CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23005.3 - Bijlage 1 - Toelichting BP Oirschotseweg ong. (nabij 96, 98)

Raadsvergadering 6 februari 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23005 - Vaststelling Bestemmingsplan Oirschotseweg ong. (nabij 96, 98)20.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

nf/jr m/jr m/jr st/jr st/jr st/jr are poel meter

ë 5,63 ë 2,73

st/jr st/jr

ë 873,20 ë 8.732,00 ë 278,48 ë 2.784,80 ë 49,28 ë 492,80 ë 11,26 ë 112,60 ë 35,49 ë 354,90 ë 97,56 ë 975,60 ë 520,79 ë 5.207,90 ë 43,81 ë 438,10 ë 112,05 ë 1.120,50

ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00 ë 0,00

ë 0,00 ë 10.631,80 ë 0,00 ë 5.064.56 ë 0,00 ë 1.048,96 ë 0,00 ë 235,88 ë 0,00 ë 498,68 ë 0,00 ë 2.085,12 ë 0,00 ë 6.212,98 ë 0,00 ë 3.732,10 ë 0,00 ë 1.120,50

ë 33,78 ë 65,52

ë 0,00 ë 0,00

ë 337,80 ë 655,20

ë 337,80 ë 655,20

ë 1.500,00

Totaal____________________________________________________________________________________________________________________________________ ë 33.123,58

Figuur 15: Berekening kwaliteitsverbetering door aanleg en instandhouding natuur- en landschapselementen (volgens STIKA)

Uit de berekening blijkt dat een landschapsinvestering, gecombineerd met een storting in het landschapsfonds van gemeente Best à 60.686,42 in totaal C 125.000,00 oplevert. Het bedrag dat wordt gestort in het landschapsfonds wordt ingezet ten behoeve van het uitvoeringsprogramma zoals opgenomen in de structuurvisie Buitengebied.

4.3.5

Woonvisie

In november 2008 is de ‘Woonvisie 2008’ vastgesteld. Deze woonvisie gaat uit van een bevolkingsgroei van 29.000 inwoners in 2007 naar 35.000 in 2021, waarbij de woningvoorraad zal groeien van 11.400 woningen in 2007 naar 15.400 woningen in 2021, bij een gemiddelde woningbezetting van 2,27.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Vervolgens zijn deze cijfers bijgesteld door de provinciale prognoses van november 2008 en de bijgestelde BOR-afspraken (BSGE-convenant) gemaakt in regionaal verband vastgelegd in het regionaal woningbouwprogramma 2010-2020 (december 2009). Naast dat er is vastgelegd hoeveel woningen er worden gebouwd is tevens de verhouding sociaal-vrije sector vastgelegd. Het percentage sociaal loopt terug van 300Zo in 2015 naar 250Zo in 2020. In het raadsvoorstel ‘Gemeente Best: 32.000 of 34.000 inwoners?’ (februari 2010) zijn deze veranderingen uiteengezet en verwerkt in de volgende cijfers voor 2020 en 2030.

2009 1 2010 Aantal woningen

2020

11.617

Toename woningen Woningbezetting Aantal inwoners

2,5

14.253

15.840

2.636

1.587

2,3 29.017

Toename inwoners

2030

Totale toename 2010-2030 4.223

2,15 32.782

34.056

3.765

1.274

5.039

De eerder aangenomen groei in de ‘Woonvisie 2008’ van 4000 woningen extra in 2021 is nu uitgesmeerd over een langere periode tot 2030. Op 9 oktober 2012 heeft de gemeente Best de notitie 'Doseren en prioriteren van nieuwe woningbouwinitiatieven' vastgesteld. Hierin wordt door de gemeente het 'nee, tenzij principe' gehanteerd ten aanzien van nieuwe initiatieven. Dit betekent dat slechts ontwikkelingen die passen in de beleidsambities, kwalitatief aansluiten bij de behoefte in Best en positief scoren op volkshuisvestelijke en ruimtelijke aspecten doorgang vinden. Op 25 maart 2013 heeft de gemeenteraad een besluit genomen omtrent het faseren en doseren van woningbouwinitiatieven. In dit verband heeft de raad besloten uit te gaan van een scenario waarbij de komende 10 jaar in totaal 1.600 woningen worden gerealiseerd (dit was 2.636), hetgeen in de grondexploitatie opnieuw een afboeking tot gevolg had (5,9 miljoen). Het programma van 1.600 woningen is opgebouwd uit 1.275 door gemeente in exploitatie genomen woningen en nog eens 462 woningen in particulier initiatief. Bij dit particuliere initiatief wordt rekening gehouden met een planuitval van 300Zo, waarmee de feitelijke particuliere productie uit zal komen op circa 325.

De voorgestane realisatie van vier grondgebonden woningen past binnen de plancapaciteit van de gemeente Best en past binnen de regionale bouwafspraken conform het in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) afgestemde woningbouwprogramma. Er is geen sprake van strijdigheid met het woonbeleid.

4.3.6

Bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’

Ter plaatse van het plangebied is tevens het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ van toepassing. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 6 februari 2017. Middels dit bestemmingsplan is aan de gemeentelijke ‘Nota Parkeernomen’ een juridisch-planologische status gegeven. In paragraaf 3.4 is de parkeerbehoefte uitgewerkt. Tevens is in dit bestemmingsplan de geactualiseerde gemeentelijke archeologiekaart vertaald. In het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is voor het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’ CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

opgenomen. In paragraaf 6.1 wordt ingegaan op het thema archeologie. In het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ kent de locatie geen aanvullende bestemmingen.

4.3.7

Milieubeleidsplan Best 2012 - 2016

4.3.7.1

Inleiding

Door de gemeente Best is het ‘Milieubeleidsplan Best 2012 - 2016’ vastgesteld. In het milieubeleidsplan worden voor negen milieuthema’s doelstellingen aangegeven die zijn bepaald aan de hand van het door de raad gekozen ambitieniveau. Deze milieuthema’s betreffen: -

Luchtkwaliteit; Geur;

-

Afval; Externe veiligheid;

-

Geluid; Water;

-

Biodiversiteit; Bodem;

-

Klimaat/duurzaamheid.

Speerpunten in het milieubeleidsplan zijn: - Het inzetten op een grote reductie van de hoeveelheid restafval en het nadrukkelijk bevorderen -

van hergebruik van producten en materialen; Het streven naar een energieneutraal Best in 2030;

-

Stimulering van biodiversiteit in de ruimtelijke ontwikkeling, maar ook bij burgers, bedrijven en medewerker;

-

Leefbaarheid staat hoog in het vaandel waarvoor ondermeer voor de thema’s externe veiligheid, geur, water, geluid, lucht en bodem belangrijke doelen worden gesteld.

Het milieubeleidsplan is een toetsingskader voor nog op te stellen gemeentelijk beleid per milieuthema. Navolgend worden de relevante milieuaspecten nader toegelicht.

4.3.8

Duurzaamheid

De gemeente Best heeft de ambitie om energieneutraal en afvalloos te worden. De eerdere doelstelling om dit in 2030 te bereiken is losgelaten. Er wordt nu aangesloten bij het regionale tempo. De regio (MRE) heeft uitgesproken als eerste van Nederland de status energieneutraal te willen bereiken. De gemeente zet hierbij stevig in op energietransitie met als doel een energie neutrale samenleving, onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit is in lijn met nationale ontwikkelingen; eind 2016 presenteerde het ministerie van Economische Zaken de Energieagenda, waarin is opgenomen dat Nederland in 2050 een volledige duurzame energievoorziening heeft. Dat betekent (onder andere) aardgasloos wonen. Waar mogelijk spreekt de gemeente met initiatiefnemers energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw af die verder gaan dan het huidige wettelijk vereiste minimum niveau. Afspraken daarover CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

worden vastgelegd in verkoopovereenkomsten of anterieure overeenkomsten. Initiatiefnemers worden voorgelicht over de genoemde ontwikkelingen zodat zij daarin goede keuzes kunnen maken. Daar waar mogelijk wordt zongericht verkaveld of gebouwd. Dit betekent dat een woongebied zodanig wordt ingericht dat zoveel mogelijk passieve en actieve zonne-energie wordt benut. Dit kan passief bijvoorbeeld door opwarming door de zon van het gebouw of actief. Voorbeelden van het actief benutten van zonne-energie zijn zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking en zonneboilers voor warmwater. Ook compact bouwen wordt nagestreefd. Hierbij wordt gekozen voor een bouwvorm, waarbij de verhouding tussen het gebruiksoppervlak (vloeroppervlak) en het verliesoppervlak (gevels en daken) zo gunstig mogelijk is en de transmissieverliezen klein zijn. De uiteindelijke keuzen voor energieneutraal bouwen en energiebesparende maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in de bouwaanvraag. 4.3.8.1

Luchtkwaliteit

Uit de regionale rapportage luchtkwaliteit 2009 blijkt dat de luchtkwaliteit in Best langs de gemeentelijke wegen en de provinciale wegen binnen de luchtkwaliteitsnormen blijft. Wel is de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide op delen direct langs de rijkswegen hoger dan de plandrempel. Echter, het toetspunt van de luchtkwaliteitsnormen ligt op 10 meter van de rand van de weg. Zo dicht bij de Rijksweg komen geen mensen die langdurig aan deze concentraties worden blootgesteld. Met de beoogde herontwikkeling van het plangebied worden vier woningen toegevoegd. Dit zal geen negatief effecten hebben op de luchtkwaliteit binnen de gemeente Best en vormt derhalve geen bezwaar. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen eveneens te voldoen aan het in juli 2009 vastgestelde ‘Luchtkwaliteitsplan’ van de gemeente Best. In het Luchtkwaliteitsplan is aangegeven dat bij de toetsing van bouwaanvragen voor woningen gecontroleerd wordt of de ventilatievoorzieningen voldoen aan de daaraan gestelde normen. De gemeente Best houdt toezicht op de uitvoering, zodat deze overeenkomstig de bouwvergunning is. Bij de eindcontrole wordt extra aandacht besteed aan de ventilatievoorzieningen. De beoogde herontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van vier woningen. Deze bepaling zal van toepassing zijn in de fase van vergunningverlening.

In aanvulling op het ‘Luchtkwaliteitsplan’ heeft de gemeente Best de ‘Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Noord-Brabant’ opgesteld. Dit is een aanvulling op het ‘Besluit gevoelig bestemmingen’ en geeft invulling aan het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ voor het aspect luchtkwaliteit. Bepaald is dat per project aangegeven moet worden of het een al dan niet ‘in betekende mate’ project betreft. Op grond van de Wet milieubeheer en bijbehorende regelgeving is onderzoek naar luchtkwaliteit voor woningbouwlocaties niet noodzakelijk, wanneer er minder dan 1.500 woningen (bij ontsluiting over één weg) danwel 3.000 woningen (bij gelijkmatige ontsluiting over twee of meer wegen) gerealiseerd worden. Een initiatief voor minder dan 1.500 respectievelijk 3.000 woningen kan op grond van de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) zonder meer doorgang vinden. Ter plaatse van het plangebied worden vier nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

4.3.8.2

Geur

De gemeente Best streeft naar een redelijk goed tot goed leefklimaat voor de inwoners van Best met betrekking tot het aspect geur, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de veehouderijen. Op 16 juni 2008 heeft de gemeente Best een gemeentelijke geurverordening vastgesteld. Alle ruimtelijke plannen en aanvragen om omgevingsvergunningen (milieu) dienen te worden getoetst aan de geurverordening. In paragraaf 5.1 wordt het aspect geur nader toegelicht. 4.3.8.3

Externe veiligheid

Veilig wonen en het vestigen van risicovolle bedrijven of het vervoer van gevaarlijke stoffen gaan niet zomaar samen. Daarom is het ruimtelijk scheiden van dergelijke activiteiten noodzakelijk en wettelijk verplicht. De huidige beleidsvisie ‘Externe Veiligheid’ is op 2 november 2009 door de gemeenteraad vastgesteld en is integraal met de relevante afdelingen samengesteld. Alle ruimtelijke plannen en aanvragen om omgevingsvergunningen (milieu) toetsen aan de beleidsvisie externe veiligheid. Het plangebied is volgens de beleidsvisie gelegen binnen het gemengde gebied. In dit gebied wordt de aanwezigheid van bepaalde risicobronnen als vanzelfsprekend gezien. Door historische ontwikkelingen heeft er een menging van verschillende activiteiten plaatsgevonden. Bestaande risicovolle activiteiten die hiermee samenhangen zijn toegestaan. Nieuwe risicovolle activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover expliciet aangegeven. Ruimtelijke ontwikkelingen nabij risicovolle infrastructuur zijn eveneens toegestaan, mits wordt voldaan aan de normen en de verantwoordingsplicht. Het groepsrisico mag in het gemengde gebied niet toenemen. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich geen risicovolle infrastructuur of risicovolle objecten. Met de beoogde herontwikkeling neemt het groepsrisico ook niet toe.

Derhalve kan worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling geen bezwaar vormt in het kader van externe veiligheid. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op het aspect externe veiligheid. 4.3.8.4

Geluid

Uit een inventarisatie in 2006 bleek dat er in Best 2.266 geluidgehinderden waren met een hogere geluidbelasting op de gevel dan 55 dB als gevolg van wegverkeer. Per 1 januari 2007 is de ontheffingsprocedure gedecentraliseerd van de provincie naar de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best is bevoegd gezag en mag in de meeste gevallen zelf hogere waarde besluiten nemen. In het ontheffingenbeleid hogere waardenprocedure van de gemeente Best wordt stil gestaan bij de voorkeursgrenswaarden, maximale ontheffingswaarden en binnen niveau per bouwsoort. Het hogere waarde beleid gaat om de afweging waar meer geluid op een woning wordt toegestaan en de geluidbelasting op een gevel niet hoog mag zijn. Door ontheffingscriteria vast te stellen kan waar gewenst en waar nodig worden afgeweken van de voorkeursgrenswaarden tot de maximale ontheffingswaarde, zonder dat bij elke ontheffing een zeer uitgebreide motivering moet worden toegevoegd. Het aspect wegverkeerslawaai wordt in paragraaf 5.3 nader toegelicht. 4.3.8.5

Water

Sinds 1 januari 2008 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. De gemeente Best heeft het ‘Water- en rioleringsplan 2016 - 2020’ opgesteld. In het ‘Water- en rioleringsplan 2016-2020’ is een aantal opgaven en speerpunten per aspect weergegeven:

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

-

Stedelijk afvalwater: Hemelwater:

-

Grondwater: Oppervlaktewater:

-

Organisatie en financiën:

In paragraaf 5.5 wordt het aspect hydrologisch neutraal ontwikkelen nader toegelicht, waarbij wordt ingegaan op de beoogde herontwikkeling binnen het plangebied. 4.3.8.6 Duurzaamheid De gemeente Best heeft de ambitie om energieneutraal en afvalloos te worden. De eerdere doelstelling om dit in 2030 te bereiken is losgelaten. Er wordt nu aangesloten bij het regionale tempo. De regio (MRE) heeft uitgesproken als eerste van Nederland de status energieneutraal te willen bereiken. De gemeente zet hierbij stevig in op energietransitie met als doel een energie neutrale samenleving, onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit is in lijn met nationale ontwikkelingen; eind 2016 presenteerde het ministerie van Economische Zaken de Energieagenda, waarin is opgenomen dat Nederland in 2050 een volledige duurzame energievoorziening heeft. Dat betekent (onder andere) aardgasloos wonen. De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te laten sluiten op het gasnet is per 1 juli 2018 vervallen. Waar mogelijk spreekt de gemeente met initiatiefnemers energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw af die verder gaan dan het huidige wettelijk vereiste minimum niveau. Afspraken daarover worden vastgelegd in verkoopovereenkomsten of anterieure overeenkomsten. Initiatiefnemers worden voorgelicht over de genoemde ontwikkelingen zodat zij daarin goede keuzes kunnen maken.

Daar waar mogelijk wordt zongericht verkaveld of gebouwd. Dit betekent dat een woongebied zodanig wordt ingericht dat zoveel mogelijk passieve en actieve zonne-energie wordt benut. Dit kan passief bijvoorbeeld door opwarming door de zon van het gebouw of actief. Voorbeelden van het actief benutten van zonne-energie zijn zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking en zonneboilers voor warmwater. Ook compact bouwen wordt nagestreefd. Hierbij wordt gekozen voor een bouwvorm, waarbij de verhouding tussen het gebruiksoppervlak (vloeroppervlak) en het verliesoppervlak (gevels en daken) zo gunstig mogelijk is en de transmissieverliezen klein zijn. De beoogde ontwikkeling ziet toe op nieuwbouw van vier woningen, die aan de meest actuele duurzaamheidseisen gaan voldoen.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

4.3.9

Archeologie

Naar aanleiding van de Wamz, welke gemeenten beleidsruimte biedt om binnen de kaders van rijks­ en provinciaal beleid naar eigen behoefte financieel en beleidsmatig invulling te geven aan de archeologische monumentenzorg op gemeentelijk grondgebied, is het ‘Beleidsplan archeologische monumentenzorg, gemeente Best’ opgesteld. Het doel van het beleidsplan is het ontwikkelen en concretiseren van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid. Bij dit beleidsplan hoort een archeologische beleidskaart, op deze kaart is het plangebied aangewezen als gelegen in een gebied met ‘Middelhoge verwachting’. De voor dit beleidsplan opgestelde archeologische beleidskaart vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’. Het aspect archeologie wordt in paragraaf 6.1 nader toegelicht.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.

RELEVANTE MILIEUASPECTEN

5.1

Agrarische bedrijven

5.1.1

Inleiding

De veehouderijen in de omgeving van het plangebied mogen geen belemmerende werking hebben op de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. Tevens moet ter plaatse van geurgevoelige objecten een aanvaardbaar leefklimaat gewaarborgd kunnen worden. De herontwikkeling mag ook geen belemmerende werking hebben op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wgv wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen.

Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe (burger)woningen dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

-

In de omgeving van het plangebied is één veehouderijbedrijf gelegen, te weten aan Sint Franciscusweg 11. Het agrarisch bouwvlak bevindt zich op een afstand van meer dan 250 meter tot het plangebied. Navolgende figuren geven de actueel vergunde situatie weer van dit bedrijf. 5684 LZ, Sint Franciscusweg 11, BEST, BEST Beschikkingsdatum: 15-03-1999 RAV-ta bel versie: Tabel 1999-1 MB: orderstaande emissies zijn vertaald naar de meest recente emissiewaarden

Stalgroepen

cat

2e RAV code

Omschrijving

3e RAV Emissie code punt

'V

' , Aantal

dieren

'T? MVE

NGE tot

— (Ou/s)

(kg/jr)

melk- en ka fkoeien ouder dan 2 jaar vrouwelijk jongvee tot 2 jaar volwassen paarden (3 jaar en ouder)

:jr.l.lÜ.

Figuur 16: Actueel vergunde situatie Sint-Franciscusweg 11 (Bron: Web BVB-Brabant)

Voor melkveehouderijen zijn op grond van de Wet geurhinder en veehouderijen geen geuremissies vastgesteld. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom gelegen is, minimaal 100 meter te bedragen en 50 CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

meter wanneer de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. De nieuwe woning wordt opgericht op een afstand van meer dan 100 meter tot het veehouderijbedrijf. Aan de vast afstand wordt derhalve ruimschoots voldaan.

5.1.2

Achtergrondbelasting

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de geurkaart, opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (februari 2021), waarop de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt is. Het plangebied is hierop aangeduid.

Legenda Achtergrondbelasting geur Kwaliteit leefomgev ng (geurbelasťng in ouEAn3) | zeer goed 0-3 ĵ goed 3-7

D redelijk goed 7-13 ĵ matig 13-20

D te me lijk slecht 20-28

tKopPe''

G slecht 28-35

n

zeer slecht 35-50

KapeJvveg

extreem slecht 50-* .^pOr-Oriÿ

Qcįchovscŵeg

fläįęiwowŞ ^noisewcg

ĩ

m J-, m Oirschotseweg

iOfAch'õ'

t e.»lŵ

_____ Figuur 17: Achtergrondbelasting en leefklimaat ter plaatse van het plangebied

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een achtergrondbelasting van 0-3 ouE/m3. Sprake is daarmee van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. De beoogde herontwikkeling is derhalve in het kader van de achtergrondbelasting geen bezwaar.

5.1.3

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

De herontwikkeling van het plangebied naar een woonbestemming mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. De omliggende veehouderijen worden echter al belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden door de aanwezigheid van burgerwoningen die gelegen zijn tussen het plangebied en de betreffende veehouderijen. Herontwikkeling van het plangebied naar een woonbestemming belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven dan ook niet meer dan thans het geval is.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.2

Gezondheid

De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. Op basis van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0 versie mei 2018 opgesteld door het ondersteuningsteam BPO speerpunt veehouderij kan worden afgewogen of een advies van de GGD nodig is voor het plan. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 kilometer van het plangebied bevinden zich geen geitenbedrijven. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

Het aspect ‘gezondheid’ is in het kader van de beoogde herontwikkeling dan ook geen bezwaar.

5.3

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -

via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken; via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;

-

de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.

Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek wordt is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Navolgend wordt de conclusie weergegeven: “In opdracht van de initiatiefnemer heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van een plan aan Oirschotseweg 96-100 te Best. Beoogd wordt om tussen Oirschotseweg 96 en 98 een woning toe te voegen op grond van de regeling Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties en om tussen Oirschotseweg 98 en 100

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

drie woningen toe te voegen op grond van de provinciale regeling. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de St. Franciscusweg, Oirschotseweg, Kapelweg, Zessprong, St. Antoniusweg en Heivelden West. Aangezien de St. Franciscusweg doodlopend is, wordt deze weg als akoestisch niet relevant beschouwd. Dit geldt eveneens voor het doodlopende gedeelte van de St. Antoniusweg (tussen Oirschotseweg en Zessprong). Voor de wegen St. Antoniusweg, Kapelweg, Zessprong en Heivelden West geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Oirschotseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 12 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot

de

voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie eveneens niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document ‘Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure’ van de gemeente Best. Conform dit beleidsstuk kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder en aan één van de in het beleidsstuk genoemde subcriteria. In onderhavige situatie is er sprake van het opvullen van open plaatsen tussen aanwezige bebouwing. Derhalve wordt voldaan aan één van de subcriteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. Daarnaast kunnen de woningen beschikken over een geluidluwe achtergevel. De zijgevels van de woningen binnen bouwvlak gb001, gb002 en gb004 kunnen tevens deels geluidluw zijn.

Wanneer hierbij rekening wordt gehouden met de indeling van de woningen, zodat voldoende verzekerd is dat de verblijfsruimten en de tot de woningen behorende buitenruimten niet worden gesitueerd aan de gevel waar de hoogste geluidbelasting optreedt, wordt voldaan aan de aanvullende eis uit hetgemeentelijk geluidbeleid. Voornoemde verblijfsruimten dienen hierbij te worden voorzien van een te openen raam ter plaatse van de geluidluwe zijde. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woningen een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

5.4

Bodem

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling, de bouw van vier nieuwe woningen, zal de bodem geroerd worden. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Ten behoeve van de beoogde herbestemming is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. “Conclusies en advies Resultaten In het mengmonsters van de visueel schone en plaatselijk baksteenhoudende bovengrond (BG1 en BG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de visueel schone ondergrond (OG1) zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 zijn gehaltes aan barium en naftaleen gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Het licht verhoogde gehalte aan naftaleen is het gevolg van een verhoogde rapportagegrens. Op basis van dit onderzoek bestaan geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van verhoogde gehaltes aan naftaleen of andere vluchtige aromaten in het grondwater. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de hypothese. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van de locatie. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.5

Waterhuishouding

5.5.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.

5.5.2

Relevant waterschapsbeleid

5.5.2.1

Keur 2015

Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De keur is een verordening met de regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, (gemalen, stuwen).

watergangen

(sloten,

beken

en rivieren) en

bijbehorende

kunstwerken

Navolgend is een uitsnede van de Keurkaart 2015 weergegeven.

Kape/we -EGENDA Waterschapsgrens

A-wateren

Beekdalen

—

Beschermde gebieden keur

M Beschermd gebied waterhuishouding Attentiegebied Contouren beregeningsbeleid EĴInvloedsgebied Natura 2000 H Beperkt invioedsgebied Natura 2000

Figuur 18: Uitsnede Keurkaart 2015, met aanduiding plangebied (rode contour)

Het plangebied is op de kaart behorende bij de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.5.2.2

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de watertransitie met als doel een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Hierbij ligt in tegenstelling tot eerder beleid met name de nadruk op de volgende focuspunten: -

van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied;

-

van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners worden keuzes gemaakt over meerdere opgaven in een gebied;

-

van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

5.5.2.3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, waterschappen’.

Brabantse

Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, 500 m2 tot 10.000 m2 en meer dan 10.000 m2. Met de beoogde herontwikkeling wordt naar verwachting 1.600 m2 (400 m2^oning) extra verhard oppervlak voorzien. Bij een toename vanaf 500 m2 verhard oppervlak zijn de Algemene regels Waterschap De Dommel van toepassing en geldt een regenwaterbergingsplicht. De benodigde compensatie in m3 wordt berekend met de formule: toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in mm). De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te worden geplaatst.

5.5.3

Gemeentelijk beleid

5.5.3.1

Waterplan Best

In oktober 2005 heeft de gemeente Best samen met Waterschap De Dommel, provincie NoordBrabant en Brabant Water het ‘Waterplan Best, Op naar een veerkrachtig watersysteem’ opgesteld. Het waterplan omvat een visie voor Best tot 2020. Het Waterplan Best dient als input en toetsingskader voor de diverse lopende projecten en processen binnen het gemeentelijk grondgebied. De visie is onderverdeeld naar vier thema’s aan de hand waarvan de waterproblematiek beschreven en aangepakt kan worden. Deze waterthema’s zijn waterkwaliteit, verdrogingsbestrijding, CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

wateroverlast en waterbeleving. Met het thema wateroverlast wordt bedoeld dat er in 2020 een natuurlijk evenwicht bestaat tussen water en de gebruiksfunctie bebouwing. Door de grote oppervlakten verharding in de bebouwde omgeving, kan het regenwater niet meer op natuurlijke wijze in de grond infiltreren en/of afstromen naar beken. Piekafvoeren in inundaties buiten het stedelijk gebied zijn het gevolg. Binnen een veerkrachtig systeem dient water de ruimte te krijgen. Derhalve hanteert de gemeente Best het principe ‘Infiltreren - vasthouden - afvoeren’. 5.5.3.2 Water- en rioleringsplan 2016 - 2020 Sinds 1 januari 2008 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. De gemeente best heeft het ‘Water- en rioleringsplan 2016 - 2020’ opgesteld. Door diverse wijzigingen in wet- en regelgeving is de situatie ontstaan dat het verbreed gemeentelijk rioleringsplan en het Waterplan grotendeels overlappen wat betreft de reikwijdte, visie en uitvoeringsprogramma. In het Water- en rioleringsplan is een aantal opgaven en speerpunten per aspect weergegeven: -

Stedelijk afvalwater: o Inzameling van stedelijk afvalwater; o o

-

Transport van het stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt; Continueren huidige rioleringszorg.

Hemelwater: o Inzameling van hemelwater; o o

Verwerken van ingezameld hemelwater; Inspelen op klimaatverandering.

-

Grondwater: o Voorkomen van grondwateroverlast.

-

Oppervlaktewater: o Waterlopen en waterpartijen als drager voor recreatie en natuur;

-

o Mede invulling geven aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Organisatie en financiën: o o

Doelmatige invulling watertaken; Kostendekkende rioolheffing;

o

Toereikende personele capaciteit gemeentelijke watertaken; Samenwerken in de afvalwaterketen;

o

Communicatie naar inwoners en perceelseigenaren intensiveren.

o

Alle percelen waar afvalwater vrij komt zijn aangesloten op (druk)riolering. Nieuwe lozers van afvalwater dienen te voldoen aan de regels uit het betreffende lozingsbesluit. De aanlegkosten van een aansluiting op een voorziening zijn voor rekening van de aanvrager/initiatiefnemer. In het buitengebied wordt nieuwbouw aangesloten op drukriolering. De lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. Vertrekpunt is het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden wordt ingezameld. Om de samenwerking met het waterschap verder te versterken gaat de gemeente Best de komende periode kijken in hoeverre de gemeente eigen hemelwaterbeleid kan koppelen aan de keur van het waterschap. Vooralsnog heeft de gemeente Best daartoe nog geen eigen beleid.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.5.4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 15,8 meter boven NAP. De bodem binnen het plangebied betreft een laarpodzolgrond (laarpodzolgronden, lemig fijn zand). Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. De GHG ter plaatse van het plangebied is gelegen tussen 20-60 cm-mv. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk. Grondwater Het ond epe bodem watersysteem Gemiddelde hoogste grondwaterstand GHG | 0-20 cm 20 - 40 cm 40 - óOcm óO-80 cm O 80 - 100 cm O 100-120 cm O 120-140 cm O 140-160 cm O 160*180 cm O 180-200 cm B 200-250 cm I meer dan 250 cm

Figuur 19: GHG ter plaatse van het plangebied

5.5.5

Hemelwaterafvoer na ontwikkeling

Het verhard oppervlak ter plaatse van het plangebied zal met de beoogde herontwikkeling naar verwachting 400 m2 per woning toenemen. Infiltratievoorzieningen dienen te worden gerealiseerd boven de hoogste grondwaterstand en mogen derhalve een diepte kennen van maximaal 40 centimeter beneden maaiveld. In veel gevallen wordt bij de

bouw van woningen op grote kavels gekozen voor een

infiltratietransportriool en een wadi. In de plaats daarvan of daarnaast kan gebruik worden gemaakt van andere maatregelen. Een mogelijkheid voor infiltreren van hemelwater is het opvangen in infiltratiekratten of grindkoffers. Daartoe zal alvorens wel het perceel opgehoogd te worden om te voorkomen dat de grondwaterspiegel te hoog staat. Nadere uitwerking dient te geschieden in het kader van een concrete aanvraag. Manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuur.

-C-*

«ŕ e

'ŵi * V . ;

Figuur 20: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van voorziening voor hemelwaterberging. Deze voorziening moet van een dusdanige omvang zijn dat hemelwater adequaat kan worden geïnfiltreerd. Rekening dient gehouden te worden met voldoende ontwateringsdiepte. Hemelwater moet worden geborgen op eigen perceel. Rondom het plangebied is sprake van meerdere zaksloten. Op navolgende luchtfoto is dit inzichtelijk.

v\\\\

Ŵ\| *f?" Hl

Figuur 20: Westelijk deel plangebied

Het slotensysteem kan betrokken worden voor de hemelwaterafvoer. Geadviseerd wordt het hemelwater voeren naar een ondergronds infiltratietransportriool. Vanuit dit transportriool zal het hemelwater onderweg in eerste instantie zo veel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratielaagte of de zaksloot, aan bijvoorbeeld de achterzijde. In het geval is er onvoldoende ruimte is om boven het infiltratieriool een voldoende dragende laag voor bestrating te realiseren kan als alternatief een bovengrondse transport methode van hemelwater richting de voorziening worden gerealiseerd. Gedacht kan hierbij worden aan een goot in het veld. Van belang is dat sprake is van voldoende capaciteit zodat er geen overloop naar buurpercelen plaatsvindt. Indien het plangebied wordt opgehoogd mag dusdanig worden opgehoogd dat hemelwater uitvloeit naar aangelegen percelen.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.5.6

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.6 5.6.1

Luchtkwaliteit Inleiding

De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Belangrijk aspect in de Wet luchtkwaliteit is het begrip ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM). Ontwikkelingen, projecten en activiteiten die NIBM bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven door het bevoegd gezag (in principe) niet meer afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De toetsing vindt op provinciaal en landelijk niveau plaats in het kader van de projecten die wél ‘In Betekenende Mate’ (IBM) bijdragen. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De bijlage geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrage neutraal). Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen. Aangezien het plan slechts vier nieuwe woonbestemmingen mogelijk maakt, valt dit plan onder het begrip NIBM en hoeft de luchtkwaliteit niet verder te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.

Daarnaast zijn de woningen niet aangemerkt als luchtgevoelige bestemming zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige Bestemmingen' en bestemmingen Noord-Brabant'.

5.6.2

de 'Handreiking luchtkwaliteit gevoelige

Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen in Best

In juli 2014 is de ‘Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen in Best’ als beleidsregel ingevoerd. De handreiking is een aanvulling op het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Ook geeft hij invulling aan het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ uit de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij speelt zowel de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging als de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen een rol. De handreiking heeft als doel een betere leefomgeving te realiseren voor kwetsbare groepen. Daarom beperkt de handreiking nieuwvestiging van ‘lucht’-gevoelige objecten binnen 300 meter van een Rijksweg en binnen 50 meter van drukke provinciale en gemeentelijke wegen. Gevoelige objecten zijn scholen, kinderdagverblijven, verzorgings-, verpleeg- en bejaardenhuizen.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.6.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: - de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 gg/m3. -

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 gg^. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 gg^.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer. Legenda: Fijn stof conc.

m

|

(pg pmlO/mi) 15-17

17 - 18 18 - 19 19 - 2Ū

20 - 21 21-22 22 - 23 23 - 25 25 - 39 |

39

Figuur 21: Fijnstof PM10 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van het plangebied Legenda Fijn stof conc. (Įjg PM2,5/1113)

8-10 10 - 11 11 - 12

14 - 14,5

15 - 15,5

Figuur 22: Fijnstof PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van het plangebied

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Legenda: N02 conc. (Mçj/mS)

c lū lū - 12 12 - 14 14 - 16 1Ē - 18 18 - 20 2Ū - 25 25 - 30 3Ū - 35 35 - 39 i 39

Figuur 23: Stikstofoxide (NO2) (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van het plangebied

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 20-21 pg/m3. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 12-13 pg^. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 pg^ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. De jaargemiddelde concentratie NO2 bedraagt 20-25 pg^.

5.6.4 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

5.7

Bedrijven en milieuzonering

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, bevat richtafstanden voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden worden nagestreefd tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. ” Gezien de ligging van het plangebied aan een doorgaande weg in een bebouwingsconcentratie, ten noordwesten van de kern Best, kan de locatie getypeerd worden als gelegen binnen een gemengd gebied. Binnen een straal van 200 meter vanaf het plangebied zijn twee bedrijven gelegen. Het betreft het agrarische bedrijf Kapelweg 11 op 85 meter vanaf het plangebied en het horecabedrijf aan Oirschotseweg 108 op 145 meter vanaf het plangebied. Het agrarische bedrijf betreft een bedrijf in milieucategorie 2 en het horecabedrijf betreft een bedrijf in milieucategorie 1.

Het plangebied bevindt zich in een gemengd gebied, waar de afstandsnorm met één stap verlaagd mag worden. Voor het agrarische bedrijf geldt derhalve een afstand van 50 meter en voor het horecabedrijf 0 meter. Aan beide afstanden wordt voldaan. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

5.8

Externe veiligheid

5.8.1

Inleiding

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende subparagrafen nader toegelicht. Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1o0o letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 10 van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is in onderhavige situatie niet aan de orde, daar enkel wordt voorzien in het oprichten van enkele burgerwoningen. Er is enkel sprake van bewoning door huishoudens.

5.8.2

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

5.8.3

Bedrijven

Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant, waarop het plangebied met zwart is omcirkeld.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Verrenbest

Aarie Straten

Speelheide Naasterúest Heivelden

-Wilhelrnjnadorp Heuveteind

Batadoip

Figuur 21: Uitsnede risicokaart provincie Noord-Brabant

5.8.4

Vervoer van gevaarlijke stoffen

5.8.4.1

Vervoer over het spoor

Op het grondgebied van de Gemeente Best bevindt zich een spoortracé op een afstand van circa 1.050 meter. Het plangebied bevindt zich op een dermate grote afstand tot de spoorlijn dat interactie normaalgesproken niet zal plaatsvinden. 5.8.4.2

Vervoer over de weg

Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Binnen de Gemeente Best zijn de rijksweg A58 en A2 aangewezen als wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. De afstand van het plangebied tot Rijksweg A2 bedraagt circa 2.000 meter. Het invloedsgebied van deze Rijksweg bedraagt 880 meter. Deze risicobron is derhalve niet relevant. De afstand van het plangebied tot Rijksweg A58 bedraagt circa 2.000 meter. Het invloedsgebied van deze Rijksweg bedraagt 4000 meter. Deze risicobron is derhalve wel relevant. Gezien de grote afstand en het feit dat de hoogte van het groepsrisico niet zal wijzigen kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, in subparagraaf 5.8.6. 5.8.4.3

Vervoer over het water

Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1.400 meter van het Wilhelminakanaal. Als er al een significant transport over dit kanaal plaatsvindt, is deze zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn. Daarbij is het plangebied buiten het invloedsgebied van het kanaal gelegen.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

5.8.5

Kabels en leidingen

5.8.5.1

Buisleidingen

De meest dicht bij het plangebied gelegen buisleiding betreft een defensiebuisleiding, met een risicocontour van 0 meter, ten oosten van het plangebied. Met een afstand van 330 meter is het plangebied gelegen op dusdanig grote afstand dat deze leiding geen belemmering vormt voor de beoogde herontwikkeling. 5.8.5.2

Hoogspanningslijnen

Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. Zuidelijk van het plangebied ligt de hoogspanningslijn Tilburg Noord - Best op een afstand van circa 900 meter. Dit is een hoogspanningsleiding tussen de plaatsen Tilburg en Best. De bedrijfsspanning van de lijn bedraagt 150 kV. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de hoogspanningslijn.

5.8.6

Beperkte verantwoording groepsrisico

Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het groepsrisico neemt nagenoeg niet toe ten gevolge van de wijziging. Volgens artikel 9 van het Bevt moet in onderhavige situatie bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit houdt in dat moet worden ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of

b.

beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg een ramp voordoet. 5.8.6.1

Advies Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

De Veiligheidsregio heeft een standaard advisering opgesteld voor algemene situaties. De ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden, zodat het standaard advies kan worden toegepast. Het standaard advies van de Veiligheidsregio luidt als volgt: -

Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.

-

Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van de VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2018/04/170307-

-

beleidsregelsbereikbaarheid-en-bluswatervoorziening-brabant-definitief-1-0-vastgesteld.pdf. Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.

CONCEPT-VASTGESTELD

Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg ong. (nabij 96 en nabij 98) Best' - Toelichting

Reactie op het standaard advies van de Veiligheidsregio - Op de gemeentelijke website is informatie te vinden betreffende het aspect veiligheid. Voor risicobronnen in de omgeving wordt verwezen naar de nationale risicokaart (www.risicokaart.nl), waarin is aangegeven hoe te handelen bij de verschillende scenario’s. -

Ook wordt verwezen naar NL-alert. De beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening zullen worden toegepast. De bereikbaarheid van de locatie is goed. De locatie is vanuit twee verschillende kanten/wegen goed bereikbaar.

-

5.8.6.2

De mogelijkheid tot het uitschakelen van mechanische ventilatie is geregeld in artikel 3.31 van het Bouwbesluit 2012. Zelfredzaamheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12352196/1