24075.6 - Toelichting BP C'Park Bata
Tekst van het document
33/143
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn dertien nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' ontwerp AMvB Ruimte die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het betreft de volgende nationale belangen uit de SVIR: 1) Rijksvaarwegen 2) Project Mainportontwikkeling Rotterdam 3) Kustfundament 4) Grote Rivieren 5) Waddenzee en waddengebied 6) Defensie 7) Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 8) Elektriciteitsvoorziening 10) Ecologische Hoofdstructuur 11) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12) Ijsselmeergebied (uitbreidingsruimte) 13) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Conclusie Het Barro heeft geen concrete, inhoudelijke gevolgen voor voorliggend bestemmingsplan.
3.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor dit plangebied is alleen het obstakelbeheergebeid behorende bij militair luchtvaartterrein Eindhoven relevant. In paragraaf 3.1.5 wordt nader ingegaan op de beperkingengebieden van Eindhoven Airport. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro. Met rode marker is het plangebied weergegeven.
34/143
Kaart militair luchtvaartterrein Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) (Bron: http://wetten.overheid.nl) 3.1.5 Luchthavenbesluit In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang.
35/143
Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Het plangebied is niet gelegen binnen zowel de Kegeluidzone als de dB(a)geluidzone van het luchtvaartterrein. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied. De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Op navolgende afbeeldingen is te zien dat het plangebied wel gelegen is binnen het obstakelbeheergebied van de IHCS en vliegfunnel, maar niet van de ILS.
Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS. Het plangebied is met rode marker aangeduid. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. Het plangebied is niet gelegen binnen de funnel zelf. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de
36/143
landingsbaan waar een bebouwingshoogte van maximaal 65 meter boven N.A.P. geldt. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Het plangebied is gelegen binnen de 'Inner horizontal' (horizontaal vlak) waarbinnen de voorgenoemde bouwbeperking geldt. Dit bestemmingsplan maakt echter geen bouwwerken met een dergelijke hoogte mogelijk. Dit is in de regels van dit bestemmingsplan gewaarborgd. ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding). Het plangebied ligt binnen het ILSverstoringsgebied. Ter plaatse geldt zodoende beperking voor de bouwhoogte van maximaal 70 meter
Kaart ILSverstoringsgebied. Het plangebied is rood omcirkeld. Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: y oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; y natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; y vishouderijen met extramurale bassins; y extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; y afvalwaterzuiveringsinstallaties.
37/143
Het vogelbeheersgebied omvat het gebied met een straal van ongeveer 6 km rondom de startbaan. Zodoende ligt het plangebied binnen het vogelbeheersgebied. Binnen dit bestemmingsplan wordt bovengenoemd grondgebruik echter niet mogelijk gemaakt, waardoor geen geen beperkingen zijn voor dit bestemmingsplan. Conclusie Vanuit het Luchthavenbesluit Eindhoven zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 3.1.6
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bakens Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie navolgende afbeelding) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: y een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. y een NDB: Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties. Het plangebied ligt buiten de NDB.
38/143
Kaart hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB. Plangebied is rood omcirkeld. Radarverstoringsgebied Om het ongestoord functioneren van radar en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NoordBrabant In de Omgevingsvisie NoordBrabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie NoordBrabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het NoordBrabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend NoordBrabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: y Werken aan de Brabantse energietransitie y Werken aan een klimaatproof Brabant y Werken aan de slimme netwerkstad y Werken aan een concurrerende, duurzame economie
39/143
Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Bij ontwikkelingen en projecten versterkt de provincie graag de cultuurhistorische kwaliteit en daarmee de identiteit van het gebied. Toetsing Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen voor meervoudig ruimtegebruik. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij en zorgt met een duurzame vervolgfunctie voor behoud van cultuurhistorisch erfgoed. 3.2.2 Interim omgevingsverordening (geconsolideerd augustus 2023) Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving.
De Interim omgevingsverordening NoordBrabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening NoordBrabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie NoordBrabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de provinciale omgevingsverordening zijn zogenoemde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen.
40/143
Uitsnede provinciale interim omgevingsverordening met het plangebied in stedelijk concentratiegebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Doordat het plangebied in stedelijk gebied ligt, is het volgende artikel relevant voor de beoogde ontwikkeling: Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen 'stedelijk gebied' en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a.
een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven conceptversterkend werken en geclusterd worden;
41/143
3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze conceptversterkend werken en geclusterd worden. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de regels van de Iov zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies. In de verordening is bepaald dat een bepaalde bestemming pas aan gronden mag worden toegekend als sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Toetsing Het plangebied ligt in het door de provincie aangewezen 'stedelijk concentratiegebied'. Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere verstedelijkingsopgaven, om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik. Daarnaast bevordert het zorgvuldig ruimtegebruik door de functieverbreding van cultuurhistorisch erfgoed. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Ad lid 1 In paragraaf 3.3.1 is gemotiveerd dat het plan past binnen de regionale afspraken.
In paragraaf 3.1.2 is reeds aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd dat er sprake is van een duurzame verstedelijking. Er is immers sprake van hergebruik van bestaande panden (cultureel erfgoed) binnen bestaand stedelijk gebied. Voor zover wordt voorzien in nieuwbouwmogelijkheden moet worden opgemerkt dat het gaat om een bestaand bouwperceel binnen stedelijk concentratiegebied. Ad lid 2 In paragraaf 2.2 is het beoogde concept en de toekomstvisie voor het plangebied uitvoerig beschreven. Uit die beschrijving blijkt dat C'park Bata zich richt op de ontwikkeling van een gecombineerd stedelijk werk, leisure en verblijfmilieu met gefaciliteerde ruimten waar je goed kan werken, elkaar kan ontmoeten voor samenwerking en kruisbestuiving én zelfs kan verblijven. Hoe meer bedrijven en mensen zich er vestigen, hoe completer de community wordt en hoe groter de aantrekkingskracht (duurzame, concurrerende economie). De verblijfskwaliteit van het centrale deel van het binnengebied wordt vergroot doordat vracht en autoverkeer uit het centrale deel van het plangebied wordt geweerd (nieuwe routing van het vrachtverkeer en het parkeren van auto's wordt aan de achterzijde (achter de loodsen) en aan de voorzijde van het terrein opgelost).
Door bij de nieuwe inrichting van het binnengebied de verschillende gebruikers goed een plek te geven wordt zowel de verblijfskwaliteit als de verkeersveiligheid verhoogd. De groene inrichting en afname van het verharde terrein dragen bij aan een hogere verblijfskwaliteit en ecologische kwaliteit en maken het gebied meer klimaatadaptief. De schaduwwerking en verdamping van water door de extra beplanting dragen bij aan het voorkomen van hittestress. Door de afname van verhard terrein kan regenwater gemakkelijker naar het grondwater doordringen. Het beperken van de verharding draagt direct bij aan het beperken van de wateropgave. Overige mogelijke oplossingen zoals het bufferen van regenwater in bijvoorbeeld wadi's en het gebruik van sedumdaken beperken verder het risico op waterhinder.
42/143
Tot slot kan worden vermeld dat met de beoogde community ontmoeting en sociale interactie wordt bevorderd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het welzijn en de gezondheid van de mensen die er verblijven. In Hoofdstuk 4 is gemotiveerd dat er gelet op de diverse milieuaspecten sprake is van een veilige en gezonde leefomgeving. Ad lid 3 Er worden geen bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. De functies die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt versterken het concept van C'park Bata als campus. Er worden geen grote publieksaantrekkende functies en algemene detailhandelsfuncties toegestaan. Het concept zal hierdoor niet met het centrum concurreren. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake. De ontwikkeling maakt gebruik van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Er vindt geen nieuw ruimtebeslag plaats en voor wat betreft de behoefte is aangetoond dat het plan past binnen de regionale behoefte. Het plan zal dan ook geen nadelige (leegstands)effecten elders hebben. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: y de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; y de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen en goederenvervoer.
y de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Doordat geen nieuw ruimtebeslag plaatsvindt heeft het plan niet of nauwelijks invloed op de ondergrond en netwerklaag. In Hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt ingegaan op verkeer en parkeren, archeologie en cultuurhistorie, en milieuaspecten. Kortheidshalve wordt naar dat hoofdstuk verwezen en volstaat hier de conclusie dat het plan een duurzame en verantwoorde ontwikkeling betreft. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: y de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; y de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit geval is sprake van een ontwikkeling waarmee cultureel erfgoed actief wordt behouden, ontstening plaatsvindt, herinrichting van het terrein plaatsvindt waarmee het geen verkeersgebied maar een verblijfsgebied betreft en bovendien meer groen en ruimte voor hemelwaterberging bevat. Bovendien is een community beoogd die sociale interactie en ontmoeting op gang brengt.
Dit komt de leefbaarheid van het gebied, maar ook het welzijn (en daarmee gezondheid) van diegenen die er verblijven ten goede. Het plan heeft dan ook voldoende meerwaarde. Conclusie Het plan past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.
43/143
3.2.3 Omgevingsverordening NoordBrabant (ontwerp) De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: y Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. y Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. y De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wavkaarten) is vervallen. y De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. y Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.
Toetsing In de omgevingsverordening NoordBrabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor dit plangebied.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Programmering nieuwe werklocaties 2027 en Kantorenbrief Stedelijk Gebied Eindhoven In 2022 is de'Programmering nieuwe werklocaties 2027' in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) vastgesteld. Hierin zijn regionale afspraken met betrekking tot de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en campussen in het SGE vastgelegd. De regio kiest er bijvoorbeeld voor om een deel van de behoefte naar Stedelijke Werkmilieus op bestaande bedrijventerreinen op te vangen. Stedelijke Werkmilieus zijn terreinen waar een hoge mate van functiemenging aanwezig kan zijn. Het zijn werkmilieus die zich kenmerken doordat er voorzieningen zijn die interactie tussen de bedrijven en de omgeving mogelijk maken. Kantoorlocaties zijn in de programmering werklocaties buiten beschouwing gelaten. De kantorenbrief bevat het regionale beleid voor kantoren. Daarin is allereerst een korte schets gegeven van de ontwikkelingen die zich momenteel op de regionale kantorenmarkt voordoen. Vervolgens zijn de uitkomsten van het recente STEConderzoek 'Behoefteramíng kantoren NoordBrabant' (sept. 2022, zie paragraaf 3.1.2) naar SGEniveau vertaald en hieraan is een aantal regionale aanbevelingen aan vastgekoppeld. Er zijn geen nieuwe programmeringsafspraken gemaakt. Nieuwe, substantiële (d.w.z.
groter dan 750 m² per vestiging) ontwikkelingsinitiatieven van kantoor(achtige) gebouwen die nog niet dan wel met een kleiner aantal vierkante meters zijn opgenomen in de planvoorraadlijst van STEC worden besproken in het Ambtelijk Overleg Economie en met een advies ter besluitvorming voorgelegd aan het PoHo Economie.
44/143
Een flink deel van de kantorenvoorraad is geconcentreerd op campus of ‘campusachtige’ locaties. Het gaat hierbij veelal om ‘kantoorachtige’ gebouwen; het ziet eruit als een kantoor, maar in veel gevallen is het gebouw niet als zodanig bestemd. Zeker in deze regio, is het onderscheid tussen een kantoor en een bedrijfsruimte dan ook vaak moeilijk te maken. Voor de toekomst is de verwachting dat dit onderscheid op veel locaties nog verder gaat verdwijnen. Campussen evolueren steeds meer tot hybride werklocaties. Daardoor ‘communiceren’ ze zowel met andere kantoorlocaties in de regio alsook met bedrijventerreinen. Anderzijds is op de campussen zelf te zien dat sommige bedrijven zich bij voorkeur vestigen in een kantoor(achtige) omgeving, terwijl andere activiteiten zich het beste ‘thuis voelen’ in een bedrijfsruimte die op die campus is gelegen. De behoefte aan kortlopende c.q. flexibele huurcontracten neemt toe. Kantoren waarin flexconcepten worden aangeboden, profiteren hiervan. Postcovid willen steeds meer bedrijven hun huisvestingsvraagstuk dynamisch inrichten. Meer flexibiliteit in huurcontracten is daarbij een grote wens hetgeen echter haaks staat op het belang en de wens van vastgoedeigenaren. Dit is nu juist een aspect waar C'park Bata ideaal op aan kan sluiten.
Met daarbij nog de mogelijkheden van relatief makkelijk doorgroeien binnen de 'campus', de flexwerkmogelijkheden én het op afroep gebruiken van faciliteiten wordt hieraan optimaal tegemoet gekomen. Kantoren krijgen steeds meer de functie van ontmoetingsplek voor werknemers. Zo’n plek moet vooral goed bereikbaar zijn met een snelle OVverbinding. Dat neemt niet weg dat er (in ieder geval voorlopig) een categorie kantoorgebruikers overblijft die de voorkeur geeft aan een locatie met een goede autobereikbaarheid. Bestaande kantoorgebouwen die aan de snelweg zijn gelegen en liefst ook (redelijk) goed bereikbaar met het OV én beschikken over de nodige voorzieningen, kunnen daarom nog wel degelijk toekomstperspectief hebben. Toetsing Met dit initiatief wordt maximaal 750 m2 bvo zelfstandige kantoorruimte per vestiging mogelijk gemaakt in een kansrijk bedrijvencampus concept. Dit tot een maximum van 7.500 m² bvo. C'park Bata heeft zich nadrukkelijk niet ten doel gesteld om veel grotere partijen aan te trekken, maar voor een optimaal ecosysteem en levensvatbaarheid van ondersteunende faciliteiten zijn enkele grotere huurders onmisbaar. Een gezonde mix van ZZP'ers, startups, scaleups en middelgrote partijen draagt bij aan de levendigheid van het gebied en een gezonde toekomstbestendige exploitatie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat De Omgevingsvisie Best 2040 is in januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de omgevingsvisie wordt een beeld van de gemeente Best in 2040 geschetst en worden de trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen beschreven. Daaruit zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd: y Ruimte voor comfortabel wonen; y Versterken van de groene leefomgeving;
45/143
y
Bouwen aan een vitale en schone economie.
Op basis van het toekomstbeeld en de kernopgaven is een integraal ontwikkelperspectief voor de fysieke leefomgeving opgesteld waarin we 10 ruimtelijke keuzes voor de fysieke leefomgeving onderscheiden. Voor C'park zijn ambitie 6 "Toekomstbestendige werklocaties" en ambitie 10 "Beschermen cultuurhistorische waarde" het meest relevant.
Uitsnede visiekaart voor Best 2040 Toekomstbestendige werklocaties In Best wil de gemeente ook in de toekomst aantrekkelijk zijn voor nieuwe, hoogwaardige bedrijvigheid. Dat is goed voor het creëren van voldoende arbeidsplaatsen, maar ook voor het welzijn van de mensen die in de gemeente werken en/of wonen. Er ligt in het bijzonder een opgave voor om onze bedrijventerreinen aan te passen aan de eisen van de tijd. Bedrijven willen in toenemende mate gevestigd zijn op een hoogwaardige en/of onderscheidende c.q. inspirerende en groene locatie met goede voorzieningen, die aantrekkelijk is en waarbij ze eventueel ook verbinding kunnen leggen met andere bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan ondersteunende diensten, kennisuitwisseling en het creëren van nieuwe ketens voor een meer circulaire economie. Bovendien liggen er kansen om de aanwezige ruimte op de werklocaties te benutten voor een veilige, klimaatadaptieve en gezonde inrichting. Bedrijventerreinen zullen tot slot een belangrijke rol spelen in de energietransitie vanwege hun grote dakoppervlak en verbruik en dus de noodzaak tot besparing en mogelijkheid voor grootschalige energieopwekking. De gemeente wil ook voorkomen dat de woonwijken te veel hinder ondervinden van bedrijvigheid. In en rondom de Batafabriek ziet de gemeente ook mogelijkheden om vorm te geven aan een creatieve hotspot en ontmoetingsplek.
46/143
Beschermen cultuurhistorische waarde Een groot deel van Best is na de oorlog gebouwd, maar de oude linten en dorpsstructuren zijn plaatselijk nog goed te herkennen. Deze historische elementen vormen de wortels van Best; het stimuleert de verbondenheid van inwoners met de plek waar zij wonen. In Best heeft de gemeente daarom aandacht voor monumentale en waardevolle bebouwing. Deze gebieden willen we beschermen en accentueren in sfeer en kenmerken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast de oude dorpsstructuren en linten genieten ook Batadorp (en fabrieken), de Scheeken en de Vleut bescherming (deels door Rijk en provincie). Binnen deze gebieden wordt bij ontwikkelingen rekening gehouden met de algehele sfeer en kenmerken van het gebied, dit zijn de randvoorwaarden die als uitgangspunt dienen. Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het beleid voor toekomstbestendige werklocaties en het beschermen van de cultuurhistorisch waardevolle Batafabriek. Met de functieverbreding wordt de gewenste creatieve hotspot, inspirerende werkomgeving en ontmoetingsplek planologisch mogelijk gemaakt. 3.4.2 Bedrijventerreinenvisie gemeente Best (januari 2021) In de gemeente is een tekort ontstaan aan ruimte op bedrijventerreinen voor groei van bestaande, en vestiging van nieuwe bedrijven.
Trends en ontwikkelingen vragen om behoud van (milieu)ruimte en innovatie en experimenteerruimte. Analyse laat zien dat de uitgangspositie van de bedrijventerreinen goed is, maar er ook aandachtspunten zijn. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden hanteert de gemeente vier uitgangspunten: 1. Bedrijventerreinen blijven maximaal beschikbaar voor bedrijven a. Niet meewerken aan transformatie naar nieteconomische functies b. De huidige beschikbare planologische milieuruimte (minimaal) intact laten c. Stimuleren en faciliteren dat ruimte maximaal (in de hoogte) en meervoudig (parkeren, energieopwekking) benut wordt en dat inbreiding plaatsvindt in samenspel met vergroening 2. Creëren multifunctioneel en stedelijk werkmilieu waar passend a. Inzetten op principe van het juiste bedrijf op de juiste plek (gelijkgezinden, versterking clusters) b. Verbreding van economische functies faciliteren in deelgebied C’park Bata (Breeven) en deelgebied Eindhovenseweg Zuid (’t Zand) c. Onderzoeken wat de kansen zijn voor het ontwikkelen van een nieuw stedelijk werkmilieu in het stationsgebied van Best 3. Investeren in veilige, aantrekkelijke en duurzame bedrijventerreinen a. Samen met ondernemers de basis (schoon, heel en veilig) op orde brengen en de zichtbaarheid (en inbreng van de) gemeente vergroten b.
Ondernemers informeren en faciliteren voor verduurzamen en vergroenen van vastgoed en collectieve voorzieningen (zoals beveiliging). Het verhogen van de organisatiegraad is hiervoor het vehikel c. Grootschalig (extra) investeren in de openbare ruimte waar dit nodig is (bijvoorbeeld binnen het groenontwikkelingsplan) en daarnaast private investeringen uitlokken zodat de investeringen elkaar versterken d. Investeren in het verbeteren van de bereikbaarheid voor zowel langzaam verkeer (slowlane Best voor fietsers) als autoverkeer
47/143
4. Intensievere samenwerking tussen gemeente en ondernemers én ondernemers onderling a. Huidige samenwerkingsverbanden o.a. met het Ondernemerscollectief Best (OCB) voortzetten en intensiveren b. Helpen met het oprichten van een ondernemerscollectief per bedrijventerreinen en ondernemers stimuleren daarvan lid te worden c. Samen werken aan het behalen van een Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVOB) voor alle bedrijventerrein in 2025 d. In de aanloopjaren willen meebetalen aan opzetten en uitrollen van parkmanagement. Stip op de horizon: in 2030 is er parkmanagement op alle terreinen gefinancierd door de ondernemerscollectieven e. Binnen deze samenwerking gezamenlijk blijven inzetten voor hoogwaardige openbaar vervoer verbindingen. In de visie worden 5 thema's onderscheiden: y Basis op orde: bereikbaar, schoon, heel en veilig y Circulariteit & duurzaamheid y Profilering Bestse bedrijventerreinen y Personeel & huisvesting arbeidsmigranten y Voldoende en de juiste ruimte voor bedrijven Multifunctionele gebieden brengen stedelijke dynamiek, verkleinen de woonwerkafstand, bevorderen OV en fietsgebruik, vergroten de sociale veiligheid en zijn daarmee over het geheel vaak ‘duurzamer’. In de bedrijfsruimtemarkt ontstaat een tweekoppigheid.
Aan de ene kant kan een steeds groter deel van de bedrijvigheid zich in een multifunctioneel gebied vestigen, mits de randvoorwaarden – zoals ontsluiting, type vastgoed en bereikbaarheid– goed zijn. Dit type werkmilieu ontbreekt in Best nog grotendeels. C’park Bata en Eindhovenseweg Zuid zijn geschikt als meer multifunctioneel gebied. Aan de andere kant blijft er een groep bedrijven die op monofunctionele bedrijventerreinen aangewezen is, zoals industrie, logistiek en overige bedrijven met een grote verkeer aantrekkende werking of hoge mate van omgevingshinder. Daarom behoudt de gemeente de bestaande (milieu)ruimte op de bedrijventerreinen, uitgezonderd het C’park Bata. Hier beoogt de gemeente schone, minder milieubelastende bedrijven en een multifunctioneel werkmilieu. Toetsing De gemeente vindt een multifunctioneel en stedelijk werkmilieu op C'park Bata passend. Verbreding van economische functies wordt in deelgebied C’park Bata (Breeven) gefaciliteerd. De gemeente beoogt op C'park Bata schone, minder milieubelastende bedrijven en een multifunctioneel werkmilieu. Met dit bestemmingsplan wordt die beleidsambitie planologisch mogelijk gemaakt.
48/143
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu en omgevingsaspecten
Inleiding
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geldt dat aangetoond moet worden dat het bestemmingsplan 'niet evident onuitvoerbaar' is. Bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is het mogelijk de onderzoeksplicht door te schuiven naar de fase van vergunningverlening of zelfs handhaving. In dit bestemmingsplan worden beoordelingscriteria gekoppeld aan een vergunningplicht. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf en worden kort en bondig beschreven. Voor zover onderzoeken zijn uitgevoerd, zijn deze als bijlage opgenomen.
4.2
Vormvrije m.e.r.beoordeling
4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmerplichtig, projectmerplichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: y de kenmerken van de projecten; y de plaats van de projecten; y de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.rbeoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
49/143
4.2.2 Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer' (D11.2). Ook is opgenomen dat de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein' beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. De oppervlakte van het plangebied blijft hier ruim onder de drempelwaarden en dat geldt ook bedrijfvloeroppervlakte. Hiermee blijft de ontwikkeling onder de drempelwaarde. Met dit bestemmingsplan worden de bestaande planologische functies verankerd, de uitwisselbaarheid van deze functies geregeld en kaders neergelegd om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken. Er worden geen concrete plannen rechtstreeks mogelijk gemaakt. Bij de omgevingsvergunning voor toekomstige ontwikkelingen zullen de benodigde onderzoeken uitgevoerd worden. Wanneer hieruit blijkt dat er sprake is van negatieve effecten, zullen mitigerende maatregelen genomen moeten worden. In deze paragraaf zullen de aspecten kort samengevat worden die bepalend zijn voor milieugevolgen.
Verkeer en parkeren Het planvoornemen is al reeds aanwezig in de bestaande situatie. Op basis van een nulmeting voldoet het huidige parkeeraanbod van 298 parkeerplaatsen voor het opvangen van de parkeerbehoefte. Aansluitend bij de gemeentelijke parkeernormen voor een bedrijfsverzamelgebouw zouden 70 aanvullende parkeerplaatsen benodigd zijn. Binnen het plangebied is voldoende ruimte gereserveerd voor het aanleggen van aanvullende parkeergelegenheid indien de parkeerdruk in het gebied stijgt. De verkeersgeneratie van het planvoornemen bedraagt 1.711,67 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Deze verkeersgeneratie maakt in de huidige situatie al onderdeel uit van het heersende verkeersbeeld, waarbij geen knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet ondervonden worden. Archeologie Voor het plangebied geldt geen archeologische dubbelbestemming. Archeologisch onderzoek is niet nodig, negatieve effecten kunnen vanuit archeologie uitgesloten worden. Cultuurhistorie In de planregels is bescherming van de cultuurhistorische waarden geborgd en zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van het historische en ruimtelijk karakter. Het is verboden bouwwerken te slopen indien dit leidt tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
Hiermee kunnen negatieve effecten uitgesloten worden. Geluid Het plan voorziet vooralsnog niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Het is dan ook niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uit te laten voeren. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect geluid uitgesloten worden.
50/143
Geluiduitstraling De ontwikkeling heeft een beoogde verkeersgeneratie van 1.711,67 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Consequentie is dat de geluidbelasting op bestaande woningen langs deze ontsluitingswegen van de ontwikkeling kan toenemen. Voor de beoordeling van deze toename bestaat geen wettelijk kader in de Wet geluidhinder (dit wordt aangeduid als het “handhavingsgat”). In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan kwalitatief worden beoordeeld of de toename van verkeersgeluid na realisatie van de nieuwe woningen ten opzichte van de toekomstige situatie zonder realisatie van de nieuwe woningen aanvaardbaar is. Een vuistregel is dat de geluidtoename akoestisch verwaarloosbaar is als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak minder dan 40% toeneemt, wanneer andere variabelen (locatie bebouwing, samenstelling van het verkeer, verhardingssoort e.d.) onveranderd blijven. Een toename van 40% komt dan overeen met een toename van 1,5 dB, zijnde het reconstructiecriterium uit de Wet geluidhinder. Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig net waarneembaar is. Gezien de hoogte van de intensiteiten op de omliggende wegen en een verkeersgeneratie van 1.711,67 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag voor de toekomstige ontwikkeling is er geen sprake van een verkeerstoename van meer dan 40%.
Tevens lopen de ontsluitende wegen grotendeels langs bedrijven en niet langs woningen. Concluderend kan worden gesteld dat de toename van verkeersgeluid zodanig is dat het niet akoestisch relevant, dan wel nauwelijks waarneembaar zal zijn en daarmee in het kader van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. Geluid vanwege bedrijvigheid vanuit en op de omliggende bedrijven en woningen Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd vanwege de beoogde functies op het C'Park Bata Best ten aanzien van geluidgevoelige objecten in de omgeving en de geluidzone. In dit onderzoek zijn de geluidniveaus vanwege het plan C'Park Bata Best berekend. Uit de berekeningen blijkt dat er: y geen toename is van de geluidbelasting op de zonebewakingspunten ten opzichte van de huidige situatie die is opgenomen in het zonebewakingsmodel; y sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat; y voldaan kan worden aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Externe veiligheid Het plangebied bevindt zich nabij een kerosineleiding, een hogedruk aardgasleiding en de spoorlijn BoxtelEindhoven waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt niet in de contour van het plaatsgebonden risico van deze objecten.
Voor de kerosineleiding en de gasleiding is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Met het planvoornemen worden geen risicovolle bronnen mogelijk gemaakt. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect externe veiligheid uitgesloten worden.
51/143
Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit ter plaatse voldoet momenteel aan de geldende normen uit de Wet milieubeheer. De bijdrage van de ontwikkeling is beperkt en is niet in betekenende mate. Hierdoor wordt er geen significant negatief effect op de omgeving verwacht. Bodem Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende functies mogelijk gemaakt. Water Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met circa 345 m². Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt, bij een gelijkblijvende invulling van de buitenruimte, circa 27.850 m2. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd hydrologisch positief uit te voeren. Met name in het ontwerp van de buitenruimte is winst te behalen door te vergroenen. Ecologie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in Natura 2000gebied waardoor verstoring, verandering van de waterhuishouding en vermesting/verzuring uitgesloten kunnen worden. Met het plan worden niet rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Een berekening van de realisatie en gebruiksfase is derhalve niet nodig. Voor nieuwe ontwikkelingen zullen berekeningen uitgevoerd worden in de fase van de omgevingsvergunning. Dit zal in de planregels geborgd worden. Hieruit zal moeten blijken dat er geen sprake is van stikstofdepositie.
Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie. Aangeraden wordt wel om, indien bomen gekapt worden of indien werkzaamheden dicht bij deze bomen plaatsvinden die de bomen kunnen beschadigen, hierover contact op te nemen met de gemeente Best. Soortenbescherming Uit de quickscan ecologie blijkt dat bij werkzaamheden ecologisch vervolgonderzoek voor marterachtigen en mogelijk vleermuizen noodzakelijk is. Overtreding van de Wet natuurbescherming is voor overige soorten niet aan de orde vanwege het ontbreken van geschikt habitat en zijn met inachtneming van maatregelen en de algemene zorgplicht te voorkomen. Vervolgonderzoek en een eventuele ontheffing worden uitgevoerd en/of aangevraagd in de fase van omgevingsvergunning (rechtstreekse werking Wnb). 4.2.3 Conclusie Gelet op bovenstaande conclusies, de kenmerken van het project (zoals de oppervlakte in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, kan geconcludeerd worden dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Het m.e.r.beoordelingsbesluit wordt als bijlage toegevoegd (PM).
52/143
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1 Normstelling en beleid Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De gemeente Best heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’, vastgesteld op 6 februari 2017. Dit paraplubestemmingsplan heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Best, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen gemeente Best 2022' te worden gevolgd. 4.3.2 Toetsing Op het gebied van verkeer en parkeren bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van de omliggende wegen en dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het plangebied in de bestaande en beoogde situatie wordt gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW publicatie 381. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS data voor de gemeente Best een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk'. De ligging van het plangebied is gedefinieerd als 'rest bebouwde kom'. Op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Best wordt per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is bepaald met behulp van de gemeentelijke parkeernormen afkomstig uit de 'Nota Parkeernormen 2022' van de gemeente Best. Ook binnen het gemeentelijke parkeernormenbeleid is de ligging van het plangebied gedefinieerd als 'rest bebouwde kom'. 4.3.2.1 Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied is gelegen aan het Europaplein. Ten hoogte van de aansluiting van het plangebied is het Europaplein ingericht als een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u.
In noordelijke richting loopt het Europaplein over in een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt vervolgens verder naar het kruispunt Batabrug – Bataweg – Europaplein. Zowel de Batabrug als de Bataweg zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Batabrug loopt in noordelijke richting over in de Koningin JulianawegZuid en leidt vervolgens verder naar het winkelgebied van de buurt Wilhelminadorp. De Bataweg leidt in westelijke richting via de Erica en de Ringweg naar de aansluiting op de A58, tussen Best en Bergen
53/143
op Zoom. In oostelijke richting loopt de Bataweg over in De Dieze, welke vervolgens uitkomt op de Eindhovenseweg Zuid. De Eindhovenseweg Zuid is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In zuidelijke richting leidt de weg richting Eindhoven en leidt in noordelijke richting naar de aansluiting op de A2, tussen Maastricht en Amsterdam. Langzaam verkeer Vanaf de aansluiting van het plangebied op het Europaplein is in noordelijke richting langs de westzijde van de weg een vrijliggend tweerichtingsfietspad aanwezig. Ook voor voetgangers is ten noorden van het plangebied een vrijliggend voetpad aanwezig aan de westzijde van het Europaplein. Ten zuiden van de aansluiting van het plangebied ligt het voetpad aan de oostzijde van de rijbaan en zijn er geen voorzieningen aanwezig voor fietsers. Dit betekent dat fietsers de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Op basis van de lage maximumsnelheid en de inrichting van de rijbaan conform Duurzaam Veilig wordt de verkeersveiligheid van fietsers gewaarborgd. Op zowel de Batabrug als de Bataweg wordt het fietsverkeer afgewikkeld via een vrijliggend tweerichtingsfietspad. Dit fietspad maakt onderdeel uit van de Slowlane die Best met Eindhoven verbindt. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OVhalte vanaf het plangebied is gelegen op circa 200 meter loopafstand aan de Kanaaldijk.
Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van buslijn 9, tussen Eindhoven en Best, met een frequentie van 30 minuten. 4.3.2.2 Parkeren Autoparkeren Doorgaans wordt de parkeerbehoefte van een ontwikkeling bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. De beoogde ontwikkeling betreft het planologisch verankeren van de bestaande planologische functies. Omdat de beoogde situatie hoofdzakelijk al als pilot bestaat is binnen het plangebied een nulmeting uitgevoerd (zie bijlage 2). Als onderdeel van deze nulmeting is in mei 2023 een parkeerdrukmeting uitgevoerd. In de bestaande situatie bedraagt het parkeeraanbod van het plangebied 298 parkeerplaatsen. De totale brutovloeroppervlakte van de aanwezige functies binnen het plangebied is 23.288 m² bvo. Dit betekent dat in de bestaande situatie een parkeeraanbod beschikbaar is van (298 / (23.288 / 100) =) circa 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Uit de resultaten van de parkeerdrukmeting blijkt dat gedurende de telperiode de maximaal gemeten bezettingsgraad 85% bedroeg, wat neerkomt op een bezetting van 253 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie is er dus een restcapaciteit van 45 parkeerplaatsen binnen het plangebied. Binnen het gemeentelijke parkeernormenbeleid van de gemeente Best wordt een maximaal toegestane bezetting van 85% aangehouden.
Uit de resultaten van de parkeerdrukmeting blijkt dat deze grenswaarde niet wordt overschreden. Op basis van de aanwezige functies binnen het plangebied en de resultaten uit de parkeerdrukmeting wordt voor C'park Bata aangesloten bij de gemeentelijke parkeernorm voor een 'bedrijfsverzamelgebouw'. Voor deze functie hanteert de gemeente een parkeernorm van 1,6 per 100 m² bvo. In de huidige situatie wordt binnen het plan voorzien in 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² waarmee wordt voorzien in de werkelijke parkeerbehoefte van het plangebied. Als voorwaardelijke verplichting voor de beoogde ontwikkeling wordt binnen het plangebied ruimte
54/143
gereserveerd voor de realisatie van de resterende ((23.288 / 100) x 0,3 =) 70 parkeerplaatsen. Uit de nulmeting blijkt dat in de bestaande situatie 298 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Inclusief het bestaande parkeeraanbod is binnen het plangebied ruimte voor de realisatie van in totaal 465 parkeerplaatsen, waarmee ruimschoots kan worden voorzien in de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling (zie onderstaande figuur).
4.1 Situatie te realiseren parkeerplaatsen Met extra aanpassingen, herinrichting en/of gestapelde oplossingen kan dit aantal nog verder worden uitgebreid. In geval van overlast voor de omgeving wordt binnen het plangebied ruimte gereserveerd om parkeerplaatsen te realiseren. Qua ruimtereservering wordt rekening gehouden met het verschillen de tussen de berekende parkeerbehoefte conform de gemeentelijke parkeernorm voor bedrijfsverzamelgebouw en de feitelijke parkeerbehoefte. Dit is met planregel geborgd. Fietsparkeren Naast de parkeerdruk van het gemotoriseerde verkeer is gedurende de parkeerdrukmeting ook het fietsparkeren binnen het plangebied geïnventariseerd. In totaal is binnen het plangebied ruimte beschikbaar voor het stallen van 130 fietsen. Uit de resultaten van de parkeerdrukmeting blijkt dat gedurende de telperiode de hoogst gemeten bezetting circa 30 stallingsplaatsen bedroeg. Hieruit wordt geconcludeerd dat de reeds beschikbare stallingsgelegenheid ruimschoots volstaat voor het opvangen van de fietsparkeerbehoefte. Bij een uitbreiding geldt op basis van de CROW (Leidraad Fietsparkeren, publicatie 2019) een norm voor fietsparkeren van 1,5 per 100 m2 bvo of per vijf werkplekken.
55/143
4.3.2.3 Verkeersgeneratie De beoogde ontwikkeling is gericht op het planologisch verankeren van de bestaande planologische functies. Zoals eerder benoemd wordt voor de invulling van het plangebied aangesloten bij de kencijfers voor een bedrijfsverzamelgebouw. Met behulp van de kencijfers uit CROW publicatie 381 is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekent. Conform CROW publicatie 381 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor werkfuncties een omrekenfactor van 1,33 toegepast. In tabel 4.1 is de verkeersgeneratie van het plangebied weergegeven. Tabel 4.1 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling Functie
Aantal
Bedrijfsverzamelgebou 23.288 m² (bvo) w
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
7,35 per 100 m² bvo
1.711,67
2.276,52
De verkeersgeneratie van het plangebied bedraagt 2.277 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Verkeerstoedeling Als onderdeel van de nulmeting is ook een enquête uitgevoerd naar waar de werknemers van het plangebied vandaan komen. Op basis van de resultaten is een inschatting gemaakt van waar het gegenereerde verkeer naar toe rijdt. Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer over het omliggende wegennet is vervolgens gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Vanaf het plangebied wordt het gegenereerde verkeer volledig over het Europaplein ontsloten in noordelijke richting naar het kruispunt Batabrug – Bataweg – Europaplein. Op dit kruispunt wordt 50% (1.138 mvt/etmaal) ontsloten over de Bataweg in oostelijke richting naar de aansluiting op de A58, vanaf waar 30% (683 mvt/etmaal) wordt ontsloten in zuidoostelijke richting en 20% (455 mvt/etmaal) richting het westen. De resterende 50% (1.138 mvt/etmaal) wordt vanaf het kruispunt Batabrug – Bataweg – Europaplein in oostelijke richting ontsloten over de Bataweg naar het kruispunt Eindhovenseweg Zuid – De Dieze – Terraweg. Op dit kruispunt wordt 35% (797 mvt/etmaal) in noordelijke richting ontsloten naar het kruispunt Eindhovenseweg Zuid – NcbWeg – Kanaaldijk en 15% (341 mvt/etmaal) over de Eindhovenseweg Zuid in zuidelijke richting.
Op het kruispunt Eindhovenseweg Zuid – NcbWeg – Kanaaldijk slaat 5% (114 mvt/etmaal) af op de NcbWeg richting het oosten. De overige 30% (683 mvt/etmaal) van het gegeneerde verkeer wordt verder over de Eindhovenseweg Zuid ontsloten richting de aansluiting op de A2, vanaf waar 10% (228 mvt/etmaal) wordt ontsloten richting het zuiden en 20% (455 mvt/etmaal) richting het noorden. In onderstaande figuur is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.
56/143
De toedeling van het gegenereerde verkeer Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Doordat de beoogde situatie reeds al aanwezig is als een pilot binnen het plangebied, maakt de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling al deel uit van het bestaande verkeersbeeld. Gedurende de nulmeting is naast de parkeerbehoefte ook gekeken naar de verkeersituatie in het omliggende gebied. Hierin zijn geen knelpunten waargenomen in de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid van de omliggende wegen. Hieruit wordt geconcludeerd dat het planvoornemen niet leidt tot knelpunten. 4.3.3 Conclusie Het planvoornemen is al reeds aanwezig in de bestaande situatie. Op basis van een nulmeting voldoet het huidige parkeeraanbod van 298 parkeerplaatsen voor het opvangen van de parkeerbehoefte. Aansluitend bij de gemeentelijke parkeernormen voor een bedrijfsverzamelgebouw zouden 70 aanvullende parkeerplaatsen benodigd zijn. Binnen het plangebied is voldoende ruimte gereserveerd voor het aanleggen van aanvullende parkeergelegenheid indien de parkeerdruk in het gebied stijgt. De verkeersgeneratie van het planvoornemen bedraagt 2.277 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag.
Deze verkeersgeneratie maakt in de huidige situatie al onderdeel uit van het heersende verkeersbeeld, waarbij geen knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet ondervonden worden. Hieruit wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor het planvoornemen.
57/143
4.4
Bedrijven en milieuzonering
4.4.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: y ter plaatse van de woningen een goed woon en leefmilieu kan worden gegarandeerd; y rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorieindeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.4.2 Toetsing Voor dit bestemmingsplan is een quickscan bedrijven en milieuzonering opgesteld (bijlage 3 ). In de quickscan is zowel gekeken naar inwaartse en uitwaartste zonering (voor de bestaande planologische situatie, de feitelijke situatie en beoogde situatie).
In deze plantoelichting wordt de beoogde situatie verder toegelicht. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting. Omgevingstype Het plangebied zelf wordt aangemerkt als gelegen in gemengd gebied, vanwege de ligging op een bedrijventerrein. De woonwijken ten westen en noorden van het plangebied worden aangemerkt als ‘rustige woonwijk’, aangezien daar geen sprake is van milieubelastende functies op korte afstand van woningen. Binnen het plangebied zelf worden geluidgevoelige objecten expliciet uitgesloten. Het aspect geluid vanwege bedrijven in de omgeving hoeft ter plaatse van het plangebied niet te worden getoetst. Uitwaartse zonering Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. De beoogde situatie komt voor een groot deel overeen met de feitelijke situatie. Het is echter de wens om een bepaalde mate van flexibiliteit in het bestemmingsplan op te nemen, waarmee ook toekomstige ontwikkelingen planologisch ondervangen zijn. In de quickscan zijn de beoogde functies in brede zin (worstcase) beschouwd. Work y specifiek bedrijf, ‘Bata productie en reparatie’ y werken, bedrijven t/m milieucategorie 3.1 (oostelijk deel) en milieucategorie 3.2 (westelijk deel) y kantoren en kantoorachtige functies
58/143
y y
dienstverlening specifieke detailhandel, ‘Bata superstore’
Stay y ontmoeting y congres y vergaderruimte y (ondersteunende) horeca y kantoren en kantoorachtige functies Enjoy y vrije tijd y recreatie y maatschappelijk y cultuur y sport De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op onderstaande figuur.
Richtafstanden binnen het plangebied beoogde milieubelastende functies y Toets omliggende woonwijk De omliggende woonwijken vormen een rustige woonwijk. In de bestaande planologische situatie overlapt alleen de richtafstand voor het aspect geluid behorende bij de ‘Groothandel in metalen en halffabrikaten’ met de woonwijken in de omgeving. De aspecten geur, stof en gevaar vormen geen knelpunt. Voor
59/143
het aspect geluid vormt de geluidzone voldoende bescherming voor de woningen voor de mogelijke milieubelastende functies binnen het plangebied. Er wordt een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd vanwege de beoogde functies op het C'Park Bata Best ten aanzien van geluidgevoelige objecten in de omgeving en de geluidzone. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in paragraaf 4.6.3. y Toets omliggende bedrijventerrein Het omliggende bedrijventerrein vormt een gemengd gebied. In de beoogde situatie overlappen de richtafstanden van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar met het omliggende bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein is sprake van bedrijfsgebouwen en enkele bedrijfswoningen. De beoordeling voor de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoningen functies is als volgt: Bedrijfsgebouwen op het omliggende bedrijventerrein worden niet beschermd voor de aspecten stof (geen beoordelingslocatie lucht) en geluid (geen geluidgevoelig object). Bedrijfsgebouwen kunnen wel geurgevoelige objecten of (beperkt) kwetsbare objecten zijn.
Mochten binnen het plangebied bedrijven van milieucategorie 3.2 binnen de daartoe opgenomen functieaanduidingen worden opgericht, dan moet in het milieuspoor rekening worden gehouden met de aspecten geur en gevaar ten opzichte van geurgevoelige objecten of (beperkt) kwetsbare objecten op het bedrijventerrein: y Geur: voor veelvoorkomende situaties is het voorkomen van geurhinder in het Activiteitenbesluit uitputtend geregeld: a. afvoerpijp 2 meter bovendaks (alle daken binnen 25 meter), of; b. doelmatige ontgeuringsinstallatie. Voor wat betreft geur biedt het beoogde bestemmingsplan geen ruimere mogelijkheden dat het vigerende bestemmingsplan. Er is zelf sprake van een afwaardering van de mogelijkheden. Omdat er in de feitelijke situatie geen relevante geurbronnen zijn, de milieuwetgeving voldoende bescherming biedt en mogelijke toekomstige bedrijven de omliggende geurgevoelige objecten kunnen meewegen in hun overwegingen zich daar te vestigen, vormt geurhinder geen belemmering voor het plan. y Gevaar: in de beoogde situatie is geen sprake van inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), omdat deze worden uitgesloten in de planregels. Bedrijfswoningen op het omliggende bedrijventerrein worden beschermd voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.