CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.29 - Ruimtelijke onderbouwing Vleutstraat 10

Raadsavond 5 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied23.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.4 Beoogde ruimtelijke ontwikkeling Met het herbestemmen van de voormalige agrarische bedrijfslocatie, het daarbij het splitsen van de langgevelboerderij en het slopen van de overtollige bedrijfsbebouwing worden geen waterhuishoudkundige werken verstoord. In het kader van het hydrologisch neutraal ontwikkelen dient op grond van de Keur van het Waterschap een toename van verhard oppervlak gecompenseerd te worden. Indien het verharde oppervlak als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling toeneemt met meer dan 2.000 m² dan is retentie van hemelwater vereist binnen het plangebied. Indien de toename minder dan 2000 m2 bedraagt geldt hiervoor een vrijstelling. Bij onderhavig plan is er sprake van een afname van het verhard oppervlakte door de sloop van de overtollige bedrijfsgebouwen, waardoor het plan hydrologisch positief bijdraagt aan de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse.

Ruimtelijke onderbouwing Veutstraat 10 te Best

28

BIJLAGE 1. 091_BHO A 20200109 (Boerderij, Vleutstraat 10, Best, bouwhistorische verkenning John van Lierop d.d. 09-01-2020) 2. 2018-10-11 Akoestisch onderzoek Vleutstraat10-Best-wl 3. Vleutstraat10-10a-Best-il-indirecte hinder-2022 4. 2018-10-29 Vooronderzoek bodem Vleutstraat10-Best-ho-2018

Ruimtelijke onderbouwing Veutstraat 10 te Best

29

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning

Vooraanzicht Vleutstraat 10.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning

4

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

Luchtfoto, Omgeving De Vleut Google Maps (2019)

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

5

Inhoudsopgave 7 1. Algemene gegevens 7 1.1. Objectgegevens 9 1.2. Voorwoord 9 1.3. Inleiding 11 1.4. Bescherming 11 2. Bouwgeschiedenis 13 2.1. Situatie en context 13 2.2. Gebruiksgeschiedenis 13 2.2.1 Van Kemenade 15 2.2.2 Van Vroenhoven 17 2.3. Bouwgeschiedenis 17 2.3.1 fase 1 17 2.3.2 fase 2 19 2.3.3 fase 3 19 2.3.4 fase 4 20 2.3.5 fase 5 21 2.3.6 fase 6 23 3. Beschrijving 23 3.1. Situatie, ruimtelijke context en bijgebouwen 27 3.2. Exterieur 27 3.2.1 Bouwmassa 27 3.2.2 Gevels 33 3.2.3 Constructie 41 3.3. Interieur 41 3.3.1 Kelder 41 3.3.2 Begane grond 45 3.3.3 Verdieping 46 4. Waardestelling 46 4.1 Cultuurhistorische waardestelling 46 4.1.1 Algemeen historische waarden 46 4.1.2 Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden 46 4.1.3 Architectuurhistorische waarden 46 4.1.4 Bouwhistorische waarden

6

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

47 4.2 Interne waardestelling 49 4.2.1 Hoge monumentwaarde 49 4.2.2 Positieve monumentwaarde 51 4.2.3 Indifferente monumentwaarde 52 5. Aanbevelingen 52 5.1 Algemene aanbevelingen 53 5.2 Specifieke aanbevelingen 55

6. Literatuur- en bronnenoverzicht

1.

1.1.

Object: boerderij adres: Vleutstraat 10 (en 10a) 5681 PA Best X-Y Coördinaten: Gebruik/beheer: bewoond Kadastrale gem.: Best Sectie: G Kadastraal obj.: 35 Monumentnr.: geen monument

2

W

eigendom: mevr. D. van Vroenhoven en mevr. M. van Vroenhoven adres: Imkerhei 11 5685 GD Best telefoon: 06-46085581 e-mail: n.v.t.

LEGENDA Plangebied

AW-NLW W

Agrarisch met waarden Natuur- en landschapswaarden

Objectgegevens

opdrachtnr.: 091 opname: 01-11-2019 uitgave 09-01-2020 uitvoering: John van Lierop (bouwhistoricus) JOHN VAN LIEROP architectuur | bouwhistorie | restauratie adres: Jan Heijnsstraat 29 5041 GB Tilburg telefoon: 06-54697524 e-mail: info@johnvanlierop.com

AW-NLW

Enkelbestemmingen

Algemene gegevens

Maatvoeringen 2

maximum aantal wooneenheden

opdrachtgever: mevr. D. van Vroenhoven en mevr. M. van Vroenhoven adres: Imkerhei 11 5685 GD Best telefoon: 06-46085581 e-mail: daantjevanvroenhoven@hotmail.com marleenvanvroenhoven@gmail.com

Wonen

Verbeelding Bestemmingsplan "Vleutstraat 10, Best"

Gemeente:

...

voorontwerp:

..-..-....

datum:

07-11-2018

IMRO-code:

NL.IMRO.

ontwerp:

..-..-....

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:1000

Tekening nr:

1-A

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A4

Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van John van Lierop. Hiermee wordt verwezen naar het auteursrecht en copyright volgens de Nederlandse Wet.

Kadastrale kaart / bestemmingsplankaart, Vleutstraat Best (in rood het hoofdgebouw). Ordito 2018

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

7

Foto door Wies van Leeuwen in 1982 ter gelegenheid van het MIP (Monumenten Inventarisatie Project) van Provincie Noord-Brabant. BHIC / Provincie Noord-Brabant MIP collectie nr. PNB001006953

8

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

1.2.

Voorwoord

De oude boerderij aan de Vleutstraat 10 is nog steeds bewoond door dhr. Ad van Vroenhoven en is in eigendom van zijn dochters Daniëlle en Marleen van Vroenhoven. Het linker deel van het oorspronkelijke huis is sinds 1979 als mantelzorgwoning afgescheiden en nu apart verhuurd (huisnummer 10a). De gemeente Best kent cultuurhistorische waarden toe aan het pand. Ter aanvulling op de bestemmingsplanwijziging is ons verzocht om een bouwhistorische verkenning uit te voeren. Dit document zal als resultaat van het onderzoek uiteindelijk ook dienen om in vergunning-procedures de verbouwingswerkzaamheden te kunnen toetsen aan de monumentale waarden van het object. Tijdens het bouwhistorisch onderzoek is getracht de specifieke bouwhistorie van het pand te ontrafelen. Naast de beschrijving van de bouwgeschiedenis biedt het rapport ook inzicht in de aanwezigheid en de waarde van de afzonderlijke monumentale onderdelen. In de waardestelling komt ook de ‘speelruimte’ voor mogelijke aanpassingen in beeld. Binnen de monumentale kaders kan het pand aangepast worden aan de persoonlijke eisen of nieuwe functies. De waardestelling in dit rapport is niet op de bouwtechnische toestand, eventuele gebruikersbelangen of financiële aspecten gebaseerd maar op de waarde die de onderdelen vanuit de bouwhistorie van dit pand vertegenwoordigen.

Voor het vertrouwen in de opdracht, de getoonde interesse in de bouwhistorie willen we onze opdrachtgevers, Daniëlle en Marleen en hun vader Ad van Vroenhoven bedanken.

1.3.

Inleiding

De bouwhistorische opname en dit rapport zijn uitgevoerd en opgezet op basis van de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009. De diepgang van het onderzoek beperkt zich tot een bouwhistorische verkenning of ‘quick-scan’ van het hoofdgebouw. Het doel van het bouwhistorisch onderzoek is om inzicht te krijgen in de ontwikkelingsgeschiedenis van het monumentale of beeldbepalende gebouw en zijn omgeving. Door een beschrijving en een beschouwing van de afzonderlijke onderdelen in verhouding tot het geheel wordt er inzicht verkregen in de monumentale- en cultuurhistorische waarden. Dit rapport met waardestelling kan opgevat worden als inspiratie voor een herbestemming en kan daarnaast voor ruimtelijke procedures een toetsingskader bieden voor bouwkundige en visuele ingrepen. Het gebouw wordt achtereenvolgens op specifieke onderdelen, van groot naar klein, beschouwd. Daarna wordt kort de ontstaansgeschiedenis ervan beschreven. Vanuit die beschrijving volgt de waardestelling van de onderdelen. Voorafgaand aan het ontwerp voor eventuele nieuwe wijzigingen en/of toevoegingen aan het gebouw is een goede interpretatie van de gegevens van de waardestelling noodzakelijk. De teksten zijn daarvoor leidend. De waardestellingstekeningen zijn ter illustratie in dit rapport opgenomen en kunnen nimmer zonder de waardestellingsteksten geïnterpreteerd worden.

De in het rapport opgenomen afbeeldingen en foto’s zonder of met aanduiding ‘JVL’ zijn recent door auteur John van Lierop architectuur | bouwhistorie | restauratie vervaardigd

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

9

Detail van de Topografische Militaire kaart uit 1850. Erfgoedkaart A2- en Kempengemeenten. ODZOB

Detail van de Topografische kaart uit 1815. Erfgoedkaart A2- en Kempengemeenten. ODZOB

10

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

of op de locatie genomen. Daarnaast is er gebruik gemaakt van kadastrale kaarten, foto’s en tekeningen die verkrijgbaar waren door middel van digitale archieven of door de opdrachtgever zijn aangeleverd. De bronaanduidingen zijn bij de afbeeldingen zelf vermeld.

1.4.

Bescherming

Het pand Vleutstraat 10 te Best is niet als gemeentelijk- of rijks-monument geregistreerd. Wel is de boerderij opgenomen en gefotografeerd in het Monumenten Inventarisatie Project van Provincie Noord-Brabant.1 De bijgebouwen zijn niet in het MIP opgenomen. Die opname getuigt op zichzelf al van enige cultuurrhistorische waarden zonder een opname op een gemeentelijhkeof rijksmonumentenlijst geniet het pand geen bescherming waardoor veel van de historische panden de laatste decennia gesloopt zijn. In dit geval is het pand grotendeels nog in een identieke staat als tijdens het MIP aanwezig en is feitelijk één van de laatste authentieke, nog niet gerestaureerde, ver- of herbouwde boerderijen in zijn directe omgeving.

2.

Bouwgeschiedenis

2.1.

Situatie en context

Best hoorde aanvankelijk tot de gemeente Oirschot en bestond uit de buurtschappen Naastenbest en Verrenbest. Daarnaast waren er de buurtschappen Aarle en De Vleut, die tot heden een landelijk karakter hebben behouden.2 De benaming Vleut duidt op ‘stromend water’ of een gebied dat lang blank staat. ...De afwatering van de Vleut is door de tijd heen altijd problematisch geweest door de lemige ondergrond waadoor het water nauwelijks kon wegzakken en de afvoer moest gebeuren via enkele rijten en sloten en dat was bij veel regen nogal beperkt..3. Boerderij Vleutsstraat 10 ligt in ‘buurtschap’ De Vleutstraat4 of Het Hoefke, dat we ook lezen in de eerste kolom van de OAT 1811-1832 (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel) waarin de percelen en gebouwen van de eigenaren ten behoeve van belasting-inning genoteerd werden. In latere stukken wordt voornamelijk de ‘wijk’ De Vleut genoemd. Als we oude kaarten bekijken zien we dat de routes naar Son en St. Oedenrode vanuit Best oude routes waren die op de scheiding van de oude landbouwgronden en de heidevelden liepen. De Vleutstraat maakt daarbij de verbinding richting het dorp Liempde. In De Vleut liggen de boerderijen in het gebied van de St.Oedenrodeseweg op een grote dekzandrug waardoor het voor boeren als een goede plek gezien werd voor hun akkers.

Verwacht wordt dat de huidige erven doorontwikkeld zijn uit de erven die vanaf de late middeleeuwen (1250-1500) langs de wegen geconcentreerd zijn.5 Op de kaarten vanaf het midden van de negentiende eeuw zien we dat de heidevelden in het gebied steeds verder ontgonnen worden. In de gronden zijn 1 2 3 4 5

MIP staat voor Monumenten Inventarisatie project. Deze inventarisatie is een landelijk Nederlands project dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd. Hierbij zijn de historische gebouwen/complexen die gebouwd zijn tussen 1850 en 1940 geïnventariseerd. AGRIWIKI Geschiedenis Best P. Maas en D. Vangheluwe, De Toponymie van Best, Pictures Publishers, 2018 P148, 150 P. Maas en D. Vangheluwe, De Toponymie van Best, Pictures Publishers, 2018 P148 Archeologisch rapport, St. Oedenrodeseweg 63, Econsultancy b.v. Swalmen

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

11

Detail van de Topografische kaart uit 1900. Erfgoedkaart A2- en Kempengemeenten. ODZOB

Detail van de Topografische kaart uit 1960. Erfgoedkaart A2- en Kempengemeenten. ODZOB

12

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

nu de zuidelijke, hoger gelegen, kampen te onderscheiden van de nattere broekgronden die noordelijker nabij de beken liggen. Een halve eeuw later rond 1900 was de St.Oedenrodeseweg verbeterd om als hoofdroute van Best naar St. Oedenrode te kunnen dienen. De bebouwing van het gebied in De Vleut blijft spaarzaam en heeft daardoor zijn landelijke karakter behouden. De Topografische kaart van 1815 toont zeer summier al wel de Vleutstraat en een stroompje waarvan de loop overeen kan komen met de huidige Berkenloop. Op de militaire kaart van 1850 is duidelijker het wegenverloop de concentratie van gebouwen en de verdeling van bouw- en weilanden te zien. De boerderij Vleutstraat 10 is daarop ook reeds zichtbaar, zij het schematisch. Zoals ook op de minuutkaart van 1832 te zien is, heeft het hoofdgebouw een sterke oriëntatie op de spliting van de huidige Vleutstraat en de Hoefkestraat. De Hoefkestraat lijkt daarbij bepalend te zijn geweest voor de positie van de zijgevel die daar paralel aan loopt. De huidige toerit tot het erf bevindt zich nog steeds aan de Hoefkestraat. Het grote voorterrein dat zich tot aan de Vleutstraat uitstrekt was in 1832 ook al aanwezig. Op de minuutkaart van 1832 (Blad A-1) is de boerderij met twee kleine bijgebouwen aan de ‘veldzijde’ (reeds verdwenen) goed herkenbaar6. Het hoofdgebouw heeft de zelfde positie en de zelfde vorm.

Hier zit enig voorbehoud in omdat de kaart een latere reconstructie betreft, dat is te herkennen aan de afwijkende perceelsnummering t.o.v. het OAT en de notitie in de rechter benedenhoek van het blad.7 De kaart zou ook de situatie van een paar decennia later weer kunnen geven. I.i.g. zijn een paar kleinere huispercelen tot een groter huisperceel samengevoegd. De oude perceelsnummers worden in het volgende hoofdstuk bij de gebruiksgeschiedenis genoemd. Het is opvallend dat de eigenaar van de boerderij weinig grond heeft. Ini de OAT wordt ook veschreven dat het enkel om een huis met erf gaat, een schuur ontbreekt. Het gebouw geeft door zijn bouwsporen ook prijs dat het in oorsprong een klein gebouw betrof. De Topografische kaart van 1900 toont door de ingetekende hagen de verschillende percelen en een deels aangepast wegtracee. Het huisperceel lijkt t.o.v. de kadastrale situatie op het minuutpan van 1832 nauwelijks gewijzigd te zijn (hoofdgebouw met twee kleinde bijgebouwen). De Topografische kaart van 1960 laat een sterker gewijzigd beeld zien. Percelen zijn door herindeling vergroot, de groene afscherming is verdwenen. Het meest herkenbare oude groenelement dat we nu nog in zijn vorm herkennen is de bomenrij langs de Vleutstraat. Sommige oude perceelsgrenzen zijn nu nog, door verschillende hoogten of grondsoorten, op de luchtfoto te herkennen.

Opvallend is ook dat het wegenpatroon op onderdelen sterk gewijzigd is. Oudere paden of wegen zijn opgeheven en kleinere paden zoals de Hoefkestraat zijn opgewaardeerd om een verbinding te maken met de nieuwe Elsdonkseweg. Waar die straat een knik maakt en in de Schelravenseweg op gaat was destijds een nieuw verloop van de Sint Oedenrodeseweg voorzien. Die ontwikkeling is nooit uitgevoerd.

6 7

Het rechter bijgebouw kan overeenkomen met het kleine schopje dat nog op een enkele oude familiefoto (met paard) te zien is. ‘In overeenstemming met den netten atlas. De Ingenieur der verificaten Kwistheuvel.’

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

13

In de bij de minuutkaart behorende OAT vinden we de eigenaren van de percelen (250 de Wed. Adr. Mutsaers). Kadaster / RCE OAT10153L007

Gereconstrueerde kadastrale minuut van de periode 1811-1832 (Best kaart A-01) door ‘De Ingenieur der verificaten’ Kwistheuvel gecontroleerd. Kadaster / RCE MIN10019A01

Detail van de gereconstrueerde kadastrale minuut van de periode 1811-1832 (Best kaart A-01). Kadaster / RCE MIN10019A01

14

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

Details van de pagina’s uit de OAT (Oorspronkelijk Aanwijzende Tabel) behorende bij de oorspronkelijke kadastrale minuut van de periode 1811-1832. (Best kaart A-01). Kadaster / RCE OAT10019A006

2.2.

Gebruiksgeschiedenis

2.2.1

Van Kemenade

In de eerste helft van de negentiende eeuw, omstreeks 1832, is de boerderij in eigendom van dhr. Peter van Kemenade. Dat kunnen we lezen in de bij de kadastrale minuut behorende OAT waarin de eigendomsgegevens maar ook beroepen, oppervlakten, gebruik en gebouwde volumes zijn genoteerd. Hij bezat in de nabijheid van de boerderij ook de percelen 181 en 188 tot en met 192. Het laatste perceel 192 staat bescheven als ‘huis en erf.’ Het is opvallend dat het woord schuur of de afkorting ‘sch’ ontbreekt.8 In de lijst ontbreken ook de, in het algemeen nauwkeurig vermelde, beroepen van de eigenaren. Uit het gebruik van de percelen kunnen we aannemen dat de eigenaren van de beschreven gebouwen landbouwer waren, zo ook Van Kemenade. In het bevolkingsregister van 1840-1848 lezen we dat Petrus van Kemenade als weduwnaar op 70 jarige leeftijd, met zijn kinderen (Johannes, Petrus en Elisabeth, Johannes, Paulus en Ardina) en dienstmeid op De Vleut nr. 29 woont. 2.2.2

Van Vroenhoven

Door gesprekken met de voormalige eigenaar en huidige gebruiker Ad van Vroenhoven kunnen we ook uit de huidige tijd de gebruiks- en bewoningsgeschiedenis achterhalen. De vader van Ad is Odulphus (Adrianus) van Vroenhoven9. Hij is geboren in het huidige boerderij en trouwde met Helena van de Vleuten. De vader van Odulphus was Hendricus van Vroenhoven (voorheen Van Vroonhoven), hij trouwde de dochter van de overburen, Elisabeth van de Biggelaar. Tijdens de bewoning van de voorgaande generaties is het pand altijd als boerderij in gebruik geweest. In 1979 werd het woonhuis opgesplitst om de ouders te kunnen laten inwonen. Adriaan van Vroenhoven landbouwer (geb. Woensel 7-4-1838) RC trouwde de uit Best afkomstige Jennemie van de Sande (of: van den Zanden) (geb. Best 3-4-1843). Adriaan is zoon van Hendrik van Vroonhoven en Petronel Leppens; we vinden het gezin in het bevolkingsregister van Woensel (Acht) uit 1849. (Jennemie is mogelijk dezelfde persoon als Joanna Maria van de Sande die op 1-4-1843 op huisnummer A 3 geboren is.) Het gezin van Adriaan en Jennemie staat zowel in de bevolkingsregisters van Best 1890-1899 en Best 1900-1905 beschreven op huisnummer A29. (dochter Petronella is ‘onnozel’) Hun zoon Henricus 1-8-1875 is hoogstwaarschijnlijk de grootvader van dhr. van Vroenhoven. In de registers van 1890 staat dat het gezin in januari 1893 afkomstig is uit St. Oedenrode.

Het bewijs vinden we in de geboorteacte van Oduphus Adrianus van Vroenhoven op 14-06-1909, zijn vader Henricus 33 jaar oud. Aangezien Jennemie van de Sande uit Best afkomstig is lijkt de bewoningsgeschiedenis van de boerderij vanuit fam. Van de Sande verorven of doorverkocht te zijn. Tussen 1848 en 1893 kan er echter geen bewijs daarvoor gevonden worden. 8 9

Uit de bouwhistorie van het gebouw zal ook blijken dat het oorspronkelijke gebouw erg klein of kort was in tegenstelling tot het verwachtte ‘standaard’ formaat dat in het algemeen aangetroffen wordt. Odulphus’ naam komt waarschijnlijk van Odulphus van de Sande, gevonden in register van 1830. Die naam komt dus van moeders kant.

Ad en Ellie van Vroenhoven te paard met vader. Fam. Van Vroenhoven

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

15

Fam. Hendrik van Vroenhoven in het bevolkingsregister van Woensel 1849. rhce

Geboorteacte van Odulphus van Vroenhoven van 14-06-1909. rhce

Fam. Adriaan van Vroenhoven in het bevolkingsregister van Best 1890-1899. Rechts lezen we dat het gezin in 1893 vanuit Sint Oedenrode in Best (huisnr. A 29) is komen wonen. rhce

16

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

2.3.

Interieur van een driebeukig hallenhuis met open vuur. Twentse Erven / fotograaf onbekend

2

1

Bouwgeschiedenis

2.3.1 fase 1: De boerderij is in zijn eerste bouwfase als klein houten huis gebouwd waarbij vermoedelijk de wanden uit hout of takken met leem bestonden en het dak van stro gemaakt was. De basis van dat huis was een houtskelet dat een opeenvolging kende van vier ankerbalkgebinten die drie ongelijke gebintvakken scheidde. Aan beide kopkanten van het huis had het houtskelet overstekken. De horizontaal geplaatste balken ‘ankerbalken’ waren hoog geplaatst waardoor er vermoedelijk een kleine of geen zolder voor hooi- of graanberging op aangebracht was en het gebint een relatief hoge ouderdom kan hebben, vermoedelijk in de 17e eeuw10. De kleine schaal van het gebouw doet vermoeden dat er naast het huis een schuur als bijgebouw moet hebben bestaan.11 Dat het huis voor bewoning diende bewijst de aanwezigheid van sterke beroeting op de daksporen die nu nog op de oorspronkelijke plaats aanwezig zijn. Mocht het gebouw vanaf het eerste begin naast het gebruik als woning ook vee in onder gebracht zijn (woon-stalhuis) dan lag de ruimtelijke scheiding12 daartussen nabij de plaats waar zich nu de haard (bergkast) zich bevindt. Het houtskelet maakt daar een onderscheid in de afstanden tussen de gebinten. Een brede aan de ene en twee smalle aan de andere zijde (Hoefkestraat). Het woongedeelte moet zijn gevel gehad hebben aan de korte zijde op het noord-westen vanwaar men het veld op kon kijken.

De stalling had zijn gevel aan de zuid-oostzijde aan de Hoefkestraat waardoor vee en karren de straat op konden. Omdat het huis zo kort was is te verwachten dat een driebeukig hallenhuis betrof. Buiten het houtskelet had men tot aan de lage buitenmuren de ruimte voor het maken van kamertjes en het stallen van vee. De analyse van de enkele gebintplaat en restanten van gebintstijlen kan echter niet bevestigen of dat houtskelet in oorsprong uit drie ‘beuken’ was opgebouwd. Uit recente onderzoeken blijkt dat er veel meer diversiteit in de al dan niet aanwezigheid van zijbeuken naast een middenbeuk bestond dan dat we tot voor kort als algemeen beschouwden. 2.3.2 fase 2: In de verlenging van het gebint aan de noord-oostzijde kunnen we een eerste uitbreiding aflezen. De gebintplaten werden verlengd en de kap werd in een identieke uitvoering met ‘sporenparen’ verlengd. Dat de gebintplaten niet tot aan de muur reiken doet vermoeden dat er een extra gebint werd bijgeplaatst (of verplaatst) en men in deze fase nog steeds in hout en leem bouwde. De ‘verstening’ van het huis heeft pas later ingezet werd. Met de verlenging verschafte 10 11 12

De datering is naar ervaring gevoelsmatig bepaald. Het type gebint heeft een lange doorlooptijd gekend en in landelijke gebieden worden oude principes of werkwijze langer gehanteerd waardoor een tijdsbepaling moeilijk te maken is. Een exacte datering kan zonder een dendrochronologisch onderzoek (jaarringen-onderzoek) niet gegeven worden. De notitie in het OAT spreekt dat tegen. Omstreeks 1832 sprak men nog enkel van een huis met erf, zonder de afkorting sch. waarmee ‘schuur’ bedoeld werd. Of er sprake was van een fysieke scheiding is niet zeker. Tot ver in de geschiedenis deelden mens en dier een ongescheiden open ruimte. De beste voorbeelden daarvan vinden we in het zogenaamde ‘los-hoes’ zoals we in het oosten van Nederland nog kennen.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

17

Zicht op de voorzijde van de boerderij omstreeks 1970-80. Fam. Van Vroenhoven

Zicht op de voorzijde van de boerderij omstreeks 1970-80. Fam. Van Vroenhoven

18

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

de bewoner zich meer leefruimte. 2.3.3 fase 3: De algemene ontwikkeling van de Brabantse boerderij laat een lange periode van ‘verstening’ zien waarbij de voornamelijk uit hout, stro en leem opgebouwde gebouwen door de introductie van baksteen, en later de opkomst van de dakpan, verstenen.13 Zo ook hier. Waarschijnlijk is de haard met het rookkanaal en de schoorsteen in de achttiende of het begin van de negentiende eeuw het eerste bakstenen element dat in deze boerderij geïntroduceerd is. Gelijktijdig is het gebouw aan de noord-westelijke zijde een tweede maal in baksteen uitgebreid en heeft men destijds ook de (inmiddels verdwenen) kelder en opkamer gebouwd. Het valt te verwachten dat de boerderij daarbij hogere buitengevels kreeg en grotere vensters kon plaatsen voor meer lichttoetreding. De noordoostelijke gevel (i.i.g. tot aan de verdiepingsvloer) is nog een restant van deze bouwfase. Omdat in die, destijds (op het keldervenster na) blinde gevel een toegang ontbreekt is te verwachten dat men reeds in de lange gevel aan de Vleutstraat een toegang had. Gelijktijdig met de verstening van het woongedeelte kan de stal versteend zijn. De huidige scheidingsmuur tussen stal en schuur lijkt door de fraai uitgewerkte gemetselde initialen en fries een voormalige buitengevel te zijn die vanuit het zuiden gezien , komende vanuit Best, in het zicht van de toeschouwer moest staan.

Door de verstening van het woonhuis en de opdeling in kamers nam men snel afscheid van het houtskelet dat met zijn staanders de beweginsvrijheid hinderde. Zoals ook hier overleefde de onderdelen van dat houtskelet boven de verdiepingsvloer en maakte alles daar onder plaats voor balkdragende muren en moerbalken met kinderbinten. Men schuwde daarbij niet het hergebruik van kostbaar bouwmateriaal.

3

4

5

2.3.4 fase 4: In de volgende bouwfase wordt het gebouw aan de stalzijde verlengd met een schuurgedeelte. Voor de constructie van die verlenging gebruikte men één of meerdere houtconstructies van bestaande gebouwen. De onderdelen van ankerbalk-gebinten zijn zo verwerkt dat er een asymetrische constructie met standvinken gemaakt werd. De liggers werden op gelijke hoogte met de bovenzijde van de voorgevel geplaatst. De plaats van de ‘deel’ (de plaats waar men de hooilast van de wagen over de zolders verdeeld) hield men op de plaats waar men voorheen in de buitenlucht het hooi op de zolder boven de stal bracht. De eindgevel bevond zich waarschijnlijk nabij het laatste gebint of tussen dat gebint en de huidige muur in. De gevels van deze verlenging hebben waarschijnlijk uit hout bestaan. 2.3.5 fase 5: Omstreeks 1900 wordt de boerderij van een nieuwe voorgevel voorzien en bracht men, t.b.v. een extra (slaap)kamer, een extra venster in de kopgevel van het woonhuis. Vermoedelijk bouwde men de nieuwe gevel dieper naar binnen en daarmee hoger terug. De bouwnaden van deze actie vinden we het duidelijkst op de hoek met de noord-westelijke kopgevel. (De kopgevel 13

In het algemeen wordt er nu vanuit gegaan dat deze ontwikkeling omstreeks pas rond 1900 voltooid was. Het vitselstek komt nu enkel nog in afzonderlijke wanden of fragmenten voor en is in onze streken inmiddels erg zeldzaam geworden.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

19

loc. mestsio

.3

.2 b .2 .1

hoofdgebouw

Boerderij met bijgebouwen op een luchtfoto uit omstreeks de jaren ‘80. Fam. Van Vroenhoven

20

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

.1 b

van het woonhuis werd hierbij vermoedelijk al eerder opgemetseld tot zijn huidige hoogte.) Gelijktijdig verlengde en versteende men de schuur. Bij deze laatste verlenging werd ook het dak verhoogd. Daarvoor bracht men over de gehele lengte een afwijkende kapconstructie van schaarspanten met gordingen in. Daarbij handhaafde men de nokhoogte waardoor de dakhelling minder stijl werd. Aan de oost- of veldzijde behield men over een groot deel van de lengte de oude daksporen onder het nieuwe dak. De gevel van de boerderij heeft vanaf toen een volgende indeling van de voorgevel: venster, voordeur, potstaldeuren, deeldeuren. Of de deuren op nabij de hoek destijds werden geplaats is niet zeker. Op foto’s lijkt het metselwerk er omheen verstoord waardoor het vermoeden bestaat dat men in een volgende fase bij het dichten van de potstaldeuren de deuren heeft verplaatst om voor een wagenberging te dienen. 2.3.6

fase 6:

De boerderij wordt na enkele grote veranderingen van vergrotingen en aanmerkelijke verbouwingen enkel nog op onderdelen in het interieur en exterieur verbouwd. Omdat de veranderingen relatief snel elkaar opvolgen zijn de fasen moeilijk te onderscheiden waardoor we die in 1 finale fase samenvoegen. De veranderingen werden vanuit veranderende woonwijzen (meer woongenot) en stalinrichtingen ingegeven. Zo kunnen we bijvoorbeeld de introductie van de douchecel en grupstal noemen. De gevel nabij de huidige keuken wordt omstreeks de jaren ‘30 vernieuwd en van een groot venster voorzien. Voor de aanleg van een schonere grupstal wordt de potstal verwijderd, de brede deuren worden waarschijnlijk rechts in de gevel herplaatst. Er komen grote stalen stalramen en een loopdeur voor in de plaats. De stalen ramen zullen reeds na korte tijd plaats maken voor betonnen modellen. Die verschijnen ook in het schuurgedeelte als die wordt verbouwd tot veestalling. Op een oude foto van de rechter kopgevel zien we nog hoe de voorheen blinde gevel met een hooiluik voorzien is van ingehakte gevelopeningen waarin een deur en betonvensters geplaatst werden. De oorspronkelijke vensters (waarschijnlijk zesruits-schuifvensters) en voordeur zijn omstreeks 1950-60 ook vervangen door nieuwe met een vereenvoudigde indeling met enkel een kiepend bovenlicht.

In de kopgevel wordt het hooiluik gedicht en worden twee nieuwe vensters ingebracht die een woonruimte op de verdieping mogelijk maken. Het woonhuis van de boerderij wordt opgedeeld zodat er dubbelbewoning mogelijk is. Die tweede woning komt op de plaats van de voorkamer, middenkamer en de opkamer en kelder. Die twee laatste ruimtes worden voor de nieuwe woning verwijderd. De entree zit tegenwoordig in een aangebouwd portaal waarmee het hoofdgebouw met de stal is verbonden. De rest van de woning werd richting de stalruimte uitgebreid. De bijkeuken werd al eerder van de stalruimte afgescheiden. In het resterende deel van de stal hebben tot circa 1999 koeien gestaan. Omstreeks 2004-2005 heeft men het resterende deel van de stal als woonruimte in gebruik genomen14. Deuropeningen met de stal, die zich inmiddels in de oude schuur bevindt, worden daarvoor dichtgemetseld. In het woonhuis is de schouw dichtgemetseld en dient vanaf dan als berging die vanuit de achterzijde met een deur toegankelijk is. Waar vermoedelijk tussen de haard en de voorgevel zich bedsteden bevonden werd de doucheruimte 14

De woonkamer die zich tot dan toe als dusdanig in de ‘herd’ bevond werd als slaapkamer in gebruik genomen.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

21

22

Voorgevel en voorterrein.

Zicht op de achterzijde van het erf.

Hoefkestraat, zicht op de boerderij met huisnr. 2.

Entree tot het erf.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

gebouwd, een klein venster zorgt voor licht en lucht. In de keuken wordt een trap aangebracht die de bovenverdieping ontsluit. Daar zijn in de jaren ‘70 door scheidingswanden van schrootjes slaapkamers en diverse inbouwkasten afgescheiden. Het dak aan de straatzijde wordt van nieuwe dakpannen voorzien. De gevels van de voormalige schuur worden aan de voor en achterzijde door een nieuwe muur, met een gewijzigde indeling, vervangen, de oude zijgevel wordt aan de buitenzijde ommetseld. De plaats van de gevelopeningen is daarbij behouden.

Bijgebouw 1 met aanbouw 1b.

3.

Beschrijving

3.1.

Situatie, ruimtelijke context en bijgebouwen

Het perceel dat bij de boerderij hoort was voorheen ca. 10 ha. groot, na de overdracht op 8-12-2018 aan de huidige eigenaren is het huisperceel nog 3 ha 56 a 30 ca groot. Het hoofdgebouw van de boerderij is met het brede front op de spliting van de Vleutstraat en de Hoefkestraat georiënteerd, de rechter zijgevel van het hoofdgebouw is daarbij evenwijdig aan de Hoefkestraat geplaatst. Mogelijk duidt die oriëntatie van de kopgevel aan de straat op de vroegere aanwezigheid van een muuropening in de kopgevel van een hallenhuis, zoals ook de naastgelegen boerderij Hoefkestraat 2 nog laat zien. Nabij de kopgevel bevindt zich ook nu nog de hoofdentree tot het perceel. Een tweede versteende inrit leidt vanaf de Vleutstraat naar de toegang tot huisnr. 10a. Deze inrit is nog niet op de oude luchtfoto te zien en is waarschijnlijk pas bij de verhuur aan derden gerealiseerd. Een derde versteende oprit met klinkerbetrating leidt naar het derde bijgebouw dat als varkensstal diende. Beide laatstgenoemde opritten en de wei voor het hoofdgebouw zijn van een eenvoudig ijzeren poort voorzien. Het huidige front van de boerderij, de lange voorgevel, is door een fors voorterrein dat als grasland in gebruik is, van de Vleutstraat gescheiden. Voor de gevel van het woongedeelte is een siertuin ingericht.

De flinke boom die voorheen voor het woongedeelte stond is jaren geleden gerooid.15 De positie van het geboomte dat nu, ten noorden van het hoofdgebouw, op het perceel aanwezig is komt overeen met de bomen die op de oude familiefoto te zien is (foto met paard). De positie nabij het woonhuis kan duiden op een gebruik als boomgaard of de beste oplaats voor een notenboom. De huidige bomen hebben op zichzelf weinig waarde. De bomen langst de Vleutstraat zijn nog de enige herkenbare groenvoorziening in de nabijheid van deze boerderij. Het geboomte langs de deels verharde Hoefkestraat is aanmerkelijk jonger. Het erf direct achter het hoofdgebouw is flink versteend en van grote bijgebouwen met kleinere aanbouwen voorzien. De kleine bijgebouwen die we nog op de kaart van 1832 en 1900 zien zijn reeds lang verdwenen. Het oudste nog bestaande bijgebouw (1) is de parallel aan het hoofdgebouw in beton opgetrokken varkensstal.16 Het dak is van vezelcement golfplaten voorzien, opgeklampte deuren zijn van hout de vensters bestaan uit beton. De ouderdom van het gebouw rijkt niet verder dan de na-oorlogse periode. De functie van het gebouw is van binnen en buiten nog goed herkenbaar. Aan de achterzijde zien we nog de herkenbare 15 16

Vriendelijke mededeling van Ad van Vroenhoven. De voorganger van deze schuur is volgens Ad van Vroenhoven ca. 70 jaar geleden afgebrand.

Interieur van bijgebouw 1 met aanbouw 1b.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

23

Rechter gevel van bijgebouw 2 met silo en afdak 2b.

n

z

Bijgebouw 2 met ‘noordelijke’ en ‘zuidelijke’ uitbreiding.

24

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

Tussenbouw of portaal van bijgebouw 2.

Spievormig grondstuk tussen de stalgebouwen. Op de stippellijn bevindt zich de bouwnaad van de meest recente uitbreiding van bijgebouw 3.

varkensdeurtjes en ongeschilderde betonvensters. De voorgevel van dit bijgebouw is voorzien van een gemetselde gevel. Die baksteen gevel is nog niet op de oude luchtfoto te zien, daarop zien we een gevel gelijk aan de achtergevel van dit gebouw. Er was blijkbaar veel aan gelegen om de bijgebouwen een gelijk uiterlijk te geven. De materialisatie is constant waardoor er weinig diversiteit, die doorgaans zeer kenmerkend is voor een boerderij-erf, aanwezig is. In het interieur is de (zeer lage) houten dakconstructie te zien. De stalinrichting is nog volledig aanwezig. Aan de rechterzijde is het van een eenvoudige aanbouw in betonsteen en met lessenaarsdak, voorzien. De aanbouw (1b) is als wagenberging in gebruik. Dit deel was voorheen een stuk groter, dat zien we op de oude luchtfoto van het terrein. Een naastgelegen silo en afdak (2b) zijn tegen een forse varkens- en koeienstal geplaatst. Dit gebouw is van een grotere schaal, is haaks op het hoofdgebouw geplaatst en is in meerdere fasen, opgebouwd. Interne scheidingsmuren en bouwnaden aan de buitenzijde tonen dat aan. De muren zijn aan de buitenzijde in een roodoranje baksteen opgebouwd en hebben wederom een flauw hellend dak van vezelcement golfplaten waarop luchtkokers prijken.

Aan de binnenzijde is te zien dat het oudste middendeel (aan de buitenzijde herkenbaar aan de diepe neggekanten van de vensters17) met een betonsteen is opgebouwd en de ‘noordelijke’ uitbreiding (ligboxenstal) in kalkzandsteen. De stal is niet meer als dusdanig in gebruik maar de stalinrichting voor varkens en koeien is nog aanwezig. Nabij de entree is nog een oud fornuis t.b.v. was en evt het koken van veevoer aanwezig. Bijgebouw 2 is door een ‘zuidelijke’ uitbreiding (in gebruik door huisnr 10a) en een portaal aan het hoofdgebouw verbonden (tijdens opname niet van binnen bezichtigd). In het tussenportaal bevindt zich nu de toegang tot woning Vleutstraat 10a. Voorheen was dit de locatie waar zich het bakhuis bevond. Als dat het zelfde gebouw betrof dat we op de minuutkaart van 1832 zagen dan waren er door de grote omvang mogelijk meerdere functies in ondergebracht. Het derde bijgebouw (3) betreft een varkenstal waar voor de kopgevel twee voedersilo’s staan. Achter het derde bijgebouw is een grote ronde betonnen mestsilo aanwezig. De stal is haaks op de Vleutstraat geplaatst waardoor de tussenruimte met bijgebouw 2 een opvallende spievorm heeft. Aan de buitenzijde heeft het gebouw een gelijke materialisering als het hiervoor beschreven bijgebouw. Ook hier is aan de ‘noordzijde’ een uitbreiding gerealiseerd. Intern is dit gebouw in verschillende kamers opgedeeld.

De kamers zijn door een gang met elkaar verbonden. Het gebouw beschikt over en centrale verwarmingsinstallatie.18 De binnenzijde is in kalkzandsteen opgebouwd, de vloeren zijn van beton en het dak is van binnenuit geisoleerd. Ook hier is de stalinrichting nog grotendeels aanwezig.

17 18

Ad van Vroenhoven kon aangeven dat hier de baksteen gevel voor de oudere betongevel is gemetseld. Deze stal had eerder een verwarmingsinstallatie dan het woonhuis. Vriendelijke mededeling door Ad van Vroenhoven.

Interieur van bijgebouw 3 verbindingsgang en kamers.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

25

26

Voorzijde.

Detail van woonhuisgevel.

Achterzijde.

Gevelsteen met weggehakte tekst, latere opschildering en daar overheen naamplaatje. Naast de steen zijn initialen in bakstenen ingekrast. MVV duidt mogelijk op de naam van een familielid van Fam. Van Vroenhoven.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

3.2.

Exterieur

3.2.1

Bouwmassa

De boerderij heeft een rechthoekig grondplan en heeft één bouwlaag onder een afgewolfd zadeldak. De positie van de schoorsteen, met ronde afdekking, markeert de voormalige scheiding tussen het woon- en bedrijfsgedeelte. De nok van het dak is bij het woongedeelte aan de noordzijde het hoogst en golft meer ter plaatse van het schuurdeel aan het zuidelijke einde. Aan de straatzijde is de gevel hoger dan aan de achter- of veldzijde. Aan de linker zijde is het hoofdvolume met een portaal met de achterliggende stal verbonden. Het dak is voor de bovenste helft met riet en blauw gesmoorde nokvorsten gedekt. Aan de straatzijde bestaat de pannenstrook uit machinale blauw-bruine verbeterde holle dakpannen. In de pannenstrook zijn voor lichttoetreding op de verdieping een dakvenster aanwezig. Aan de achterzijde is de onderzijde van het dak met blauw-gesmoorde oude holle dakpannen gedekt. Twee eenvoudige dakvensters bevinden zich hier in het rietdak en geven licht op de zolder van het bedrijfsgedeelte. Zowel aan de voor- en achterzijde zijn goten en regenijpen aangebracht. 3.2.2

Gevels

Alle gevels van het hoofdvolume zijn in baksteen opgebouwd. In het metselwerk zijn gevelankers opgenomen. Die gesmede ijzeren staafankers dienen voor de verankering van de achterliggende houtconstructie en balklagen. In het metselwerk zijn verschillende metselverbanden gebruikt waardoor we bouwfasen van elkaar kunnen onderscheiden. Het grootste verschil zit hem in de vernieuwe gevels van het oorspronkelijke schuurdeel en de achterzijde van de voormalige stal waar een oranje gemelleerde baksteen in een wild-verband is gebruikt in tegenstelling tot het oudere metselwerk van een bruine baksteen die met een lichte kalkmortel in een traditioneel kruisverband is gemetseld. In het kruisverband worden de koppenlagen19 door strekkenlagen20 afgewisseld. Elke opeenvolgende strekkenlaag verspringt een halve strek t.o.v. de ander. Het voegwerk van het oude metselwerk is met een cementgebonden mortel vernieuwd.21 De oude gevels van het woongedeelte hebben een gecementeerde plint die op de voorgevel bij de deeldeur eindigt. ‘Uitbraaksporen’ en andere verstoringen in het metselwerk geven aan dat men gevelopeningen heeft dichtgezet of aangebracht. Voorgevel: De oudere delen van de gemetselde voorgevel heeft ter beeindiging aan de dakvoet een ‘muizetandfries’.

In de gevelindeling herkennen we door de diverse gevelopeningen de zogenaamde ‘drie-cellige’ indeling (woning - stal - schuur) die het gros van de langgevelboerderijen kenmerkt.22 Aan de linker zijde bevindt zich het woongedeelte. Dat 19 20 21 22

In de koppenlagen worden bij steens metselwerk de stenen haaks op de zichtzijde verwerkt. In de strekkenlaag worden bij steens metselwerk de stenen in de breedte van de zichtzije verwerkt. Een over kalkmortel aangebrachte cementgebonden voeg kan ernstige technische gebreken leiden. Het vocht in kan niet door de voeg de muur verlaten en verkiest de zachtere steen waardoor die vatbaar is voor vorstschade. Bij toekomstig herstel is het strikte noodzaak om met een kalkmortel op te voegen. Bij het hoofdstuk interieur zal de drie-cellige structuur verder uiteengezet worden.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

27

28

Gevel ter plaatse van de voormalige stal, met een gele stippellijn is de plaats van de voormalige staldeuren aangeduid.

Vernieuwde voor- en zijgevel ter plaatse van de voormalige schuur.

Deeldeuren ter plaatse van de ‘deel’.

De oude kopgevel en betonraampjes zijn nog achter de voorzetgevel aanwezig,

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

Zicht op de voorzijde van de boerderij omstreeks 1970-80. Fam. Van Vroenhoven

deel heeft drie ‘venster-assen’ met gevelopenigen die door een gemetselde hanekamstrek worden overspannen. In de tweede as van links is de voordeur geplaatst. De romantische deur is waarschijnlijk in de jaren ‘70 vernieuwd, het kozijnen is ouder en kan door de vormgeving ongeveer in de periode 1950-60 gedateerd worden. In die periode zijn ook de vensters aangepast tot een venster waarbij een enkele onderruit door een kalf van een klepraam met glas-in-lood wordt gescheiden. De kozijnen zijn vermoedelijk een onderdeel van de schuifvensters die omstreeks 1900 in de vernieuwde gevel geplaatst zijn. Dat de vensters oorspronkelijk luiken hadden wordt bewezen door de luiksponning die nog aanwezig is. De huidige luiken zijn vernieuwd.23 De huidige ramen hebben keramische waterslagen. De oude rollagen zijn er onder gehandhaafd. Nabij de scheiding met de voormalige stal is een klein venstertje ten behoeve van de badruimte ingebracht. Het middendeel van de voorgevel laat door de drie getoogde betonnen zesruits stalvensters met luchtsleuven en getoogde staldeur zien dat de ruimt er achter als stal in gebruik was. De twee linker stalvensters kennen een voorganger in staal, de toog van de rollaag sluit namelijk niet helemaal aan op de toog van de betonvensters. De staldeur en rechter venster zijn in de plaats gekomen van een potstaldeur.

De oorspronkelijke opening werd bij de aanleg van een grupstal dichtgemetseld. De opening is aan de hand van verstoringen in het metselwerk afleesbaar. Het vermoeden bestaat dat het kozijn met deuren die we op oude foto’s uiterst rechts in de lange voorgevel zien de oude staldeuren zijn die na de verwijdering op deze plaats daar werd ingebracht. Een leuk detail is dat alle onderste ruiten van de stalramen als blank structuurglas zijn uitgevoerd. In het meest rechtse deel van de voorgevel is door de hoge deeldeuren en het gesloten muurvlak als het oorspronkelijke schuurdeel te herkennen. Nu zijn de ruimtes achter de gevel als stal in gebruik. De grote opening die naar de ‘deel’ leidt, daardoor werden voorheen de volle hooiwagens naar binnen gereden. De oude opgeklampte deuren bestaan uit kraaldelen en hangen met gehengen aan de gevels. Het beschot van beide deuren is aan de onderzijde vernieuwd. De opening wordt overspannen door een zware houten balk. Het uiterst rechtse muurdeel van de lange gevel is relatief recent vervangen door nieuw metselwerk waarin twee getoogde zesruits stalvensters zijn opgenomen. De plaatsing van de vensters komt niet geheel logisch overeen met de plaats van de constructie, dat zien we later ook bij de vernieuwde achtergevel. Men heeft de plaatsing bepaald op basis van het gevelaanzicht.

De oude gevel die we op oude foto’s zien leverde voor het totaalbeeld, door zijn uitvoering als gesloten vlak, met de zelfde steen in gelijk metselverband en cementplint24 een eenduidiger beeld op. rechter zijgevel: In aansluiting op de vernieuwde voorgevel is ook de zijgevel aangepast. Hier is echter de oude gevel gehandhaafd en heeft men de nieuwe gevel er voor gezet. De oude gevelindeling van daarvoor is gehandhaafd. Het hooiluik en de loopdeur zijn vernieuwd maar de betonraampjes 23 24

De duimen en gehengen zijn op een vreemde plaats aangebracht. De cementplint is hier lager aangezet waarin we het hoogteverschil zien dat het vloerniveau van de schuur ten opzichte van stal en woonhuis heeft. In de regel is het woonhuis op het hoogste punt gebouwd en loop het vloer geleidelijk of met stappen af naar een lager niveau in de schuur. Dat veroop komen we ook tegen in de aflopende hoogte van de gebintplaat.

Zicht op de rechter zijkant van de boerderij omstreeks 1970-80. Deze gevel is nu door een recentere gevel verhuld. Fam. Van Vroenhoven

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

29

30

Detail van de achtergevel ter plaatse van de voormalige schuur.

Details van linker zijgevel. Boven de gele stippellijn is de gevel hoger opgemetseld.

Detail van de achtergevel ter plaatse van de voormalige stal en rechts het woonhuis.

Linker zijgevel. De gele stippellijn tonen een dichtgezet hooiluik en een enkele ‘vlecht’.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

zijn gehandhaafd. Door de analyse van een oudere foto kunnen we zeggen dat de gevel oorspronkelijk een blinde gevel betrof met enkel een hooiluik op de verdieping. De loopdeur en de stalvensters zijn later ingebracht. achtergevel: De drie-cellige structuur van de boerderij zien we in mindere mate terug in de achtergevel. De oude gevels van de schuur en de stal zijn vernieuwd. De oude situatie is onbekend. De oude foto (met paard) zou aan de achterzijde van deze boerderij zijn genomen maar de gevels zijn daarop niet zichtbaar. De nieuwe gevels zijn in een oranje-rode baksteen opgemetseld en zijn voorzien van zes getoogde betonnen stalvensters en drie houten deuren. De opeenvolging daarvan is bepaald op de huidige binnenruimtes en een gelijkmatige verdeling van het gevelvlak. Voor de ontluchting zijn enkele roosters op de gevel geplaatst. Het rechter geveldeel, ter plaatse van het woonhuis, is nog wel enigzins oud. We herkennen een keukenvenster, de rest is door een aanbouw aan het zicht onttrokken. Het keukenvenster is omringd door muurwerk dat we betreft de datering in de jaren ‘30 kunnen plaatsen. Het metselwerk heeft een cementplint en het opgaande werk is later wit geschilderd. De stijlen van het venster zijn uitgezaagd en de ramen zijn grotendeels verwijderd.

Het metselwerk aan linker en rechter zijde van het venster zijn afwijkend.

linker zijgevel: De linker zijgevel is vermoedelijk de oudste buitengevel die nu nog zichtbaar is. Links van de gevel is in een aangebouwd portaal een entree opgenomen voor de tweede woning die in dit deel van de boerderij is ondergebracht. De gevel is ouder dan de voorgevel die omstreeks 1900 vervangen is. De bouwnaad tekent zich nabij de voorgevel goed af. In de zijgevel is een tweede bouwspoor te ontdekken. Onregelmatigheden in het metselverband en een verschil in baksteen en wijze van beëindiging (rechtsboven verloopt die netter dan rechtsonder) duidt er op dat de zijgevel bij de bouw van de voorgevel of kort daarvoor hoger is opgemetseld. In de verhoging was een luik opgenomen. Rechts boven, vlak onder de cementzoom, is een enkele ‘vlecht’ ingemetseld, vermoedelijk voor de oplegging van een gording of ‘fliering’. Dat luik is bij het aanbrengen van twee stolpvensters dichtgemetseld. Het venster op de begane grond is later ingebracht of flink verbreed, dat zien we aan de wijze waarop het metselwerk op het kozijn aansluit. Het breder venster is vermoedelijk bij de vernieuwing van de voorgevel ingebracht. Het kozijn dateert nog uit die tijd en heeft zijn oude luikduimen (‘appel en peer’) behouden. De luiken en gehengen zijn mogelijk in dezelfde periode te dateren. De oorspronkelijke ramen zijn in de zelfde tijd als de aanpassingen van de vensters in de voorgevel vervangen.

Oorspronkelijk was de gevel blind op een klein getralied keldervenster na. Het opkamervenster zat vermoedelijk in de achtergevel en het raam daarvan is als losse inboedel op de zoldering op de stal gevonden.

Het keldervenster is voorzien van ‘diefijzers’.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

31

In de voormalige ‘herd’ is aan de aftimmering in het plafond te zien dat hier een moerbalk op de muren is opgelegd.

Nabij een nieuwe scheidingsmuur in de voormalige stal is een langere ankerbalk in de enige in-situ overgebleven oude gebintstijl bevestigd.

32

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

De korbelen zijn door stalen hoeken vervangen.

hanebalk

3.2.3 dakspoor gebintplaat

koppelbalk tussen gebintstijl en buitenwand

‘oplanger’

poer gebint: liggende balk tussen twee stijlen met korbelen

zijbeuk Principedoorsnede van driebeukig hallenhuis.

middenbeuk

zijbeuk

Constructie

De boerderij is oorspronkelijk vanuit een kort maar diep houten huis met dragend houtskelet getransformeerd tot een brede maar ondiepere langgevelboerderij met balkdragende muren. Het houtskelet en de uitbreiding daarvan in het schuurgedeelte zijn daarin gehandhaafd. We spreken hierbij dus over twee constructiewijzen door elkaar heen. Voor de duidelijkheid bespreken we die in twee onderdelen. balkdragende muren: Bij de verstening van de houtenboerderij werden steeds meer muren van baksteen gemetseld. Zowel de buiten als de binnenmuren, die vermoedelijk voorheen uit houten vakwerk en lemen vulling (vitselstek) opgebouwd waren en geen of een beperkte dragende functie hadden, werden vervangen door dikke gemetselde (steens) muren. Men bouwde die in het algemeen wat dieper naar binnen op, waardoor hogere vensters mogelijk waren. Van een fundering zoals wij die nu kennen is vermoedelijk geen sprake. In het algemeen zijn de muren op een vaste of verbeterde grondslag breder uitgemetseld (versneden). De houten constructie die voorheen het dak droeg verloor (deels) zijn functie doordat men moerbalken op de muren oplegde (zoals in de woonkamer of ‘herd’ te zien is) en de nieuwe verdiepingsvloeren met kinderbinen daar oplegde. Ook de nieuwe dakconstructie werd afgedragen op de moerbalken en vloeren. Er werd daarbij enkel nog deels op het houtskelet afgesteund.

De brandmuur die hier tot aan de dakbedekking is doorgemetseld is ook constructief ingezet om in plaats van een spant de dakgordingen te dragen. houtskelet: Aan de achterzijde van de woning, ter hoogte van het woonhuis en de oorspronkelijke stal, is een deel van het oorspronkelijke eiken houtskelet bewaard gebleven. Het is daarbij ook bijzonder dat de daksporen die op het langsverband rusten ‘in situ’ bewaard zijn. Het oorspronkelijke houtskelet was samengesteld uit ankerbalkgebinten. Het basisprincipe van een enkel ankerbalk-gebint bestaat uit twee vertikaal geplaatste balken ‘de stijlen’25 en een liggende balk, in dit geval een ‘ankerbalk’26, die met lange pennen door de stijlen heen is verbonden. De balk wordt aan beide zijden met ‘korbelen’ op de stijlen afgesteund. In de langsrichting zijn de gebinten met lange balken ‘gebintplaten’ aan elkaar gekoppeld. De gebintplaat is in de langsrichting met schoren op de gebintstijlen afgesteund. Door deze windschoren is de constructie stijf en stabiel gemaakt waardoor die ‘los’ op gemetselde poeren geplaatst kon worden. Op de gebintplaten werden de daksporen geplaatst. De onderzijden stonden met een ‘hak’ in een inkeping in de balk. Met toognagels werden alle verbindingen van het volledige houtskelet en de dakconstructie met elkaar verbonden. De restanten van het houtskelet zoals dat bij deze boerderij aanwezig is hebben veel 25 26

De vorm van de bomen waaruit de gebintstijlen gemaakt zijn zijn vaak herkenbaar. Zo wordt over het algemeen het brede ‘worteleind’ aan de bovenzijde gericht want daar heeft men de meeste verbindingen nodig. Het dunnere krooneind wordt naar beneden gericht. Als de boom een kromming had wordt deze aan de onderzijde naar buiten geplaatst zodat voor de stabiliteit de druk naar binnen gericht is. De balk ligt over het algemeen met de kromming naar boven. De zeeg die zo ontstaat maakt een zware last op de zoldering mogelijk.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

33

Het oorspronkelijke noordelijke eind van het gebint en de eerste verlenging zijn in de zolderkasten op de verdieping te vinden. De bovenzijde van de gebintstijl op de locatie boven de moerbalk teruggezet.

Boven de stal is de gebintplaat het beste zichtbaar. Die loopt in hoogte duidelijk af van woonhuis naar schuur. De plaats van de verwijderde gebintstijlen is met een pijl aangeduid.

De verbinding of ‘las’ van de gebintplaat is met twee pennen verankerd. De plaats van de gebintstijl was constructief gezien niet logisch.

34

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

kenmerken van een driebeukig ‘hallenhuis’. De gebinten bepalen de breedte van de ‘middenbeuk’ van de boerderij. De ruimte tussen de gebintstijlen en de buitenmuur noemen we de zijbeuken. Het ontbreken van veel gebintstijlen maakt dat we het oorspronkelijke bestaan van zijbeuken niet kunnen bevestigen of ontkennen.27 In oorsprong zullen de buitenwanden hier in hout of in vitselstek opgebouwd zijn geweest. De bovenregel van de wanden was met koppelbalken aan de gebintstijlen verankerd. Het dak van de zijbeuken werd gevormd door daksporen die aan de bovenzijde op of naast de daksporen op de gebintplaat werden geplaatst en aan de onderzijde met de muurplaat verbonden waren (zie de paragraaf over dakconstructies). Vaak zien we onder de koppelbalk en tussen de gebintstijlen meerdere wandregels die de basis vormden voor binnenwanden waarmee voornamelijk woonruimtes van de middenbeuk werden afgescheiden. Een scheiding met het stal en schuurgedeelte bestond daarbij veelal nog niet. Het ‘los-hoes’ uit het oosten van ons land heeft een gelijke opbouw met het hoofdprincipe van het driebeukig hallenhuis. In het openluchtmuseum in Arnhem is een mooi voorbeeld bewaard zodat we er ons een goed beeld van kunnen vormen. Door de geschiedenis heen heeft men het houtskelet aan het nieuwe gebruik van de ruimtes aangepast.

Zo zien we vaak dat men in het woonhuis bij het afscheiden van kamers met bakstenen wanden de gebintstijlen wegzaagde en dat ook deed bij de vergroting van de potstal. Met grotere ankerbalken creëerde men een grote ongedeelde stalruimte. Zo ook hier. De enige in-situovergebleven volledige gebintstijl draagt een vernieuwde ankerbalk die voor de voorgevel met een wandstijl verbonden is. De bijbehorende schoren heeft men later door stalen hoeken vervangen. Door deze beide acties werd er een vrij vloerveld voor de potstal gemaakt. De nieuwe kamerstructuur in het woonhuis vertroebelde de heldere opzet van het hallenhuis. De constructie-onderdelen werden als ouderwets gezien en bij voorkeur door betimmering of stucwerk uit het zicht gewerkt. Mogelijk zijn de oude ankerbalken hergebruikt als moerbalken zoals we zien aan ed aftimmering in het plafond boven de ‘herd’. Bouwsporen aan de onderdelen van het houtskelet tonen ons hoe men het hallenhuis langzaam vernieuwde en aanpaste aan de tijd. Door het lezen van verschillende loze pengaten en gaten van toognagels kunnen we de verdwenen balken, schoren en ook wandregels fictief terugplaatsen en ons de oude situatie voorstellen. In deze boerderij is het vooral de gebintplaat die ons die informatie over het oorspronkelijke houtskelet verschaft. Voor de duidelijkheid sluiten we hierbij het gebint in de schuur uit.

Dat deel is later met gebruik van oude constructieonderdelen voor de gewenste verlenging van de boerderij geplaatst. reconstructie oorspronkelijke houtskelet: De analyse van de gebintplaat zorgt ervoor dat we een beeld krijgen van het oorspronkelijke houtskelet. De oorspronkelijke gebintplaat is samengesteld uit twee balken die met een liplas en twee toognagels met elkaar verbonden zijn. De uiteinden van de plaat bevinden zich respectievelijk ter hoogte van het midden van de huidige keuken en vlak na de scheidingsmuur die de voormalige stal en schuur van elkaar scheidt. De einden herkennen we door de 27

Mogelijk zijn de oude gebintstijlen bij de verlenging van de boerderij in het houtskelet van de schuur hergebruikt. Die stijlen hebben loze pengaten van koppelbalken die duiden op het bestaan van zijbeuken.

Doorsnede van het houtskelet in de eerste bouwfase van boerderij Vleutstraat 10

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

35

36

De op de begane grond zichtbare onderdelen van het houtskelet in de voormalige schuur.

Als balk hergebruikte gebintstijl.

Hergebruikte gebintstijl met telmerk I (eerste windschoor). Rechts een standvink, stijl onder de balk met twee korbelen. De stippellijn geeft de las in de balk aan. Daar zijn gebintstijlen aan verbonden.

Een hergebruikt bovenstuk van gebintstijl draagt de laatste gebintbalk.

Boerderij, Vleutstraat 10, Best bouwhistorische verkenning 09-01-2020

blokvormige las en centraal gat voor een toognagel waar oorspronkelijk de eindplaten bevestigd waren. Op die plaatsen is de gebintplaat later verlengd zodat het houtskelet uitgebreid kon worden. De oude gebintplaat laat een flink verval in hoogte zien. Dat hoogteverschil ontstond waarschijnlijk doordat men de woning op het hogere deel van de ondergrond plaatste zodat de stal lager lag.28 Als we de oorspronkelijke locaties van de gebintstijlen opzoeken dan zien we dat enkel de gebintstijl centraal in de voormalige stal nog op zijn plaatst staat. Deze stijl is overigens niet voorzien van windschoren. De overige locaties van de verwijderde gebinten zijn te vinden nabij muren. Waarschijnlijk zijn de gebinten pas verwijderd toen de muren de constuctie en verdiepingsvloeren of slietenzolderingen konden dragen. De gebintplaat verbond in oorsprong vier ankerbalkgebinten waardoor we kunnen spreken over een beperkte lengte in vergelijking met de meer voorkomende houtskeletten met vijf gebinten. De ruimtes tussen de gebinten noemen we gebintvakken. Bij Vleutstraat 10 zijn de gebintvakken van ongelijke grootte.

Door de beroeting van de kapconstructie aan de zijde van de oude woning kunnen we de bepalen dat het oorspronkelijke woongedeelte zich in het breedste gebintvak op de plaats van de huidige haard bevond en dat de twee smallere vakken hoogstwaarschijnlijk diende voor het stalen van vee. In het algemeen kan de bouwhistoricus door het lezen van ‘telmerken’ de oorspronkelijke volgorde van de gebinten achterhalen. Dergelijke timmermans-merken zijn tijdens dit onderzoek niet op de gebintplaat aangetroffen. De timmerman die de gebinten naar bestelling op een andere locatie vervaardigde, voorzag de onderdelen van ‘merken’ zodat de personen ‘de constructie op de bouwlocatie op de juiste wijze in elkaar konden zetten. De merken werden door gezaagde of getrokken strepen, met de beitel of guts ingehakte strepen, ovalen of halve-maanvormige figuren aangebracht. Over het algemeen kunnen we een telling van de gebintstijlen van de telling van de schoren onderscheiden. Door een vormverschil in de nummering is vaak de richting van constructie te achterhalen. Men kan bijvoorbeeld door het onderscheid van een guts- en beitelsteek de linker- of rechterzijde onderscheiden. Als deze telling onregelmatig verloopt of er onderdelen ontbreken herkent men de veranderingen.

houtskelet in schuur: Voor de verlenging van de boerderij heeft men het oude houtskelet uitgebreid door gebruik te maken van oude constructies van een ander gebouw of door elders uit het gebouw verwijderde constructieonderdelen her te gebruiken. Aan de verbindingen van de gebintplaat kunnen we opmaken dat de eerste twee gebinten (gezien vanaf de scheidingsmuur met de oude stal) een eenheid zouden kunnen vormen. Ter plaatse van de ‘deel’ zijn de gebintplaten met een tussenstuk aan elkaar verbonden. Aan de andere zijde tot en met het laatste gebint is de gebintplaat ook verlengd. Op deze plaats heeft de boerderij vermoedelijk een eindgevel gehad. De stijlen aan achter- of de veldzijde hebben hun oorspronkelijke hoogte nog en loze pengaten vertonen daarbij alle vroegere verbindingen met ankerbalken, schoren en koppelbalken naar de buitenmuren. In de dwarsdoorsnede van dit deel van het houtskelet zien we dat de gebinten 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749811/1