CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch_Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 8 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch28.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De herbestemming van het agrarische bouwvlak naar ‘wonen’ met behoud van een oppervlakte van 500m 2 bijgebouwen is een categorie 3 ontwikkeling. Hiervoor is dus een landschappelijke kwaliteitsverbetering vereist is. Dit houdt ook in dat 20% van de bestemmingswinst in kwaliteitsverbetering moet worden gestoken. Hetgeen duurzaam gesloopt wordt (en waar geen bebouwing terugkomt of terug kan komen) mag onderdeel zijn van de landschappelijke kwaliteitsverbetering. In figuur 10 komt de berekening kwaliteitsinvestering aan bod. Daarbij moet tevens worden opgemerkt dat er in de berekening kwaliteitsverbetering een aantal bomen zijn opgenomen. Hiermee wordt de benodigde investering op basis van redelijkheid behaald. Echter bevat het landschappelijk inpassingsplan nog meer groenelementen welke op locatie zullen worden aangeplant. Omdat met een aantal bomen al aan de benodigde investering wordt voldaan, zijn deze andere groenelementen niet meer opgenomen in de berekening kwaliteitsverbetering. Het plan voorziet dus echter wel in nog meer landschappelijke verbetering, dan dat deze berekening feitelijk laat zien. Waardevermeerdering Waarde bestaand bouwvlak bij agrarische bedrijfwoning agrarisch bouwvlak ten behoeve van potentiële Ruimte-voor-Ruimte woning overig agrarisch bouwvlak agrarische grond Totaal waarde bestaand:

Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 750 m² € 70,00 = 2257 m² € = 6098 m² € 20,00 = 5145 m² € 5,50 = 14250 m²

Totaalprijs € 52.500 € € 121.960 € 28.298 € 202.758

Waarde nieuw Bouwvlak bij wonen tot 500m² Bouwvlak bij wonen 500-1000m² Bouwvlak bij wonen 1000-2000m² Bouwvlak bij wonen >2.000m² bouwvlak bij Ruimte-voor-Ruimte woning groen agrarische grond Totaal waarde nieuw:

Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 500 m² € 250,00 = 500 m² € 125,00 = 1000 m² € 25,00 = 20 m² € 10,00 = 2257 m² € = 0 m² € 1,00 = 9973 m² € 5,50 = 14250 m²

Totaalprijs € 125.000 € 62.500 € 25.000 € 200 € € € 54.852 € 267.552

Waardevermeerdering

€ 267.552

Investering Investering op basis van redelijkheid

20%

-

€

202.758 =

€

64.794

€

64.794

€

12.959

Figuur 10: Berekening kwaliteitsinvestering op basis van bestemmingen

De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov. De landschappelijke inpassing, de landschappelijke kwaliteitsverbetering, de bijbehorende berekening en het erfbeplantingsplan is voor de ontwikkeling en plangebied gemaakt en is te vinden in bijlage 1.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

24

Landschappelijke waarden in groenblauwe mantel (artikel 3.32) In artikel 3.32 van de Iov zijn voorwaarden opgenomen voor landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel. Zie onderstaande toetsing aan deze voorwaarden:

Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;

De beoogde ontwikkeling betreft de ontmanteling en herbestemming van een bouwvlak voor de intensieve veehouderij. Dit zal bijdragen aan de natuur-, bodem- en waterfuncties binnen de structuur groenblauwe mantel. Tevens wordt het her te bestemmen bouwvlak voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Door het combineren van het initiatief met een goede landschappelijke inpassing zullen geen negatieve effecten ontstaan op de ontwikkeling van de natuurwaarden in de groenblauwe mantel.

b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; In de regels wordt geborgd dat de landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel niet zullen worden aangetast.

c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

In de regels wordt geborgd dat er geen intensieve veehouderij kan worden gevestigd. Vanwege de woonbestemming zal het bouwvlak worden verkleind, de milieuvergunning ingetrokken en de oppervlakte bebouwing ook verder worden gelimiteerd. Door de beoogde ontwikkeling te combineren met een goede landschappelijke inpassing zal de ontwikkeling zelfs een positieve bijdrage leveren aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Deze landschappelijke inpassing zal worden aangelegd, beheert en onderhouden.

Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. In de bijlage is zowel een ecologisch onderzoek toegevoegd alsook een landschappelijk inpassingsplan. De ontwikkeling is afgestemd op de ecologische en landschappelijke kwaliteiten op het plangebied en haar omgeving. Door de realisatie van het landschappelijk inpassingsplan zullen de ecologische- en landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied en omgeving.

Ontwikkeling van niet agrarische functies (paragraaf 3.6.7)

Paragraaf 3.6.7 bevat de voorwaarden voor de ontwikkeling van niet agrarische functies in het landelijk gebied. Het initiatief moet getoetst worden aan artikel 3.68, 3.69 en 3.80.

Wonen in landelijk gebied (artikel 3.68 & 3.69)

In artikel 3.68 van de Iov is opgenomen dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Met het initiatief wordt de (voormalige) bedrijfswoning herbouwd binnen het bouwperceel en wordt deze bestaande woning gesloopt. In afwijking van artikel 3.68 kan het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning mogelijk worden gemaakt als is verzekerd dat:

1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt;

Er is in de beoogde situatie geen sprake van een splitsing van het bouwperceel. De ene kavel betreft de herbestemming van het agrarisch bouwvlak, de andere kavel is een ruimte-voorruimtekavel waarvoor een titel zal worden aangekocht. Dit is mogelijk omdat de planlocatie binnen een bebouwingsconcentratie is gelegen. De gehele ontwikkeling past overigens binnen de contouren van het voormalige, agrarische bouwvlak.

2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.

Alle aanwezige en sterk verouderde varkensstallen en bijbehorende agrarische voorzieningen worden gefaseerd gesaneerd, zelfs de bedrijfswoning. Er is hiermee geen sprake van overtollige bebouwing. Bij deze kavel zal wel 500 m2 aan bijgebouwen worden toegestaan, conform afspraken en het VAB-beleid van de gemeente Bernheze.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

25

Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor wonen in het landelijk gebied.

Maatwerkbepalingen (paragraaf 3.7) Ruimte-voor-ruimte (artikel 3.79) In artikel 3.79 van de Iov zijn de voorwaarden opgenomen voor realisatie van ruimte-voor-ruimte kavels in het landelijk gebied. Dit is toegestaan indien (lid 1):

a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ;

Door de koop van een ruimte-voor-ruimte titel bij de ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voorruimte is een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit bewerkstelligd. Zie voor een uitgebreide beschrijving hierover artikel 3.9 van deze paragraaf. Het bewijsstukkendossier van de aankoop van de ruimte-voor-ruimte is aangeleverd voor het vaststellen van het bestemmingsplan. De ruimte-voor-ruimte titel is bijgevoegd in de bijlage.

b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit , derde Lid; (lid 3 stelt: Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie.)

Als naar de definitie van een bebouwingsconcentratie zoals opgenomen in de Iov NoordBrabant wordt gekeken, ligt de locatie in een bebouwingsconcentratie. Een bebouwingsconcentratie betreft namelijk een ‘kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster’. Er is sprake van een kernrandzone/bebouwingslint, een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing buiten (en aangrenzend aan) bestaand stedelijk gebied. De Oude Veghelsedijk betreft een uitloper van de kern Vorstenbosch, welke doorloopt tot de kern van Veghel. Het plangebied ligt op een afstand van circa 60 meter van de kern van Vorstenbosch, waardoor de bebouwingsconcentratie in de nabije omgeving van het plangebied relatief hoog is. Het plangebied ligt als het ware in de periferie van Vorstenbosch. Woningen, VAB-locaties en agrarische bedrijven komen hier naast elkaar voor. Tevens is sprake van een bestaand bouwperceel. Er is dus niet sprake van een ‘uitbreiding’ van het bebouwingslint, maar als het ware van een ‘inbreiding’. Daarnaast is uit gesprekken met de gemeente gebleken dat het erg aannemelijk is dat in de zone rondom de planlocatie in de toekomst nog meer woningen worden toegevoegd in de overgangszone naar het landelijk gebied, als hier voldoende kwaliteitswinst tegenover staat. Zie tevens de onderbouwing in het gemeentelijk beleid. De gemeente duidt het gebied aan als een kernrandzone.

Een kernrandzone is volgens de gemeente een plek waar mogelijk een RvR-woning zou kunnen komen, als het een kwalitatief voordeel oplevert. Door de sanering van de intensieve veehouderijlocatie wordt dit kwalitatieve voordeel behaald. Zo is de locatie gelegen in een woonwerkontwikkelingsgebied, aldus het vigerend bestemmingsplan van de gemeente Bernheze. Dit geeft dan ook aan dat het in dit gebied een voorstelbare ontwikkeling is om kleinschalige woningbouw op een bestaand bouwperceel toe te staan. Tevens grenst de planlocatie direct tegen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ zoals opgenomen in de Iov. De ligging van de planlocatie in een kernrandzone/bebouwingslint maken het een planologisch aanvaardbare locatie voor woningbouw.

c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77.

Zoals in vorengaande alinea is beschreven heeft de gemeente het gebied aangewezen als een kernrandzone van Vorstenbosch. Het is voor de gemeente voorstelbaar om in dergelijke zones

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

26

ruimte voor ruimte woningen op te richten, mits hier kwaliteitswinst tegenover staat. De gemeente heeft ter kennis gegeven dat het saneren van de intensieve veehouderij op locatie dusdanig waardevol is voor de kernrandzone, dat het oprichten van een nieuwe ruimte voor ruimte woning hier passend is binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De sanering van de intensieve veehouderij zorgt namelijk voor een verbetering van de milieukundige situatie in de kernrandzone (geur, stof, geluid, etc.). Gelet op de korte ligging op de kernrand, geeft dit de gemeente ook weer mogelijkheden om deze kernrandzone desgewenst verder te ontwikkelen. Het gebied ligt niet langer meer “op slot” door de aanwezigheid van de intensieve veehouderij op de planlocatie. Door de toevoeging van één ruimte-voor-ruimte woning binnen het plangebied is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een bestaand bouwperceel. Er is dus sprake van een zogenaamde ‘inbreidingslocatie’. In hoofdstuk 4 wordt aangetoond dat de ontwikkeling milieukundig en ruimtelijk passend is binnen het gebied. Tot slot kan worden opgemerkt dat de ruimte voor ruimte kavel wordt voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Gezien het feit dat er een Ruimte-voor-Ruimte titel wordt aangekocht, welke wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan voor vaststelling, is verdere toetsing aan de regels niet benodigd.

Gezien bovenstaande toetsing kan worden geconcludeerd dat het realiseren van één Ruimte-voor-Ruimte woning op het perceel aan de Oude Veghelsedijk 22 past binnen artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening. Conclusie Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie, de visie kernrandzones, het landschapsbeleidsplan, de woonvisie, de beleidsnotitie aanpak VAB en het bestemmingsplan.

3.3.1. Structuurvisie Bernheze

In februari 2010 heeft de gemeente Bernheze de Structuurvisie Bernheze openbaar gemaakt, waarin in hoofdlijnen het ruimtelijke beleid van de gemeente staat gebundeld. Het Ruimtelijk Casco vormt hierin het ontwikkelingskader voor concrete plannen en projecten zoals het beoogde initiatief.

Figuur 11: Kaartbeeld Ruimtelijk Casco (rode cirkel is plangebied)

Conform de kaart van het Ruimtelijk Casco is het plangebied gelegen in de nabijheid van het occupatiegebied ‘dorpen’ en binnen het ‘halfopen landschap’. De dorpen vervullen een belangrijke rol Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

27

voor het accommoderen van de toekomstige ruimtevraag, waarbij herstructurerings- en intensiveringsprocessen in beginsel overal binnen dit woongebied mogelijk is. Wel dient aangesloten te worden op de kwaliteiten en mogelijkheden van de omgeving van het gebied. Het initiatief betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling welke bijdraagt aan de sanering van een intensieve veehouderij, zorgt voor ‘ontstening’ en draagt bij aan de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Middels een zorgvuldige landschappelijke inpassing wordt de verwevenheid met het omliggende landschap versterkt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het initiatief aansluit bij de structuurvisie van de gemeente Bernheze.

3.3.2. Omgevingsvisie Bernheze 2040

Op 28 september 2023 heeft de gemeente Bernheze de ‘Omgevingsvisie Bernheze 2040’ ter ontwerp gelegd. De omgevingsvisie Bernheze 2040 is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven toetst de gemeente op basis van deze omgevingsvisie. De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema’s. In deze uitwerking vertalen we de opgaven naar ambities en doelen. De vijf thema’s zijn: 1. Gezonde leefomgeving 2. Leefbare kernen 3. Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit 4. Vitale en duurzame landbouw en economie 5. Kwaliteit landschap en erfgoed De gemeente Bernheze omschrijft in de omgevingsvisie dat vrijkomende agrarische erven hergebruikt kunnen worden en benut kunnen worden om kwaliteit te behouden of toe te voegen aan het buitengebied. Deze erven bieden kansen voor nieuwe (gezamenlijke) kleinschalige woonvormen/gemeenschappen. In het buitengebied biedt de gemeente ruimte voor kleinschalige woonlocaties en alternatieve woonvormen. De gemeente stelt wel als voorwaarde dat bewoners er akkoord mee dienen te gaan dat het wonen in een agrarische omgeving mooi is maar soms ook wat ongemakken heeft.

Het initiatief bestaat uit de herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie waarbij bebouwing wordt gesloopt, de milieuvergunning wordt ingeleverd, een bouwvlak wordt gerealiseerd ten behoeve van een ruimte-voor-ruimtewoning en een bouwvlak wordt gerealiseerd ten behoeve van de herbestemming van de bedrijfswoning naar een burgerwoning. De herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie is passend binnen de omgevingsvisie Bernheze 2040. De ontwikkeling sluit hiermee aan bij de wensen en ambities van de gemeente.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

28

3.3.3. Visie kernrandzones en actualisatie bebouwingsconcentraties

Figuur 12: Kaartbeeld visie kernrandzones Vorstenbosch zuidoost (rode cirkel = plangebied)

De visie kernrandzones is opgesteld in 2007. Uit de visie 2007 blijkt dat de Oude Veghelsedijk deel uit maakt van de visie. Hierdoor is er sprake van een kernrandzone waardoor het beleidsmatig mogelijk is om een ruimte-voor-ruimtewoning te realiseren. Verder wordt in het landschappelijk inpassingsplan rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten zoals opgenomen in de visie. De beoogde ontwikkeling is beleidsmatig passend binnen de visie kernrandzones uit 2007.

Actualisatie visie bebouwingsconcentraties

De locatie Oude Veghelsedijk 22 maakte deel uit van de eerdere visie kernrandzones, maar is niet meegenomen in de geactualiseerde visie bebouwingsconcentraties. De reden is dat kernrandzones, waar de locatie deel van uit maakt, geen deel uit maken van de geactualiseerde visie bebouwingsconcentraties. In die geactualiseerde gebiedsvisie staat de Oude Veghelsedijk 22 aangegeven als bestaande bebouwing. Zie onderstaande figuur.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

29

Figuur 13: Kaartbeeld visie bebouwingsconcentraties (rode cirkel = plangebied)

Hier is sprake van een bestaand bouwvlak zonder zichtlijn, waarde openheid of een andere kwalitatieve aanduiding die bebouwing onwenselijk acht. De locatie ligt in de periferie van Vorstenbosch en die zou als het ware aangeduid kunnen worden als liggend in de kernrandzone. Een kernrandzone is een plek waar mogelijk een RvR-woning zou kunnen komen, als het een kwalitatief voordeel oplevert. Door de sanering van de intensieve veehouderijlocatie wordt dit kwalitatieve voordeel behaald. Ook past deze ontwikkeling binnen de visie op het gebied ofwel als invulling van de kernrandzone. Waarschijnlijk zal in deze zone in de toekomst nog meer woningen worden toegevoegd in de overgangszone naar het landelijke gebied wanneer er afdoende kwaliteitswinst tegenover staat.

3.3.4.

Landschapsbeleidsplan 2012 - 2022

In februari 2012 is Landschapsbeleidsplan Bernheze 2012 – 2022 definitief gemaakt. Dit plan is de ontwikkelingsgerichte beleidsvisie om sturing te kunnen geven aan komende voorzienbare ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van de onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. De hoofd- en deelkeuzes waar de gemeente voor staat, zijn in het plan verwoord en verbeeld. Bij de verdere uitwerking van het landschapsontwikkelingsplan dient steeds onderzocht te worden hoe deze keuzes vertaald kunnen worden naar concrete uitvoering in het veld.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

30

Figuur 14: Uitsnede landschapsvisie op hoofdlijnen (paarse pijl = plangebied)

Het plangebied wordt gerekend tot het Dekzandruggen en - vlaktenlandschap. De sinds eeuwen bewoonde ruggen onderscheiden zich door een kleinschalige en veelvormige opbouw. De bebouwingskernen en linten met de oude bouwlanden eromheen vormen een mozaïek. Belangrijke opgaven bij regie op beeldkwaliteit en inpassing zijn: • Behoud van de openheid op verschillende schaalniveaus, van de oude bouwlanden; • verbeteren beeldkwaliteit (beplanting, kleur- en materiaalgebruik, positie en richting van bebouwing); • stimuleren gebruik gebiedseigen erfbeplanting en assortiment; • landschappelijke inpassing erven gebaseerd op de specifieke karakteristieken van het gebied; • inpassing is maatwerk; • regelen van (duurzaam) beheer van erfbeplantingen.

Figuur 15: Uitsnede bouwstenen voor dekzandrug

Dit landschapsbeleidsplan is de basis geweest voor het landschappelijk inpassingsplan voor deze ontwikkeling.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

31

3.3.5.

Woonvisie Bernheze 2016-2021

Ruim wonen in het groen is het motto voor de gemeente Bernheze in de Woonvisie 2016-2021. Hiertoe zijn diverse speerpunten opgesteld, waaronder het inspelen op woonwensen en een duurzame woningvoorraad. Ook bevat de woonvisie het actuele woningbouwprogramma wat is gebaseerd op nieuwe trends en ontwikkelingen die verwacht worden in de gemeente Bernheze. Uit het actuele woningbouwprogramma blijkt dat er voldoende ruimte is voor de ontwikkeling van vrijstaande koopwoningen. Er is ruimte voor circa 110 vrijstaande koopwoningen, waaronder 100 woningen in het segment van de prijsklasse €225.000,- en hoger. Het beoogd initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij 2 woonfuncties worden toegevoegd, een woonfunctie als herbestemming van een agrarisch bouwvlak en een woonfunctie als zijnde ruimte-voor-ruimte kavel zodat de slechts 2 vrijstaande koopwoningen worden ontwikkeld. Gezien voorgaande past deze ontwikkeling binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Bernheze.

3.3.6. Beleidsnotitie aanpak VAB Bernheze en de doorvertaling van dit beleid in bestemmingsplan herziening vrijkomende agrarische bebouwing Bernheze 2018, vastgesteld 10 december 2020

De gemeente Bernheze heeft op 14 december 2017 de ‘Beleidsnotitie aanpak VAB Bernheze, Toe te passen beleidsregels’ vastgesteld. Hoofduitgangspunt voor de beleidsnotitie is het tegengaan van verrommeling in het buitengebied door het herbestemmen of slopen van leegstaande stallen, zo nodig na een tijdelijk toegelaten afwijkend gebruik. Middels een gedegen VAB-aanpak wil de gemeente tevens de transformatie naar een duurzame en maatschappelijk geaccepteerde veehouderij ondersteunen. De herziening betreft uitsluitend een aanvulling op de regels van het bestemmingsplan 'Vrijkomende Agrarische Bedrijven Bernheze 2018'. Middels het bestemmingsplan wordt een aantal toevoegingen gedaan en wijzigingen doorgevoerd in de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Enkele belangrijke aanpassingen in de regels: - De sloopbonusregeling wordt verruimd, in die zin dat, daar waar de regeling van toepassing is, tot 75% van de te slopen oppervlakte mag worden vervangen in plaats van 25%, tot een maximum oppervlakte van 500 m² in plaats van 200 m². Vandaar dat met de beoogde ontwikkeling gebruikt is gemaakt van artikel 3.4.1 sub b waardoor het mogelijk is om op de kavel van de herbestemming een bijgebouw van 500 m 2 te realiseren. Conform de BAG is de bestaande oppervlakte van de bedrijfsgebouwen: 462m 2, 586m2 en 109m2.

In totaal betekent dit een bestaande oppervlakte van 1.157m2 bebouwing. Doorgaans mag bij een woning een oppervlakte van 100m2 aanwezig zijn. Middels de sloopbonusregeling is in de beoogde situatie een maximale oppervlakte van 500m2 gewenst. Dit betekent een extra oppervlakte van 400m 2 aan bijgebouwen. Voor deze 400m2 dient er conform de sloopbonusregeling minimaal 400m 2 / 0,75 = 533,33 m2 te worden gesloopt. Op locatie wordt 1.157m 2 – 100 m2 = 1.057m2 ingebracht. Dit is ruim voldoende om de 500m2 aan oppervlakte bijgebouwen te verantwoorden. De vierkante meters bijgebouw boven de 100 m2 mag je behouden dan wel vervangen tot maximaal 75% van de aanwezige bebouwing tot maximaal 500 m2. In de beoogde situatie zal er 500 m2 aan bijgebouwen behouden blijven. Dit betekent dat er voor de extra 400 m2 minimaal 533 m2 bedrijfsgebouwen aanwezig moeten zijn in de huidige situatie. Zoals eerder beschreven zijn aan oppervlakten gebouwen aanwezig 570 m2, 630 m2 en 75 m2 aanwezig. Dit is meer dan de benodigde 533 m2. Dus bij de herbestemming naar ‘wonen’ kan tot 500 m2 bijgebouw verantwoord worden.

3.3.7.

Bestemmingsplan

Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting is beschreven is het vigerend planologisch regime ter plaatse vervat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’, aldus onherroepelijk op 08 oktober 2014. In de regels van het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen, waarmee de gewenste ontwikkeling, herbestemming van het bouwvlak en het toevoegen van een rvr-woning, mogelijk gemaakt kan worden. Hiervoor is een maatwerkoplossing noodzakelijk. Om die reden wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan voorbereid. Waar mogelijk zal echter wel zoveel mogelijk worden aangesloten bij de voorwaarden van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

32

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig in initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2000 of meer woningen omvat. Het initiatief voorziet in de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woning en de herbouw van één bestaande woning, welke tevens wordt omgezet tot burgerwoning. Planologisch-juridisch is er dus sprake van de bouw van twee nieuwe woningen. Aangezien het gaat om het realiseren van slechts twee woningen wordt dit op basis van jurisprudentie niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een nadere beschouwing hiertoe niet nodig. Het is gezien het feit dat twee woningen niet gezien worden als stedelijk ontwikkelingsproject, niet noodzakelijk om een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling op te stellen. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding.

In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1. Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

33

Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. Zoals reeds uiteen is gezet in paragraaf 3.2.2 liggen er binnen de Iov geen werkingsgebieden voor wat betreft het aspect water op de planlocatie. Er zijn derhalve geen voorwaarden waar in het kader van de Iov aan getoetst dient te worden. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’.

Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: - Voldoende water voor mens, plant en dier; - Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Zoals weergegeven is in figuur 16 heeft de planlocatie in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor de groenblauwe mantel’ toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor deze deelfunctie geldt beperkt beschermingsbeleid. Dit houdt in, dat binnen deze gebieden in beginsel waterhuishoudkundige ingrepen mogen plaatsvinden, mits deze zijn gericht op het verbeteren van de condities voor natuur of op verbetering van de landbouwkundige condities.

Het ruimtelijk beleid in de groenblauwe mantel is vooral gericht op ontwikkeling van groenblauwe waarden. Het initiatief betreft de sanering van een intensieve veehouderij met bijbehorende stallen. Ter plaatse van dit bouwperceel wordt de kavel met daarop de voormalige bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning, alsmede dat één ruimte-voor-ruimte kavel wordt gerealiseerd. Tevens wordt de ontwikkeling gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing. Er is hierdoor geen sprake van waterhuishoudkundige ingrepen, die een negatief effect kunnen hebben op de ontwikkeling van de groenblauwe mantel.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

34

Figuur 16: Uitsnede kaart 'Gezondheid - 1' PWMP

Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft de planlocatie geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen de planlocatie. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap Waterschap Aa en Maas is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de planlocatie. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Om dit te bereiken heeft het waterschap drie programma’s uitgewerkt: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2.

Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

35

De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Aa en Maas. Gemeente In verband met voorkomende wateroverlast binnen de gemeente Bernheze wordt door de gemeente in afwijking van de beleidsregel ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’, eveneens een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater bij een nieuw verhard oppervlak met een omvang van minder dan 500 m². De gemeenteraad van Bernheze heeft het beleid ‘Verordening Fysieke Leefomgeving’ in november 2021 vastgesteld. Hierin is ook opgenomen hoe omgegaan dient te worden met afvoer van hemelwater. Conform het beleid uit de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving’ geldt tussen de 0 en 500 m2 een bergingsbehoefte van 20 mm. per m2. Vanaf 500 m2 geldt de bergingseis van 60 mm.

per m² zoals bepaald in het wetenschapsbeleid. Nieuw verhard oppervlak wordt in de VFL als volgt gedefinieerd: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak.

4.2.2. Bestaande waterhuishoudkundige situatie

Figuur 17: Uitsnede leggerkaart oppervlaktewaterlichamen Waterschap Aa en Maas

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk drukrioolstelsel. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel nietverontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m 3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. Het is tevens verboden om hemelwater te lozen op het aanwezige drukrioolstelsel. Er zijn geen categorie A- of B- watergangen gelegen in de directe nabijheid van het plangebied.

4.2.3. Beoogde waterhuishoudkundige situatie

Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

36

in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. De nieuwe woningen zullen, net zoals dat bij de bestaande bedrijfswoning ook het geval is, worden aangesloten op het gemeentelijk drukrioolstelsel. Het huishoudelijk afvalwater kan hierdoor worden geloosd. De aansluiting zal op kosten van initiatiefnemer worden uitgevoerd. Het hemelwater zal niet worden geloosd op het gemeentelijk drukriool, maar zal rondom de woningen in de grond infiltreren. Hiermee wordt een te hoge druk op het rioolsysteem voorkomen. De beoogde situatie zal een positief effect hebben op de waterhuishouding. Overtollige bedrijfsbebouwing van de voormalige intensieve veehouderij en erfverhardingen zullen verdwijnen. Momenteel is er circa 1.200 m2 aan verharding aanwezig in de vorm van gebouwen (dus nog los van aanwezige erfverharding). De exacte afmetingen van de nieuwe woningen zijn nog nader te bepalen, echter kan hier wel een goede (en tevens als worst-case scenario) inschatting voor worden gegeven. Uitgaande van een oppervlakte per woning van circa 200 m2 (dus zowel de om te zetten burgerwoning als de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning) en van een bijgebouw per kavel van respectievelijke 100 m2 en 500 m2, zal er in de toekomstige situatie sprake zijn van in totaal circa 1.000 m2 aan bebouwingsoppervlakte binnen het plangebied.

Ten opzichte van de bestaande situatie is er sprake van een afname in oppervlakteverhardingen binnen het plangebied. Dit brengt een afname in puntlozing met zich mee. Echter bepaald de nieuwe ‘Verordening Fysieke Leefomgeving’ dat weg te halen verhardingen niet meegerekend mogen worden bij het bepalen van het nieuw verhard oppervlak. Dit is gemeentelijk beleid. Vanuit het waterschapsbeleid geldt deze regel niet. Dit betekend dat tot de 500 m2 zal moeten worden voorzien in een berging/retentievoorziening van 20 mm. per m2. Vanaf de 500 m2 geldt er geen eis, aangezien het waterschapbeleid bepaald dat wel gerekend mag worden met bestaand verhard oppervlak. De benodigde compensatie op basis van het gemeentelijk beleid betreft dus: 500 x 0,02 = 10 m3. Er is binnen het plangebied voldoende ruimte om te voorzien in een voorziening welke minimaal 10 m3 aan hemelwater kan bergen. Het is dan ook niet aannemelijk dat het beleid ten aanzien van hemelwateropvang een belemmering vormt voor het initiatief. Op het moment van de benodigde aanvragen omgevingsvergunning (bouw / werken en werkzaamheden) kan concreet worden bepaald hoe invulling wordt gegeven aan deze bergingsopgave. Op dat moment is namelijk pas duidelijk hoe het terrein exact kan worden ingevuld, wat het doelmatiger maakt om dan ook deze retentievoorziening vorm te geven.

Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. 4.3. Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee;

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

37

-

Alle Natura 2000-gebieden.

Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016.

De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen de planlocatie geen NNB aanwezig, zie figuur 18. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016. Daarbij wordt opgemerkt dat door de aanleg van de zorgvuldige landschappelijke inpassing de ecologische waarden in de omgeving versterkt zullen worden. Ook de definitieve beëindiging van een intensieve veehouderij op locatie draagt daar aan bij.

Figuur 18: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden' Iov

4.3.2. Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

38

Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en de provinciale verordening. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft ‘Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek’, dat op een afstand van circa 17 kilometer ligt.

Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten, indien een ontwikkeling op korte afstand van een gebied plaatsvindt.

Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht

Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden worden berekend. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Wanneer met het rekenprogramma AERIUS kan worden aangetoond dat een initiatief geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft, kan de ontwikkeling doorgang vinden. Indien er wel sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). Tot voorkort was op de locatie een omgevingsvergunning milieu van kracht voor het houden van 100 vleeskalveren en 400 vleesvarkens. Dit ging gepaard met een NH 3 emissie van 1.450 kg per jaar. Recentelijk is deze vergunning ingetrokken. Echter heeft de locatie momenteel nog wel een bestemming voor het exploiteren van een intensieve veehouderij, waardoor mogelijk in de toekomst hier weer een nieuwe omgevingsvergunning dan wel melding Activiteitenbesluit voor kan worden verleend. Met het omzetten naar woonbestemming en ruimte-voor-ruimte vervalt elke mogelijkheid tot het exploiteren van een intensieve veehouderij in de toekomst. Dit is een erg positief gegeven in het kader van stikstofemissie en de depositie op omliggende Natura 2000-gebieden.

Gezien de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied (17 km Bossche Broek) en de aard van het initiatief (saneren intensieve veehouderij, realisatie twee nieuwe woningen en dagbesteding in bijgebouw) lijken negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Daar het hier gaat om één omschakeling van de bedrijfswoning naar burgerwoning en de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woning, benadrukt de kleinschaligheid van de ontwikkeling. Tevens kan worden opgemerkt dat de sloopfase van een dergelijke korte duur is, dat een gebruiksfase van twee gewone woningen nauwelijks leidt tot stikstofemissie, dat een eventuele stikstofemissie verwaarloosbaar is ten opzichte van het gebruik en de bijbehorende stikstofemissie van de huidige agrarische locatie. Tevens is er op locatie sprake van het geven van dagbesteding, waarbij sprake is van een verkeersaantrekkende werking.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

39

Ondanks bovenstaande informatie is vanuit een worst-case benadering een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor zowel de gebruiksfase als de sloop- en bouwfase middels de AERIUS-calculator. De invoergegevens inclusief de AERIUS berekeningen zijn toegevoegd aan de bijlage van dit bestemmingsplan. De referentiesituatie van de bestaande veehouderij is niet berekend, aangezien de nieuwe situatie geen depositie oplevert.

Overige storingsfactoren

Vanwege de ruime afstand van de planlocatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bossche Broek leidt het initiatief verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling.

Conclusie

Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Er is derhalve op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in de planlocatie voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Oude Veghelsedijk 22 te Vorstenbosch dient met name bepaald te worden of zich, ter plaatse van de beoogde nieuwe woningen en de te slopen bedrijfsgebouwen, beschermde natuurwaarden bevinden, die met het initiatief verstoord zouden kunnen worden.

Verboden handelingen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

40

Om inzichtelijk te maken of er sprake is van aanwezigheid van beschermde soorten en elementen, is een potentie-inschatting gemaakt van welke soorten in het gebied kunnen voorkomen in combinatie met een toetsing aan de Flora- en Faunawet. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of er binnen het plangebied planten- en/of diersoorten aanwezig zijn, die volgens de huidige wetgeving een beschermde status hebben. Ook dient er ingeschat te worden of het plangebied in potentie geschikt is voor bepaalde soorten. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling is een onderzoek naar beschermde natuurwaarden uitgevoerd door Brabant Eco. Zie hiervoor de rapportage als bijlage. Op grond van het uitgevoerde onderzoek zijn er geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de (mogelijk) aanwezige soorten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is uiteraard altijd van toepassing. Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden zoals die is vastgelegd in de Wnb vloeit voort uit de voormalige Boswet. Voorwaarden zijn gericht op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en liggend buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

Met het initiatief is geen sprake van het vellen van houtopstanden zoals benoemd in deze alinea. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van de bescherming van houtopstanden noodzakelijk is. 4.4. Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de omzetting van de bedrijfswoning behorende bij de intensieve veehouderij naar burgerwoning en de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.4.1. Cultuurhistorie en aardkunde

Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat de planlocatie niet in gebied ligt met aardkundige of cultuurhistorische waarden, zie figuur 19. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.

Figuur 19: Uitsnede kart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' Iov

Om te bepalen of binnen het plangebied sprake is van cultuurhistorische elementen waarmee rekening dient te worden gehouden, is naast de kaart uit de Interim omgevingsverordening de “Cultuurhistorische Waardenkaart’ van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

41

Figuur 20: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant

Blijkens de Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied gelegen binnen de regio met cultuurhistorisch belang ‘De Meierij’. Over een klein gedeelte van het plangebied ligt een zichtrelatie ‘Molenbiotoop’. Tot slot is het plangebied gelegen aan een historische geografie (lijn) van redelijk hoge waarde. Het plangebied is gelegen binnen de regio Meierij. Deze regio is van provinciaal cultuurhistorisch belang. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en de buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. In de regio zijn onder andere de oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden en broekgebieden van provinciaal belang, evenals de dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen. Het beleid ten aanzien van de historische geografie (lijn) van redelijk hoge waarde en de zichtrelatie molenbiotoop wordt nader beschreven in het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid. Hieronder wordt daar op ingegaan.

Wanneer naar de gemeentelijk cultuurhistoriekaart wordt gekeken blijk dat het plangebied (gedeeltelijk) is gelegen aan en in een drietal cultuurhistorische aanduidingen, zie figuur 20: • Historische geografie (vlakken) ‘oude akkers (esdek)’; • Historische zichtrelaties ‘molenbiotoop’; • Historische geografie (lijnen) ‘oud wegtracé – redelijk hoge waarde’. Ten eerste is het gehele plangebied gelegen op een oude akker (esdek). Een esdek wordt beschouwd als zijnde oud bouwland op essen waarvan de toplaag door potstalmest is opgehoogd. De eerste boerderijen zijn gevestigd rondom deze akkers. Door hun relatief bolle ligging met daar om oude wegen met boerderijen, zijn deze oude akkers van cultuurhistorische waarden. Door de sanering van de voormalige intensieve veehouderij, de omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning en de realisatie van één nieuwe ruimte-voor-ruimte woning wordt het karakter van deze oude akkers niet onevenredig aangetast. Door een inheemse landschappelijke inpassing en een passende kavelgrote blijft het cultuurhistorisch karakter van het oude akkerlandschap behouden. Achterliggende gronden blijven zoals dat in de bestaande situatie ook het geval is in gebruik als weiland. Tevens blijven de zichtlijnen over het akkercomplex ook gewaarborgd, zie de inrichtingsschets zoals opgenomen bij deze toelichting.

In het landschappelijk en stedenbouwkundig is beschreven hoe het plan de ligging binnen de oude akkers verder accentueert.

Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

42

Ten tweede is de planlocatie gedeeltelijk gelegen in een molenbiotoop. Het aspect zichtrelatie en het aspect windvang is in een molenbiotoop van groot belang. Derhalve is op locatie, in het vigerend bestemmingsplan, een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ openomen. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van de belangen van de molen als werktuig en beeldbepalend element. In de regels is opgenomen dat de nieuw te bouwen bouwwerken bepaalde maximale hoogtes mogen hebben. Voor de nieuw te bouwen ruimte-voor-ruimte woning met bijbehorend bijgebouw en voor de om te zetten bedrijfswoning naar burgerwoning met bijgebouw, zal dit echter geen verregaande gevolgen hebben. De maximale bouwhoogtes conform de woonbestemmingen zijn in dit geval al lager dan dat maximaal is toegestaan conform de regels uit de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Hiermee is gewaarborgd dat de zichtrelatie met de molen blijft behouden. Tevens dienen de regels ter bescherming van voldoende windvang van de molen, zodat deze kan blijven draaien. Ten derde is het plangebied gelegen aan een oud wegtracé. Dit historisch lijnelement heeft een redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Het betreft hier herkenbare en relatief gave elementen van het historisch landschap.

De lijnen zijn representatief voor de diverse soorten lijnvormige landschapselementen in Noord-Brabant. De provincie wil de geografische lijnen, net als de overige cultuurhistorische waarden, behouden, verder ontwikkelen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het initiatief voorziet niet in een wijziging die van invloed is op de aanwezige structuren er vinden geen wijzigingen plaats die van invloed kunnen zijn op de historische geografie van de Oude Veghelsedijk. De positionering van de woningen is zodanig gekozen, dat dit aansluit bij het karakter van de Oude Veghelsedijk. Zie voor een verdere beschrijving het landschappelijk en stedenbouwkundig plan in de bijlage.

Figuur 21: Uitsnede Cultuurhistoriekaart Bernheze

4.4.2. Archeologie

Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’) regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). ). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit Bestemmingsplan – Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

43

verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een zone met een hoge archeologische verwachting, zie figuur 22. Deze archeologische verwachting is gebaseerd op de landschappelijke eenhedenkaart, die aangeeft dat hier sprake is van een oud akkercomplex. Ter plaatse van de voorziene ontwikkeling geldt derhalve de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waarbij een onderzoekverplichting geldt bij bodem verstorende werkzaamheden met een oppervlak groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6c0b0a58-0a0e-4a7b-9537-d1c8ff500ea4