CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid Fase 1

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 127.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In aanvulling daarop dient de aanleg van enkele proefsleuven ten behoeve van de duiding van de landschappelijke ondergrond te worden besproken als zinvolle optie. Voorafgaand aan het onderzoek dient overleg tussen bevoegd gezag en archeologisch uitvoerder plaats te vinden over de strategie. Aanvullend dient een plan van aanpak te worden opgesteld dat ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Beuningen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Beuningen op de hoogte te stellen. In de regels van dit omgevingsplan is geborgd dat bovengenoemde archeologische onderzoeken plaatsvinden voordat de beoogde ontwikkeling plaatsvindt. Cultuurhistorie In het plangebied komen geen monumenten voor die als gevolg van de planontwikkeling worden geroerd. Met de beoogde ontwikkeling wordt de historische infrastructuur, het Rijksche Straatje, teruggebracht.

Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling op gepaste afstand van de cultuurhistorische linten gerealiseerd, zodat deze als structurerend kenmerk in het landschap blijft bestaan. 5.11.3 Conclusie Het aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

46

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

5.12

Molenbiotoop

Vanwege de ligging van een deel van het plangebied binnen de molenbiotoop van de Beatrixmolen aan de Molenstraat 37M is de invloed van de beoogde ontwikkeling op de windvang van de in de nabijheid gelegen molen onderzocht. Dit onderzoek is als bijlage 23 bij de motivering gevoegd. Uit de resultaten van de CFD-simulaties is het verschil in windvang voor elke windrichting bepaald. Door het vermenigvuldigen van het windvangverschil in een bepaalde windrichting met de kans dat de wind uit die betreffende richting waait wordt het effectieve verschil voor deze windrichting bepaald. Op basis van de berekende resultaten kan geconcludeerd worden dat: 1. Voor de richtingen tussen oostzuidoost en zuid is een afname van 2,26% van de windvang te verwachten. Deze richtingen komen voor in 19% van de totale uren van het jaar. In navolgende tabel staat het overzicht van de berekende effectieve verschillende voor de berekende windrichtingen waar een aantoonbaar verschil is berekend.

2. Voor de andere onderzochte windrichtingen is geen aantoonbaar verschil in de windvang te verwachten, dit valt binnen de onzekerheidsmarge van de CFD-simulaties. Deze richtingen komen voor in bijna 38 % van de totale uren van het jaar. 3. Voor de andere 43 % van de totale uren van het jaar is ook geen afname van de windvang van de molen te verwachten. Op basis van deze onderzoeksresultaten concludeert RHDHV dat alleen in het geval van wind uit het zuiden en het zuidoosten de nieuwbouw effect zal hebben op de windvang van de Beatrixmolen. De wind waait uit deze richtingen in minder dan 20 % van de tijd van het jaar. De totale afname van de windvang zal onder de 2,5 % zijn. De gemeente acht deze afname acceptabel, mede in het licht van de grote behoefte aan woningen in de gemeente. Daarbij ook opgemerkt dat in het onderzoek bomen en andere beplanting niet meegenomen zijn in de modellen. Bomen hebben een afschermende werking op de windvang van de molen, waardoor het niet modeleren in het onderzoek een worst-case benadering is van het effect van de eventuele nieuwe bebouwing. Naast het onderzoek heeft ook overleg plaatsgevonden met de provincie.

Daarbij heeft de provincie aangegeven dat met navolgende berekening en daaruit volgende maximale bouwhoogte kan worden volstaan aan de molenbiotoop: Hx = X/n + c * z Waarin: Hx = toelaatbare bouwhoogte in meters (gemeten vanaf het peil (maaiveld) ter plaatse van de molen = 7.70 meter t.o.v. NAP). X = de afstand in meters vanaf de grens van het bouwvlak tot aan de wieken van de molen = geschat minimaal 280 meter. n

= 50 (ruwheidscoëfficiënt voor het stedelijk gebied)

c

= 0,2 (windreductiecoëfficiënt, constante bij 5%)

Z = askophoogte in meters = 16.55 m (Beatrixmolen: helft gevlucht + molenberg, ofwel 27.10/2 + 3 = 16.55 m.)

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Hx op 280 meter afstand van de molen (kortste afstand van een bouwvlak tot de molen): Hx = 280/50 + (0,2 x 16.55) Hx = 8,91 meter. Daarnaast is sprake van een hoogteverschil tussen het maaiveld van de molen en het maaiveld op de locatie van het appartementsgebouw / reguliere woningen) van circa 70 centimeter Dit betekent dat een maximale bouwhoogte is toegestaan van 8,91 + 0.70 = 9.61 meter. Op de verbeelding is in het betreffende (noordwestelijk gelegen) bouwvlak een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen van respectievelijk 4 en 9 m. Volgens bovenstaande berekening voldoen de woningen in het betreffende bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 9,61 meter aan de molenbiotoop. Bovenstaande formule is opgenomen in artikel 18 van de regels. De windvang van de molen wordt niet beperkt door de uitvoering van het plan. Het plan van fase 1 voldoet daarmee aan de instructieregel in de omgevingsverordening. Het aspect 'molenbiotoop' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze ruimtelijke ontwikkeling.

5.13

Ontplofbare oorlogsresten

5.13.1 Regelgeving Het grondgebied van de gemeente is in de Tweede Wereldoorlog langdurig strijdtoneel geweest. Daarom is in delen van de gemeente nog steeds de kans aanwezig op het aantreffen van niet gesprongen explosieven (officiële term tegenwoordig: Ontplofbare Oorlogsresten). In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de afwegingen omtrent het stellen van regels aan activiteiten, is het wenselijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in het plangebied waarop dit plan betrekking heeft. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk dat er inzicht is in de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in de bodem. Zolang Ontplofbare Oorlogsresten uit de 2e Wereldoorlog in de bodem liggen kan er niets gebeuren. In het kader van de openbare orde en veiligheid is er geen aanleiding om Ontplofbare Oorlogsresten preventief te ruimen. Eventueel aanwezige Ontplofbare Oorlogsresten vormen een aandachtspunt wanneer grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. De initiatiefnemer van een project waarbij grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden heeft de wettelijke taak om een veilige werkomgeving te creëren waaronder ook de risico´s omtrent de eventuele aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten tot een minimum te beperken.

5.13.2 Doorvertaling planvoornemen Er is een historisch vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd voor het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 24 bij de motivering gevoegd. Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied ‘onverdacht’ verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie bijlage 1 van het onderzoek voor de OO-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied). Daarom is het bepalen van een verticale en horizontale afbakening niet aan de orde. Ook het bepalen van de mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten is niet van toepassing. De geplande werkzaamheden kunnen zodoende veilig en regulier uitgevoerd worden. Daar waar enkel graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de contouren van reeds naoorlogs vergraven tracés van bijvoorbeeld rioleringssleuven kan redelijkerwijs worden aangenomen dat OO destijds zijn opgemerkt en weggenomen.

48

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

5.13.3 Conclusie Het aspect 'ontplofbare oorlogsresten' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.14

M.e.r.-beoordeling

5.14.1 Regelgeving De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de strategische milieubeoordeling (SMB-richtlijn), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Voor het bepalen of een plan eventueel m.e.r.-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-m.e.r.-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-m.e.r. en er moet een milieueffect-rapport (MER) worden gemaakt. 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-m.e.r. nodig en er wordt geen MER gemaakt. Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-m.e.r.plichtig. In dit geval moet een plan-m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. 2.

Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een plan-m.e.r.-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft. b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. 5.14.2 Doorvertaling planvoornemen Het onderhavige TAM-omgevingsplan is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J11: een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betreft ook een woningbouwontwikkeling. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk stedelijk ontwikkelingsproject een mer-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Ow. Het onderhavige plan betreft een kleine wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau. De gemeenteraad is voor onderhavig TAM-omgevingsplan het bevoegd gezag. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is daarom een zogenaamde aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling opgesteld. De rapportage hiervan is als bijlage 26 bij de motivering gevoegd.

Op basis van de notitie kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling, gezien de kenmerken, plaats en potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieueffecten veroorzaakt. Er bestaat derhalve geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r-procedure dan wel formele m.e.r.beoordelingsprocedure. Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag geadviseerd om een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure voor onderhavige ontwikkeling. 5.14.3 Conclusie Het aspect 'm.e.r.-beoordeling' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de economische haalbaarheid van de nieuwe ontwikkelingen en de uitkomsten van overleg en inspraak.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Alle kosten die gemaakt moeten worden met het opstellen van een ruimtelijk plan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade c.q nadeelcompensatie is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.

6.2

Participatie

In 2021 bracht de gemeente de krant Winssen uit over de ontwikkelingen in Winssen-Zuid. Ook organiseerden de gemeente gesprekstafels waarbij om een reactie is gevraagd op het Omgevingsprogramma 1.0 en het structuurmodel Winssen. Op 22 februari vond er in Gasterij de Arend te Winssen een informatieavond plaats, georganiseerd door ontwikkelaars Van de Klok, Jansen Bouwontwikkeling en de gemeente Beuningen. Tijdens deze avond werden de plannen toegelicht en was het mogelijk om mee te denken. Op verschillende themapanelen konden de ruim 300 bezoekers – van geïnteresseerde woningzoekenden en inwoners van Winssen tot direct omwonenden – zien wat de globale kaders en voorlopige plannen waren. Naar aanleiding van deze avond is samen met de gemeente bekeken hoe de input binnen de gestelde kaders kan worden verwerkt, om de plannen te verbeteren waar mogelijk en nodig. Daarnaast is de website www.winssnpark.nl gepubliceerd, waarop ontwikkelingen rond het plan kenbaar worden gemaakt voor geïnteresseerden en waar een samenvatting van de opgehaalde input te vinden is. Daarnaast is er een omgevingsdossier waarin de initiatiefnemers laten zien hoe omwonenden en andere belanghebbenden van Winss’n Park bij de planvorming zijn betrokken en over de planvorming zijn geïnformeerd. Het omgevingsdossier is als bijlage 25 bij de motivering gevoegd.

6.3

Consultatie

In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland en de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het advies van de Veiligheidsregio is opgenomen in subparagraaf 5.4.2.

6.4

Zienswijzen

Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft vanaf vrijdag 3 januari 2025 tot en met donderdag 13 februari 2025 (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. De zienswijzen zijn in een separate nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie voorzien.

50

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

51

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlagen bij motivering

52

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

53

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 2

54

Verkeersonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek (N222804)

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

55

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 4

56

Verkennend bodemonderzoek (N204690)

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek (N230203)

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

57

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 6

58

Verkennend bodemonderzoek (AMO230564)

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 7

Quickscan bedrijven en milieuzonering

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

59

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 8

60

Externe veiligheidsonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

61

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 10 Winssen

62

Akoestisch onderzoek industrielawaai Willems

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 11

Akoestisch onderzoek industrielawaai scouting

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

63

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 12

64

Trillingsonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 13

Geuronderzoek veehouderijen

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

65

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 14

66

Waterhuishoudingsplan

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 15

Waterhuishoudingsplan bijlagen 1-6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

67

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 16

68

Waterhuishoudingsplan bijlagen 7-10a

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 17

Quickscan ecologie

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

69

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 18

70

Nader ecologisch onderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 19

Memo uitvoerbaarheid vanwege marterachtigen

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

71

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 20

72

Stikstofonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 21

Archeologisch bureauonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

73

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 22 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Leegstraat 14

74

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 23

Onderzoek molenbiotoop

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

75

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 24 oorlogsresten

76

Historisch vooronderzoek ontplofbare

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 25

Omgevingsdossier

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

77

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Bijlage 26

78

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

79

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Regels

80

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende bepalingen

Toepassingsbereik

Omgevingsplan Beuningen

Dit plan wijzigt het omgevingsplan gemeente Beuningen in die zin dat na hoofdstuk 22 [een hoofdstuk 22c] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als afdelingen van [hoofdstuk 22c] van het omgevingsplan gemeente Beuningen. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer [22c.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage [22c.] gelezen worden. 1.2

Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3

Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan. 1.4

Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1], waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

81

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Artikel 2

Begrippen

2.1 van toepassing verklaring Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan. 2.2

aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.42 gehanteerd. 2.3 plan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1] met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf van de gemeente Beuningen. 2.4 TAM-omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.5 Omgevingsplan gemeente Beuningen omgevingsplan bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; 2.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2.7 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 2.8 archeologisch onderzoek onder archeologisch onderzoek wordt verstaan het verrichten van een archeologisch onderzoek, in de zin van de KNA.

Een archeologisch onderzoek mag enkel worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet of een certificaat ex artikel 5.1 Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 2.9 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 2.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2.11 bed & breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 2.12 begane grondbouwlaag de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 2.13 bestaand  t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;  t.a.v.

gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 2.14 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

82

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

2.15 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid; 2.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 2.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 2.18 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 2.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 2.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 2.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 2.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 2.23 bouwwijze de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt een woning verstaan, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b.

onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c. onder twee-aaneen wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); d. onder vrijstaand wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd; e. onder rug-aan-rug wordt een woning verstaan,waarvan de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning; 2.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 2.25 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 2.26 extensief recreatief medegebruik die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie; 2.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor

mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

83

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

2.28 huishouden één of meerdere personen die in vast verband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 2.29 kamer een onzelfstandige woonruimte in een woning en/of vrijstaand bijbehoren bouwwerk, die geen eigen adres heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 2.30 kamerbewoning bewoning van een kamer; 2.31 locatiegrens de grens van een locatievlak; 2.32 locatievlak een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

2.33 niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 2.34 publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 2.35 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aard plaatsvinden, en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van pornografische en/of erotische aard plaats heeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 2.36 trouwlocatie een locatie waar de voltrekking van huwelijken plaatsvindt ceremonies en/of feesten zoals

bruiloften en begrafenissen zijn toegestaan en waar horeca ondergeschikt is toegestaan, waarmee wordt bedoeld dat de horeca-activiteit uitsluitend toegankelijk is via de hoofdactiviteit en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; 2.37 voldoende parkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’. Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 2.38 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw (met uitzondering van appartementengebouwen); indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 2.39 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 2.40 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.;

84

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

2.41 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning, als bedoeld in 2.42; 2.42 woning/ wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; 2.43

zijerf

gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen, minimaal 0,5 meter naar achter ten opzichte van de voorgevel rooilijn.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

85

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Artikel 3 3.1

Meten en rekenen

Meetbepalingen

In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen: 3.2 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage. 3.3 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 3.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 3.5 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 3.6 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 3.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 3.8 peil de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij

plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 3.9 toepassing van maten Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt.

86

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Specifieke regels over functies

Groen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen. 4.2

Gebruiksdoelomschrijving

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen heeft de volgende functies: a. groen- en speelvoorzieningen; b. parken en plantsoenen; c. langzaamverkeersroutes; d. in- en uitritten; e. voorzieningen voor de verkeersgeleiding; f. (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie; g. water, waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen; h. hondenuitlaatplaatsen; i. geluidwerende voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.3

Gebruiksactiviteit

4.3.1

Verboden

a Algemeen (groen) Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden. b Specifiek (groen) Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. een stort- en overslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud ten behoeve van de in 4.2 genoemde functies. 4.4

Bouwactiviteit

4.4.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2; b. alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. 4.4.2

Beoordelingsregels

a Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (groen) Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 9,0 m; c. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt 5,0 m; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,5 m.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

87

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Artikel 5 5.1

Water

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf is aangewezen voor het gebruiksdoel Water. 5.2

Gebruiksdoelomschrijving

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Water heeft de volgende functies: a. water ten behoeve van de waterhuishouding; b. taluds en natuurvriendelijke oevers; c. een ontsluiting binnen de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - auto ontsluiting'; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals kunstwerken en andere waterstaatswerken, ten behoeve van de waterafvoer en waterberging. 5.3

Gebruiksactiviteit

5.3.1

Verboden

a Algemeen (water) Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden. b Specifiek (water) Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. een stort- en overslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud ten behoeve van de in 5.2 genoemde functies. 5.4

Bouwactiviteit

5.4.1

Algemeen

Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2. 5.4.2

Beoordelingsregels

a Gebouwen (water) Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. b Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (water) Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van stuwen, sluizen en bruggen bedraagt 4,0 m; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,0 m.

88

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Artikel 6 6.1

Wonen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen. 6.2

Gebruiksdoelomschrijving

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid als bedoeld in sublid 6.3.1 onder a; b. een trouwlocatie, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - trouwlocatie'; uitsluitend indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - trouwlocatie' géén omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning is verleend; c. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in sublid 6.3.1 opgenomen nadere regels. 6.3

Gebruiksactiviteit

6.3.1

Nadere regels

a Niet publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit (wonen) In combinatie met wonen is uitsluitend het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m² mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. er mag geen sprake zijn van het uitoefenen van een activiteit, die in Bijlage VII tot en met IX van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen (risicobedrijven). b Aantal woningen (wonen) Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

89

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

c Trouwlocatie (wonen) Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - trouwlocatie' zijn - uitsluitend indien ter plaatse géén omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een woning - ceremonies en/of feesten zoals bruiloften en begrafenissen toegestaan, waarbij voldaan moet worden aan de volgende regels: a. de activiteiten mogen alleen plaats vinden in de maanden april tot en met september; b. het is niet toegestaan meer dan één activiteit tegelijkertijd te houden; c. de maximale openingstijd van de trouwlocatie is van 09.00 uur tot 23.00 uur; d. uiterlijk 23.00 uur moeten alle gasten vertrokken zijn (van het terrein en de parkeerplaatsen); e. fietsen en bromfietsen moeten op het eigen terrein van de (trouw)locatie worden geparkeerd; f. op eigen terrein moet voorzien worden in minimaal 8 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen; g. in afwijking van de standaard geluidswaarden zoals opgenomen in artikel 5.65 Bkl, zijn per jaar maximaal 12 activiteiten toegestaan waarbij gebruik mag worden gemaakt van achtergrondmuziek, mits het geluid gemeten op de gevel van de omliggende geluidgevoelige gebouwen (LAmax) niet hoger is dan 65 dB(A); h.

indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - trouwlocatie' een omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een woning, zijn uitsluitend activiteiten in het kader van ceremonies voor trouwpartijen toegestaan, met dien verstande dat het bepaalde in 6.3.1c onder g niet van toepassing is; deze activiteiten niet zijn toegestaan ter plaatse van het erf van de vergunde woning; i. de activiteiten mogen maximaal door één exploitant worden uitgevoerd. 6.3.2

Verboden

a Algemeen (wonen) a. het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 6.2 genoemde functies van de gronden; b. het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 6.3.1 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. b Specifiek (wonen) Het is in ieder geval verboden om: a. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning te gebruiken; 6.4

Bouwactiviteit

6.4.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 6.2; b. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

90

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

6.4.2

Beoordelingsregels

a Hoofdgebouwen (wonen) Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met uitzondering van bestaande woningen; b. voor de bouwwijze van de woningen geldt het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneengebouwde woningen toegestaan; 3. indien meerdere aanduidingen zijn opgenomen, zijn alle aangeduide bouwwijze toegestaan; 4. indien geen aanduidingen zijn opgenomen, is de bestaande bouwwijze toegestaan. c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' mag de inhoud van de woning (inclusief aangebouwde bijgebouwen) niet meer bedragen dan aangegeven, tenzij: 1. de inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, waarvoor de bestaande inhoud dan als maximum geldt; 2. het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarvoor de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/bouwmassa als maximum geldt; 3. er geen aanduiding voor de inhoudsmaat is opgenomen, waarvoor de bestaande maat, exclusief bijbehorende bouwwerken, als maximum geldt.

b Bijbehorende bouwwerken (wonen) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken bij een woning moeten worden gebouwd op het achtererfgebied en zijerf; b. de gezamenlijke maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 % van het achtererfgebied met een maximum van 50 m2, met dien verstande dat het oppervlak van de kas ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kas' niet meetelt bij het bepalen van de gezamenlijke maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken; c. de maximum bouwhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een absoluut maximum van 4,25 m; d. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,5 m; e. voor erkers, balkons en entreepartijen aan de voorgevel van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de maximum oppervlakte bedraagt 4,0 m²; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,75 m; 3. de maximum bouwdiepte bedraagt 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan wordt gebouwd; 4. voor zover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken al meer bedragen, geldt de bestaande maatvoering als maximum. c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (wonen) Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn ter plaatse van het gehele locatievlak toegestaan. a. de maximum bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1,0 m achter de voorgevel en op ten minste 1,0 m van de weg of het openbaar groen bedraagt 2,0 m; b. de maximum bouwhoogte van overige erf- of terreinafscheidingen bedraagt 1,2 m; c. de maximum bouwhoogte van pergola's en carports bedraagt 3,0 m.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

91

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

d Herbouw (wonen) Aanvullend gelden voor herbouw van bestaande woningen de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt grotendeels plaats op de (voor zover aanwezig) bestaande fundamenten van de woning; b. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn van de woning; c. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, twee-aaneen of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). e Ondergrondse gebouwen (wonen) Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds. 6.4.3

Afwijken van beoordelingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 te verlenen in afwijking van: a. teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, onder de voorwaarden dat: 1. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; 2. er dient sprake te zijn van (zekerheidstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; 3. door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; 4. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving; 5. er moet voldaan worden aan de regels voor geluid uit de Omgevingswet; 6. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 6.5

Omgevingsplanactiviteit

6.5.1 Publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. a. De omgevingsvergunning bedoeld in onder a wordt alleen verleend indien: 1. maximaal 45% van het vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; 2. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; 3. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; 4. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; 5. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt.

92

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

6.5.2 Bed & breakfast a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een bed & breakfast; b. De omgevingsvergunning bedoeld onder a wordt alleen verleend indien: 1. de bed & breakfastvoorziening voor maximaal 8 personen in maximaal 4 kamers is; 2. de nevenactiviteit enkel ziet op de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen; 3. de nevenactiviteit ondergeschikt van aard is; 4. de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte meer bedragen dan 100 m² bedraagt; 5. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers niet is toegestaan; 6. er een nachtregister wordt bijgehouden; 7. het gebruik niet leidt tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven; 8. de verkeersaantrekkende werking is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; 9. er op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte; 10. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast. 6.5.3 Dubbelbewoning a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een extra wooneenheid in een hoofdgebouw, bijgebouw, aanbouw of uitbouw te realiseren. b. De omgevingsvergunning bedoeld onder a wordt alleen verleend indien: 1. het één extra wooneenheid per perceel betreft; 2. het een tijdelijke wooneenheid is, voor een periode van maximaal 15 jaar; 3.

de extra wooneenheid wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken, met een maximum oppervlak van 80 m2; 4. ingeval de extra wooneenheid een tijdelijke verplaatsbare wooneenheid betreft, dan:  bedraagt het maximum oppervlak 80 m2;  mag de maximale toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet worden overschreden; en  dient er sprake te zijn van een goede stedenbouwkundige inpassing; 5. de extra wooneenheid door maximaal 2 personen wordt bewoond, niet zijnde (tijdelijke en/of commerciële) bewoning van recreanten of arbeidsmigranten; 6. er geen extra inrit wordt aangelegd ten behoeve van de extra wooneenheid; 7. de extra wooneenheid niet kadastraal wordt afgesplitst; 8. de gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden niet onevenredig worden belemmerd; 9. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, minimaal gelijk aan dat van de hoofdwoning; 10. de omgevingsvergunning wordt ingetrokken na beëindiging van het gebruik van de extra wooneenheid; 11. er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd. 6.6

Voorwaardelijke verplichting

6.6.1

Hemelwaterberging

Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de activiteiten op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg en instandhouding van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en de van het Omgevingsplan gemeente Beuningen onderdeel uitmakende Verordening afvoer hemel- en grondwater.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

93

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Artikel 7 7.1

Woongebied - 1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMWinssenZuidF1-vadf is aangewezen voor het gebruiksdoel Woongebied - 1. 7.2

Gebruiksdoelomschrijving

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Woongebied - 1 heeft de volgende functies: a. wonen; b. een aansluiting van het woongebied op het bestaande wegennet alleen op of binnen een afstand van 10 m van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - auto ontsluiting', waarbij in het totale plangebied maximaal 1 hoofdontsluiting zijn toegestaan, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op het gebruiksdoel Woongebied - 1 dat direct aan de Kennedysingel is gelegen; c. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in sublid 7.3.1 a; d. verkeers- en parkeervoorzieningen; e. parken, plantsoenen, groen- en speelvoorzieningen; f. een groene speelroute ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - groene speelroute' g. (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie; h. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken. 7.3

Gebruiksactiviteit

7.3.1

Nadere regels

a Niet publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit (woongebied - 1) In combinatie met wonen is uitsluitend het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m² mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. er mag geen sprake zijn van het uitoefenen van een activiteit, die in Bijlage VII tot en met IX van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen (risicobedrijven). 7.3.2

Verboden

a Algemeen (woongebied - 1) a. het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde functies van de gronden; b. het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 7.3.1 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken.

94

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

b Specifiek (woongebied - 1) Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. buitenopslag; b. detailhandel; c. een seksinrichting; d. kamerbewoning- en verhuur; e. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; f. meer dan 15 m² aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 7.4

Bouwactiviteit

7.4.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 7.2; b. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. 7.4.2

Beoordelingsregels

a Hoofdgebouwen (woongebied - 1) Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen moeten worden gebouwd binnen een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: 1. woningen mogen worden gebouwd in de vorm van vrijstaande woningen, twee-aaneen gebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en rug-aan-rug-woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - industrielawaai' mogen geen woningen worden gebouwd, tenzij het bedrijf aan de Geerstraat 3a te Winssen niet meer aanwezig is en er sprake is van een onherroepelijk omgevingsplan voor een activiteit die niet leidt tot hinderuitstraling op de hier beoogde woningen (incl. mogelijke nog te realiseren aangebouwde geluidgevoelige ruimtes) of als uit onderzoek blijkt dat er er geen hinder bestaat vanuit het bedrijf op de woningen (incl. mogelijke nog te realiseren aangebouwde geluidgevoelige ruimtes) en blijkt dat het bedrijf niet wordt belemmerd door de woningen (incl. mogelijke nog te realiseren aangebouwde geluidgevoelige ruimtes). b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven, met dien verstande dat: 1.

het maximum aantal wooneenheden in het totale plangebied ter plaatse van de functies 'Woongebied - 1', 'Woongebied - 2' en 'Woongebied - 3', als bedoeld in de artikelen 7, 8 en 9, niet meer mag bedragen dan 252, waarin de woningen onder de functie 'Wonen', als bedoeld in artikel 6, niet worden meegenomen; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; d. de minimum afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 2,0 m, behalve voor: 1. aaneengebouwde woningen waarbij de minimum afstand aan beide zijden 0 m mag bedragen; 2. twee-aaneen gebouwde woningen waarbij de minimum afstand aan één zijde 0 m mag bedragen; 3. rug-aan-rug-woningen waarbij de minimum afstand aan beide zijden 0 m mag bedragen; e. voor de bouwdiepte van hoofdgebouwen geldt het volgende: 1. de bouwdiepte van hoofdgebouwen (exclusief bijbehorende bouwwerken) in de bouwwijze 'twee-aaneen' en 'aaneengebouwd' mag niet meer bedragen dan 12 m; 2. de bouwdiepte van hoofdgebouwen (exclusief bijbehorende bouwwerken) in de bouwwijze 'rug-aan-rug' mag niet meer bedragen dan 9 m (per woning); 3. de bouwdiepte van hoofdgebouwen (exclusief bijbehorende bouwwerken) in de bouwwijze 'vrijstaand' mag niet meer bedragen dan 14 m;

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)

95

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

f.

tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m 2)' bedraagt het maximum bebouwde oppervlak (begane grondbouwlaag) van een hoofdgebouw (exclusief bijbehorende bouwwerken), al dan niet bestaande uit meerdere bouwlagen, voor: 1. een vrijstaande woning 175 m2 2. een twee-aaneengebouwde woning 100 m2; 3. een aaneengebouwde woning 80 m2; 4. een rug-aan-rug-woning 80 m2; g. de minimum en maximum dakhelling bedragen 35° respectievelijk 65°, met uitzondering van een mansardedak. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wegverkeerslawaai' kan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 worden verleend indien de grenswaarde van artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoveel mogelijk wordt beperkt; 2. bij 1 geluidbeperkende maatregelen zijn overwogen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige-, verkeerskundige-, landschappelijke of technische aard bestaan; 3. het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel wordt betrokken. 4. de aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid is beoordeeld; 5.

het gezamenlijk geluid is bepaald en vastgelegd in de omgevingsvergunning. h. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag het gezamenlijk geluid op de gevel van een woning niet meer bedragen dan 60 Lden. b Bijbehorende bouwwerken (woongebied - 1) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken bij een woning moeten worden gebouwd op het achtererfgebied en zijerf; b. de gezamenlijke maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 % van het achtererfgebied en zijerfgebied met een maximum van 50 m2; c. de maximum bouwhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een absoluut maximum van 4,25 m; d. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,5 m; e. voor erkers, balkons en entreepartijen aan de voorgevel van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de maximum oppervlakte bedraagt 4,0 m²; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,75 m; 3. de maximum bouwdiepte bedraagt 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan wordt gebouwd; 4. voor zover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken al meer bedragen, geldt de bestaande maatvoering als maximum.

c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een woning (woongebied - 1) Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een woning moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1,0 m achter de voorgevel en op ten minste 1,0 m van de weg of het openbaar groen bedraagt 2,0 m; b. de maximum bouwhoogte van overige erf- of terreinafscheidingen bedraagt 1,2 m; c. de maximum bouwhoogte van pergola's en carports bedraagt 3,0 m. d Bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet behorende bij een woning (woongebied - 1) Bouwwerken, niet behorende bij een woning moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 m, behalve van palen, masten en verkeerstekens, waarvan de maximum bouwhoogte 9,0 m bedraagt; b. de maximum oppervlakte van nutsvoorzieningen zoals pompgemalen, verdeel-, regel- of transformatorruimten, telefooncentrales en abri's bedraagt 30 m2 met een maximale bouwhoogte van 3 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=a6a758c6-4223-4d8f-b6fc-f8ebd6dd9e35