Segment 00006 of Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West
Tekst van het document
217
-
Reclamant verwacht dat het plan nadelige gezondheidseffecten heeft vanwege toename van fijnstof door extra verkeer en door uitstoot van bedrijven. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen 2559 wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving. Zie thema's Gezondheid, Luchtkwaliteit en Natuur.
217
-
Reclamant stelt dat aan de zuidzijde van het plangebied een veel te smalle groeninpassing aanwezig is om een goede buffer te creëren tussen het bedrijventerrein en omwonenden. In deze zone is zeker geen plaats voor bedrijven met een bedrijfswoning omdat dit een significant negatief effect heeft op de functie groenzone als buffer tussen 2560 bedrijvigheid en wonen. Daarmee zal er sprake zijn van een minimale landschappelijke inpassing, en zal het tevens leiden tot meer overlast van verkeer en geluid op de Zoggelsestraat en de Nieuwe Erven. Reclamant verzoekt gemeente met klem om de groenzone robuuster en breder te ontwikkelen en af te zien van bedrijfsbestemmingen in deze groenzone langs de Zoggelsestraat. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leefklimaat. Zie verder de antwoorden in rijen 661, 2222 en 2472.
1136
217 206
Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing op basis van de verbeelding en de toelichting volstrekt onvoldoende is. Reclamant stelt dat het brede groene 'eiland', zoals nu midden in het bedrijventerrein is voorzien, juist aan de randen gesitueerd moeten worden. Op die manier kan dit een extra afscherming bieden tussen het bedrijventerrein en de omgeving, en ontstaat meerwaarde voor omwonenden én natuur. Reclamant merkt op dat er in het huidige plan nog geen invulling is gegeven aan het advies van de Commissie MER om meer duidelijkheid te geven over de positie van het landschapspark ten opzichte van de 2561 omgeving. Reclamant vindt het zeer zorgwekkend dat een onderdeel van het plan welke ziet op de borging van een goed woon- en leef klimaat van omwonenden in deze fase van de plannen nog niet is uitgewerkt. Reclamant vraagt zich af in hoeverre het college de zorgen van omwonenden over de landschappelijke inpassing serieus heeft meegenomen. Reclamant behoudt zich het recht voor om tegen alle onderdelen van de landschappelijke inpassing op een later moment in rechte op te komen nu de gemeente heeft verzuimd deze stukken ter inzage te leggen. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Proces en participatie en Woon -en leef klimaat.
1137
217 206
217
-
Reclamant maakt zich zorgen over het toekomstig leefklimaat en vreest voor milieuhinder zoals geluidsoverlast, geur- en stofhinder, trillingshinder en een aantasting van de leefomgeving en de natuurwaarden. Nu heef t reclamant nog zicht op een landelijke, kleinschalige omgeving, maar na voltooiing van de plannen, heeft reclamant slechts zicht op de enorme bouwmassa van het industrieterrein. Dit is een grote inbreuk op de bestaande situatie voor reclamant. Reclamant heef t geen voordelen van het bedrijventerrein en wordt slechts geconfronteerd met de nadelen. De huidige locatie van het 2562 bedrijventerrein vormt een erfenis uit het verleden. In de huidige tijd zou Zie thema's Proces en participatie, Woon -en leef klimaat, Geluid, Geur, er nooit meer gekozen worden om een bedrijventerrein midden in het Stof, Trillingen, Natuur, Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik, landelijk gebied te laten landen zonder directe aansluiting bij bestaande Duurzaamheid en Ruimtelijke kwaliteit. Wat betreft de bebouwing. De gemeenten die dit 'duurzaam' bedrijventerrein willen geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is realiseren hebben daarom naar mening van reclamant een resultaatverplichting om de inpassing maximaal robuust uit te voeren met géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai.
Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke zo min mogelijk aantasting voor de woonomgeving van toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve reclamant/omwonenden. Het huidige ontwerp voorziet daar volgens geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van reclamant niet in. het akoestisch onderzoek. Volgens reclamant leidt het bedrijventerrein met o.a. logistieke bedrijven tot een groot aantal verkeersbewegingen: reclamant leest in de stukken: circa 7.900 (vracht)verkeersbewegingen per etmaal. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan. Door toedoen van het plan zal: - Het aantal f iles en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen; - Sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar 2563 niet voor geschikt zijn - Het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West door o.a. een schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; - Een goede bereikbaarheid van onze woningen in gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning; - De gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstof en geluidsoverlast). Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Kosten en baten en planschade, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Geluid.
1138
217
217
-
-
217 206
Reclamant leest in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden, terwijl gemeente verkondigt dat er extra geïnvesteerd wordt in infrastructuur om overlast voor de omgeving te voorkomen. Dit is voor reclamant onbegrijpelijk omdat: 2564 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 3. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59. Reclamant stelt dat de afsluiting van de Koksteeg ten onrechte niet in de planregels geborgd is via een voorwaardelijke verplichting.
Dat is in de 2565 ogen van reclamant wel noodzakelijk nu dit een toezegging van de gemeenten betreft en dit als uitgangspunt is meegenomen in het akoestisch onderzoek.
2566
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Mobiliteit en Woon -en leefklimaat.
Zie thema Mobiliteit. Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: groene buffer minder in het midden maar meer aan de randen en tips/suggesties landschapspark (rijen 2560-2561), afsluiting Koksteeg (rij 2565) en de landschappelijke inpassing kavels Zoggelsestraat en Koksteeg (rijen 2560 en 2564). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan verder uitgewerkt, is de verkeerbestemming Koksteeg gewijzigd naar bestemming Groen en is de groene buffer aan de zijde Zoggelsestraat in het landschapsplan vergroot en zijn hier tevens beeldkwaliteitseisen voor opgesteld (zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
1139
218
-
218
-
Reclamant geeft aan dat dit plan het toekomstige leefklimaat van zowel mens als dier compleet gaat veranderen. Er is sprake van een grote inbreuk op de bestaande situatie. Waar het nu nog een locatie is waar veel weidevogels broeden en andere fauna leven, zal dit in de toekomst 2567 verloren gaan. In de planvorming is onvoldoende rekening gehouden met populatiebehoud, verwoesting leefgebied en dierenwelzijn. Aanvullend Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Natuur. Er is geen sprake van het worden diverse faunatorens afgebroken die in maart 2020 nog zijn af breken van faunatorens. Om beschermde soorten geleidelijker te geplaatst. verplaatsen naar leefgebied waar zij ook in de toekomst kunnen leven, wordt deze mitigatie gefaseerd uitgevoerd. Reclamant stelt geen voordelen te hebben van het bedrijventerrein, maar slechts geconfronteerd te worden met de nadelen. Na de vele 2568 inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan zijn teleurstellend genoeg weinig aanpassingen doorgevoerd, voor reclamant een duidelijk signaal. Zie thema Proces en participatie.
Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie. 218
-
2569 Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Behoefte, Woon -en leefklimaat en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.
1140
218 207
Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing op basis van de verbeelding en de toelichting volstrekt onvoldoende is. Reclamant stelt dat het brede groene 'eiland', zoals nu midden in het bedrijventerrein is voorzien, juist aan de randen gesitueerd moeten worden. Op die manier kan dit een extra afscherming bieden tussen het bedrijventerrein en de omgeving, en ontstaat meerwaarde voor omwonenden én natuur. Reclamant merkt op dat er in het huidige plan nog geen invulling is gegeven aan het advies van de Commissie MER om meer duidelijkheid te geven over de positie van het landschapspark ten opzichte van de omgeving. Reclamant vindt het zeer zorgwekkend dat een onderdeel van het plan welke ziet op de borging van een goed woon- en leef klimaat van omwonenden in deze fase van de plannen nog niet is uitgewerkt. Reclamant vraagt zich af in hoeverre het college de zorgen van omwonenden over de landschappelijke inpassing serieus heeft meegenomen. Reclamant behoudt zich het recht voor om tegen alle onderdelen van de landschappelijke inpassing op een later moment in rechte op te komen nu de gemeente heeft verzuimd deze stukken ter inzage te leggen. Reclamant heef t een vijftal verzoeken (hieronder samengevat): 2570 1. Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken.
Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. 2. Het landschapspark moet als hoofddoel hebben het afschermen van het bedrijventerrein van de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn, waarbij een aanzuigende werking moet worden voorkomen. Een waterplas met zwemstrandje beschouwt reclamant dan ook als zeer onwenselijk. 3. Creëer slechts een gering aantal parkeerplaatsen binnen de landschapszone. Parkeerplaatsen op afgelegen locaties zorgen vaak voor ongewenste activiteiten, terwijl handhaving ontbreekt. Creëer deze parkeerplaatsen niet aan de buitenzijde, maar juist aan de zijde van het bedrijventerrein, waar eventueel verlichting en cameratoezicht eenvoudig te realiseren is. 4. Belangrijk is dat het landschapspark van toegevoegde waarde is, met nadruk op groen en natuur. Volgens reclamant is bij de huidige zonneparken in het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat, Proces en van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit gaat ten koste van natuur en participatie, Mobiliteit, Natuur, Geluid en Duurzaamheid.
1141
groene landschappelijke inpassing. Daarbij maakt reclamant zich extra zorgen dat negatieve effecten alleen maar versterkt worden, zoals het verder dragen van geluid. Aangezien er voldoende vierkante meters op de daken van de bedrijfsgebouwen binnen dit plan beschikbaar zijn, zijn extra zonneparken binnen dit plan, en net buiten het plangebied, niet noodzakelijk en dienen deze uit de plannen te worden geschrapt. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een afschermingsfunctie heef t, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve ef f ecten binnen deze zone 5. Reclamant stelt dat de waarde van de historische Napoleonsweg Ruitersdam onder meer zit in de rust op en rondom dit onverharde zandpad. Het pad en aanliggende groenstrook, in de ogen van reclamant de buitenrand van het bedrijventerrein, moet daarom niet doorkruist worden door infrastructuur of andere negatieve maatregelen. Reclamant stelt voor om de verbindingsweg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, direct op de overgang van park en bedrijven.
1142
218
218
218
-
Aan de oostzijde van het bedrijventerrein is geen groene buffer voorzien. De grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. Anders dan wordt gesteld, kan een dergelijk 2571 industrieel zonnepanelenpark uiteraard niet dienen als 'buffer' ten opzichte van het bedrijventerrein. Reclamant verzoekt om het plan aan te passen zodat aan deze zijde van het bedrijventerrein ook een voldoende brede groenstrook wordt opgenomen op de verbeelding.
-
Aan de zuidzijde van het plangebied is een relatief smalle groeninpassing aanwezig is, vergeleken met brede groenstrook middenin plangebied. Daarbij worden aan de zuidzijde ook bedrijfsbestemmingen ontwikkeld wat volgens reclamant zorgt voor een significant negatief effect. 2572 Reclamant verzoekt de gemeente om deze groenzone robuuster (breder) te ontwikkelen en af te zien van bedrijfsbestemmingen langs de Zoggelsestraat en Koksteeg.
-
Volgens reclamant is bij het zonnepark in de zuidwestzijde van het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing van multif unctioneel ruimtegebruik. Hier kunnen volgens het bestemmingsplan (grootschalige) zonneparken worden ontwikkeld ten koste van de natuur en de landschappelijke inpassing. Reclamant benadrukt dat het 2573 landschapspark een afschermingsfunctie heeft, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve effecten binnen deze zone. Reclamant is van mening dat er voldoende dakoppervlakte is om zonnepanelen op te ontwikkelen. Reclamant verzoekt de gemeente de dubbelbestemming “Waarde - Zonnepark” achterwege te laten en in de groenzone geen zonneparken te ontwikkelen.
Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leefklimaat.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.
1143
218
218
-
-
Reclamant is het niet eens met de bestemming 'Gemengd', die voor een kavel aan de Koksteeg nr. 18 is voorgesteld. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting via het bedrijventerrein). Nu betreft dit een ontsluiting vanaf de Koksteeg buiten het bedrijventerrein, waarbij de gemeente nu aangeeft dat deze Gemengde bestemming, met mogelijkheid tot een horecagelegenheid, meer bedoeld is voor het landschapspark en omgeving, dan voor het bedrijventerrein zelf. Daar komt bij dat het een horecabestemming betreft die zowel overdag als 's avonds geopend mag zijn, wat nog meer overlast betekent. Reclamant is van mening dat: 1. Als er een locatie met de functie ‘Gemengd’ wordt bestemd, deze 2574 uitsluitend op én via het bedrijventerrein dient te worden ontsloten. 2. Locatie met functie ‘Gemengd’ dient zich allereerst te richten op klandizie vanuit het bedrijventerrein. Het ‘landschapspark’ vormt hooguit een secundaire groep. 3. Reclamant verzoekt de functie ‘Gemengd’, in verband met verwachte overlast, enkel toe te staan voor daghoreca. 4. Het landschapspark heeft als hoofddoel het afschermen van bedrijventerrein met de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn.
Het situeren van horecamogelijkheden nabij het landschapspark geeft de indruk dat dit park een aantrekkende functie voor recreatie mag krijgen, wat voor de omgeving naast de impact van het bedrijventerrein, nog meer impact oplevert. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Mobiliteit. Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (soms van 5) meter en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die 2575 ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Reclamant verzoekt om de ongewenste bebouwing niet toe te staan en uit de planregels te verwijderen. Daarnaast het verzoek om een voorwaardelijke verplichting binnen een paar jaar na vaststelling op te nemen. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
1144
218
-
Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden afgedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet 2576 beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant geeft aan dat tevens de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 5.4.3 onder b van de planregels blijkt niet binnen welke termijn deze bepaling moet worden gerealiseerd, dit is dus een loze planregel. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet. Verder zegt de planregel dat groene gevels of een dak ook meetellen voor de 10% norm.
M.u.v. de groene gevel doet dit niets om het bedrijf in te passen in de omgeving. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
1145
218
-
Reclamant merkt op dat kennelijk ongewenste verkeerseffecten niet helemaal weg worden genomen, waar dit wel mogelijk is. Met afschuw en onbegrip leest reclamant in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een gigantische aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden. Dit is ronduit een schoffering van de omwonenden, omdat: 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang 2577 gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 3. Daarbovenop nog een bestemming ‘Gemengd’ met mogelijkheid voor Horeca wordt voorgesteld voor een kavel aan de Koksteeg. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting).
Nu gaat het om een ontsluiting daarbuiten, en geeft de gemeente aan dat deze ‘Gemengde’ bestemming meer ten behoeve van het landschapspark en omgeving is, dan voor het bedrijventerrein zelf. 4. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Mobiliteit en Woon -en leefklimaat.
1146
218
-
In de toelichting en in het akoestisch onderzoek ten behoeve van de f acetplannen wordt uitgegaan van een afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een af waardering daarvan tot fietspad. Hierin kan reclamant zich vinden. Echter, de afsluiting van de Koksteeg is ten onrechte niet in de planregels geborgd via een voorwaardelijke verplichting, iets wat wel noodzakelijk is gezien de toezegging van de 2578 gemeente en het f eit dat dit als uitgangspunt in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Indien de gemeenteraad dit niet borgt in de planregels stelt reclamant dat het uitgevoerde akoestisch onderzoek niet in deze vorm ten grondslag kan worden gelegd aan de plannen, aangezien dit onderzoek niet is gestoeld op een maximale planologische invulling van de planregels. Zie thema Mobiliteit.
1147
218
-
Reclamant vindt het bijzonder dat in het plan een zoekgebied is opgenomen waarin twee varianten zijn opgenomen voor een nieuwe verbindingsweg tussen Weerscheut en Koksteeg. Reclamant geeft aan dat dit een voor de omgeving belangrijk onderdeel van het plan is. Reclamant betreurt het dat niet gereageerd kan worden op een uitgewerkt plan voor de verbindingsweg. De te verwachten hoeveelheid verkeer en daarmee geluid, licht en verstoring van het nu rustige buitengebied gaat de waardevolle Ruitersdam volgens reclamant onherstelbaar aantasten. De noordelijk gelegen variant vermindert de verstorende effecten. In dat kader geeft reclamant de volgende verwachtingen mee ten aanzien van deze ontsluitingsweg: 2579 1. Een doorkruising van de afschermende werking van het landschapspark is ongewenst. Reclamant stelt voor de weg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, op de overgang van park en bedrijven. 2. De huidige geschetste noordelijke route ligt nog te ver zuidelijk en kan dichter langs bedrijfsbebouwing komen te liggen. Het is voor reclamant onbegrijpelijk waarom er niet op voorhand is gekozen voor een variant die recht doet aan de zorgen, belangen en gezondheid van bewoners. 3. Reclamant wenst geen onnodige aantrekkingskracht en verzoekt de beschikbare parkeerplaatsen t.b.v.
‘recreatie’ te minimaliseren, en te situeren aan de nieuwe ontsluitingsweg, om zodoende extra verkeersoverlast te voorkomen.
Zie thema's Mobiliteit, Geluid, Licht, Natuur, Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leef klimaat.
1148
218
218
-
Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid vanwege de toename van fijnstof. Door het extra verkeer van de bedrijven en de bedrijfsprocessen zal de hoeveelheid fijnstof toenemen. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen 2580 wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving en dat de plannen op dit punt onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en onderbouwd. Zie thema's Luchtkwaliteit, Gezondheid en Natuur.
-
Reclamant, maar ook de provinciale en landelijke bestuurders, pleiten er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd. De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij 2581 een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Dit zorgt voor meer koelte in het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.
218 207
Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht). Het plan draagt niet bij aan 2582 het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.
1149
218 207
2583
219 171
Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen zal hebben voor de gezondheid van belanghebbenden vanwege de toename van fijnstof en andere schadelijke uitstoot, door toename van extra verkeer voor het industrieterrein en uitstoot van bedrijven zelf. Reclamant geeft aan dat luchtvervuiling verantwoordelijk is voor zo'n 3% van de ziektelast van luchtwegklachten, hart- en vaatziekten en (long)kanker. De luchtkwaliteit in Bernheze is door de A59 al matig, maar 2584 zal verder verslechteren door de komst van bedrijventerrein HeeschWest. Reclamant vindt het onacceptabel dat de gemeente haar burgers in deze schadelijke positie brengt. De plannen zijn in ogen van reclamant onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onderbouwd. Reclamant vreest een grote aantasting van de woonomgeving door milieuhinder zoals geluidsoverlast, geur- en stofhinder, trillingshinder en aantasting van de leef omgeving en natuurwaarden.
Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: groene buffer minder in het midden maar meer aan de randen en tips/suggesties landschapspark (rijen 2570-2572), landschappelijke inpassing zonnepark (rijen 2570 en 2573), suggesties voor horecapunt aan de Koksteeg (rij 2574), afsluiting Koksteeg (rij 2578), landschappelijke inpassing kavels Zoggelsestraat en Koksteeg (rij 2577) en suggesties voor de nieuwe weg tussen Koksteeg en Weerscheut (rij 2579). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan (incl. nieuwe weg) verder uitgewerkt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark, is de verkeerbestemming Koksteeg gewijzigd naar bestemming Groen, en is de groene buffer aan de zijde Zoggelsestraat in het landschapsplan vergroot en zijn hier tevens beeldkwaliteitseisen voor opgesteld (zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
Zie thema's Gezondheid, Luchtkwaliteit, Geluid, Geur, Stof, Trillingen, Ruimtelijke kwaliteit en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.
1150
219 171
219
-
Volgens reclamant leidt het bedrijventerrein met o.a. logistieke bedrijven tot een groot aantal verkeersbewegingen: reclamant leest in de stukken: circa 7.900 (vracht)verkeersbewegingen per etmaal. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan. Door toedoen van het plan zal: - Het aantal f iles en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen; - Sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar 2585 niet voor geschikt zijn - Het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West door o.a. een schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; - Een goede bereikbaarheid van onze woningen in gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning; - De gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstof en geluidsoverlast). Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Kosten en baten en planschade, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Geluid. Reclamant maakt zich zorgen over het toekomstig leefklimaat. De landelijke, kleinschalige omgeving en het landelijke karakter veranderen compleet bij voltooiing van de enorme bouwmassa van het industrieterrein. Reclamant vindt dit een grote inbreuk op de b estaande situatie en een onaanvaardbare beperking. Reclamant vindt het niet van deze tijd om een bedrijventerrein midden in het landelijk gebied te 2586 plaatsen zonder directe aansluiting bij bestaande bebouwing.
Reclamant stelt dat de gemeenten die dit "duurzame bedrijventerrein" willen realiseren een resultaatverplichting om de inpassing maximaal robuust uit te voeren met zo min mogelijk aantasting voor de woonomgeving. Het huidige ontwerp laat daarbij in ogen van reclamant verschillende steken Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat, Duurzaamheid vallen. en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.
1151
219 171
Door de verkeersbewegingen van/naar de bedrijven, de bedrijfsprocessen en weerkaatsing en daarmee geluidversterking van snelweg- en industriegeluid door zonnepanelen zal reclamant veel (cumulatieve)geluidsoverlast ondervinden. Reclamant vreest hierdoor voor een onleefbare situatie in en rond de woning. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de 2587 vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. Vanuit het oogpunt van gezondheid hoort in het bestemmingsplan geregeld te worden dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechtert door het plan. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Zie thema's Geluid, Gezondheid en Mobiliteit.
219 171
219
-
Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht). Het plan draagt niet bij aan 2588 het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.
Reclamant stelt dat dit plan voor bewoners directe, grote en permanent nadelige gevolgen teweegbrengt. Op lange termijn zal dit plan niet opwegen tegen de gezondheid van de inwoners van de gemeente, en dat is volgens reclamant niet in geld uit te drukken. 2589 Reclamant vraagt de gemeente daarom de plannen voor Heesch-West aan te passen c.q. niet door te laten gaan, met als primair belang de gezondheid en het woongenot van de inwoners, waarbij reclamant er op wil kunnen vertrouwen dat de gemeente zich conformeert aan- en Zie thema's Proces en participatie, Gezondheid, Woon -en leefklimaat maximaal inzet voor groen- en natuurbeleid en -belangen. en Natuur.
1152
219 171
220
220
-
-
2590
Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant stelt dat realisatie van het bedrijventerrein leidt tot verdwijnen van agrarisch landschap, sloop van gebouwen en vergraven van watergangen. Reclamant sluit daarbij niet uit dat schade optreedt aan streng beschermde dier- en plantensoorten, met mogelijk overtreding van Zie thema Natuur, hoofdstuk 10 Water uit de Toelichting van het de Flora- en Faunawet. Mogelijk gaan leefgebied, vliegroutes en bestemmingsplan en zie het antwoord onder rij 278 inzake het 2591 verblijfplaatsen verloren van aangetroffen of te verwachten streng verdwijnen van agrarische gronden. beschermde soorten (zoals grote modderkruiper, huismus (37 territoria), Ten aanzien van de genoemde soorten, het volgende. Er is uitgebreid steenuil (4 territoria), gewone dwergvleermuis (vliegroutes, paarverblijven onderzoek gedaan naar het voorkomen van beschermde soorten. Daar en 1 zomerverblijfplaats), laatvlieger (vliegroute), ruige dwergvleermuis en waar ef fecten niet zijn uit te sluiten, worden mitigerende maatregelen wilde marjolein). genomen. Dit alles conform de eisen van de Wet natuurbescherming (de opvolger van de door reclamant aangehaalde Flora- en Faunawet). Het vervangen van het huidige oorspronkelijke agrarisch gebied door een grootschalig werklandschap leidt volgens reclamant tot aantasting van landschappelijke, cultuurhistorische, water- en ecologische waarden.
Een geplande weg tussen de Weerscheut en de Koksteeg en een doorsteek 2592 langs de Ruitersdam tussen Weerscheut en Koksteeg zullen dit effect verder versterken. Ook enkele bomen ter plaatse van de aansluiting gaan verloren. In het plangebied staan zes monumentale bomen en diverse sf eerbomen/overige bomen aanwezig.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur en Mobiliteit. Aanvullend daarop: de monumentale bomen aan de Koksteeg blijven behouden. Verder verwijzen naar paragraaf 5.3.4 van de Toelichting van het bestemmingsplan inzake het bezwaar ten aanzien van bomen, naar Hoof dstuk 8 Archeologie en Cultuurhistorie van de Toelichting inzake de cultuurhistorische waarden en naar Hoofdstuk 10 Water van de Toelichting inzake het bezwaar over water.
1153
220
220
-
-
Reclamant stelt dat er als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling enkele bouwwerken met cultuurhistorische waarde verdwijnen. Diverse woningen langs de Koksteeg zijn opgekocht en zullen hun woonbestemming verliezen (in een tijd van ernstige woningnood), of worden herbestemd tot bedrijfswoningen of horeca, vergaderfaciliteit c.q. inf ormatiecentrum (Koksteeg 18). Slechts drie panden zijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol (Koksteeg 7, 18 en Zoggelsestraat 120). De 2593 overige panden zijn volgens reclamant afgeserveerd als niet waardevol omdat ze stammen uit de wederopbouw, het gaat om nieuwbouw of om dusdanig gemoderniseerde oude huizen dat de oorspronkelijke waarden onherkenbaar zijn. Dit zijn volgens reclamant uiterst subjectieve beoordelingscriteria die door reclamant niet worden gedeeld. Bovendien wordt het gebied ten zuiden van Heesch-West door afsluiting van de Koksteeg minder goed bereikbaar.
Zie thema Ruimtelijke kwaliteit en Hoofdstuk 8 Archeologie en Cultuurhistorie van de Toelichting van het bestemmingsplan. Door de afsluiting van de Koksteeg wordt het gebied ten zuiden van Heesch West niet minder goed bereikbaar. De nieuwe verbinding tussen de Koksteeg en Weerscheut ondervangt het wegvallen van deze route.
Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan 2594 worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.
220
-
Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Volgens reclamant heef t een participatieproces enkel zin als het voorafgaat aan het maken van plannen, niet als betrokkenen met een nagenoeg definitief 2595 plan worden geconfronteerd en enkel nog inspraak hebben over details. Ook lijken voor reclamant de gepubliceerde onderzoeksrapporten niet bedoeld om de gemeenschap in voor iedereen begrijpelijke taal te inf ormeren. Zie thema Proces en participatie.
1154
220
-
220 172
221
-
221
-
221
-
Op basis van het voorgaande verzoekt reclamant de gemeente om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats 2596 te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. 2597
Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant stelt dat dit bedrijventerrein er alleen lijkt te komen door af spraken uit het verleden. In de huidige tijd is een industrieterrein op een plek zoals Heesch West onwenselijk. Als omwonende maakt reclamant zich zorgen over de gevolgen van een dergelijk bedrijventerrein in de woonomgeving. Reclamant stelt dat steeds meer mensen opstaan tegen verdozing van het Nederlandse landschap. De panden worden vaak snel en goedkoop 2598 gebouwd, waardoor er niet eens zonnepanelen op de daken (kunnen) liggen. Ook stelt reclamant dat de krapte op de arbeidsmarkt zo groot is, dat het voornamelijk werk voor arbeidsmigranten oplevert. Het levert dus niet of nauwelijks een bijdrage aan de regionale economie en werkgelegenheid. Het heeft wel een enorme impact op de omgeving. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Duurzaamheid, Woon -en leefklimaat, Reclamant stelt dat het landschap van Heesch West gekoesterd moet Behoef te, Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik en worden in plaats van volbouwen met grote distributiecentra. Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing nog niet ter inzage ligt, daarmee is op basis van wat er nu bekend is de landschappelijke inpassing onvoldoende. Reclamant vindt dat er gekozen moet worden voor een brede groenzone rondom het bedrijventerrein als scheiding 2599 tussen bedrijventerrein en omgeving.
Reclamant vindt het opvallend dat er steeds wordt benadrukt hoe groen het bedrijventerrein wordt, terwijl er op dit moment nog geen plan is uitgewerkt. Reclamant vindt dit juist belangrijk voor omwonenden. Reclamant verzoekt daarom het plan op dit punt aan te passen. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant wil dat als de plannen doorgaan het groen wordt aangelegd met de nadruk op groen en natuur. Dus geen zonnepanelen op water en 2600 land, maar op daken van de bedrijven. Reclamant verzoekt daarom de plannen voor zonneparken uit het plan te halen en bedrijven te verplichten daken volledig te benutten voor installatie van zonnepanelen. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.
1155
221
-
221
-
221
-
221
-
Reclamant wil dat de plek van de nieuwe verbindingsweg tussen de Koksteeg en de Weerscheut wordt herzien. De waarde van het 2601 historische zandpad de Ruitersweg verandert als de bijbehorende rust verdwijnt. Volgens reclamant zou de noordelijke rand van het park een betere plek zijn voor de verbindingsweg. Zie thema's Mobiliteit en Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Er ontbreekt een voorwaardelijke verplichting binnen de bestemming Groen die er voor moet zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Reclamant verzoekt ongewenste bebouwing niet toe te staan en uit de planregels te verwijderen, daarnaast een voorwaardelijke verplichting binnen een paar jaar na vaststelling op te nemen. Reclamant stelt dat in de voorwaardelijke verplichting geborgd moet worden dat er voldoende hoog en dicht af geschermd groen wordt gerealiseerd. Volgens reclamant blijkt een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar kan worden verleend zonder 2602 te zorgen voor een landschappelijke inpassing. Bij die bedrijven kan niet meer worden af gedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Reclamant vindt dit onaanvaardbaar. Reclamant heef t met het eigen klein bedrijf een aantal jaar geleden te maken gekregen met strenge en dure voorwaarden rondom landschappelijk inpassing.
Reclamant vindt het bizar als de grote bedrijven zich kunnen vestigen zonder strenge voorwaarden rondom landschappelijke inpassing. Reclamant wil dus dat landschappelijke inpassing goed in de regels is geborgd en binnen maximaal 1 jaar aan wordt gelegd. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat het plan zorgt voor een toename van fijnstof. Bedrijven stoten fijnstof en andere schadelijke stoffen uit en een f orse toename van verkeersbewegingen leiden tot een toename van 2603 schadelijke stoffen. Reclamant maakt zich zorgen over de gezondheid van zichzelf en omwonende. Ook stelt reclamant dat de luchtkwaliteit in de omgeving al niet goed is. De gezondheidsschade is groter als de concentratie fijnstof hoger is. Zie thema's Luchtkwaliteit en Gezondheid. Reclamant vraagt zich ook af hoe duurzaam een bedrijventerrein is dat 2604 matig bereikbaar is per openbaar vervoer en f iets? Zie thema Duurzaamheid en zie het antwoord onder rij 2102.
1156
221
-
Reclamant stelt dat een goede directe aansluiting op het hoofdwegennet ontbreekt voor het bedrijventerrein, waardoor over een grote lengte de inf rastructuur moet worden aangepast. Met als gevolg veel negatieve ef f ecten op de omgeving, op de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Reclamant vindt dat een bedrijventerrein met deze categorieën, op deze locatie, in gaat tegen het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat dit onder andere leidt tot de volgende effecten: 1. Door de ligging gaat fors meer (zwaar)verkeer rijden op onderliggend wegennet. de gevolgen voor diverse straten is onduidelijk. Een verkeersmodel geeft slechts een indicatie. Ook bij incidenten of opstoppingen kan de forse toename van (zwaar) verkeer op het onderliggende wegennet tot veel overlast leiden. Reclamant vreest dat f iles gaan toenemen. 2. Reclamant vreest dat door verhoging van maximale snelheid en 2605 complexere kruispunten voor grotere verkeersstromen op routes die ook veel gebruikt worden door fietsers en voetgangers de verkeersveiligheid verslechtert, vooral voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Dit gaat volgens reclamant in tegen de doelstelling om het aantal verkeersslachtoffers naar beneden te krijgen. 3. Af sluiting van de Rekken voor langzaam verkeer ten gunste van autoverkeer vanwege de ligging. 4. Fietsers en voetgangers worden blootgesteld aan veel uitstoot.
Het opwaarderen van de infrastructuur over een grote lengte versterkt het ef f ect extra stelt reclamant. 5. De f ietstunnel op de Bosschebaan-Weerscheut verbetert de verkeersveiligheid wel. Vanuit het oogpunt van sociale veiligheid is een tunnel op deze locatie minder wenselijk, in de avond/nacht is dit een rustige route die daardoor niet veilig aanvoelt volgens reclamant. Zie het antwoord onder rij 2103 en zie thema's Mobiliteit en Luchtkwaliteit.
1157
221
173
221 173
Reclamant stelt dat het goede woon- en leef klimaat met dit plan onvoldoende wordt geborgd. Reclamant vindt dat bedrijven in categorie 4.1 en 5.1 leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Bedrijven met 2606 een hogere milieubelasting dan categorie 3 zijn niet aanvaardbaar in dit gebied. Reclamant stelt dat de optelsom van overlast in de vorm van geluid, licht verkeershinder, geur en luchtkwaliteit alleen kan leiden tot de conclusie dat dit bedrijventerrein op deze plek voor de omgeving niet wenselijk is.
2607
Zie thema's Woon -en leef klimaat, Milieucategorie, Geluid, Lichthinder, Mobiliteit, Geur, Luchtkwaliteit en Proces en participatie. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel landschappelijke inpassing (groene buffer) in rij 2599, landschappelijke inpassing zonnepark (rij 2600) en de ligging van de nieuwe weg in rij 2601. Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan, inclusief nieuwe weg, verder uitgewerkt en is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
Reclamant heef t een aantal bezwaren op de wijze waarop haar perceel is bestemd.
222
-
Artikel 8.1a: - Hier is “horeca” beperkt tot de categorieën 2 en 3. Op de eerste plaats zou dat volgens reclamant 2 en/of 3 moeten zijn, op de tweede plaats is de beperking een voor reclamant ongewenste wijziging ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Daar is geen enkele beperking bij “horeca” 2608 gegeven. In het horecaobject zijn naast de restaurants op de begane grond ook Ook in het huidige bestemmingsplan is horeca niet onbeperkt hotelkamers op de verdieping aanwezig, dat deze nu buiten gebruik zijn toegestaan. Hierin is toegestaan: voorzieningen voor het bedrijfsmatig wil niet zeggen dat reclamant afziet van de categorie 1. verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse. Het is Ook categorie 4 en 5 zijn niet uit te sluiten, enerzijds omdat categorie 4 nu wel juist dat categorie 4 ook zou moeten worden toegestaan, om het juist datgene is wat er nu op de begane grond geëxploiteerd wordt, nieuwe bestemmingsplan in lijn te brengen met de toegestane namelijk f astfood concepten en ook niet uit te sluiten is dat daar nog in de horecaf uncties uit het huidige bestemmingsplan. Naar aanleiding van toekomst soortgelijke formules aan toegevoegd worden, anderzijds omdat deze zienswijze, wordt nu ook horeca categorie 4 toegestaan in het categorie 4 en 5 toch expliciet onder de term horeca vallen. vast te stellen bestemmingsplan.
1158
222
222
222
222
222
-
Artikel 8.2.1a: - Het bouwvlak is t.o.v. het huidige bestemmingsplan sterk verkleind, te 2609 weten tot het bouwvlak van het bestaande horecaobject, daar waar eerst een groot deel van het gebied nu aangeduid met horeca als bouwvlak beschikbaar was, zie bijlage 1: Kaart 13.
-
Artikel 8.3: - Reclamant is het niet eens met dit artikel, zie 8.1a. Verder is het zo dat 2610 er in het object op de verdieping een bedrijfswoning aanwezig is, dat is ook altijd zo geweest. Dat het zo is mag ook blijken uit het feit dat reclamant ieder jaar aangeslagen wordt voor de OZB voor die woning.
-
-
-
Artikel 9.2b: - Reclamant heeft een vergunning van de gemeente voor de bouw van een reclamemast, de betreffende mast is 8 meter hoog, zie bijlage 3: 2611 2013-11-25 vergunning 102498, bijlage 4: 2013-11-13 063701-B02 en bijlage 5: 2013-09-11 063701 Tek Zuil De Lucht. Reclamant verzoekt een aanpassing van dit artikel aan de verleende vergunning. Naar aanleiding van het voorgaande verzoekt reclamant de gemeente met inachtneming van deze zienswijze het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen/gewijzigd vast te stellen, namelijk door voornoemde artikelen aan te passen zoals gevraagd, te weten: 2612 - Volledige horecabestemming zonder uitzonderingen; - Vergroten bouwvlak in overeenstemming met huidige bestemmingsplan; - Toevoegen bedrijfswoning; - Toevoegen reclamemast.
2613
Naar aanleiding van deze zienswijze, is het bouwvlak in het vast te stellen bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan vergroot, conform het huidige bestemmingsplan.
In het huidige bestemmingsplan is geen bedrijfswoning toegestaan. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt dan ook geen bedrijfswoning toegestaan.
Naar aanleiding van deze zienswijze, zijn in het vast te stellen bestemmingsplan specifieke regels opgenomen voor de reclamemast; in overeenstemming met de vergunning.
Zie bovenstaande antwoorden. Deze zienswijze is grotendeels gegrond op de onderdelen toegestane horecaf uncties (rij 2608), bouwvlak (rij 2609) en reclamemast (rij 2611). Naar aanleiding daarvan is de verbeelding voor dit perceel conform aangepast en zijn de planregels aangepast in artikel 8. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
1159
223 179
Reclamant maakt bezwaar tegen de ontwerpplannen voor industrieterrein Heesch-West. Vooral de sterke toename in het aandeel zwaar industrieverkeer en daarbij komende geluid- en f ijnstofoverlast vanaf de 2614 A59 zorgt voor bezwaar. Reclamant woont dichtbij het nieuwe industriegebied aan de andere zijde van de A59, en verwacht direct last te hebben van het industrieterrein.
223
Reclamant maakt zich ernstig zorgen over waardedaling van eigen woning en bouwgrond als gevolg van het nieuwe industrieterrein. Ook vraagt reclamant zich met klem af of het woongenot niet tot ondermaats 2615 zal zakken. Reclamant voelt zich genoodzaakt bezwaren kenbaar te maken en planschade als gevolg van waardedaling van grond en woning op gemeente te verhalen.
Zie thema's Mobiliteit, Geluid, Luchtkwaliteit en Woon -en leefklimaat.
223
-
-
Zie thema's Kosten en baten en planschade en Woon -en leefklimaat.
De eerste zorg van reclamant is de sterke toename van geluidsoverlast door sterke toename van verkeersbewegingen over de A59 van vrachtwagens c.q. bedrijfsverkeer. Het plan zal volgens reclamant een directe bijdrage leveren aan: - De geluidsoverlast die reclamant ondervindt van de A59 door de grote groei in verkeersbewegingen; - Overlast die reclamant ondervindt door toename van het aantal files en opstoppingen op de A59 en toegangswegen; - Overlast die reclamant ondervindt door sluipverkeer op wegen die daar 2616 niet voor geschikt zijn; - Het onveilig worden van de wegen rondom Heesch-West onder andere door een sterke toename van aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; - Een f linke verslechtering van de luchtkwaliteit rondom woning van reclamant door een grote toename in fijnstof en uitstoot van uitlaatgassen van zwaar verkeer Bovenstaande onderdelen hebben directe invloed op het woongenot en de waarde van woning en naastgelegen bouwgrond van reclamant. Reclamant voelt dat er geen andere optie is dan deze planschade bij de Zie thema's Mobiliteit, Gezondheid, Luchtkwaliteit, Kosten en baten en gemeente te verhalen. planschade en Geluid.
1160
223 179
Reclamant stelt dat de combinatie van de ontwikkeling van Heesch-West met de ontwikkeling van Cereslaan West, en de hierbij sterke aanzuigende werking van (vracht)verkeersbewegingen door logistieke 2617 bedrijven, realisatie van 'publieke functies' (zoals fastfoodrestaurant, tankstation of carpoolplaats) voor onacceptabele risico's en overlast gaan zorgen in de omgeving, daar waar het gaat om geluid, (verkeers)veiligheid en gezonde leefomgeving. Zie thema's Mobiliteit, Geluid en Gezondheid.
223 179
Realisatie van de plannen voor Heesch West zorgt voor een toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied. Dat is onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Geluidhinder zorgt voor gezondheidsschade, zoals volgens de reclamant blijkt uit onderzoek. Na juni 2019 is besloten tot aanscherping van de vestigingsvoorwaarden/toegelaten bedrijvencategorieën voor geluid en geur in de toelichting van de plannen, maar in paragraaf 9.2 worden 'grote lawaaimakers' mogelijk gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee 2618 gedachten. Vanuit het oogpunt van gezondheid hoort volgens de reclamant in het bestemmingsplan geregeld te worden dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechtert door het plan. De gemeente moet volgens de reclamant dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, of voorzieningen opnemen voor geluidsbeperking naar- en/of geluidsisolatie van de woning. Reclamant heeft vernomen dat het geluidsscherm ter Zie thema's Geluid, Gezondheid en Kosten en baten en planschade. plaatse van zijn/haar woning niet wordt doorgetrokken aan de A59, en Wat betref t het doortrekken van het geluidsscherm bij de A59. Dit is de daar tevens bezwaar tegen gemaakt. Hieruit voortkomende planschade verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat en ligt buiten de invloedsfeer ziet reclamant zich genoodzaakt op gemeente te verhalen. van dit plan.
1161
Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant kan zich daarmee niet verenigen omdat deze overschrijding het woon- en leefklimaat van reclamant ingrijpend beïnvloedt.
223 179
Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de 2619 geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn.
Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leefklimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
Zie thema Geluid. De geluidsbelasting voor industrielawaai bedraagt op de woning van reclamant 51 dB(A) en wordt met name bepaald door de toekomstige bedrijven op het industrieterrein Heesch-West. Deze geluidsbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere waarde wordt vastgesteld voor industrielawaai. De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt voor en na realisatie van het plan 64 dB. De geluidsbelasting wordt vrijwel volledig bepaald door het verkeer op de A59. Er is geen sprake van een hoorbare toename van de geluidsbelasting voor wegverkeer en de cumulatieve geluidsbelasting door de planontwikkeling. Deze bedraagt maximaal 0,15 dB. Omdat wegverkeer veruit dominant is verandert het woon- en leef klimaat ter plaatse van de woning niet door de 51 dB(A) van industrie. In verband met de hogere waarde, wordt een nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of de geluidsbelasting binnen de woning voldoet aan de wettelijke binnenwaarde. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat.
1162
223 179
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het referentieniveau van het omgevingsgeluid, waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht worden toegekend. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede 2620 ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht aan het f eit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heef t op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening." Zie thema Geluid.
223
-
Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid vanwege de toename van fijnstof. Door het extra verkeer van de bedrijven en de bedrijfsprocessen zal de hoeveelheid fijnstof toenemen. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed 2621 vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving en dat de plannen op dit punt onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en onderbouwd. Reclamant verzoekt de plantoetser te komen met oplossingen hoe verslechtering van luchtkwaliteit voor omwonenden kan worden voorkomen. Zie thema's Luchtkwaliteit, Gezondheid en Natuur.
1163
Reclamant stelt dat zware bedrijven (categorie 4.1 en in de plannen van Den Bosch zelfs categorie 5.1) tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat leiden en niet zouden moeten worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant geeft aan dat er een grotere af stand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen. 223
-
2622 Reclamant twijfelt aan de effectiviteit van belemmeren van geurbelasting door inwaartse zonering. Onder verwijzing naar concrete voorbeelden uit de omgeving, stelt reclamant dat, afhankelijk van het soort bedrijvigheid, geur zich vele honderden meters tot wel kilometers kan verplaatsen. De af stand van plan Heesch-West tot omwonenden is dusdanig klein dat geurhinder onmogelijk voorkomen kan worden. Reclamant maakt zich zorgen over deze geuroverlast en verzoekt gemeente hier kritischer naar maatregelen voor stankoverlast te kijken. Zie thema's Milieucategorie, Geur en Woon -en leefklimaat.
223
-
Reclamant stelt dat de bouwhoogte veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Geen enkele vorm van inpassing door middel van nog aan te planten groene buffers zal dit soort bouwwerken enigszins kunnen camoufleren, zelfs als na 40 jaar 2623 inheemse boomsoorten bij volwassenheid een maximale hoogte van zo'n 15 m bereiken. Tevens wordt op het noordwestelijke punt van het plan nog beoogd een nog hogere 'landmark' te plaatsen, om een zichtlocatie te kunnen realiseren. Reclamant stelt dat met deze hoogte het plan waar te nemen is uit zijn/haar straat en/of woning, hetgeen een negatieve bijdrage heeft op de woningwaarde. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Kosten en baten en planschade.