CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21091.3 - Omgevingsvisie Best 2040 - Dorp van formaat (aangepaste, definitieve versie)

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente BestBij agendapunt: 21091 - Omgevingsvisie Best20.901 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

■

Luchtkwaliteit structureel meenemen in de besluitvorming omtrent ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen ten aanzien van wonen en werken;

■

Kwetsbare groepen niet huisvesten op nieuwe locaties waar sprake is van hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen, in casu drukke (snel)wegen;

■

Door communicatie, voorlichting, acties en maatregelen de bijdrage van eenieder (inwoners, bedrijven en gemeente) aan een verbetering van de luchtkwaliteit te vergroten.

AANPAK Op grond van de samenstelling van de luchtverontreiniging in Best blijkt dat een groot deel van de luchtverontreiniging waar we in Best aan worden blootgesteld, afkomstig is van bronnen buiten Best. Dit gegeven maakt samenwerking met andere

overheden een voorwaarde voor een effectieve aanpak van het probleem. Binnen de directe invloedssfeer van de gemeente onderscheiden we de volgende aandachtsgebieden:

■

Landbouw en industrie

■

Mobiliteit

■

Huishoudens

We hebben de afgelopen jaren al veel maatregelen genomen binnen de genoemde aandachtgebieden om zo de luchtkwaliteit in Best te verbeteren. De aanpak voor de komende jaren werken we nader uit in het decentrale uitvoeringsplan. TRENDS Vanwege de transitie naar duurzame en schonere alternatieven in het transport en vervoer zal de komende jaren de bijdrage van mobiliteit aan het totaal van luchtverontreiniging verder afnemen. De energietransitie kent mogelijk wel zijn valkuilen als het gaat om gezondheid en de lokale luchtkwaliteit. Denk hierbij aan de risico’s ten aanzien van de luchtkwaliteit in huis als gevolg van de toenemende isolatie van onze woningvoorraad. Daarnaast bestaat de kans dat door de opgave rondom de warmtetransitie het verbranden van biomassa voor ruimteverwarming vaker als alternatief voor gas zal worden aangewend. Bij de uitvoering van onze duurzaamheidsagenda vragen we zodoende nadrukkelijk aandacht voor het belang van goede ventilatie en formuleren we zonodig flankerend beleid om een grote toename van houtstook voor ruimteverwarming te voorkomen.

Ecologie en biodiversiteit: Omgevingsvisie Best

79

Deze thema’s hebben betrekking op de samenhang in de leefruimte van de aanwezige verschillende soorten planten en dieren. Het thema Ecologie is nauw gerelateerd aan het begrip Natuurlijk Kapitaal. Natuurlijk kapitaal is de voorraad aan natuurlijke hulpbronnen die samen een stroom aan voordelen voor mensen opleveren, ook wel ‘diensten’ genoemd. De term is geïntroduceerd om wat de natuur levert op waarde te schatten. Een waarde groter dan de opbrengst uit winnen en bewerken van voorraden; het gaat ook om waarderen van de overige diensten en verdisconteren van schadelijk gebruik. Voorbeelden zijn levering van hout, vezels, voedsel (produktiediensten), het filteren van drinkwater in een waterwingebied en bestuiving door bijen (regulerende diensten), recreatie en toerisme in natuurgebieden (culturele diensten). Het verbinden van blauwe en groene structuren helpt in het stimuleren van de volledige ecologische voedselketen. Door afwisseling in het landschap te creëren, kan de diversiteit in bloemen- en diersoorten groeien, wat tot een stabieler ecosysteem leidt. Voor het behoud van onze leefomgeving is het van belang dat projecten vooral inzetten op het versterken van de (lokale) biodiversiteit zodat deze zoveel mogelijk wordt ondersteund.

Geur

Veelal is geur afkomstig van bedrijvigheid die zich verspreidt via de lucht en een geurbelasting veroorzaakt op de woon- en leefomgeving. Met voorkomen van ernstige geurhinder proberen we de leefkwaliteit zoveel mogelijk te borgen. AANLEIDING De toenemende druk op de fysieke leefomgeving, die ontstaat door de voortdurend groeiende behoefte aan wonen, werken, mobiliteit en recreëren, zorgt

80

Omgevingsvisie Best

voor een spanningsveld tussen de diverse behoeften. Met betrekking tot het aspect geur bevindt het spanningsveld zich met name tussen de behoeften wonen, werken (bedrijven) en recreëren. Geur kan hinder veroorzaken en de gezondheid schaden. Geur spitst zich in Best met name toe op veehouderij. Naast agrarische activiteiten kan er ook sprake zijn van geur afkomstig van andere bedrijfsmatige activiteiten (industrie, horeca, etc.). AMBITIE Onze ambitie op het vlak van geur is dat ernstige geurhinder wordt voorkomen. We beoordelen geur in relatie tot de leefkwaliteit. AANPAK Bij nieuwe woningbouw houden we rekening met bestaande bedrijvigheid. Bedrijven houden de ruimte om uit te breiden binnen hun huidige milieuruimte op eigen terrein zonder dat er overlast situaties ontstaan. We beschermen gebouwen met geurgevoelige bestemmingen tegen onaanvaardbare geurhinder, Denk hierbij aan woningen, kantoren, zorg en onderwijslocaties. TRENDS Het buitengebied is volop in beweging. Veel veehouderijen zullen de komende jaren gaan stoppen. Het is gewenst en van belang dat op deze voormalige agrarische percelen nieuwe activiteiten ontplooit kunnen worden om het buitengebied leefbaar te houden. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat de geurbelasting in een gebied minder zal worden.

Aan de andere kant zullen er meer geurgevoelige bestemmingen ontstaan in de nabijheid van veehouderijen die wel door blijven gaan. De geurregels staan landelijk onder grote politieke belangstelling. Momenteel is een ingestelde commissie bezig met het opstellen van een advies om te komen

tot een robuust geurbeleid voor de lange termijn. Een en ander zal gaan leiden tot nieuw landelijk beleid dan wel wetgeving. Raakvlakken andere beleidsterreinen Geur afkomstig van veehouderijen heeft een sterke relatie met de luchtkwaliteit (fijnstof) en stikstofemissie. Bij een hoge ambitie op een van deze thema’s profiteren de andere thema’s mee. Algemeen of gebiedsgericht Onze gemeentelijke geurverordening en onderliggende gebiedsvisie bevat gebiedsnormen. Deze sluiten echter niet aan bij de gebieden zoals die in deze visie worden genoemd. De geurverordening bevat een norm voor onze uitbreidingswijken en een norm voor oudere/ bestaande wijken/gebieden. Voor het buitengebied wordt niet afgeweken van de wettelijke norm. Voor dit thema is deze gebiedsbenadering logisch aangezien het spanningsveld zich met name bevindt tussen de gewenste woningbouwopgave en agrarische bedrijvigheid in het buitengebied.

Geluid

We richten ons op de geluidbronnen weg-, rail- en vliegverkeer en bedrijfsmatige activiteiten. Dit zijn geluidbronnen die continu aanwezig zijn. Ook het voorkomen van trillingshinder valt onder dit thema. Geluid afkomstig van evenementen vraagt vanwege het incidentele karakter om een andere aanpak en ambitieniveau. Niet alle vormen van overlast kunnen we voorkomen, zoals bijvoorbeeld geluidsoverlast veroorzaakt door buren. Maar aan de andere vormen van geluid kunnen we wel degelijk eisen stellen. Voor het thema geluid verandert er veel in de Omgevingswet, via het ‘aanvullingsspoor geluid’. Wat de inwoners daarvan vooral merken is het voorkomen van ‘onbeheerste groei’ van geluid op bestaande

wegen. Ook is cumulatie van geluid straks beter geregeld. AANLEIDING Geluid kan feestelijk en nuttig zijn, maar geluid is ook vaak een bron van irritatie. Een te hoog geluidniveau in de leefomgeving is niet prettig. Het tast het woongenot van mensen aan. Teveel lawaai kan zelfs leiden tot gezondheidsklachten zoals slaapverstoring, hart- en vaatziekten en bijvoorbeeld een verminderd prestatievermogen bij kinderen. Een goede omgevingskwaliteit gaat overigens niet alleen om voldoende rust in het huis en in de buurt, maar ook om andere aspecten zoals aanwezigheid van groen en goede voorzieningen. Over het algemeen ondervinden mensen in een groene omgeving minder hinder van een hoger geluidniveau, dan wanneer de omgeving minder groen is. Als we het over omgevingskwaliteit hebben, gaat het dan ook vooral om het vinden van de goede balans tussen de verschillende omgevingsfactoren. Dat wil niet zeggen dat we geluidkwaliteit zomaar inwisselen voor andere kwaliteiten. Om geluidhinder te objectiveren wordt de term geluidbelasting gehanteerd. Geluidbelasting drukt de sterkte van het geluid uit in decibels. In de aanvullingswet geluid onder de Omgevingswet staan standaardwaarden en maximale grenswaarden voor de geluidbronnen verkeer, industrie, spoorwegen en luchtvaart. Er is veel ruimte tussen de standaardwaarde en de maximale grenswaarde.

De Omgevingswet legt sterk de nadruk op het begrip ‘decentraal, tenzij’. Dat betekent dat de gemeente veel ruimte krijgt voor lokaal maatwerk en eigen beleid kan maken in hoeverre we de ruimte tussen de standaardwaarde en maximale grenswaarde willen benutten.

Omgevingsvisie Best

81

AMBITIE Geluid waar het hoort! De mate waarin geluid tot overlast leidt, hangt ook af van de omgeving. Op een bedrijventerrein en in het centrum kan een hoger geluidniveau acceptabel zijn dan in een rustige woonwijk. We proberen om in alle gebieden van onze gemeente in elk geval een geluidniveau te realiseren dat niet te hoog is en past bij de omgeving. We streven naar minder geluidhinder of het voorkomen daarvan als dat kan, in relatie tot de groeiende behoefte aan woningbouwontwikkeling, werken, recreëren en mobiliteit. Raakvlakken met andere beleidsterreinen De link tussen geluid- en luchtkwaliteit en (duurzame) mobiliteit ligt voor de hand. Verkeer is een van de belangrijkste bronnen van geluid. Dus verkeersmaatregelen hebben een directe invloed op de geluid- en luchtkwaliteit in onze gemeente, maar ook de keuze die de inwoners zelf maken met welk vervoermiddel ze zich verplaatsen van A naar B. Het is belangrijk om in te zetten op bewustwording en gedragsverandering als het gaat om keuze in type mobiliteit om effect te bereiken op de geluid- en luchtkwaliteit in Best en omstreken. AANPAK Nieuwe situaties: Bij aanleg of wijziging van een weg, bij nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen langs een drukke (spoor)weg, nabij een industrieterrein of binnen de contouren van het vliegveld gebeurt onderzoek of maatregelen mogelijk en doelmatig zijn.

Dit zijn maatregelen aan de bron (zoals een ander wegdek, raildempers e.d.), in de overdracht (afscherming) of ter plekke van de woning De huidige aanpak staat in het ‘Hogere waarde’ beleid, het Zonebeheerplan en het Programma geluid 20182023. Bij hoge(re) geluidbelastingen is het belangrijk

82

Omgevingsvisie Best

dat iedere woning of appartement of een andere gevoelige bestemming voldoende gevelisolatie heeft. Ook zorgt een zo gunstig mogelijke indeling van de verblijfsruimten, in elk geval één geluidluwe zijde waaraan verblijfsruimte liggen en een geluidluwe buitenruimte voor een aangenaam geluidklimaat. Bij nieuwbouw of functiewijziging van gebouwen in de omgeving van het spoor, schrijven we maatregelen voor om hinder door spoortrillingen te voorkomen. Saneringssituaties: Dit zijn bestaande woningen die een geluidbelasting hebben van meer dan 65 dB, waarvoor de aanpak hetzelfde is als bij nieuwbouw. Monitoring: De nieuwe nieuwe geluidregels onder de Omgevingswet zijn een verbetering voor bestaande situaties. Deze nieuwe regels stellen als doel ‘het voorkomen van onbeheerste groei’, dus bescherming tegen autonome toename van geluid. Instrumenten daarvoor zijn de zogenaamde geluidproductieplafonds (GPP). Dit bestaat reeds bij voor spoor- en rijkswegen en komt er nu ook voor provinciale wegen. Voor gemeentelijke wegen wordt onder de nieuwe wet de basisgeluidemissie (BGE) ingesteld. Beide begrippen GPP en BGE geven de situatie weer van het heersende geluidniveau. Hierbij hoort een nalevingsplicht.

Als uit de monitoring van de GPP’s en de BGE’s blijkt dat het geluid is toegenomen met anderhalve decibel (komt overeen met 40% verkeerstoename), dan heeft het bevoegd gezag de plicht om geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen te overwegen. Het daadwerkelijk treffen van maatregelen blijft ook onder de Omgevingswet een keuze, na motivering. Het peiljaar waarmee de toekomstige geluidbelasting wordt vergeleken bij gemeentelijke wegen is het jaar van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Zonebeheer: Rond de bedrijventerreinen ’t Zand, Heide en Breeven ligt een geluidzone. Een geluidszone zorgt voor een ruimtelijke scheiding tussen industriële activiteiten op het bedrijventerrein en de woningen daarbuiten. Zo is bedrijvigheid mogelijk zonder aantasting van de leefkwaliteit van inwoners. Binnen de geluidzone zorgen we voor een verdeling van de beschikbare geluidruimte tussen de bedrijven op het industrieterrein. Acties: ■

We actualiseren het geluidbeleid en het Programma geluid en maken een beleidsnotitie trillingen.

■

Waar mogelijk en doelmatig passen we geluidreducerende maatregelen toe en/of schrijven maatregelen voor op woningniveau.

■

We werken de saneringslijst af en voorkomen nieuwe saneringssituaties.

■

We passen een algemeen aanvaarde methode toe om te berekenen of maatregelen aan de bron- of in de overdracht financieel doelmatig zijn.

■

We maken Basis Geluid Emissie kaarten ten behoeve van de monitoring.

■

We volgen de ontwikkelingen in de regio of men het lucht meetnet AiREAS gaat uitbreiden met een mogelijkheid om geluid te meten. Dit ter ondersteuning van de monitoring die gestoeld is op berekeningen.

Geluid van evenementen

AANLEIDING Evenementen zijn voor veel mensen een bron van ontspanning en vermaak. Ze leveren een positieve bijdrage aan het culturele en sociaal-maatschappelijke leven in de Bestse gemeenschap. Daarnaast zijn ze een bron van inkomsten en ze genereren werkgelegenheid. Ze vormen daarmee een onmisbare schakel in onze samenleving. Er zit echter ook een keerzijde aan. Evenementen brengen risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid en persoonlijk welbevinden. In eerste instantie is het de verantwoordelijkheid van de organisator om die zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast hebben politie, Veiligheidsregio en gemeentebestuur daarin ook een rol. Om evenementen goed te reguleren heeft het gemeentebestuur het ‘Evenementenbeleid gemeente Best 2019’ vastgesteld. Dit beleid bevat onder andere maximale geluidsnormen voor alle binnen- en buitenactiviteiten en regels over eindtijden. Voor het eerst staan hierin ook normen in dB(C). Hiermee stellen we grenzen aan het gebruik van lage tonen, die vaak zorgen voor overlast. Aquabest biedt ruimte voor grootschalige muziekevenementen. In de afgelopen tien jaar zagen we een flinke toename hiervan. Voor deze evenementen gelden afwijkende geluidsvoorschriften. In de ‘Regels geluid evenementen Aquabest 2020’ heeft het college die vastgelegd.

Geprobeerd is hierin een goed evenwicht te vinden tussen de strijdige belangen van organisatoren en festivalgangers enerzijds en de leefkwaliteit van omwonenden anderzijds. AMBITIE We vinden evenementen belangrijk. We accepteren de overlast die ze veroorzaken zolang die tenminste van tijdelijke aard is. Organisatoren voldoen aan de grenzen

Omgevingsvisie Best

83

die wij stellen en gebruiken hiervoor zoveel mogelijk de ‘best beschikbare technieken’. AANPAK In de APV zijn vijf evenemententerreinen aangewezen. Per locatie gelden maatwerkregels voor bijvoorbeeld geluid en maximale bezoekersaantallen. Evenementen met maximaal 250 bezoekers zijn onder voorwaarden vergunningsvrij. In het periodiek evenementenoverleg voeren we overleg met alle betrokken partijen over de grotere evenementen. We zetten vaker mobiele geluidmeters in om continue geluid te meten tijdens evenementen. TRENDS Er zijn steeds meer goede technieken beschikbaar om geluidemissie en -immissie beter te beheersen. Vooral bij grootschalige evenementen is het snel rendabel deze technieken in te zetten. Daarnaast zien we meer aandacht voor de gezondheidsschade die langdurige blootstelling aan geluid tijdens muziekevenementen kan veroorzaken. Dit sluit aan bij de groeiende aandacht voor gezondheid in het algemeen.

Bodem AANLEIDING Nederland is een dichtbevolkt land. De bodem wordt op uiteenlopende wijze benut en belast. Om deze uiteenlopende wijze van gebruik van onze bodem nu en in de toekomst mogelijk te maken wil Best wil zorgdragen voor het beschermen van de kwaliteit van de bodem en de ondergrond. Van oudsher is Best een vrij “schone” gemeente in termen van voorkomende bodemverontreiniging. Ons bodembeleid heeft zodoende met name in het teken gestaan van het handhaven van deze basiskwaliteit en het voorkomen van onnodige kosten en belemmeringen bij grondverzet.

84

Omgevingsvisie Best

Gemeenten krijgen met het inwerking treden van de Omgevingswet een aantal nieuwe taken en verantwoordelijkheden voor bodem. Best wil met de uitvoering hiervan borgen dat er sprake is van een balans tussen beschermen en benutten van de bodem. AMBITIE We zien de laatste jaren een forse toename van het gebruik en beheer van bodem en ondergrond. Aan de orde zijn meer onderhoud, verleggen, vervangen en aanleggen van energienetwerken, kabels en leidingen maar ook waterberging, vergroening, infiltratie en grote stedenbouwkundige ontwikkelingen. Met het alsmaar toenemende gebruik ontstaat de noodzaak om de ondergrond te ordenen, conflicten te beperken en zaken te beschermen. Onze ambitie voor de ondergrond is ‘meervoudig gebruik, door verschillende partijen, in balans met beschermen en benutten’. We gaan daarbij uit van de (natuurlijke) systeembenadering van de bodem, inclusief ondergrond en grondwater. Concreet betekent de inzet op de balans van beschermen en benutten: het tegengaan van verarming en verslechtering van de kwaliteit van de bodem en het grondwater, om zo te komen tot een verbetering op langere termijn. Belangrijke ondergrondthema’s zijn daarbij: opslag van warmte en energie, het leggen van kabels en leidingen, het duurzaam hergebruik van bouwstoffen, verdroging en klimaatadaptatie. AANPAK ■

Bodemkwaliteit borgen in het omgevingsplan

■

Invulling geven aan de nieuwe bevoegdheden onder de Omgevingswet

Passende maatregelen per gebied opnemen in de omgevingsplannen voor een goede grondwaterstand.

doelen gesteld in het Klimaatakkoord van Parijs. Dat vormt de basis voor het Nationale Klimaatakkoord van Nederland waar wij in Best ook aan zijn verbonden.

TRENDS Nieuwe bodemtaken: Met de Omgevingswet worden alle gemeenten bevoegd gezag voor de (chemische) kwaliteit van bodem en ondergrond. Bij de invoering van de Omgevingswet dragen provincies de taken en bevoegdheden over aan gemeenten.

AMBITIE Samen met de Metropool Regio Eindhoven willen we als eerste regio energieneutraal zijn. Daarvoor moeten we minder energie gebruiken en de rest op een duurzame manier opwekken, zoveel mogelijk binnen Best. Bij de energietransitie gaat het niet alleen om ruimtelijke aspecten (zoals het opwekken van duurzame energie), maar ook om sociale vraagstukken zoals betaalbaarheid van de energietransitie. Daarom is de energietransitie een van de belangrijkste opgaven waarvoor we de komende decennia staan.

■

Verbrede scoop van klassiek bodembeheer naar integraal bodembeheer: Als de Omgevingswet in werking treedt, krijgt de gemeente een centrale rol bij het bodembeheer. Gemeenten krijgen daarbij meer ruimte om in te spelen op de maatschappelijke opgaven en de ruimtelijke dimensie in de ondergrond. Via het omgevingsplan kan de gemeente over de kwaliteit en het systeem van bodem, grondwater en ondergrond hier regels voor opstellen. Daarbij kan voor het eerst rekening worden gehouden met de belangrijkste maatschappelijke opgaven die bij gemeenten samenkomen, denk aan energietransitie, landbouw, water, ruimtelijke ordening, circulaire economie, bodemdaling, gezond leefklimaat enzovoort.

Duurzaamheid/Energietransitie AANLEIDING Op dit moment is onze energievoorziening grotendeels fossiel, wat zorgt voor veel schadelijke CO2 uitstoot. De komende jaren zetten we daarom flinke stappen in de energietransitie om meer duurzame bronnen te gebruiken. Dat is nodig om de opwarming van de aarde en onherstelbare klimaatschade tegen te gaan. Daarom gebruiken we in 2050 alleen nog duurzame bronnen. Dat is een grote opgave, daarom zijn er met alle landen

Om te bereiken dat Best uiteindelijk energieneutraal is houden we ons aan de afspraken van het Nationale Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken dat we in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990. Dat betekent dat in 2030: ■

Minimaal 27% van onze energie duurzaam opgewekt wordt;

■

En we 20% minder aardgas gebruiken, door te besparen en duurzame bronnen te gebruiken.

AANPAK Vanuit het Nationale Klimaatakkoord is ook een tweetal trajecten gestart waarmee invulling wordt gegeven aan deze klimaatdoelen: ■

de Regionale Energie Strategie (RES): met de focus op energiebesparing en (grootschalige) opwek van duurzame energie, en

■

de Transitievisie Warmte (TVW): waar de focus ligt op aardgasreductie door minder warmte te

Omgevingsvisie Best

85

gebruiken en alternatieve warmtebronnen in te zetten. In de RES is de benodigde aanvullende opwek van duurzame energie als opgave voor Best concreet gemaakt tot 2030. Daarnaast hebben we in de Visie Duurzame Energie Buitengebied en bijbehorend afwegingskader gesteld waar en onder welke voorwaarden we in Best grootschalig duurzame energie op willen wekken in het buitengebied. Het uitgangspunt is dat tot 2030 voornamelijk zonnepanelen op daken worden gerealiseerd en een deel op velden in het buitengebied. In de RES 2.0, die in de loop van 2022 wordt opgesteld, is aandacht voor de opwekmogelijkheden na 2030. Op basis van de resultaten uit de RES 2.0 actualiseren we de omgevingsvisie. De Transitievisie Warmte wordt eind 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor warmte uit duurzame bronnen zoals de zon, water, lucht en bodem. Daarbij focussen we op zo’n min mogelijke belasting van het elektriciteitsnet en zo’n min mogelijke ruimtelijke impact. TRENDS Bij de energietransitie komt meer kijken dan de gevraagde energie duurzaam opwekken. Duurzame energie is er niet altijd en kan per moment van de dag of per seizoen verschillen. Daardoor is het aanbod niet altijd gelijk aan de vraag, of andersom. Dat heeft gevolgen voor de opwek van duurzame elektriciteit en hoe we onze warmtevraag in gaan vullen.

Door de warmtevraag elektrisch in te vullen wordt de druk op het elektriciteitsnet vergroot. Dit kan in de toekomst leiden tot piekbelasting van het elektriciteitsnet, waardoor niet alle energie meer (aan)geleverd kan worden. Opslag van duurzame energie is daarom belangrijk om dag en nacht, en zelfs seizoenen te

86

Omgevingsvisie Best

kunnen overbruggen. Daarom wordt de komende jaren hier flink op ingezet voor een stabiele en betrouwbare energievoorziening, zowel elektriciteit als warmte. Zo kunnen we energie opslaan als deze in overvloed is (zoals elektriciteit en warmte van de zon in de zomer), en gebruiken als we het nodig hebben (in de avond en de winter). KLIMAAT Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand. Deze verandert (opwarming van de aarde). De actuele thema’s voor Best zijn wateroverlast, hitte en droogte. Per thema maken we een keuze in het gewenste ambitieniveau. De ambitieniveaus betreffen basis, actief en pro-actief ■

Basis: De gemeente voldoet aan de minimumeisen die de regelgeving stelt.

■

Actief: De gemeente streeft naar een hoger kwaliteitsniveau als het basisniveau als het mogelijk is tegen redelijke kosten.

■

Pro-actief: De gemeente stelt bovenwettelijke doelen, maakt gebruik van nieuwe of innovatieve methoden en accepteert mogelijk hoge(re) kosten.

Het milieupaneel op de volgende pagina is een goede weergave van de ambitieniveaus per milieuaspect.

MILIEUPANEEL

Figuur 25 Voorbeeld van een ambitiepaneel

Omgevingsvisie Best

87

Gemeente Best Dorpsplein 2 5683 GA Best Telefoonnummer: 140499 www.gemeentebest.nl

88

Omgevingsvisie Best

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11103630/1