CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8 - Buitengebied Best 2021 vast te stellen toelichting

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied36.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ad i) Stedelijke ontwikkeling De provincie handhaaft haar beleid dat is gericht op het bundelen van verstedelijking. Het leeuwendeel van de woningbouw, bedrijventerreinen, voorzieningen en infrastructuur dient plaats te vinden in het bestaand stedelijk gebied. Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden (in zoekgebieden voor verstedelijking) kan alleen plaatsvinden als inbreiding of herstructurering niet mogelijk is. In geval van dergelijke grootschalige ontwikkelingen zal een bestemmingsplanherziening noodzakelijk zijn.

28

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Het bestemmingsplan biedt geen beleidsruimte voor grootschalige stedelijke ontwikkelingen.

Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 11 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Nadat in december 2018 de Omgevingsvisie werd vastgesteld, heeft de provincie daarmee weer een belangrijke stap gezet op weg naar de invoering van de Omgevingswet waarvan de inwerkingtreding op dit moment voorzien is op 1 januari 2023. Naast de omgevingsverordening hebben Provinciale Staten ook besloten over: voorbeschermingsregels die straks iin het omgevingsplan komen van gemeenten; delegatie aan Gedeputeerde Staten om de Omgevingsveroenind te wijzigen; een wijziging van de Interim omgevingsverordening. De provincie is vanuit de wet verplicht om één verordening vast te stellen waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan. Naast rechtstreeks werkende regels voor activiteiten, die zich richten tot initiatiefnemers staan er in de Omgevingsverordening ook instructieregels aan gemeenten voor het omgevingsplan, instructieregels aan waterschappen maar ook regels over fauna-, vaarweg- en zwemwaterbeheer. De verordening voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daardoor zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd. Maar er zijn ook wijzigingen verwerkt vanwege nieuwe inzichten of nieuw vastgesteld beleid.

Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening. Daarom wordt nu nog niet getoetst aan de omgevingsverordening, maar aan de Interim omgevingverordening.

3.3

Waterschap beleid en regelgeving

Waterbeheerplan 2022-2027 - Water als basis voor toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

29

fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied.

van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap de Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening. De keur van het waterschap is van toepassing wanneer direct en indirect wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam. De Keur is ook van toepassing als het oppervlaktewater niet in eigendom en beheer is van het waterschap.

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater

30

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2 , 500 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m².

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Best 2040 Op 31 januari 2022 heeft de gemeenteraad de 'Omgevingsvisie Best' vastgesteld. De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor de gemeente, voortkomend uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. In deze omgevingsvisie geeft de gemeente aan waar ze op wil inzetten en hoe ze daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. De omgevingsvisie geeft richting en kader aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. Voor de gemeetne zijn een drietal kernopgaven geformuleerd: 1) Ruimte voor comfortabel wonen Comfortabel wonen gaat over veel meer dan een woning. Het reikt verder dan het bouwen van nieuwe woningen. Het is een brede opgave die direct raakt aan andere opgaven en die in toenemende mate vragen om investeringen in de bestaande woningvoorraad en woonomgeving. De gemeente heeft hiertoe als een van de ambities om Best verder te ontwikkelen als comfortabele woongemeente, met een diversiteit aan woningen en woonmilieus, waaronder ook het ruimte bieden voor landelijke wonen in het buitengebied. 2) Versterken van de groene leefomgeving Het versterken van de aantrekkelijkheid van groen, cultuur en het landschap is zowel een opgave, als een kans voor de toekomstige ontwikkeling van vrijetijdsgemeente Best.

De gemeente heeft hiertoe onder meer als ambities: Best is een groene en aantrekkelijke gemeente voor zowel inwoners als bezoekers. Zowel de gebruikswaarde, belevingswaarde en ecologische waarde van het groen in de wijken en het buitengebied is verder versterkt. Dit draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid van inwoners en bezoekers. De gebruiks- en belevingswaarde van het groen is hoog; onder andere door een uitgebreid en slim recreatief netwerk. Er wordt zorggedragen voor de monumentale en waardevolle bebouwing (zoals de oude linten en Batadorp) en landschappen (zoals De Scheeken en De Vleut). De natuur in het dorp en in het buitengebied is van hoge kwaliteit en met veel biodiversiteit. In het buitengebied is een goede balans tussen landbouw en het natuurlijke systeem en is ingezet op een “natuurinclusief” landbouw- en voedselsysteem. 3) Accommoderen van een vitale en schone economie Een schone economie is bij uitstek een ruimtelijke opgave, die vraagt om slimme ruimtelijke oplossingen. Dat

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

31

geldt ook voor de meer traditionele thema’s als milieu en afval. De ontwikkeling naar een circulaire economie - waarbij afval weer wordt hergebruikt als grondstof - en de beperking van milieuoverlast en vervuiling. De gemeente heeft hiertoe onder meer als ambities: Best draagt met een vitale en schone economie bij aan een duurzame economische ontwikkeling van de Brainportregio; De Bestse werklocaties zijn aantrekkelijk en duurzaam en voldoen aan de kwalitatieve eisen van de tijd. Daarbij wordt minimaal voldaan aan de gestelde grenswaarden voor milieubelasting op het gebied van veiligheid, geur, water, lucht, geluid, trillingen en bodem. Op basis van het toekomstbeeld en de kernopgaven is een integraal ontwikkelperspectief voor de fysieke leefomgeving opgesteld waarin we 10 ruimtelijke keuzes voor de fysieke leefomgeving onderscheiden, waaronder : Buitengebied in balans. De gemeente wil het gebruik van het buitengebied in balans brengen met het natuurlijke systeem. Zowel de bodemgesteldheid, het langer vasthouden van regenwater als de biodiversiteit zijn hier belangrijke factoren. De gemeente wil samen met eigenaren en initiatiefnemers gericht kijken welke invulling mogelijk is en past bij het karakter van het buitengebied in geval van vrijkomende agrarische bebouwing.

De gemeente wil ook ruimte bieden voor het kleinschalig ontwikkelen van woningen, woonconcepten en kleine landgoederen. Zowel de toenemende droogte als de achteruitgang van de biodiversiteit zorgt ervoor dat de bos- en heidegebieden vragen om natuurversterking in combinatie met klimaatadaptatie. Zo zullen aantal bossen versneld transformeren naar klimaatbestendige bossen, die ook diverser en van grotere ecologische waarde zijn. De recreatie in het buitengebied wordt geclusterd rondom recreatiepoorten. Daar faciliteert de gemeente de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen aan de routes.

Visiekaart voor Best 2040 Met de vaststelling van de Omgevingsvisie zijn de Structuurvisie Best 2030 (2011) en Structuurvisie Groene Mantel met rode knopen (2014) vervallen. De Structuurvisie buitengebied (2016) heeft nog wel status.

32

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

3.4.2 Structuurvisie buitengebied (2016) De Structuurvisie Best 2030 geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn voor de gemeente Best. De structuurvisie voor het buitengebied maakt keuzes op basis van actuele ontwikkelingen in het landelijke gebied (zoals wonen en werken, veehouderij, milieu) en gaat specifiek in op onderwerpen als landschap, landbouw en recreatie. Dit is noodzakelijk omdat de dynamiek in het landelijk gebied onverminderd hoog blijft. Sommige ontwikkelingen en veranderingen in het buitengebied zijn voorzienbaar. Andere niet. De Structuurvisie buitengebied geeft richting aan de door het gemeentebestuur gewenste ontwikkelingen in het landelijke gebied. Het document schetst het ontwikkelperspectief, zonder de concrete invulling vast te leggen. Hiermee vormt het een inspiratiebron voor ruimtelijke initiatieven. Initiatieven die passen in de visie kunnen rekenen op een positieve grondhouding van de gemeente. De functie van het buitengebied is drieledig: 1.

Productiegebied: Met name de landbouw- en recreatiesector verdienen hun boterham in het buitengebied. Zowel landbouw als recreatie komen in verschillende vormen voor, van kleinschalig en extensief tot grootschalig en intensief. 2. Verblijfsgebied: Inwoners van de bebouwde kom maar ook steeds meer van buiten (bijvoorbeeld uit de stadsregio Eindhoven) verblijven en recreëren in het Bestse buitengebied. 3. Natuurlijk kapitaal: Het landschap, de natuurwaarden en de ondergrond met de waterhuishouding vormen het natuurlijk kapitaal van het buitengebied waar we zuinig op zijn. Deze waarden bepalen de kaders waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en waaraan we toetsen of een ontwikkeling toelaatbaar is. De gemeente staat dus open voor nieuwe initiatieven ('nodigt uit'), maar stelt tegelijk eisen aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit. Het uitbreiden van bestaande of toekennen van nieuwe functies dient gepaard te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiervoor geldt het adagium 'voor wat, hoort wat'. Dat betekent dat het initiatief een bijdrage levert aan de economische, ecologische, ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke vitaliteit van het buitengebied. Als leidraad hiervoor dient de 'Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best'.

Natuur In eerste instantie wordt gestreefd naar behoud en versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden binnen de gemeente Best. Vooral ecologische, visueel-ruimtelijke en cultuurhistorische aspecten spelen daarbij een rol. Recreatief medegebruik vergroot de belevingswaarde van de natuur en het landschap. Verder wordt ingezet op ontwikkeling van nieuwe landschapselementen, o.a. door de realisatie van het Nationaal Natuur Netwerk, versterking van ecologische verbindingszones, bevordering van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en landschappelijke investeringen bij particuliere initiatieven. Landbouw In het gemeentelijk ruimtelijk beleid houden we rekening met ontwikkelingen in de agrarische sector en sluiten we aan bij het provinciale beleid voor de landbouw. Een aantal bedrijven zal hierdoor kunnen groeien, andere bedrijven zullen hun agrarische activiteiten beëindigen of nevenactiviteiten ontplooien. Verbreding van agrarische activiteiten verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan 'ondernemers in de groene ruimte' en anderzijds om recreatieve kansen, duurzame en innovatieve ontwikkelingen en zorg- en educatieve functies te stimuleren en letterlijk de ruimte te geven. Dit uiteraard binnen de kaders die er zijn vanuit beleid, wet- en regelgeving. Deze ontwikkelingen zullen wel moeten passen in het landschap van het buitengebied van Best.

Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen of afbouwen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Vanzelfsprekend dienen ook recreatieve functies bij te dragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Het landschap is namelijk een voorname drager van nieuwe ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

33

Recreatie De karakteristiek van het Bestse buitengebied is kleinschalig, overwegend agrarisch en rustiek. Grootschalige verblijfsvoorzieningen die dit karakter aantasten, zoals bungalowparken, grote camping of hotels, passen hier niet. Accommodaties voor overnachtingen als bed and breakfast, pensions, trekkershutten, slapen bij de boer en camperplaatsen zijn op passende plekken wel mogelijk. Het is ongewenst om alle vrijkomende agrarische bebouwing (stallen, loodsen en kassen) om te bouwen tot recreatieverblijven. Het aantal recreatieve voorzieningen moet in verhouding zijn met andere economische activiteiten en die niet in de weg staan. 3.4.3 Beleid vrijkomende agrarische bebouwing Als nadere uitwerking en verdiepingsslag van de Structuurvisie, zoals ook vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten, is een nieuw beleidskader voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing op 9 december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. De nieuwe koers richt zich op: a. b. c. d. e. f.

het geven van meer ontwikkelingsruimte aan niet-agrarische functies; het stimuleren van sloop; het veranderen van onze werkwijze, houding en het aannemen van andere rollen; het introduceren van nieuwe instrumenten; het introduceren van een dynamisch afwegingskader als hulpmiddel; het managen van verwachtingen, het maken van heldere afspraken, handhaafbare voorwaarden en een effectieve controle en handhaving.

Om vorm te geven aan bovenstaande nieuwe koers zijn een aantal beleidswijzigingen voorgesteld met betrekking tot hergebruik: het toestaan van kleinschalige gebiedsvreemde functies; nieuwbouw, uitbreiding van bebouwing en het vergroten bouwperceel niet meer altijd uitsluiten; het loslaten van het onderscheid tussen bebouwingsconcentraties en het overige buitengebied; ook mogelijkheden voor hergebruik bieden aan percelen die geen agrarische bestemming meer hebben; het loslaten van de koppeling tussen zorg- en recreatieve functies en een actief agrarisch bedrijf; meer mogelijkheden geven aan hergebruik van cultuurhistorische bebouwing, zowel boerderijen als gebouwen en/of ensemble van gebouwen; mogelijkheden bieden voor bedrijven uit milieucategorie 3 met een impact te vergelijken met milieucategorie 1 en 2; het mogelijk maken van een bedrijfsverzamelgebouw, waarin meerdere kleinschalige bedrijven zich vestigen op 1 perceel. In de notitie is tevens een kwalitatief afwegingskader opgenomen, waarin maatwerk centraal staat. Het is geen nieuwe 'wet' met harde randvoorwaarden maar dient als hulpmiddel op een afweging op maat te maken. Het afwegingskader voorziet in de behoefte aan de voorkant meer inzicht te verschaffen in hoe de gemeente omgaat met ruimtelijke initiatieven op vrijkomende agrarische locaties.

Ontwikkelingen moeten in ieder geval voldoen aan een aantal basisprincipes, te weten: 1. 2. 3.

passend binnen de doelstellingen van ons buitengebied en een toegevoegde waarde hebben; passend bij de gebiedskenmerken en – kwaliteiten; naar aard, impact en omvang passend op de locatie en niet concurreren met functies op het bedrijventerrein of in ons centrum.; 4. bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Deze basisprincipes zijn nader uitgewerkt in een stappenplan.

34

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

3.4.4 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan De Wet Milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen. In het GRP legt een gemeente haar beleidsuitgangspunten en keuzen voor de rioleringszorg vast. Naast de rioleringszorg behandelt een GRP ook de zorgplichten hemelwater en grondwater. Vandaar de termen Verbreed GRP en (stedelijk) waterbeheer (vGRP). Door diverse wijzigingen in wet- en regelgeving is de situatie ontstaan dat het vGRP en het Waterplan grotendeels overlappen wat betreft reikwijdte, visie en uitvoeringsprogramma. Het vGRP is niet meer alleen een rioleringsplan maar beslaat inmiddels de totale waterketen. Bij de uitwerking van de thema's zijn maatschappelijke partijen (zoals Best Duurzaam, Klankbordgroep groen en GOEB) betrokken. Naast het goed beheren van het rioolsysteem (± 220 km rioolbuizen, 27 rioolgemalen en 2 bergbezinkbassins met een totale nieuwbouwwaarde van ± € 200 miljoen), wordt het bestaande beleid voortgezet waarbij in het bijzonder is ingezet op de thema's: klimaatadaptatie, waterbeleving/natuur, maatschappelijke ontwikkeling en samenwerking. In het plan zijn onder meer navolgende belangrijke aandachtspunten geformuleerd: In- en uitbreidingsplannen van woningbouw en/of infrastructuur kunnen tot een toename aan verhard oppervlak leiden.

Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater, met mogelijk overbelasting van het ontvangend oppervlaktewater. Bij nieuwe ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen hydrologisch neutraal uit worden gevoerd. Vanwege de bodemopbouw en waterhuishouding in de gemeente Best komen structurele grondwaterproblemen beperkt voor. Om verdere overlast te voorkomen doorlopen gemeente en waterschap bij planologische wijzigingen een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen vastgesteld en beoordeeld. Door middel van de watertoetsprocedure wordt in de bestemmingsfase voorkomen dat 'natte' gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. Mogelijk wordt een aangepaste bouwwijze aanbevolen. Samen met het waterschap de Dommel wordt invulling gegeven aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water om te komen tot een gezond oppervlaktewatersysteem. Gemeentelijke maatregelen zijn het beperken van de vuiluitworp van riolering (o.a. afkoppelen en verdere optimalisatie van het stelsel), duurzame onkruidbestrijding en het monitoren van de afvalwaterketen.

Dit plan wordt dit jaar nog geactualiseerd en er zal meer nadruk komen te liggen op de aanpassingen in verband met het klimaatadaptatief inrichten en water vasthouden in de stad om water met vertraging naar het buitengebied te laten stromen. 3.4.5 Nota Visie duurzame energieopwekking De gemeente Best heeft een taak in het zoeken naar een goede invulling voor het verduurzamen van de energiebehoefte. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 2 november 2020 de 'Visie duurame energieopwekking buitengebied Best' vastgesteld. Deze visie heeft als doel om kansen, mogelijkheden en voorwaarden voor duurzame energie in het buitengebied inzichtelijk te maken. Het biedt daarbij handvatten en spelregels om invulling te geven aan deze mogelijkheid. De visie geeft aan waar het opwekken van wind- en met name zonne-energie in het buitengebied mogelijk en toelaatbaar is. Door dit inzicht wil de gemeente Best initiatieven op gang brengen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de energietransitie binnen de gemeente Best.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

35

36

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Hoofdstuk 4 regelingen 4.1

Gebiedsbestemmingen en

Algemeen

De functies landbouw, natuur en landschap vormen de grondslag voor de gebiedsbestemmingen in het bestemmingsplan. Het karakter van deze functies is niet gelijk: landbouw en natuur zijn gekoppeld aan bepaalde gebieden, het landschap is in het hele buitengebied aanwezig. Het landschap weerspiegelt de ontginningsgeschiedenis c.q. wijze waarop mens en natuur met elkaar omgaan. Waar nodig wordt ingezet op een scheiding van de functies landbouw en natuur. Dit vanwege de spanningen die er zijn tussen de productiefunctie landbouw (met de bijbehorende schaalvergroting en intensivering) en de kwetsbare natuurfunctie. In de agrarische gebieden worden zo weinig mogelijk beperkingen opgelegd aan de landbouw, in de natuurgebieden die deel uitmaken van het natuurnetwerk brabant kan de natuur zich verder ontwikkelen. Waar mogelijk wordt ook gekozen voor verweving van de functies landbouw en natuur. Dit omdat ontwikkelingen in de landbouw enerzijds en natuur (en landschap) anderzijds elkaar ook kunnen versterken. Zo is het duurzaam voortbestaan van de grondgebonden landbouw een essentiële voorwaarde voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. Ook verbreding van de agrarische bedrijfsvoering en agrarisch natuurbeheer kunnen een gunstig effect hebben op natuur en landschap.

4.2

Vertaling in gebiedsbestemmingen

Voor de toekenning van de gebiedsbestemmingen geldt de indeling uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006' als uitgangspunt. Daarnaast heeft echter afstemming plaats gevonden met de gebiedszoneringen zoals opgenomen in de IOV. De oorspronkelijke onderverdeling in een agrarische en een groene hoofdstructuur en een nog verdere onderscheiding in subcategorieën is deels losgelaten. In plaats van de groene hoofdstructuur is in de IOV sprake van een onderverdeling in het Natuurnetwerk Brabant en de groenblauwe mantel, naast het gemengd landelijk gebied. In de juridische regeling is voor de afzonderlijke gebiedsbestemmingen aangegeven welke gebruiksfuncties binnen de gebiedsbestemming mogelijk zijn. Dit is mede afhankelijk van de aanwezige landschaps- en of natuurwaarden. Hiertoe zijn in de bestemmingsregeling bepalingen opgenomen in het stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Bepaalde bodemingrepen en werkzaamheden dienen vooraf nader te worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. 4.2.1 Regeling voor natuur- en bosgebieden Natuur Deze bestemming is toegekend aan de gronden en wateren die als natuurgebied functioneren en in het bestemmingsplan uit 2006 als Natuur bestemd waren. Het beleid binnen deze bestemming is zoveel mogelijk gericht op behoud, bescherming en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden.

Bos Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop bos en/of opgaande beplanting (bosje) aanwezig is. Het betreft zowel bossen met de hoofdfunctie natuur als multifunctionele bossen. Met deze bestemming wordt het bos en de waarden die de bestemming vertegenwoordigt, gehandhaafd. Binnen deze bestemming is bescherming, behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos en bosgroeiplaats, landschappelijke, natuur- en hydrologische waarden het doel.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

37

Het betreft bosgebieden en houtopstanden, waarvan de aanwezige natuurwaarden minder kwetsbaar zijn dan in de 'Natuur' en/of waar tevens houtproductie wordt toegestaan. Betreffende gebieden waren in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006', bestemd als Bos. Groen Het betreft hier veelal landschapselementen zoals laanbeplanting. Deze elementen hebben een hoge landschappelijke, cultuurhistorische en/of ecologische waarde. Daarnaast is deze bestemming ook opgenomen voor gronden, die specifiek zijn bestemd voor de landschappelijke inpassing van toegestane ruimtelijke ontwikkelingen. Ten behoeve van de bescherming van deze elementen geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. Het merendeel van bovenstaande gronden maken onderdeel uit van het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische hoofdstructuur). Voor de duidelijkheid zijn de gronden die zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant zoals opgenomen in de IOV op de verbeelding voorzien van de specifieke aanduiding 'overige zone –natuur netwerk brabant' en voorzien van een nadere beschermingsregeling. 4.2.2 Regeling voor agrarische gebieden Het agrarisch gebied is conform het geldend bestemmingsplan onderverdeeld in drie bestemmingen, te weten: 1. 2. 3.

Agrarisch; Agrarisch met waarden - landschapswaarden; Agrarisch met waarden - natuur- en landschapswaarden.

Agrarisch De bestemming Agrarisch omvat het 'reguliere' agrarische gebied, zonder specifieke natuur- en landschapswaarden met uitzondering van enkele landschapselementen. De gronden zijn geschikt voor agrarische bedrijven maar ook de ontwikkeling van (agrarische) nevenactiviteiten, recreatie en nieuwe economische dragers zoals beschreven in het geldende bestemmingsplan. Aan bestaande agrarische bedrijven kan onder voorwaarden ontwikkelingsruimte worden geboden (met betrekking tot uitbreiding), maar daarnaast worden ook mogelijkheden voor functieverandering geboden. Deze bestemming is toegekend conform de geldende bestemming uit het bestemmingsplan Buitengebied 2006 met uitzondering van de agrarische gronden die in de IOV zijn aangeduid als 'groenblauwe mantel'. Dit betreft de agrarische gronden ten noorden van de Sint-Antoniusstraat en ten westen van de Aarleseweg alsmede de agrarische gronden ten oosten van de Oude Baan. Deze gronden zijn conform de Nota van Uitgangspunten nu bestemd als 'Agrarisch met waarden – landschapswaarden'. Agrarisch met waarden – Landschapswaarden Dit betreft gronden die in agrarisch gebruik zijn, maar tevens over landschapswaarden beschikken.

Deze gronden waren in de huidige bestemmingsregeling reeds voorzien van de bestemming 'Agrarisch met landschapswaarden', met uitzondering van de hierboven genoemde agrarische gronden ten noorden van de Sint-Antoniusstraat, ten westen van de Aarleseweg en ten oosten van de Oude Baan. Een gedeelte van deze gronden maakt tevens onderdeel uit van de provinciaal aangeduide groenblauwe mantel. Dit betreft agrarische gronden grenzend aan en rondom kerngebieden natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het natuurkerngebied. Gronden gelegen binnen deze aanduiding vervullen zowel een bufferfunctie als een verbindende functie tussen de afzonderlijke meest waardevolle natuurgebieden.

38

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

Gronden die zijn gelegen binnen de provinciale groenblauwe mantel, zoals opgenomen in de IOV zijn op de verbeelding voorzien van de specifieke aanduiding 'overige zone –groenblauwe mantel'. Binnen deze bestemming kan het huidige agrarisch gebruik worden voortgezet, mits aanwezige specifieke landschapswaarden, van bijzonder gemeentelijk belang, niet onevenredig worden aangetast. Hiertoe zijn in de bestemmingsregeling bepalingen opgenomen in het stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Bepaalde bodemingrepen en werkzaamheden dienen vooraf nader te worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden Agrarische gronden, waar tevens natuur- en landschapswaarden aanwezig zijn zijn bestemd als Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden. Dit betreft onder meer de gronden die nog in agrarisch gebruik zijn, maar onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant. Betreffende gronden zijn voorzien van de nadere aanduiding 'overige zone – natuur netwerk brabant'. Deze gronden waren in het geldend plan veelal reeds bestemd als Agrarisch gebied met landschappelijke waarden danwel Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarden. De exacte begrenzing van de bestemming is afgestemd op de begrenzing van het NNB zoals is opgenomen in de meest recente IOV.

Het huidige agrarisch gebruik van deze gronden kan worden gecontinueerd, mits aanwezige specifieke natuur- en of landschapswaarden, van bijzonder gemeentelijk belang, niet onevenredig worden aangetast. Hiertoe zijn in de bestemmingsregeling bepalingen opgenomen in het stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Bepaalde bodemingrepen en werkzaamheden dienen vooraf nader te worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, die omzetting van de agrarische bestemming naar een natuurbestemming mogelijk maakt. De overige gronden binnen deze bestemming maken onderdeel uit van de provinciale groenblauwe mantel. Binnen deze bestemming kan het huidige agrarisch gebruik worden voortgezet, mits aanwezige specifieke natuur- en of landschapswaarden, van bijzonder gemeentelijk belang, niet onevenredig worden aangetast. Hiertoe zijn in de bestemmingsregeling bepalingen opgenomen in het stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Bepaalde bodemingrepen en werkzaamheden dienen vooraf nader te worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Dit geldt ondermeer ook voor in gebruik name van gronden/percelen voor boomteelt. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze bestemming zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'boomteelt'.

Voor nieuwe percelen wordt gelet op de hier aanwezige landschaps- en natuurwaarden een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht. Beperkingen veehouderij Doel van de aanduiding is om een verdere intensivering vanwege ontwikkelingen in de veehouderij in de aangeduide gebieden tegen te gaan. In dit gebied gelden (vergaande) beperkingen voor alle veehouderijen. Binnen de aanduiding mag er in beginsel geen toename meer plaatsvinden van de bestaande bebouwing (het zogenaamde 'slot op de muur'). Dit betreft zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouw zijnde. Er wordt nog wel een uitzondering gemaakt voor uitbreiding van bebouwing ten behoeve van grondgebonden veehouderijen, zoals gedefinieerd in de nadere regels van de IOV, zie verder paragraaf 5.2. Voor de begrenzing is aangesloten bij de begrenzing van het eerdere extensiveringsgebied rondom kernen en natuur conform de Reconstructiewet. Ecologische verbindingszones Ecologische verbindingszones (EVZ) betreffen smalle natuurlijk ingerichte verbindingen tussen natuurgebieden (met nieuwe of herstelde natuur). Ecologische verbindingszones worden aangelegd om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden mogelijk te maken. Door de verbindingszones wordt versnippering en isolatie verminderd en kan onderlinge uitwisseling van populaties plaatsvinden, waardoor de stabiliteit wordt vergroot.

In de IOV zijn de ecologische verbindingszones als zoekgebied opgenomen en

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

39

voorzien van een beschermingsregeling die gemeenten in hun bestemmingsplan dienen over te nemen. Binnen de gemeente zijn enkele ecologische verbindingszones geprojecteerd. Dit betreffen met name de gronden langs het Wilhelmina kanaal en Beatrixkanaal. Deze gronden zijn tevens voorzien van een bosbestemming. Daarnaast is ook een ecologische verbindingszone ten noorden van de De Vleut voorzien. Voor de zoekgebieden voor ecologische verbindingszones is een afzonderlijke aanduiding 'overige zone –ecologische verbindingszone' opgenomen. Hier is in de juridische regeling een stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden opgenomen. De IOV ruimte schrijft namelijk voor dat aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder wat betreft bebouwing en verharding, beperkingen dienen te worden gesteld, zodat de strook niet minder geschikt wordt voor toekomstige realisering van een ecologische verbindingszone. Hiertoe is het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2 gekoppeld aan een omgevingsvergunning. Daarnaast is conform het geldende bestemmingsplan in de juridische regeling binnen de agrarische gebiedsbestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – ecologische verbindingszone' een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Natuur opgenomen.

Zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen De gronden naast het Wilhelminakanaal en Beatrixkanaal evenals de waterlopen Ekkersrijt en Heerenbeekloop, zijn in de IOV tevens aangeduid als zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen. Dit betreft gebieden waarbinnen gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van het natuurlijk watersysteem (beken en kreken) en de daaraan gekoppelde natuur- en landschapswaarden. Deze doelstelling geldt als randvoorwaarde voor ontwikkelingen binnen deze gebieden. In deze gebieden gelden ruimtelijke beperkingen aan activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken. Het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen binnen de gemeente overlapt in zijn geheel met de gebieden die in de IOV zijn aangewezen als zoekgebied voor ecologische verbindingszone. Volledigheidshalve is het zoekgebied met een specifieke aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' op de verbeelding opgenomen en voorzien van een beschermingsregeling. Ter plaatse zijn geen kapitaalintensieve functies aanwezig en deze worden in het plan ter plaatse ook niet mogelijk gemaakt.

Landschapselementen De in het gebied voorkomende elementen die landschappelijk of natuurwetenschappelijk waardevol zijn, zijn veelal als 'Bos' of 'Natuur' conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' op de verbeelding opgenomen. Elementen, solitaire bomen en/of poelen die binnen een bouwvlak zijn gelegen worden tot de erfbeplanting gerekend en zijn niet specifiek opgenomen. Daarnaast zijn overige verspreid in het buitengebied gelegen waardevolle landschapselementen zoals houtwallen, laanbeplanting, bosschages en poelen conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' op de verbeelding opgenomen als 'Groen' respectievelijk 'Bos' . Bovendien zijn de door de gemeente als waardevolle boom aangeduide bomen voorzien van een verbale beschermingsregeling (artikel 43.2.1), middels een toegevoegde lijst (bijlage 25) aan de regels. Van een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is op basis van eerder doorlopen planologische procedures medewerking verleend, mits een goede landschappelijke inpassing werd gerealiseerd. Betreffende locaties zijn hiertoe op de verbeelding eveneens voorzien van de bestemming 'Groen'. In de regels van het bestemmingsplan is voor deze 5 locaties een juridische regeling opgenomen die voorziet in de instandhouding van de landschappelijke inpassing middels opgenomen voorwaardelijke verplichtingen.

Attentiezone waterhuishouding Om te voorkomen dat de huidige hydrologische situatie van hydrologisch kwetsbare natuurgebieden (voorheen natte natuurparels genoemd) verder verslechtert wordt er een beschermingsbeleid gevoerd. Het

40

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

beleid in deze gebieden is gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur in de natte natuurparels en een externe bescherming tegen ingrepen die een ongewenste beïnvloeding van deze natuurwaarden kunnen hebben. Er is een hydrologisch standstill van toepassing in deze gebieden en in de beschermingszone er omheen. Er mogen in het gebied of in de omgeving geen activiteiten plaatsvinden die een verslechtering van de hydrologische situatie in de natte natuurparel tot gevolg hebben. Maatregelen voor hydrologisch herstel zijn bijvoorbeeld het dichten en verondiepen van waterlopen, het verhogen van het peil, het plaatsen van stuwen en het voorkomen van de aanleg van drainagemiddelen. Conform het bepaalde in de IOV is in onderhavig bestemmingsplan voor betreffende gronden de aanduiding 'overige zone – attentiezone waterhuishouding' opgenomen, voorheen aangeduid als 'attentiegebied natuur netwerk brabant'. Betreffende gronden zijn voorzien van een omgevingsvergunningplicht. Dit betreft werkzaamheden en ingrepen, die mogelijk van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding, zoals grondverzet, aanleg van nieuwe drainage en de aanleg van verharde oppervlakten. Agrarische bouwvlakken worden, uitgezonderd van deze omgevingsvergunningplicht. Het betreft navolgend, reeds geldend omgevingsvergunningstelsel voor werken en/of werkzaamheden.

het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen met uitzondering van grondwateronttrekkingen; het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2 anders dan een bouwwerk. Daarnaast geldt ook voor het in gebruik nemen van gronden voor boomteelt binnen deze zone een omgevingsvergunningsplicht. In voorkomend geval kan vooraf een nadere toetsing plaatsvinden van mogelijke negatieve effecten van het voornemen op de waterhuishouding van de nabij gelegen natte natuurgebieden. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze zone op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'boomteelt' en uitgezonderd van de vergunningplicht.

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering In de IOV is opgenomen dat ieder bestemmingsplan dat voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast dient te worden verantwoord hoe de vereiste kwaliteitsverbetering in het plan is gewaarborgd. Het achterliggende idee hierbij is dat ontwikkelingen actief bijdragen aan versterking van het landschap. Dit gaat dus verder dan het mitigeren van de effecten van een ontwikkeling op de omgeving of het beperken van verlies aan omgevingskwaliteit.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

41

Onder een kwaliteitsverbetering worden begrepen alle projecten die zijn gericht op een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie. Bij kwaliteitsverbetering van het landschap kan in het bijzonder worden gedacht aan concrete tegenprestaties gericht op de verbetering van de volgende landschapsaspecten: bodem (aardkunde) en water, natuur- en landschapselementen, cultuurhistorische elementen incl. archeologie, recreatieve toegankelijkheid van het landschap, sloop en ontstening. Investeringen in het landschap betreffen nieuw te ontwikkelen structuren en elementen en/of het herstel van bestaande structuren en elementen. Ook kan een koppeling worden gelegd met de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones. Als het niet mogelijk is een fysieke kwaliteitsverbetering in de directe omgeving te realiseren, is fondsvorming een optie. De bijdrage wordt dan gestort in het fonds dat ingezet wordt voor kwaliteitsverbetering in het buitengebied.

De gemeente onderschrijft het principe van het beleidsvoornemen dat ruimtelijke ontwikkelingen bij moeten dragen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiertoe is door de gemeente een landschapsinvesteringsregeling opgesteld 'Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best', die in onderhavig bestemmingsplan is doorvertaald. In de regels wordt voor diverse afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden voor ruimtelijke ontwikkelingen een verwijzing opgenomen naar het LIR. In de regeling kunnen, rekening houdend met de impact op de omgeving, drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen (met de bijbehorende kwaliteitsverbetering) worden onderscheiden:

1. Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen, die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen Dit betreft ontwikkelingen die geen wezenlijke ruimtelijke impact hebben, omdat de ontwikkeling in zichzelf reeds een kwaliteitsverbetering is danwel de ontwikkeling een dusdanig geringe ruimtelijke invloed heeft (veelal binnen bestaande bebouwing), dat een substantiële kwaliteitsverbetering disproportioneel zou zijn. Dit betreft onder meer aanleg van natuur- en landschapselementen en voorzieningen ten behoeve van extensieve recreatieve mogelijkheden alsmede ontplooiing van nevenactiviteiten binnen bestaande bebouwing (mantelzorg, bed & breakfast, kleinschalige bedrijvigheid, omschakeling van een bedrijfswoning naar een plattelands- of burgerwoning), maar ook vergroting bijgebouwen tot ma. 150 m2 en oprichting van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en uitbreiding van een woonbestemming tot 1.500 m2 . Voor deze categorie ontwikkelingen wordt geen specifieke aanvullende kwaliteitsverbetering vereist.

2.

Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en passend worden geacht in het landelijk gebied. Het ruimtelijk effect van de ontwikkeling blijft veelal beperkt tot het eigen erf en heeft slechts in een beperkt aantal gevallen een beperkt visueel-ruimtelijk effect heeft op de directe omgeving (het betreft toename van bebouwing binnen de reeds bestaande bestemmingsvlakken). Dit betreft onder meer vormverandering van (agrarische) bestemmingsvlakken, aanleg van paardenbakken aan het bouwvlak, ondergeschikte (buitenpandige) nevenactiviteiten en omschakeling naar een grondgebonden melkveehouderij, schapenhouderij of paardenhouderij. Voor deze ontwikkelingen bestaat de vereiste kwaliteitsverbetering uit een goede landschappelijke inpassing op eigen erf en/of direct aansluitend aan eigen erf. De exacte invulling van de landschappelijke inpassing dient nader te worden vastgelegd in een door de gemeente goedgekeurd landschappelijk inrichtingsplan, waaruit blijkt hoe en met welke (natuur- en landschaps)elementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven, waarbij gebruik dient te worden gemaakt van inheemse soorten, zoals opgenomen in de Beplantingslijst bij de LIR.

Hierbij geldt de vereiste goede landschappelijke inpassing voor het gehele bouwvlak/bestemmingsvlak en niet alleen voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling/ingreep .

42

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

3.

Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt vormgegeven door een goede landschappelijke inpassing en een extra bijdrage. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen die wel ruimtelijk inpasbaar zijn, maar die een beduidende invloed kunnen hebben op de omgeving. Dit betreft in ieder geval vergrotingen van agrarische bouwvlakken, toevoegen van een nieuwe bedrijfswoning, uitbreiding van niet-agrarische en recreatie bedrijven, uitbreiding van de inhoud van een (bedrijfs)woning boven de 1.000 m3 , omschakeling van een agrarisch bouwvlak of woonbestemming naar een niet-agrarische bestemming en het realiseren van zonnevelden. De investeringsverplichting betreft in alle gevallen in ieder geval een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd inrichtingsplan, zoals beschreven voor ontwikkelingen in categorie 2. Naast de landschappelijke inpassing wordt op basis van oppervlakten van een ontwikkeling een extra bijdrage vastgesteld.

Voor de berekening hiervan wordt gebruik gemaakt van navolgende standaardbedragen per m2 : Uitbreiding bestemmingsvlak/ bouwvlak/ bebouwing: € 2,-/ m2 ; Uitbreiding bestemmingsvlak/ bouwvlak/ bebouwing niet-agrarisch bedrijf (niet zijnde recreatie,agrarisch-technisch hulpbedrijf, agrarisch verwant bedrijf, maatschappelijke voorziening, statische opslag): € 5,-/ m²; Uitbreiding bestemmingsvlak (onbebouwd): € 1,-/ m²; Functiewijziging zonder uitbreiding bestemmingsvlak/ bouwvlak/ bebouwing: €1,- /m². Aanleg zonnevelden: €1,- /m². De kwaliteitstoevoeging dient bij voorkeur op of in de nabijheid van het initiatief plaats te vinden en kan op meerdere manieren plaats vinden: landschappelijke inpassing, aanleg en herstel van natuur- en landschapselementen, aanleg van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie, sloop van niet cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en verwijderen van verharding, een fysieke bijdrage aan realisering van het Natuurnetwerk Brabant en maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Maatwerk Niet elke ontwikkeling is bij voorbaat te vangen in één van bovenstaande categorieën.

Initiatieven kunnen daarvoor te complex zijn, hebben door bijzondere omstandigheden minder financieel draagvlak of dragen op geheel andere wijze bij aan de kwaliteit van het landschap. Ook kan een project een zeer grote of juist vrijwel geen impact op de omgeving hebben. Dat maakt het noodzakelijk om de vrijheid te houden maatwerk te leveren. 4.2.3 Regeling archeologie In 2011 is de gemeentelijke archeologiekaart met bijbehorend rapport en bijlagen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kaart vormt samen met het archeologisch beleidsplan de grondslag voor het gemeentelijk archeologiebeleid. De archeologiekaart uit 2011 is in 2014 geactualiseerd, waarbij nieuwe archeologische vindplaatsen, uitgevoerde archeologische onderzoeken en bodemverstorende werkzaamheden (nieuwbouw, ontgrondingen e.d.) zijn geraadpleegd, geanalyseerd en verwerkt. Deze geactualiseerde archeologiekaart is vervolgens opgenomen in het paraplubestemmingsplan Parkeernormen en Archeologie, dat op 9 maart 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het hierin opgenomen beleid voor de gebieden met archeologische verwachtingswaarden is overeenkomstig in dit nieuwe plan opgenomen. De verschillende gebieden zijn door middel van dubbelbestemmingen overgenomen in het bestemmingsplan, waarbij regels gelden om het bodemarchief te beschermen.

Omdat de rijksbeschermde archeologische monumenten (categorie 1) zijn beschermd via de Monumentenwet, is voor deze monumenten geen aanvullende beschermende regeling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Deze zijn overigens

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

43

ook niet gesitueerd in het plangebied. Voor gebieden zonder archeologische verwachting (categorie 7) gelden geen beperkingen ten aanzien van archeologie, zodat het opnemen van een dubbelbestemming voor deze categorie niet zinvol is. Voor gebieden met een lage archeologische verwachting geldt voor het bouwen, aanleggen en slopen ook geen onderzoeksplicht, derhalve is deze categorie (6) ook niet opgenomen. De dubbelbestemmingen voor de overige categorieën (categorie 2 tot en met 5) bevatten een beschermende regeling. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en/of werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig het erfgoedplan, per dubbelbestemming. Hierna is een overzicht opgenomen met de dubbelbestemmingen die in voorliggend bestemmingsplan voorkomen.

Per dubbelbestemming is aangegeven wat de ondergrenzen voor de oppervlakte en diepte van de verstoring zijn: Waarde-Archeologie 2 (cat. 2): onderzoeksverplichting voor oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3m; Waarde-Archeologie 3 (cat. 3): onderzoeksverplichting voor oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 0,3m; Waarde-Archeologie 4 (cat. 4): onderzoeksverplichting voor oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,3m; Waarde-Archeologie 5 (cat. 5): onderzoeksverplichting voor oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,3m; Ter plaatse van de conform het geldend parapluplan op de verbeelding opgenomen aanduiding 'overige zone esdekken agrarisch' gelden de opgenomen bepalingen in de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' slechts bij een verstoringsdiepte van meer dan 0,5 meter ten opzichte van het maaiveld, vanwege het aanwezige esdek en/of jarenlange agrarisch gebruik (in de regel een plaggendek van 50 cm dik), waarbinnen naar verwachting nagenoeg geen archeologische resten meer zullen worden aangetroffen . 4.2.4 Regeling cultuurhistorie Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. Cultuurhistorisch vlak 'Broekgebieden bij Best' De provincie heeft in haar IOV cultuurhistorisch waardevolle gebieden aangeduid.

Deze gebieden verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten. Binnen de gemeente is door de provincie een cultuurhistorisch waardevol gebied aangewezen, te weten: 'de Broekgebieden bij Best'. Dit gebied bestaat uit landbouwgronden en bossen in het vroegere broekgebied ten noorden van Best. Dit gebied was in 1850 nog maar ten dele ontgonnen. De onontgonnen delen zijn in cultuur gebracht in de periode 1840-1860. Parallel aan en loodrecht op de oude straatweg Eindhoven - 's-Hertogenbosch werd een patroon van wegen en waterlopen aangelegd. Binnen dit raster zijn percelen uitgezet die rond 1900 voornamelijk als grasland in gebruik waren. Op enkele plekken liggen restanten van oudere verkaveling. De te beschermen waarden van het gebied betreffen onder meer:

44

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

De plaatselijk kleinschalige percelering en de (restanten van ) elzensingels ; De Nieuwe Dijk/Broekdijk; De Ginkeldijk; De strookvormige percelering; De zandwegen. De betreffende percelen zijn voorzien van een gebiedsaanduiding 'overige zone –cultuurhistorisch waardevol gebied', waarmee de specifieke cultuurhistorische waarden van het aangeduide gebied beschermd worden. Wederopbouwgebied De Scheeken Direct ten oosten van de A2 bevindt zich daarnaast het gebied 'De Scheeken'. Ruilverkavelingsgebied De Scheeken is in de Visie Erfgoed en Ruimte (VER; 2010) door het Rijk aangewezen. De VER is bedoeld om de cultuurhistorische belangen van nationale betekenis te verbinden met gebieds- en ontwikkelingsgerichte opgaven. Met het thema 'Wederopbouw' wil het rijk dat de periode 1940 – 1965 in de toekomstige inrichtingen van Nederland herkenbaar aanwezig blijft op gebiedsniveau. Het gebied betreft 1 van de 30 door het Rijk geselecteerde wederopbouwgebieden uit de periode 1949-1965. De gebieden worden beschouwd als toonbeelden van de wederopbouwperiode. Ze onderscheiden zich nationaal of zelfs internationaal, bijvoorbeeld vanwege de kwaliteit van de architectuur of als bijzonder voorbeeld van stedenbouw of landschapsinrichting. De Scheeken is een vroeg voorbeeld van een ruilverkaveling waarbij een landschapsplan werd opgesteld met veel aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied.

Dit gebied is op basis van de volgende drie kenmerken aangewezen als gebied van nationaal belang: kleinschalig landschap met weiden, bos, akkerlanden en boomkwekerij; een door gevarieerde boomlinten verkamerd landschap; perifere zwermen van wederopbouw en oudere bebouwing. Van oudsher is De Scheeken een bosrijk en schilderachtig gebied met een besloten karakter en een fijnmazige structuur van beplanting. Oorspronkelijk was De Scheeken een nat gebied op een lemige, slecht doorlatende ondergrond. In de winter en het voorjaar waren er hoge grondwaterstanden. Alleen de hoger gelegen randen werden bewoond en in het centrale deel stonden uitgestrekte elzenbroekbossen. Er woonden weinig mensen, de percelen waren klein en het bezit versnipperd. Andere nadelen waren de slechte ontsluiting en de gebrekkige ontwatering. Met de voorgenomen ruilverkaveling werd vooral beoogd om doodlopende weggetjes met elkaar te verbinden en een samenhangend afwateringssysteem aan te leggen. Na de oorlog werd rondom de blokvormige kavels opgaand groen gerealiseerd en werd de deels nieuwe paden- en lanenstructuur nadrukkelijk zichtbaar gemaakt met gevarieerde beplanting. De nieuwe kavels werden omzoomd met populieren, langs de wegen werden voornamelijk eiken geplant. Kenmerkend voor het landschap is dat het is ingedeeld in 'kamers': graslandpercelen die zijn omkaderd met bomenrijen, singels of hagen.

Door de ruilverkaveling is de ontsluiting verbeterd, maar is geen afbreuk gedaan aan de karakteristieke, kleinschalige inrichting. In het gebied zijn ook enkele wederopbouwboerderijen te vinden, waarvan het langgevelboerderijtype het meest voorkomt. Er heeft een schaalvergroting in de oorspronkelijke, kleinschalige kamerstructuur plaatsgevonden waarbij een langwerpige kamerstructuur is ontstaan. De kamers zijn strak en hoogopgaand afgebakend doordat zij zijn omzoomd met populieren. Er is eveneens een schaalvergroting in de kavelstructuur doorgevoerd waarbij groter kavels zijn gerealiseerd. De oorspronkelijke onregelmatige verkaveling is hierbij herkenbaar gebleven. Zowel de hoofdstructuur van de wegen als die van de waterlopen is gebaseerd op de oorspronkelijke, veelal kronkelige structuur. Het hiërarchische wegenpatroon is herkenbaar aan de boomsoortkeuze voor de laanbeplanting waarbij eik is toegepast langs de hoofdwegen en populier langs de overige wegen. Van enkele bestaande wegen is het tracé aangepast dan wel rechtgetrokken. In de Wederopbouwperiode is een samenhangend afwateringssysteem aangelegd met de Grote Waterloop als centrale as. Het slotenpatroon is grootschaliger geworden en meer gerationaliseerd.

bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

45

De betreffende percelen zijn eveneens voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone – cultuurhistorisch waardevol vlak', waarmee de specifieke cultuurhistorische waarden van het aangeduide gebied beschermd worden. Beplanting, verkaveling, percelering en bebouwing dienen hier behouden te blijven. Cultuurhistorisch dijklichaam 'het Walkamps Dijkje Op de grens van de gemeenten Best en Son en Breugel is een historisch dijklichaam gesitueerd, behorend tot het lokaal cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente. Ter voorkoming van eventuele afgraving is deze dijk in dit bestemmingsplan voorzien van een beschermingsregeling, in afstemming op de regeling zoals opgenomen in het aangrenzende bestemmingsplan van de gemeente Son en Breugel. Hiertoe is het gedeelte van dijk binnen het plangebied op de verbeelding voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie'. Cultuurhistorische monumenten De rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst vastgelegd en op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument'. In de regels is een beschermingsregeling opgenomen. Bij eventuele voorgenomen ruimtelikke ingrepen kan advies worden gevraagd aan de monumentencommissie. Daarnaast bevinden zich in de gemeente nog diverse overige cultuurhistorisch waardevolle panden.

Hiertoe heeft de gemeente een quickscan cultuurhistorische waarden laten uitvoeren op basis waarvan ca. 75 panden in het buitengebied zijn geselecteerd. Deze quickscan is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Alle gemeentelijke cultuurhistorisch waardevolle panden (inclusief de monumenten) zijn op de verbeelding opgenomen met de functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden' en worden planologisch beschermd. Sloop van deze panden is niet toegestaan. Via afwijking kunnen deze panden wel in aanmerking komen voor eventuele woningsplitsing. Randvoorwaarden betreffen onder meer dat de splitsing dient bij te dragen aan het in stand houden en versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden (middels een bouwhistorisch onderzoek aan te tonen, waarover advies wordt gevraagd aan terzake deskundigen, zoals de Monumentencommissie), het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden niet wezenlijk worden aangetast en landschappelijke inpassing plaats vindt. 4.2.5 Omgevingsvergunningen voor werken en/of werkzaamheden De op de verbeelding aangegeven gebiedsbestemmingen en nadere aanduidingen zijn afgestemd op de aanwezige waarden en kwaliteiten in het plangebied. Aangezien het beleid gericht is op behoud en ontwikkeling van deze specifieke waarden, zullen regels nodig zijn om dit beleid te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755762/1