CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan 'Menzel 28, Nistelrode' - Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 30 november 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Menzel 28, Nistelrode'18.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hier bewoont de soort bijvoorbeeld zolders, kruipruimtes of ruimtes in de spouw (www.zoogdiervereniging.nl). De te slopen woning in het plangebied heeft geen openingen naar zolders of spouwmuren waar een steenmarter kan verblijven. De garage tegen de woning aan is onderzocht op sporen van de steenmarter, zoals prooiresten, haren en uitwerpselen. Bij regelmatig gebruik als verblijfplaats zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig te vinden. Deze sporen zijn niet aangetroffen. Ook in de rest van het plangebied en de directe omgeving zijn geen sporen van de

37 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

steenmarter aangetroffen. Het is daarom redelijkerwijs uit te sluiten dat de steenmarter een verblijfplaats in het plangebied heeft. Vleermuizen Gebouwbewonende vleermuissoorten Gebouwbewonende vleermuizen hebben hun verblijfplaats achter bijvoorbeeld gevelbetimmering, in spouwmuren, achter dakbeschot, achter luiken en in schoorstenen (BIJ12 2017a, Dietz et al. 2011). Het gebouw is tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikte kieren, spleten en open stootvoegen. De te slopen bebouwing bevat geen open stootvoegen die toegang kunnen bieden tot een spouwmuur. Daarnaast heeft de bebouwing een rieten dak wat overal goed aansluit op de gevel, waardoor hier ook geen geschikte openingen zijn waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De houten panelen bij de ramen bieden ook geen ruimte voor eventuele zomerverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Het is uitgesloten dat in de te slopen bebouwing vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Boombewonende vleermuissoorten Boombewonende soorten worden gevonden in holten en spleten in bomen en achter loshangend schors. Bomen dienen hiervoor een zekere diameter en leeftijd te hebben. Zo hebben vleermuizen genoeg ruimte in de boom.

Grofweg zijn hardhout bomen als eik en beuk jonger dan 60 jaar en zachthout bomen jonger dan ongeveer 30 jaar voor een spechtenhol nog niet geschikt (Zoogdiervereniging & Probos 2012). Voor de voorgenomen plannen worden geen bomen gekapt. Het is daarom uitgesloten dat verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen verloren gaan. Essentieel foerageergebied Alle in Nederland voorkomende vleermuizen leven van insecten. Zij foerageren daarom op plaatsen waar veel insecten aanwezig zijn. Voorbeelden van veel voorkomende foerageergebieden zijn openingen op kruinhoogte tussen bomen, boven water en in de luwte van dijken. Als een dergelijk foerageergebied van zeer groot belang is voor vleermuizen van een bepaalde verblijfplaats, kan gesproken worden van een essentieel foerageergebied. Als een dergelijk foerageergebied verloren zou gaan, zou de voedselvoorziening van deze vleermuizen verdwijnen, waardoor ze de verblijfplaats moeten verlaten. Het verdwijnen van het foerageergebied leidt zo tot het niet meer functioneren van de verblijfplaats. Dergelijk essentieel foerageergebied is beschermd. Het groen direct rondom het plangebied vormt enigszins geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Dit blijft echter in de nieuwe situatie behouden, waardoor uitgesloten is dat essentieel foerageergebied verloren gaat. Daarnaast is in de omgeving ruim voldoende alternatief foerageergebied aanwezig.

Essentiële vliegroutes Om zich van hun verblijfplaatsen naar hun foerageergebied te verplaatsen worden door een aantal soorten steeds dezelfde lijnvormige elementen gebruikt. Bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis gebruikt vaak bomenrijen waaraan het zich kan oriënteren.

38 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Als een dergelijke route verdwijnt of onderbroken wordt, vervalt deze mogelijkheid om van verblijfplaats naar foerageergebied te komen. Vleermuizen moeten dan een alternatieve route zoeken. Als dit niet mogelijk is en als de vliegroute door veel vleermuizen wordt gebruikt, kan dit een groot negatief effect op de vleermuizenpopulatie in het gebied hebben (Limpens et al. 2004). Daarom zijn dergelijke vliegroutes beschermd. In het plangebied zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die als vliegroute voor vleermuizen zou kunnen dienen. Door de voorgenomen plannen gaan geen essentiële vliegroutes voor vleermuizen verloren. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en verspreidingsatlas.nl komt de levendbarende hagedis in de buurt van het plangebied voor. De levendbarende hagedis is echter een soort van heidegebieden, ruigtes en zandverstuivingen. In het plangebied is geen geschikt habitat voor de soort aanwezig. Daarnaast ontbreekt schuilgelegenheid in het plangebied. De aanwezigheid van de levendbarende hagedis in het plangebied is uitgesloten. Amfibieën Aanwezigheid soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Zoals beschreven in paragraaf 2.2 van de bijgevoegde rapportage, geldt voor een aantal meer algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën een provinciale vrijstelling van de verboden in de wet.

Het is goed mogelijk dat in of nabij het plangebied deze soorten voorkomen, zoals de bruine kikker of gewone pad. Deze soorten komen wijdverspreid voor en stellen geen hoge eisen aan hun omgeving. Aanwezigheid soorten waarvoor geen vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, komen voornamelijk voor in en nabij vennen, poelen en slootjes, met helder en schoon water, in heide-, veen- en bosgebied en in de uiterwaarden. De rugstreeppad is ook in de duinen aanwezig. De geelbuikvuurpad, vuursalamander en vroedmeesterpad worden bijna uitsluitend in Zuid-Limburg aangetroffen (Creemers en van Delft 2009, verspreidingsatlas.nl). Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en verspreidingsatlas.nl komen de alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad in de buurt van het plangebied voor. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor op voorhand uitgesloten kan worden dat in het plangebied voortplantingswater van amfibieën aanwezig is. In de directe omgeving is ook geen geschikt voortplantingswater voor de bovengenoemde beschermde amfibieën aanwezig. Daarnaast is vrijwel geen schuilmogelijkheid in het plangebied aanwezig. Het is daarom ook redelijkerwijs uit te sluiten dat het plangebied als landhabitat voor beschermde amfibieën functioneert.

39 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Vissen In het plangebied zijn geen permanent watervoerende elementen aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vissen in het plangebied is daarmee uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden In het betreffende plangebied is geen sprake van open water, bos, soortenrijk grasland, heide of veen. Leefgebied voor deze soorten is hierdoor niet aanwezig. Beschermde insecten en andere ongewervelden zijn daarom niet te verwachten in het plangebied. Mogelijke effecten op beschermde gebieden Natura 2000 Ingevolge artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie.

Plannen zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste. Onderstaande figuur geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.

40 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Rijntakken circa 19 kilometer; - Vlijmense Ven, Moerputten en Bossche Broek circa 20 kilometer. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het plan inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donker paars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het programma Aerius Calculator 20211. Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiksfase van het plan/project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2021. Hierbij dient inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een plan of project.

41 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend overbelast zijn. Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een overschrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde. Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten. Uit het onderstaande zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd. Onderzoeksgegevens Huidige situatie De locatie Menzel 28 betreft een momenteel bebouwd perceel met een enkele woning. In het kader van een worst-case scenario wordt in het navolgende onderzoek aangenomen dat er in de huidige situatie geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvindt. Aanlegfase Ten behoeve van het plan zullen bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsvinden.

Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) per 01 juli 2021 heeft de wetgever een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector.6 Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarbij inbegrepen zijn de voertuigbewegingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan deze activiteiten. De wetgever verwacht wel van initiatiefnemer een inspanningsverplichting om bij bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik te maken van zo schoon mogelijk materieel. In het licht van deze vrijstelling voor de bouw- en sloopwerkzaamheden is een berekening van stikstofemissie en bijbehorende stikstofdepositie niet vereist. Het is immers aannemelijk dat door het tijdelijk karakter van de emissies door bouwactiviteiten de stikstofemissie op landelijk niveau gelijk blijft en slechts een klein aandeel vormt van de totale stikstofdepositie, te weten circa 1,3 procent van de stikstofdeken. Toekomstige situatie, gebruiksfase Het plan voorziet in de realisatie van twee woningen.

De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven. Daarnaast is er een zorgboerderij met maximaal 20 schapen, mogelijk een boerderijwinkel en een minicamping met 20 standplaatsen. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2022 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2022 voor de gebruiksfase.

42 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Stookinstallaties Er is uitgegaan dat er totaal 5.000 m3 gas verstookt wordt, dit levert een stikstofdepositie op van 3,1 kg/jaar. Verkeer Aan de hand van CROW-publicatie 381, d.d. december 2018, is de verkeersgeneratie bepaald. Aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2020) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Bernheze wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Tabel 1 geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend.

Voor de boerderijwinkel is aangesloten bij een groencentrum (weinig winkels welke in het buitengebied mogelijk zijn). Dagelijks zijn voor de zorgboerderij 10 verkeersbewegingen met personenbusjes (opgave initiatiefnemer). Gemiddeld zullen er 50 verkeersbewegingen per etmaal worden gerealiseerd. Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 2 middelzware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Daarnaast rijdt er een tractor (stage IV). Deze heeft een vermogen van 10,65 kWh. Jaarlijks verbruikt deze maar 500 liter diesel. Per liter diesel verbruik levert dit 4,26 g emssie. Het verkeer is gemodelleerd vanaf het plangebied tot ruim 150 meter van het plan richting Nistelrode. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rijen stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Onderzoeksresultaten Gebruiksfase Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de gebruiksfase weer.

43 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. CONCLUSIE Vervolgstappen ten aanzien van streng beschermde soorten zijn niet aan de orde voor de voorgenomen ontwikkelingen op de onderzoekslocatie. De bescherming van Natura 2000 staat de ontwikkeling niet in de weg en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Ook de provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk.

5.3 Archeologie/Cultuurhistorie Archeologie In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Bernheze is de planlocatie gelegen in de beleidszone ‘Gebied van hoge archeologische waarde’. 44 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Daarnaast is de locatie – op basis van het bestemmingsplan Buitengebied - gelegen binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor deze gebieden geldt – zowel op basis van de Beleidskaart als het bestemmingsplan – een onderzoeksplicht bij bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm. De totale oppervlakte van de twee woningen samen is groter dan 250 m². De woningen komen echter op exact dezelfde locatie (footprint) dan de bestaande agrarische bedrijfswoning. Er zal dus niet gegraven worden op ongeroerde gronden. Daardoor zorgt het aspect archeologie niet voor een beperking Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, 45 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 in het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle en cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen. Onderstaand een afbeelding van de Cultuurhistorische waardenkaart:

Onderzoek Uit deze kaart blijkt, dat binnen een ruime straal rondom het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn gelegen, noch sprake is van een cultuurhistorisch waardevol landschap. Gemeentelijk beleid De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistoriekaart vastgesteld. Op basis van deze kaart is de planlocatie gelegen binnen een oude bebouwingsconcentraties en binnen de historische geografie oude akkers. Ook ligt het plan aan een oud wegtracé met redelijk hoge waarde. Zie onderstaande afbeelding. 46 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Onderzoek Aangezien de nieuwe twee-onder-een-kapwoningen op exact dezelfde plaats terugkomen als de bestaande woning is gevestigd, komt hierbij de cultuurhistorie niet in het geding en vinden er geen significante wijzigingen plaats in het landschap. Conclusie Cultuurhistorie vormt een aandachtspunt maar geen belemmering voor het plan. CONCLUSIE Archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het plan.

5.5 Bodem Door De Klinker Milieu is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de initiatieflocatie. Het onderzoeksrapport, d.d. 20 oktober 2020, met als nummer K209511, is integraal als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 1.310 m2. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. Veldonderzoek Op 25 september is de peilbuis geplaatst. De overige veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 oktober 2020 (boorwerkzaamheden en monsterneming grondwater). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch 47 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2 van de bijgevoegde rapportage. Chemisch onderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NENENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend.

Samenvatting onderzoek Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: • de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; • in de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PAK aangetroffen; • in de ondergrond zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; • het grondwater is licht verontreinigd met koper; • de hypothese (onverdacht) dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem er géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie zijn.

5.6 Geluid Ingevolge de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidsbelasting over 10 jaar maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het resultaat van dit onderzoek, betrekking hebbende op de verkeersintensiteit en het wegdek van alle wegen met een geluidszone die strekt over de planlocatie, wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Door Sab is akoestisch onderzoek verricht in het kader van de procedure voor de nieuwbouw van de woningen aan Menzel 28 te Nistelrode. Het rapport, d.d. 1 juli 2021, rapportnummer 200454 is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

48 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

UITGANGSPUNTEN Brongegevens De verkeersgegevens zijn verstrekt door de gemeente Bernheze. Van enkele wegen is een aanname gemaakt qua verkeersintensiteit. Voor de dag, avond en nachtpercentages en voertuigcategorieën is in overleg met de gemeente Bernheze uitgegaan van een standaard verdeling. De gegevens van de A50 zijn geraadpleegd vanuit het Geluidsregister op 5-10-2020. De overige wegen zijn ingevoerd middels de volgende gegevens:

Bebouwing en waarneemhoogten De waarneempunten zijn gesitueerd rondom de woningen op 1,5 meter boven elke verdiepingsvloer, waarbij uitgegaan wordt van een verdiepingshoogte van 3 meter en twee of drie verdiepingen. In onderstaande figuur zijn de locaties en benamingen van de waarneempunten opgenomen.

49 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING Onderstaand zijn de twee wegen met de hoogste geluidbelasting op de beoogde woning wegens wegverkeer weergegeven. Voor alle overige, in dit onderzoek, getoetste wegen geldt dat de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB niet wordt overschreden. Hierdoor wordt als gevolg van Delst, Koudenoord, Kraaienweg, Nieuwland en de Udenseweg voldaan aan de Wgh. Autosnelweg A50 In onderstaande tabel is de geluidbelasting vanwege autosnelweg A50 weergegeven op de waarneempunten rondom de woningen. Op de 2e verdieping van de nieuwe woning wordt de westgevel als een ‘dove’ gevel uitgevoerd. Daar dit een zolderruimte is levert dit geen onoverkomelijke bezwaren op. In de regels is geborgd dat deze gevel doof wordt uitgevoerd.

Uit de berekeningen blijkt dat op geen van de rekenpunten overschrijdingen wordt geconstateerd. Menzel In onderstaande tabel is de geluidbelasting vanwege Menzel weergegeven op de waarneempunten rondom de woning.

Uit de berekeningen blijkt dat de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting niet wordt overschreden.

50 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Overige wegen In onderstaande tabel is de geluidsbelasting vanwege de overige wegen (Delst, Koudenoord, Kraaienweg, Nieuwland en de Udenseweg) weergegeven.

Uit de berekeningen blijkt dat er geen overschrijdingen zijn van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ten gevolge van de overige wegen (Delst, Koudenoord, Kraaienweg, Nieuwland en de Udenseweg). CONCLUSIE Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

5.7 Geur In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende veehouderijen gelegen. In dit kader is een onderzoek geurhinder en veehouderij nodig. Sab heeft dit onderzoek uitgevoerd. De rapportage, d.d. 1 juli 2021, kenmerk 200454, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In dit onderzoek wordt onderzocht of er door het plan geen inbreuk wordt gepleegd op de milieurechten en planologische geurruimte van de omliggende veehouderijen. Tevens wordt onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achter-grondgeurbelasting. TOETSINGSKADER Het toetsingskader voor het geuronderzoek wordt gevormd door de Wet geurhinder en veehouderij. Het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van Bernheze, heeft aanvullend een geurbeleid opgesteld, in de vorm van ‘Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013’ en ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013’, d.d. 12 december 2013. Locatie in relatie tot normen en afstanden De locatie is gelegen in de gemeente Bernheze. Deze gemeente valt in een concentratiegebied. Verder wordt het gebied beschouwd als gelegen buiten de bebouwde kom.

De gemeente Bernheze heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wet geurhinder en veehouderij biedt om, binnen bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen. Hiertoe heeft zij 51 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 opgesteld. Deze is ingegaan vanaf 19-12-2013. In deze geurverordening wijkt de gemeente zowel deels van de geurnormen en van de vaste afstanden af. Voor beide aspecten is een kaart opgenomen in de geurverordening. Deze zijn hieronder weergegeven.

Uitsnede kaart behorende bij Artikel 3 van de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 met de planlocatie zwart omcirkeld

52 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Uitsnede kaart behorende bij Artikel 4 van de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 met de planlocatie zwart omcirkeld Op basis van bovenstaande kaarten wordt de locatie voor de gemeentelijke normstelling gezien als Extensiveringsgebied rond kernen, Woon-werk ontwikkelingsgebied en voor de vaste afstand gezien als gelegen binnen de bebouwde kom. Daarmee gelden de volgende normen en afstanden voor deze locatie: • 8 ouE/m3 voor ou-dieren • 50 meter voor va-dieren Omliggende veehouderijen Op basis van het Web-BVB van de provincie Noord-Brabant zijn in een straal van 2 kilometer 27 veehouderijen gelegen (zie onderstaande afbeelding). 13 Van deze veehouderijen hebben enkel vaste afstand dieren. De overige 14 veehouderijen hebben (deels) dieren met een geuremissiefactor (ou-dieren).

53 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Plangebied met 2 km straal en omliggende veehouderijen (rode sterretjes) In onderstaande tabel zijn de veehouderijen in een straal van 500 meter rondom het plangebied opgenomen.

* De verhouding tussen de afstand tot het plangebied en de vergunde geuremissie is dusdanig laag dat de planontwikkeling niet meer relevant is voor de veehouderij. ** Deze veehouderij ligt op bijna de dubbele afstand tot het plangebied in vergelijking met de Kraaienweg 5. De geuremissie is enkel iets hoger. Vandaar dat in dit on-derzoek eerst de situatie aan de Kraaienweg 5 beschouwd wordt. Indien deze een overschrijding geeft, dient alsnog de veehouderij aan de Menzel 47 onderzocht te worden. Indien het 54 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

plan geen belemmering vormt voor de veehouderij aan de Kraaienweg 5 zal dit ook niet het geval zijn voor de veehouderij aan de Menzel 47. Onderstaande figuur laat de ligging van het bouwvlak van de veehouderijen ten opzichte van het plangebied zien.

Plangebied met veehouderijen in een straal van 500 m rondom weergegeven

De veehouderij welke mogelijk relevant is voor de milieurechten en planologische rechten van de veehouderij, is Menzel 32: Beoordeling Veehouderij Menzel 32 Van de veehouderij aan Menzel 32 dienen de milieurechten en planologische rechten beschouwd te worden. Milieurechten De veehouderij heeft sinds 13 september 2012 een vergunning voor het houden van: • 6 paarden • 10 schapen • 18 melkrundvee • 6 vleesvee De paarden en melkrundvee zijn va-dieren. Voor hen geldt een vaste afstand van 50 meter tot de gevels van de geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Deze afstand dient inzichtelijk gemaakt te worden. 55 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Schapen en vleesvee zijn ou-dieren. De totale geuremissie van de schapen en het vleesvee is 292 ouE, dit is dusdanig laag dat hier geen nadere voorgrondberekening naar hoeft plaats te vinden. In dit geval zijn de va-dieren bepalend. Milieurechten va-contour Tussen de veehouderij aan de Menzel 32 en het plangebied is reeds een bestaande woning gelegen welke in hetzelfde gebied gelegen is zoals benoemd in de Geurverordening van de gemeente. Derhalve kan het plan geen inbreuk plegen op de milieurechten van de veehouderij. Aanvullend is de milieuvergunning van de veehouderij aan de Menzel 32 geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de dieren gehuisvest zijn in de stal welke in onderstaande figuur rood omlijnd is.

Ligging rundveestal met een 50 meter contour, het beoogde plangebied (rood) met de beoogde woningen (blauw) en tussenliggende bestaande woning (geel) Rondom deze stal is een 50 meter contour gelegd. Hieruit blijkt dat de 50 meter contour niet over de nieuwe beoogde woningen valt en dat de bestaande tussengelegen woning eveneens juist buiten de 50 meter contour valt. De veehouderij zit daarmee nog niet op slot. De beoogde ontwikkeling pleegt geen inbreuk op de bestaande rechten van de veehouderij aan de Menzel 32.

56 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Planologische rechten De planologische rechten van een veehouderij worden bepaald door het bouwvlak van de veehouderij. Planologisch heeft een veehouder de mogelijkheid zijn stallen en daarmee het emissiepunt naar de rand van het bouwvlak te brengen. Een plan breekt planologisch geen inbreuk indien het voor de veehouder nog mogelijk is zijn stallen over zijn bouwvlak te verplaatsen. De planologische gebruiksmogelijkheden van de inrichting in de richting van het plangebied worden mede bepaald door de al aanwezige meest nabijgelegen woning of woningen. Indien er tussen het beoogde plangebied en de veehouderij reeds bestaande woningen zijn gelegen, kan de beoogde planontwikkeling nooit inbreuk plegen op de planologische rechten van de veehouderij. Onderstaande figuur laat de veehouderij zien, het plangebied en de al aanwezig woning tussen de veehouderij en het plangebied in.

Ligging veehouderij aan de Menzel 32, het beoogde plangebied (rood) en tussenliggende bestaande woning (geel) De veehouderij wordt beperkt in het verplaatsen van zijn stallen in de richting van het plangebied door de reeds bestaande woning. Het beoogde plan kan dus nooit inbreuk plegen op de planologische rechten van de veehouderij aan de Menzel 32. Dit aspect hoeft niet verder onderzocht te worden. Beoordeling Veehouderij Kraaienweg 5 Van de veehouderij aan Kraaienweg 5 dienen de milieurechten en planologische rechten beschouwd te worden. Dit gebeurt in onderstaande paragrafen.

57 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Milieurechten De veehouderij heeft sinds 4 april 2013 een vergunning voor het houden van: • 282 melkrundvee • 1.716 vleesvarkens Melkrundvee zijn VA-dieren. Voor hen geldt een vaste afstand van 50 meter tot de gevels van de geurgevoelige objecten binnen het plangebied. De afstand tussen het plangebied en de veehouderij voldoet ruim aan deze afstandsnorm. De vaste afstand dieren van de veehouderij aan de Kraaienweg 5 zijn voor het beoogde plangebied niet relevant en omgekeerd. Vleesvarkens zijn OU-dieren. Om nader inzicht te krijgen in de geurbelasting van de vleesvarkens van de veehouderij op het plangebied dient een berekening naar de voorgrondbelasting plaats te vinden. Milieurechten ou-berekening Aangezien er reeds bestaande woningen tussen het plangebied en de veehouderij in gelegen zijn welke in hetzelfde gebied gelegen zijn zoals benoemd in de Geurverordening van de gemeente, kan het plan geen inbreuk plegen op de milieurechten van de veehouderij aan de Kraaienweg 5. Om hier bovenop meer inzicht te krijgen in de geurbelasting bij het plan, is de geurbelasting vanwege de veehouderij aan de Kraaienweg 5 op de nieuwe woningen berekend met V-stacks Vergunning 2020. Hieruit blijkt dat de geurbelasting vanwege de veehouderij aan de Kraaienweg 5 maximaal 3,6 ouE/m3 betreft. De geldende norm voor deze locatie van 8 ouE/m3 wordt hierdoor ruimschoots niet overschreden.

De milieurechten van de veehouderij worden derhalve niet geschaad door het beoogde plan. Hieruit blijkt eveneens dat het plangebied geen inbreuk kan plegen op de rechten van de veehouderij aan de Menzel 47. Planologische rechten De planologische rechten van een veehouderij worden bepaald door het bouwvlak van de veehouderij. Planologisch heeft een veehouder de mogelijkheid zijn stallen en daarmee het emissiepunt naar de rand van het bouwvlak te brengen. Een plan breekt planologisch geen inbreuk indien het voor de veehouder nog mogelijk is zijn stallen over zijn bouwvlak te verplaatsen. De planologische gebruiksmogelijkheden van de inrichting in de richting van het plangebied worden mede bepaald door de al aanwezige meest nabijgelegen woning of woningen. Indien er tussen het beoogde plangebied en de veehouderij reeds bestaande woningen zijn gelegen, kan de beoogde planontwikkeling nooit inbreuk plegen op de planologische rechten van de veehouderij. Onderstaande figuur laat de veehouderij zien, het plangebied en de al aanwezig woningen in de nabijheid.

58 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Ligging veehouderij aan Kraaienweg 5, het beoogde plangebied (rood) en omliggen-de bestaande woningen (geel) De veehouderij wordt beperkt in het verplaatsen van zijn stallen in de richting van het plangebied door de reeds aanwezige woningen. Ook is zijn bouwvlak beperkend. Het beoogde plan kan dus nooit inbreuk plegen op de planologische rechten van de veehouder. Beoordeling Menzel 28 Aan de Menzel 28 is de zorgboerderij De Lindenhoeve gevestigd. Hier wordt aan ouderen en licht dementerenden een plezierige dagbesteding gegeven. In de beoogde situatie wordt woning 1 de bedrijfswoning behorende bij de zorgboerderij. Woning 2 betreft een nieuwe woning.

59 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Beoogde situatie Menzel 28 Zorgboerderij De Lindenhoeve werkt samen met gemeenten. De gemeenten zorgen voor de financiële middelen vanuit de WMO en het vervoer naar de boerderij. De zorgboerderij komt niet in Web-BvB voor als zijnde veehouderij. De dieren die hier gehouden worden, worden hier dan ook niet gehouden uit winstoogmerk, maar zijn er ten behoeve van de zorgboerderij. Daardoor betreft het geen inrichting in de zin van artikel 1.1 Wet milieubeheer en hoeft er niet getoetst te worden aan de Wet geurhinder en veehouderij.

60 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Woon- en leefklimaat In het kader van het woon- en leefklimaat worden twee verschillende aspecten onderscheiden, namelijk de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Voorgrondbelasting Uit onderstaande Tabel is te herleiden dat de voorgrondbelasting ter plaatse van het woningbouwplan bepaald wordt ten gevolge van de veehouderij gelegen aan de Kraaienweg 5.

Deze veehouderij heeft namelijk de hoogst vergunde milieurechten van de veehouderijen nabij het plan in relatie tot de afstand tot het plangebied. Deze voorgrondbelasting is hierboven nader inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat de voorgrondbelasting ten hoogste 3,6 ouE/m3 bedraagt. De voorgrondbelasting is derhalve te kwalificeren als ‘redelijk goed’ tot ‘goed.’ Achtergrondbelasting Gebleken is dat er sprake is van meerdere relevante veehouderijen met intensieve diersoorten (oudieren) die binnen een afstand van 500 meter rondom het plangebied zijn gelegen. Daarom is er aanvullend een berekening naar de achtergrondbelasting uitgevoerd. De berekening/rapportage, d.d. 6 juli 2021, kenmerk 200454 (door Sab) is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Conclusie van deze aanvullende berekening is, dat de achtergrondbelasting maximaal 6,8 ouE/m3 bedraagt (zie onderstaande figuur).

61 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Uitkomsten achtergrondgeurbelasting op de vier verschillende toetspunten rondom de woningen Hiermee blijkt uit tabel 2 ‘Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een concentratiegebied’ dat de achtergrondbelasting tussen de 3 en 7 ouE/m3 ligt en daarmee als ‘goed’ te beschouwen is. CONCLUSIE Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat de realisatie van de woningen geen inbreuk pleegt op de vergunde geurrechten van de nabijgelegen veehouderijen. Door de ligging van reeds bestaande woningen tussen de veehouderijen en het plangebied in hoeft eveneens geen aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de planologische rechten van deze veehouderijen. Uit de berekening naar de achtergrondbelasting blijkt dat deze maximaal 6,8 ouE/m3 bedraagt. Daarmee is de achtergrondbelasting als ‘goed’ te beschouwen.

62 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

5.8 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden ter vervanging van het Besluit luchtkwaliteit 2005. De nieuwe Wet luchtkwaliteit ziet op een actualisatie van de luchtkwaliteitseisen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 μg/m³ verslechtering leidt.

Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is (onder andere) niet noodzakelijk voor: • woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden; • kantoorlocaties bij minder dan 100.000 m2 bvo bij één ontsluitende weg, of 200.000 m2 bvo bij twee ontsluitende wegen. Het plan voorziet netto in de realisatie van één woning. Dit aantal valt ruimschoots binnen het aantal 1.500 woningen volgens de Regeling Niet in betekenende mate, bijlage 3a, voorschrift 3a.2. Er is geen sprake van de toevoeging een luchtkwaliteitsgevoelig object, zoals een school of een ziekenhuis. Een toets NIBM is in dit kader niet nodig. Via de NSL-monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan beoordeeld. Er zijn geen rekenpunten beschikbaar aan de Menzel zelf maar wel nabij de A50 en langs de Udenseweg en Delst. In figuur 4 is zijn de nabijgelegen rekenpunten weergeven. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties.

63 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Uitsnede NSL-monitoringstool met het plangebied (zwart omcirkeld) en de omliggende reken-punten. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties In onderstaande tabel is de luchtkwaliteit voor de jaren 2018, 2020 en 2030 weergegeven bij het rekenpunt aan de A50 met de hoogste waarde (726719).

Uit de tabel blijkt dat er in geen van de gevallen de grenswaarden van luchtkwaliteit wordt overschreden. Ook blijkt dat de trend van de luchtkwaliteit verbeterend is. CONCLUSIE Een nadere toets van de luchtkwaliteit is niet nodig.

5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Het transport door buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het werken/verhandelen van gevaarlijke stoffen is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 64 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10-6/jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N2 < 10-2 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers.

Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) en het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit, circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, Besluit ruimte en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet.

65 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Beleidsvisie externe veiligheid De gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd hebben de Beleidsvisie externe veiligheid opgesteld met als doel het verduidelijken en nader invullen van het beleidsthema externe veiligheid. De centrale ambitie is dat de gemeenten streven naar het optimaliseren van externe veiligheid in de gemeenten. Deze ambitie is uitgewerkt in 6 deelambities: 1. In ruimtelijke plannen de bestaande veiligheidssituatie zoveel mogelijk te optimaliseren en te beheren en het ontstaan van nieuwe externe veiligheidsknelpunten te vermijden. 2. Dit wordt bereikt door allereerst de signalering van EV-relevante situaties te verbeteren door het maken van een signaleringskaart. 3. De externe veiligheidsrisico‘s van het transport van gevaarlijke stoffen te onderzoeken en bij ruimtelijke- of verkeersbesluiten rekening te houden met deze risico’s. Daar waar de provincie of de Rijksoverheid beheerder is van de transportassen, volgen de gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van risico-inventarisatie en wet- en regelgeving actief. 4. Zorg te dragen voor actuele en adequate milieu-, bouw- en gebruiksvergunningen bij risicovolle bedrijven; 5. Zorg te dragen voor adequaat toezicht en handhaving van risicovolle bedrijven; 6. Optimaal voorbereid te zijn op calamiteiten en rampen bij situaties waar de externe (on-) veiligheid aanwezig is.

In de volgende figuur is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.

Uitsnede risicokaart en beoordeling alle risicobronnen in straal van 1,5 km rond plangebied Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van een kwetsbaar object (een woning). Op 280 meter van het plangebied is de autosnelweg A50 gelegen. Voor de autosnelweg bevindt het plan zich binnen het invloedsgebied van de weg, maar buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (200 meter). Het plan bestaat uit de toevoeging van enkel één woning. Vanwege de ligging van het 66 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

plan in het invloedsgebied van de autosnelweg A50 dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Bleve Een BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing of door hittestraling veroorzaakt door een externe brand waardoor de tank bezwijkt. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt direct Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. De afstand tussen de woningen en de A50 bedraagt circa 290 meter. Aangenomen mag worden dat de bewoners zich overwegend binnen bevinden. Een en ander leidt naast een kleine kans op het plaatsvinden van een incident ook tot een kleien kans op het ontstaan van letsel (zie advies Brandweer). Er vindt door het plan een geringe toename plaats van het aantal personen (1 woning, ca. 2-3 personen) binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A50. Omdat de toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied beperkt is, zal de rekenkundige toename van het groepsrisico te verwaarlozen zijn (grafisch niet zichtbaar).

De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld: • Is het rampscenario te bestrijden? • Is de omgeving van het plangebied voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? Is het rampscenario te bestrijden? De mate van bestrijdbaarheid van een calamiteit is afhankelijk van de opkomsttijd van de brandweer, de bereikbaarheid van de locatie calamiteit en de bluswatervoorziening in de omgeving van de calamiteit. Voor het transport over de autosnelweg A50 is voor het plangebied het scenario toxische wolk maatgevend. Voor het scenario toxische wolk geldt, dat de toxische wolk afkomstig uit een tankwagen met een waterscherm neergeslagen moet worden. De opkomsttijd van de brandweer ter plaatse (locatie calamiteit, autosnelweg A50) bedraagt ca. 8 minuten. De bereikbaarheid is goed. Een adequate bluswatervoorziening ter plaatse voor bestrijding van een calamiteit is echter niet aanwezig. Bluswater zal met tankwagens aangevoerd moeten worden. De bestrijdbaarheid van dit scenario wordt derhalve als matig beoordeeld. Is de omgeving van het plangebied voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? Het plangebied is op ruime afstand van de risicobron gelegen (ca. 280 meter). De gevolgen van een calamiteit door een toxisch scenario zullen hier beperkt zijn.

Aanvullende maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de calamiteit met een toxische wolk zijn, buiten het centraal kunnen afsluiten van de mechanische ventilatie, zijn niet noodzakelijk.

67 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario (brand, explosie en/of toxische wolk). Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is Ter hoogte van de planlocatie is de WAS-dekking (sirene burgerbescherming) op orde. In geval van een calamiteit zal tevens NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon.

Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden: Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. In de bebouwing moet een (centraal) afsluitbaar ventilatiesysteem aanwezig zijn en moeten de ramen en deuren afdoende sluitbaar (kiervrij) zijn. Reactie Veiligheidsregio Op 7 februari 2021 heeft de Veiligheidsregio het initiatief beoordeeld. De Veiligheidsregio heeft geconcludeerd dat uit de beoordeling blijkt dat de kans op letsel en ernstige schade erg klein is en de mate van zelfredzaamheid als goed wordt beoordeeld. De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Geconcludeerd wordt dat er geen aanleiding is voor het geven van aanvullend advies. CONCLUSIE De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A50. Het groepsrisico is beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht.

De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: − De vrijwel gelijkblijvende hoogte van het groepsrisico, en − De goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen. 68 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Bijlage Advies Brandweer Brabant-Noord, d.d. 7 januari 2021

5.10 Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Hiervoor wordt in het algemeen gebruikt gemaakt van de categorie-indeling op basis van de VNGbrochure "Bedrijven en milieuzonering" uit 2012. In deze brochure worden richtafstanden gegeven van functies op o.a. gevoelige bestemmingen. Deze brochure kan ook omgekeerd worden toegepast. De bestaande bedrijven hebben invloed tot op een bepaalde afstand. Indien binnen die afstand de gevoeligheid verandert, heeft dat invloed op een bestaand bedrijf. In het kader dit onderzoek wordt bezien welke bedrijven in de omgeving aanwezig zijn wiens invloedgebied reikt tot de nieuwe gevoelige bestemmingen. Voor zover dit van toepassing is dient vervolgens bezien te worden welke invloed er te verwachten is. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies is de VNG-publicatie als leidraad voor milieuzonering gebruikt. De bevindingen voor wat betreft de milieuzonering zijn hieronder opgenomen.

Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze, vastgesteld 2014-1008. Het gebied rondom de planlocatie wordt voornamelijk aangemerkt als agrarisch met waarden. Er zijn verschillende agrarische bedrijven in de omgeving gelegen. De planlocatie wordt daarom beschouwd als een 'gemengd gebied'. In de directe omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Deze veehouderijen worden beschouwd in het onderzoek agrarisch geur. Naast deze veehouderijen zijn er geen andere bedrijven gelegen in de nabijheid van het plangebied (zie onderstaande figuur).

69 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Uitsnede Ruimtelijke Plannen (locatie met rode marker weergegeven) met huisnummers omliggende percelen. In een straal van 200 meter zijn alleen maar (voormalige) agrarische bedrijven toegestaan met een wijzigingsmogelijkheid naar woonwerkontwikkelingsgebied. In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de omliggende percelen.

Het gebied kan in dit kader als een gemengd gebied beschouwd worden. 70 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

Op de locatie Menzel 22, 32 en Kraaienweg 5 zijn veehouderijen gevestigd. Het aspect geur wordt in het eerder genoemde agrarische geuronderzoek benoemd. Het aspect geluid bedraagt voor deze veehouderijen een richtafstand van maximaal 50 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 30 meter. In geen van de gevallen bestaat er een overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Op de locatie Menzel 32 is een minicamping aanwezig, voor een kampeerterrein met keuken bedraagt de milieucategorie 3.1 (50 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 30 meter). Ook hier is geen overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Op Menzel 31 is een detailhandelsbedrijf gevestigd, welke robotmaaiers verkoopt. De richtafstand bedraagt 10 meter in een rustig buitengebied en in een gemengd gebied 0 meter. Ook hier bestaat geen overlap met de richtafstand en de toekomstige woning. Binnen het plangebied zelf is reeds een minicamping en zorgboerderij gevestigd. Daarnaast bestaat een mogelijkheid dat er een boerderijwinkel in het plangebied gevestigd wordt. Al deze functies zijn al een bestaand recht. In de toekomstige situatie verandert er echter niets in functie of gebruik ten opzichte van de huidige situatie. Derhalve hoeft op dit vlak geen verdere analyse plaats te vinden van deze functies naar de omgeving toe.

CONCLUSIE De voorgenomen ontwikkeling zal in de nabijheid gelegen bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering en andersom geen hinder ondervinden van de bedrijven, waardoor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd.

5.11 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Hiervoor is beleid opgesteld. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal 71 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben. In onderstaande figuur is het verloop van de veldsterkte te zien in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.

Verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen (RIVM) Op circa 175 meter ten westen van het plangebied loopt een 150 kV-tracé. In bovenstaande figuur is te zien dat buiten 150 meter van de afstand tot het hart van de lijn het magnetisch veld nihil is. CONCLUSIE Er zal weinig tot geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied.

5.12 Spuitzones De woning ligt in het buitengebied van Nistelrode. Het plangebied bevindt zich op en rondom agrarische gronden. Op dit moment zijn deze gronden niet in gebruik voor het uitoefenen van een teelt waarbij gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen. Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf met boomteelt is hier tevens niet zonder meer mogelijk. Volgens het bestemmingsplan is het verboden zonder een omgevingsvergunning om grasland om te zetten in een boomkwekerij of sierteeltgrond. Ook is het gezien de gronden en het huidige gebruik ervan niet aannemelijk dat er binnen 50 meter van het perceel in de toekomst andere teelten worden ingezet waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op exact dezelfde locatie is reeds al een woning gevestigd. Op circa 18 meter afstand is een agrarisch perceel gelegen. Hierop kunnen gewassen worden geteeld waarvoor gebruik gemaakt kan worden 72 Bestemmingsplan Menzel 28 Nistelrode Toelichting

van gewasbeschermingsmiddelen. Echter omdat de nieuwe woning niet dichter bij het perceel komt te liggen dan de huidige bestaande woning, dient de agrariër rekening te houden met de bestaande situatie. CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat het aspect spuitzones gewasbescherming geen belemmering vormt voor dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=8457bf7f-4396-4961-962b-4723530150c3