CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026_definitief

Commissie Bestuur en Strategie 17 oktober 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen begroting gemeente Bernheze 2023-202630.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De uitkering uit het gemeentefonds laat zoals uit bovenstaande tabel blijkt vanaf 2026 een heel forse teruggang zien. Inmiddels wordt het jaar 2026 in gemeenteland aangeduid als een financieel ‘ravijn’. Dit ravijn heeft onder meer tot gevolg, dat de extra middelen over de periode 2022-2025 als incidenteel aangemerkt moeten worden. Tevens worden gemeenten ermee geconfronteerd dat in het jaar 2026 de opschalingskorting weer in werking treedt. Deze opschalingskorting is voor de kabinetsperiode 2022 - 2025 bevroren. Vanaf 2026 wordt het restant van de opschalingskorting van macro € 675 miljoen alsnog geëffectueerd. In de voorjaarsnota van het rijk, en verwerkt in de meicirculaire, is opgenomen dat voor 2026 en verder het vastgezette accres (= ontwikkeling van de rijksuitgaven) vanaf 2026 wel wordt bijgesteld voor loon- en prijsontwikkelingen. Het vastzetten van het accres vanaf 2026 betreft dan het volume-deel. Bij gemeenten blijven de uitgaven door volume-ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei en toename van de welvaart, echter wel doorstijgen. Extra middelen jeugdzorg Op 13 juli jl. is door de VNG bekend gemaakt dat het kabinet in september helderheid wil geven over de financiële situatie van gemeenten vanaf 2026. In de ‘Contourennota financieringssytematiek medeoverheden’ geeft het kabinet aan dat het de zorgen van gemeenten over de financiële situatie begrijpt.

Op verzoek van de VNG is becijferd dat het kabinetsbeleid leidt tot grote tekorten bij gemeenten. Dit gaat in 2026 al om € 3,9 miljard en loopt op tot € 6,2 miljard in 2028. Het kabinet stelt voor 2023, wederom incidenteel, extra middelen beschikbaar voor de jeugdzorg. Voor Bernheze € 1,9 miljoen. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten ook inzetten op

pagina 61

besparingsmaatregelen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). In de meicirculaire is helaas geen informatie opgenomen over de middelen voor jeugdzorg vanaf 2024, in afwachting van de Hervormingsagenda jeugdzorg. In de huidige begroting 2022-2025 hebben we op basis van een landelijke richtlijn uit 2021 meerjarig 75% van de extra jeugdgelden (± 1,3 miljoen) volgens de Commissie van Wijzen meegenomen. De middelen voor 2023 zijn via de meicirculaire definitief toegekend. In augustus 2022 hebben we van de provincie het bericht ontvangen dat de middelen jeugdzorg conform de uitspraak van de Commissie van Wijzen voor 100% voor 2024 tot en met 2026 mogen worden opgenomen in de meerjarenbegroting, ondanks deze niet zijn opgenomen in de meicirculaire. Wij houden echter voor de programmabegroting 2023-2026 voor de periode 2024-2026 geen rekening met deze middelen vanwege de onzekerheid rondom deze middelen (o.a. besparingsopgave die samenhangen met deze middelen, onzekerheid rondom de definitieve effecten van de regionale pxq-financieringsystematiek). Dit heeft dan ook gevolgen voor het meerjarig begrotingsresultaat.

Plafond BTW-compensatiefonds Voor deze meerjarenbegroting zouden we op basis van de afrekening 2021 rekening mogen houden met jaarlijks een bedrag van € 467.000,- als gevolg van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Deze ruimte schommelt echter jaarlijks, afhankelijk van het beroep wat gemeenten doen op het btw-compensatiefonds. Dit betekent dat de definitieve afrekening 2022 al weer tot een aanpassing kan leiden voor de periode 2024 tot 2027. We hebben in het meerjarenperspectief2023-2026 dan ook uit voorzichtigheidsprincipe geen rekening gehouden met een eventuele ruimte onder het BTW-compensatieplafond. De positieve ontwikkeling van de inkomsten uit algemene uitkering uit het gemeentefonds voor 2023 ten opzichte van 2022 is voornamelijk het gevolg van een positieve ontwikkeling van het accres. De mutaties uit de Meicirculaire 2022 zijn in de begroting 2023 en het meerjarenraming 2024-2026 verwerkt. Voor de periode 2024-2026 is geen rekening gehouden met de extra middelen jeugdzorg. De septembercirculaire 2022 komt op een laat moment in het traject van de voorbereiding van de begroting beschikbaar. Wij informeren uw raad tijdig voor de begrotingsbehandeling separaat over de gevolgen van deze circulaire.

3. Dividend Wij ontvangen jaarlijks een dividenduitkering uit ons aandelenbezit in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In de begroting houden wij rekening met een structurele dividendopbrengst van € 34.538,-.

pagina 62

Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in artikel 8 lid 1c voor om een apart overzicht op te nemen van de overhead. In de programma’s zijn alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Te denken valt aan kosten met betrekking tot personeel & Organisatie (P&O), financiën, huisvesting en bestuursondersteuning. Deze kosten mogen niet meer worden toegerekend aan de directe taakvelden/programma’s. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord op het overzicht overhead via taakveld 0.4 Overhead in het programma Bestuur en ondersteuning. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het totaal van de overhead alsmede de verrekening binnen de begroting. De kosten van de overhead kunnen als volgt worden gespecificeerd: Lasten

1. Personele overheadkosten 2. Algemene administratiekosten 3. Informatievoorziening en automatisering

6.920.718 280.887 2.100.909

4. Huisvesting

717.791

5. Overige

538.551

Subtotaal

10.558.856

6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties

677.915

Totale kosten overhead

9.880.941

1. Personele kosten Dit betreft de loonkosten van personeel voor zover deze niet actief zijn in het primaire proces en daarmee kunnen worden gedefinieerd als overhead. Onder overhead wordt de formatie verantwoord die wordt ingezet voor onder andere financiën, communicatie, juridische zaken, P&O, ICT en bestuursondersteuning. Overeenkomstig de voorschriften van het BBV zijn hierbij ook de volledige loonkosten van directie, management en teamcoaches opgenomen. Daarnaast worden onder de personele overheadkosten de kosten verantwoord voor het personeelsbeheer. Hierbij valt te denken aan opleidingskosten, reis- en verblijfskosten, werving en selectie, loopbaan- en mobiliteitsadviezen, arbobeleid en het voeren van de salarisadministratie.

2. Algemene administratiekosten Onder Algemene administratiekosten zijn de kosten opgenomen voor kantoormaterialen, telefoonkosten, portokosten en abonnementen.

pagina 63

3. Informatievoorziening en automatisering (I&A) Onder I&A zijn de kosten opgenomen voor onder andere aanschaf, onderhoud en licenties van hard- en software en systeem- en netwerkbeheer. Daarnaast zijn hieronder de kosten voortvloeiende uit het tweede spoor, versterking van de I-functies, opgenomen.

4. Huisvesting Onder huisvesting zijn de kosten opgenomen voor ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen organisatie. De kosten bevatten onder andere energiekosten, (groot) onderhoud van het gebouw en technische installaties, kantoormeubilair, verzekering, schoonmaak en kapitaallasten (rente en afschrijving).

5. Overige Onder overige zijn onder andere de externe kosten opgenomen gerelateerd aan juridische zaken waaronder juridische advieskosten, bezwarencommissie, de kosten voor communicatie en representatie, kwaliteitszorg en klachtenregeling en archief. Daarnaast hebben we hier vanuit de meicirculaire 2021 de kosten voor de invoering Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) verantwoord.

6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Volgens het Besluit begroting en verantwoording mag uitsluitend een doorberekening van de overheadkosten plaatsvinden aan de grondexploitaties door dit als negatieve last in de overhead mee te nemen. Het saldo dat gepresenteerd wordt onder de overhead is daarom een netto bedrag. De toerekening heeft plaatsgevonden op basis van het aantal uren dat geraamd is ten laste van de grondexploitaties.

Dekking van de overhead In de begroting is alleen overhead toegerekend aan de grondexploitaties. De overhead zal verder vanuit de algemene dekkingsmiddelen bekostigd moeten worden. Uitzondering hierop zijn de activiteiten waarvoor kostendekkende tarieven doorberekend mogen worden zoals afval, riolering en begraafplaatsen. De overhead wordt aan deze activiteiten extracomptabel toegerekend (zie paragraaf lokale heffingen).

Vennootschapsbelasting (Vpb) De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) betekent dat overheden belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Het doel is om een gelijk speelveld te creëren tussen partijen (overheden en private ondernemingen). Hierdoor vallen activiteiten waarvoor gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De belaste activiteiten voor onze gemeente betreffen de bouwgrondexploitaties en gedeeltelijk de verkoopopbrengsten van het afval. Deze belasting wordt na afloop van het kalenderjaar bepaald

pagina 64

aan de hand van de gerealiseerde fiscale winst en dan geheel verantwoord binnen de algemene dienst. Het Besluit begroting en verantwoording geeft hiervoor aanwijzingen.

Onvoorzien In de begroting is in de exploitatie een jaarlijkse post Onvoorzien opgenomen. Dit betreft een structurele post van € 94.472,-. Dit is een wettelijk verplichte uitgavenpost op basis van artikel 8, lid 6 van het Besluit begroting en verantwoording. De post onvoorzien kan ingezet worden voor alle programma’s. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden: 1. De beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde drie O’s) zijn. 2. Mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloeiende uit investeringskredieten, tot en met € 25.000,-. 3. Mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbedrag of tot een bedrag van € 100.000,-. 4. Voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien. 5. Het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. 6.

Indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende kadernota en/of begroting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college informeert achteraf de raad over de beschikking van de post onvoorzien door middel van de tussentijdse rapportages.

pagina 65

Deel 2: Paragrafen

pagina 66

A. Lokale heffingen Inleiding In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is bepaald dat de paragraaf betreffende de lokale heffingen ten minste bevat: - de geraamde inkomsten; - het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; - een aanduiding van de lokale lastendruk; - een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; - een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.

Overzicht en beleidsuitgangspunten ten aanzien van de lokale heffingen Belastingen en heffingen Het algemeen te voeren financieel beleid doen wij op basis van evenwichtige keuzes. Wij letten hierbij op de taken en de daarvoor beschikbare middelen. Uiteraard met het doel om het gemeentelijk huishoudboekje kloppend te houden. Ten gevolge hiervan kijken wij bij het belastingen tarievenbeleid naar de kosten van het in stand houden van de algemene voorzieningen en de OZB-prijs die daar redelijkerwijs voor betaald zou moeten worden. Voor het uitvoeren van taken op het gebied van afval, riool en diverse andere diensten gaan wij uit van het doorberekenen van de kostprijs. Wij doen dit vanuit de gedachte dat deze voldoen aan het profijtbeginsel. De gemeente Bernheze kent een aantal belastingen en heffingen die kunnen worden onderscheiden in algemene dekkingsmiddelen (ozb) en heffingen waarvan de besteding is gebonden (afvalstoffenheffing, rioolheffing).

Leges De huidige verordening is verdeeld in drie titels, namelijk: 1. Titel 1: Algemene dienstverlening; 2. Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; 3. Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn.

pagina 67

Kruissubsidiëring binnen deze titels is mogelijk, maar niet meer tussen titels. Op basis van onderzoek hebben wij geconstateerd dat (zie hiervoor ook de raad van 16 december 2010) dat een 100% kostendekkend niveau voor Titel 1 en 3 niet haalbaar is. Voor Titel 1 worden wij geconfronteerd met de door het Rijk gemaximeerde tarieven, terwijl bij Titel 3 het kostendekkend maken zou leiden tot onacceptabele tariefstijgingen. Daar waar mogelijk streven wij om de tarieven naar een kostendekkend niveau te brengen. Voor Titel 2 geldt 100% kostendekkendheid als uitgangspunt. Dit zal ook gelden voor de nieuwe Omgevingswet. Uitkosten hiervan zijn pas medio oktober 2022 bekend.

Belastingvoorstellen 2023 De gemeenteraad stelt de verordeningen vast, waarin de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn opgenomen. In de raadsvergadering van 15 december 2022 leggen wij uw raad een afzonderlijk raadsvoorstel met belastingvoorstellen ter besluitvorming voor. In dat voorstel wordt uitgebreid ingegaan op de diverse belastingen en heffingen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste voorstellen.

Onroerende zaakbelasting Wij houden rekening met een tariefsaanpassing van 2,80%. Deze stijging van 2,8% betreft uitsluitend de trendmatige prijsontwikkeling. De bijgestelde prijsindex is gelijk aan de recente meicirculaire 2022. In de informatienota 2023-2026 gingen we nog uit van 1,75% ter compensatie van de inflatie en een extra verhoging van 2%. Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met waardepeildatum 1 januari 2022. Deze waarden zijn tot stand gekomen op basis van de geactualiseerde taxaties van het geïnventariseerde onroerend goed (door de BSOB) inclusief areaaluitbreiding (nieuwbouw, verbouw en sloop). Wij verwachten op basis van de landelijke marktontwikkeling over de periode van 1 januari 2021 tot 1 januari 2022 een waardestijging voor woningen van 13,50% en voor niet-woningen van 1%. Om een gelijkblijvende opbrengst te kunnen blijven genereren worden de tarieven gecorrigeerd met deze waardenaanpassingen. Bij de behandeling van de belastingvoorstellen zullen de dan beschikbare lokale cijfers aan u worden voorgelegd voor de vast te stellen OZB-tarieven 2023.

Afvalstoffenheffing Het vastgestelde afvalbeleid houdt in dat het restafval zoveel mogelijk wordt gescheiden van andere afvalstromen. Door maatregelen die betrekking hebben op de wijze van inzameling van het GFT, PMD, luiers, textiel en de effecten van tariefprikkels willen we onze doelstellingen halen.

pagina 68

De aanbesteding voor de inzameling betekende dat we alleen nog een tarief naar ledigingsfrequenties kunnen opleggen en niet langer ook voor het gewicht. Deze wijziging is recent ingevoerd. Dit is te kort om hier conclusies te kunnen verbinden aan de doelstellingseffecten. Het afvaltarief volgt voor een deel de prijsontwikkelingen, maar gelet op een gunstige exploitatie kan de doorberekening in het tarief beperkt blijven. Daarnaast vinden we - gelet op de omvang van de afvalreserve- het reëel om een gedeelte terug te geven aan onze inwoners. We gaan voorstellen via de verordening afvalstoffenheffing 2023 (december 2022) een eenmalig bedrag van circa € 20,- per gezinshuishouden in 2023 terug te geven. De gemiddelde kosten zullen in 2023 ten opzichte van vorig jaar dalen met ruim 6%. Een gemiddeld gezin betaalt dan € 212,-.

Rioolheffing Op basis van het Gemeentelijk Rioolplan 2020-2023 passen wij de tarieven aan met de trendmatige prijsindex van 2,8%.

Ontwikkeling woonlasten en lokale lastendruk Onder woonlasten verstaan wij het totaalbedrag dat onze inwoners moeten betalen voor: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij vergelijking van de woonlasten over 2022 en 2023 moet er rekening mee worden gehouden dat er voorlopige inschattingen voor de nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2022 zijn gebruikt en daarvan afgeleid de OZB-tarieven. De berekening voor 2023 is gebaseerd op een gemiddelde waarde van een woning van € 417.393,- (2022: € 367.412,-) en een gemiddelde waarde van een niet-woning van € 398.775,(2022: € 394.155,-). In onderstaande tabel hebben we rekening gehouden met de voorgestelde restitutie van € 20,voor afvalstoffenheffing. Overzicht lastendruk

OZB Tarief

2022

Woningen

Eigenaar

2021

Woningen

Gebruiker

2021

Woningen

Eigenaargebruiker

2021

Nietwoningen

Eigenaar

2021

Nietwoningen

Gebruiker

2021

Nietwoningen

Eigenaargebruiker

0,0990%

Afvalstoffenheffing Bedrag

Bedrag

363,74

Rioolheffing Tarief 0,0471%

Totaal

Bedrag 173,05

227,00 0,0990%

363,74

0,2993%

1.179,71

0,2354%

927,84

0,5347%

2.107,55

227,00

536,79 227,00

0,0471%

173,05

763,79

0,0471%

185,65

1.365,35 927,84

0,0471%

185,65

2.293,20

pagina 69

Overzicht lastendruk

OZB

2023

Woningen

Eigenaar

2022

Woningen

Gebruiker

2022

Woningen

Eigenaargebruiker

2022

Nietwoningen

Eigenaar

2022

Nietwoningen

Gebruiker

2022

Nietwoningen

Eigenaargebruiker

Overzicht ontwikkeling gemiddelde lokale lastendruk

0,0897%

Afvalstoffenheffing 374,40

Rioolheffing 0,0432%

Totaal 180,31

554,71

213,36

2022 bedrag

0,0897%

374,40

0,3045%

1.214,27

0,2394%

954,67

0,5439%

2.168,94

213,36

213,36 0,0432%

180,31

768,07

0,0432%

172,27

1.386,54 954,67

0,0432%

172,27

2.341,21

2023 bedrag excl. teruggave € 20,-

2023 bedrag incl. teruggave € 20,-

Wijziging ten opzichte van 2022 (%) excl. teruggave € 20,-

Wijziging ten opzichte van 2022 (%) incl. teruggave € 20,-

Woningen

Eigenaar

536,79

554.71

554,71

3,34%

3,34%

Woningen

Gebruiker

227,00

233,36

213.36

2,80%

-6,01%

Woningen

Eigenaar en gebruiker

763,79

788.07

768,71

3,18%

0,56%

Niet-woningen

Eigenaar

1.365,35

1.386,54

1.386,54

1,55%

1,55%

Niet-woningen

Gebruiker

927,84

954.67

954,67

2,89%

2,89%

Niet-woningen

Eigenaar en gebruiker

2.293,20

2.341,21

2.341,21

2,09%

2,09%

Onderstaande redenen leiden tot afwijking van de trendmatige aanpassing van 2,8% voor de gemiddelde lastendruk: - een gunstige exploitatie voor afvalstoffenheffing wat leidt tot een teruggave van € 20,-; - een wijziging van de verhouding van de woz-waarden tussen woningen en niet-woningen. De woz-waarden woningen stijgen namelijk naar verhouding meer (13%) dan de woz-waarden van de niet-woningen (1%). Op basis van bestaand beleid worden de totale rioolkosten omgeslagen naar de totale woz-waarden. Dit betekent dat woningen meer betalen voor rioolheffing en niet-woningen minder.

De geraamde inkomsten De opbrengsten van de (belangrijkste) belastingen en heffingen worden in onderstaande tabel weergegeven: Belastingen en heffingen

Geraamde inkomsten 2023

Onroerende zaakbelasting (OZB)

7.858.224

Afvalstoffenheffing (restfractie, GFT en milieustraat)

3.195.037

Rioolheffing

2.568.055

Toeristenbelasting

139.384

pagina 70

Belastingen en heffingen

Geraamde inkomsten 2023

Reclamebelasting

29.200

Kwijtscheldingsbeleid Op basis van artikel 26 van de invorderingswet geven wij uitvoering aan de kwijtschelding van belastingen. Op 27 juni 2019 besloot uw raad in het kader van de harmonisatie van het kwijtscheldingsbeleid BSOB, dat: - voor de kosten van bestaan een percentage van 100% van de bijstandsnorm te hanteren voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; - de norm voor de kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden te baseren op de toepasselijke -

netto AOW-bedragen in de plaats van op de toepasselijke bijstandsnorm; bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor kwijtschelding rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang; de kwijtschelding voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers) in stand wordt gehouden.

Voor kwijtschelding komen de volgende heffingen in aanmerking: - Onroerende zaakbelasting eigenaar woning en niet-woning en gebruik niet-woning. - Afvalstoffenheffing tot het vastgesteld maximum van € 152,- o.b.v. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Bernheze 2022. - Rioolheffing.

Kostendekkendheid tarieven In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat alleen kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Dit betekent dat het niet zondermeer mogelijk om vanuit de taakvelden volledig inzicht te krijgen in alle kosten die maximaal kostendekkend mogen zijn. Kosten van overhead worden centraal geraamd, maar dienen wel in verband gebracht te worden met de integrale kostprijs. Om deze reden is het van belang dat op een andere wijze uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij die berekening zijn gemaakt. Deze paragraaf verschaft deze informatie. In verband met de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2023 (oktober 2022 definitief besluit door Eerste Kamer) zal met ingang van deze datum voor de kostendekkendheid van ruimtelijke plannen opnieuw een berekening gemaakt worden.

Rioolheffing Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen:

pagina 71

we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Met het nieuwe, meer adaptieve, GRP willen wij verder gaan door: - nog nadrukkelijker te kijken naar ontwikkelingen die in de stedelijke omgeving plaatsvinden rond water, grondstoffen, energie en ruimtelijke ontwikkelingen; - de zorgplicht nog breder in te bedden in de interne en externe processen, waardoor betere afstemming plaatsvindt op andere processen in de (openbare) ruimte. - Het projectmatig klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. De beleidsambities die hierbij horen zijn: - adaptief en risicogestuurd beheer; - klimaatadaptatie; - samenwerking in As50+-verband; - inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Om alle kosten te kunnen dekken, heffen we rioolheffing. We heffen van eigenaren op basis van de WOZ-waarde Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: - onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, en - onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Het grootste deel van de lasten is bedoeld voor het opvangen van de vervanging en relining van de riolering. Gezien het feit dat er nogal wat onzekerheden zijn over het exacte tijdstip van de vervangingspiek (na 2040) en de ontwikkeling van nieuwe (goedkopere) renovatietechnieken is het niet verstandig om per direct een theoretisch op lange termijn kostendekkend tarief te hanteren.

De huidige heffing ligt onder het op lange termijn kostendekkende tarief. Er zijn vele scenario’s mogelijk om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Het zwaartepunt van de uitgaven komt na 2040. Daarom passen wij het tarief de komende jaren niet aan (behoudens inflatiecorrectie). Vanaf 2030, rekening houdend met de verwachtte vervangingspiek, gaan we de tarieven verhogen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de noodzaak tot stijging ontbreekt. Een tariefstijging hoeft namelijk pas na drie planperiodes (2030) te worden doorgevoerd om vanaf die periode te gaan sparen voor de (theoretische) vervangingspiek die na 2040 zal gaan optreden. De komende jaren zal duidelijk worden of die piek ook daadwerkelijk gaat optreden. In de tussenliggende periode zal de strategie vervangen versus relinen verder worden geoptimaliseerd. Deze benadering is tevens in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie BBV om ten behoeve van het tarief een horizon van 10 jaar te hanteren.

pagina 72

Kosten taakveld Riolering, excl. onderhoud incl. (omslag)rente 1

2.118.215

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

-/- 46.561

Netto kosten taakveld Riolering

2.071.654

Toe te rekenen kosten: Overhead

269.427

BTW2

228.266

Totale kosten

2.569.347

Overige opbrengsten beschikking reserves Opbrengst heffingen

2.568.055

Totaal opbrengsten

2.568.055

Dekkingspercentage

99,95%

1) 2)

Geen omslagrente a.g.v. ontbreken van boekwaarde activa. De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.

Afvalstoffenheffing De focus ten aanzien van afval ligt tegenwoordig op het maximaal hergebruiken van producten en grondstoffen: de circulaire economie. Afval zien als grondstof is goedkoper, duurzamer en milieuvriendelijker. De richting die we op moeten is het denken en handelen van inwoners (nog) verder om te schakelen van afval naar grondstof, zodat het hergebruik stijgt en de hoeveelheid restafval daalt. De volgende ambities zijn in het beleidsplan opgenomen: - De milieuambitie: Bernheze moet er naar streven om in 2030 afvalloos te zijn (dat wil zeggen dat er geen huishoudelijk afval meer vrijkomt dat als restafval verwerkt moet worden). - De kostenambitie kan omschreven worden als “een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs”. Bij voorkeur gaan de kosten voor afvalbeheer niet omhoog, maar een stijging is bespreekbaar als daar wat tegenover staat. - De serviceambitie: gemak voor de burger. Inwoners moeten hun afval zo veel mogelijk kwijt kunnen op het moment dat zij dat willen en zij zich dus ook weinig zorgen hoeven te maken over opslagruimte in huis (niet méér opslagmiddelen dan noodzakelijk). - Aandacht voor werkgelegenheid (als vierde element aan de afvaldriehoek): preventie, hergebruik en recycling van afval kan lokale (sociale) werkgelegenheid opleveren.

Denk hierbij aan nieuwe werkgelegenheid door sortering en vermarkting van afvalstromen, kringloopwinkels en repair-cafés. Dit aandachtspunt hanteren we als secundaire ambitie. De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit een haalsysteem (huis-aan-huis), een decentraal brengsysteem en een centraal brengsysteem (milieustraat en twee groendepots).

pagina 73

De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: - een belasting per perceel (vastrecht), - een belasting voor het ledigen van een kliko fijn huishoudelijk restafval (fHRA), - een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief). Daarnaast zijn kosten verbonden aan het gebruik maken van de haalservice voor grof tuinafval binnen de bebouwde kom. Dit geheel van de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkend. Kosten taakveld Afval, excl. onderhoud incl.(omslag)rente

2.951.595

Inkomsten taakveld (afval), excl. heffingen

-/- 317.303

Netto kosten taakveld afval

2.634.292

Toe te rekenen kosten: Overhead

75.226

BTW1

484.910

Totale kosten

Overige opbrengsten beschikking reserves:

3.194.428

-/- 5.841

Opbrengst heffingen

3.195.037

Totaal opbrengsten

3.189.196

Dekkingspercentage

99,84%

1)

De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele is een korting toegepast op de algemene uitkering.

Grafrechten Grafrechten zijn retributies die de gemeente kan heffen op grond van artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Zij worden geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het gemeentelijke crematorium en voor het genot van in verband daarmee door de gemeente verleende diensten. De activiteiten binnen het taakveld Begraafplaatsen en crematoria gebaseerd op de Wet op de lijkbezorging hebben vooral een administratief karakter en zijn de volgende: - toewijzen van nieuwe graven/urnen; - begraven en cremeren; - reserveren van een bestaand of nieuw graf; - verlengen en beëindigen van grafrechten; - opgraven en/of herbegraven of cremeren; - contacten met rechthebbenden, grafdelvers en uitvaartdiensten.

pagina 74

Daarnaast worden kosten gemaakt voor de instandhouding van onze gemeentelijke begraafplaats. Kosten die wij maken voor de instandhouding particuliere begraafplaats en oorlogsgraven laten wij buiten beschouwing. Bovenstaande activiteiten zijn volledig toe te rekenen aan de kostendekkendheid grafrechten, met als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Op dit moment zien we echter een extreme daling in het aantal begravingen (2020: 16; 2021: 6; t/m augustus 2022: 4). Dit heeft consequenties voor of de tarieven of de uitgangspunten kostendekkendheid tarieven. Deze ontwikkelingen zijn nog niet verwerkt in deze begroting, maar worden meegenomen in het voorstel voor de leges- en belastingverordeningen 2023 (december 2022) Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria, incl. (omslag)rente1

77.655

Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria dotatie voorziening

14.586

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria

92.241

Toe te rekenen kosten: Overhead

16.509

Totale kosten

108.750

Overige opbrengsten Opbrengst heffingen

108.750

Totaal opbrengsten

108.750

Dekkingspercentage

100,0%

1)

Betreffen kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria exclusief de kosten begraafplaats Parkstraat (geen gemeentelijke begraafplaats) en overige lasten lijkbezorging (geen betrekking op gemeentelijke begraafplaats.

Leges De huidige legesverordening is verdeeld in drie titels, namelijk: - Titel 1: Algemene dienstverlening; - Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; - Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. - Kruissubsidiëring binnen een titel is mogelijk, maar niet meer tussen titels.

Titel 1: Leges Algemene dienstverlening Titel 1 bevat leges die voornamelijk betrekking hebben op de producten burgerzaken en producten bestuursstukken. Een aantal van deze leges zijn door het Rijk gemaximeerd met als gevolg dat het kostendekkend maken van deze leges Titel 1 forse effecten heeft op de andere producten. Vooralsnog maken we pagina 75

niet de keuze om binnen Titel 1 (algemene dienstverlening) kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee accepteren wij een niet 100% dekking. Kosten taakveld (Burgerzaken)1

722.390

Netto kosten taakveld Burgerzaken

722.390

Toe te rekenen kosten: Overhead (taakveld BZ) Kosten taakveld (Ruimtelijke Ordening) Totale kosten

447.119 2.385 1.171.894

Overige opbrengsten: Inkomsten taakveld excl. Heffingen

26.007

Opbrengst heffingen

452.648

Totaal opbrengsten

478.655

Dekkingspercentage

40,8%

1)

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

Titel 2: Leges Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Legeskosten worden in rekening gebracht voor een omgevingsvergunning met de werkzaamheden: - bouwen en slopen; - afwijken van het bestemmingsplan zonder de activiteit bouwen; - inrit/uitrit maken, veranderen of gebruik ervan veranderen; - aanleggen van een weg; - kappen door niet particuliere eigenaren; - brandveilig gebruik. Voor Titel 2 geldt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Hierbij hebben wij nog geen rekening kunnen houden met de nieuwe omgevingswet (ingangsdatum 1 januari 2023, definitief besluit Eerste kamer medio oktober 2022). De definitieve opbrengsten (via leges) worden meegenomen in het voorstel voor de leges en belastingverordening 2023 (december 2022). Kosten taakveld Wonen en bouwen1

907.430

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Wonen en bouwen

907.430

Toe te rekenen kosten: Overhead

600.304

Kosten taakveld Burgerzaken

19.089

pagina 76

Kosten taakveld Overhead

1.814

Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer

59.267

Kosten taakveld Cultureel erfgoed

7.049

Kosten taakveld Ruimtelijke ordening

8.519

Totale kosten

Overige opbrengsten

1.603.472

42

Opbrengst leges

1.562.039

Totaal opbrengsten

1.562.081

Dekkingspercentage

97,4%

1)

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

Titel 3: Leges Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Bevat alle leges die betrekking hebben op producten horeca, evenementen, brandbeveiligingsverordening en overige vergunningen in het kader van de APV (veelal producten met een maatschappelijk karakter). Uw raad heeft zich uitgesproken (onderzoek kostendekkendheid 2006 en 2011) om diensten in het maatschappelijk belang laag te houden waardoor de bereikbaarheid van burgers in de samenleving gegarandeerd blijft. Wij willen bij de leges en belastingverordening 2023 bekijken of wij op onderdelen niet wat meer in de richting van kostendekkendheid kunnen overgaan. Kosten taakveld Economische promotie1

59.718

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Economische promotie

59.718

Toe te rekenen kosten: Overhead

82.545

Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer

29.633

Kosten taakveld openbare orde en veiligheid

54.540

Kosten taakveld ruimtelijke ordening Totale kosten

Overige opbrengsten

341 226.777

2

Opbrengst leges

14.484

Totaal opbrengsten

14.486

Dekkingspercentage

6,4%

1)

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

pagina 77

Leges marktgelden Marktgelden worden geheven voor innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats. Losse standplaatsen en ventvergunningen vallen hier niet onder. Voor marktgelden geldt als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 1

24.035

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

-/- 3.430

Netto kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

20.605

Toe te rekenen kosten: Overhead

16.509

kosten taakveld Economische promotie

6.545

Totale kosten

43.659

Opbrengst leges

21.454

Totaal opbrengsten

21.454

Dekkingspercentage

49,14%

1)

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

pagina 78

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om haar taken voort te zetten ondanks financiële tegenvallers. Dit betekent dat de gemeente middelen beschikbaar moet hebben of in de loop der tijd beschikbaar kan maken om eventuele risico’s als die zich voordoen op te vangen. Voordat dit weerstandsvermogen bepaald kan worden zal zij eerst de weerstandscapaciteit en de risico’s moeten inventariseren. Het weerstandsvermogen wordt weergegeven in een ratio dat weergeeft in hoeverre de gemeente in staat is de risico’s op te vangen.

Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit wordt bepaald door de vrij beschikbare middelen die we in kunnen zetten voor eventuele dekking bij het voordoen van risico’s. Wij maken daarbij onderscheid tussen een incidentele en een structurele component. Bij het beoordelen van de begroting hanteert de toezichthouder (provincie) voor de algemene reserves het bedrag zoals geraamd per 1 januari van het begrotingsjaar. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: - Algemene reserves Naast de reserve nog nader te bestemmen hebben wij ook een algemene weerstandsreserve. Het is de algemene weerstandsreserve die wij volledig inzetten ten behoeve van de weerstandscapaciteit. De reserve nog nader te bestemmen zien wij als volledig vrij beschikbaar om in te zetten voor andere doeleinden waar de raad over wil beslissen. - Post onvoorzien (incidenteel) De post onvoorzien kan incidenteel worden ingezet als weerstandscapaciteit. Gedurende het uitvoeringsjaar kan dit budget worden ingezet voor concrete bestedingsvoorstellen. - Stille reserves Niet aanwezig. - Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte is € 0,-. Overzicht per balansdatum: Omvang

Stand per 1-1

Incidentele weerstandscapaciteit

Algemene reserve (reserve nog nader te bestemmen)

20.151.013

0

Algemene weerstandsreserve

7.385.866

7.385.866

Post onvoorzien (incidenteel)

94.472

94.472

Stille reserves

0

0

Incidentele begrotingsruimte

0

0

Totaal

7.480.338

pagina 79

Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Onbenutte belastingcapaciteit -

-

Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De provincie geeft daarnaast aan dat de onbenutte belastingcapaciteit als volgt bepaald moet worden: “De nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating artikel 12 aanvraag in aanmerking te komen (onder curatelestelling rijk)”. Deze richtlijn volgen we.

2023

Artikel 12 norm

Gewogen gemiddelde OZB tarief Bernheze

Ruimte t.o.v. artikel 12

0,1729%

0,1199%

3.469.809

Post onvoorzien structureel Niet aanwezig.

Structurele begrotingsruimte De structurele begrotingsruimte 2023 is € 85.151,-. Stand per 1-1 (o.b.v. begroting)

Structurele weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit

3.469.809

3.469.809

Post onvoorzien (structureel)

0

0

Structurele begrotingsruimte

85.151

85.151

3.554.960

3.554.960

Totaal

Risico's Kwantificering risico’s Voor de kwantificering van de afzonderlijke risico’s maken wij gebruik van: - de maximale omvang van het risico; - de kans dat een risico zich voordoet (risicofactor); - de termijn waarbinnen dit risico verwacht kan worden (tijdsfactor). In samenspraak met de verantwoordelijke medewerkers bekijken wij wat de risico’s zijn en maken wij een inschatting op basis van tijd en geld. Ieder op basis van zijn/haar expertise.

pagina 80

Berekeningswijze Omvang risico (gewogen) = maximale omvang (ongewogen) x risicofactor x tijdsfactor Soort

Toelichting

Percentage

Risicofactor 1

Hoog

80%

Risicofactor 2

Gemiddeld

50%

Risicofactor 3

Laag

20%

Tijdfactor 1

binnen 1 jaar

100%

Tijdfactor 2

binnen 2 jaar

50%

Tijdfactor 3

binnen 5 jaar

20%

Tijdfactor 4

langer dan 5 jaar

10%

Op basis van deze berekeningswijze zijn de risico’s doorgerekend. In de volgende tabellen zijn de risico’s weergegeven, gesplitst in incidentele en structurele risico’s.

Overzicht incidentele risico’s Risicobeschrijving

Risicovolume

Gewogen risico

Nieuwe omgevingswet

500.000

200.000

Renovatie Bruijstenhof

500.000

50.000

Startersleningen

58.100

1.162

4.073.094

4.073.094

Vlagheide

500.000

400.000

Heesch West

981.000

245.250

Wachtgelden wethouders

500.000

400.000

Totaal incidentele risico’s

7.112.194

5.369.506

Bouwgrondexploitatie

Overzicht structurele risico’s Risicobeschrijving

Nieuwe omgevingswet

Risicovolume

Gewogen risico

200.000

80.000

p.m.

p.m.

Leerlingenvervoer

57.000

28.500

Bijstandsuitkeringen

215.000

172.000

Minimabeleid

102.000

81.600

Participatiewet

308.000

30.800

WMO (HH / hulpmiddelen / Wmo 2015)

460.000

368.000

Kostendekkendheid tarieven begraafplaats

pagina 81

Risicobeschrijving

Risicovolume

Gewogen risico

Jeugdzorg

459.000

367.200

Regionale ambulancevoorziening (RAV)

15.000

600

Begeleid werken

96.600

9.660

Algemene uitkering

5.000.000

800.000

ICT in eigen beheer

0

0

Covid-19

0

0

Inflatie en schaarste

1.000.000

800.000

Totaal structurele risico’s

7.912.600

2.738.360

Onder het kopje “Geïnventariseerde risico’s” ziet u de verdere onderbouwing van de benoemde risico’s.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mogelijkheden weer van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen. Dit vermogen om risico’s op te vangen wordt weergegeven door een ratio. Deze ratio is een verhoudingsgetal tussen de weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico's. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (berekende risico-omvang) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal/ratio. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, gebaseerd op de uitgangspunten van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR): Ratio

Betekenis

>2

Uitstekend

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

1,0 tot 1,4

Voldoende

0,8 tot 1,0

Matig

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Wij streven naar een Voldoende (ratio minimaal 1,0 (100%); maximaal 1,4 (140%)). Risico

Weerstandscapaciteit

Ratio

Aanpassing capaciteit

Incidenteel

5.369.506

7.480.338

139%

nvt

Structureel

2.738.360

3.554.960

130%

nvt

Totaal

8.194.866

11.035.298

136%

Aanpassing ratio

pagina 82

De bandbreedte van het weerstandsvermogen is op basis van deze risico-omvang tussen de € 8.107.866,- (1,0 x risico-omvang) en € 11.351.012,- (1,4 x risico-omvang). Wij constateren dat op basis van de inventarisatie risico’s en de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen ‘voldoende’ is (met 136%). Bijstelling van het weerstandsvermogen is dus niet nodig. Mocht bij het opmaken van de jaarrekening per 31 december 2023 wel een verschil bestaan dan zullen we de weerstandsreserve aanvullen of afstorten.

Geïnventariseerde risico’s Programma 1: Leefbare Kernen Nieuwe omgevingswet (incidenteel € 500.000,- / structureel € 200.000,-) (risico 1 en tijd 2) De huidige wet- en regelgeving wordt vervangen door de Omgevingswet. De invoering is vooralsnog uitgesteld tot 1 januari 2023. Behalve een benadering van deze wet vanuit instrumentele en ruimtelijke-juridische focus is het ook belangrijk om inzicht te krijgen in de gevolgen van de implementatie en organisatorische capaciteit. Het zal gevolgen hebben voor de personele bezetting, ICT-voorzieningen en legesopbrengsten. De omvang hiervan is niet volledig in beeld.

Renovatie woonwagencentrum Bruijstenhof (incidenteel € 500.000,-) (risico 2 en tijd 3) De renovatie van woonwagencentrum Bruijstenhof heeft een risico in zich van vervuilde grond.

Startersleningen (incidenteel € 58.100,- = 10% van boekwaarde) (risico 3 en tijd 4) Vanaf 1 januari 2014 geldt voor geldgevers van startersleningen een eigen risico van 10%. Dit betekent dat als er een verliesdeclaratie van een starter bij NHG wordt ingediend, de gemeente 10% hiervan voor eigen rekening moet nemen. Onze gemeente stopte met ingang van 1 mei 2015 met de startersleningen, maar startte in 2020 hier weer mee.

Bouwgrondexploitatie (incidenteel € 4.073.094,- (reeds gewogen), zie paragraaf G) De hoogte van de risico’s van de bouwgrondexploitaties bepalen wij aan de hand van een risicoscan. Aan de hand van een risicoscenario gaan wij er van uit dat de toekomstige opbrengsten met 25% zullen dalen, de uitgaven met 25% zullen stijgen en de verkopen daarnaast met twee jaar vertragen. Op basis hiervan vindt een weging plaats naar kans en tijdsfactor.

Kostendekkendheid tarieven begraafplaats ’t Loo (vooralsnog p.m. afhankelijk van keuzes bij legesverordening 2023) Vanaf 2021 zien wij een enorme daling in het aantal begravingen op de begraafplaats ’t Loo. Deze daling is zo extreem dat valt te betwijfelen of kostendekkende tarieven in de nabije toekomst nog

pagina 83

wel een optie is. We zullen dit nauwgezet volgen en bij een blijvend niveau de effecten in beeld brengen en op basis daarvan conclusies trekken.

Programma 2: Gezonde zorgzame gemeente Leerlingenvervoer (structureel € 57.000,-, = 10% v.d. raming) (risico 2 en tijd 1) Het leerlingenvervoer betreft een open-einde-regeling. Dit houdt in dat leerlingen die voldoen aan de verordening leerlingenvervoer gemeente Bernheze in aanmerking komen voor een vergoeding van de kosten voor vervoer naar en van school. Vooraf is niet te overzien wie in welke mate hiervan gebruik gaat maken. Zodoende is het niet mogelijk om vooraf te bepalen hoe hoog de kosten voor leerlingenvervoer over een bepaalde periode zullen zijn. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne stijgen de brandstofprijzen die effect kunnen hebben op de vervoerskosten.

Participatiewet - inkomensdeel (structureel € 215.000,-; = 5% van het BUIG-budget) (risico 1 en tijd 1) Bij de uitvoering van de Participatiewet doen zich twee risico’s voor. Het betreft de ontwikkeling van de cliëntenaantallen en de hoogte van de rijksbijdrage. Allereerst de aantallen cliënten met een bijstandsuitkering: afwijkingen werken direct door in de uitgaven. Het aantal cliënten laat zich niet eenvoudig bepalen. Daarmee zijn de bijstandsuitkeringen een open-einde-regeling. Ten tweede is de specifieke uitkering ter (gedeeltelijke) dekking van de bijstandskosten een onzekere factor. Indien gemeenten een tekort hebben op het rijksbudget kan, onder voorwaarden, een beroep gedaan worden op de vangnetregeling. Gemeenten kunnen op dit vangnet een beroep doen als het tekort op de gebundelde uitkering oploopt tot boven de 7,5%, waarbij tekorten tot 12,5% voor de helft worden vergoed en daarboven volledig.

Minimabeleid (structureel € 102.000,-; = 10% van kosten minimabeleid) (risico 1 en tijd 1) Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat op basis van het gebruik en ontwikkeling van de kosten van de afgelopen jaren. Deze prognose is moeilijk op realiteitswaarde in te schatten. Minimaregelingen zijn open einderegelingen. Dit betekent dat wanneer iemand recht heeft op een regeling, er een uitkering uit hoofde van die regeling moet plaatsvinden. Door verkeerde inschattingen van de omvang van de doelgroep en het gebruik van die regeling door de doelgroep, kan er sprake zijn van over- of onderuitputting van de budgetten.

Participatiewet – onderdeel klassieke Wsw (structureel € 308.000,-; = 7,5% van rijksbudget) (risico 3 en tijd 2) De Wet op de Sociale Werkvoorziening is in 2015 opgegaan in de Participatiewet. Hierdoor komen er geen nieuwe instroom WSW-ers meer en daalt het aantal WSW-ers als gevolg van overlijden,

pagina 84

pensionering en overige uitstroom geleidelijk. Hiermee samenhangend daalt ook de rijksbijdrage. Het risico bestaat dat deze daling van de rijksbijdrage sneller verloopt dan de afname van het aantal WSW-ers.

Huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen (structureel € 460.000,-; = 7,5% van begrote uitgaven) (risico 1 en tijd 1) De risico’s worden veroorzaakt doordat de huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen te kenmerken zijn als open-eind-regelingen. De laatste jaren zien we een toenemende vraag op de Wmo, onder andere als gevolg van de invoering van het abonnementstarief eigen bijdrage die een aanzuigende werking heeft waardoor de vraag naar huishoudelijke hulp en hulpmiddelen toeneemt, de vergrijzing en de intensivering van de ondersteuningsvragen. Tevens zijn bij het samenstellen van de begroting de tarieven 2023 nog niet bekend.

Jeugdzorg (structureel € 459.000,-; = 7,5% van de begrote uitgaven) (risico 1 en tijd 1) Per 1 januari 2022 vond een wijziging in de financiering plaats van de lichte zorg (lumpsumfinanciering wordt vervangen door p x q-financiering en hanteren van reële kostprijzen), wat lokaal tot over- of onderuitputting van de budgetten kan leiden. Daarnaast wordt de verdeelsleutel voor de regionale kosten herzien a.g.v. de evaluatie van de centrumregeling. Ook de jeugdzorg kunnen we kenmerken als een open-eind-regeling. De continuering en inzet van specialistische jeugdhulp voor onze jeugdigen blijft uiteraard gegarandeerd. Met de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen willen we doorstroming naar de specialistische jeugdzorg verminderen. Verder heeft de toegang sinds 1 januari 2022 een grotere rol in de toewijzing van het volume van de zorg.

Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (structureel € 15.000,-) (risico 3 en tijd 3) In de begroting is de structurele bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling RAV op nul gesteld. De kans dat er weer sprake wordt van een gemeentelijke bijdrage lijkt klein. Van de kosten van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) zou feitelijk 5% voor rekening van de deelnemende gemeenten komen. Aangezien door de RAV is voorgesteld de bijdrage op nul te stellen lijkt de RAV van mening dat zij deze lasten zelf kan dragen. Echter, externe ontwikkelingen als bezuinigingen door het Rijk maar bijvoorbeeld ook kostensaneringen bij de zorgverzekeraars kunnen leiden tot een (hogere) gemeentelijke bijdrage.

pagina 85

Programma 3: Klimaatbestendig, biodivers en circulair Vlagheide (incidenteel € 500.000,-) (risico 1 en tijd 1) Het stadsgewest bouwt de voormalige vuilstort Vlagheide af en draagt deze over aan de provincie. Deze overdracht is uitgesteld met een beoogde overdracht voor 1 januari 2025. Tot die tijd brengt het stadsgewest bij de deelnemers jaarlijks vanaf 2021 een bijdrage in rekening voor exploitatiekosten om het tekort niet verder op te laten lopen De extreem lage rente is aanleiding om een ander moment van overdracht te kiezen. Het eerdere verwachte tekort is in 2020 door de deelnemers aan het stadsgewest afgedragen. Dit neemt het uiteindelijke risico bij de daadwerkelijk overdracht niet weg. Onze gemeente kan als contractgemeente worden aangesproken voor haar aandeel van 2,56% voor aanvullende middelen.

Programma 4: Duurzame landbouw en economie Exploitatie bedrijventerrein Heesch West (incidenteel € 981.000,-) (risico 2 en tijd 2) De overdracht van de gronden en verliesvoorziening heeft in het voorjaar van 2022 plaatsgevonden. Hiermee beschikt de gemeenschappelijke Regeling over een buffer om de geprognotiseerde verliezen op te kunnen vangen. Voor de overige ondernemersrisico’s noemt de gemeenschappelijke regeling een aantal gevoeligheden zoals verlaging van prijs, vertraging uitgifte en kostenstijging. Het risicoaandeel hiervan afgeleid voor onze gemeente kan worden gesteld op € 0,981 miljoen.

Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Wachtgeld wethouders (incidenteel € 500.000,- (risico 3 en tijd 3) Na beëindiging van het wethouderschap ontvangt een wethouder een ontslaguitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dat is geregeld in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). De maximale wachtgeldverplichting van de huidige wethouders bedraagt € 500.000,-.

Begeleid werken (structureel € 96.600,- betreft begrote structurele subsidie) (risico 2 en tijd 3) In Bernheze hebben we 11 fte in dienst op basis van Begeleid Werken vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De medewerkers hebben hierdoor het voordeel dat zij een salaris ontvangen conform de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. Als financiële tegemoetkoming ontvangt de gemeente een loonkostensubsidie (€ 96.600,-) ter gedeeltelijke vergoeding. Vanwege de afbouw van de rijkssubsidie klassieke Wsw staan deze inkomsten onder druk.

pagina 86

ICT in eigen beheer (vooralsnog geen risico) Na het besluit om te stoppen met de ICT samenwerking BLOU zijn we, onder de noemer Bernheze van A naar I, gestart met een alternatief traject. Dit traject bestaat uit een drietal sporen in de vorm van het extern onderbrengen van de techniek, het versterken van de informatie organisatie en het projectmatig acteren op nieuwe ontwikkelingen. Met betrekking tot het eerste spoor, het extern onderbrengen van de techniek verwachten we, op basis van de ervaringen van de afgelopen periode, dat de toekende financiële middelen afdoende zijn. Voor het tweede spoor, kwalitatieve en kwantitatieve invulling van de informatieorganisatie is het formatief budget gefaseerd over de periode 2018-2023 beschikbaar gesteld. Bij de invulling is in eerste instantie gekeken naar de beheersorganisatie en zou de veranderorganisatie in het tweede tranche mee genomen worden. Mogelijk dat, vanuit het traject terug naar de kern, de behoefte ontstaat om deze gefaseerde invulling versneld te realiseren. Hierbij denken we met name aan invulling van de aandachtsgebieden data en proces gestuurd werken. Voor het derde spoor, projectmatig acteren op nieuwe ontwikkelingen volgen we de landelijke trends. Vooralsnog voorzien wij hier geen directe risico’s.

Programma 7: Financiën Algemene uitkering (structureel € 5.000.000,-) (risico 1 en tijd 3) Het algemeen principe van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is dat de gemeente gelijk “de trap op en af gaat” met het rijk. Kenmerkend voor de “trap op, trap af”-systematiek is de voortdurende bijstelling van het accres door de koppeling aan de – veranderende - stand van het Totale netto uitgavenkader. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek directe invloed op de omvang van het gemeentefonds. De gemeente heeft daarmee geen invloed op de hoogte van de algemene uitkering en daarmee blijven de inkomsten uit het gemeentefonds voortduren een risico. Per 1-1-2023 heeft er een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Gemeente Bernheze behoorde tot de voordeelgemeenten (€ 19,50 per inwoner of terwijl een positieve bijstelling van de inkomsten van € 604.000,-. Of het totaal van het herverdeeleffect overeind blijft is onzeker. Er vindt namelijk nog een evaluatie plaats voor het traject 2026 en verder. Het kabinet stelt voor 2023, wederom incidenteel, extra middelen beschikbaar voor de jeugdzorg. Voor Bernheze € 1,9 miljoen. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten ook inzetten op besparingsmaatregelen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen).

In de meicirculaire 2022 is helaas geen informatie voer de middelen voor jeugdzorg vanaf 2024. Dit leidt bij gemeenten tot onzekerheid. Dit ondanks dat deze middelen wel in het regeerakkoord waren opgenomen. In het coalitieakkoord van december 2021 kondigde het kabinet een nieuwe financieringsystematiek met ingang van 2026 aan, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied voor gemeenten wordt betrokken. Omdat deze nieuwe financieringssystematiek pagina 87

nog uitgewerkt moet worden, heeft het kabinet er voor gekozen vanaf 2026 het gemeentefonds niet volgens de afgesproken normeringssystematiek (samen de trap op en af) te berekenen. De uitkering uit het gemeentefonds laat hierdoor vanaf 2026 een heel forse teruggang zien. Inmiddels wordt het jaar 2026 in gemeenteland aangeduid als een financieel ‘ravijn’. Dit ravijn heeft onder meer tot gevolg, dat de extra middelen over de periode 2022-2025 als incidenteel gezien moeten worden. De hogere inkomsten in de periode 2023-2025 hebben door het financieel ravijn in 2026 immers geen structureel effect. Tevens worden gemeenten ermee geconfronteerd dat in het jaar 2026 de opschalingskorting weer in werking treedt. Deze opschalingskorting is voor de kabinetsperiode 2022 - 2025 bevroren. Vanaf 2026 wordt het restant van de opschalingskorting van macro € 675 miljoen alsnog geëffectueerd. De gemeente Bernheze volgt met de ramingen volledig de circulaires die het Ministerie van Binnenlandse Zaken uitbrengt. Indien de inkomsten uit de algemene uitkering lager uitvallen dan geraamd, kan dit tot (structurele) begrotingstekorten leiden. Wij monitoren de ontwikkeling binnen het Gemeentefonds voortdurend om snel te kunnen bijsturen.

Covid-19 (vooralsnog geen risico) Van de coronacrisis kunnen we zeggen dat deze nagenoeg achter ons ligt. We denken dat er geen directe risico’s bestaan die te herleiden zijn hieraan.

Inflatie en schaarste (structureel € 1.000.000,-) (risico 1 en tijd 1) De ontwikkelingen in Oekraïne leiden tot verdere kostenstijgingen van bouwmaterialen en energieen brandstofkosten. Ook de onzekerheid met betrekking tot de beschikbaarheid en levering van materialen en personeel neemt toe. Dit kan invloed hebben op de voortgang van projecten en de bekostiging daarvan. De onzekerheid is groot terwijl het nemen van maatregelen beperkt is zonder de bedrijfsvoering en beleidsuitvoering in gevaar te laten komen.

pagina 88

Risicomatrix RISICO - hoog GEMIDDELD (hoog 3) Nieuwe omgevingswet Heesch West Algemene uitkering

HOOG (4) Bouwgrondexploitatie Bijstandsuitkeringen Minimabeleid WMO (HH, hulpmiddelen en WMO 2015) Jeugdzorg Vlagheide Wachtgeld wethouders Inflatie en schaarste Kostendekkendheid tarieven begraafplaats

LAAG (1) Startersleningen RAV Covid-19

GEMIDDELD (laag 2) Renovatie Bruijstenhof Leerlingenvervoer Participatiewet Begeleid werken ICT in eigen beheer

RISICO – laag

Financiële kengetallen In dit onderdeel van deze paragraaf nemen we de in het Besluit begroting en verantwoording voorgeschreven financiële kengetallen op. De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. Elders in deze in begroting (Hoofdstuk Overzicht baten en lasten en hoofdstuk Meerjarenraming) hebben we ook de geprognosticeerde balans opgenomen. Naarmate deze verder in de toekomst is gelegen wordt deze minder betrouwbaar. Met name het tempo van de investeringen en de financiering daarvan laat zich moeilijk betrouwbaar voorspellen.

Totaaloverzicht financiële kengetallen Financiële kengetallen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote

27,4%

10,4%

8,5%

6,5%

7,4%

11,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

24,4%

5,6%

4,0%

2,2%

3,5%

7,9%

Solvabiliteitsratio

39,8%

53,3%

53,7%

53,5%

54,0%

53,2%

Grondexploitatie

8,8%

7,1%

6,5%

0,8%

-0,9%

0,0%

Structurele exploitatieruimte

2,2%

-2,7%

3,6%

-0,2%

0,1%

-2,0%

Belastingcapaciteit*

98,5%

85,7%

87,6%

90,0%

92,5%

95,1%

*) Gemiddelde woonlasten via Coelo (landelijk tarievenoverzicht 2022. Voor alle jaren als uitgangspunt genomen)

pagina 89

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In algemeenheid geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote houdt geen rekening met de door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. In 2022 is de boekwaarde van bedrijventerrein Heesch West overgenomen door de Gemeenschappelijke regeling, waardoor de materiële vaste activa afnemen. Daartegenover zijn de vaste schulden lager geworden, omdat de bijbehorende lening voor financiering van Heesch West is terugbetaald. Dit zorgt ervoor dat de netto schuldquote in 2023 onder de 10% zit. De BNG benoemd een maximale netto schuldquote van 130%. De netto schuldquote van Bernheze is in 2023 9% en kan als niet risicovol worden beschouwd.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen houdt rekening met door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Dit zorgt voor een lager kengetal dan de reguliere netto schuldquote. Gemeente Bernheze heeft namelijk enkele leningen verstrekt aan deelnemingen, verbonden partijen en woningcorporaties. Ook hierbij geldt dus dat het kengetal van Gemeente Bernheze als niet risicovol kan worden beschouwd.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het eigen vermogen wordt hierbij als percentage van het balanstotaal genomen. Onder het eigen vermogen valt bij gemeente Bernheze de algemene reserves en de bestemmingsreserves. In 2022 is de boekwaarde van bedrijventerrein Heesch West overgenomen door de Gemeenschappelijke regeling, waardoor de materiële vaste activa afnemen. Daartegenover zijn de vaste schulden in 2022 lager geworden, omdat de bijbehorende lening voor financiering van Heesch West is terugbetaald. Hierdoor neemt het balanstotaal fors af. Het eigen vermogen blijft redelijk stabiel (€ 45,8 miljoen in 2023 tegenover € 42,1 miljoen in 2026). De solvabiliteitsratio van Gemeente Bernheze steeg door bovenstaande in 2022 van 40% naar 53% en blijft tussen 2023 en 2026 op dit niveau. De norm van de VNG is dat deze ten minste 20% moet bedragen.

pagina 90

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie (BIE’s) op balansdatum weer ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves. Een hoge waarde van de grondexploitaties ten opzichte van de totale baten zorgt voor een hoog risicoprofiel. De boekwaarde van de grondexploitaties moet namelijk nog worden terugverdiend via grondverkopen. De VNG beschouwt een grondexploitatie van 10% of meer als kwetsbaar. We zien de komende jaren de boekwaarde van de grondexploitaties die momenteel actief zijn steeds verder dalen tot om en nabij nihil. Dit afgezet tegen de totale baten per jaarschijf betekent het dat het kengetal grondexploitaties ook verder richting de 0% gaat (in 2023 is dit nog 6%). Benoemd dient te worden dat er enkele nieuwe projecten in de pijplijn zitten. Wanneer deze nieuwe exploitaties worden vastgesteld en actief worden zal de boekwaarde vanzelfsprekend ook gaan stijgen en het kengetal toe gaan nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e0d305cd-6755-4df9-bd53-234091ff0727