CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch_Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 8 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch28.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Figuur 22: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Bernheze Om aan te tonen dat met de herontwikkeling en de bijbehorende graafwerkzaamheden geen mogelijk aanwezige archeologische waarden worden aangetast, is een verkennend bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Transect. In de bijlage is de volledige onderzoeksrapportage opgenomen. De conclusies uit deze rapportage luiden als volgt: Uit het bureauonderzoek blijkt dat er in het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen geldt. Op kaartmateriaal vanaf het einde van de 18e eeuw is het plangebied onbebouwd. Gezien het plangebied toen onbebouwd was, is het waarschijnlijk dat dit ook zo in de periode daarvoor is geweest, mogelijk tot de 16e eeuw aan toe. Uit het veldonderzoek blijkt dat de ondergrond buiten de bebouwde delen van het plangebied archeologisch gezien intact is. In de boringen ten westen en zuiden van de bebouwing zijn in de top van het dekzand sporen van bodemvorming aanwezig op een diepte van circa 50 cm -Mv, aan de basis van een oud bouwlanddek. Dit is een indicatie dat de top van het archeologisch relevante dekzand in het plangebied intact gebleven is of in ieder geval intact genoeg om nog archeologische grondsporen te kunnen verwachten.

Dat deze mogelijk aanwezig kunnen zijn, blijkt mede ook uit de vondst van een fragment aardewerk uit de Late Middeleeuwen, die gezien de vondst aan de basis van het oud bouwlanddek kan wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. De verwachting in de gebiedsdelen buiten de (voormalig) bebouwde delen van het plangebied is zodoende op basis van de resultaten van het veldonderzoek hoog op resten uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen. De verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum-Neolithicum is naar laag bij te stellen. Ondanks uit

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

44

het bureauonderzoek is gebleken dat er sporen uit deze periode aanwezig zouden kunnen zijn, is de oorspronkelijke top van het dekzand opgenomen in het oude bouwlanddek (de A- en E- horizonten). Aangezien de meeste vondsten uit deze periode zich in die laag bevinden, is de kans dat een vindplaats uit het Laat-Paleolithicum-Neolithicum verploegd is, groot. Op de plekken waar de bebouwing en de stallen aanwezig zijn, is de verwachting naar laag bij te stellen. Uit informatie van bouwtekeningen uit het bureauonderzoek in combinatie met de aanwezigheid van mestsleuven/kelders en een verstoorde bodemopbouw in de boringen 2, 5 en 7, op de plek waar in het verleden een stal zou hebben gestaan, blijkt namelijk dat de bodemopbouw tot een diepte van circa 95-160 cm -Mv verstoord is geraakt (tot diep in het dekzand). De kans dat hier dus nog intacte, behoudenswaardige resten aanwezig zullen zijn, is klein. Advies op basis van verkennend bureau- en inventariserend veldonderzoek Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat in het plangebied twee zones te onderscheiden zijn, een archeologisch intact gebied met een hoge archeologische verwachting en een zone waarbinnen als gevolg van bebouwing de ondergrond aantoonbaar verstoord is geraakt.

In het kader van de planvorming is het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats twee woningen met bijgebouwen terug te plaatsen, respectievelijk op een bouwkavel in het noorden van het plangebied en in het zuiden van het plangebied. Uit het stedenbouwkundige- en landschappelijk inpassingsplan valt af te leiden dat de bebouwing in het noordelijk deel van het plangebied in zijn geheel gepland is op de (voorheen) bebouwde terreindelen en dat deze op grond van dit onderzoek een lage archeologische verwachting hebben. Zodoende adviseren wij in het kader van de bouw van de woning en het bijgebouw in het noorden geen aanvullende onderzoeksinspanning. De woning en de loods, die in het zuidelijk deel van het plangebied gepland zijn, liggen in archeologisch intact gebied. Voor dat deel wordt geadviseerd om in het kader van de herontwikkeling op de toekomstige bouwvlakken een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit onderzoek heeft als doel om vast te stellen of in het gebied archeologische grondsporen aanwezig zijn die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. Mocht dit blijken, dan zou gelijktijdig van het onderzoek kunnen worden doorgestart naar een volledige opgraving van de toekomstige bouwvlakken.

Voor een dergelijk onderzoek dient de werkwijze te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Bernheze dient te worden beoordeeld en goedgekeurd. Naar aanleiding van dit advies is er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Samenvatting en advies proefsleuvenonderzoek Tijdens het vooronderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Bronstijd - Late Middeleeuwen. Op basis hiervan heeft de bevoegde overheid besloten dat ter plaatse van de nieuwbouwvlakken in het zuidelijk deel van het plangebied, i.e. het onderzoeksgebied, een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uitgevoerd dient te worden. Tijdens het onderzoek zijn twee proefsleuven met een totale oppervlakte van circa 80 m2 aangelegd. Alleen in werkput 1 zijn drie grondsporen gevonden. Het betreft een greppel en twee paalkuilen. Op basis van stratigrafie, kleur en contouren gaat het hier waarschijnlijk om grondsporen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen. De bodemopbouw in het onderzoeksgebied bestaat uit een donkergekleurd en humeus oudbouwlanddek van circa 70 à 80 cm dik, waarin onderscheid is gemaakt tussen bouwvoor, bouwlanddek en oud maaiveld. Dit dek is ontstaan vanaf de Late Middeleeuwen door ontginning en plaggenbemesting.

Overeenkomstig de verwachte hoge zwarte enkeerdgronden rust dit donkere, humeuze pakket direct op het dekzand. Het lichtgrijs-witte dekzand is door uitloging plaatselijk gevlekt met donkere, humeuze vlekken of met roestvlekken. Het karakter en de spreiding van de roestvlekken duiden mogelijk op cryoturbatie. Onder dit eerste dekzandpakket bevindt zich een donkergrijze, humeuze bodemlaag dat indicatief is voor een warmere en nattere periode, het Allerød- of het Bøllinginterstadiaal, evenals een oudere dekzandlaag (Jong Dekzand II of Oud Dekzand).

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

45

Op basis van de tijdens het vooronderzoek aangetroffen intacte top van het dekzand en een laatmiddeleeuwse keramiekscherf was er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Bronstijd - Late Middeleeuwen. Het proefsleuvenonderzoek heeft drie grondsporen opgeleverd, die slechts op basis van uiterlijk en niveau in de periode Middeleeuwen Nieuwe tijd zijn gedateerd.

Selectieadvies voor het plangebied

Het proefsleuvenonderzoek moest de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Op basis van de waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen en de drie grondsporen zijn niet aan een specifieke bewonings- en of gebruiksperiode te verbinden. Daarom wordt geadviseerd dat het plangebied voor toekomstige ontwikkeling wordt vrijgegeven. Het bevoegd gezag heeft op basis van dit advies aangegeven dat het plangebied vrijgegeven kan worden. Derhalve is ter plaatse van het onderzoeksgebied de dubbelbestemming voor archeologie verwijderd uit de planverbeelding. 4.5. Bodemkwaliteit In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient de aanwezige bodemkwaliteit te passen bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren.

Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich mee brengt of er sprake is van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering. Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd én wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. Ter plaatse van het plangebied aan de Oude Veghelsedijk 22 te Vorstenbosch wordt de bestemming ‘Agrarisch’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ omgezet ten behoeve van de realisatie van één nieuwe ruimte-voor-ruimte kavel en de omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning, waarna ook hier een nieuwe woning gebouwd zal worden en de bestaande woning op termijn wordt gesloopt. Er is dan ook sprake van twee woonfuncties in de beoogde situatie. Er wordt dan ook een nieuwe functie mogelijk gemaakt waarbij personen langer dan twee uur zullen verblijven in de bebouwing. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de bodemgesteldheid ter plaatse. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling is een bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Zie hiervoor de rapportage als bijlage.

De conclusie luidt als volgt: NEN 5740: Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de bovengrond plaatselijk verhogingen van PCB’s en PAK’s worden aangetroffen. In de ondergrond worden geen verhogingen van de onderzochte parameters ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. In het grondwater worden verhogingen van barium, kobalt, molybdeen, nikkel en zink ten opzichte van de streefwaarden aangetroffen. De parameter koper werd in eerste instantie boven de interventiewaarde aangetroffen. Op basis van de analyseresultaten is een herbemonstering uitgevoerd. Na de herbemonstering is de parameter koper niet meer verhoogd (< de streefwaarde) aangetroffen. De aangetroffen verontreiniging aan koper boven de interventiewaarde was met de eerste bemonstering niet te verwachten dat deze toch werd aangetroffen. De eerste bemonstering kan een ‘uitbijter’ zijn geweest. De locatie kan daarom niet meer als onverdacht worden beschouwd, de resultaten van het bodemonderzoek geven echter geen aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

46

Verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden, respectievelijk de streefwaarden, worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoeken en geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. Op basis van dit bodemonderzoek zijn er geen belemmeringen met betrekking tot de geplande bestemmingswijziging. NEN 5707: Ter plaatse van het puinpad is één mengmonster (MM1) samengesteld van de puinlaag. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat zowel zintuiglijk als analytisch ter plaatse van deze laag geen asbest wordt aangetroffen (de concentratie van asbest is <0,4 mg/kg ds.). In de samengestelde asbest in grond(meng)monsters van het overige terrein wordt zowel zintuiglijk als analytisch in geen van de mengmonsters (MMA, MMB en MMC) asbest aangetroffen (de concentratie van asbest in alle monsters is <2,0 mg/kg ds.). Naar aanleiding van bovengenoemde onderzoek is er later een aanvullend bodemonderzoek naar asbest en pcb in bodem conform NEN 5707 ‘regendrup’ uitgevoerd. Zie voor de rapportage van het aanvullend onderzoek de bijlage. De conclusie luidt als volgt:

Asbest: Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd

dat de aangetoonde concentraties blijven ook ruim onder de grens van 50 mg/kg waarbij een nader asbest in bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.

PCB: Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat: -

Locatie A: een overschrijding van PCB ten opzichte van de achtergrondwaarde is aangetroffen. Locatie B: aan de oostzijde een overschrijding van PCB ten opzichte van de achtergrondwaarde is aangetroffen en aan de westzijde geen overschrijdingen zijn aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Locatie C: geen overschrijding van PCB ten opzichte van de achtergrondwaarde is aangetroffen.

Op de locatie worden slechts minimale verhogingen aangetroffen aan asbest en PCB. Uit voorgaand asbest in bodemonderzoek is reeds aantoonbaar gemaakt dat de aanwezige puinhoudende bodem niet asbesthoudend is. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren Er is derhalve geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de huidige en toekomstige gebruikers van de bodem. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. 4.6. Spuitzones In de vollegronds- en sierteelt ontkomt men niet aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tegen schimmels, luizen en andere vormen van ongedierte. In relatie tot omliggende gronden heeft de planlocatie derhalve mogelijk te maken met spuitzones. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt.

Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Momenteel is de planlocatie in gebruik als (intensieve) veehouderij met omliggende landbouwgronden. Met de beoogde ontwikkeling wordt één nieuwe ruimte-voor-ruimte kavel ontwikkeld en word de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning, waarna ook hier een vervangende woning zal worden gebouwd. Het plangebied voorziet in de beoogde situatie dan ook in twee woonfuncties. De gronden rondom de nieuwe gevoelige objecten kunnen gebruikt blijven worden als landbouwgrond. Dit betekent dat er akkerbouwgewassen geteeld kunnen worden. In de

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

47

feitelijke situatie zullen de gronden gebruikt worden als weiland. Er zijn in de omgeving geen (fruit-) boomgaarden aanwezig. De aanplant van boomgaarden op de gronden is dus onwaarschijnlijk. Wel is er momenteel een perceel behorende bij een hovenier/tuincentrum aanwezig met de opslag en teelt van grotere bomen en heesters aanwezig, binnen 50- meter van het plangebied. Initiatiefnemer heeft contact gehad met de eigenaar van dit bedrijf, om de situatie verder in kaart te kunnen brengen. Hieruit is de volgende informatie gekomen. Bij de meerjarige teelt van grotere heesters, vaste planten en coniferen is het bekend dat er doorgaans weinig tot geen sprake is van het gebruik van bestrijdings- en gewasbeschermingsmiddelen, zeker minder dan bij de teelt van lage één of tweejarige plantjes. Jonge planten zijn in tegenstelling tot volwassen planten meer kwetsbaar, waardoor deze zeker in het beginstadium goed moeten worden beschermd. Onkruidbestrijding gebeurt op bedrijf met de hand of machinaal. Indien gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen worden toegepast, dan is dit door middel van een rugspuitje met afschermkap. Er is dan sprake van pleksgewijze bestrijding op maaiveld. Bij een dergelijke teelt met grotere heesters, vaste planten en coniferen, zoals aan de Oude Veghelsedijk 16 kan niet machinaal worden bespoten, daar er geen ruimte is voor een machines tussen de planten.

Mocht er sprake zijn van drift door de toepassing van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen, dan zal dit niet snel reiken tot de planlocatie. In Nederland is de overwegende windrichting namelijk zuidwestelijk. Dit betekend dat eventuele drift juist uit de richting van de planlocatie zal bewegen, in plaats van naar de planlocatie toe. De eigenaar van het bedrijf heeft benadrukt nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen toe te passen. Bekend is geworden dat dit hoveniersbedrijf per begin van 2022 is beëindigd. Het valt dan ook in de lijn der verwachting dat de bomenteelt behorende bij het hoveniersbedrijf geleidelijk aan zal verdwijnen. De eigenaar van deze kwekerij heeft dit bevestigd bij initiatiefnemer. Daarmee komt ook het mogelijk gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen tot een eind. Er zal dan ook niet langer meer sprake zijn van drift. Gelet op de aard van het bedrijf en de aanwezige teelt, is het onwaarschijnlijk dat hier in grote getalen gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Er zal dan in alle waarschijnlijkheid ook geen sprake zijn van drift richting het plangebied. Tot slot kan worden opgemerkt dat de woningen binnen het plangebied op meer dan 90 meter afstand van dit perceel gesitueerd zullen zijn.

Het bouwvlak waarbinnen deze woningen mogen worden gebouwd, zal ook op ten minste 50 meter van deze (huidige) boomteeltpercelen worden gesitueerd. Daarmee wordt voorkomen dat de woningen binnen de 50 meter richtafstand van deze percelen kunnen worden gebouwd. Deze 50 meter afstand is afkomstig uit jurisprudentie van de Raad van State, die stelt dat 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen over het algemeen niet onredelijk is. Bovendien wordt de planlocatie aan de randen voorzien van robuuste landschappelijke inpassing. Tussen het perceel met de bomenteelt en het plangebied betreft dit in ieder geval een struweelhaag met een minimale hoogte van 1 meter en een minimale breedte van 160 centimeter ter hoogte van de woonbestemmingen. De soorten welke worden toegepast in deze haag verliezen over het algemeen laat in het jaar het blad en zijn sterk vertakt, waardoor een dichte (groenblijvende)haag lang in het jaar kan worden gewaarborgd. Daarbij kan worden opgemerkt dat er nauwelijks gewasbeschermings- of bestrijdingsmiddelen in het najaar worden toegepast, op het moment dat de struweelhaag haar blad dus heeft verloren. Door de aanwezigheid van deze struweelhaag wordt voorkomen dat drift, mocht deze al ontstaan, tot aan de beoogde woningen reikt.

De planlocatie heeft dus in relatie tot omliggende gronden geen negatief effect van spuitzones. Ten aanzien van het aspect spuizones zijn er geen belemmeringen voor het initiatief. 4.7. Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen:

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

48

-

Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten (geur, stof, geluid en veiligheid) en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid). De planlocatie ligt in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging aan locaties gelegen aan een bebouwingslint.

In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. een tuincentrum en diverse agrarische bedrijven. De planlocatie is gelegen aan de Oude Veghelsedijk. Dit betreft een bebouwingslint welke het buitengebied met het dorp Vorstenbosch verbind. Tevens is de omgeving van de planlocatie aangeduid als een woonwerkontwikkelingsgebied. Conform de begripsbepaling van het vigerend bestemmingsplan zijn dit bebouwingsclusters, bebouwingslinten en/of kernrandzones. Dit onderbouwd dus het gegeven dat er sprake is van een ‘gemengd gebied’, waardoor de richtafstanden per milieuaspect één afstandsstap kan worden verlaagd. Rondom het plangebied zijn binnen de bestemming ‘Agrarisch’ diverse bouwvlakken aanwezig met ieder een eigen functieaanduiding. Zo zijn er enkele locaties met de functieaanduiding ‘wonen’ gelegen. Hier zijn bedrijfsmatige activiteiten uitgesloten, waardoor in het kader van bedrijven en milieuzonering deze locaties niet hoeven te worden bezien. Binnen een afstand van 200 meter van het plangebied zijn enkele agrarische en niet-agrarische bedrijfslocaties gelegen. In de volgende tabel worden deze nader toegelicht met bijbehorende milieucategorie en richtafstanden, conform het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Voor veehouderijen is het aspect geur het meest bepalend.

In de navolgende paragraaf wordt specifiek getoetst aan de wetgeving die van toepassing is voor veehouderijen. De afstanden vanaf deze bedrijven tot de beoogde woonfuncties en bouwvlakken zijn in beeld gebracht. In onderstaande afbeelding zijn de beoogde bouwvlakken en woonfuncties aangegeven. In de verbeelding van he bestemmingsplan zijn de lichtrode zones opgenomen met de functieaanduiding ‘geen gevoelige functies toegestaan’. Dit is ook zodanig beschreven in de regels behorende bij dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

49

Figuur 23: Beoogde woonfuncties, waarbij de rooilijn ook geldt als bouwvlakgrens in dit nieuw voorliggend bestemmingsplan Tabel 1: Omliggende bedrijven met richtafstanden Adres

Oude 24 Oude 45 Oude 16 Oude 47

functie

Soort bedrijf

Milie u cat.

Richtafsta nd

Veghelsedijk

‘Agrarisch bedrijf’

2

10 meter

Veghelsedijk

‘Agrarisch bedrijf’

Grondgebonden bedrijf* schapenhouderij

Feitelijke afstand tot beoogde bouwvlakke n 10 meter

3.1

30 meter**

30 meter

Veghelsedijk

‘Specifieke vorm van bedrijf – tuincentrum/hoveniersbedrijf ‘Intensieve veehouderij’

hoveniersbedrijf

3.1

30 meter

97 meter

varkenshouderij

4.1

100 meter

160 meter

Veghelsedijk

* Uit de informatie van ruimtelijkeplannen.nl kan niet worden opgemaakt wat voor agrarisch bedrijf exact wordt geëxploiteerd aan de Oude Veghelsedijk 24. Wel kan uit vergunningen worden opgemaakt dat hier tot in 2013 een rundveehouderij actief is geweest, maar dat in dat jaar ook de vergunning hiervoor is ingetrokken. Er zijn op locatie dus geen rechten meer aanwezig om hier bedrijfsmatig vee te houden. Eveneens heeft deze locatie geen vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming. Omdat er toch op locatie een grondgebonden agrarisch bedrijf kan worden geëxploiteerd, wordt er voor de volledigheid uitgegaan van een teeltbedrijf conform milieucategorie 2 uit de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering. Om voldoende afstand te waarborgen tot de mogelijk aanwezige functie aan de Oude Veghelsedijk 24, wordt het beoogd bouwvlak waarbinnen de nieuwe woning kan worden gebouwd op minimaal 10 meter afstand geplaatst van het bouwvlak aan de Oude Veghelsedijk 24. Hiermee wordt voorkomen dat het bedrijf wordt belemmerd en dat er een onacceptabel woon- en leefklimaat ontstaat ter plaatse van de beoogde woningen.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

50

Als het bedrijf aan de Oude Veghelsedijk 24 een nieuwe milieutoestemming aanvraagt voor het houden van dieren moet hoogstwaarschijnlijk ook een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd vanwege stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000gebieden. Omdat er momenteel geen stikstofrechten aanwezig zijn (er is geen huidige milieutoestemming) dient het bedrijf elders stikstofrechten te verkrijgen door aankoop bij bijvoorbeeld stoppende bedrijven. Daarnaast is de bedrijfslocatie ook in de provinciale verordening ook gelegen in de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’. Binnen ‘beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van bebouwing ten behoeve van een veehouderij niet toegestaan. Het is de vraag of de bestaande bebouwing aan de Oude Veghelsedijk 24 mag worden gebruikt voor de huisvesting van vee omdat de milieutoestemming al meer dan 8 jaar is ingetrokken. Wanneer dit niet meer kan, is oprichting van een veehouderij op deze locatie niet meer mogelijk. Binnen de aanduiding stalderingsgebied is uitbreiding van bebouwing voor de huisvesting van hokdieren (veehouderij met uitzondering van melkrundvee en schapen) ook niet rechtstreeks toegestaan. Uitbreiding is enkel mogelijk wanneer stalderingsmeters worden aangekocht (en uitbreiding binnen de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ is toegestaan).

Gelet op bovenstaande is het onwaarschijnlijk dat er aan de Oude Veghelsedijk 24 nog een veehouderij kan worden opgericht. Wat resteert is een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een tuinbouw- of akkerbouwbedrijf waarvoor milieucategorie 2 geldt. ** Een schapenhouderij behoort tot het type ‘overige graasdieren’. Ten aanzien van het aspect geur geldt een richtafstand van 50 meter. Echter is voor wat betreft het aspect geur niet de VNG-publicatie de juiste wetgeving. Dit is de Wet geurhinder en veehouderij. In de volgende paragraaf wordt uitgebreid op het aspect geur ingegaan ten aanzien van de veehouderij aan Veghelsedijk 45. De resterende omgevingsfactoren stof, geluid en gevaar bepalen dan ook de 30-meter richtafstand. Hieraan voldoet het voorgenomen initiatief. Gelet op bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat de beoogde woonfuncties op voldoende afstand zijn gelegen van omliggende bedrijven. Er wordt voldaan aan de richtafstanden conform de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering. Hiermee is enerzijds een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woonfuncties gewaarborgd, alsmede dat de bedrijven niet worden belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden.

Dagbesteding

De dagbesteding binnen het bijgebouw op de planlocatie 58 kan volgens VNG-publicatie worden ingedeeld bij ‘Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’. En heeft een bijbehorende milieucategorie: ie 1. Tabel 2: Richtafstanden nevenactiviteit dagbesteding binnen gemengd gebied Bedrijfsomschrijving Cat. Geur Stof Geluid Gevaar Artsenparktijken, klinieken en dagverblijven 1 0 meter 0 meter 0 meter 0 meter Door de beoogde ontwikkeling op de planlocatie worden de omliggende gevoelige objecten niet belemmerd. De zorggerelateerde dagbesteding is van dusdanige kleine aard en liggend in gemengd gebied, waardoor er geen milieu-richtafstanden gelden. Ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er met de beoogde situering van de woonfuncties geen belemmeringen voor het initiatief. 4.8. Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd.

Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a. Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen?

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

51

b. Is ter plaatse van de planlocatie een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?

4.8.1. Omgekeerde werking

Binnen het plangebied worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. De voormalige bedrijfswoning zal op termijn worden gesloopt, waarvoor één nieuwe burgerwoning wordt teruggebouwd. Daarnaast wordt er één ruimte-voor-ruimte kavel gerealiseerd met daar de mogelijkheid tot het bouwen van één woning. Ten eerste is het van belang om te bepalen of deze nieuwe woningen geurgevoelige objecten worden opgericht welke een onevenredige belemmering kunnen vormen voor omliggende veehouderijen. Zoals in de paragraaf hiervoor is aangegeven zijn er twee veehouderijen in de nabijheid van het plangebied gelegen, te weten de schapenhouderij aan de Oude Veghelsedijk 45 en de varkenshouderij aan de Oude Veghelsedijk 47. Deze twee veehouderijen worden in deze paragaaf in beschouwing genomen.

Veehouderij Oude Veghelsedijk 47

De varkenshouderij aan de Oude Veghelsedijk 47 is gelegen op circa 160 meter van het plangebied. In dit geval liggen er reeds bestaande geurgevoelige objecten dichter bij de deze veehouderij, dan de beoogde ruimte-voor-ruimte kavel en de om te zetten bedrijfswoning naar burgerwoning-kavel. Dit betreffen de woningen aan de Oude Veghelsedijk 24, 26 en 49. Die objecten zijn dan ook maatgevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij aan de Oude Veghelsedijk 47, niet de nieuwe woningen binnen het plangebied. Hierdoor zullen bestaande geurgevoelige objecten de veehouderijen ook altijd meer belemmeren dan de beoogde geurgevoelige objecten binnen het plangebied zullen doen. In het kader van de omgekeerde werking zijn er dan ook geen belemmeringen ten aanzien van de veehouderij aan de Oude Veghelsedijk 47. Veehouderij Oude Veghelsedijk 45 De twee nieuw te bouwen woningen zullen beiden geurgevoelige objecten betreffen. Wanneer er een nieuw geurgevoelig object wordt opgericht binnen de geurcontour of vaste afstand van een veehouderij, kan dat de ontwikkelingsmogelijkheden van die veehouderij belemmeren. Ten eerste wordt in beeld gebracht in hoeverre er emissiepunten van de veehouderij aan de Oude Veghelsedijk 45 aanwezig zijn, binnen 50 meter van de nieuw te bouwen woningen. Hierbij wordt de grens van het nieuwe bouwvlak getoetst.

In de volgende figuur is met gele stippellijn de bouwvlakgrens weergegeven. De nieuw te bouwen woningen mogen nooit voorbij deze gele stippellijn worden gebouwd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt heeft het niet de voorkeur, wanneer niet noodzakelijk, om de beoogde woningen verder naar achteren te bouwen. Uit de bijbehorende paarse cirkels, die met een contour van 50-meter van deze gele stippellijn zijn ingetekend, blijkt dat er een gedeelte van de paarse cirkels over het bouwvlak van de Oude Veghelsedijk 45 is gelegen. Daarbij kan worden opgemerkt dat er binnen die paarse cirkel (50 meter zone) met zekerheid geen bestaande emissiepunten zijn gelegen. Het meest dichtbijgelegen bedrijfsgebouw aan de Oude Veghelsedijk 45 ligt namelijk op een afstand van minimaal 53 meter van de beoogde bouwvlakgrens (gele stippellijn) van de nieuwe woningen. Het is overigens aannemelijk dat het werkelijke emissiepunt van deze veehouderij op ongeveer 90 meter van het nieuwe bouwvlak ligt.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

52

Figuur 24: Met gele stippellijn beoogde bouwvlakgrens aangegeven, daaruit de 50-meter geurcontour beoogde woningen (paarse cirkel) en beoogde woningen (paarse cirkel), met gele stippellijn beoogde bouwvlakgrens/functiegrens wonen

Toch ligt de 50-meter zone vanaf de bouwgrens van de nieuwe woningen dus over het bouwvlak van Oude Veghelsedijk 45. Desalniettemin wordt dit bedrijf niet onevenredig, ofwel extra dan voorheen, in haar ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Hiervoor wordt in beeld gebracht in hoeverre de veehouderij aan de Oude Veghelsedijk 45 nu al wordt belemmerd door de aanwezigheid van de bestaande woningen binnen het plangebied en omgeving. Hieruit wordt duidelijk dat de nieuwe woningen niet zorgen voor een grotere belemmering. De bestaande bedrijfswoning binnen het plangebied, bekend onder Oude Veghelsedijk 22, is een geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wgv moet de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij, ten minste 50 meter bedragen indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt. Deze afstand moeten veehouderijen in de omgeving in de bestaande situatie dus al in acht nemen ten opzichte van het plangebied.

In de bovenstaande figuur is met de rode cirkels een 50-meter contour weergegeven vanaf de bestaande bedrijfswoning Oude Veghelsedijk 22 (als de woning op deze locatie niet herbouwd zou worden, dan zou dit ook het leidende contour blijven) en tevens vanuit de Oude Veghelsedijk 26. Hieruit wordt duidelijk binnen welk gebied van het bouwvlak aan de Oude Veghelsedijk 45 geen geuremissiepunten aanwezig mogen zijn dan wel opgericht worden. De rode cirkels geven dit gebied met beperkingen weer. De rode cirkel overlapt een groter gedeelte van het bouwvlak van de Oude Veghelsedijk 45 dan dat de paarse cirkel dit bouwvlak overlapt. Dit wil dus zeggen dat de bedrijfsvoering van de veehouderij in de huidige situatie meer wordt beperkt dan dat het geval zal zijn in de nieuwe situatie na realisatie van de beoogde ontwikkeling. De ‘belemmerende zone’ wordt dus Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

53

juist kleiner, wat dus een positief gevolg is voor de veehouderij. Door de beoogde ontwikkeling zijn er hierdoor geen onevenredige negatieve effecten vanuit de wet geurhinder en veehouderij. Vanuit het oogpunt van de omgekeerde werking is de ontwikkeling daarmee als acceptabel te definiëren. Door de situering van de nieuwe woningen zijn er in het kader van de omgekeerde werking dan ook geen belemmeringen ten aanzien van omliggende veehouderijen.

4.8.2. Woon- en leefklimaat

In onderhavige paragraaf is een onderbouwing geschreven voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aan de Oude Veghelsedijk 22 te Vorstenbosch. Voor de toetsing van het woon- en leefklimaat vindt een afweging plaats tussen de voorgrondbelasting en achtergrondbelasting van veehouderijen in de omgeving van het plangebied. Voorgrondbelasting De voorgrondbelasting is de belasting van de meest bepalende veehouderij, op basis van de geurberekening voorgrond van de locaties aan de Oude Veghelsedijk 45 en 47, kan worden geconcludeerd worden dat het bedrijf aan de Oude Veghelsedijk 47 het meest bepalend is. De rekengegevens en resultaten voor de voorgrondbelasting in het kader van het woon- en leefklimaat zijn opgenomen in de bijlage. Achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting verstaan als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting van de omliggende veehouderijen (binnen en straal van 2 kilometer) op de projectlocatie wordt berekend met het programma V-stacks Gebied. De gegevens van de veehouderijen in de omgeving van het onderzoeksgebied zijn verkregen uit het provinciale veehouderijen-bestand I-GO (KRD) (datum 18-072023), hierbij zijn alle veehouderijen in de gemeente Bernheze, Maashorst en Meierijstad opgenomen in het rekenmodel.

Het rekenprogramma berekend zelfstandig welke bronnen binnen 2 kilometer van het onderzoeksgebied zijn gelegen. Deze veehouderijen kunnen invloed hebben op de achtergrondbelasting. De volledige rekengegevens en rekenresultaten voor de locatie zijn in de bijlage toegevoegd. Analyse Met beide berekeningen kan het woon- en leefklimaat worden bepaald. Op basis van de meest bepalende belasting kan een percentage geurgehinderden worden bepaald waarna dit percentage kan worden uitgedrukt in een woon- en leefklimaat. Voor de meest bepalende belasting geldt als vuistregel dat de voorgrondbelasting maatgevend is indien deze tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Het percentage geurgehinderden wordt bepaald met behulp van een Excelsheet uit de handreiking Wet geurhinder en veehouderij (zie infomil.nl). In onderstaande tabel is de achtergrondbelasting en voorgrondbelasting weergegeven waarna ook het percentage geurgehinderden is bepaald.

Tabel 3: berekening percentage geurgehinderden

1 2 3 4

Voorgrondbelasting (Oue/s)

Achtergrondbelasting (Oue/s)

Meest bepalende belasting

Percentage geurgehinderde

Milieukwaliteit

7,0 3,4 3,7 6,8

11,50 9,28 9,30 11,42

Voorgrond Achtergrond Achtergrond Voorgrond

16% 11% 11% 15%

Matig Redelijk goed Redelijk goed Matige

Het RIVM hanteert bij haar milieurapportages voor het aspect geurhinder onderstaande milieukwaliteitscriteria:

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

54

Uit bovenstaande blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gekeken naar de achtergrondbelasting. Op deze punten (punten 2 en 3) is namelijk sprake van een redelijk goed woonen leefklimaat. Als er gekeken wordt naar de meest bepalende voorgrondbelasting ter plaatse van punten 1 en 4, is er sprake van een ‘matig’ woon- en leefklimaat conform het percentage geurgehinderde. Echter zoals op onderstaande afbeelding is te zien, ligt de grens van een redelijk goed woon- en leefklimaat net achter de punten 1 en 4, zie de rode lijn in onderstaande afbeelding. Het valt hierbij op te merken dat de beoogde woningen worden gerealiseerd achter deze lijn. Er zal derhalve ten alle tijden sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Daarnaast is in de geurverordening van de gemeente Bernheze beschreven dat zolang de achtergrondbelasting geur als ‘voldoende’ wordt beschouwd, er in beginsel sprake is van een ‘acceptabel woon- en leefklimaat’. De achtergrondbelasting geur blijft ruimschoots onder de 20 OuE en is daarmee volgends de beleidsregel van de gemeente Bernheze aan te merken als ‘voldoende’.

Tevens kan worden opgemerkt dat initiatiefnemers zelf gaan bouwen op locatie en zich volledig bewust zijn van het feit dat ze in het landelijke gebied gaan wonen in de nabijheid van agrarische bedrijven en met het desbetreffende woon- en leefklimaat. Ten aanzien van het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling.

Figuur 25: Resultaten woon- en leefklimaat voorgrondbelasting

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

55

4.9. Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). In de Wet luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) worden beleidsmatig relevant geacht. Er dient te worden aangetoond dat het woonen leefklimaat ten aanzien van deze stoffen ter plaatse aanvaardbaar is en als gevolg van de beoogde ontwikkeling in de omgeving aanvaardbaar blijft.

4.9.1. Niet in betekenende mate

Indien ontwikkelingen binnen de planlocatie gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt. Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht, hoeft een plan niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen.

Voor de volgende categorieën in de Regeling NIBM kan getoetst worden aan of een plan NIBM bijdraagt: - Categorie woningbouwlocaties; - Categorie kantoorlocaties; - Combinatie van woningbouw en kantoren; - Categorie inrichtingen. Het initiatief betreft het creëren van één nieuwe ruimte-voor-ruimte kavel en één omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning. De ontwikkeling behoort derhalve tot de categorie woningbouwlocaties. Voor woningbouwlocaties geldt dat deze NIBM zijn wanneer het netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, in geval van één ontsluitingsweg (bijlage 3A, Regeling niet in betekende mate bijdragen). Aangezien met het initiatief slechts sprake is van twee woningen, wordt dus ruimschoots voldaan aan de NIBM-grens. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het initiatief.

4.9.2. Woon- en leefklimaat

Op grond van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt daarnaast een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Indien aan deze grenswaarden wordt voldaan, mag worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit aanvaardbaar is. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie binnen de planlocatie is

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

56

conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 16,75 μg/m3, voor PM2,5 9,468 μg/m3 en voor NO2 13,4 μg/m3, zie figuur 26.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

57

Figuur 26: Uitsnede GCN-kaarten

Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.10. Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) vormt sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. In de Wgh is bepaald dat voor locaties in een bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting dient te worden onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen of industrieterreinen gelegen. Het plangebied is wel gelegen binnen de geluidszones van de Oude Veghelsedijk. Leijgraafweg en de Dorpsrand. Binnen de geluidszones is aandacht vereist voor de geluidsbelasting op de gevel van woningen. Met betrekking tot wegverkeerslawaai dient de gevelbelasting derhalve in beeld gebracht te worden. Indien de maximale snelheid op een weg maximaal 30 km/h bedraagt hoeft de akoestische situatie niet onderzocht te worden. In dat geval gaat de Wgh er van uit dat gezien een lage verkeersintensiteit en lage verkeerssnelheid altijd voldaan wordt aan de normen. De Dorpsrand betreft een 30 km/h weg.

De Leijgraafweg betreft een onverhard pad, waardoor ook hier aannemelijk is dat hier weinig verkeersbewegingen plaatsvinden, waardoor deze weg niet akoestisch relevant is. Binnen overige geluidszones dient getoetst te worden aan de normstelling van de Wgh, rekening houdend met 2 dB aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh. De hoogst toelaatbare geluidbelasting wordt gesteld op 48 dB. Eventueel kan een hogere grenswaarde worden afgegeven van maximaal 53 dB, indien voldaan wordt aan de criteria voor een hogere grenswaarde. De vrijkomende bedrijfswoning betreft een reeds bestaand geluidsgevoelig object in het kader van de Wgh. Dit verandert met de beoogde ontwikkeling niet. Echter zal deze woning na verloop van tijd worden herbouwd, waarna het wel een nieuw geluidgevoelig object betreft. De nieuw te realiseren ruimte-voor-ruimte woning betreft daarentegen tevens een nieuw geluidgevoelig object. Derhalve is voor de gehele planlocatie de geluidbelasting afkomstig van de Oude Veghelsedijk onderzocht door het onderzoeksbureau K+ Adviesgroep. Uit de berekening blijkt dat vanwege wegverkeerslawaai van de Oude Veghelsedijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zal worden overschreden. De overschrijding bedraagt maximaal 3

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

58

dB. Er zal een hogere waarde procedure moeten worden doorlopen. Straks zal bij het indienen van de bouwaanvraag voor de beide woningen een aanvullend onderzoek moeten worden bijgevoegd waarmee blijkt dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie zal voldoen aan gestelde eis, zie afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. Er kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen zijn in het kader van dit bestemmingsplan. 4.11. Verkeer en parkeren Binnen de planlocatie dient een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. De planlocatie ligt aan de Oude Veghelsedijk. De weg wordt aan de noordelijke zijde ontsloten aan diverse woningen in het dorp van Vorstenbosch. Aan de zuidzijde wordt de weg ontsloten door de Oude Vorstenbosschedreef en de Derpt. Deze ontsluitingsroutes beschikken over voldoende capaciteit om verkeersbewegingen met voornamelijk lichte motorvoertuigen af te wikkelen. Er zullen de beoogde situatie namelijk voornamelijk personenvervoersmiddelen van en naar de inrichting bewegen. De verkeersbewegingen van en naar de inrichting zullen dus vele malen lager liggen dan dat het geval is bij het bestaand agrarisch bedrijf, welke door deze ontwikkeling volledig wordt gesaneerd en beëindigd.

Er dient tevens voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid. Hiervoor heeft de gemeente Bernheze in 2015 de ‘Parkeernormennota’ vastgesteld. Conform deze nota dient voor meerpersoonswoningen in het buitengebied met een omvang groter dan 60 m 2 voorzien te worden in minimaal twee parkeerplaatsen. Bij alle twee de woningen binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in tenminste twee parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. De aanleg van de parkeerplaatsen bij de twee op te richten woningen wordt met een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit plan. De beoogde ontwikkeling vormt dus geen belemmering voor wat betreft het aspect parkeren. De beoogde ontwikkeling vormt dus geen belemmering voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren. 4.12. Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.

4.12.1. Achtergrond

De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

59

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10 -6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn.

Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar. Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

4.12.2. Toetsing aan beleid

De toetsingskaders uit het Bevi, het Bevt en het Bevb zijn vervat in de gemeentelijke beleidsvisie ten aanzien van externe veiligheid. In navolgende paragraaf is een beschrijving van dit toetsingskader opgenomen. Vervolgens wordt de van toepassing zijnde overige wet- en regelgeving beschreven. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Deze beleidsvisie bevat echter geen gebiedstypering of aanvullende voorwaarden, die gehanteerd dienen te worden bij de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.

4.12.3. Verantwoording

In onderstaande figuur is een uitsnede van de landelijke risicokaart opgenomen.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

60

Figuur 27: Uitsnede risicokaart

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (wonen) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij de planlocatie. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op de planlocatie. Het plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien de planlocatie niet binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit project geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Zoals uit de risicokaart blijkt zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen transportroutes gelegen waarvoor veiligheidsafstanden gelden. Wel is het plangebied gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer van de Rijksweg A50.

In de nabijheid van het plangebied betreffen dit de volgende wegvakken: • circa 3 kilometer tot wegvak B86 - A50: afrit 14 (Zeeland) - afrit 13 (Volkel); • circa 1,5 kilometer tot wegvak B139 - A50: afrit 13 (Volkel) - afrit 12 (Veghel Noord); • circa 1,5 kilometer tot wegvak B87 - A50: afrit 12 (Veghel Noord) - afrit 11 (Veghel); Voor al deze wegvakken geldt dat er geen plasbrandaandachtgebieden van toepassing zijn en tevens geen plaatsgebonden risicocontouren PR 10-6. Het invloedsgebied 1% letaliteit reikt niet verder dan 355 meter ten aanzien van stofcategorie GF3. Het invloedsgebied van deze wegvakken reikt dan ook niet over het plangebied. Ten aanzien van het aspect Bevt is een verdere beoordeling dan ook niet van toepassing.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

61

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Bernheze” is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.

Conclusie

Gelet op bovenstaande onderbouwing zijn er ten aanzien van het aspect externe veiligheid een belemmeringen voor het omzetten van de agrarische bestemming naar wonen t.b.v. de wijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning en de ruimte-voor-ruimte ontwikkeling. 4.13. Technische infrastructuur In of nabij de planlocatie liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLICmelding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van de planlocatie in beeld te brengen. Binnen de gemeente Bernheze is één hoogspanningskabel gelegen, ten oosten van de A50. Het betreft een 150 kV hoogspanningsleiding. De afstand tussen het plangebied en deze hoogspanningskabel bedraagt meer dan 4 kilometer. De hoogspanningsverbinding vormt derhalve geen risico voor de externe veiligheid binnen het plangebied. 4.14. Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken).

Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Er zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. De laatste onderzoeken dateren van 16 juni 2017 en 1 september 2018 en zijn vervolgonderzoeken op het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO), dat op 7 juli 2016 is gepubliceerd. In dit onderzoek is endotoxine in de (fijn)stof emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component gebleken voor luchtwegklachten. Gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen. Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Derhalve wordt een maximale endotoxinewaarde van 30 EU/m3 geadviseerd. Uit de vervolgonderzoeken is o.a. gebleken dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden.

Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de ontwikkeling.

1. Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): door de Gezondheidsraad is een advieswaarde van 30 EU/m³ voorgesteld, welke door de GGD en het Ondersteuningsteam is overgenomen. Rondom 500 meter van individuele pluimveehouderij is een overschrijding van deze advieswaarde mogelijk. Bij individuele varkenshouderijen is deze overschrijding tot op een afstand van 200 meter mogelijk. Uit paragraaf 4.8 blijkt de dichtstbijzijnde intensieve veehouderij ten opzichte van de planlocatie ligt aan Oude Veghelsedijk 47 op een afstand van circa 160 meter. Dit betreft een varkenshouderij. Voor de varkenshouderijen wordt aangesloten bij de correlatie behorende bij vleesvarkens. Er is geen pluimveehouderij binnen 500 meter van de planlocatie gelegen.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

62

Vleesvarkens Y = P1 * ln(x) – P2 P1 = 60,0608184 P2 = 231,712643 X = PM10 emissie (kg/jaar) Y = afstand (m) Aan de hand van de fijnstofemissie PM10 van het bedrijf kan met deze formule worden berekend op welke afstand wordt voldaan aan de adviesgrenswaarde. De totale fijnstofemissie van de bedrijf resulteert in de volgende richtafstand: 60,0608184 * ln(179 kg/j) - 231,712643 = 79,8 m Het bouwvlak van de varkenshouderij aan de Oude Veghelsedijk 47 ligt op 160 meter van de planlocatie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de planlocatie voldaan kan worden aan de adviesgrenswaarde voor endotoxinen van 30 EU/m3.

2. Leidt de ontwikkeling tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak? De ontwikkeling leidt niet tot een toename van emissie van geur, fijnstof of ammoniak. De ontwikkeling voorziet namelijk in de beëindiging van een voormalige veehouderij en de ontwikkeling van twee woonfuncties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6c0b0a58-0a0e-4a7b-9537-d1c8ff500ea4