CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25055.03 - Bijlage Groen- en biodiversiteitsplan 2026-2036

Raadsvergadering 6 januari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 25055 - Vaststellen Groen- en biodiversiteitsplan 202627.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan Beleid voor fysieke vergroening van de openbare ruimte in 2026 - 2036

2

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Colofon OPDRACHTNEMER

idverde Advies Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl

OPGESTELD DOOR

Sigrid Noordam, Eva Fletcher, Nina Pigmans, Theresia van den Bogaard

VRIJGEGEVEN DOOR

Wendy Hopmans

OPDRACHTGEVER

Gemeente Best Dorpsplein 2 5683 GA Best

PROJECTNUMMER

721250291

STATUS

Definitief

VERSIE

1.0

DATUM

23 oktober 2025

BEELDMATERIAAL

Beeldbank van de Leefomgeving

Copyright 2025 gemeente Best. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van gemeente Best. Gemeente Best is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

3

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Voorwoord

Voorwoord

De Brainportregio maakt een onstuimige ontwikkeling door. Dat geldt ook voor Best, waar sprake is van een stevige woningbouwopgave van 4.200 woningen tot 2040. Daarbij komt dat ASML zich op BIC-Noord wil vestigen. De onlangs uitgevoerde analyse Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-analyse) maakt duidelijk dat de ruimtelijke druk op de driehoek Eindhoven-West/Veldhoven/ Best-Oirschot de komende jaren sterk toeneemt. Dit maakt de juiste aandacht voor groen en biodiversiteit extra noodzakelijk.

Dit Groen- en Biodiversiteitsplan geeft richting aan de (groenen biodiversiteits-)ontwikkelingen en ambities in Best. Het is in lijn met het belang dat in de Omgevingsvisie aan groen en biodiversiteit wordt gegeven. Het oude plan was al van geruime tijd geleden (2012) en gaf onvoldoende ondersteuning bij de majeure uitdagingen die Best als gemeente op dit moment heeft.

Vanuit de MIRT-analyse wordt een gezamenlijke gebiedsvisie opgesteld. Daarbij is het van belang dat Best de voor haar relevante uitgangspunten voldoende verankerd heeft. Een van de essentiële vragen die de komende jaren speelt, is welke (woningbouw)verdichting in Best gewenst en realiseerbaar is. Het is van belang dat zulke vragen en mogelijke oplossingen in samenhang worden bekeken en integraal worden aangevlogen. Hierbij is de juiste aandacht voor groen en biodiversiteit onontbeerlijk.

De komende jaren speelt ook in het kader van de mogelijke fusie met Oirschot de vraag op welke wijze de nieuwe gemeente zich ontwikkelt. De plaats van groen en biodiversiteit is hierbij een wezenlijk onderwerp. Dit actuele Groen- en Biodiversiteitplan is een goede basis om enerzijds nu al de nodige acties uit te zetten en anderzijds die noodzakelijke discussie te voeren.

Jan Willem Slijper Wethouder

Voldoende kwalitatief groen in wijken en leefomgeving beïnvloedt in positieve zin de woonbeleving, draagt bij aan de gezondheid en voorkomt hittestress. We moeten extra goed opletten op biodiversiteit, omdat dit belangrijk is voor onze gezondheid, de gezondheid van de ons omringende ecosystemen en de gezondheid van onze planeet.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

4

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Huidige situatie

Samenvatting De gemeente Best staat de komende jaren voor grote uitdagingen en kansen op het gebied van groen en biodiversiteit. Enerzijds is er de noodzaak om de leefomgeving aan te passen aan klimaatverandering, verstedelijking en biodiversiteitsverlies. Anderzijds groeit het besef dat groen een belangrijke motor is voor gezondheid, leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente. Dit Groen- en Biodiversiteitsplan is opgesteld om richting te geven aan de keuzes die Best maakt voor de periode 2026–2036. Het plan biedt een samenhangende visie op hoe het groen moet worden ontwikkeld, beheerd en benut, en geeft concrete handvatten voor uitvoering. Daarbij staat het idee centraal dat groen niet een sluitpost is, maar een basisvoorwaarde voor een gezonde en toekomstbestendige gemeente. Het plan gaat nadrukkelijk niet alleen over bomen en parken, maar over het hele groene netwerk in en rond Best: van plantsoenen en bermen tot natuurgebieden. Groen wordt daarbij gezien in relatie tot thema’s als klimaatadaptatie, gezondheid, wonen, recreatie en economie. De analyses in dit plan maken duidelijk dat Best een stevige basis heeft, maar dat het groenareaal kwetsbaar is. Zonder ingrijpen neemt de biodiversiteit verder af, worden de gevolgen van klimaatverandering sterker voelbaar en komt de leefbaarheid onder druk.

Het plan is daarom noodzakelijk om het groen te behouden én actief te versterken en toekomstbestendig te maken.

De gemeente beschikt over een aanzienlijke hoeveelheid groen, maar de kwaliteit en verdeling ervan zijn niet overal toereikend. Best heeft bomenlanen, parken, plantsoenen, sportvelden, gazons en omliggende natuur- en agrarische gebieden. Deze groene structuren vervullen belangrijke functies: ze zorgen voor verkoeling, bieden ruimte voor ontmoeting en recreatie, dragen bij aan biodiversiteit en maken het dorp aantrekkelijk. Knelpunten ✓ Ruimtelijke ongelijkheid: sommige wijken zijn rijk aan groen, terwijl andere een steniger karakter hebben. ✓ Kwetsbaarheid van bomen: het bomenbestand bestaat voor een groot deel uit dezelfde soorten, zoals de zomereik. Dit maakt het gevoelig voor ziekten en plagen. ✓ Beperkte groeiruimte: veel bomen hebben te kleine boomspiegels en onvoldoende wortelruimte, waardoor ze minder oud worden. ✓ Druk op de ruimte: uitbreiding van ASML en woningbouw zorgen voor schaarste aan ruimte voor groen, juist waar meer groen nodig is. ✓ Klimaatstress: hitte, droogte en wateroverlast brengen extra risico’s mee voor bomen, planten en de leefomgeving van inwoners. Maatschappelijke waarde Inwoners ervaren het groen als belangrijk voor gezondheid, ontspanning en leefbaarheid. Uit eerdere peilingen blijkt dat bewoners waarde hechten aan bomen en parken, maar zich zorgen maken over het verdwijnen van groen bij nieuwe ontwikkelingen.

Vertrekpunt

belangrijkste uitdagingen en kansen samengebracht en wordt uitgelegd welke uitgangspunten de basis vormen voor het Groen- en Biodiversiteitsplan. Belangrijkste uitdagingen ✓ Klimaatverandering: langere periodes van hitte en droogte, hevige regenval en nieuwe plagen vragen om een robuuster en veerkrachtiger groenareaal. ✓ Verstedelijking en groei: de uitbreiding van ASML en de bouw van duizenden woningen vergroten de druk op de ruimte, terwijl groen juist méér nodig is. ✓ Biodiversiteitsverlies: eenzijdige beplanting, beperkte verbindingen en intensief gebruik zorgen voor afnemende soortenrijkdom. ✓ Financiële druk: beheer en vervanging van groen vergt structurele investeringen, terwijl de middelen niet onbeperkt zijn. Kansen ✓ Groen kan een sleutelrol spelen bij klimaatadaptatie, gezondheid en leefbaarheid. ✓ Door slimmer te ontwerpen en beheren kan de levensduur van bomen en beplanting worden verlengd, waardoor kosten op de lange termijn lager uitvallen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat vooral oude bomen niet alleen bijdragen aan de biodiversiteit maar ook dat de CO2 opname groter is dan bij jonge bomen ✓ Bewoners en organisaties zijn bereid bij te dragen, bijvoorbeeld via participatieprojecten of onderhoud van buurtgroen. ✓ Aansluiting bij regionale en landelijke ambities biedt richting en vergroot de kans op samenwerking en financiering.

Het vertrekpunt (hoofdstuk 3) vormt de brug tussen de huidige situatie en de gewenste toekomst. Hierin worden de

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

5

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Uitgangspunten 1. Groen als basisvoorziening: niet optioneel, maar essentieel voor een gezonde leefomgeving. 2. Integraal beleid: groen wordt meegenomen in alle ruimtelijke en maatschappelijke keuzes. 3. Diversiteit en veerkracht: afwisseling in soorten, structuren en functies voorkomt kwetsbaarheid. 4. Samenwerking: gemeente, inwoners, bedrijven en organisaties dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid. 5. Langetermijnperspectief: keuzes worden niet alleen voor nu gemaakt, maar gericht op een duurzaam en toekomstbestendig Best in 2050. Het vertrekpunt maakt duidelijk dat de urgentie hoog is, maar dat er ook veel kansen liggen. Het plan is gestoeld op de overtuiging dat groen geen bijzaak is, maar een kernvoorwaarde om de groei van Best op een gezonde en duurzame manier mogelijk te maken.

Groenbeleidsplan Het groenbeleidsplan (hoofdstuk 4) vormt de kern van dit document. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente Best de komende tien jaar haar groen wil inrichten, beheren en versterken. Het gaat om een mix van concrete maatregelen en strategische keuzes die samen moeten zorgen voor een klimaatbestendig, biodivers en aantrekkelijk groenareaal. Doelen 1. Een robuuste groenstructuur: zorgen voor samenhang tussen parken, lanen, natuur en wijken, zodat een netwerk ontstaat dat ecologisch en recreatief functioneert. 2. Toegankelijk en beleefbaar groen: iedere inwoner moet binnen korte afstand toegang hebben tot kwalitatief groen. 3. Klimaatbestendige inrichting: groen inzetten tegen hittestress, droogte en wateroverlast, met nadruk op bomen en grotere kroonbedekking. 4. Kostenbewust en duurzaam beheer: investeren in gezonde

1. Inleiding

2. Huidige situatie

groeiplaatsen en levensduurverlenging, waardoor de waarde van het groen stijgt en de beheerkosten op termijn dalen. Instrumenten en richtlijnen ✓ De BEST-methode: Bodem als basis, Ecosysteemdiensten verbeteren, Santamour-regel en biodiversiteitsregels toepassen en Toekomstbestendig beheer. ✓ De 10-20-30 regel: spreiding in soorten, geslachten en families van bomen om kwetsbaarheid te verminderen. ✓ Zonering: verdeling van de gemeente in zones (centrum, wijken, buitengebied) met elk eigen richtlijnen voor beplanting en beheer. Uitwerking per zone ✓ Centrum en binnenwijken: nadruk op klimaatbomen die tegen hitte en verharding kunnen, gecombineerd met vergroening van straten en pleinen. ✓ Randwijken en buitengebied: meer ruimte voor inheemse soorten en versterking van biodiversiteit. ✓ Verbindingszones: groene linten en corridors die wijken en natuurgebieden verbinden. Beheer en uitvoering Het plan benadrukt dat goed beheer cruciaal is. Bomen en planten krijgen voldoende groeiruimte, onderhoud wordt cyclisch gepland en bewoners kunnen betrokken worden bij beheer van groen. Het groenbeleidsplan geeft Best een duidelijke koers: investeren in een groene en gezonde leefomgeving die bestand is tegen toekomstige uitdagingen. Groen is hierbij een kostenpost, maar ook een strategische investering in welzijn, klimaatadaptatie en de aantrekkelijkheid van het dorp.

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

Biodiversiteitsplan Het biodiversiteitsplan (hoofdstuk 5) vormt het tweede inhoudelijke deel van dit beleidsdocument. Het gaat specifiek in op het vergroten van de soortenrijkdom en de ecologische kwaliteit van Best. Het uitgangspunt is dat biodiversiteit niet alleen natuurwaarde oplevert, maar ook bijdraagt aan klimaatbestendigheid, gezondheid en leefkwaliteit. Doelen voor biodiversiteit 1. Versterken van ecologische verbindingen: zorgen dat groengebieden en natuurgebieden binnen en buiten de gemeente met elkaar verbonden zijn, zodat soorten zich beter kunnen verspreiden. 2. Vergroten van variatie: meer diversiteit in beplanting, zodat het groen minder kwetsbaar is en aantrekkelijker voor flora en fauna. 3. Ruimte voor natuurinclusief beheer: minder intensief maaien, meer bloemrijke graslanden, en inzetten op structuurrijk groen. 4. Betrekken van inwoners: biodiversiteit zichtbaar maken in de leefomgeving en stimuleren dat bewoners zelf bijdragen, bijvoorbeeld via het monitoren van planten en dieren in bepaalde gebieden. Maatregelen ✓ Aanplanten van gebiedseigen soorten waar dat kan, gecombineerd met klimaatrobuuste soorten die beter bestand zijn tegen hitte en droogte. ✓ Differentiatie in maaibeheer: minder vaak maaien van bermen en grasvelden, waardoor bloemen en insecten meer ruimte krijgen.

✓ Inrichting van biodiversiteitsplekken: wadi’s, poelen en natuurvriendelijke oevers. ✓ Vergroening van bebouwde omgeving en vergroening van bedrijventerreinen. ✓ Monitoring en kennisdeling: periodieke inventarisaties om ontwikkelingen te volgen en inwoners te informeren.

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

6

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Samenhang met andere doelen Het biodiversiteitsplan is nauw verweven met het groenbeleid. Meer variatie en ecologische kwaliteit versterken ook klimaatadaptatie (meer waterberging, minder hittestress) en sociale waarde (mooier en gezonder leefklimaat). Met het biodiversiteitsplan kiest Best voor een omslag: van groen dat vooral functioneel en esthetisch is, naar groen dat nadrukkelijk ook ecologische waarde toevoegt. Zo wordt de gemeente onderdeel van het bredere netwerk van natuur en kan biodiversiteit in de regio herstellen en groeien.

Participatie De gemeente Best vindt de betrokkenheid van inwoners belangrijk bij het beheer en de inrichting van het openbaar groen. Bij herinrichtingen worden de wensen van omwonenden vooraf geïnventariseerd. Bewonersinitiatieven om buurten te vergroenen of te beheren worden gewaardeerd en ondersteund. Delen van openbaar groen worden niet verhuurd aan particulieren, maar gebruik door verenigingen en stichtingen blijft wel mogelijk onder duidelijke voorwaarden. Communicatie, voorlichting en samenwerking Bij grote ontwikkelingen worden inwoners en belanghebbenden vanaf het begin betrokken. Heldere en tijdige communicatie is hierbij essentieel. De gemeente besteedt aandacht aan groeneducatie en geeft voorlichting over de waarde van groen en ecologisch beheer. Ook stimuleert de gemeente bewoners met voorpootrecht om bomen te planten en legt zij uit waarom minder maaien belangrijk is voor de biodiversiteit. De gemeente werkt samen met verschillende organisaties om de kwaliteit van het gemeentelijk groen te versterken, onder meer via de Klankbordgroep Groen, waarin partijen vertegenwoordigd zijn die zich inzetten voor natuur, landschap, duurzaamheid, erfgoed en recreatie.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

Financiën In hoofdstuk 7 wordt inzicht gegeven in de financiële kant van het Groen- en Biodiversiteitsplan. Groenbeleid vraagt om investeringen, maar levert ook maatschappelijke en economische baten op. Door helder te rekenen aan kosten en waarden, kan de gemeente bewuste keuzes maken voor een duurzaam en haalbaar beheer.

Financiële strategie De financiële analyse maakt duidelijk dat het groen van Best aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. Investeren in beheer en versterking van het groenareaal is noodzakelijk om die waarde te behouden én te vergroten. Daarmee is het Groenen Biodiversiteitsplan niet alleen een ecologische, maar ook een economische strategie voor een toekomstbestendige gemeente.

Vervangingswaarde en jaarkosten De theoretische vervangingswaarde van het totale groenareaal in Best bedraagt ruim 46 miljoen euro. Daarvan is het grootste deel toe te schrijven aan bomen en heesters, omdat deze zowel hoge aanschaf- als onderhoudskosten kennen. De jaarlijkse kosten voor vervanging worden geschat op 1.252.700 euro. Verdeling per beheergroep ✓ Bomen vormen met meer dan 21 miljoen euro de grootste kapitaalpost. Bomen in verharding zijn duurder in vervanging en beheer dan bomen in beplanting. ✓ Heesters, vaste planten en hagen vertegenwoordigen samen 22 miljoen euro. Deze beplantingen hebben hogere vervangings- en onderhoudskosten dan gras en gazons, maar ook hogere maatschappelijke baten. ✓ Gras en gazons hebben een lagere vervangingswaarde, maar blijven belangrijk voor recreatie en klimaatadaptatie. Goed beheer wordt nadrukkelijk neergezet als investering in plaats van louter een kostenpost. Bomen en groen leveren ecosysteemdiensten op: ze zorgen voor schaduw, vangen regenwater op, verbeteren luchtkwaliteit en dragen bij aan gezondheid en welzijn.

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

7

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................... 8

4.1.4

Onnodige verharding .....................................................22

5.7.1 GEN-kaart huidige situatie............................................40

1.1

Groen en biodiversiteit in Best .............................. 9

4.2

Groen en gezondheid........................................... 22

5.7.2

Ambitiekaart ....................................................................41

1.2

Raakvlakken (kaders wet- en regelgeving) ........... 9

4.2.1

Bereikbaarheid van groen ............................................22

1.2.1

Europese kaders................................................................9

4.2.2

Spelen en bewegen ........................................................22

6.

Participatie ..............................................42

1.2.2

Omgevingswet en omgevingsvisie ..............................10

4.2.3

Eetbaar en beleefbaar groen .......................................23

1.2.3

Beleidsakkoord Best 2022 - 2026 ................................10

4.2.4

Cultuurhistorisch groen .................................................23

7.

Financiën .................................................45

1.2.4

Speelruimtebeleidsplan 2013 ......................................10

4.2.5

Recreatie ...........................................................................24

1.2.5

Klimaatstresstest ............................................................10

4.3

Regelgeving en beheer ........................................ 24

1.2.6

Water- en Rioleringsprogramma ................................10

4.3.1

Bestaand groen en ruimtelijke ontwikkelingen

1.2.7

Soortenmanagementplan (SMP) ................................10

4.3.2

Ruimtelijke kwaliteit .......................................................25

1.2.8

Afwegingskader natuurinclusief bouwen .................11

4.3.3

Bomen ...............................................................................27

1.2.9

Principebesluit fusie Best - Oirschot ...........................11

4.3.4

Voorpootrecht .................................................................30

1.3

Afbakening ........................................................... 11

4.3.5

Soortkeuze beplanting ..................................................30

1.4

Participatie ........................................................... 12

4.3.6

Onderhoudskwaliteit .....................................................31

1.5

Leeswijzer ............................................................. 12

4.3.7

Ziektes, plagen en invasieve soorten ..........................31

4.3.8

Renovatie en vervanging...............................................31

Biodiversiteitsplan ...................................32

2.

25

Huidige situatie........................................13

2.1

Groen Best ............................................................ 14

2.2

Huidige biodiversiteit .......................................... 14

5.1

Gebiedsindeling ................................................... 33

5.1.1

Bebouwde kom ...............................................................33

5.1.2

Buitengebied ..................................................................34

3.

Vertrekpunt .............................................17

5.2

Basiskwaliteit Natuur .......................................... 35

4.

Groenbeleidsplan ....................................20

5.3

Ambassadeurs- en paraplusoorten..................... 35

4.1

Klimaatadaptatie ................................................. 21

5.4

Ecologisch beheer ................................................ 37

4.1.1

Klimaatadaptief groen ..................................................21

5.5

Monitoring ............................................................ 38

4.1.2

Groen en water ................................................................21

5.6

Bewustwording creëren ...................................... 39

4.1.3

Groennorm .......................................................................22

5.7 GEN-kaart en ambitiekaart ....................................... 40

2. Huidige situatie

Bijlage 2: Resultaten enquête inwonerspanel ....57 Bijlage 3: Verwerking van de participatie ..........72 Bijlage 4: Adviesrapport voor een klimaatbestendig en klimaatadaptief boomareaal voor Best. ......................................75 Bijlage 5: Ambassadeurs- en paraplusoorten ....77

5.

1. Inleiding

Bijlage 1: Begrippenlijst .....................................48

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

Bijlage 6: Stappenplan vervanging speeltoestellen. .................................................85

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036

1.

Inleiding

Groen maakt van Best een aantrekkelijke gemeente om in te wonen. Niet alleen het groen in de kernen, maar ook in het buitengebied zorgt voor een prettige leefomgeving. In dit hoofdstuk schetsen we kort een beeld van groen en biodiversiteit in de gemeente en kijken we naar beleid binnen de gemeente en daarbuiten. Ook beschrijft dit hoofdstuk wat de afkadering van dit beleidsplan is en hoe het tot stand is gekomen. Foto: biodivers plantsoen aan de Broekbeemd in Best.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

9

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

1.1

Groen en biodiversiteit in Best

1.2.1 Europese kaders

Best is trots op haar groen. De gemeente wil graag een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving bieden aan haar inwoners. Groen en biodiversiteit zijn daar een onlosmakelijk onderdeel van. Groene gebieden in en om Best hebben grote waarde: ze hebben voordelen voor inwoners, geven leefruimte aan dieren en planten en helpen de gevolgen van klimaatverandering te verminderen door onder andere koeling en wateropvang te bieden. Parels in de gemeente zijn onder andere natuurgebied De Scheeken en De Nieuwe Heide met het Langven, maar ook de groene parken binnen de bebouwde kom zoals de Koetshuistuin, het Wilhelminapark en het Kruispark. Op basis van het groenbeleidsplan uit 2012 heeft de gemeente Best de afgelopen jaren gewerkt aan de instandhouding en waar mogelijk uitbreiding van waardevolle groenstructuren. Door de huidige omstandigheden waarin klimaatverandering zich laat voelen en biodiversiteitsverlies steeds zichtbaarder wordt, is een actualisatie van dat plan gewenst. Deze ontwikkelingen, die ook hun effect hebben op het groenbeheer, zijn in dit plan verwerkt. Ook is nieuw beleid zoals de Omgevingsvisie Best en de Europese natuurherstelwet opgenomen.

1.2

Raakvlakken (kaders wet- en regelgeving)

Het gemeentelijk groenbeleid staat niet op zichzelf. Het groen is één van de zaken in de openbare ruimte waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Maar ook bijvoorbeeld voor bouwplannen, water en riolering. Naast lokale en regionale belangen spelen er ook nog landelijke en zelfs Europese regels en kaders mee.

Natuurherstelwet De Natuurherstelwet is een verordening van de Europese Unie (EU) die bedoeld is om biodiversiteit en ecosystemen binnen de EU te herstellen. Dat wil zeggen: de verdere achteruitgang van habitats en soorten voorkomen. Met deze wet wil de EU bijdragen aan klimaatadaptatie en het verzachten van de gevolgen van klimaatverandering. Ook het versterken van de voedselzekerheid is een doel. In de wet zijn specifiek doelstellingen opgenomen voor stedelijke ecosystemen: • Geen nettoverlies van stedelijke groene ruimten en boomkroonbedekking in elke stad of dorp tegen 2030 ten opzichte van de situatie in 2024. • Een stijgende trend in het areaal stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking tegen 2050. Vanaf 1 januari 2031 moet boomkroonbedekking elke zes jaar worden gemeten, totdat een bevredigend niveau is bereikt. Het advies is minimaal 10% boomkroonbedekking in de stad/het dorp te hebben. Deze verplichting geldt op nationaal niveau voor stedelijke groene ruimtes. De toename in boomkroonvolume geldt voor elk stedelijk ecosysteemgebied.

Voor ecosystemen die er slecht aan toe zijn geldt een extra verplichting. Dat gaat bijvoorbeeld over bloemrijke graslanden die zijn verruigd of verdwenen, verdroogde bossen, verarmde heidegebieden en landbouwgebieden met weinig ruimte voor natuur. De verplichtingen bestaan uit: • Uiterlijk in 2030 moet 30% van deze aangetaste gebieden hersteld zijn. • In 2040 moet dit zijn opgelopen naar 60%. • In 2050 moet 90% van deze gebieden hersteld zijn. Het gaat hier om daadwerkelijk ecologisch herstel, zoals het terugbrengen van oorspronkelijke vegetatie, verbeteren van bodem- en waterkwaliteit, herstel van leefgebieden van soorten en het verbinden van versnipperde natuur. De gemeente Best draagt al bij aan deze doelen via haar beleid voor ecologisch bermbeheer. In de komende jaren zal Best deze inzet mogelijk moeten uitbreiden of verbreden om ook aan de strengere doelen voor 2040 en 2050 te voldoen.

In de Europese Natuurherstelwet zijn concrete verplichtingen voor herstel van natuur opgenomen die ook gelden voor het buitengebied. Dat buitengebied bestaat uit een mix van agrarisch gebied, natuurgebieden (zoals heide en bossen) en landschappelijke elementen zoals bermen, houtwallen en sloten. De wet verplicht EU-lidstaten om herstelmaatregelen door te voeren op minstens 20% van hun landoppervlak vóór 2030. Dat betekent dat in elk land een aanzienlijk deel van het landschap moet worden aangepakt om de biodiversiteit te verbeteren, de natuur weerbaarder te maken tegen klimaatverandering en ecosystemen duurzaam te herstellen. Afbeelding 1: ecologisch bermbeheer geeft voedsel aan insecten.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

10

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

1.2.2 Omgevingswet en omgevingsvisie Vanaf januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze stelt dat elke gemeente een omgevingsvisie moet hebben. In de visie Best 2040: dorp van formaat is veel aandacht voor groen: het versterken van de groene leefomgeving is opgenomen als één van de drie kernopgaven. Er is aandacht voor de gebruiks-, belevings- en ecologische waarde van het groen in wijken en buitengebied. Een gezonde, samenhangende hoofdgroenstructuur is een van de doelen. De visie is in ontwikkeling. Ook in volgende visies zal er aandacht zijn voor groen.

1.2.3 Beleidsakkoord Best 2022 - 2026 In het Beleidsakkoord Best 2022-2026 is aandacht voor groen en biodiversiteit, de openbare ruimte en spelen. De gemeente stimuleert vergroening van de openbare ruimte om biodiversiteit en klimaatadaptatie te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door de aanleg van wadi’s. In natuurgebieden blijft ruimte voor recreatie, maar zullen ook zones worden toegewezen zonder menselijke activiteit, om natuurwaarden te behouden. Ook door deelname aan het Van Gogh Nationaal

Park draagt de gemeente bij aan natuurontwikkeling en -bescherming. Het is belangrijk dat de openbare ruimte schoon, veilig, toegankelijk en klimaatbestendig is. Bij her(inrichting) van straten en wijken heeft de gemeente aandacht voor vergroening, onder andere door het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen zoals wadi’s en verwijderen van overbodige verharding. Inwoners worden door middel van communicatie en subsidies gestimuleerd om hun eigen ruimte te vergroenen. De gemeente ondersteunt beweging, spelen en sporten in de openbare ruimte en investeert in speel- en sportvoorzieningen. Bij de ontwikkeling hiervan worden inwoners betrokken. Natuurlijk spelen en speelaanleidingen worden meegenomen bij herinrichting van wijken.

1.2.4 Speelruimtebeleidsplan 2013 Het Speelruimtebeleidsplan biedt een praktische en beleidsmatige basis om het spelen in de openbare ruimte in Best veilig, aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het beschrijft hoe de gemeente zorgt voor voldoende, veilige en goed onderhouden speelplekken voor kinderen. Het plan gaat uit van het belang van spelen voor de ontwikkeling van kinderen. In het plan is opgenomen dat minimaal 3% van de bouwblokken in een buurt moet worden ingericht als formele speelruimte. Daarmee volgt de gemeente de norm die deskundige instanties en het toenmalige ministerie van VROM aanbevelen.

1.2.5 Klimaatstresstest

Afbeelding 2: kaart uit de klimaatstresstest met het hitte-eiland effect.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

In 2022 is een klimaatstresstest uitgevoerd. Hierbij werden de gevolgen van hittestress, wateroverlast en droogte in kaart gebracht. Bij de steeds vaker voorkomende extreme buien (bijv. van 70 mm in één uur) treedt in verschillende wijken wateroverlast op. Wat betreft hittestress is er sprake van het stedelijk hitte-eiland effect (temperatuurverschil met het

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

buitengebied) van 0,05° C tot 3,5° C. Dit speelt vooral in het centrum, Oud Best en op de bedrijventerreinen. Plekken waar veel bebouwing, (donkere) verharding en weinig groen is. Wat betreft droogte signaleert de stresstest dat door klimaatverandering steeds langere droge periodes voor gaan komen, met name in de zomer. Best, gelegen op zandgrond en met een diepe grondwaterstand, kan watertekorten verwachten. Dit leidt tot schade aan openbaar groen en landbouw.

1.2.6 Water- en Rioleringsprogramma De input van de klimaatstresstest, waarin een beeld geschetst is van te verwachten wateroverlast, is verwerkt in het gemeentelijke water- en rioleringsplan. Klimaatadaptatie, waterkwaliteit verbeteren en vervanging en onderhoud zijn hierin belangrijke thema’s. Hemelwater wordt geïnfiltreerd of gebufferd en in het plan is aandacht voor het op peil houden van het grondwaterpeil. Door toenemende structurele onttrekkingen van grondwater ligt hier een uitdaging.

1.2.7 Soortenmanagementplan (SMP) Gemeente Best is in 2025 gestart met het opstellen van een Soortenmanagementplan (SMP). Dit plan richt zich op de bescherming van gebouwbewonende soorten, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen, bij werkzaamheden als isolatie en renovatie van woningen. In het SMP komt een overzicht van de waargenomen soorten en hun locaties binnen de gemeente. Met een gebiedsvergunning kunnen ontwikkelingen vervolgens efficiënter verlopen, omdat niet voor elke ingreep afzonderlijke een vergunning nodig is. Tegelijk worden mitigerende en compenserende maatregelen vastgelegd om leefgebieden te behouden en te versterken. Zo voldoet de gemeente aan de verplichtingen uit de Omgevingswet. Het SMP draagt bij aan een natuurinclusieve uitvoering van projecten en het versterken van de biodiversiteit in Best.

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

11

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

1.2.8 Afwegingskader natuurinclusief bouwen ‘Natuurinclusief bouwen’ houdt in dat in bouw- en gebiedsontwikkelingsprojecten natuur altijd wordt meegewogen. Hierbij worden maatregelen getroffen in, aan, om of op gebouwen en in de omliggende private en openbare ruimte om de biodiversiteit te versterken. Gemeente Best geeft met het Afwegingskader natuurinclusief bouwen invulling aan een gezonde verstedelijking met aandacht voor biodiversiteit en groenvoorzieningen. Een belangrijk onderdeel van het afwegingskader is de opname van de afspraak met het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) om 8 m2 groen toe te voegen per nieuwe woning. Het doel van de regioafspraak is om verstedelijking samen te laten gaan met een prettig leefklimaat, met klimaatadaptieve en natuurinclusieve buurten en gebouwen. Dit doen we door het toevoegen van meer en beter binnenstedelijk groen.

1.2.9 Principebesluit fusie Best - Oirschot Op 1 juli 2025 hebben de gemeenteraden van Best en Oirschot ingestemd met een principebesluit om een fusie van de twee gemeenten verder te onderzoeken. In navolging daarvan wordt gewerkt aan een herindelingsontwerp. In maart 2026 nemen de gemeenteraden een definitief besluit. Gemeente Oirschot wordt conform de intergemeentelijke afspraken geïnformeerd over dit beleidsplan vóór vaststelling in de Bestse gemeenteraad.

1.3

Afbakening

Het groenbeleids- en biodiversiteitsplan gaat over de bestaande openbare ruimte (inclusief openbare speelplaatsen) en specifiek over de volgende gebieden: • de bebouwde kom; • gemeentelijk cultuurgroen in het buitengebied; • landschapselementen (binnen de bebouwde kom én in het buitengebied); • gemeentelijk natuurgebied De Scheeken. Dit plan richt zich op het beheer van het bestaande openbare groen en laat zien hoe groen kan bijdragen aan belangrijke thema’s als klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen - zoals de aanleg van nieuwbouwwijken waar openbaar groen onderdeel van uitmaakt - vallen niet onder dit plan. Wel biedt dit groenbeleids- en biodiversiteitsplan richtlijnen voor de functionele en technische invulling van nieuw te ontwikkelen groen, inclusief speelplaatsen. Dit plan vult daarmee het speelruimtebeleidsplan aan. De kwaliteitsnormen voor het beheer en onderhoud van openbaar groen zijn vastgelegd in het Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (KOR) en vallen buiten de scope van dit plan.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

Klankbordgroep Groen De Klankbordgroep Groen is een samenwerkingsverband waarin vertegenwoordigers van negen verschillende organisaties zitting hebben. Dit zijn: • Populierenwerkgroep Het Groene Woud • Bewonersoverleg Buitengebied Aarle-Heikant (BOBAH) • ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie) • Bewonersoverleg Best-Oost (BOBO) • Jagersvereniging Best • Erfgoedvereniging Dye van Best • Best Duurzaam (BD) • IVN Best • Gemeente Best De klimaatburgemeester is officieel geen lid van de klankbordgroep, maar wel betrokken. Samen zetten zij zich in om het groen, de natuur en het landschap binnen de gemeente te behouden en te versterken. De groep vervult een belangrijke advies- en verbindingsrol tussen beleid, praktijk en samenleving. De taken van de Klankbordgroep Groen zijn als volgt: 1. Adviseren over de algemene beleidsontwikkeling en projecten op de thema’s landschap, natuur, groen, recreatie en erfgoed. 2. Adviseren over gemeentelijk groenbeleid en groenprojecten, zonder daarbij zelf besluiten te nemen. 3. Delen van informatie over groen tussen de deelnemende organisaties onderling en met de gemeente. 4. De lokale politiek zelfstandig bevragen om groene thema’s nadrukkelijk op de politiek-maatschappelijke agenda te krijgen en te houden. 5. Steunen en (deels) uitvoeren van kleinschalige groenprojecten. 6.

Maandelijks vergaderen (met uitzondering van de zomermaanden) over actuele onderwerpen en kansen voor het versterken van het groen in Best.

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

12

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

1.4

Participatie

Dit groenbeleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met verschillende partijen. Tijdens het opstellen zijn bijeenkomsten georganiseerd met beleidsmedewerkers van de gemeente Best en met de leden van de Klankbordgroep Groen, die in de beginfase hebben meegedacht en feedback hebben gegeven op conceptversies. Ook inwoners van Best zijn betrokken via een enquête onder een inwonerspanel. De resultaten daarvan zijn te vinden in bijlage 2 en bijlage 3.

1.5

Leeswijzer

Dit Groenbeleids- en biodiversiteitsplan bestaat uit verschillende onderdelen die samen richting geven aan hoe de gemeente Best omgaat met groen, natuur en biodiversiteit. Het document is omvangrijk, maar door de opbouw kunt u gemakkelijk de informatie vinden die voor u relevant is. Hoofdstuk 1 – Inleiding Hier vindt u de achtergrond van het plan: waarom het is opgesteld, hoe het aansluit bij landelijke en Europese regels en welke beleidsstukken en kaders er aan ten grondslag liggen. Ook leest u hoe participatie met inwoners en partners is meegenomen en waar het plan zich wel en niet op richt. Hoofdstuk 2 – Huidige situatie Dit hoofdstuk schetst het startpunt: hoeveel en welk type groen er in de gemeente aanwezig is, hoe het groen is verdeeld over kern en buitengebied en hoe het staat met de biodiversiteit. Ook zijn hier de resultaten opgenomen van de enquête onder het inwonerspanel, waarin bewoners hun mening hebben gegeven over groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Hoofdstuk 3 – Vertrekpunt Hier leest u hoe de inbreng van inwoners, de Klankbordgroep Groen en ambtelijke collega’s is verwerkt in dit plan. Per thema

1. Inleiding

2. Huidige situatie

– klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, regelgeving en beheer – wordt toegelicht welke input is ontvangen en hoe die een plek heeft gekregen.

zoals de volledige resultaten van het inwonerspanel, het stappenplan voor vervanging van speeltoestellen en een begrippenlijst.

Hoofdstuk 4 – Groenbeleidsplan Dit hoofdstuk vormt de kern van het beleid. Het beschrijft hoe de gemeente groen inzet voor klimaatadaptatie, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en beheer. Specifieke onderwerpen zoals bomen, speelplekken, verharding, cultuurhistorisch groen en regelgeving komen uitgebreid aan bod. Hoofdstuk 5 – Biodiversiteitsplan In dit deel staat de biodiversiteit centraal. Het grondgebied van Best is opgedeeld in deelgebieden (bebouwde kom en buitengebied), met per gebied ambassadeurs- en paraplusoorten. Daarmee krijgt biodiversiteit een concreet gezicht en kan het beheer gericht worden uitgevoerd. Ook is aandacht voor ecologisch beheer, monitoring en bewustwording. Hoofdstuk 6 – Participatie Dit hoofdstuk geeft richting aan hoe inwoners en andere partners betrokken worden bij het beheer en de inrichting van het groen. Ook leest u hier hoe de gemeente omgaat met initiatieven vanuit de samenleving. Hoofdstuk 7 – Financiën Dit hoofdstuk beschrijft de financiële kaders en laat zien welke waarde het huidige groenareaal vertegenwoordigt en welke structurele middelen nodig zijn voor beheer en vervanging. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende beheergroepen, zoals bomen, heesters, vaste planten en gazons. Bijlagen De bijlagen bevatten verdieping en achtergrondinformatie,

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036

2.

Huidige situatie

In dit hoofdstuk geven we een overzicht van het bestaande groen in 2025. We laten zien hoe het groen is opgebouwd, hoeveel er is en welke kenmerken en bijzondere locaties opvallen Ook beschrijven we de stand van de biodiversiteit: welke planten- en diersoorten leven in onze gemeente? Tot slot presenteren we de resultaten van de enquête onder het inwonerspanel, waarin inwoners hun waardering voor het groen én hun wensen voor verbetering hebben gedeeld. Foto: park Koetshuistuin aan de Hoofdstraat in Best.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

14

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

2.1

Groen Best

2.2

De gemeente heeft een bepaald areaal groen in beheer. Hieronder een beknopt overzicht van de groentypen en -hoeveelheden die in 2025 beheerd worden (peildatum 1 januari 2025). Dit groen is verdeeld over zowel het bebouwde als het buitengebied. Tabel 1: stedelijk groen en hoeveelheden

Tabel 2: groen in het buitengebied en hoeveelheden

Stedelijk groen

Hoeveelheid

Groen in het buitengebied

Hoeveelheid

Bomen

14296 stuks

Laanbomen

11484 stuks

Bosplantsoen

15,46 hectare

Landschapselementen

16 hectare

Heesters

24,30 hectare

Bermen buitengebied

18 hectare

Vaste planten

0,67 hectare

Bloemrijk/ hooigrasland

7,68 hectare

Heesterrozen

0,33 hectare

Plasdras en oeverzones

0,83 hectare

Mos – sedum

0,91 hectare

Poelen

14 stuks

Klim- en leiplanten Hagen

275 meter

Watergangen

areaal wordt in 2026 in kaart gebracht

Hagen

5,20 hectare

Gazons (incl. gazons met bloembollen)

37,86 hectare

Gras extensief

57 hectare

Speeltuinen

139 stuks

Speel- en sporttoestellen*

736 stuks

Watergang (oever)

9217 meter

1. Inleiding

2. Huidige situatie

Huidige biodiversiteit

Voor het opstellen van biodiversiteitsbeleid is het essentieel om de huidige biodiversiteit binnen de gemeente in beeld te brengen. Op basis van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn beschermde soorten en Basiskwaliteit Natuur (BKN)-soorten geïnventariseerd die in de afgelopen vijf jaar in de gemeente Best zijn waargenomen. Daarbij is gekeken naar zowel de bebouwde kom als het buitengebied. Daarnaast is gebruikgemaakt van reeds bestaande inventarisatierapporten die zijn opgesteld in het kader van monitoringsprojecten binnen de gemeente Best. Deze aanvullende gegevens bieden waardevolle inzichten in trends en lokale aandachtspunten. Bebouwde kom De bebouwde kom van Best omvat woonwijken, bedrijventerreinen, tuinen, parken, bermen, watergangen en infrastructuur. Ondanks de verstedelijking blijkt dit gebied een verrassend rijke biodiversiteit te herbergen. In tuinen, plantsoenen en parken komen insecten voor als het klein koolwitje, zwart weeskind en diverse nachtvlinders. Ook bijzondere wilde bijensoorten, waaronder de kortsprietgroefbij, de donkere dubbeltand en de verscholen dwergbloedbij, weten hun plek te vinden tussen de bebouwing. Bijzondere planten als de bijenorchis, aardaker en akkerereprijs, en paddenstoelen als de vliegenzwam en parelamaniet duiken op in halfnatuurlijke hoekjes en ruigere stadsranden.

Gebouwen en infrastructuur met openbaar groen in de directe nabijheid bieden leefruimte aan soorten als de huismus, gierzwaluw en dwergvleermuis, die gebruikmaken van nestgelegenheid in spouwmuren, dakranden en andere structuren. Elementen als groene erfafscheidingen, gevelgroen, bloemrijke gazons en waterpartijen dragen bij aan de geschiktheid van de bebouwde kom als leefgebied én als verbindende schakel naar het buitengebied. Buitengebied Het buitengebied van Best omvat waardevolle bos- en heidegebieden, afgewisseld met agrarische gronden. Deze gebieden bieden een mozaïek van leefomgevingen voor een grote diversiteit aan planten- en diersoorten.

* hiermee bedoelen we doeltjes bij een trapveld, tafeltennistafels en fitnesstoestellen.

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

Natuurgebied De Mortelen en De Scheeken De Mortelen en De Scheeken vormen samen een bijzonder natuurgebied met hoge biodiversiteitswaarden. Het landschap bestaat uit gevarieerde bossen, oude populierenlanen, zoomvegetaties en vochtige laagtes met drassige plekken en slootjes. Deze afwisseling biedt leefruimte aan een rijke en karakteristieke flora en fauna. In de bossen en zomen groeien onder meer bosanemoon, welriekende agrimonie, eenbes, wegedoorn en een rijke mosvegetatie. Hier

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

15

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

leeft ook een rijke variatie aan bosvogels, waaronder de groene specht, zwarte specht, grote, middelste en kleine bonte specht, wespendief, houtsnip en goudvink. De overgangszones tussen bos en open terrein vormen een geschikt habitat voor reptielen, zoals de levendbarende hagedis die op meerdere plekken is aangetroffen. Vochtige graslanden en slootkanten herbergen soorten als pinksterbloem, slanke sleutelbloem, echte koekoeksbloem, borstelbies, liggend hertshooi, watermunt, wolfspoot en adderwortel — een karakteristieke soort van Brabantse leemgronden. De recente waarnemingen van blauwe zegge, geelgroene zegge, veldlathyrus, naaldwaterbies en akkerhoornbloem tonen een verdere toename in soortenrijkdom. Ook voor bijzondere insectensoorten is het gebied van belang: de zeldzame boktor Stictoleptura scutellata werd aangetroffen in het leembosgebied en wortelkluiten in houtrillen bieden geschikte nestplekken voor de zeldzame gewone schoorsteenwesp. Voor diverse bijensoorten zijn planten als moerasrolklaver, bosandoorn, grote kattenstaart en paardenbloem aantrekkelijk. Binnen de bijzondere bijensoorten zijn onder andere groepjesgroefbij, bruine slobkousbij, andoornbij, zwartgespoorde houtmetselbij en distelbehangersbij nog steeds aanwezig en in sommige gevallen zelfs toegenomen. Ook grotere zoogdieren als de das en boommarter komen voor in het gebied.

Agrarisch gebied Het agrarisch-recreatief landschap bestaat voornamelijk uit akkers, graslanden, boerderijen met erfbeplanting, houtwallen, poelen, sloten en verspreid liggende recreatievoorzieningen. Dit kleinschalige cultuurlandschap biedt leefruimte aan verschillende soorten. Hier groeien karakteristieke inheemse planten als het boerenwormkruid, duizendblad, schermhavikskruid, gewoon biggenkruid, mannetjesereprijs en zandblauwtje. Deze kruiden trekken talloze insecten aan, waaronder het oranje zandoogje, zwartsprietdikkopje en diverse bijensoorten zoals de zeldzame weidemaskerbij. De droge, schraalzandige overgangen tussen houtwal en zandpad blijken bovendien waardevol voor koekoeksbijen, zoals wespbijen (Nomada spp.) en bloedbijen (Sphecodes spp.), die respectievelijk zandbijen en groefbijen als gastheer gebruiken. In de kruidenrijke bermen en langs de slootkanten komen onder andere grote wederik, moerasrolklaver, pinksterbloem, speenkruid, witte en paarse dovenetel en kruipende boterbloem voor. De sloten en poelen bieden leefruimte aan amfibieën zoals de kleine watersalamander en bruine kikker. Zoogdieren zoals egel, vos en hermelijn maken gebruik van ruige randen, houtwallen met braamstruweel en erfbeplanting.

Op en rond de erven broeden de huismus en boerenzwaluw, beide soorten die op landelijke schaal onder druk staan en in het open landschap zijn algemene soorten als houtduif, buizerd en torenvalk geregeld aanwezig. Het agrarisch-recreatief landschap is daarmee van belang als leefgebied voor diverse planten, insecten, amfibieën, vogels en zoogdieren. Bovendien functioneert het als verbindende schakel tussen grotere natuurkernen zoals De Mortelen, De Scheeken en de Nieuwe Heide. Heidegebieden De heidegebieden Nieuwe Heide en Aarlesche Heide bestaan uit droge en vochtige heide, open zandige plekken, vennen, natte laagten en struweel. Deze variatie tussen nat en droog, en open en begroeid is ecologisch bijzonder waardevol. In deze biotopen zijn onder andere soorten aangetroffen als dophei, struikhei, zonnedauw en wilde lijsterbes. Zandige, schrale plekken worden benut door insecten waaronder de grote groene sabelsprinkhaan, bloedrode heidelibel en venwitsnuitlibel. Open plekken zijn geschikt voor reptielen zoals de levendbarende hagedis. In de natte delen en poelen komen de gewone pad, heikikker en alpenwatersalamander voor. Verder is het heidegebied van belang voor de nachtzwaluw en in de meer open en meer ruige delen voor zoogdieren als konijn en vos.

Afbeelding 3: natuurgebied De Scheeken.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

16

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Heideontginningsgebieden Het heideontginningslandschap bestaat uit agrarische gronden, vochtige laagten, ruigteranden en zandpaden met schrale bermen. Dit open landschap wordt gekarakteriseerd door lemige zandgronden waarin de sporen van voormalige heidevelden nog zichtbaar zijn. Het is een belangrijk leefgebied voor uiteenlopende soorten insecten, planten en vogels. Veel voorkomende soorten zijn onder meer veldkrekel, akkerhommel, heidesabelsprinkhaan, boomklever en kuifmees. De veldkrekel, die geldt als kwetsbaar op de Rode Lijst, is opvallend talrijk waargenomen, een gevolg van extensief beheerde schrale bermen. Ook het groot dikkopje – een typische vlinder van kruidenrijke randen – komt veel voor. Opvallende libellen- en sprinkhaansoorten zoals tengere pantserjuffer, moerassprinkhaan en bruine winterjuffer wijzen op een gevarieerd microklimaat en voldoende water in vennen en laagten. Het gebied herbergt diverse ruigte- en schraallandplanten die van belang zijn als nectarbron en waardplant. En de overgangszones tussen de zandgronden en het landbouwgebied zijn waardevol voor specialisten zoals graafbijen, zandbijen en hun parasitaire koekoeksbijen.

Afbeelding 4: recreanten in natuurgebied De Nieuwe Heide.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036

3.

Vertrekpunt

In dit hoofdstuk laten we zien hoe we de basis voor dit groenbeleidsplan hebben gelegd. We starten met de uitgangspunten: het streven naar voldoende kwalitatief, vitaal en divers groen dat bijdraagt aan drie hoofdthema’s: klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit. Omdat groen ons allemaal aangaat, hebben we inwoners, organisaties en collega’s actief betrokken bij het opstellen van dit plan. Hun ideeën en zorgen zijn zorgvuldig afgewogen en waar mogelijk verwerkt. Zo is er een breed gedragen vertrekpunt ontstaan, waarmee we samen kunnen bouwen aan een groene, gezonde en biodiverse gemeente. Foto: ecologisch bermbeheer aan de Ringweg in de wijk Heuveleind in Best.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

18

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

De gemeente Best heeft als doel haar inwoners een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving te bieden. Groen speelt daarin de centrale rol: het heeft natuurwaarde, maar is er ook om te gebruiken en te beleven. Daarmee vormt groen een onmisbaar onderdeel van een leefomgeving waarin mens en dier zich prettig voelen. Best streeft ernaar een groene gemeente te zijn, met voldoende kwalitatief, vitaal en divers groen dat bijdraagt aan drie hoofdthema’s: • klimaatadaptatie • groen en gezondheid • biodiversiteit Bij het realiseren van voldoende kwalitatief groen kunnen knelpunten ontstaan, omdat andere functies als wonen, parkeren, infrastructuur en kabels en leidingen ook ruimte opeisen. Daarom hanteren we een integrale aanpak, waarbij verschillende beleidsvelden nauw samenwerken. Dit zorgt voor efficiënt gebruik van de beschikbare middelen en een goede afstemming van regelgeving en beheer. Door bewust te kiezen voor een groene invulling en inwoners actief te betrekken, ontstaat draagvlak en sluiten de maatregelen beter aan bij de wensen en behoeften. Zo benut de gemeente de beschikbare ruimte optimaal en draagt groen bij aan een gezonde, klimaatbestendige en biodiverse leefomgeving.

3.1

Verwerking van de participatie

Het groen in Best is van ons allemaal. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat inwoners, organisaties en andere betrokkenen hebben kunnen meedenken bij de totstandkoming van dit groenbeleids- en biodiversiteitsplan. Voor dit plan zijn verschillende vormen van participatie ingezet: • Een enquête onder het inwonerspanel: ruim 800 inwoners hebben hun mening gegeven over het groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. • Klankbordgroep Groen: hierin zijn lokale organisaties en belangenvertegenwoordigers betrokken die hun kennis en perspectief hebben ingebracht (zie kader bij paragraaf 1.4). • Bijeenkomsten met beleidsmedewerkers: interne afstemming om de plannen goed aan te laten sluiten bij lopende ontwikkelingen en beleid. Deze combinatie van perspectieven heeft gezorgd voor een breed gedragen en toekomstgericht plan. In bijlage 3 is opgenomen hoe de resultaten uit de gehele participatie zijn verwerkt in het plan. Daarbij maken we inzichtelijk welke wensen en signalen naar voren zijn gekomen en op welke manier deze zijn meegenomen in de keuzes die gemaakt zijn.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

3.1.1 Resultaten inwonerspanel In het voorjaar van 2025 is het inwonerspanel van Best geraadpleegd. In totaal 830 inwoners hebben via een vragenlijst hun mening gegeven over het openbaar groen, de klimaatadaptatie en de biodiversiteit. In bijlage 2 is het volledige onderzoek opgenomen. Openbaar groen De meeste deelnemers aan het onderzoek zijn tevreden over het groen in hun wijk en in de gemeente (89%) en ervaren dat dit bijdraagt aan een gezonde leefomgeving (86%). Over de uitstraling van het groen zijn zij wat minder enthousiast: 64% vindt het groen in de gemeente mooi. Ongeveer de helft van de geënquêteerden geeft aan dat hun wijk voldoende groen bevat en dat het groen aangenaam is om in te verblijven en anderen te ontmoeten, terwijl een vijfde aangeeft dat dit niet het geval is. Maar liefst 78% is het eens met het idee om speelplekken een meer natuurlijke uitstraling te geven, en 16% wil graag meer groen rondom de speel- en ontmoetingsplekken. Twintig procent van de respondenten wil samen met andere inwoners het openbaar groen in hun wijk onderhouden. Opvallend is dat de meerderheid (57%) vindt dat biodiversiteit in het groen belangrijker is dan dat het er strak en netjes uitziet. Klimaatadaptatie De aanpak van klimaatadaptatie door de gemeente krijgt gemiddeld een rapportcijfer van 6,5.

Driekwart van de deelnemers geeft een voldoende, een kwart daarvan zelfs een 8 of hoger. In het centrum zijn inwoners kritischer: hier geeft ruim de helft (52%) een onvoldoende. Bij de vraag welke acties de gemeente kan toepassen qua klimaatadaptatie bleek dat het vervangen van overbodige verharding de meest populaire maatregel is, gevolgd door tijdelijke waterberging in het groen bij hevige regenval. Als deelnemers wordt gevraagd te kiezen tussen meer groen of extra parkeerplaatsen, kiest 59% voor meer groen. Dat kan samenhangen met de behoefte aan voldoende koele, groene plekken voor warme dagen. Een derde vindt dat er al genoeg koele, groene plekken zijn, terwijl 36% aangeeft dat er juist meer nodig zijn. Ook maatregelen als het aanleggen van wadi’s en aanplanten van bomen voor schaduw krijgen brede steun. Over kleinere maatregelen zoals het aanleggen van verlaagde stoepbanden ter vervanging van straatkolken is iets minder dan de helft (49%) enthousiast. Biodiversiteit De gemeentelijke inzet voor biodiversiteit wordt gemiddeld met een 6,4 beoordeeld. Driekwart van de deelnemers geeft een voldoende, een kwart daarvan een 8 of hoger. Net als bij klimaatadaptatie komt de meeste kritiek van inwoners uit het centrum, 47% van hen geeft een onvoldoende. Een

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

19

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

grote meerderheid vindt het belangrijk dat natuur meer ruimte krijgt in de openbare ruimte en ziet de meeste kansen in maatregelen als natuurlijke plaagdierbestrijding, meer natuurlijke bermen met kruiden en bloemen en meer afwisseling in kleur en bloei van planten in gemeentelijk groen. Ook insectenhotels, het aanplanten van struiken en kleine bosjes, en het meer toepassen van fruitbomen en -struiken worden redelijk positief ontvangen, ruim de helft is enthousiast. Minder draagvlak is er voor maatregelen als minder vaak maaien van gazons, dood hout laten staan of stroken met wildere beplanting toestaan. Dit is opvallend omdat er eerder nog door 57% van de inwoners aangegeven werd dat biodiversiteit in het groen belangrijker is dan netheid. Er is dus minder enthousiasme voor concrete maatregelen die dit bereiken.

Afbeelding 5: bewegen in het groen langs het Beatrixkanaal in stadsdeel Breeven.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036

4.

Groenbeleidsplan

In dit hoofdstuk staan de belangrijkste uitgangspunten voor het groenbeleid van de gemeente Best. We beschrijven hoe groen bijdraagt aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid, en laten zien welke rol deze thema’s spelen in ander beleid van de gemeente. Ook leggen we uit hoe de beheerorganisatie deze vertaalt naar de praktijk met speciale aandacht voor de relatie met ruimtelijke ontwikkelingen en het gemeentelijke bomenbestand. Foto: vijver in het Wilhelminapark in de wijk Wilhelminadorp in Best.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

21

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

4.1

Klimaatadaptatie

De gevolgen van klimaatverandering zijn al langer merkbaar in onze leefomgeving: langere periodes van droogte, zware buien met wateroverlast en steeds vaker hittegolven. Sommige gebieden verdrogen met als gevolg schade aan natuur en groen. Gemeente Best neemt maatregelen om de leefomgeving zo in te richten dat die bestand is tegen het extreme weer. Dit noemen we klimaatadaptatie. In de volgende paragrafen lichten we toe hoe we dat aanpakken.

4.1.1 Klimaatadaptief groen We realiseren zoveel mogelijk effectief groen om ons gebied klimaat- en toekomstbestendig te maken en beheren ons groen waar het kan klimaatadaptief. Dit betekent onder meer dat we onze maaifrequentie aanpassen, zodat de bermen en andere grasvlakken beter bestand zijn tegen droogte. Ook kiezen we bij het vervangen van bomen of andere beplanting voor klimaatrobuuste soorten die zowel droogte als tijdelijke overstromingen aankunnen. We selecteren op locaties en maatregelen waarmee we de grootste klimaatadaptieve winst kunnen behalen.

Door middel van een zoneringskaart en kenmerken per zone zijn maatregelen uitgewerkt. In paragraaf 4.3.3 is de kaart en een samenvatting van de maatregelen per zone opgenomen. De samenvatting uit het rapport is opgenomen als bijlage 4.

4.1.2 Groen en water Bij reconstructies kijken we hoe regenwater beter kan worden opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem, zodat het riool minder wordt belast. Bijvoorbeeld door bij projecten waarbij de straat wordt opengebroken de straatkolken in verhoogde trottoirbanden te vervangen door verlaagde uitstroombanden, zodat het regenwater kan afstromen naar het groen. We beperken verdamping met bodembedekkers en mulch, en verbeteren de bodemstructuur, zodat water in de bodem wordt vastgehouden, het groen beter bestand is tegen droogte en het bodemleven floreert. We starten een pilot met het laten liggen van blad en het mulchen van plantvakken, geïnspireerd door een succesvolle proef in Eindhoven.

In 2025 werd een onderzoek uitgevoerd naar het bomenbestand van de gemeente, in opdracht van de gemeente. Het rapport Omdenken – klimaatbestendig bomenareaal Best bevat onder meer beleid om de gemeente klimaatbestendiger te maken, gericht op de pijlers: 1. de vier richtlijnen van de BEST-methode (Bodem als basis, Ecosysteemdiensten verbeteren, Santamour-regel gebruiken, Toekomstbestendig klimaatadaptief beheer); 2. de veerkracht van het boomareaal vergroten; 3. de levensduur van bomen verlengen; 4. het adaptief vermogen vergroten door juiste boom op de juiste plek; 5. meer schaduw te realiseren door grotere bomen.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

Watergangen We streven ernaar water zo lang mogelijk vast te houden (zie Water- en Rioleringsprogramma). Met name in het buitengebied onderzoeken we de mogelijkheden voor dempen, afdammen, verondiepen, laten verlanden of gefaseerd uitvegen van sloten. Ook kijken we naar het vervangen van duikers door smallere of hoger gelegen exemplaren. Het onderhoud van duikers ligt bij de eigenaren van de percelen die grenzen aan de watergang. Watergangen langs particuliere percelen worden in overleg onderhouden: particulieren kunnen vóór 1 november schonen en het slootveegsel in de berm leggen; de gemeente voert dit af. Gebeurt dit niet, dan veegt de gemeente en legt het veegsel op het perceel (woonerven uitgezonderd).

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

Afbeelding 6: regenwater infiltreren in open parkeerplaatsen, Prins Bernhardlaan.

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

22

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

beleving van een buurt en draagt bij aan de gezondheid van de bewoners.

4.1.3 Groennorm Een groennorm is een richtlijn of streefwaarde die aangeeft hoeveel groen er minimaal aanwezig moet zijn in de leefomgeving van mensen. Het gaat dan bijvoorbeeld om bomen, struiken, grasvelden, parken of ander openbaar groen in een wijk of stad. Groennormen kunnen heel concreet zijn (bijvoorbeeld: elke inwoner moet binnen 300 meter een koele, groene plek hebben) of meer algemeen (bijvoorbeeld: een bepaald percentage van het oppervlak moet groen zijn). De gemeente onderzoekt mogelijke groennormen voor Best. Dit ondersteunen we vanuit dit Groenbeleids- en Biodiversiteitsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16320883/1