CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 00006 of Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West *32.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

229

176

Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht). Het plan draagt niet bij aan 2690 het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

1194

229 176

230

177

2691

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening 2692 gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven.

Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: groene buffer minder in het midden maar meer aan de randen en tips/suggesties landschapspark (rijen 2664-66), landschappelijke inpassing zonnepark (rijen 2664 en 2667), suggesties voor horecapunt aan de Koksteeg (rij 2668), foutief opgenomen passage over tankstation in noordoosten plangebied (rij 2672), afsluiting Koksteeg (rij 2674), landschappelijke inpassing kavels Zoggelsestraat en Koksteeg (rij 2673) en suggesties voor de nieuwe weg tussen Koksteeg en Weerscheut (rij 2675). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan (incl. nieuwe weg) verder uitgewerkt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark, is de verkeerbestemming Koksteeg gewijzigd naar bestemming Groen, is de passage over het tankstation aangepast en is de groene buffer aan de zijde Zoggelsestraat in het landschapsplan vergroot en zijn hier tevens beeldkwaliteitseisen voor opgesteld (zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betref t de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

1195

230

-

230

-

230

-

Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2693 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arb eidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2694 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening.

Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2695 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

1196

230

230

230

-

-

-

230 177

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2696 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie. Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de 2697 Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie.

Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant 2698 behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

2699

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

1197

231 178

231

-

231

-

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, 2700 de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in voor de nieuw te vestigen bedrijven. bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of 2701 handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke 2702 inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening.

Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

1198

231

-

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord2703 Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

231

-

Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke 2704 teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie.

231

-

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende 2705 besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Reclamant stelt teveel belasting te betalen aan de gemeente, waardoor het ambtenarenapparaat in stand zou blijven gehouden. Reclamant stelt tevens dat externe partijen heel veel gemeenschapsgeld krijgen om plannen/rapporten te maken over Heesch West. Om deze plannen die de reclamant niet wil, in eigen tijd, te kunnen lezen, begrijpen, en erop te reageren, moeten heel veel kosten gemaakt worden. Dat vindt de reclamant oneerlijk.

Zie thema Proces en participatie.

1199

231

-

231 178

Reclamant is bezorgd en verzoekt de plannen te herzien en de belangen van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch zal veranderen en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk te maken. Volgens de reclamant wordt gepretendeerd dat Heesch West het meest duurzame circulaire bedrijventerrein van Brabant (of liefst Nederland) zal worden, zodat Heesch West gerealiseerd wordt. Volgens de reclamant zijn de politiek en de nieuwe ondernemers hier blij mee, maar omwonenden en Heesch West zelf niet. Reclamant stelt de vraag wie/wat belangrijker is. De lasten en negatieve effecten van Heesch West worden volgens de reclamant gedragen door de (toekomstige) omwonenden die hier al jarenlang wonen of gaan wonen. Reclamant stelt zeker te weten dat geen 2706 van de planmakers in de omgeving van het nieuwe bedrijventerrein woont en de lasten wil dragen. Reclamant stelt de vraag waarom het niet de ambitie is om vooral een bedrijventerrein te creëren die de minste last heef t op de omgeving, in plaats van meest “circulair” of meest “duurzaam”: een bedrijventerrein dat niet alleen neemt maar ook geeft aan de directe omgeving, niet alleen lasten maar ook lusten. Volgens reclamant maakt het huidige plan de omwonenden bezorgd over de gevaren voor de gezondheid, door onzekere of ongewenste effecten.

Ook stelt reclamant dat het plan niet bijdraagt aan het behoud/bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betrokken gebied en omgeving, is er volgens de reclamant geen sprake van een goede landschappelijke Zie thema's Woon -en leef klimaat, Duurzaamheid, Proces en inpassing of enige maatschappelijke meerwaarde. participatie, Gezondheid, Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag 2707 inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

1200

3. Samenvatting en beantwoording zienswijzen (Deel 2 zienswijzennota – zienswijzen die uitsluitend zien op ontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West)

ZWFP 3

3

3

3

3

3

3

Nr. Samenvatting Beantwoording Reclamant stelt dat het plan niet past in de omgeving. Het is nu een mooi 2708 natuurgebied voor dieren, aldus reclamant. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Natuur. Reclamant stelt dat het plaatsen van zware industrie in een mooi landschap ten koste gaat van de gezondheid. Hierbij moet gedacht 2709 worden aan f ijnstof/remstof, met kanker voor mensen en dieren als Zie thema's Milieucategorie, Ruimtelijke kwaliteit, Gezondheid, gevolg. Luchtkwaliteit en Natuur. Zie verder het antwoord in rij 64. Reclamant wijst erop dat de extra vrachtverkeersbeweging 24/7 doorgaat Zie thema's Mobiliteit, Trillingen en Geluid. met nachtelijk geluidoverlast en trillingshinder tot gevolg. Volgens Aanvullend daarop: transportbedrijven rijden meer en meer via reclamant is het bekend dat de vervoersbedrijven zoeken naar de kortste navigatiesystemen waarin de actuele verkeerssituatie maar ook de 2710 weg, ongeacht of de weg door Vinkel loopt of dat er een p laatselijk toegankelijkheid van wegvakken (hoogte-, breedte, lengtebeperkingen verbod geldt. Reclamant wil dit niet, het betekent een toename van en inrijverboden voor vrachtverkeer). Hierdoor komen individuele geluid. chauf feurs niet in de verleiding om onbedoelde wegen te gebruiken.

Reclamant geeft aan dat een toename van geluid op de locatie niet gewenst is omdat hierdoor de nachtrust wordt geprikkeld door geluid. 2711 Reclamant heef t gezondheidsproblemen en stelt dat de toename van geluid de gezondheid schaadt. Zie thema's Geluid en Gezondheid. Reclamant stelt dat toename van onder andere van fijnstof, stikstof en 2712 remstof, in de omgeving veel gezondheidsschade zal veroorzaken. Zie thema's Gezondheid, Luchtkwaliteit en Natuur. Zie verder het antwoord in rij 64. Reclamant vraagt zich af bij wie men terecht kan indien men ziek wordt. 2713 Zie het antwoord in rij 68. Reclamant verzoekt rekening te houden met onze toekomstige Wij begrijpen de zorgen van reclamant. De gemeente weegt alle generaties en geen giffabrieken en grote dozen in de omgeving te belangen af bij ruimtelijke plannen, en daarom ook bij dit project, 2714 plaatsen. waaronder dus ook de genoemde zorgen van reclamant. Zie ook thema Proces en participatie (kopje Belangenafweging) en verder de thema's Externe veiligheid en Ruimtelijke kwaliteit.

1201

3

10

10

10

10

18

18

2715

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Reclamant maakt bezwaar tegen een onacceptabel geluidszoneplan. Reclamant gaat niet akkoord met het aanvragen van een ontheffing voor 2716 de woning door de gemeente Oss, omdat de gevelbelasting boven de toegestane limiet komt. Zie het antwoord in rij 155, en zie thema Geluid. Reclamant is bang dat de geluidbelasting met en door Heesch West en al het drukke toenemende vrachtverkeer alleen maar erger wordt. Reclamant stelt dat de geluidbelasting op/rond de woning al 72 dB is volgens metingen van Rijkswaterstaat. Reclamant stelt dat dit veel te Zie het antwoord in rij 155. 2717 hoog is en maakt daarom bezwaar tegen de ontheffing. Reclamant stelt Daarnaast wordt de situatie technisch zorgvuldig beschouwd in het dat de gemeente niet moet denken dat met de A59 voor de deur het niet akoestisch onderzoek. Daaruit blijkt dat het geluid van de A59 ter uitmaakt of er wat meer of minder decibels komen. Reclamant doet plaatse van de woning van reclamant overheersend is. Technisch maar nogmaals een dringend beroep op de gemeenten om geen ontheffing ook praktisch bezien, betekent dit dat de komst van Heesch inclusief aan te vragen voor de woning. verkeer, niet of vrijwel niet merkbaar is. Reclamant stelt dat haar/zijn leef- en woonomgeving hierdoor zwaar wordt belemmerd. Reclamant hoopt dat de gemeenteraad wil opkomen 2718 voor de gezondheid van hun burgers.

Reclamant stelt dat dit belangrijker Zie thema's Gezondheid, Woon -en leefklimaat en Proces en is dan economische belangen en geld. participatie. 2719

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Reclamant verwijst naar hoofdstuk 5 van de toelichting waarin wordt gesteld dat in de bestaande situatie wordt het gebied met name gebruikt 2720 voor agrarische doeleinden, met incidentele, kleinschalige bedrijvigheid. Het is uiteraard zo dat ook gewoond wordt in het gebied. Naar Reclamant wil benadrukken dat zij ook wonen in het gebied en niet alleen aanleiding van deze zienswijze, is de toelichting van het vast te stellen een bedrijf voeren. bestemmingsplan aangepast. Reclamant stelt als bewoner van Vinkel nabij het plangebied te maken te krijgen met een significante stijging van industrie- en verkeerslawaai. Reclamant geeft aan dat de woning wordt genoemd binnen de Ontwerpbeschikking Hogere Grenswaarde geluid bedrijventerrein Heesch West voor een hogere grenswaarde industrielawaai, namelijk 53 dB. Hier 2721 wordt benoemd dat de binnenwaarde in de woningen moet voldoen aan de binnenwaarde zoals vastgelegd in het bouwbesluit. Reclamant geeft aan dat hun woning slecht is geïsoleerd, daarom betwijfelt reclamant ten zeerste of hier aan wordt voldaan en vindt dat extra onderzoek hiervoor zeker nodig is. Zie het antwoord in rij 446.

1202

18

18

78

Reclamant verwijst naar het Ontwerp besluit Hogere Grenswaarde. Hieruit blijkt dat het plan, op de woningen waarvoor voor industrielawaai een hogere waarde nodig is, niet leidt tot een significante toename van het verkeerslawaai. De gecumuleerde geluidsbelasting is ten hoogste 3 dB hoger. Reclamant merkt op dat uit het geluidsonderzoek uit bijlage 2 blijkt dat de cumulatieve stijging op hun woning 3,2 dB bedraagt en dus hoger is dan 3 dB. Reclamant stelt dat hier dus niet aan de eigen regels 2722 uit het ontwerpbesluit wordt voldaan. Ook wordt in de MER een stijging van 1,5 dB reeds als significant beschouwd. Reclamant geeft aan dat op de zijde van hun buitenruimte, de westzijde, geen negatief effect is geconstateerd, echter is hun terras aan de oostzijde van de woning gepositioneerd. Van deze zijde wordt vermeld dat 'de verhoogde geluidsbelasting door beide bronnen plaats vindt op de oostgevel (voorgevel) van de woning'. Reclamant stelt dus wel negatief effect van zowel industrie- als verkeerslawaai op de buitenruimte te hebben.

Zie het antwoord in rij 446. Deze zienswijze is deels gegrond op de passage over de huidige situatie in de Toelichting van het bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West. 2723 Naar aanleiding daarvan is deze passage aangepast in paragraaf 5.1 van de Toelichting van het bestemmingsplan. Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant stelt dat het facetplan in 2019 ter inzage is gelegd zonder dat Het voorontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd het voorontwerpplan was uitgewerkt of ingevuld, enkel met een industrieterrein Heesch West was voor een groot deel wel uitgewerkt. In aangegeven zone. Dit terwijl het belang van een dergelijk plan voor het ontwerpbestemmingsplan is het plan verder aangevuld en volledig aanwonenden zeer groot is. Zonering wordt immers gedaan als gemaakt. ruimtelijke scheiding tussen grote lawaaimakers op een industrieterrein De omvang van de geluidszone is zoveel als mogelijk beperkt. Het is en geluidgevoelige bestemmingen als wonen. Reclamant noemt het dan onvermijdelijk dat woningen net buiten de zone vallen of de zonder uitwerking of invulling ter inzage leggen zeer onzorgvuldig en een geluidszone deze net raakt. De toekomstige geluidsbelasting van het aantasting van de rechtszekerheid.

bedrijventerrein ligt op de woning van reclamant met 49 dB(A) net Vast staat dat de grootte van de zone afhankelijk is van de benodigde of onder de waarde van 50 dB(A), die toelaatbaar is op grond van de Wet 2724 gewenste geluidsruimte van het gezoneerde industrieterrein. Reclamant geluidhinder. geef t aan dat de huidige voorgestelde zone ligt tot buiten het Het is niet zo dat als de woning binnen de zone ligt, het betekent dat industrieterrein en omvat zo ook de woning van reclamant. Zo krijgt deze wordt beperkt in de gebruik of -bouwmogelijkheden. De woning reclamant weer de lasten zonder de lusten. Reclamant stelt dat het van reclamant krijgt geen beperkingen, maar de toekomstige bedrijven onduidelijk is waarom de zone deze omvang heeft en woningen buiten worden beperkt c.q. begrensd in hun geluidproductie door de zone en het voorziene industrieterrein moet omvatten, Reclamant vindt dit niet de hogere waarden. De cumulatie van geluid van alle bedrijven op het acceptabel. Zoals in de eerdere fase aangegeven worden immers ter industrieterrein mag er immers niet toe leiden dat de geluidsbelasting plaatse van de zone de reguliere uitbreidings- en daarmee buiten de geluidszone de 50 dB(A) overschrijdt of dat de gebruiksmogelijkheden van bestaande woningen sterk beperkt om te geluidsbelasting ter plaatse van de bestaande woningen hoger is dan

1203

voorkomen dat bedrijven op het industrieterrein worden gehinderd. de eerdergenoemde vastgestelde hogere waarde. De zone en de Reclamant stelt dat het wonen binnen een geluidzone verstoring hogere waarden zorgen dus juist voor een specifieke bescherming van betekent. Voor het woon- en leefklimaat overdag is dit hinderlijk, en in de de geluidbelasting op de woning van reclamant. avond en nacht kan dit bovendien schadelijk zijn voor de gezondheid. De maximale geluidsbelasting door het wegverkeerslawaai bedraagt in de toekomst 53 dB en is door de realisatie van het bedrijventerrein Heesch-West 1 dB lager dan de geluidsbelasting in de referentiesituatie (54 dB). De afname is een gevolg van de verwachte afname van het verkeer op de Koksteeg. De maximale gecumuleerde geluidsbelasting door weg- en industrielawaai bedraagt eveneens 54 dB en is gelijk aan de gecumuleerde geluidsbelasting in de referentiesituatie. Gelet op voorgaande, is er op de woning van reclamant geen sprake van (significante) verslechtering van het woon -en leefklimaat voor wat betref t geluid. Reclamant vindt daarom dat het industrieterrein zich dusdanig zou moeten beperken in omvang en effect dat de geluidzone niet de woningen van aanwonenden raakt. 78

2725

De geluidszone volgt uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Het is gebaseerd op de benodigde geluidsruimte voor het bedrijventerrein en de bescherming van omwonenden. Daarmee is de nu geplande geluidszone de ruimte die nodig is voor het goed functioneren van het bedrijventerrein. De belangen van omwonenden zijn dus meegewogen bij het toestaan van een geluidszone. Gelet op het antwoord in rij 2724, blijft er sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat op omliggende woningen.

78

2726

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

79

Reclamant stelt dat het facetplan in 2019 ter inzage is gelegd zonder dat het voorontwerpplan was uitgewerkt of ingevuld, enkel met een aangegeven zone. Dit terwijl het belang van een dergelijk plan voor aanwonenden zeer groot is. Zonering wordt immers gedaan als ruimtelijke scheiding tussen grote lawaaimakers op een industrieterrein 2727 en geluidgevoelige bestemmingen als wonen. Reclamant noemt het zonder uitwerking of invulling ter inzage leggen zeer onzorgvuldig en een aantasting van de rechtszekerheid. Vast staat dat de grootte van de zone afhankelijk is van de benodigde of gewenste geluidsruimte van het gezoneerde industrieterrein. Reclamant geef t aan dat de huidige voorgestelde zone ligt tot buiten het

De geluidsbelasting voor industrielawaai bedraagt op de woning van reclamant 51 dB(A) en wordt met name bepaald door de toekomstige bedrijven op het industrieterrein Heesch-West. Deze geluidsbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere waarde wordt vastgesteld voor industrielawaai. De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het plan 53 dB. Er is sprake van een kleine, niet hoorbare afname van de geluidsbelasting door de planontwikkeling van 0,4 dB. Deze afname is het gevolg van de afname van het verkeer op de Koksteeg omdat de verbinding met de huidige Bosschebaan komt te vervallen.

1204

industrieterrein en omvat zo ook de woning van reclamant. Zo krijgt reclamant wederom de lasten zonder de lusten. Reclamant stelt dat het onduidelijk is waarom de zone deze omvang heeft en woningen buiten het voorziene industrieterrein moet omvatten, Reclamant vindt dit niet acceptabel. Zoals in de eerdere fase aangegeven worden immers ter plaatse van de zone de reguliere uitbreidings- en daarmee gebruiksmogelijkheden van bestaande woningen sterk beperkt om te voorkomen dat bedrijven op het industrieterrein worden gehinderd. Reclamant stelt dat het wonen binnen een geluidzone verstoring betekent. Voor het woon- en leefklimaat overdag is dit hinderlijk, en in de avond en nacht kan dit bovendien schadelijk zijn voor de gezondheid.

De absolute waarde van de cumulatieve geluidsbelasting is 55 dB en de toename is hoorbaar en bedraagt afgerond 2 dB. Omdat deze toename hoger is dan 1,5 dB is deze toename voor het menselijk oor hoorbaar. In verband met deze significante verandering van de geluidsbelasting wordt een nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of de geluidsbelasting binnen de woning voldoet aan de wettelijke binnenwaarde. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Uit de berekening volgt verder dat de tuin, die aan de achterzijde van de woning is gesitueerd, geluidsluw is. Ook ondervindt deze achtergevel op beide verdiepingen geen geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor industrie- en wegverkeerslawaai zodat vanuit dit oogpunt geen sprake is van een onaanvaardbare situatie. Omdat de binnenwaarde in de verblijfsruimte wordt gebaseerd op de cumulatieve geluidsbelasting in de situatie na planrealisatie en wordt getoetst aan de nieuwbouweis vanuit het Bouwbesluit is ook in de slaapkamers sprak van een akoestisch aanvaardbaar geluidsniveau. Zie verder het antwoord onder rij 2724.

79

79

Reclamant vindt dat het industrieterrein zich dusdanig zou moeten 2728 beperken in omvang en effect dat de geluidzone niet de woningen van aanwonenden omvat. 2729

Zie het antwoord onder rij 2725. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1205

127

Reclamant stelt dat uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het deelonderzoek geluid uit het MER en bestemmingsplan. Reclamant kan zich niet verenigen met de overschrijding van gevelbelastingen tot 55 dB voor wegverkeerslawaai. Dit beïnvloedt volgens reclamant zijn woon- en leef klimaat indringend. Reclamant vreest ook voor de gezondheid, omdat het RIVM onderbouwd heeft dat boven de 50 dB het % hart en 2730 vaatziekten toeneemt, en de WHO een grenswaarde aanhoudt van 45 dB. Volgens reclamant zijn er ondanks het voorgaande hogere grenswaarden industrielawaai voor 22 woningen verleend, variërend van 51 tot 55 dB(A). Daarnaast vindt reclamant het onduidelijk waarom bijvoorbeeld wel bepaalde adressen aan de Zoggelsestraat wel betrokken zijn, maar andere adressen aan diezelfde straat niet. Dit wordt verder ten onrechte ook niet toegelicht.

Zie het antwoord onder rij 1895 en zie verder thema's Woon -en leef klimaat en Gezondheid. Reclamant noemt een aantal adressen aan de Zoggelsestraat, die niet betrokken zouden zijn. Deze woningen liggen buiten de toekomstige geluidszone van het bedrijventerrein Heesch-West. Om deze reden wordt voor die adressen geen hogere waarde vastgesteld.

1206

127

Reclamant stelt te zien dat niet is onderzocht of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De eerste voorkeur heeft het om daarbij te kijken naar bronmaatregelen en daarna naar maatregelen in de overdracht. Waar het gaat om bronmaatregelen wordt overwogen dat met het vastleggen van hogere waarden niet van maximale geluidruimte wordt uitgegaan (zijnde 60 dB(A)). Aangegeven wordt dat ervoor gekozen is om niet hoger te gaan dan 55 dB(A) om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Vervolgens wordt aan het nemen van bronmaatregelen niet toegekomen. De ruimte die het terrein krijt toebedeeld, ligt namelijk vast in de geluidcontour van 50 dB(A) in het bestemmingsplan. In het vergunningverleningstraject moet nu voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT). Volgens reclamant houdt dit in dat later van de individuele bedrijven verwacht gaat worden dat geluidreducerende maatregelen genomen worden die het milieu de grootst mogelijke bescherming bieden, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Reclamant stelt dat door deze opzet niet wordt geborgd dat de geluidbelasting op hun woningen op een doelmatige manier wordt beperkt, wat zich niet verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening.

2731 Reclamant vindt dat de feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten met aspirant grote lawaaimakers en hoe dit dan uitpakt is nog te bezien. Reclamant vindt het onduidelijk wat deze zin inhoudt: "in principe mag de grens van 55 dB niet worden overschreden maar dat kan anders zijn indien dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd" en hoe in dit verband de belangen van reclamant worden betrokken. Reclamant stelt dat ten aanzien van overdrachtsmaatregelen er geen sprake is van één bron - of een clustering van bronnen op redelijk korte afstand- maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Deze 'bron' laat zich niet afschermen door een geluidscherm rond het industrieterrein. Volgens reclamant biedt ook dit geen relevante af scherming. Verder wordt aangegeven dat nabij verschillende woningen geluidschermen geplaatst zouden kunnen worden maar dat financieel niet in verhouding zou staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zou zijn. Reclamant stelt dus dat er geen enkele maatregel genomen wordt om reclamant tegen geluidhinder te beschermen en is het goede woon- en leef klimaat onvoldoende geborgd. Daarnaast waarborgt een globaal plan als dit geen goede ruimtelijke ordening voor omwonenden. Reclamant vindt dan ook Zie thema Geluid.

1207

dat het plan hooguit een kader zou kunnen bieden om ruimtelijk goed te gaan ordenen maar op dit moment zitten daar te veel onzekerheden in.

1208

127

Reclamant stelt dat vooroverleg geluid niet verplicht is gesteld voor aspirant grote lawaaimakers. Echter wordt er volgens reclamant in de toelichting op de Omgevingswet (pagina 173) gesteld dat "Onder de Omgevingswet zal vooroverleg tussen het bevoegde gezag en de initiatiefnemer van vergunningplichtige activiteiten vooruitlopend op het def initief indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning onverminderd van belang blijven." Indien het bevoegde gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan Heesch West conform 2732 de door haar gestelde planregels belang hecht aan vooroverleg zal het zichzelf moeten verplichten daaraan ook uitvoering te geven. Volgens reclamant ontbreekt in de planregels die verplichting met betrekking tot geluid. Reclamant stelt ook de vraag hoe op dit moment voor hen wordt geborgd dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel. In dit kader wijst reclamant ook weer naar de toelichting op de Omgevingswet (pagina 286) met betrekking tot het begrip milieugebruiksruimte. Zie thema Geluid.

1209

127

Reclamant stelt dat voor hen belangrijke houvast voor geluid ontbreekt. Volgens reclamant hanteert het RIVM een norm van 50 dB met als onderbouwing dat de wetenschap aantoont dat daarboven het aantal hart en vaatziekten toeneemt. Maar omdat de onderbouwing niet heel duidelijk is gebruikt de WHO een grens van 45 dB. Reclamant geeft aan dat zij huis boven de 50 dB uitkomt en dus boven de WHO en RIVM grens zit. Volgens reclamant biedt dit weinig houvast voor zijn gezondheid. Reclamant stelt dat behuizingsmaatregelen ontbreken in de planregels, ook ontbreken regels waarmee een open bedrijfsterrein wordt voorkomen waarop zichtbaar voor de omgeving geluidmakende bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Reclamant stelt verder dat regels ontbreken die, als een open bedrijfsterrein onontkoombaar is, voorzien in een gasdicht aaneengesloten geluidreducerende terreinafscheiding van voldoende hoogte. Niet is geborgd dat in de behuizing -in de vorm van gebouwen waarin geluidactiviteiten plaatsvinden- geen geluid doorlatende openingen voorkomen of dat indien geluid doorlatende 2733 openingen onontkoombaar zijn, deze dienen te worden voorzien van voldoende geluidabsorptie en dat kieren moeten worden gedicht. Ook is niet geborgd dat de locatie van geluidbronnen binnen een gebouw, zover mogelijk van geluidgevoelige omgeving worden gelokaliseerd.

Reclamant stelt geluidhinder op de woningen voorkomen kan worden door geluidmakende activiteiten te laten plaatsvinden in goed geluidsisolerende compartimenten. Ook geluidmakende activiteiten in een gebouw vinden idealiter plaats binnen toereikend geluidsisolerende gevels en daken. Voor deze punten ontbreken regels volgens reclamant. Reclamant stelt verder de vraag in hoeverre wordt geborgd dat uitbreiding van activiteiten in een later stadium bij initiële vergunningverlening zal vragen om zwaardere maatregelen. Ook ontbreken algemene beleidsregels waar het gaat om geluid, daarop kan niet worden teruggevallen. Reclamant stelt ook dat er ergens staat dat geluidsoverlast na realisatie wordt gemonitord, maar niet wat de actiepunten zijn als geluidsnormen worden overschreden, waarbij dit dus Zie antwoord onder rij 1895 en zie verder thema's Geluid en weinig houvast biedt. Gezondheid.

1210

127

Reclamant noemt het huidige ontwerp een garantie voor problemen later. Reclamant noemt het volgende. Op basis van in planregels opgenomen regels, afgewogen goede ruimtelijke ordeningsmaatregelen, zou de minimaal toe te kennen geluidafstand kunnen worden bepaald. Dat is wat vooroverleg betekent als bedoeld in de memorie van toelichting van de Omgevingswet. Voor alle partijen zou dan op basis van de ingediende aanvragen voor een omgevingsvergunning en de bedrijfsvoering concreet zichtbaar zijn waaraan moet worden voldaan. Reclamant stelt ook doordat vooroverleg in het licht van de Omgevingswet niet is voorgeschreven én concrete planregels ontbreken die houvast geven waar het gaat om het borgen van zo min mogelijk geluidhinder in de ontwerpfase van het terrein, c.q. van individuele initiatieven, de planwetgever een kans mist om een goede ruimtelijke ordening te garanderen. Ook vindt reclamant dat het hanteren van indicatieve af standen in de Staat van Inrichtingen ontleend aan de VNG-brochure onvoldoende zekerheid biedt. Individuele ondernemers zullen aansluiting zoeken bij de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer waarbij het 2734 ontbreken van borging door de planwetgever nadelig uitwerkt volgens reclamant.

Het negatieve verschil tussen de feitelijke in beslag genomen gebruiksruimte en de toegekende gebruiksruimte is de overschrijdingsgebruiksruimte die ontstaat als gevolg van slechte en indicatieve ruimtelijke ordening door het bevoegde gezag waartegen reclamant zich wil beschermen door middel van het indienen van deze zienswijze. Dit betekent volgens reclamant dat het voor zowel initiatiefnemers van een activiteit op het nieuwe bedrijventerrein als hij zelf , geconfronteerd zullen worden met langdurige procedures in het kader van vergunningverlening en handhaving. Hierin zullen deze partijen tegenover elkaar komen te staan met een onzekere uitkomst voor iedereen. Reclamant stelt dat er een plicht is voor de planwetgever om dit zoveel mogelijk te voorkomen en dat er dus nog veel te doen is in dit kader. Reclamant vult dit aan door te stellen dat er in de plannen regels zijn opgenomen met betrekking tot geluid waaruit geen verplichting voor het bevoegd gezag voortvloeien waar het gaat om goede ruimtelijke ordening. Volgens reclamant valt deze regelgeving daardoor al gauw in de onaanvaardbare categorie symboolregelgeving. Zie thema Geluid.

1211

127

Reclamant stelt dat het heersende referentieniveau omgevingsgeluid (Lref ) ontbreekt. In de planbeschrijving komt het referentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zicht nu bevinden nergens aan bod. Dit ontbreekt ook in het MER Hoofdstuk 8. Reclamant stelt dat aan dit ref erentieniveau een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Daarmee moet dan rekening worden gehouden bij de vraag of een aanmerkelijke toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat in artikel 2.19a Activiteitenbesluit milieubeheer wordt het heersende Lref als grenswaarde gezien welke niet mag worden overschreden. Het Lref is in 2735 art. 1.1 van het besluit nader gedefinieerd en komt tot stand op basis van de hoogste waarde van een meting en een berekening. Volgens reclamant is dit in de planvorming nagelaten zodat het heersende ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin de woningen zich nu bevinden onbekend is en dus de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening ontbreekt. Reclamant wijst er ook op dat er geen aandacht is besteed aan het verschil tussen verhard oppervlak ter vervanging van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (naar schatting max 4 dB) wordt gereduceerd.

Reclamant vindt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. Zie thema Geluid.

1212

127

Reclamant concludeert daarom dat het plan te weinig concreet is voor goede ruimtelijke ordening. Reclamant maakt bezwaar tegen de toepassing van symboolplanregels uit het bestemmingsplan. Daarmee wordt niet voldaan aan het recht als bedoeld in het toetsingskader goede ruimtelijke ordening van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Reclamant maakt bezwaar tegen besluitvorming waarbij wordt aangesloten op de normering van het Activiteitenbesluit dan wel bij de VNG-gemengd gebiedbeoordeling omdat het goede woon- en leefklimaat onvoldoende borgt. Reclamant geeft dat de in de bedrijvenlijst opgenomen indicatieve categorie-afstanden, ontleend aan de brochure bijlage 1, met elkaar gemeen hebben dat die af standen aan dezelfde geluidgrenswaarden wordt voldaan zonder dat aandacht wordt besteed aan de vraag welke geluidreducerende behuizing daar dan bij hooft. Dat betekent dat alleen wanneer in de planregels concrete eisen zouden worden gesteld aan geluidreducerende behuizing, per afzonderlijk genoemde bedrijfsactiviteit gekomen kan worden tot feitelijk juiste afstanden. Zelfs bij meer dan 1 genoemde 2736 bedrijfsactiviteit zou dan -zonder het tegendeel uit te sluiten- gekomen kunnen worden tot bijvoorbeeld een kortere afstand dan voor elke activiteit afzonderlijk genoemde indicatieve afstand. Reclamant vindt dat dit ten onrechte niet is gebeurd.

Reclamant vindt dat de planwetgever ervoor dient te zorgen dat een goede ruimtelijke ordening is gegarandeerd en wordt in de huidige stand van zaken onvoldoende geborgd. Reclamant vindt dat de verwijzing naar “de normering van de f ormele weten regelgeving” in de toelichting erop duidt dat de planwetgever verwijst naar de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, terwijl een goede ruimtelijke ordening hier de maatstag moet zijn. Reclamant haalt nogmaals aan bezwaar te maken dat vanwege het ontbreken van borging in de planregels een concreet toetsingskader ten onrechte ontbreekt. Reclamant verzoekt om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema Geluid.

127

2737

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1213

151

151

151

Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant kan zich daarmee niet verenigen omdat deze overschrijding het woon- en leefklimaat van reclamant ingrijpend beïnvloedt. Reclamant vindt het verder onduidelijk waarom bepaalde adressen aan 2738 de Zoggelsestraat wel betrokken zijn en andere adressen aan diezelfde straat niet. Dit is verder ten onrechte niet toegelicht. Reclamant dient daarom deze zienswijze in mede namens alle bewoners van de in het f acetplan genoemde woningen (zie tabel) alsmede de nabijgelegen woningen die met vergelijkbare geluidsbelasting te maken kunnen krijgen. Reclamant stelt dat door het indienen van deze zienswijze, zij ook het recht houden om aanspraak te maken op Zie de antwoorden onder rijen 1895 en 2730. geluidreducerende en compenserende maatregelen. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten.

Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden 2739 verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Zie thema Geluid. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat 2740 geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leefklimaat Zie thema Geluid.

1214

te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.

151

151

Reclamant verwijst naar de memorie van toelichting op de Omgevingswet ten aanzien van het vooroverleg en de milieugebruiksruimte. Reclamant merkt op dat uit de planregels blijkt dat het bevoegd gezag waarde hecht aan het vooroverleg maar dat er geen verplichting is opgenomen om hieraan uitvoering te geven. Reclamant vindt dat een dergelijke verplichting wel opgenomen moet worden. Reclamant geeft daarnaast aan dat het maximaliseren van vrij beschikbare gebruiksruimte het 2741 uitgangspunt moet zijn en getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral belang heeft bij weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Zie thema Geluid. In de planregels ontbreken voor reclamant belangrijke maatregelen voor geluid, zoals behuizingsmaatregelen, het voorkomen van geluid doorlatende openingen in gebouwen of, indien dit onmogelijk is het toepassen van geluidabsorptie en het dichten van kieren.

Daarnaast is niet geborgd dat de geluidbronnen zover mogelijk van geluidgevoelige omgeving moeten worden geplaatst en dat bedrijfsgebouwen voorzien worden van toereikende geluidsisolerende gevels en daken. Ook ontbreken regels waarmee een open bedrijfsterrein en zicht op geluidmakende bedrijfsactiviteiten wordt voorkomen en die, als een open 2742 bedrijfsterrein onontkoombaar is, voorzien in een gasdichte aaneengesloten geluidreducerende terreinafscheiding van voldoende hoogte. Geluidhinder op woningen kan volgens reclamant worden voorkomen door geluidmakende activiteiten te laten plaatsvinden in goed geluidsisolerende compartimenten. Reclamant vraagt zich verder af hoe zwaardere maatregelen bij uitbreiding van activiteiten bij de initiële vergunningverlening worden geborgd. Ook algemene beleidsregels ontbreken waar het gaat om geluid. Ook daarop kan volgens reclamant niet worden teruggevallen. Zie thema Geluid.

1215

151

151

Reclamant stelt dat het huidige ontwerp later gegarandeerd voor problemen gaat zorgen. Reclamant geeft aan dat het van belang is om planregels op te nemen om tot afgewogen goede ruimtelijke ordeningsmaatregelen te komen waarmee de minimaal toe te kennen geluidsafstand kan worden bepaald. Dat is wat vooroverleg volgens reclamant betekent als bedoeld in de memorie van toelichting van de Omgevingswet. Voor alle partijen zou dan op basis van de ingediende aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen en de aangevraagde bedrijfsvoering alsmede de voorschriften concreet zichtbaar zijn waaraan moet worden voldaan. Volgens reclamant mist de planwetgever een kans om een goede ruimtelijke ordening voor omwonenden te garanderen, doordat vooroverleg in het licht van de Omgevingswet niet is voorgeschreven. Tevens wijst reclamant erop dat concrete planregels in het bestemmingsplan ontbreken die houvast 2743 geven ten aanzien van borging van het beperken van geluidhinder. Het hanteren van indicatieve afstanden in de Staat van Inrichtingen ontleend aan de VNG-brochure biedt volgens reclamant onvoldoende zekerheid. Individuele ondernemers zullen volgens reclamant aansluiting zoeken bij de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Dit leidt volgens reclamant tot een overschrijding van de toegekende gebruiksruimte met als gevolg langdurige procedures waarin initiatiefnemers en omwonenden, in het kader van vergunningverlening en handhavingsprocedures, recht tegenover elkaar komen te staan. Reclamant stelt dat er een plicht bij de planwetgever ligt om voorgaande te voorkomen. Reclamant is van mening dat in de huidige regels over geluid geen verplichtingen voortvloeien om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Hierdoor is volgens reclamant sprake van onaanvaardbare 'symboolregelgeving'. Zie thema Geluid. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het referentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede 2744 ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan Zie thema Geluid.

1216

151

aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heef t op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. Reclamant maakt bezwaar tegen de huidige regels, in de ogen van reclamant 'symboolplanregels', in het plan. Hooguit kunnen de huidige regels leiden tot de conclusie dat 'er goed ruimtelijk geordend KAN worden' en niet tot het oordeel 'er IS goed ruimtelijk geordend', aldus reclamant. Reclamant maakt bezwaar tegen besluitvorming waarbij wordt aangesloten op de normering van het Activiteitenbesluit, dan wel bij de VNG - gemengd gebied beoordeling. Het hanteren van laatstgenoemde regelgeving zorgt voor onvoldoende borging van een goed woon- en leef klimaat volgens reclamant. De in de Bedrijvenlijst opgenomen indicatieve categorie-afstanden, ontleend aan de brochure bijlage 1 hebben namelijk met elkaar gemeen dat op die afstanden aan dezelfde geluidgrenswaarden wordt voldaan zonder dat aandacht wordt besteed aan de vraag welke geluidreducerende behuizing daar dan bij hoort.

Dat betekent dat alleen wanneer in de planregels concrete eisen zouden worden gesteld aan geluidreducerende behuizing, per afzonderlijk 2745 genoemde bedrijfsactiviteit gekomen kan worden tot feitelijk juiste af standen. Zelfs bij meer dan 1 genoemde bedrijfsactiviteit zou dan zonder het tegendeel uit te sluiten- gekomen kunnen worden tot bijvoorbeeld een kortere afstand dan voor elke activiteit afzonderlijk genoemde indicatieve afstand. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Reclamant stelt dat de maatstaf zou moeten zijn 'een goede ruimtelijke ordening' en niet normering uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Reclamant maakt bezwaar op het ontbreken van borging in de planregels van een concreet toetsingskader op basis waarvan, via vooroverleg na akoestisch onderzoek, een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot stand kan komen, waarover al dan niet gelijktijdig met een categoriegelijkstellingsbesluit besloten wordt tot het verlenen van een bouw- en milieuvergunning(omgevingsvergunning). Reclamant verzoekt daarom om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema Geluid.

1217

151

2746 Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

155

155

155

155

Reclamant maakt zich als naaste bewoner zorgen over de aantasting van de woon- en leefomgeving door geluidsoverlast. Reclamant stelt bezwaar aan te tekenen tegen het plan Heesch West. De woning van reclamant ligt aan de overkant van de A59 van het te 2747 ontwikkelen industrieterrein Heesch West. Reclamant stelt dat door de ontwikkeling van Heesch West de geluidsbelasting op de woning toeneemt door industrielawaai. Ook komen er meer verkeersbewegingen per etmaal. Zie het antwoord onder rij 477, en zie thema's Geluid en Mobiliteit. Reclamant geeft aan dat haar/zijn woning een saneringsdrempel van 65 dB heef t en het berekende geluidniveau is 70 dB. De aanpassing die hiervoor genoemd wordt is stiller asfalt. Reclamant stelt dat haar perceel niet alleen meer geluidsbelasting van de A59 krijgt, maar ook vanwege het te ontwikkelen industrieterrein. 2748 Reclamant verwijst hierbij naar de cumulatie van effecten zoals aangegeven in het toetsingsadvies van de Commissie MER, hierin wordt aandacht gevraagd voor minder geluid en minder invloed o p het landschap. Reclamant wijst daarbij ook naar de doelen voor Heesch Eventuele sanering vanwege geluid van de snelweg (A59) valt buiten West, zoals verwoord door de MER, waar wordt gesproken over meer deze planprocedure en is de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. aandacht voor geluid en voor het landschap.

Zie verder het antwoord onder rij 477. Reclamant voorziet aan de overzijde van het beoogde industrieterrein een geluidszone door middel van het doortrekken van de geluidsschermen of door een nieuw initiatief (afscherming met 2749 zonnepanelen), ook van invloed op gemeentelijk beleid met betrekking tot CO2-reductie. Reclamant en bewoners aan de Heikestraat, Weverstraat en Sassendreef kunnen hier volgens reclamant profiteren van de aanpassingen. Zie het antwoord onder rij 478. Reclamant stelt voor de aanwezige ca. 6 meter brede berm van de A59, noordzijde, te beplanten. Het beplanten van deze strook zou volgens reclamant, naast een verbetering / afscherming van de snelweg, ook 2750 kunnen dienen in de beperking van CO2. Daarnaast helpt uitzicht op groen mee aan een gevoel van welzijn en hinderbeperking en heeft het invloed op de geluidsbeleving. Zie het antwoord onder rij 478.

1218

155

155

155

Reclamant doet een dringend beroep op de partijen om als project Heesch West de belangen, plannen en ambities van de betrokken gemeenten en Rijkswaterstaat bij elkaar te brengen met betrekking tot o.a. de energietransitie en doelen, om een optimale inbedding van Heesch west in de bestaande omgeving vorm te geven. Rijkswaterstaat en gemeenten zijn volgens reclamant in het land actief met ontwikkelingen, gericht op de toekomst (verwijzend naar specifieke 2751 projecten). Daarnaast is het beleid van de gemeenten Den Bosch, Bernheze, en Oss volgens reclamant gericht op energietransitie, waarbij het college inzet op technische vernieuwing maar ook op technieken die inmiddels bewezen ef f ectief zijn gebleken en op een goede samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, bewoners en instellingen. Zie het antwoord onder rij 478. Op basis van bovenstaande argumenten heeft reclamant bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan. Reclamant verzoekt daarnaast met inachtneming van deze zienswijze, 2752 het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. Reclamant gaat er ook vanuit op de hoogte gehouden te worden van de verdere procedure. Reclamant is daarnaast bereid om deze zienswijze mondeling toe te lichten. We verwijzen naar de bovengenoemde antwoorden. 2753 Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

159

159

Reclamant stelt dat het facetplan in 2019 ter inzage is gelegd zonder dat het voorontwerpplan was uitgewerkt of ingevuld, enkel met een aangegeven zone. Dit terwijl het belang van een dergelijk plan voor aanwonenden zeer groot is. Zonering wordt immers gedaan als 2754 ruimtelijke scheiding tussen grote lawaaimakers op een industrieterrein en geluidgevoelige bestemmingen als wonen. Reclamant noemt het zonder uitwerking of invulling ter inzage leggen zeer onzorgvuldig en een aantasting van de rechtszekerheid. Zie het antwoord in rij 2724. Vaststaat dat de grootte van de zone afhankelijk is van de benodigde of gewenste geluidsruimte van het gezoneerde industrieterrein. Reclamant 2755 geef t aan dat de huidige voorgestelde zone ligt tot buiten het industrieterrein en omvat zo ook de woning van reclamant. Zo krijgt reclamant weer de lasten zonder de lusten. Reclamant stelt dat het Zie de antwoorden in rijen 2724 en 2315.

1219

onduidelijk is waarom de zone deze omvang heeft en woningen buiten het voorziene industrieterrein moet omvatten, Reclamant vindt dit niet acceptabel. Zoals in de eerdere fase aangegeven worden immers ter plaatse van de zone de reguliere uitbreidings- en daarmee gebruiksmogelijkheden van bestaande woningen sterk beperkt om te voorkomen dat bedrijven op het industrieterrein worden gehinderd. Reclamant stelt dat het wonen binnen een geluidzone verstoring betekent. Voor het woon- en leefklimaat overdag is dit hinderlijk, en in de avond en nacht kan dit bovendien schadelijk zijn voor de gezondheid. Reclamant vindt daarom dat het industrieterrein zich dusdanig zou moeten beperken in omvang en effect dat de geluidzone niet de woningen van aanwonenden omvat. 159

2756 Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1220

Omgevingscommunicatie augustus 2020 – oktober 2021 Buren Heesch West 2.0 Overleg GR met vertegenwoordigers uit de omgeving waarin belangrijke thema’s aan de orde komen en de processen rond planvorming. • •

• • • • • • • •

Overleg Buren over Heesch West 15 oktober 2020 Overleg Buren over Heesch West 2 december 2020 Overleg Buren Heesch West 11 januari 2021 Overleg Buren Heesch West 11 februari 2021 Overleg Buren Heesch West 10 maart 2021 Overleg Buren Heesch West 11 mei 2021 (naast dorpsraden ook met Leefbaar Nuland) Overleg Buren Heesch West 7 juni 2021 Overleg Buren Heesch West 20 juli 2021 Overleg Buren Heesch West 15 september 2021 Overleg Buren Heesch West 3 november 2021

Landschapsplan Onder begeleiding van een landschapsarchitect gingen omwonenden en vertegenwoordigers van natuur- en milieuorganisaties wandelingen maken in het gebied. De wandelingen waren een manier om ideeën uit te wisselen. In een schetssessie zijn ideeën verder uitgewerkt. •

• •

Wandelingen door het gebied met geïnteresseerden uit omgeving en vertegenwoordigers van natuur- en milieuorganisaties (25 juni en 2 juli en 13 juli) Schetsavond in cultureel centrum de Pas Heesch (21 juli) Terugkoppelingsbijeenkomst in cultureel centrum de Pas (6 oktober)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=8cc76d58-ad17-4ba9-b8cf-e1029328dfa4