02. Toelichting en regels bestemmingsplan Hutgraaf II_ Beuningen.pdf
Tekst van het document
4.7
Waterhuishouding
4.7.1
Regelgeving
Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing:
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
27
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
»
Rijksbeleid: Waterwet, NationaalWaterplan2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en NationaalBestuursakkoord Water; » Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland; » Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Koers houden en kansen benutten', Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en de Keur voor waterkeringen en wateren; » Gemeente: Gemeentelijk riool- en waterplan2018 - 2022. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronderver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naarhet freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaaltzich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aanhet principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaalgelijk blijven aande oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naarhet oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3.
Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile waterworden daarbijapartaangeleverdaande riolering of, indien mogelijk, wordt het schone wateraande natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezigis. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aanhet bodem- en oppervlaktewatersysteemworden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht:uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. UitgangspuntenWaterschap Rivierenland De uitgangspunten die door het waterschapworden gehanteerd in het kadervan de watertoets kunnen worden verwoord als: a. Waterneutraalinrichten. Om te voorkomen datdoor de aanlegvan nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanlegvan extrawaterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen datde waterkwaliteitvan het oppervlaktewaternegatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 /o afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en anderterreinverharding).
c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast.Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maartevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaandeof een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aanrivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzienvan de benodigde bergingscapaciteit: » De 1=10+10/0 neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijkvan het deelgebied waarinde ontwikkeling plaatsvindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. » De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagsteputdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen.
Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakttussen systemen waarbijinfiltratie naarde ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui 1=100+10/0 het systeem tot aanmaaiveldgevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur bedragen. Volgens de Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland geldt vanafnieuw verhard oppervlak een
28
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
vrijstelling van de compensatieplicht voor toename tot 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor het buitengebied. Als peildatum voor het eenmalig gebruik is 1 januari 2010 aangehouden, Dit betekent dat alleen aanspraak gemaaktkan worden op de vrijstelling als hier in het verleden (na 1 januari 2010) nog geen gebruik van is gemaakt. Uitgangspuntengemeente Gemeentelijk riool-en waterplan 2018 - 2022 De gemeenteraadheeft het Gemeentelijk Riool- en waterplanin januari 2018 vastgesteld. Hierin is het beleid voor de zorgplicht voor het afvalwater,het afvloeiend hemelwater en het grondwater vastgelegd. Samengevathieruit het volgende: In 2020 moeten gemeenten verankerd hebben hoe ze omgaan met waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hittestress. Rioolsystemen (ondergronds) hebben bij hevige buien niet altijd voldoende capaciteitvoor de afvoer en berging van het hemelwater. Voor het borgen van een adequateafvoer en berging van het hemelwater moet ook gebruik worden gemaaktvan de inrichting van de openbare ruimte (bovengronds). Daarmeewordt de gemeentelijke zorgplicht meer bovengronds zichtbaarin wegen en groen en is de relatie met ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening cruciaal. Het klimaatbestendigmaken van stedelijk gebied vergt bewuste keuzes bij stedelijke inrichting en stedelijke activiteiten.
Bij nieuwe ruimtelijke plannen is een klimaatbestendigeen waterrobuuste inrichting van groot belang. Ruimtelijke functies moeten onderling op elkaarafgestemd zijn en de ruimtelijke effecten op waterhuishouding (en vice versa) moeten vastgelegd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Het uitgangspunt is datde perceelseigenaarzelf het regenwater moet verwerken. Hierdoor komt er minder regenwater in het riool terecht, watten goede komt aande werking van de zuiveringsinstallatie. Als verwerking op eigen terrein in redelijkheid niet mogelijk is, dan kan het overtollige regenwater afgevoerd worden naarhet openbare terrein, al waarhet afvoeren de verantwoordelijkheid van de gemeente is.
4.7.2 Doorvertalingbestemmingsplan Er is een watertoets uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Deze watertoets is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. In deze notitie is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Beuningen). Het plangebied ligt momenteel braaken is volledig onbebouwd en onverhard. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. De ontwikkeling voorziet in de realisatievan 22 patiowoningen, inclusief ontsluiting en inrichting van de openbare ruimte. Conform het beleid van waterschap Rivierenland is ten aanzienvan de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak dattoeneemt met circa 4.724 m2 een compenserende berging benodigd. Hierbij gaathet om circa 206 m3 bij T=10+10% en 314 m3 bij T=100+10%. Voor het creëren van het benodigde bergingsvolume is de bestaandewatergangaande oostzijde van het plangebied verbreed. Bij een stijghoogte van 7.60 m +NAP ontstaat door deze verbreding een bergingsvolume van 495 m3. Bij een grondwaterstand rond de GHG is hiervan 52 m3 reeds gevuld met grondwater, hierdoor blijft een volume van 443 m3 over, dit is een extra volume van 322 m3, waarmeeaande bergingseis van het Waterschap Rivierenland wordt voldaan.
Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaanderioleringsstelsel in de omgeving. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte alstijd waterneutraaluit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzienvan de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Het onderdeel 'waterhuishouding' bestemmingsplan.
vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4.8
Ecologie
4.8.1
Regelgeving
De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie algemene beschermingsregimes waarinde voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarinaanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maarwel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparteparagrafenneergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaatom de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten ” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.
Laatstgenoemdegroep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aande provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaalbeschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in datwerkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelatenof maatregelengenomen om onnodige schade aandieren en planten te voorkomen.
4.8.2 Doorvertalingbestemmingsplan Soortenbescherming Het plangebied ligt op dit moment braaken er is geen sprake van opgaande beplanting. In het plangebied komen geen beschermde planten- en diersoorten voor en er zijn geen (volgens de Wnb geldende) houtopstanden aanwezigwaarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kadervan de Wet natuurbescherming. Op de afbeeldingen in paragraaf 2.1 is dit duidelijk te zien. Gebiedsbescherming Het plangebied maaktgeen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. In het stikstofdepositieonderzoek, in bijlage 5 van de toelichting, is de stikstofdepositie ter plaatsevan de Natura2000-gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dater geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Significante gevolgen kunnen daarmeeop voorhand worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.9
Archeologie & cultuurhistorie
4.9.1
Regelgeving
30
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt bepaalddat in de toelichting ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waardenen in de grond aanwezigeof te verwachten monumenten rekening is gehouden. In 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (datziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2021 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De aanwijzingvan ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988die naarde Omgevingswet over zullen gaan,blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden.
De gemeente heeft watdit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.
4.9.2
Doorvertalingbestemmingsplan
Archeologie Ter plaatseis een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het kadervan de nieuwbouwontwikkeling. De belangrijkste resultaten worden hieronder besproken, de volledige rapportage is als bijlage 6 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de oeverwal van de Waal,op de overgang naarhet komgebied ten zuiden. De oeverafzettingen van de Waaldekken pleistocene beddingafzettingen af. In de omgeving van het plangebied zijn op de oevers van de Waal vindplaatsenbekend uit voornamelijk de IJzertijd en Romeinse tijd. Ook zijn er enkele vindplaatsenuit de Middeleeuwen en huisplaatsen uit de Nieuwe tijd bekend. In het plangebied geldt op basis van het bureauonderzoek een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum Bronstijd en een hoge archeologische verwachting op de periode IJzertijd - LateMiddeleeuwen. Voor de Nieuwe tijd is een lage archeologische verwachting afgegeven. In het plangebied ontbreekt bebouwing op historisch kaartmateriaal en ook zijn er op het AHN geen verhogingen te zien die duiden op de aanwezigheid van een terp. Het veldonderzoek heeft de archeologische verwachting bevestigd. In het plangebied zijn nagenoeg intacte oeverafzettingen van de Waalwaargenomen.
In de top van de oeverafzettingen is een donkere, humeuze laagaanwezig,dateen oud oppervlakte of cultuurlaag betreft en indicatief is voor de aanwezigheid van archeologische waarden.Ook is houtskool waargenomen in deze laag,dat in verband kan worden gebracht met menselijke activiteit. Er geldt hierom een hoge archeologische verwachting op de top van de oeverafzettingen voor de periode IJzertijd - LateMiddeleeuwen. Er is sprake van een hoge archeologische verwachting vanaf0,3 m -mv. Transect adviseertdeze verwachting op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. In het kadervan de aanvraag van een omgevingsvergunning adviseertzij om, indien er bodemingrepen dieper dan 0,3 m -mv zullen plaatsvinden,de archeologische verwachting aanvullend te toetsen door middel van een karterend en waarderendarcheologisch onderzoek. Dit kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Het onderzoek kan zich beperken tot de delen van het plangebied waardaadwerkelijkbodemverstoringen zullen plaatsvindenbij de realisatievan de woningen. Voor een gravend onderzoek, zoals een proefsleuvenonderzoek, is vooraf een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, datde bevoegde overheid moet goedkeuren. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen monumenten grenzend aanhet plangebied gesitueerd.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
gelegen. Ook zijn er geen monumenten
direct
31
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Ter bescherming van eventueel aanwezigearcheologische waardenblijft de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan gehandhaafd, totdat het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd.
4.10 Leidingen 4.10.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnenmogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarinde navolgende producten worden vervoerd: » gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; » aardgasmet een diametergroter of gelijk aan18”; » defensiebrandstoffen; » warmte en afvalwater,ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diametergroter of gelijk aan18”. 4.10.2 Doorvertalingbestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas, brandstof en/of hoogspanningsleidingen gelegen, die in het kadervan het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
4.11 VormvrijeMER-beoordeling 4.11.1 Regelgeving In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegevenwelke activiteiten in het kadervan het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaardenopgenomen. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaardenin onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaardenblijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijkemilieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandachtmoet worden besteed aanm.e.r. Het komt er op neer datvoor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; » belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvindenof er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.11.2 Doorvertalingbestemmingsplan
32
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantalactiviteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg,wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is: het totale aantalgeplande woningen bedraagt maximaal22. Gelet hierop, kan worden geconcludeerd datde drempelwaardenniet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling ’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aande onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maarkunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbijkan worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
33
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaatuit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maarmoet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezigeen/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiekvan de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaanuit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aande orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw
5.1.1
en dergelijke van de regels kort toegelicht.
Inleidenderegels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden,oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.Ten aanzienvan de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk
van de regels komen de verschillende bestemmingen aande orde.
5.1.2 Opbouw bestemmingen Bestemmingsomschrijving Bevatde omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aande grond worden toegekend. Hierbij gaathet in beginsel om een beschrijving van de aande grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aardvan de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waaren met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naarbouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aanhet bevoegd gezag ten aanzienvan bepaaldebouwregels.
34
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegevenwelke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvanhet niet op voorhand duidelijk is datdeze in strijd zijn met de bestemming. Het gaathierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aanhet bevoegd gezag ten aanzienvan bepaaldegebruiksregels.
5.1.3 Algemeneregels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaaldegebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaalddeel van een bouwperceel mogen beslaan,het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren, ondergronds bouwdelen.
bouwen en ondergeschikte
Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat regels voor parkeren. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aanburgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaathier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.4 Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan(of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan,ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand,illegaalopgerichte, bouwwerk legaalwordt, noch brengt het met zich mee datvoor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijktvan de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aanop welke manierde regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent drie enkelbestemmingen en één dubbelbestemming: Groen Deze bestemming is bestemd voor 'Groen' en bijbehorende voorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstwerken, voet- en fietspaden et cetera.
zoals speelvoorzieningen,
Binnen de bestemming mogen uitsluitend gebouwen van openbaar nut (uitsluitend binnen een bouwvlak) en andere bouwwerken worden gebouwd, zoals speeltoestellen, prullenbakken, wegwijzers, banken en degelijke. Verkeer De openbare ruimte in het plangebied is voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Ter plaatsezijn de gronden bestemd voor onder andere wegen, paden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
35
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Wonen De beoogde woonpercelen zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. De bestemmingsregeling sluit zoveel mogelijk aanbij de standaardregelingin de gemeente Beuningen. Ter plaatsezijn de gronden bestemd voor de bouw van patiowoningen. Binnen de woonfunctie worden onder voorwaarden nevenactiviteiten toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aande woonfunctie. In dit plan is ervoor gekozen om de mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten als relevant onderscheid te hanteren tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De 'niet-publieksgerichte aanhuis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit' is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aaneen aantalvoorwaarden. De 'publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aanhuis' is mogelijk indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Het onderscheid richt zich zoals vermeld op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dateen niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking/ geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden.Het betreft activiteiten met een introvert karakter,die inherent zijn aande woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers.
Om de beperkte omvang van het aanhuis verbonden beroep/ bedrijf te waarborgen is deze gemaximeerd op 45 /o van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 45 m2. Tevens is in de regels opgenomen datde bewoner het beroep of bedrijf aanhuis zelf dient uit te oefenen. Uitgangspunt is dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen datactiviteiten kunnen plaatsvinden,die weliswaargeen publieksaantrekkend karakterhebben, maardie in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. De aanhuis verbonden functies zijn toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken. De publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aanhuis kunnen wel verkeersaantrekkend zijn en zijn daarom enkel toegestaan indien hiervoor door burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning is verleend. De activiteiten dienen kleinschalig te zijn en in te passen in de woonomgeving. Voorbeelden zijn persoonlijke dienstverlening (kapper/ pedicure), medische/ therapeutische dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid. Waarde - Archeologie 2 De gemeente Beuningen heeft een archeologische
verwachtingenkaartlaten vervaardigen.
De gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarde,bekende vindplaatsen,oude woongronden en historische boerderijlocaties evenals een zonering van 50 m rondom de monumenten zijn op de verbeelding opgenomen middels de dubbelbestemming 'Waardearcheologie 2'. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveldin gebieden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde- archeologie 2' (hoge archeologische verwachtingswaarde) wordt bij een omvang van meer dan 100 m2 nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld.
36
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In de anterieure overeenkomst die gesloten is met de ontwikkelaar zijn tevens afsprakengemaakt over kostenverhaal gebaseerd op Afdeling 6.4 Grondexploitatie van de Wro. Dit betreffen o.a. kosten voor inbreng van gronden, civieltechnische kosten en plankosten. Kostenverhaal volgt de demarcatie van het bestemmingsplan, dit betekent dat alle kosten die gemaaktworden binnen het bestemmingsplangebied op basis van de criteria Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit toegerekend worden. Voorwaarde is wel dat er meer opbrengsten gegenereerd worden dan dat er kosten verhaald worden, anders is de economische uitvoerbaarheid niet geborgd. Ofwel een initiatief moet de kosten wel kunnen dragen.
6.2
Inspraak
De initiatiefnemer heeft de omgeving via een brief en aankondigingsspandoeken vroegtijdig geïnformeerd over de plannen.
6.3
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staatdat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kadervan het vooroverleg WaterschapRivierenland.
wordt het plan besproken met de Provincie Gelderland en het
Te zijner tijd zullen de ingediende vooroverlegreacties worden voorzien.
6.4
hier of in een separatenota van een reactie
Zienswijzen
Gelet op het bepaaldein de Wet ruimtelijke ordening, wordt het ontwerpbestemmingsplan voor iedereen zes weken ter visie gelegd. Te zijner tijd zullen de ingediende zienswijzen hier of in een separatenota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
37
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
38
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
39
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 1
40
Diversebodemonderzoeken
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 2 Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
41
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 3 Akoestischonderzoekindustrielawaai
42
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 4 Watertoets
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
43
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 5 Stikstofdepositieonderzoek
44
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bijlage 6 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
45
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
46
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Regels
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
47
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk1 Artikel 1
Inleidenderegels
Begrippen
In deze regels wordt verstaanonder: 1.1 plan het bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPHutgraaf2Beuning-ow01 van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaaldeplanobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaaldvlak of figuur, waarmeegronden zijn aangeduid, waaringevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzienvan het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1,0 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen 1.6 archeologische waarden waardenvan een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bed & breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aansteeds wisselend publiek, datvoor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfastwordt niet verstaanovernachting,
noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.9 beganegrondbouwlaag de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 1.10 bestaand » t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezigop het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dattijdstip aangevraagde vergunning; » t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezigop het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaaldvlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegdgezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzienvan een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzienvan een al verleende omgevingsvergunning;
48
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
1.14 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt;
datzich daarvan
1.15 bijbehorendbouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daaral dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bouwen het plaatsen,het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbijruimten in de kapzonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaarbehorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaaldvlak, waarmeede gronden zijn aangeduid, waaringevolge de regels bepaaldegebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aardeis verbonden; 1.23 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand,twee-aaneen,aaneengebouwd, gestapeld of specifieke bouwaanduiding - patio, waarbij: a. onder 'vrijstaand'wordt verstaandat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; b.
onder 'twee-aaneen'wordt verstaandat het hoofdgebouw van een woning naaréén zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; c. onder 'aaneengebouwd' wordt verstaandat het hoofdgebouw deel uitmaaktvan een blok van meer dan twee hoofdgebouwen, die naartwee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen; d. onder 'gestapeld' een gebouw wordt verstaan,dat uit meerdere naastelkaaren/of gedeeltelijk boven elkaargelegen woningen (appartementen)bestaaten datqua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; e. onder 'specifieke bouwaanduiding - patio' wordt verstaandat het hoofdgebouw van een woning is voorzien van een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaatsof binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezigegebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbijaanweerszijden van de zijdelingse perceelsgrens aaneengesloten mag worden gebouwd; 1.24 coffeeshop een bedrijf dattot hoofdzaak heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaatse,met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van al dan niet ter plaatsebereide kleine etenswaren en niet-alcoholische dranken;
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
49
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden,waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aanpersonen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse; 1.26 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbijhet publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaanen geholpen; 1.27 evenementen een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak.
1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 geluidzoneringsplichtigeinrichtingen bedrijven die op grond van de Wet geluidhinder zijn aangewezenals categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; 1.30 geliberaliseerde woning voor middenhuur geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 sub j van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.31 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan,dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezigzijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 huishouden één of meerdere personen die in vastverband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 1.33 kamerbewoning het gebruik van een hoofdgebouw twee onzelfstandige huishoudens;
of met het hoofdgebouw
verbonden bijgebouwen door meer dan
1.34 kamerverhuur het aanbiedenof verhuren van kamers voor bewoning; 1.35 langzaamverkeersroutes routes voor ongemotoriseerd verkeer, scootmobielen, behorende bermen en straatmeubilair;
wandelaars,skeeleraars,en dergelijke, daarbij
1.36 levensloopbestendige woning een zelfstandige woning met alle primaire voorzieningen op één verdieping of zonder traplopen bereikbaar.Primaire voorzieningen zijn woonkamer, keuken, toilet, badkameren minimaal één slaapkamer; 1.37 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kadervan een hulpverlenend beroep wordt geboden aaneen hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie,rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaandesociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaaroverstijgt, en waarvande behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezensociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
50
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
1.38 niet-publieksgerichte aan huis verbondenberoeps-of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvande activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbijbehorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbijde woning in overwegende mate haarwoonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.39 publieksgerichteberoeps-of bedrijfsactiviteitaan huis een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvande activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvande omvang en uitstraling zodanig is, datde activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbijbehorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.40 seksinrichting een gelegenheid waarinberoepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aardplaatsvinden,en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van pornografische en/of erotische aardplaatsheeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 1.41 voldoendeparkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aande gemiddelde
parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentagesen berekeningsaantallenzoals opgenomen in CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op het moment dat het CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.42 voorgevel de naarde weg toegekeerde gevel van een gebouw; indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naararchitectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerktals voorgevel; 1.43 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning, zoals bedoeld in 1.44; 1.44 woning / wooneenheid een complex van ruimten, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
51
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Artikel2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, datde grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlakaangeeftdat maximaalmag worden bebouwd.; 2.2 dedakhelling langs het dakvlakten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 degoothoogte van eenbouwwerk vanafhet peil tot aande bovenkant van de goot, te stellen constructiedeel;
c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmeegelijk
2.4 de inhoud van eenbouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 debouwhoogte van eenbouwwerk vanafhet peil tot aanhet hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naarde aarddaarmeegelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlaktevan eenbouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein;
neerwaarts
2.7 peil de hoogte gemeten vanafhet aansluitend afgewerkt terrein, waarbijplaatselijke,niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aande voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan,buiten beschouwing blijven.
52
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk2 Artikel3
Bestemmingsregels
Groen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Groen' aangewezengronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. kademuren; c. keerwanden; d. kunstwerken; e. langzaamverkeersroutes; f. in- en uitritten; g. nutsvoorzieningen en telecommunicatie; h. parken; i. plantsoenen; j. speelplekken; k. moestuinen; l. dierenweiden m. voorzieningen voor de verkeersgeleiding; n. water,waterafvoeren waterbeheer; o. hondenuitlaatplaatsen; p. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt9,0 m; c. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt5,0 m; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt3,5 m. 3.3
Specifiekegebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
53
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Artikel4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezengronden zijn bedoeld voor: a. fiets- en voetpaden; b. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; c. kademuren; d. keerwanden; e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen g. oeververbindingen (bruggen); h. verblijfsgebied; i. parkeer- en verkeersvoorzieningen; j. evenementen; k. speelvoorzieningen; l. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. wegen, straten en paden; n. wegverkeer; o. hondenuitlaatplaatsen; p. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt9,0 m; b. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt5,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt3,5 m. 4.3
Specifiekegebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
54
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Artikel5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezengronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een niet-publieksgerichte aanhuis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaaldein sublid 5.4.2; c. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. één en ander met bijbehorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatsevan de aanduiding 'bouwvlak', met inachtneming van het volgende: 1. ter plaatsevan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' zijn uitsluitend patiowoningen en levensloopbestendige woningen toegestaan; 2. ter plaatsevan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengesloten woningen toegestaan; 3. indien meerdere aanduidingen zijn opgenomen, zijn ter plaatsealle aangeduide bouwwijzen toegestaan; 4. minimaal30 /o van de woningen de eerste 15 jaarna afronding van de bouw van de woningen uitsluitend is toegestaan in de vorm van geliberaliseerde woningen in de middenhuur; b. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak of in het achtererfgebied; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 5.2.2
Maatvoering van hoofdgebouwen
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeventer plaatsevan de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande datter plaatsevan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' per woning en over een breedte van maximaal3 m van de voorgevel de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6 m; b. het aantalwoningen mag niet meer bedragen dan aangegeventer plaatsevan de aanduiding 'maximum aantalwooneenheden', met dien verstande dat het totaal aantalwoningen in het plangebied niet meer mag bedragen dan 22; 5.2.3 Maatvoering van bijbehorende
bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. het bebouwingspercentage in het achtererfgebied mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60 /, tot een maximum van 50 m2; b. de maximum bouwhoogte van vrijstaandebijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt3,2 m; c. de maximum bouwhoogte van aanhet hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag in het achtererfgebied niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een maximum van 4,0 m; d. voor erkers, balkons en entreepartijen aande voorgeve l van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de maximum oppervlakte bedraagt4,0 m2;
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
55
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
2. 3. 4.
de maximum bouwhoogte bedraagt3,2 m; de maximum bouwdiepte bedraagt1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt; voor zover de afmetingen van een bestaande,legaalgebouwde, bouwwerken reeds meer bedraagtgeldt de bestaandemaatvoering als maximum.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen buiten het bouwvlak en/of het achtererfgebied bedraagt1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het bouwvlak en/of het achtererfgebied bedraagt2,0 m; c. in afwijking van het bepaaldein sub a geldt dat de maximum bouwhoogte van pergola's 2,75 m bedraagt. 5.3
Afwijkenvan de bouwregels
5.3.1
Omgevingsvergunningerfafscheidingen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaaldein sublid 5.2.4 onder a, om buiten het bouwvlak en het achtererfgebied erfafscheidingen met een maximum bouwhoogte van 2,0 m toe te staan,mits voldaan wordt aanhet volgende: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast;dit betekent in ieder geval datde gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. de stedenbouwkundige kwaliteitvan de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast. 5.4
Specifiekegebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aanhuis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaandebijbehorende bouwwerken; e. kamerverhuur en -bewoning; f. aanhet hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken voor een dakterras; g. meer dan 15 m2 aanbijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 5.4.2
Niet-publieksgerichte
beroeps- ofbedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aanhuis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt,mits voldaan wordt aande volgende voorwaarden: a. maximaal45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aanhuis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aanhuis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aande woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
56
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
5.4.3 Voorwaardelijke
verplichting
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanlegvan voldoende waterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland.
5.5
Afwijkenvan de gebruiksregels
5.5.1 Omgevingsvergunningpublieksgerichte
aan huis verbonden beroeps- ofbedrijfsactiviteit
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaaldein lid 5.1 onder b ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aanhuis mits voldaan wordt aande volgende voorwaarden: a. maximaal45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aanhuis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aande woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aanhet woonkarakter van de wijk of buurt; f. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
57
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Artikel6 6.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde- Archeologie 2' aangewezengronden zijn, behalve voor de daarvoorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaathierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting, bekende vindplaatsen,oude woongronden en historische boerderijlocaties en zonering van 50 m rondom monumenten.
6.2
Bouwregels
Ten aanzienvan het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m2 dient de aanvragereen rapport te overleggen, waarinde betrekking heeft naarhet oordeel archeologische waardenvan de gronden waarop de aanvraag van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvragervan een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaandebebouwing (waaronder een bestaandeondergrondse kelder), waarbijde oppervlakte aanbebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaandefundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaandebebouwing tot maximaal2,5 m uit de bestaandefundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,3 m onder het bestaandemaaiveld; 4. naaroordeel van het bevoegd gezag de archeologische waardevan de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt datde archeologische waardenvan de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aande omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelenwaardoor de archeologische waardenin de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aanbij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruitblijkt op welke wijze met de archeologische waardenis omgegaan. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoerenvan eenwerk,geenbouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaaldeis het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
grondwerkzaamheden, zoals afgraven,egaliseren, frezen, diepploegen, aanbrengenvan oppervlakteverhardingen, aanlegvan drainage,verwijderen van funderingen en aanlegvan diepwortelende beplanting. b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggenvan leidingen;
58
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
6.3.2 Uitzonderingen Het in sublid 6.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kadervan archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een terzake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kadervan normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaandebestratingen, kabels, riolering, leidingen en beplantingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kadervan het normale agrarische gebruik, zoals ploegen, zaai-en oogstklaar maken, vervangen van drainage,aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaarden; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximaleoppervlakte van 100 m2. f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstandvan maximaal2,5 m uit een bestaandefundering van een bestaandbouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaalin uitvoering zijn of legaalkunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dattijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist. 6.3.3 Verlening a.