CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8 - Buitengebied Best 2021 vast te stellen toelichting

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied36.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Vergroting van de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 300 m2 kan ook met een andere ruimtelijke kwaliteitsverbetering (dan sloop van overtollige bebouwing) worden toegestaan en/of verbetering van de cultuurhistorische kwaliteit en/of investering in duurzaamheid e.d.. Dit betreft echter altijd maatwerk en zal derhalve dan via een afzonderlijke buitenplanse procedure dienen te worden geregeld. 5.7.3 Woning (boerderij) splitsing Conform de huidige regeling kan bij woonboerderijpanden ten behoeve van het behoud van de panden onder voorwaarden splitsing worden toegestaan. Cultuurhistorische bebouwing is in dit bestemmingsplan op basis van een quickscan aangeduid op de verbeelding ('cultuurhistorische waarden' ). Deze aangeduide panden komen derhalve mogelijk in aanmerking voor woningsplitsing. Om echter recht te doen aan de doelstelling van de regeling (behoud van cultuurhistorische waarde), is ook voor panden die niet zijn aangeduid met 'cultuurhistorische waarde' maar waarvoor met een bouwhistorisch onderzoek kan worden aangetoond dat er wel degelijk sprake is van een te behouden cultuurhistorische waarde, woningsplitsing mogelijk gemaakt. Provinciale randvoorwaarde is dat met de splitsing het belang van het behoud of herstel van deze waardevolle bebouwing is gediend. Hiertoe dient inzicht te worden gegeven in de cultuurhistorische waarden van bebouwing.

Er dient aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden en het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden niet wezenlijk aangetast worden. Hiertoe kan het bevoegd gezag advies vragen aan terzake deskundigen, zoals de Monumentencommissie. In de Structuurvisie buitengebied is reeds opgenomen dat splitsing van een woning alleen mogelijk is wanneer sprake is van cultuurhistorische bebouwing, een beeldbepalend pand of een karakteristiek pand. De inhoud van de gesplitste woningen mag per woning niet minder dan 350 m3 bedragen. De maximaal toegestane omvang van de bijgebouwen per gesplitste woning bedraagt maximaal 100 m2 , eventueel resterende bijgebouwen dienen te worden gesloopt. Daarnaast mag de woningsplitsing niet leiden tot onevenredige beperkingen van de bedrijfsbelangen van omliggende (agrarische) bedrijven. Bovendien dient de woning uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat aanvaardbaar te zijn. Voor de tevens noodzakelijke landschappelijke inpassing kan ook worden verstaan de cultuurhistorisch verantwoorde inrichting van het erf.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

65

5.7.4 Aan huis verbonden beroepen of kleinschaligebedrijvigheid Conform de gemeentelijke regeling voor aan huis verbonden beroep en kleinschalige bedrijvigheid kunnen aan huis verbonden beroepen rechtstreeks worden toegestaan, voor zover de activiteit is opgenomen in bijlage 4 van de regels onder voorwaarden tot max. 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 100 m2 . Daarnaast kan via afwijking kleinschalige bedrijvigheid worden toegestaan tot max. 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 100 m2, ten behoeve van een kleinschalige bedrijfsactiviteit die is opgenomen in bijlage 5 van de regels. 5.7.5 Schuilhutten Bestaande, legaal gebouwde (vergunde) opstallen en/of overkappingen worden toegestaan. Conform het vigerende plan wordt in het plan de mogelijkheid geboden tot oprichting van nieuwe schuilhutten ten behoeve van de huisvesting van hobbymatig gehouden dieren. Een schuilstal beschermt dieren tegen zon, wind en regen en biedt daarnaast ook een plek om de dieren op verantwoorde wijze te verzorgen en te voeren en ze in geval van een dierziekte onderdak te verschaffen. Voor oprichting van nieuwe schuilstallen is hiertoe in het plan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarmee oprichting van een schuilhut kan worden toegestaan tot max.

20 m2 , mits onder andere gesitueerd zoveel mogelijk aan de openbare weg, noodzakelijk vanuit dierenwelzijn en aansluitend op bestaande bebouwing en/of groenelemententen op het perceel. 5.7.6

Paardenbakken voor hobbymatig gebruik

Paardenbakken dienen in beginsel binnen het woonbestemmingsvlak te worden opgericht. Indien dit niet mogelijk is kunnen via een binnenplanse afwijking paardenbakken (ten behoeve van hobby-matig gebruik), onder voorwaarden (waaronder landschappelijke inpassing) ook aansluitend aan het bestemmingsvlak worden gerealiseerd, mits gelegen in de bestemming 'Agrarisch ' danwel 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden'. De omvang van de paardenbak mag maximaal 1.800 m2 bedragen. Het is verder niet toegestaan om ten behoeve van de paardenbakken buiten het bestemmingsvlak bouwwerken zoals lichtmasten, schuurtjes ed. op te richten. Bestaande hobbymatige paardenbakken grenzend aan een bestemmingsvlak zijn specifiek aangeduid. 5.7.7 Omschakelingnaar een agrarisch bedrijf Omschakeling naar een agrarische bedrijf wordt in dit bestemmingsplan niet toegestaan, met uitzondering van omschakeling naar een vollegrondsteeltbedrijf, waarvoor een wijzigingsbevoegdheid in het plan is opgenomen.

5.8

Niet agrarische bedrijvigheid

Bedrijven zonder functionele binding met het buitengebied horen in principe thuis binnen de bebouwde kom of op een bedrijventerrein. De bestaande niet-agrarische bedrijven zijn daarom positief bestemd, maar met de uitbreiding van de bedrijven wordt terughoudend omgegaan. Nieuwe niet-agrarische bedrijven zijn alleen zeer kleinschalig en onder strikte voorwaarden mogelijk.

66

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

5.8.1 Bestaande niet buitengebied gebonden bedrijvigheid Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat voorkomen wordt dat de ruimtelijke impact van de bestaande niet-agrarische bedrijven op het landschap en de leefbaarheid groeit. De bestaande bedrijven zijn daarom positief bestemd maar met de uitbreiding van de bedrijven wordt terughoudend omgegaan. De mogelijkheden voor omschakeling naar andere typen bedrijvigheid zijn beperkt. In dit bestemmingsplan is hiertoe aangesloten bij de huidige bestemmingsregeling. Alle positief bestemde bedrijven zijn conform hun huidige functie vastgelegd. De bedrijven mogen uitsluitend worden uitgeoefend op de plaats waar ze gelokaliseerd zijn. Per bedrijf is de omvang van de huidige toegestane bebouwing verbaal in de regels vastgelegd. Eventuele verdere uitbreiding van bebouwing wordt binnen dit bestemmingsplan niet toegestaan. Hiervoor is een afzonderlijke afweging en ro-procedure noodzakelijk. Conform de regeling bij agrarische bedrijven kunnen ook bij niet-agrarische overige nevenactiviteiten via een binnenplanse afwijking toegestaan worden.

Omschakelingsmogelijkheden Omschakeling naar een ander type niet-agrarisch bedrijf kan via een afwijking onder voorwaarden worden toegestaan in het gehele buitengebied, mits onder andere het bestemmingsvlak alsmede de oppervlakte bedrijfsbebouwing niet wordt vergroot en het nieuw te vestigen type bedrijf niet leidt tot meer milieuhinder voor de omgeving. Conform de provinciale IOV en de geldende bestemmingsregeling mag het nieuwe bedrijf uitsluitend tot milieucategorie 1 of 2 behoren. Indien het bestaande bedrijfsbestemmingsvlak groter is dan 5.000 m2 is de niet-agrarische functieverandering alleen via wijziging mogelijk en geldt hierbij als aanvullende voorwaarde dat het nieuwe bestemmingsvlak dient te worden verkleind tot 5.000 m2 (voor agrarisch verwante bedrijven geldt een maximale omvang van 1,5 ha). Omschakeling naar een burgerwoning is in het hele buitengebied toegestaan, mits overtollige bebouwing wordt gesloopt; Omschakeling naar een agrarische bedrijf wordt in dit bestemmingsplan niet toegestaan, met uitzondering van omschakeling naar een vollegrondsteeltbedrijf, waarvoor een wijzigingsbevoegdheid in het plan is opgenomen.

5.8.2 Paardenhouderij bedrijven De 3 bestaande paardenhouderij bedrijven binnen de gemeente betreffen gemengde bedrijven, die niet overwegend zijn gericht op het fokken van paarden, maar waar ook sprake is van het africhten van paarden, paardenhandel, transport, stallen en instructielessen. Dergelijke gebruiksgerichte bedrijven hebben veelal een andere ruimtelijke uitstraling en een grotere publieks- en verkeersaantrekkende werking dan een regulier agrarisch bedrijf. Deze bedrijven zijn voorzien van de specifieke bestemming 'Bedrijf – paardenhouderij'. Conform de bestemmingsregeling voor bedrijven is per bedrijf de omvang van de huidige toegestane bebouwing in de regels vastgelegd. Daarnaast zijn conform de IOV de bestaande (bedrijfsmatige) paardenbakken binnen het bestemmingsvlak gebracht. Ter plaatse is oprichting van bebouwing niet toegestaan. Eventuele verdere uitbreiding van bebouwing wordt binnen dit bestemmingsplan niet toegestaan. Hiervoor is een afzonderlijke afweging en ro-procedure noodzakelijk. Middels een wijzigingsbevoegdheid kan de bedrijfsbestemming desgewenst onder voorwaarden worden gewijzigd naar onder meer een andere bedrijfsbestemming, een woonbestemming of een recreatie bestemming.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

67

5.8.3 Nuts-voorzieningen Het bestaande trafo-station aan de Ploegstraat is conform de bestaande bestemminsgregeling voorzien van een afzonderlijke bestemming 'Bedrijf – nutsbedrijf'. Bedrijfsbebouwing is uitsluitend binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak toegestaan. Binnen het plangebied bevinden zich ook enkele overige, kleinschalige nutsvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn eveneens bestemd als 'Bedrijf – nutsvoorziening' en voorzien van een adequate planologische regeling. 5.8.4 Horeca-voorzieningen Horecabedrijven passen in het plangebied vanwege hun ondersteunende functie voor het recreatief medegebruik van het buitengebied. Deze bedrijven waren in het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' nog voorzien van de bestemming 'Bedrijf', maar zijn in onderhavig bestemmingsplan conform de landelijke digitaliseringseisen (het SVBP) opgenomen binnen de bestemming 'Horeca'. Per bedrijf is de toegestane bebouwing in de regels vastgelegd. Verdere uitbreiding van deze bebouwing is conform de bestaande regeling niet toegestaan. Nieuwvestiging van horeca-bedrijven wordt niet toegestaan. Wel kunnen kleinschalige horecavoorzieningen worden toegestaan als ondergeschikte niet-agrarische nevenactiviteit. 5.8.5 Maatschappelijk Binnen het plangebied bevinden zich ook enkele maatschappelijke voorzieningen.

Dit betreft onder andere een buurthuis, dierenbegraafplaats, scouting, een kapel en een terrein voor militaire zaken. Betreffende voorzieningen zijn voorzien van een specifieke bestemmingsregeling conform de huidige regeling. Deze voorzieningen zijn op de verbeelding bestemd als 'Maatschappelijk'. De toegestane bebouwing van deze locaties is in de regels vastgelegd. Verdere uitbreiding van deze bebouwing is conform de bestaande regeling niet toegestaan. Militair oefenterrein In het zuidwesten van het plangebied bevindt zich een militair oefenterrein. Dit terrein maakt tevens onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Dit terrein is conform de bestaande regeling voorzien van een specifieke bestemming 'Maatschappelijk – militair oefenterrein'. Ter plaatse is conform de geldende bestemmingsregeling geen oprichting van gebouwen of bouwwerken toegestaan. Voor bodemingrepen geldt ter plaatse een omgevingsvergunningstelsel voor werken en/of werkzaamheden.

5.9

Recreatie

5.9.1 Bestaande recreatieve voorzieningen De bestaande recreatieve voorzieningen zijn conform de huidig geldende regeling uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' bestemd als “Recreatie”. De toegestane bebouwing van deze locaties is in de regels vastgelegd. Verdere uitbreiding van deze bebouwing is conform de bestaande regeling niet toegestaan. Wel wordt via afwijking de mogelijkheid geboden tot vergroting van de toegestane ondergeschikte horeca en/of detailhandel bij de bestaande recreatieve voorzieningen. Nieuwe recreatieve locaties kunnen conform de huidige regeling in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' uitsluitend na functiewijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijf plaatsvinden, conform de hieraan gestelde randvoorwaarden. (ook buiten bebouwingsconcentraties).

68

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Daarnaast is het oprichten van kleine bouwwerken voor recreatief (mede)gebruik in het buitengebied in principe overal toegestaan. Te denken valt bij voorbeeld aan: picknicktafels, speel- en schuilgelegenheden, informatieborden en bewegwijzering. 5.9.2 Bestaande sportvoorzieningen De bestaande sportvoorzieningen zijn in de huidig geldende regeling uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' bestemd als “Recreatie”, maar zijn in onderhavig bestemmingsplan conform de landelijke digitaliseringseisen (het SVBP) opgenomen binnen de bestemming 'Sport'. Per locatie is de toegestane bebouwing in de regels vastgelegd. Verdere uitbreiding van deze bebouwing is conform de bestaande regeling niet toegestaan. 5.9.3 Kleinschaligkamperen Evenals in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' wordt oprichting van een nieuwe locatie voor kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf rechtstreeks toegestaan voor maximaal 15 kampeermiddelen, mits de afstand tot een woning van derden minimaal 50 m bedraagt en sprake is van een zorgvuldige landschappslijke inpassing. Middels een afwijkingsmogelijkheid (artikel 44.1 onder g) kan oprichting van een nieuwe locatie voor kleinschalig kamperen ook bij burgerwoningen worden toegestaan en kan het maximaal aantal kampeermiddelen bij agrarische bedrijven worden vergroot tot 25 kampeermiddelen.

Hiervoor gelden onder meer navolgende randvoorwaarden: het betreft maximaal 15 kampeermiddelen (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans) ; het plaatsen van kampeermiddelen is uitsluitend toegestaan tot een afstand van maximaal 125 m afstand van de bestemmingen 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' respectievelijk 'Wonen' stemming tot een afstand van maximaal 125 m; de afstand tot een woning of een bedrijfswoning van een derden minimaal 50 m bedraagt; parkeren vindt plaats op eigen terrein; gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen, zoals sanitaire voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan binnen het agrarisch bestemmingsvlak danwel de burgerwoonbestemming; er wordt voldaan aan de gemeentelijke Landschapsinvesteringsregeling.

5.9.4 Kleinschaligovernachten Conform de gemeentelijke beleidsregel 'kleinschalig overnachten' kan via een afwijking onder voorwaarden een nieuwe kleinschalige overnachtingsvoorziening worden toegestaan in een (bedrijfs)woning. Hierbij geldt als randvoorwaarde dat het toegestane vloeroppervlak maximaal 50% van het woonoppervlak mag bedragen tot een maximum van 150 m2 . Daarnaast geldt een maximum van 5 kamers en 10 gasten. De voorziening mag alleen door de hoofdbewoner of eigenaar worden aangeboden, (die ter plaatse ook moet wonen en verblijven) en mag geen belemmering vormen voor omliggende bedrijven. Daarnaast moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Uitsluitend bestaande, vergunde b&b accommodaties, die niet voldoen aan de generieke regeling (bv. vanwege situering in een (voormalig) bedrijfsgebouw) zijn specifiek op de verbeelding opgenomen en voorzien van de aanduiding 'kleinschalige overnachting'.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

69

5.9.5 Evenementen Met een binnenplanse afwijkingsregeling (artikel 42.3) kan de gemeente het tijdelijk gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Agrarisch met waarden', 'Bedrijf', 'Bedrijf Agrarisch verwant', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie' en 'Verkeer' voor evenementen toe te staan. Hiervoor gelden onder meer de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek toegankelijke uitvoering / verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak en/of aan een dergelijk evenement gerelateerde kampeervoorzieningen; het evenement duurt maximaal 3 (aaneengesloten) dagen en mag maximaal 2 keer per jaar plaatsvinden; er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot blijvende / onomkeerbare voorzieningen / ingrepen; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; Daarnaast is voor enkele specifieke locaties, waar sprake is van jaarlijks terugkerende evenementen, een maatwerkregeling in het bestemmingsplan opgenomen.

5.10

Infrastructuur

5.10.1 Verkeer Alle openbare wegen zijn conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Hierbij heeft wel een bestemmingscorrectie plaats gevonden indien sprake is van overlap met A-watergangen, aangezien deze van de bestemming 'Water' zijn voorzien. Daarnaast hebben incidenteel kleine aanpassingen plaatsgevonden naar aanleiding van de recente kadastrale ondergrond. Een aantal van de onverharde wegen in de gemeente heeft recreatieve en cultuurhistorische waarden. Ter bescherming van deze waarden dienen deze wegen en paden behouden te blijven en in beginsel niet te worden verhard, derhalve zijn deze onverharde wegen specifiek aangeduid op de verbeelding met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – onverharde wegen' en voorzien van een beschermingsregeling. Daarnaast zijn ook de aanwezige waardevolle boomstructuren in het buitengebied (conform de in het Groenbeleidsplan aangeduide 'primaire boomstructuren') op de verbeelding aangeduid en voorzien van een beschermingsregeling. Aantasting hiervan is uitsluitend na verlening van een omgevingsvergunning mogelijk. 5.10.2 Leidingen De dubbelbestemming 'leidingen' heeft betrekking op de in het plangebied gelegen leidingen.

Dit betreffen een 4-tal hogedruk aardgasleidingen, een dpo-brandstofleiding, een waterleiding alsmede een tweetal hoogspanningsverbindingen en een nog te realiseren ondergrondse hoogspanningsverbinding. Ter beveiliging van deze leidingen gelden rondom deze leidingen beschermingszone. Binnen deze beschermingszone zijn zaken als het plaatsen van bebouwing, verstoring van de grond en het aanbrengen van (diepwortelende) beplanting omgevingsvergunningplichtig. Betreffende leidingen zijn conform hun huidige tracé met aanvullende beschermings- en veiligheidszones opgenomen is op de verbeelding.

70

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

5.10.3 Obstakelvrije zones vliegbasis Eindhoven Het zuidelijk gedeelte van het langebied is gedeeltelijk gelegen binnen de Inner Horizontal Surface en Conical Surface (IHCS) van vliegbasis Eindhoven. Dit gebied is vastgesteld ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid. In het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) is opgenomen dat, conform de ICAO-normen, rondom de gehele luchthaven een obstakelvrij vlak van 45 m hoog (boven maaiveld) is gelegen met een straal van 4 km rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 5% tot 145 m over een afstand van 2 km. Daarnaast zijn er obstakelvrije vlakken vastgesteld bestaande uit start- en landingsvlakken met zijkanten (zogenaamde 'funnels') in de verlengden van de start- en landingsbanen. Binnen deze obstakelvrije vlakken, die deels zijn gelegen in het plangebied, gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 m boven NAP) De opgenomen regeling voor overige gebouwen en bouwwerken maakt weliswaar slechts een beperkte bouwhoogte mogelijk (4,5 meter of de bestaande grotere bouwhoogte), welke overeenkomstig genoemde zones, niet kan leiden tot aantasting van de veiligheid van het vliegverkeer.

Desalniettemin is ter signalering zowel de IHCS als de invliegfunnel op de verbeelding opgenomen met de aanduiding 'luchtvaarverkeerzone – invliegfunnel en IHCS', inclusief een bijlage met de exact toegestane bouwhoogten ter plaatse. De vliegbasis Eindhoven beschikt daarnaast over een Instrument Landing System (ILS). Het ILS is bedoeld voor het nauwkeurig naderen van het vliegveld door vliegverkeer, ook onder slechte weersomstandigheden. Voor het goed functioneren van het ILS is het noodzakelijk dat in een gebied, het verstoringsgebied, rondom de start- en landingsbaan geen verstoring optreedt. Dit gebied bestaat uit meerdere vlakken met daarbij behorende hoogtes, zowel horizontaal als oplopend. Het is derhalve van belang dat, in onderhavig bestemmingsplan, wordt voorkomen dat een object wordt opgericht in genoemde zones. Bouwen in de zone van de ILS kan na goedkeuring van Defensie mogelijk zijn. De opgenomen regeling voor overige gebouwen en bouwwerken maakt slechts een beperkte bouwhoogte mogelijk (4,5 meter of de bestaande grotere bouwhoogte), welke overeenkomstig genoemde zones, niet kan leiden tot aantasting van de veiligheid van het vliegverkeer. Ter signalering is desalniettemin de ils op de verbeelding opgenomen met de aanduiding 'luchtvaarverkeerzone – ils', inclusief een bijlage met de exact toegestane bouwhoogten ter plaatse.

5.10.4 Radarverstoringsgebied Als gevolg van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de gemeente Best gelegen onder het radarverstoringsgebied van een radar op de vliegbasis van Woensdrecht en Volkel. Deze zone is vastgelegd om te voorkomen dat hoge gebouwen en/of bouwwerken het functioneren van de radar van het vliegveld verstoren. De zone betreft een cirkel met een straal van 75 kilometer, gemeten vanaf de positie van de radar. Deze cirkel bestaat uit een kern met een straal van 15 kilometer met een maximale bouwhoogte voor bouwwerken (in het algemeen) en daaromheen een ring die doorloopt tot 75 kilometer van de radar met een maximale bouwhoogte voor (alleen) windturbines. De planlocatie is gelegen op een afstand van circa 70 kilometer van het radarstation van vliegbasis Woensdrecht, circa 20 kilometer van het radarstation van vliegbasis Volkel en circa 35 kilometer van het nieuwe radarstation Herwijnen. Er gelden derhalve geen hoogtebeperkingen voor gebouwen binnen de planlocatie. Voor oprichting van windturbines geldt een hoogtebeperking van maximaal 90 meter boven NAP. Dit bestemmingsplan voorziet niet in oprichting van grootschalige windturbines. Voor het radarverstoringsgebied is in dit bestemmingsplan volledigheidshalve een regeling opgenomen met de aanduiding 'vrijwaringzone - radarverstoringsgebied'.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

71

72

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Hoofdstuk 6 Aanpassingen detailbestemmingen 6.1

Aanpassingen naar aanleiding van uitspraak Raad van State

Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een aantal beroepszaken tegen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' dient de gemeente voor enkele specifieke locaties een nieuwe afweging te maken. Deze locatie specifieke afweging heeft inmiddels plaatsgevonden. Dit betreft onder meer de locatie Boslaan Zuid 11. Het bosperceel op deze locatie is al meer dan 50 jaar ingericht om te gebruiken voor de scouting. Het huidige gebruik is niet voldoende geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Best 2002. In dit bestemmingsplan is het huidige gebruik alsnog planologisch geregeld en voorzien van een nadere ruimtelijke onderbouwing, die als bijlage 13 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Voor de locatie is de bestemming Maatschappelijk opgenomen, met de nadere aanduiding 'scouting'.

6.2

Locatiespecifieke planherzieningen

De afgelopen jaren zijn een aantal afzonderlijke planherzieningen voor specifieke locaties doorlopen, die overeenkomstig in het nieuwe plan zijn opgenomen. Dit betreft onder meer navolgende wijzigins- en bestemmingsplannen: 1. Ondergrondse 150 kv Tilburg Noord-Best (vastgesteld 14-12-2020); 2. Klaverhoekseweg nabij 16 (vastgesteld 09-03-2020); 3. Sonseweg 1 (vastgesteld 27-01-2020); 4. Oude Baan 32 (vastgesteld 12-09-2019); 5. Broekstraat 11 (vastgesteld 07-10-2019) 6. Molenkampseweg ong. (vastgesteld 06-02-2019) ; 7. Aarleseweg 15 (vastgesteld 04-12-2017); 8. Sonseweg 11 en 13 (vastgesteld 02-10-2017); 9. Kapelweg 27(vastgesteld 18-07-2017) 10. Kruisbeemdenweg 16 (vastgesteld 19-12-2016); 11. Klaverhoekseweg 9a (vastgesteld 16-04-2016) 12. Burgstraat 7 (vastgesteld 26-1-2016); 13. Museumpark (vastgesteld 16-12-2013); 14. Hagelaarweg 25 (vastgesteld 27-6-2013); 15. Campus Westerwind (vastgesteld 18-6-2012); 16. Landgoed Kleinbroek (vastgesteld 18-6-2012); 17. Vion Best (vastgesteld 20-6-2011); 18. Sint-Oedenrodeseweg 45 (vastgesteld dec 2010); Daarnaast zijn sinds 2006 enkele vrijstellingen verleend van het geldende bestemmingsplan. Dit betreffen zowel binnenplanse vrijstellingen alsook de zogenaamde artikel 19-procedures en projectafwijkingsbesluiten. Deze zijn in dit bestemmingsplan opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

73

6.3

Particuliere verzoeken voor ruimtelijke ontwikkelingen

Daarnaast zijn gedurende de voorbereiding van dit bestemmingsplan mede naar aanleiding van gesprekken met de gemeente een aantal particuliere verzoeken ingediend met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Voor ieder verzoek is door de gemeente een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer afgesloten (onder meer met betrekking tot de vereiste landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering) en een afzonderlijke ruimtelijke onderbouwing opgesteld, waarin de specifieke omgevingsaspecten zijn afgewogen. Deze onderbouwingen zijn als bijlagen (8 t/m 30) bij de toelichting opgenomen. Het betreft navolgende 20 locaties en ontwikkelingen:

1) Aarleseweg 34 Dit betreft de vormverandering van een bestaand agrarisch bouwvlak ten behoeve van de gewenste verplaatsing van de ter plaatse bestaande en vergunde nevenactiviteit in de vorm van een KI-station.

2) Aarleseweg 38 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie, die in het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2002' is herbestemd voor woondoeleinden zonder sloopverplichting. De legaal aanwezige agrarische bebouwing is onder het overgangsrecht vervat. In de nieuwe situatie worden de bestaande woning en bijbehorende bouwwerken positief bestemd als burgerwoning, waarbij het mogelijk wordt om een gedeelte van de bijgebouwen in gebruik te nemen als bed & breakfast

3) Aarleseweg 50 Dit betreft een agrarische bedrijfslocatie met een bestaande nevenactiviteit (kwekerij met huisverkoop/streekwinkel), die verder wenst te ontwikkelen naar een groencentrum, waarbij sprake is van boom- en plantenteelt en tevens van verkoop van eigen producten en aan het groencentrum gelieerde diensten en producten. In dit bestemmingsplan is de locatie bestemd als bedrijf met de nadere aanduiding 'groencentrum'. Ter plaatse wordt tevens kleinschalige horeca en de mogelijkheid tot de organisatie van een beperkt aantal evenementen (max. 6 per jaar) toe gestaan. De bestaande gebouwen/ruimten blijven in de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie behouden. Ook de bestaande terrein- en erfindeling blijft grotendeels ongewijzigd.

4) Aarleseweg 52 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie (varkenshouderij), waar de agrarische activiteiten zijn beëindigd. In het verleden is bij het beëindigen van de locatie in 2001 een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing gesloopt, verharding verwijderd en is er groen aangelegd. In dit bestemmingsplan is aan de locatie een burgerwoonbestemming toegekend.

5) Achterste heistraat 2 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waarbij de initiatiefnemer de huidige agrarische bestemming wenst om te zetten in een woonbestemming. De agrarische bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en het bouwvlak is verkleind. Bij het omzetten van de agrarische bedrijfsbestemming naar een bestemming 'wonen' worden de stallen afgebroken en de fosfaatrechten doorgehaald. Beiden worden verkocht ten behoeve van het oprichten van een ruimte-voor-ruimte woning elders. Met omzetting naar een bestemming 'Wonen' wordt een passende herbestemming op de saneringslocatie aan de Achterste Heistraat 2 gelegd. In afwijking

74

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

van de standaard toegestane oppervlakte aan bijgebouw binnen de bestemming 'Wonen' van 100 m2 is op de verbeelding een aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte (m2 )' van 170 m2 opgenomen. Deze verruiming gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel.

6) Broekdijk 13a Dit betreft de bedrijfswoning waar momenteel het pannenkoekhuis is gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens de huidige bedrijfsactiviteiten (horeca) te beëindigen en de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Voor de omzetting naar burgerwoning zullen geen fysieke ingrepen plaatsvinden in de fysieke ruimte. De huidige bebouwing zal behouden blijven, alsmede de daarbij behorende bijgebouw(en) op het achtererf. De bestaande groenstructuur rondom het perceel zal eveneens gehandhaafd blijven. In dit bestemmingsplan is aan de locatie een burgerwoonbestemming toegekend.

7) Fiets- / voetgangersbrug Wilhelminakanaal De gemeente Best is voornemens een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal aan te leggen. De brug dient als directe aansluiting op fietsverbindingen tussen Best en Eindhoven. Deze fietsverbindingen worden gebruikt voor zowel het woon-werkverkeer tussen deze steden als voor recreatief gebruik. Gemeente Best wil met de realisatie van de brug het fietsverkeer tussen de steden stimuleren. De te realiseren brug betreft een herbouw van een in het verleden ingestorte brug. De locatie van de ingestorte brug ligt op ca. 200 meter ten oosten van de beoogde locatie van de te ontwikkelen brug. Met oog op een betere aansluiting op de bestaande fietsverbindingen, is ervoor gekozen om van de voormalige locatie van de brug af te wijken. Ook maakt de brug op de nieuwe locatie onderdeel uit van de calamiteitenroute in geval van festiviteiten bij Aquabest. De brug is in dit bestemmingsplan middels een specifieke aanduiding 'brug' op de verbeelding opgenomen.

8) Grevenoordseweg 4 De langgevelboerderij Grevenoordseweg 4, 4a en 4b bestaat op dit moment feitelijk uit drie wooneenheden, terwijl planologisch slechts sprake is van 2 toegestane woningen. Het gebruik van het gehele ensemble van de langgevelboerderij voor de reeds gerealiseerde drie woningen wordt positief bestemd. De langgevelboerderij aan de Grevenoordseweg is aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Splitsing van de woning in drie wooneenheden is mogelijk op basis van artikel 3.69 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De woningsplitsing maakt het mogelijk de cultuurhistorische waarden van de langgevelboerderij te behouden en te versterken. De derde woning met veldschuur op nr. 4 (de oorspronkelijke woning) wordt tevens gebruikt voor kleinschalige dagopvang voor zorgcliënten en/of ouderen. In oktober 2016 is een omgevingsvergunning verleent voor de maatschappelijke activiteiten aan de Grevensoordseweg 4 (oorspronkelijke woning). Deze omgevingsvergunning is gelijktijdig met de woningsplitsing in drie wooneenheden vastgelegd in de regels en verbeelding. Hierbij is de maatschappelijke activiteit toegestaan als nevenfunctie bij de woning op nr. 4.

9) Hagelaarweg 7/10/12 – 9 Dit betreft een voormalige klompenfabriek. Het voornemen is om één van de twee aanwezige bedrijfswoningen, de bedrijfswoning op nummer 9, om te zetten naar een burgerwoning en de functie van klompenfabriek te wijzigen naar een bedrijfsverzamelgebouw (nummer 10-12). Hiertoe is in dit bestemmingsplan de voormalige bedrijfswoning op nr. 9 afgesplitst en bestemd als burgerwoning. Ter plaatse van de voormalige klompenfabriek is de geldende bedrijfsbestemming gehandhaafd, maar is de specifieke

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

75

bedrijfsaanduiding gewijzigd in 'bedrijfsverzamelgebouw'.

10) Hagelaarweg 25 Dit betreft een voormalig akkerbouwbedrijf. Huidige eigenaar wil op deze locatie een boomkwekerijbedrijf ontwikkelen. Hiertoe is het geldende agrarisch bestemmingsvlak vergroot van 0,78 naar 1, 35 ha. zodat een aantal voorzieningen die nu buiten het bestemmingsvlak liggen, alsnog binnen het bestemmingsvlak zijn gesitueerd. Ten behoeve van de landschappeljke inpassing van het nieuwe bestemmingsvlak is een erfbeplantingsplan opgesteld.

11) Heuveleindseweg 6b Dit betreft een bestaande agrarische bedrijfslocatie. De beoogde herbestemming betreft het vergroten van het agrarisch bouwvlak ten behoeve van legalisatie van bestaande erfverharding en een gedeelte van een bedrijfsgebouw. Hiertoe is in dit bestemmingsplan de agrarische bedrijfsbestemming uitgebreid.

12) Hokkelstraat 33 Ter plaatse is sprake van een gemengd agrarisch bedrijf, waar tevens bestaande loonwerkactiviteiten plaats vinden, die nog niet planologisch waren toegestaan. In dit bestemmingsplan zijn deze loonwerkactiviteiten (max. 500 m2 ) op het agrarisch bedrijf alsnog als nevenactiviteit bestemd.

13) Kapelweg 24 De bestaande woning aan Kapelweg 24 bestaat op dit moment feitelijk uit drie wooneenheden, terwijl planologisch slechts sprake is van 2 toegestane woningen. Het gebruik van het gehele pand voor de reeds gerealiseerde drie woningen wordt positief bestemd. Daarnaast wordt beoogd een tweetal schuren te restaureren/ vervangen waarbij het bebouwd oppervlak ongewijzigd blijft ter verbetering van de ruimtelijke inpassing van het ensemble. Door de restauratie/ vervanging van de losse schuren wordt er een ruimtelijke kwaliteitsverbetering doorgevoerd en de cultuurhistorische waarden behouden voor de toekomst. In dit bestemmingsplan is aan de locatie een drietal burgerwoonbestemmingen toegekend.

14) Krimpweg 1 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf (kwekerij) op Krimpweg 3. Het voornemen betreft planologische omzetting van de woning naar burgerwoning. Op basis van een quickscan blijken er geen milieu belemmeringen. In dit bestemmingsplan is de locatie bestemd als burgerwoning.

15) Kruisbeemdenweg 16 Dit betreft een bestaande niet-agrarische bedrijfslocatie, waar conform het geldend bestemmingsplan een hondenkennel, -fokkerij en -pension is gevestigd. Om het bedrijf toekomstbestendig te houden, worden de bestaande bedrijfsactiviteiten verder uitgebreid evenals de daarbij behorende gebouwen. De bedrijfsuitbreiding wordt voorzien van een gedegen landschappelijke inpassing van het perceel.

16) Mosselaarweg 9 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waarvan de initiatiefnemer de huidige agrarische

76

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

bestemming wenst om te zetten in een woonbestemming. Daarbij worden de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd en het bouwvlak verkleind. In afwijking van de standaard toegestane oppervlakte aan bijgebouw binnen de bestemming 'Wonen' is op de verbeelding een aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte (m2 )' van 170 m2 opgenomen. Deze verruiming gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel.

17) Mosselaarweg 18 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Het initiatief betreft een caravanstalling/ statische opslag in de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (kippenstallen). De bestaande bebouwing blijft behouden, er vindt géén sloop of nieuwbouw plaats. Ook de verharding, de op dit moment aanwezige beplanting en de toegang tot de percelen wordt niet gewijzigd. Wel zal de locatie extra landschappelijk worden ingepast, hoofdzakelijk aan de noord en oostzijde van het perceel. In dit bestemmingsplan is voor de locatie een bedrijfsbestemming opgenomen met de nadere aanduiding 'caravanstalling'.

18) Mosselaarweg 9b – Driehoekweg 4 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie waar de agrarische intensieve veehouderij planologisch wordt beëindigd. De voormalige pluimveestallen worden in gebruik genomen voor een niet-agrarisch bedrijf in de vorm van een bedrijf voor statische en niet-statische opslag voor particulieren en bedrijven. Het voormalige eierlokaal, een tussenbouw tussen de twee pluimveestallen worden gesloopt. Tevens is de huidige agrarische bedrijfswoning omgeschakeld naar een bedrijfswoning behorend bij het niet-agrarische bedrijf.

19) Mosselaarweg 26a-28 Het voornemen bestaat om de bestaande woning (noodwoning met huisnummer 28) te slopen en te verplaatsen naar het vrije perceel tussen de nummers 26a en 28. Bij de nieuwe woning wordt een garage gerealiseerd en de gronden rondom de woning zullen landschappelijk worden ingepast. In dit bestemmingsplan is voor de verplaatste woning een burgerwoonbestemming opgenomen.

20) Vleutstraat 10 Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie (een gemengd bedrijf bestaande uit een rundvee- en varkenshouderij), waarvan de initiatiefnemer de huidige agrarische bestemming wenst om te zetten in een woonbestemming. Daarbij wordt het bouwvlak aanmerkelijk worden verkleind. De bestaande bedrijfswoning is van cultuurhistorisch en wenst men in twee woningen te splitsen. Het betreft een langevelboerderij onder een met riet gedekte wolfdak met een pannenvoet van betonpannen. Door de aanwezige gevelopeningen is het mogelijk om het bedrijfsdeel geschikt te maken voor bewoning met behoud van de cultuurhistorische waarden. De aanwezige cultuurhistorische waarden worden in acht gehouden en waar mogelijk versterkt. In afwijking van de standaard toegestane oppervlakte aan bijgebouw binnen de bestemming 'Wonen' is op de verbeelding een aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte (m2 )' van 150 m2 per woning opgenomen (dus 300 m2 voor twee woningen). Deze verruiming gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

77

6.4

Overige ambtshalve aanpassingen

Daarnaast is een aantal onvolkomenheden van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' ontdekt die ambtshalve aangepast zijn.

78

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Hoofdstuk 7

Milieu-aspecten

Dit bestemmingsplan betreft een herziening. Het bestemmingsplan buitengebied is conserverend van aard. Het bestemmingsplan voorziet ten opzichte van het geldend bestemmingsplan niet in nieuwe ontwikkelingen in directe zin. Het bestemmingsplan voorziet wel in een aantal kleinschalige ontwikkelingen door middel van een omgevingsvergunningprocedure voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels, of wijzigingsprocedure (zoals vergroting van bouwvlakken etc.). Alvorens deze procedures kunnen worden geëffectueerd dient altijd door middel van onderzoek te worden aangetoond dat aan de vereiste (milieu)randvoorwaarden wordt voldaan en anderen niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.

Om conflictsituaties met functies in de omgeving te voorkomen dient in bestemmingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd aandacht besteed te worden aan de diverse omgevingsaspecten. Weliswaar is voor het merendeel van deze aspecten specifiek beleid en regelgeving vastgesteld, toch is ook sprake van een aanvullende werking ten opzichte van de ruimtelijke ordening. Zo kan het bestemmingsplan via de bestemmingskeuze aanwijzingen geven richting het milieubeleid. Andersom kan het milieubeleid richting geven aan de functietoedeling in het bestemmingsplan. Voor dit bestemmingsplan zijn onder meer de volgende milieuaspecten relevant: geluid; geur; luchtkwaliteit; externe veiligheid. Als uitgangspunt voor deze bestemmingsplanherziening geldt dat geen strijdigheden (mogen) bestaan met de normen uit de betrokken milieuwetten waaronder de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet geurhinder en veehouderij, het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het relevante gemeentelijke milieubeleid.

7.1

Geluid

Geluid kan een belasting van het woon-, werk- en recreatie- leefklimaat van de mens met zich meebrengen. Als geluidsgevoelige bestemmingen gelden in ieder geval woningen en woonwagenlocaties, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen met de daarbij behorende terreinen. In de natuur zijn met name zoogdieren gevoelig voor verstoring door geluid. Geluidzone wegen De Wet geluidhinder heeft als belangrijkste doel het bestrijden en voorkomen van geluidhinder. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Voor dit buitengebied is de regelgeving ten aanzien van wegverkeerslawaai van belang. Op grond van de Wet geluidhinder hebben alle wegen een geluidszone, tenzij sprake is van een verblijfsgebied ('woonerf' of '30 km/uur – zone'). Op grond van de wet mag de geluidbelasting op gevels van nieuw te realiseren woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger zijn dan de in de wet bepaalde normen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde bij wegverkeerslawaai is daarbij 48 dB. Het plan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen binnen de 48 dB contour ten gevolge van wegverkeerslawaai. In het plan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt, ook niet buiten de geluidscontouren.

Uitzondering betreft een aantal locatiespecfieke ontwikkelingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 6.3. In voorkomend geval heeft voor die situaties toetsinging aan het geluidsbeleid plaatsgevonden. Voor 2 locaties

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

79

wordt dien ten gevolge een hogere grenswaarde geluid aangevraagd. Dit ontwerp besluit ligt samen met dit ontwerp bestemmingsplan ter inzage. Bij woningsplitsing, dient beoordeeld te worden of deze woning binnen zones van wegen komt te liggen. Is dit het geval dan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai noodzakelijk. Indien de geluidsbelasting boven de wettelijke voorkeursgrenswaarde uitkomt dient een procedure hogere grenswaarde te worden gevolgd. De maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 53 dB en voor agrarische bedrijfswoningen (boerderijen) 58 dB. Hogere grenswaarden kunnen alleen bij een vaststelling, een herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit worden verkregen. Het bevoegd gezag hiervoor zijn Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Wanneer blijkt dat een hogere grenswaarde benodigd is, kan geen gebruik worden gemaakt van de omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels, maar zal een (postzegel)bestemmingsplan of projectbesluit moeten worden. Locaties waar reeds een hogere grenswaarden is verleend zijn expliciet op de verbeelding opgenomen met een aanduiding 'Geluidzone - hogere grenswaarden' en voorzien van een bijbehorende signaleringsbepaling in de regels.

Vanwege de directe nabijheid van de snelweg mogen op basis van het Barro ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' (dit betreft een zone van 35 meter vanaf de verharding van de snelwegen A2 en A58) in beginsel geen nieuwe gebouwen en andere bouwwerken gebouwd worden, die een toekomstige uitbreiding van rijkswegen kunnen belemmeren . Het bevoegd gezag kan hier aan de hand van een verklaring van geen bezwaar van de wegbeheerder van afwijken voorzover de verkeersbelangen niet onevenredig worden aangetast. Daarnaast geldt ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone – weg 2'(dit betreft een zone , aangrenzend aan vrijwaringszone – weg 1 tot 75 meter vanuit de kant verharding, dat bij nieuwe ontwikkelingen binnen deze zone overleg gevoerd dient te worden gevoerd met Rijkswaterstaat om toekomstige ontwikkelingen op gebied van ruimte en mobiliteit goed op elkaar te blijven afstemmen. Geluidzone industrie In het zuiden van het plangebied zijn enkele geluidszones industrie-lawaai gesitueerd (dit betreft het bedrijventerrein Eikkersrijt in het zuidoosten, industrieterrein 't Zand ten noorden van het Wilhelminakanaal, en de bedrijventerreinen Breeven en Heide, ten zuiden van het Wilhelminakanaal). Deze bestaande zones zijn op de verbeelding overgenomen met de gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie'.

Buiten deze aangeduide zone mag de geluidbelasting die wordt geproduceerd door de bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd, niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Binnen de 50 dB(A)- contour zijn geen nieuwe geluidgevoelige functies (objecten en terreinen) toegestaan, tenzij een hogere waarde is verleend. Geluidzone luchtvaart Ten zuidwesten van het plangebied is vliegveld Eindhoven gelegen. In de nabijheid van het vliegveld Eindhoven gelden conform de Wet Luchtvaart en het Luchthavenbesluit geluidzones waarbinnen beperkingen gelden voor oprichting van geluidsgevoelige functies. De geluidbelaste gebieden worden uitgedrukt in Kosten-eenheden, of wel Ke-zones. De grens voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten bedraagt in principe 35 Ke. In de zone tussen 35 en 40 Ke is voor geluidgevoelige objecten de vaststelling van een hogere grenswaarde in beginsel mogelijk. Voor bestaande geluidgevoelige objecten (waaronder woningen) geldt in principe ook een grenswaarde van 40 Ke. Als gevelmaatregelen zijn getroffen, zijn voor bestaande geluidgevoelige objecten hogere grenswaarden (tot 65 Ke) toegestaan. Aangezien dit bestemmingsplan een conserverend karakter heeft, worden binnen de KE-contouren geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt , vervangende herbouw op de bestaande locatie is echter wel mogelijk.

De Ke-contouren zijn ter signalering op de verbeelding opgenomen met de aanduidingen 'geluidzone – luchtvaart 40 – 35 ke' respectievelijk 'geluidzone – luchtvaart 65 – 40 ke'.

80

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

7.2

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt sinds 2007 het beoordelingskader voor geur (stank) bij de afgifte van omgevingsvergunningen voor veehouderijbedrijven. De wet stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Op grond van deze wet kunnen gemeenten een geurverordening opstellen waarin zij binnen bepaalde wettelijke marges - hun eigen geurnormen stellen. Een gemeente die eigen geurbeleid wil voeren, moet daarvoor wel de huidige geursituatie in kaart brengen en een gebiedsvisie opstellen. Nieuwe ontwikkelingen (met name uitbreiding van agrarische bedrijven, maar bijvoorbeeld ook realisering van nieuwe geurgevoelige objecten door woningsplitsing), mogen er niet toe leiden dat er vanuit het aspect geur een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat gaat ontstaan. Hiervoor dient beoordeeld te worden of wordt voldaan aan de normen en afstanden uit de gemeentelijke geurverordening (individueel en cumulatief). Als de nieuw op te richten woning/geurgevoelig object het dichtstbijzijnde object wordt is de gemeentelijke geurverordening van toepassing. Als de nieuwe woning niet het dichtstbijzijnde object wordt hoeft uitsluitend te worden getoetst op basis van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu.

Op 8 juli 2008 heeft de gemeenteraad de Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Met de Gebiedsvisie en de Geurverordening wordt invulling gegeven aan de beleidsruimte die de geurwetgeving biedt. De verordening is op 16 juli 2008 in werking getreden. In de gemeentelijke Verordening geurhinder en veehouderij zijn de volgende (afwijkende) geurnormen op genomen: voor het invloedsgebied kern Best: 1 odour units; voor de invloedsgebieden Aarle, Hokkelstraat, Dijkstraten en Overgang: 7 odour units;

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

81

Afbeelding uitsnede Geurverordening

82

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

7.3

Luchtkwaliteit

Alle ontwikkelingen van de afgelopen jaren op het gebied van luchtkwaliteit hebben in 2007 geleid tot een aanpassing van de Wet milieubeheer op het gebied van de luchtkwaliteitseisen. Het Besluit en de Regeling “Niet In Betekenende Mate bijdrage” zijn in 2007 in werking getreden en het Besluit luchtkwaliteit 2005 is komen te vervallen. Deze wetswijziging brengt de volgende veranderingen met zich mee: Uitsluiting van het stand-still beginsel (zoals was opgenomen in het Besluit Luchtkwaliteit 2005). Het stand-still beginsel houdt in dat een situatie die voldoet aan de normen, toch niet mag verslechteren tot aan de norm. Uitsluiting van dit beginsel ten aanzien van luchtkwaliteit betekent dat de luchtkwaliteit mag worden 'opgevuld' tot aan de grenswaarde. Er is voor (dreigende) overschrijding grenswaarden een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgesteld en in werking getreden. Introductie van het principe 'Niet in betekenende mate verslechteren'; een verslechtering van de luchtkwaliteit is toegestaan, mits dit niet in betekende mate is. Hiervoor wordt een grens van 3% gehanteerd. Op basis van de provinciale 'Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Noord-Brabant' wordt de nieuwvestiging van scholen, kinderdagverblijven, verzorging-, verpleeg- en bejaardentehuizen in de nabijheid (300 meter respectievelijk 50 meter) van drukken (snel)wegen beperkt.

Omdat het bestemmingsplan buitengebied in hoofdzaak een conserverend plan is - waarin uitsluitend op perceelsniveau ontwikkelingen worden toegestaan - is in het kader van het plan geen nader onderzoek op het gebied van de luchtkwaliteit noodzakelijk. Nieuwvestiging van scholen en andere luchtgevoelige bestemmingen wordt niet toegestaan. Wel geldt dat evt. wijzigingsplannen niet op voorhand onuitvoerbaar mogen zijn in relatie tot de geldende luchtkwaliteitseisen. Grotere uitbreidingen van agrarische bedrijven (bij wijziging) zullen alvorens gerealiseerd te kunnen worden, getoetst moeten worden op het aspect luchtkwaliteit.

7.4

Externe veiligheid

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan buitengebied zijn de volgende aspecten aan de orde: 1. 2. 3.

Buisleidingen; LPG-tankstations en overige risicovolle inrichtingen; Transport gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor.

7.4.1 Beleid In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor de beoordeling van risico's van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de weg is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) richtinggevend. Dit Besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Bij het besluit is eveneens de Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (Revi) in werking getreden

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

83

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) inwerking getreden. Dit besluit inclusief de bijbehorende regeling (Revb) heeft betrekking op hogedruk aardgastransportleidingen (werkdruk hoger dan 16 bar), transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (olie en olieproducten). Deze brandbare vloeistoffen zijn onderverdeeld in drie categorieën: K1-vloeistoffen zijn licht ontvlambaar (bijvoorbeeld benzine); K2-vloeistoffen zijn ontvlambaar (bijvoorbeeld kerosine); K3-vloeistoffen zijn minder goed ontvlambaar (bijvoorbeeld gasolie) en transportleidingen voor overige gevaarlijke stoffen. Daarnaast gaat het om ongeveer 2.000 km leidingen voor overige gassen zoals koolstofdioxide, ethyleen, chloor etc. Het Bevb sluit aan bij het Bevi. 7.4.2 Plangebied Zoals in de paragraaf aanleiding is aangegeven is de basis van dit bestemmingsplan een herziening en de actualisering aan de huidige wetgeving. De gewijzigde wetgeving in deze periode betreft onder andere het Bevt en het Bevb. Aan de hand van de provinciale risicokaart zijn de risicobronnen bepaald.

Dit betreft enkele inrichtingen (4 LPG-tankstations, luchthaven en 2 overige inrichtingen), 3 rijkswegen (A2, A50 en A58), 1 spoorlijn (Boxtel – Eindhoven) en buisleidingen (3 DPO-leidingen en 4 gasleidingen), Deze risicobronnen voorzover relevant voor het Buitengebied zijn behandeld in het 'Rapport externe veiligheid – Beoordeling risicobronnen ten behoeve van bestemmingsplan Buitengebied Best'. Dit rapport is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. De relevante risicobronnen betreffen: 1. LPG-tankstation, Oranjestraat 93, Best 2. LPG-tankstation, Nieuwstraat 62a, Best 3. LPG-tankstation, Eindhovenseweg-Zuid 63, Best 4. LPG-tankstation, Rijksweg A58, Oirschot 5. Rendac Son B.V., Kanaaldijk 20, Son en Breugel 6. ICL, Ekkersrijt 7604, Son en Breugel 7. Rijksweg A2 8. Rijksweg A2/A50 9. Rijksweg A58 10. Spoorlijn Boxtel – Eindhoven 11. DPO-leiding 12. DPO-leiding 13. DPO-leiding 14. Gasunie A-525 15. Gasunie Z-510 + A-525 16. Gasunie Z-519 + A-521 17. Gasunie Z519 18. Beperkingengebied luchthaven Eindhoven Airport (niet op risicokaart opgegeven)

84

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Uitsnede risicokaart met relevante risicobronnen (Bron: Rapport externe veiligheid, Omgevingsdienst Zuidoost Brabant)

Mede op basis van deze notitie is een 'veiligheidszone – leiding' op de verbeelding opgenomen. Ter plaatse is de bouw van kwetsbare objecten niet toegestaan. De bouw van beperkt kwetsbare objecten is hier ook niet toegestaan, met uitzondering van de herbouw van bestaande beperkt kwetsbare objecten op dezelfde locatie. Middels een opgenomen wijzigingsmogelijkheid kan de aanduiding 'veiligheidszone – leiding' worden gewijzigd. 7.4.3 Verantwoording groepsrisico Het groepsrisico is relevant bij de buisleidingen, de Rijkswegen A2, A2/A58 en A58, het spoor Boxtel-Eindhoven en de luchthaven Eindhoven. In het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen', het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb) en het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) is de verantwoordingsplicht opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat in een bestemmingsplan, conform de in de wetgeving gegeven kaders, de wijziging van het groepsrisico wordt onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Alle risicobronnen die relevant zijn voor het Buitengebied zijn behandeld in het 'Rapport externe veiligheid – Beoordeling risicobronnen ten behoeve van bestemmingsplan Buitengebied Best'. Dit rapport is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

85

Op grond van het Bevt (transportroutes weg en spoor) kan de verantwoording beperkt blijven indien het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde bedraagt en/of het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In het buitengebied wordt de waarde 0,1 maal de oriëntatiewaarde nergens overschreden en neemt het groepsrisico niet toe. De beperkte verantwoording wordt hierna toegelicht. Dit geldt zowel voor de Rijkswegen als het spoor. Op grond van het Bevb (buisleidingen) kan de verantwoording beperkt blijven indien het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde bedraagt en/of het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In het buitengebied wordt de waarde 0,1 maal de oriëntatiewaarde nergens overschreden en neemt het groepsrisico niet toe. De beperkte verantwoording wordt hierna toegelicht.

In de toelichting bij een bestemmingsplan, voor zover het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, dient in elk geval ingegaan te worden op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Aangezien dit een conserverend plan betreft en er geen relevante nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, is gebruik gemaakt van het standaard advies van de Veiligheidsregio. Dat standaardadvies luidt als volgt: Communiceer actief met de omwonenden en over de risico's van de gevaarlijke stoffen en communiceer een handelingsperspectief. De omwonenden kunnen zichzelf dan sneller in veiligheid stellen. Dit advies geldt ook voor BHV-organisaties. De beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening toe te passen. Indien een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kan men ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt.

Zie https://www.brandweer.nl/brabant-zuidoost/regionaal-beleid Bij toxische scenario's gelden tevens onderstaande adviezen: In een nieuw op te richten gebouw waar mechanische ventilatie wordt toegepast dient de ventilatie op eenvoudige wijze afgezet te kunnen worden. Aanzuigopeningen bevinden zich bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron. Voer extra controle bij bouwvergunningen op de detaillering van ramen, gevels uit waardoor overmatige ventilatie als gevolg van tocht wordt voorkomen. Indien de voorwaarden uit het Bouwbesluit strikt worden nageleefd bieden gebouwen voldoende bescherming gedurende 4 uur. (Voor loodsen e.d. gelden lagere isolatie-eisen waardoor toxische stoffen sneller in het gebouw kunnen doordringen). De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. Specifiek is gevraagd om de bereikbaarheid en bluswatervoorziening te beoordelen. Aanvullend advies van de Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft geen op- of aanmerkingen op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is namelijk conserverend van aard. Het is wel raadzaam om de bewoners die verblijven in het invloedsgebied van de diverse risicobronnen, te instrueren over de risico's die het met zich meebrengen.

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft deze risicobronnen beschreven in het 'Rapport externe veiligheid' van 9 oktober 2018, zoals opgenomen in bijlag 2 bij de toelichting. Het bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast. De risico's veranderen niet. Mochten er in de toekomst nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden dan is het raadzaam om de beleidsregels 'Bereikbaarheid en bluswatervoorziening' te hanteren.

86

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Op de gemeentelijke website is informatie te vinden voor alle inwoners met betrekking tot risicobronnen. Daarbij wordt verwezen naar de risicokaart (risicokaart.nl). Op deze kaart zijn alle relevante risicobronnen te vinden. Daarnaast wordt verwezen naar NL-alert (crisis.nl/nl-alert). Bij nieuwe ontwikkelingen zullen de beleidsregels 'Bereikbaarheid en bluswatervoorziening' worden toegepast. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

7.5

Plan-MER

7.5.1 Algemeen Op basis van Europese regelgeving dient sinds september 2006 bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen en programma's het milieu een volwaardige plaats te worden geven met het oog op de bevordering van een duurzame ontwikkeling. Hiertoe dienen milieudoelstellingen integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces te worden meegewogen, waardoor milieubelangen volwaardig kunnen worden afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims kunnen leggen op de schaars beschikbare ruimte. Een plan-m.e.r. is een Milieu Effect Rapportage, waarin onderzocht wordt welke milieueffecten kunnen plaatsvinden op basis van de geboden ontwikkelings-mogelijkheden van het vast te stellen bestemmingsplan. Binnen de Wet Milieubeheer en de Natuurbeschermingswet is bepaald wanneer een plan-m.e.r. verplicht is. Als een plan kaders biedt voor MER-beoordelings-plichtige activiteiten of als niet is uit te sluiten dat de geboden ontwikkelingsmogelijkheden significante gevolgen voor de natuur kunnen hebben is een plan-m.e.r. in principe een vereiste. Het is daarom noodzakelijk een goede afweging te maken. In dit bestemmingsplan wordt de planologische regeling voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderij herzien. Deze aangepaste regeling vormt hiermee onderdeel van een kaderstellend plan, en dus dient voor dit bestemmingsplan een MER te worden opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755762/1