Bijlage 23 Bijlage motivering 22 Archeologisch onderzoek Leegstraat 14
Tekst van het document
Vroege-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: In crevasse afzettingen, vanaf het kleine fragmenten aardewerk, maaiveld. metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar. 34 Gedurende het (late-)Paleolithicum en het Mesolithicum lagen de afzettingen van het Laagterras en later van de Laag van Wijchen aan het maaiveld. In de omgeving van het plangebied lagen de lagere terrasniveaus van het Terras X en Vroeg-Holocene meandergordels. Hiermee lag het plangebied binnen een overgangszone van relatief hogere en droge gronden naar lagere en nattere gronden. Daarom geldt er een hoge archeologische verwachting voor deze perioden. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor.
Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.35 Gedurende het Neolithicum tot en met de Vroege-Bronstijd lag het plangebied in het komgebied van de Winssen stroomgordel. Deze gebieden waren in deze te nat voor de landbouw. Voor de komafzettingen van de Winssen stroomgordel geldt daarom een lage archeologische verwachting. Wel is er direct ten westen van het plangebied op enkele plekken crevasse afzettingen met een vegetatie horizont aangetroffen. Deze afzettingen zijn waarschijnlijk in deze periode afgezet. Deze crevasse afzettingen staken boven het komgebied van de Winssen stroomgordel uit en waren waarschijnlijk (zeer) vruchtbaar: ideaal dus voor de landbouwers uit het Neolithicum en Vroege-Bronstijd. Als er binnen het plangebied afzettingen van deze crevasse met een vegetatiehorizont aanwezig zijn, geldt er voor deze afzettingen een hoge archeologische verwachting voor deze perioden.
34 Louwe Kooijmans et al., 2005. 35 Louwe Kooijmans et al., 2005.
25343.001 versie 3
17 / 25
Direct ten westen van het plangebied zijn in de bodemopbouw drie vegetatiehorizonten aangetroffen. De oudste, en diepste, is gedateerd tot in het Midden-Bronstijd en is duidelijk aanwezig. De middelste is relatief dun en vaag. Deze horizont is aangetroffen in crevasse afzettingen en dateert tot in de IJzertijd/Romeinse tijd. Aan het maaiveld worden de jongste crevasse oeverafzettingen verwacht. Deze dateert tot de 3e/8e eeuw na Chr. Binnen de vegetatie horizonten zijn binnen het onderzoeksgebied meerdere archeologische waarden bekend. Er geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor de perioden Midden-Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in agrarisch gebruik geweest. Ook staan er enkele gebouwen en kassen in het plangebied. Door ploegen en bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.
2.9 Conclusie bureauonderzoek Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Hieruit blijkt dat de ondergrond binnen het plangebied waarschijnlijk bestaat uit Pleistocene terrasafzettingen met daarop Holocene rivierafzettingen. Binnen de Holocene rivierafzettingen zijn mogelijk vier verschillende vegetatiehorizonten aanwezig. Deze vegetatiehorizonten zijn (waarschijnlijk) in het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen in fases ontstaan. Er geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor het (Late-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Alleen voor het Neolithicum en Vroege-Bronstijd kan een lage verwachting gelden omdat het niet zeker is of er een vegetatie horizont uit deze perioden aanwezig is binnen het plangebied. Vanwege deze hoge archeologische verwachting is er een noodzaak tot vervolgonderzoek. Aangezien er binnen het plangebied afzettingen van meerdere vegetatiehorizonten, is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Ook dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
25343.001 versie 3
18 / 25
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Ook dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.
3.2 Methoden Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 3 juni 2024 door de heer E. Steijsiger, MSc en de heer ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het veldwerk is uitgevoerd op 4 juni 2024. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Het deel van het plangebied waar het verkennend booronderzoek is uitgevoerd heeft een oppervlakte van circa 1 ha. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 10 cm) en een guts (diameter 3 cm) 7 boringen tot maximaal 5 m -mv gezet (zie kaart 22). Boring 7 is net buiten het plangebied gezet, omdat de oorspronkelijke boorlocatie als trouwlocatie wordt gebruikt. De boringen zijn lithologisch volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 36 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (zie bijlage 7).
Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld in hoeverre er sprake is van een gaaf bodemprofiel. In het bijzonder is er gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot.
36 Bosch, 2005.
25343.001 versie 3
19 / 25
3.3 Resultaten Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorstaten en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de bodemopbouw als volgt worden weergegeven: Tabel 3.1
Hoofdlijn bodemopbouw
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
Tot ca. 90 à 110 cm -mv (6,7 à 7,0 m NAP)
Kalkrijke, sterk siltig en matig zandige klei met een matig Crevasse-afzettingen 1. Moderne bouwvoor humeuze top en een (grijs)bruine tot zwarte kleur. aanwezig in bovenste 10 à 50 cm.
Tot ca. 110 à 170 cm -mv Kalkrijke, sterk siltige klei met een zwak humeuze top en een Crevasse-afzettingen 2. Vegetatie horizont (6,2 à 6,6 m NAP) (grijs)bruine kleur. aanwezig in bovenste 10 à 20 cm. Soms zwak houtskool houdend. Tot ca. 130 à 160 cm -mv Kalkrijke, sterk siltige klei met een bruingrijze kleur. (6,2 à 6,5 m NAP)
Oeverafzettingen, bevat veel ijzer conglomeraties
Tot ca. 160 à 250 cm -mv Kalkrijk, matig tot sterk siltige en sterk zandige klei met een Crevasse-afzettingen 3. Ontkalkte vegetatie (5,2 à 6,0 m NAP) kalkloze, matig humeuze top en een zwarte tot horizont aanwezig in bovenste 10 à 35 cm. bruinoranje/oranjebruine kleur. Soms zwak houtskool houdend. C-horizont bevat veel ijzer en mangaan conglomeraties. Tot ca. 220 à 405 cm -mv Kalkloze, matig siltige klei met een bruinoranje tot een grijze Komafzettingen. Niet aangetroffen in boring (3,7 à 5,6 m NAP) kleur. 2. Tot ca. 490 à 495 cm -mv Kalkrijke matig tot sterk zandige klei en matig siltige tot matig Crevasse geul afzettingen. Alleen (2,7 à 2,8 m NAP) kleiig, zeer fijn zand met een zwak humeuze onderkant en een aangetroffen in boringen 1 en 2. Top bevat grijze kleur. soms veel ijzer conglomeraties. Bevat veel zandige klei- en kleiige zandbandjes. Onderste meter is zwak humeus en bevat veel wortelresten. Tot ca. 350 à 500 cm -mv Kalkrijke, zwak tot matig zandige klei met een grijsblauwe Laag van Wijchen. (3,2 à 4,0 m NAP) kleur. Tot onderkant boor
Kalkloze, zwak siltige, uiterst grof zand met een grijze kleur.
Formatie van Krefteheye, Laagterras. Niet aangetroffen in boringen 1, 2 en 6.
Binnen het plangebied bestaan de Holocene afzettingen uit: oeverafzettingen, komafzettingen en afzettingen van vier crevasse fasen aangetroffen. De oeverafzettingen van de jongste crevasse fase 1 zijn aan het maaiveld aangetroffen en reiken tot 90 à 110 cm -mv (6,7 à 7,0 m NAP, zie kaart 23A). In de top van deze afzettingen is een moderne bouwvoor aanwezig van 10 tot 50 cm dik. Deze bouwvoor bestaat uit kalkrijke, matig humeuze, sterk siltige tot matig zandige klei. Onder de bouwvoor is een Bw-/BC-horizont aanwezig bestaande uit sterk siltige tot zwak zandige klei, wat typerend is voor een ooivaaggrond.
25343.001 versie 3
20 / 25
Direct onder de crevasse fase 1, liggen de oeverafzettingen van de crevasse fase 2 welke tot circa 110 à 170 cm -mv (6,3 à 6,6 m NAP) reiken (zie kaart 23B). Deze afzettingen bestaan uit kalkrijke sterk siltige klei. In de top van deze afzettingen is een zwak humeuze, vage vegetatie horizont aanwezig van 10 tot 20 cm dik. Binnen sommige boringen is deze laag zwak houtskool houdend. Binnen boringen 1, 2, 3 en 5 zijn onder de afzettingen van de crevasse fase 2 oeverafzettingen aangetroffen tot circa 130 à 160 cm -mv (6,2 à 6,5 m NAP). Deze bestaan de uit kalkrijke, sterk siltige klei met veel ijzer conglomeraties. Het gaat hier mogelijk om de oeverafzettingen van de Rijn, maar kunnen behoren tot de crevasse fase 2 of 3. De oeverafzettingen van de crevasse fase 3 liggen onder de oeverafzettingen van de Rijn of direct onder die van de crevasse fase 2, vanaf circa 130 à 170 cm -mv (6,2 à 6,5 m NAP, zie kaart 23C). Deze oeverafzettingen bestaan kalkrijke, matig tot sterk siltige en sterk zandige klei. In de bovenste 10 tot 35 cm van deze afzettingen is een kalkloze matig humeuze vegetatie horizont aanwezig met houtskool. Omdat de rest van de afzettingen van deze fase kalkrijk zijn, wordt aangenomen dat de vegetatie horizont ontkalkt is, wat betekend dat de vegetatie horizont een lange periode aan het maaiveld heeft gelegen.
De C-horizont van deze fase bevat veel ijzer en mangaan conglomeraties. Binnen alle boringen behalve boring 2 zijn onder de crevasse fase 3 kalkloze, matig siltige komklei afzettingen aanwezig. Deze komafzettingen zijn waarschijnlijk afkomstig van de Winssen stroomgordel. Binnen boringen 1 en 2 is tussen ongeveer 220 à 250 tot 490 à 495 cm -mv (5,6 à 5,2 tot 2,9 à 2,7 m NAP) afzettingen van een crevasse geul aangetroffen. Aangezien deze afzettingen onder de afzettingen van de crevasse fase 3 liggen, moet de crevasse geul behoren tot een oudere crevasse fase 4. De afzettingen bestaan afwisselend uit matig tot sterk zandige klei en matig siltige tot matig kleiig, zeer fijn zand en zijn allemaal kalkrijk. De onderste meter van deze afzettingen is zwak humeus en bevat wortelresten. Dit wijst erop dat deze afzettingen in een nat milieu zijn afgezet. De onderkant van deze afzettingen is niet bereikt, en liggen dus dieper dan 500 cm -mv. Binnen deze twee boringen is de Laag van Wijchen niet aangetroffen. Waarschijnlijk is de laag van Wijchen en de top van het Pleistocene Laagterras door de crevasse geul geërodeerd. Binnen het merendeel van het plangebied (met uitzondering van boringen 1 en 2) ligt de top van de Laag van Wijchen op 340 à 405 cm -mv (3,7 á 4,5 m NAP, zie kaart 23D) en bestaan uit zwak tot matig zandige klei met de typerende blauwgrijze kleur.
De onderkant van de bodemopbouw bestaat uit het uiterst grof zand van het Pleistocene Laagterras. Op de moderne bouwvoor na, zijn alle afzettingen intact aanwezig. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend booronderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
25343.001 versie 3
21 / 25
Resultaten veldonderzoek in relatie tot eerder uitgevoerde onderzoeken Binnen het verkennend booronderzoek zijn afzettingen van vier crevasse fasen aangetroffen. De eerste drie fasen bevatten een vegetatie horizont (waaronder de moderne bouwvoor aan het maaiveld). Dit komt overeen met de resultaten van de onderzoeken die al zijn uitgevoerd binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid (zie §2.6.1 en tabel 3.2). De afzettingen van de crevasse fasen 1 en 2 en de vegetatiehorizonten zijn ook aangetroffen in de andere onderzoeken. Daarom kan worden gesteld dat de crevasse fase 1 dateert tot de 3 e tot 8e eeuw na Chr., en lag gedurende de Middeleeuwen en Nieuwe tijd aan het maaiveld. De crevasse fase 2 lag gedurende de IJzertijd en Romeinse tijd aan het maaiveld. De duidelijke vegetatiehorizont van de crevasse fase 3 is in alle onderzoeken binnen het ontwikkelingsplan Winssen Zuid aangetroffen. Deze laag dateert uit de Midden-Bronstijd. De afzettingen waarin deze vegetatie horizont aanwezig is, is verschillend. Binnen sommige onderzoeken is deze laag als (kom)kleiafzettingen geïnterpreteerd. Een ander onderzoek noemt het oeverachtige afzettingen. Binnen dit onderzoek is deze laag vanwege de hoge kalk- en siltgehalten geïnterpreteerd als oeverafzettingen.
Omdat het plangebied tijdens de Midden-Bronstijd op ruime afstand van een stroomgordel lag37, moeten deze oeverafzettingen afkomstig zijn van een crevasse, en niet van een stroomgordel. De crevasse geul van de fase 4 moet op basis van de stratigrafie ouder zijn dan crevasse fase 3. Ook is deze fase zeer waarschijnlijk jonger dan het passeren van het terrassenkruising ter hoogte van het plangebied, aangezien het ontstaan van een crevasse in een insnijdend riviersysteem onwaarschijnlijk is. Daarom dateert deze fase zeer waarschijnlijk tot in het Midden-Neolithicum tot en met de Vroege-Bronstijd. Direct ten westen van het plangebied is binnen enkele boringen op dezelfde stratografische positie een vegetatiehorizont gevonden38 dat waarschijnlijk tot dezelfde periode dateert en mogelijk tot hetzelfde crevasse systeem behoord. Tabel 3.2
de aangetroffen crevasse fasen gerelateerd aan de resultaten van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek
Dit onderzoek
Hanemaaijer. 2023
Datering (op basis van Hendriksen, 2021)
Crevasse fase 1
Crevasse afzettingen aan maaiveld
3e tot 8e eeuw na Chr.
Crevasse fase 2
Vegetatie horizont 1
IJzertijd/Romeinse tijd
Crevasse fase 3
Vegetatie horizont 2
Midden-Bronstijd
Crevasse fase 4
Vegetatie horizont 3
Op basis van stratografie waarschijnlijk Midden-Neolithicum/VroegeBronstijd. Mogelijk aan elkaar gerelateerd?39
37 De dichtstbijzijnde is de Ressen Fase C stroomgordel op circa 5 kilometer afstand (Cohen et al., 2012) 38 Hanemaaijer, 2023 39 Niet aangetroffen bij Hendriksen, 2021.
25343.001 versie 3
22 / 25
Figuur 3.1 boorstaten naar lithologie met de aangetroffen vegetatie horizonten.
25343.001 versie 3
23 / 25
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Hieruit blijkt dat de ondergrond binnen het plangebied waarschijnlijk bestaat uit Pleistocene terrasafzettingen met daarop Holocene rivierafzettingen. Binnen de Holocene rivierafzettingen zijn mogelijk vier verschillende vegetatiehorizonten aanwezig. Deze vegetatiehorizonten zijn (waarschijnlijk) in het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen in fases ontstaan. Er geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor het (Late-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Alleen voor het Neolithicum en Vroege-Bronstijd kan een lage verwachting gelden omdat het niet zeker is of er een vegetatie horizont uit deze perioden aanwezig is binnen het plangebied. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat er binnen het noordelijke deel van het plangebied oeverafzettingen van drie crevasse fasen en geul afzettingen van een vierde crevasse fase aanwezig zijn. De oeverafzettingen van de crevasse fase 1 liggen aan het maaiveld en dateren tot de 3e tot 8e eeuw na Chr. De oeverafzettingen van de crevasse fase 2 liggen vanaf circa 6,7 à 7,0 tot 6,2 à 6,6 m NAP (90 à 110 tot 110 à 170 cm -mv) en dateren tot in de IJzertijd/Romeinse tijd.
De oeverafzettingen van de crevasse fase 3 liggen tussen 6,2 à 6,5 en 5,2 à 6,0 m NAP (130 à 170 tot 160 à 190 cm -mv) en dateert tot de Midden-Bronstijd. In de top van de afzettingen van deze drie crevasse fasen is een vegetatie horizont aangetroffen. De vegetatie horizont die aanwezig is de afzettingen van fase 3 is ontkalkt, wat betekend dat deze een lange periode aan het maaiveld heeft gelegen. Van de vierde crevasse fase is in het zuidelijke deel van het plangebied geul afzettingen aangetroffen. Op basis van de stratigrafie dateert deze fase waarschijnlijk tot in het Midden-Neolithicum tot Vroege-Bronstijd. In de top van deze crevase fase is geen vegetatie horizont aanwezig. Binnen de delen van het plangebied waar geen afzettingen van de crevasse fase 4 aanwezig zijn, liggen de crevasse afzettingen op komkleiafzettingen afkomstig van de Winssen Stroomgordel (actief van Neolithicum tot en met Bronstijd). Op ongeveer 3,7 á 4,5 m NAP (340 à 400 cm -mv) ligt een dunne Laag van Wijchen op de Pleistocene Laagterras afzettingen. De onderkant van de geul afzettingen van de crevasse fase 4 zijn niet bereikt en liggen dieper dan 500 cm -mv. Wel is duidelijk dat deze crevasse geul zich in het Laagterras heeft gesneden en de Laag van Wijchen en de top van het Laagterras heeft geërodeerd. Los van een moderne bouwvoor van 10 à 50 cm dik, zijn alle afzettingen intact aanwezig.
Omdat er geen vegetatie horizont is aangetroffen in de afzettingen van de crevasse fase 4, geldt er voor de perioden Neolithicum en Vroege-Bronstijd een lage archeologische verwachting. Gedurende deze perioden lagen de geulafzettingen van de crevase fase 4 en de komafzettingen van de Winssen stroomgordel aan het maaiveld binnen het plangebied. Van de crevasse fasen 1, 2 en 3 zijn wel oeverafzettingen met vegetatiehorizonten aangetroffen. Daarom blijft de hoge archeologische verwachting zoals die is weergeven in het bureauonderzoek, gelden. Om deze reden is er binnen het noordelijke deel van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om de archeologische verwachting te toetsen. Deze kan binnen het gehele plangebied het beste worden uitgevoerd in de karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Binnen de delen van het plangebied waar enkel een bureauonderzoek is uitgevoerd is de bodemopbouw zeer waarschijnlijk vergelijkbaar als in het noordelijke deel van het plangebied. Daarom kan dit deel van het plangebied direct meegenomen worden met het vervolgonderzoek.
25343.001 versie 3
24 / 25
Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beuningen), die vervolgens het advies over neemt of niet. Het rapport is beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beuningen). De gemeente is niet akkoord met het bovenstaande advies. oor het plangebied wordt aangesloten bij het selectiebesluit o.b.v. het verkennend booronderzoek in Winssen-Zuid uit 2023 d.d. 21 april 2023. Er moet een vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek worden uitgevoerd. Er dient mechanisch te worden geboord (Avegaar) met een diameter van 15 cm in een grid van 20x17 m.
Daar waar op een dieper niveau resten uit de periode Paleolithicum, Mesolithicum en Vroeg-Neolithicum kunnen worden verwacht dient het grid verdicht te worden naar 10x8,5 m. In aanvulling daarop dient de aanleg van enkele proefsleuven ten behoeve van de duiding van de landschappelijke ondergrond te worden besproken als zinvolle optie. Voorafgaand aan het onderzoek dient overleg tussen bevoegd gezag en archeologisch uitvoerder plaats te vinden over de strategie. Aanvullend dient een plan van aanpak te worden opgesteld dat ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Beuningen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Beuningen op de hoogte te stellen.
25343.001 versie 3
25 / 25
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H., 2002: De laat-glaciale en Holocene ontstaansgeschiedenis van de Rijn-Maas delta. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport, NITG 05-043-A). Boshoven, E.H., van Snippenburg, B.J.G., Willemse, N.W., 2022: Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologischewaarden-, verwachtingen- en beleidskaart. RAAP-rapport 5337. Weesp. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de RijnMaas Delta. Universiteit Utrecht. Hanemaaijer, M., 2023: Kennedyweg en Omgeving Winssen Zuid. ADC rapport 6038. Hendriksen, M.T.C., 2019: Waterberging Kennedysingel Te W inssen, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek. RAAP-rapport 4115. Hendriksen, M.T.C., 2021: Wonen in Winssen aan de Waal.
Prehistorische sporen en een Karolingisch/Ottoons erf in Plangebied Waterberging Kennedysingel, gemeente Beuningen, een archeologische opgraving. RAAP-rapport 5204. Heunks, E. & van Hemmen, F., 2007: Gemeente Beuningen; een archeologische en cultuurhistorische inventarisatie. RAAP-rapport 1603. Hos, T.H.L., 2020: Archeologisch Bureauonderzoek Van Heemstraweg te Winssen, Gemeente Beuningen. Econsultancy rapport 14582.001. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1).
25343.001 versie 3
1/4
Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 2020: NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl: Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving. Delft. Schorn, E.A. & Smit, L., 2005: Geerstraat te Winssen (gemeente Beuningen). BAAC-rapport 05.334. Stichting voor Bodemkartering, 1972: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 40 West/Arnhem. Stichting voor Bodemkartering, 1972: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 40 West/Arnhem. Vosselman, J., 2016: Plangebied Geerstraat 3a te Winssen, gemeente Beuningen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek). RAAP-rapport 5766.
Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
25343.001 versie 3
2/4
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2024. https://archis.cultureelerfgoed.nl Atlas van Gelderland, internetsite, juni 2024. https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Ess entials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, juni 2024 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, juni 2024. http://www.bodemloket.nl Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, juni 2024. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, juni 2024. http://www.dinoloket.nl/ HISGIS; internetsite, juni 2024. https://hisgis.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e.
Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Limeskaart Stichting Romeinse Limes NL; internetsite, juni 2024. https://www.romeinselimes.nl/limeskaart
25343.001 versie 3
3/4
NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A 4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juni 2024. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provincie Gelderland Zandbanen; internetsite, juni 2024. http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=471707400d6f44d5a743100c65e3ce9 b Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juni 2024. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) WCS’; internetsite, juni 2024. https://service.pdok.nl/rws/ahn/wcs/v1_0?SERVICE=WCS&request=GetCapabilities SIKB; internetsite, juni 2024. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, juni 2024. https://www.topotijdreis.nl
25343.001 versie 3
4/4
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2023
Kaart 4.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2023 met verdeling onderzoeken
Kaart 5.
Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart
Kaart 6. Het plangebied op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart
Kaart 7. Het plangebied op de Cultuurhistorische kenmerken kaart van de gemeente Beuingen
Kaart 8.
Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland
Kaart 9.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN4)
Kaart 10.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 11.
Stroomgordels nabij het plangebied
Kaart 12.
Het plangebied op de zandbanenkaart van Gelderland/Overijssel
Kaart 13.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 14.
Het plangebied op de kadastrale minuutkaart uit 1811 - 1832
Kaart 15.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1868
Kaart 16.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1920
Kaart 17.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1962
Kaart 18.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1970
Kaart 19.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1978
Kaart 20.
Het plangebied op de topografische kaart uit 2000
Kaart 21.
Het plangebied op de topografische kaart uit 2010
Kaart 22.
Boorpuntenkaart
Kaart 23.
Resultaten van het booronderzoek
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2.
AMK-terreinen
AMK-terrein 4606 van hoge archeologische waarde 470 meter ten noordwesten van het plangebied WINSSEN-WEST; GEERSTRAAT; HANEMAN te Winssen, gemeente Beuningen X:176.526 / Y:432.850 Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Oude woongrond, vastgesteld in 1948. Hierbij werd handgevormd en gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd gevonden. Complex Begin datering Eind datering 1 Nederzetting (onbepaald)
Romeinse tijd
Romeinse tijd
Bijlage 3.
Onderzoeksmeldingen
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 5323096100 ADC ArcheoProjecten 06-01-2023 Direct ten westen van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Beuningen, gemeente Beuningen X:176.717 / Y:432.390 Uit het booronderzoek is gebleken dat de diepere ondergrond bestaat uit Pleistocene beddingafzettingen (Formatie van Kreftenheye). In een aantal boringen is hierboven het Laagpakket van Wijchen aangetroffen. In boringen 28, 31 en 32, 39, 46, 49 is het pakket zwak humeus. In boringen 6, 7 en 33 zijn onderin het boorprofiel geul- en beddingafzettingen aanwezig. De geul- en beddingafzettingen kunnen waarschijnlijk worden gerelateerd aan een vroeg Holocene geul. Hierboven is een pakket kom- of oeverachtige afzettingen aanwezig (Formatie van Echteld). In dit pakket komen in verschillende boringen crevasseafzettingen voor. De crevasseafzettingen zijn waarschijnlijk afkomstig van de Winssense stroomgordel. De bovengrond bestaat uit crevasseafzettingen afkomstig van de noordelijk gelegen Waal. In boringen 28, 31 en 32, 39, 46, 49 is (de top van ) het Laagpakket van Wijchen humeus ontwikkeld. Dit wijst erop dat het niveau enige tijd aan het maaiveld heeft gelegen een vormt hiermee een potentieel archeologische niveau uit het Mesolithicum en het Neolithicum. In de kom- of oeverachtige afzettingen zijn op verschillende niveaus vegetatiehorizonten aanwezig.
Het bovenste niveau ligt direct onder de bovenste cevasseafzettingen en kan worden gerelateerd aan de vegetatiehorizont uit de Late-Bronstijd/IJzertijd/ Romeinse tijd die bij gravend onderzoek in het noorden van het plangebied is aangetroffen. Dit niveau is niet herkend in boringen in het noordwesten van het plangebied. Bij het proefsleuvenonderzoek voor de waterberging dat hier is uitgevoerd is geconstateerd dat hier één of twee crevassegeulen (van de Waal) aanwezig zijn. Mogelijk is de vegetatiehorizont hier door de crevassegeulen geërodeerd. De relatief dikke en donker gekleurde tweede vegetatiehorizont is in nagenoeg het hele plangebied aanwezig met uitzondering van het uiterst noordwesten. Dit is waarschijnlijk dezelfde vegetatiehorizont die bij gravend onderzoek is gedateerd in de Midden Bronstijd. In een aantal boringen zijn ook op een dieper niveau vegetatiehorizonten aanwezig. Deze kunnen worden gedateerd in de het Neolithicum/Vroege-Bronstijd. Geen vondsten aangetroffen
Bureauonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4952498100 Econsultancy BV 19-02-2021 Direct ten westen van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Winssen, gemeente Beuningen X:176.573 / Y:432.388 Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is de kans hoog op het aantreffen van sporen en vondsten van jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. De kans op het aantreffen van sporen en vondsten van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Midden-Bronstijd is laag vanwege natte landschappelijke omstandigheden. De kans op het aantreffen van sporen en vondsten uit de Late-Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Het plangebied is gelegen op een stroomrugglooiing ten zuiden van de Waal tussen twee crevassegeulen in. Stroomrugglooiingen en met name de crevasseafzettingen zijn in het verleden gunstige locaties voor landbouwers geweest. Daarnaast heeft vermoedelijk vlak ten noorden van het plangebied, door de huidige kern van Winssen, een Romeinse weg gelopen. Bekend is dat langs deze wegen nederzettingen en grafvelden uit de Romeinse tijd aanwezig zijn. Op historische kaarten is te zien dat er al bebouwing is langs de Geerstraat en de Leegstraat. Het is niet duidelijk tot hoe ver deze bewoning teruggaat. Mogelijk is dat al tot de Late-Middeleeuwen.
Bij opgravingen in 2020 op de locatie van de waterberging in het plangebied zijn sporen uit de late prehistorie, Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetroffen. Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2099459100 SOB Research 31-10-2005 10 meter ten oosten van het plangebied Winssen, gemeente Beuningen X:177.046 / Y:432.179 In enkele boringen werden houtskool en handgevormd aardewerk aangetroffen op een diepte van 1.25 - 2.00 m. -mv. De exacte aard van de archeologische resten is niet bekend. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment houten/houtkolen houtskool
IJzertijd
Romeinse tijd
fragmenten houten/houtkolen houtskool
IJzertijd
Romeinse tijd
1 fragment keramisch aardewerk, handgevormd
IJzertijd
Romeinse tijd
1 fragment keramisch aardewerk, handgevormd
IJzertijd
Romeinse tijd
Sporen
Begin datering
Eind datering
1 huisplattegrond
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
4 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
IJzertijd
Romeinse tijd
1 Nietopgehoogde, individuele huisplaats
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2228775100 Synthegra BV 12-01-2009 50 meter ten noorden van het plangebied Leegstraat te Winssen, gemeente Beuningen X:176.892 / Y:432.411 Het doel van een archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de Late-IJzertijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek was om deze verwachting te toetsen. Vondsten Begin datering Eind datering 4 fragmenten ijzeren slak
Romeinse tijd
Laat Romeinse tijd
9 fragmenten keramisch aardewerk, ondetermineerbaar Complexen
Vroege-Middeleeuwen C
Nieuwe tijd
Begin datering
Eind datering
1 complextype niet te bepalen
Romeinse tijd
Laat Romeinse tijd
1 complextype niet te bepalen
Vroege-Middeleeuwen C
Nieuwe tijd
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2264009100 ADC ArcheoProjecten 02-11-2009 50 meter ten noorden van het plangebied Winssen plangebied leegstraat te Beuningen, gemeente Beuningen X:176.874 / Y:432.426 In opdracht van Gemeente Beuningen heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van Proefsleuven uitgevoerd voor het plangebied Winssen plangebied Leegstraat. Binnen het plangebied zal ontwikkeling plaatsvinden door nieuwe woningen te bouwen. Door middel van het voorliggende onderzoek is het terrein archeologisch gewaardeerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen noemenswaardige archeologische sporen aangetroffen. Het advies is dan ook om geen archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er zijn twee werkputten aangelegd met een totale oppervlakte van 100 m². In allebei de proefsleuven zijn drie archeologische vlakken aangelegd en gedocumenteerd. Het niveau van het tweede en derde vlak werd bepaald door voorafgaand een dieper kijkgat aan te leggen waaruit de bodemgesteldheid kon vastgesteld worden. Tijdens het veldwerk is vondstmateriaal verzameld dat voornamelijk in de Volle-Middeleeuwen (Vroege-Middeleeuwen D / Late-Middeleeuwen A, zie onderstaande tabel 1) kan gedateerd worden. Dit vondstmateriaal is afkomstig uit twee stratigrafisch te onderscheiden woongronden.
Het proefsleuvenonderzoek lijkt dus aan te tonen dat de onderste woongrond, in tegenstelling tot wat verondersteld werd uit het vooronderzoek, niet is ontstaan in de IJzertijd / Romeinse tijd. Het vondstmateriaal en de geringe sporen leveren geen onmiddellijke aanwijzingen voor een middeleeuwse nederzetting binnen het onderzoeksgebied. Wel betreft het vondsten die, in correlatie met het landschappelijke verhaal, moeten gezien worden in het licht van een actief agrarisch landgebruik in de Volle-Middeleeuwen. Vondsten Begin datering Eind datering 52 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen A
Sporen
Begin datering
Eind datering
2 greppels/sloten
Late-Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Late-Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen A
Opgraving
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4720115100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 08-07-2019 50 meter ten noorden van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Winssen, gemeente Beuningen X:176.862 / Y:432.457 Tijdens de opgraving van de waterberging aan de Kennedysingel te Winssen zijn op twee stratigrafisch gescheiden niveaus archeologische resten gevonden. In het noordwesten van het plangebied is een geïsoleerd nederzettingsterrein
aangetroffen dat bestaat uit een oost-west georiënteerd vierkant of rechthoekig greppelsysteem met zowel daarbinnen als daarbuiten sporen. Binnen het greppelsysteem zijn een hooimijt, waterput, opslag- en afvalkuilen en paalkuilen aangetroffen. Ook buiten het systeem zijn kuilen, paalkuilen en greppels herkend. Op basis van het vondstmateriaal, bestaande uit gebruiksaardewerk, dierlijk botmateriaal, natuursteen en metalen voorwerpen, wordt de vindplaats gedateerd in de periode Karolingische tijd tot en met de Late-Middeleeuwen A. Op een dieper niveau zijn perifere sporen van een mogelijk nederzettingsterrein aangetroffen die in de Vroege- tot Midden-IJzertijd gedateerd worden. Het betreffen vier kuilen en zeven greppels. De sporen vertonen geen onderlinge samenhang en er zijn geen specifieke functies vastgesteld. Uit de sporen is geen vondstmateriaal afkomstig, waardoor de datering alleen op basis van stratigrafie vastgesteld kon worden. Vondsten Begin datering Eind datering 9 fragmenten keramiek
Prehistorie
Nieuwe tijd
30 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Vroege-IJzertijd
Midden IJzertijd
29 fragmenten afval van dierlijk bot
Vroege-IJzertijd
Midden IJzertijd
8 fragmenten hutteleem
Vroege-IJzertijd
Midden IJzertijd
1 fragment ijzeren schroot
Middeleeuwen
Middeleeuwen
98 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Vroege-Middeleeuwen B
Vroege-Middeleeuwen C
8 fragmenten keramisch grijsbakkend gedraaid aardewerk 1 fragment ijzeren spijker
Vroege-Middeleeuwen B
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen B
Late-Middeleeuwen B
26 fragmenten keramisch bolpot - Dorestad WIII A-E: laat Mayen/bolpot 118 fragmenten keramisch Badorf aardewerk
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen D
46 fragmenten houten plank
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen D
1 fragment ijzeren kram
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen
3 fragmenten ijzeren mes
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
664 fragmenten afval van dierlijk bot
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
2 fragmenten werktuig/gereedschapsonderdeel van dierlijk bot 73 fragmenten tefrieten maalsteen: ligger
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
61 fragmenten keramisch Pingsdorf geelwitbakkend
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
89 fragmenten keramisch kogelpot
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
2 fragmenten ijzeren kistbeslag
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
10 fragmenten tufstenen bouwmateriaal
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
108 fragmenten bouwaardewerken bouwmateriaal
Vroege-Middeleeuwen C
Nieuwe tijd
2 fragmenten keramisch Andenne
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen A
240 fragmenten keramisch Paffrath
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen A
1 fragment ijzeren scharnier(cilinder)
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen B
8 fragmenten leistenen bouwmateriaal
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen A
52 fragmenten keramisch Elmpt
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen B
1 fragment koperen gesponderdeel
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen B
2 fragmenten keramisch steengoed geglazuurd
Nieuwe tijd Vroeg
Nieuwe tijd Laat
1 fragment keramisch roodbakkend geglazuurd aardewerk Sporen
Nieuwe tijd Midden
Nieuwe tijd Laat
Begin datering
Eind datering
38 natuurlijke grondsporen
Prehistorie
Middeleeuwen
4 kuilen
IJzertijd
Romeinse tijd
3 greppels/sloten
IJzertijd
Romeinse tijd
1 kringgreppel/ringsloot
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen C
1 waterput/waterreservoir
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen D
20 kuilen
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
53 paalgaten/paalkuilen
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
14 greppels/sloten
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter 1 Afwaterings-/ inundatiekanaal/ greppel/sloot
Vroege-IJzertijd
Midden IJzertijd
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
1 Niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4677284100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 04-03-2019 50 meter ten noorden van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Winssen, gemeente Beuningen X:176.644 / Y:432.541 Verspreid over de proefsleuven zijn verschillende archeologische resten aangetroffen van drie vindplaatsen. Het gaat hierbij in eerste instantie om nederzettingsresten uit de Vroege-Middeleeuwen C tot Late-Middeleeuwen A, die zijn aangetroffen in het noordoostelijke deel van het plangebied. In het centrale deel van het plangebied zijn greppels uit de Romeinse tijd tot en met Vroege-Middeleeuwen B/C aangetroffen. In het westen van het plangebied is een derde vindplaats aangetroffen in de vorm van enkele paalkuilen die gedateerd worden in de Late-Bronstijd tot Vroege-IJzertijd. Vondsten Begin datering Eind datering 3 fragmenten stenen brok
Bronstijd
Nieuwe tijd
6 fragmenten hutteleem
Bronstijd
Nieuwe tijd
4 fragmenten afval van dierlijk bot
Late-Bronstijd
IJzertijd
14 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Late-Bronstijd
Vroege-IJzertijd
1 fragment ijzeren mes
Late-IJzertijd
Middeleeuwen
1 fragment dierlijk bot - rund
Romeinse tijd
Romeinse tijd
2 fragmenten bouwaardewerken tegula
Romeinse tijd
Romeinse tijd
2 fragmenten bouwaardewerken bouwmateriaal
Romeinse tijd
Romeinse tijd
7 fragmenten ijzeren spijker
Romeinse tijd
Nieuwe tijd
4 fragmenten ijzeren plaat/strip
Romeinse tijd
Nieuwe tijd
1 fragment ijzeren kram
Romeinse tijd
Nieuwe tijd
1 fragment keramisch geverfd aardewerk, gedraaid techniek b:zwart op wit 1 fragment koperen aes 3 of 4: (halve) centenionalis?
Midden Romeinse tijd A
Midden Romeinse tijd B
Laat Romeinse tijd
Laat Romeinse tijd
1 fragment keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 3 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid
Vroege-Middeleeuwen A
Vroege-Middeleeuwen B
Vroege-Middeleeuwen A
Vroege-Middeleeuwen C
3 fragmenten keramisch Hessens-Schortens aardewerk 1 fragment keramisch wolbwandvormig aardewerk Gittermuster: Dorestad wVI 1 fragment zilveren obool (halve denarius)
Vroege-Middeleeuwen B
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen B
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen C
5 fragmenten keramisch kogelpot
Vroege-Middeleeuwen C
Vroege-Middeleeuwen D
33 fragmenten afval van dierlijk bot
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
28 fragmenten tefrieten maalsteen: ligger
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
7 fragmenten keramisch Badorf aardewerk
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
1 fragment ijzeren siernagel
Vroege-Middeleeuwen D
Vroege-Middeleeuwen D
1 fragment keramisch Pingsdorf geelwitbakkend
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen A
3 fragmenten keramisch Paffrath
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen A
1 fragment ijzeren hoefijzer
Vroege-Middeleeuwen D
Late-Middeleeuwen A
2 fragmenten bouwaardewerken baksteen
Late-Middeleeuwen
Nieuwe tijd
2 fragmenten keramisch Elmpt
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen A
1 fragment keramisch Proto-steengoed
Late-Middeleeuwen A
Late-Middeleeuwen B
1 fragment loden kogel
Late-Middeleeuwen B
Late-Middeleeuwen B
1 fragment keramisch roodbakkend geglazuurd aardewerk 1 fragment keramisch porselein
Nieuwe tijd Vroeg
Nieuwe tijd Vroeg
Nieuwe tijd Vroeg
Nieuwe tijd Midden
1 fragment ijzeren gesp
onbekend
onbekend
Sporen
Begin datering
Eind datering
2 paalgaten/paalkuilen
Late-Bronstijd
Vroege-IJzertijd
1 kuil
IJzertijd
Romeinse tijd
2 greppels/sloten
Late-IJzertijd
Romeinse tijd
2 greppels/sloten
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
12 paalgaten/paalkuilen
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
7 kuilen
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
2 greppels/sloten
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Infrastructuur onbepaald
Romeinse tijd
Vroege-Middeleeuwen C
1 Niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter
Vroege-Middeleeuwen C
Late-Middeleeuwen A
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4023142100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 24-11-2016 130 meter ten noordwesten van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Winssen, gemeente Beuningen X:176.581 / Y:432.423 Binnen het plangebied is conform de bevindingen van het bureauonderzoek onder crevasseafzettingen een kleipakket aanwezig, waarin zich een laklaag met een vermoedelijke datering in de periode Bronstijd-IJzertijd bevindt. Pleistoceen beddingzand of een vegetatieniveau uit de Romeinse tijd zijn niet aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van eventuele vindplaatsen uit de steentijd zijn op basis van huidig onderzoek niet vast te stellen of uit te sluiten. Het niveau uit de steentijd bevindt zich dieper dan 3 m –Mv en daarmee dieper dan de geplande ingrepen. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Bureauonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2359006100 SOB Research 21-02-2012 130 meter ten zuidoosten van het plangebied Leegstraat te Winssen, gemeente Beuningen X:177.053 / Y:432.197 Op basis van het door SOB Research uitgevoerde booronderzoek kan worden gesteld dat ter plaatse van het plangebied (binnen de boordiepten) klei- en zandafzettingen voorkomen. Individuele interpretatie van deze afzettingen is moeilijk, in ieder geval kan worden gesteld dat ze tot de Formatie van Echteld gerekend kunnen worden. In het grootste deel van het plangebied betreft het, op basis van de Geologische Kaart van Nederland, Blad Tiel Oost (39O), oeverafzettingen van de Waal op komafzettingen. In het oostelijke deel van het plangebied werden aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een stroomrug. Het gaat hierbij om Boring nr.: 7 (top grof geulzand op een diepte van 5.57 meter +NAP, 2.80 meter beneden het maaiveld), Boring nr.: 14 (top matig grof geulzand op een diepte van 5.38 meter +NAP, 2.90 meter beneden het maaiveld) en Boring nr.: 21 (top matig grof geulzand op een diepte van 5.26 meter +NAP, 3.00 meter beneden het maaiveld).
Op basis van de Geologische Kaart van Nederland, Blad Tiel Oost (39O), betreft het hier een tot in de rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye ingesneden stroomrug, waarvan de geulafzettingen van plaatselijk grindhoudend zand tot 5.50 meter +NAP - 6.00 meter +NAP reiken. De rivier was actief tot circa 5000 voor Chr. Tijdens de uitvoering van het booronderzoek werden in een aantal boringen relevante archeologische indicatoren aangetroffen, die vermoedelijk uit de Late-IJzertijd en/of de Romeinse tijd dateren. De vondstdiepten varieerden van 1.1 tot 2.0 meter beneden het maaiveld. Het betrof aardewerk, houtskool, puin en natuursteen. Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2101555100 BAAC BV 22-11-2005 140 meter ten noordwesten van het plangebied, binnen het ontwikkelingsgebied Winssen Zuid Geerstraat te Winssen, gemeente Beuningen X:176.422 / Y:432.385 In opdracht van de Aveco De Bondt heeft BAAC BV in november 2005 een archeologisch (boor)onderzoek uitgevoerd in Beuningen, locatie Geerstraat, naar aanleiding van voorgenomen bouwwerkzaamheden. Het onderzoeksgebied is gelegen in een komgebied. In deze afzettingen kunnen oude bodems, zgn. laklagen, voorkomen. Hierop kunnen sporen van menselijke activiteit kunnen worden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Vervolgonderzoek geldt
voor de NW-hoek. Er zijn in dat deel van het onderzoeksgebied archeologische indicatoren aangetroffen zoals fosfaatvlekken, een fragment aardewerk en laklagen. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment dierlijk bot
Paleolithicum
Nieuwe tijd Laat
1 fragment keramisch aardewerk, ondetermineerbaar Sporen
Romeinse tijd
Vroege-Middeleeuwen D
Begin datering
Eind datering
Onbekend aantal grondsporen
Paleolithicum
Nieuwe tijd Laat
Complexen
Begin datering
Eind datering
2 complextype niet te bepalen
Paleolithicum
Nieuwe tijd Laat
1 complextype niet te bepalen
Romeinse tijd
Vroege-Middeleeuwen D
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2243840100 ADC ArcheoProjecten 12-05-2009 190 meter ten zuidwesten van het plangebied leegstraat 14b te Winssen, gemeente Beuningen X:176.577 / Y:432.018 Op basis van het bureauonderzoek werden rond de 200 cm -mv archeologische resten van het Mesolithicum tot het LaatNeolithicum verwacht op of in de top van de Winssense stroomgordel. Tussen de 100 en 200 cm beneden het maaiveld werden archeologische resten verwacht op of in de top van de oeverafzettingen van de Distelkamp-Afferdense stroomgordel. Aan en direct onder het maaiveld werden archeologische resten verwacht uit de Late-Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een booronderzoek (specificatie VS03) uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek is rond de 370 cm -mv beddingzand van de Formatie van Kreftenheye aangetroffen. Hierboven zijn komklei afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (Wijchen Laag) en de Formatie van Echteld aangetroffen. Vanaf 145 tot 95 cm -mv is een pakket oeverafzettingen aangetroffen waarschijnlijk van de Winssense en Distelkamp-Afferdense stroomgordel. Er zijn binnen dit pakket echter geen humeuze lagen gevonden die duiden op een stilstand in de sedimentatie. Geen vondsten aangetroffen
Booronderzoek
Zaaknummer: 5468954100 210 meter ten noordoosten van het plangebied Winssen, gemeente Beuningen X:176.993 / Y:432.548 Geen resultaten bekend binnen ARCHIS.
Uitvoerder: Transect
Datum: 05-10-2023
Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2118355100 ADC ArcheoProjecten 05-05-2006 250 meter ten noorden van het plangebied Hendrik de Haardtstraat 13 te Winssen, gemeente Beuningen X:176.740 / Y:432.658 Bij twee boringen zijn er op een diepte van ca. 140 cm onder maaiveld, onderin oeverafzettingen fosfaatvlekken aangetroffen. Bij één van de twee boringen is verder een fragment van een metaalslak aangetroffen. De verstoringsdiepte van de geplande nieuwbouw bedraagt ca. 100 cm. Mogelijke archeologische waarden op 140 cm onder maaiveld zullen in dat geval niet worden verstoord door de bouwwerkzaamheden. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 5118669100 Transect 27-09-2021 300 meter ten noorden van het plangebied Winssen, gemeente Beuningen X:176.916 / Y:432.676 De hoge verwachting op archeologische resten voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen wordt door de resultaten van het proefsleufonderzoek niet bevestigd. Enkel wat vondsten uit de (Late) Nieuwe tijd zijn aangetroffen in de top van de crevasseafzettingen, wat zonder aanwezigheid van sporen geen context bevat. De enige mogelijk oudere scherf lijkt Romeins te zijn maar is sterk verweerd. De verwering in combinatie met de ligging in
crevasseafzettingen lijkt te wijzen op verspoeling. Ondanks dat er in de bodemopbouw drie mogelijk relevante niveaus zijn aangetroffen, in de vorm van vegetatieniveaus in crevasseafzettingen en in de komklei, zijn er op de vondsten in de top na geen archeologische resten aangetroffen. Door het gebrek aan sporen en context en de gedeeltelijke verstoring van de bovenste vegetatiehorizont, scoren de losse vlakvondsten een lage fysieke en inhoudelijke waardering. Ondanks de aanwezigheid van potentieel. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment keramisch aardewerk, gedraaid
Romeinse tijd
Nieuwe tijd
1 fragment keramisch steengoed
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
1 fragment pijpaarden pijp
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
1 fragment bouwaardewerken baksteen
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
3 fragmenten keramisch porselein
Nieuwe tijd Laat
Nieuwe tijd Laat
2 fragmenten dierlijk bot
onbekend
onbekend
2 fragmenten steen
onbekend
onbekend
Geen grondsporen aangetroffen Geen complexen aangetroffen
Bureauonderzoek en Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 5093542100 en Transect 12-07-2021 5093915100 320 meter ten noorden van het plangebied Winssen, gemeente Beuningen X:177.017 / Y:432.675 Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode IJzertijd – Late-Middeleeuwen. Voor de periode Laat-Paleolithicum – Bronstijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. In de omgeving van het plangebied zijn enkele archeologische vondsten uit deze periode gedaan. Deze bevinden zich op relatief hooggelegen terrassen in de top van de pleistocene afzettingen van Wijchen of op vegetatieniveaus in de Holocene komafzettingen. De archeologische verwachting in het plangebied hangt met name samen met de ligging van het plangebied op oevers of een crevasse van de Waal. De oevers van de Waal zijn mogelijk vanaf de vorming ervan in de IJzertijd een gunstige locatie voor bewoning geweest. De oevers hebben zich kunnen vormen totdat het gebied bedijkt werd in de Late-Middeleeuwen. In de Late-Middeleeuwen heeft bij Winssen een dijkdoorbraak plaatsgevonden, waardoor een deel van het gebied overspoeld is geraakt. Ook in de omgeving van het plangebied is een overslagdek aangetroffen. Archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen zodoende ook op de overslagafzettingen worden.
De archeologische verwachting voor de periode IJzertijd – Late-Middeleeuwen is hierom hoog. Het plangebied bevindt zich langs een overloopgeul. De geulen zelf zijn vermoedelijk te nat geweest voor bewoning, maar erlangs kan wel bewoning hebben plaatsgevonden, zoals in de omgeving van het plangebied reeds is aangetoond. Voor de periode Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting, aangezien er op historisch kaartmateriaal geen bebouwing is ingetekend ter plaatse van het plangebied. Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat er twee vegetatieniveaus in de ondergrond aanwezig zijn. Het diepste vegetatieniveau heeft zich gevormd in de top van de komafzettingen en bevindt zich op een diepte van 170 - 260 cm -Mv (5,4 – 6,6 m +NAP). Op dit niveau bestaat een verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum – Bronstijd. De verwachting is hoog, aangezien er in de omgeving ook voorbeelden van bewoning uit deze periodes bekend zijn. Het tweede vegetatieniveau bevindt zich in de top van de crevasseafzettingen op een diepte van 70 – 95 cm -Mv (7,1 – 7,5 m +NAP). Er kunnen in dit niveau in theorie vindplaatsen uit de periode IJzertijd – Late-Middeleeuwen aangetroffen worden. De verwachting hierop is hoog aangezien het plangebied zich langs een overloopgeul bevindt en aangezien er in de omgeving al relatief veel vindplaatsen uit deze periodes bekend zijn.