25055.03 - Bijlage Groen- en biodiversiteitsplan 2026-2036
Tekst van het document
4.2.2 Spelen en bewegen De gemeente zet in op spelen en bewegen voor iedereen, ongeacht leeftijd of beperking. We streven naar een gevarieerd aanbod van speelplekken op wijkniveau en hanteren daarbij de landelijk geaccepteerde 3%-norm voor formele speelruimte. Dat betekent dat we ervoor zorgen dat alle kinderen van 0 tot 18 jaar op bereikbare plekken gebruik kunnen maken van verschillende vormen van speelvoorzieningen, met speciale aandacht voor mindervalide kinderen. Nieuwe kleine speelplekken leggen we in principe niet meer aan; in plaats daarvan richten we ons op grotere en meer gevarieerde speelplekken die meer mogelijkheden bieden.
4.1.4 Onnodige verharding Onnodige verharding is bestrating die niet wordt gebruikt zoals bedoeld of waarvan de functie makkelijk kan worden vervuld door bestrating in de nabije omgeving. Ons doel is om onnodige verharding te vervangen door groen. De eerste stap die we hierin gaan zetten is het inventariseren van de onnodige verharding, zodat we gezamenlijke keuzes kunnen maken. Komen wensen vanuit bewoners om verharding te vergroenen, dan nemen we dat ook op in de inventarisatie.
4.2
Bij de vervanging van speelvoorzieningen houden we rekening met dit gevarieerde aanbod en letten we op de toegankelijkheid van de voorzieningen, zodat deze voor alle inwoners op loopafstand bereikbaar blijven. Op basis van inspectiegegevens bepalen we of speelvoorzieningen aan vervanging toe zijn. In dit proces worden wijkbewoners, en nadrukkelijk ook de gebruikers zoals jongeren en kinderen, actief betrokken. Zij denken mee in veranderplannen voor speelplekken en praten mee over het verwijderen of vervangen van oude speeltoestellen. Specifiek het advies van de Jeugdraad wordt meegenomen bij vervangingen. Voor deze vervangingen hanteren we een stappenplan (zie bijlage 6). Ook kan ervoor gekozen worden om bestaande speeltoestellen op een andere plek in de wijk terug te plaatsen. Binnen het gemeentelijk beleid en het beschikbare budget komt de gemeente zoveel mogelijk tegemoet aan de wensen van bewoners.
Groen en gezondheid
Een zorgvuldig ingerichte, groene buitenruimte draagt aantoonbaar bij aan gezondheid en welzijn. De gemeente ziet het als haar taak om goed voor haar inwoners te zorgen en de openbare ruimte in te richten met gezond groen waar mensen kunnen ontmoeten, bewegen en spelen in het groen. Daarvoor zetten we in op onderstaande speerpunten.
4.2.1 Bereikbaarheid van groen Groen moet voor alle inwoners van Best bereikbaar zijn. Daarom investeren we in groen in de directe leefomgeving, zoals parken als ontmoetingsplekken en kleinschaliger groen op buurtniveau. Ook kleinschalig groen is waardevol voor de
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
Afbeelding 7: spelen en bewegen voor iedereen in het infiltratiegebied en park in de wijk Dijkstraten in Best.
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
Daarnaast willen we bij de vervanging van speelvoorzieningen aansluiten bij groene ontwikkelingen, zoals natuurlijk spelen. Hierbij stimuleren we spelen in de natuur door gebruik te
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
23
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
maken van natuurlijke speelaanleidingen. Bij speeltoestellen en speelaanleidingen passen we uitsluitend natuurlijke valondergronden toe, zoals gras of valzand. Kunstmatige ondergronden, zoals rubbertegels en kunstgras, gebruiken we niet, omdat die ongunstig zijn voor de omgeving vanwege hittestress en een verminderde infiltratie van hemelwater. Bovendien zijn de aanleg en vervanging van kunstmatige ondergronden duur en milieubelastend. Een uitzondering maken we alleen bij speelvoorzieningen voor mindervalide kinderen: in sommige gevallen is het voor de bereikbaarheid noodzakelijk om hier kunstmatige ondergronden toe te passen.
Naast het realiseren van speeltuinen vinden we het ook belangrijk om bewegen voor alle inwoners te stimuleren. Dat doen we door onze bestaande wandel- en fietsroutes door natuurgebieden zorgvuldig te beheren en uit te nodigen tot gebruik. We verbinden de routes in het buitengebied met groene routes door de bebouwde kom en richten bestaande wandel- en fietsroutes waar mogelijk groener in. Zo begint een groene wandeling of fietstocht vaak al bij de voordeur.
4.2.3 Eetbaar en beleefbaar groen Eetbaar groen vormt een waardevolle aanvulling op het bestaande groen in onze gemeente, zowel voor mens als dier. Deze vorm van groen wint steeds meer aan populariteit en de gemeente wil dit stimuleren. Bij renovaties of herinrichtingen kijken we daarom of er plekken zijn waar eetbaar groen goed past. Denk hierbij aan voedselbosjes, fruitbomen in de openbare ruimte, plukvelden met eetbare bloemen of tuinstraten. Een bestaand voorbeeld hiervan is het Plukbos aan het Dopveldenpad in Best. Eetbaar groen is niet wenselijk op locaties als het centrum of langs ontsluitingswegen omwille van de veiligheid en de netheid. Op dergelijke plekken kiezen we voor andere vormen van groen die bijvoorbeeld beleefbaarheid vergroten en biodiversiteit versterken. Zowel in bebouwd als in het buitengebied willen we het groen aantrekkelijker en meer beleefbaar maken, onder andere door meer onderbegroeiing in de bomenrijen aan te brengen. Hierbij geven we de voorkeur aan gebiedseigen struiken die goed zijn voor de lokale biodiversiteit of struiken die zowel een hoge sierwaarde als ecologische waarde hebben.
4.2.4 Cultuurhistorisch groen
Afbeelding 8: speeltuinen in de gemeente Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
In Best zijn verschillende groene elementen van cultuurhistorische waarde. Bijvoorbeeld beeldbepalende oude bomen, de populieren die herinneren aan de vroegere klompenindustrie en de beplanting rond de molen. Ook
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
Afbeelding 9: plukbos Dopveldenpad in Best.
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
24
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
oude laanstructuren vallen hieronder, zoals die langs de Sint-Oedenrodenseweg, de Nieuwstraat, Hoofdstraat, Oirschotseweg en de Spoorstraat bij het stationsgebied. Daarnaast zijn er groenelementen die passen bij de verschillende landschapstypen in Best (zie paragraaf 5.1), zoals de hout-
singels en houtwallen van het vroegere kampenlandschap. Ook de broekontginningslandschappen en de kanaalzones worden als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. Binnen de bebouwde kom geldt park De Koetshuistuin als groene parel.
De gemeente zet zich in om al deze elementen te behouden en beschermen. Historische bomenlanen worden hersteld waar dat kan, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke boomsoorten als met de eisen van deze tijd. Binnen de bebouwde kom passen we populieren slechts terughoudend toe, met uitzondering voor de zichtlocatie De Klomp (hoek Oirschotseweg – Prinses Margrietlaan), waar populieren vanuit cultuurhistorisch oogpunt behouden blijven. Ook de molenbiotoop blijft behouden en wordt waar nodig hersteld. Gemeentelijke bomen rond de molen moeten daarbij voldoen aan de voorwaarden voor molenbiotopen. Dat houdt in dat vrije windvang belangrijk is, dus geen bomen van de eerste of tweede grootte in de buurt van de molen geplant mogen worden. Bestaande bomen worden gesnoeid om windbelemmering te minimaliseren.
4.2.5 Recreatie Wij zetten in op de ruimtelijke kwaliteit en de kleinschalige uitstraling van onze gemeente. Daarmee willen we het groene karakter van Best zichtbaar en beleefbaar maken, niet alleen voor inwoners maar ook voor bezoekers. We realiseren aantrekkelijke groene plekken waar mensen prettig kunnen recreëren. Dit doen we door wandelpaden door het groen goed te onderhouden en door voorzieningen - zoals picknickveldjes, - op peil te houden.
4.3
Afbeelding 10: bomenkaart gemeente Best met wandel- en fietsroutes.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
Regelgeving en beheer
De inrichting en het beheer van het openbaar groen staan niet op zichzelf. Landelijke regelgeving, algemene groennormen en lokaal beleid hebben hier direct invloed op. Daarnaast zien we in Best dat inwoners betrokken zijn bij het groen in hun leefomgeving. Sommige elementen, zoals bomen, vragen om specifieke aandacht binnen het beleid. De gemeente ziet het daarom als haar taak om duidelijke kaders te bieden en richting te geven.
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
25
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
4.3.1 Bestaand groen en ruimtelijke ontwikkelingen Wanneer bij herinrichting van de openbare ruimte of bij een ruimtelijke ontwikkeling openbaar groen verloren gaat, moet dit altijd worden gecompenseerd. Projectontwikkelaars dienen daarom in hun begroting of grondexploitatie een stelpost op te nemen voor het aankopen en aanplanten van gronden. Daarbij geeft de gemeente advies mee aan de ontwikkelaars, door inrichtingsvereisten vanuit het beheerbeleid mee te geven. Daarvoor hanteren we de volgende compensatieladder voor bestaand groen: 1. Groen wordt in of in de directe nabijheid van het projectgebied gecompenseerd. 2. Als regel 1 niet mogelijk is, vindt groencompensatie in de wijk plaats. 3. Als regel 2 ook niet kan, vindt groencompensatie in het dorp plaats. 4. Wanneer geen van deze opties binnen de gemeentegrenzen haalbaar zijn, volgt financiële compensatie in het gemeentelijke Fonds Stedelijk Groen. Hierbij geldt een vergoeding van twee keer de groenwaarde (vervangingswaarde + grondprijs). Alle openbaar groen blijft altijd in eigendom van de gemeente.
4.3.2 Ruimtelijke kwaliteit Het groen in Best is opgebouwd uit diverse groenstructuren. We verdelen dat in hoofdstructuren en overig groen. Daarnaast zijn enkele structuren aangewezen als ecologische hoofdstructuur onder de noemer van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze vallen onder extra bescherming vanuit overkoepelende wetgeving en zijn opgenomen in ons Gemeentelijk Ecologisch Netwerk (GEN) (zie hoofdstuk 5). Er zijn geen Natura2000 gebieden aanwezig binnen de gemeentegrenzen van Best. Door alle groenstructuren goed in kaart te brengen, borgen we de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte en weten we waar we actie moeten ondernemen om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en beschermen. Groenstructuurkaart Binnen onze gemeente verdelen we het groen in hoofdstructuren en overig groen. Op de groenstructuurkaart (zie volgende pagina) is alleen het cultuurlijk groen in beheer van de gemeente opgenomen.
Afbeelding 11: ecologische hoofdstructuur NNN (bron: Atlas van de leefomgeving). verbonden netwerk. Dit ondersteunt de biodiversiteit en vormt koele recreatieve routes door de bebouwde kom en het buitengebied. Groen met een wijk-of buurtfunctie heeft een belangrijke rol in het versterken van de leefbaarheid van woongebieden. Een samenhangend netwerk is hier wel gewenst, maar minder belangrijk dan bij de bovenlokale structuren.
Hoofdstructuur Tot de hoofdstructuur behoren groengebieden en -lijnen met een bovenlokale stedelijke of landschappelijke betekenis, maar ook groen met een wijk of buurtfunctie. Hoofdstructuren met een bovenlokale stedelijke of landschappelijke betekenis vormen bij voorkeur een samenhangend,
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
26
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Onder de hoofdstructuur vallen: In de bebouwde kom: • parken • monumentale bomenrijen langs een dorps-as of een historische laan • bomenrijen en beplanting langs hoofdwegen in de wijken • buurtgroen • begraafplaatsen • groenzones rondom voorzieningen zoals scholen en sportvelden • groene bufferzones aan de randen van een dorp • pleinen met bomen In het buitengebied: • beplantingen langs infrastructuur, zoals hoofd-, snel- en spoorwegen • oeverbeplantingen langs waterlopen • landgoederen of ander cultuurgroen Overig groen Overig groen betreft kleinschalig, fijnmazig groen dat bijdraagt aan de groene beleving en ecologische kwaliteit op straat- of perceelniveau. Hieronder vallen: • straatbomen en boomspiegels met onderbeplanting • bomen in hofjes of parkeerplaatsen • groene erfafscheidingen (hagen) • plantvakken met heesters en vaste planten • grasstroken
Afbeelding 12: groenstructuurkaart met de huidige hoofdgroenstructuur.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
27
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
4.3.3 Bomen De gemeente Best hecht veel waarde aan het beschermen van haar bomen. We hebben regels voor kap, voor bijzondere bomen, voor werkzaamheden in de openbare ruimte en voor conflictsituaties tussen bomen en zonnepanelen. 1. Bomen mogen niet zomaar gekapt worden. De gemeente heeft voorwaarden voor kap opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Best 2023. 2. Bijzondere particuliere bomen zijn opgenomen in de lijst bijzondere bomen en we gaan een vergelijkbare lijst opstellen voor gemeentelijke bijzondere bomen, zodat die ook extra bescherming krijgen. 3. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte mogen omringende bomen hier geen schade van ondervinden. Hierbij volgen wij de richtlijnen uit het Handboek Norminstituut Bomen, waarin onder meer regels staan over afstanden en bescherming van de wortels en de stam. 4. Soms ontstaan conflictsituaties tussen bomen en zonnepanelen. De notitie ‘bomen en zonnepanelen’ biedt daarbij houvast om zorgvuldige keuzes te kunnen maken. Het uitgangspunt hierbij is dat bestaande bomen niet wijken voor zonnepanelen. Zonering voor maatwerk in boomkeuze In Best bestaat het grondgebruik deels uit menselijk invloeden - zoals wonen, infrastructuur en verharding - en voor een ander deel uit open gronden. Vooral in sterk verharde gebieden zijn de effecten van klimaatverandering - zoals hittestress en droogte - het meest voelbaar.
Bomen zijn essentieel om deze effecten tegen te gaan: ze geven koelte door schaduw en verdamping, en bevorderen de afvoer van regenwater. Per gebied zijn lokaal belangrijke verschillen in bodemstructuur, verharding en ruimte opgenomen in een zoneringskaart. In tabel 3 op de volgende pagina zijn de belangrijkste eigenschappen per deelgebied uitgewerkt.
Afbeelding 13: schematische zoneringskaart op basis van beheergebieden (uit rapport Omdenken – klimaatbestendig bomenareaal Best).
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
28
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Tabel 3: de belangrijkste eigenschappen per deelgebied van de zoneringskaart.
Zone
Bodem
Ruimtelijke inrichting
Klimaatomstandigheden
Buitengebied
veel open grond
weinig bebouwing en infrastructuur, veel groen
in balans: koelte in bossen en lanen door schaduw van hoge bomen
Randwijk
open grond in combinatie met verharding
relatief veel gebouwen en infrastructuur, begeleidingsgroen met schaduw, enkele groene parels
plekken met koelte, afgewisseld door plekken met hogere temperaturen
Verbindingsstrook
veel open grond, weinig verharding
geen gebouwen, veel infrastructuur, veel begeleidingsgroen met schaduw
koele, schaduwrijke corridors
Binnenwijk
weinig open grond, veel verharding
veel gebouwen en infrastructuur, weinig begeleidingsgroen met schaduw, enkele groene parels
veel plekken met hogere temperaturen, enkele koele plekken
Industrie
vlakken met open grond, veel verharding
veel gebouwen en infrastructuur, weinig tot geen groen
hoogste temperaturen
Centrum
veel verharding
veel gebouwen en infrastructuur, weinig groen, één groene parel
hoogste temperaturen, één koelere plek
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
Volgens de vier richtlijnen van de BEST-methode (Bodem als basis, Ecosysteemdiensten verbeteren, Santamour regel gebruiken, Toekomstbestendige klimaatadaptief beheer) zijn doelstellingen uitgewerkt: Veerkracht in het bomenareaal vergroten Door de 10-20-30 regel van Santamour toe te passen, zorgen we voor een evenwichtige soortenverdeling, wat de weerbaarheid van het bomenbestand tegen ziekten en plagen vergroot.
10-20-30 regel van Santamour in bestaande situaties Naast het beschermen van bestaande bomen kijken we ook kritisch naar welke soorten we nieuw planten. Ons doel is een gezond en gevarieerd bomenbestand, dat beter bestand is tegen ziekten, plagen en de gevolgen van klimaatverandering. Daarom passen we de 10-20-30-regel van Santamour toe als controle voor het huidige bomenbestand: • Maximaal 30% van de bomen mag tot dezelfde familie behoren (bijvoorbeeld zeepboomfamilie). • Maximaal 20% tot hetzelfde geslacht (bijvoorbeeld esdoorn). • Maximaal 10% tot dezelfde soort, inclusief cultivars (bijvoorbeeld Spaanse aak). Door deze regel te volgen kunnen we bestaande situaties analyseren en bij herplant of nieuwe aanplant de soorten aanpassen aan de regel. Zo ontstaat meer variatie in het bomenbestand, wat de biodiversiteit versterkt en de bomenstructuur toekomstbestendiger maakt. Op sommige locaties is het moeilijk de regel strikt toe te passen, bijvoorbeeld wanneer slechts enkele soorten goed groeien. In die gevallen kiezen we voor robuuste soorten, die passen bij de omstandigheden en voldoende groeikans hebben. Zo bouwen we aan een inzichtelijk, divers en veerkrachtig bomenbestand voor de lange termijn. 5-10-20 regel voor nieuwe ontwikkelingen Bij nieuwe ontwikkelingen willen we meer diversiteit en houden daarom de strengere 5-10-20 regel aan op wijkniveau.
Dat houdt in dat in de nieuw te ontwikkelen wijk of deel van een wijk in de totale wijk: • maximaal 20% van de bomen tot dezelfde familie mag behoren; • maximaal 10% tot hetzelfde geslacht; • maximaal 5% tot dezelfde soort, inclusief cultivars.
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
29
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Levensduur bomen verlengen In 2050 moet minimaal 50% van de bomen de leeftijd van 50 jaar of ouder bereiken. Want oudere bomen leveren meer ecosysteemdiensten en zorgen voor lagere kosten. Dat betekent dat deze bomen anno 2025 allemaal al zijn geplant. Ook daarom is het zaak het bestaande bomenareaal te koesteren en behouden. Juiste boom op de juiste plek Door per zonering te kiezen voor een geschikte mix van boomsoorten uit de Soortenlijst van de WUR, afgestemd op de lokale omstandigheden, wordt de juiste boom op de juiste plek geplant. Meer schaduw door grotere bomen Door te sturen op meer 1e grootte bomen (hoger dan 12 meter) en 2e grootte (tussen 6 en 12 meter hoog), krijg je meer schaduw. De kroonbedekking van grotere bomen is efficiënter en daardoor ontstaat meer schaduw in de openbare ruimte, wat bijdraagt aan ecosysteemdiensten als verkoeling en leefbaarheid. Beheer Het beheer van bomen richt zich voornamelijk op een toekomstbestendige gezonde groeiplaats. Dat wil zeggen veel organisch materiaal, lucht en soms vocht toevoegen, waardoor de bodem als een spons werkt en beter tegen droogte en tegen natte omstandigheden kan. Deze doelstellingen vertalen zich naar maatregelen per zone: Buitengebied: de nadruk ligt op inheemse soorten en grotere bomen van de 1e en 2e grootte.
De veerkracht wordt vergroot met diversiteit en bomen krijgen voldoende ruimte om oud te worden en zo veel ecosysteemdiensten te leveren. Randwijken: hier wordt gestreefd naar een mix van inheemse soorten en cultivars. De nadruk ligt op bomen die relatief oud kunnen worden en bijdragen aan biodiversiteit. Ook wordt
1. Inleiding
2. Huidige situatie
ruimte gemaakt voor grotere bomen om schaduw te creëren. Binnenwijken: krijgen vooral klimaatbomen die goed bestand zijn tegen droogte, hitte en wateroverlast. Er wordt gestuurd op diversiteit en een groter aandeel bomen die minimaal 50 jaar oud kunnen worden. Ook wordt nadrukkelijk ingezet op grotere bomen in straten. Het centrum: krijgt vooral robuuste klimaatbomen, omdat de omstandigheden hier het meest extreem zijn (hittestress, beperkte groeiruimte). Grote bomen zijn essentieel voor schaduw en verkoeling. De levensduur wordt verlengd door betere groeiplaatsen en beheer. Verbindingsstroken: hier worden vooral inheemse soorten en verwante cultivars toegepast. Ze versterken de verbinding tussen gebieden en verhogen de biodiversiteit. Grote bomen zorgen voor veel verkoeling en ecologische samenhang. Industriegebied: in deze gebieden komen sterke, klimaatadaptieve soorten die tegen extreme omstandigheden kunnen. Hier is relatief weinig ruimte, maar de inzet op grotere bomen waar mogelijk blijft belangrijk. De levensduur wordt verlengd door zorgvuldig beheer en robuuste soortkeuze. Uit het rapport Omdenken – klimaatbestendig bomenareaal Best. De samenvatting uit dit rapport is opgenomen als bijlage 4. Principes van het Norminstituut Bomen Voor het aanplanten en beheren van bomen is het Handboek Norminstituut Bomen leidend.
Enkele kernprincipes hieruit zijn: • De juiste boom op de juiste plaats: we kijken zorgvuldig naar de beschikbare groeiruimte en de lokale omstandigheden. Ook ondergrondse groeiruimte is een belangrijk aandachtspunt, zeker langs wegen en straten waar riolering, kabels en leidingen veel ruimte in beslag nemen. De juiste boom op de juiste plaats is maatwerk, waarbij we streven naar grote bomen op plekken met veel hittestress, mits dit onder- en bovengronds mogelijk is.
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
Afbeelding 14: beplanting aan de Hoofdstraat in Best.
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
30
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
• Onderlinge boomafstand: in bomenrijen en lanen binnen de bebouwde kom hanteren een onderlinge afstand van 10 tot 15 meter, afhankelijk van de ordegrootte van de boom (1e, 2e of 3e grootte). In het buitengebied ligt die afstand tussen 15 en 20 meter. Hier kan van worden afgeweken, bijvoorbeeld bij zuilbomen die minder ruimte nodig hebben en dus dichter op elkaar kunnen staan. • Boomonderhoud: vanuit onze zorgplicht als boomeigenaar worden alle bomen in de gemeente periodiek geïnspecteerd (VTA) en onderhouden. Hiervoor hanteren we een vierjarige inspectie- en snoeicyclus, waarbij de inspectiegegevens leidend zijn om te bepalen welke bomen gesnoeid moeten worden.
4.3.4 Voorpootrecht Het voorpootrecht is een eeuwenoud recht dat inwoners toestaat om bomen en struiken te planten op gemeentegrond langs hun perceel, meestal aan de rand van wegen. Dit recht komt voort uit een middeleeuws gebruik, waarbij bewoners toestemming kregen om bermen te beplanten en de opbrengst ervan – bijvoorbeeld hout of vruchten – zelf te gebruiken. In ruil daarvoor moesten zij vaak belasting betalen en zorgdragen voor het onderhoud van de weg waaraan het recht werd uitgeoefend. Het recht is verbonden aan het perceel en wordt in principe eeuwigdurend toegekend. Dat betekent dat het recht blijft bestaan, ook als het perceel van eigenaar wisselt. Gemeenten zijn in veel gevallen eigenaar van de weg en de berm, maar hebben bij erkende voorpootrechten niet automatisch de zeggenschap over de beplanting. Binnen de gemeente Best is het voorpootrecht nog steeds op diverse locaties van kracht, vooral in het buitengebied. Sommige van deze rechten zijn bij ruilverkaveling opgeheven of afgekocht, maar veel andere bestaan nog altijd, ook als ze niet officieel zijn vastgelegd in het Kadaster. De gemeente erkent dat het voorpootrecht een cultuurhistorisch waardevol gebruik is dat bijdraagt aan het karakter van het landschap en wil er zorgvuldig mee omgaan. We inventariseren hoe er regionaal met dit recht omgegaan wordt.
Afbeelding 15: boomzone en kroonprojectie (bron: Norminstituut Bomen).
1. Inleiding
2. Huidige situatie
Wanneer een particulier volgens het voorpootrecht bomen en struiken plant langs wegen op gemeentegrond heeft hij of zij ook de plicht tot onderhoud van de beplanting en zorgdragen voor de veiligheid. De zorgplicht ligt dus niet bij de gemeente. De gemeente heeft als wegbeheerder wel een zorgplicht voor de verkeersveiligheid en inspecteert daarom ook de voorpootrechtbomen. Inwoners die gebruik willen maken van hun voorpootrecht melden dit tijdig bij de gemeente, zodat de aanplant afgestemd kan worden op het wegbeheer
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
en de verkeersveiligheid en zo de beste situatie kan ontstaan voor beide partijen. Als bestaande voorpootrechtbomen voor bijvoorbeeld het verkeer onveilig worden, dan wordt de pootrechthebbende op zijn zorgplicht aangesproken. Daarbij zijn situaties voorstelbaar dat de gemeente sommige voorpootrechtbomen beheert.
4.3.5 Soortkeuze beplanting Naast diversiteit in bomen is variatie in andere beplanting ook belangrijk. Met onze beplantingskeuze willen wij meerwaarde creëren voor de biodiversiteit. Dit doen we bijvoorbeeld door: • soorten te kiezen die bloeien en waarde hebben voor insecten, zoals wilde bijen en vlinders. In de praktijk betekent dit dat alleen soorten met niet-gevulde (enkele) bloemen worden toegepast, omdat gevulde bloemen ontoegankelijk zijn voor insecten; • zo veel mogelijk afwisseling van soorten in woonstraten aan te planten, met een zo lang mogelijke bloeiboog; • ook bes- en nootdragende soorten te planten, behalve boven parkeerplaatsen. Bessen en noten hebben een grote meerwaarde voor vogels en kleine zoogdieren als eekhoorns en egels; • meer hagen aan te leggen als verbindingszones voor flora en fauna. Vaste planten passen we spaarzaam toe en vrijwel uitsluitend op zichtlocaties, zoals rotondes, bij dorps- en wijkontsluitingswegen en winkelcentra. Vaste planten zijn relatief duur in aanleg en onderhoud ten opzichte van heesters. Daarnaast is met bloeiende heesters ook kleur en variatie toe te passen en hebben ze juist veel te bieden aan insecten, vogels en kleine zoogdieren als egels. Vaste planten bieden vrijwel alleen maar iets aan insecten. Op specifieke plekken gebruiken we uitsluitend gebiedseigen bomen en heesters: soorten die van oorsprong in onze omgeving
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
31
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
thuishoren. Hiermee maken en versterken we natuurlijke verbindingen in het buitengebied en tussen het buitengebied en de bebouwde kom. Dit geldt onder andere voor: • ontsluitingswegen • wegen in het buitengebied • landschapselementen • natuurgebied De Scheeken • de bebouwde kom, bij beheertypen ‘bos’ en ‘bosplantsoen’
Deze problematiek vraagt om specifiek beheer, waarbij de bestrijding vaak langdurig en intensief is. De gemeente zet in eerste instantie in op preventie, door te zorgen voor een gevarieerd sortiment en een robuuste groenstructuur. Hierdoor krijgen ziektes en plagen minder snel een kans en blijft de schade beperkt als ze toch toeslaan. Wanneer bestrijding toch nodig is, doen we dit zo natuurlijk mogelijk met zo min mogelijk schade aan andere organismen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van nestkastjes voor koolmeesjes, die processierupsen eten.
4.3.6 Onderhoudskwaliteit
Tot slot letten we op de balans tussen wilde bijen en honingbijen. Om concurrentie met wilde bijen te voorkomen, worden in de openbare ruimte geen bijenkasten voor honingbijen geplaatst.
De kwaliteitsnormen voor beheer en onderhoud zijn vastgelegd in het Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (KOR). Dit plan gebruiken we als leidraad om het groen passend te beheren. Voor ecologisch beheerd groen hanteren we aanvullende criteria, waarbij de bescherming van vooraf bepaalde dier- en plantsoorten leidend zijn (zie hoofdstuk 5 - Biodiversiteitsplan).
4.3.7 Ziektes, plagen en invasieve soorten Invasieve exoten, ziekten en plagen hebben een negatieve invloed op zowel de biodiversiteit als de gezondheid van mensen. Invasieve exoten als waterteunisbloem, watercrassula, grote waternavel en ambrosia verdringen inheemse beplanting en verspreiden zich gemakkelijk doordat ze weinig of geen natuurlijke vijanden hebben. De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van deze soorten ligt bij de provincie. Daarnaast schrijft Europese wetgeving voor dat sommige invasieve soorten verplicht bestreden moeten worden, zoals de Japanse en Sachalinse duizendknoop, de hemelboom, de reuzenberenklauw en de reuzenbalsemien. De gemeente bestrijdt actief duizendknoop, reuzenberenklauw en reuzenbalsemien en registreert dit. Ook ziekten en plagen, zoals essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte, veroorzaken grote schade doordat planten en bomen afsterven. Plaagdieren, waaronder de eikenprocessierups, brengen bovendien risico’s mee voor de volksgezondheid.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
4.3.8 Renovatie en vervanging Om de onderhoudsdruk zo laag mogelijk te houden, zorgt de gemeente voor een goede cyclus van renovatie en vervanging van het groen. Waar mogelijk koppelen we renovaties van groen aan andere werkzaamheden in de wijk, zoals vervanging van riolering. Zo maken we efficiënt gebruik van tijd en middelen: werk met werk maken. Een voorbeeld hiervan is dat een aannemer bij het aanleggen van kabels zijn werkzaamheden afsluit met het inzaaien van de berm met een kruidenrijk of bloemrijk mengsel. Voor de vervanging van openbaar groen is een specifiek renovatiebudget beschikbaar (zie hoofdstuk 7 Financiën).
3. Vertrekpunt
Afbeelding 16: waterteunisbloem verdringt inheemse planten langs de Ringweg.
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036
5. Biodiversiteitsplan De gemeente Best zet zich in voor het behoud en de versterking van biodiversiteit, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Door het grondgebied op te delen in deelgebieden en per landschapstype passende maatregelen te nemen, wordt gewerkt aan een gezonde en soortenrijke leefomgeving. Dit biodiversiteitsplan beschrijft hoe de gemeente dat aanpakt, welke soorten daarbij centraal staan en hoe beheer en monitoring hierop worden afgestemd. Foto: waterjuffer boven een vijver aan de Ringweg in Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
33
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
5.1
Gebiedsindeling
Om te kunnen sturen op het behouden en versterken van biodiversiteit in de gemeente Best, wordt het gemeentelijk grondgebied onderverdeeld in deelgebieden. De onderverdeling is gebaseerd op een combinatie van abiotische kenmerken zoals bodemtype en grondwaterinvloed, huidig grondgebruik en karakteristieke landschapsstructuren. Deze indeling vormt de basis voor het adviseren van beheermaatregelen die passen bij de ecologische potentie van elk gebied. Binnen de gemeente Best zijn zeven landschapstypen te onderscheiden, geordend onder de hoofdcategorieën ‘bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Deze indeling heeft geen juridische status. De gemeente streeft ernaar deze landschapstypen optimaal te beheren, om zo hun afzonderlijke natuurwaarden te behouden, beschermen en versterken. Daarbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar de bebouwde kom: de stedelijke omgeving kent immers unieke kenmerken en vervult een belangrijke rol als leefgebied voor uiteenlopende dier- en plantensoorten. In paragraaf 5.1.1 en 5.1.2 worden de deelgebieden beschreven.
5.1.1 Bebouwde kom Bermen Bermen vormen een fijnmazig netwerk van groen langs wegen, fietspaden en spoorlijnen. Ondanks hun geringe breedte kunnen bermen een belangrijke ecologische functie vervullen als leefgebied én verbindingszone voor planten, insecten, vogels en kleine zoogdieren. Bij ecologisch beheer, zoals gefaseerd maaien, bieden bermen ruimte aan soorten als wilde bijen, vlinders, sprinkhanen en (inheemse) kruiden. Bovendien dragen ecologisch goed beheerde bermen bij aan de verbinding tussen grotere groengebieden en met het buitengebied.
Parken Parken binnen de bebouwde kom bieden ruimte voor biodiversiteit op meerdere niveaus. Door hun omvang en variatie in vegetatie - zoals grasvelden, boomgroepen, waterpartijen en struweel - kunnen parken een mozaïek vormen van leefgebieden voor vogels, insecten, kleine zoogdieren en amfibieën. Daarnaast fungeren parken als ecologische stapstenen binnen de bebouwde kom. Woonwijken Binnen de bebouwde kom van Best komen verschillende typen woonwijken voor, elk met hun eigen ruimtelijke en ecologische kenmerken. Verschillen in bouwperiode, groendichtheid, inrichting en gebruik hebben invloed op de mate waarin een woonwijk potentieel leefgebied biedt voor diverse soorten. Zo worden laagbouwwijken vaak gekenmerkt door tuinen, erfafscheidingen, straatbomen en een wisselende verhardingsgraad. Oudere laagbouw (vóór 1970) biedt daarnaast vaak geschikte nestgelegenheid voor gebouwgebonden soorten. Modernere wijken (na 1980) worden vaker gekenmerkt door compacte bebouwing, met minder mogelijkheden voor natuurlijke nestlocaties. Het aanwezige groen is daar vaak functioneel van aard en versnipperd over de wijk. Bedrijventerreinen De gemeente Best kent meerdere bedrijventerreinen. Deze bevinden zich voornamelijk in het zuiden van de kern, grenzend aan de Nieuwe Heide en het kanaal. De bedrijventerreinen kenmerken zich door een versteende omgeving.
Overdag heerst veel bedrijvigheid, maar ’s avonds en ’s nachts is het juist rustig. Hierdoor is dit landschapstype een interessant leefgebied voor bepaalde (nacht-actieve) dieren.
Afbeelding 17: boomgroepen en struweel in het Wilhelminapark.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
34
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
5.1.2 Buitengebied Het buitengebied van Best bestaat uit drie karakteristieke landschapstypen: het heideontginningslandschap, het broekontginningslandschap en het kampenlandschap. Het heideontginningslandschap wordt gevormd door uitgestrekte heide- en bosgebieden, zoals de Aarlesche Heide, Nieuwe Heide en Sonse Heide. Van zuid naar noord is het hoogteverschil duidelijk merkbaar door de beekdalen van de Beerze en de Dommel, die net buiten het grondgebied van Best liggen. Het noordelijke deel van de gemeente maakt deel uit van een uitgestrekte dekzandvlakte tussen deze beekdalen. Hier vinden we de kleinschalige broekontginningslandschappen, waaronder De Mortelen, Veldersbos, Achterste Broek en De Scheeken. Tussen de hogere dekzandrug en de lager gelegen dekzandvlakte ligt een brede overgangszone. Dit gebied wordt gekenmerkt door het kampenlandschap, een historisch cultuurlandschap met oude, kleinschalige landbouwontginningen.
Afbeelding 18: landschapstypen in de gemeente Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
Heideontginningslandschap Het heideontginningslandschap in Best is ontstaan vanaf circa 1900, toen kunstmest beschikbaar kwam en landbouw op voormalige heidegebieden mogelijk maakte. Kenmerkend is de strak regelmatige indeling met rechte wegen en rechthoekige percelen, ontworpen voor efficiënte akkerbouw. Oorspronkelijk kende dit landschap een besloten karakter, met houtsingels en houtwallen op de hoger gelegen delen en knotbomen in lagere, natte zones. Veel van deze beplantingsstructuren zijn inmiddels verdwenen, waardoor het landschap nu meer open oogt. Gelukkig is wel een aantal houtsingels bewaard gebleven, waardoor het Bestse heidontginningslandschap op sommige plekken relatief minder grootschalig is. Ook de rijke erfbeplantingen in het gebied dragen bij aan ecologische stepping stones.
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
Broekontginningslandschap Het noordelijke deel van de gemeente Best ligt in een uitgestrekte dekzandvlakte tussen beekdalen. Dit relatief laaggelegen en natte gebied omvat de kleinschalige broekontginningslandschappen van De Mortelen, Veldersbos, Achterste Broek en De Scheeken. Samen met De Pailjaart maken De Mortelen en De Scheeken deel uit van het uitgestrekte broekontginningslandschap op een relatief laaggelegen deel van het dekzandgebied. Dit deelgebied bestaat vooral uit vlakvaag- en beekeerdgronden met een natte, lemige bodem. Door de bijzondere bodem en waterhuishouding, en het vele groen is het gebied rijk aan natuurwaarden. Kwel- en bosvegetaties geven het landschap een grote ecologische waarde. Het wordt verder gekenmerkt door een kleinschalige afwisseling van broekbosjes, houtsingels, bomenrijen (vooral populieren) en kleinschalige graslanden, die samen een mozaïek van groene structuren vormen. Kampenlandschap Het agrarisch-recreatief landschap in de gemeente Best heeft voor het overgrote deel de kenmerken van een kampenlandschap. Een kampenlandschap is een oud landbouwgebied met kleine akkers die door houtwallen, heggen of boomrijen worden omzoomd. Door de eeuwenlange bewerking ontstonden verhoogde akkers en een kleinschalig, afwisselend landschap.
Deze variatie maakt het niet alleen cultuurhistorisch waardevol, maar ook een belangrijk leefgebied voor veel planten- en diersoorten. De buurtschappen De Vleut en Aarle zijn een specifiek onderdeel van dit landschap. Het agrarisch-recreatief landschap ligt grotendeels op een vlakke dekzandrug. In de ondergrond zijn enkeerd- en laarpodzolgronden (oude akkerbodems) aanwezig. Waterhuishoudkundig wordt het gebied als ‘intermediair’ bestempeld. Dit houdt in dat hemelwater niet altijd direct in de bodem kan infiltreren.
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
35
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Basiskwaliteit Natuur
Om de biodiversiteit in de gemeente Best te behouden en vergroten werken we met Basiskwaliteit Natuur (BKN). Dit is een landelijk ontwikkelde systematiek die aangeeft welke minimale omgevingscondities nodig zijn om natuur gezond te laten functioneren, met name buiten de beschermde natuurgebieden. Het gaat om de samenhang van drie onderdelen: abiotiek (zoals water, bodem en lucht), inrichting (structuur en verbindingen in het landschap) en beheer (het gebruik en onderhoud). Wanneer deze condities op orde zijn, kunnen algemene soorten – planten en dieren die typisch zijn voor een landschap – zich duurzaam handhaven. BKN vormt daarmee de ondergrens voor een gezonde en veerkrachtige natuur en een eerste stap naar systeemherstel. Het richt zich niet op zeldzame soorten, maar op het ervoor zorgen dat algemene soorten algemeen kunnen blijven en daarmee natuurarmoede wordt voorkomen. Met Basiskwaliteit Natuur hebben we een methode in handen waarmee we beleidsmatige kaders kunnen stellen, maar ook in de praktijk de situatie kunnen beoordelen en monitoren. Daarom is gekozen voor deze methode. BKN is bij uitstek een methode die goed toepasbaar is in het stedelijk en het landelijk gebied.
5.3
De soorten zijn te monitoren en daardoor is er een indicatie van het succes van de beheermaatregelen die genomen worden om biodiversiteit te vergroten. Tabel 4: Soorten per deelgebied. In oranje de ambassadeurssoorten, in blauw de paraplusoorten. In bijlage 5 worden de soorten beschreven.
Bebouwde kom
5.2
Gebied
Soorten
bermen
citroenvlinder putter grote roetbij icarusblauwtje
parken
staartmees egel eekhoorn bonte vliegenvanger
woonwijken
egel (tuingerelateerd) huismus (gebouwbewonend) atalanta kleine watersalamander
bedrijventerreinen
paardenbloem bruin blauwtje zwarte roodstaart gewone dwergvleermuis
broekontginningslandschap
echte koekoeksbloem vermiljoenkever kamsalamander boomkikker
kampenlandschap
akkerhommel steenuil haas gehakkelde aurelia
heideontginningslandschap
konijn geelgors oranje zandoogje levendbarende hagedis
Ambassadeurs- en paraplusoorten
Om het biodiversiteitsbeleid in de gemeente Best concreet te maken en gebiedsgericht uit te voeren, zijn door een ecoloog volgens de BKN soorten planten en dieren geselecteerd. Het gaat om vier soorten per deelgebied, één ambassadeurssoort en drie paraplusoorten.
Paraplusoorten De paraplusoorten zijn soorten die aan hun leefgebied hoge eisen stellen, waarvan de ecologische behoeften voor een groot deel overlappen met die van veel andere soorten. Ze fungeren dus als ‘paraplu’, want door het beheer af te stemmen op die paraplusoorten, profiteren veel andere planten- en diersoorten met dezelfde leefomgeving mee. De paraplusoorten zijn richtinggevend voor het beheer, ze maken duidelijk welke randvoorwaarden nodig zijn in een gebied en zorgen ervoor dat maatregelen effectiever en breder bijdragen aan de biodiversiteit.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
Buitengebied
Ambassadeurssoorten De ambassadeurssoorten zijn ambassadeurs van de biodiversiteit. Het zijn zichtbare en herkenbare soorten die thuis horen in een deelgebied en gebruikt worden voor de communicatie. Zo worden inwoners meer betrokken bij soorten die in hun directe omgeving voorkomen.
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
36
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
staar
egel
eek h
kam s
ala
bo o m
kik
ker
ekoeks ko
la sb
mander
echt e
gen vlie va
es
icaru
verm i
enkever ljo
bont e
rn oo
me
t
er ng
oem bl
uwtje
egel
grote et ro
mmel ho
bij
akke r huism
us
putte
r
steen
u il
atala e
n
a nt
nv
haas
linder
klein
s or
nder ma
rt
gedis ha
2. Huidige situatie
e
l e ve n arende db
uwtje
bloem
bla
ee
rmuis
Afbeelding 19: ambassadeurssoorten (oranje cirkel) en paraplusoorten (blauwe cirkel) voor de bebouwde kom.
1. Inleiding
oran j
a nd o o g j ez
en
bruin
oodstaa er
dwergvl
t
paar d
elde aure kk
ne
zwar
atersala ew
gewo
geelg
geha
lia
citro
koni j
3. Vertrekpunt
Afbeelding 20: ambassadeurssoorten (oranje cirkel) en paraplusoorten (blauwe cirkel) voor het buitengebied.
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
37
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Tabel 5: handvatten voor ecologisch beheer in de deelgebieden.
5.4
Ecologisch beheer
Al meer dan twintig jaar is de gemeente Best bezig met ecologisch bermbeheer als structureel onderdeel van haar inzet voor natuur en biodiversiteit. De gemeente beschikt over circa 61 hectare bermen, waarvan in 2025 ruim 60% ecologisch wordt beheerd. Dit percentage wil de gemeente graag verhogen. Doelstelling is om dit met ruim 10 hectare uit te breiden en zo naar 75% ecologisch beheerde bermen te gaan. Ook gaat de gemeente een aantal gazons (gedeeltelijk) ecologisch beheren.Bermbeheer is onderdeel van het totale wegbeheer, waarbij het ecologische belang zorgvuldig wordt afgewogen tegen aspecten als verkeersveiligheid en betaalbaarheid.
Deelgebied
Bebouwde kom Bermen
✓ Beheer met een doel: leg vast waar bijzondere flora en fauna aanwezig is en waar nog kansen liggen voor het creëren van ecologische verbindingen. ✓ Maai gefaseerd en laat delen staan (15-30%). ✓ Voer het maaisel af (2 tot 3 dagen na de maaibeurt) ter bevordering van bodemverschraling en behoud van soortenrijkdom (zowel flora als fauna). ✓ Vermijd klepelen en chemische bestrijding. ✓ Pas natuurvolgend groenbeheer toe, bijvoorbeeld door spontane opslag van bomen en struiken aan de stamvoet van bomen te sparen.
Parken
✓ Bloemrijk graslandbeheer: maai gefaseerd, voer het maaisel af en bied ruimte aan bloei en zaadvorming. ✓ Behoud en ontwikkel struweelzones in de overgangen tussen open en gesloten groengebieden om schuil- en nestgelegenheid te bieden. ✓ Laat dood hout liggen waar mogelijk, rekening houdend met veiligheid. ✓ Stel ecologische zones vast waarin rust heerst; beperk verstoring door recreatie in de delen met hoge natuurwaarden. ✓ Pas natuurvolgend groenbeheer toe, bijvoorbeeld door spontaan in bomen gegroeide klimop te sparen.
Woonwijken
✓ Communiceer de voordelen van ecologisch (berm)beheer via meerdere kanalen - zoals de gemeentelijke website of sociale media - samen met het ontwikkelbeleid. ✓ Integreer nestkasten en faunavoorzieningen, bijvoorbeeld door het plaatsen van uittreedvoorzieningen voor amfibieën in straatkolken. ✓ Pas natuurvolgend groenbeheer toe, bijvoorbeeld door spontaan in bomen gegroeide klimop te sparen.
Ecologisch beheer wordt toegepast op kansrijke locaties. Onder kansrijke bermen worden brede bermen van minimaal twee meter verstaan, met voldoende zonlicht, een geschikte voedselrijkdom of juist schrale omstandigheden, voldoende bodemvocht, een gunstige ligging binnen de ecologische structuur en zichtbaarheid in het landschap. Ook het omringende gebruik speelt een rol bij het bepalen van de potentie. De komende jaren wil de gemeente Best het ecologisch beheer verder ontwikkelen door het af te stemmen op de aanwezige doelsoorten binnen de verschillende deelgebieden. Dat betekent: niet alleen beheren voor biodiversiteit in algemene zin, maar juist met specifieke soorten en hun leefgebiedseisen als leidraad. Deze maatwerkbenadering sluit aan bij het huidige beheer, waarin al lokaal wordt gevarieerd, bijvoorbeeld door het sparen van braamstruweel of heide, het laten staan van dood hout en het aanleggen van takkenrillen. De ambitiekaart aan het slot van hoofdstuk 5 vormt een belangrijk hulpmiddel om dit ecologisch beheer ruimtelijk te onderbouwen en doelgericht in te zetten.
Handvatten ecologisch beheer deelgebieden Voor de verschillende deelgebieden in het buitengebied en de bebouwde kom zijn handvatten voor ecologisch beheer opgesteld. Deze sluiten aan op de leefgebiedseisen van de geselecteerde ambassadeurs- en paraplusoorten en bieden houvast om biodiversiteit te versterken binnen het bestaande beheer.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
Beheermaatregelen
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
38
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
5.5
Deelgebied
Beheermaatregelen
Bedrijventerreinen
✓ Vergroot de bewustwording en betrokkenheid van bedrijven, bijvoorbeeld via informatiebijeenkomsten waarin goede voorbeelden belicht worden. ✓ Creëer samenhang met omliggende groengebieden (bermen, parken, bossen of landelijk gebied). ✓ Beheer groenstroken en bermen ecologisch, rekening houdend met functies, veiligheid en zichtbaarheid. ✓ Integreer nestkasten en faunavoorzieningen, bijvoorbeeld door het plaatsen van uittreedvoorzieningen voor amfibieën in straatkolken. ✓ Pas natuurvolgend groenbeheer toe. Buitengebied
Broekontginningslandschap
✓ Behoud vochtige, ruige graslanden met open plekken en dekking. ✓ Maai gefaseerd met overstaanders (voor kamperfoelie) ✓ Creëer zonbeschenen bosranden. ✓ Laat dood hout en spontane opslag staan/liggen. ✓ Stel maaien plaatselijk uit voor overjarige vegetatie. ✓ Behoud poelen met natuurlijke oevers en leg nieuwe aan. ✓ Spaar lokaal braam- en ander struweel.
Kampenlandschap
✓ Maai gefaseerd op rotatiebasis. ✓ Behoud en herstel houtwallen, struweel en bosranden. ✓ Stimuleer inheemse kruiden. ✓ Creëer dekking in grasland.
Heideontginningslandschap
✓ Behoud/herstel heischrale bermen. ✓ Behoud zandwegen met een open bodemstructuur. ✓ Beheer kleinschalig gefaseerd, zodat er mantel-zoom randen ontstaan met jaarrond dekking, bloei en structuurvariatie.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
Monitoring
De gemeente Best beheert ruim 60% van haar bermen ecologisch. Dat is een belangrijke stap richting een biodiverser landschap. Om te kunnen beoordelen wat het effect is van dit beheer, is monitoring op structurele basis onmisbaar. Meten is weten: alleen door doelgerichte en herhaalde waarnemingen kunnen trends worden gevolgd, successen worden onderbouwd, betrokkenheid vergroot en beheer waar nodig bijgestuurd. De gemeente monitort al op wilde bijen, dagvlinders, drachtplanten en amfibieën in groengebieden binnen en buiten de bebouwde kom. Vanaf 2022 wordt op negen bermlocaties gemonitord op het voorkomen van wilde bijen en drachtplanten. De resultaten zijn veelbelovend: in 2023 zijn 70 bijensoorten vastgesteld, waarmee het totaal aantal soorten in de hele gemeente op 157 komt. Daarvan staan 30 soorten op de Rode Lijst en zijn 6 aangemerkt als prioritaire soort voor het Brabantse natuurbeleid. Ook in het buitengebied zijn de resultaten positief. In Natuurpark De Scheeken werden in 2023 64 bijensoorten aangetroffen, waarvan acht op de Rode Lijst staan. Dagvlinders namen hier ook toe zowel in aantallen als in soorten, waaronder het bruin zandoogje, oranje zandoogje en groot dikkopje. Langs de Boslaan werden in 2022 52 bijensoorten en 45 bloeiende plantensoorten (exclusief grassen) geteld.
Deze hoge soortenrijkdom is waarschijnlijk te danken aan de combinatie van nestelplekken in het zandpad en de variatie in structuur, met kruidenrijke bermen, sloottaluds en een houtsingel. De monitoring van deze gebieden en plekken onderstreept het belang van ecologisch beheer als effectief instrument om diverse soortgroepen – inclusief kwetsbare en bedreigde soorten – te ondersteunen. Om de monitoring verder te verdiepen en te verbreden, wordt de bestaande monitoring voortgezet en uitgebreid met aanvullende locaties. Deze locaties kunnen bepaald worden aan de hand van de ambitiekaart, waarin ontbrekende schakels en kansen voor versterking van het Gemeentelijk Ecologisch Netwerk (GEN) zichtbaar worden gemaakt. De ambitiekaart is gebaseerd op het netwerk van landschapstypen binnen Best, bestaande natuurgebieden, het Natuurnetwerk Brabant en overige groengebieden met hoge natuurwaarden, waaronder ecologisch beheerde bermen. Op basis van deze analyse kunnen gerichte keuzes worden gemaakt voor het toevoegen van nieuwe monitoringslocaties, waarbij zowel bestaande leefgebieden van doelsoorten als ontbrekende verbindingen aandacht krijgen. De monitoring vindt jaarlijks plaats op basis van een steekproefopzet, uitgevoerd door een combinatie van ecologische professionals en betrokken vrijwilligers. Deze aanpak waarborgt vakinhoudelijke kwaliteit én versterkt de lokale betrokkenheid.
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
39
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Als meetbare indicator voor biodiversiteit wordt de soortenrijkdom - ofwel het aantal aangetroffen soorten planten, vogels, vlinder en bijen - in de te monitoren gebieden gehanteerd. Deze biodiversiteitsindicator geeft een breed en representatief beeld van de ecologische kwaliteit. Om het draagvlak voor biodiversiteit te vergroten en extra gegevens te verzamelen, wordt waar mogelijk ingezet op participatie. Dit kan onder meer door het betrekken van bewoners, vrijwilligers en scholen bij het waarnemen en tellen van soorten. Deze vorm van burgerparticipatie vergroot het draagvlak voor biodiversiteit en versterkt het bewustzijn van de directe leefomgeving. De verdere uitwerking en borging van de monitoring wordt vastgelegd in een monitoringsplan. Hierin worden de locaties, onderzoeksmethodiek, frequentie, indicatoren en eventuele betrokken partijen beschreven. Het plan vormt de basis voor een eenduidige, meerjarige aanpak en maakt het mogelijk om ontwikkelingen te volgen en onderbouwd te rapporteren over de voortgang van het biodiversiteitsbeleid. Voor De Scheeken en de ecologische bermen is dit al gedaan, de andere gebieden volgen nog. Afbeelding 22: ecologisch bermbeheer langs de Ringweg-Gagel.
5.6
Bewustwording creëren
Voor het behoud en de versterking van de biodiversiteit binnen de gemeente Best is het niet alleen belangrijk om aanpassingen door te voeren in het beheer en monitoring, maar ook om bewustwording onder inwoners te creëren. Wanneer mensen zich bewust worden van de waarde van het groen in hun leefomgeving, zullen zij hier meer zorg voor dragen en bijdragen aan het behoud ervan. Daarom zet de gemeente Best in op het vergroten van de kennis over biodiversiteit en betrokkenheid van inwoners. Dit doen we door middel van communicatie, educatie en participatie. Denk hierbij aan informatie op de website en informatieborden over ecologisch beheer of de ambassadeuren paraplusoorten, voorlichting op scholen en informatiebijeenkomsten. Deze inzet wordt door de gemeente integraal opgepakt, zodat biodiversiteit zowel in het dagelijks beheer als bij nieuwe ontwikkelingen zichtbaar en beleefbaar wordt gemaakt voor inwoners. De gemeente kan dit niet alleen en zoekt daarom de samenwerking met lokale partners, zoals de organisaties die zitting hebben in de Klankbordgroep Groen (zie kader bij paragraaf 1.4), scholen en de woningcorporaties, om zo samen meer impact te kunnen maken. Door inwoners te betrekken, te inspireren en de meerwaarde van biodiversiteit concreet te maken, bouwen we samen aan een groene, biodiverse gemeente.
Afbeelding 21: monitoring van de vegetatie door vrijwilligers in het park aan de Boomheuvel.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
40
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
5.7 GEN-kaart en ambitiekaart 5.7.1 GEN-kaart huidige situatie Hiernaast is het Gemeentelijk Ecologisch Netwerk (GEN) afgebeeld. Het laat zien waar er in 2026 verbindingen tussen het groen in de gemeente aanwezig zijn. Veel van deze verbindingen bestaan uit bermen. Maar ook parken, landschapselementen zoals singels of bosjes en natuurgebieden maken deel uit van het GEN. Daarnaast zijn de huidige biodiversiteit hotspots aangegeven. Dat zijn plekken waar veel verschillende planten en dieren een thuis gevonden hebben. Deze hotspots zijn hier te vinden: • Natuurgebied De Scheeken; • De Groene Broekbeemd; • Bergbezinkbassin Wilg e.o.; • Geluidswal Draadeind – Ringweg; • Natuurveldje Boomheuvel – Ringweg; • Vennetje en greppels De Amer; • Landschapselement 32 – bosje carpoolplaats Speelheide; • Langvennen; • Bosven Noord – NCB-weg; • Bosven Zuid – Terraweg.
Afbeelding 23: GEN-kaart huidige situatie.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
41
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
5.7.2 Ambitiekaart De ambitiekaart laat zien waar kansen liggen voor de ontwikkeling van biodiversiteit. Dit zijn de mogelijke ambitie locaties. Daarnaast zijn er aanvullend bermen aangegeven die ecologisch beheerd gaan worden, waarmee het GEN verder versterkt wordt. Verder worden er in het centrum activiteiten uitgevoerd in het kader van de herinrichting van het dorpsplein en omgeving. Ook liggen er kansen op de bedrijventerreinen rondom Best, zodat hittestress en waterproblematiek verminderd wordt. Tenslotte zijn er ook mogelijkheden om op sommige plekken schaduw aan het fiets- en wandelnetwerk toe te voegen. Op basis van de ambitiekaart wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma en beheerplannen opgesteld. Potentiële biodiversiteit hotspots: • De Kavelen • Parkje Steegsche Velden-Noord • Landschapselement 1 – bosje en houtsingel Lieringsedijk • Amfibieënpoel en steenuil-leefgebied Kapelweg • Park De Wildernis – Aarlesche Erven • Natuurgraslanden Effer – Kloofhamer • Salderespark • Bosjes Heikantweg • Landschapspark Heikantweg – Wensheuvel • Wilhelminapark • Visvijver bij Vispad • Breevenpark • Landschapselementen Ploegstraat – De Maas • Landschapselement 33-34 – EindhovensewegZuid • Oostelijke vijver Villawijk • Het Lisseven
1. Inleiding
2. Huidige situatie
Afbeelding 24: ambitiekaart met kansrijke locaties.
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036
6.
Participatie
Inwoners en organisaties spelen een belangrijke rol in hoe we het groen in Best beheren en ontwikkelen. Hun ideeën, wensen en initiatieven geven waardevolle inzichten en zorgen voor meer draagvlak en betrokkenheid. In dit hoofdstuk laten we zien hoe de gemeente samenwerkt met bewoners en partners, welke mogelijkheden er zijn om mee te doen en hoe we initiatieven ondersteunen. Foto: wadi met vaste planten aan de Prinses Beatrixlaan in de wijk Wilhelminadorp in Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
43
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Samenwerken met inwoners De betrokkenheid van inwoners speelt een belangrijke rol bij het beheer en de inrichting van het openbaar groen. Bij de herinrichting van de openbare ruimte nemen we zoveel mogelijk de wensen van omwonenden mee door deze vooraf te inventariseren. Daarnaast staan we open voor initiatieven van bewoners die hun straat of buurt willen vergroenen en/of beheren. De gemeente waardeert de bijdrage van bewoners en benut de input waar dat kan. In de komende periode stellen we spelregels op om richting te geven aan het zogeheten uitdaagrecht. Hoewel we geen delen van het openbaar groen meer verhuren aan particulieren, blijft het wel mogelijk om openbaar groen in georganiseerd verband te gebruiken, bijvoorbeeld door verenigingen en stichtingen. Dit gebruik wordt schriftelijk vastgelegd, met een looptijd van minimaal drie en maximaal vijf jaar. Ook rotondesponsoring door bedrijven blijft mogelijk, mits rotondes altijd groen blijven of worden ingericht.
Prettige Plekken Met het project Prettige Plekken werkt de gemeente Best ieder jaar op één locatie aan het vergroenen en verbeteren van de openbare ruimte. Daarbij wordt bestaand groen opgeknapt en/of onnodige verharding omgevormd tot nieuw, aantrekkelijk openbaar groen. Bewoners en andere betrokkenen worden actief uitgenodigd om te participeren bijvoorbeeld met het maken van een passend groenontwerp -, zodat het eindresultaat past bij de omgeving en aansluit bij de wensen van de buurt. Een Prettige Plek is meer dan alleen een mooi stukje groen. Het is een plek waar biodiversiteit wordt bevorderd, waar de inrichting bijdraagt aan een klimaatbestendige leefomgeving (met aandacht voor hitte, droogte en wateroverlast) en waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. Ook is er ruimte voor natuurlijk spelen, zodat kinderen spelenderwijs de natuur kunnen ontdekken. Zo groeit ieder jaar een stukje Best uit tot een fijnere, groenere en gezondere plek voor iedereen. Afbeelding 25: door participatie kwam bij het park bij de Spinnerstraat de eerste ‘Prettige Plek’ van Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
44
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036
Communicatie Bij grote ontwikkelingen in de openbare ruimte betrekken we inwoners en andere belanghebbenden vanaf de planvormingsfase. Heldere en tijdige communicatie is hierbij de sleutel om samen tot goede resultaten te komen. Voorlichting (Groen)educatie is een belangrijk speerpunt van de gemeente. We geven voorlichting over de waarde van groen en het belang van ecologisch beheer, zodat inwoners beter begrijpen welke voordelen dit oplevert. Zo creëren we draagvlak voor veranderingen in het straatbeeld. Voorbeeld hiervan is dat we educatie geven op scholen, onder meer door mee te doen met de Boomfeestdag. Verder stimuleert de gemeente voorpootrechthebbenden om bomen aan te planten (zie paragraaf 4.3.4 Voorpootrecht). En geven we goede voorlichting over het ecologische nut van het minder maaien van bermen, om het intensief maaien ervan door particulieren te stoppen. De gemeente zal monitoren en evalueren wat het effect van de voorlichting is. Samenwerking De gemeente werkt samen met verschillende organisaties die betrokken zijn bij groen en landschap, om de kwaliteit van het gemeentelijk groen te vergroten. We werken bijvoorbeeld nauw samen met de Klankbordgroep Groen, waarin organisaties zijn vertegenwoordigd die zich inzetten voor groen, natuur, landschap, cultuurhistorie, duurzaamheid en extensieve recreatie (zie kader bij paragraaf 1.4).
Afbeelding 26: Fietsers bij vaste plantenvakken aan de Oirschotseweg.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036
7.
Financiën
Het financieel hoofdstuk geeft inzicht in de waarde en onderhoudsopgave van het gemeentelijk groen. Door het groenareaal in kaart te brengen en de bijbehorende kosten te berekenen, ontstaat een helder beeld van de structurele middelen die nodig zijn om het op peil te houden. Deze financiële onderbouwing maakt het mogelijk om weloverwogen keuzes te maken voor een duurzaam en toekomstbestendig groenbeheer. Foto: bankje op een koele plek in de Koetshuistuin in Best.
1. Inleiding
2. Huidige situatie
3. Vertrekpunt
4. Groenbeleidsplan
5. Biodiversiteitsplan
6. Participatie
7. Financiën
Bijlagen
46
Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036 Beheergroep
Areaal
Eenh.