CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 00005 of Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West *34.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

690

132

132

-

1514d

99 1514e

bedrijventerrein midden in het landelijk gebied te laten landen zonder directe aansluiting bij bestaande bebouwing. De gemeenten die dit 'duurzaam' bedrijventerrein willen realiseren hebben daarom naar mening van reclamant een resultaatverplichting om de inpassing maximaal robuust uit te voeren. Het huidige ontwerp laat echter verschillende steken vallen. Reclamant stelt ook dat al jaren discussie wordt gevoerd over de nut en noodzaak van het bedrijventerrein en dat de gemeente de geluiden uit de samenleving serieus moet nemen. Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie. Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn.

De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra, oftewel 'superdozen' Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing op basis van de verbeelding en de toelichting volstrekt onvoldoende is. Reclamant stelt dat het brede groene 'eiland', zoals nu midden in het bedrijventerrein is voorzien, juist aan de randen gesitueerd moeten worden. Op die manier kan dit een extra afscherming bieden tussen het bedrijventerrein en de omgeving, en ontstaat meerwaarde voor omwonenden én natuur. Reclamant merkt op dat er in het huidige plan nog geen invulling is gegeven aan het advies van de Commissie MER om meer duidelijkheid te geven over de positie van het landschapspark ten opzichte van de omgeving. Reclamant vindt het zeer zorgwekkend dat een onderdeel van het plan welke ziet op de borging van een goed woon- en leef klimaat van omwonenden in deze fase van de plannen nog niet is uitgewerkt.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Behoefte, Woon -en leefklimaat en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Woon -en leefklimaat, Proces en participatie, Mobiliteit, Geluid en Duurzaamheid.

691

Reclamant vraagt zich af in hoeverre het college de zorgen van omwonenden over de landschappelijke inpassing serieus heeft meegenomen. Reclamant behoudt zich het recht voor om tegen alle onderdelen van de landschappelijke inpassing op een later moment in rechte op te komen nu de gemeente heeft verzuimd deze stukken ter inzage te leggen. Reclamant heef t een vijftal verzoeken (hieronder samengevat): 1. Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. 2. Het landschapspark moet als hoofddoel hebben het afschermen van het bedrijventerrein van de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn, waarbij een aanzuigende werking moet worden voorkomen. Een waterplas met zwemstrandje beschouwt reclamant dan ook als zeer onwenselijk. 3. Creëer slechts een gering aantal parkeerplaatsen binnen de landschapszone. Parkeerplaatsen op afgelegen locaties zorgen vaak voor ongewenste activiteiten, terwijl handhaving ontbreekt. Creëer deze parkeerplaatsen niet aan de buitenzijde, maar juist aan de zijde van het bedrijventerrein, waar eventueel verlichting en cameratoezicht eenvoudig te realiseren is. 4.

Belangrijk is dat het landschapspark van toegevoegde waarde is, met nadruk op groen en natuur. Volgens reclamant is bij de huidige zonneparken in het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit gaat ten koste van natuur en groene landschappelijke inpassing. Daarbij maakt reclamant zich extra zorgen dat negatieve effecten alleen maar versterkt worden, zoals het verder dragen van geluid. Aangezien er voldoende vierkante meters op de daken van de bedrijfsgebouwen binnen dit plan beschikbaar zijn, zijn extra zonneparken binnen dit plan, en net buiten het plangebied, niet noodzakelijk en dienen deze uit de plannen te worden geschrapt. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een afschermingsfunctie heef t, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve ef f ecten binnen deze zone 5. Reclamant stelt dat de waarde van de historische Napoleonsweg Ruitersdam onder meer zit in de rust op en rondom dit onverharde zandpad. Het pad en aanliggende groenstrook, in de ogen van reclamant

692

132

132

132

132

-

-

-

-

1514f

1514g

1514h

1514i

de buitenrand van het bedrijventerrein, moet daarom niet doorkruist worden door infrastructuur of andere negatieve maatregelen. Reclamant stelt voor om de verbindingsweg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, direct op de overgang van park en bedrijven. Aan de oostzijde van het bedrijventerrein is geen groene buffer voorzien. De grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. Anders dan wordt gesteld, kan een dergelijk industrieel zonnepanelenpark uiteraard niet dienen als 'buffer' ten opzichte van het bedrijventerrein. Reclamant verzoekt om het plan aan te passen zodat aan deze zijde van het bedrijventerrein ook een voldoende brede groenstrook wordt opgenomen op de verbeelding. Aan de zuidzijde van het plangebied is een relatief smalle groeninpassing aanwezig is, vergeleken met brede groenstrook middenin plangebied. Daarbij worden aan de zuidzijde ook bedrijfsbestemmingen ontwikkeld wat volgens reclamant zorgt voor een significant negatief effect. Reclamant verzoekt de gemeente om deze groenzone robuuster (breder) te ontwikkelen en af te zien van bedrijfsbestemmingen langs de Zoggelsestraat en Koksteeg. Volgens reclamant is bij het zonnepark in de zuidwestzijde van het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing van multif unctioneel ruimtegebruik.

Hier kunnen volgens het bestemmingsplan zonneparken worden ontwikkeld ten koste van de natuur en de landschappelijke inpassing. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een af schermingsfunctie heeft, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve effecten binnen deze zone. Reclamant is van mening dat er voldoende dakoppervlakte is om zonnepanelen op te ontwikkelen. Reclamant verzoekt de gemeente de dubbelbestemming “Waarde - Zonnepark” achterwege te laten en in de groenzone geen zonneparken te ontwikkelen Reclamant is het niet eens met de bestemming 'Gemengd', die voor een kavel aan de Koksteeg nr. 18 is voorgesteld. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting via het bedrijventerrein). Nu betreft dit een ontsluiting vanaf de Koksteeg buiten het bedrijventerrein, waarbij de gemeente nu aangeeft dat deze Gemengde bestemming, met mogelijkheid tot een horecagelegenheid, meer bedoeld is voor het landschapspark en omgeving, dan voor het bedrijventerrein zelf. Daar komt bij dat het een

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leefklimaat.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Mobiliteit.

693

132

-

1514j

132

-

1514k

horecabestemming betreft die zowel overdag als 's avonds geopend mag zijn, wat nog meer overlast betekent. Reclamant is van mening dat: 1. Als er een locatie met de functie ‘Gemengd’ wordt bestemd, deze uitsluitend op én via het bedrijventerrein dient te worden ontsloten. 2. Locatie met functie ‘Gemengd’ dient zich allereerst te richten op klandizie vanuit het bedrijventerrein. Het ‘landschapspark’ vormt hooguit een secundaire groep. 3. Reclamant verzoekt de functie ‘Gemengd’, in verband met verwachte overlast, enkel toe te staan voor daghoreca. 4. Het landschapspark heeft als hoofddoel het afschermen van bedrijventerrein met de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn. Het situeren van horecamogelijkheden nabij het landschapspark geeft de indruk dat dit park een aantrekkende functie voor recreatie mag krijgen, wat voor de omgeving naast de impact van het bedrijventerrein, nog meer impact oplevert. Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (en soms van 5) meter en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten.

Reclamant verzoekt om de ongewenste bebouwing niet toe te staan en uit de planregels te verwijderen. Daarnaast het verzoek om een voorwaardelijke verplichting binnen een paar jaar na vaststelling op te nemen. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden afgedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant geeft aan dat tevens de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

694

132

132

artikel 5.4.3 onder b van de planregels blijkt niet binnen welke termijn deze bepaling moet worden gerealiseerd, dit is dus een loze planregel. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet. Verder zegt de planregel dat groene gevels of een dak ook meetellen voor de 10% norm. M.u.v. de groene gevel doet dit niets om het bedrijf in te passen in de omgeving. Reclamant ziet mogelijkheden om zijn kennis met elkaar te verbinden door te onderzoeken of een vorm van boslandbouw kan worden toegepast om bomen en struiken te combineren met akkerbouwgewassen of veehouderij. De combinatie van teelten kan - 1514l leiden tot een positieve wisselwerking waarmee op bedrijventerrein Heesch West een impuls kan worden gegeven aan behoud en herstel van de biodiversiteit in het gebied. Zo kan Heesch West beter ruimtelijk en maatschappelijk worden ingepast in de omgeving. Volgens reclamant leidt het bedrijventerrein met o.a. logistieke bedrijven tot een groot aantal verkeersbewegingen: reclamant leest in de stukken: circa 7.900 (vracht)verkeersbewegingen per etmaal. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan.

Door toedoen van het plan zal: - Het aantal f iles en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen; - Sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar 99 1514m niet voor geschikt zijn - Het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West door o.a. een schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; - Een goede bereikbaarheid van onze woningen in gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning; - De gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstof en geluidsoverlast). Reclamant stelt dat de combinatie van de ontwikkeling van Heesch West met de ontwikkeling van Cereslaan West, en de hierbij sterke aanzuigende werking van (vracht)verkeersbewegingen door logistieke 1514n bedrijven, realisatie van 'publieke functies' in het noordoosten van het plangebied (zoals fastfoodrestaurant, tankstation of carpoolplaats) voor onacceptabele risico's en overlast gaan zorgen in de omgeving, daar waar het gaat om geluid, (verkeers)veiligheid en gezonde leefomgeving.

Op het bedrijventerrein Heesch West zal geen ruimte zijn voor landbouw. Met de realisatie van het landschapspark wordt er ingezet op de versterking van biodiversiteit. Tevens voorziet het landschapsplan in een betere ruimtelijke en maatschappelijke inpassing in de omgeving.

Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Kosten en baten en planschade, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Geluid.

Zie thema's Mobiliteit, Geluid en Gezondheid.

695

132

-

1514o

132

-

1514p

Reclamant merkt op dat kennelijk ongewenste verkeerseffecten niet helemaal weg worden genomen, waar dit wel mogelijk is. Met afschuw en onbegrip leest reclamant in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een gigantische aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden. Dit is ronduit een schoffering van de omwonenden, omdat: 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 3. Daarbovenop nog een bestemming ‘Gemengd’ met mogelijkheid voor Horeca wordt voorgesteld voor een kavel aan de Koksteeg. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting).

Nu gaat het om een ontsluiting daarbuiten, en geeft de gemeente aan dat deze ‘Gemengde’ bestemming meer ten behoeve van het landschapspark en omgeving is, dan voor het bedrijventerrein zelf. 4. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Bosschebaan en dan naar de A59. Mobiliteit en Woon -en leefklimaat. In de toelichting en in het akoestisch onderzoek ten behoeve van de f acetplannen wordt uitgegaan van een afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een af waardering daarvan tot fietspad. Hierin kan reclamant zich vinden. Echter, de afsluiting van de Koksteeg is ten onrechte niet in de planregels geborgd via een voorwaardelijke verplichting, iets wat wel noodzakelijk is gezien de toezegging van de gemeente en het f eit dat dit als uitgangspunt in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Indien de gemeenteraad dit niet borgt in de planregels stelt reclamant dat het uitgevoerde akoestisch onderzoek niet in deze vorm ten grondslag kan worden gelegd aan de plannen, aangezien dit Zie thema Mobiliteit.

696

onderzoek niet is gestoeld op een maximale planologische invulling van de planregels.

132

132

-

1514q

99 1514r

Reclamant vindt het bijzonder dat in het plan een zoekgebied is opgenomen waarin twee varianten zijn opgenomen voor een nieuwe verbindingsweg tussen Weerscheut en Koksteeg. Reclamant geeft aan dat dit een voor de omgeving belangrijk onderdeel van het plan is. Reclamant betreurt het dat niet gereageerd kan worden op een uitgewerkt plan voor de verbindingsweg. De te verwachten hoeveelheid verkeer en daarmee geluid, licht en verstoring van het nu rustige buitengebied gaat de waardevolle Ruitersdam volgens reclamant onherstelbaar aantasten. De noordelijk gelegen variant vermindert de verstorende effecten. In dat kader geeft reclamant de volgende verwachtingen mee ten aanzien van deze ontsluitingsweg: 1. Een doorkruising van de afschermende werking van het landschapspark is ongewenst. Reclamant stelt voor de weg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, op de overgang van park en bedrijven. 2. De huidige geschetste noordelijke route ligt nog te ver zuidelijk en kan dichter langs bedrijfsbebouwing komen te liggen. Het is voor reclamant onbegrijpelijk waarom er niet op voorhand is gekozen voor een variant die recht doet aan de zorgen, belangen en gezondheid van bewoners. 3. Reclamant wenst geen onnodige aantrekkingskracht en verzoekt de beschikbare parkeerplaatsen t.b.v.

‘recreatie’ te minimaliseren, en te situeren aan de nieuwe ontsluitingsweg, om zodoende extra verkeersoverlast te voorkomen. Reclamant vreest voor veel (cumulatieve) geluidhinder van verkeer op en rond het bedrijventerrein van bedrijven. Dit leidt volgens reclamant tot een onleef bare situatie in en rond de woning. Volgens het geluidrapport wordt de geluidsbelasting op de bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Dit zorgt voor een toename van de cumulatieve geluidbelasting in en rond het plangebied. De grootste toename is berekend op de woningen die zich het dichtste bij het plangebied bevinden. Reclamant vindt dat onacceptabel en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Geluidhinder zorgt voor gezondheidsschade blijkt uit onderzoek.

Zie thema's Mobiliteit, Geluid, Licht, Natuur, Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leef klimaat. Zie thema's Geluid, Gezondheid en Mobiliteit. De woning van reclamant zelf valt niet binnen de geluidszone. Een deel van het perceel, met daarop een deel van de bedrijfsbebouwing, valt wel binnen de geluidszone. Zie de antwoorden in rijen 359, 1165 en 2724 wat betref t de mogelijkheden en uitgangspunten van de geluidzone. Wat betref t de geluidsbelasting op de woning van reclamant het volgende. De geluidsbelasting door de activiteiten op het bedrijventerrein Heesch-West bedraagt 49 dB(A). Deze geluidsbelasting is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere waarde niet aan de orde is.

697

Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechterd door dit plan. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. De woning en bedrijf van reclamant liggen binnen de geluidszone. Binnen de geluidszone mag de geluidsbelasting de waarde van 50 dB(A) te boven gaan. Dat betekent dat de woning van reclamant en haar bed rijf te maken zal krijgen met een forse toename van lawaai en overlast. Dit tast de leef baarheid bovenmatig aan en is onaanvaardbaar. De ontwikkelmogelijkheden van woning en bedrijf worden bovendien ernstig ingeperkt. Het wordt reclamant onmogelijk gemaakt om nieuwe geluidsgevoelige objecten, waaronder zowel bouwen als gebruiken wordt begrepen, te realiseren. Reclamant is van mening dat de geluidszone volledig binnen het plangebied gerealiseerd dient te worden om zo onnodige overlast en inperking van ontwikkelmogelijkheden voor omwonenden en bestaande bedrijven te voorkomen.

De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het plan 51 dB van alle wegen samen zonder de reductie van 2 dB ex artikel 110g Wgh. Deze geluidsbelasting wordt bepaald door het verkeer op de A59. De geluidsbelasting van uitsluitend het wegverkeer op de A59 is het hoogst op de noordgevel en bedraagt 50 dB zonder toepassing van de reductie ex artikel 110g Wgh. Dit betekent dat geen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB van de afzonderlijke wegen inclusief de reductie ex artikel 110g Wgh. Door de planontwikkeling neemt de geluidsbelasting van wegverkeerslawaai toe met 1 dB. De toename wordt vooral veroorzaakt door de toename van de verharding tussen de A59 en de woning. De toename van 1 dB is voor het gemiddeld menselijk oor niet hoorbaar. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting door de planontwikkeling bedraagt afgerond 3 dB en wordt met name door de toename van industrielawaai veroorzaakt ook al vindt deze toename onder de voorkeursgrenswaarde plaats. Omdat de cumulatieve geluidsbelasting met 1,5 dB of meer toeneemt wordt beoordeeld of de geluidwering van de gevels van de woning van reclamant voldoet. Als input wordt de cumulatieve geluidsbelasting van 53 dB na de realisatie van Heesch-West als uitgangspunt aangehouden. Getoetst wordt aan de binnenwaarde die ook voor nieuwbouwwoningen wordt gebruikt.

Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Uit het voorgaande blijkt dat geen sprake is van een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt door industrie- en wegverkeerslawaai. Dit betekent dat sprake is van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte. Omdat sprake is van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte, en omdat de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is vastgelegd (en die in dit plan ook voor grondgebied Bernheze wordt gehanteerd), niet wordt overschreden, is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leef klimaat. Daarnaast worden zo nodig maatregelen aan de gevel getroffen om in de verblijfsruimten aan de binnenwaarde van

698

nieuwbouw te voldoen zodat ook in de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leef klimaat.

132

132

99 1514s

99 1514t

Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn.

Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leefklimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Zie thema Geluid. Reclamant verwijst naar de memorie van toelichting op de Omgevingswet ten aanzien van het vooroverleg en de milieugebruiksruimte. Reclamant merkt op dat uit de planregels blijkt dat het bevoegd gezag waarde hecht aan het vooroverleg maar dat er geen verplichting is opgenomen om hieraan uitvoering te geven. Reclamant vindt dat een dergelijke verplichting wel opgenomen moet worden. Reclamant geeft daarnaast aan dat het maximaliseren van vrij beschikbare gebruiksruimte het uitgangspunt moet zijn en getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral belang heeft bij Zie thema Geluid.

699

132

99 1514u

132

99 1514v

weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. In de planregels ontbreken voor reclamant belangrijke maatregelen voor geluid, zoals behuizingsmaatregelen, het voorkomen van geluid doorlatende openingen in gebouwen of, indien dit onmogelijk is het toepassen van geluidabsorptie en het dichten van kieren. Daarnaast is niet geborgd dat de geluidbronnen zover mogelijk van geluidgevoelige omgeving moeten worden geplaatst en dat bedrijfsgebouwen voorzien worden van toereikende geluidsisolerende gevels en daken. Ook ontbreken regels waarmee een open bedrijfsterrein en zicht op geluidmakende bedrijfsactiviteiten wordt voorkomen en die, als een open bedrijfsterrein onontkoombaar is, voorzien in een gasdichte aaneengesloten geluidreducerende terreinafscheiding van voldoende hoogte. Geluidhinder op woningen kan volgens reclamant worden voorkomen door geluidmakende activiteiten te laten plaatsvinden in goed geluidsisolerende compartimenten. Reclamant vraagt zich verder af hoe zwaardere maatregelen bij uitbreiding van activiteiten bij de initiële vergunningverlening worden geborgd.

Ook algemene beleidsregels ontbreken waar het gaat om geluid. Ook daarop kan volgens reclamant niet worden teruggevallen. Zie thema Geluid. Reclamant stelt dat het huidige ontwerp later gegarandeerd voor problemen gaat zorgen. Reclamant geeft aan dat het van belang is om planregels op te nemen om tot afgewogen goede ruimtelijke ordeningsmaatregelen te komen waarmee de minimaal toe te kennen geluidsafstand kan worden bepaald. Dat is wat vooroverleg volgens reclamant betekent als bedoeld in de memorie van toelichting van de Omgevingswet. Voor alle partijen zou dan op basis van de ingediende aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen en de aangevraagde bedrijfsvoering alsmede de voorschriften concreet zichtbaar zijn waaraan moet worden voldaan. Volgens reclamant mist de planwetgever een kans om een goede ruimtelijke ordening voor omwonenden te garanderen, doordat vooroverleg in het licht van de Omgevingswet niet is voorgeschreven. Tevens wijst reclamant erop dat concrete planregels in het bestemmingsplan ontbreken die houvast geven ten aanzien van borging van het beperken van geluidhinder. Het hanteren van indicatieve afstanden in de Staat van Inrichtingen ontleend aan de Zie thema Geluid.

700

132

132

VNG-brochure biedt volgens reclamant onvoldoende zekerheid. Individuele ondernemers zullen volgens reclamant aansluiting zoeken bij de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit leidt volgens reclamant tot een overschrijding van de toegekende gebruiksruimte met als gevolg langdurige procedures waarin initiatiefnemers en omwonenden, in het kader van vergunningverlening en handhavingsprocedures, recht tegenover elkaar komen te staan. Reclamant stelt dat er een plicht bij de planwetgever ligt om voorgaande te voorkomen. Reclamant is van mening dat in de huidige regels over geluid geen verplichtingen voortvloeien om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Hierdoor is volgens reclamant sprake van onaanvaardbare 'symboolregelgeving'. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het referentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien.

99 1514w Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heef t op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening Zie thema Geluid. Reclamant maakt bezwaar tegen de huidige regels, in de ogen van reclamant 'symboolplanregels', in het plan. Hooguit kunnen de huidige regels leiden tot de conclusie dat 'er goed ruimtelijk geordend KAN worden' en niet tot het oordeel 'er IS goed ruimtelijk geordend', aldus reclamant. 99 1514x Reclamant maakt bezwaar tegen besluitvorming waarbij wordt aangesloten op de normering van het Activiteitenbesluit, dan wel bij de VNG - gemengd gebied beoordeling. Het hanteren van laatstgenoemde regelgeving zorgt voor onvoldoende borging van een goed woon- en leef klimaat volgens reclamant. De in de Bedrijvenlijst opgenomen Zie thema Geluid.

701

132

-

1514y

132

-

1514z

indicatieve categorie-afstanden, ontleend aan de brochure bijlage 1 hebben namelijk met elkaar gemeen dat op die afstanden aan dezelfde geluidgrenswaarden wordt voldaan zonder dat aandacht wordt besteed aan de vraag welke geluidreducerende behuizing daar dan bij hoort. Dat betekent dat alleen wanneer in de planregels concrete eisen zouden worden gesteld aan geluidreducerende behuizing, per afzonderlijk genoemde bedrijfsactiviteit gekomen kan worden tot feitelijk juiste af standen. Zelfs bij meer dan 1 genoemde bedrijfsactiviteit zou dan zonder het tegendeel uit te sluiten- gekomen kunnen worden tot bijvoorbeeld een kortere afstand dan voor elke activiteit afzonderlijk genoemde indicatieve afstand. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Reclamant stelt dat de maatstaf zou moeten zijn 'een goede ruimtelijke ordening' en niet normering uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Reclamant maakt bezwaar op het ontbreken van borging in de planregels van een concreet toetsingskader op basis waarvan, via vooroverleg na akoestisch onderzoek, een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot stand kan komen, waarover al dan niet gelijktijdig met een categoriegelijkstellingsbesluit besloten wordt tot het verlenen van een bouw- en milieuvergunning(omgevingsvergunning). Reclamant verzoekt daarom om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen.

Reclamant behoudt zich het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Reclamant merkt op dat volgens het plan de omgeving slechts beperkte toename van lichthinder zal ondervinden, omdat woongebieden op ruime af stand (min. 1 km) van het terrein zouden liggen. De woning van reclamant ligt echter op ca. 400 / 300 meter afstand van het bedrijventerrein en van de openbare weg, waar meer verkeer en verlichting gaan komen. Reclamant vreest hierdoor onaanvaardbaar veel hinder te zullen ondervinden. Reclamant verzoekt om, bij voorkeur d.m.v. voorwaardelijke verplichtingen, bij de inrichting extra aandacht te geven aan het voorkomen van lichthinder, bijvoorbeeld door verlichting 's avonds tot een minimum te beperken en lichtuitstraling naar de randen van het bedrijventerrein en naar de hemel te voorkomen. Zie thema Licht. Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid vanwege de toename van fijnstof. Door het extra verkeer van de bedrijven en de bedrijfsprocessen zal de hoeveelheid fijnstof toenemen. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen Zie thema's Luchtkwaliteit, Gezondheid en Natuur.

702

op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving en dat de plannen op dit punt onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en onderbouwd. Reclamant stelt dat zware bedrijven (categorie 4.1 en in de plannen van Den Bosch zelfs categorie 5.1) tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat leiden en niet zouden moeten worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant geeft aan dat er een grotere af stand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen.

132

-

Reclamant geeft aan dat geurbelasting zich niet laat belemmeren door inwaartse zonering. Onder verwijzing naar concrete voorbeelden uit de omgeving, stelt reclamant dat, afhankelijk van het soort bedrijvigheid, geur zich vele honderden meters tot wel kilometers kan verplaatsen. De af stand van plan Heesch-West tot omwonenden is dusdanig klein dat geurhinder onmogelijk voorkomen kan worden. 'Geborgd middels het toepassen van inwaartse zonering' is niet realistisch aangezien het type 1514aa bedrijvigheid op het moment van opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet bekend is. Concluderend stelt reclamant dat mede om deze redenen milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden. Overlast laat zich niet begrenzen door inwaartse zonering. In de optelsom van overlastveroorzakende bedrijven (geluid, grote toename verkeer, geur, licht etc.) is het onbestaanbaar dat, door er lokaal wat minder hinderlijke gebouwen omheen te zetten, de effecten minderen. Vanuit Vinkels perspectief grenst categorie 4.2 en 5.1 tot aan de stedenbouwkundige contour. Aansluitend is wateropvang gepland, wat de ef f ecten niet zal verminderen, in tegendeel. Overlast veroorzaakt door hoge milieuklasse bedrijven reikt daardoor veel verder richting kom Vinkel dan louter op basis van de inwaartse zonering verwacht mag worden.

Zie thema's Milieucategorie, Geur, Ruimtelijke kwaliteit en Inpassing door middel van robuuste groenstroken is, gezien de tijd die Duurzaamheid.

703

nodig is voor aanplant om volwassen te worden en dus voor camouflage en af name van effecten te zorgen, pas na minimaal 30(!) jaar effectief. Reclamant merkt ook op dat het plan (volgens de GR) volledig gevuld kan worden met categorie 3 bedrijven; zelfs gezien de vraag het aanbod dubbelt, kan het plan best zonder logistieke bedrijvigheid. De daaraan gekoppelde overmatige groei van verkeer en 24-uurs economie wordt dan tegengegaan. Concluderend stelt reclamant dat, gezien de gigantische optelsom van effecten, en de gestelde bovenmatige interesse vanuit lagere categorieën bedrijven, milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden.

132

-

132

-

Ook stelt reclamant dat, aangezien de gemeente zich presenteert als 'groene en duurzame gemeente' en dit een 'duurzaam bedrijventerrein' zou moeten worden, een milieucategorie van 4.1 of zelfs 5.1, volstrekt onbegrijpelijk is. Reclamant verzoekt dan ook om de milieucategorie te verlagen en de verhogingsmogelijkheid te schrappen in algemene zin. Reclamant stelt dat de bouwhoogte (20 tot 25 meter) veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Geen enkele vorm van inpassing door middel van nog aan te planten groene buffers 1514ab zal dit soort bouwwerken enigszins kunnen camoufleren, zelfs als na 40 jaar inheemse boomsoorten bij volwassenheid een maximale hoogte van zo'n 15 m bereiken. Tevens wordt op het noordwestelijke punt van het plan nog beoogd een nog hogere 'landmark' te plaatsen, om een zichtlocatie te kunnen realiseren. Het aansluitende halfopen buitengebied aan de overzijde van de Weerscheut leent zich volgens reclamant niet voor inpassing van een landmark. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat volgens de planregels ook datacenters zijn toegestaan. Datacenters gebruiken enorm veel energie.

De elektriciteitsnetwerken kunnen dat niet aan omdat ook bestaande bedrijven, burgers en overheden de komende jaren massaal moeten 1514ac omschakelen naar duurzame vormen van energie. Daarom horen er geen datacenters meer bij te komen, zeker niet als ze niet zelf volledig hun eigen energie kunnen opwekken. De vestiging van datacenters gaat volgens reclamant volledig in tegen de ambitie om het 'meest duurzame Zie thema's Duurzaamheid, Behoefte en Werkgelegenheid en bedrijventerrein van Brabant' te maken. Tevens bieden datacenters arbeidsmigranten.

704

volgens reclamant geen enkele bijdrage aan de regionale werkgelegenheid en de regionale economische ontwikkeling.

132

132

132

Reclamant stelt dat zonneparken aanleggen op goede landbouwgrond de allerlaatste optie zijn. Vele onbenutte daken van gebouwen en onproductieve gronden zouden eerst gebruikt moeten worden voor het opwekken van zonne-energie. De Tweede Kamer heeft met een grote meerderheid ingestemd met meer regulering voor de aanleg van zonneparken. Reclamant beschrijft de zonneladder en de daarbij behorende prioritering van locaties. Gelet op het grote aantal vierkante meters aan daken op - 1514ad bedrijfsgebouwen binnen dit plan, ziet reclamant niet in dat meerdere zonnepanelenparken dan nog noodzakelijk zijn, met alle negatieve gevolgen voor de omgeving. Reclamant stelt dat zonneparken uit de plannen moeten worden geschrapt. Reclamant ziet kansen in slimme combinaties van ruimtegebruik. Hierbij is het van belang dat het plan voor een zonnepark van toegevoegde waarde is, op de juiste locatie komt met een gedegen ontwerp en er eisen worden gesteld, zodat natuur, landschap en agrarische percelen niet in het geding komen. Een belangrijke voorwaarde is dat er draagvlak in de omgeving is. Reclamant, maar ook de provinciale en landelijke bestuurders, pleiten er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd.

De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij - 1514ae een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Dit zorgt voor meer koelte in het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit 99 1514af plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht). Het plan draagt niet bij aan

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Proces en participatie en Duurzaamheid.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

705

het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

132 99 1515

Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: groene buf fer minder in het midden maar meer aan de randen en tips/suggesties landschapspark (rijen 1514e t/m g), landschappelijke inpassing zonnepark (rijen 1514h en 1514ad), suggesties voor horecapunt aan de Koksteeg (rij 1514i), foutief opgenomen passage over tankstation in noordoosten plangebied (rij 1514n), afsluiting Koksteeg (rij 1514p), landschappelijke inpassing kavels Zoggelsestraat en Koksteeg (rij 1514o) en suggesties voor de nieuwe weg tussen Koksteeg en Weerscheut (rij 1514q). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan (incl. nieuwe weg) verder uitgewerkt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark, is de verkeerbestemming Koksteeg gewijzigd naar bestemming Groen, is de passage over het tankstation aangepast en is de groene buffer aan de zijde Zoggelsestraat in het landschapsplan vergroot en zijn hier tevens beeldkwaliteitseisen voor opgesteld (zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit). Ook is de zienswijze deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’ (rij 1510).

Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

706

133 100 1516

133

133

-

-

1517

1518

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen.

Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften.

Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

707

133

-

1519

133

-

1520

133

-

1521

133

-

1522

133 100 1523

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie. Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leef baarheid, door de gemeente is afgewezen.

Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie. Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan).

708

Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

134

134

-

-

1524

1525

Reclamant geeft aan dat de oorspronkelijke gedachte voor een bedrijventerrein al van ca. 22 jaar geleden dateert, als compensatie voor de aanleg van de nieuwe A59 mochten de toenmalige gemeente Maasdonk, Heesch en Oss een bedrijventerrein gaan ontwikkelen. Hier zijn toen wel "harde" eisen gesteld. Onder meer de eis dat het terrein een eigen af slag van de A59 moest krijgen en dat het financieel rendabel moest zijn. Reclamant stelt dat ondanks dat aan alle voorwaarden van destijds niet wordt voldaan er nu toch een ontwerp voor een bedrijventerrein ligt waar niemand behoefte aan heeft. Reclamant vindt ook dat het een politiek prestigeproject is geworden. Volgens reclamant zou indien men gezond verstand zou gebruiken tot een andere keuze komen. Reclamant geeft ook aan dat er gezocht moet worden naar een alternatief zoals een kleinschaliger terrein ten behoeve van verplaatsingen van bedrijvigheid uit woonkernen zodat er sprake kan zijn van een win-win situatie. Voor het overige zou een landelijke invulling van wonen en groen passend kunnen zijn (Vinkels-buiten). Reclamant stelt dat de komst van het bedrijventerrein zorgt voor een onacceptabele toename van het verkeer op de Weerscheut en de kern van Vinkel. Volgens reclamant is het onacceptabel dat het aantal motorvoertuigen met ca. 40% toeneemt op de Weerscheut (van 1800 naar 2500).

Waarbij reclamant zich ook afvraagt of de genoemde aantallen wel kloppen. Reclamant zegt gevoed te worden door de genoemde aantallen in de Brugstraat en Lindenlaan. Hoe kan het dat de aantal op deze wegen zakken en het verkeer op de Weerscheut toeneemt, waar blijven de motorvoertuigen allemaal, vraagt reclamant zich af . Volgens reclamant lijkt het er dus op dat het onderzoek een veel te rooskleurig beeld schetst.

Zie thema's Proces en participatie, Mobiliteit en Behoefte (kopje Alternatief plan). De ontwikkeling Heesch betreft niet alleen het ontwikkelen van een bedrijventerrein dat extra verkeer genereert. Tegelijkertijd worden ook inf rastructurele maatregelen gerealiseerd om de effecten van dit extra verkeer te beperken. De belangrijkste maatregel is het opwaarderen en verlengen van de ontsluitingsroute Bosschebaan-Rekken. Deze oostwestverbinding functioneert niet alleen als ontsluitingsroute voor het bedrijventerrein, maar trekt ook regionaal oost-westverkeer weg op parallelle oost-westverbindingen, zoals door het centrum van Vinkel (Brugstraat en Lindenlaan). Daarom is daar wel degelijk een af name te zien in de plansituatie. Wat betref t de gevreesde toename op de Weerscheut, verwijzen we naar het antwoord onder rij 442. Zie verder thema Mobiliteit.

709

134

-

1526

134

-

1527

134

134

134

134

-

-

-

-

1528

1529

1530

1531

Reclamant geeft aan dat ook de gevolgen voor andere wegen in de directe omgeving niet acceptabel zijn. Zoals de Coppensdijk waar nu al de verkeersbezetting veel te hoog is voor deze weg. Deze weg zal zich verder ontwikkelen als een sluiproute met de komst van het bedrijventerrein. Reclamant geeft aan dat dit ook uit de cijfers blijkt, een toename van het aantal motorvoertuigen ca. 34% en een toename van vrachtverkeer van maar liefst 133% naar 700 per dag. Reclamant stelt dat dit voor aanwonenden rampzalig/levensgevaarlijk is. Reclamant stelt dat dit terrein wordt ontwikkeld omdat de gemeenten een behoefte zien voor groot-logistiek. Het zou dan ook logisch zijn om bij de bepaling van de milieucategorie uit te gaan van de categorie welke behoort bij groot-logistiek. Volgens reclamant kan zelfs categorie 3 volstaan. De nu voorgenomen maximale categorie gaat veel verder dan logistiek. Reclamant vindt de locatie niet geschikt voor risicovolle bedrijvigheid en noemt bedrijvigheid mogelijk maken tot de milieucategorie 5+ niet acceptabel. Reclamant stelt dat de komst van het bedrijventerrein zeker niet bijdraagt aan een beter gezondheid. Het gebied is al een regio met een verhoogd f ijnstof-risico. Dit wordt met de komst van het bedrijventerrein met alle randverschijnselen alleen maar erger. Reclamant vindt dit dus niet acceptabel.

Reclamant stelt dat de komst van het bedrijventerrein onacceptabele grote gevolgen heeft voor een dorp als Vinkel. Vinkel is nu volgens reclamant groen, agrarisch, gemoedelijk, sociaal met veel saamhorigheid. Dit gaat veranderen naar industrieel, zakelijk, ongezond, asociaal. Kortom niet acceptabel. Reclamant stelt dat de komst van het bedrijventerrein nu al gepaard gaat met grote negatieve financiële gevolgen. Reeds worden al miljoenen verlies geboekt. Volgens reclamant is het al duidelijk wie dat uiteindelijk gaat betalen, de inwoners van de gemeente 's-Hertogenbosch, waaronder een dorp als Vinkel. Reclamant stelt dat de inwoners op deze manier dubbel worden geraakt. Eerst door alle overlast van het bedrijventerrein en dan ook nog er voor betalen via de gemeentelijke belastingen de komende jaren.

Op de Coppensdijk zien we inderdaad toenames tot 6.500 motorvoertuigen per etmaal. Uitgangspunt voor een veilige verkeersafwikkeling op een dergelijke erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met fietsers op de rijbaan is 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Aangezien hier de fietsers op een vrijliggend fietspad gescheiden van het autoverkeer rijden, is een iets hogere intensiteitswaarde van 6.500 motorvoertuigen acceptabel. Zie verder thema Mobiliteit.

Zie thema’s Milieucategorie, Externe veiligheid en Behoefte.

Zie thema's Gezondheid en Luchtkwaliteit.

Zie thema’s Ruimtelijke kwaliteit en Gezondheid.

Zie thema's Kosten en baten en planschade en Proces en participatie. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

710

135 101 1532

135

135

-

-

1533

1534

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen.

Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften.

Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.

711

135

-

1535

135

-

1536

135

-

1537

135

-

1538

135 101 1539

Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie. Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leef baarheid, door de gemeente is afgewezen.

Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie. Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan).

712

Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

136 102 1540

136

136

-

-

1541

1542

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=2fe307af-66a0-41e5-be6a-6ebd6e10d1ef