CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL onderbouwing format gemeente Vaststelling

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan "Hoofdstuk 22i, Menzel 33 Nistelrode" *19.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond- en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan- en afvoer van water. De keten van drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Aangezien het Programma Omgevingswet Water & Riolering nog niet is vastgesteld, zal er getoetst worden aan het voorgaand Gemeentelijk Rioleringsplan.

Huidige situatie Bodemsamenstelling en grondwater: Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Gemeente Bernheze en maakt onderdeel uit van een agrarisch gebied. De bodem in het plangebied bestaat uit voedselrijk en vochtig tot droge eerdgrond. De grondwaterstanden zijn voor het plangebied (globaal) als volgt:

• Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand 80 - 120 cm-mv • Gemiddeld Laagste Grondwaterstand 180 – 250 cm-mv • Gemiddelde Voorjaarsgrondwaterstand 80 – 120 cm-mv • Grondwatertrap VII

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Er kan geconcludeerd worden dat de bodemsamenstelling en grondwaterstanden in het plangebied de locatie geschikt maakt voor infiltratie van hemelwater die afkomstig zal zijn van de beoogde bedrijfswoning, woon-zorgcomplex en bijgebouwen.

Grondwaterbescherming: Het plangebied is verder ook niet gesitueerd binnen een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone, zoals deze zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie Noord-Brabant.

Waterafvoer: De (bedrijfs)woning is aangesloten op de bestaande riolering (drukriolering) van de gemeente Bernheze. Het hemelwater dat van de woning afkomt wordt niet afgevoerd naar de riolering, het water filtreert de bodem in via hemelwaterafvoerbuizen die over het terrein lopen.

Oppervlaktewater: Rondom de projectlocatie zijn (droogvallende) kavelsloten, beekdalen, greppels en/of waterlopen aanwezig. Aan de achterzijde van het plangebied is een a-watergang aanwezig die waar door het waterschap regels en beperkingen op zijn gelegen om het goed functioneren van deze watergang te kunnen waarborgen.

Verordening fysieke leefomgeving: de verordening fysieke leefomgeving stelt regels aan de omgang met oppervlaktewater. Zo is het niet toegestaan om oppervlaktewater op het riool te lozen en kent de verordening regels voor het aanleggen van minimale waterbergingsmaatregelen voor oppervlaktewater. Er is sprake van een beperkte toename van verharding en daarvoor worden maatregelen getroffen voor de infiltratie van het hemelwater. Het nieuwe gebouw wordt afgekoppeld van eventuele rioolaansluitingen en via de dakgoten wordt het hemelwater naar een infiltratievoorziening geleid.

Beoogde ontwikkeling - nieuwe situatie Hydrologisch Neutraal ontwikkelen: In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is een watertoets verplicht. Er mogen vanuit ruimtelijke ontwikkelingen geen negatieve gevolgen ontstaan voor de waterhuishouding op de planlocatie of zijn omgeving, denk hierbij aan structurele verandering van de grondwaterspiegel of toename van het afvloeiend hemelwater naar het omliggende watersysteem. Waarborging van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit is hierbij ook een eis. Een beoogde ontwikkeling dient dus hydrologisch neutraal, zoals redelijkerwijs verwacht mag worden, ontwikkeld te zijn.

Toename verharding: De ontwikkeling aan de Menzel 33 zal tot een lichte toename van verhard oppervlak leiden. Maatregelen tijdens de bouw: De locatie is gelegen tussen breuklijnen. Dit brengt risico’s zoals scheuren, verzakkingen en grondwateroverlast met zich mee. Ten tijden van de bouw van het nieuwe gebouw word hier rekening mee gehouden. Zo zal onderzocht worden in hoeverre he mogelijk is het pand te ontwikkelen zonder kruipruimte en he pand waterdicht te bouwen.

Hemelwaterafvoer: Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Vanuit 'weging van het waterbelang' wordt er rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Wanneer er sprake is van een toename van het verhard oppervlak wordt vanuit weging van het waterbelang onderzocht of watercompensatie nodig is of dat bebouwing wellicht niet wenselijk in verband met waterwinning.

30

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Volgens artikel 15.2.4 van algemene regels ‘Brabant Keur’ geldt deze maatregel alleen wanneer de toename van het verhard oppervlak boven de 500 m2 is. Aangezien het initiatief niet leidt tot een toename van een der mate groot oppervlak zijn de regels van Brabant Keur niet van toepassing. Hemelwater mag niet worden afgevoerd via de riolering, dit dient te worden verwerkt op eigen terrein. Het hemelwater afkomstig van gebouwen zal infiltreren in het omringende terrein en/of worden geleid naar omliggende sloten. Aangezien de planlocatie in een infiltratiegebied ligt met voldoende diepe grondwaterstanden is infiltratie van hemelwater in de ondergrond zeer goed mogelijk.

Vuilwaterafvoer: Door de ontwikkeling van het woon-zorgcomplex zal er in de nieuwe situatie sprake zijn van een toename van vuilwaterafvoer. De toename is echter klein genoeg dat de huidige drukriolering van voldoende omvang is om de toegenomen waterafvoer aan te kunnen.

Waterkwaliteit: Hemelwater zal in de nieuwe situatie ook niet worden afgevoerd via de riolering. Hemelwater van daken zal ter plaatse in het milieu worden gebracht. Voor het waarborgen van een goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit is het van groot belang dat oppervlakken waarvan water afstroomt niet worden vervaardigd van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, lood en zink), zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een coating.

Conclusie De huidige waterhuiskundige situatie is van voldoende omvang en capaciteit dat de beoogde toenames van verharding en waterafvoer geen problemen zullen opleveren voor het realiseren van beoogde ontwikkeling. Verder zal het woon-zorgcomplex niet ontwikkeld worden met uitlogende bouwmaterialen. In zekere zin zal de ontwikkeling positief voor de plaatselijke waterhuishouding worden ervaren. De aanwezige a-watergang kent een beschermingsregime waar slechts met een watervergunning van af kan worden geweken.

6.1.3

Gezondheid en milieu

Gezondheid gaat om twee aspecten: het beschermen van de gezondheid en het bevorderen van de gezondheid. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omliggende Bedrijfsmatige activiteiten De toetsing aan bedrijven en milieuzonering komt te vervallen onder de omgevingswet, en wordt geïntegreerd in het Omgevingsplan. Aangezien de regels op het moment van aanvragen nog niet vastgesteld zijn, wordt er getoetst aan het in 2019 gepubliceerde Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering nieuwe stijl). Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden.

De regels en normen voor bedrijven en milieuzonering worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening als een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik. Deze paragraaf zal het initiatief toetsen op de normen en regels omtrent milieuzonering en bedrijven om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen en/ of verwezenlijken.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode In de directe omgeving van de planlocatie vinden enkele bedrijfsmatige activiteiten plaats. Op basis van de Milieuzonering nieuwe stijl worden de bedrijfsmatige activiteiten getoetst aan de bijbehorende richtafstanden. In paragraaf 4.3 en 4.4 wordt bekeken of de bedrijven in een straal van 300 meter binnen de bijbehorende richtafstand liggen als het gaat om potentiële geluids- en geurhinder vanuit omliggende functies. Om vervolgens te bekijken of de contouren van de overige omliggende bedrijven over de planlocatie komen te liggen. Ten slotte zal in paragraaf 4.12 onderzocht worden of de richtafstand van de toekomstige bedrijfsfunctie, m.b.t. woningen van derden, in het geding komt. Figuur 11: Omliggende bedrijfsmatige activiteiten (300m)

Geluid door activiteiten In de onderstaande tabel 1 worden de functies binnen het 300m straal van Menzel 33 omschreven en toegelicht op basis van de milieuzonering nieuwe stijl. Het enige adres die zich binnen de gestelde richtafstand voor geluidshinder bevindt is Menzel 35 waar een hoveniersbedrijf gevestigd is.

Adres

Omschrijving

SBI 2008

A.

Menzel 22

Vleeskalverij

B.

Menzel 32

C.

Grootste

Werkelijke

Deel

Richtafstand

afstand tot plangebied

Geluidzone

0141/0142

30

180 m

1

Voldoet

Kinderboederij

91041

30

40 m

1

Voldoet

Menzel 35

Hoveniersbedrijf

014

50

0m

2

D.

De Erven 5

Paardenhouderij

0143

30

260 m

1

Voldoet

E.

Kraaienweg 5

Rundveehouderij

0142/0146

50

170 m

2

Voldoet

Varkenshouderij

conclusie

Voldoet niet

Tabel 1: functies binnen een straal van 300m van Menzel 33 omtrent geluid

32

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Om locatie specifiek te onderzoeken of de belangen van de Menzel 35 niet geschaad worden is er een akoestisch rapport ‘industrielawaai’ (Bijlage 10) opgesteld. Hieruit blijkt dat er uit akoestisch oogpunt geen belemmeringen gelden voor de realisatie van het woon-zorgcomplex. Mede door dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat omliggende bedrijven niet in hun belangen worden geschaad.

Figuur 12: Richtafstandenlijst 10 meter, milieucategorie 1

Woningen van derden / Toekomstige situatie De bestemming van Menzel 33 zal in de toekomstige situatie verandert zijn naar ‘maatschappelijk en dus ook o.b.v. de VNG-brochure een andere SBI-code toegekend krijgen. Er is in de Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet geen codering voor een woonzorgcomplex, de meest passende omschrijving zou dan zijn ‘artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’ met SBI codes 8621, 8622, 8623. De richtafstand voor geluid die hierbij hoort is 10 meter, voor de overige aspecten geldt een richtafstand contour van 0 meter. Ondanks deze kleine contour komt de bijbehorende richtafstand over de perceelsgrenzen van Menzel 33a en 35, zie figuur 12. Om uit te sluiten dat de belangen van deze inrichtingen, op akoestische vlak, worden geschaad is er voor het plangebied een akoestisch rapport uitgevoerd. Uit dit rapport blijkt dat het woon-zorgcomplex geen overlast veroorzaakt en omliggende belangen niet worden geschaad. Dit rapport is als bijlage 10 aan het plan toegevoegd Geconcludeerd kan worden dat de inrichting voldoet aan de richtafstand eisen, die gelden voor een (milieu)categorie 1-bedrijf.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Geur In de onderstaande tabel 2 worden de functies binnen het 300m straal van Menzel 33 omschreven en toegelicht op basis van de milieuzonering nieuwe stijl. Het enige adres die zich binnen de gestelde richtafstand voor geurhinder bevindt is Menzel 35 waar een hoveniers-bedrijf gevestigd is. Adres

Omschrijving

SBI 2008

Grootste Richtafstand

A.

Menzel 22

Vleeskalverij

0141/0142

B.

Menzel 32

Kinderboederij

C.

Menzel 35

D. E.

Werkelijke afstand tot plangebied

Geurzone

Deel conclusie

50

180 m

3

Voldoet

91041

30

40 m

1

Voldoet

Hoveniersbedrijf

014

30

0m

1

De Erven 5

Paardenhouderij

0143

50

260 m

2

Voldoet

Kraaienweg

Rundveehouderij

5

Varkenshouderij

0142/0146

50

170 m

3

Voldoet

Voldoet niet

Tabel 2: Functies binnen een straal van 300m van Menzel 33 omtrent geurcontouren

Regels over geurbelasting door veehouderij op een geurgevoelig object in een gemeentelijke verordening (artikel 6, Wgv) zijn bij inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 4.6, lid 1, van de Invoeringswet Omgevingswet. Voor de geurbelasting voor geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Deze geurnormen heeft de gemeente Bernheze overgenomen en vertaald in de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving Bernheze 2021’. De geurverordening tezamen met de regels uit de bruidsschat vormen het beleidskader voor het onderdeel geur. VFL Bernheze 2021 - Artikel 3.1.2 Waarden voor de geurbelasting De Verordening Fysieke leefomgeving heeft geurnormen opgesteld op basis van de eerdere Wet Geurhinder (Nu omgevingswet). Gelet op artikel 6, lid 1 van de (ex.) Wet geurhinder en veehouderij en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de (ex.) Wet geurhinder en veehouderij bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 3.1.1, lid 1 van deze verordening:

Gebiedsaanduiding Bestaande woongebieden in de bebouwde kom

Gebied Norm in ou/m3 98 percentiel 3

Bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom Extensiveringsgebieden natuur Extensiveringsgebieden rond kernen

8

Woon-werk ontwikkelingsgebieden Overige gebieden

10

Tabel 3: Geurnormen in ou/M3

34

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Zoals er in hoofdstuk 3 is omschreven, bevind de bouwlocatie voor de beoogde woon-zorgcomplex in een woonwerkontwikkelingsgebied en een extensiveringsgebied, de norm die voor Menzel 33 geld is dus 8 ou/m3.

Gelet op artikel 6, lid 3 van de (ex.) Wet geurhinder en veehouderij en in afwijking van artikel 4, lid 1 van de (ex.) Wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een geurgevoelig object en een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor op grond van de Wet geen geuremissiefactor is vastgesteld:

-

ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object is gelegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij en is gelegen binnen het gebied dat is aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart ‘Kaart B halvering vaste afstanden’.

-

ten minste 25 meter indien het geurgevoelig object is gelegen buiten de bebouwde kommen als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij en is gelegen binnen het gebied dat is aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart ‘Kaart B halvering vaste afstanden’.

Met oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan medewerking verleend worden indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

1. Door de bestemmingswijziging worden andere veehouderijen niet benadeeld in hun ontwikkelingsmogelijkheden. 2. Ter plaatse van de geurgevoelige objecten dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en verblijfklimaat. Hierbij dient gekeken te worden naar zowel de achtergrond- en voorgrondbelasting

In de omgeving van het plangebied zijn verschillende veehouderijen gelegen. De omliggende veehouderijen mogen geen belemmerende werking hebben op de beoogde ontwikkeling van de maatschappelijke functieaanduiding. Bij de wijziging moet een goed leefklimaat gewaarborgd kunnen worden. Daarentegen mag de nieuwe functie geen belemmerende werking hebben op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven.

Woon- en leefklimaat Enerzijds is overwogen dat de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm niet wordt overschreden. Indien de voor veehouderijen de toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Inzichtelijk moet worden gemaakt in hoeverre ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Ook indien in een verordening bepaalde geurnormen zijn vastgelegd, moet inzichtelijk zijn dat de toegestane milieubelasting in overeenstemming is met de uit vanuit evenwichtige toedeling van functies aanvaardbare inrichting van het gebied. Hiervoor dient de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied onderzocht of berekend te worden. Nu in de omgeving van het plangebied ook andere veehouderijen zijn gevestigd, moet de cumulatie van stankhinder vanwege alle omliggende veehouderijen bij de beoordeling dienen te worden betrokken.

In de provincie Brabant is geurhinder vanuit veehouderij en het effect van geur achtergrondbelasting op de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Gezondheidskaart GES Geur veehouderij obv hinderpercentages 2019 Hierin worden de gegevens over de opgetelde geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen en de vertaling daarvan naar gezondheidsrisico's verbeeld, zogenaamde GES-scores. De GES scores zijn gebaseerd op een bepaalde kans op geurhinder. Een hinderkans van 5% betekent dat 5% van de mensen die daarnaar gevraagd worden in een hinder-enquête aangegeven dat zij soms of vaak last hebben van geurhinder.

De indeling is als volgt:

Figuur 13: uitsnede van Gezondheidskaart GES geur veehouderij obv hinderpercentages 2019

Voor het gebieden met een woonfunctie is de provinciale norm dat boven de 12% men geurbelast is en in gebieden met een landelijk karakter geldt dit vanaf 20%. Dit zijn provinciale normen daarnaast, gelden voor sommige gemeenten ook andere geurnormen. Volgens de Omgevingsverordening Noord Brabant en Bestemmingsplan Buitengebied Bernheze is Menzel 33 gesitueerd in een woonwerkontwikkelingsgebied in landelijk gebied. De beoogde ontwikkellocatie in het plangebied valt onder de GES 3b, er kan dus geconcludeerd worden dat de Menzel 33 in de toekomstige situatie niet geurbelast zal zijn en het initiatief dus doorgang kan vinden.

Voorgrondbelasting Onderscheid is gemaakt tussen bedrijven waarvoor vaste afstanden gelden en bedrijven met dieren waarvoor geen vaste afstand gelden. Aan de hand van het aantal Odour Units wordt middels het rekenmodel V-stacks-Vergunning de voorgrond belasting bepaald. Op de planlocaties is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat als de voorgrondbelasting kleiner is dan 8 Ou/m3. Binnen een straal van 1.000 meter liggen er meerdere veehouderijen waarvan de belangen geschaad zouden kunnen worden met het realiseren van de beoogde ontwikkelingen. Voor de meeste bedrijven geldt echter dat er geen geurnormen voor zijn opgenomen óf dat de geuremissie dusdanig laag is (< 500 Ou/m3) dat V-stacks de voorgrondbelasting niet kan berekenen. Voor deze locatie(s) is rekening gehouden met een minimale vereiste afstand van 50 meter.

36

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Voor de berekening van de voorgrondbelasting worden enkel de veehouderijen aan de Menzel 47 (varkenshouderij) en Kraaienweg 5 (melkveehouderij en vleesvarkens) meegenomen. Hierin wordt er met het dichtstbijzijnde hoekpunt van het bouwvlak te rekenen, op dit punt wordt vervolgens alle geuremissie van het bedrijf gelegd. Tijdens het berekenen is gebruik gemaakt van standaardnormen én uitgegaan van een worst case scenario door alle geuremissie op één punt van het bouwvlak te leggen. Voor het berekenen van de voorgrondbelasting zijn de hoekpunten van het toekomstig bouwvlak gebruikt, zie onderstaand figuur:

Figuur 14: Contouren ligging initiatief

Zie de rekenresultaten van de omliggende veehouderijen op de volgende pagina, voor alle twee de veehouderijen is de voorgrondbelasting uitgerekend door middel van de verspreidingsberekening VStacks vergunning (bijlage 11).

Tabel 4: Brongegevens omliggende veehouderijen

Tabel 5: Voorgrondbelasting t.a.v. Menzel 33

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Conclusie Uit de rekenresultaten volgt dat de voorgrondbelasting voor het projectgebied niet boven de norm van 8 Ou/m3 uitkomt, zie bijlage 12 ter bevestiging. Hierdoor worden de belangen van omliggende agrarische bedrijven niet geschaad en is op basis van de voorgrondbelasting een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd

Achtergrondbelasting Middels het programma V-Stacks Gebied is de achtergrondgeurbelasting op het plangebied bepaald. Hiervoor zijn gegevens van omliggende veehouderijbedrijven binnen een straal van 2,0 kilometer van het plangebied gebruikt (gemeente Landerd, Uden en Bernheze), afkomstig uit het Bestand Veehouderij Bedrijven (d.d. 19-7-2022). Getoetst dient te worden aan een streefwaarde die geldt ter plaatse van het bestemde grondgebied. In het gebied waarin de Menzel 33 is gelegen, is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat als de achtergrondbelasting kleiner is dan 20 OUe/m3. De geurbelasting is door V-stacks gebied berekend op basis van de 6 hoeken volgens het beoogd bouwblok, zie figuur 15. Uit tabel 13 blijkt dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting <7 OUe/m3) en het wijzigen naar een maatschappelijke functie niet in de weg staat (bijlage 12).

Figuur 15 Uitsnede Achtergrondbelasting geur juni 2023 (bron: https://odzob.nl/kaarten)

Tabel 6: Achtergrondbelasting Menzel 33

38

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Conclusie Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie is goed. De belangen van omliggende veehouderijen worden niet geschaad en het aspect achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het realiseren van beoogde ontwikkelingen.

Kwaliteit van de buitenlucht Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen een aantal regels rond het omgevingsaspect lucht. De overheid toetst met name minder (ruimtelijke) projecten aan de regels voor luchtkwaliteit. Ook de monitoring van de luchtkwaliteit is in een kleiner gebied nodig. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan rijksomgevingswaarden voor lucht. Daarnaast kunnen provincies en gemeenten lokale omgevingswaarden stellen in hun omgevingsverordening of omgevingsplan.

De aandachtsgebieden PM10 In een aantal gemeenten is de fijnstofconcentraties relatief hoog door veehouderijen. Dit zijn volgens het Bkl de aandachtsgebieden voor fijnstof (artikel 5.51, lid 3), de gemeente Bernheze is een van de aandachtsgebieden voor pm10 fijnstof.

Net als eerder is er een uitzondering voor activiteiten die maar weinig bijdragen aan de luchtvervuiling, oftewel: niet in betekenende mate (NIBM). Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Binnen de kader van de omgevingswet blijft de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen 2007 (ook wel Wet luchtkwaliteit, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang en rond veehouderijen uitsluitend de grenswaarden voor fijn stof. De grenswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant in de Verordening Ruimte van de provincie NoordBrabant is vastgelegd dat bij nieuwe veehouderijinitiatieven is aangetoond dat “de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m³.”

Tabel 7: Grenswaarde PM10

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Rekenmodel ISL3A Het rekenmodel ISL3a (Implementatie Standaardrekenmethode Luchtkwaliteit 3) is gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model (NNM). Het model rekent volgens Standaard rekenmethode 3 (SRM3). Dit ligt vast in de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007). Dit programma kan gebruikt worden om de gevolgen van (agrarische en industriële) punt- en oppervlaktebronnen op de luchtkwaliteit in de omgeving te berekenen. Het model is in opdracht van het toenmalige Ministerie van VROM door KEMA ontwikkeld. Het rekenmodel ISL3a (Implementatie Standaardrekenmethode Luchtkwaliteit 3) is gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model (NNM). Het model rekent volgens Standaard rekenmethode 3 (SRM3). Dit ligt vast in de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007). Het programma wordt gebruikt om de gevolgen van (agrarische en industriële) punt- en oppervlaktebronnen op de luchtkwaliteit in de omgeving te berekenen. Het model is in opdracht van het toenmalige Ministerie van VROM door KEMA ontwikkeld. Voor de beoogde gronden zijn de dichtstbijzijnde, zijnde fijnstof uitstotende agrarische bedrijven in het rekenmodel ingevoerd voor een locatie specifieker resultaat. Ten opzichte van de geur uitstotende bedrijven, betreft het voor de fijnstof uitstotende veehouderijen een uitbreiding, namelijk:

- Menzel 22: Vleeskalveren en fokstieren - Menzel 47: Varkenshouderij - Menzel 51: Melkvee - Kraaienweg 5: Melkvee en varkenshouderij

Onderstaand tabel weergeeft de luchtkwaliteit rondom de het plangebied, zie figuur 15 voor de rectorpunten.

Tabel 8: Luchtkwaliteit Menzel 33

PM 2.5 Uit RIVM-onderzoek (RIVM-onderzoek en onderzoek van ASG ,Rapport 195) blijkt dat de relatie tussen PM10 en PM2.5 dat: De kans op een overschrijding van de jaargemiddelde concentratie PM2.5 kleiner is dan 1% bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van 32,5 μg/m3. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2.5 is 25 μg/m3. Bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van 32,5 μg/m3 en hoger vindt overschrijding van de dagnorm plaats. Wordt er voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10 dan wordt tevens voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2.5. Uit bovenstaande beschrijving en de PM10 concentratie van (max.) 18.36 μg/m³ kan geconcludeerd worden dat er tevens aan de grenswaarde PM2.5 wordt voldaan.

Conclusie: Uit tabel 15 kan worden opgemaakt dat ter plaatse van de beoogde grond sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het thema luchtkwaliteit (bijlage 13).

40

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

6.1.3.6 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit is in het kader van de Omgevingswet van belang indien er sprake is van functieveranderingen en / of een ander activiteit ter plaatse. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient inzichtelijk gemaakt te worden dat na vaststelling van het plan de beoogde oplossing om dit probleem aan te pakken (milieu)technisch haalbaar is en dat er voldoende budget beschikbaar is. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen heeft ‘M&A Onderzoek’ verschillende onderzoeken uitgevoerd (bijlage 16). Uit dit rapport blijkt het navolgende:

In verband met de vergroting van een bouwvlak en de realisatie van een woon-zorgcomplex aan de Menzel 33 in Nistelrode is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte, niet lijnvormige locatie" volgens NEN 5740 worden gesteld. Voor het onderzoek asbest in de bodem (voor de drupzones bij de voormalige stallen) wordt de hypothese ‘diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming’ gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte, niet lijnvormige locaties” werden 12 boringen tot 0,5 m-mv geplaatst. Twee boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Van de grond zijn monsters van de bovenen ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Er werden ook geen afwijkingen in geur en / of kleur geconstateerd. In totaal zijn drie mengmonsters van het perceel samengesteld, welke geanalyseerd zijn volgens het NEN 5740 pakket grond. Op de locatie is eerder een peilbuis geplaatst, waaruit grondwatermonsters zijn genomen. De grondwaterstand werd op ongeveer 2,43 m-mv aangetroffen.

Na analyse van de grond(meng)monsters en grondwatermonsters bleek dat :

in de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; in de ondergrond de AW voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; in het grondwater geen verontreinigingen met de onderzoeksparameters zijn aangetroffen.

Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het bodembeleid van de gemeente Bernheze.

Aan 5 dakzijden van de bijgebouwen waren asbestverdachte drupzones aanwezig. In verband met het onderzoek asbest in de bodem zijn bij de drupzones een aantal gaten van 30x30 cm gemaakt tot 0,1 m-mv. Van de gaten zijn per dakhelft één mengmonster samengesteld en deze zijn geanalyseerd op asbest. Uit de resultaten van de analyse blijkt dat de concentratie asbest bij alle daken lager is dan de detectielimiet van 2 mg/kg ds.

Conclusie: Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de vergroting van het bouwvlak en de realisatie van een woon-zorgcomplex op het perceel. Ook voor asbest in de bodem zijn verder geen maatregelen noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode 6.1.4

Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed

6.1.4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder duurzame verstedelijking is een instrument dat stuurt op efficiënt ruimtegebruik. Wanneer nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt moet het bevoegd gezag voldoen aan een motiveringsvereiste. Aangetoond moet worden dat een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling hangt af van de aard en omvang van die ontwikkeling. Voor woningbouw geldt op basis van vaste jurisprudentie dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Dit plan voorziet in de realisatie van een woon- zorgcomplex en is daarmee een nietladderplichtige ontwikkeling. De ladder voor stedelijke ontwikkeling hoeft daarom niet te worden doorlopen.

6.1.4.2 Cultureel erfgoed en werelderfgoed In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezig cultureel erfgoed en werelderfgoed. Daarnaast wordt besproken op welke wijze het project landschappelijk of stedenbouwkundig wordt ingepast. Gezien de aspecten landschap, stedenbouw en cultureel erfgoed vaak met elkaar verwezen zijn, kunnen deze het beste gezamenlijk besproken worden. Een andere redactionele aanpak is natuurlijk ook mogelijk.

Beleidskader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden ‘landschappen’ als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deels zijn landschapswaarden in instructieregels van het Bkl verankerd. Artikel 5.129 Bkl bevat bijvoorbeeld een instructieregel over het behoud van uitzicht op de vrije horizon van de zee. Een ander voorbeeld is de instructieregel over het cultureel erfgoed over onder andere bescherming van cultuurlandschappen.

Archeologiebeleid Bernheze De regionale erfgoedkaart is door vertaald in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’.

Hierin wordt de locatie aangeduid als agrarisch met waarde en de dubbelbestemming waarde Archeologie 2. Gronden die onder deze dubbelbestemming zijn aangewezen zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

42

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 250 m² én dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld.

Onderzoek - Cultureel Erfgoed Provincie Noord Brabant De Cultuurhistorische Waardenkaart Noord Brabant herziening 2024 heeft gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtskracht gekregen. Erin worden gebieden en complexen aangewezen die door de provincie als van Cultuurhistorisch zijn geclassificeerd. Het plangebied valt niet onder een gebied dat cultuurhistorisch waardevol is beschouwd. De gebouwen binnen het perceel Menzel 33 hebben geen beschermde status. Hierdoor zal er geen belemmering optreden met betrekking tot de sloop van bijgebouw 2.

Gemeente Bernheze Gemeente Bernheze gebruikt voor zijn grondgebied verder ook zijn eigen kaarten voor Archeologie en cultuurhistorische waardes. In figuur 16 is een fragment van de kaart weergegeven met de aanduiding van het projectgebied. De beoogde bouwlocatie voor de woon-zorgcomplex is gesitueerd binnen de oude bebouwingsconcentratie van Menzel aan een oud wegtracé van redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Het projectgebied zelf bevat geen cultuurhistorische, behoudens waardige, bebouwing.

Figuur 16 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Bernheze

Gezien de aanwezigheid van de oude bebouwingsconcentratie wordt het als gewenst gezien dat er een eigentijdse interpretatie bij de nieuwbouw van het bijgebouw wordt meegenomen. Om op deze manier het initiatief geschikt in de aanwezige agrarische omgeving in te passen.

Conclusie De locatie aan de Menzel 33 is zowel volgens de gemeente Bernheze als de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevolle locatie. Waarmee gesteld kan worden dat het thema cultuurhistorie de realisatie van de plannen niet in de weg staat. naar aanleiding van de nabij gelegen oude bebouwingsconcentratie zal de woon-zorgcomplex qua ontwerp architectonisch ingepast worden.

6.1.4.3 Landschap In het kader van de landschappelijke inpassing wordt integraal verwezen naar bijlage 5.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

6.2

Besluit milieueffectrapportage

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een planmilieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een plan of programma waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r.

alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

Beleidskader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.

Project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit.

Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.).

Daarnaast kunnen de m.e.r.-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en der de kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

44

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. We kennen straks dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. Project-m.e.r.-beoordeling •

Artikel Omgevingswet: 16.43 en 16.88 (eerste lid, onder h).

•

Artikel Omgevingsbesluit: 11.11. Nadere regels project- -m.e.r.-beoordeling.

Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit).

Motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: -

de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; en;

als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: -

de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en

-

het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.

Onderzoek/ toetsing Er wordt in deze subparagraaf een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd naar de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving.

Het oprichten van twee woningen valt mogelijk onder categorie J11 (stedelijk ontwikkelingsproject) van de bijlage onder V van de Omgevingswet. Gesteld kan worden dat de realisatie van 2 woningen, binnen een bestaande woonfunctie, niet als een stedelijke ontwikkeling, in de zin van de Omgevingswet bezien kan worden.

Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een m.e.r.-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.3

Groen en natuur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie.

De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Ze worden beschermd door verschillende wetsinstrumenten.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Gebiedsbescherming Natura 2000 gebieden De omgevingswet bevat specifieke regels voor de aanwijzing en het beheer waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste Figuur 17: Natuurgebieden in Nederland

rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied (Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek) is gesitueerd op 18 kilometer afstand van het plangebied. Ondanks de ruime afstand tot beschermde gebieden kan de beoogde gebruiksfase én de sloop-en aanlegfase leiden tot effecten op omliggende natuurgebieden. In de volgende paragraaf zal op basis van een Aerius berekening onderzocht worden of de ontwikkelingen een negatieve invloed op de omliggende Natura 2000 gebieden gaan hebben. Gebiedsbescherming Wanneer er een wijziging van functie optreedt, moet er worden berekend of als gevolg van deze wijziging er een significant negatief effect optreedt op omringende natuurgebieden. Of er sprake is van een negatief effect wordt met behulp van Aerius de eventuele depositie berekend. Als gevolg van het voorgenomen plan zijn er aantal berekeningen uitgevoerd: Verschilberekening functiewijziging Voor het berekenen van een eventuele depositie bij het realiseren van een functiewijziging is er een verschilberekening uitgevoerd (bijlage 6).

46

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Vigerende situatie: De huidige uitstoot is gebaseerd op een aantal emissiebronnen, te weten: bedrijfswoning, verkeersbewegingen en het hobbymatig houden van paarden (maximaal vier stuks). Betreft de emissie uitstoot voor de bedrijfswoning zijn de standaard normen overgenomen zoals ze zijn vermeld in ‘CBS/ER m.u.v. kolom NH3 in kg/jaar’.

Tabel 9: Emissie uitstoot bedrijfswoning Binnen de inrichting van de huidige activiteiten vinden er verschillende verkeersbewegingen plaats die een bijdrage kunnen leveren aan de stikstof depositie. Door het feit dat er geen akoestisch rapport is opgemaakt, wordt het aantal verkeersbewegingen geschat op basis van de ‘parkeernota gemeente Bernheze’. Deze nota rekent met een parkeernorm van 2 parkeervakken voor één woning >60 m2. Ervan uitgaande dat deze 2 vakken volledig benut worden én deze voertuigen 5 maal op een dag verkeersbewegingen teweeg brengen, komt men uit op een verkeersintensiteit van 10. Om daarnaast rekening te houden met een worst-case scenario zijn er 4 bewegingen van middelzwaar vrachtverkeer meegenomen (zie tabel 10).

Tabel 10: Verkeersbewegingen vigerende situatie Ten slotte wordt er in de huidige situatie reeds een aantal paarden hobbymatig gehuisvest. De uitstoot van dit vee is berekend door bijgebouw 1 als referentiepunt mee te nemen. Er is in deze verschilberekening rekening gehouden met een viertal paarden met de RAV-code K1.100 (overige huisvestingssystemen – volwassen paarden). Beoogde situatie: Voor de beoogde stikstof uitstoot vinden er enkele toevoegingen plaats t.o.v. de vigerende situatie. Door de realisatie van een drietal zelfstandige appartementen nemen de verkeersbewegingen licht toe.

Tabel 11: Verkeersbewegingen beoogde situatie

Het aantal verkeersbewegingen per dag is wederom gebaseerd op de parkeernota van de gemeente Bernheze. Deze nota rekent voor één eenpersoonswoning <60 m2 met een norm van 1,3 parkeervakken. Ervanuit gaande dat deze parkeervakken volledig benut worden én elke bewoner minimaal 4 verkeersbewegingen per dag opwekt, komt het totaal aantal verkeersbewegingen uit op 26. Tevens is er rekening gehouden met een lichte toename in middelzwaar vrachtverkeer. De realisatie van het woon-zorgcomplex heeft eveneens invloed op de stikstofuitstoot wat betreft de woningen. Het drietal appartementen wordt geschaard onder ‘nieuwbouw – appartement.’ Met een bijbehorende NOx uitstoot van 1,11 kg p/j, omtrent de NH3 uitstoot is deze 0,00. Ten aanzien van het hobbymatig houden van paarden vinden er in de beoogde situatie geen veranderingen plaats. Het aantal volwassen paarden blijft onveranderd met een totaal aantal van 4.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Tabel 12: Uitstoot woning(en)

Conclusie Uit bijlage 6 blijkt dat voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op de omliggende Natura 2000 gebieden. Hiermee vormt de Aanvullingswet natuur Omgevingswet. met betrekking tot natuurbescherming geen belemmering voor de beoogde plannen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Projecteffect In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient een ‘projecteffect berekening’ uitgevoerd te worden, Door middel van deze berekening wordt onderzocht of enkel de beoogde situatie vergunningsplichtig is. Om te beoordelen of het projecteffect een stikstof depositie oplevert en hiermee op basis van de Omgevingswet vergunningsplichtig zou zijn, worden enkel de beoogde activiteiten in de Aerius berekening gezet. Deze berekening is uitgevoerd door de referentie uit de verschilberekening te halen, om vervolgens te bepalen of het projecteffect boven de 0,00 mol/ja/j uitkomt. Uit bijlage 7 blijkt dat de beoogde situatie een N-depositie van kleiner dan 0,00 mol/ha/j heeft. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een vergunningsplicht OW Natura 2000 niet aan de orde is.

Sloop- en aanlegfase De derde Aerius berekening betreft de sloop- en aanlegfase, om op deze manier een zuiver beeld te krijgen van de eventuele verhoogde depositie voor het realiseren van de beoogde planontwikkelingen (Bijlage 8).

Sloopfase Voor het amoveren van bijgebouw 2 zullen er wat sloopwerkzaamheden verricht moeten worden. De betreffende werkzaamheden die de sloop moeten realiseren zijn in tabel 13 in kaart gebracht. In onderstaande tabel zijn de gebruikte eigenschappen van de mobiele werktuigen weergegeven. Deze eigenschappen zijn allen op basis van de standaardwaarden uit Aerius.

Tabel 13: Benodigde werktuigen sloop overtollige bebouwing

48

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Aanlegfase Voor het realiseren van het woon-zorgcomplex zullen er verschillende werktuigen ingezet worden. In tabel 14 is een overzicht van de benodigde machines, met de desbetreffende emissies weergegeven. De emissies die vrijkomen bij het realiseren van het complex, zijn tijdens de Aerius berekening bij de sloopfase opgeteld, om zo het ‘worst-case’ scenario in beeld te brengen (Bijlage 8).

Tabel 14: Benodigde werktuigen wederopbouw bedrijfswoning

Verkeersbewegingen sloop- en aanlegfase: Gedurende het slopen van de overtollige bebouwing én het realiseren van het ‘gezinshuis’ vinden er verschillende verkeersbewegingen plaats. Dit in de vorm het afvoeren van puin, aanvoeren van bouwmaterialen en het ‘komen en gaan’ van werknemers/dienstverlenende bedrijven. Door het feit dat het lastig in te schatten is wat de verkeersintensiteit per dag is, is het aantal verkeersbewegingen uitgedrukt in bewegingen op jaarbasis. De verkeersbewegingen zijn tevens in de Aerius berekening ‘sloop- en aanlegfase’ meegenomen (worst-case scenario). Tabel 15: Verkeersbewegingen sloop- en aanlegfase

Conclusie: Als gevolg van het slopen van bijgebouw 2 en de realisatie van het woon-zorgcomplex, kan een negatief effect op een Natura2000 gebied uitgesloten worden. Dit betekent dat het voornemen, tijdens de sloop- en realisatiefase niet leidt tot een significant negatief effect.

Soortenbescherming De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dit kan om de bescherming van vogels in de tuin als op in een Natura2000 gaan. De wet werkt volgens het ‘ja-mits’ principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen.

Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. In het kader van het verkennend onderzoek naar beschermde flora- en faunasoorten ter plaatse is de databank van het Natuurloket geraadpleegd. Het Natuurloket is een onafhankelijke informatiemakelaar, die voor heel Nederland per vierkante kilometer gegevens over beschermde soorten toegankelijk maakt. Deze gegevens zijn afkomstig uit de databanken van gespecialiseerde organisaties, verenigd in de Vereniging Onderzoek Flora en Fauna. Uit betreffende databank blijkt dat in de kilometerhokken 168 – 411 ter plaatse van de Menzel 33 enkele soortwaarnemingen zijn gedaan (bijlage 9)

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Door het feit dat er soortwaarnemingen zijn gedaan, kan er op voorhand niet worden uitgesloten dat de omgevingswet wordt overtreden. Om deze redenen is er aan Brabant Eco opdracht verleend om een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit onderzoek is als bijlage 9 aan het plan toegevoegd (rapportnummer: 2022-BE-0386). Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Er is tijdens het veldbezoek extra aandacht besteed aan de aanwezigheid van de nesten van huismussen in de vervallen schuur. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat huismussen gebruik maken van de vervallen schuur als nestgelegenheid. Met de sloop van de vervallen schuur zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Omgevingswet. De te slopen schuur bestaat uit wanden van kalkzandsteen en een dak van asbesthoudende golfplaten en is, na extra onderzoek, onbewoond gevonden door beschermde diersoorten.

Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Omgevingswet met de sloop van de schuur. Door de geplande sloop zullen de schuil- en foerageermogelijkheden voor verschillende diersoorten niet afnemen. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuur inclusief te bouwen zal het leefgebied van huismussen en boerenzwaluwen worden verbeterd.

Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het verstoren van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Het leefgebied van de aanwezige huismussen of boerenzwaluwen wordt niet essentieel verstoord. Er worden geen nestlocaties vernietigd. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig.

50

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

6.4

Wegen, verkeer en parkeren

Het is van belang om inzicht te krijgen of voorgenomen plan geen negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid en belastbaarheid van de wegen in nabije omgeving. Het parkeren dient conform de parkeernormennota Bernheze. Indien parkeren niet of deels op eigen terrein kan plaatsvinden dient een parkeermeting worden uitgevoerd, waaruit moet blijken of de openbare ruimte in voldoende mate geschikt is. Het langzaam verkeer dient goed voorzien te worden doormiddel van een trottoir en waar nodig fietsverbinding. Bij voorkeur het langzaam verkeer de kortste en veiligste route naar de voorzieningen. Het is van belang om inzicht te krijgen waar de inrit komt, van welke materialen en obstakels, zoals een lantaarnpaal, nutsvoorzieningen, bestaande parkeerplaats(en), bestaand gemeentelijk groen en/of bomen. En er dient inzicht gegeven te worden in hoe die aansluiting ingericht wordt. (in basis in een gelijkwaardig kruispunt plateau in een 30km/uur zone). Indien sprake is van een obstakel dient dit nader te worden gemotiveerd. Ontsluiting Als gevolg van het beoogd plan zal ontsluiting van en naar het plangebied niet wijzigen. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Volgens de ‘Parkeernormennota gemeente Bernheze’ zal er op basis van het bruto vloeroppervlak(bvo) een x-aantal parkeervlakken aangelegd moeten worden.

De toekomstige activiteit valt onder de aanduiding ‘eenpersoonswoning <60 m2’, de norm hiervoor bedraagt 1,3 parkeervlakken per 100 m2 bvo.

Berekening parkeervakken Parkeernorm eenpersoonswoningen

1,3

Aantal eenpersoonswoningen

3 ------------------

Totaal aantal parkeervakken

3,9

Volgens de parkeernormennota van de gemeente Bernheze zullen er in de beoogde situatie 4 parkeervakken gerealiseerd moeten worden. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om dit aantal parkeervakken aan te leggen, zie bijlage 3 ter verduidelijking. Daarnaast wordt in de planregels geborgd dat er 4 parkeervakken aanwezig zijn. Tevens wordt er hierdoor voldaan aan de gestelde voorwaarden zoals opgenomen in het principebesluit, betreft verkeerskundige randvoorwaarden.

6.5

Bedrijven en milieuzonering

De uitgave "Bedrijven en milieuzonering 2009" (paarse boekje) wordt door de VNG niet meer geschikt bevonden om toe te passen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken. Hiervoor heeft de VNG in 2019 een regel-systematiek gepubliceerd onder de naam "Milieuzonering nieuwe stijl". Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën en de daarbij behorende richtafstanden. De nieuwe VNG-handreiking “Activiteiten en milieuzonering” vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019. In het kader van de Omgevingswet en de bijbehorende handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' van de VNG, wordt in dit omgevingsplan aandacht besteed aan de integratie van ruimte en milieu. Milieuzonering speelt hierbij een cruciale rol om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen en om hinder en risico's voor de leefomgeving te minimaliseren.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

51

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode In paragraaf 1.4 van de milieuzonering nieuwe stijl is aangegeven, dat voor zover de huidige bestemmingsplannen nog van kracht zijn (dit geldt ook voor omgevingsplannen van rechtswege), bij inpassing van een (bedrijf-) activiteit of gevoelige functie, de VNG systematiek uit 2009 nog van kracht blijft. Voor (de beoordeling van) dit plan wordt daarom nog gebruik gemaakt van de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009’.

6.5.1

VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering

In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving.

6.5.2

Onderzoek

6.5.2.1 Omgevingstype In de VNG-uitgave wordt aangegeven dat een gemengd gebied een gebied is met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De directe omgeving van het plangebied kan worden beschouwd als een [invullen], zoals bedoeld in de VNG-brochure. 6.5.2.2 Categorie bedrijvigheid Omliggende Bedrijfsmatige activiteiten De toetsing aan bedrijven en milieuzonering komt te vervallen onder de omgevingswet, en wordt geïntegreerd in het Omgevingsplan. Aangezien de regels op het moment van aanvragen nog niet vastgesteld zijn, wordt er getoetst aan het in 2019 gepubliceerde Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering nieuwe stijl). Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden.

De regels en normen voor bedrijven en milieuzonering worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening als een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik. Deze paragraaf zal het initiatief toetsen op de normen en regels omtrent milieuzonering en bedrijven om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen en/ of verwezenlijken.

In de directe omgeving van de planlocatie vinden enkele bedrijfsmatige activiteiten plaats. Op basis van de Milieuzonering nieuwe stijl worden de bedrijfsmatige activiteiten getoetst aan de bijbehorende richtafstanden. In paragraaf 4.3 en 4.4 wordt bekeken of de bedrijven in een straal van 300 meter binnen de bijbehorende richtafstand liggen als het gaat om potentiële geluids- en geurhinder vanuit omliggende functies. Om vervolgens te bekijken of de contouren van de overige omliggende bedrijven over de planlocatie komen te liggen. Ten slotte zal in paragraaf 4.12 onderzocht worden of de richtafstand van de toekomstige bedrijfsfunctie, m.b.t. woningen van derden, in het geding komt.

52

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Figuur 18: Omliggende bedrijfsmatige activiteiten (300m)

Geluid door activiteiten In de onderstaande tabel 1 worden de functies binnen het 300m straal van Menzel 33 omschreven en toegelicht op basis van de milieuzonering nieuwe stijl. Het enige adres die zich binnen de gestelde richtafstand voor geluidshinder bevindt is Menzel 35 waar een hoveniersbedrijf gevestigd is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4872186c-6854-43ef-936e-426fe03d5e4a