02. Toelichting en regels bestemmingsplan Hutgraaf II_ Beuningen.pdf
Tekst van het document
Hutgraaf 2, Beuningen
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 8 8
Hoofdstuk2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaandesituatie 2.2 Toekomstige situatie
10 10 11
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Nationaalbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
12 12 13 16 18
Hoofdstuk4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie & cultuurhistorie 4.10 Leidingen 4.11 Vormvrije MER-beoordeling
19 19 20 21 23 24 26 27 30 30 32 32
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
34 34 35
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Inspraak 6.3 Overleg 6.4 Zienswijzen
37 37 37 37 37
Bijlagen bij toelichting (externebijlagen) Bijlage 1
Diversebodemonderzoeken
Bijlage 2
Akoestischonderzoekwegverkeerslawaai
Bijlage 3
Akoestischonderzoekindustrielawaai
Bijlage 4
Watertoets
Bijlage 5
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Regels
47
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidenderegels Begrippen Wijze van meten
48 48 52
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen Waarde- Archeologie 2
53 53 54 55 58
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemeneregels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels
60 60 61 63 64
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel
65 65 66
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
3
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Toelichting
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
5
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Sinds de sloop van het cafémet de bijbehorende midgetgolfbaan ligt het perceel op de hoek van de Houtduiflaan en de Burgemeester Van Suchtelenstraat in Beuningen braak.De eigenaren van het perceel (hierna: initiatiefnemers) wensen op het perceel 22 duurzame levensloopgeschikte (patio)woningen te realiseren. Het betreft 15 patiowoningen en 7 huurwoningen. Het oorspronkelijke principeverzoek is in de zomer van 2018 ingediend. In de 1,5 jaardaarnais het plan op verschillende punten aangepastom te komen tot een kwalitatiefstedenbouwkundig plan. Met de stedenbouwkundige schets van 28 november 2019 ligt er een acceptabelstedenbouwkundig voorstel om dit braakliggendeperceel weer invulling te geven. Op 21 februari 2020 heeft het college daarom besloten in principe medewerking te verlenen aande beoogde ontwikkeling. Met de voorgestelde invulling hopen de initiatiefnemers een mooie bijdrage te leveren aande voorraad met levensloopgeschikte woningen in Beuningen. De woningen worden gasloos uitgevoerd en minimaal300Zo van de woningen (7 van de in de in totaal 22 woningen) wordt via verhuur aangeboden. Van de woningbehoefte van de gemeente Beuningen is bekend dater naast levensloopbestendige koopwoningen zeker ook behoefte is aanhuurwoningen in het middensegment (C750 - C1.000/mnd). Senioren die hun eigen woning verkopen, willen niet altijd meer iets terugkopen.
deze groep wil graageen ruime woning huren, waarzij nog lang gebruik van kunnen maken. Uit de interessepeiling van de initiatiefnemers kwam deze behoefte ook naarvoren. Het gaathier om senioren en andere geïnteresseerden die gezien hun inkomen niet in aanmerkingkomen voor sociale huurwoningen. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op grond van het thans geldende bestemmingsplan. Om het bouwplan te realiseren is het daarom noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vastte stellen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen even ten zuidoosten van het centrum van Beuningen, op de hoek van de Houtduiflaan en de Burgemeester Van Suchtelenstraat, direct ten zuiden van zwembad De Plons. De oppervlakte van het plangebied bedraagtcirca 9.120 m2 en het perceel staatkadastraal bekend als gemeente Beuningen, sectie B, nr. 3.922. Navolgende afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving:
6
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Mia ľ
» ţpUk
ĩi*
Ì5
ţï Ľpfc .HÕS'tfŞ
■'„'áeuñirSW
fn ^eemstraweg
^MMcDonaldisiBeuninQérVvW
WÊMr Ba [Beuningen |
,AŖN B.V
Ooigrá^ lengde W./be/mŴ^
^eŝīkaV a^aa | Knooppunt] | Neerboschļ
ř INE E R BOSCH- WE SJ
Globale ligging plangebied
(Bron:maps.google.nl,rode druppel)
Navolgende afbeelding toont globaal de begrenzing van het plangebied:
Globale begrenzing plangebied
(rode omkadering)
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
7
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naarde verbeelding.
1.3
Geldendeplannen
Voor het plangebied geldt thans het bestemmingsplan 'Kern Beuningen', zoals de gemeenteraaddat op 3 juni 2013 heeft vastgesteld. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Horeca', met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van horeca - caféen midgetgolf. ZjTJZ+r T+ + + + + + 4- + + + 4-
'f ■‘■'X ,-f- 4- *
*
I+
Vv
,4 - + 4 - + + 4- +Z-
*
* 4-
+ X+'
+ Z+ + + + + + +
+Z ^-t-
Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale aanduiding plangrens (rode omkadering). Tevens zijn de gronden in het plangebied gelegen binnen het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' en vallen daarinbinnen de gebiedsaanduiding 'rest bebouwde kom' De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van 22 (patio)woningen. Op basis van de geldende bestemming is het niet mogelijk de beoogde verkavelingsopzet in het plangebied te realiseren. Daarom is het noodzakelijk om de huidige planologische regeling voor de gronden in het plangebied te herzien.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaatuit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarinde bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaatvergezeld van een toelichting waarinde achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaaktnader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen.
8
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kadervoor de planherziening beschreven. Hoofdstuk geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied.
2
Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaaktekeuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kaderen de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatstedeel (hoofdstuk 6) gaatin op de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan.'
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
en maatschappelijke
9
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaandesituatie
Het plangebied is in de bestaandesituatie een braakliggenden onverhard terrein. Voorheen het plangebied een cafémet midgetgolfbaan gevestigd.
was in
Op navolgende afbeeldingen is een impressie te zien van het plangebied:
.
10
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
2.2
Toekomstigesituatie
Het voorliggende bestemmingsplan maaktde bouw van maximaal22 (patio)woningen mogelijk in de (middel)dure huur- en koopsector. Langsde Houtduiflaan komen 7 huurwoningen en aande nieuwe woonstraat komen 15 koopwoningen. Op navolgende afbeelding is de beoogde verkavelingsopzet weergegeven:
4
18-001 terreinindelingHutgraaf II Beuningen
Terreinindeling Hutgraaf II Beuningen, inclusiefindicatieve CHITEKTarchitecten, d.d. 9 maart 2021)
in opdracht van:
projectgroep HutgraafII postbus 4 6640 AA Beuningen
inrichting openbare ruimte (Bron:
In aansluiting op de woonwijk Hutgraaften noorden van het zwembad wordt voorzien in groene structuurelementen met bomen en onderbegroeiing. De buitenzijde van het plangebied langs de Houtduiflaan en Burgemeester van Suchtelenstraat wordt voorzien van een groene rand, waaronder de bestaandegroene zone met de watergang.Deze randen komen samen in een groene ruimte in de zuidwesthoek van het plangebied. Vanafde buitenrand lopen structurerende groene zones langs de noord- en oostgrens van het plangebied, met langs de oostgrens een verbrede watergangin het kadervan duurzame waterhuishouding. De ruimte achter het zwembad blijft onbebouwd. Het plangebied wordt ontsloten vanafde Houtduiflaan. Langsde woonstraten wordt ook voorzien van bomen, zodat ook sprake is van een interne groenstructuur. De woonvlekken krijgen daarnaeen logische plek binnen deze groenstructuur, waarbijde bloksgewijze opzet aansluit bij datvan de Hutgraaf. op de perceelsgrenzen met de openbare ruimte wordt voorzien in groene erfscheidingen. De hoofdgebouwen
van de woningen bestaanuit één bouwlaag met een ruime kap.
De waterberging wordt hoofdzakelijk opgelost aande randen van het plangebied, door het verbreden van de bestaandeC-watergangen aande zuid- en oostzijde van het plangebied.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
11
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte
De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaaren veilig worden. De structuurvisie gaatuit van het adagium 'decentraal,tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent datde verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laathet Rijk over aande provincies en gemeenten. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaaldin het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie subparagraaf 3.1.2. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. De SVIR is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.2 Besluitalgemeneregelsruimtelijkeordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantalvan de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aande gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaaldezaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3 Laddervoor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'laddervoor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'laddervoor duurzame verstedelijking'. De ladderwordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkelingmogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomenstedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkelingniet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzienopde gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
12
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
In het kadervan de duurzame ladderwordt ten aanzienvan de definitie van bestaandstedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel ofhoreca, alsmede de daarbij behorende openbare ofsociaal-culturele voorzieningen,stedelijk groen en infrastructuur.”Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhefen onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaandeverstedelijkingsruimte in bestaandstedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraakmet het nummer 201303578/1/R4 kunnen naarhet oordeel van de Raadvan State planologische mogelijkheden waarvannog geen gebruik is gemaakt,als leegstaandeverstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaandstedelijk gebied. Planspecifiek De gebiedsontwikkeling voorziet in de realisatievan 22 patiowoningen in bestaandstedelijk gebied. Daarmeemaakthet bestemmingsplan in planologische zin 22 woningen mogelijk. Ingevolge jurisprudentie wordt de bouw van 22 woningen aangemerktals een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Daarom is artikel 3.6.1, tweede lid Bro van toepassing. De laddervoor duurzame ontwikkeling moet daarom doorlopen worden.
Uit subparagraaf 3.2.3 volgt datde beoogde ontwikkeling past binnen de regionale woningbouwafspraken en daarmee binnen de laddervoor duurzame verstedelijking.
3.1.4 Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staande hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afsprakenom de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn allebei op 1 maart2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie 2 keer per jaarof de plannen moeten worden aangepast.
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering,uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaatdit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvanvoor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naarsynergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijkte houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekendeevenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij.Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaandverstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aanhet benutten van bestaandegebouwen en het concentreren van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aande randen van steden of dorpen uitgebreid worden.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
13
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijkerverhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staater al. Maardeze woningen zijn niet klaarvoor de toekomst en moeten aangepastof vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aanwoningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning. Voor de provincie staateen goede balanstussen de vraagen aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig.De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaandewoningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstukvan klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepaktkan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van waterin het licht van de klimaatveranderingis immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aanbij het vertrekpunt datzoveel mogelijk binnen bestaand verstedelijkt gebied gebouwd wordt.
De nieuwe woningen worden bovendien zonder aardgasaansluiting gerealiseerd. Het plangebied wordt tenslotte ook gebruikt om een flinke impuls te geven aande behoefte aanlevensloopgeschikte woningen. Aangezien in subparagraaf 3.1.3 is aangetoond datvoldaan wordt aande laddervoor duurzame 3.2.3), is het plan passend binnen de verstedelijking en regionaal is afgestemd (zie subparagraaf omgevingsvisie. De omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de nieuwe burgerwoningen.
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmeedus beleidsneutraal. De inzet van de verordening alsjuridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid afte dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aanwettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent datvrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maaktals die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals in subparagraaf 3.2.3 is beschreven is de voorliggende woningbouwafspraken.
ontwikkeling passend in de regionale
Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de omgevingsverordening.
3.2.3 Regionalewoningbouwafspraken Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar,Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analysevan de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agendacirca 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen.
14
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Planspecifiek De toevoeging van 22 woningen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Het bestemmingsplan voorziet bovendien in levensloopgeschikte woningen. Het realiseren van levensloopgeschikte woningen pastzowel binnen de Woonvisie van de gemeente Beuningen alsmede de Omgevingsvisie van de provincie Gelderland, zoals blijkt uit subparagraaf 3.3.2.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
15
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
3.2.4 Conclusie In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
De gemeentebrede Structuurvisie is op 8 mei 2012 vastgesteld. De structuurvisie is een ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter.Het bevat integrale keuzen voor de hoofdlijnen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid voor de komende jaren en wordt ingezet als onderdeel van een ruimtelijke onderbouwing voor bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en voorbereidingsbesluiten. Motto van de structuurvisie is datde gemeente groen en dynamisch wil zijn. In essentie is het ruimtelijk beleid er op gericht om ruimte te geven aandynamiek, waarbijde groene kwaliteiten van het gebied gerespecteerd en deze waardat kan versterkt worden. Het motto wordt in de structuurvisie doorvertaald in enkele kernambities: 1. Beuningen: groene flank van de stadsregio 2. Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit 3. Versterken en verbinden van landschappen 4. Ruimte voor wateren recreatie 5. Toekomstgerichte basisvoorzieningen in elke kern 6. Doorstroming én oversteekbaarheid Van Heemstraweg Voor dit bestemmingsplan is ambitie II (Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit)van belang. Beuningen wil zich, binnen de regio, onderscheiden alswoongemeente in een sterke groene setting. Het streven is tweeledig.
Enerzijds gaatde gemeente voor een gedoseerde groei van het aantal woningen, waarbijgedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). De gemeente biedt een gevarieerd aanbod aanwoonmilieus: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Elke kern heeft een eigen karakteren de sociale structuur binnen de kern is een groot goed. Hiermee voegt Beuningen echt iets toe aanhet regionale woningaanbod (vooral grootstedelijke milieus) en wordt geanticipeerd op de vraaguit de markt naardeze woonmilieus. De gemeente bouwt woningen om invulling te geven aande eigen woningbehoefte. Anderzijds zet de gemeente in op de versterking van de kwaliteitvan de bestaandebebouwing en omgeving. Planspecifiek Herontwikkeling Hutgraaf(vitalewijk) Door de verplaatsingvan de sportvelden liggen er kansen om de Hutgraafmet woningbouw her in te vullen. Er wordt ingezet op herontwikkeling naareen ‘vitalewijk’. De ligging van de tennisbanen en de wens om een goede overgang naarhet open gebied te krijgen, is eveneens onderdeel van de integrale opgave. Met de nieuwe ontwikkeling wordt ook de rol en functie van de wegen Lindentraat, Houtduiflaan en Burgemeester Geradtslaanbetrokken. Specifiek voor de Hutgraafziet de gemeente een kans om met de herontwikkeling naareen woongebied ook de omliggende woonwijk een positieve impuls te geven, waarmeeeen vitalewijk kan ontstaan.
Met het bestemmingsplan 'Hutgraaf, Beuningen' is hier al een heel belangrijke aanzettoe gegeven op de locatie van de voormalige sportvelden. Onderhavig plangebied biedt de mogelijkheid om extra levensloopgeschikte woningen toe te voegen aande Hutgraaf. Voor de ontwikkeling van de Hutgraafzijn stedenbouwkundige uitgangspunten vastgelegd in een notitie. De gemeente streeft naareen kwaliteit op de Hutgraafdie recht doet aande locatie en de context. De volgende relevante uitgangspunten gelden voor onderhavig zuidelijk deelgebied van de Hutgraaf: » De Hutgraafvertoont in ruimtelijke opzet, bebouwingsbeeld, architectonische uitwerking en inrichting van de openbare ruimte een duidelijke samenhang; » Het beeld van de Hutgraafreageert in lijn en structuur op de aangrenzendewoonbuurten waarbij maaten schaal in harmonie zijn met de omgeving; » Waarmogelijk openhouden van doorzichten van en naarhet buitengebied en het laten binnendringen van het landschap;
16
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
» Duurzaamheid als uitgangspunt voor zowel de gebouwde voorziening als het openbaar gebied. De gemeente vindt het verder belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern gebouwd wordt en datdaarbijsprake is van organische groei, passend bij de ontwikkeling van de kern. Geen grootschalige uitbreidingen, maarkleinschalige impulsen, passend bij de bestaandesfeer en identiteit. Daarwaarmogelijk geeft de gemeente voorkeur aaninbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier concreet invulling aangegeven. De beoogde ontwikkeling voorziet immers in de herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie.
3.3.2 Woonvisie De gemeenteraadheeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haarwoonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafsprakenmet Woonwaarts. De woonvisie gaatuit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaatde gemeente uit dorpen waarinhet fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke,duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatiefhoogwaardig palet aanwoonmilieus in de regio.
Kwalitatieve opgave: inspelen opde mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbijmaatgevend.Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aanwoonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Het percentage sociale huurwoningen moet minimaalgelijk blijven, maarde samenstelling van de huurwoningvoorraad moet veranderen om beter in te spelen op de woonwensen van kleine huishoudens, waaronder met name ouderen en zorgbehoevenden. De gemeente zet in op transformatie van leegstaandc.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde datdit meerwaardebiedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijkeen/of ruimtelijke kwaliteit. Transformatie wordt als een bredere opgave gezien. Daarondervaltook: aanpassingenvan woningen met het oog op levensloopgeschiktheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/woningen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.
Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatievemismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is vertrekpunt. Een kwantitatievebandbreedte, als kaderwaarbinnende juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. De gemeente gaatvoor de periode 2015 - 2025 uit van een gedoseerde groei van het aantal woningen, gericht op de eigen woningbehoefte, waarbijgedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar,Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analysevan de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agendacirca 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
17
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in 22 levensloopgeschikte (patio)woningen. De Woonvisie benadrukt het belang van levensloopgeschikte woningen in de vorm van grondgebonden woningen met het oog op de toename van het aantalkleine huishoudens door de vergrijzing. Het aantalmensen met somatische (lichamelijke) klachten neemt toe, waardoor er concreet behoefte is aannieuwe levensloopgeschikte, gelijkvloerse woningen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en is daarmeepassend binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie.
3.3.3 Conclusie Het bestemmingsplan is daarmeepassend binnen de gemeentelijke beleidskaders.
3.4
Conclusie
Dit bestemmingsplan is overeenkomstig
18
binnen het nationaal,provinciaal en gemeentelijke beleid.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Hoofdstuk4
Milieu- ä omgevingsaspecten
4.1
VerkeerS parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkendewerking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaaktvan de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal22 (patio)woningen. De (gehele) gemeente Beuningen wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid van het CBS beschouwd als een 'weinig stedelijke gemeente' en het plangebied maaktvolgens het bestemmingsplan 'ParapluplanParkeren' onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom'. Volgens de CROW geeft een vergelijkbaarwoningtype (uitgaande van een koopwoning, twee-onder-één-kap) in het plangebied een gemiddelde voertuiggeneratie van 7,8 motorvoertuigbewegingen (mvt) per patiowoning op een gemiddelde weekdag. Dit staatgelijk aan22 x 7,8 = 171,6 voertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Er van uitgaande datde thans aanwezigefuncties geen verkeersaantrekkendewerking zouden hebben, neemt het aantal verkeersbewegingen in een worst-case scenario dus met dit aantaltoe. In de werkelijkheid zouden hier de voertuigbewegingen voor het voormalige cafémet bijbehorende midgetgolfbaan nog van mogen worden afgetrokken.
Volgens het meest actuele verkeersmodel van de gemeente (hoog scenario) is in 2030 sprake van maximaal4.300 mvt (werkdagintensiteit) op de Houtduiflaan, voor zover gelegen tussen de Burgemeester Geradtslaanen de Burgemeester van Suchtelenstraat. Het verkeer wordt vanuit het plangebied via de Houtduiflaan naarhet noorden of het zuidoosten verder geleid. Omdat het om een relatiefbeperkte toename van het aantalverkeersbewegingen gaaten de voorgenoemde wegen voldoende capaciteithebben om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename.
4.1.2 Parkeren Het plangebied maaktvolgens het bestemmingsplan 'ParapluplanParkeren' onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom' en voorziet in de realisatievan 22 patiowoningen. Voor dit deelgebied hanteert de gemeente de volgende parkeernormen: » 2,2 parkeerplaatsenper woning, vergelijkbaarmet de norm voor een twee-onder-één-kap-woning » 2,0 parkeerplaatsenindien sprake is van een huurhuis in de vrije sector ^ geliberaliseerde woning voor middenhuur) Voor de koopwoningen is sprake van een parkeerbehoefte van 15 x 2,2 = 33,0 parkeerplaatsen.De parkeerbehoefte voor de huurwoningen is 7 x 2,0 = 14,0 parkeerplaatsen.In totaal gaathet om een parkeerbehoefte van 47 parkeerplaatsen.Conform het ParapluplanParkeren gelden de opritten van de koopwoningen als 1,0 parkeerplek, evenals de parkeerplekken bij de huurwoningen. Dit betekent dat er nog 47 - 22 = 25 parkeerplaatsenin de openabre ruimte gecreëerd moeten worden. In de openbare ruimte zijn 25 parkeerplaatsenvoorzien, waarvan21 haakse en 4 langsparkeerplaatsen Hiermee wordt aande benodigde parkeerbehoefte voldaan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
19
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaalddat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aande norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd datzij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden datde bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraagof de aanwezigebodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaarkunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezigebodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en datde bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waarontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertalingbestemmingsplan In het kadervan de herontwikkeling van het gebied is een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder beknopt weergegeven; de volledige rapportage is als bijlage1 bij de toelichting opgenomen. Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteitVoor wat betreft een bodemverontreiniging met de NEN parameters,is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezienin de bovengrond maximaallicht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel zijn aangetoond. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parametersaangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrond-tetreefwaarden. Zintuiglijk en analytisch zijn geen waarnemingengedaandie duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen voormalige weg. Naarverwachting is voorafgaand aande demping eventueel slib uit de watergangverwijderd en is de waterganggedempt met gebiedseigen grond.
T eeltlaagonderzoek In de teeltlaagzijn geen verhoogde gehalten voor de OCB parametersaangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Op basis hiervan wordt de gestelde verdachte hypothese voor het teeltlaagonderzoek eveneens verworpen. Alle aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ streefwaarden.Aangezien de interventiewaarden niet worden overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen in het kadervan de Wbb noodzakelijk. Verkennend onderzoek naar asbest Voor watbetreft het onderzoek naarasbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezienzowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie c 20 mm) geen asbest is aangetoond (c 2,0 mg/kg d.s.). Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaanons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingswijziging, rekening houdend met onderstaande aanbeveling. Eventueel vrijkomende grond kan op de onderzoekslocatie worden hergebruikt met inachtneming van de regels uit het Besluit bodemkwaliteit.
20
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Bij eventuele afvoer van grond van de locatie is het naarverwachting noodzakelijk een aanvullend onderzoek naarPFAS uit te voeren. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspectgeluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waarzich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebiedwaareen toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbijbeperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatsevan zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsenvoor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaaldeafstanden(zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt.De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbaregeluidsbelasting. De getalsmatigeinvulling van deze grenswaardenvoor nieuwe of bestaandegeluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naastgrenswaardenop de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaardengericht op de bescherming van het akoestische klimaatbinnen de bestaande gebouwen. De grenswaardenmoeten bij de aanleg,dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.
Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaaldevoorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbaregeluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waardeprocedure ” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waartoetsing aande grenswaardenniet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: » waaringeen te openen delen aanwezigzijn en met een bepaaldegeluidwering; » waarinalleen bij uitzondering te openen delen aanwezigzijn, mits de delen niet direct grenzen aaneen geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbaregeluidsbelasting kan (in het kadervan de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaatin de woning. De karakteristiekegeluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn datwordt voldaan aande eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.
4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbijhorende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied.Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvanop grond van een door de gemeenteraadvastgestelde geluidsniveaukaart blijkt datde geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvande zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantalrijstroken en de aardvan de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
21
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Zonebreedte Aantal rijstroken
Stedelijkgebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer 3 of 4 1 of 2
350 meter 350 meter 200 meter
600 meter 400 meter 250 meter
Overzicht zonebreedtes weg)
(vanaf de as van de weg totde volgende breedte
aan weerszijden
van de
De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkthet gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagtde wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. Doorvertaling bestemmingsplan Als onderdeel van het opstellen van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt verwoord; de volledige rapportage is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Burgemeester van Suchtelenstraat en de Houtduiflaan. In het kadervan een goede ruimtelijke onderbouwing worden tevens de nabijgelegen 30 km/u wegen (Kromme Dissel, Lindenstraaten de nieuwe weg ten behoeve van de planontsluiting) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek is de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakten beoordeeld op basis van het toetsingskader. Alleen ten gevolge van de Houtduiflaan en de Burgemeester van Suchtelenstraat treden overschrijdingen op van de ten hoogste toelaatbaregeluidsbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbaregeluidsbelasting wordt met maximaal7 dB overschreden op de woningen 1 t/m 4. De maximaal te ontheffen waardevan 63 dB voor nieuwbouw wordt niet overschreden.
Voor de Houtduiflaan en de Burgemeester van Suchtelenstraat is een afweging van geluidsreducerende maatregelennoodzakelijk. Op basis van de maatregelenafwegingworden zowel bron- als overdrachtsmaatregelen niet doelmatig geacht. De maatregelenstuiten op overwegende financiëleof stedenbouwkundige bezwaren. Voor zeven woningen dienen ten gevolge van de overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Houtduiflaan en de Burgemeester van Suchtelenstraat een hogere waardebij het college van B&W te worden aangevraagd. De gemeente kan hierbij de volgende kenmerken van het plan in overweging nemen: » de geluidsbelasting op de woningen bedraagtmaximaal55 dB en 51 dB ten gevolge van respectievelijk de Houtduiflaan en de Burgemeester van Suchtelenstraat; » de geluidsbelastingen zijn ruim lagerdan de maximaalte ontheffen waardevan 63 dB; » allewoningen beschikken over één of meerdere geluidsluwe gevels; » bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren; » met het plan wordt met de nieuwbouw een nieuwe invulling aanhet terrein gegeven en voldoet daarmeeaande criteria voor het vaststellen van een hogere waarde. Voor de woningen dient het akoestisch klimaatin de woning (het zogenaamde binnenniveau) van maximaal33 dB te worden gegarandeerd.
4.3.3 Conclusie Het aspect'wegverkeerslawaai' vormt, na het verlenen van hogere waarden,geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Voor het aspect industrielawaai(geluiduitstraling van het zwembad) wordt verwezen naarparagraaf 4.4 Milieuzonering.
22
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezigeinrichtingen en of bedrijven. Maarook andersom moet aandachtworden besteed aande rechten van de aanwezigeinrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaandegevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kadervan de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen datzij aande hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaaldin minimale afstanden tussen de inrichtingen waaractiviteiten plaatsvindenen de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aarden omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden(strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantalcategorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaartevan bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder datdit ten koste gaatvan het woon- en leefklimaat,met één afstandstap worden verlaagdindien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naastde omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maarop de toelaatbaarheidvan hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra,dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstandomgevingstype rustigewoonwijk, rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
gemengdgebied Richtafstand omgevingstype
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'voorverschillende relatie totomgevingstype.
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000m
bedrijfscategorieën
in
Bovenstaande tabelgeeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien richtafstanden worden overschreden is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
23
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4.4.2 Doorvertalingbestemmingsplan In het geldende bestemmingsplan 'Kern Beuningen' zijn zowel een ‘Sport ’ - als een ‘Horeca’ bestemming nabij het plangebied opgenomen. Ten noorden ligt het overdekte zwembad De Plons, de horecagelegenheid ten westen van het plan betreft een cafetaria(De Patatterie).Op basis van de inrichtingsgrenzen en de situering van de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen kan gesteld worden dat het zwembad op kortere afstanddan de richtafstand is gelegen. Ten aanzienvan de horecagelegenheid kan gesteld worden dater geen akoestische belemmering geldt voor de realisatie van het plan. Het cafetaria,aande overzijde van de Houtduiflaan, ligt buiten de richtafstand van 10 m tot het plangebied. Er is daarom een akoestisch onderzoek industrielawaaiuitgevoerd voor het zwembad. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. De representatieve bedrijfssituatie voor het zwembad is gebaseerd op het akoestisch onderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan ‘ CPO Houtduiflaan Beuningen ’. Vastgesteld is datde maatgevendeactiviteit, het discozwemmen, nog steeds plaatsvindt.Het opgestelde geluidsmodel uit 2017 is nog bruikbaarvoor het akoestisch onderzoek ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan. Enkel de directe omgeving is op basis van nieuwe luchtfoto ’s geactualiseerd.
Het hoogst berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt39 dB(A) op woning 5 in de nachtperiode. Hiermee wordt niet voldaan aande stap 2 richtwaarde van 35 dB(A) voor een rustige woonwijk. De richtwaarde volgens stap 3 van 40 dB(A) wordt niet overschreden. Het hoogst berekende maximalegeluidniveau bedraagt57 dB(A) op woning 4 in de avondperiode. Hiermee wordt voldaan aande stap 2 richtwaarde van 60 dB(A) voor een rustige woonwijk. De overschrijdingen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau worden veroorzaakt door de twee uitlaten op het dakvan het 25-meterbad. Geluidsreducerende maatregelenworden vanwege overwegende bezwaren van akoestische en financiëleaardniet doelmatig geacht. Middels stap 3 kunnen de overschrijdingen gemotiveerd worden toegestaan. Gezien de vastte stellen hogere waardevoor wegverkeerslawaai worden de binnenniveaus voldoende gewaarborgd. Voor het industrielawaaivan het zwembad zullen geen aanvullende gevelmaatregelennoodzakelijk zijn. Voor het plan wordt geconcludeerd datsprake zal zijn van een acceptabelakoestisch woon- en leefklimaaten een goede ruimtelijke ordening. Er gelden geen overwegende bezwaren van akoestische aardtegen de realisatievan de geluidsgevoelige bestemmingen nabij het zwembad De Plons. De bestaandewoningen aande Houtduiflaan zijn op kortere afstandvan het zwembad en de maatgevendegeluidsbronnen gelegen.
Er zal met de realisatievan het plan geen sprake zijn van een verdere beperking van de bedrijfsvoering. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan en de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze zogenaamde 'Wet luchtkwaliteit' is één van de maatregelendie de overheid heeft getroffen om: » negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aante pakken. » mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaardenvoor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpakvan de luchtkwaliteit via het NationaalSamenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaaldeprojecten met getalsmatigegrenzen is vastgesteld datdeze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aande luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaardenvoor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: » er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
24
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
» »
een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagtaande luchtverontreiniging (meer dan 30Zo ten opzichte van de grenswaarde).Het gaathier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. » een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelenof in het NSL, dat in werking is getreden nadatde EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijkkan worden gemaaktdat aanéén of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aande gestelde grenswaardenvoor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aande projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagtaande concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Ook in gevallen waar op basis van berekeningen aannemelijkis gemaaktdat een ontwikkeling Nibm bijdraagtaande concentraties hoeft geen toetsing aande grenswaardenplaatste vinden. Voor deze berekeningen wordt de zogenaamde NIBM-tool gehanteerd.
Deze rekentool is zodanig opgezet datslechts op basis van een beperkt aantalinvoergegevens een beoordeling kan worden uitgewerkt van een worst-case benadering. Op basis van de toename van het aantalverkeersbewegingen en de toename van het vrachtverkeer wordt berekend of de voorgenomen plannen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van stof in de lucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanafde rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.5.2 Doorvertalingbestemmingsplan Een project draagtniet in betekenende mate (NIBM) bij aande verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddeldeconcentraties niet meer toenemen dan 1,2 pg/m3. In datgeval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal1.500 woningen aanéén ontsluitingsweg is aante merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagtaande verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van maximaal22 nieuwe woningen in dit bestemmingsplan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. In het kadervan een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddeldeconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaaldter plaatsevan het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (peiljaar2016) de jaargemiddeldeconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald.Uit deze tool blijkt datde jaargemiddeldegrenswaardevan 40 pg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 pg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaardenzijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
25
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
4.6
Externeveiligheid
4.6.1
Regelgeving
Externe veiligheid gaatover het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijkestoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaathet om de kans per jaardateen denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijkestoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico(GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezigegroep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijkestoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnenzich de gevolgen van een incident met gevaarlijkestoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstandvanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 /o van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aanbedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waargoederentreinen met gevaarlijkestoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanafde inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaatdaarbijniet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico ’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico ’s worden vooral bepaalddoor de maximaledruk en diametervan de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijkestoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijkestoffen.
Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalderisicoruimte voor het vervoer van gevaarlijkestoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijkestoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelennemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijkestoffen in toenemende mate worden gegarandeerd.Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijkestoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebiedgedefinieerd waarbinnenhet groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaante worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).
4.6.2 Doorvertalingbestemmingsplan Onderstaandis een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzienvan inrichtingen met gevaarlijkestoffen, transportroutes en buisleidingen.
26
bestemmingsplan "Hutgraaf2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf2, Beuningen
Gw»»Slo»,
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied
(blauwe omkadering)
Inrichtingen c.q. bedrijven Er zijn binnen het plangebied geen inrichtingen aanwezigmet een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevi. Daarnaast zijn er ook geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied aanwezig waarvanhet invloedsgebied tot in het plangebied reikt. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een transportroute voor gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Bevt. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een transportroute voor gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Bevt. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een buisleiding met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevb. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.