CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept OER.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 juni 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking 80%-versie omgevingsvisie / Partnervisie leefomgeving31.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

Afbeelding 7

1.

Locatie bedrijventerrein Heesch West Bron: heeschwest.nl

Afbeelding 8

Provinciale wegen Bron: Google Maps

De uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk Dinther omvat in totaal 2,2 hectare. De bedrijfskavels zijn geschikt voor lokale gemengde bedrijven tot milieucategorie 2. De gemeente verwacht maximaal acht kavels te kunnen uitgeven, die flexibel in te delen zijn.

Afbeelding 9

Uitbreiding bedrijventerrein Retsel Bron: Gemeente Bernheze

Afbeelding 10

Provinciale weg Retsel Bron: Google Maps

Bedrijventerrein Retsel bevindt zich in het oosten van Heeswijk-Dinther en is bereikbaar via de N279, afslag Hulsakker en Brouwersstraat.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Verschillende ontwikkelingen beïnvloeden de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer in de nabije toekomst. De waar te nemen trend is dat de ‘geluiddeken’ toeneemt, door meer verkeer, woningen en evenementen. Dit geldt ook voor de gemeente Bernheze. Er wordt naar gestreefd in de komende tien jaar nieuwe 1.800 woningen te realiseren. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer kan ook toenemen door de (naar verwachting hoge) groei van het verkeer en aanleg van nieuwe wegen. Als mensen daarnaast meer thuis gaan werken, wordt de kwaliteit van onze leef - en woonomgeving van groter belang en zullen technieken in onze woonomgeving geïntroduceerd worden als warmtepompen en airco’s om in te spelen op de gevolgen van de klimaatverandering en energietransitie. Anderzijds is de verwachting dat het verkeer stiller wordt door een toename van elektrisch rijden, een lagere geluidemissie als gevolg van verminderd bandengeluid en het toepassen van een stiller wegdek.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van:

26

-

-

De huidige situatie waarin de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op wegen waar sneller gereden mag worden dan 50 km/uur is ‘goed’ en op wegen waar minder dan 50 km/uur gereden mag worden (kernen), is de huidige situatie ‘matig’. Het toepassen van een stiller wegdek op de N279 door de provincie Noord-Brabant. Het feit dat de gemeente Bernheze geen specifiek beleid heeft voor geluidhinder ten aanzien van wegverkeerlawaai. De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Matig

Referentiesituatie Ten aanzien van de geluidbelasting in de referentiesituatie zal er sprake zijn van (geringe) wijzigingen in de verkeersintensiteiten die niet wezenlijk leiden tot een toename van de geluidbelasting. De geluidbelasting is derhalve ook in de referentiesituatie te beoordelen als ‘goed’. Op wegen waar minder dan 50 km/uur gereden mag worden, blijft de situatie matig.

Beoordeling toekomstige scenario’s Bij alle scenario’s worden keuzes gemaakt die de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer beïnvloeden. Het weren van doorgaand vrachtverkeer in de kernen, het uitbreiden van 30 km zones en het onttrekken van het smalle wegennet aan gemotoriseerd verkeer zijn concrete maatregelen die direct een positieve invloed hebben op de geluidbelasting. Bij het stimuleren van langzaam verkeer door het aanleggen van meer snelfietsroutes en langzaam verkeer voorrang geven op gemotoriseerd verkeer is het effect afhankelijk van de keuzes van de weggebruiker. Onderstaand zijn de maatregelen per scenario weergegeven. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Doorgaand (vracht)verkeer gaat niet meer door de kernen. - 30 km zones worden uitgebreid.

+

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Langzaam verkeer wordt gestimuleerd door onder andere snelfietsroutes. - Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit de kernen.

+

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Langzaam verkeer krijgt voorrang op sneller verkeer. - Maximale snelheid in kernen is 30 km/uur of stapvoets rijden. - Aanleg snelfietsroutes. - Onttrekken van 50% van het smalle wegennet aan gemotoriseerd verkeer.

++

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

Geconcludeerd kan worden dat de drie scenario’s allemaal een positief effect hebben op de geluidhinder als gevolg van wegverkeerlawaai. Scenario 3 omvat meer maatregelen waardoor dit het meest effectieve scenario is. Scenario 2 heeft de minste impact en scenario 1 zit er tussenin.

27

4.1.2

Geluidbelasting – bedrijvigheid (Aantal woningen binnen geluid belast oppervlak door bedrijfsmatige activiteiten)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de geluidbelasting vanwege bedrijvigheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • GES Geluidkaart Industrie, Noord-Brabant (Atlas van de leefomgeving, 2020) • BrabantScan Belevingsonderzoek GGD

Beschikbare referentiewaarden

Expert judgement op basis van mate van geluidhinder in relatie tot geluidniveaus (Atlas van de leefomgeving, 2020)

Schaallat kwaliteitsniveau Goed

Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 2% en 7%.

Matig

Gebieden met een GES-scores 4 of 5. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt tussen 7% en 18%.

Slecht

Gebieden met een GES-score 6, 7 of 8. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt boven de 18%.

De huidige situatie Inleiding Industrielawaai is, in tegenstelling tot wegverkeerslawaai, gerelateerd aan plaatsgebonden geluidsbronnen. Het kan gaan om industrieterreinen, bedrijventerreinen en solitaire inrichtingen. Solitaire inrichtingen kunnen zowel in het buitengebied aanwezig zijn als in de kernen. Beschikbare gegevens Voor het beoordelen van de huidige situatie is gebruik gemaakt van Industriegeluid Noord-Brabant 2009 uit de Atlas voor de leefomgeving (afbeelding 11) en Hinder industrielawaai per wijk 2020 uit BrabantScan (tabel 5). Uit onderstaande afbeelding blijkt dat zich binnen de gemeentegrenzen van Bernheze een klein gebiedje bevindt met GES-score 4. Hier is de geluidbelasting matig. Dit gebied is gelegen in buurtschap Hazelberg, ten zuiden van Vorstenbosch, en is dun bevolkt. Buiten de gemeentegrenzen, aan de andere kant van de A50, begint op circa 1 kilometer afstand de bebouwde kom van Veghel. Op twee andere plekken binnen Bernheze wordt een hogere geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai veroorzaakt door bedrijventerreinen De Amert in Veghel en Vorstengrafdonk te Oss. Hierdoor wordt in twee kleine gebieden ten oosten van Heesch en Heeswijk-Dinther GES-score 3 behaald. Beide gebieden zijn beperkt bewoond. In totaal bevinden zich er zeven woningen en een vakantiepark. Voor de overige gebieden geldt een GES-score 1 of 2.

Uit BrabantScan blijkt dat het percentage volwassenen in Bernheze dat matige of ernstige geluidhinder ondervindt ten gevolge van industrielawaai gelijk of groter is dan het gemiddelde van de volwassenen in heel Brabant.

28

Tabel 5

Afbeelding 11

Hinder industrielawaai per wijk Bron: BrabantScan

Industriegeluid Noord-Brabant Bron: Atlas voor de leefomgeving

De GES-scores uit de Atlas voor de leefomgeving zijn bepaald op basis van data en wettelijke regelgeving. De gegevens uit BrabantScan zijn gebaseerd op belevingen en vragenlijsten aan inwoners van Bernheze. Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie

In de schaallat wordt ervan uitgegaan dat het beoordelingscriterium geluidbelasting vanwege industrielawaai als goed wordt beoordeeld bij een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt dan tussen 2% en 7%. Zowel uit afbeelding 11 als uit tabel 5 blijkt dat gesteld kan worden dat de kwaliteit van geluid ten gevolge van industrielawaai binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet milieubeheer (Wm) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim) geven een regeling voor de toegestane geluidsbelasting door bedrijven, op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten (zoals scholen en ziekenhuizen) in bestaande situaties. Voor bedrijven op gezoneerde industrieterreinen is daarnaast de Wet geluidhinder van toepassing. Voor nieuwe situaties wordt aangesloten bij de richtwaarden uit de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”. De normstelling is afhankelijk van de aard van het bedrijf en de omgeving waarin het bedrijf is gevestigd. Beleid Er zijn geen landelijke actieplannen voor bedrijven om geluidemissie te reduceren. Gemeente Bernheze heeft geen specifiek beleid voor geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties te worden gerealiseerd. Geaccordeerde plannen Aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch, Heesch en Oss, komt het regionaal bedrijventerrein Heesch West. Voor de ontwikkeling van dit terrein wordt in het bestemmingsplan een geluidzone vastgelegd zoals bedoeld in hoofdstuk V van de Wet Geluidhinder.

In het besluit ‘Hogere waarde industrielawaai wet Geluidhinder bedrijventerrein Heesch West’, van de gemeente Bernheze is opgenomen dat de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai wordt overschreden voor 19 bestaande woningen, waarvan 7 in de gemeente Bemheze, waarvoor een hogere waarde verleend is.

29

Bedrijventerrein Retsel is geen geluidgezoneerd bedrijventerrein (een ‘industrieterrein’ in de zin van de Wet geluidhinder). Het bedrijventerrein wordt uitgebreid. De vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen (zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ of Wgh-inrichtingen) is daarom uitgesloten.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Het is voor de beleving en waardering van het buitengebied van belang om bij nieuwe bedrijvigheid de kwaliteit die het gebied heeft te behouden. Een rustig buitengebied wil je rustig houden. Geluid van nieuwe bedrijvigheid zal daarop moeten worden afgestemd. Eén ontwikkeling is dat steeds meer evenementen en recreatieve activiteiten worden georganiseerd in Bernheze. Dit heeft niet alleen een verkeersaantrekkende werking tot gevolg waardoor meer geluidhinder kan ontstaan, maar ook meer bedrijvigheid en geluid van mensen. Daarnaast komen, door de transitie in de landbouwsector, steeds meer agrarische percelen beschikbaar voor andere vormen van bedrijvigheid. Het geluid dat samenhangt met deze nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied is van invloed op de beleving in dit gebied.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de kwaliteit van geluid ten gevolge van industrielawaai binnen de gemeente Bernheze goed te noemen is. Het feit dat er geen actief beleid geformuleerd is om de geluidbelasting als gevolg van industrielawaai te verminderen. De realisatie van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.

De kaart uit de Atlas voor de Leefomgeving laat alleen de gezondheidssituatie zien ter plaatse van de geluidszone rond industrieterreinen die op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd zijn. Woningen die buiten een gekleurd gebied vallen, hebben geen geluidhinder als gevolg van de geluidgezoneerde industrieterreinen. Afgaande op de informatie uit afbeelding 11 en met inachtname van bovenstaande ontwikkelingen kan het beoordelingscriterium geluidbelasting vanwege bedrijvigheid in de referentiesituatie als ‘goed’ beoordeeld worden. Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 2% en 7%.

Beoordeling toekomstige scenario’s Uitsluitend scenario 1 en 2 vermelden keuzes die van invloed (kunnen) zijn op geluidhinder door bedrijvigheid. In het eerste scenario wordt concreet vermeld dat er minder bedrijfsactiviteiten in en rondom de dorpskernen mogen plaatsvinden als gevolg van intensieve veehouderijen. Hiermee wordt geluidoverlast teruggebracht. Scenario 2 is onzeker over de luidbelasting. Door de herontwikkeling van het erfgoed binnen Bernheze ontstaan nieuwe (bedrijfsmatige) activiteiten die kunnen bijdragen aan de productie van geluid(hinder). Onduidelijk is in welke mate nieuwe activiteiten zich zullen ontplooien en of het daadwerkelijk bij zal dragen aan het realiseren van extra geluidhinder. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Intensieve veehouderijen in een zone van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen worden vrijwillig beëindigd of verplaatst.

+

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Erfgoed en cultuurparels worden ingezet als trefpunt voor verschillende coöperaties. - Het Geopark Peelhorst en Maasvallei wordt krachtig gestimuleerd en gepromoot.

-

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over de geluidbelasting door toedoen van bedrijvigheid.

30

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat scenario 1 een positieve bijdrage levert aan het beoordelingscriterium geluidhinder als gevolg van bedrijvigheid. De gevolgen van scenario 2 en 3 zijn nog onduidelijk.

31

4.1.3

Geurhinder (Mate waarin achtergrondwaarde wordt beïnvloed, passend binnen aanwezige geurverordening en gebiedsvisiekaart, aantal geurgehinderden)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van geur is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • GES Geur Veehouderij (Atlas van de leefomgeving, 2019) • BrabantScan Belevingsonderzoek GGD

Beschikbare referentiewaarden

Expert judgement op basis van de GES scores, wetgeving en geurbeleid

Schaallat kwaliteitsniveau Goed

Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 5% en 20%.

Matig

Gebieden met een GES-scores 4 of 5. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt tussen 20% en 25%.

Slecht

Gebieden met een GES-score 6, 7 of 8. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt boven de 25%.

De huidige situatie Inleiding Gemeente Bernheze is een plattelandsgemeente. Bij de beschrijving van dit criterium wordt uitgegaan van geurhinder als gevolg van veehouderijen. Mensen die in de buurt van (intensieve) veehouderijbedrijven wonen, kunnen gezondheidsklachten ervaren vanwege geuroverlast, zoals slecht slapen en hoofdpijn. Andere gevolgen zijn dat woningen onvoldoende geventileerd worden of dat mensen niet meer buiten kunnen zitten. Het houden van grote aantallen kippen, varkens of kalveren kan geuroverlast geven voor de omgeving. Het aantal dieren en stallen, het type stal en voer en de opvang van mest telt mee bij het bepalen van de geurconcentratie. Beschikbare gegevens Onderstaande afbeelding is afkomstig uit de Atlas voor de leefomgeving en geeft de hinderpercentages weer van geur die veroorzaakt wordt door veehouderijen. Binnen de gemeentegrenzen zijn relatief veel rood en oranje gekleurde gebieden. In de oranje gebieden is de geursituatie vanwege veehouderijen ‘matig’ te noemen en in de rood gekleurde gebieden ‘slecht’. In deze gebieden bevinden zich echter relatief weinig adressen. Binnen de rode gebieden bevinden zich circa 50 adressen en in de oranje gebieden circa 100. In totaal telt Bernheze 13.159 woonadressen. Dit zou betekenen dat 1 à 2% van de adressen gelegen zijn op plekken waar geurhinder wordt ervaren.

Deze adressen bevinden zich met name in het buitengebied.

Afbeelding 12

Geurconcentraties ten gevolge van veehouderijen, 2019 Bron: Atlas voor de leefomgeving

32

Conform de gegevens van de GGD uit 2020 wordt 11% van de inwoners ernstig gehinderd door geur.

Afbeelding 13

` Afbeelding 14

Percentage geurgehinderden Bron: GGD

Locaties agrarische bedrijven Bron: Provincie Noord Brabant (2022)

Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie Uit de Atlas voor de leefomgeving is gebleken dat 1 à 2 procent van de adressen binnen de gemeente Bernheze in een gebied liggen waar sprake is van te hoge geurbelasting ten gevolge van veehouderijen. Uit de gegevens van de GGD (afbeelding 15) blijkt dat 11% van de volwassenen binnen de gemeente ernstige geurhinder ervaart. Hieruit volgt dat de geursituatie in Bernheze als ‘goed’ wordt beoordeeld.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In de Rgv zijn geuremissiefactoren opgenomen.

33

Beleid Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant zet in op een duurzamere agrarische bedrijfsvoering. De Verordening geeft invulling aan de ingezette koerswijzigingen van de ‘Transitie naar zorgvuldige veehouderij’. Centraal in deze beleidslijn staat het motto ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’. Er wordt alleen nog ontwikkelruimte aan veehouderijen geboden als daarmee een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Hieraan is een aantal voorwaardelijke bepalingen gekoppeld: onder meer voeren van dialoog met de omgeving, landschappelijke kwaliteitsverbetering minimaal 10% van het bouwvlak, voldoen aan eisen ten aanzien van fijn stof, geur. Daarnaast zijn er ook gebieden aangewezen waar voor intensieve veehouderij geen ontwikkelruimte meer is. Rondom dorpen, stad en natuur is enkel nog ruimte voor grondgebonden veehouderij en is het beleid in de gebieden gericht op een afname van effecten op de omgeving (gebieden aangeduid als ‘beperkingen veehouderij’). De provincie Noord-Brabant heeft in 2018 de Beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant vastgesteld. De beleidsregel heeft als uitgangspunt dat geurhinder moet worden voorkomen. Wanneer sprake is van ernstige geurhinder kunnen al verstrekte vergunningen achteraf aangepast worden.

Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze (2013). Dit betreft een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot geurhinder (achtergrondbelasting) van deze projecten. De waardes van dit toetsingskader zijn uitgedrukt in Europese odour units (ouE) en kunnen als resultaat 'voldoende' of 'onvoldoende' geclassificeerd worden. Voor de bebouwde kom geldt de norm 0-13 ouE als voldoende, en 3 ouE of meer als onvoldoende. Voor bedrijventerreinen is 0-20 ouE voldoende en 20 ouE of meer onvoldoende. Bij een onvoldoende ontstaan er belemmeringen voor de ruimtelijke ontwikkeling. Er is dan in beginsel geen sprake van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’. Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze (2013). Hierin wordt een norm gesteld voor geurhinder die op kan treden bij (intensieve) veehouderij. De norm wordt uitgedrukt in ou per kubieke meter 98 percentiel (ou/m³ 98 percentiel). De waarde voor bestaande woongebieden in de bebouwde kom bedraagt 3 ou/m³ 98 percentiel. De waarde voor bestaande bedrijventerreinen, extensiveringsgebieden rond de kernen, extensiveringsgebieden in de natuur en in woon-werk ontwikkelingsgebieden 8 ou/m³ 98 percentiel. Een norm van 10 ou/m³ 98 percentiel wordt gehanteerd voor de overige gebieden. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op geur.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Voor veehouderijen geldt dat de wet- en regelgeving hen heeft aangezet vaak grote investeringen te doen om geurhinder te verminderen. Mogelijke oplossingen voor geurhinder lopen op tegen de grenzen van de huidige wet- en regelgeving. De mogelijkheden voor gemeenten om geurhinder aan te pakken zijn daarnaast beperkt, vanwege de bescherming van bestaande rechten van veehouderijen in het huidige recht. De landbouw bevindt zich in een interessante tijd waarin ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Thema’s als duurzaamheid en stikstof zijn veelbesproken. Maar ook wordt de sector uitgedaagd zich opnieuw te definiëren. Vraagstukken als welk product gaan we leveren, welke technologische innovaties gaan daarin een rol spelen en met welke milieudoelen moet rekening gehouden worden, houden menig agrariër bezig. De verwachting is dat in de toekomst minder agrarische bedrijven blijven bestaan die op een andere manier georganiseerd worden. Gedacht wordt aan extensieve veehouderijen, het verbouwen van andere gewassen en het produceren van voedsel met behulp van nieuwe technologische ontwikkelingen. Dit wordt gestimuleerd door provinciaal beleid.

34

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de mate van geurhinder binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is. Het actieve beleid van de Provincie Noord-Brabant dat gericht is op de afname van de effecten van veehouderijen op de omgeving. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 5% en 20%.

Beoordeling toekomstige scenario’s Alleen in scenario 1 en 2 worden keuzes gemaakt die geurbelasting als gevolg van veehouderijen (mogelijk) beïnvloeden. In scenario 1 wordt concreet voorgesteld veehouderijen op afstand van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen te vestigen waardoor geurbelasting vermindert. Scenario 2 zet in op schone lucht, maar formuleert nog geen concrete maatregelen. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Intensieve veehouderijen in een zone van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen worden vrijwillig beëindigd of verplaatst. - Overmatige geuroverlast in de kernen stopt voor 2030.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Er wordt ingezet op schone lucht (conform het Schone Lucht Akkoord) en dit wordt in 2050 voor 100% gehaald. Geuroverlast verdwijnt in hetzelfde tempo.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

++

=

Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over de geurbelasting.

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat scenario 1 een positieve bijdrage levert aan het beoordelingscriterium geurhinder als gevolg van bedrijvigheid. Door verplaatsing van bronnen van geurhinder en het stoppen met overmatig geuroverlast in de kernen zal het aantal geurgehinderden aanzienlijk verminderen. Ten aanzien van scenario 2 is onduidelijk welke maatregelen genomen worden. De beoordeling van dit scenario is afhankelijk van de keuzes die hierbij gemaakt gaan worden. Om die reden wordt dit scenario al ‘neutraal’ beoordeeld.

35

4.1.4

Luchtkwaliteit (Mate waarin aan wettelijke normen PM10, PM2.5 en Nox/ NH3 wordt voldaan en hoeveel mensen bloot worden gesteld aan te hoge concentraties)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Luchtkwaliteit concentratiekaarten (Atlas van de leefomgeving, 2020) • Tromopi-metingen (KNMI kennis- en datacentrum, 2017)

Beschikbare referentiewaarden

Wettelijke grenswaarden (Wet Milieubeheer) en WHO-advieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2)

Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHOadvieswaarden worden niet gehaald. Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.

De huidige situatie Inleiding De afgelopen decennia is de lucht in Nederland een stuk schoner geworden en de luchtkwaliteit voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen. Het huidige beleid is gericht op het halen van wettelijke grenswaarden. Hoewel de luchtkwaliteit grotendeels aan de normen voldoet, veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds aanzienlijke gezondheidsschade. Concentraties fijnstof, stikstofoxiden en ozon in de lucht leiden naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar (Bron: Gezondheidsraad, 2018). Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit vormt met ingang van 15 november 2007 de Wet milieubeheer de basis voor besluitvorming in het kader van onder andere de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op basis van de Wet milieubeheer gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigende componenten zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, lood, koolmonoxide, benzeen en zwevende deeltjes (PM10, PM2,5). In deze OER zijn alleen de maatgevende stoffen stikstofdioxide en fijn stof beschouwd. De concentraties van de overige stoffen zijn dusdanig laag dat in Nederland geen overschrijding van de luchtkwaliteit aangaande deze stoffen is te verwachten.

Beschikbare gegevens Voor de OER worden de effecten van luchtkwaliteit bekeken aan de hand van concentraties stikstofdioxide (NO2), Ammoniak (NH3) en fijnstof, bestaande uit PM10 (fijnstof kleiner dan 10 micrometer) en PM2,5 (fijnstof kleiner dan 2,5 micrometer). Stikstofoxiden en fijnstof worden uitgestoten als gevolg van landbouw, industrie en wegverkeer. Fijnstof in de lucht kan leiden tot diverse gezondheidsklachten als hoesten, benauwdheid, verminderde longfunctie, hart- en vaataandoeningen en zelfs tot vroegtijdige sterfte. Stikstofoxiden en ammoniak hebben voornamelijk negatieve gevolgen voor de natuur. Deze effecten worden behandeld bij het beoordelingscriterium ‘biodiversiteit’. Onderstaande afbeeldingen, afkomstig uit de Atlas voor de leefomgeving en uit het KNMI kennisen datacentrum, geven de concentraties weer van bovengenoemde stoffen.

36

Afbeelding 15

Concentratie fijnstof PM2,5, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Afbeelding 16

Concentratie fijnstof PM10, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Afbeelding 17

Jaargemiddelde NH3, 2017 Bron: KNMI

Afbeelding 18

Concentratie stikstof NO2, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving

In tabel 6 zijn de wettelijke milieunormen en WHO-advieswaarden met betrekking tot luchtkwaliteit weergegeven. In de laatste kolom zijn de meest voorkomende waarden binnen de gemeente Bernheze opgenomen.

37

Tabel 6

Wettelijke waarden, WHO waarden en waarden Bernheze

Fijnstof PM2,5 Fijnstof PM10 Stikstof NO2 Ammoniak NH3

Wettelijke waarden

WHO waarden

Meest voorkomend in gemeente Bernheze

25 µg/ m3 40 µg/ m3 40 µg/ m3 Niet vastgesteld

Tot 5 µg/ m3 Tot 15 µg/ m3 Tot 10 µg/ m3 Niet vastgesteld

8 – 9 µg/m3 15 – 16 µg/ m3 12 – 14 µg/ m3 5,76 mg n/m2 en meer

Conclusie Beoordeling criterium Matig

Huidige situatie

Voor de concentraties PM2,5, PM10 en NO2 geldt dat ze ruim binnen de wettelijke norm liggen, maar enigszins boven de WHO advieswaarden. Omdat de wettelijke normen ruim gehaald worden, wordt de huidige situatie als ‘matig’ beoordeeld. Om de WHO advieswaarden te behalen, zijn verdergaande maatregelen nodig. Voor de concentraties ammoniak in de buitenlucht zijn geen wettelijke grenswaarden omdat ze geen direct gevaar vormen voor de volksgezondheid. Er zijn wel Europese grenzen voor de jaarlijkse emissie van ammoniak. De grenswaarde voor de emissie van ammoniak bedroeg voor Nederland in 2020 128 kiloton. (Bron: RIVM). Hier wordt binnen Nederland en dus ook in de gemeente Bernheze, aan voldaan.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) heeft als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Het doel van het NSL is te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Het Rijk, provincies en gemeenten zetten zich hier gezamenlijk voor in. Het NSL loopt door totdat de Omgevingswet in werking treedt. De provincie Noord-Brabant heeft afspraken gemaakt met gemeenten en regio’s om de luchtkwaliteit in Brabant te verbeteren. Die afspraken zijn opgenomen in het Brabants Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (BSL). In het BSL staan onder andere verkeersmaatregelen en maatregelen voor de problemen met fijnstof in de intensieve veehouderij. Het BSL is een onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Beleid De provincie Noord-Brabant wil drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken. Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Mogelijke acties om gezondheidswinst te behalen zijn onder andere schone lucht (50% gezondheidswinst via het Schone Luchtakkoord). Actueel beleid stelt dat in het bestemmingsplan mestbewerking toegestaan wordt op bedrijfsniveau, maar alleen als de mest afkomstig is van het eigen bedrijf.

Momenteel zijn twee locaties positief bestemd voor mestbewerking / vergisting. Daarnaast wordt het wel of niet toestaan van nieuwe mestverwerkingsinitiatieven maatwerk. Vooral locatie en ligging van samenwerkende bedrijven is daarbij belangrijk. Geaccordeerde plannen De realisatie van bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther hebben een verkeersaantrekkende werking waardoor de luchtkwaliteit kan verslechteren.

38

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De concentraties fijnstof PM10 én PM2,5 maar ook van stikstofdioxide (NO2) zijn tussen 2013 en 2020 gedaald. De verwachting is dat de concentraties ook in de toekomst licht zullen dalen. Het samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is verlengd tot het ingaan van de Omgevingswet om de resterende knelpunten op te lossen. In het Actieprogramma Luchtkwaliteit staan maatregelen die zich richten op het beperken van de uitstoot van industrie en verkeer. Daarnaast heeft de overheid het Schone Lucht Akkoord (SLA) opgesteld met het doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 te beperken ten opzichte van de huidige situatie (Rijksoverheid, 2020). Het SLA is ook ondertekend door de gemeente Bernheze. De ambitie van het SLA en de gemeente Bernheze is om te voldoen aan de door de WHO gestelde advieswaarden. De kwaliteit van de lucht is grotendeels afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en technologische ontwikkelingen. Ontwikkelingen met betrekking tot het gebruik van duurzame energiebronnen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit, maar het is nog onzeker wat de effecten daar precies van zullen zijn. Tevens kan het gebruik van andere vormen van mobiliteit (bijvoorbeeld elektrisch vervoer) een positief effect hebben.

Door de te verwachte toename van de bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking, groei van het verkeer en extra emissies als gevolg van een circulaire economie zullen echter naar verwachting meer mensen worden blootgesteld aan een relatief hoger niveau concentratie luchtverontreinigende stoffen (RIVM, 2018). Het is daarmee de vraag of in 2030 de concentraties fijnstof voldoen aan de WHO-advieswaarden. Onzekerheden liggen in het al dan niet doorzetten van elektrisch rijden, de mate van verschoning van de (zee)scheepvaart, de gevolgen van de energietransitie en met name internationaal beleid ten aanzien van industrie. Het gebruik van duurzame energiebronnen leidt verder niet automatisch tot een verbetering. Als fossiele brandstoffen voor een groot deel door biomassa vervangen worden, blijft er sprake van uitstoot door verbranding met negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de mate van geurhinder binnen de gemeente Bernheze ‘matig te noemen is. De maatregelen die voortvloeien uit het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit en het Brabants Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit. De gevolgen van de luchtkwaliteit door de realisatie van bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Het wordt aannemelijk geacht dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot onder andere schone mobiliteit ook na 2030 doorzetten. De verwachting is dat door technologische ontwikkelingen en beleid op verschillende niveaus zal leiden tot verdere verbetering van de luchtkwaliteit tot 2045. Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald.

Beoordeling toekomstige scenario’s Ondanks dat in alle scenario’s keuzes worden gemaakt die de luchtkwaliteit positief kunnen beïnvloeden, zijn er verschillen in de manier waarop de verbetering gerealiseerd wordt. In scenario 1 en 2 worden initiatieven getoetst aan luchtkwaliteitsdoelstellingen van de WHO en het Schone Lucht Akkoord. Ook wordt geleund op technische innovaties en het stimuleren van langzaam verkeer. In scenario 3 worden loofbomen ingezet voor het afvangen van fijnstof en opslaan van CO2. Ook wordt aan ruimtelijke ontwikkelingen de voorwaarde gesteld dat ze een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan ecosystemen.

39

Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Nieuwe initiatieven wordt getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen van de WHO. - Technische innovaties minimaliseren uitstoot schadelijke gassen. - Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit kernen.

++

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Er wordt ingezet op schone lucht (conform het Schone Lucht Akkoord) en dit wordt in 2050 voor 100% gehaald. - Zwaar vrachtverkeer wordt uit de kernen geweerd, langzaam verkeer gestimuleerd.

+

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Verdubbelen aantal loofbomen en hagen binnen tien jaar met als gevolg meer CO2 opslag en afvangen van fijnstof. - Ruimtelijke ontwikkelingen dienen een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan ecosystemen.

=

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

In alle scenario’s worden keuzes gemaakt die de luchtkwaliteit in potentie verbeteren. Of dit daadwerkelijk gebeurt, is ervan afhankelijk of initiatieven bijdragen aan het behalen van de WHO normen en het Schone Lucht Akkoord. Scenario 1 omvat tegenstrijdige ambities. Enerzijds is nieuwe intensieve landbouw toegestaan met ruimere milieunormen, anderzijds worden de luchtkwaliteitsnormen van de WHO gehanteerd bij de toetsing van nieuwe initiatieven. Indien de WHO norm leidend is in het toekennen van vergunningen dan verbetert de luchtkwaliteit. Een verbetering van de luchtkwaliteit in de kernen door het verplaatsen van luchtvervuilende bronnen wordt overigens wel verwacht. Bij scenario 2 verbetert de luchtkwaliteit indien maatregelen gericht zijn op het behalen van het Schone Lucht Akkoord. Scenario 3 heeft de potentie om de luchtkwaliteit te verbeteren, maar is te vrijblijvend geformuleerd om met zekerheid te stellen dat het een positief effect heeft op de luchtkwaliteit.

40

4.1.5

Omgevingsveiligheid (Aanwezige risico’s en de impact op aanwezige inwoners binnen de mogelijke risicogebieden)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de omgevingsveiligheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Informatie over diverse veiligheidsaspecten, Atlas voor de leefomgeving Kwalitatief • Bezorgdheid over gezondheid door onveiligheid, Atlas voor de leefomgeving en BrabantScan

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau

Het beoordelingscriterium omgevingsveiligheid is opgebouwd uit meerdere aspecten. De wijze waarop de risico’s worden beoordeeld verschilt per aspect. Voor externe veiligheid gelden de definities voor de 10-6 risicocontour en de invloedsgebieden. Voor de overige aspecten is sprake van overige aandachtsgebieden.

Goed

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten buiten invloedsgebieden en overige aandachtsgebieden.

Matig

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen invloedsgebieden en overige aandachtsgebieden, maar buiten de 10-6 risicocontour.

Slecht

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour en overige aandachtsgebieden.

De huidige situatie Inleiding Om de aanwezige risico’s en de impact op aanwezige inwoners binnen de mogelijke risicogebieden in kaart te brengen, is gekeken naar diverse risicoaspecten. In tegenstelling tot beoordelingscriteria als geur of geluid bestaat het criterium omgevingsveiligheid dan ook uit meerdere onderdelen, te weten -

Locaties met gevaarlijke stoffen; Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen; Transport gevaarlijke stoffen over de weg; Hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone; Overstromingsrisico’s; Kans op natuurbranden.

Daarnaast zijn gegevens opgenomen over de bezorgdheid van inwoners ten aanzien van hun gezondheid als gevolg van deze risico’s. Beschikbare gegevens Locaties met gevaarlijke stoffen Binnen de gemeente Bernheze is een aantal risicovolle inrichtingen gevestigd die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen (Bevi). Dit besluit legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om zes LPG-tankstations die in of nabij bebouwde kommen gevestigd zijn en zeven overige inrichtingen. Drie veehouderijen in het buitengebied, een aardbeienbedrijf nabij bebouwing in Uden, onderzoekscentrum Agrifirm nabij de N279 in landelijke omgeving en een handelsonderneming in het buitengebied (zie onderstaande afbeelding).

41

In totaal bevinden zich 116 woningen binnen het invloedsgebied, waarvan 47 in Heesch, 30 in Kantje, 1 in de Heische Wal, 30 in Heeswijk-Dinther en 8 in Beugt. De woning in Kantje ligt binnen de 10-6 contour, in Heeswijk-Dinther bevinden zich 5 woningen binnen de 10-6 contour en in Heesch 15 adressen, Dit is een situatie die bij wet verboden is en beoordelen we als ‘slecht’. Voor de overige woningen die zich binnen het invloedsgebied bevinden, is de situatie ‘matig’.

Afbeelding 19

Locaties met gevaarlijke stoffen Bron: Signaleringskaart externe veiligheid

Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding loopt vanuit het zuidwesten een transport buisleiding voor gevaarlijke stoffen naar het noordoosten van de gemeente voor het vervoer van aardgas. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. In het plaatsgebonden risico is enerzijds de kans verwerkt dat daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt en anderzijds de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Dit is de contour waarbij de kans 1 op een miljoen is dat iemand overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval met het transport van de gevaarlijke stoffen. In het buitengebied van Bernheze bevinden zich op vijf plaatsen gebieden binnen de invloedssfeer van een aardgasbuisleiding, zie onderstaande afbeelding. In deze vijf gebieden is één veehouderij gevestigd. Hiervoor is de situatie ‘slecht’.

42

Afbeelding 20

Plaatsgebonden risico (10-6 risicocontour) Bron: Atlas voor de leefomgeving

In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de buisleidingen voor gevaarlijke stoffen en de risicocontour. Voor deze omgevingseffectrapportage hebben we met behulp van de BAG populatieservice een globale inschatting gemaakt van het aantal gebouwen en mensen dat zich bevindt binnen de risicocontouren. Dit betreft circa 1200 gebouwen, 2300 mensen gedurende de dagperiode en 3200 mensen gedurende de nachtperiode. Deze mensen bevinden zich binnen het invloedsgebied. Voor deze mensen is de situatie ‘matig’.

Afbeelding 21 Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen Bron: Atlas voor de leefomgeving Transport gevaarlijke stoffen over de weg Binnen de gemeentegrenzen worden via de A50 gevaarlijke stoffen vervoerd waarbij sprake is van een overschrijding van de wettelijke norm (plaatsgebonden 10-6 risicocontour). Hierbij is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Zoals af te leiden is uit onderstaande afbeelding loopt deze weg grotendeels door een buitengebied en langs de oostgrens van Nistelrode.

43

Afbeelding 22 Transport gevaarlijke stoffen over de weg Bron: Atlas voor de leefomgeving Binnen dit gebied bevinden zich circa 154 gebouwen en zijn gedurende de dagperiode 625 mensen aanwezig en in de nachtperiode 460. Deze informatie is afgeleid uit de BAG populatieservice. Voor deze mensen is de situatie ‘matig’. Er zijn geen woningen binnen de 10-6 contour gelegen. Bovengrondse hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone Uit onderstaande afbeelding blijkt dat binnen de gemeente Bernheze zich in het noordoosten een bovengrondse hoogspanningslijn bevindt met een indicatieve magneetveldzone van 2 x 60 meter. Uit internationaal onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat kinderen die bij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen - waar het magnetische veld sterker is dan verder van de lijn - mogelijk meer kans hebben op leukemie. Dit is echter nog niet bewezen. Uit voorzorg adviseert de Rijksoverheid te voorkomen dat kinderen langdurig blootstaan aan een jaargemiddeld magneetveldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. In Bernheze bevinden zich vier woonhuizen binnen een afstand van 60 meter.

Afbeelding 23 Bovengrondse hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone Bron: Atlas voor de leefomgeving Voor de vier woningen die zich binnen de geadviseerde afstand van 60 meter bevinden, is de situatie matig. Voor alle overige woningen in de gemeente Bernheze, buiten deze afstand, is de situatie goed.

44

Overstromingrisico’s Nederland is een delta. Een groot deel van Nederland kan bij een overstroming onder water komen te staan. Voor de gemeente Bernheze geldt dat met name langs de westelijke gemeentegrens wateroverlast kan worden ervaren. Het betreft buitengebied dat dunbevolkt is. In onderstaande afbeelding is de maximale waterdiepte te zien bij overstroming.

Afbeelding 24

Maximale waterdiepte bij overstroming Bron: Atlas voor de leefomgeving

Op onderstaande afbeelding staan huizen en gebouwen in Bernheze waar je tijdens een overstroming kunt schuilen. Een groen stipje staat voor een huis met minstens één droge verdieping. Een rode stip heeft geen droge verdieping bij een maximale overstroming. Circa 290 huizen hebben geen droge verdieping. Voor deze woningen is de situatie slecht. Voor de woningen die wel een droge verdieping hebben bij overstroming is de situatie matig en woningen buiten de overstromingsgebieden is de situatie goed.

Afbeelding 25

Geen droge verdieping Bron: Atlas voor de leefomgeving

Kans op natuurbranden Droogte en natuurbranden zijn een actueel veiligheidsprobleem in de gemeente Bernheze. Bernheze beschikt over drie gebieden van minimaal 100 hectare aaneengesloten bos, heide of (hoog)veen waar een grote natuurbrand kan ontstaan. Eén gebied bevindt zich in de nabijheid van Nistelrode en Loo op circa 750 meter afstand, een ander ten noordwesten van Heeswijk-Dinther op circa 1 kilometer afstand. Het derde gebied bevindt zich in het buitengebied op 1 kilometer afstand van Nistelrode. Hoewel de taskforce van de provincie Brabant had aanbevolen een ontruimingsplan voor natuurbranden te ontwikkelen, is deze nog niet beschikbaar.

45

Afbeelding 26

Gebied met kans op natuurbrand Bron: Atlas voor de leefomgeving

In de gemeente Bernheze is een reële kans op natuurbranden. Er bestaat geen landelijke definitie van een risico afstand tussen een woning en natuur. Omdat de woningen buiten de natuurgebieden liggen en er voldoende vluchtmogelijkheden zijn, wordt de situatie beoordeeld als ‘goed’. Beleving omgevingsveiligheid Hoewel het lastig is te bepalen wanneer een belevingspercentage acceptabel of te hoog is, is het voor de totale beoordeling van het beoordelingscriterium omgevingsveiligheid goed de beleving inzichtelijk te maken en mee te nemen. In tabel 7 is het gevoel van bezorgdheid per wijk en per oorzaak uitgewerkt. Tabel 7

Bezorgdheid over gezondheid per wijk Bron: Atlas voor de leefomgeving Bezorgdheid over Heesch Vinkel gezondheid door risicobronnen zendmasten, antennes tankstation Bedrijven, industrie Hoogspanningslijnen

7,8% 5,4% 1,7% 0,7% -

Nistelrode

Dinther Heeswijk

Vorstenbosch Loosbroek

8,4% 1% 5,8% 3,7%

3,4 0,7% 1,2% 1,4%

5,5% 3,0% 2,5%

In onderstaande afbeelding is de bezorgdheid per oorzaak voor de gehele gemeente Bernheze inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat 3% van de inwoners bezorgd zijn door de aanwezigheid van bedrijven die in de buurt gevestigd zijn en 2% van de inwoners over zendmasten of antennes. 1% van de inwoners is daarnaast bezorgd over hoogspanningslijnen. In vergelijking met de gemiddelde bezorgdheid in de provincie Brabant liggen de percentages in de gemeente Bernheze gelijk of lager.

46

Afbeelding 27

Bezorgdheid over gezondheid Bron: Brabant Scan

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat inwoners van Bernheze zich evenveel zorgen maken over risicobronnen ten aanzien van bedrijven of industrie. Over andere risicobronnen maken de inwoners zich minder of geen zorgen. Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie

Er is een beperkt aantal woningen waar de situatie slecht is en bij een aantal woningen is de situatie matig. Overwegend is de omgevingsveiligheid binnen de gemeente Bernheze goed te noemen.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Om risico’s in beeld te brengen is de risicokaart opgesteld, dit is een wettelijke verplichting op basis van de Wet veiligheidsregio’s en Wet milieubeheer. Diverse overheden dragen verantwoordelijkheid voor de kaart: - Het ministerie Infrastructuur en Waterstaat als eigenaar van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS); - Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Kader - De provincies voor het maken en beschikbaar stellen van de Risicokaart; - De gemeenten (en provincies, waterschappen en Rijk) voor het aanleveren van gegevens. Beleid De Provincie Noord-Brabant heeft een Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024 opgesteld. Het programma biedt ondersteuning aan omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en gemeenten op het gebied van omgevingsveiligheid. Het beleidskader Integrale Veiligheid voor de jaren 2019 tot 2022 is opgesteld door de gemeenten Oss en Bernheze samen. Om een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te kunnen waarborgen zijn twee algemene uitgangspunten opgesteld: een wijkgerichte aanpak en een verbinding tussen de zorg en veiligheidsdomeinen.

Het beleid kent vijf veiligheidsvelden: veilige woon- & leefomgeving, bedrijvigheid & veiligheid, jeugd & veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit & veiligheid. Elk veiligheidsveld kent zijn eigen doelstellingen. Bedrijvigheid & veiligheid gaat over het creëren van veilige bedrijventerreinen en uitgaansgebieden, en het aanpakken van ondermijning in het buitengebied. De fysieke veiligheid betreft de zorg voor verkeersveiligheid, brandveiligheid en externe veiligheid (transport). Geaccordeerde plannen Bedrijventerrein Heesch-West heeft geen negatieve invloed op de omgevingsveiligheid omdat mitigerende maatregelen worden genomen. Hiermee worden de effecten van een eventueel negatieve invloed ingeperkt.

47

De mitigerende maatregelen zijn bij vaststelling van het bestemmingsplan opgenomen in het onderzoek externe veiligheid.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Als gevolg van de klimaat- en energiecrisis zullen nieuwe technologieën ontwikkeld worden. Door de energietransitie komen er nieuwe vormen van energie bij waar veiligheidsrisico’s aan zijn verbonden, denk bijvoorbeeld aan een waterstof tankstation en windturbines. Door klimaatverandering worden risico’s op natuurbranden en overstromingen van tunnels groter. Door de groei van de bevolking ontstaat een woningbouwopgave. De schaarste aan ruimte kan leiden tot meer hoogbouw, met de problematiek van vluchtwegen en - capaciteit. Daarnaast ontstaan nieuwe aandachtspunten met betrekking tot de bereikbaarheid (opkomsttijden politie, brandweer, ambulance) en de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid door de ontwikkelingen in het buitengebied. De bevolkingssamenstelling verandert en het buitengebied krijgt andere functies door bijvoorbeeld de stijgende behoefte aan nieuwe outdooractiviteiten. Ook de vergrijzing waarbij het aantal ouderen toeneemt dat langer thuis woont, de zorg complexer wordt en de druk op de zorg toeneemt, leidt tot nieuwe opgaven om in een crisis te kunnen handelen. Risico’s ten aanzien van veiligheid kunnen opgevangen worden door vlucht- en ontruimingsplannen, vluchtwegen, een plan voor het opvangen van de uitval van de infrastructuur voor energie en communicatiemogelijkheden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de omgevingsveiligheid binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is. De aandacht van de provincie Noord-Brabant en gemeente Bernheze voor de omgevingsveiligheid en de daarbij behorende plannen en maatregelen. De wetgeving die ervoor zorgt dat de omgevingsveiligheid niet verslechtert. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie De huidige situatie is goed te noemen. Wet en regelgeving zorgt ervoor dat deze niet verslechtert.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect omgevingsveiligheid. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over onderwerpen die van invloed zijn op de omgevingsveiligheid.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Door middel van het realiseren van nieuwe woon- en zorgconcepten, ontstaat een nieuwe groep woningen bovenop het bestaande woningaanbod voor risicovolle doelgroepen (waaronder ouderen). Deze ontwikkeling in de kernrandzones en/of het buitengebied kan de omgevingsveiligheid verlagen doordat deze woningen dichter liggen bij risicobronnen en de bewoners minder zelfredzaam zijn.

=

- Er worden overstromingsgebieden aangewezen, waarmee de kans op lokale overstromingen in (stedelijke)gebieden wordt verkleind. Hierdoor wordt de omgevingsveiligheid gewaarborgd en eventueel zelfs verbeterd.

+

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

48

De gemeente Bernheze is een plattelandsgemeente waardoor de drie toekomstvarianten weinig tot geen invloed hebben op locaties met en transport van gevaarlijke stoffen. Door ook bij toekomstige ontwikkelingen rekening te houden met locaties en gepaste afstanden is het mogelijk risico’s te beperken. Deze maatregelen geldt ook voor hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone. Anders ligt het voor de aspecten overstromingsrisico’s en natuurbranden. De kansen op overstromingsrisico’s en natuurbranden nemen door de klimaatverandering toe. Zoals beschreven kunnen inwoners hier directe gevolgen van ondervinden ten aanzien van materiële schade en veiligheid. Scenario 2 beschrijft dat verminderd zelfredzame mensen zich mogelijk gaan vestigen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Dit wordt bij de planvorming meegenomen en hier worden maatregelen voor getroffen zodat dit nooit zal leiden tot meer inwoners waarvoor de situatie als ‘slecht’ beoordeeld wordt. Scenario 3 gaat uit van een verminderde kans op wateroverlast. Dit heeft een positief effect op de omgevingsveiligheid.

49

4.1.6

Bodemkwaliteit (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de bodemkwaliteit d.m.v. vergroten kansen bodemleven en minder gebruik van pesticiden, verbetert.)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de bodemkwaliteit is gezocht naar informatie ten aanzien van bodemleven en de aanwezigheid van pesticiden in de bodem. Deze informatie is echter niet beschikbaar omdat daar geen onderzoeken naar gedaan zijn. Dat maakt het niet mogelijk de huidige situatie te beoordelen. Onderstaand wordt het aspect bodemkwaliteit tekstueel beschouwd. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwalitatief • Bodemfunctieklassen, Noord-Brabant omgevingsrapportage

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

De huidige situatie Inleiding Zuurstof en water zijn nodig om leven mogelijk te maken. De bodem is de belangrijkste voorwaarde om leven in stand te houden. Bodemkwaliteit, voedselvoorziening en biodiversiteit verdienen daarom alle aandacht. In Nederland worden bodemvervuilingen en -saneringen geregistreerd in een (gemeentelijk) bodeminformatiesysteem waardoor een overzicht ontstaat van de bodemkwaliteit in de verschillende gebieden. Registratie van biodiversiteit, gebruik van chemicaliën en bodemleven is niet geregistreerd. Beschikbare gegevens Onderstaande informatie is de enige informatie die beschikbaar is, maar gaat niet in op bodemleven en chemicaliën in de bodem. Onderstaande afbeelding geeft de bodemkwaliteit weer in de gemeente Bernheze. In het gebied met een groene kleur heeft de bodem de kwaliteit Landbouw/natuur. De gehalten aan zware metalen, PAK’s PCB’s en minerale olie zullen hier lager zijn dan de achtergrondwaarden van deze stoffen. De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de klasse landbouw/natuur (voorheen klasse Achtergrondwaarde) is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.

In de kernen is de bodemkwaliteit veelal aangeduid met een oranje kleur wat betekent dat de bodem kwaliteitsklasse Wonen heeft. Deze bodem is licht verontreinigd. Er komen stoffen in voor die zich niet bevinden in de bodem van natuur- en landbouwgronden, maar de maximale waarde voor wonen wordt niet overschreden.

50

Afbeelding 28

Bodemfunctieklassen Bron: Noord-Brabant omgevingsrapportage

Om de problematiek rondom de aanwezigheid van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in de bodem op te lossen hebben de Omgevingsdiensten in Noord-Brabant namens de colleges van burgemeester en wethouders van de 57 deelnemende gemeenten een “Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in NoordBrabant” en bijbehorende “Nota bodembeheer PFAS” opgesteld. Uit de resultaten van bodemonderzoeken is gebleken dat de gemiddelde waarden in de boven- en ondergrond voldoen aan de landelijke geactualiseerde tijdelijke achtergrondwaarden. Conclusie Op basis van de beschikbare gegevens zijn in de gemeente geen significantie verontreinigingen in de bodem te verwachten.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Ten aanzien van verontreinigingen is uitgebreide wet en regelgeving aanwezig. Ten aanzien van het bodemleven en gebruik van pesticiden is dit niet het geval. De gemeente heeft een pesticidevrij beheer van de openbare ruimten. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Aanvullingswet bodem Met het voorstel voor de Aanvullingswet bodem 2 wordt de aanpak van bodemverontreinigingen gekoppeld aan een gebiedsaanpak en het reguleren van activiteiten. De kern van het huidige bodembeleid is het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen. Dit blijft bij de overgang naar de Omgevingswet overeind. Beleid De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) heeft een Nota bodembeheer opgesteld voor het lokale bodembeleid van gemeenten. Samen met de aanvulling voor PFAS dient deze nota als basis voor maatregelen die gemeenten nemen om de bodem te beschermen tegen vervuiling.

Doel van de Nota is het duurzaam en efficiënt hergebruik van grond binnen de regio. Daarnaast willen gemeenten met de nota het beleid ten aanzien van bodemverontreiniging combineren met ruimtelijke ontwikkeling. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de bodemkwaliteit.

51

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De huidige bodemkwaliteit ten aanzien van bodemleven binnen de gemeente Bernheze is niet te beoordelen. Uit de regelgeving volgt wel dat door nieuwe ontwikkelingen geen verslechtering van bodemkwaliteit mag optreden. Hoe dit in de toekomst specifiek voor bodemleven en pesticidengebruik ingevuld zal worden, is niet duidelijk. De huidige bodemkwaliteit is ten aanzien van de milieuverontreinigingen vastgelegd. Echter ten aanzien van bodemleven, biodiversiteit en gebruik van pesticiden is dat niet (goed) vastgelegd. Te weinig onderzoek is uitgevoerd naar deze aspecten terwijl eveneens een toetsingsgrondslag ontbreekt. Voortvloeiend uit de regelgeving in Nederland kan men ervan uitgaan dat de autonome ontwikkeling van de bodemkwaliteit niet zal verslechteren en eerder zal verbeteren. Dit is ingegeven door momenteel het zorgplichtbeginsel in de Wet Bodembescherming en wordt bij de invoering van de Omgevingswet algemener van toepassing. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Daarnaast is de verwachting dat er regelgeving met betrekking tot bodemgezondheid in 2023 zal worden doorgevoerd. Ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen worden steeds strengere eisen gesteld, evenals voor de opslag van chemicaliën en de uitstoot van overige stoffen.

Deze maatregelen zullen er in de toekomst voor zorgen dat de bodemkwaliteit gelijk blijft en wellicht verbetert.

Beoordeling referentiesituatie Door het ontbreken van de juiste informatie kan ook de referentiesituatie niet worden beoordeeld. Er wordt echter geen verslechtering van de bodemkwaliteit verwacht omdat steeds strengere eisen worden gesteld aan bestrijdingsmiddelen, opslag van chemicaliën en de uitstoot van overige stoffen.

Beoordeling toekomstige scenario’s De drie toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect bodemkwaliteit. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Extra vergroenen in de kernen. - Verbeteren van onder andere de bodemkwaliteit door samenwerken met kennis- en opleidingsinstituten, ruimte bieden aan experimenten en aan ondernemers om te innoveren. - Gezond voedsel, circulaire ketens en productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. - Bemesting en gewasbescherming op maat met moderne (drone) technieken. - Verminderen van fijnstof, stikstof, en ziektekiemen met nieuwe technieken. - Milieuvriendelijke verwerking van mest.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraken die van invloed zijn op de bodemkwaliteit.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Het (extra) vasthouden van water doen we met retentiegebieden langs de beken. - Opheffen parkeerplekken in de kernen en deze als groengebieden inrichten - Toepassen open/doorlaatbare bestrating. - Vergroenen van tuinen en ‘tegelwippen’ stimuleren met beloningen. - Inzetten van de Peelrandbreuk als hydrologische buffer tussen de Peelhorst en de dekzandgronden. - Meer variatie in landschap aanbrengen. In dekzandgebieden komen kommen en hagen. - Organische stoffen gebruiken in plaats van gier. - Stimuleren nieuwe vormen van extensieve landbouw o.b.v. ecologische principes. - Randen van sloten en waterlopen worden extensief beheerd, zonder bemesting en gif. - De grondwaterstand wordt verhoogd met minimaal tien centimeter in het beekdallandschap, twintig centimeter in het dekzandgebied en vijfendertig centimeter op de Peelhorst. - Meer en diverser groen in de kernen.

+

++

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

52

Scenario 2 doet geen uitspraken die van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Alleen met inachtneming van strengere milieunormen, kan de bodemkwaliteit gelijk blijven of verbeteren. Scenario's beschrijven voornamelijk zaken die van invloed zijn op andere bodemeigenschappen zoals vasthouden van water, voedingsstoffen en biodiversiteit. Ten aanzien van verontreinigingen is verslechtering van de kwaliteit bij wet verboden en is de zorgplicht van toepassing bij nieuwe verontreinigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fb668973-caf2-4fad-89eb-c84a4b6cb2e1