21004.2 - Reacties en antwoorden Concept-RES MRE - overheden (1)
Tekst van het document
Deerbovenop is ook uitbreiding ven het hoogspenningsnet ven Tennet nodig. Wij geven den ook els herde voorweerde neer het Rijk mee det nu el volop moet worden ingezet op het uitbreiden ven het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet. * Het netstetion Helmond-Zuid, behoort tot de netstetions die vóór of uiterlijk in 2025 uitgebreid moeten zijn. Weerbij we niet elleen efhenkelijk zijn ven dit stetton voor de uitrol ven de RES in onze peelregio meer tevens ven dit stetion efhenkelijk zijn voor onze eigen verdere invulling ven bijvoorbeeld de visie zonnevelden. College stelt den ook direct de vreeg deze uitbreiding in te zetten. Die concrete vreeg is noodzekelijk voordet ENEXIS en T ennet investeringsbeslissingen mogen nemen. * De zoekgebieden die nu op de kaart staan in de concept-RES zijn alle ‘globale' zoekgebieden waar op het moment van het onderzoek technisch en wettelijk zonnevelden of windturbineparken mogelijk zijn. Wettelijk betekent dit dat zon in te passen is en er ten minste 3 windturbines bij elkeer in het gebied pessen. In het zoekgebied op de grens ven de gemeente Helmond en Asten pessen in toteel ten minste drie windturbines. Enkel en elleen op besis ven de locetie Helmond kunnen geen windmolens gepleetst worden en omgekeerd. De meeste potentie ven dit gebied ligt in de gemeente Asten.
Op besis ven deze kens is door Asten verzocht deze locette toch op te nemen bij de onderzoeksgebieden voor de RES. Aengezien we gekozen hebben voor een zorgvuldig proces, waarbij we niet bij voorbaat gebieden uitsluiten, maar op basis van gedegen onderzoek naar de ‘beste' locaties zoeken. Ook richting RES 1.0 zetten we dit voort door een milieueffectenonderzoek uit te voeren. Na het milieueffectenonderzoek hebben we een nadere (ruimtelijke) onderbouwing voor de zoekgebieden en komen ‘voorkeursalternatieven' in beeld. Het kan zijn det dit zoekgebied met die onderbouwing kensrijk blijkt of juist niet kensrijk. We willen in elk gevel een dit onderzoek deelnemen. Deermee is efstemming tussen plenMER en indienen RES 1.0 ven crucieel beleng. Wellicht weegt in dit gevel ínhoud zweerder , den lendelijk opgelegde termijnen. Gezien het feit det we pilot regio inzeke MER zijn, zou hierover een gesprek moeten worden opgestert. 6. Niet elleen moeten bewoners meegenomen worden ten eenzien ven de loketies weer kensen liggen, meer er moet (beter) uitgelegd worden weerom sommige loceties juist niet geschikt zijn. Zodet ook de witte vlekken uitlegbeer zijn en er dreegvlek ontsteet voor de zoekgebieden venuit det perspectief.
Wordt meegenomen in de verdere uitwerking.
5. Duurzame warmte * In potentie hebben we regio breed voldoende duurzeme bronnen om in 2050 in volledig eerdgesvrije wermtevoorziening voor de gehele regio te voorzien. Als gevolg ven de beperkende fectoren zoels ruimte, kosten, dreegvlek en locetie is de deedwerkelijke toepessing ven verschillende potentiële bronnen nog een grote uitdeging om dit in prekttsche zin deedwerkelijk voor elkeer te krijgen richting 2050. We zien echter op dit moment nog weinig bronnen die boven regioneel kunnen worden ingezet Vreeg is in hoeverre een RSW een de orde is. * We zullen veel verschillende bronnen, zoels groen ges (subregioneel opgewerkt uit lokele vergisttng) geothermie, zonthermie en collectieve of individuele WKO moeten inzetten om duurzeem in onze wermtevreeg te voorzien. De inzet ven duurzeme wermtebronnen leiden efhenkelijk ven welke bronnen (kunnen) worden ingezet tot een grotere of kleinere toeneme ven de elektriciteitsvreeg richting 2030 en 2050. * De lokele invulling vindt pleets in de Trensitievisie Wermte, die voor 31 december 2021 bij het Rijk ingediend moet zijn. Onze trensittevisie is el vergevorderd en ligt eveneens bij u voor. Wij lopen hierin voor op de regio en deze geeft den ook el verdere invulling. * Houtgestookte biomesse zou wet ons betreft voor deze regio geen optie zijn.
* Ten eenzien ven groenges en weterstof dient eengegeven te worden in hoeverre deze hoeveelheden een bijdrege zouden kunnen leveren en een welke doelgroep (weterstof ledder). Onduidelijkheid hierover zorgt voor efwechtende houding ten eenzien ven ontwikkelingen.
Wordt meegenomen in de verdere uitwerking.
6. Van strategie naar uitvoering * In de Omgevingsvisie en Omgevingsplennen is een verplichte Energieperegreef opgenomen weerin de hoofdlijnen ven de RES worden vestgelegd en deermee geborgd in lokeel omgevingsbeleid. * Wij vinden het erg belengrijk de mogelijkheden om els gemeente in (grootschelige) finencieel te perttci peren in wind- en zonneperken neder te onderzoeken op weg neer de RES 1.0. * Wij echter het erg belengrijk voor het vervolg goed te overwegen of en weer regionele semenwerking meerweerde heeft en enkel den hierop in te zetten * Wij vinden het zeer belengrijk om zowel u els onze inwoners meximeel te betrekken bij de steppen die bij de uitwerking neer de RES MRE 1.0 en verdere uitwerking in beleid en uivoering worden gezet Deer spennen wij ons meximeel voor in.
Wordt meegenomen in de verdere uitwerking.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Gemeente Eersel Fractie Eersel Samen Anders (W&B s wensen en bedenkinen) 2 TWh Bijdrage -"We verwachten dat we in totaal 2 TWh kunnen bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initateven in 2030." Is te lezen in de Concept RES MRE. Er is verder geen concrete uitwerking te lezen. W&B: Hoe is deze 2 TWh onderbouwd, dit nader omschrijven en opnemen. -Er staat beschreven dat er 0,7 TWh in de 'pijplijn' zit van de 2 TWh opgave. W&B: Beschrijf ook waar deze projecten (welke gemeente) liggen en wat zij omvatten. Opgave, Naar Rato Verdelen over de MRE gemeenten -De vraag naar grootschalige opwekking Wind / Zon-op-Veld en No-Regret (2 TWh) wordt op dit moment niet naar rato verdeeld over de gemeenten! Dit werd zo ook bevestigd tijdens webinar RES MRE d.d. 3 juni. W&B: Verdeel duurzame opwekking naar rato. Concreet houdt dit in 35 TWh op Land (Klimaatakkoord) / 30 RES Regio's = 1,17 TWh per RES Regio. 1,17 TWh RES MRE / 21 MRE gemeenten = 0,055 TWh per gemeente. Dit maakt tevens concrete doelstellingen per gemeente. Hiermee wordt de opgave per gemeente hanteerbaar en niet alles komt bij enkele gemeenten op 'zijn bordje'. (Zie als voorbeeld ook de Concept RES N-O Brabant.
In deze RES wordt per gemeente in kaart gebracht wat zij dienen te bij te dragen aan de opgave en wat zij al gerealisserd hebben.) -W&B: Worden de 0,7 TWh welke in de 'pijplijn' zitten ook gereduceerd van de naar-rato-verdeelde energieopgave voor deze gemeenten? M.a.w. als een gemeente al projecten heeft gerealiseerd dan kunnen deze TWh in mindering worden gebracht van de naar-rato-verdeelde vraagstelling. (zie ook Concept RES N-O Brabant)
Antwoord Het uitganspunt voor de Concept-RES is dat we vanuit regionaal perspectief bekijken waar in de regio nieuwe opwekking van duurzame energie het beste kan landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met andere opgaven. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen over locattekeuzes. Ook de potentie van het zoekgebied 'no-regreť voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder onderzocht. Er is geen sprake van een van tevoren vastgestelde verdeling van een opgave. Het elektriciteitsverbruik in de regio is alleen gebruikt om te kijken of het bod een naar verhouding reëel aandeel van de landelijke doelstelling van 35 TWh betreft. In vervolgrapportages zal zoveel mogelijk een bronvermelding worden gegeven en zal in duidelijke en eenduidige eenheden voor energie-opwekking worden gerapporteerd.
Grootheden, getallen en bronvermeldingen -W&B: Creëer een helder overzicht tussen energie grootheden. TWh / PJ / MWh afstemmen. (ter info; De conceptRES N-O Brabant heeft een duidelijke uiteenzetting tussen de grootheden. Daar zouden we kunnen 'afkijken'.) -W&B: Wordt de autonome groei van onze energievraag meegenomen, zoals meer gebruik electrische auto's, airco, overige apparatuur? Wat betekent dit in de energievraag in de komende jaren? (ter info; De conceptRES N-O Brabant heeft een paragraaf opgenomen specifiek gericht op de autonome groei van onze energievraag, deze is hiermee gekwantificeerd en en verwerkt) -Figuur 4.1 laat de aantallen windturbines en zonneweide zien voor opwek 1 TWh. De RES MRE beschrijft ook dat er maximaal wordt ingezet om dakoppervlak ^500m2) ook te gebruiken voor grootschalige energie opwekking (pg 28, no-regret). W&B: Neem in deze figuur ook een illustratie op van de benodigde aantal m2 dakoppervlak voor 1 TWh. -W&B: Pg 34, 4.3 Wat is al gerealiseerd of gepland? Waar is de bronvermelding van de m.b.t. de gerealiseerd en geplande TWh? Over welke gemeenten zijn deze waarden verdeeld? Graag opnemen. -W&B: Pg 21, 3. Besparing. In de inleiding wordt het totale energieverbruik van de regio beschreven. Waar is de bronvermelding te vinden van het onderzoek naar dit energieverbruik? Graag opnemen.
-W&B: Pg 41, 5.1 Warmtevraag en potentie van duurzame warmtebronnen. Waar is de bronvermelding van de m.b.t de gerealiseerd en geplande TWh? Graag opnemen.
Besparing -W&B: Toevoegen dat er nadrukkelijk afspraken komen over energiereductie binnen deze regio. Naar rato verdelen over de 21 MRE gemeenten. Participatie -Er staat beschreven "Een energietransitie voor iedereen betekent ook dat we iedereen de kans willen bieden om te profieren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken." Concrete voorstellen hiervoor zijn er niet te lezen. W&B: Neem meer en concreet uitgewerkte voorstellen op in RES MRE om deze kansen te creëren. (De concept RES Hart van Brabant heeft m.b.t. participatie een sterk sociaal model uit geschreven. Waarin heel duidelijk naar voren komt wie welke rol op zich neemt. In dit HvB participatie model wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan een verbindende partij in de vorm van een energiecoöperatie.) -W&B: Ten behoeve van participatie en maatschappelijk draagvlak graag opnemen dat de RES MRE voornemens is om experttse te gebruiken van lokale ervaringspartijen zoals installateurs, energiecooperaties, omgevingspartijen (dorpsraden, buurten). -W&B: Beschrijf expliciet hoe inwoners /bedrijven / omgevingspartijen geinformeerd over dit proces en hoe zij in de komende perioden worden betrokken. Tijdens de webinar RES MRE d.d. 4 juni gaven veel participanten aan dat de webinar hun eerste moment was om te participeren. Zij gaven ook aan graag verder betrokken worden.
Kaarten (figuur 4.8 en 4.9) -W&B: Zorg voor hoge resolutie beeldmateriaal. -W&B: Neem in de kaart op de A67 (tenminste gedeelte Kempen gemeente Eersel) met een blauwe arcering 'Energie langs infrastructuur'. Dit voorstel ligt voor in de gemeente Eersel. -W&B: Er staat meer 'groene sterren' op de kaart. Beschrijf deze projecten ook nader. Dit zijn mooie voorbeelden. Plaats de sterren op de juiste plaats. (die in de gemeente Eersel lijkt niet te kloppen)
Er is in de fase van de concept-RES geen generieke doelstelling voor het onderdeel besparing opgenomen. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht w besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemee st stakeholders. Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. In het vervolg werken we dat concreter uit. We gaan in gesprek met stakeholders over de gezamenlijke ambities in het kader van de energietransitie en op welke wijze we willen gaan samenwerken in het kader van de RES.
In de Concept-RES beschrijven wij hoe we tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie willen komen van de RES door te streven naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn. In het proces naar de RES 1.0 passen wij dat verder toe en werken dat verder uit met stakeholders. Denk aan afstemming over mogelijke invulling van zoekgebieden, koppelingen van warmtevraag en aanbod, mogelijke besparingsaanpakken en manieren om lokaal eigenaarschap mogelijk te maken. Kaartmateriaal wordt aangepast voor Overige punten vervolgrapportages. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport -W&B: Beschrijf expliciet hoe er aandacht wordt besteed aan de nieuwste methoden/manieren hernieuwbare energieopwekking, met geen of zo weinig mogelijk belasting voor mens en omgeving. Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's -W&B: Beschrijf expliciet hoe er aandacht wordt besteed aan het gebruik van moderne opslagmogelijkheden voor duurzame energie. Enkel het opwekken van duurzame energie biedt niet de volledige oplossing. Deze energie dient ook opgeslagen te kunnen binnen de RES. worden. -W&B: De RES-MRE bestaat naast 21 gemeenten ook uit de provincie en twee waterschappen.
Geef aan wat hun bijdrage is in de evenredige opgave. Fractie VV3: Algemeen Voorliggend concept-RES document is de basis voor een enorme transitie waar alle gemeenten, waterschappen en provincie moeten bijdragen om te komen tot enerj î- en klimaatneutraliteit Allereerst opgemerkt: in verhouding tot andere concept-RES documenten, laat de concept-RES van de MRE veel 'ruimte'. Het gevaar dreigt voor vrije interpretatie en gebrek aan binding tot daadwerkelijke doelstellingen die binr n de regio ingebracht dient te worden. Daarnaast betekent dit ook dat er voor (gemeente)raden geen sturing en controle op concrete cijfers mogelijk is. De WD-fractie stelt voor SMART of transparante getallen op te stellen. Opgave Gezien de landelijke opgave om 35TWh grootschalige energieopwekking te realiseren voor 2030, zou het goed zijn als de energieregio MRE in passende verhouding bijdraagt en als er vervolgens binnen energieregio ook gelijkmatig verantwoordelijkheid wordt genomen. Het onlangs vastgestelde MRE Streefbeeld Landelijk Gebied spreekt van evenredige opgave voor de 21 MRE gemeenten. Wat de verdeelsleutel daarvoor zou moet zijn, moet dan nog bevestigd worden. In react e op beantwoording door de RES op vragen: "Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energie-opwekking te realiseren.
De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend."; hier wordt ons inziens wordt hier een ander beeld geschetst De VVD-fractie stelt voor om vanuit Eersel duidelijkheid te scheppen. Wij stellen voor de bijdrage vanuit Eersel voor grootschalige opwekking op een evenredige opgave vast te stellen (0.055TWh te behalen voor 2030). Realisatie Om de treden van de zonneladder te volgen, betekent deze opgave dat de oplossing primair dient te worden gevonden op bestaande bebouwing en dat buitengebied niet zonder goede verdere redenen als zoekgebied kan worden aangewezen. Ambit euze ambities ondersteunen wij op de volgende manier. Alles boven een evenredige bijdrage, dient gerealiseerd te worden met 'no-regret', dus waar van een win-win situatie voor iedereen sprake is. Er zou een prominente aandacht moeten zijn voor ■nergiereductie, het serieus bereiken van opwekking door zon-op-dak en alternatieve ('vriendelijke') manieren van energie-opwekking. Een eerste heel concrete invulling kan zijn dat de MRE er mede alles op alles op zet om een energie/geluids-wal voorzien van zonnepanelen te realiseren langs de A67. Dit gebied dient dan ook zo concreet te worden aangeduid in de concept-RES. Draagvlak Naast het getalsmatig opwekken van energie, is het draagvlak bij uivoering van belang.
Hoewel invulling binnen de gemeente kan plaatsvinden, dient in algemene zin de aandacht voor participatie in het proces en in de gevolgen van uitwerking alle aandacht te krijgen. De rol van burgerparticipatie en de lokale energie coöperaties dient een plaats te krijgen.
Het uitganspunt voor de Concept-RES is dat we vanuit regionaal perspectief bekijken waar in de regio nieuwe opwekking van duurzame energie het beste kan landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met andere opgaven. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen over locatekeuzes. Ook de potentie van het zoekgebied 'no-regreť voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder onderzocht. Er is geen sprake van een van tevoren vastgestelde verdeling van een opgave. Er wordt maximaal ingezet op besparing en de zonneladder wordt toegepast.
Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. In het vervolg werken we dat concreter uit.
Fractie Kernbeleid: In grote lijnen akkoord met concept RES Besparen Naast opwekken is besparen een belangrijke en een eerste stap. Er wordt weinig tot niet gestuurd op de besparing die de mensen zelf kunnen realiseren. Wel wordt gewezen op de voorbeeldfunctie van de gemeenten. En om de uivoering van de RES succesvol te laten verlopen zijn aanvullende instrumenten, regels en middelen van het Rijk en de provincie noodzakelijk om de projecten en afspraken uit deze RES tot stand te kunnen brengen. Het is jammer dat er wel een opsomming is gegeven van de tekortkomingen maar dat er nog geen resultaat verwachtingen zijn. Leidende principes Eén van de leidende principes en afwegingskader is verwoord als; "Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit". Echter de ruimtelijke kwaliteit lijkt te worden losgelaten als er sprake is van meervoudig ruimtegebruik of meekoppelkansen zich aandienen. Wij vinden het jammer dat het begrip ruimtelijke kwaliteit niet beter wordt beschreven. In de begrippenlijst wordt gesproken over "De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde". Maar niet duidelijk wordt gemaakt wie daarover een beslissing neemt?
De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. Via de PlanMER wordt meer duiding gegeven aan wat wij kunnen zien als positieve en negatieve effecten van de invulling van de zoekgebieden. Gemeenteraden zullei uiteindelijk keuzes maken over opwekking van duurzame energie op hun eigen grondgebied.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
Gemeente Valkenswaard
Hoofdstuk 1 - Samen de energie ambitie realiseren De gemeenteraad realiseert zich det elke gemeente een bijdrage moeten leveren een de energietransitie, zo ook de gemee ite Valkenswaard. Belangrijk uitgangspunt is dat op regionale schaal gezocht wordt naar de "beste locatie". Dit is een afweging tussen mogelijkheden en belangen vanuit een wederzijdse solidariteit. In het proces richting RES 1.0 dienen de inwoners actief betrokken te worden om op deze manier draagvlak te creëren of w îerstand te voorkomen/ verminderen. Acceptatie door de gemeenschap is van wezenlijk belang. Zoek naar draagvlak.
Wordt meegenomen in de verdere uitwerking. Kanttekening: Het actief betrekken van inwoners kan deels via regionale bijeenkomsten plaatsvinden, maar zal in belangrijke mate lokaal moeten worden georganiseerd, waarbij het regionale verhaal ondersteunend is aan de lokale uitwerking.
Hoofdstuk 2 - Onze aanpak voor de (concept) RES Naast zon- en windenergie is het van belang om oog te blijven houden voor nieuwe technieken die een bijdrage kunnen leveren in de transitie naar een volledig schone energievoorziening. Waterstof en de opslag van energie kunnen hierin een belangrijke rol gaan vervullen. De gemeente Valkenswaard beschikt over waardevolle landschappen en natuurgebieden. Bij ontwikkelingen dient te alle tijde de balans gezocht te worden tussen landelijke opgave en lokale belangen en moet zorgvuldig getoetst worden aan vastgestelde afwegingskaders. Maatschappelijk draagvlak is hierbij van essentteel belang, zodoende dienen inwoners, ondernemers en maatschappelijk organisaties actief geïnformeerd en betrokken te worden. Als regio kunnen we ons profileren als voorloper in de energietransitie. Mogelijk kan de gemeente Valkenswaard hier een rol in spelen als locate voor pilots of in een andere vorm.
In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zyn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. Het PlanMER proces is een vastomlijnd proces met vaste formele gelegenheden voor inspraak. In de Concept-RES beschrijven wij hoe we tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie willen komen van de RES door te streven naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn. In het proces naar de RES 1.0 passen wij dat verder toe en werken dat verder uit met stakeholders. Denk aan afstemming over mogelijke invulling van zoekgebieden, koppelingen van warmtevraag en aanbod, mogelijke besparingsaanpakken en manieren om lokaal eigenaarschap mogelijk te maken.
Hoofdstuk 3 - Besparing Het besparen van energie is een belangrijke eerste stap. Inwoners, instellingen e bedrijven dienen hiervoor in beweging te komen. Gemeenten hebben een belangrijke voorbeeldrol met het verduurzamen van het eigen vastgoed. Hoofdstuk 4- Duurzame opwek Iedere gemeente zal een bijdrage moeten leveren aan de energietransite, zo ook de gemeente Valkenswaard. Hierbij moet oog zijn voor de waardevolle landschappen en natuurgebieden in de gemeente. Daarnaast dient er rekening gehouden te worden met de ambit es en plannen die de gemeente heeft m.b.t recreate in het buitengebied. T evens dient de impact op de leefomgeving zorgvuldig in kaart gebracht te worden. Vijf zoekgebieden die opgenomen zijn in de concept RES liggen in Valkenswaard. Dit is confronterend. De raad wil deze zoekgebieden echter niet op voorhand afwijzen. Dit neemt niet weg dat er op voorhand zeker twijfels zijn bij een of meerdere zoekgebieden. De gemeente Valkenswaard beschikt over waardevolle natuur (Natura-2000) en cultuurhistorische gebieden wat invloed heeft op de mogelijkheden voor grootschalige opwek. Naast zon- en windenergie zijn er in de nabije toekomst mogelijk andere technieken die ingezet kunnen worden voor het realiseren van een schone energievoorziening met een kleinere ruimtelijk en sociale impact. Denk hierbij aan waterstof en de opslag van energie.
De keuzes die nu gemaakt worden mogen deze ontwikkelingen niet in de weg staan. De raad vindt de concept RES nu wel heel eenzijdig gericht op zon, wind en biomassa (waarbij biomassa als een niet gewenste ontwikkeling gezien wordt). Nadrukkelijk wordt verzocht om naaste bestaande technieken nadrukkelijk naar de nieuwe(re) technieken te kijken, bijvoorbeeld waterstof. De MRE regio is een slimme regio. Gebruik die slimheid. De ruimtelijke impact moet te allen tijde goed, volgens vastgestelde afwegingskaders, worden getoetst De Plan-MER procedure moet uitwijzen welke zoekgebieden geschikt kunnen zijn voor grootschalige opwek. Tevens dient er bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak te zijn, dit is bij de totstandkoming van de concept RES nog niet gedaan. Belangrijk is om de regie m.b.t het realiseren van grootschalige opwek lokaal en regionaal te behouden. We willen niet in een situatie te komen dat het Rijk deze regie overneemt Daarnaast dient het uitgangspunt te zijn dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden. Om deze reden dient o.a. de financiële participatie in energieprojecten geborgd te worden. T ot slot wordt verzocht om bij elk voorstel/project nadrukkelijk te kijken naar ten minste deze twee parameters: de kostenefficiency: kosten afgezet tegen opgewekte hoeveelheid energie CO2 uitstoot. Tot hoeveel CO2reducte leidt een project
Om te komen tot zoekgebieden voor grootschalige opwek wordt nadrukkelijk rekening gehouden met ruimtelijke kwaliteit en de landschapstypen in onze regio. We voeren een planMER uit om alle relevante effecten in kaart te brengen. De zorgvuldigheid in termen van kwaliteit en draagvlak staat daarbij voorop. Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met andere partijen. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES.
Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransite voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participate.
Hoofdstuk5 - Duurzame warmte De potentie aan duurzame bronnen is groot maar de vraag is hoeveel van deze potentie daadwerkelijk ing aardgasvrije samenleving.
De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Voorlichting richting inwoners past bij de lokale gesprekken voor de lokale transit evisie Warmte en Warmteplannen. het regionale perspectef kan hier als ondersteuning dienen.
st kan worden. Dit vraagt een goede voorlicht ng richting inwoners en bedrijfsleven zodat zij goede keuzes kunnen maken in de route maar ei
Hoofdstuk 6 - Van strategie naar uitvoering Om te zorgen dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden is het belangrijk dat er afspraken gemaakt worden over de sociale en financiële partcipatie. Uitgangspunt hierbij is maximale lokale partcipatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. In het proces richting RES 1.0 dienen de inwoners actief betrokken te worden om op deze manier draagvlak te creëren of weerstand te voorkomen / verminderen. Acceptatie door de gemeenschap is van w zenlijk belang. De 21 MRE-gemeenten bevinden zich in een regio waar veel innovatie plaatsvindt. Hoe kunnen we deze innovate nog beter en slimmer benutten in de transit e naar een schone energievoorziening? En hoe le m we hierbij de link met de lokale voorlopers? En hoe kunnen we ons, als regio of als individuele gemeente, positioneren als proeftuin voor de energietransitie? De raad maakt zich zorgen over de zogenaamde "energie cowboys". Het is zaak dat de regio zich stevig weert tegen de energie cowboys. De inspanningen en de regionale overheden moeten echt ten goede komen van de inwoners en niet leiden tot onevenredige verrijking van bedrijven of individuen.
In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES. Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransite voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participate.
Motie Regionale Energiestrategie In de raadsvergadering van 25 juni 2020 is een motie RES ingediend. Deze motie (met vier beslispunten) is deels aanvaard. Aanvaard zijn de volgende twee beslispunten: ^ Om in samenspraak met de collega's te zoeken naar de mogelijkheid om waterstofproductie in de nabijheid mogelijk te maken. ^ Zich ook in te zetten voor andere, nog te ontwikkelen energiebronnen, die zonder belasting van het milieu en of omgeving inzetbaar zijn c.q. toegepast kunnen worden.
Er wordt breed in kaart gebracht welke opt es voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiënte. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
Gemeente Geldrop-Mierlo
Hoofdstuk 1 - Samen de energie ambitie realiseren Wij vinden het belangrijk det inwoners, maatschappelijke partners en bedrijfsleven nauw betrokken worden bij dit proces. Wij zijn dus positief over deze eenpek. Wel vinden wij het belangrijk det op korte termijn concreter gemaakt wordt hoe deze partjen betrokken worden en hoe hun inbreng meegenomen wordt. Wet ons betreft kunnen we hier nu el mee een de slag. Participatie zal voor een deel regionaal georganiseerd moeten worden, meer wij vinden het ook belangrijk om lokaal inwoners te betrekken. Om draagvlak te creëren is het belangrijk det inwoners binnen hun eigen gemeente in dit proces kunnen participeren. Wij vragen u den ook om hierbij gemeenten te ondersteunen met bijvoorbeeld communicatiemiddelen en uw proces zo in te richten det de lokale inbreng ook meegenomen wordt bij het verder uitwerken ven de RES 1.0. Wij zijn op dit moment bezig met ons omgevingsbeleid, onze transittevisie Warmte, onze duurzaamheidsnota en onze beleidsvisie zon en wind. De RES zel in el deze stukken een plaats krijgen. Wij zijn het er den ook mee eens det zoekgebieden verankerd worden in het omgevingsbeleid ven alle betrokken overheden. Afstemming moet echter niet alleen voor zoekgebieden plaatsvinden. Ook de besparings- en de wermteopgeve zullen een plaats moeten krijgen in lokaal omgevingsbeleid.
Het is wenselijk det afstemming op el deze onderwerpen tussen overheden plaatsvindt en det dit vanuit de RES opgepekt wordt Verder vinden wij het belangrijk det op korte termijn, meer in ieder gevel voor vaststelling ven de RES 1.0, uitgewerkt wordt hoe de uivoering ven de RES geborgd wordt. Belangrijk is det wij na vaststelling ven de RES 1.0 meteen de eerste steppen kunnen zetten in de uivoering ven de gemaakte plannen. Semenwerken met onze regio-gemeenten ken hier zeker een bijdragen. Wij steen er den ook open voor om te verkennen op welke onderwerpen samenwerking mogelijk is.
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt een andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand een deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevreegd over en meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces ven de RES. In het proces neer de RES 1.0, in de 2e helft ven 2020 en in de 1e helft ven 2021, geen we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema's. Een agenda met bijeenkomsten is terug te vinden op nieuwe website www.energieregiomre.nl. Er worden tools beschikbaar gesteld voor de lokale bijeenkomsten. Het is een belangrijk aandachtspunt det ook besparing en warmte een plek moeten krijgen in de lokale omgevingsplannen. Om de gemeenten hiermee te helpen wordt dit najaar een serie masterclasses georganiseerd voor de RO-embteneren in de regio over de koppeling RES-Omgevingswet Uivoering is inderdaad een belangrijk aandachtspunt: hoe geen we dit organiseren? Op welk schaalniveau? Het Teem MRE gaat niet over de uivoering, meer we zullen wel de verkenning hierover faciliteren, zoels ook het MRE Werkprogramma voor 2021 wordt opgenomen.
Hoofdstuk 2 - Onze aanpak voor de (concept) RES Wij steen echter de leidende principes, het kader en de vier ontwikkelrichtngen. Wel zien wij bredere mogelijkheden om aansluiting te zoeken bij andere opgaven. Nu wordt alleen gekeken neer opgaven die direct te koppelen zijn een de energietransitie, meer het is wenselijk ook maatschappelijke opgaven die geen directe link hebben mee te nemen. Wij zijn positief over de ambitie om de RES els hefboom voor kwaliteitsverbetering in te zetten. In het vervolgtraject moet dit echter wel concreter gemaakt worden. Een verdere uitwerking ven wet de ontwikkelrichtingen inhouden en hoe wij hiermee tot kwaliteitsverbetering geen komen is gewenst Ook zien wij graag uitgewerkt hoe afstemming tussen de verschillende opgaven en taakvelden regionaal geborgd gaat worden. Verder wordt genoemd det de visie voor 2050 bepaalt wet er nu moet gebeuren (backcasting). In de concept-RES wordt deze visie voor 2050 echter niet genoemd. Wij kunnen ons erin vinden det de focus vooralsnog op 2030 ligt, meer wel moet geborgd worden det op termijn (bijvoorbeeld vanaf 2027) gestart wordt met het opstellen ven beleid voor na 2030. Daarnaast is het zinvol langere termijn ambities regionaal te bespreken.
Er is inderdaad voor gekozen om de analyse vanuit de technische potentie te starten. In de komende periode geen wij een de hand ven een PlanMER-procedure zorgvuldig neer de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse neer voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen, zoals nieuwe economische dragers, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en impact op de netinfrastructuur. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. Goede inbreng om de langere termijn (na 2030) niet uit het oog te verliezen: hier zullen we in het proces richting RES 1.0 handen en voeten een geen geven.
Hoofdstuk 3 - Besparing Wij zijn blij det besparing els belangrijk onderdeel ven de RES wordt gezien. In het stuk zelf mag dit wet ons betreft nog meer onderstreept worden. Wij steen volledig echter het standpunt det wij door sterk in te zetten op besparing onze opgave voor duurzame opwek zo veel mogelijk moeten zien te beperken. Wij zijn positief over een energiebesparingsplan. Wij steen echter het uitgangspunt det de eenpekken in dit plan technisch mogelijk, financieel haalbaar en maatschappelijk acceptabel moeten zijn. Daarom vinden wij det ook de kosten ven maatregelen in beeld gebracht moeten worden. De energietransitie moet eerlijk en rechwaardig zijn, dus besparing moet ook mogelijk worden gemaakt voor inwoners met beperkte middelen. Wel moet verder uitgewerkt worden hoe de resultaten ven det plan gemonitord worden. Went hoe bepalen we of we op koers liggen om het doel ven opttmale of maximale besparing te behalen? Wij verzoeken u een concretere doelstelling op te nemen, deer weer mogelijk deze doelen in cijfers uit te drukken en de besparingsambities SMART te maken. Zo stelt het Platform Duurzaam voor om op te nemen det in 2050 de gehele gebouwde omgeving zelf in heer energie voorziet Verder moet ook de uivoering ven het energiebesparingsplan geborgd wordt. Afstemming over wet lokaal en wet regionaal opgepekt wordt, is hier onderdeel ven.
Ruimte voor lokale inbreng is gewenst, meer deer weer door samenwerking efficiëntie behaald ken worden, moet dit zeker benut worden. Onze pilot op bedrijventerrein de Spaarpot is hier een goed voorbeeld ven. Onze eenpek is efgestemd op de lokale situatie, meer door de samenwerking met VNO-NCW worden kennis en eenpekken regionaal gedeeld. Ook zien wij het belang ven een nauwe samenwerking met de betrokken doelgroepen en andere stakeholders. Besparing is juist een opgave weer wij els gemeente minder invloed op hebben, omdat besparing alleen gebeurt els inwoners, instellingen en bedrijven hier zelf voor kiezen. Besparing is immers in veel gevallen geen verplichting. Aandacht moet daarom besteed worden een hoe wij inwoners, instellingen en bedrijven in dit proces meenemen, zeker gezien de recente berichtgeving over terugverdienttjden. Om steppen te zetten moeten we de energietransitie aantrekkelijk maken voor hen en moeten we ze in dit proces faciliteren. Gedacht ken bijvoorbeeld worden een collectieve eenpekken. Daarbij moet er voor geweekt worden det prakttsche belemmeringen de noodzakelijke transitie niet in de weg steen. Wij verzoeken u dit ook mee te nemen in de eenpekken in het energiebesparingsplan. Natuurlijk moeten wij els gemeente wel het goede voorbeeld geven. Hoe wij deze rol verder oppekken werken wij uit in onze duurzaamheidsnota.
Echter wet ons betreft zou het sterk zijn els wij hier els regio een concrete ambitie in uitspreken. Daarnaast zijn wij positief over het maximaal bevorderen ven kleinschalige opwek. Hiervoor is een regionale eenpek wenselijk.
Er is in de fase ven de concept-RES geen generieke doelstelling voor het onderdeel besparing opgenomen. De besparingsaanpak wordt efgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze eenpek wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zel hebben. Monitoring en uivoering zijn belangrijke aandachtspunten. In het proces neer de RES 1.0, in de 2e helft ven 2020 en in de 1e helft ven 2021, geen we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en acttviteiten. Voor de verschillende thema's. We werken samen met o.a. VNO/NCW, Brainport Development terreinbeheerders, kennisinstellingen, woningcorporattes en lokale energiecoöperaties.
Hoofdstuk 4 - Duurzame opwek Wij zijn positief over het zoekgebied det in onze gemeente een de A67 is opgenomen (tussen Geldrop en Mierlo). Dit is het gebied weer het college zelf ook mogelijkheden ziet voor grootschalige opwek. Over het zuidwestelijke puntje ven onze gemeente ligt ook een zoekgebied. Wij zijn benieuwd welke mogelijkheden voor duurzame opwek hier gezien worden. In onze eigen inventarisatie komt dit gebied niet direct neer voren els een gebied weer veel mogelijkheden zijn voor duurzame opwek. Wij vragen u daarom duidelijker inzicht te geven in hoe zoekgebieden tot stand gekomen zijn en hoe u duurzame opwek in deze gebieden voor u ziet. Verder zien wij eventueel mogelijkheden voor duurzame opwek op Gulbergen. Dit zel echter pas verder onderzocht kunnen worden els er meer duidelijkheid is over de toekomst en ontwikkelrichttng ven dit gebied. Dit betekent det dit gebied niet in de RES 1.0 opgenomen ken worden, meer eventueel pas terugkomt in een latere actualisatie. Wij steen echter de eenpek om, via onder andere een planMER, bij alle zoekgebieden de effecten ven duurzame opwek op deze gebieden in keert te brengen. Hierbij vinden we het belangrijk det er eendacht is voor natuur en landschappelijke inpassing.
Wij vragen u daarom ook zorgvuldig te kijken neer de kritiek die Brabantse Milieufederatie (BMF) en ons lokale Platform Duurzaam op dit punt geleverd heeft Er moet onderzocht worden of de ladders die zij voorstellen een plaats in de RES kunnen krijgen. T och ken onze opgave ook juist een positief effect hebben op natuur door opbrengsten ven duurzame opwek in natuur te investeren. Als wij de effecten ven duurzame opwek per zoekgebied in beeld hebben kunnen we bewust kiezen om voor 2030 juist die gebieden te ontwikkelen weer de negatieve effecten ven duurzame opwek het meest beperkt zijn. Hierover zullen we wel regionaal het gesprek moeten voeren. Went hoe worden de lusten en lesten ven grootschalige opwek eerlijk over de gemeenten verdeeld? Solidariteit is hierbij belangrijk. Wij zien graag snel een plan ven eenpek met planning voor de verdere uitwerking ven de zoekgebieden. Hierin moet ook beschreven worden wet de rol ven de gemeente is en wet de rol ven de regio is. Dit is nodig om onze lokale plannen af te stemmen op de RES. Wij zien verder ook een kans om een eenpek voor het sttmuleren ven no-regret maatregelen regionaal op te pekken. Zonder deze eenpek is niet goed te onderbouwen weerom wij regionaal zoekgebieden in het buitengebied aanwijzen, zonder det wij investeren in de eerste twee treden ven de zonneledder. Een versnelling ven zon op dek is dus nodig.
Deze is echter ingewikkeld omdat je te maken hebt met veel verschillende belangen en er (nog) geen wetgeving is die zon op dek verplicht maakt Een complex probleem dus waarbij regionale samenwerking meerwaarde ken bieden. Ook stellen wij voor te onderzoeken of het rijk in deze opgave ken ondersteunen.
We zetten els eerste in op no-regret maatregelen en we geven randvoorwaarden een richting Rijk en provincie die nodig zijn om det mogelijk te maken. Ook innovatieve oplossingen worden meegenomen. Er wordt breed in keert gebracht welke opttes voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met andere partijen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel ven de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle gemeenten dragen neer vermogen bij een de RES en de realisatie daarvan. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven neer: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten ven de gebiedspecifieke meekoppelkensen; - weer mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder' bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt een andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven.
In het proces neer de RES 1.0, in de 2e helft ven 2020 en in de 1e helft ven 2021, geen we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en acttviteiten.
Hoofdstuk5 - Duurzame warmte De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de eenpek ven het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke Wij zijn positief over een regionale eenpek en zien de noodzaak voor het maken ven regionale afspraken over gemeentegrensoverstijgende opgaven en warmtebronnen. Hierbij is het wel belangrijk det concreet gemaakt wordt wet de rol ven de gemeente is wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. en wet de rol ven de regio is. Een verdere uitwerking ven hoe afstemming plaatsvindt is gewenst Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden Ook zien wij de noodzaak ven een goede afstemming met Enexis. Daarbij moet niet alleen gekeken worden neer wet duurzame opwek voor het netwerk betekent meer ook neer wet nodig is om de extra elektravraag els gevolg ven de warmtetransitie een te opgesteld en besproken. kunnen els wij in 2050 eerdgesloos zijn. Ook moet gekeken worden neer het effect ven klimaatverandering (minder koude winters en warmere zomers) op onze warmte (en koude) vraag.
De netcapcaciteit is inderdaad een essentteel aspect, zowel bij grootschalige opwek els bij warmte. Enexis is goed eengeheekt in ons proces, zowel op ambtelijk els op bestuurlijk Wij zullen Enexis dus zeker betrekken bij onze Trensitievisie Warmte (TVW) en ook bij onze opgave voor grootschalige opwek. Ook lijkt het ons goed om te verkennen of wij els regio een standpunt in kunnen en willen nemen met betrekking tot biomassa els duurzame warmtebron. Het thema biomassa is door meerdere parttjen ingebracht; dit heeft onze eendacht. Daarnaast zullen de verschillende opgaven op elkaar efgestemd moeten worden. Wij vragen ons bijvoorbeeld af in hoeverre bij warmte gerekend wordt met de maximale besparing die in hoofdstuk 3 geschetst wordt Een besparing ven 24^ ven warmte klinkt niet maximaal. Ook vragen wij ons af of en zo je hoe rekening wordt gehouden met zonthermie bij de keuze voor locaties voor duurzame opwek. Hoofdstuk 6 - Van strategie naar uitvoering Wij zijn positief over de te nemen steppen, meer willen wel snel meer duidelijkheid over wet deze steppen betekenen. Een plan ven eenpek met planning is gewenst. Er moet uitgewerkt worden wet de verschillende steppen inhouden en wet zij geen opleveren. Daarbij vragen wij in deze planning nadrukkelijk eendacht voor het betrekken ven de reed.
Raadsleden moet gedurende het traject mogelijkheden geboden worden om input te geven op de RES 1.0. Om deze voor juli 2020 vest te kunnen stellen moeten zij immers echter deze strategie steen. Aengegeven wordt det afspraken gemaakt moeten worden over de verankering ven onze leidende principes in beleid, over sociale en financiële participatie, over de uivoering ven het energiebesparingsplan en over de monitoring ven de resultaten die we boeken. Wij steen hier echter meer willen benadrukken det deze afspraken ook concreet moeten worden. Hiervoor is op korte termijn een uitgewerkt voorstel nodig det subregionaal en in de stuurgroep besproken ken worden. Ook is het nodig hier te bespreken hoe wij na de RES 1.0 borgen det de gemaakte plannen ook uitgevoerd worden. Wij zijn positief over de inzet op een grote mate ven parttcipatie, meer hebben behoefte een de concrete invulling hiervan en ondersteuning hierbij. Zeker in de huidige tijd, weer vaak alternatieven gezocht moeten worden voor de gebruikelijke vormen ven parti cipatte. Maximale lokale participatie en maximaal lokaal benutten ven de opbrengsten is een mooi streven, meer een verdere uitwerking ven wet maximaal inhoudt is nodig om dit streven in regels te borgen en vervolgens te kunnen monitoren of dit streven ook bereikt wordt. Zo voorkomen we det situaties kunnen ontstaan weer parttcipatie onvoldoende wordt meegenomen.
Wij pleiten ervoor dat participatie hier in de brede zin van het woord gezien wordt. Want bij parttcipatie gaat het niet alleen om ‘eigendom' in juridische zin, maar ook om zeggenschap en gelijkwaardigheid. Zeker ook omdat financiële parttcipatie niet voor alle omwonenden wenselijk of mogelijk zel zijn. Dit vraagt er ook om det nagedacht wordt over hoe lokale partijen en energiecoöperaties ondersteund kunnen worden in dit proces. Verder vinden wij det nadrukkelijker ingezet moet worden op innovatie. Als Brainportregio moeten we innovate stimuleren en nu el kansen benutten om innovatieve ideeën in de praktjk toe te passen. Hierbij moet ook zeker gedacht worden een innovatie op het gebied ven opslag en transport ven energie. Als wij meer energie duurzaam geen opwekken zel het ook steeds belangrijker worden det wij energie kunnen opslaan om schommelingen in opwek op te kunnen vangen. Wij vragen u in de RES 1.0 meer eendacht een dit onderwerp te schenken. Over het algemeen geldt det snelle concretisering nodig is om lokaal verder te kunnen met het integreren ven de RES in lokaal beleid en op deze manier lokaal de uivoering ven de RES te borgen. Dit betekent ook det in onze gemeente opnieuw gekeken moeten worden neer onze ambitie om in 2040 energieneutraal te worden.
De mogelijkheden voor duurzame opwek binnen onze gemeentegrenzen die in de RES geschetst worden zijn onvoldoende om deze ambitie weer te maken. Wij zullen dit neder onderzoeken in onze duurzaamheidsnota.______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Er is een procesplen opgesteld en besproken met de stuurgroep RES met het tjdsped neer RES 1.0. Dit wordt periodiek geactualiseerd. De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm ven webinars, vregenuurţies en inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau els aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid. Wij onderschrijven uw oproep om afspraken te maken over de verankering ven de leidende principes in het gemeentelijke beleid. De komende periode zullen de werkgroepen tot een concretiseringsslag komen. In de praktijk werken we toe neer minimaal 50^1 lokaal eigendom, waarbij we het Klimaatakkoord volgen. Bij lokaal eigendom hoort ook det de inwoners en bedrijven in de MRE regio het eigen vermogen ven het lokale aandeel bij elkaar (kunnen) brengen en er de mogelijkheid is voor iedereen om mee te kunnen doen (kleine participaties). Dit zijn zeken die wij in de komende periode geen onderzoeken en bespreken. Ook kijken we hoe gemeenten kunnen participeren in het lokale eigendom en hoe zij heer inwoners daarmee kunnen helpen in de energie- en/of warmtetransitie. In het kader ven de RES willen we inderdaad gebruik maken ven de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a.
contact gelegd met Breinport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en arbeidsmarkt in relate tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnottie over dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
Gemeente Somer
De volgend berichten, die ná de behandeling in de raadsvergadering zijn binnengekomen, geven aanleiding tot enkele aanscherpingen op onze eerdere react e richting onze gemeenteraad: *het e-mailbericht van ENEXIS, van 8 juli 2020, over transportschaarste in Zuid Nederland, gericht aan alle gemeenten in de MRE-regio; *het lokale ambtelijk overleg met ENEXIS over de impact, van slechts 1 zonnepark met een aansluitcapaciteit t/m 6 kVA in de Lungendonk, op het 10 kV-net op het grondgebied van Gemeente Someren, vanaf het netstation Helmond-Zuid tot de noordzijde van de kern Lierop1; een landelijke persbericht van netbeheerder Li ander, van 11 augustus 2020, naar aanleiding van de verhouding tussen zon- en wind in de RES-sen overall. Zoals bij u bekend loopt Gemeente Someren in de MRE-regio voorop ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van zonneparken. Nadat in 2019/2020 voor 50 ha zonneparken van de eerste tranche zijn vergunningen verleent heeft onze gemeen-teraad op 2 juli 2020 de (tweede) 'Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020' vastgesteld. Op 28 juli 2020 is op basis van de evaluatie de tender zonneparken voor de tweede tranche van 50 MW in de markt gezet Wij lopen hiermee als één van de eerste gemeenten in de MRE-regio tegen de praktische gevolgen van de afgekondigde transportschaarste aan.
Wij wijzen u er in dit kader nadrukkelijk op, om de punten 4.11 t/m 4.16 (aanvul-lende standpunten van het college van B&W van Someren) mee te nemen in de verdere uitwerking naar RES MRE 1.0 in de reactie naar NPRES (het Rijk).
Het vraagstuk van de beperkingen in de netcapaciteit staat inderdaad hoog op de agenda. Er worden bestuurlijke gespekken gevoerd om deze kwestte ook landelijk goed onder de aandacht te brengen, omdat dit ook aanpassingen in de wetgeving vergt. Enexis is overigens goed aangehaakt in ons proces, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau.
Hoofdstuk 1: Samen de energie ambitie realiseren 1.1. Wij zien de Concept RES MRE als een belangrijke tussenstap in het proces naar de RES MRE 1.0. Alle colleges en gemeenteraden krijgen nu een eerste zicht op hoe sterk wij moeten inzetten op energiebesparing, en in het bijzonder het sterk terugdringen van de warmtevraag van de bestaande gebouwde omgeving. Maar ook hoe groot ons gezamenlijk bod en daarmee collectieve opgave voor grootschalige opwek met zon en wind, is. Voor het onderdeel warmte geeft de RSW een eerste inzicht in de mogelijke vervangende duurzame bronnen waarmee wij de warmtevraag invullen richting 2050, het jaar waarin we uiterlijk aardgasvrij moeten zijn.
Wij onderschrijven uw punten.
1.2. Uit de RES komen projecten voort die meerdere gemeenten raken. Ook hebben we elkaar nodig om in 2050 uiteindelijk klimaatneutraal te zijn. Door samen te werken kunnen we hier op een effectieve en efficiënte wijze invulling aan geven aan onze lokale, subregionale en regionale opgaven. 1.3. Het opstellen van de Concept RES MRE heeft geresulteerd in zeer goede samenwerking in de subregio De Peel op het gebied van de Energietransitie, zowel op bestuurlijke en ambtelijke vlak. 1.4. Wij hebben bewust gekozen om de RES MRE zo veel mogelijk met eigen mensen op te stellen. Zo blijft de opgedane kennis voor het vervolg in de RES 1.0, 2.0 en verder, maar ook voor de verankering in lokaal beleid, zoals de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen en verder lokaal beleid en uivoering voorhanden. 1.5. Exact op de dag waarop landelijk de eerste beperkende maatregelen in de strijd tegen Corona werden afgekondigd zouden 's avonds de gemeenteraden en inwoners van de MRE in het Evoluon in Eindhoven worden geïnformeerd over het proces dat we hebben gevolgd bij het opstellen van de Concept RES MRE, zoals die nu ter consultatie aan u voorligt. Wij hadden graag gezien dat wij u op een andere wijze en eerder hadden kunnen informeren, dan de Webinars die in juni als vervanging van die fysieke informatie bijeenkomst in maart is gehouden.
In het vervolgproces naar RES MRE 1.0 zullen wij u en de inwoners uitgebreid betrekken. Hoofdstuk 2 - Onze aanpak voor de (concept) RES 2.1 Wij onderschrijven de bovenvermelde aanpak geheel. Wij gaan zorgvuldig om met onze waardevolle landschappen en natuurgebieden. Het grote zoekgebied voor zonneparken ligt daarom in de jonge heideontgingen in het zuidwesten van onze gemeente. Dit is zowel het grootste gebied als het gebied met de grootste draagkracht van het landschap alle landschapstypen, waar volgens ons gemeentelijke beleid zonneparken in het buitengebied 2017' zonneparken gerealiseerd kunnen worden. 2.2. Wij zoeken nadrukkelijk de meekoppelkansen met andere ontwikkelingen in het buitengebied, zoals waterberging T ransitie landelijk gebied en VAB locaties. Het ontwikkelen van zonne- en windparken biet economische kansen voor de agrarische se die nu gelijktijdig met meerdere transities geconfronteerd wordt.
Wij onderschrijven uw punten. De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm van webinars, vragenuurţies inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid.
Raadsmotie: R1.1 Burgerparttcipatie optimaal te benutten bij de verdere uitwerking naar de RES MRE 1.0 en verder en de uivoering die daar aansluitend uit voort vloeit Hoofdstuk 3 - Besparing 3.1 Wij zetten maximaal in op energiebesparing, waarbij de nadruk op het verklei-nen van de warmtevraag in de bestaande gebouwde omgeving ligt. Daar ligt namelijk onze grootste uitdaging en opgave. Zoals in het rapport Concept RES MRE gaan we in de verdere uitwerking van de RES MRE 1.0 per doelgroep in gesprek met vertegenwoordigers van die doelgroep over welke besparing technisch maar vooral ook financieel mogelijk en maatschappelijk haalbaar zijn. Instrumenten die het Rijk mogelijk zal moeten maken, zoals gebouwgebonden financiering zijn noodzakelijk om inwoners en bedrijven echt in de ui^oerings-stand te krijgen.
3.1 De energiebesparingsaanpakken worden de komende periode uitgewerkt, afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep: wonen, bedrijven en gemeentelijke/maatschappelijk vastgoed. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. De uivoering moet op lokaal niveau plaatsvinden.
3.2 Van bedrijven in de Brainportregio verwachten wij inzet op innovatieve bouw- en installatiemethoden, waardoor het energieneutraal maken van woningen goedkoper ei ller kan. Opleidingsinstituten in onze regio dienen te zorgen voor het opleiden van grote getalen vaklieden (MBO-ers) tot en met ingenieurs die zorg gaan dragen voor het fysiek op grote schaal aanpakken van bestaande woningen en bedrijfspanden.