21004.2 - Reacties en antwoorden Concept-RES MRE - overheden (1)
Tekst van het document
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende
3.2 Wij vragen bij het opstellen van het regionaal energiebesparingsplan aandacht voor de uitvoerbaarheid en de betaalbaarheid. Wij verzoeken een zo concreet mogelijk plan op te stellen met handreikingen, instrumenten of gereedschappen waarmee we na vaststelling van RES 1.0 zo snel mogelijk lokaal aan de slag te kunnen. Wij vragen aandacht voor de grote verscheidenheid aan woningen en woonsituattes van onze inwoners en de daarbij behorende verscheidenheid aan zorgen over en kansen om te verduurzamen. Het besparingsplan dient aan te sluiten bij deze verscheidenheid aan zorgen en kansen. 3.3 Van bedrijven in de Brainportregio verwachten wij inzet op innovatieve bouw- en installatiemethoden, waardoor het energieneutraal maken van woningen goedkoper ei van grote getalen vaklieden (MBO-ers) tot en met ingenieurs die zorg gaan dragen voor het fysiek op grote schaal aanpakken van bestaande woningen en bedrijfspanden.
aller kan. Opleidingsinstttuten in onze regio dienen te zorgen voor het opleiden
4. Duurzame opwek Standpunten gemeenteraad Asten: 4.1 Wij onderschrijven als raad van de gemeente Asten het regionale bod van 2,0 TWh voor de tot 2030 in de gehele regio te realiseren zon en windparken. Dit bod is de som van 0,7 TWh van projecten in de pijplijn (vooral zon op grote daken met SDE+ subsidie) 0,2 TWh grootschalig op daken van industrie en (agrarische) bedrijven, 0,5 TWh aan wind en zon in de Kempen en 0,6 TWh aan wind en zon in de rest van de MRE-regio. 4.2 In de planMER worden de milieueffecten van de verschillende zoekgebieden nader gewogen om tot een verdere verfijning van de zoekgebieden in de brede zin te komen. Deze verdere verfijning is van belang voor Asten omdat de zoekgebieden voor grootschalige energie opwek juist zijn voorzien in de omgeving van de kwetsbare gebieden Groote Peel, de Dennendijkse bossen en het beekdal bij de Diesdonk. Juist in deze gebieden worden kansen gezien voor het combineren van gebiedsopgaven met opwek van energie. Uit de planMER moet blijken of en hoe dit milieutechnisch verantwoord kan worden gerealiseerd. 4.3
Ook buiten de zoekgebieden die opgenomen worden in de RES kunnen (kleinere) wenselijke initiatieven ontstaan voor grondgebonden zonneparken. Gem
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
3.1/3.2 De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders.
3.3 In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitte over dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep.
4.1 Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. 4.2 In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen.
ten zal hiervoor beleid voor opstellen dat aanvullend is aan het beleid van de RES.
4.4 Uit de doorrekening van de zoekgebieden voor zonne- en windparken door netbeheerder ENXIS is gebleken dat in de MRE-regio het netwerkstatton in Hapert (in De Kempen) direct moet worden uitgebreid. Verder moeten 3 netwerkstations al vóór of in 4.4 Dit nemen we mee in het traject richting RES 1.0. Het overleg hierover met Enexis is inmiddels opgestart zowel ambtelijk als bestuurlijk. 2020 zijn uitgebreid en 8 netstations na 2025 worden uitgebreid en vóór 2030 2 nieuwe netstations (1 in De Kempen en 1 in De Peel) gebouwd worden om ons regionale bod van 2 TWh vóór 2030 aan te kunnen sluiten. Daarbovenop is ook uitbreiding van het hoogspanningsnet van Tennet nodig. Het netstation Helmond-Zuid, waar wij in Asten op aangewezen zijn, behoort tot de netstations die vóór of uiterlijk in 2025 uitgebreid moeten zijn. Om als gemeente Asten ons verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de opwek van duurzame energie geven we dan ook als harde voorwaarde naar het Rijk mee dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door 4.5 In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkeling is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Enexis en Tennet. Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn.
Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES. 4.5 De technische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op terwijl de energietransitie door loopt tot 2050. We verwachten dat nieuwe en betere technieken ontwikkeld worden voor opwek en opslag van elektriciteit. We vragen dan ook in de RES aandacht en ruimte voor andere vormen van opwek dan zonne- en windenergie. 5. Duurzame warmte Standpunt gemeenteraad Asten: 5.1 In potentie hebben we regio breed voldoende duurzame bronnen om in 2050 in volledig aardgasvrije warmtevoorziening voor de gehele regio te voorzien. Als gevolg van de beperkende factoren zoals ruimte, kosten, draagvlak en locatie is de daadwerkelijke toepassing van verschillende potentiële bronnen nog een grote uitdaging om dit in prakttsche zin daadwerkelijk voor elkaar te krijgen richting 2050. We zien echter op dit moment nog weinig bronnen die regionaal kunnen worden ingezet. De vraag is in hoeverre een RSW aan de orde is. Wel zien wij de noodzaak af te stemmen met onze buurgemeenten waar het gaat om het benutten van bijvoorbeeld geothermie. 5.2 We zullen veel verschillende bronnen, zoals geothermie, zonthermie, groen gas (subregionaal opgewerkt uit lokale vergisting) en collectieve of individuele WKO moeten inzetten om duurzaam in onze warmtevraag te voorzien.
5.3 We zijn terughoudend als het gaat om vaste biomassa (hout) als duurzame warmtebron voor onze gemeente. Vaste biomassa leidt afhankelijk van de gebruikte installatie tot verhoging van de fijnstofconcentratie. In gemeente Asten en meer specifiek in Heusden zijn deze concentraties al te hoog. 5.4 Wij sluiten echter geen enkele duurzame bron of techniek van warmte op voorhand uit. Ook op dit gebied volgen de ontwikkelen elkaar in hoog tempo op waardoor we op dit moment niet kunnen voorzien welke bron of techniek in de toekomst in een specifieke situate de beste keuze is. 5.5 De inzet van duurzame warmtebronnen leiden afhankelijk van welke bronnen (kunnen) worden ingezet tot een grotere of kleinere toename van de elektriciteitsvraag richting 2030 en 2050. 5.6 De lokale invulling vindt plaats in de Transitievisie Warmte, die voor 31 december 2021 bij het Rijk ingediend moet zijn. De voorbereidingen voor het opstellen van deze visie zijn gestart In september zullen we de eerste (technische) inzichten voor onze gemeente delen met de raad.
5. De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld en besproken.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
2020-08-13
Gemeente Cranendonck samengevat
1. Samen de energie ambitie realiseren Aandacht wordt gevraagd voor een gedegen proces, de rol van de gemeente en haar inwoners/ stakeholders en draagvlak. Het doel van de concept RES moet niet uit het oog verloren raken. Levert alle inzet in de RES wel wat het op moet leveren, namelijk CO2 reducte. En waarom beperkt de RES zich tot zon en windenergie?
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. Er wordt breed in kaart gebracht welke opttes voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkeling is. Kosten en CO2 reductie zijn niet in beeld gebracht voor de concept-RES. Dat komt aan bod naarmate concreter wordt welke projecten we kunnen en willen gaan uiWoeren. Wel zetten we vol in op energiebesparing om C02 te reduceren. En een belangrijk uitgangspunt in de concept-RES MRE is dat de energietransitte straks voor iedereen haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dus we gaan zeker de kosten in beeld brengen.
2. Onze aanpak voor de (concept) RES De meerderheid van de fracties geeft aan het hier mee eens te zijn. Aandacht wordt gevraagd voor de rol van de gemeente, communicatie omtrent de concept RES en definities. Wanneer ben je als regio sterker?
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen. De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten voor de verschillende thema's.
3. Besparing Begin met energiebesparing. Energie die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Meerdere fracttes geven aan dat dit een belangriik onderdeel is dat niet vergeten mag worden. 4. Duurzame opwek Geen van de fracttes geeft aan het niet eens te zijn met een bod van 2 TWh. De opwek moet maatschappelijk en verantwoord in te passen zijn. Eén fractie geeft aan tegen windenergie te zijn. Meerdere fracttes zien mogelijkheden in zonne-energie. Ook wordt aandacht gevraagd voor de zonneladder. Met de nota zonneparken en het zonnepark bij Nyrstar is er al een goed begin. De zorg of het elektriciteitsnet de opwek van stroom aankan wordt benoemd. Eén fractie geeft aan dat doordat de opgave dusdanig groot is, het starten met de hoofdinfrastructuur belangrijk is zodat de regio daar op aan kan sluiten.
Energiebesparing is cruciaal in de energietransitie; de energie die we niet verbruiken hoeven we ook niet op te wekken. Daarom zetten wij als regio maximaal in op besparing.
Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de 'zonneladder' bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden, waaronder ook het zoekgebied 'no-regreť voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden, wordt ook de toepassing van de zonneladder verder uitgewerkt. We nemen als voorwaarde mee naar het Rijk dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet
5. Duurzame Warmte Eén fractie geeft aan dat "er geen wijken van het gas af mogen tenzij de inwoners dit minstens kostenneutraal en zonder enig verlies van woongenot kunnen doen". Ook wordt er aandacht gevraagd voor minder energie gebruiken. Een andere fractie geeft aan tegen biomassa te zijn. Zelfredzaamheid wordt benoemd. Ook rijst de vraag om een analyse van onze warmteinfrastructuur (gasnet), of deze op een andere manier gebruikt kan worden.
De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen.
6. Van strategie naar uitvoering Opmerkingen variëren dat fracties zich onvoldoende meegenomen voelen in het proces en niet voor voldongen feiten willen komen te staan tot fracties die veel vertrouwen in het proces hebben. Deze fractie benoemt dit als volgt: Wat we gaan doen in de RES 1.0 moet realistisch, ui^oerbaar én uitlegbaar blijven. Er is vertrouwen dat dit ook gaat gebeuren.
Gemeente Cranendonck - CDA: Fracttes (de antwoorden op 1. Samen de energie ambitie realiseren de vragen zijn verwerkt in CDA is het eens met het streven naar opwek van duurzame energie en warmte. de antwoorden op de a.Uitwerken noodzaak RES. Graag meer aandacht voor de reden waarom we een Regionale Energie Strategie moeten ontwikkelen en in het vizier houden. Het maken van een RES is geen doel op zich als het niet bijdraagt aan het 'waarom'. De samengevatte reactie ongemakkelijke waarheid is dat opwarming van de aarde een reëel probleem is. De realiteit is dat de mens een belangrijke rol speelt in de opwarming van de aarde en dat dat bovendien gevaarlijk is voor jonge generaties. Dit vraagt een doordachte en hierboven) resolute aanpak en een realistische werkzame oplossing. Is de RES hiervoor een goede oplossing? b.Kosten-batenanalyse. Gaat de RES opleveren waarvoor ze in het leven is geroepen? Een goede kosten-baten analyse maakt duidelijk met welke investeringen/maatregelen je het grootst mogelijke verschil maakt. c.Opdracht te beperkt. Aan elkaar knopen van transities in gas, warmte en elektriciteit, via bijvoorbeeld waterstof, is ook een belangrijk thema in het Klimaatakkoord . Het ontbreken van dit thema in de RES is een fout Verder is er te weinig aandacht voor het beperken van het energieverbruik.
Vastbijten in maar twee belangrijke oplossingsrichtingen (windmolens en zonneparken) lijkt echt te beperkt voor dit grote vraagstuk. 2. Onze aanpak voor de (concept) RES CDA is akkoord met de uitgangspunten. Enig voorbehoud :'[...] als regio sterker worden'. Wanneer ben je sterker? Ten opzichte van wat?
Voor de thema's 'besparing', 'grootschalige opwek' en 'warmte' doorlopen wij als regio ons RES-proces op de manier en de snelheid die nodig zijn om zorgvuldig tot keuzes, afstemming en uilvoeringsafspraken te komen.
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. Er wordt breed in kaart gebracht welke opttes voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkeling is. Kosten en CO2 reductie zijn niet in beeld gebracht voor de concept-RES. Dat komt aan bod naarmate concreter wordt welke projecten we kunnen en willen gaan uivoeren. Wel zetten we vol in op energiebesparing om C02 te reduceren. En een belangrijk uitgangspunt in de concept-RES MRE is dat de energietransitte straks voor iedereen haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dus we gaan zeker de kosten in beeld brengen. In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven
3. Besparing Per abuis is op het reactieformat dat toegestuurd is aan de fracttes het onderdeel duurzame opwek tweemaal benoemd ten koste van het onderdeel besparing. Hierdoor heeft CDA geen reactie gegeven op het onderdeel besparing.
4. Duurzame opwek Het CDA kan dit ondersteunen. Vooral bij punt 1. 'zoveel mogelijk opties openhouden'. Dat 'zoveel mogelijk' is de crux. Een relatief begrip wat krachttger wordt als de rijksopgave hierin niet beperkend werkt. Ook hier weer de beperking van zon en wind. Het is goed dat onderzoek wordt gedaan zoals onder 1 beschreven.
Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de 'zonneladder' bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
5. Duurzame warmte CDA mist de factor 'minder energie verbruiken' en een analyse of onze infrastructuur (gasleidingen) op een andere m leggen. Over het algemeen vinden we dat ook hier een brede scoop nodig is.
ir gebruikt kan worden. T.a.v. gas zijn er tegenstijdige berichten. Het CDA weet hier te weinig van om er een vinger op te kunnen
De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen.
6. Van strategie naar uitvoering Goed dat afstemming met grensgebieden e' ì belangrijke actie is. Verder verwijst het CDA naar de punten onder 1 (samen de energie ambitie realiseren).
Pro6
Dit is ook uitgangspunt in de Concept-RES cept RES gaat uit van zo
-energie en windenergie opwekken. Pro6 vindt dat we moeten beginnen met energiebesparing in huishouden en industrie. Energie die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Analyses van de infrastructuurnetwerken op landelijk en op provinciaal niveau zijn opgestart Daarmee wordt afstemming gezocht
In de Gemeente Cranendonck is in 2019 een nota zonne-parken opgesteld. Dat is een klein begin. We moeten denken aan een groter verband, waarbij we kijken naar de regio en heel Nederland. Landelijke energie-hoofdinfrastructuur We kunnen op lokaal en regionaal niveau oplossingen bedenken voor het opwekken van energie, maar dat is niet voldoende om de doelen uit het Klimaatakkoord te bereiken. Creëer een nieuwe landelijke energie-hoofdinfrastructuur met waterstof en CO2. Maak gebruik van een warmtenet en breid het elektriciteitsnetwerk uit Vervolgens kunnen de regio's aansluiten op dit netwerk. edere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle ge ELAN: We zien dat in de concept RES ook het grondgebied van Cranendonck is opgenomen als mogelijk gebied voor windenergie. Wij zijn als ELAN absoluut tegenstander van de plaatsing van windmolens In Cranendonck, omdat dit het landschap van Cranendonck de RES en de realisatie daarvan. en de natuurwaarde van het natuurgebied De Voeten dusdanig aantast en daarnaast een forse negatieve impact heeft op de leefomgeving van onze inwoners in Soerendonk en Maarheeze. We gaan er daarom ook vanuit dat ook gezien de grote mogelijkheid tot aanleg van zonneweides in Cranendonck, de lasten gelijk worden verdeeld en er naar andere mogelijkheden wordt gekeken.
Cranendonck Actief!: 1. Samen de energieambitie realiseren Bij punt D: Bij zonnepanelen dient te allen ttjde eerst de zonneladder te worden gehanteerd, alvorens over te gaan tot het in gebruik nemen van dure, kostbare landbouwgrond en/of natuur Bij punt E dient er rekening mee gehouden worden dat er geen wijken van het gas af mogen tenzij de inwoners dit minstens kostenneutraal en zonder enig verlies van woongenot kunnen doen.
n dragen naar vermogen bij aan
We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door het hanteren van de Zonneladder' bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. Een belangrijk uitgangspunt in de concept-RES MRE is dat de energietransitie straks voor iedereen haalbaar en betaalbaar moet zijn.
2. Onze aanpak voor de (concept) RES Cranendonck Actief! is akkoord met de aanpak 3. en 4. Duurzame opwek Punt A + E: Bij zonnepanelen dient te allen ttjde eerst de zonneladder te worden gehanteerd, alvorens over te gaan tot het in gebruik n
We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door het hanteren van de Zonneladder' bij het bepalen van de locaties voor zo n van dure, kostbare landbouwgrond en/of natuur
5. Duurzame warmte Punt B: Wij zijn tegen het gebruik van biomas i. Dit mag niet gebruikt worden om de doelen te behaler
6. Van strategie naar uitvoering We worden als raad te weinig betrokken. Het is niet de bedoeling dat we straks voor voldongen feiten staan en niet
Er wordt breed in kaart gebracht welke opttes voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de e ergiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiënte. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in ee i SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld.
sr kunnen bepalen wat er in onze gemeente gaat gebeuren. Graag aandacht hier
De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm van informele vragenuurtjes via webinars en bijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid
VVD: De opgave is bepaald rekening houdende met bestaande initiatieven. 1. Samen de energie ambitie realiseren Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle gem De VVD is van mening dat we eerst moeten kijken waar we bestaande initiatieven kunnen ondersteunen, alvorens gezocht wordt naar nieuwe initiatieven, waar wellicht minder draagvlak voor is. Daarnaast is een belangrijke vraag welke rol de gemeente de RES en de realisatie daarvan. Cranendonck zich wil geven in de RES. Wil de gemeente de kar gaan trekken voor onze regio, of zijn we van mening dat we al een groot initiatief omarmt hebben in Budel-Dorplein. De huidige stukken die we hebben doorgenomen, zien er voor Cranendonck redelijk uit maar we kunnen niet ontkennen dat we het bijzonder vinden dat de Kempen een stuk minder inspanning hoeft te leveren (zie de kaart in de conceptstukken). T ot slot zouden we willen aanraden om meedenkers vanuit onze gemeente de ruimte te geven om mee te denken met de ontwikkeling van de RES 1.0.
n dragen naar vermogen bij aan
2. Onze aanpak voor de (concept) RES Welke bijdrage willen we als gemeente Cranendonck leveren? Hoe gaan we de lasten verdelen in onze regio? Het blijven toetsen en blijven communiceren met betrokkenen en omwonenden vindt VVD belangrijke vereisten.
De opgave is bepaald rekening houdende met bestaande initiatieven. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle gem de RES en de realisatie daarvan. De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojec infrastructurele of sociale opgaven.
3. Besparing en 4. Duurzame opwek We zouden ons niet zozeer blindstaren op de landelijke doelstelling, maar vooral wat maatschappelijk en verantwoord te bereiken is in onze regio. Natuurlijk moet je pogen om zo dicht mogelijk tegen deze landelijke doelstelling te komen, maar als het onverantwoord is, moet dat ook een antwoord kunnen zijn. Ons bereiken nu berichten van Enexis dat de hoeveelheid aan zonnepanelen in de regio kunnen zorgen voor problemen op het net. Als dat zo is, dan moeten we ons minder focussen op zonneenergie, maar wellicht andere initiatieven zoeken. Of wellicht met Enexis op zoek naar een oplossing. De ontwikkeling staat niet stil, op dit moment kunnen we energie nog niet opslaan en leveren we terug aan het net, wellicht is dat over 10 jaar wel heel anders en zijn we in staat om te Zparen' voor als we het nodig hebben. Alles gaat er dan weer heel anders uit zien en als we dan als regio bezig zijn om ons blind te staren op die 35 TWh dan gaan we daar de mist in. Kortom, eens; maar het moet wel realistisch, ui^oerbaar én uitlegbaar blijven wat we gaan doen in de RES 1.0. We hebben er overigens alle vertrouwen in dat dit ook gaat gebeuren.
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojec verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. Er wordt breed in kaart gebracht welke opttes voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkeling is. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen We stemen af met Enexis als het gaat om het onderwerp systeemefficiëntie, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
5. Duurzame Warmte Zie vorige antwoorden. Vooral bij punt 3. We zijn van mening dat we moeten zoeken naar zelfredzaamheid, maar wel rekening houdend met duurzaamheid.
In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkeling is.
6. Van strategie naar uitvoering We hebben alle vertrouwen dat we de juiste stappen gaan ze RES 1.0 met vertrouwen af. We willen via deze weg ook de cc Nogmaals onze dank hiervoor.
reld om ons heen niet stil staat en men druk bezig blijft met het verbeteren en doorontwikkeling van de
1. De informatieavonden, de concept-RES en alle toegezonden informatie geven ons het vertrouwen dat we de juiste kant op gaan. We zijn erg benieuwd naar de vervolgstappen en wachten de 'limenten uitspreken aan alle betrokkenen zijn met het concept-RES. Ondanks het Corona-virus hebben we enorm veel informatie on^angen en zijn we blij met de stappen die gezet zijn.
en dragen naar vermogen bij aan verbindt aan andere ruimtelijke,
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
G eamteerescnhteapReD W Mierden
1. Samen de energie ambitie realiseren Standpunt college: Geen zienswijzen of bedenkingen. 2. Onze aanpak voor de (concept) RES Standpunt college: Kritisch bekeken zijn punten a-d geen aanpak. Het is mooi om leidende principes te hebben en ontwikkelingsrichting maar hoe dien elke ruimtelijke verandering een rol spelen. Voor de werkwijze in Reusel-De Mierden hebben deze leidende principes dan ook geen ingrijpende gevolgen.
Antwoord
die om ke
te maken
n duurzame opwek en een ‘vitale agrarische economie'? In feite zijn dat afwegingen die bij
3. Besparing Standpunt college: Kritische noot: Iedereen wil besparen maar ook hier is het vaag. Wat betekend maximaal besparen? Hoe ziet een energiebesparingsplan eruit? Zienswijze: Voorgestelde aanpassing: toevoegen van "het toepassen van innovaties en het monitoren van ontwikkelingen en toepassingsmogelijkheden van innovaties (c.q. het benoemen van beschikbare technieken -bv w
stof)."
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkleing is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES.
4. Duurzame opwek Standpunt college: Dit is uitgebreid afgestemd en De Kempen heeft hier zijn input in geleverd. Voor Reusel-De Mierden is dit niet spannend met de ontwikkelingen voor windenergie. We lopen hierin binnen MRE voorop. Hier mogen we trots op zijn. Het is positief dat er een planMER wordt uitgevoerd. 5. Duurzame warmte Standpunt college: Hier is eigenlijk nog geen uitkomst beschreven. De reden hiervoor is dat de organisatie van de RES werkgroep warmte moeizaam is verlopen. Het college kan als standpunt innemen dat dit te beperkt is om te oordelen of dat dit verder uitwerking nodig heeft. De RES zou moeten gaan over de RSW en de ontsluiting van regionale warmtebronnen en afstemming tussen vraag en aanbod van gemeenten. Het moeten laten zien welke keuzes gemaakt worden en waarom. Dit doet het nog niet
De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario's voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen.
6. Van strategie naar uitvoering Standpunt college: We missen hier is de financiële implicaties van de RES en de vraag hoe en wie er wanneer voor gaat betalen. Ook is de vraag wie wat uit gaat voeren nog niet duidelijk. Dit kan meegegeven worden als reactie. Geen bedenkingen of zienswijzen.
Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. In dat kader maken we een start met de financiële doorvertaling van de RES.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
Gemeente Berge ijk
1. Samen de energie ambitie realiseren Standpunten I aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: ^ Bestaande (gas)leidingnetwerk onder de grond niet zomaar verwijderen aangezien dit in de toekomst mogelijk ook nog bruikbaar is voor andere duurzame toepassingen/alternatieven zoals bijvoorbeeld waterstof en/of groen gas; ^ Volgens de gehele gemeenteraad zou punt E specifieker moeten worden beschreven in de RES 1.0. Voor een gedeelte van de gemeenteraad is op termijn van het aardgas afgaan prima, maar niet wanneer dan vervolgens bijvoorbeeld biomassa een vervanger van het aardgas is; Voor een gedeelte van de gemeenteraad is het onvoldoende duidelijk op welke manier inwoners betrokken worden bij de RES. Hoe kunnen inwoners gestimuleerd worden om stappen te zetten?
Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep (w.o inwoners). Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders.
2. Onze aanpak voor de (concept)-RES Standpunten | aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: Punt C: bij het afwegingskader ook expliciet de toetsing omtrent flora en faunabeheer meenemen wanneer dit nog niet gebeurd is; Punt B: belangrijk om te borgen welke mogelijkheden verschillende gemeenten hebben qua duurzame opwek (stedelijk gebied heeft wellicht minder mogelijkheden dan buiten-stedelijk gebied), zodat ook getoetst kan worden of de mogelijkheden daadwerkelijk beperkt zijn bijvoorbeeld; Punt B: de gemeentelijke toekomstige keuzes voor verschillende vormen van duurzame opwek (bijvoorbeeld enkel zonne-energie) zouden moeten worden verantwoord binnen de RES 1.0; Belangrijk om inwoners met bijvoorbeeld minder beschikking tot financiële middelen ook de ruimte te bieden om aan te kunnen haken bij de energietransiŭe; Een gedeelte van de gemeenteraad acht het in deze fase van de RES nog niet van belang om bezig te zijn met ‘verdeelsleutels' of contouren om afspraken te maken tussen verschillende gemeenten over de opwek van duurzame energie.
Een gedeelte van de gemeenteraad vindt het voeren van dergelijke gesprekken wel zinvol; Een hoog ambitieniveau van gemeenten omtrent de energietransitie kan niet op een later moment in de RES gebruikt worden om aan te geven dat gemeenten eventuele doelen niet bereikt hebben (en vice versa in geval van minder ambitieuze gemeenten); In de RES zou een regeling moeten worden opgenomen dat gemeenten met minder mogelijkheden en ook het Rijk de gemeenten die de ruimtelijke lasten dragen (bijv. voor wat betreft grootschalige opwek) financieel, dan wel op een andere manier, dienen te compenseren; Ambitie niveau is hoog maar we moeten ook opletten dat we niet te ver vooruit lopen ten opzichte van andere gemeenten/gebieden in Nederland; Punt B: voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat iedere regio en gemeenten in deze fase allereerst eigen ambitte bepalen welke opgenomen wordt in de RES; een controlemechanisme is hierbij vooralsnog niet nodig. Als een bepaalde gemeente bijvoorbeeld meer ambitie heeft dan de rest, dan is dat prima; Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat gemeenten die minder realiseren geen compensatie dienen te verrichten ten aanzien van andere gemeenten.
Enkel als blijkt dat de doelen niet haalbaar zijn, dan kan dit een afweging worden; Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat wanneer blijkt dat het opwekken van duurzame energie redelijkerwijs niet mogelijk is voor een bepaalde gemeente dat er dan gekeken moet worden naar een alternatief. Het moet voor een gemeente niet mogelijk zijn om bijvoorbeeld met financiële middelen een gedeelte af te kunnen kopen. Men moet beargumenteerd afwijken van een verdeelsleutel; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad is het erg belangrijk om nu al op gemeenteniveau de gesprekken te voeren omtrent de opwek van duurzame energie. Dan kan er achteraf geen teleurstelling ontstaan. Een goede verdeelsleutel moet nu al bepaald worden. 3. Besparing Standpunten | aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: ^ Voorstel om verplichting van besparingen in beleid, bestemmingsplannen en aanbestedingen op te nemen (vrijwilligheid is onvoldoende). Anders dan stimuleren en aanjagen door de overheid zou besparing een ‘verplichting' worden.
De betrokken partijen weten dan op voorhand waar ze aan toe zijn; ^ Apart dat kleinschalige opwek binnen de RES onder besparing valt en niet onder de noemer van duurzame opwek; ^ Afweging maken of energiebesparing niet afgetrokken zou moeten worden van de totale opgave van 35TWh aan duurzame opwek; ^ In de RES 1.0 moet concreter duidelijk worden wat de precieze besparingspotentie voor de MRE is (in TWh bijvoorbeeld). Over welke opgave hebben we het? Op dit moment is dat niet inzichtelijk/duidelijk; ^ Duidelijke boodschap richting het Rijk dat het van belang is om ook de energiebesparingshoeveelheid vanuit de verschillende RES'en mee te nemen in de modellen om te bepalen wat we landelijk moeten besparen en daarbij aan de andere kant dus ook wat we landelijk moeten opwekken; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat er te weinig concrete actiepunten worden benoemd om te besparen op het verbruik van energie; dit geldt zowel voor de publieke sector alsmede het bedrijfsleven voor zowel aardgas- als elektrici teitsverbruik; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat ze graag meer stmulerende maatregelen willen zien om woningen te verduurzamen (zowel koop- als huurwoningen). Definieer bijvoorbeeld ook het aantal woningen dat jaarlijks verduurzaamd wordt en bepaal het huidige energielabel (inclusief streefwaarde na aanpassing).
Het uitganspunt voor de Concept-RES is dat we vanuit regionaal perspectief bekijken waar in de regio nieuwe opwekking van duurzame energie het beste kan landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met andere opgaven. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen over locattekeuzes. Ook de potentie van het zoekgebied ‘no-regreť voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder onderzocht. Er is geen sprake van een van tevoren vastgestelde verdeling van een opgave. Het elektriciteitsverbruik in de regio is alleen gebruikt om te kijken of het bod een naar verhouding reëel aandeel van de landelijke doelstelling van 35 TWh betreft.
4. Duurzame opwek Standpunten | aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: ^ Punt D: zorg wordt uitgesproken over de netwerkcapaciteit en afhankelijkheid van de netwerkinfrastructuur (EnexisA enneT). Daarnaast ook de keuzes die gemaakt worden door Enexis en TenneT om bepaalde projecten aan te sluiten op het net. Wie bepaald welk project voorrang krijgt?; ^ Er is veel aandacht voor participatie onder bijvoorbeeld inwoners en stakeholders, maar uiteindelijk zijn het wel de netwerkbeheerders die beslissen welk project aangesloten zal worden. Dit komt niet met elkaar overeen; ^ Belangrijk om de planMER procedure richting de RES 1.0 ook af te stemmen met de Kempengemeenten en te bekijken wat er voor de Kempen nog nodig is qua aanvullend onderzoek, zodat uitgesloten kan worden dat er iets gemist wordt; ^ PlanMER onderzoek dient ook rekening te houden met grensoverschrijdende gevolgen voor wat betreft gemeenten. Het kan niet zo zijn dat in de ene gemeente een gebied op basis van planMER afvalt en in de andere gemeente net over de grens eenzelfde gebied wel als kansrijk aangeduid wordt. Het onderzoek zou breed- en grensoverschrijdend ingestoken moeten worden; ^ Het gebied in Valkenswaard, aangrenzend aan Bergeijk Zuid-Oost, wordt in de concept-RES aangeduid als zoekgebied voor grootschalige opwek terwijl in het planMER van de Kempengemeenten is gebleken dat dit geen kansrijk gebied is.
Extra aandacht aan dit gebied besteden tijdens het planMER onderzoek; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat het gebied Bergeijk Zuid-Oost een meer dan gemiddelde natuurwaarde heeft. Het gebied ‘Koolbliek' in Valkenswaard niet enkel aanduiden als ‘geen kansrijk gebied', maar aanduiden als een gebied waar grootschalige opwek van energie met behulp van windmolens ongewenst is; de schade aan de kwetsbare natuurgebieden in de gemeente Bergeijk kan groot zijn. Daarbij is ‘Koperbliek' voor vogels een risicogebied kijkende naar de locatie langs Natura 2000 en op basis van de Nationale Windmolen-risicokaart; ^ Door een gedeelte van de gemeenteraad wordt betwist dat het gebied Bergeijk Zuid-Oost niet kansrijk is voor grootschalige opwek op basis van planMER; ^ Er zou meer aandacht moeten zijn voor de netwerkbeheerder; hoe zorgen we voor een neutrale houding van de netwerkbeheerder? Niet enkel kijkende naar momenteel onvoldoende capaciteit in een bepaald gebied; ^ In de concept-RES ontbreken cijfers over de investeringen in de netwerkinfrastructuur ten aanzien van uitbreiding en verzwaring. Het moet helder zijn welk gedeelte hiervan voor rekening van inwoners komt;
Nemen we mee in de vervolguitwerking. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen.De resultaten van het PlanMER onderzoek voor de Kempen worden verrijkt met de resultaten uit dit nieuwe PlanMER onderzoek en andersom. De netbeheerder doet verder onderzoek naar de haalbaarheid van netuitbreiding in de zoekgebieden. Enexis geeft aan dat er problemen worden voorzien m.b.t aanvragen van offertes waarmee capaciteit wordt geclaimd op het net waardoor ook kleinere projecten in de knel komen. Dit gaat om grote aantallen in heel Nederland. Enexis is in gesprek op Rijksniveau om te bespreken wat de mogelijkheden zijn voor prioritering voor projecten.
In de regio maken we ambtelijk een eerder gestarte inventarisatie van aanvragen van netcapaciteit af, zodat we met Enexis kunnen bekijken wat de knelpunten zijn voor een door ons gewenste programmering en hoe we zouden kunnen sturen naar deze programmering.In de Stuurgroep RES wordt met Enexis op bestuurlijk niveau gesproken over de situatie en hoe we samen zouden kunnen sturen op prioritering van projecten.
Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat ze graag concrete doelstellingen willen zien om het percentage daken met zonnepanelen de komende jaren fors te doen stjgen (voor zowel koop- als huurwoningen en gericht op eigen verbruik). Ook voor publieke- en bedrijfsgebouwen doelstellingen formuleren voor het installeren van zonnepanelen. Daarnaast zou er specifiek gekeken moeten worden naar overkapte bedrijfsparkeergelegenheden uitgerust met zonnepanelen op een staalconstructie; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat windparken op zee maximaal ontwikkeld zouden moeten worden. Meer aandacht voor wind op zee in plaats voor wind op land. Indien het toch nodig blijkt om wind op land te ontwikkelen, dan niet in de buurt van Natura 2000 (zoals bijvoorbeeld ‘de Maai' tussen Bergeijk en Valkenswaard) en bij voorkeur een maximum van 3 windturbines in een bepaald gebied; ^ Voor een gedeelte vande gemeenteraadgeldt dat een heldere definitie van ‘draagvlak van de omgeving' vastgesteld moet worden.
Het moet helder zijn wanneer er geen windturbines geplaatst worden vanwege een gebrek aan draagvlak; ^ Voor een gedeelte vande gemeenteraadgeldt dat er onderzoek verricht moet worden naar kleinere windturbines bij sportparken, bedrijventerreinen en woningclusters in het buitengebied; ^ Voor een gedeelte vande gemeenteraadgeldt dat vóór de plaatsing van windturbines er eerst contractueel vastgelegd moet worden hoe - en wie de winturbines afbreekt verwijdert en afvoert wanneer deze niet meer rendabel blijken; ^ Er moet gezorgd worden voor een eenduidige rapportage over de voortgang van de realisatie van alle doelstellingen. Zowel qua investeringen, besparingen en actueel verbruik; ^ Een gedeelte van de gemeenteraad pleit voor onderzoek naar de mogelijkheden om geluidsschermen te voorzien van zonnepanelen.
Wordt meegenomen in de uitwerking van de besparingsaanpakken en het 'no-regret' zoekgebied. Het uitganspunt voor de Concept-RES is de opdracht vanuit het Rijk om te kijken waar in de regio opwekking van duurzame energie zou kunnen passen. Vanuit regionaal perspectief bekijken we waar in de regio nieuwe opwekking van duurzame energie het beste kan landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met andere opgaven. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema's die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen over locatiekeuzes. Ook de potentie van het zoekgebied ‘no-regret' voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder onderzocht. Het vaststellen van draagvlak en de uitwerking van concrete projecten komt nadrukkelijker aan bod op lokaal niveau, waar straks concretere keuzes worden gemaakt met de PlanMER als ondersteunend regionaal perspectef.
5. Duurzame warmte Standpunten | aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: ^ Een gedeelte van de gemeenteraad acht biomassa en biogas met in achtneming van bepaalde kaders opportuun als toekomst ge warmtebron. Een ander gedeelte van de gemeenteraad erkent biomassa en biogas pertinent niet als duurzame warmtebron; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad worden product ebossen in combinatie met energie uit biomassa niet beschouwd als duurzame warmtebron; ^ Voor een gedeelte van de gemeenteraad kan biomassa onder bepaalde voorwaarden en bij bepaalde soorten biomassa/biogas van toegevoegde waarde zijn (als er sprake is van korte CO2 kringlopen). Zaken als mestyergistng en het kappen van bomen past voor een gedeelte van de gemeenteraad niet bij een duurzame energietransitie; ^ Een gedeelte van de gemeenteraad vindt dat er een hoofdstuk toegevoegd dient te worden over het geschikt maken van ons huidige gasnet in relatie tot het gebruik van waterstofgas; ^ Kernenergie wordt niet erkend als duurzame energiebron door een gedeelte van de gemeenteraad.
Er wordt breed in kaart gebracht welke opt es voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiënte
6. Van strategie naar uitvoering Standpunten | aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: ^ Belangrijk om te bekijken en te toetsen hoe gemeen
Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitte voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participate.
Het is een bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor besparing in de concept-RES, maar om af te spreken om besparing maximaal te stmuleren. Het besparingspercentage is per individuele woning of bedrijf namelijk verschillend en is achteraf niet te meten in relate tot de genomen maatregelen. Voorop staat het gesprek met belanghebbenden om ze te stmuleren om consequent stappen te zetten naar een steeds duurzamer bedrijf, woning of kantoorpand. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richt ng RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. In de meeste gevallen is er geen wettelijke basis om mensen tot besparingsacties te verplichten. In landelijke afspraken wordt rekening gehouden met een vast percentage aan energiebesparing tot 2030. Op basis hiervan is een opgave van 35TWh voor opwekkig van duurzame energie op land bepaald. Gezien de energiebesparing die afgelopen 10 jaar is bereikt kan het ingeboekte percentage als zeer ambitieus worden gezien.
Op landelijk niveau is ook afgesproken dat kleinschalige opwek tot op zekere hoogte wordt gerekend tot besparing. Wanneer er via deze weg meer wordt opgewekt dan een vooraf gestelde autonome groei, dan kan de kleinschalige opwek worden gerekend tot duurzame opwek.
Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario's en visie die op regionaal niveau worden opgesteld.
Wordt meegenomen in het vervolg. n in de RES 1.0 de afweging maken tu
de i
et van bijvoorbeeld zonne- of windenergie in hun strategie voor duurzame opwek.
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden
Reacties concept-RES Metropoolregio Eindhoven - overheden Datum
Afzender
reactie-zienswijze-kanttekening
Antwoord
Gemeente Helmond
1. Samen de energie ambitie realiseren * Wij zien de Concept RES MRE els een belangrijke tussenstap in het proces neer de RES MRE 1.0. Alle colleges en gemeentereden krijgen nu een eerste zicht op hoe sterk wij moeten inzetten op energiebesparing, en in het bijzonder het sterk terugdringen ven de wermtevreeg ven de besteende gebouwde omgeving. Meer ook hoe groot ons gezemenlijk bod en deermee collectieve opgeve voor grootschelige opwek met zon en wind, is. Voor het onderdeel wermte geeft de RSW een eerste inzicht in de mogelijke vervengende duurzeme bronnen weermee wij de wermtevreeg invullen richting 2050, het jeer weerin we uiterlijk eerdgesvrij moeten zijn. * Uit de RES komen projecten voort die meerdere gemeenten reken. Ook hebben we elkeer nodig om in 2050 uiteindelijk klimeetneutreel te zijn. Door semen te werken kunnen we hier op een effectieve en efficiënte wijze invulling geven een onze lokele, subregionele en regionele opgeven. * Het opstellen ven de Concept RES MRE heeft geresulteerd in zeer goede semenwerking in de subregio De Peel op het gebied ven de Energietrensitte, zowel op bestuurlijke en embtelijke vlek. * Wij hebben bewust gekozen om de RES MRE zo veel mogelijk met eigen mensen op te stellen.
Zo blijft de opgedene kennis voor het vervolg in de RES 1.0, 2.0 en verder, meer ook voor de verenkering in lokeel beleid, zoels de Omgevingsvisie en Omgevingsplennen en verder lokeel beleid en uivoering voorhenden. Wel dient er eendecht te zijn voor de in te brengen fte per gemeente en subregio. * Exact op de dag waarop landelijk de eerste beperkende maatregelen in de strijd tegen Corona werden afgekondigd zouden 's avonds de gemeenteraden en inwoners van de MRE in het Evoluon in Eindhoven worden geïnformeerd over het proces dat we hebben gevolgd bij het opstellen ven de Concept RES MRE, zoels die nu ter consultetie een u voorligt Wij hedden greeg gezien det wij u op een endere wijze en eerder hedden kunnen informeren, den de Webiners die in juni els vervenging ven die fysieke informette bijeenkomst in meert is gehouden. In het vervolgproces neer RES MRE 1.0 zullen wij u en de inwoners uitgebreid betrekken. Ook moeten we het totele proces inzeke perticipetie bezien venuit de ontwikkelingen rondom corone weerin we ons op dit moment bevinden. * Wij verzoeken MRE en betrokken gemeentes zowel gemeentereden els bewoners sterker te betrekken bij de ontwikkeling ven RES 1.0. Zeker omdet in deze fese de besis gelegd moet worden voor een treject op lenge termijn. Weerbij dreegvlek en beteelbeerheid ven groot beleng is.
In het vervolgproces is er eendecht voor het betrekken ven gemeentereden en inwoners. Onder endere vie het proces ven de PlenMER, meer ook vie informele vregenuurţies, die digiteel goed zijn te orgeniseren.Het ecttef betrekken ven inwoners ken deels vie regionele bijeenkomsten pleetsvinden, meer zel in belengrijke mete ook lokeel moeten worden georgeniseerd, weerbij het regionele verheel ondersteunend is een de lokele uitwerking.
2. Onze aanpak voor de (concept)-RES * Wij onderschrijven de bovenvermelde eenpek geheel. Wij geen zorgvuldig om met onze weerdevolle lendscheppen en netuurgebieden. Deze efwegingen hebben we ook gebruikt voor de keders binnen onze visie zonnevelden d.d. 2020. * Wij zoeken nedrukkelijk de meekoppelkensen met endere ontwikkelingen in het buitengebied, zoels weterberging Trensitie lendelijk gebied en VAB locettes. Het ontwikkelen ven zonne- en windperken biet economische kensen voor de egrerische sector die nu gelijktijdig met meerdere trensities geconfronteerd wordt. En het opstellen ven de omgevingsvisie is tevens een kens. * Wij verzoeken een duidelijkere positie te geven een de innovetie binnen het treject en de kensen die er op det gebied binnen de regio zijn. Hiereen gekoppeld den echter ook enige terughoudendheid ten eenzien ven de messele inzet ven huidige technieken en efscheling ven besteende voorzieningen.
In het keder ven de RES willen we gebruik meken ven de kennis en technologie die in de regio eenwezig is. Er is o.e. contect gelegd met Breinport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema's binnen de RES.
3. Besparing * Wij zetten meximeel in op energiebespering, weerbij de nedruk op het verkleinen ven de wermtevreeg in de besteende gebouwde omgeving ligt. Deer ligt nemelijk onze grootste uitdeging en opgeve. Zoels in het repport Concept RES MRE geen we in de verdere uitwerking ven de RES MRE 1.0 per doelgroep in gesprek met vertegenwoordigers ven die doelgroep over welke bespering technisch meer voorel ook finencieel mogelijk en meetscheppelijk heel beer zijn. We hebben hierin els Helmond netuurlijk el steppen gezet met onze semenwerking op het gebied ven het convenent eerdgesvrij, het Energiehuis en elle lichten op groen. Voor het vervolg zou efstemming inzeke embities binnen de MRE regio een de orde moeten zijn in het keder ven bespering om de term meximeel verder vorm te geven. Wij beseffen ons det de opgeve bespering en wermte voor onze gemeente omvengrijker is den voor endere gemeentes binnen onze regio. Hier steet tegenover det voor die gemeentes de opgeve ven opwek weer meer uitdegingen biedt. * Ven bedrijven in de Breinportregio verwechten wij inzet op innovetieve bouw- en instelletiemethoden, weerdoor het energieneutreel meken ven woningen goed-koper en sneller ken.
Opleidingsinstt tuten in onze regio dienen te zorgen voor het opleiden ven grote getelen veklieden tot en met ingenieurs die zorg geen dregen voor het fysiek op grote scheel eenpekken ven besteende woningen en bedrijfspenden. * Het vest stellen ven een gezemenlijke embitie voor de (sub)regio zou onderzocht moeten worden. Zodet zowel nieuwe ontwikkelingen volgens de doelstelling gereeliseerd worden en trensitieplennen hierop eveneens eensl uiten. Middels gezemenlijkheid ken shoppen door ontwikkeleers, en bedrijven voorkomen worden.
Wordt overwogen in de verdere uitwerking.
4. Duurzame opwek * Wij onderschrijven els college het regionele bod ven 2,0 TWh voor de tot 2030 in de gehele regio te reeliseren zon en windperken. Dit bod is de som ven 0,7 TWh ven projecten in de pijplijn (voorel zon op grote deken met SDE+ subsidie) 0,2 TWh grootschelig op deken ven industrie en (egrerische) bedrijven, 0,5 TWh een wind en zon in de Kempen en 0,6 TWh een wind en zon in de rest ven de MRE-regio. Wel vregen wij eendecht voor de koppeling ven het treject binnen de MRE-regio els geheel en de Kempen, weer het treject inzeke grootschelige opwek el enige ttjd loopt. Zorg voor gelijkweerdige keders en efwegingen is noodzekelijk. * In de plenMER worden de milieueffecten ven de verschillende zoekgebieden neder gewogen om tot een verdere verfijning ven de zoekgebieden in de brede zin te komen. Dit heeft voorel impect op de mogelijkheden in (nieuwe) netuur en in beekdelen. *Uit de doorrekening ven de zoekgebieden voor zonne- en windperken door netbeheerder ENXIS is gebleken det in de MRE-regio verschillende netwerkstetion eendecht vregen. Er moeten in de gehele regio 3 netwerkstetions el vóór of in 2020 zijn uitgebreid en 8 netstetions ne 2025 worden uitgebreid en vóór 2030 2 nieuwe netstetions (1 in De Kempen en 1 in De Peel) gebouwd worden om ons regionele bod ven 2 TWh vóór 2030 een te kunnen sluiten.