2.787

1.313

-119

1.194

8.2 8.3 Totaal

Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen

3

3

3.659

-2.069

1.591

82.095

-81.722

373

19

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

Algemene dekkingsmiddelen

Onroerendezaakbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Toeristenbelasting Overige belastingen

Begroting 2026 -13.380.422 -2.707.657 -67.000 -2.264.271 -1.548

Begroting 2027 -13.801.905 -2.792.950 -69.111 -2.335.596 -1.597

Begroting 2028 -14.236.665 -2.880.928 -71.288 -2.409.167 -1.647

Begroting 2029 -14.685.121 -2.971.678 -73.534 -2.485.056 -1.699

Totaal lokale heffingen

-18.420.898

-19.001.159

-19.599.695

-20.217.088

Uitkering gemeentefonds

Begroting 2026 -35.182.885

Begroting 2027 -36.048.962

Begroting 2028 -36.399.339

Begroting 2029 -36.606.763

Totaal uitkering gemeentefonds

-35.182.885

-36.048.962

-36.399.339

-36.606.763

Begroting 2026 -52.000 -152.000 -50.000

Begroting 2027 -52.000 -152.000 -50.000

Begroting 2028 -52.000 -152.000 -50.000

Begroting 2029 -52.000 -152.000 -50.000

Lokale heffingen

Uitkering gemeentefonds

Dividenden BNG Bank N.V. Stedin Groep Meerlanden Totaal dividenden Financieringsfunctie Rentelasten Rentebaten Saldo financieringsfunctie Onvoorzien Onvoorzien Totaal onvoorzien Totaal Algemene dekkingsmiddelen

-254.000

-254.000

-254.000

-254.000

Begroting 2026 313.555 -19.208

Begroting 2027 573.629 -17.994

Begroting 2028 720.654 -16.774

Begroting 2029 865.487 -17.977

294.347

555.635

703.880

847.510

Begroting 2026 20.000

Begroting 2027 20.000

Begroting 2028 20.000

Begroting 2029 20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

-53.543.436

-54.728.486

-55.529.154

-56.210.341

20

STRUCTURELE ONTTREKKINGEN EN TOEVOEGINGEN RESERVES Naam reserve

2026

2027

2028

2029

Dekkingsreserve rioolvernieuwingen

-70.749

-70.749

-70.749

-70.749

Dekkingsreserve riolering buitengebied

-25.359

-25.359

-25.359

-25.359

Structurele onttrekkingen reserves

Dekkingsreserve bergingscapaciteit riolering

-48.094 -48.094 -48.094 -48.094 -144.202 -144.202 -144.202 -144.202

Structurele toevoegingen reserves 0

0

0

0

Volgens het BBV zijn in principe alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard. De bestemmingsreserves dekking kapitaallasten zijn hierop een uitzondering. De looptijd van de ingestelde bestemmingsreserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de aan de bestemmingsreserve gekoppelde geactiveerde investering. Hierdoor hebben zowel de kapitaallasten als de onttrekking aan deze reserve geen invloed op het structurele begrotingssaldo. Om het structurele karakter in beeld te brengen moeten deze apart in een overzicht worden benoemd. De gemeente beschikt over drie dekkingsreserves die vallen binnen de rioolexploitatie.

21

UITGANGSPUNTEN BUDGETTAIR KADER 2026-2029 Naast de hiervoor genoemde grondslagen is de meerjarenbegroting 2026-2029 opgesteld met inachtneming van de in de Kadernota 2026 aangegeven financiële kaders. De kaders treft u hieronder aan: Onderwerp

Voorstel

Sluitende begroting

De gemeenteraad ziet toe op een structureel, reëel en duurzaam materieel begrotingsevenwicht. Dit houdt in dat meerjarige structurele lasten door meerjarige structurele baten worden gedekt en dat deze volledig en realistisch zijn.

Interne budgetregels

Nieuw beleid met structurele financiële gevolgen worden niet tussentijds, maar alleen bij de begroting, in behandeling genomen. Tussentijdse nieuwe voorstellen worden alleen bij de Zomernota behandeld mits ze onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn en bovendien betrekking hebben op 2026. Voor andere en complexe nieuwe voorstellen dient een apart raadsvoorstel te worden gemaakt.

Ontwikkeling financiering en De rekenrente voor de begroting 2026 vast te stellen op 3,25%. (toe te rekenen) rente Autonome ontwikkelingen (inwoners/woningen)

In de meerjarenbegroting wordt voor zover mogelijk rekening gehouden met autonome ontwikkelingen inwoners/woningen die uit bouwprojecten voortvloeien. De zogenoemde volume-aanpassingen. Hierbij wordt er bovendien vanuit gegaan, dat tegenover de stijging van de baten (OZB + Algemene uitkering), een stijging van de lasten staat wegens infrastructurele en sociaal maatschappelijke kosten.

Loon-/prijscompensatie

1. De personeelsbudgetten worden vanaf 2026 jaarlijks met 4,75% geïndexeerd; 2. De budgetten goederen en diensten worden vanaf 2026 met 2,2% verhoogd; 3. De subsidies worden vanaf 2026 met 2,2% verhoogd; 4. De subsidies voor zorg- en welzijnsorganisaties binnen het sociaal domein alsmede het lumpsum bedrag aan de consortia in de jeugdzorg worden geïndexeerd met de voorlopige OVA-index van 5,24%.

Gemeentefonds

De raming van de algemene uitkering in de begroting 2026 is gebaseerd op de Meicirculaire.

Relatie WOZ-herwaardering Als in het WOZ-tijdvak (1-1-2024 tot 1-1-2025) sprake is van met OZB-tarieven waardestijgingen/-dalingen, dan vindt, rekening houdend met, de beschikbare belastingcapaciteit een verrekening plaats via een evenredige verlaging/verhoging van de OZB-tarieven 2026. Hierdoor is er geen sprake van een structurele meer-/minderopbrengst m.i.v. 2026 als gevolg van de mutaties in de belastingcapaciteit. Tenzij er sprake is van areaaluitbreiding van nieuw onroerend goed. Heffingen/belastingen

1. De OZB, de parkeerbelasting, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de leges worden in 2026 trendmatig met 3,15% verhoogd. De overige inkomsten w.o. huren, met uitzondering van de huur van de gemeentewoningen, worden ook met het inflatiecijfer van 3,15% verhoogd. 2. De afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de lijkbezorgingsrechten worden slechts trendmatig verhoogd indien het niveau van 100% kostendekking nog niet is bereikt.

23

Investeringen

Er worden voor de periode 2026-2029 alleen investeringen in de begroting geraamd die in het betreffende begrotingsjaar ook tot uitvoering zullen komen. Bij de aanlevering voor de begroting worden op basis van concrete plannen van aanpak (capaciteit, tijd en geld) voorstellen tot het beschikbaar stellen van kredieten ingediend. In geval van zeer hoge urgentie kan van deze beleidslijn worden afgeweken. D.w.z. dat de gemeente of derden bij uitstel van investeringswerken risico’s lopen waaruit mogelijk ook schadeclaims kunnen voortvloeien.

Eigendommen

De opbrengsten van eigendommen (verkochte woningen) en andere activa worden toegevoegd aan de algemene reserve ‘afbouw schulden’. De opbrengsten worden gereserveerd voor het aflossen van schulden voor zover de flexibele algemene reserve meer dan 3% van het begrotingstotaal bedraagt. Bij het opstellen van de (laatste) jaarrekening wordt deze 3%regel beoordeeld. Zo nodig wordt de flexibele algemene reserve aangevuld vanuit de algemene reserve ‘afbouw schulden’.

Ontwikkeling schuldpositie / De schuldpositie van de gemeente blijft de komende begrotingsjaren investeringsplafond aandacht vragen. De ontwikkeling van de schuld van de gemeente wordt gemonitord met de financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Veel schulden worden gemaakt voor investeringen in kapitaalgoederen wegen, riolering en onderwijshuisvesting. Volgens staand beleid wordt gestreefd naar een bruto schuld van maximaal € 40 miljoen alsmede een solvabiliteit van tenminste 50%. Er dient continue een integrale afweging te worden gemaakt tussen de meerjarige investeringen enerzijds en het beoogde schuldniveau anderzijds. De jaarrekening 2024 laat per balansdatum 31 december 2024 een stand van de langlopende geldleningen zien van € 17,7 miljoen. De korte schuldpositie bedroeg per balansdatum € 0. De beide kengetallen netto schuldquote en solvabiliteit voldoen aan de norm van de gemeenteraad. Het schuldniveau zal vanaf 2026 mede door onderhanden en geplande investeringswerken weer toenemen.

24

GRONDSLAGEN Exploitatiebegroting Het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) schrijft o.m. voor dat het begrotingsstelsel van baten en lasten van toepassing is voor de gemeentebegroting en dat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. Dit houdt feitelijk in, dat de jaarlijks terugkerende lasten gedekt moeten worden door jaarlijks terugkerende baten. Uitgangspunten BBV Belangrijke uitgangspunten in het BBV voor het opstellen van begroting en rekening zijn, dat: • baten en lasten op dezelfde wijze worden gerangschikt; • baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben; • dat activa worden gewaardeerd en afgeschreven conform door uw raad vastgestelde richtlijnen. Deze richtlijnen zijn opgenomen in de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. • vanaf 2017 rentomslagstelsel verplicht; • vanaf 2017 moeten nieuwe investeringen met maatschappelijk nut geactiveerd worden; • vanaf 2017 worden overheadkosten inzichtelijk gemaakt. Verordening Financieel Beheer In de Verordening financieel Beheer Bloemendaal 2025 en in de Nota Activabeleid 2025-2030 zijn de volgende waarderingsgrondslagen opgenomen: 1

De kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht;

2.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie verantwoord. De raad kan op voorstel van het college besluiten om hiervan af te wijken en de kosten wel te activeren en in maximaal vijf jaar af te schrijven. Voorbereidingskosten die rechtstreeks aan de vervaardiging van een activum kunnen worden toegerekend worden geactiveerd volgens de dienovereenkomstige afschrijvingstermijn. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd en de afschrijvingsduur is gelijk aan die van soortgelijke activa waar de gemeente zelf in heeft geïnvesteerd, voor zover die niet langer is dan de afschrijvingsduur van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt; Activa met een aanschafwaarde van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd;

3.

4. 5.

Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Rente wordt niet geactiveerd;

6. 7.

Afschrijvingen vinden plaats op basis van de lineaire afschrijvingsmethode; De afschrijvingstermijnen, zoals hieronder, worden als basis gehanteerd voor het afschrijven van vaste activa. In bijzondere gevallen kan hiervan bij een besluit van de raad – bij het vaststellen van het krediet – worden afgeweken: Afval Ondergrondse inzamelcontainers

Termijn 15 jaar

Rolemmers

15 jaar

(Bedrijfs)gebouwen Nieuwbouw Verbouwkosten: gebruiksduur verlengend

40 jaar 40 jaar

Verbouwkosten: niet gebruiksduur verlengend Uitbreiding

25 jaar 40 jaar

Technische installaties (beveiliging, etc.)

5 jaar

Duurzame aanpassingen:

Zonnepanelen

20 jaar

Duurzame aanpassingen:

Warmtepompen Dak-/muurisolatie

10 jaar 25 jaar

25

Bedrijfsmiddelen Auto’s en zwaar materieel Gereedschap en hulpmiddelen

8 jaar 10 jaar

Gronden en terreinen Grond

niet

Groen/plantsoenen Aanleg

50 jaar

Herinrichting/renovatie Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

30 jaar

Riolering: Riolering (vernieuwing)

70 jaar

Gemalen bouwkundig Gemalen elektro + mechanisch

45 jaar 15 jaar

Persleidingen Drukriolering bouwkundig

45 jaar 45 jaar

Drukriolering elektro + mechanisch

15 jaar

IBA’s (individuele behandeling van afvalwater)

20 jaar

Randvoorzieningen bouwkundig Randvoorzieningen elektro + mechanisch

70 jaar 15 jaar

Drainage / DT-riolering Infiltratievoorzieningen

40 jaar 70 jaar

Deep Wells Begraafplaatsen:

5 jaar

Aanleg begraafplaatsen Weg- en waterbouw:

40 jaar

Eerste aanleg wegen, fiets- en voetpaden Reconstructie en herinrichting wegen, fiets- en wandelpaden

50 jaar 25 jaar

Civiele kunstwerken (bruggen): hout Civiele kunstwerken (bruggen): staal en beton

30 jaar 50 jaar

Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting: masten

15 jaar 40 jaar

Openbare verlichting: armaturen Infrastructurele maatregelen

20 jaar 20 jaar

Beschoeiingen Voorziening ligplaatsen

30 jaar 15 jaar

Parkeerautomaten ICT

8 jaar

Automatiseringsprojecten(hard- en software) Website

3 jaar 3 jaar

Mobiele apparatuur (telefoon, etc.) Kantoorinrichting

3 jaar

Meubilair, inventaris en kantoorapparatuur

10 jaar

Onderwijs Schoolgebouw: nieuwbouw Schoolgebouw: verbouw gebruiksduur verlengend

40 jaar 40 jaar

Schoolgebouw: verbouw niet gebruiksduur verlengend Uitbreiding schoolgebouwen

25 jaar 25 jaar

Gymnastieklokalen: nieuwbouw

40 jaar

Gymnastieklokalen: verbouw gebruiksduur verlengend

40 jaar

Gymnastieklokalen: verbouw niet gebruiksduur verlengend Brandbeveiliging

25 jaar 10 jaar

26

Sportvelden Kunstgras:

• •

toplaag sporttechnische laag

10 jaar 20 jaar

•

onderbouw (zand en drainage)

35 jaar

Natuurgras:

•

toplaag

10 jaar

Overige sport

• •

onderbouw (incl. drainage) tennisveld gravel

15 jaar 15 jaar

8 9

De afschrijvingen starten in het jaar na aanschaf of voltooiing van het actief. Aan de geactiveerde activa wordt rente toegerekend over de boekwaarde op 1 januari van het betreffende activum.

10

De bevoegdheid tot het toekennen, wijzigen en afsluiten van een investeringskrediet berust bij de raad. Beschikbaar gestelde investeringskredieten ouder dan twee jaar en waar in het laatste verantwoordingsjaar geen bestedingen op hebben plaatsgevonden, worden afgesloten. Het college kan deze termijn verlengen indien er verplichtingen zijn aangegaan op het krediet.

Financiële vaste activa De aan derden verstrekte geldleningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Belegde middelen De gemeente heeft geen middelen uitstaan. Vlottende activa • De voorraden worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs. • De vorderingen en de liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vreemd vermogen • De langlopende schulden hebben een looptijd van 1 jaar en 1 dag of langer. • De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

27

GEPROGNOSTICEERDE BALANS Geprognosticeerde balans per ultimo 2026 - 2029 (x € 1.000) ACTIVA (bedragen x € 1.000) Rek Beg 2024 2025

Begr Raming Raming Raming 2026 2027 2028 2029

1. Vaste Activa 1a Immateriële vaste activa

0

0

0

0

0

0

31.234 38.670 34.390

34.225

42.572

50.504

25.506 28.421 28.551

28.978

28.685

28.384

8.529 13.352 12.532

12.136

13.343

12.834

1.575

1.575

1.575

1.575

1.575

0

0

0

0

0

889

654

661

635

609

582

0

0

0

0

0

0

1b Materiële vaste activa - investeringen met een economisch nut - investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing kan worden gegeven - investeringen in openbare ruimte met alleen maatschappelijk nut 1c Financiële vaste activa - kapitaalverstrekking aan deelnemingen - kapitaalverstrekking overige verbonden p - overige langlopende leningen - overige uitzettingen met een looptijd >1 jaar

1.575

2. Vlottende Activa 2a Voorraden - grond/ en hulpstoffen niet in exploitatie genomen bouwgronden

0

0

0

0

0

0

- onderhanden werk, waaronder bouwgr in expl

700

700

0

0

0

0

14.359

1.000

2.000

1.200

1.000

1.000

386

386

386

386

386

386

4.593

3.200

2.200

3.000

3.200

3.200

2b Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar 2c Liquide Middelen 2d Overlopende activa Totaal Activa PASSIVA (bedragen x € 1.000)

87.771 87.958 82.296 82.135 91.370 98.465 Rek 2024

Beg 2025

Begr Raming Raming Raming 2026 2027 2028 2029

3. Vaste Passiva 3a Eigen vermogen - algemene reserve

33.412 33.692 33.102

33.102

33.102

33.102

- bestemmingsreserves

12.473 13.604 13.460

13.316

13.172

13.028

- gerealiseerd resultaat

3.869

0

0

0

0

0

6.531

6.434

6.765

6.864

7.448

8.154

16.900 15.750 14.600

13.450

23.741

31.473

3b Voorzieningen Vaste schulden met een looptijd van één jaar of 3c langer - langlopende leningen - waarborgsommen

780

759

2

2

2

2

0

5.000

0

4.392

0

0

6.763

7.631

7.631

4.300

9.278

9.006

7.043

5.088

6.736

6.709

4.627

3.700

4. Vlottende Passiva Kasgeldlening 4a Netto vlottende schulden korter dan één jaar - overige schulden 4b Overlopende passiva Totaal Passiva

87.771 87.958 82.296 82.135 91.370 98.465

29

EMU-SALDO (Economische en Monetaire Unie)

31

VERLOOP VAN DE RESERVES EN VOORZIENINGEN Beleid In de nota Reserves en Voorzieningen, vastgesteld door uw raad in januari 2017, is de doelstelling, nut en noodzaak van deze reserves en voorzieningen verwoord. Ten tijde van de begrotingsbehandeling wordt u een geactualiseerde nota voorgelegd. Hieronder treft u een tabel aan waarin het verloop van de reserves en voorzieningen vanaf 1 januari 2026 tot en met 1 januari 2030 is opgenomen. Nr. Bedragen x € 1.000

01-01- Storting Onttrekking 01-01- Storting Onttrekking 01-01- Storting Onttrekking 01-01- Storting Onttrekking 01-012026 2026 2026 2027 2027 2027 2028 2028 2028 2029 2029 2029 2030

Algemene reserves 1

Algemene bufferreserve

3.483

0

2

Flexibele algemene reserve

12.529

3

Algemene reserve afbouw schulden

17.680

0

3.483

0

0

3.483

0

0

3.483

0

0

3.483

110

-700 11.939

0

0

11.939

0

0

11.939

0

0 11.939

0

0 17.680

0

0

17.680

0

0

17.680

0

0 17.680

33.692

110

-700 33.102

0

0 33.102

0

0 33.102

0

0 33.102

Dekkingsreserves 4

Dekkingsreserve rioolvernieuwingen

3.594

0

-71

5

Dekkingsreserve riolering buitengebied

324

0

6

Dekkingsreserve bergingscap riolering

1.771

0

5.688

0

3.523

0

-71

3.453

0

-71

-25

298

0

-48

1.723

0

-144

5.544

0

3.382

0

-71

-25

273

0

-48

1.674

0

-144

5.400

0

3.311

-25

248

0

-25

222

-48

1.626

0

-48

1.578

-144

5.256

0

-144

5.112

Egalisatiereserves 7

Egalisatiereserve monumenten

82

0

0

82

0

0

82

0

0

82

0

0

82

82

0

0

82

0

0

82

0

0

82

0

0

82

Bestemmingsreserves: overige 8

Vereveningsfonds Sociale Woningbouw

7.378

0

0

7.378

0

0

7.378

0

0

7.378

0

0

7.378

9

Reserve energiebesparing

14

0

0

14

0

0

14

0

0

14

0

0

14

10 Gemeentelijk bomenfonds

23

0

0

23

0

0

23

0

0

23

0

0

23

11 Reserve explosievenopruiming

123

0

0

123

0

0

123

0

0

123

0

0

123

12 Reserve beschermd wonen

132

0

0

132

0

0

132

0

0

132

0

0

132

13 Project Oldenhove

164

0

0

164

0

0

164

0

0

164

0

0

164

7.834

0

0

7.834

0

0

7.834

0

0

7.834

0

0

7.834

Voorzieningen 14 Onderhoudsfonds gebouwen 15 Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing

257

325

-290

292

332

-476

148

340

-187

301

347

-187

462

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

16 Onderhoud bruggen en steigers

219

45

-5

259

46

-24

281

47

-9

319

48

-9

358

17 Rationeel wegbeheer

77

1.159

-1.115

121

1.185

-1.141

165

1.212

-1.167

210

1.240

-1.194

257

18 Risico's grondexploitatie

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

19 Egalisatievoorziening rioleringen

2.214

0

0

2.214

31

0

2.245

147

0

2.392

222

0

2.614

20 Investeringen reddingsbrigade

102

83

-92

92

83

-157

18

83

-100

0

83

-61

22

21 Spaarvoorziening riolering

840

210

0

1.050

210

0

1.260

210

0

1.470

210

0

1.680

22 Pensioengelden (vm) bestuurders

1.861

60

-48

1.874

60

-50

1.884

60

-52

1.892

60

-54

1.898

23 Verlofsparen

33

0

0

33

0

0

33

0

0

33

0

0

33

24 Achterstallig onderhoud Oldenhove

565

0

0

565

0

0

565

0

0

565

0

0

565

25 Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)

170

0

0

170

0

0

170

0

0

170

0

0

170

26 Egalisatievoorziening begraafplaatsen

96

0

0

96

0

0

96

0

0

96

0

0

96

6.434

1.881

-1.549

6.765

1.947

-1.848

6.864

2.099

-1.515

7.449

2.210

-1.505

8.154

53.730

1.991

-2.393 53.328

1.947

-1.992 53.282

2.099

-1.659 53.722

2.210

-1.649 54.284

Totaal-generaal

PARAGRAFEN

35

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de robuustheid van de begroting weergegeven ofwel het vermogen om niet begrote kosten te kunnen dekken. Onder weerstandsvermogen wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. De paragraaf wordt opgesteld conform de door de gemeenteraad vastgestelde nota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2023. Om een goed oordeel te kunnen geven over het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: A. Beschikbare weerstandscapaciteit Dit zijn de middelen en mogelijkheden waarover een gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote risico's van materiële betekenis in financiële zin af te dekken. We onderscheiden incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Voor Bloemendaal bedraagt de incidentele weerstandscapaciteit € 33,4 miljoen en de structurele weerstandscapaciteit € 6,4 miljoen. Deze worden nader toegelicht onder A. B. Benodigde weerstandscapaciteit (de risico's) Inventarisatie van de risico's die niet op een andere wijze zijn ondervangen en die een financieel gevolg kunnen hebben. Een risico is in dit verband een kans op het zich voordoen van een onvoorziene gebeurtenis met een nadelig gevolg. De risico's worden ingeschat op € 1,7 miljoen incidenteel en € 0,75 miljoen structureel. Deze worden nader toegelicht onder B.

Ratio’s weerstandsvermogen De onderstaande ratio’s kunnen worden beoordeeld met behulp van onderstaande normtabel. Normtabel weerstandsvermogen > 2,0 1,4 - 2,0

uitstekend ruim voldoende

1,0 - 1,4 < 1,0

voldoende onvoldoende

De ratio’s van het weerstandsvermogen worden als volgt berekend en zijn uitgesplitst in een ratio incidenteel weerstandsvermogen en een ratio structureel weerstandsvermogen: Ratio incidenteel weerstandsvermogen € 33.412.490

A. Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit _______________________________________ B. Benodigde incidentele weerstandscapaciteit

=

Ratio incidenteel weerstandsvermogen incl. stille reserves niet vrij aanwendbaar, minus objecten voor bedrijfsvoering Benodigde bufferreserve (90% incidenteel weerstandsvermogen) Vereist niveau flexibele algemene reserve (3% begrotingstotaal)

____________ = 19,5 € 1.716.000

37,9 € 1.544.400

VOLDOENDE

Zoals uit voorgaande blijkt heeft Bloemendaal voor het incidentele weerstandsvermogen een berekende ratio van 19,5 wat volgens de normtabel overeenkomt met een uitstekend weerstandsvermogen. Inclusief stille reserves niet vrij aanwendbaar, rekening houdend met objecten die nodig zijn voor de bedrijfsvoering, is de ratio indicatief 28,4. De bufferreserve dient

37

90% te bedragen van het benodigde incidenteel weerstandsvermogen en de flexibele algemene reserve dient tenminste 3% te bedragen van het begrotingstotaal. Onderstaande tabel laat een stabiele ontwikkeling zien van het incidentele weerstandsvermogen in de afgelopen 3 jaar. In 2026 laat de ratio een sterke stijging zien ten opzichte van 2025. Dit komt vooral doordat bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit meer duidelijkheid is gekomen over het risico van Oldehove (stoppen na 5 jaar huurcontract) en het wegvallen van de frictiekosten exit-strategie outsourcing in de aanbesteding naar nieuwe ICT. Hierdoor komt het incidentele weerstandsvermogen hoger uit. Ontwikkeling incidentele weerstandsvermogen 2024 2025

2026

16,3

19,5

6,5

Ratio structureel weerstandsvermogen A. Beschikbare structurele weerstandscapaciteit _______________________________________ B. Benodigde structurele weerstandscapaciteit

€ 6.396.775 =

____________ = 8,5 € 750.000

De ratio structureel weerstandsvermogen is voldoende. Bedacht moet echter worden dat er omgebogen moet worden om de tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen (zie de volgende paragraaf).

38

BEREKENING VAN DE BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De beschikbare weerstandscapaciteit van Bloemendaal bestaat uit het geheel van middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om risico’s in financiële zin af te dekken. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit Bufferreserve Flexibele algemene reserve Reserve afbouw schulden Totaal incidentele weerstandscapaciteit:

€ 1.660.554 € 12.840.410 € 18.911.526 € 33.412.490

De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten eenmalig op te vangen. Het zijn de direct aan te wenden middelen voor financiële tegenvallers, dit betreft de flexibele algemene reserve, de bufferreserve en de reserve afbouw schulden. Bestemmingsreserves rekenen we niet mee omdat de onttrekking uit deze reserves direct invloed heeft op de dekking van kosten in meerjarenperspectief. Ook worden de stille reserves buiten beschouwing gelaten. Indicatief is wel een ratio incidenteel weerstandsvermogen inclusief stille reserves opgenomen. Beschikbare structurele weerstandscapaciteit • Onbenutte OZB-capaciteit tot art.12 norm • Onvoorzien • Ombuigingsruimte (3% beïnvloedbare lasten) Totaal:

€ 4.069.655 € 50.000 € 2.277.120 € 6.396.775

De structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen, die permanent (jaarlijks in meerjarenperspectief) ingezet kunnen worden om tegenvallers op te vangen. Mogelijkheden zijn om de OZB te verhogen, de post onvoorzien alsmede 3% op de lasten te bezuinigen. Dat laatste zal naar verwachting gevolgen hebben voor de dienstverlening en het voorzieningenniveau.

39

BEREKENING VAN DE BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT (DE RISICO'S) De berekening is conform de nota Weerstandsvermogen 2023. Een gemeente is vrij zelf de uitgangspunten en systematiek vast te stellen voor de wijze waarop het weerstandsvermogen wordt berekend. De manier om dit te doen is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2023 Gemeente Bloemendaal. De gehanteerde methode is normatief voor wat betreft risico’s in de klasse ‘laag’ en specifiek voor de risico’s in de klassen ‘gemiddeld ‘en’ hoog’. De klasse ‘laag’ omvat veel risico’s waarvan het niet doenlijk en zinvol is voor elk risico apart een waardering in geld aan te geven. Daarom wordt voor alle kleine en onbekende risico’s samen 3% van de structurele beïnvloedbare lasten als uitgangspunt genomen. Risico’s ‘midden’ en ‘hoog’ worden gewaardeerd in geld conform onderstaande systematiek. De onderscheiden risico’s worden niet afzonderlijk gekwantificeerd, maar ingedeeld in de klassen ‘hoog’, ‘midden’ of ‘laag’. De inschatting hangt vooral samen met de mate waarin het risico zich voor kan doen. Bij de vertaling naar het weerstandsvermogen wordt voor risico’s uit de klasse ‘hoog’ rekening gehouden met 60% van de geschatte financiële gevolgen. Bij risico’s uit de klasse ‘midden’ wordt rekening gehouden met 30% van de geschatte financiële gevolgen.

Voor risico’s uit de klassen ‘hoog’ en ‘midden’ wordt onderscheid gemaakt in structurele en incidentele risico’s. Voor de dekking van structurele risico’s is veelal een structurele aanpassing binnen de exploitatie nodig. Voor incidentele risico’s kan het vermogen (reserves) ingezet worden. Het overzicht van risico’s wordt jaarlijks geactualiseerd bij begroting en jaarrekening. De lijst kan worden beschouwd als een reële inschatting op basis van de beschikbare informatie. Onderstaand is een overzicht te zien van de risico’s die niet op een of andere manier zijn ondervangen (waar geen voorziening voor is gevormd of verzekering voor is aangegaan) en die een financieel gevolg kunnen hebben.

Risico-inventarisatie en berekend weerstandsvermogen Risico/Gevolg Structureel

Incidenteel

hoog= 0,6 kans dat risico zich voordoet

1. Ingediende of mogelijke claims tegen gemeente. Indien de omvang van een claim goed valt in te schatten en de kans als groot wordt beoordeeld dat de gemeente de claim verschuldigd is, dient e.e.a. overigens als voorziening verwerkt te worden in de begroting. Dat wordt dus jaarlijks beoordeeld. Bij de beoordeling wordt meegenomen of de gemeente de schade kan verhalen op een verzekering of derden. Een voorziening is niet nodig en de post staat op PM in deze risicoparagraaf omdat bij het opmaken van de begroting (van de claims die bekend zijn), er geen claims zijn waarvan de omvang goed valt in te schatten en het om claims gaat waarvan het nog onzeker is of deze tot een grote schade leiden en tevens juridisch verweer mogelijk is. Schades/claims kunnen overigens zo nodig met de bufferreserve of Flexibele Algemene Reserve gedekt worden. PM 2. Oldenhove (stoppen na 5 jaar huurcontract). Gevolg De volledige rijkssubsidie moet worden terugbetaald. € 1.080.000 3. Locatiemanagers oorlog Oekraïne Gevolg Risico van 4 locatiebegeleiders die in vaste dienst zijn, terwijl ze bekostigd worden uit een tijdelijke regeling. Als we rekening houden met een begeleid traject naar werk van 12 maanden, levert dit een kostenpost van € 383.000 op. €383.000

40

4. Ontwikkelingen Vitaal Vogelenzang

Gevolg Opsomming risico's uit notitie grondexploitatie Vitaal Vogelenzang (AKROfinance) stikstof vraagstuk; lopende beroepsprocedure tegen bestemmingsplan; veenpakketten vervangen voor zand; oefenwand tennisbanen aanwezigheid asbest, hemelwater afvoeren van woningen naar wadi; goedkeuring ter plaatse van groenzone ter hoogte van bouwblokken 5, 4 en 6 i.v.m. bestaand maaiveld te behouden beplanting (Vliegroute Vleermuizen) in relatie tot onder vrij verval afstromen van vuilwater; uitloop van realisatie. € 203.000 5. Verouderde bomen stand. Oplopende kosten verzorging en vervanging verouderen bomen stand. Kwantificeren is afhankelijk van de natuur. Gevolg Kosten waarvoor geen dekking is.

0

€ 50.000 € 1.716.000

6. Open einde regelingen / decentralisatie taken Rijk (zoals Jeugdzorg, WMO, WWB, leerlingenvervoer, Spaarne Werkt). Voor inschatting van het structurele risico wordt 10% van de variabele lasten sociaal domein berekend. Gevolg is dat de lasten stijgen door een aanzuigende werking van het open einde systeem, maar ook door demografische trends (zoals de vergrijzing) en landelijke beleidsmatige ontwikkelingen die tot meer druk op de gemeentelijke voorzieningen leiden. € 750.000 0 Hoog Totaal risico's:

€ 750.000

€1.716.000

41

KENGETALLEN Het is verplicht om vijf kengetallen over de financiële positie op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De kengetallen beogen (in samenhang met elkaar) een goed beeld te geven van de financiële positie, en zijn van betekenis voor de weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente. De kengetallen zijn bovendien vergelijkbaar met andere gemeenten.

De financiële positie van de Gemeente Bloemendaal staat onder druk. Door investeringen zal de schuldpositie toenemen en directe gevolg hebben voor de stijging van de netto schuldquote. Deze blijft voor alle jaren nog wel onder de vastgestelde normering van de raad. De solvabiliteitsratio schommelt rond de normering van 50% en het kengetal structurele exploitatieruimte komt als gevolg van het negatieve begrotingssaldi vanaf 2026 onder de vastgestelde normering uit.

42

LOKALE HEFFINGEN Deze paragraaf biedt inzicht in het beleid van de lokale heffingen en geeft een overzicht van de te ontvangen en te verantwoorden lokale heffingen en belastingen. Hiermee ontstaat inzicht in de totale lastendruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron van de gemeente. Doelstelling Doelstelling van lokale heffingen is het als gemeente verwerven van eigen middelen uit belastingen en overige heffingen ter dekking van algemene en specifieke uitgaven in het kader van de uitvoering van gemeentelijke taken. Wettelijk kader In artikel 219 van de Gemeentewet staat aangegeven op basis waarvan de gemeentelijke belastingen en heffingen kunnen worden geheven. Een deel van deze lokale heffingen staat opgesomd in de Gemeentewet zelf, daarnaast bieden bijzondere wetten de mogelijkheid om te heffen, bijvoorbeeld de Wet Milieubeheer (afvalstoffenheffing). Legitimatie (invoering, wijziging of intrekking) van lokale heffingen geschiedt door middel van door de gemeenteraad vast te stellen belastingverordeningen. De tarieven, grondslagen en overige bepalingen van de in deze paragraaf genoemde heffingen worden jaarlijks door de raad uiterlijk in de maand december voor het eerstvolgende belastingjaar vastgesteld in de navolgende verordeningen: • • • • • • • • • •

Verordening onroerende-zaakbelastingen Bloemendaal; Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Bloemendaal; Verordening afvalstoffenheffing Bloemendaal; Verordening rioolheffing Bloemendaal; Verordening toeristenbelasting Bloemendaal; Verordening parkeerbelasting Bloemendaal; Verordening precariobelasting Bloemendaal; Verordening lijkbezorgingsrechten Bloemendaal; Legesverordening Bloemendaal; Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bloemendaal.

Bij de heffingen is een onderscheid tussen belastingen en retributies. Belastingen Belastingen hebben een algemeen karakter en geen directe relatie met een gemeentelijke taak. Zij worden onder meer geheven als een bijdrage in de kosten van de voorzieningen van openbaar nut die de gemeente heeft getroffen. Er is sprake van autonoom beleid ten aanzien van de hoogte van de belastingtarieven. Retributies Retributies hebben wel een directe relatie met een gemeentelijke taak, zoals de reinigingsdienst, rioleringen, begraafplaats en vergunningen / leges. Dat geld bestemt de gemeente uitsluitend voor die doelen. Bij de retributies mogen de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake (maximaal kostendekkende tarieven). Rentekosten en Overhead Aan de retributies worden zowel rente- als overheadkosten toegerekend. Voor de berekening van de toe te rekenen kosten, w.o. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente, wordt verwezen naar respectievelijk de paragrafen financiering en bedrijfsvoering en overhead.

43

Uitvoering De aanslagen onroerende en roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden via een gecombineerd biljet opgelegd. Deze aanslagoplegging en de daaraan gekoppelde invordering wordt namens de gemeente verzorgd door de gemeenschappelijke regeling ‘Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid’ (GBKZ). Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt ook de heffing en invordering voor de gemeenten Heemstede en Zandvoort. Wanneer een belastingplichtige er voor kiest om gebruik te maken van automatische incasso dan kan deze gecombineerde aanslag in zeven termijnen worden voldaan. Is er geen sprake van automatische incasso, dan moet de aanslag binnen twee maanden betaald zijn. De heffing en invordering van de grafrechten wordt door de gemeente Bloemendaal zelf verzorgd. Ontwikkelingen De lokale heffingen vormen naast de Algemene Uitkering van het Rijk een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Het merendeel van de lokale inkomsten bestaat uit de onroerende zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

44

BELEID OPBRENGST EN DEKKING Het beleid ten aanzien van de opbrengst van de in deze paragraaf genoemde belastingen en retributies voor de jaren 2026-2029 is als volgt: • Onroerende-zaakbelastingen: inflatiepercentage (3,15%) koppeling met het landelijk inflatiecijfer voor de loon-prijsontwikkeling volgens het Centraal Planbureau (CPB); • roerende belasting op woon- en bedrijfsruimten: inflatiepercentage (3,15%); • rioolheffing: 100% kostendekking; • afvalstoffenheffing: 100% kostendekking; • begrafenisrechten: 100% kostendekking; • leges: inflatiepercentage (3,15%), 100% kostendekking; • precariobelasting: inflatiepercentage (3,15%); • parkeerbelasting: de parkeertarieven stijgen met € 0,15 (=3,15%); • toeristenbelasting: tarief per persoon per overnachting stijgt van € 5,30 naar € 5,47. Het tarief per persoon per overnachting op een kampeerterrein stijgt van € 4,10 naar € 4,23. Voor de twee laatste belastingsoorten geldt dat er geen koppeling is met die van de gemeente Zandvoort. Inflatiecorrectie Voor de heffingen en belastingen geldt een koppeling met het landelijk inflatiecijfer voor de loonen prijsontwikkeling van het Centraal Planbureau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2510/documents/26418