CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL onderbouwing format gemeente Vaststelling

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan "Hoofdstuk 22i, Menzel 33 Nistelrode" *19.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

INLEIDING

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Plangebied

3

1.3

Omgevingsplan

3

Hoofdstuk 2

PLANBESCHRIJVING

5

2.1

Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan)

5

2.2

Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

7

Hoofdstuk 3 3.1

VOORBEREIDING

Participatie omgeving

9 9

Hoofdstuk 4

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN

10

Hoofdstuk 5

VISIE EN BELEID

11

5.1

Rijksbeleid

11

5.2

Provinciaal beleid

12

5.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 6

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING

24

6.1

Kwaliteit leefomgeving

24

6.2

Besluit milieueffectrapportage

44

6.3

Groen en natuur

44

6.4

Wegen, verkeer en parkeren

51

6.5

Bedrijven en milieuzonering

51

Hoofdstuk 7

JURIDISCHE PLANOPZET

55

7.1

Wijzigingsbesluit

55

7.2

Analoge kaart

56

Hoofdstuk 8

UITVOERBAARHEID

57

8.1

Economisch

57

8.2

Maatschappelijk

57

Hoofdstuk 9

BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE

59

9.1

Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3)

59

9.2

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)

59

9.3

Verwerken TAM-omgevingsplan

60

2

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan Menzel 33 is een kleinschalige paardenhouderij aanwezig met daarbij diverse kleinschalige zorgfuncties. Een gedeelte van de bestaande bijgebouwen is in de huidige situatie buiten het bouwvlak gelegen. Het initiatief beoogt deze gebouwen correct te bestemmen en eveneens een kleinschalig Woon- en zorgcomplex op te richten. Voor de beoogde ontwikkelingen wordt een wijziging van het (tijdelijk) omgevingsplan doorlopen via de TAM-IMRO procedure.

1.2

Plangebied

Menzel 33 bevindt zich in het buitengebied van Nistelrode in de gemeente Bernheze. Ten zuiden van het bouwblok ligt de hoofdontsluitingsweg Menzel die het perceel via de Udenseweg en de A50 met Nistelrode verbindt. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Nistelrode, sectie L, nummer 402 en heeft een omvang van 9.900 m2. De directe omgeving kenmerkt zich als een gemengd gebied, waar landbouwbedrijven en burgerwoningen omringd worden door natuur- en bosgebieden. In onderstaande figuren is de globale ligging van het plangebied in haar omgeving weergegeven. Figuur 1: ligging locatie in de omgeving

1.3

Omgevingsplan

Het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ is vastgesteld op 8 oktober 2014. Dit bestemmingsplan maakt inmiddels onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Conform het tijdelijk omgevingsplan kent het perceel de bestemmingsvlakken ‘Agrarische met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Daarnaast zijn er ter plaatse nog enkele gebiedsaanduidingen van toepassing: - Groenblauwe mantel - Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied - Wro – zone – woonwerkontwikkelingsgebied Het agrarisch bouwvlak heeft binnen het kadastrale perceel heeft een oppervlakte van 1.160 m2. Dit gedeelte van het bouwvlak kent tevens de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ en de maatvoering ‘aantal bedrijfswoningen: 1’. De huidige agrarische activiteiten betreffen het fokken en houden van paarden, deze activiteit zal in de beoogde situatie voortgezet worden. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken aan de Menzel 33 is een wijziging van de functieaanduiding noodzakelijk en een uitbreiding van het bouwvlak. Om de ontwikkeling te realiseren dient het tijdelijk omgevingsplan te worden gewijzigd. Dit is mogelijk via de TAM-IMRO procedure of, mits de gemeente het omgevingsplan al heeft vastgesteld, via de STOP/TPOD methode.

Voor de locatie aan Menzel 33 wordt een TAM-IMRO procedure doorlopen.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode In onderstaand figuur is een uitsnede van de verbeelding weergegeven zoals die van kracht is in het tijdelijk omgevingsplan.

Figuur 2: verbeelding tijdelijk omgevingsplan

Conclusie Aangezien het beoogde woon-zorgcomplex en uitbreiding van het bouwvlak niet toegestaan is onder het huidige bestemming dient het omgevingsplan aangepast te worden.

4

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan)

Op het perceel Menzel 33 staat van oudsher een langgevelboerderij van 1893. De langgevelboerderij heeft een oppervlakte van 197 m2. Daarnaast staan er op het perceel diverse bedrijfsgebouwen (voormalig rundveestal, opslagschuur en loods) en een karakteristieke langgevelboerderij (bedrijfswoning) die gezamenlijk goed zijn voor een bebouwd oppervlak van totaal 750 m2.

Van de drie bijgebouwen zijn er 2 buiten het bouwvlak gelegen. De aanwezigheid van de twee gebouwen buiten het bouwvlak en hun gebruik zijn onder het overgangsrecht toegestaan. Bijgebouw 1 wordt in de bestaande situatie gebruikt voor het huisvesten van paarden, Het achterliggende perceel grasland is eveneens in gebruik door de paardenhouderij. In de huidige situatie heeft bijgebouw 2 geen nuttige invulling, waardoor de initiatiefnemer het wil vervangen voor een woon-zorgcomplex. Bijgebouw 3 is in gebruik als opslagloods en dit blijft in de nieuwe situatie gelijk.

De gebouwen hebben de volgende oppervlakte maten: Woonhuis :

197 m2

Bijgebouw 1:

296 m2

Bijgebouw 2:

130 m2

Bijgebouw 3:

130 m2

Totaal:

750 m2

In onderstaand figuur is de ligging van de verschillende gebouwen ten opzichte van elkaar en het bouwvlak weergegeven.

Figuur 3: Situering gebouwen binnen het plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Het bouwplan Onderstaande afbeeldingen tonen het voorlopige bouwplan voor het woon- zorgcomplex ter hoogte van het bestaande bijgebouw 2.

Figuur 4: bouwplan bijgebouw 2

6

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

2.1.2

Plan (ontwerp en eindsituatie)

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een woon-zorgcomplex en het vergroten van het bouwvlak. Het is voor de ontwikkeling niet noodzakelijk om de functie van de locatie te wijzigen. De functie “woon-zorg” dient te worden toegevoegd aan de toegestane activiteiten op het plangebied. Het complex wordt gebouwd op de plek waar in de huidige situatie bijgebouw 2 is gepositioneerd. Omdat bijgebouw 2 in de huidige situatie buiten het bouwvlak is gelegen, wordt het bouwvlak in de toekomstige situatie vergroot om deze strijdigheid op te lossen. Het beoogde bouwvlak wordt vergroot naar een oppervlakte van maximaal 2.500 m2, alle (bij)gebouwen liggen in de toekomstige situatie binnen het bouwvlak. Als tegenprestatie zal er geïnvesteerd worden in landschappelijke inpassing (bijlage 5). Bijgebouw 1 en 3 zullen in de beoogde situatie de huidige gebruiksactiviteit voortzetten. Voor bijgebouw 1 betekent dat het huisvesten van paarden, bijgebouw 3 zal blijven dienen als opslagschuur. De volledige 130 vierkante meter van bijgebouw 2 zal in de beoogde situatie gesloopt worden, waarvoor in de plaats het woon-zorgcomplex gebouwd wordt.

Het woon-zorgcomplex zal een oppervlakte van 144 m2 beslaan en twee verdiepingen kennen. Op de begane grond zullen 3 zelfstandige appartementen en een gezamenlijke woonkamer te vinden zijn. Om bij de jeugdigen een mate van zelfstandigheid te laten ontwikkelen, worden de appartementen allemaal ingericht met een douche, toilet en kookgelegenheid. Om het eenzaamheidsgevoel tegen te gaan zal er een gezamenlijke woonkamer worden ingericht. Daarnaast wordt er ook een logeerkamer ingericht op de zolder, zodat een verzorger de mogelijkheid heeft om 's nachts in het woon-zorgcomplex te verblijven als de situatie daarom vraagt. Het overige gedeelte van de zolder wordt gebruikt als bergingsruimte.

Figuur 5: indeling begane grond woon- zorgcomplex

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Figuur 6: indeling verdieping woon- zorgcomplex

2.2

Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

2.2.1 Kaders omgevingskwaliteit (stedenbouwkundige kwaliteit, cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken en kwaliteit van natuur en landschap) Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden. Er gelden beperkt instructieregels van het Rijk. Een goede omgevingskwaliteit is opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Maar ook om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan – daaronder valt ook het stellen van regels over activiteiten (denk aan bouwhoogten en bebouwingspercentages bij een ruimtelijke bouwactiviteit). Het initiatief dient bij de verdere uitwerking in ieder geval aan de volgende beleidsdocumenten te voldoen voor wat betreft omgevingskwaliteit: Welstandnota Bernheze Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze 2021

8

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 3 3.1

VOORBEREIDING

Participatie omgeving

In de aanwijzingslijst Adviesrecht en participatie bij buitenplanse omgevingsactiviteiten staat voor welke omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Voor omgevingsplanwijzigingen voor initiatieven verlangt de gemeente Bernheze dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitvoert op gelijke wijze als bij aanvragen omgevingsvergunningen. De Handreiking participatie kan gebruikt worden. Het kan nodig zijn dat de gemeente (aanvullend) de participatie uitvoert, afhankelijk van het gemeentelijk participatiebeleid (in wording). In het Omgevingsbesluit artikel 10.2 lid 1 staat de motiveringsplicht over participatie bij omgevingsplan(wijzigingen). De initiatiefnemer heeft door middel van. een informatiebrief de eigenaren van aangrenzende percelen hier omtrent geïnformeerd (bijlage 17). Op de informatiebrief is echter maar één antwoord gekomen, waaruit bleek dat men geen bezwaar heeft omtrent voorgenomen plannen. Zie bijlage 18 voor een verslag én een overzicht van de geadresseerde. Geconcludeerd kan worden dat de omwonenden geen bezwaar hebben tegen voorgenomen functiewijziging naar maatschappelijk.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 4

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN

Voor de inrichting aan de Menzel 33 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’, zoals dat op 8 oktober 2014 is vastgesteld, van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemming. Dit bestemmingsplan is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het Omgevingsplan van de gemeente Bernheze. De gehele planlocatie heeft de bestemming Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden.

Figuur 7: Menzel 33 Binnen de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ zijn er in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ echter geen regels opgenomen voor een functie te wijzigen in ‘maatschappelijk’. Om de wijziging ruimtelijk te onderbouwen is er getoetst aan de rechtstreeks werkende regels van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Vanuit de regels ‘Buitengebied, Bernheze’ van de gemeente Bernheze wordt er bovendien verwezen naar de rechtstreeks werkende regels van de provincie, waardoor de verandering op basis van de provinciale regels goedgekeurd kan worden.

Verder wordt de wijziging uitgebreider onderbouwd door te kijken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt gedaan door criteria vanuit de woonwerkontwikkelingsgebieden (zogenoemde WOG’s) van toelichting te voorzien. Door te toetsen aan de WOG’s criteria bieden gemeente, ondernemingen die willen stoppen met hun agrarische bedrijfsvoering de mogelijkheid om een ‘niet-agrarische functie’ te verwezenlijken. Mits de ruimtelijke kwaliteitsverbetering gewaarborgd is, om deze kwaliteitsverbetering te regelen zijn er een aantal mogelijkheden:

a. Men kan een totaalplan maken waarin naast een nieuwe functie in voormalige agrarische bebouwing ook wordt geïnvesteerd in het realiseren van bijvoorbeeld natuur of delen van doelstellingen uit de gebiedsvisies. b. Een andere mogelijkheid is om ter plaatse van voormalig agrarische bedrijfslocaties te voldoen aan een surplus regeling: 50% van de af te breken bebouwing mag worden gebruikt voor andere functies, met een maximum van 1.000 m2.

10

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 5

VISIE EN BELEID

In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor de activiteit toegelicht getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van Rijk, provincie en gemeente.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Eén van de opgaven die in dit document worden benoemd is de woningbouwopgave van ongeveer 1 miljoen woningen richting 2030. Voorliggend plan past daarmee binnen dit beleid.

5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: •

Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);

•

Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);

•

Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl);

•

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl);

•

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl);

•

Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl);

•

Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Analyse plangebied Ten aanzien van dit project wordt in hoofdstuk 7 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl: •

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.1;

•

Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.2;

•

Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.3 .

•

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.4.

Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. Conclusie Het plan geeft invulling aan de instructieregels opgenomen in het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1

Brabantse omgevingsvisie

De in 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie omvat een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De omgevingswet waarop deze visie aansluit heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Met Omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant' gaf de provincie aan wat belangrijk gevonden wordt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van in Brabant. Voor de middellange en lange termijn is de focus gelegd op vier opgaves uitgewerkt in vijf programma's. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Programma’s: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan klimaatproof Brabant Werken aan slimme netwerkstad Werken aan concurrerende, duurzame economie

Conclusie De basisopgave van programma 1 is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Dat draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit die Brabant mooi, aantrekkelijk en onderscheidend maakt. De voorgenomen ontwikkeling borgt dat de huidige omgevingskwaliteit behouden blijft. Daarnaast draagt de vervangende nieuwbouw bij aan een verbeterd aanzicht, dit in combinatie met het landschappelijk inpassen van de locatie.

12

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode 5.2.2

TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Hierna zijn de regels uit de omgevingsverordening NoordBrabant overgenomen met daarbij verwoord wat de situatie voor de beoogde ontwikkeling aan de Menzel 33 is ten opzichte van de gestelde regels. In de onderstaande paragrafen van de omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de rechtstreeks werkende regels opgenomen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Hierna zal nader op de gestelde (relevante)regels worden ingegaan en wat dit concreet betekent voor het voorgenomen plan. De voorgenomen ontwikkelingen hebben betrekking op de artikelen ‘Groenblauwe mantel’, ‘Landelijk gebied’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’ (zie figuur 8). Binnen deze artikelen zullen de relevante regels aan de voorgenomen ontwikkeling worden getoetst.

Figuur 8: Relevante artikelen OV plangebied

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Beperkingen veehouderij: Artikel 5.65 Afwijkende regels Beperkingen veehouderij Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Beperkingen veehouderij bepaalt in afwijking van Artikel 5.63 dat: a.

vestiging van, omschakeling naar of uitbreiding van een veehouderij is uitgesloten; en Initiatief voorziet niet in het vestigen of omschakelen naar of uitbreiden van een veehouderij.

b.

een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten. In de beoogde situatie wordt er 144 m2 aan nieuwe bebouwing opgericht. Als tegenprestatie wordt er 130 m2 aan overtollige bebouwing gesloopt. Wat neerkomt op een lichte toename aan bebouwd oppervlak. Door het feit dat de realisatie van het wooncomplex vervangende nieuwbouw betreft én het een zodanige meerwaarde creëert, wordt de ontwikkeling mogelijk geacht.

Diep grondwaterlichaam Artikel 3.11 Aanwijzing milieubelastende activiteit Diep grondwaterlichaam Als milieubelastende activiteit binnen de locatie Diep grondwaterlichaam wordt aangewezen de onconventionele winning van koolwaterstoffen.

Artikel 3.12 Verbod milieubelastende activiteit Diep grondwaterlichaam Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in Artikel 3.11 , te verrichten. Initiatiefnemer is niet voornemens om de milieubelastende activiteit, bedoeld in Artikel 3.11 te verrichten.

Geen attentiezone waterhuishouding Artikel 5.41 Attentiezone waterhuishouding is hier niet van toepassing

Groenblauwe Waarden: Artikel 5.46 Groenblauwe waarden Lid 1 Een Omgevingsplan ter plaatse van groenblauwe waarden:

a.

Strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken De ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing waardoor de bestaande landschappelijke kwaliteiten van de groenblauwe mantel in de omgeving behouden en versterkt worden. Ook worden de belangrijke natuur-, bodem- en waterfuncties gerespecteerd. Daarom sluit het initiatief aan bij de ambitie van de provincie voor de groenblauwe structuur.

b.

14

bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Voor de beschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 6. c.

stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; Bij de realisatie van het woon-zorgcomplex wordt rekening gehouden met materiaalgebruik en het gebruik van uitloogbare materialen wordt voorkomen. In het TAM-omgevingsplan is voor deze locatie een landschapsplan opgesteld (bijlage 5). De ontwikkeling zal de omliggende natuur dus niet aantasten, maar in bepaalde zin juist versterken. Waarbij de landschappelijke inpassing als voorwaardelijke verplichting in de planregels worden meegenomen. De regels uit het vigerende tijdelijk omgevingsplan worden bovendien overgenomen in het TAM-IMRO plan.

d.

Bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Er wordt een landschappelijke inpassing aangeplant waarmee invulling wordt gegeven aan deze regel.

Landelijk gebied: Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In onderhavig plan wordt toegelicht dat de toedeling van functies zal zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. Het realiseren van het woon-zorgcomplex zal bijdragen aan zorgvuldig ruimtegebruik wat de omgevingskwaliteit van de locatie ten goede komt. Lid 2 Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door: a.

financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan; of De financiële uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 5.

b.

nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. N.v.t.

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; Initiatief voorziet in landschappelijke inpassing zoals aangegeven in bijlage 5

b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;

c.

het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken;

d.

het wegnemen van verharding;

e.

het slopen van bebouwing ;

f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode g.

het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Artikel 5.12 ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a.

welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; In onderhavig plan wordt toegelicht dat de toedeling van functies zal zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. Het realiseren van het woon-zorgcomplex zal bijdragen aan zorgvuldig ruimtegebruik wat de omgevingskwaliteit van de locatie ten goede komt.

b.

welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De verschillende omgevingswaarden en het behoud en/ of versterking van deze worden verder uitgewerkt in hoofdstuk 4

c.

op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en De kwaliteitsverbetering wordt zo ingepast dat er voor zowel omgeving, als ‘jeugdigen’ meerwaarde wordt gecreëerd. Ter toelichting wordt er verwezen naar bijlage 5, hieruit valt op te maken dat het oppervlak rondom het zorgcomplex wordt voorzien van groenelementen. Daarnaast zullen er op meerdere plekken van het plangebied groene structuren worden ingepast.

d.

op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. In de huidige situatie wordt bijgebouw 2 (figuur 3) als overtollig gezien, met realisatie van de ontwikkeling wordt dit bouwwerk gesloopt en zal deze vrijgekomen ruimte gebruikt worden voor de bouw van het woon-zorgcomplex.

Artikel 5.78 Niet-agrarische activiteit Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan bepalen dat de ontwikkeling van een niet-agrarische activiteit binnen een bestaand bouwperceel mogelijk is als: a.

dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12 ; Menzel 33 is gelegen in een gebied waar de functieaanduiding 'wro-zone woonwerkontwikkelingsgebied' van toepassing is. Zulke gebieden zijn bestemd voor de ontwikkeling en gevarieerd woon- en werkklimaat. Vanuit een gebiedsgerichte benadering wordt deze nieuwe functie, in combinatie met een flinke landschappelijke inpassing, als passend en geschikt gezien zodat het karakter van het buurtschap kenmerkend blijft.

b.

aanwezige, overtollige bebouwing wordt gesloopt; en In de huidige situatie wordt bijgebouw 2 (figuur 3) als overtollig gezien, met realisatie van de ontwikkeling wordt dit bouwwerk gesloopt en zal deze vrijgekomen ruimte gebruikt worden voor de bouw van het woon-zorgcomplex.

16

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode c.

dit geen betrekking heeft op: 1.

een kantoor met baliefunctie;

2.

het toelaten van een nieuwe lawaaisport ; en

3.

een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking. Allen niet van toepassing

Lid 2 Het omgevingsplan regelt: a.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan en tot welke omvang; Met het toevoegen van de functieaanduiding ‘maatschappelijk’ wordt de beoogde activiteit binnen de planregels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ als toegestaan gezien.

b.

dat de niet-agrarische activiteit, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in Artikel 5.12; Menzel 33 is gelegen in een gebied waar de functieaanduiding 'wro-zone woonwerkontwikkelingsgebied' van toepassing is. Zulke gebieden zijn bestemd voor de ontwikkeling en gevarieerd woon- en werkklimaat. Vanuit een gebiedsgerichte benadering wordt deze nieuwe functie, in combinatie met een flinke landschappelijke inpassing, als passend en geschikt gezien zodat het karakter van het buurtschap kenmerkend blijft.

c.

dat een ontwikkeling naar een functie met grote publieksaantrekkende werking is uitgesloten; Het woon-zorgcomplex zal plaats bieden aan een drietal bewoners die het grootste deel van de week op de planlocatie zullen verblijven. Een enkeling zal gedurende het weekend in hun ouderlijk huis verblijven. De verkeersbewegingen die hierdoor gegenereerd worden zullen geen grote publieksaantrekkende werking veroorzaken, waarmee de functie een passende omvang voor de omgeving kent.

d.

dat opslag en stalling van voorwerpen of materialen plaatsvindt in gebouwen, behalve als de activiteit de opslag van zand, grond en grind betreft; en De huidige functie van bijgebouw 1 (deels) en bijgebouw 3 (zie figuur 3), opslag en stalling, zal in de beoogde situatie niet veranderen. Waarmee alle opslag inpandig plaats zal vinden.

e.

dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de toegelaten omvang, bedoeld onder a. De verwachting is dat met de beoogde ontwikkeling voor lange termijn kan worden voldaan aan de economische perspectieven van dit bedrijf. Een verdere groei is niet noodzakelijk.

Lid 3 Als uitgangspunt voor een bij de omgeving passende omvang als bedoeld in het tweede lid geldt voor: a.

een bedrijfsmatige activiteit, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De initiatiefnemers willen met de beoogde activiteit juist een kleinschalig karakter benadrukken, waardoor vestiging op een bedrijventerrein niet stimulerend werkt. Daarnaast hebben de initiatiefnemers het doel om de zelfstandigheid van de bewoners zo veel mogelijk te vergroten. Dit willen ze bereiken door ze op eigen locatie dagbesteding aan te bieden en ze bij te brengen hoe je verantwoordelijkheid neemt, verzorging en om moet gaan met zowel mens als dier.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode b.

een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Het beoogde plan voorziet niet in de verkoop van artikelen ter plaatse.

c.

een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Niet van toepassing

Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; en Locaties als Menzel 33 zijn zeer geschikt voor het omschakelen naar een andere functie. Er treedt door de combinatie van zowel het binnen- als buitenleven een zodanige meerwaarde op, dat jongeren perspectieven wordt geboden voor een zo zelfstandig mogelijke toekomst.

b.

de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De ontwikkelingen hebben het streven om jeugdigen, die door omstandigheden niet thuis kunnen wonen, via begeleid wonen een zo zelfstandig mogelijke toekomst te bieden. De mate van zelfstandigheid zal per persoon verschillen, maar de insteek is om ze op zo veel mogelijk verschillende vlakken kennis te laten op doen. Wat het bieden van meerwaarde als positief gevolg heeft.

Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. De kwaliteitsverbetering wordt zo ingepast dat er voor zowel omgeving, als ‘jeugdigen’ meerwaarde zal worden gecreëerd. Ter toelichting wordt er verwezen naar bijlage 5, hieruit valt op te maken dat het oppervlak rondom het zorgcomplex wordt voorzien van groenelementen. Daarnaast zullen er op meerdere plekken van het plangebied groene structuren worden ingepast.

Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Zoals eerder toegelicht zullen de ontwikkelingen gepaard gaan met kwaliteitsverbetering en/of landschappelijke inpassing. Lid 2 Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door: a.

18

financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan; of

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing wordt de beoogde ontwikkelingen juridisch en feitelijk geborgd. b.

nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. De afspraken van Gedeputeerden Staten (betreft afdeling 5.4) worden, d.m.v. kwaliteitsverbetering van het landschap, nagekomen. Zie bijlage 15 voor de toelichting van de kwaliteitsverbetering.

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;

b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;

c.

het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken;

d.

het wegnemen van verharding;

e.

het slopen van bebouwing ;

f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of

g.

het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering van de landschappelijke kwaliteit betreft de punten a, b en e.

Lid 4 Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder b, wordt een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds verzekerd en wordt over de besteding van dat fonds periodiek verslag gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. Er wordt toepassing gegeven aan het tweede lid door te voldoen aan de regels van de gemeente Bernheze ‘Beleidsregel landschappelijke kwaliteitsverbetering’. De bijdrage betreft het realiseren van groene structuren rondom het plangebied (zie paragraaf 4.10).

Conclusie: Door de ligging van het plangebied binnen de aanduiding ‘landelijk gebied’, dient de ontwikkeling gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De uitvoering hiervan dient geborgd te zijn door financiële, juridische of feitelijke vastlegging in het plan. Initiatiefnemer is voornemens te investeren in landschappelijke inpassing zoals eerder benoemd en aangegeven in het landschapsplan (bijlage 5). Daarnaast wordt in de Omgevingsverordening aangegeven dat uitbreiding van bestaande of nieuwe activiteiten een onderbouwing dienen te bevatten omtrent het passen van de ontwikkeling binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Dit document voorziet in deze onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

5.3

Gemeentelijk beleid

Bij de motivering dient aandacht te worden gevestigd op het beleid van de gemeente op het gebied van gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema's gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet.

5.3.1

Omgevingsvisie Bernheze 2040

De omgevingsvisie Bernheze 2040 is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven toetsen we op basis van deze omgevingsvisie. De Omgevingswet verplicht gemeenten een omgevingsvisie op te stellen. Het schetst de ambities voor de komende 20 jaar. Ambities en doelen die samen met de partners zijn bepaald. De gemeente staat immers aan de lat voor het realiseren van deze ambities en doelen van deze visie. Met de omgevingsvisie wil de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. Daarvoor hanteert de gemeente de volgende aanknopingspunten om slim met de ruimte om te gaan:

•

Kenmerken en identiteit van het gebied centraal stellen;

•

Meervoudig ruimtegebruik, waar het kan;

•

Voorkomen van afwenteling.

De Omgevingsvisie van gemeente Bernheze is gebaseerd op vijf thema’s die passen bij de scope van de visie in brede zin. Dit zijn:

1. Gezonde leefomgeving 2. Leefbare kernen 3. Klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit 4. Vitale en duurzame landbouw en economie 5. Landschap en erfgoed

De gezonde leefomgeving zet in op de bevordering van de fysieke, sociale en mentale gezondheid van inwoners en nodigt uit tot activiteit van jong en oud. Door de onderhavige ontwikkeling wordt gewerkt aan de mentale gezondheid van de inwoners.

Leefbare kernen zet in op passende woningen, duurzame mobiliteit, veiligheid, voldoende voorzieningen en een levendige gemeenschap. Door de onderhavige ontwikkeling wordt hoogwaardige zorg geleverd. Inwoners van de gemeente die hiervan gebruik willen maken hoeven niet ver te reizen.

Door de landschappelijke inpassing wordt de klimaatbestendigheid gewaarborgd. Er vinden geen nieuwe activiteiten plaats die in betekenende mate een negatieve invloed hebben op het milieu.

Door de toevoeging van het woon-zorgcomplex wordt gewerkt aan een duurzame en toekomstbestendige economie en wordt lokale bedrijvigheid gekoesterd en gestimuleerd. Zo wordt bijgedragen aan de vitale en duurzame economie.

20

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Tot slot zet Kwaliteit landschap en erfgoed in op het versterken van de cultuurhistorie, beschermen en behouden van de landschappelijke waarden en de kwaliteit van de openbare ruimte. Door de landschappelijke inpassing worden deze waarden geborgd. Naast de vijf thema’s is het gebied waarover de Omgevingsvisie strekt, opgedeeld in drie deelgebieden op basis van de landschappelijke kenmerken. De uitwerking van de vijf thema’s is daarbij ook verschillende voor de drie deelgebieden. Initiatief ligt binnen het Peelhorst-landschap, zoals aangegeven in figuur 9.

Menzel 33

Figuur 9: Deelgebieden Gemeente Bernheze.

De leidende principes per thema voor het deelgebied Peelhorst-landschap zijn als volgt: -

bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen: Schoon, stil en natuurlijk; Natuur inclusief voedsel; Zorg in het groen.

-

Kenmerken van de hrost terug laten komen in de inrichting: Vasthouden van water; Circulair; Klimaat0 en natuur inclusief bouwen; Vitaliseren van wijken; Prioriteit aan wandelen en fietsen in met name de GGS; Doorgaand verkeer ontmoedigen; Alleen vrachtverkeer op basis van elektriciteit of waterstof (H2).

-

Breuklijn en wijstgronden herstellen, beleefbaar maken; de vindplaats van de Bronsschat beleefbaar maken; aandacht voor gezond bodemleven.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Conclusie: Op basis van het initiatief in verband met de Omgevingsvisie van de gemeente Bernheze, kunnen we concluderen dat het voorgestelde woon-zorgcomplex in overeenstemming is met de visie op het betreffende Peelhorst-landschap, maar mogelijk ook enkele uitdagingen oplevert. Het initiatief lijkt in lijn te zijn met de ambitie om een gezonde leefomgeving te bevorderen door de ontwikkeling van een woon-zorgcomplex dat gericht is op het welzijn van de bewoners, inclusief faciliteiten om eenzaamheid tegen te gaan. Ook draagt het bij aan het creëren van leefbare kernen door het bieden van passende woningen en het behouden van voorzieningen.

Wat betreft het behoud en de versterking van het landschap en erfgoed, roept het initiatief echter enkele vragen op. Hoewel er wordt geïnvesteerd in landschappelijke inpassing, roept de uitbreiding van het bouwvlak enigszins zorgen op over het behoud van de kenmerken van het Peelhorstlandschap, zoals vastgesteld in de omgevingsvisie. Door middel van de landschappelijke inpassing en behoud van alle andere aanwezige bebouwing, biedt het initiatief degelijke compensatie. Hierdoor wordt er alsnog voorzien in versterking van het landschap en erfgoed.

Het is duidelijk dat het initiatief enkele aspecten van de omgevingsvisie ondersteunt, met name op het gebied van gezonde leefomgeving en leefbare kernen. Echter, de impact op het landschap en erfgoed vraagt om zorgvuldige en mogelijke aanpassingen in design om volledig in lijn te zijn met de omgevingsvisie van de gemeente Bernheze. Hier wordt echter geen knelpunt in gezien.

5.3.2

Kadernota gemeente Bernheze

In deze kadernota wordt het financiële vertrekpunt bepaald en brengt de gemeente de geïnventariseerde voornemens in beeld voor de periode 2024-2027. We maken onderscheid tussen de voornemens tussen zaken die al in de meerjarenbegroting (MJB) waren ondergebracht en zaken die bij deze nota nieuw zijn ingebracht (Nieuw). Daarnaast maken we verschil tussen vervanging of wettelijk (noodzakelijk) en anderzijds overige (keuze mogelijk). In deze kadernota wordt de aandacht expliciet op een aantal programma’s gelegd:

-

Leefbare kernen

-

Gezonde zorgzame gemeente

-

Klimaatbestendig, biodivers en circulair

-

Duurzame landbouw en economie

-

Weerbare en veilige samenleving

-

Dienstverleningen sterke organisatie

-

Financiën

Het zorgcomplex krijgt een maatschappelijke functieaanduiding. Vanwege de aard van het initiatief, is het programma ‘ gezonde zorgzame gemeente het meest gerelateerd aan het initiatief. Om deze reden wordt enkel dit programma uit de kadernota van toelichting voorzien.

22

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Gezonde zorgzame gemeente wil bereiken dat iedereen kan meedoen, mensen elkaar kennen en zorg dragen voor elkaar. Om dit te bereiken zetten we onder andere algemene voorzieningen en individuele ondersteuning in voor de inwoners. Ondanks de sociale en zorgzame gemeenschap zijn er altijd mensen die kwetsbaar zijn en individuele hulp nodig hebben om mee te blijven doen in de samenleving. Voor een zorgzame en sociale gemeenschap zijn een sterk verenigingsleven, (maatwerk)voorzieningen en inwonersinitiatieven onmisbaar. Indien nodig kunnen inwoners een beroep doen op ondersteuning via de gemeentelijke toegang Wegwijzer. We zien kansen in het omarmen van het gedachtegoed van positieve gezondheid. Positieve gezondheid richt zich op het versterken van de veerkracht van de mensen zelf en het vergroten van hun kwaliteit van leven. We ondersteunen inwoners op diverse leefgebieden zoals het dagelijks functioneren, het meedoen in de samenleving, bieden van zingeving, het verbeteren van het mentaal welbevinden en het bevorderen van een gezonde leefstijl. We bieden hulp bij het vinden van een passende en duurzame werkplek. Zo dragen we bij aan het fundament van een prettig woon- en leefklimaat in Bernheze.

Voorgenomen project valt tussen het jeugdbeleid (onder de 18 jaar) en de Wmo (vanaf 18 jaar). Het plan wordt om die reden gezien als een goed initiatief en het zal zeker voorzien in een behoefte. Op dit moment zijn er weinig voorzieningen in het overgangsgebied tussen jeugdbeleid en Wmo. Binnen dit project leren jongeren zelfstandig te wonen waarbij zij terug kunnen vallen op gezinshuisouders. Het oprichten van gezinshuizen is een ontwikkeling die (landelijk en regionaal) meer vaker voorkomt als gevolg van het sluiten/afbouwen van instellingen.

Alles overziend sluit de voorgenomen ontwikkeling meer dan passend aan op de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de kadernota. Geconcludeerd kan worden dat de kadernota 2024-2027 niet voor belemmeringen zal zorgen tijdens het realiseren van het project.

5.3.3

Sociaal beleid

Op de locatie wordt zorg aangeboden. De gemeente Bernheze heeft hiervoor regels en handleidingen binnen het sociaal domein. De voorgenomen ontwikkeling is daartoe besproken met het sociaal domein. Op de locatie wordt zorg aangeboden en er is sprake van een zorgaanbieder en zorgvrager verhouding. De kosten voor de zorg worden vanuit het ppgb en de wet langdurige zorg gedekt. Omdat het zorg voor jongeren betreft komt er een moment dat zij eventueel doorschuiven naar een andere locatie voor jongvolwassenen of dat zij volwaardig in de maatschappij mee kunnen gaan draaien. De gemeente onderschrijft en waardeert de inzet die er op de locatie wordt geleverd voor deze groep zorgbehoevenden. De wijze van samenwerken is herkend en akkoord bevonden.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Hoofdstuk 6 6.1

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING

Kwaliteit leefomgeving

Art. 2.25 en 2.26 van de Omgevingswet bepalen dat een omgevingsplan moet voldoen aan Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). 6.1.1

Veiligheid

Onder omgevingsveiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht. Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en aandachtsgebieden.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Aandachtsgebieden Binnen een aandachtsgebied moet er rekening gehouden worden met het groepsrisico. Ook gaat het om het afwegen van beschermende maatregelen voor mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren. De aandachtsgebieden gelden zodra de activiteit wordt verricht. Een aandachtsgebied drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een aandachtsgebied. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Met het besluit wordt een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels met betrekking tot aandachtsgebieden.

Het Bkl bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Daarbij moet de gemeente voor externe veiligheid de PR-contour en de aandachtsgebieden meenemen. Voor buisleidingen geldt ook een belemmeringengebied.

Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn.

tevens borgt het Bkl een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht.

24

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Beoordeling plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in een functiewijziging én het realiseren van een woonzorgcomplex. Met de realisatie van de plannen zullen er gedurende de dag minderjarige verblijven, conform het Bkl bijlage VI bij artikel 5.3, tweede en derde lid, van dit besluit, worden zulke gebouwen gecategoriseerd als kwetsbaar object. Na het positief beoordelen van onderhavig plangebied zullen de stappen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden doorlopen, om op de inrichting op deze manier aan de regels van het Besluit Activiteiten Leefomgevings en Besluit Kwaliteit leefomgeving te laten voldoen.

Inventarisatie risicobronnen Met behulp van de nationale risicokaart is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Een uitsnede van de risicokaart met het plangebied vindt u hieronder. Het plangebied is blauw omcirkeld.

Figuur 10: Uitsnede risicokaart

Rondom het plangebied zijn nagenoeg geen gevaarlijke locaties aanwezig. Op een afstand van ca. 1.000 meter bevindt zich in de vorm van een ziekenhuis een kwetsbaar object. De aanvrager heeft echter geen enkele verantwoordelijkheid m.b.t. de veiligheidsrisico’s van deze instellingen.

Risicovolle infrastructuur Onder ‘risicovolle infrastructuur’ worden de invloedsgebieden van snelwegen, ondergrondse buisleidingen of spoorwegen verstaan. In de gemeente Bernheze zijn dit bijvoorbeeld diverse buisleidingen en enkele rijks- en provinciale wegen. Op ca. 3,80 km bevindt zich een hoge druk aardgasbuisleiding. Door het feit dat deze leiding een PR 10-6 contour van 0 meter heeft, vormt het geen belemmering voor het realiseren van de herontwikkelingen.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Bedrijven Vastgesteld dient te worden of het plangebied gelegen is binnen de veiligheidscontour van bestaande inrichtingen. De inrichtingen zijn weergegeven op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid.

Spoorwegen Op circa 8,00 km ten zuidoosten van het plan ligt de spoorweg ‘s-Hertogenbosch – Oss’. Deze spoorweg maakt onderdeel uit van het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de Regeling basisnet volgt dat deze spoorweg geen PR 10-6 contour of plasbrandaandachtsgebied heeft. Het heeft wel een invloedsgebied van ca. 4 kilometer, gezien de werkelijke afstand van 8 kilometer (plangebied tot het spoor) kan geconcludeerd worden dat het invloedsgebied van de spoorweg niet over het plangebied reikt.

Hoogspanningslijnen Op een afstand van ongeveer 260 meter ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering voor de ontwikkeling.

Wegen Op circa 390 meter vanaf het plangebied ligt de A50 (knooppunt Paalgraven-Zeeland, wegvak B80). Over deze transportweg worden o.a. gevaarlijke stoffen uit de stofcategorieën LT1, LT2 en GT4 vervoerd. LT1 heeft een invloedsgebied van 730 meter, LT2 van 880 meter en GT4 van > 4000 meter. Gezien het feit dat het plangebied niet binnen 200 meter van deze transportroute ligt, is een beperkte verantwoording van het groepsrisico (op het gebied van toxische middelen) afdoende.

Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof.

Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld.

De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied.

26

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode

Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt.

Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied:

-

goed te alarmeren is;

-

goed te schuilen is;

-

goed te ontvluchten is.

Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.

Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden.

Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af.

Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

Ruimtelijke onderbouwing (Vastgesteld)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode 6.1.2

Beschermen van de waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl)

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect water en watersystemen.

Waterbeheerplan In het waterbeheerplan 2022-2027 (WBP) worden de doelstellingen vanuit Waterschap Aa en Maas beschreven en hoe die doelstellingen gehaald zullen worden. Dit plan zal gelden van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027 en is in de vorm van drie programma’s uitgewerkt, deze zijn: 1. Waterveiligheid; gericht op de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Hierin wordt aandachtgegeven aan hoe het watersysteem met oog op 2050 goed blijft functioneren onder normale en extreme weersomstandigheden. Het doel dat het waterschap hierbij hanteert is een klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar watersysteem. De aandacht wordt gehouden zowel op chemisch en ecologische waterkwaliteit als beheer van waterkwantiteit: goede waterpeilen, vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte. 3. Schoon Water; Dit programma beschrijft de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen. Het afvalwater keten en zuiveringsinfrastructuur is hierin de centrale focus. Dit programma hangt nauw samen met het deelprogramma Gezond en Natuurlijk water (deel van Klimaatbestendig en gezond watersysteem), goed gezuiverd afvalwater levert namelijk een belangrijke bijdrage aan een gezond en natuurlijk watersysteem.

In het programma worden doelen voor de bebouwde omgeving gesteld met als lange termijn doel het ontwikkelen van een watersysteem waarin:

•

Zuivering minder emissies genereerd;

•

Het gebruik van primaire grondstoffen terug gedrongen wordt;

•

Hergebruik van het gezuiverde afvalwater voor natuur, landbouw en industrie de standaard is;

•

water- en grondstofkringlopen gesloten worden;

•

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

•

de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;

•

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;

•

de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere (keten)partners is toegenomen.

In het WBP zijn de programma’s uitgewerkt tot concrete doelstellingen die aan de hand van de beschikbare instrumenten van het waterschap doorgevoerd worden; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

28

Menzel 33 (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Menzel 33, Nistelrode Waterschapsverordening De voorschriften in de Omgevingswet en de Waterschapsverordening geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Bij activiteiten zoals lozing, onttrekking van grondwater, dempen van sloten of plaatsen van een brug moet rekening gehouden worden met de Waterschapsverordening. In de verordening is opgenomen dat in de directe nabijheid van het plangebied een a-watergang aanwezig is. Voor a-watergangen is een beschermingszone van kracht waarbinnen het niet is toegestaan obstakels te creëren die het onderhoud van de watergang beperken. Met een watervergunning kan af worden geweken van dit verbod.

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.

Legger De legger is een kaart waarop staat welke sloten, beken en dijken in het werkgebied van een bepaalde Waterschapsverordening vallen. Er is onder andere in te vinden waar sloten, rivieren, dijken en bruggen liggen en wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. In de nota legger worden de kaders, uitgangspunten en randvoorwaarden waarbinnen de legger is opgesteld toegelicht. De Waterschapsverordening verwijst volop naar de legger.

Gemeente Bernheze Het beleid van de gemeente Bernheze sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. De gemeente heeft zelf het Gemeentelijke Rioleringsplan (PWR 2024 - 2027), en de verordening fysieke leefomgeving (VFL). In de PWR en VFL zijn doelstellingen en maatregelen in de waterketen opgenomen, waartoe de gemeente wettelijk verplicht is. Verder zijn er, niet wettelijk verplichte maatregelen opgenomen, die nodig zijn om de gewenste inrichting en functioneren van water te kunnen bereiken. De hoofddoelstelling van het de plannen is “Het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4872186c-6854-43ef-936e-426fe03d5e4a