21091.3 - Omgevingsvisie Best 2040 - Dorp van formaat (aangepaste, definitieve versie)
Tekst van het document
agrarische bebouwing ook ruimte bieden voor bijvoorbeeld het kleinschalig ontwikkelen van woningen, woonconcepten en kleine landgoederen. We maken alleen aan de kernranden aan de west- en zuidkant van Best ruimte voor initiatieven met een grote verkeersaantrekkende werking of activiteiten die vallen in de hogere milieucategorie, mits de verkeersen andere omgevingseffecten acceptabel zijn voor de omgeving.
en de Nieuwe Heide. Veel mensen ontsnappen aan de drukte van de regio en komen hier voor ruimte en rust. Ook de natuurwaarden van het gebied zijn van belang. We kiezen er daarom voor om de recreatie in het buitengebied te clusteren rondom recreatiepoorten. Hier faciliteren we de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen aan de routes. Denk daarbij aan kleinschalige horeca, toiletfaciliteiten, mogelijkheid tot overnachting en het parkeren van de auto of fiets.
Het Bestse buitengebied kent een diversiteit aan bos- en heidegebieden. Hier liggen de natuurgebieden de Aarlesche Heide en de Nieuwe Heide op hogere zandruggen en de van oudsher nattere Scheeken en de Mortelen als halfopen cultuurlandschappen. Zowel de toenemende droogte - met name op de zandruggen - als de achteruitgang van de biodiversiteit zorgt ervoor dat de bos- en heidegebieden vragen om natuurversterking in combinatie met klimaatadaptatie. We treffen daarom samen met het waterschap, terreinbeheerders en andere partners voorbereidingen op de veranderende weersomstandigheden. Ook passen we maatregelen toe die hand in hand gaan met een betere ruimtelijke kwaliteit. Dat vergroot het draagvlak van de maatregelen én de leefkwaliteit van onze gemeente. Zo zullen we een aantal bossen versneld transformeren naar klimaatbestendige bossen, die ook diverser en van grotere ecologische waarde zijn. Denk ook aan het vergroten van de waterbergings- en afvoercapaciteit van de beken in combinatie met natuurontwikkeling. Een ander aandachtspunt is het actief aanpakken van de stikstofdepositie in bossen en natuurgebieden door het verantwoord toepassen van nieuwe werkmethodes.
Daarnaast willen we het gebied verder richten op extensieve recreatie; mensen die hier komen om te wandelen en fietsen. Het buitengebied is over het algemeen goed ontsloten, maar op enkele plekken zien we ontbrekende schakels in het hoofdnetwerk. Niet alleen in het gebied zelf, maar ook tussen het dorp en het groen. We hebben daarom op de kaart enkele zoekgebieden aangewezen die komende jaren verder moeten worden uitgewerkt. Hierbij moet kritisch gekeken worden naar de ligging van de routes in en nabij leefgebieden van beschermde soorten.
Een belangrijk onderdeel van Best als complete woongemeente is de aantrekkelijkheid van ons buitengebied. Menig inwoner van Best, maar ook uit de regio, maakt gebruik van het goede recreatieve netwerk en de voorzieningen in gebieden als de Vleut
6. TOEKOMSTBESTENDIGE WERKLOCATIES In Best willen we ook in de toekomst aantrekkelijk zijn voor nieuwe, hoogwaardige bedrijvigheid. Dat is goed voor het creëren van voldoende arbeidsplaatsen, maar ook voor het welzijn van de mensen die in onze gemeente werken en/of wonen. Er ligt in het bijzonder een opgave voor om onze bedrijventerreinen aan te passen aan de eisen van de tijd. Bedrijven willen in toenemende mate gevestigd zijn op een hoogwaardige en groene locatie met goede voorzieningen, die aantrekkelijk is en waarbij ze eventueel ook verbinding kunnen leggen met andere bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan ondersteunende diensten, kennisuitwisseling en het creëren van nieuwe ketens voor een meer circulaire economie. Bovendien liggen er kansen om de aanwezige ruimte op de werklocaties te benutten voor een veilige, klimaatadaptieve en
Omgevingsvisie Best
45
gezonde inrichting. Bedrijventerreinen zullen tot slot een belangrijke rol spelen in de energietransitie vanwege hun grote dakoppervlak en verbruik - en dus de noodzaak tot besparing en mogelijkheid voor grootschalige opwek. We kiezen er daarom voor om hier als gemeente actief en gezamenlijk mee aan de slag te gaan. We willen per gebied kijken hoe we de bestaande locaties het best kunnen opwaarderen naar aantrekkelijke, veilige, bereikbare en energieleverende gebieden. Langs de A2/A58 geven we bijvoorbeeld uitvoering aan de gebiedsvisie ‘Groene mantel met rode knopen’ (zie ook gebiedsopgave Best zuidrand). In en rondom de Batafabrieken zien we mogelijkheden om vorm te geven aan een creatieve hotspot en ontmoetingsplek. Ook willen we voorkomen dat de woonwijken te veel hinder ondervinden van bedrijvigheid. We gaan verder met het bewaken van geluidszones rondom de bedrijventerreinen. Deze zorgen voor een ruimtelijke scheiding tussen industriële activiteiten op de bedrijventerrein ‘t Zand, Heide en Breeven en de woningen daarbuiten. Binnen de geluidzone zorgen we voor een verdeling van de beschikbare geluidruimte tussen de bedrijven op het terrein. Als laatste werken we aan bedrijventerreinen waar ondermijning geen kans krijgt en overlast aangepakt wordt.
7. MULTIMODAAL BEREIKBAAR Een goede bereikbaarheid is randvoorwaardelijk om op een gezonde en duurzame manier verder te groeien. Daarnaast groeit de noodzaak om hiervoor - in lijn met het Schone Lucht Akkoord (SLA) - duurzame en gezonde oplossingen te ontwikkelen, waarmee ook de luchtkwaliteit verbetert. Dat kan door vervoersbewegingen te beperken, denk aan vaker thuis werken. Toch is dit niet voor iedereen een optie. We willen daarom actief inzetten op duurzame bereikbaarheid; we willen de dominante rol van de auto
46
Omgevingsvisie Best
verkleinen en investeren in alternatieven als de fiets en het openbaar vervoer. Het moet aantrekkelijker zijn om hier gebruik van te maken. Binnen de wijk kan dit door fietsen en wandelen te faciliteren via de meest logische en aantrekkelijke routes en auto’s vaker via het grotere wegennet te laten rijden. Maar ook regionaal ligt er een opgave. We verkennen in samenspraak met de regio de mogelijkheden voor de aanleg van snelfietsroutes en aantakkende fietsroutes naar Eindhoven, Tilburg en Den Bosch. Best wordt zo een knoopppunt voor de (snel)fiets welke we ook fysiek vormgeven. Daarnaast willen we het aantrekkelijk maken om de fiets te gebruiken in het voor- en natransport. Zodoende ligt er een uitdaging om de overstap tussen verschillende modaliteiten beter te laten verlopen. We zetten daarom in op verbinden van vervoersstromen door multimodale hubs in de gemeente. Het stationsgebied en de op- en afritten langs de A2 en A58 zijn hiervoor voor de hand liggende locaties vanwege het bij elkaar komen van verschillende vervoersstromen en de aanwezige ruimte. Daarnaast zal ook de auto een rol blijven spelen, maar die is in de toekomst wel steeds vaker elektrisch of rijdt op waterstof. Een goed laadpalen netwerk is daarom van belang en zal verder worden ontwikkeld en ondersteund bij de ontwikkeling van de openbare ruimte.
8. RUIMTE VOOR DUURZAME ENERGIE Als onderdeel van het Nationaal Klimaatakkoord werken we in Zuidoost Brabant samen aan een Regionale Energiestrategie (RES). Zo maken we regionaal afspraken over onder andere locaties voor grootschalige duurzame opwek van elektriciteit en de (ondergrondse) energie infrastructuur. Op dit moment staan we samen voor de opgave om duidelijke afspraken te maken over wat we gewenst vinden in Best en onder welke voorwaarden. Een
belangrijk onderdeel hiervan is de locatiekeuze en landschappelijke inpassing van duurzame energie. De Visie Duurzame Energie Opwek Buitengebied vormt het afwegingskader voor zonne-energie. Het belangrijkste uitgangspunt is dat zoveel mogelijk energieopwekking plaatsvindt op daken of binnen bouwblokken, vervolgens wordt gekeken naar grootschalige infra en tot slot naar het onbebouwde buitengebied als locatie. We kiezen hierbij zo veel als mogelijk voor multifunctioneel ruimtegebruik en voor het behoud van de natuurlijke waarden van het buitengebied. Zodoende zijn kansrijke locaties zonnepanelen op daken (groot en klein), grote parkeerterreinen, geluidswallen en -schermen en op terreinen (pauzelandschappen) die in afwachting van een nieuwe bestemming tijdelijk braak liggen. In het buitengebied wordt opwekking van zonne-energie als een (tijdelijke) bestemming toegestaan wanneer deze op een kwalitatief goede manier ingepast wordt en waarbij rekening wordt gehouden met gebiedskwaliteiten.
9. RUIMTE VOOR CULTUUR EN ACTIVITEITEN Best staat bekend om haar bloeiende verenigingsleven, culturele activiteiten en evenementen, zoals de kermis, carnaval of festivals. Ze zijn belangrijk voor de gemeenschap en levendigheid in het dorp, en dragen bij aan de kwaliteit van leven. Het is van belang dat cultuur ruimtelijk wordt geaccommodeerd met voldoende voorzieningen in de wijken en ruimte voor grotere activiteiten en evenementen. Tegelijkertijd mag de drukte en het geluid niet van structureel negatieve invloed zijn op de leefbaarheid in Best. We zien daarom vier locaties waar evenementen gefaciliteerd kunnen worden, in het centrum/stationsgebied, Natuurpoort de Vleut, Wilhelminaplein en op Aquabest.
In het dorp moeten evenementen de levendigheid ten goede komen. Het centrum zal steeds meer de verandering doorgaan van alleen maar winkelen, naar beleven, ontmoeten en ook wonen en werken. Evenementen zijn een onderdeel van de reuring die ook jongere mensen aan Best bindt. Aquabest is en blijft een locatie voor grootschalige (muziek) evenementen. Wel maken we duidelijke afspraken over regels, aantallen, normen en tijden voor alle partijen. Dit stemmen we af met omliggende gemeenten. Ook willen we samen met de organisatoren actief kijken naar de mogelijkheden voor verduurzaming van de evenementen. Denk daarbij aan recycling, het gebruik van herbruikbare materialen of het gebruik van één type materiaal in producten zodat scheiding niet nodig is en het gebruik van duurzame energie.
10. BESCHERMEN CULTUURHISTORISCHE WAARDE Een groot deel van Best is na de oorlog gebouwd, maar de oude linten en dorpsstructuren zijn plaatselijk nog goed te herkennen. Deze historische elementen vormen de wortels van Best; het stimuleert de verbondenheid van inwoners met de plek waar zij wonen. In Best hebben we daarom aandacht voor monumentale en waardevolle bebouwing. Deze gebieden willen we beschermen en accentueren - in sfeer en kenmerken - bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast de oude dorpsstructuren en linten genieten ook Batadorp (en fabrieken), de Scheeken en de Vleut bescherming (deels door Rijk en provincie). Binnen deze gebieden wordt bij ontwikkelingen rekening gehouden met de algehele sfeer en kenmerken van het gebied, dit zijn de randvoorwaarden die als uitgangspunt dienen.
Omgevingsvisie Best
47
Figuur 13 Visiekaart voor Best 2040.
48
Omgevingsvisie Best
LEGENDA
Omgevingsvisie Best
49
50
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 5
Gebiedsopgaven
Omgevingsvisie Best
51
5.
Gebiedsopgaven
In het voorgaande deel zijn de belangrijkste kwaliteiten, visie en kernopgaven beschreven en samengevat in de omgevingsvisiekaart. Dit vormt de kern van onze omgevingsvisie. Als gemeente hebben we echter een verscheidenheid aan gebieden. En op dat niveau werken we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners met als doel; het realiseren van een gezamenlijke en integrale aanpak van de leefbaarheid in de buurten en dorpen, zowel binnen als buiten. Daarbij streven we ernaar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken, met maatwerk waar mogelijk. Omdat we streven naar zo inzichtelijk en voorspelbaar mogelijk beleid in onze omgevingsvisie hebben we voor het station- en centrumgebied, de woonwijken, het buitengebied, de bedrijventerreinen en de zuidrand van Best de integrale ambities op een rij gezet. De gebiedsgerichte vertaling biedt de benodigde detaillering voor doorwerking in onder andere programma’s en het omgevingsplan en is essentieel voor de functionaliteit als afwegingskader. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van diverse milieuaspecten. Het gaat hierbij om: lucht, ecologie en biodiversiteit, geur, geluid, veiligheid, bodem, duurzaamheid/energietransitie en als laatste het aspect klimaat. Dit alles draagt bij aan de gezonde, veilige en prettige leefomgeving waar we in Best naar streven.
Per gebied is een keuze gemaakt in het gewenste ambitieniveau dat de gemeente nastreeft op de verschillende milieuaspecten, dit is verbeeld in een milieupaneel. De ambitieniveaus betreffen basis, actief en pro-actief, hieronder verstaan we het volgende: ■
Basis: de gemeente voldoet aan de minimumeisen die de regelgeving stelt.
■
Actief: de gemeente streeft naar een hoger kwaliteitsniveau dan het basisniveau als het mogelijk is tegen redelijke kosten.
52
Omgevingsvisie Best
■
Pro-actief: de gemeente stelt bovenwettelijke doelen, maakt gebruik van nieuwe of innovatieve methoden en accepteert mogelijk hoge(re) kosten.
De beleidsuitgangspunten van de genoemde thema’s worden meegenomen als randvoorwaarden bij maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit. Hoewel de milieuambities generiek geformuleerd zijn werken we deze veelal gebiedsspecifiek uit. In bijlage 3 is een nadere toelichting op de ambitieniveaus per milieuthema te vinden, evenals de trends en aanpak per thema.
Omgevingsvisie Best
53
5.1
Station- en centrumgebied
Figuur 14 Ruimtelijke vertaling van de gebiedsopgave ‘station- en centrumgebied’.
KARAKTERSCHETS EN OPGAVE Historische linten en ruimtelijke ingrepen uit de tweede helft van de 21ste eeuw komen samen in het station- en centrumgebied. De aanwezigheid van het treinstation, maar ook de nabijheid van de A2 en de A58, maakt dat Best goed verbonden is met de grote Brabantse steden. Dat is wat Best onderscheidend maakt. Toch is de potentie van het stationsgebied niet optimaal benut. Parkeren rondom het station is nu dominant aanwezig, mede hierdoor laat de verblijfskwaliteit van het stationsplein te wensen over. Hier liggen kansen om in dit gebied woon- en werkruimte te realiseren en tegelijkertijd de openbare ruimte verblijfskwaliteit te geven. De Hoofdstraat verbindt het stationsgebied met het centrum, hier wordt een ‘dwaalzone’ beoogt. De horeca, de winkels en maatschappelijke organisaties rondom de uitloper van de Hoofdstraat vormen het kloppend hart van de gemeente. Het centrum herbergt enkele verborgen parels zoals de Koetshuistuin en de kwaliteit van de openbare ruimte is redelijk tot goed. In en rondom het centrum zien we mogelijkheden om te verdichten en daarmee het draagvlak van de voorzieningen te behouden in de toekomst. Hiermee spelen we in op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en
54
Omgevingsvisie Best
huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. We kiezen voor de ontwikkeling van meer intensieve hoogstedelijke woonmilieus in het stationsgebied en gedifferentieerde kleinstedelijk in en het rondom het centrum. We zetten in dit gebied ook in op gemengde woon-werkmilieus, er zal voldoende ruimte zijn om werken, ondernemen en recreëren te combineren. Als een van de vier gebieden voor ruimte voor cultuur en activiteiten krijgt de kwaliteit van de openbare ruimte veel aandacht. Evenementen dragen bij aan het toenemende belang van beleving en ontmoeting voor het karakter van het centrum. GEBIEDSKADERS ■ Toewerken naar een brede mix aan functies in het station- en centrumgebied; ■ Stationsomgeving inrichten als multimodale hub waar voornamelijk fiets en openbaar vervoer samenkomt, dit gebied doorontwikkelen tot een een intensief hoogstedelijk woon- en werkmilieu door toevoegen van woningen en werkruimten; ■ Centrum ontwikkelen tot een gedifferentieerd kleinstedelijk voorzieningen-, woon- en werkmilieu;
MILIEUPANEEL
Figuur 15 Ambitieniveau op het gebied van gezondheid en milieu in het station- en centrum gebied. Voor toelichting zie bijlage 3.
■
■ ■
■
■ ■
■ ■ ■
Bij woningbouw nadruk op woningtypologieën die aansluiten bij de behoefte van een- en tweepersoons huishoudens en starters; We stimuleren het gebruik van duurzame en natuurlijke materialen bij woningbouw; Cultuurhistorische en waardevolle bebouwing beschermen en accentueren bij nieuwe ontwikkelingen; Ruimte bieden voor kennisintensieve bedrijvigheid in het stationsgebied, bedrijven in dienstverlening, ‘leisure’, baliefuncties e.d. v ; Pick up points faciliteren op goed bereikbare ‘traffic-locaties’; Bij (her)inrichting van de openbare ruimte is veel aandacht voor vergroening - bijvoorbeeld door nieuwe vormen van stedelijk groen zoals vertical forests - klimaatadaptatie en de mogelijkheid om te verblijven en ontmoeten; Faciliteren en actief aanleggen van een goed en dekkend netwerk van elektrische laadpalen; Ruimte voor experimenten met alternatieve vervoerswijzen (bijvoorbeeld deelmobiliteit); Faciliteren van evenementen in dit gebied.
Omgevingsvisie Best
55
5.2
Woonwijken
Figuur 16 Ruimtelijke vertaling van de gebiedsopgave ‘woonwijken’.
KARAKTERSCHETS EN OPGAVE Rondom het centrum van Best liggen onze aantrekkelijke groene en dorpse woonwijken. De woonwijken zijn verschillend in opzet en bouwperiode, maar hebben ook enkele kenmerken gemeen. De wijken zijn vanaf de 2e helft van de 20ste eeuw planmatig gebouwd, kennen een ruime opzet en zijn veelal goed ontsloten. Waar in Best je ook woont, de natuur én de stadse voorzieningen zijn altijd dichtbij. In en om de wijken is veel groen, van snippergroen om de hoek tot grotere parken en groene structuren. In de Bestse woonwijken vind je relatief veel grondgebonden woningen in een groenstedelijk woonmilieu. Toch zijn er ook grote opgaven als verduurzaming, klimaatadaptatie, een hoogwaardige woningvoorraad, sociale vraagstukken, gezondheid en veiligheid die op een passende manier een plek moeten krijgen in de bestaande structuur. We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak per wijk waarin maatschappelijke en ruimtelijke opgaven gekoppeld worden. Met deze integrale aanpak willen we koppelkansen benutten, participatie aantrekkelijk maken en slim investeren. We verduurzamen de woningvoorraad en zoeken bij transformatie of nieuwbouw ruimte voor nieuwe
56
Omgevingsvisie Best
woonvormen, zoals kleine studio’s voor starters en kleine huishoudens en levensloopgeschikte woningen voor bijvoorbeeld senioren. We zorgen voor een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen, sporten en ontmoeting en richten deze ook klimaatadaptief in, zodat wateroverlast, droogte en hittestress zoveel mogelijk wordt voorkomen. We handhaven het niveau van dagelijkse voorzieningen in de wijkcentra. GEBIEDSKADERS ■ Kwaliteitsimpuls in bestaande woonwijken met nadruk op de wijken die in de jaren ‘60 , ‘70 en ‘80 zijn gebouwd zoals Naastenbest, Wilhelminadorp, Kantonier, Speelheide, Hoge Akker, De Leeuwerik en Salderes; ■ Verduurzaming van de woningvoorraad afgestemd op de energietransitie, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële draagkracht van bewoners; ■ We stimuleren het gebruik van duurzame en natuurlijke materialen bij woningbouw; ■ Klimaatadaptieve en levensloopbestendige (her) inrichting van de openbare ruimte, waarbij volop ruimte is voor ontmoeting, sport en spel om zo inwoners te verleiden tot gezond gedrag;
MILIEUPANEEL
Figuur 17 Ambitieniveau op het gebied van gezondheid en milieu in de woonwijken. Voor toelichting zie Bijlage 3.
■
■ ■ ■
■
■
■ ■
Versterking en uitbreiding van hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur door verhogen van de biodiversiteit en gebruikswaarde; Dorpsuitbreiding op de locaties Steegsche Velden en Aarlesche Erven; Cluster van voorzieningen voor dagelijkse boodschappen in Aarlesche Erven; De woningbouw in Steegsche Velden en Aarlesche Erven aan laten sluiten op het dorpse karakter van Best en aan te sluiten op de (regionale) vraag naar groenstedelijk wonen; Voorzieningencluster Heivelden en Wilhelminaplein handhaven en eventueel uitbreiden met voorzieningen van deze tijd zoals pick-up-point; Waardevolle bebouwing in wijken als Batadorp en langs historische linten beschermen en accentueren bij nieuwe ontwikkelingen; Tegengaan verdere intensivering van bebouwing en kavelsplitsing in het Koekoeksbos; Bij herstructurering, transformatie of inbreiding binnen bestaande woonwijken ruimte bieden aan nieuwe woonvormen en typologieën gericht op doorstroming, passend bij de stedenbouwkundige maat en schaal van de wijk;
■ ■
■
■ ■ ■
Volop ruimte voor initiatieven uit de wijk; Fietsers en wandelaars optimaal faciliteren middels het behouden en realiseren van kwalitatieve routes in en tussen wijken en bedrijfslocaties in Best en richting de omliggende gemeenten; Inzetten op een netwerk van snelfietsroutes tussen Best en Eindhoven, Tilburg en Den Bosch en aantakkende routes om daar vanuit de Bestse woonwijken op aan te haken; Faciliteren en actief aanleggen van goed en dekkend netwerk van elektrische laadpalen; Faciliteren van evenementen in en om het Wilhelminaplein. Het borgen van een gezonde leefomgeving door het bewaken van acceptabele geluidsniveau’s, een goede luchtkwaliteit en een acceptabele geurbelasting
Omgevingsvisie Best
57
5.3
Buitengebied (incl bos- en heidegebieden)
Figuur 18 Ruimtelijke vertaling van de gebiedsopgave ‘Buitengebied’.
KARAKTERSCHETS EN OPGAVE Best kent een veelzijdig buitengebied met een verschillende landschappelijke typologieën zoals heide, bos, weilanden en vennen. Het halfopen landschap is aantrekkelijk voor recreanten uit Best en omgeving, maar is ook het leefklimaat van flora en fauna. (Delen van) de Aarlesche Heide, de Nieuwe Heide, de Pailjaart, de Scheeken en de Mortelen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. De Scheeken en Mortelen met hun halfopen landschappen maken onderdeel uit van Nationaal landschap Het Groene woud. Aan de noord-, west-, en oostrand van de woonkern Best liggen de agrarische gronden waar de Bestenaar van oudsher met landbouw en veehouderij haar brood mee verdiende. Door uiteenlopende ontwikkelingen zoals schaalvergroting en specialisatie is het karakter van dit agrarische gebied veranderd. Tegelijkertijd weerspiegelen de langgevelboerderijen, de buurtschappen en de verkavelingsstructuur een rijke historie. De intensieve vormen van voedselproductie trekken een wissel op het landschap, de natuur, bodemkwaliteit en volksgezondheid. We willen het gebruik van het buitengebied meer in balans brengen met het natuurlijke systeem. We zetten daarom in op de transitie naar een “natuurinclusief” landbouw- en
58
Omgevingsvisie Best
voedselsysteem, gebaseerd op gesloten kringlopen. We faciliteren ontwikkelingen als zorgboerderijen, recreatieve activiteiten en accommodaties, het leveren van natuurdiensten en de opwek van duurzame energie als alternatieve economische dragers. Ook stimuleren we de ‘kleine kringloop’ door andere het populierenlandschap weer als productielandschap op de kaart te zetten. Historisch waardevolle ruimtelijke structuren, bebouwing en landschap worden beschermd en bieden uitgangspunten voor verdere ruimtelijke ontwikkeling. GEBIEDSKADERS ■ Het landschap, de natuurwaarden en de ondergrond met de waterhuishouding vormen het ‘natuurlijk kapitaal’ in ons buitengebied en is daarmee de drager van wat er in het buitengebied van Best gebeurt; ■ Tegengaan van en inspelen op verdroging van hoger gelegen zandgronden door ruimte te maken voor waterberging en het aanplanten van vegetatie die bestand is tegen droogte en water weet vast te houden; ■ Faciliteren van verbreding van activiteiten in het agrarisch gebied; ■ Populierenlandschap op de kaart zetten;
MILIEUPANEEL
Figuur 19 Ambitieniveau op het gebied van gezondheid en milieu in het buitengebied. Voortoelichting zie bijlage 3.
■ ■ ■ ■
■
■
■
■ ■ ■
Biodiversiteit vergroten door actief natuurvolgende inrichting en beheer; Werken aan een goed en verbonden recreatief netwerk gericht op extensieve recreatie; Agrariërs faciliteren en stimuleren in de omschakeling naar kringlooplandbouw; Ruimte geven aan innovaties in de landbouw om de emissies met betrekking tot onder andere ammoniak, geur, fijnstof en endotoxines terug te dringen; Beschermen van historisch waardevolle ruimtelijke structuren, bebouwing en landschappen; Herbestemming van voormalige agrarische bebouwing mogelijk maken om het buitengebied leefbaar te houden; Bosgebieden transformeren naar klimaatbestendige bossen met een hogere ecologische en biodiversiteitswaarde; Vergroten van de buffercapaciteit van de beekdalen; Verlagen van de stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden; Opwek van zonne-energie goed ingepast in het landschap passend binnen de Visie
■
■
■
Duurzame Energie Opwek Buitengebied en het bijbehorende afwegingskader Faciliteren van evenementen rondom natuurpoort de Vleut en op Aquabest, waarbij er op Aquabest ruimte is voor grootschalige evenementen met een bovenlokale functie; Ruimtelijke ontwikkelingen zonder kwaliteitsslag en/of investering in de omgeving zijn niet meer aan de orde (‘voor wat, hoort wat’); In het buitengebied loopt van oost naar west een hoogspanningsverbinding, de werking en veiligheid van deze verbinding moet ten allen tijde worden gewaarborgd;
Omgevingsvisie Best
59
5.4
Bedrijventerreinen
Figuur 20 Ruimtelijke vertaling van de gebiedsopgave ‘Bedrijventerreinen’.
KARAKTERSCHETS EN OPGAVE Best kent drie bedrijventerreinen (‘t Zand, Heide en Breeven). De terreinen liggen geclusterd aan de zuidrand van de gemeente en zijn uitstekend ontsloten door de aanwezigheid van de A2 en A58. Hier zijn enkele grote (inter-)nationale bedrijven en een behoorlijke hoeveelheid midden- en kleinbedrijven gehuisvest, met industrie, logistiek en groothandel als belangrijkste bedrijfstakken. Bij de (her)ontwikkeling van de Bestse bedrijventerreinen zetten we in op vernieuwing en innovatie. Op alledrie de terreinen zien we kansen voor een meer aantrekkelijke, groene inrichting die ook klimaatadaptief, gezond en veilig is, wat de verblijfskwaliteit ten goede komt. De bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol in de energietransitie, als kansrijke plek om in de toekomst energie op te wekken en op te slaan.We kiezen voor een gebiedsgerichte ontwikkeling met een eigen profiel. Zo zien we rondom de Batafabrieken kansen voor een profiel als creatieve hotspot en ontmoetingsplek. In de vastgestelde Bedrijventerreinenvisie staan een aantal uitgangspunten opgenomen die van belang zijn bij de toekomstige invulling van de bedrijventerreinen.
60
Omgevingsvisie Best
We willen de bedrijventerreinen maximaal beschikbaar houden voor bedrijven. In dat kader werken we niet mee aan transformaties naar andere functies dan economische functies. Wonen hoort daarmee niet thuis op bedrijventerreinen. Ook grote nieuwe kantoorlocaties zijn ongewenst. GEBIEDSKADERS ■ Kwaliteitsslag van de openbare ruimte (schoon, heel en veilig) met daarin extra aandacht voor het toevoegen van hoogwaardig groen en mogelijkheden voor waterberging; ■ Stimuleren van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer (Provincie en Rijk) en versterken van bereikbaarheid voor de fietser en daarnaast ruimte bieden voor experimenten van innovatieve en nieuwe mobiliteitsconcepten; ■ Inzetten op een netwerk van snelfietsroutes tussen Best en Eindhoven, Tilburg en Den Bosch en aantakkende routes om daar vanuit de Bestse woonwijken op aan te haken; ■ Verduurzamen van het vastgoed; ■ Intensiveren samenwerking, verhogen organisatiegraad en stimuleren van kennisuitwisseling tussen op en rond de werklocaties;
MILIEUPANEEL
Figuur 21 Ambitieniveau op het gebied van gezondheid en milieu op de bedrijventerreinen. Voor toelichting zie bijlage 3.
■
■ ■
■
■ ■ ■
Dakoppervlak van kantoorpanden en industrieel vastgoed optimaal benutten voor de opwek van duurzame (zonne)energie en klimaatadaptatie; Mogelijke restwarmte van bedrijfsprocessen benutten voor de warmtetransitie. Mogelijkheden voor een creatieve hotspot en ontmoetingsplek in en rondom de Batafabrieken verkennen; Bewaken van de geluidzone rond de bedrijventerreinen, zodat de ruimtelijke scheiding tussen bedrijvigheid en wonen behouden blijft; Pick up points faciliteren op goed bereikbare ‘traffic-locaties’ (bijvoorbeeld tankstations); Ontwikkeling van bedrijvigheid in balans met de omgevingswaarden (geluid, lucht, geur,etc); Aanpakken van ondermijning en allerlei vormen van overlast zodat ondernemingen en werknemers veilig kunnen verblijven op de bedrijventerreinen.
Omgevingsvisie Best
61
5.5
Best Zuidrand
Figuur 22 Ruimtelijke vertaling van de gebiedsopgave ‘Best Zuidrand’.
KARAKTERSCHETS EN OPGAVE De zuidrand van Best ligt in de sfeer van de hoofdwegenstructuur van de noordwestzone van het Stedelijk Gebied Eindhoven. Er is de Randweg rond Eindhoven, de A2, de A58 en het landelijk bekende knooppunt Batadorp. Verder loopt hier de noord-zuid gelegen spoorlijn en de Eindhovenseweg-Zuid. Dit is de belangrijkste rechtstreekse verbinding tussen Eindhoven (Woensel) en Best. De achtergrond van het gebied is heide, dat met de komst van de kanalen in de loop van een eeuw voor een groot deel is ingevuld als bedrijventerrein, wonen en (oorspronkelijk) een bosproductie-landschap. Het wonen in KoekoeksbosVillawijk is een bijzonder samenspel geworden van boslandschap met wonen. Er zijn nog veel groenblauwe waarden overeind gebleven tussen de Nieuwe Heide en de Oirschotse Heide. Dit gebied vormt de entree van de stadsregio Eindhoven, de Brainport vanuit het noorden Amsterdam/Utrecht/Den Bosch over de A2. De gemeente Best wil dit gebied structureren en de belevingswaarde versterken. De ambitie is het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig gebied aan de zuidzijde van de kern Best, waarbij stedelijke ontwikkelingen (“rode knopen”) mogelijk zijn, mits deze
62
Omgevingsvisie Best
een substantiële bijdrage leveren aan de versterking van de ecologische en hydrologische kwaliteiten van de “groene mantel”. Belangrijk is dat de ontwikkelingen het gewenste toekomstbeeld (zie de regionale visie ‘De geniale Brainportlocatie’) niet frustreren. De sleutel tot succes ligt in een integrale aanpak van het gebied. Bij de regionale hoofdwegenstructuur en toegangsweg ontstaat als vanzelfsprekend druk om verder te verstedelijken tussen Best en Eindhoven. Hier zijn zeker mogelijkheden toe. Echter bij elke bouwopgave is het eveneens de opgave om tegelijkertijd het bosachtige karakter te versterken en toekomstbestendig te maken. Eventueel op een andere locatie in de omgeving. De situering bij het groen versterkt de randvoorwaarden die voortkomen uit de noodzaak om klimaat-adaptief en ecologisch verantwoord te bouwen. De situering aan de hoofdwegenstructuur die het aantrekkelijk maakt om hier te bouwen, vormen tegelijkertijd beperkingen met name als het gaat om milieucontouren. Niet in de laatste plaats doordat er boven het gebied een aanvliegzone aanwezig is richting Eindhoven Airport. Hiernaast is er spanning tussen een groot programma (passend bij de noordelijke entree van het Stedelijk Gebied Eindhoven) met het aantal benodigde parkeerplaatsen en de
MILIEUPANEEL
Figuur 23 Ambitieniveau op het gebied van gezondheid en milieu in de zuidrand van Best. Voor toelichting zie bijlage 3.
bereikbaarheid hiervan. Het na te streven beeld is afwisselende (kleine) torenbebouwing langs de snelweg. De Eindhovenseweg-Zuid is een belangrijke (historische) regionale verbinding tussen Eindhoven en Best. Het ruimtelijk beeld hier is de situering van diverse bebouwing (villa’s tot kleine appartementencomplexen (drie bouwlagen met daklaag) in een ruime, bosachtige setting. GEBIEDSKADERS ■ Versterken recreatieve wandelroutes en daarbij gebouwde en ongebouwde kansen te benutten; ■ Inzet op verbetering van de fietsbereikbaarheid, waaronder de F2 en fietspad Pendelroute. ■ Natuurontwikkeling op zich te beschouwen en mogelijk maatregelen treffen om biodiversiteit en klimaatadaptieve inrichting te versterken; ■ Kansen benutten voor grootschalige opwek van duurzame energie rondom knooppunt Batadorp; ■ Drie verschillende stedenbouwkundige schaalniveaus: ■ De representatieve rode ladder, de hoogte in (torens, geen wand) langs de snelwegen;
De stedelijke villa-achtige bebouwing (3 à 4 bouwlagen) aan weerszijden van de Eindhovenseweg/Boschdijk; ■ Het gebied met de vrijstaande villa’s (1 à 2 bouwlagen) in het bos. Versterken bosachtige groen karakter; De beleiduitgangspunten van de milieuthema’s (bijlage 3) zijn randvoorwaarden bij deze opgaven. Bedrijfsontwikkelingen zijn mogelijk binnen de regionale afspraken en mits er een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de versterking van de ecologische en hydrologische kwaliteiten van het gebied; ■
■ ■
■
Omgevingsvisie Best
63
64
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 6
Uitvoering
Omgevingsvisie Best
65
6.
Uitvoering
Met deze omgevingsvisie blikken we vooruit naar het Best van 2040. Met de visie hebben we in beeld gebracht waar we kansen zien, maar ook opgaven. We hebben samen een koers uitgezet, en ons zelf als gemeente, inwoners en partners uitgedaagd er uitvoering aan te geven. Tijdens het proces hebben we geconstateerd dat de ruimtelijke uitdagingen waar Best voor staat, in hun urgentie, omvang en complexiteit, vragen om een gedeelde opvatting over de uitvoering. Als gemeente zien we het daarbij als onze rol om daarin helderheid te verschaffen en de regie in te nemen wanneer dat nodig is. In dit hoofdstuk schetsen we op hoofdlijnen hoe we als gemeente de komende jaren invulling willen geven aan onze visie. We gaan in op onze rol als gemeente en geven een blik op samenwerking, de randvoorwaarden voor participatie, het ruimtelijk instrumentarium en op monitoring en evaluatie.
6.1
Samenwerken en sturen
DE SAMENLEVING CENTRAAL Best kenmerkt zich door betrokken bewoners en een zeer actief verenigingsleven. Wij zijn trots op die sociale samenhang. Inwoners, maatschappelijke instellingen en de gemeente zetten samen de schouders er onder om uitdagingen op te pakken. De tijd dat de samenleving maakbaar was door de overheid is voorbij. Wij zien onszelf dan ook als een netwerkende organisatie die samenwerkt en een faciliterende rol heeft richting de Bestse gemeenschap. We stellen inwoners in staat mee te denken, luisteren en sturen. Zo geven we samen vorm aan de toekomst van onze gemeente. De gemeente Best heeft een open en flexibele houding in de samenwerking met andere partijen, zeker waar een meerwaarde op inhoud is te behalen. Daarbij gaan we uit van ieders eigen kracht, respect voor elkaar en eenvoudige en realistische oplossingen. Die
66
Omgevingsvisie Best
kracht en creativiteit van de samenleving staan dan ook centraal in het handelen van de gemeente. De rol en verantwoordelijkheid van de gemeente is primair gericht op het faciliteren van samenwerking gericht op het oplossen van maatschappelijke problemen. Als gemeente vinden we het belangrijk om continu in gesprek te blijven met de buurt. We zien het als onze rol om daarbij opgaven en kansen te agenderen en om de bewoners actief te bevragen op hun behoeften en ideeën. Op die manier willen we samen met de inwoners en maatschappelijke organisaties samen de maatschappelijke agenda per buurt bepalen. Deze manier van ‘door het midden’ en gebiedsgericht samenwerken met inwoners, maatschappelijke partners en gemeente gaan we actief onderzoeken in de wijk Wilhelminadorp-Kantonnier.
REGIE WAAR NODIG OF GEWENST In een goede samenwerking is het van belang dat iedere partij vanuit zijn eigen kracht opereert. Als representatie van haar inwoners is het gemeentebestuur gekozen om belangen af te wegen en in het publiek belang kaders te stellen en keuzes te maken. Tijdens het opstellen van de visie is dan ook meermaals naar voren gekomen dat inwoners hier waarde aan hechten. Op sommige opgaven en thema’s is de samenleving faciliteren onvoldoende en wordt er gevraagd om regie. Er zijn geen andere partijen die deze rol kunnen of zouden moeten invullen. Zodoende bevindt de gemeente zich in een zeer verantwoordelijke en uitdagende positie om waar dat nodig is actiever te sturen in het uitvoeren van deze visie. Dat kan zowel gebieds- als opgavegericht zijn. Op welke majeure opgaven of gebieden extra inzet van de gemeente nodig is leest u onder het kopje omgevingsprogramma.
Als gemeente sluiten we aan bij het principe ‘diep, rond en breed’ zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie. We kijken naar de gelaagdheid. We willen niet slechts sectoraal of eendimensionaal kijken. We willen zowel zichtbare als minder zichtbare effecten van ons handelen meenemen. We willen bijdragen aan people, planet en profit en bovendien willen we inwoners en andere betrokkenen in Best centraal stellen.
Omgevingsvisie Best
67
UITGANGSPUNTEN VOOR SAMENWERKING Onze basishouding is dat wij inwoners, ondernemers en organisaties ruimte willen geven om initiatief te tonen en verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Maar een samenwerking is - het woord zegt het al - altijd wederkerig. Met ruimte geven komt verantwoordelijkheid. Daarom hebben we een vijftal uitgangspunten opgesteld voor het samenwerken aan ruimtelijke initiatieven. ■ Visiegericht Deze visie is zorgvuldig opgesteld met en voor de Bestse samenleving en vormt daarmee het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Voor alle initiatieven geldt - zowel gemeentelijke, als initiatieven uit de samenleving - dat deze visie het afwegingskader vormt. Bij elk initiatief gaan we het gesprek aan over hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan het verwezenlijken van de drie kernopgaven. Dit betekent ook dat we niet meewerken aan initiatieven die niet passen binnen deze omgevingsvisie. ■ Gebieds- en opgavegericht Elke opgave en aanpak hebben hun eigen schaalniveau, van het niveau van de straat, wijk en buurt, tot het niveau van de stad of regio. Op elk schaalniveau doen zich dilemma’s en meekoppelkansen voor. In de uitwerking van deze visie zoeken we daarom steeds naar het juiste gebied om aan de slag te gaan en leggen we de verbinding met andere opgaven en partijen.
Om zo een optimale balans te vinden in de (omgevings)kwaliteiten die we willen behouden en verbeteren. Dit betekent een actieve afstemming met belanghebbenden in dat gebied en waar dat van meerwaarde is een actieve afstemming met onze partners in de regio. ■ Lerend De opgaven waar we voor staan en kennis die daarbij nodig is verandert in rap tempo. In onze samenwerking zullen we daarom actief inzetten op het inzetten en vergaren van nieuwe kennis en inzichten. Als gemeente zullen we waar dat kan en gewenst is kennis delen met initiatiefnemers en partners in de gemeente en regio. Ook juichen we het toe als initiatiefnemers een kennisdelende rol op zich nemen en staan we positief tegenover experimenteerruimte gericht op het behalen van de doelen van de omgevingsvisie. ■ Met een open houding Bij het aanpakken van de opgaven in onze leefomgeving heeft in veel gevallen de overheid slechts een faciliterende rol. Ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties komen elke dag met initiatieven om onze gemeente nog mooier te maken. Dit verwelkomen we van harte. Daar waar de gemeente ziet dat meer initiatief en denkkracht uit de samenleving gewenst is, zal ze het stimuleren. Denk daarbij aan participatie of een prijsvraag. ■ Vanuit wederkerigheid Hoewel we positief staan tegenover initiatief vanuit de samenleving, komt met initiatief ook verantwoordelijkheid.
‘Voor wat hoort wat’: hoe verhoudt een initiatief zich toch het algemeen belang en belangen in de nabije omgeving? De ontwikkeling van de leefomgeving is vaak een spel van botsende belangen en moet daarom verlopen in goed overleg met de belanghebbenden. Initiatiefnemers zijn daarom zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak en de kwaliteit van participatie en planvorming. ■ Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Tot slot hechten we in algemene zin veel waarde aan het bewaken en versterken van de ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen en omgevingsbeleid. Qua toetsing en zorg streven we daarbij naar het hoogste niveau in de historische linten, monumenten en Batadorp/Batafabrieken, de stationsomgeving, uitbreidingswijken en zichtlocaties. Ook speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol in afwegingen die gemaakt zullen worden bij overige nieuwbouw en inbreiding in de wijken, buitengebied en werkgebieden. Het landschap is leidend voor ontwikkelingen in het buitengebied. In de toetsing sturen we onder andere op natuurinclusief bouwen.
68
Omgevingsvisie Best
OMGEVINGSVISIE
LANGE TERMIJN VISIE FYSIEKE LEEFOMGEVING KERNOPGAVEN ALS KOERS Ambities
Ruimtelijke keuzes
Uitgangspunten uitvoering
MONITORING EN EVALUATIE
PROGRAMMA’S
DOELSTELLINGEN, MAATREGELEN Thematisch programma
Gebiedsgericht programma
OMGEVINGSPLAN REGELS
Algemene regels
Gebiedsgerichte regels
Figuur 24 Beleidscyclus Omgevingswet: samenhang omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan.
6.2
Van beleid naar uitvoering
Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, tempo op. Dat maakt het uitdagend om ruimtelijk beleid beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. voor de lange termijn te ontwikkelen. Als gemeente zien we deze omgevingsvisie daarom als een levend In deze omgevingsvisie stelt de gemeente haar lange document, een visie die deze ontwikkelingen volgt termijn ambities en maken we ruimtelijke keuzes, en die continu evolueert. Wij kiezen ervoor om de LANGE TERMIJN VISIE FYSIEKE LEEFOMGEVING maar er zitten verschillende stappen tussen beleid visie periodiek van een actualisatie te voorzien. en daadwerkelijke uitvoering. In de omgevingswet KERNOPGAVEN ALS KOERS Welbeschouwd zien we deze visie dan ook als een zijn voor de gemeente dan ook drie andere relevante eerste versie; een basis van waaruit we verder gaan beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen Ruimtelijke Uitgangspunten werken.Ambities Met welk ritme we de visie aanpassen hangt het omgevingsplan en MONITORING keuzes uitvoering rol. Het omgevingsprogramma, af van de ervaringen die we op gaan doen met andere de omgevingsvergunning.EN Deze instrumenten lichten EVALUATIE instrumenten en de monitoring van onze doelen en van we in deze paragraaf toe. de staat van onze fysieke leefomgeving.
OMGEVINGSPROGRAMMA DOELSTELLINGEN,Het MAATREGELEN Deze omgevingsvisie schetst het toekomstbeeld omgevingsprogramma is de uitwerking van één voor Best zoals wij dat op dit moment voor ogen of meerdere ambities en ruimtelijke keuzes uit de Thematisch programma Gebiedsgericht programma hebben. Onze omgevingsvisie vormt na vaststelling omgevingsvisie. Een programma bevat maatregelen ons afwegingskader voor de verdere vormgeving voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van van andere instrumenten die de Omgevingswet de fysieke leefomgeving. In een programma worden biedt. Het is ook de start van de beleidscyclus de ambities uitgewerkt in concrete doelen. Ook wordt REGELSnodig zijn om het doel te van de Omgevingswet. Deze biedt structuur om aangegeven welke middelen de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen Algemene regels Gebiedsgerichte regels
OMGEVINGSVISIE
PROGRAMMA’S
OMGEVINGSPLAN
Omgevingsvisie Best
69
behalen. Denk daarbij naast financiering aan ruimtelijke en juridische instrumenten (zie kader). De ambities en keuzes uit onze omgevingsvisie kunnen worden uitgewerkt in gebiedsgerichte en thematische programma’s (al dan niet gebundeld). Het programma als instrument onder de omgevingswet is nieuw, maar de werkwijze is bekend. Voorbeelden van programmatisch werken in Best zijn het Programma Geluid of Uitvoeringsprogramma Best Mobiel. Kenmerk hierbij is dat er meerjarig gewerkt wordt aan complexe opgaven die samenkomen op een thema of gebied. Dat doen we samen met partners en inwoners.
Het opstellen van een programma betekent gemeentelijke regie om zo maatschappelijke doelen te behalen. Ook uit deze omgevingsvisie komen enkele gebieden en opgaven naar voren waar we nadrukkelijk een gemeentelijke rol zien. We werken daarom de volgende bestaande en nieuwe programma’s uit: ■
Programma Vitale Wijken: In het programma Vitale Wijken geeft de gemeente handen en voeten aan de gebiedsopgave Wijken zoals genoemd in hoofdstuk 5. Met dit programma wil de gemeente wijk voor wijk aan de slag met de opgaven die daar liggen. We starten met deze integrale aanpak in de wijk Wilhelminadorp-Kantonnier.
WERK IN UITVOERING Zoals al eerder is aangegeven is deze omgevingsvisie tot stand gekomen na intensieve participatie van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. In de afgelopen periode is daarnaast op verschillende terreinen sectoraal beleid ontwikkeld (zoals de Bedrijventerreinenvisie), beleid waarin wij onze visie op bepaalde onderwerpen hebben verankerd. Al deze beleidsstukken hebben als input gediend voor de totstandkoming van deze visie; daar waar nodig of wenselijk zijn bestaande visies aangescherpt. Hoewel het doel van de Omgevingswet is het aantal regels te beperken, kunnen wij op dit moment, bij vaststelling van onze omgevingsvisie, nog niet zover gaan dat wij ook al die sectorale beleidsstukken intrekken. In de bijlage vindt u een lijst van beleidsstukken die van kracht blijven of komen te vervallen bij vaststelling van deze omgevingsvisie. Naast de bestaande beleidsvisies werken we op dit moment ook aan beleid die raken aan de inhoud van onze gemeentelijke omgevingsvisie. Hiermee doelen wij onder andere op lopende regionale trajecten (Regionale Energiestrategie, MIRT onderzoek) als lokale trajecten. Een deel van deze strategieën en beleidsstukken worden op dit moment opgesteld maar zijn nog niet vastgesteld. Bij de ontwikkeling van onze omgevingsvisie Best hebben wij zoveel mogelijk afgestemd met deze trajecten.
70
Omgevingsvisie Best
■ ■
■ ■ ■
■ ■ ■
Programma station- en centrumgebied In 2021 heeft de gemeente de bedrijventerreinenvisie vastgesteld. Dit is een concrete vertaling van de opgaven die worden genoemd in de gebiedsopgave werklocaties. Programma Buitengebied in balans Programma Biodiversiteit Programma Energietransitie: onderdeel hiervan is de warmtevisie die de gemeente in 2021 ontwikkelt, hierin wordt een tijdspad vastgelegd waarop wijken van het aardgas af gaan en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Decentraal Uitvoeringsplan Programma Geluid Programma Best mobiel
Al deze programma’s worden binnen drie jaar na vaststelling van de omgevingsvisie opgesteld als, opgenomen in, of omgevormd tot programma’s onder de Omgevingswet en gekoppeld aan de omgevingsvisie. Voor ieder programma vindt periodieke monitoring plaats om te kunnen bepalen of de doelen van de programma’s tijdig worden bereikt (meer hierover in de paragraaf monitoring en evaluatie). Als dit niet het geval is, passen we de programma’s hierop aan. Daarnaast verkennen we of het huidige beleid bij aanpassing al dan niet wordt gepositioneerd als programma onder de omgevingsvisie. Denk hierbij aan de woonvisie of het mobiliteitsbeleid.
tussen de functies van locaties in een gebied en stelt regels aan activiteiten. Naast het werken met (algemene) regels voor activiteiten kan de gemeente gaan werken met omgevingswaarden. Zo kunnen in een gebied bijvoorbeeld strengere eisen of ruimere normen op het gebied van milieu worden gesteld dan de waarden die zijn opgenomen in Rijksbeleid. In tegenstelling tot de gemeentelijke omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Verschillende aandachtspunten uit de voorgaande hoofdstukken geven aanleiding om in het omgevingsplan actief met regels en omgevingswaarden aan de slag te gaan. Zo kunnen de omgevingswaarden in woonwijken scherper worden dan die in de stedelijke structuur of op bedrijventerreinen. Aan het omgevingsplan wordt hard gewerkt. De oplevering gebeurt in fases en naar verwachting rond 2027. OMGEVINGSVERGUNNING Het verlenen van een omgevingsvergunning maakt het mogelijk voor initiatiefnemers om aan de slag te gaan met de leefomgeving. Welke activiteiten vergunningplichtig zijn, is nu nog bepaald door de Rijksoverheid. De Omgevingswet geeft gemeenten meer ruimte in hun eigen afweging. Welke activiteiten wel of geen omgevingsvergunning behoeven schrijven we op in het omgevingsplan.
OMGEVINGSPLAN Het omgevingsplan - de opvolger van de huidige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen - bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het omgevingsplan geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie, binnen de kaders van de omgevingswet. Het omgevingsplan regelt de balans
Omgevingsvisie Best
71
6.3
Participatie staat centraal
HET BELANG VAN PARTICIPATIE Best is als gemeente in trek en op een klein oppervlakte wordt druk gewoond, gewerkt en gecreëerd. De keuzes die de gemeente maakt in de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving maakt ze in het algemeen belang; een afweging van alle belangen van de inwoners, gebruikers en toekomstige generaties binnen, maar ook buiten onze gemeentegrenzen. Hun belangen kunnen botsen en elkaar versterken. Participatie stond daarom centraal in het opstellen van deze visie en staat dat ook in de uitwerking. Daarmee werken we aan een stad waarin iedereen zich gehoord voelt en deel kan nemen aan een open en toegankelijk democratisch debat over de toekomst van onze leefomgeving. Dit levert niet alleen maar draagvlak op, maar ook betere plannen en soepeler besluitvorming. UITGANGSPUNTEN VOOR PARTICIPATIE Voor Best is participatie niets nieuws. Al jaren betrekken we inwoners, ondernemers en ketenpartners bij de ontwikkeling van onze gemeente. Via bewonersavonden, inspraak in de raad of het inwonerspanel en het platform PleinBest. De omgevingswet vraagt ons echter om expliciet te zijn over onze aanpak. Voor de gemeente een goed moment om een aantal uitgangspunten te formuleren voor participatie. Zo weet iedereen wat voor een participatietraject in Best van belang is. Voor participatietrajecten hanteren we de volgende uitgangspunten:
■
Participatie betekent belanghebbenden vroegtijdig betrekken
■
Participatie betekent streven naar een goede afspiegeling van de samenleving
72
Omgevingsvisie Best
■
Participatie is transparant op inhoud en proces
■
Participatie is toegankelijk voor iedereen
■
Participatie wordt georganiseerd door de initiatiefnemer
■
Participatie is proportioneel aan de omvang van het initiatief
■
Participatie is een aanvulling op, geen vervanging van de representatieve democratie
Op dit moment wordt er gewerkt aan de actualisatie van het beleid op inwoners- en overheidsparticipatie, waarin wordt aangegeven hoe we bij de verschillende instrumenten onder de Omgevingswet omgaan met participatie. Het eerder genoemde gebiedsgericht samenwerken met inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeente aan een maatschappelijke agenda per buurt zal daarin worden meegenomen en uitgewerkt.
6.4
Monitoring en evaluatie
Onze omgevingsvisie is nu klaar, maar niet af. De maatschappij blijft in beweging en nieuwe inzichten en opgaven maken dat we steeds opnieuw zullen moeten kijken naar de relevantie van ons beleid en de rol die we spelen als gemeente. Om onszelf snel aan te kunnen passen zijn monitoring en evaluatie cruciaal. OP PROGRAMMANIVEAU De monitoring en evaluatie zal plaatsvinden op programmaniveau. In de programma’s worden de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt. Getracht wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Doelstellingen worden vertaald naar concrete beleidsindicatoren. We zullen hiervoor zo veel als mogelijk putten uit bestaande monitors.
Bij het bijstellen van de omgevingsvisie wordt de samenleving actief betrokken. De wijze waarop wordt vooraf met de gemeenteraad afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast. Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
BIJSTELLEN VAN DE VISIE Wanneer het doel- en of effect bereik van de omgevingsvisie onvoldoende is gaan we over tot bijstelling. Zo kan het zijn dat doelen niet of nauwelijks worden gerealiseerd, de doelen onvoldoende te handhaven zijn, er zich nieuwe maatschappelijke uitdagingen voordoen of de visie en de programma’s onvoldoende antwoord geven op de vragen en verwachtingen uit de samenleving. De raad kan de omgevingsvisie bijstellen zodra zij dit wenselijk of noodzakelijk acht. Het college doet hiervoor een voorstel.
Omgevingsvisie Best
73
Bijlage 1 - Achtergronddocumenten Het ontwikkeltraject van de omgevingsvisie van de gemeente Best was opgeknipt in 4 fasen: de dromen, durven, denk en doen fase. In deze fasen hebben we stapsgewijs met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en gemeentelijke afdelingen een aantal (tussen)producten ontwikkeld. Deze document zijn een onderlegger van deze omgevingsvisie en zijn terug te vinden op de website van de gemeente Best: Fase 1 | Dromen > LINK ■ Opbrengst Droom-atelier in de vorm van het doombeeldendocument Fase 2 | Denken > LINK ■ Opbrengst online bijeenkomst inwoners 30 juni in de vorm van de Notitie Kernopgaven Omgevingsvisie Best Fase 3 | Durven > LINK ■ Notitie strategische keuzes Fase 4 | Doen > LINK ■ Ontwerp omgevingsvisie
74
Omgevingsvisie Best
Omgevingsvisie Best
75
Bijlage 2 - Beleidsinventarisatie GEMEENTELIJK BELEID ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
76
Structuurvisie Buitengebied Prestatieafspraken woningbouwcorporaties Woonwagenbeleid Huisvestingsverordening Beleid flexwonen Meergeneratiewonen Kwaliteitsplan openbare ruimte 2012 Speelruimtebeleidsplan 2013 Nota grondbeleid 2015 Beleidsnotitie Detailhandel Gemeente Best - 2016 Bedrijventerreinenvisie 2021 Best Mobiel Nota parkeernormen 2015 Archeologische Beleidskaart gemeente Best, 2015 Erfgoedverordening gemeente Best, 2010 Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Best, 2014 Lijst van monumenten in Best Nadere regels voor geluid en evenementen op Aquabest 2019 Evenementenbeleid gemeente Best 2019 Horecabeleid gemeente Best 2019 Water en rioleringsplan 2016-2020 Groenbeleidsplan (2012) Klimaatadaptatiescan gemeente Best Notitie bomen versus zonnepanelen 2014 Beheerplan Bos en Natuur 2016 Beheerplan Bos en Natuur 2016 Beheerplan Landschapselementen 2017 Beheerplan De Scheeken 2020 (in prep.) Landschapsinvesteringsregeling 2019 Beleidsplan energie- en materiaal- Transitie 2012-2015
Omgevingsvisie Best
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
Nota ‘Samen aan de slag met duurzaam wonen in Best’ Verordening zonnepanelenproject gemeente Best 2017 Visie Duurzame Energie Buitengebied 2020 Bestse Energiestrategie (in ontwikkeling) Transitie Visie Warmte (verwacht eind 2021) Route naar Duurzaam Vastgoed (moet gestart worden) Beleid duurzame evenementen (in ontwikkeling) Beleidsvisie externe veiligheid 2009 Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Best 2008 en 2021 ■ Gebiedsvisie ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij voor de gemeente Best 2008 Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 Nota bodembeheer 2012 ■ Bodemkwaliteitskaart gemeente Best 2020 Beleidsplan toezicht en handhaving 2016-2019 Notitie Integraal Sociaal Domein, 2019 Gebiedsvisie Wilhelminadorp Kantonier Hogere Waarde beleid en nadere uitwerking voor Steegsche Velden Noord Programma Geluid 2018-2023 Zonebeheerplan industrieterrein ‘t Zand, Heide en Breeven
REGIONAAL BELEID ■ Visie op wonen, SGE ■ Woondeal regio Eindhoven ■ Beleidsnotitie Detailhandel SGE - 2015 ■ Beleidsnotitie Detailhandel MRE - 2015 ■ Regionale afspraken werklocaties (SGE) – (nieuwe afspraken zijn in concept klaar. Q2
■ ■ ■
■
■
worden deze vastgesteld. Vorige afspraken zijn uit 2016) Regionale Bereikbaarheidsagenda ‘Brainport Duurzaam Slim Verbonden’ Brainport Next Generation concept Meerjarenplan 2021-2024 Brainport Development (2021) ■ Jaarplan Brainport Development 2020 (2020)https://brainporteindhoven. com/fileadmin/user_upload/Brainport_ Development/Jaarplan_2020.pdf ■ Samenwerkingsakkoord Metropoolregio Eindhoven 2019-2022 ■ https://metropoolregioeindhoven.nl/ over-ons/officiele-publicaties ■ Samenwerkingsagenda Stedelijk Gebied Eindhoven 2018-2025 https://www.stedelijkgebiedeindhoven. nl/fileadmin/SGE/Documenten/ Samenwerkingsagenda_2018__2025.pdf ■ Verrijking gebiedsvisie Brainport City ■ Regionale Energie Strategie (RES) ■ Streefbeeld transitie landelijk gebied ■ Visie internationalisering onderwijs voor iedereen in Brainport Eindhoven - Brainport Development (2019) Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Noord-Brabant
Omgevingsvisie Best
77
Bijlage 3 - Toelichting op het milieupaneel Lucht
Schone lucht is een belangrijke voorwaarde voor een gezond leefmilieu. Hoewel de luchtkwaliteit de laatste jaren is verbeterd, leidt vervuilde lucht nog steeds tot negatieve gezondheidseffecten. Gemiddeld leven we in Nederland 9 maanden korter vanwege luchtverontreiniging. Kinderen, ouderen of mensen met hart-, vaat- of longziekten blijken in het bijzonder gevoelig voor luchtverontreiniging. Om deze reden vinden we het zeer voornaam de komende jaren onverminderd de schouders onder het verbeteren van de luchtkwaliteit te zetten. Aangezien luchtverontreiniging de gemeentegrenzen overstijgt zoeken we hierin zoveel mogelijk de samenwerking met andere gemeenten, provincie en rijk. Met de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord hebben we deze samenwerking geformaliseerd en ons gezamenlijk gecommitteerd aan het realiseren van 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen AANLEIDING Het verbeteren en behouden van de luchtkwaliteit past in ons streven naar een gezonde, veilige en prettige leefomgeving. De gemeente Best heeft inmiddels een behoorlijke historie voor wat betreft de programmatische aanpak van de verbetering van de lokale luchtkwaliteit. In 2009 stelde de gemeenteraad het Luchtkwaliteitsplan vast.
Dit met het oog op het beperken en voorkomen van nadelige gezondheidseffecten ten gevolge van luchtverontreiniging en het adresseren van de beperkingen die een slechte luchtkwaliteit had voor ruimtelijke ordeningsplannen. Het Luchtkwaliteitsplan kreeg in 2015 een vervolg met de vaststelling van
78
Omgevingsvisie Best
het Programma Lucht 2015-2020. Momenteel wordt gewerkt aan een vervolg op deze programma’s in de vorm van een decentraal uitvoeringsplan onder het door Best bekrachtigde ‘Schone Lucht Akkoord’. Om de negatieve gezondheidseffecten die samenhangen met luchtverontreinigigng te beperken zijn er in de Nederlandse wetgeving grenswaarden opgenomen voor NO2 en fijn stof (PM10 en PM2,5). Uit onderzoek blijkt echter dat ook beneden deze grenswaarden gezondheidsklachten kunnen optreden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2.5) om deze reden inmiddels adviesnormen die een factor twee lager liggen dan de Europese grenswaarden. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet moet de aandacht voor luchtkwaliteit worden verankerd in het lokale omgevingsbeleid. Van gemeenten wordt verwacht dat zij in elk geval de wettelijke omgevingswaarden overnemen in hun beleid. De omgevingswaarden die horen bij een veilige en gezonde leefomgeving zijn door het rijk vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, 3 juli 2018). Voor luchtkwaliteit hanteert de Rijksoverheid omgevingswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. Deze waarden sluiten aan op de Europese grenswaarden.
Gemeenten kunnen echter nog een stap verder gaan en via het Omgevingsplan strengere of aanvullende omgevingswaarden vaststellen. AMBITIE Om de gezondheidseffecten die samenhangen met luchtverontreiniging zoveel mogelijk te beperken
neemt de gemeente Best deel in het Schone Lucht Akkoord. Samen met de andere partijen die het Schone Lucht Akkoord hebben ondertekend, streven we met onze aanpak van luchtverontreiniging naar minimaal 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Om hier invulling te geven werken we met een decentraal uitvoeringsplan lucht met als voornaamste doelstellingen: ■
Voldoen aan de wettelijke grens- of omgevingswaarden voor luchtkwaliteit die het Rijk heeft gesteld;
■
Stapsgewijs toewerken naar gezondheidsadvies waarden van de WHO voor fijn stof en zeer fijn stof de concentratie (ultra)fijnstof (PM10; PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) onder de wettelijke norm blijft;