CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 00006 of Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West *32.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1164

223 179

223 179

224

180

224

-

Reclamant stelt dat de komst van het industrieterrein leidt tot toename van geluidsoverlast, daling van luchtkwaliteit, zichtbeperking en verminderde woonbeleving en woningwaarde. Reclamant maakt zich ernstig zorgen over waardedaling van eigen woning en bouwgrond. Ook vraagt reclamant zich met klem af of het woongenot niet tot ondermaats 2624 zal zakken. Reclamant voelt zich genoodzaakt bezwaren kenbaar te maken en planschade als gevolg van waardedaling van grond en woning op gemeente te verhalen. Reclamant geeft aan daarvoor ter zijner tijd een onaf hankelijke woningtaxateur aan te stellen die deze waardedaling Zie thema's Geluid, Luchtkwaliteit, Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en inzichtelijk zal maken. leef klimaat en Kosten en baten en planschade. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel foutief opgenomen passage tankstation in het noordoosten van het plangebied (rij 2617). 2625 Naar aanleiding daarvan is deze passage aangepast in de Toelichting van het bestemmingsplan (zie thema Mobiliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming.

Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, 2626 de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in voor de nieuw te vestigen bedrijven. bijlage 7 van het akoestisch onderzoek. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers.

Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2627 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

1165

224

224

-

-

Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2628 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften.

Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2629 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

224

-

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2630 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie.

1166

224

224

-

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de 2631 Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden.

-

Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant 2632 behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

224 180

225

181

Zie thema Proces en participatie.

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag 2633 inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant maakt zich zorgen over het toekomstig leefklimaat en vreest Zie thema's Woon -en leef klimaat, Proces en participatie, Geluid, Geur, voor een grote aantasting van de woon-/leefomgeving door milieuhinder, Trillingen en Mobiliteit. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning zoals geluidsoverlast, geurhinder, trillingshinder, verkeersoverlast. van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor 2634 Reclamant stelt geen voordelen te hebben van het bedrijventerrein, maar industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake slechts geconfronteerd te worden met de nadelen ervan. van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting.

Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

1167

225

-

Reclamant stelt dat in de plannen een te hoge milieucategorie mogelijk wordt gemaakt. Het plan staat categorie 4.1- en zelfs 5.1-bedrijven toe. Volgens de reclamant zouden dit soort zware bedrijven niet moeten 2635 worden toegestaan op korte afstand van de woning van de reclamant. Reclamant stelt dat een dergelijk hoge milieucategorie zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon-/leefklimaat van de reclamant. Zie thema's Milieucategorie en Woon -en leefklimaat.

225

181

225 181

226

182

226

-

Reclamant stelt dat de plannen grote gevolgen zullen hebben voor het woonplezier van de reclamant op circa 500 meter vanaf Heesch West, 2636 met negatieve effecten op het gebied van geluids-/trillings-/verkeers- en geuroverlast (in zowel de bouw als in de definitieve fase/gebruiksfase).

2637

Zie thema's Woon -en leef klimaat, Geluid, Trillingen, Mobiliteit en Geur. De bouwwerkzaamheden zullen conform de gebruikelijke wijze worden uitgevoerd. Hierbij is zo min mogelijk hinder voor de omgeving een belangrijk uitgangspunt. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook 2638 de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en voor de nieuw te vestigen bedrijven. leef klimaat en Natuur. Zie verder het antwoord in rij 1895. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten.

Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2639 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

1168

226

226

-

-

Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2640 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften.

Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2641 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

226

-

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2642 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie.

1169

226

226

226

227

-

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de 2643 Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden.

-

Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant 2644 behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

Zie thema Proces en participatie.

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

182

2645

174

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, 2646 de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in voor de nieuw te vestigen bedrijven. bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

1170

227

-

227

-

227

-

Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2647 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2648 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening.

Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2649 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

1171

227

227

227

-

-

-

227 174

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2650 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie. Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de 2651 Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie.

Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant 2652 behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

2653

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

1172

228

175

228

-

228

-

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook 2654 de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en voor de nieuw te vestigen bedrijven. leef klimaat en Natuur. Zie verder het antwoord in rij 216. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten.

Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2655 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2656 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

1173

228

-

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2657 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

228

-

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2658 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie.

228

228

-

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de 2659 Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden.

-

Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant 2660 behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

228 175

2661

Zie thema Proces en participatie.

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op

1174

de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant blijft zich zorgen maken over zijn/haar toekomstig leefklimaat en vreest voor milieuhinder zoals geluidsoverlast, geur- en stofhinder, trillingshinder en een aantasting van de leefomgeving en de natuurwaarden. Nu heef t reclamant nog zicht op een landelijke, kleinschalige omgeving, maar na voltooiing van de plannen, heeft reclamant slechts zicht op de enorme bouwmassa van het industrieterrein. Dit is een grote inbreuk op de bestaande situatie en voor reclamant een onaanvaardbare beperking. Reclamant stelt dat bij de ontwikkeling van het plan onvoldoende rekening is gehouden met de (individuele) belangen van omwonenden, terwijl zij juist de ergste ongemakken moeten ervaren.

229

176

Reclamant heef t geen voordelen van het bedrijventerrein en wordt slechts geconfronteerd met de nadelen. De onzekerheid en spanningen over de 2662 planvorming hebben in de loop der jaren een zware wissel getrokken op het gezin van reclamant. De gemeente zou als hoogste prioriteit het beperken van de impact voor omwonenden moeten hebben. Na de vele inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan zijn teleurstellend genoeg weinig aanpassingen doorgevoerd, een duidelijk signaal. De huidige locatie van het bedrijventerrein vormt een erfenis uit het verleden. In de huidige tijd zou er nooit meer gekozen worden om een bedrijventerrein midden in het landelijk gebied te laten landen zonder directe aansluiting bij bestaande bebouwing. De gemeenten die dit 'duurzaam' bedrijventerrein willen realiseren hebben daarom naar mening van reclamant een resultaatverplichting om de inpassing maximaal robuust uit te voeren met zo min mogelijk aantasting voor de woonomgeving van reclamant/omwonenden. Het huidige ontwerp laat Zie thema's Woon -en leef klimaat, Ruimtelijke kwaliteit, Proces en echter verschillende steken vallen. participatie, Geluid, Geur, Stof, Trillingen, Duurzaamheid, Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik en Natuur.

1175

Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie.

229

-

Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien 2663 voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Behoefte, Woon -en leefklimaat en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

1176

229

176

Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing op basis van de verbeelding en de toelichting volstrekt onvoldoende is. Reclamant stelt dat het brede groene 'eiland', zoals nu midden in het bedrijventerrein is voorzien, juist aan de randen gesitueerd moeten worden. Op die manier kan dit een extra afscherming bieden tussen het bedrijventerrein en de omgeving, en ontstaat meerwaarde voor omwonenden én natuur. Reclamant merkt op dat er in het huidige plan nog geen invulling is gegeven aan het advies van de Commissie MER om meer duidelijkheid te geven over de positie van het landschapspark ten opzichte van de omgeving. Reclamant vindt het zeer zorgwekkend dat een onderdeel van het plan welke ziet op de borging van een goed woon- en leef klimaat van omwonenden in deze fase van de plannen nog niet is uitgewerkt. Reclamant vraagt zich af in hoeverre het college de zorgen van omwonenden over de landschappelijke inpassing serieus heeft meegenomen. Reclamant behoudt zich het recht voor om tegen alle onderdelen van de landschappelijke inpassing op een later moment in rechte op te komen nu de gemeente heeft verzuimd deze stukken ter inzage te leggen. Reclamant heef t een vijftal verzoeken (hieronder samengevat): 2664 1. Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken.

Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. 2. Het landschapspark moet als hoofddoel hebben het afschermen van het bedrijventerrein van de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn, waarbij een aanzuigende werking moet worden voorkomen. Een waterplas met zwemstrandje beschouwt reclamant dan ook als zeer onwenselijk. 3. Creëer slechts een gering aantal parkeerplaatsen binnen de landschapszone. Parkeerplaatsen op afgelegen locaties zorgen vaak voor ongewenste activiteiten, terwijl handhaving ontbreekt. Creëer deze parkeerplaatsen niet aan de buitenzijde, maar juist aan de zijde van het bedrijventerrein, waar eventueel verlichting en cameratoezicht eenvoudig te realiseren is. 4. Belangrijk is dat het landschapspark van toegevoegde waarde is, met nadruk op groen en natuur. Volgens reclamant is bij de huidige zonneparken in het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Woon -en leefklimaat, Proces van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit gaat ten koste van natuur en en participatie, Mobiliteit, Geluid en Duurzaamheid.

1177

groene landschappelijke inpassing. Daarbij maakt reclamant zich extra zorgen dat negatieve effecten alleen maar versterkt worden, zoals het verder dragen van geluid. Aangezien er voldoende vierkante meters op de daken van de bedrijfsgebouwen binnen dit plan beschikbaar zijn, zijn extra zonneparken binnen dit plan, en net buiten het plangebied, niet noodzakelijk en dienen deze uit de plannen te worden geschrapt. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een afschermingsfunctie heef t, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve ef f ecten binnen deze zone. 5. Reclamant stelt dat de waarde van de historische Napoleonsweg Ruitersdam onder meer zit in de rust op en rondom dit onverharde zandpad. Het pad en aanliggende groenstrook, in de ogen van reclamant de buitenrand van het bedrijventerrein, moet daarom niet doorkruist worden door infrastructuur of andere negatieve maatregelen. Reclamant stelt voor om de verbindingsweg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, direct op de overgang van park en bedrijven.

1178

229

-

229

-

229

-

Aan de oostzijde van het bedrijventerrein is geen groene buffer voorzien. De grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. Anders dan wordt gesteld, kan een dergelijk industrieel zonnepanelenpark uiteraard niet dienen als 'buffer' ten 2665 opzichte van het bedrijventerrein. Reclamant verzoekt om het plan aan te passen zodat aan deze zijde van het bedrijventerrein ook een voldoende brede groenstrook wordt opgenomen op de verbeelding. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Aan de zuidzijde van het plangebied is een relatief smalle groeninpassing aanwezig is, vergeleken met brede groenstrook middenin plangebied. Daarbij worden aan de zuidzijde ook bedrijfsbestemmingen ontwikkeld 2666 wat volgens reclamant zorgt voor een significant negatief effect. Reclamant verzoekt de gemeente om deze groenzone robuuster (breder) te ontwikkelen en af te zien van bedrijfsbestemmingen langs de Zoggelsestraat en Koksteeg. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leefklimaat. Volgens reclamant is bij het zonnepark in de zuidwestzijde van het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing van multif unctioneel ruimtegebruik. Hier kunnen volgens het bestemmingsplan (grootschalige) zonneparken worden ontwikkeld ten koste van de natuur en de landschappelijke inpassing.

Reclamant benadrukt dat het 2667 landschapspark een afschermingsfunctie heeft, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve effecten binnen deze zone. Reclamant is van mening dat er voldoende dakoppervlakte is om zonnepanelen op te ontwikkelen. Reclamant verzoekt de gemeente de dubbelbestemming “Waarde - Zonnepark” achterwege te laten en in de groenzone geen zonneparken te ontwikkelen. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

1179

229

229

-

-

Reclamant is het niet eens met de bestemming 'Gemengd', die voor een kavel aan de Koksteeg nr. 18 is voorgesteld. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting via het bedrijventerrein). Nu betreft dit een ontsluiting vanaf de Koksteeg buiten het bedrijventerrein, waarbij de gemeente nu aangeeft dat deze Gemengde bestemming, met mogelijkheid tot een horecagelegenheid, meer bedoeld is voor het landschapspark en omgeving, dan voor het bedrijventerrein zelf. Daar komt bij dat het een horecabestemming betreft die zowel overdag als 's avonds geopend mag zijn, wat nog meer overlast betekent. Reclamant is van mening dat: 1. Als er een locatie met de functie ‘Gemengd’ wordt bestemd, deze 2668 uitsluitend op én via het bedrijventerrein dient te worden ontsloten. 2. Locatie met functie ‘Gemengd’ dient zich allereerst te richten op klandizie vanuit het bedrijventerrein. Het ‘landschapspark’ vormt hooguit een secundaire groep. 3. Reclamant verzoekt de functie ‘Gemengd’, in verband met verwachte overlast, enkel toe te staan voor daghoreca. 4. Het landschapspark heeft als hoofddoel het afschermen van bedrijventerrein met de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn.

Het situeren van horecamogelijkheden nabij het landschapspark geeft de indruk dat dit park een aantrekkende functie voor recreatie mag krijgen, wat voor de omgeving naast de impact van het bedrijventerrein, nog meer impact oplevert. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Mobiliteit. Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (soms van 5) meter en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die 2669 ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Reclamant verzoekt om de ongewenste bebouwing niet toe te staan en uit de planregels te verwijderen. Daarnaast het verzoek om een voorwaardelijke verplichting binnen een paar jaar na vaststelling op te nemen. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

1180

229

-

Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden afgedwongen dat er nog een 2670 landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

229

176

Volgens reclamant leidt het bedrijventerrein met o.a. logistieke bedrijven tot een groot aantal verkeersbewegingen: reclamant leest in de stukken: circa 7.900 (vracht)verkeersbewegingen per etmaal. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan. Door toedoen van het plan zal: • Het aantal f iles en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen; • Sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar niet voor geschikt zijn 2671 • Het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West door o.a. een schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; • Een goede bereikbaarheid van onze woningen in gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning; • De gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstof en geluidsoverlast). Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Kosten en baten en planschade, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Geluid.

229

176

Reclamant stelt dat de combinatie van de ontwikkeling van Heesch West met de ontwikkeling van Cereslaan West, en de hierbij sterke aanzuigende werking van (vracht)verkeersbewegingen door logistieke bedrijven, realisatie van 'publieke functies' (zoals fastfoodrestaurant, 2672 tankstation of carpoolplaats) voor onacceptabele risico's en overlast gaan zorgen in de omgeving, daar waar het gaat om geluid, (verkeers)veiligheid en gezonde leefomgeving. Zie thema's Mobiliteit, Geluid en Gezondheid.

1181

229

-

Reclamant merkt op dat kennelijk ongewenste verkeerseffecten niet helemaal weg worden genomen, waar dit wel mogelijk is. Met afschuw en onbegrip leest reclamant in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een gigantische aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden. Dit is ronduit een schoffering van de omwonenden, omdat: 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 2673 3. Daarbovenop nog een bestemming ‘Gemengd’ met mogelijkheid voor Horeca wordt voorgesteld voor een kavel aan de Koksteeg. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting).

Nu gaat het om een ontsluiting daarbuiten, en geeft de gemeente aan dat deze ‘Gemengde’ bestemming meer ten behoeve van het landschapspark en omgeving is, dan voor het bedrijventerrein zelf. 4. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Mobiliteit en Woon -en leefklimaat.

1182

229

229

-

-

In de toelichting en in het akoestisch onderzoek ten behoeve van de f acetplannen wordt uitgegaan van een afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een af waardering daarvan tot fietspad. Hierin kan reclamant zich vinden. Echter, de afsluiting van de Koksteeg is ten onrechte niet in de planregels geborgd via een voorwaardelijke verplichting, iets wat wel noodzakelijk is gezien de toezegging van de 2674 gemeente en het f eit dat dit als uitgangspunt in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Indien de gemeenteraad dit niet borgt in de planregels stelt reclamant dat het uitgevoerde akoestisch onderzoek niet in deze vorm ten grondslag kan worden gelegd aan de plannen, aangezien dit onderzoek niet is gestoeld op een maximale planologische invulling van de planregels.

Zie thema Mobiliteit.

Reclamant vindt het bijzonder dat in het plan een zoekgebied is opgenomen waarin twee varianten zijn opgenomen voor een nieuwe verbindingsweg tussen Weerscheut en Koksteeg. Reclamant geeft aan dat dit een voor de omgeving belangrijk onderdeel van het plan is. Reclamant betreurt het dat niet gereageerd kan worden op een uitgewerkt plan voor de verbindingsweg. De te verwachten hoeveelheid verkeer en daarmee geluid, licht en verstoring van het nu rustige buitengebied gaat de waardevolle Ruitersdam volgens reclamant onherstelbaar aantasten. De noordelijk gelegen variant vermindert de verstorende effecten. In dat kader geeft reclamant de volgende verwachtingen mee ten aanzien van deze ontsluitingsweg: 1. Een doorkruising van de afschermende werking van het 2675 landschapspark is ongewenst. Reclamant stelt voor de weg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, op de overgang van park en bedrijven. 2. De huidige geschetste noordelijke route ligt nog te ver zuidelijk en kan dichter langs bedrijfsbebouwing komen te liggen. Het is voor reclamant onbegrijpelijk waarom er niet op voorhand is gekozen voor een variant die recht doet aan de zorgen, belangen en gezondheid van bewoners. 3. Reclamant wenst geen onnodige aantrekkingskracht en verzoekt de beschikbare parkeerplaatsen t.b.v.

‘recreatie’ te minimaliseren, en te situeren aan de nieuwe ontsluitingsweg, om zodoende extra verkeersoverlast te voorkomen. Zie thema's Mobiliteit, Geluid, Licht, Natuur, Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leef klimaat.

1183

229

229

176

176

Door de verkeersbewegingen van/naar de bedrijven, de bedrijfsprocessen en weerkaatsing en daarmee geluidversterking van snelweg- en industriegeluid door zonnepanelen zal reclamant veel (cumulatieve)geluidsoverlast ondervinden. Reclamant vreest hierdoor voor een onleefbare situatie in en rond de woning. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de 2676 vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. Vanuit het oogpunt van gezondheid hoort in het bestemmingsplan geregeld te worden dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechtert door het plan. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai.

Reclamant kan zich daarmee niet verenigen omdat deze 2677 overschrijding het woon- en leefklimaat van reclamant ingrijpend beïnvloedt.

Zie thema's Geluid, Gezondheid en Mobiliteit. Zie thema Geluid. De geluidsbelasting voor industrielawaai bedraagt op de woning van reclamant 42 dB(A) en is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het plan 55 dB. Deze geluidsbelasting neemt door de planontwikkeling significant af met 3 dB door het instellen van een 30 km/uur-zone op dit deel van de Zoggelsestraat. Deze mitigerende maatregelen hebben ook tot gevolg dat de cumulatieve geluidsbelasting afneemt met 3 dB tot 55 dB. Het voorgaande betekent dat geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat.

1184

229

176

Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft 2678 reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn.

Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leefklimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Zie thema Geluid.

1185

229

176

Reclamant verwijst naar de memorie van toelichting op de Omgevingswet ten aanzien van het vooroverleg en de milieugebruiksruimte. Reclamant merkt op dat uit de planregels blijkt dat het bevoegd g ezag waarde hecht aan het vooroverleg maar dat er geen verplichting is opgenomen om hieraan uitvoering te geven. Reclamant vindt dat een dergelijke verplichting wel opgenomen moet worden. Reclamant geeft daarnaast aan dat het maximaliseren van vrij beschikbare gebruiksruimte het 2679 uitgangspunt moet zijn en getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral belang heeft bij weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Zie thema Geluid.

229

176

In de planregels ontbreken voor reclamant belangrijke maatregelen voor geluid, zoals behuizingsmaatregelen, het voorkomen van geluid doorlatende openingen in gebouwen of, indien dit onmogelijk is het toepassen van geluidabsorptie en het dichten van kieren. Daarnaast is niet geborgd dat de geluidbronnen zover mogelijk van geluidgevoelige omgeving moeten worden geplaatst en dat bedrijfsgebouwen voorzien worden van toereikende geluidsisolerende gevels en daken. Ook ontbreken regels waarmee een open bedrijfsterrein en zicht op geluidmakende bedrijfsactiviteiten wordt voorkomen en die, als een open 2680 bedrijfsterrein onontkoombaar is, voorzien in een gasdichte aaneengesloten geluidreducerende terreinafscheiding van voldoende hoogte. Geluidhinder op woningen kan volgens reclamant worden voorkomen door geluidmakende activiteiten te laten plaatsvinden in goed geluidsisolerende compartimenten. Reclamant vraagt zich verder af hoe zwaardere maatregelen bij uitbreiding van activiteiten bij de initiële vergunningverlening worden geborgd. Ook algemene beleidsregels ontbreken waar het gaat om geluid. Ook daarop kan volgens reclamant niet worden teruggevallen.

Zie thema Geluid.

1186

229

176

Reclamant stelt dat het huidige ontwerp later gegarandeerd voor problemen gaat zorgen. Reclamant geeft aan dat het van belang is om planregels op te nemen om tot afgewogen goede ruimtelijke ordeningsmaatregelen te komen waarmee de minimaal toe te kennen geluidsafstand kan worden bepaald. Dat is wat vooroverleg volgens reclamant betekent als bedoeld in de memorie van toelichting van de Omgevingswet. Voor alle partijen zou dan op basis van de ingediende aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen en de aangevraagde bedrijfsvoering alsmede de voorschriften concreet zichtbaar zijn waaraan moet worden voldaan. Volgens reclamant mist de planwetgever een kans om een goede ruimtelijke ordening voor omwonenden te garanderen, doordat vooroverleg in het licht van de Omgevingswet niet is voorgeschreven. Tevens wijst reclamant erop dat concrete planregels in het bestemmingsplan ontbreken die houvast geven 2681 ten aanzien van borging van het beperken van geluidhinder. Het hanteren van indicatieve afstanden in de Staat van Inrichtingen ontleend aan de VNG-brochure biedt volgens reclamant onvoldoende zekerheid. Individuele ondernemers zullen volgens reclamant aansluiting zoeken bij de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Dit leidt volgens reclamant tot een overschrijding van de toegekende gebruiksruimte met als gevolg langdurige procedures waarin initiatiefnemers en omwonenden, in het kader van vergunningverlening en handhavingsprocedures, recht tegenover elkaar komen te staan. Reclamant stelt dat er een plicht bij de planwetgever ligt om voorgaande te voorkomen. Reclamant is van mening dat in de huidige regels over geluid geen verplichtingen voortvloeien om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Hierdoor is volgens reclamant sprake van onaanvaardbare 'symboolregelgeving'. Zie thema Geluid.

1187

229

176

Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het referentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is 2682 nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heef t op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. Zie thema Geluid.

1188

229

176

Reclamant maakt bezwaar tegen de huidige regels, in de ogen van reclamant 'symboolplanregels', in het plan. Hooguit kunnen de huidige regels leiden tot de conclusie dat 'er goed ruimtelijk geordend KAN worden' en niet tot het oordeel 'er IS goed ruimtelijk geordend', aldus reclamant. Reclamant maakt bezwaar tegen besluitvorming waarbij wordt aangesloten op de normering van het Activiteitenbesluit, dan wel bij de VNG - gemengd gebied beoordeling. Het hanteren van laatstgenoemde regelgeving zorgt voor onvoldoende borging van een goed woon- en leef klimaat volgens reclamant. De in de Bedrijvenlijst opgenomen indicatieve categorie-afstanden, ontleend aan de brochure bijlage 1 hebben namelijk met elkaar gemeen dat op die afstanden aan dezelfde geluidgrenswaarden wordt voldaan zonder dat aandacht wordt besteed aan de vraag welke geluidreducerende behuizing daar dan bij hoort. Dat betekent dat alleen wanneer in de planregels concrete eisen zouden worden gesteld aan geluidreducerende behuizing, per afzonderlijk 2683 genoemde bedrijfsactiviteit gekomen kan worden tot feitelijk juiste af standen. Zelfs bij meer dan 1 genoemde bedrijfsactiviteit zou dan zonder het tegendeel uit te sluiten- gekomen kunnen worden tot bijvoorbeeld een kortere afstand dan voor elke activiteit afzonderlijk genoemde indicatieve afstand. Dit is ten onrechte niet gebeurd.

Reclamant stelt dat de maatstaf zou moeten zijn 'een goede ruimtelijke ordening' en niet normering uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Reclamant maakt bezwaar op het ontbreken van borging in de planregels van een concreet toetsingskader op basis waarvan, via vooroverleg na akoestisch onderzoek, een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot stand kan komen, waarover al dan niet gelijktijdig met een categoriegelijkstellingsbesluit besloten wordt tot het verlenen van een bouw- en milieuvergunning(omgevingsvergunning). Reclamant verzoekt daarom om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema Geluid.

1189

229

229

-

-

Reclamant merkt op dat volgens het plan de omgeving slechts beperkte toename van lichthinder zal ondervinden, omdat woongebieden op ruime af stand (min. 1 km) van het terrein zouden liggen. De woning van reclamant ligt echter op ca. 350 meter afstand. Reclamant vreest hierdoor onaanvaardbaar veel hinder te zullen ondervinden. Reclamant verzoekt om, bij voorkeur d.m.v. voorwaardelijke verplichtingen, bij de inrichting 2684 extra aandacht te geven aan het voorkomen van lichthinder, bijvoorbeeld door verlichting 's avonds tot een minimum te beperken en lichtuitstraling naar de randen van het bedrijventerrein en naar de hemel te voorkomen.

Zie thema Licht. Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid vanwege de toename van fijnstof. Door het extra verkeer van de bedrijven en de bedrijfsprocessen zal de hoeveelheid fijnstof toenemen. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen 2685 wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving en dat de plannen op dit punt onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en onderbouwd. Zie thema's Luchtkwaliteit, Gezondheid en Natuur.

1190

Reclamant stelt dat zware bedrijven (categorie 4.1 en in de plannen van Den Bosch zelfs categorie 5.1) tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat leiden en niet zouden moeten worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant geeft aan dat er een grotere af stand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen. Reclamant geeft aan dat geurbelasting zich niet laat belemmeren door inwaartse zonering. Onder verwijzing naar concrete voorbeelden uit de omgeving, stelt reclamant dat, afhankelijk van het soort bedrijvigheid, geur zich vele honderden meters tot wel kilometers kan verplaatsen. De af stand van plan Heesch-West tot omwonenden is dusdanig klein dat geurhinder onmogelijk voorkomen kan worden. 'Geborgd middels het toepassen van inwaartse zonering' is niet realistisch aangezien het type bedrijvigheid op het moment van opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet bekend is. Concluderend stelt reclamant dat mede om deze redenen milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden. 229

-

2686 Overlast laat zich niet begrenzen door inwaartse zonering. In de optelsom van overlastveroorzakende bedrijven (geluid, grote toename verkeer, geur, licht etc.) is het onbestaanbaar dat, door er lokaal wat minder hinderlijke gebouwen omheen te zetten, de effecten minderen. Vanuit Vinkels perspectief grenst categorie 4.2 en 5.1 tot aan de stedenbouwkundige contour. Aansluitend is wateropvang gepland, wat de ef f ecten niet zal verminderen, in tegendeel. Overlast veroorzaakt door hoge milieuklasse bedrijven reikt daardoor veel verder richting kom Vinkel dan louter op basis van de inwaartse zonering verwacht mag worden. Inpassing door middel van robuuste groenstroken is, gezien de tijd die nodig is voor aanplant om volwassen te worden en dus voor camouflage en af name van effecten te zorgen, pas na minimaal 30(!) jaar effectief. Reclamant merkt ook op dat het plan (volgens de GR) volledig gevuld kan worden met categorie 3 bedrijven; zelfs gezien de vraag het aanbod dubbelt, kan het plan best zonder logistieke bedrijvigheid. De daaraan gekoppelde overmatige groei van verkeer en 24-uurs economie wordt dan tegengegaan.

Concluderend stelt reclamant dat, gezien de gigantische optelsom van effecten, en de gestelde bovenmatige interesse vanuit lagere categorieën bedrijven, milieuklassen hoger dan 3 nooit en te Zie thema's Milieucategorie, Geur, Ruimtelijke kwaliteit en nimmer aanvaard mogen worden. Duurzaamheid.

1191

Tot slot stelt reclamant dat, aangezien de gemeente zich presenteert als 'groene en duurzame gemeente' en dit een 'duurzaam bedrijventerrein' zou moeten worden, een milieucategorie van 4.1 of zelfs 5.1, volstrekt onbegrijpelijk is. Reclamant verzoekt dan ook om de milieucategorie te verlagen en de verhogingsmogelijkheid te schrappen in algemene zin.

1192

229

229

-

-

Reclamant stelt dat de bouwhoogte (20 tot 25 meter) veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Geen enkele vorm van inpassing door middel van nog aan te planten groene buffers zal dit soort bouwwerken enigszins kunnen camoufleren, zelfs als na 40 2687 jaar inheemse boomsoorten bij volwassenheid een maximale hoogte van zo'n 15 m bereiken. Tevens wordt op het noordwestelijke punt van het plan nog beoogd een nog hogere 'landmark' te plaatsen, om een zichtlocatie te kunnen realiseren. Het aansluitende halfopen buitengebied aan de overzijde van de Weerscheut leent zich volgens reclamant niet voor inpassing van een landmark. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat volgens de planregels ook datacenters zijn toegestaan. Datacenters gebruiken enorm veel energie. De elektriciteitsnetwerken kunnen dat niet aan omdat ook bestaande bedrijven, burgers en overheden de komende jaren massaal moeten omschakelen naar duurzame vormen van energie. Daarom horen er geen datacenters meer bij te komen, zeker niet als ze niet zelf volledig hun 2688 eigen energie kunnen opwekken.

De vestiging van datacenters gaat volgens reclamant volledig in tegen de ambitie om het 'meest duurzame bedrijventerrein van Brabant' te maken. Tevens bieden datacenters volgens reclamant geen enkele bijdrage aan de regionale werkgelegenheid en de regionale economische ontwikkeling. Zie thema's Duurzaamheid, Behoefte en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

1193

229

-

Reclamant, maar ook de provinciale en landelijke bestuurders, pleiten er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd. De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het 2689 bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Dit zorgt voor meer koelte in het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=8cc76d58-ad17-4ba9-b8cf-e1029328dfa4