CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept OER.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 juni 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking 80%-versie omgevingsvisie / Partnervisie leefomgeving31.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

53

4.1.7

Waterkwaliteit – oppervlaktewater (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de waterkwaliteit bijvoorbeeld d.m.v. aanwezigheid waterplanten en minder pesticiden, verbetert)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de waterkwaliteit - oppervlaktewater is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • KRW lichamen, Rijkswaterstaat • Chemische en ecologische kwaliteit KRW lichamen, Waterschap AA en Maas

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed

De chemische en ecologische kwaliteit is goed of zeer goed.

Matig

De chemische en ecologische kwaliteit is matig.

Slecht

De chemische en ecologische kwaliteit is ontoereikend of slecht.

De huidige situatie Inleiding Voor de beschouwing van dit beoordelingscriterium gaan we uit van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In deze richtlijn zijn waterlichamen vastgesteld met een minimale omvang. Het doel van de KRW is dat uiterlijk in 2027 al het water in Europa schoon en gezond is. Dat is niet vrijblijvend. De KRW is Europese regelgeving die door alle lidstaten wettelijk is verankerd. Binnen de gemeente Bernheze liggen de volgende KRW-lichamen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Aa van Gemert tot Den Bosch aan de zuidwest grens van de gemeente (oranje) Biezenloop aan de zuidwestgrens van de gemeente (paars) Kleine Wetering aan de noordgrens van de gemeente (paars) Leijgraaf loopt aan de zuidkant door het midden van de gemeente (paars) Groote Wetering loopt onder Nistelrode door het midden van de gemeente (paars) Beekgraaf loopt aan de zuidgrens van de gemeente (paars)

3

5

1

4

2 Afbeelding 29

6 KRW lichamen Bron: Rijkswaterstaat

Beschikbare gegevens Onderstaande tabellen tonen de toestand van de chemische en ecologische kwaliteit. Hierbij is rood slecht en voldoet niet, oranje is ontoereikend, geel is matig, groen is goed, en blouw is zeer goed. Specifiek verontreinigende stoffen die de norm overschrijden zijn ammonium, benzo(a)antraceen, kobalt, en zink.

54

Tabel 8

Aa van Gemert tot Den Bosch Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 9

Biezenloop Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 10 Kleine Wetering Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 11 Leijgraaf Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 12 Groote Wetering Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 13 Beekgraaf Bron: Waterschap AA en Maas

Conclusie Als we per waterlichaam kijken naar de score voor Chemie totaal en Ecologie totaal dan zien we de volgende scores, waarbij rood slecht, oranje ontoereikend, geel matig, groen goed en blouw zeer goed is.

Aa van Gemert tot Den Bosch Biezenloop Kleine Wetering Leijgraaf Groote Wetering Beekgraaf Beoordeling criterium Slecht

Chemie totaal Rood Rood Rood Rood Rood Rood

Ecologie totaal Oranje Geel Geel Geel Geel Oranje

Eindscore Slecht tot ontoereikend Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot ontoereikend

Huidige situatie

De chemische kwaliteit van de waterlichamen is gekwalificeerd als ‘slecht’ en de ecologische kwaliteit ‘ontoereikend tot matig’. De totale waardering voor de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater is ‘slecht’.

55

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Europese Kaderrichtlijn Water gaat in op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) 11 in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Beleid In het Regionaal Water en bodem Programma 2022 - 2027 staat omschreven hoe de provincie, samen met haar strategische partners zoals waterschappen, waterbedrijf, natuurorganisaties, industriële verbruikers en land- en tuinbouworganisaties, werken aan veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de waterkwaliteit.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De kwaliteit van de Aa, de Kleine Wetering, de Leijgraaf, de Groote Wetering en de Beekgraaf wordt beïnvloedt door natuurlijke / beïnvloedbare achtergrondbelasting (metalen, nutriënten), diffuse bronnen zoals uiten afspoeling van landbouwgronden, bovenstroomse doorvoer, waterinlaat en puntbronnen als rwzi’s en pieklozingen door riool overstorten. De kwaliteit van de Biezenloop wordt beïnvloed door natuurlijke / onbeïnvloedbare achtergrondbelasting (nutriënten), diffuse bronnen zoals uit- en afspoeling van landbouwgronden en waterinlaat. Een algemene ontwikkeling is dat de kwaliteit van het oppervlaktewater onder druk staat door het gebruik van medicijnen en microplastics. Het toenemende gebruik van medicijnen als gevolg van onder andere de vergrijzing heeft invloed op de hoeveelheid resten die in het oppervlaktewater terechtkomen. Ook de toename van zomerse en tropische dagen heeft gevolgen voor het oppervlaktewater. Tijdens langdurig warme periodes kan met name stilstaand oppervlaktewater sterk opwarmen. Veel water verdampt waardoor het volume afneemt en het overige water sneller opwarmt. Dit kan nadelige effecten hebben op de waterkwaliteit. Verder is, door toename van extreme neerslag, de verwachting dat overstorten vaker, en met grotere volumes, in werking zullen treden.

Hierdoor zal de vuillast op oppervlaktewater toenemen en daarmee ook de kans op problemen met de waterkwaliteit. Dit vormt een risico voor de gezondheid van onder andere vissen en (water)vogels. Met name als deze overstortlocaties op (stilstaande) waterpartijen in de kernen liggen kan dit ook tot stankoverlast leiden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de kwaliteit van het oppervlaktewater binnen de gemeente Bernheze ‘slecht’ te noemen is. De maatregelen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water die voorschrijft dat uiterlijk in 2027 al het water in Europa schoon en gezond is. De beschreven trends en ontwikkelingen.

56

Beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie

Enerzijds zijn er ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Anderzijds worden maatregelen verwacht ten aanzien van bijvoorbeeld microplastics en zullen maatregelen opgelegd worden om te voldoen aan de KRW richtlijnen. Ook zal ingespeeld moeten worden op de klimaatverandering met veranderende neerslag tot gevolg. Er vanuit gaande dat deze maatregelen daadwerkelijk genomen gaan worden, verwachten we dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in de toekomst verbetert. In hoeverre het verbetert, is op dit moment nog onduidelijk.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit oppervlaktewater. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Focus op transitie van de landbouw en grootschalige voedselproductie kan leiden tot meer diffuse afspoeling. - Het toestaan van ruimere milieunormen.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Intensieve landbouw is niet noodzakelijk als er enkel voor de lokale markt geproduceerd wordt. - Focus in beekdal op kleinschalige agrarische concepten en het herstel van biodiversiteit.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Inspelend op het radicale klimaat vindt een radicale omslag in de waterhuishouding plaats. - Inzetten op decentrale waterzuivering. - Meanderende beeksystemen met natuurvriendelijke oevers in het middengebied.

-

+

++

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

Scenario 1 is, door diffuse afspoeling van landbouwgronden, voor alle KRW-lichamen in de gemeente Bernheze een grote bron van verslechtering van de waterkwaliteit. Bovengenoemde punten hebben de potentie om de waterkwaliteit van de KRW-lichamen te verslechteren. Scenario 2 heeft de potentie om de waterkwaliteit van de KRW lichamen te verbeteren. De afschaling van landbouw heeft verminderende afwatering van ammoniak tot gevolg. Verder zijn bij kleinschaligere landbouw waarin ook een focus ligt op herstel van biodiversiteit meer koppelkansen voor water. Scenario 3 heeft de grootste potentie om de waterkwaliteit te verbeteren.

57

4.1.8

Waterkwaliteit – grondwater (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de waterkwaliteit d.m.v.. aanwezigheid waterplanten en minder pesticiden, verbetert)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de grondwaterkwaliteit is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Grondwaterkwaliteitskaarten, KWR

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig

Antropogene stoffen liggen onder de rapportagegrens Antropogene stoffen liggen onder de signaleringswaarde (0,1 microgram/Liter)

Slecht

Antropogene stoffen zijn gelijk aan of liggen boven de signaleringswaarde (0,1 microgram/Liter)

De huidige situatie Inleiding Grondwater is water dat in de bodem zit. Het is daar vooral via neerslag in terechtgekomen. Grondwater is een belangrijke bron voor drinkwater en van grote betekenis voor natuurgebieden en een gezond ecosysteem. Er zijn verschillende manieren waarop het grondwater vervuild kan raken. Bijvoorbeeld door lekkage uit ondergrondse leidingen, door gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving of door mest in de landbouw. Beschikbare gegevens De beschikbare gegevens zijn afkomstig van KWR Water Research Institute dat in Nederland de kwaliteit van het grondwater in onderzoekt en in kaart brengt. Onderstaande afbeeldingen geven de classificaties van de meetwaarden weer binnen de gemeente Bernheze.

Afbeelding 30

Grondwaterkwaliteitskaart met alle antropogene stoffen Bron: KWR

Op de locatie Rukven 5 zijn 5 stoffen boven de rapportagegrens en 3 stoffen boven de norm. Op de locatie Vorstenbosseweg / Heisewal liggen alle stoffen onder de rapportagegrens. Onderstaande meer informatie per type stof.

58

Rukven 5

hoek Vorstenbosseweg / Heisewal

Alle antropogene stoffen

Onder rapportagegrens ≥ 0,1 µg/l (signaleringswaarde)

Onder rapportagegrens Onder rapportagegrens

Bestrijdingsmiddelen 7 anorganische stoffen 32 meest voorkomende stoffen Totaal

Onder rapportagegrens Onder detectiewaarde Aluminium klasse 2, 200 µg/l ≥ 0,1 µg/l (signaleringswaarde)

Onder rapportagegrens Onder detectiewaarde Geen meetgegevens Onder rapportagegrens

10 meest voorkomende stoffen

Conclusie Beoordeling criterium Matig

Huidige situatie

In gemeente Bernheze liggen slechts 2 meetpunten die informatie geven over de huidige grondwaterkwaliteit. Hiervan is de kwaliteit in het zuiden goed. De kwaliteit in het westen is voor 5 antropogene stoffen matig en voor 3 antropogene stoffen (zoals bijvoorbeeld aluminium) slecht. Veel meetpunten rondom gemeente Bernheze zijn ook matig tot slecht. Hoewel veel stoffen voldoen aan de kwaliteitseisen, is er steeds een aantal dat slecht tot matig is. Hierdoor nemen we aan dat de kwaliteit van het grondwater in gemeente Bernheze over het algemeen ‘matig’ is.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Europese Kaderrichtlijn Water gaat in op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) 11 in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Beleid In het Regionaal Water en bodem Programma 2022 - 2027 staat omschreven hoe de provincie, samen met haar strategische partners zoals waterschappen, waterbedrijf, natuurorganisaties, industriële verbruikers en land- en tuinbouworganisaties, werken aan veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Actueel beleid stelt vast in het bestemmingsplan dat mestbewerking toegestaan wordt op bedrijfsniveau, maar alleen als de mest afkomstig is van het eigen bedrijf. Momenteel zijn twee locaties positief bestemd voor mestbewerking/vergisting. Kortom, alleen kleinschalig voor en op het eigen bedrijf. Daarnaast wordt het wel of niet toestaan van nieuwe mestverwerkingsinitiatieven maatwerk. Vooral locatie en ligging van samenwerkende bedrijven is daarbij belangrijk. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de kwaliteit van het grondwater.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Door langere droge zomers en hoge temperaturen verslechtert de kwaliteit van grondwater naar een wisselend niveau in de autonome ontwikkeling. Middels vergunningverlening voor grondwateronttrekking dient voorkomen te worden dat intrusie van zout water plaatsvindt, waardoor uitputting en verzilting van het grondwater door overmatige onttrekking vermeden wordt. Er komt steeds meer aandacht voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen en mest. De verwachting is dat er strengere normen komen voor het gebruik ervan. Anderzijds groeit de bevolking waardoor meer voedselproductie nodig is. Een andere ontwikkeling die van invloed is op de grondwaterkwaliteit is het gebruik van bodemenergie (gebruik van grondwater voor het koelen van gebouwen in de zomer, en het verwarmen in de winter). Verder zijn ook internationale maatregelen van invloed op een gezonde waterkwaliteit.

59

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de kwaliteit van het grondwater in Bernheze als ‘matig’ beoordeeld wordt. Europees-, Nederlands- en provinciaal beleid. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie Enerzijds zijn er ontwikkelingen die de grondwaterkwaliteit zullen verslechteren; droge zomers, meer verdamping, meer vraag naar drinkwater, minder debiet in oppervlaktewater waardoor in het westen van Nederland het zout steeds verder het land intrekt, kortere meer intense neerslag waardoor het water slechter de grond intrekt, etc. Anderzijds gaan we ervanuit dat normen strenger worden en dat hier meer op ingespeeld wordt; dat er meer gedacht wordt vanuit water en dat bijvoorbeeld de drinkwatervraag hierop aangepast wordt, dat de mindset van mensen met het klimaat mee verandert en dat we meer ons best doen om water de grond in te krijgen zodat het water dat valt de bodem intrekt.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit oppervlaktewater. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Transitie van de landbouw en grootschalige voedselproductie kan leiden tot meer diffuse afspoeling, waarbij vervuild water de bodem in kan zakken. - Ruimere milieunormen worden toegestaan. - Toepassen bemesting en gewasbescherming op maat met moderne (drone) technieken, zodat de milieubelasting voor de bodem, grond- en oppervlaktewater binnen ecologische grenzen past, zoals de KRW en mestwetgeving.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraken die van invloed zijn op de kwaliteit van het grondwater.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Water wordt (extra) vastgehouden door middel van retentiegebieden langs de beken, het ‘parkeren’ van water in het middengebied, het extra vernatten door herstel van de wijstgronden en het bergen van water op daken en (onder) (snel)wegen. Drinkwateren andere grondwaterwinning worden in overleg met provincie en waterschap heroverwogen. - In 2030 zakt 90% van het water in tuinen en kernen in de grond of wordt bewaard als grijswater. In de kernen worden parkeerplekken opgeheven en ingericht als groengebieden. Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor open/doorlaatbare bestrating. Water wordt decentraal gezuiverd en geïnfiltreerd in de bodem. Vergroenen van tuinen wordt plantjes of lagere OZB beloond. Afkoppelen van regenwater van de riolering wordt versneld. Uiteindelijk wordt overal een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd. In 2050 wordt enkel grijswater voor het doorspoelen van het toilet gebruikt. Groene daken (zo mogelijk in combinatie met zonnedaken) worden verplicht bij nieuwbouw. - Water wordt (extra) vastgehouden door middel van retentiegebieden langs de beken, het ‘parkeren’ van water in het middengebied, het extra vernatten door herstel van de wijstgronden en het bergen van water op daken en (onder) (snel)wegen. - Drinkwater- en andere grondwaterwinning worden in overleg met provincie en waterschap heroverwogen.

- In 2030 zakt 90% van het water in tuinen en kernen in de grond of wordt bewaard als grijswater. In de kernen worden parkeerplekken opgeheven en ingericht als groengebieden. Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor open/doorlaatbare bestrating. Water wordt decentraal gezuiverd en geïnfiltreerd in de bodem. Vergroenen van tuinen wordt plantjes of lagere OZB beloond. Afkoppelen van regenwater van de riolering wordt versneld. Uiteindelijk wordt overal een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd.

-

++

60

In 2050 wordt enkel grijswater voor het doorspoelen van het toilet gebruikt. Groene daken (zo mogelijk in combinatie met zonnedaken) worden verplicht bij nieuwbouw. - Water wordt vertraagd afgevoerd door beken te laten meanderen, te verondiepen en met natuurvriendelijke oevers in te richten. Minder water wordt afgevoerd door meer vast te houden en te infiltreren. - Onder wegen en parkeerplaatsen van de gemeente en bedrijven wordt waterberging aangebracht die het water langzaam aan de ondergrond afgeeft, tenzij regenwater gebruikt kan worden voor plantsoenen, tuinen of productieprocessen van bedrijven en boeren. - Plekken worden aangewezen waar lozing op het riool niet meer wenselijk is. Decentrale zuivering zorgt op deze plekken voor zuivering van afvalwater dat vervolgens in de omgeving kan infiltreren. - Overgaan op landbouw met het principe ‘teelt volgt peil’. Niet uitgaan van landbouw die afhankelijk is van beregenen en grondwaterpompen. Eventueel overgaan van producten voor de landbouw naar producten voor ‘biobased’ bouwen. - Nieuwe vormen van extensieve landbouw op basis van ecologische principes, en zonder gifgebruik. - De sponswerking van de landbouwgronden vergroten met organische stof en niet meer met gier dat het grondwater vervuilt. Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

In scenario 1 worden geen maatregelen genomen om het grondwater te beschermen. Wel vormt de diffuse afspoeling van landbouwgronden voor alle KRW-lichamen in de gemeente Bernheze een bron van verslechtering van de waterkwaliteit. Wanneer dit vervuilde water de bodem in zakt, ontstaan grote risico’s voor het grondwater, ondanks de vermelding dat nieuwe technieken binnen de KRW en mestwetgeving moeten passen. In Scenario 3 worden heel veel maatregelen genomen die het grondwater beschermen.

61

4.1.9

Beweegvriendelijkheid (Aantal (openbare) beweegvoorzieningen & aandeel van sport- en beweegactiviteiten; eventueel aangevuld met wat niet openbaar/semiopenbaar toegankelijk is. Kilometers wandel- en fietspaden)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de beweegvriendelijkheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Sport en beweging in cijfers, RIVM • Nabijheid voorzieningen, Atlasvoordeleefomgeving.nl

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau

Goed Matig

Beweegvriendelijkheid kan beoordeeld worden aan de hand van de hardware (voorzieningen, fysieke ruimte) en de software (gedrag, sociaal). In het kader van deze OER behandelen we uitsluitend de fysieke aspecten. De totaalscore is 60 of hoger De totaalscore ligt tussen 40 en 60

Slecht

De totaalscore is lager dan 40

Het RIVM maakt gebruik van de kernindicator beweegvriendelijke omgeving, welke ontwikkeld is door het Mulier Instituut (2019). De kernindicator bestaat uit vier deelindicatoren, te weten 1. Sportaccommodaties (diversiteit en nabijheid) 2. Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte) 3. Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik) 4. Nabijheid van voorzieningen (onder andere gemiddelde afstand tot supermarkt en school)

De huidige situatie Inleiding De omgeving kan een positief effect uitoefenen op de gezondheid van mensen, onder andere door het aantrekkelijk maken van de openbare ruimte voor fietsen of andere vormen van lichaamsbeweging. Een beweegvriendelijke omgeving is een leefomgeving die faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te sporten, spelen en bewegen. Hoe beweegvriendelijk een omgeving is, is niet eenduidig weer te geven. Dit wordt onder andere bevorderd door recreatief groen en blauw (watersport), fiets- en wandelmogelijkheden, speelmogelijkheden voor kinderen en de bereikbaarheid en diversiteit van sportvoorzieningen. Beschikbare gegevens Voordat ingegaan wordt op gegevens die informatie geven over de deelindicatoren, wordt aandacht besteed aan de beleving en het gedrag van inwoners ten aanzien van bewegen en de beweegvriendelijkheid van de omgeving. Afbeelding 33 laat zien dat 84 à 85% van de volwassenen de buurt aantrekkelijk vindt om in te bewegen. 16% van de ouders van kinderen tot 11 jaar mist een speeltuintje of sportgelegenheid in de nabije omgeving (onderstaande afbeelding). Dit percentage is vergelijkbaar met het percentage ouders dat in heel Brabant een speel- of sportgelegenheid in de buurt mist voor het jonge kind. Afbeelding 35 toont dat 52% van de volwassen inwoners tot 65 jaar voldoet aan de beweegrichtlijnen.

Dit is gelijk aan het percentage volwassenen dat in heel Brabant en in heel Nederland voldoet aan de richtlijnen. 49% van de volwassenen tot 65 jaar is lid van een sportvereniging of sportclub (onderstaande afbeelding).

62

Afbeelding 31

Beleving aantrekkelijkheid omgeving Bron: Brabant Scan

Afbeelding 33

Voldoet aan beweegrichtlijnen Bron: Brabant Scan

Afbeelding 32

Afbeelding 34

Gemis sport/speelmogelijkheden Bron: Brabant Scan

Lid van een sportvereniging Bron: Brabant Scan

Uit gegevens van het RIVM uit 2020 blijkt dat Nederland als volgt scoort op beweegvriendelijke omgeving. De scores liggen tussen 0 en 100. Score tussen 0 en 100 Totaalscore beweegvriendelijke omgeving

60

Deelindicatoren: Recreatief groen en blauw Sportaccommodaties Sport- en speelplekken Nabijheid van voorzieningen

63 62 72 41

Ten aanzien van de gemeente Bernheze zijn de volgende gegevens beschikbaar met betrekking tot de deelindicatoren. Recreatief groen en blauw Er zijn geen gegevens bekend over de gemiddelde afstand van woningen tot openbaar groen. Wel zijn de wandel- en fietsroutes in de Atlas voor de Leefomgeving inzichtelijk gemaakt. Deze zijn opgenomen in onderstaande afbeeldingen.

63

Afbeelding 35

Wandelroutes (bruin) en fietsroutes (groen) Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Omdat geen gegevens bekend zijn over de gemiddelde afstand van woningen tot openbaar groen en de oppervlakten van parken en water voor recreatief gebruik, kan voor deze deelfactor geen beoordeling gegeven worden. Sportaccommodaties Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding, afkomstig uit Sport en beweging in cijfers van het RIVM, heeft de gemeente Bernheze 25,1 tot 32,5 sportaccommodaties per 10.000 inwoners.

Afbeelding 36

Sportaccommodaties per gemeente Bron: RIVM

Volgens sportenbewegenincijfers.nl bedraagt de dichtheid van sportaccommodaties in Nederland in 2022 21,5 per 10.000 inwoners. De gemeente Bernheze scoort op deze deelindicator bovengemiddeld. Sport- en speelplekken Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent openbare sport- en speelplekken in Bernheze, waardoor deze deelindicator niet beoordeeld kan worden.

64

Nabijheid van voorzieningen Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschikt over onderstaande gegevens ten aanzien van de afstand van woningen tot aan voorzieningen.

Tabel 14 Nabijheid voorzieningen Bron: CBS

Tabel 15 Nabijheid zwembad Bron: CBS In Nederland gelden volgens het CBS gemiddeld de volgende afstanden van woningen tot voorzieningen

Huisarts Supermarkt Zwembad Kinderdagverblijf Basisschool Voortgezet onderwijs

Gemiddeld

Bernheze

900 meter 900 meter 2,3 kilometer 1,1 kilometer 700 meter 2,4 kilometer

1,4 kilometer 1 kilometer 5,4 kilometer 0,8 kilometer 800 meter 3,7 kilometer

Hieruit is af te leiden dat de te overbruggen afstanden binnen de gemeente Bernheze groter zijn dan gemiddeld. Een uitzondering hierop vormt de gemiddelde afstand tot een kinderdagverblijf. Deze deelindicator scoort daarmee beneden gemiddeld. De totale beweegvriendelijkheid van de gemeente Bernheze is beoordeeld en in kaart gebracht door het RIVM in 2020 (afbeelding 37) en de Atlas voor de Leefomgeving in 2021 (onderstaande afbeelding). Hoewel de deelindicatoren in beide afbeeldingen zijn meegenomen, worden de afzonderlijke beoordelingen niet benoemd. Uit beide afbeeldingen blijkt dat de beweegvriendelijkheid als ‘slecht’ wordt beoordeeld. Onduidelijk blijft op welke deelindicatoren Bernheze onvoldoende presteert.

65

Afbeelding 37

Beweegvriendelijke omgeving per gemeente Bron: RIVM

Afbeelding 38 Beweegvriendelijke omgeving Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Conclusie Uit de beoordeling van het RIVM blijkt dat de huidige beweegvriendelijkheid van Bernheze laag scoort (33-40) ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de centrale positie die bereikbaarheid heeft in de berekening van de kernindicator, scoren stedelijke gebieden hoger op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving. Ook in de Atlas voor de Leefomgeving is de beweegvriendelijkheid beoordeeld als laag. Van twee deelindicatoren zijn geen gegevens bekend. - Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte) - Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik) Hierdoor blijft onduidelijk op welke deelindicatoren Bernheze onvoldoende presteert. Van de andere twee deelindicatoren is bekend dat - Bernheze beschikt over voldoende sportaccommodaties per 10.000 inwoners - De gemiddelde afstanden tot voorzieningen over het algemeen hoger is dan gemiddeld. Beoordeling criterium Slecht

Huidige situatie

De huidige beweegvriendelijkheid binnen de gemeente Bernheze classificeren we als ‘slecht’, omdat deze beduidend lager is dan 40.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Het ontbreekt aan nationaal beleid gericht op gezondheidsbevordering. Er zijn wel verschillende campagnes zoals De gezonde wijk- en regio aanpak en het Nationaal sportakkoord. Beleid De provincie Noord-Brabant wil 3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken.

66

Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Ze gaan uit van positieve gezondheid dat inmiddels gemeengoed is onder experts en ook centraal staat in de provinciale Omgevingsvisie. Mogelijke acties om gezondheidswinst te behalen zijn:

    

Schone lucht (50% gezondheidswinst via het Schone Luchtakkoord) Goede fiets- en wandelinfrastructuur t.b.v. een actieve leefstijl Gezond aanbod van voedsel t.b.v. een gezond voedingspatroon Verbeteraanpak m.b.t. hitte- en wateroverlast Nabijheid van natuur en groen om te kunnen bewegen

In de Beleidsnota recreatie en toerisme geeft Bernheze aan zich verder te willen ontwikkelen als bestemming voor recreatie en toerisme. Hiervoor dient een recreatief routenetwerk geïntroduceerd te worden, zowel fiets- als wandelknooppuntennetwerk. De beleidsnota dateert uit de periode 2008 – 2012. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op het beoordelingscriterium beweegvriendelijke omgeving.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De sportdeelname onder de Nederlandse bevolking stijgt, waarbij men graag alleen beweegt in plaats van gezamenlijk. Volgens het trendscenario 2030 van RIVM lijkt er een einde te komen aan de toename van overgewicht. Wel blijft het percentage mensen dat te zwaar is onverminderd hoog (48%). Een belangrijke oorzaak is dat een op de drie Nederlanders te weinig beweegt en dit percentage zal in 2030 niet veel lager zijn. Steeds meer mensen sporten individueel. Waar jongeren kiezen voor hardlopen, doen 50-plussers aan wandelen, fietsen en zwemmen. Nog maar één op de drie sporters heeft een lidmaatschap bij een sportvereniging. Kijk je naar de soorten sport die worden beoefend, dan blijkt fitness veruit de meest beoefende sport bij volwassenen te zijn (22%). Runner-up is hardlopen (12%). Tennis (5%) en zwemmen (5%) delen de derde plaats. De ongebonden sporters nemen in aantal toe. De openbare buitenruimte zal intensiever gebruikt worden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin het aspect beweegvriendelijke omgeving is beoordeeld als ‘slecht’. Het ontbreken van actuele plannen of voornemens van de gemeente Bernheze die van invloed zijn op een beweegvriendelijke omgeving. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Slecht

De totaalscore is lager dan 40. Aangezien er geen concrete plannen of voornemens zijn om de beweegvriendelijkheid van de omgeving te verbeteren, is de verwachting dat de beweegvriendelijkheid van de omgeving binnen de gemeente Bernheze in de referentiesituatie niet wezenlijk anders zal zijn dan in de huidige situatie. Aangezien over twee deelindicatoren geen informatie bekend is, is het niet mogelijk te bepalen op welk vlak de score te laag is. Dat zou nader onderzocht moeten worden.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect beweegvriendelijke omgeving. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Ondanks de verdichting wordt ruimte behouden voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij de woningen. Bij voorkeur wordt dit zo groen mogelijk ingericht om te sporten, spelen en ontmoeten.

=

67

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- -Er worden rechtstreekse fiets- en wandelverbindingen vanuit wijken naar voorzieningen (zeker bij nieuwbouw) aangelegd. - Er worden 60 kilometer snelfietsroutes tussen de kernen aangelegd. Voor een deel via bestaande infrastructuur die we verkeersluw maken (fietsstraten) en eenrichtingsverkeer. - In de kernen worden actieve vormen van verkeer (lopen, fietsen) meer ruimte gegeven dan gemotoriseerd verkeer. Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit de kernen. - Er komt een natuurlijke biodiversiteitsrijke verbinding van dorpskern met het buitengebied, bos en natuurgebieden. Dit is uitnodigend voor mensen uit de kernen om in de groene buitenruimte te bewegen en te sporten (wandelen, fietsen, vissen, kanoën en het faciliteren van aanleidingen om te bewegen zoals calisthenics). - Groen-ecologische wandelpaden realiseren van de kern Dinther naar Kasteel Heeswijk. - In de kernen en op bedrijventerreinen krijgen routes voor ommetjes de aandacht om werknemers te verleiden tijdens hun lunchpauze te wandelen. - Voor 2030 zijn in en om alle kernen gezonde groene structuren aangelegd en juridisch vastgelegd in het omgevingsplan, waar sport en bewegen centraal staan. - Elke kern krijgt voor 2030 tenminste één community waarbij ze voedsel (laten) verbouwen en cultuur, beweging en gezelligheid organiseren voor elke leeftijd. - Er wordt ruimte geboden aan waterrecreatie.

Rondom de kernen worden minstens zes zwemvijvers aangelegd. - Voor recreatief langzaam verkeer en (snel)fietsverkeer worden zestig kilometer aparte routes aangelegd, worden wegen verkeersluw gemaakt of ingericht als eenrichtingsverkeer.

+

=

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

De ambitie in scenario 1 om ondanks de verdichting in de kernen ruimte te behouden voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij woningen is heel belangrijk en positief. De toegankelijkheid van deze plekken wordt echter niet besproken en onduidelijk is of er naast het behouden van de huidige mogelijkheden een verbetering wordt gerealiseerd. In combinatie met het ontbreken van uitspraken omtrent het buitengebied en kernrandzones wordt het scenario neutraal beoordeeld. Scenario 2 gaat in op concrete maatregelen die de beweegvriendelijkheid van de omgeving vergroten. Het is zeer positief dat wandelen, het maken van ommetjes en fietsen wordt besproken. Het inzetten van de kernrandzones als ruimte om te bewegen en te sporten, biedt goede perspectieven. De ambitie voor gezonde groene structuren is hoog ingezet, maar uiterst positief. Aandacht voor spelende kinderen ontbreekt echter, terwijl dit cruciaal is. Daarnaast wordt niet gesproken over ruimte waarin mensen elkaar ontmoeten, wat een belangrijke randvoorwaarde is voor bewegen. Bij elkaar leidt dit tot een positieve beoordeling. Het derde scenario wordt neutraal beoordeeld. Waterrecreatie zegt per definitie niet veel over bewegen. Hoewel de mogelijkheden om te bewegen er zijn, kan er niet vanuit worden gegaan dat dit ook daadwerkelijk leidt tot meer bewegen.

Daarnaast is het een zeer specifieke manier van bewegen die alleen in de zomer van toepassing is. Het benoemen van langzaam en actieve mobiliteit is positief, echter de omschrijving is nog te beperkt waardoor niet ingeschat kan worden wat dit gaat betekenen voor de beweegvriendelijkheid.

68

4.1.10

Groenvoorzieningen (openbaar en particulier) (Omvang, toegankelijkheid en inrichting (kwaliteit) van het areaal)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de groenvoorzieningen is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Ten aanzien van groen in de openbare ruimte zijn er geen vastgestelde normen en wetten binnen Nederland. In 2004 is in de Nota Ruimte opgenomen dat de minimale oppervlakte per woning 75m2 zou moeten zijn, om verstening van woonwijken tegen te gaan. Verstening vermindert de leefbaarheid in de stedelijke omgeving, doordat stenen sneller opwarmen, geen goede afvoer van hemelwater hebben en de leefomgeving van flora en fauna beperken. Voor deze effectenrapportage is gebruik gemaakt van deze eerste bepaalde groennorm van 75 m2 per woning. Uit meerdere onderzoeken in Nederland blijkt dat deze norm, voornamelijk op centrum locaties, niet altijd te realiseren is. Het behalen van meer dan 75 m2 per woning wordt daarom als goed beoordeeld, 60 tot 75 m2 per woning als matig en bij minder dan 60 m2 per woning als slecht. Voor de toetsing van de huidige situatie is de groeninformatie, aangeleverd door de gemeente Bernheze, gehanteerd. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Nota Ruimte (2004), inmiddels vervangen door Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

Beschikbare referentiewaarden

Gemeentebreed opp. Groen/woningen: norm is minimaal 75 m2 per woning.

Schaallat kwaliteitsniveau Goed

>75 m2 per woning

Matig

60 m2 tot 75 m2 per woning

Slecht

< 60 m2 per woning

De huidige situatie Inleiding De aanwezigheid van voldoende groenvoorzieningen zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving en draagt bij aan klimaatadaptatie omdat groen helpt bij de infiltratie van hemelwater in de bodem waarmee wateroverlast voorkomen kan worden. Daarnaast draagt voldoende groen bij aan het behoud en versterken van de biodiversiteit. Dit resulteert in een positief tot zeer positieve beoordeling op het domein omgevingskwaliteit Groen heeft een verkoelend effect waardoor de gezondheidsrisico’s als gevolg van hittestress worden beperkt. Voldoende groen in woonomgevingen leidt daarom tot een positief tot zeer positief effect op het domein gezondheid en veiligheid. Beschikbare gegevens Voor de beoordeling van de huidige situatie is de oppervlakte groen per woning berekend. Hiervoor is de analyse van de groennorm bomen groen Bernheze door Idverde gebruikt. Te zien aan de oppervlakten groen binnen de gemeente Bernheze, bevindt zich het meeste groen in het buitengebied. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijke omgeving (de kernen Heesch, Heeswijk-Dinther, Loosbroek, Nistelrode en Vorstenbosch) en het buitengebied. Buitengebied In het buitengebied binnen de gemeente Bernheze is veel groen aanwezig, ongeveer 2.667,4 hectare. Het aantal woningen is 1514, waardoor er een totaal van 1762 m2 per woning aanwezig is.

Dit is ver boven de groennorm van 75 m2 per woning en licht in lijn der verwachting voor het buitengebied.

69

Afbeelding 39

m2 groen per woning in buitengebied

Heesch In Heesch is redelijk wat groen aanwezig, namelijk 462,77 hectare. Er zijn 4873 woningen gelegen, waarmee er 95 m2 groen per woning aanwezig is. Dit gemiddelde is boven de norm van 75 m2. Echter verschilt het oppervlakte groen per woning sterk tussen de verschillende buurten. Zo komen de buurten: Bekerbuurt, Componistenbuurt, der Velft, de Zeis, Heelwijk, het Ruk, Kennedystraat, Oranjebuurt, Schoonstraat, ’ t Dorp, ’t Vijfeiken niet aan de norm. In andere buurten is daarentegen weer veel groen beschikbaar per woning.

Afbeelding 40

m2 groen per woning in Heesch

Heeswijk-Dinther In Heeswijk-Dinther is sprake van een gemiddeld groenoppervlak van 92 m2 per woning. Dit is boven de groen norm, maar dat is met name te danken aan het groen in de buurt de Heilige Stok-Kerkstraat. Vijf van de tien buurten komen boven de norm van 75 m2 per woning uit. De Graaf Wernerstraat heeft het laagste m2 groen per woning beschikbaar: 24 m2 per woning.

70

Afbeelding 41

m2 groen per woning in Heeswijk-Dinther

Loosbroek De kern en meteen buurt Loosbroek heeft 5960 m2 groen en 358 woningen. Hierdoor is Loosbroek een groene kern met wel 167 m2 groen per woning. Nistelrode De kern Nistelrode heeft circa 329 hectare aan groen oppervlakte met 2165 woningen. Hiermee heeft de kern een gemiddelde groen oppervlakte van 152 m2 per woning. Dit is boven de groennorm van 75 m2. Drie buurten zitten onder de groennorm, het merendeel zit hier beduidend boven.

Afbeelding 42

m2 groen per woning in Nistelrode

Vorstenbosch De kern Vorstenbosch bestaat uit 1 buurt, met zo’n 526 woningen en circa 296 hectare groenoppervlakte. Hiermee is er 56 m2 groen per woning beschikbaar, onder de groennorm van 75 m2.

71

Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie

Op basis van de gegevens van het groenoppervlakte in het buitengebied en de kernen, scoort de gemeente Bernheze voor het eindtotaal ruim boven de groennorm van 75m2 per woning. In de gehele gemeente is er gemiddeld 314 m2 per woning beschikbaar en in de dorpskernen gemiddeld 107 m2 per woning. Echter is te zien binnen de kernen op buurtniveau, dat niet in alle buurten evenveel groen per woning ter beschikking is. Met name in Heesch bevinden negen van de twintig buurten zich onder de groennorm, met de buurt de Velft als slechts scorende met 12 m2 groen per woning. Het groen is wel beschikbaar maar op een grotere afstand van de woning. De huidige situatie ten aanzien van de groenvoorziening in Bernheze wordt beoordeeld als ‘goed’.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet zorgt er voor dat planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Deze wet is van toepassing op de gehele openbare ruimte. Bij ontwikkelingen in het openbaar groen geldt deze wet en bijbehorende zorgplicht. Beleid De provincie Noord-Brabant wil 3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken. Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Mogelijke actie om gezondheidswinst te behalen is onder andere meer natuur en groen om te kunnen bewegen. De gemeente Bernheze heeft in vooruitzicht op de omgevingswet een Verordening Fysieke Leefomgeving opgesteld en laten vaststellen op 7 oktober 2021. Hierin zijn de regels ten aanzien van Openbare ruimte en groen vanuit de beheerverordening Begraafplaatsen gemeente Bernheze 2011 en Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2021 opgenomen. In de Verordening zijn regels opgenomen t.a.v. de bescherming van bomen, verboden voor het kappen, vergunningsvoorwaarden en bestrijding van boomziekten. De gemeente Bernheze heeft een groenbeleid voor haar kernen vastgesteld in 2018.

Hierin zijn de ambities voor het beheer van de groenelementen in de kernen in lijn gebracht met de bredere gemeentelijke visie, een vertaling van een goed onderhoudsniveau vertaald naar het dagelijks onderhoud en financiële kaders beschreven. De gemeente Bernheze heeft ook een bomenbeleidsplan opgesteld voor de periode 2017-2027. Bomen worden gezien als kenmerk van het groen. In het plan is opgenomen hoe met bomen in de gemeente wordt omgegaan. Geaccordeerde plannen Heesch-West is een bedrijventerrein waarbij 50 hectare uitgegeven wordt aan middelgrote en grote bedrijven. Hierbij wordt een agrarisch gebied bebouwd. De locatie bevindt zich in het buitengebied, waardoor het groen hier zal afnemen. Het openbaar groen neemt niet af in de stedelijke bebouwing. Tevens wordt een zonnepark van 10 hectare aangelegd aan de rand van Heesch, waarvan ongeveer 3,3 hectare wordt bebouwd met zonnepanelen. Dit is tevens in het landelijk gebied. Hierdoor zal het groen afnemen in het buitengebied van de gemeente Bernheze. De uitbreiding op bedrijventerrein Retsel, binnen het stedelijk gebied gaat ten koste van enkele groen percelen. Echter is te zien op de luchtkaarten dat hier grasland aanwezig is. De impact op het openbaar groen wordt als minimaal beschouwd.

72

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Het openbaar groen in Nederland krijgt een steeds belangrijkere functie, niet alleen voor gezondheid maar ook in relatie tot biodiversiteit, klimaatverandering en luchtkwaliteit. Er wonen steeds meer mensen in steden waardoor de druk op grond en daarmee openbaar groen toeneemt. Een versteende leefomgeving is geen gezonde leefomgeving. Daarom is de trend om de stedelijke omgeving te vergroenen bijvoorbeeld door het NK tegelwippen en pogingen tot het normeren van openbaar groen door het Rijk. Tevens zijn er vele initiatieven vanuit organisaties als IVN om buurten te vergroenen en bomen te planten. Openbaar groen wordt als oplossing gezien voor meerdere thema’s en trends.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin groenvoorziening beoordeeld wordt als ‘goed. Het feit dat de gemeente Bernheze beleid heeft ten aanzien van bomen en groenbeheer. De realisatie van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Er is per woning op gemeente en dorpskern niveau meer dan 75m2 per woning beschikbaar. Op buurtniveau is dit niet het geval. Omdat openbaar groen wordt gezien als oplossing voor meerdere transities is de verwachting dat ook binnen de kernen meer groen gerealiseerd gaat worden.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit groenvoorziening. Scenario 1: Innovatief Bernheze

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Groen in kernen blijft belangrijk. Een deel van de extra vergroening is grondgebonden groen (tenminste 15%) en een ander deel wordt op innovatieve wijze gerealiseerd door bijvoorbeeld dak- en gevelgroen (ten minste 5% in 2030). Het groen wordt ingezet om de verbinding met het buitengebied te versterken. - Ruimte voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij woningen. Deze bij voorkeur zo innovatief en groen mogelijk inrichten, zodat de ruimte bijdraagt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. - Groen-ecologische wandelpaden realiseren van de kern Dinther naar Kasteel Heeswijk. - De Peelhorst uitbreiden in de richting van het beekdallandschap met 500 hectare bos en natuur. - Extra groenvoorzieningen realiseren om het cultureel erfgoed te ondersteunen en de identiteit ervan te versterken. - In 2030 zijn in en om alle kernen gezonde groene structuren aangelegd en juridisch vastgelegd in het omgevingsplan. - Een voedsel- en ontmoetingstuin samen herinrichten in het centrale middengebied van de nieuwbouwwijk die binnenkort ontwikkeld wordt in Heeswijk-Dinther 2025. - Het ontwikkelen en realiseren van extra groen in het buitengebied. - Groen versterkt het karakter van historische lopen. Sloten hebben een primaire functie in het vasthouden van water in combinatie met brede natuurvriendelijke oevers voor natuur.

- Versterking van de verbinding tussen de Peelhorst en het beekdallandschap, mogelijk via (regionale) bossenstrategie. - Vergroten van natuurgebied de Peelhorst met honderd hectare elke vijf jaar: bossen, bloemrijke agrarische gronden, herstel van de Wijstgronden en waterbuffers. Dus in

+

+

++

73

2050 tenminste zeshonderd hectare. De Peelhorst (tot en met de Peelrandbreuk) wordt integraal onderdeel van het natuurgebied de Maashorst. - Verdubbelen van het aantal loofbomen en hagen binnen tien jaar, zo nodig door de aanleg van nieuwe groengebieden. - Dwars door de kernen ecologische verbindingszones inrichten die de grotere natuurparken en groengebieden in de omgeving verbinden. - In iedere kern een grotere aaneengesloten groenplek. - Sommige gebieden verdichten met hagen en bossen, andere gebieden openheid herstellen (bijvoorbeeld de kommen in het dekzandgebied). Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

Alle drie de scenario’s dragen bij aan een verbetering van de groenvoorziening. In scenario 1 biedt het realiseren van meer grondgebonden groen, meer dak- en gevelgroen en vergroening in combinatie met speel- en sportvoorzieningen potentiële kansen. In scenario 2 wordt het groen areaal in, rondom en buiten de dorpskernen uitgebreid. Er worden tevens concrete plaatsen genoemd waarin de groenvoorzieningen wordt uitgebreid. Met de ambitie om zowel in het buitengebied als in en rondom de kernen nieuwe groenvoorzieningen te realiseren, zal scenario 3 naar verwachting een zeer positief effect hebben. In Nederland zijn geen normen vastgesteld ten aanzien van groen. Er zijn daarom meerdere richtlijnen die aangehouden kunnen worden. Zo heeft de World Health Organisation het advies per buurt 1 hectare aaneengesloten groen en bij nieuwbouw wordt vaak de 3, 30 300 regel gehanteerd. Hierbij dient elke woning zicht te hebben op 3 bomen, elke wijk een bladerdek van ten minste 30% te hebben en hooguit 300 meter van elke woning een park of plantsoen met bomen aanwezig te zijn. Deze richtlijnen kunnen een verdieping bieden om buurten verder te onderzoeken en te vergroenen en als richtlijn te hanteren bij nieuwbouwwijken.

74

4.1.11

Afval (Vermindering van afval en mate van hergebruik (circulaire economie)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de geluidbelasting vanwege afval is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Aantal kilogram restafval, CBS • Percentage gescheiden afval, gemeentelijke duurzaamheidsindex

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed

Er wordt voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%). Rond het niveau van de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en/of gescheiden afval (75%) met het risico op het niet behalen van de doelen.

Matig

Slecht

Er wordt niet voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%).

De huidige situatie Inleiding In een circulaire economie worden afvalstoffen opnieuw gebruikt als grondstof voor nieuwe producten, waardoor kringlopen gesloten worden. De hoeveelheid grondstoffen die wereldwijd wordt gebruikt, is in de afgelopen eeuw verachtvoudigd. Tegelijkertijd is er veel verspilling, waardoor onnodig waarde verloren gaat, het milieu vervuilt en het klimaat negatief wordt beïnvloed. De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner is verviervoudigd sinds 1950. Het nuttig toepassen van afvalstoffen spaart grondstoffen èn energie uit. In het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 zijn doelen vastgesteld die moeten leiden tot een reductie in huishoudelijk afval. Dit betreft een productie van maximaal 100 kilogram huishoudelijk restafval in 2020. De doelstelling omtrent afvalscheiding betreft minimaal 75% afvalscheiding in 2020, dit omvat zowel bronscheiding als scheiding achteraf (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Beschikbare gegevens Onderstaande afbeeldingen bieden inzicht in de afvalgegevens van de gemeente Bernheze. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat in 2021 97,2 kilogram restafval per inwoner is opgehaald. In afbeelding 48 is te zien dat 77% van het afval gescheiden is aangeleverd.

Afbeelding 43

Restafval per inwoner Bron: CBS

75

Afbeelding 44

Scheidingspercentage afval Bron: Gemeentelijke Duurzaamheidsindex

Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie

Omdat voldaan wordt aan de landelijke doelstellingen met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%) wordt de huidige situatie beoordeeld met een ‘goed’.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De overheid ambieert een halvering van het gebruik van nieuw gewonnen mineralen, fossiele grondstoffen en metalen in 2030. De Rijksoverheid beoogt de transitie naar een circulaire economie te versnellen met beleid dat is neergelegd in het rijksbrede programma Circulaire Economie (2016), het Grondstoffen-akkoord (2017) en de kabinetsreactie op de transitieagenda’s (juni 2018). Beleid In het Duurzaamheidsakkoord heeft Bernheze vastgelegd dat de gemeente in 2050 al het afval wil hergebruiken. Dit wordt gerealiseerd door de hoeveelheid afval te verminderen en door de instroom van materialen en grondstoffen volledig circulair of biobased te maken. In het Afval en Grondstoffenbeleidsplan 2017-2022 committeert de gemeente Bernheze zich aan het uitvoeringsprogramma VANG ‘Van afvalstof naar grondstof’. Het VANG wensbeeld bevat als tussenstap dat in 2025 de hoeveelheid huishoudelijk restafval verder moet zijn teruggebracht tot maximaal 30 kg per inwoner per jaar. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op het beoordelingscriterium afval.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De behoefte aan grondstoffen en energie neemt de komende jaren naar verwachting toe, met stijgende milieudruk tot gevolg. Toenemende internationale concurrentie om grondstoffen zal leiden tot risico’s ten aanzien van leveringszekerheid van cruciale grondstoffen. Daarnaast zullen technische ontwikkelingen rondom circulariteit en grondstoffengebruik het kwaliteitsniveau van afvalscheiding en -inzameling verder verbeteren.

76

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%) gehaald worden. Het beleid van de gemeente Bernheze waarin gesteld wordt dat in 2050 al het afval hergebruikt moet worden. De intentie van de gemeente om te voldoen aan de VANG doelstelling en de tussenstap om in 2025 de hoeveelheid huishoudelijk restafval verder terug te brengen tot maximaal 30 kg per inwoner per jaar. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Er wordt voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%), waardoor de referentiesituatie als ‘goed’ wordt beoordeeld.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect afval. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Ingezet wordt op circulaire ketens en productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. - Alle bedrijven in Bernheze zijn in 2030 35% circulair en in 2040 80%. - De gemeente stimuleert, geeft voorlichting en verbindt zich met innovaties. - Afvalproducten worden gratis aangenomen wanneer deze circulair worden aangeboden bij de gemeentewerf.

++

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Er wordt ingezet op elkaar ondersteunen en door spullen te delen en te repareren in repaircafe’s, waardoor minder grondstoffen gebruikt worden.

=

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Circulaire grondstoffen gebruiken voor nieuwe bouwmethoden (woningen/bedrijven). - Hout wordt hergebruikt in de circulaire bouw.

+

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

De ambitie van scenario 1 heeft het meest positieve effect op het gebied van afval en circulariteit. De beoordeling van scenario 2 ten aanzien van afval is lastiger. Het gebruik van nieuwe grondstoffen verminderen door spullen te delen en repareren draagt inderdaad bij aan circulaire doelstellingen en het verminderen van afval, maar het is onduidelijk in welke mate dit een positieve bijdrage gaat leveren omdat dit afhankelijk is van een gedragsverandering bij inwoners. Scenario 3 heeft (uiteindelijk) een positief effect door grondstoffen te hergebruiken, maar heeft minder invloed op het huidige restafval.

77

4.2

Thema: Leefbare kernen

4.2.1

Woonbehoefte (Woningaanbod per kern in overeenstemming met behoefte)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de woonbehoefte is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Woonvisie gemeente Bernheze, Perspectief op goed wonen in onze kernen • Aantal woningen, Brabant Scan

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed

Het woningaanbod is passend bij de woningbehoefte

Matig

Het woningaanbod sluit minder aan bij de woningbehoefte

Slecht

Het woningaanbod is niet passend bij de woningbehoefte

De huidige situatie Inleiding De woningmarkt in Nederland staat onder spanning. De prijzen zijn hoog en er zijn te weinig woningen. De wachttijden voor de huursector lopen steeds verder op. Betaalbare woonruimte vinden, is een uitdaging. Dit geldt zeker voor starters. Tegelijk wordt de bevolking steeds ouder, met een toenemende zorgvraag tot gevolg, en wordt de uitdaging om te verduurzamen steeds urgenter. Daarnaast zitten mensen niet meer te wachten op een generiek aanbod of een massaproduct. Beschikbare gegevens Het huidig aantal woningen in de gemeente Bernheze bedraagt volgens Brabant Scan 12.798. Hiervan is 71% koopwoning en 29% huurwoning, waarvan 66% sociale huurwoning en 34% particuliere huurwoning (onderstaande afbeelding). Bernheze scoort hoog op het percentage koopwoningen ten opzichte van andere gemeenten in de provincie Noord-Brabant. De gemiddelde woningwaarde in de provincie Noord-Brabant is € 323.000 (Bron: CBS, 2022). De gemiddelde woningwaarde in de gemeente Bernheze ligt hier met € 374.000 (Bron: CBS, 2022) boven. 94% van de inwoners is tevreden over de eigen woning (onderstaande afbeelding). 90% van de inwoners van Bernheze zijn autochtoon. 10% van de inwoners hebben een migratieachtergrond. Van deze 10% heeft 2% een niet westerse achtergrond (Bron: allecijfers.nl)

78

Afbeelding 45

Aantal woningen Bron: Brabant Scan

Afbeelding 46

Tevredenheid eigen woning Bron: Brabant Scan

Diverse woningbehoefteonderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019, O&S ’s-Hertogenbosch en Woningmarkt gemeente Bernheze in beeld, Companen 2021) hebben als basis gediend voor de woonvisie van de gemeente Bernheze ‘Perspectief op goed wonen in onze kernen’. Op pagina 8 wordt de woonbehoefte binnen de gemeente Bernheze beschreven. Hierin komt naar voren dat ten aanzien van het aspect woonbehoefte een aantal ontwikkelingen een rol speelt, te weten -

De vergrijzing: de inwoners in de leeftijdscategorie 55+ neemt al jaren toe. De groep 15 – 29 -jarigen is sinds 2010 (en met name vanaf 2015) relatief sterk toegenomen. Het aantal mensen in de (jonge) gezinsfase neemt af.

Opvallend is vooral de sterke toename van het aantal kleine huishoudens (één en twee personen, zonder kinderen). Het aantal gezinnen met één of twee kinderen is min of meer stabiel gebleven, het aantal grotere gezinnen is de laatste jaren vrij sterk afgenomen. Daarnaast is het aantal éénoudergezinnen toegenomen. Het blijft echter een relatief klein aantal. Uit het onderzoek Woningmarkt in Beeld van Companen uit 2021 blijkt verder dat in 2019 in de gemeente Bernheze een woningmarktonderzoek is uitgevoerd met onder andere de volgende conclusies: 22% van de doorstromers zoekt een betaalbare huurwoning, 33% koop < € 350.000 en 25% > € 350.000; 200 starters zoeken met spoed een passende woning in Bernheze, ruim de helft van de starters wil kopen. Zij verhuizen vaker naar een woning boven € 225.000 dan de wens. In oktober 2022 zijn door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening provinciale afspraken bekendgemaakt om de versnelling van de woningbouwopgave vorm te geven. Voor de gemeente Bernheze betekent dit dat de woningbouwopgave nog groter is dan gedacht. Conclusie Beoordeling criterium Slecht

Huidige situatie

Ook voor de conclusie wordt uitgegaan van de bevindingen van Companen: Er is vooral behoefte aan kleinere en betaalbare woningen voor starters en een gevarieerde aanbod voor doorstromers en senioren (levensloopbestendig). Er is een tekort aan kleinere, betaalbare huurwoningen en aan kleinere, betaalbare koopwoningen (< € 225.000 in 2019). Ten aanzien van grote, dure woningen bestaat een klein overschot. Dit betreffen vaak woningen die bewoond worden door senioren (65+). Bij doorstroming laten zij een dure koopwoning achter. Deze is dan beschikbaar voor gezinnen met kinderen. De huidige situatie van het aspect woonbehoefte wordt dan ook als ‘slecht’ beoordeeld.

79

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De regering trekt extra geld uit voor gemeenten om extra woningen te realiseren. In het Programma Woningbouw zijn de bouwambities van de overheid vastgelegd. Er is verder geen regelgeving die betrekking heeft op vraag en aanbod van woningen. Beleid Wonen is een centraal thema in het provinciale beleid. Brabant wil blijven behoren tot de top van Europese kennis- en innovatieregio’s. Daarvoor is een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat belangrijk, evenals een goed functionerende woningmarkt. Brabant heeft nog een flinke woningbouwopgave, de eerstkomende 10 tot 15 jaar moeten er nog ongeveer 130.000 woningen bij komen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. In de Brabantse Agenda Wonen worden richtinggevende principes geformuleerd. Relevant zijn ruim baan voor goede woningbouwplannen, woningen verduurzamen en geschikt maken voor mensen met zorgvraag, oog voor nieuwe en tijdelijke woonvormen, realisme en flexibiliteit in planning en programmering en optimaal inzetten op inbreiden, herstructureren en transformeren. Één van de zes speerpunten uit de Economische visie Bernheze is dat de kernen vitaal en leefbaar blijven. In de kernen dienen genoeg onderscheidende voorzieningen aanwezig te zijn. Als ander speerpunt duidt een goed vestigingsklimaat aan.

Hiermee wordt ingezet op een prettig verblijfs- en werkklimaat voor bedrijven dat tegelijkertijd ook gericht is op de verduurzamingsopgave. Meer faciliteiten, horeca en openbaar groen vallen hieronder. In de Woonvisie beschrijft de gemeente haar beleid ten opzichte van de bouw van nieuwe woningen in de jaren 2022 tot 2026. In deze visie geeft de gemeente extra aandacht aan de doelgroepen: mensen met een laag inkomen, senioren, starters, jonge gezinnen, statushouders en mensen uit Oekraïne, woonwagenbewoners en internationale werknemers. De visie kent vijf onderscheidende thema's: voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend (1.800 woningen in tien jaar), de juiste woningen op de juiste plek (betaalbaar, voor starters en senioren en andere soort woonvormen), toekomstbestendig en duurzaam, maatwerk voor de kernen en samenwerken aan uitvoering middels samenwerkingstafels. Project Bijzondere Doelgroepen: Met de Prestatieafspraken committeren gemeente Bernheze en woningcorporaties zich tot het verkrijgen van voldoende woningen voor de primaire doelgroepen, het duurzaam huisvesten van bijzondere doelgroepen en het realiseren van een duurzame woningvoorraad en woonomgeving. In de notitie ‘Bouwen voor de toekomst’ zijn inbreidings- en uitbreidingslocaties geïnventariseerd voor woningbouw.

Geaccordeerde plannen Er is al een aantal woningbouwplannen begroot, onder andere De Erven, Rodenburg, Schaapsdijk, Bergakkers en De Zwarte Molen Nistelrode. Daarmee wordt op korte termijn (binnen vijf jaar) aan de behoefte die in 2019 is gesignaleerd, voldaan. Om aan de toekomstige behoefte te voldoen, met een doorkijk naar 2040, is het belangrijk nu te versnellen en te intensiveren. Met name woonruimte voor één- en tweepersoonshuishoudens is hierbij belangrijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fb668973-caf2-4fad-89eb-c84a4b6cb2e1