21091.3 - Omgevingsvisie Best 2040 - Dorp van formaat (aangepaste, definitieve versie)
Tekst van het document
Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat
Uitgave januari 2022
Colofon Deze omgevingsvisie is ontwikkeld in co-creatie tussen de gemeente Best en RUIMTEVOLK. Om te komen tot een gedragen ontwerp omgevingsvisie is er op meerdere momenten in het traject gesproken met inwoners en ketenpartners Januari 2022 Status: vastgesteld Kaartmateriaal en afbeeldingen (wanneer bron niet vermeld): RUIMTEVOLK Disclaimer Het (her)gebruiken van teksten uit deze publicatie is toegestaan onder voorwaarde van duidelijke vermelding van de volledige naam van de organisatie, auteurs en bron. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van deze verkenning de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend.
Inhoudsopgave Colofon2 Voorwoord
4
Leeswijzer
5
1.
Over de omgevingsvisie
8
2. 2.1 2.2
Best: van toen naar 2040 Van agrarische gemeenschap naar compleet dorp Blik op Best in 2040
14 14 24
3. 3.1 3.2 3.3
Kernopgaven Ruimte voor comfortabel wonen Versterken van de groene leefomgeving Accommoderen van een vitale en schone economie
29 29 33 37
4.
Ruimtelijke keuzes
42
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Gebiedsopgaven Station- en centrumgebied Woonwijken Buitengebied (incl bos- en heidegebieden) Bedrijventerreinen Best Zuidrand
52 54 56 58 60 62
6. 6.1 6.2 6.3 6.4
Uitvoering Samenwerken en sturen Van beleid naar uitvoering Participatie staat centraal Monitoring en evaluatie
66 66 69 72 73
Bijlage 1 - Achtergronddocumenten
74
Bijlage 2 - Beleidsinventarisatie
76
Bijlage 3 - Toelichting op het milieupaneel
78
Voorwoord In 2022 komt er een nieuwe Omgevingswet. Deze wet vereenvoudigt regelgeving op het gebied van een veilige en gezonde leefomgeving. Gemeenten moeten daartoe een toekomstvisie op de omgeving opstellen: de omgevingsvisie. Dit is de overkoepelende visie op de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De invoering van de Omgevingswet heeft ook gevolgen voor de andere domeinen waarvoor onze gemeente zorg draagt. In 2020 zijn we gestart met een intensief proces om te komen tot een omgevingsvisie. Het proces is opgedeeld in vier stappen: DROMEN, DENKEN, DURVEN, DOEN. Tijdens deze stappen is met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, alle ambtelijke afdelingen en natuurlijk ook de politiek nagedacht en samengewerkt. “Het belang van de omgevingsvisie schuilt voor mij in het, in samenspraak met de raad, bepalen van de waarde die de gemeente hecht aan een gezonde en duurzame leefomgeving.” Wethouder Marc van Schuppen “De omgevingsvisie maakt nog eens duidelijk wat de kwaliteiten zijn van Best: een goed bereikbare gemeente met uitstekende voorzieningen en zowel werk als natuur binnen handbereik!” Wethouder Stan van der Heijden “Gezondheid is gelukkig een van de belangen waarmee in de Omgevingswet rekening moet worden gehouden!” Wethouder Ria van der Hamsvoord “De omgevingsvisie komt tot stand SAMEN met de inwoners van Best.
Het laat zien welke keuzes waar gemaakt worden in het belang van onze inwoners” Burgemeester Hans Ubachs De omgevingswet is slechts een van de instrumenten om de leefomgeving voor en met onze inwoners vorm te geven. Het gesprek met de inwoners over hun leefomgeving, in alle facetten, moet leidend blijven. Wethouder Rik Dijkhoff
4
Omgevingsvisie Best
Leeswijzer Deze omgevingsvisie begint met een inleidend hoofdstuk (hoofdstuk 1) dat ingaat op de aanleiding, het doel en het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 beschrijven we de kwaliteiten en positie van Best in de regio en blikken we vooruit op het Best van 2040. In hoofdstuk 3 beschrijven we de drie kernopgaven waar de gemeente voor staat tot 2040 en die uit het proces naar voren zijn gekomen: ■ ■ ■
Kernopgave 1: ruimte voor comfortabel wonen Kernopgave 2: versterken van de groene leefomgeving Kernopgave 3: werken aan een vitale en schone economie
In hoofdstuk 4 zijn kernopgaven uitgewerkt in ruimtelijke keuzes. Hier bevindt zich ook de visiekaart van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 zijn de kernopgaven en keuzes samengebracht in gebiedsgerichte opgaven. Hier is op hoofdlijnen aangegeven wat ambities en uitgangspunten zijn voor het centrum- en stationsgebied, de woonwijken, het buitengebied, de werklocaties en Best Zuidrand. In het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 6) beschrijven we hoe we gaan werken aan de uitvoering van deze omgevingsvisie. Hierbij gaan we in op onze rol als gemeente, visie op samenwerking, participatie, het instrumentarium van de omgevingswet en monitoring en evaluatie. In de bijlage vindt u links naar de onderliggende documenten, met daarin een overzicht van het beleid, de dromen van inwoners en de trends en ontwikkelingen.
Omgevingsvisie Best
5
6
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 1
Over de omgevingsvisie
Omgevingsvisie Best
7
1.
Over de omgevingsvisie
Tal van ontwikkelingen zorgen ervoor dat Best aan het veranderen is. Denk aan nieuwe woningbouw om de groeiende vraag naar woningen op te vangen, de ontwikkeling van het stationsgebied, de transformatie van het centrum en de vele ontwikkelingen op gebied van mobiliteit en werken, zoals goed zichtbaar is op onze bedrijventerreinen en de Bestse wegen. En wat te denken van de energietransitie, die ervoor gaat zorgen dat woningen en kantoren moeten worden verduurzaamd en schone energie meer lokaal moet worden opgewekt. VISIE OP DE LEEFOMGEVING Nieuwe ontwikkelingen roepen vragen op, maar brengen ook kansen met zich mee. Om die te benutten en zoveel mogelijk zelf invulling te geven aan onze eigen gewenste leefomgeving heeft de gemeente samen met inwoners, ondernemers en haar maatschappelijke (keten)partners deze omgevingsvisie opgesteld. In deze omgevingsvisie hebben we gezamenlijk verschillende ontwikkelingen met impact op de fysieke leefomgeving naast elkaar gezet, in samenhang bekeken, onze gedeelde dromen en visie op de toekomst opgetekend en deze vertaald in een ruimtelijke koers voor onze gemeente.
De visie geeft daarmee richting en inhoud aan huidige en toekomstige samenwerking en initiatieven in de leefomgeving en volgt de huidige Structuurvisie Best 2030 uit 2011 met de partiële herziening Structuurvisie Groene Mantel met rode knopen (2014) en het Milieubeleidsplan uit 2012 op. De structuurvisie Buitengebied (2016) en het verkeers- en vervoersplan Best Mobiel blijven gelden. We geven in deze omgevingsvisie aan waar we als gemeente op inzetten en hoe we daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. De omgevingsvisie geeft richting en kader aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. Daarmee willen we initiatieven - van onze inwoners, van de markt of van onze
8
Omgevingsvisie Best
maatschappelijke partners - inspireren en vroegtijdig in goede banen leiden en om partijen te stimuleren een bijdrage te leveren aan de verschillende opgaven waarvoor we staan en de nieuwe samenwerkingen die we daarbij zoeken. DE OMGEVINGSVISIE EN DE OMGEVINGSWET De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor de gemeente, voortkomend uit de Omgevingswet. De omgevingswet treedt in 2022 in werking en is een nieuw stelsel van regelgeving met regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Dit stelsel bundelt de huidige zesentwintig wetten en ruim honderd regelingen over de fysieke leefomgeving tot één wet. Maar veel belangrijker nog: de wet biedt lokale overheden meer afwegingsruimte in regels en beleid en daarmee meer mogelijkheden om in overleg te gaan over plannen en initiatieven. De omgevingsvisie is de overkoepelende visie op de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, is integraal van opzet en verbindt de verschillende beleidsdomeinen (ruimte, economie en sociaal). De Omgevingswet daagt de gemeente uit gebiedsgericht na te denken over haar toekomst, de vormgeving van haar omgevingsbeleid en dienstverlening, én de manier waarop ze wil (samen)
werken met initiatiefnemers/inwoners, (keten) partners, bestuur, politiek en eigen organisatie. En in het verlengde daarvan over haar rol als beleidsmaker, vergunningverlener, toezichthouder en procesbegeleider. Als er meer afwegingsruimte komt in regels en beleid, wordt het steeds belangrijker om de juiste ambities te formuleren, kaders te stellen en het overleg daarover goed te organiseren. De omgevingsvisie is zodoende een eerste stap in dit veel uitgebreidere ‘implementatieproces’ van de Omgevingswet. Het gaat om een cultuurverandering en aanpassing van de werkprocessen. Niet alleen in Best, maar in heel Nederland wordt gewerkt aan nieuwe ruimtelijke opgaven. Het Rijk en de provincies hebben hiervoor ook Omgevingsvisies opgesteld. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) kent vier prioriteiten en 21 ‘Nationale Belangen’ waarmee het Rijk de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wil behouden en versterken. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, gezonde leefomgeving, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Wij onderschrijven deze ambities en als gemeente en regio willen we hier dan ook samen invulling aan geven.
VAN DROMEN NAAR DOEN: HET PROCES IN VIER STAPPEN Zoals gezegd is deze omgevingsvisie van ons allemaal. Juist daarom hebben we in het ontwikkelproces met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, alle ambtelijke afdelingen en natuurlijk ook de politiek nagedacht en samengewerkt. Dat deden we in de vorm van interactieve ateliers, enquêtes, straatgesprekken, interviews, consultatierondes en goede gesprekken.
Via een viertal fasen en tussenproducten hebben we stap voor stap de bouwstenen van de uiteindelijke omgevingsvisie verzameld en verwerkt: ■
Dromen: hoe ziet de fysieke leefomgeving van Best in 2040 er in onze dromen uit? In de eerste fase hebben we de dromen van inwoners, ondernemers, stakeholders en politici geïnventariseerd. We hebben daarin gezocht naar de gemene delers, inspirerende bijdragen, maar hebben ook gekeken daar waar wellicht tegenstellingen lagen. In deze fase hebben we ook bestaand beleid geanalyseerd en relevante trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen in kaart gebracht. Dit resulteerde in drie bouwstenen voor de tweede fase: het droombeeldendocument, de trends- en ontwikkelingen en de beleidsinventarisatie.
■
Denken: vervolgens hebben we de dromen, bestaand beleid en de trends met elkaar geconfronteerd. Hieruit hebben we drie integrale kernopgaven gedestilleerd en hebben we ambities opgesteld. Deze kernopgaven vormen de kapstok van de omgevingsvisie.
■
Durven: de derde fase stond in het teken van keuzes maken. De drie kernopgaven zijn vertaald naar ruimtelijke en gebiedsgerichte keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. Zij vormen samen de ruimtelijke strategie. De ruimtelijke keuzes zijn doorvertaald naar gebiedsopgaven.
■
Doen: in de vierde fase hebben we de uiteindelijke omgevingsvisie opgesteld. Een compacte en beeldende visie die naast een ruimtelijke strategie ook ingaat op de uitvoering, zowel de participatie, het instrumentarium en de rol van de gemeente.
Omgevingsvisie Best
9
Figuur 1 De stapsgewijze ontwikkeling van de omgevingsvisie samen van dromen naar doen.
SAMEN NADENKEN OVER DE LEEFOMGEVING VAN MORGEN De omgevingsvisie daagt ons als gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit zelf initiatief te nemen en samen te werken aan de leefomgeving van morgen. We hebben daarom met elkaar gezocht naar een verhaal en perspectief waarin partijen zich herkennen en aan willen werken. Dit hebben we stapsgewijs verkend en gebouwd door middel van een interactief traject waarin zowel inwoners, ondernemers, ketenpartners, ambtenaren en de politiek op gezette tijden konden participeren. Belangrijke momenten in het proces waren:
■
10
Ateliers: de interactieve werksessies met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties waren het zwaartepunt wat betreft participatie in het proces. In drie ateliers met bewoners hebben we ons zowel fysiek als online laten adviseren over de invulling van de visie. Er is met tientallen bewoners en professionals met veel enthousiasme gedroomd over de toekomst van Best en de opgaven en keuzes zijn in bijeenkomsten bijgesteld of aangescherpt.
Omgevingsvisie Best
Daarnaast hebben we stilgestaan bij de rolverdeling gemeente en samenleving. ■
Inwonerspanel: naast de interactieve participatie met een relatief kleine groep, hebben we er ook voor gekozen onze inwoners in de volle breedte te raadplegen via het inwonerspanel. Dit is een zo representatief mogelijke groep inwoners. Honderden mensen hebben op twee momenten gereageerd op vragen en stellingen, over hun dromen, prioriteiten en aandachtspunten wat betreft de toekomst van de gemeente.
■
Raads- en college sessies: gedurende het proces zijn raads- en collegeleden geïnformeerd en actief betrokken. In zowel beeldvormende als oordeelsvormende sessies zijn alle tussenproducten voorgelegd en bediscussieerd.
■
Interne werksessies: in elke fase van het proces hebben ambtenaren van alle relevante disciplines advies gegeven en meegeschreven aan de tussenproducten en uiteindelijke omgevingsvisie.
Figuur 2 Foto’s van het interactieve dromen atelier. (Foto: Gemeente Best).
■
Ketenpartners: omdat de keuzes die de gemeente maakt niet alleen gaan over Best, maar ook implicaties hebben voor de regio, provincie en partners als het waterschap en de GGD hebben we ook sessies georganiseerd voor onze ketenpartners. Zij hebben ons advies gegeven in de tweede en vierde fase van het proces.
Omgevingsvisie Best
11
12
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 2
Best: van toen naar 2040
Omgevingsvisie Best
13
2.
Best: van toen naar 2040
2.1
Van agrarische gemeenschap naar compleet dorp
Al duizenden jaren wordt er in Best gewoond en geleefd. Van de Kelten, tot de katholieke boeren en fabrieksarbeiders; hier in Best bouwden ze samen aan hun bestaan. De eeuwenoude langgevelboerderijen, en de Sint-Annakapel vormen nog steeds zichtbaar antieke buurtschappen. Het karakteristieke Aarle, Mosselaar, De Vleut, Naasten- en Verrenbest zijn dan ook bekende namen in het verder moderne Best. Oorspronkelijk is Best een agrarische gemeente, maar het landschap bleek met haar populieren ook een goede bodem voor de klompenindustrie. Het verleden heeft zijn sporen duidelijk nagelaten. Het heeft zich in de eeuwen daarna rondom de historische linten verder ontwikkeld. En tot op de dag van vandaag bepalen de vele historische linten, landschappen en gebouwen mede het karakter van het dorp. Met name in de naoorlogse jaren heeft Best een geweldige groeispurt doorgemaakt. Best is verworden tot een compleet dorp, voor inwoners, werknemers en recreanten. Het is hier ruim wonen met voorzieningen, werk en groen binnen handbereik. De gemeente is een schakel tussen ‘rode’ en ‘groene’ functies. Ondanks de snelle groei voelt Best nog steeds dorps; een geborgen en veilige gemeenschap van een kleine 30.000 inwoners. Hier is een rijk verenigingsleven, zijn veel sport-, recreatieve- en culturele voorzieningen, maar bovenal een goede bereikbaarheid. Dat maakt Best aantrekkelijk voor jong en oud.
Met een diversiteit aan woonmilieus en woningen is er voor elk wat wils. En ook voor wie wil genieten van vrije tijd heeft aan het gevarieerde buitengebied van Best een prachtige uitvalsbasis. Het halfopen landschap van bossen, heide, weilanden, vennen en stuifzanden is
14
Omgevingsvisie Best
aantrekkelijk voor fietsers en wandelaars. Kortom, binnen de metropoolregio en aan Het Groene Woud, in het hart van werk en vrije tijd, is het aangenaam wonen en leven. Door de ligging aan de A2 en A58 en met een station langs het spoortracé Eindhoven - ‘s-Hertogenbosch/ Tilburg is Best uitstekend verbonden met grote Brabantse steden en tussengelegen kernen. Dit wordt versterkt door een groeiend net van snelfietspaden. Niet alleen voor inwoners, maar ook voor bedrijven is Best dan ook een gunstige plek om zich te vestigen. Best speelt met haar maak- en hightechindustrie, grote logistieke sector en hoge aantal arbeidsplaatsen een belangrijke economische rol binnen de Brainportregio. Kortom, Best heeft zich in een eeuw tijd rap ontwikkeld van een agrarische gemeenschap naar een dorp van formaat.
Figuur 3 Inwonersgroei afgelopen 20 jaar. (Bron: CBS, 2019)
Figuur 4 Best in de metropoolregio Eindhoven (Bron: integrale strategie Ruimte (MRE, 2017)).
BEST IN DE METROPOOLREGIO Best maakt onderdeel uit van de stedelijke agglomeratie - het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) - bestaande uit 9 gemeenten. Andere samenwerkingsverbanden van belang zijn de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en de Brainportregio Eindhoven. In de verbanden wordt intensief samengewerkt op tal van regionale opgaven. Belangrijk zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Van Gogh Nationaal Park, de Regionale Energiestrategie, een concurrerende economie of de investeringen in wonen en bereikbaarheid. Opgaven als geluids- en luchtkwaliteit, voldoende passende woningen, klimaatadaptatie en de energietransitie zijn alleen oplosbaar met een gezamenlijke inzet. Regionale samenwerking is daarom randvoorwaardelijk voor de uitvoering van deze omgevingsvisie. Tegelijkertijd maakt deze visie duidelijk wat onze inzet en ambitie is in de regio.
Omgevingsvisie Best
15
1820
1850
1920
1960
1970
1980
1990
2019
Figuur 5 Bijna twee eeuwen aan ruimtelijke ontwikkeling in Best. (bron: topotijdreis.nl)
16
Omgevingsvisie Best
WAT ZIEN WE GEBEUREN? BESTSE TRENDS EN ONTWIKKELINGEN In het kader van de omgevingsvisie is er een analyse gemaakt van trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor de kwaliteit en inrichting van de huidige en toekomstige leefomgeving. Hieronder volgt een korte opsomming van relevante ontwikkelingen die op de achtergrond een rol hebben gespeeld bij het opstellen van de omgevingsvisie. Een link naar de volledige trendverkenning vindt u in de bijlage.
Gevoel van veiligheid neemt toe
Groei eenzaamheid en ouderdomsaandoeningen
Bevolkingsgroei
Nieuwe vervoersconcepten Toename verkeersbewegingen
Kleinere huishoudens Vergrijzing
Groei recreatie
(Im)migratie Zorg om toekomst landschap
Toename werkgelegenheid
Economische groei
Winkelcentra onder druk
Groeiende ongelijkheid
Verduurzaming mobiliteit
Verduurzaming landbouw
Natuur en biodiversiteit gaan achteruit
Van lineaire naar circulaire economie
Nieuwe eisen werklocaties
Digitalisering mobiliteit
Steeds extremer weer door klimaatverandering
Globalisering Energietransitie versnelt
Urgentie verduurzaming groeit
Digitalisering economie
Omgevingsvisie Best
17
DROMEN MET BESTENAREN Deze omgevingsvisie is gebouwd op de dromen van inwoners, ondernemers, professionals, gemeentebestuur en raad. Samen hebben we gedroomd over hoe we Best nog mooier kunnen maken, over wat we willen behouden voor de toekomst en hebben we vooruit gekeken naar welke kansen en uitdagingen we voor Best zien. Dat hebben we gedaan aan de hand van interactieve ateliers en enquêtes. ■
De groene gemeente Best
■
De duurzame gemeente Best
■
De woongemeente Best
■
De bereikbare gemeente Best
■
De inclusieve gemeente Best
■
De werkende gemeente Best
Figuur 6 De pagina’s van het droombeelden document.
18
Omgevingsvisie Best
WAT MAAKT DE GEMEENTE BEST UNIEK? Dat was de eerste vraag die de inwoners werd gesteld tijdens het droomatelier op 3 maart 2020. Het vaakst - naast de fijne woonomgeving - werd de goede bereikbaarheid van de gemeente en de uitstekende ligging ten opzichte van andere kernen in de regio genoemd. Met de gunstige ligging aan het spoor, de A58, A50 en uiteraard de A2 tussen Eindhoven en Den Bosch onderscheidt Best zich volgens bewoners met vergelijkbaar gemeenten binnen de wijde (metropool)regio. Ook waardeert de Bestenaar het groen; de bossen en het buitengebied, in combinatie met dorpse karakter. Inwoners vinden de schaal en maat van Best aantrekkelijk: niet te groot, maar ook niet te klein waardoor Best beschikt over een goed voorzieningenniveau. De mooiste plekken van de gemeente vindt men de bossen (van Het Groene Woud) en de parken zoals de Koetshuistuin. Minder waardeert men de stationsomgeving en de bedrijventerreinen, hier kan veel kwaliteit toegevoegd worden.
Figuur 7 Impressie van het droomatelier met inwoners van Best. (Foto’s: Gemeente Best)
Omgevingsvisie Best
19
Figuur 8 DNA kaart van Best.
20
Omgevingsvisie Best
HET DNA VAN BEST De gemeente Best bestaat van oorsprong uit meerdere buurtschappen met geheel eigen karakteristieken. De verschillende buurtschappen zoals de Vleut en Aarle zijn nog altijd herkenbaar aanwezig. De wijk Batadorp is gebouwd voor de medewerkers van de schoenenfabriek Bata. De oorspronkelijke bebouwing van Batadorp is aangemerkt als erfgoed. De lintbebouwing verbindt de buurtschappen. Het historische stratenpatroon is nog goed terug te vinden in de huidige structuur, met name in het buitengebied. Langs het historische stratenpatroon zijn kenmerkende monumenten te vinden die een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van Best zoals de oudste boerderij van Europa de Armenhoef en de Odulphuskerk. In het buitengebied van Best is een grote diversiteit aan groenstructuren te vinden, van heidegronden tot oude bossen. De heidegronden aan de oostzijde van Best zijn door de jaren heen beplant met bomen, toch zijn er op enkele plekken nog oude heidevennen te vinden. Een goed voorbeeld hiervan is de bosaanplant op de locatie van de Nieuwe Heide. In het buitengebied zijn op een aantal plekken nog restanten van essen en kampontginningen aanwezig zoals boswallen, houtsingels, hakhout en typische beplanting.
Omgevingsvisie Best
21
Figuur 9 Functionele Ruimte Kaart van Best
22
Omgevingsvisie Best
DE RUIMTELIJKE STRUCTUUR VAN BEST Best kent 10 wijken en vele buurten. In enkele wijken zijn winkel- en maatschappelijke voorzieningen aanwezig op buurtniveau. De Hoofdstraat in Best vormt het echte winkel- en horecacentrum van de gemeente. Hier zijn verschillende voorzieningen aanwezig. Best kent verschillende bedrijventerreinen aan de zuidrand van de gemeente. De A2 en de A58 verbinden Best met Eindhoven, Tilburg en ‘s-Hertogenbosch. In 1923 is het Wilhelminakanaal geopend, het kanaal verbindt Tilburg met de Maas, terwijl Eindhoven is verbonden via het aftakkende Beatrixkanaal. Het bosrijke buitengebied van Best is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, hier is een diversiteit aan fiets- en wandelpaden.
Omgevingsvisie Best
23
2.2
Blik op Best in 2040
De groei van inwoners, banen en verplaatsingen die zo’n prominente rol heeft gehad in de ontwikkeling van Best, zet naar verwachting ook de komende decennia door. Daarnaast zijn er tal van maatschappelijke ontwikkelingen zoals het groeiende belang van duurzaamheid en gezondheid die een grote impact zullen hebben op de fysieke leefomgeving. Dit biedt kansen voor gebieden, inwoners en ondernemers, maar vraagt ook om het maken van weloverwogen keuzes. Daarbij willen we aansluiten op het DNA van onze gemeente, de kernen en het landschap waarin we wonen, werken en leven. Wat is het volgende hoofdstuk in het verhaal van Best? Hoe kijken we als gemeenschap naar de toekomst? Uit gesprekken met de samenleving en onze maatschappelijke partners in kader van de omgevingsvisie kwam het volgende toekomstbeeld naar voren. Wie over twintig jaar vanuit Station Best het plein op wandelt ziet dat het aanzicht van de stationsomgeving en het centrum van Best veranderd is. De auto’s hebben plaatsgemaakt voor nieuwe woningen, gelegen in een groene omgeving. Om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar betaalbare en kleinere woningen zijn er rondom het station en in het centrum nieuwe woonmilieus met uiteenlopende woningtypen toegevoegd. Het centrum van Best is daardoor levendiger dan ooit tevoren. Door de combinatie van winkels, horeca, recreatie, werken en wonen voel je het bruisen.
De voorzieningen, dynamiek en nieuwe woonmilieus maakt het centrum aantrekkelijk, ook voor mensen uit de regio. Buiten de dorpskern liggen rustige en groene dorpse woonwijken waar Best nog steeds zo om geliefd is. Met de afronding van de wijken Aarlesche Erven en Steegsche Velden, aan de noordrand van Best vormt het dorp een ruimtelijk geheel. Deze laatste groenstedelijke wijken zijn ruim opgezet en goed verbonden met de dorpskern en het buitengebied. Ze zijn daardoor erg in trek met name bij gezinnen. Ook de bestaande woonwijken hebben door de jaren
24
Omgevingsvisie Best
heen een kwaliteitsimpuls gekregen. In de wijken hebben woningeigenaren, verhuurders en huurders de woningvoorraad aangepast aan de veranderende woonbehoefte. De woningen zijn duurzaam en de woonomgeving is groen en klimaatadaptief ingericht. Huurders en woningeigenaren profiteren van een gezamenlijke en coöperatieve opwek en opslag van duurzame energie en inkoop van kennis en materialen. Op lokaal niveau wordt vraag en aanbod op energiegebied zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Hier en daar zijn woningen of andere gebouwen getransformeerd en zijn er verouderde woningen door herstructurering vernieuwd of vervangen. Daarbij is extra ruimte gecreëerd voor nieuwe woningtypologieën en woonvormen. Het heeft de keuzevrijheid vergroot en de doorstroming binnen de gemeente bevorderd. De wijken hebben door de jaren heen hun karakter en identiteit behouden. In nagenoeg alle buurten wonen jong en oud, verschillende culturen en inkomensgroepen nog steeds naast elkaar. Best is daarmee altijd dat toegankelijke en inclusieve dorp gebleven. In de wijken zijn er voorzieningen en ontmoetingsplekken, zoals gezamenlijke
volks- of moestuinen of buurtaccommodaties. Het verenigingsleven bloeit nog steeds, ook omdat er volop ruimte is om bijeenkomsten en activiteiten te organiseren. Misschien wel de grootste kwaliteit van de Bestse wijken is de ruim opgezette groene leefomgeving. De belevings- en gebruikswaarde van de openbare ruimte is hoog. Er is volop ruimte om te spelen, bewegen en te ontmoeten. Flora en fauna hebben alle ruimte, omdat er ook in de bebouwde omgeving veel aandacht is voor biodiversiteit. De omgeving is bovendien klimaatadaptief ingericht dat het de inwoners bescherming biedt tegen hitte in de zomers en wateroverlast bij piekbuien. De auto heeft een minder prominente plek gekregen in de leefomgeving, zowel in de wijken, als in de hele gemeente en regio. Fietser en voetganger hebben volop de ruimte. Het openbaar vervoer is uitgebreid en de trein en bus rijden frequenter. Voor reizen binnen Europa nemen we de trein in plaats van het vliegtuig. Op het station en de mobiliteitshubs is het makkelijk overstappen van vervoermiddel, zowel voor auto als voor fietser. Dit maakt de grootstedelijke voorzieningen van Eindhoven en Den Bosch eenvoudig bereikbaar voor alle inwoners. Er is bovendien ruimte voor slimme mobiliteitsconcepten, zoals vraaggestuurd vervoer. Denk ook aan faciliteiten voor autonoom rijden en natuurlijk hoofdzakelijk elektrische en op waterstof rijdende auto’s.
diverse natuurrijke gebieden die goed toegankelijk zijn voor met name fietser en wandelaar. De paden zijn verbeterd. Geclusterd in het landschap wordt (met name zonne)energie opgewekt voor de lokale behoefte. Sommige boerenerven bieden plek aan een diversiteit aan functies, omdat boeren hun bedrijfsmodel hebben verbreed. Andere erven zijn getransformeerd naar erven waar men in moderne en duurzame woningen woont. Ook in 2040 werken in Best dagelijks nog duizenden mensen. Dat is niet alleen het gevolg van de gunstige ligging en goede bereikbaarheid van de werklocaties, maar ook omdat de (omgevings) kwaliteit van werklocaties van een hoog niveau is, en daardoor aantrekkelijk voor bedrijven en werknemers. De werklocaties zijn groen en bieden ruimte aan tal van functies en voorzieningen. Dat maakt het er prettig werken; in de pauzes wordt volop gewandeld of gesport of wordt er geluncht in een van de eetgelegenheden. Het groene en gezonde karakter oefent een aantrekkingskracht uit op schone en duurzame bedrijven. Vrijwel alle kantoren, productie- en opslaghallen zijn voorzien van duurzame energie. Verouderde delen en gebouwen van de werklocaties zijn door de jaren heen herontwikkeld of getransformeerd naar andere functies.
In het buitengebied wordt op een circulaire wijze geboerd en is er een goede balans gevonden tussen landbouw, natuurwaarden en gezondheid. Hier en daar zijn hagen en bossages teruggeplant, waardoor oude structuren weer herkenbaar zijn geworden en de biodiversiteit is toegenomen. Ook wordt er in het gebied meer water vastgehouden. Zo gaat ook het buitengebied goed om met de steeds extremere weersomstandigheden. De randen van De Mortelen, De Scheeken en de Nieuwe Heide zijn
Omgevingsvisie Best
25
26
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 3
Kernopgaven
Omgevingsvisie Best
27
Figuur 10 Ruimtelijke vertaling van de kernopgave: ‘Ruimte voor comfortabel wonen’.
28
Omgevingsvisie Best
3.
Kernopgaven
Uit het in het vorige hoofdstuk geformuleerde beeld van Best in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente af komen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities.
3.1
Ruimte voor comfortabel wonen
OPGAVE Best is een aantrekkelijke gemeente om te wonen. De behoefte aan woningen is dan ook groot. Sinds 1995 is het aantal inwoners met bijna een derde gegroeid. Best wordt gewaardeerd vanwege de ruime en groene woonomgeving, goede bereikbaarheid en centrale ligging met aan de ene kant het industriële, hightech hart van Zuidoost Brabant en aan de andere kant het Brabantse landschap. Best heeft daarom veel kwaliteiten, een uniek dorp binnen de metropoolregio. Een dorp waar mensen elkaar, ondanks de groei door de jaren heen, nog kennen en groeten. Om deze kwaliteit van Best als comfortabele woongemeente te behouden of zelfs te verbeteren, staan we voor een aantal uitdagingen. Veel Bestenaren willen bij verhuisplannen graag in hun eigen dorp of wijk blijven wonen. Ook van buiten de gemeente is veel vraag naar wonen in onze gemeente. De druk op de regionale woningmarkt, en daarmee die van Best, is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Met name voor starters, lage- en middeninkomens en ouderen is het moeilijk om een passende en betaalbare woning te huren of kopen. Volgens de prognoses zal deze vraag ook op de lange termijn aanhouden. Daarmee neemt de verstedelijkingsdruk op Best toe. De opgave is om deze druk te accommoderen op een manier die bij Best past en haar kwaliteiten versterkt. Hierbij is
ook de regionale bereikbaarheid - waar Best zo om gewaardeerd wordt - randvoorwaardelijk. Wonen en goede bereikbaarheid gaan hand in hand. Bij de transitie naar duurzame en gezonde mobiliteit spelen fiets en OV een steeds grotere rol; de zogenaamde ‘mobiliteitstransitie’. Tegelijkertijd is de kwalitatieve woonbehoefte aan verandering onderhevig. Tot 2040 verandert de Bestse bevolking; naar verwachting is dan zo’n 30% van de inwoners ouder dan 65, neemt het aandeel kleine (met name eenpersoons-) huishoudens sterk toe en wordt de bevolking internationaler. Dit zorgt naar verwachting onder andere voor een toenemende vraag naar ook kleinere woonruimte. Daar zullen nieuwe woningen voor gebouwd moeten worden. Maar aangezien zo’n vier van de vijf woningen binnen de huidige woningvoorraad bestaat uit ruime grondgebonden woningen, ligt er ook een transformatieopgave in de wijken. Daar komt bij dat er door de vergrijzing en extramuralisering meer vraag is naar woningen die voldoende aanpasbaar zijn voor alleenstaanden en bewoners met een zorgvraag. Naast demografische ontwikkelingen zijn ook opgaven als klimaatadaptatie en verduurzaming van de woningen van grote invloed op het toekomstperspectief van de woningen en
Omgevingsvisie Best
29
woonomgeving. Zo is een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord om de bestaande wijken tot 2050 van het gas af te halen en krijgen de gebouwde omgeving door klimaatverandering met meer piekbuien en droogte te maken. Het zijn opgaven met grote ruimtelijke impact. Een veilige en gezonde inrichting van de fysieke leefomgeving is in een sterk verstedelijkte regio een thema van groeiend belang. Slim omgevingsbeleid kan bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners. Hierbij hanteren we een aantal kernwaarden als basis voor de ‘veilige fysieke leefomgeving’. Het zijn (ontwerp)principes of de kaders waarmee de fysieke leefomgeving zo veilig mogelijk kan worden ingericht. Daarnaast minimaliseren we de gezondheidsrisico’s en stimuleren wij gezond gedrag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan lucht- en geluidskwaliteit, geur en bodemkwaliteit. Met minimaliseren bedoelen we het huidige gezondheidsniveau behouden en waar mogelijk verbeteren. We hanteren hierbij een doelmatigheidsafweging waarbij we de kosten van de maatregelen afwegen tegen de baten. Maar ook de typering van een gebied kan een rol spelen bij de te maken keuzes. Gezondheidskansen optimaliseren we door inwoners met de inrichting van de openbare ruimte te verleiden en stimuleren tot gezond gedrag. Dit betekent meer ruimte voor ontmoeten, bewegen, sport en spel. Deze opgaven stellen ook nieuwe eisen aan de aanwezige voorzieningen.
Zo heeft Best een rijk verenigingsleven en goede sportaccommodaties, maar loopt het sporten in georganiseerd verband terug. Dit en andere maatschappelijke veranderingen en de vergrijzing maakt dat we moeten werken aan onze faciliteiten, toegankelijkheid en het behouden van de leefbaarheid in onze wijken. De leefbaarheid in onze wijken is een belangrijke pijler welke in deze brede opgave centraal staat. De ene wijk behoeft meer aandacht voor het behouden van de
30
Omgevingsvisie Best
leefbaarheid als de andere wijk. We leveren maatwerk waar nodig en werken samen met maatschappelijke (welzijns)organisaties (Bestwijzer). We doen dit door te werken met mensen uit de wijk. Parallel hieraan wordt gewerkt aan het integraal aanpakken van diverse problemen waar de mensen (individueel) mee worstelen. Comfortabel wonen gaat zodoende over veel meer dan een woning. Het reikt verder dan het bouwen van nieuwe woningen. Het is een brede opgave die direct raakt aan andere opgaven en die in toenemende mate vragen om investeringen in de bestaande woningvoorraad en woonomgeving. ONZE AMBITIES VOOR 2040 ■
Best ontwikkelt zich verder als comfortabele woongemeente, met een diversiteit aan woningen en woonmilieus: ■ ■ ■
■
■
Versterken bestaande groenstedelijke woonmilieus Hoogwaardige dorpsuitbreiding aan de noordrand Creëren van aantrekkelijke stedelijke woonmilieus in de stationsomgeving en het centrumgebied Ruimte bieden voor landelijke wonen in het buitengebied
Alle wijken en kernen hebben een gezond en veilig leefklimaat. Een gezonde leefstijl wordt gefaciliteerd en gestimuleerd. Het is voor elke inwoners mogelijk om dicht bij huis te sporten, bewegen en elkaar te ontmoeten. Gezondheidsrisico’s in de leefomgeving worden zoveel mogelijk geminimaliseerd. Een fysiek veilig leefklimaat wordt bereikt door minimaal de volgende kernwaarden te hanteren:
Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid Bouwwerken en omgeving bieden bescherming ■ Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten ■ De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk. ■ Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen ■ Voorzieningen in de zorg zijn toegankelijk voor en afgestemd op inwoners en bezoekers. De uitwerking van deze kernwaarden is terug te vinden in de bijlage “Kansen voor een veilige fysieke leefomgeving”.
klimaat en dragen positief bij aan de energietransitie en circulaire economie.
■ ■
■
We leveren maatwerk in onze wijken om de leefbaarheid te behouden of waar nodig te verhogen en werken hierbij samen met inwoners en maatschappelijke organisaties.
■
Best blijft een inclusieve gemeente. Ons woningaanbod in alle wijken is evenwichtig en toekomstbestendig en biedt voor elk wat wils.
■
De Bestse woningvoorraad onderscheidt zich door een goede prijs-kwaliteitverhouding, een kwalitatief hoogwaardige en groene woonomgeving en goede basisvoorzieningen. Inwoners kunnen elkaar ontmoeten en de dagelijkse boodschappen zijn bereikbaar op loop- of fietsafstand.
■
Best laat woningbouwontwikkeling hand in hand gaan met het investeren in een duurzame bereikbaarheid.
■
De woningvoorraad en fysieke leefomgeving zijn duurzaam, aangepast aan het veranderende
■
Best zet in op herontwikkeling en transformatie van bestaand stedelijk gebied en het buitengebied.
■
Cultuur, ontmoeting, activiteiten en evenementen worden ruimtelijk zoveel mogelijk op wijkniveau geaccommodeerd.
Omgevingsvisie Best
31
Figuur 11 Ruimtelijke vertaling van de kernopgave; ‘Versterken van de groene leefomgeving’.
32
Omgevingsvisie Best
3.2
Versterken van de groene leefomgeving
OPGAVE Het groen in onze leefomgeving is van groot belang voor de inwoners en voor het vestigingsklimaat van de regio en van Best. Er liggen kansen dit verder te versterken. Allereerst door het verzilveren van onze ligging. Best bevindt zich op het scharnierpunt van stad en land, in het hart van werk en vrije tijd. We zijn een uitstekende uitvalsbasis voor wandel- en fietstochten in het halfopen landschap van bossen, heide, weilanden en vennen. Vanuit onze wijken loop of fiets je in drie windrichtingen eenvoudig ons landschap in. We zetten in op het behouden en versterken van deze verbindingen. Naast de groene leefomgeving gaat het over het (cultuurhistorisch) landschap met waardevolle structuren, lijnen en elementen. Hierin spelen ook de aardkundige waarden een rol. De historische als ook de hedendaagse cultuur zijn een belangrijk onderdeel van identiteitsvorming en binding met de gemeente. Zowel in de kern zelf, als in het buitengebied zien we een uitdaging in het versterken van de aantrekkelijkheid en het groene karakter. De inrichting van de openbare ruimte in de wijken past niet overal meer bij de eisen en wensen van deze tijd. Er ligt een opgave om de gebruiks- en belevingswaarde van het groen in de wijken te verbeteren, zodat mensen nog meer kunnen genieten van hun woonomgeving en gefaciliteerd worden in het vormgeven aan een gezond en gelukkig leven.
Bovendien vraagt klimaatverandering om een aanpassing van de inrichting van de openbare ruimte. Best krijgt in de toekomst vaker te maken met extremer weer: hitte, droogte en heftige buien. Met name in het stedelijk gebied en op de bedrijventerreinen zorgen verharde oppervlaktes voor kwetsbaarheid voor overstromingen en hitte. Hitte raakt de gezondheid
van kwetsbare mensen, zoals ouderen en jonge kinderen. Er is ruimte nodig om water te kunnen bergen en te vergroenen. Op dit moment heeft Best een robuust water-rioleringssysteem, maar om dit zo te houden zijn er aanpassingen op het gebied van klimaatadaptatie. Ook voor het buitengebied geldt dat droogte en hevige neerslag gevolgen heeft, voor zowel de landbouw als natuur. Met name verdroging van de hoge zandgronden en de vegetatie en het nat houden van de leembossen in het noorden van Best is een uitdaging. Ook infiltratie - het zakken van hemelwater naar grondwater - is hier een aandachtspunt. In het buitengebied spelen ook ecologische opgaven en de transitie van de landbouw. Door uiteenlopende ontwikkelingen zoals schaalvergroting en specialisatie is het karakter van de landbouw veranderd. Dit heeft onder andere de biodiversiteit aangetast. In de afgelopen decennia is met name de populatie van kwetsbare soorten in Nederland afgenomen. In het agrarisch gebied is deze zelfs sinds 1990 gehalveerd (CBS). De gezondheid van de bodem is hierbij een essentieel onderdeel. Daarbij neemt door bevolkingsgroei en aantrekkingskracht van het hoogwaardige groen de recreatiedruk verder toe. Dit terwijl het buitengebied ook een belangrijke natuurwaarde heeft.
In Best geldt dit met name voor de diverse (deel)gebieden van Het Groene Woud - denk aan beekbegeleidende-, dennen-, eiken en beukenbossen en halfopen landschap met houtsingels - en drogere natuur zoals Aarlese en Nieuwe Heide. Deze zijn onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkeling van beide functies in een gebied kan elkaar bijten. Om te voorkomen dat de druk op het groen overal toeneemt zijn hier nieuwe afwegingen en keuzes nodig.
Omgevingsvisie Best
33
34
Omgevingsvisie Best
Het erfgoed van de gemeente Best is zeer gevarieerd en omvat verschillende tijdsperiodes en karakteristieken, van de grafheuvels, de oudste boerderij van Europa tot beschermd dorpsgezicht Batadorp, de Rietveldbungalow en meer. Het Groene Woud, wederopbouwgebied de Scheeken, de historische stratenpatronen en oude boerderijen geven een kijkje terug in de tijd, terwijl de dynamiek en gezelligheid van Aquabest en de kermis Best juist aantrekkelijk maken voor ander vertier. Tot op de dag van vandaag komen daar ook nieuwe identiteitsdragers bij. Denk aan oudere en nieuwe evenementen in het dorp en op andere evenementenlocaties. Het is goed voor de sociale cohesie en de aantrekkelijkheid van het leefklimaat. Hier op een gebalanceerde en hoogwaardige manier invulling aan geven is een uitdaging voor de toekomst. Kortom, het versterken van de aantrekkelijkheid van groen, cultuur en het landschap is zowel een opgave, als een kans voor de toekomstige ontwikkeling van vrijetijdsgemeente Best. ONZE AMBITIES VOOR 2040 ■
Best is een groene en aantrekkelijke gemeente voor zowel inwoners als bezoekers. Zowel de gebruikswaarde, belevingswaarde en ecologische waarde van het groen in de wijken en het buitengebied is verder versterkt. Dit draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid van inwoners en bezoekers.
■
De gebruiks- en belevingswaarde van het groen is hoog; onder andere door een uitgebreid en slim recreatief netwerk.
■
Best is een klimaatadaptieve gemeente waar de leefbaarheid ondanks de extremere weersomstandigheden op peil is gebleven
door slimme en klimaatbestendige ingrepen in stedelijk gebied en het buitengebied. ■
Best heeft een sterke, gezonde en onderling verbonden hoofdgroenstructuur, met een sterke ecologische groeninrichting en waar inwoners kunnen ontspannen, ontmoeten, spelen en sporten. En waarin volop ruimte is voor initiatief van inwoners.
■
We dragen zorg voor onze monumentale en waardevolle bebouwing (zoals de oude linten en Batadorp) en landschappen (zoals De Scheeken en De Vleut).
■
Best wordt gewaardeerd om haar culturele voorzieningen en kleine en grote evenementen. We dragen dan ook zorg voor onze rijke cultuurhistorie.
■
De natuur in het dorp en in het buitengebied is van hoge kwaliteit en met veel biodiversiteit.
■
In het buitengebied is een goede balans tussen landbouw en het natuurlijke systeem en is ingezet op een “natuurinclusief” landbouw- en voedselsysteem.
■
Circulariteit is in Best een belangrijk uitgangspunt, waarbij het gebruik van het in het cultuurlandschap van Best verweven peppelhout wordt gestimuleerd.
■
Groei en ontwikkeling zijn in balans met de randvoorwaarden voor een gezonde en prettige fysieke leefomgeving.
Omgevingsvisie Best
35
Figuur 12 Ruimtelijke vertaling van de kernopgave: ‘Bouwen aan een vitale en schone economie’.
36
Omgevingsvisie Best
3.3
Accommoderen van een vitale en schone economie
OPGAVE De economie van de Brainportregio ontwikkelt zich in rap tempo. Een deel van die groei heeft de afgelopen decennia haar ruimtebeslag gehad in Best. Best is een gemeente waar veel wordt gewerkt. Het aantal arbeidsplaatsen in Best is groter dan de beroepsbevolking. Belangrijke sectoren zijn de high tech- en maakindustrie, de voedingssector, handel en de vrijetijdseconomie, grotendeels aanwezig op de drie grote bedrijventerreinen (‘t Zand, Breeven, en Heide) en in het centrum. Het zijn locaties die goed ontsloten zijn via de snelwegen (A2 en A58), het treinstation en Eindhoven Airport, op nog geen kwartier rijden. Zo is Best een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijvigheid. Tegelijkertijd is de economie in rap tempo aan het veranderen en zal ook Best actief aan de slag moeten met de transitie naar een schone economie. Volgens de prognoses zet de de regionale groei van en vraag naar werklocaties door. Toch is deze groei niet dezelfde als die af afgelopen decennia. Door automatisering en de snelle ontwikkeling van met name de kennisintensieve industrie, groeit de vraag naar meer stedelijke en specialistische werkmilieus. Ook is het aantal banen in het afgelopen decennium gedaald en staan de aantrekkelijkheid van de verschillende werklocaties onder druk.
We voelen ons uitgedaagd om in te spelen op een breed palet van economische en maatschappelijke transities en op de veranderende vraag. We zien economische en ruimtelijke kansen om ruimte te bieden voor een vitale en schone economie. Het grootste deel van de bovengenoemde dynamiek zal de komende jaren plaatsvinden op bestaande locaties. Met alle ontwikkelingen in de economie en energie-, circulaire en klimaatopgaven, ligt er een uitdaging op het gebied van verduurzaming
en het toekomstbestendig houden en maken van de werklocaties. Zowel in het vastgoed als in de openbare ruimte. Bedrijventerreinen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de energietransitie door te voorzien in duurzame energie met restwarmte of zonnepanelen op grote daken. De kwaliteit van werklocaties is belangrijk voor het vestigingsklimaat, maar ook voor de lokale ondernemers en werknemers. Hetzelfde geldt voor het voorzieningencentrum van Best. De behoefte aan goederen en diensten verandert snel, onder andere door de digitalisering. Het zorgt ervoor dat met name de detailhandel verder onder druk komt te staan. Het levendig en vitaal houden van het centrum, maar ook van de buurtvoorzieningen is essentieel voor onze ondernemers en de leefbaarheid van Best. Het zijn belangrijke ontmoetingsplekken en vormen zo een gemeenschappelijk fundament. Er liggen kansen om door middel van slimme functiecombinatie onze centrumgebieden vitaal te houden. Vanuit huishoudens en bedrijven ligt er bijvoorbeeld de vraag om woon- en werkruimte dicht bij voorzieningen en het OV station te realiseren. Een goede bereikbaarheid is voor al deze gewenste ontwikkelingen randvoorwaardelijk; voor veel mensen een reden om in Best te wonen of werken. De bereikbaarheid is nu relatief goed, maar staat onder druk.
Deze groei van het aantal huishoudens en economische activiteit zorgt in toenemende mate voor drukke wegen, met negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid maar ook voor de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan de luchtkwaliteit of geluidshinder. Met het oog op efficiënt ruimtegebruik, duurzaamheid en gezondheid ligt er een belangrijke opgave om een ‘mobiliteitstransitie’ te bewerkstelligen; van auto naar fiets en hoogwaardig openbaar vervoer. Ook nieuwe, slimme
Omgevingsvisie Best
37
mobiliteitsconcepten kunnen hier een uitkomst bieden. Daarmee vormt de mobiliteitstransitie ook een belangrijke basis voor een schone Bestse economie. Investeren in duurzame mobiliteit is ook nodig om de CO2 uitstoot van onze gemeente omlaag te brengen. Mobiliteit is namelijk, samen met de industrie en gebouwde omgeving, verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de CO2-uitstoot van Best. Hoewel de afgelopen jaren de stijging van de uitstoot tot een halt is geroepen, ligt de opgave voor om te komen tot een sterke daling. Om de verandering van het klimaat zo veel als mogelijk te beperken zal Best tot 2050 sterk moeten verduurzamen. De komende 30 jaar zal die met 95% moeten worden gereduceerd. De noodzakelijke energietransitie gaat gepaard met het in grote schaal besparen, opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie. Hoewel dit nu al op enkele plekken gebeurt, is dit nog onvoldoende. Natuurwaarden, laagvliegroutes en de afstand tot het bebouwd gebied maken dat de ruimte hiervoor echter wel beperkt is. De komende decennia moeten we slim zoeken naar ruimte in het landschap en een transformatie van de bebouwde omgeving. De Bestse werklocaties spelen hierin een cruciale rol. Een schone economie is daarom bij uitstek een ruimtelijke opgave, die vraagt om slimme ruimtelijke oplossingen. Dat geldt ook voor de meer traditionele thema’s als milieu en afval.
De ontwikkeling naar een circulaire economie - waarbij afval weer wordt hergebruikt als grondstof - en de beperking van milieuoverlast en vervuiling. ONZE AMBITIES VOOR 2040 ■
38
Best draagt met een vitale en schone economie bij aan een duurzame economische ontwikkeling van de Brainportregio.
Omgevingsvisie Best
■
Best is een duurzame gemeente en levert in regionaal verband een volwaardige bijdrage aan de 95% broeikasgasreductie in 2050 ten opzichte van 1990 - met als tussendoel 49% broeikasgasreductie in 2030.
■
In 2030 is Best afvalloos, dat betekent dat we inzetten op het beperken, scheiden en hergebruik van afval.
■
In 2050 zijn alle producten en diensten van de gemeente Best circulair
■
In 2030 is de luchtkwaliteit verbeterd. Door samen te werken op landelijke en regionale schaal hebben we minimaal 50% gezondheidswinst behaald ten opzichte van 2016.
■
Energie wordt voor een groot deel duurzaam opgewekt, zowel collectief als op het niveau van het gebouw. In Best is de benodigde energie infrastructuur op een kwalitatieve manier ingepast in de fysieke leefomgeving.
■
De Bestse werklocaties zijn aantrekkelijk en duurzaam en voldoen aan de kwalitatieve eisen van de tijd. Daarbij wordt minimaal voldaan aan de gestelde grenswaarden voor milieubelasting op het gebied van veiligheid, geur, water, lucht, geluid, trillingen en bodem.
■
De Bestse woonwijken zijn duurzaam, de woningen hebben een hoge energetische waarde en zijn uiterlijk in 2050 van het gas af.
■
In 2030 is de geluidskwaliteit bij woningen door (spoor)verkeer en industrie hetzelfde als in 2016 en waar mogelijk en doelmatig of verplicht, is deze verbeterd.
■
We streven ernaar om in 2030 minimaal 30% geluidreductie van vliegverkeer (burgerluchtvaart) te realiseren.
■
Best is duurzaam en multimodaal bereikbaar, zowel in de gemeente als van en naar de regio en daarbuiten.
■
Best beschikt over een sterk dorpscentrum met een breed palet aan voorzieningen en functies.
■
In Best hebben we verschillende voorzieningenharten met zorg, onderwijs en sportvoorzieningen, maar ook mogelijkheden voor dagelijkse boodschappen.
Omgevingsvisie Best
39
40
Omgevingsvisie Best
Hoofdstuk 4
Ruimtelijke keuzes
Omgevingsvisie Best
41
4.
Ruimtelijke keuzes
Op basis van het toekomstbeeld en de kernopgaven is een integraal ontwikkelperspectief voor de fysieke leefomgeving opgesteld waarin we 10 ruimtelijke keuzes voor de fysieke leefomgeving onderscheiden. 1. GEZONDE, DUURZAME EN VITALE WIJKEN De komende jaren investeren we samen met inwoners en onze partners in onze groenstedelijke wijken. Ons doel is om de wijken groener, duurzamer en gezonder te maken. We creëren een aantrekkelijke leefomgeving met voor iedereen voldoende mogelijkheden om te bewegen, plekken om te spelen, sporten en om elkaar te ontmoeten. Woonwijken, waar mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, ook al hebben ze een zorgbehoefte. De leefomgeving richten we klimaatadaptief in, zodat wateroverlast, droogte en hittestress zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook houden we rekening met de kernwaarden om de fysieke leefomgeving veilig in te richten. Zie bijlage ‘Kansen voor een veilige fysieke leefomgeving’.
We houden dagelijkse en maatschappelijke voorzieningen (detailhandel en bedrijvigheid) zoveel mogelijk geclusterd in de wijken. Deze wijkcentra spelen ook een belangrijke rol in ontmoeting en het flexibel en multifunctioneel gebruiken van publieke voorzieningen. Dat betekent dat we Heivelden en Wilhelminaplein als clusters handhaven en in Aarlesche Erven een nieuwe wijkvoorziening voor dagelijkse boodschappen toevoegen. Ook toekomstige voorzieningen, zoals pick-up-points van internetwinkels, kunnen zich hier vestigen. We bieden ruimte aan aan huis verbonden beroepen en bedrijvigheid aan huis, zoals beschreven in de detailhandelsvisie.
Samen met inwoners, verhuurders, vastgoedeigenaren en energiepartijen werken we aan de verduurzaming en aardgasvrij maken van de woningvoorraad. Dat betekent dat we de energetische kwaliteit van de woningen verbeteren en samen zoeken op welke manier we restwarmte optimaal kunnen benutten en duurzame energie op een individuele en collectieve manier kunnen opwekken. Indien nodig of gewenst kijken we of herstructurering, transformatie of inbreiding mogelijkheden biedt om de woonwijken te versterken. Speciale aandacht hebben we voor het realiseren van nieuwe woonvormen en typologieën. Denk hierbij aan kleine studio’s voor starters en kleine huishoudens, levensloopgeschikte woningen voor bijvoorbeeld senioren, flexibele woonvormen en innovatieve woonzorgconcepten.
Gezonde en vitale wijken vinden we belangrijk. We monitoren het geluidsniveau. Dit heeft het doel om onbeheerste toename van geluid te voorkomen. Zo mogelijk verminderen we het aantal plekken waar het geluidsniveau te hoog is, en voorkomen we nieuwe geluidsbelaste situaties in de toekomst. Wanneer dit onvermijdelijk is, schrijven we maatregelen voor bij de woningen om zo toch een goede geluidskwaliteit te bereiken in en bij de woning of andere geluidgevoelige bestemming. Hetzelfde doen we om overlast van trillingen te voorkomen. We beschermen kwetsbare groepen mensen tegen luchtverontreinigende stoffen en risicobronnen. Daarom weren we nieuwe bestemmingen voor kinderdagverblijven, scholen, bejaarden- of verzorgingstehuizen dichtbij drukke (snel)wegen, spoorlijnen en risicovolle bedrijven. Als op
42
Omgevingsvisie Best
termijn wordt voldaan aan de WHO-advieswaarden op de toetspunten langs de weg, vervalt dit. We gaan in alle wijken randvoorwaarden creëren voor deze kwaliteitsslag onder andere door middel van een gebiedsgerichte aanpak en planjuridische ruimte. We gaan hier samen met inwoners en andere belanghebbenden gebiedsgericht mee aan de slag en ontwikkelen daarvoor wijkvisies en wijkprogramma’s.
Bijzondere aandacht krijgt de kwaliteit van de openbare ruimte. Veel ruimte is er voor verblijven en ontmoeten. Ook in het dorpscentrum hebben we ambitie om de leefomgeving groen en klimaatadaptief in te richten, om zo het centrum ook goed toegankelijk te houden bij extreme weersomstandigheden. Hetzelfde geldt voor gezondheid: we hebben extra aandacht voor het beperken of wegnemen van hinder (geluid, licht) en luchtkwaliteit.
2. EEN MULTIFUNCTIONEEL EN BRUISEND DORPSHART
3. HOOGWAARDIGE GROENSTEDELIJKE DORPSUITBREIDING
In het centrum voorzien we een overgang van centrum voor boodschappen, naar een centrum voor winkelen, wonen, werken, beleven en ontmoeten; ‘van een place to buy, naar een place to be’. Een meer gemengd gebied, waar door de dag heen activiteiten zijn, maakt dat de leefbaarheid erop vooruit gaat en de voorzieningen en winkels in het gebied meer economisch draagvlak hebben.
Naar aanleiding van de woningbouwopgave in het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn er regionaal afspraken gemaakt over het versneld bouwen van woningen. Een deel van deze extra woningbouwopgave krijgt in Best een plek. Dit doen we op de geplande uitbreidingslocaties Aarlesche Erven en Steegsche Velden, in het al eerder gereserveerde zonegebied voor dorpsuitbreiding. Deze ontwikkelingen dragen zowel bij aan Best als comfortabele woongemeente, als aan de vraag naar woningen uit de regio.
Er ligt zoals gezegd een uitdaging om de woningvoorraad in Best beter aan te laten sluiten op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. We kiezen voor de ontwikkeling van meer intensieve hoogstedelijke woonmilieus in het stationsgebied en gedifferentieerde kleinstedelijke woonmilieus in en het rondom het centrum. In deze gebieden ligt de focus op ontwikkelen voor kleine huishoudens in nieuwe woonmilieus en hogere dichtheden, onder andere door gestapeld te gaan bouwen. Betaalbaarheid en inclusiviteit (denk ook aan de toegankelijkheid en levensloopbestendigheid) staan hierbij centraal. We zetten in dit gebied ook in op gemengde woonwerkmilieus, er zal voldoende ruimte zijn om werken, ondernemen en recreëren te combineren.
Dit betekent dat we - aansluitend op de Brainport Principes - zoveel mogelijk complementair bouwen binnen het aanbod van de regio. De groei op deze locaties moet passen bij het dorpse karakter van Best en aansluiten op de vraag naar groenstedelijk wonen op fietsafstand van Eindhoven en grote werklocaties zoals de Philips Health Campus. We bouwen hoogwaardige, gemengde woonmilieus in een ontspannen groene omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen staat ruimtelijke kwaliteit op de eerste plaats. Niet alleen van de woning, maar ook van de woonomgeving. Dit versterkt de samenhang met én de zorg voor de omgeving en is de basis voor een toekomstbestendige ontwikkeling.
Omgevingsvisie Best
43
We spannen ons in als gemeente om samen met de corporaties en marktpartijen ervoor te zorgen dat de woningen bij de daarvoor bestemde doelgroepen terecht komen. We verkennen hiertoe alle mogelijkheden, bijvoorbeeld om via juridische clausules te voorkomen dat koopwoningen via een omweg in de vrije huursector terecht komen.
4. EEN GEZONDE GROENSTRUCTUUR Wonen in Best is in de drukte van de stedelijke regio mede aantrekkelijk door de ruime opzet van veel wijken en de hoofd- en wijkgroenstructuur; het zijn de groene longen van Best. Groen in de buurt is niet alleen belangrijk voor het welbevinden en de fysieke gezondheid - mensen kunnen er sporten, spelen en ontmoeten - maar ook als drager voor de toekomstige ontwikkeling van het bebouwd gebied. Het biedt bijvoorbeeld ruimte voor het opvangen van water bij extreme buien en biedt koelte in warme periodes. We kiezen er daarom voor om de hoofdgroenstructuur naar 2040 toe verder te versterken en waar nodig ontbrekende schakels toe te voegen. Bij ontwikkelingen wordt de groenstructuur ontzien en daar waar mogelijk versterkt. We zetten in op een verdergaande ecologische groeninrichting en/ of-beheer. De belangrijke groengebieden van Best moeten zo zijn verbonden door een toegankelijk en groen netwerk. Er liggen kansen om in de parken en in het huidige hoogspanningstracé meer ruimte te geven aan natuur in de wijk, wateropvang, groen, sporten en spelen. Ook staan we positief tegenover initiatieven van inwoners gericht op onderhoud of verbetering van het openbaar groen en sturen we op natuurinclusief bouwen.
5. BUITENGEBIED IN BALANS In het buitengebied hadden landbouw en veehouderij van oudsher het primaat. De afgelopen decennia is die
44
Omgevingsvisie Best
rol mede door verstedelijking echter kleiner geworden. Tegelijkertijd is het buitengebied aan het veranderen, ook functies als recreatie, toerisme en energie moeten er nu hun plek vinden. Daarbij gaan intensieve vormen van voedselproductie op lokaal niveau vaak ten koste van het landschap, de natuur, bodemkwaliteit en volksgezondheid. We willen het gebruik van het buitengebied daarom in balans brengen met het natuurlijke systeem. Zowel de bodemgesteldheid, het langer vasthouden van regenwater als de biodiversiteit zijn hier belangrijke factoren. We zetten daarom in op de transitie naar een “natuurinclusief” landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op gesloten kringlopen. We stimuleren een landbouw gericht op regionale markten. Daarnaast zetten we in op regeneratieve landbouw. Regeneratieve landbouw is een productiemethode waarbij natuurlijke hulpbronnen worden versterkt in plaats van uitgeput. De methode richt zich vooral op verbetering van de bodemkwaliteit. Een ander belangrijk element is de verbreding; we faciliteren ontwikkelingen als zorgboerderijen, recreatieve activiteiten en accommodaties, het leveren van natuurdiensten en de opwek van duurzame energie (wanneer dit past binnen de Visie Duurzame Energie Opwek Buitengebied). Ook stimuleren we de ‘kleine kringloop’ door andere het populierenlandschap weer als productielandschap op de kaart te zetten.
We willen binnen de kaders van de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteiten kijken wat mogelijk is. Het landschap moet aantrekkelijk blijven, zodat mensen hier kunnen wonen, werken en recreëren in een gezonde en prettige omgeving. Daarnaast komt er de komende jaren naar verwachting veel vastgoed vrij. We willen in dergelijke gevallen samen met eigenaren en initiatiefnemers gericht kijken welke invulling mogelijk is en die past bij het karakter van het buitengebied. Zo kan vrijkomende